Parasja·Project

VajeesjevWajeschew 9

Dit hoofdstuk in alle drie de leeftijdsdelen. Kies hierboven een deel; de streep eronder zegt wat er klaar is en wat nog niet. Onder „Bladzijden” ziet u de tekst en het beeld zoals ze op de bladzijde naast elkaar komen — de indeling mag nog veranderen, de beelden blijven. Dieses Kapitel in allen drei Altersstufen. Wählen Sie oben einen Band; der Streifen darunter sagt, was fertig ist und was nicht. Unter „Seiten“ sehen Sie Text und Bild so, wie sie auf der Seite nebeneinander kommen — die Aufteilung darf sich noch ändern, die Bilder bleiben.

Dit deel is compleet.Dieser Band ist vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ✓BladindelingSeitenaufteilung 8
  • ✓Alle tekstkadersAlle Textkästen 8/8
  • ✓BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen 8/8
  • ✓Beelden gemaaktBilder erstellt 8/8

VajeesjevWajeschew — Vajeesjev · De jas met veel kleuren

⚠ Wordt nog verbeterd — is in bewerking Wird noch verbessert — ist in Arbeit

De beelden van dit hoofdstuk voldoen nog niet aan uw zeven regels van 9 september. Wat er precies aan schort en wanneer het aan de beurt is, staat op de lijst van alle hoofdstukken. Er wordt niets opnieuw getekend voordat u de figuurbladen heeft goedgekeurd. Die Bilder dieses Kapitels erfüllen Ihre sieben Regeln vom 9. September noch nicht. Was genau fehlt und wann es an der Reihe ist, steht auf der Liste aller Kapitel. Es wird nichts neu gezeichnet, bevor Sie die Figurenblätter freigegeben haben.

Deze bladzijden staan gezet in het NederlandsNiederländisch. Onder elke dubbele bladzijde kunt u iets zeggen — het komt direct in het project terecht. Diese Seiten stehen gesetzt auf NederlandsNiederländisch. Unter jeder Doppelseite können Sie etwas sagen — es kommt direkt im Projekt an.

Hoort bij het vorige hoofdstuk.Gehört zum vorigen Kapitel.

Waarom was Esav nog boos?Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Eli: „Elk woord in de Tora heeft betekenis. Ja’akov liet tegen Esav zeggen: ‚Ik heb bij Lavan gewoond.’ Daarmee bedoelde hij: ik heb daar de 613 mitsvot gehouden — en geen van de slechte gewoonten van Lavan overgenomen.”**Eli:** „Jedes Wort in der Tora bedeutet etwas. Jaakow ließ Esaw sagen: ‚Ich habe bei Lawan **gewohnt**.' Damit meinte er: Ich habe dort die 613 Mitzwot gehalten — und keine einzige schlechte Gewohnheit von Lawan übernommen.“

Ariella: „Ja’akov stuurde een prachtig cadeau aan Esav: 220 geitjes, 220 schaapjes, 60 kamelen, 50 koeien en 30 ezels. Ja’akov was erg bang voor Esav.”**Ariella:** „Jaakow schickte Esaw ein prachtvolles Geschenk: 220 Ziegen, 220 Schafe, 60 Kamele, 50 Kühe und 30 Esel. So groß war seine Angst vor Esaw.“

Channa: „Eerder had Ja’akov de beracha — de zegen van de vader — van Jitschak gekregen, toen hij zich verkleed had als Esav. Dat vond Esav natuurlijk niet leuk, want hij wilde die beracha zelf hebben. Uiteindelijk kreeg Esav wel een eigen beracha van zijn vader, maar toch voelde hij zich genept. Hij bleef boos. Ja’akov wist dat — en probeerde Esav goed te stemmen met die grote kudde.”**Channa:** „Früher hatte Jaakow die **Beracha** — den Segen des Vaters — von Jizchak bekommen, als er sich als Esaw verkleidet hatte. Das fand Esaw gar nicht schön, denn er wollte den Segen selbst. Am Ende bekam Esaw zwar eine eigene Beracha von seinem Vater, aber er fühlte sich trotzdem betrogen. Er blieb böse. Jaakow wusste das — und versuchte, Esaw mit der großen Herde freundlich zu stimmen.“

Vraag aan jou

Esav kwam met vierhonderd mannen. En toen? Toen omhelsde hij zijn broer. Hoe zou Ja’akov zich op dat moment gevoeld hebben?Esaw kam mit vierhundert Männern. Und dann? Dann umarmte er seinen Bruder. Wie hat sich Jaakow in diesem Augenblick wohl gefühlt?

Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!

Woord van de week: Vajisjlach betekent: ‚En hij stuurde.’ Ja’akov stuurde boodschappers vooruit naar zijn broer — hij zette de eerste stap.Wajischlach heißt: ‚Und er schickte.' Jaakow schickte Boten zu seinem Bruder voraus — er machte den ersten Schritt.
62

Vajeesjev

Joseef kreeg een prachtige jas met veel kleuren van zijn vader. Joseef droeg dat de hele tijd. Zijn broers werden jaloers. Maar ze waren toch niet zo heel erg jaloers — totdat Joseef begon te spreken over zijn dromen: „We waren met zijn allen in het veld en we waren bezig het stro te bundelen. Maar plotseling stond mijn bundel stro rechtop en jullie bundels bogen voor die van mij!”Von seinem Vater bekam Josef einen prächtigen Mantel mit vielen Farben. Josef trug ihn von morgens bis abends. Und seine Brüder? Die wurden eifersüchtig. Aber noch war es keine große Eifersucht. Groß wurde sie erst, als Josef anfing, von seinen Träumen zu erzählen: „Wir waren alle zusammen auf dem Feld und banden Stroh zu Bündeln. Auf einmal richtete sich mein Bündel auf und stand — und eure Bündel verneigten sich vor meinem!"

63

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

„Wat?!” riepen de broers van Joseef. „Denk je dat jij als jongste broertje koning zult worden over ons? Denk jij dat we voor jou zullen buigen?!” En de broers stonden op en gingen weg. Ze konden het niet meer aanhoren.„Was?!", riefen die Brüder. „Du bist der Jüngste — und ausgerechnet du willst König über uns werden? Meinst du, wir verneigen uns vor dir?!" Und die Brüder standen auf und gingen weg. Sie konnten es nicht mehr anhören.

Joseef hield echter vol en later vertelde hij zijn nieuwste droom: „In mijn laatste droom bogen de zon, de maan en de elf sterren allemaal voor mij!”Aber Josef hörte nicht auf. Später erzählte er seinen neuesten Traum: „In meinem letzten Traum haben sich die Sonne, der Mond und elf Sterne vor mir verneigt!"

64

„Oh nee,” zeiden zijn broers, „wil je ons nu vertellen dat onze vader, onze moeder en wijzelf allemaal zullen buigen voor jou? Wat een chotspe!”„O nein", sagten seine Brüder. „Willst du uns jetzt erzählen, dass unser Vater, unsere Mutter und wir alle uns vor dir verneigen werden? So eine **Chuzpe** — so eine Frechheit!"

Zelfs Ja’akov was erg boos. Hij zag hoe Joseef zijn broers jaloers maakte. „Doe niet zo gek,” vertelde hij Joseef waar iedereen bij was, „waarom zouden we allemaal voor jou buigen? Houd op!” Ja’akov wist dat de dromen best konden uitkomen, maar hij wilde niet dat de broers jaloers zouden worden op Joseef.Sogar Jaakow war sehr böse. Er sah ja, wie Josef seine Brüder eifersüchtig machte. „Red keinen Unsinn", sagte er zu Josef, als alle dabei waren. „Warum sollten wir uns alle vor dir verneigen? Hör auf damit!" Dabei wusste Jaakow: Die Träume konnten durchaus wahr werden. Aber er wollte nicht, dass die Brüder noch eifersüchtiger auf Josef wurden.

Weet je nog, de tweeling Ja’akov en Esav? Toen was er al ruzie tussen broers. Nu krijgen de zonen van Ja’akov zelf ruzie.Erinnerst du dich an die Zwillinge Jaakow und Esaw? Schon damals gab es Streit zwischen Brüdern. Jetzt streiten Jaakows eigene Söhne.
65

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Joseef was zeventien jaar oud toen zijn vader hem riep en zei: „Joseef, jouw broers weiden de schaapjes in Sjechem. Ga ze bezoeken en kijk wat ze doen en laat mij dan weten hoe het met ze is.”Josef war siebzehn Jahre alt, als sein Vater ihn rief: „Josef, deine Brüder weiden die Schafe bei Schechem. Besuch sie und schau, was sie machen. Und dann erzähl mir, wie es ihnen geht."

Joseef ging naar Sjechem, maar zijn broers waren daar al weg. Hij rende ze achterna. De broers van Joseef zagen zijn jas met veel kleuren al op een afstand. Ze wisten dat hij er aankwam.Josef ging nach Schechem, aber seine Brüder waren schon weitergezogen. Er lief ihnen nach. Die Brüder sahen den Mantel mit den vielen Farben schon von weitem. Sie wussten: Da kommt er. „Schaut", sagte einer von ihnen, „da kommt der Traumkönig."

„Kijk, daar komt die droomkoning,” zei een van hen.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

66

„Hij gaat ons weer een van zijn dromen vertellen. Laten we hem voor eens en voor altijd het zwijgen opleggen,” zei een tweede broer. „Goed idee,” zei een derde, „en laten we kijken wat er dan met zijn dromen gebeurt.” Maar plotseling stond hun oudste broer Re’oeween op en zei: „Nee, wij gaan Joseef niet doodslaan. We gooien hem in een put.” In het geheim wilde Re’oeween terugkomen om zijn broertje Joseef uit de put te redden.„Gleich erzählt er uns wieder einen von seinen Träumen. Bringen wir ihn für immer zum Schweigen", sagte ein zweiter Bruder. „Gute Idee", sagte ein dritter, „dann sehen wir ja, was aus seinen Träumen wird." Doch da stand ihr ältester Bruder Re'uwen auf und sagte: „Nein. Wir schlagen Josef nicht tot. Wir werfen ihn in eine Grube." Insgeheim wollte Re'uwen zurückkommen und seinen kleinen Bruder Josef aus der Grube retten.

67

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Het liep anders dan Re’oeween hoopte: de broers gooiden Joseef in de put. En daarna verkochten ze hem aan handelaren, en die namen hem mee — ver weg, naar Egypte.Es kam anders, als Re'uwen hoffte: Die Brüder warfen Josef in die Grube. Und dann verkauften sie ihn an Händler, und die nahmen ihn mit — weit fort, nach Ägypten. Aber G'tt half Josef überall. Auch dort.

Maar G’d hielp Joseef overal. Ook daar.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

68

Waarom zo veel ruzie?Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Eli: „Ik vind de broers erg gemeen om hun broertje Joseef te willen doden. En ik vind het dapper van Re’oeween, dat hij Joseef probeert te redden door hem in de put te gooien. Maar ik begrijp niet waarom de broers Joseef zo haatten!”**Eli:** „Ich finde die Brüder richtig gemein — sie wollten ihren eigenen Bruder Josef töten! Und ich finde Re'uwen mutig, weil er Josef retten will und ihn darum in die Grube werfen lässt. Aber eines verstehe ich nicht: Warum hassten die Brüder Josef so sehr?"

Ariella: „Nou, dat zal ik je vertellen. Joseef deed net alsof hij koning zou worden over zijn oudere broers. Zou jij het leuk vinden als jouw kleinste broertje je komt vertellen dat hij koning gaat worden over al zijn oudere broertjes en zusjes?”**Ariella:** „Das kann ich dir sagen. Josef tat so, als würde er König über seine älteren Brüder werden. Fändest du das schön — wenn dein kleinster Bruder dir erzählt, dass er König wird über alle seine großen Brüder und Schwestern?"

Batsheva: „Maar toch vind ik het niet aardig van de broers om hem daarom te willen doden. Ze hadden ook eerst met hem kunnen praten. Daarmee kun je heel veel ruzie en misverstanden uit de weg ruimen.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Elisja: „Maar dat is waarschijnlijk de reden waarom ze hem zo haatten. Ze praatten nooit met elkaar. Dan krijg je zo veel ruzie en haat. Je moet juist alle problemen met elkaar bespreken. Pas dan komt er echte vrede!”**Eli:** „Ich finde die Brüder richtig gemein — sie wollten ihren eigenen Bruder Josef töten! Und ich finde Re'uwen mutig, weil er Josef retten will und ihn darum in die Grube werfen lässt. Aber eines verstehe ich nicht: Warum hassten die Brüder Josef so sehr?"

Wist je dat…
  • de broers een geitje slachtten om de jas van Joseef in het geitebloed te dopen om net te doen alsof Joseef verscheurd was door een wild dier?… dass die Brüder ein Ziegenböckchen schlachteten und Josefs Mantel in das Blut tauchten — damit es aussah, als hätte ein wildes Tier Josef zerrissen?
  • Ja’akov inderdaad geloofde dat Joseef door een wild dier gedood was en dat hij daarom 22 jaar lang over Joseef treurde?… dass Jaakow wirklich glaubte, ein wildes Tier habe Josef getötet — und dass er 22 Jahre lang um Josef trauerte?
  • Joseef heel erg veel succes had in het huis van Potifar en later in de gevangenis en hij de hele dag Baroech Hasjem riep om duidelijk te maken aan Potifar, dat G’d hem overal hielp?… dass Josef im Haus von Potifar und später sogar im Gefängnis sehr viel Erfolg hatte — und den ganzen Tag „**Baruch Haschem!**" rief, damit Potifar merkte: G'tt hilft Josef überall?
69

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Vraag aan jou

Denk aan jouw week: wanneer was jij een keer jaloers of echt boos — en aan wie had je het kunnen vertellen?Denk an deine Woche: Wann warst du einmal eifersüchtig oder richtig wütend — und wem hättest du es erzählen können?

Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!

70

Hoort bij het volgende hoofdstuk.Gehört zum nächsten Kapitel.

Mikeets

De koning van Egypte, Farao, werd midden in de nacht wakker. Hij was heel erg in de war van twee vreemde dromen. Hij had zo gek gedroomd. Hij riep alle mensen die dromen konden uitleggen bij elkaar. Hij begreep helemaal niets van zijn dromen.Mitten in der Nacht schreckte Pharao hoch, der König von Ägypten. Zwei fremde Träume hatte er gehabt, und sie brachten ihn ganz durcheinander. So wirr hatte er noch nie geträumt. Er ließ alle Männer zusammenrufen, die Träume deuten konnten. Denn er selbst verstand nicht das Kleinste davon.

71

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Dromen in de gevangenis

*Joseef had verteld over dromen waarin iedereen voor hem boog. Zijn broers werden zo jaloers dat ze hem in een put gooiden en daarna verkochten aan Arabische handelaren — Joseef, hun eigen broer. De handelaren namen hem mee naar Egypte.*

De karavaan met Joseef kwam aan in Egypte. De handelaren verkochten Joseef aan Potifar. Potifar was het hoofd van de wachters van de koning Farao. Potifar hield veel van Joseef en maakte Joseef tot het hoofd van zijn huishouden.

In het begin vond de vrouw van Potifar Joseef ook wel aardig, maar later werd zij boos op hem omdat hij niet deed wat zij wilde. Toen begon zij allerlei leugens over hem te vertellen. Joseef werd in de gevangenis gegooid.

In de gevangenis kwam Joseef twee dienaren van koning Farao tegen: de wijnschenker en de bakker. De wijnschenker moest naar de gevangenis omdat er een vliegje in de wijnbeker van de koning was gevallen. De bakker had per ongeluk een brood gebakken met een steentje erin.

Op een nacht had zowel de wijnschenker als de bakker een droom, en ze vertelden hun droom aan Joseef. „Ik droomde dat er een wijnstok was met drie takken," zei de wijnschenker, „en er groeiden allemaal heerlijke druiven aan. Toen heb ik de druiven tot wijn uitgeperst en de wijn uitgeschonken in de beker van koning Farao."

„Hasjeem heeft mij geleerd dromen uit te leggen," vertelde Joseef aan de wijnschenker, „en ik weet wat jouw droom betekent." Joseef vertelde hem dat hij over drie dagen uit de gevangenis bevrijd zou worden en weer terug mocht naar zijn werk.

De bakker vertelde ook zijn droom: „Ik droomde dat ik drie manden met wit brood op mijn hoofd had liggen. Toen kwam er een vogel die wat brood uit de mand at." Joseef was even stil. Hij wist niet hoe hij de betekenis van de droom aan de bakker moest vertellen, want de droom was erg treurig.

„Wat betekent het?" vroeg de ongeduldige bakker. Joseef vertelde hem: „Over drie dagen zal Farao je uit de gevangenis halen, maar hij zal je doden omdat je een steentje in zijn brood hebt gebakken."

Beide dromen kwamen uit. Drie dagen later was Farao jarig en gaf hij een groot feest voor iedereen. Hij gaf de wijnschenker zijn werk terug, omdat het niet echt zijn fout was dat er een vliegje in de wijn was gevallen. Maar de bakker vergaf hij niet. Hij hing hem op, want dat steentje had hij moeten zien.

„Oh," zei Joseef, die in de gevangenis achterbleef, „vergeet alsjeblieft niet te vertellen wie jullie dromen heeft uitgelegd." — „Dat zal ik zeker doen," zei de wijnschenker.

Maar hij vergat Joseef helemaal en vertelde niets over Joseef aan Farao. Joseef bleef wel 12 jaar in de **beet hasohar**.

Weet je nog hoe Esav zijn bechora verkocht — voor goud, met een bord linzen erbij? Toen verkocht een broer zijn recht. Hier verkopen broers hun broer.

… Ja'akov van al zijn 12 zoons even veel hield, maar dat Joseef toch favoriet was?

… Ja'akov de dromen van Joseef wel geloofde, maar Joseefs broers hem maar een ingebeelde droomkoning vonden? Zijn broers geloofden niets van zijn dromen.

… Joseef 17 jaar oud was toen hij door zijn broers in een put werd gegooid en daarna verkocht werd aan Arabische handelaren?

**Eli:** „Ja'akov wilde rustig wonen in Israël, maar toen kregen zijn zoons ruzie. Joseef bracht allerlei kwade praatjes over zijn broers over aan zijn vader Ja'akov. Zijn **lesjon hara** — hoe goed dit ook bedoeld was — zette veel kwaad bloed bij zijn broers. ‚Leven en dood zijn in de hand van de tong' is echt waar. De vrede tussen mensen is afhankelijk van hoe mensen over elkaar praten. Door je woorden is er **sjalom** — of geen sjalom, maar **milchama**. De manier waarop we denken over onszelf en over de anderen uiten we in de manier waarop we spreken. Let maar eens goed op de mensen om je heen."

**Channa:** „Dat zie je al snel, soms bij jezelf, soms bij een ander. Wie bozig is, vloekt snel. Dat is helemaal fout. Wie een goed mens wil zijn, moet in de eerste plaats goed voor zichzelf zijn. En daarna ben je goed voor anderen. Dat staat al in de Tora: ‚**We'ahavta lere'acha kamocha** — heb je naaste lief gelijk jezelf' (Vajikra 19:18). Eerst jezelf en daarna ga je ook van andere mensen houden."

**Avigail:** „Eerst wilden de broers Joseef doden, maar de oudste broer Re'oeween wilde dat niet. Re'oeween zei dat ze Joseef maar in de put moesten gooien. Re'oeween zei dit om Joseef te redden. Zo gezegd, zo gedaan. Ze gooiden Joseef in een put en gingen daarna zitten eten. Toen moest Re'oeween even weg voor een boodschap. Toen hij terugkwam, was Joseef niet meer in de put. Re'oeween schrok enorm. Waar was Joseef? Zijn broers antwoordden hem dat hij verkocht was aan Arabische handelaren. Wat een trieste boel!"

Eli zegt: sjalom of ruzie — dat beslist zich bij het praten. Waar in jouw week hebben woorden iets kapotgemaakt? En waar hebben woorden iets heel gemaakt?

Sjabbat Sjalom!

Träume im Gefängnis

*Josef hatte von Träumen erzählt, in denen sich alle vor ihm verneigten. Da wurden seine Brüder so eifersüchtig, dass sie ihn in eine Grube warfen und danach an Händler verkauften — Josef, ihren eigenen Bruder. Die Händler zogen mit ihm nach Ägypten.*

Die Karawane mit Josef kam in Ägypten an. Die Händler verkauften Josef an Potifar. Potifar war der Oberste der Wachen von König Pharao. Potifar mochte Josef sehr und machte ihn zum Verwalter über sein ganzes Haus.

Am Anfang fand auch die Frau von Potifar Josef ganz nett. Aber später wurde sie böse auf ihn, weil er nicht tat, was sie wollte. Da begann sie, allerlei Lügen über ihn zu erzählen. Und Josef wurde ins Gefängnis geworfen.

Im Gefängnis traf Josef zwei Diener von König Pharao: den Weinschenk und den Bäcker. Der Weinschenk musste ins Gefängnis, weil eine kleine Fliege in den Weinbecher des Königs gefallen war. Der Bäcker hatte aus Versehen ein Brot gebacken, in dem ein Steinchen steckte.

Eines Nachts hatten beide einen Traum, der Weinschenk und der Bäcker. Und beide erzählten ihren Traum Josef. „Ich träumte von einem Weinstock mit drei Zweigen", sagte der Weinschenk, „und daran wuchsen herrliche Trauben. Ich presste die Trauben zu Wein und goss den Wein in den Becher von König Pharao."

„Haschem hat mich gelehrt, Träume zu deuten", sagte Josef zum Weinschenk, „und ich weiß, was dein Traum bedeutet." Josef sagte ihm: „In drei Tagen wirst du aus dem Gefängnis befreit, und du darfst zurück an deine Arbeit."

Da erzählte auch der Bäcker seinen Traum: „Ich träumte, dass ich drei Körbe mit weißem Brot auf dem Kopf trug. Da kam ein Vogel und fraß Brot aus dem Korb." Josef blieb einen Augenblick still. Er wusste nicht, wie er dem Bäcker die Bedeutung seines Traums sagen sollte — denn der Traum war sehr traurig.

„Was bedeutet er?", fragte der Bäcker ungeduldig. Da sagte Josef es ihm: „In drei Tagen wird Pharao dich aus dem Gefängnis holen. Aber er wird dich töten lassen, weil du ein Steinchen in sein Brot gebacken hast."

Beide Träume wurden wahr. Drei Tage später hatte Pharao Geburtstag, und er gab ein großes Fest für alle. Dem Weinschenk gab er seine Arbeit zurück — denn die Fliege im Wein war nicht wirklich seine Schuld. Dem Bäcker aber verzieh er nicht. Er ließ ihn hängen — denn das Steinchen hätte er sehen müssen.

„Oh", sagte Josef, der im Gefängnis zurückblieb, „vergesst bitte nicht zu erzählen, wer eure Träume gedeutet hat." — „Das werde ich bestimmt nicht vergessen", sagte der Weinschenk.

Aber er vergaß Josef vollkommen und erzählte Pharao kein Wort von ihm. Ganze zwölf Jahre blieb Josef im **Bet haSohar**, dem Gefängnis.

Erinnerst du dich, wie Esaw seine Bechora verkaufte — für Gold, mit einer Schüssel Linsen dabei? Damals verkaufte ein Bruder sein Recht. Hier verkaufen Brüder ihren Bruder.

… dass Jaakow alle seine zwölf Söhne gleich lieb hatte — und Josef doch sein Liebling war?

… dass Jaakow Josefs Träume durchaus glaubte — die Brüder ihn aber nur für einen eingebildeten Traumkönig hielten? Sie glaubten kein Wort von seinen Träumen.

… dass Josef siebzehn Jahre alt war, als seine Brüder ihn in die Grube warfen und er an die Händler verkauft wurde?

**Eli:** „Jaakow wollte endlich ruhig wohnen im Land Israel — und da bekamen seine Söhne Streit. Josef trug seinem Vater allerlei böse Geschichten über die Brüder zu. Sein **Laschon hara** — sein Reden über sie, so gut er es auch meinte — machte böses Blut bei den Brüdern. ‚Leben und Tod sind in der Hand der Zunge' — das ist wirklich wahr. Der Frieden zwischen Menschen hängt daran, wie Menschen übereinander reden. Durch deine Worte gibt es **Schalom** — oder eben keinen Schalom, sondern **Milchama**, Streit und Krieg. Wie wir über uns selbst und über die anderen denken, das zeigt sich darin, wie wir sprechen. Achte einmal genau auf die Menschen um dich herum."

**Channa:** „Das siehst du schnell — mal bei dir selbst, mal bei einem anderen. Wer schlecht gelaunt ist, flucht schnell. Das ist ganz verkehrt. Wer ein guter Mensch sein will, muss zuerst gut zu sich selbst sein. Und danach ist er gut zu anderen. Das steht schon in der Tora: ‚**We'ahawta lere'acha kamocha** — hab deinen Nächsten lieb wie dich selbst' (Wajikra 19,18). Erst du selbst — und danach lernst du auch die anderen Menschen zu lieben."

**Awigail:** „Zuerst wollten die Brüder Josef töten. Aber der älteste Bruder, Re'uwen, wollte das nicht. Re'uwen sagte, sie sollten Josef in die Grube werfen. Das sagte er, um Josef zu retten. Gesagt, getan: Sie warfen Josef in die Grube und setzten sich hin und aßen. Dann musste Re'uwen kurz weg, etwas erledigen. Als er zurückkam, war Josef nicht mehr in der Grube. Re'uwen erschrak furchtbar. Wo war Josef? Seine Brüder antworteten ihm: verkauft, an die Händler. Was für eine traurige Geschichte!"

Eli sagt: Schalom oder Streit — das entscheidet sich beim Reden. Wo in deiner Woche haben Worte etwas kaputt gemacht? Und wo haben Worte etwas heil gemacht?

Schabbat Schalom!

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Ben zekoeniem

„En Israël hield van Joseef meer dan al zijn zonen, want hij was een zoon die ‚**ben zekoeniem**' was voor hem" (37:3).

Rasjie geeft drie verklaringen op ‚ben zekoeniem':

1. Een zoon die in zijn ouderdom geboren werd. 2. Joseef was een verstandige zoon. De Tora bedoelt hiermee: alles wat Ja'akov geleerd had bij Sjeem en Ewer gaf hij door aan Joseef. 3. De glans (mooiheid) van zijn lichaam was gelijk aan die van zijn vader Ja'akov. Het woord ‚zekoeniem' is een samentrekking van ‚**ziew ekonien**' (de glans van zijn gestalte).

Alle 3 mooie verklaringen, maar er zijn toch problemen.

De eerste verklaring lijkt eenvoudig, maar geeft geen werkelijke reden aan waarom Ja'akov Joseef zou voortrekken boven de broers. Bovendien was Benjamin jonger dan Joseef en geboren terwijl Ja'akov nog veel ouder was. Als de werkelijke reden voor de voorkeur voor Joseef lag in het feit dat hij in Ja'akovs ouderdom geboren was, had hij Benjamin nog meer moeten liefhebben.

Volgens de tweede verklaring is de voorkeur van Ja'akov begrijpelijker: alle diepe geheimen van de Tora deelde hij met Joseef en niet met de andere broers. Maar dit is zeker geen eenvoudige verklaring, omdat er in de Tora staat: ‚een zoon die hem geboren werd in zijn ouderdom' en niet ‚een enorm knappe zoon' (hoewel ‚**zakeen**' nog wel eens verklaard wordt als wijs, als een samentrekking van de woorden ‚**ze kana chogma**' — hij heeft zich wijsheid verworven). Maar als wij ouderdom uitleggen als wijsheid en Ja'akov zijn kennis kon delen met Joseef, dan had er in de Tora moeten staan: ‚**ben ziknoeto**' (= ouderdom).

Daarom geeft Rasjie nog een 3e verklaring: Joseef leek erg op Ja'akov. Dat verklaart een ander aspect van ‚zekoeniem': het meervoud van de uitgang -iem. Gezicht (= **paniem**) is in het Iwriet een meervoudsvorm. Dit duidt op uiterlijke gelijkenis tussen Ja'akov en Joseef. Toch is dit wel de minst waarschijnlijke verklaring voor Ja'akovs liefde. Daarom wordt deze laatste uitleg als derde gebracht.

Weet je nog, de droom van Ja'akov over de ladder naar de hemel? De vader droomde — nu droomt de zoon. Dromen horen bij deze familie.

… Joseef 17 jaar oud was toen zijn broers hem verkochten — en dat Ja'akov hem 22 jaar lang niet terugzag en over hem treurde?

… Ja'akov van al zijn 12 zoons hield — maar van Joseef „meer dan al zijn zonen", zoals het vers zegt (37:3)? Precies daarover geeft Rasjie zijn drie verklaringen.

… de wijnschenker van Farao Joseef vergat — en Joseef wel 12 jaar in de gevangenis bleef?

… Joseef in het huis van Potifar de hele dag „**Baroech Hasjem**" riep om duidelijk te maken dat G'd hem overal hielp?

*Eén woord hebben we getoetst — nu toetsen vijf kinderen de dromen zelf.*

**Eli:** „Joseef heeft twee dromen dat hij eens een machtige heerser wordt, waarvoor iedereen moet buigen. Maar hij kon ook dromen van anderen uitleggen. Zijn hoge positie als onderkoning van Egypte dankte hij aan de uitleg van de droom van de Farao, waarin de zeven vette en zeven magere jaren werden aangekondigd."

**Channa:** „Vreemd hè, maar in Tenach worden er voornamelijk profetische dromen, dromen van **nevi'oet**, behandeld. De droom van Joseef kwam ook echt uit. Zijn broers bogen ook werkelijk voor hem. Het was geen fantasie, bleek later. Maar ook tegenwoordig dromen nog vele mensen over dingen die zij op een normale manier niet zouden kunnen weten en die later toch waar blijken te zijn. Toch dromen de meeste mensen gewone, alledaagse dingen en niets bijzonders."

**Batsheva:** „Maimonides (1135–1204) is een van de eerste Rabbijnen die verschil maakte tussen **nevi'oet** (profetische, geheimen van de toekomst voorspellende dromen) en gewone dromen. Meestal dromen wij over dagresten: dingen uit het dagelijks leven, die kort tevoren gebeurden. Deze worden in je droom herhaald en verwerkt. Maimonides vindt dat waar je overdag intensief mee bezig bent, in je droom terugkeert."

**Chaim:** „Ik ken een leuk verhaal uit de Talmoed. Dat vertelt ook over deze functie van dromen: de Romeinse keizer vroeg eens aan Rabbi Jehosjoe'a: ‚Jullie zijn toch zo slim — vertel mij dan eens wat ik vannacht zal dromen.' Rabbi Jehosjoe'a antwoordde dat de keizer zou dromen dat hij door de Perzen — de aartsvijanden van de Romeinen — gevangen genomen zou worden en dat hij ongedierte met een gouden staf zou moeten weiden."

**Jalta:** „Ja, logisch: die keizer maalde daar de hele dag over door. Rabbi Jehosjoe'a vertelde hem expres een vreemde en angstaanjagende geschiedenis, opdat de keizer hier de hele dag over zou nadenken. En inderdaad: 's nachts droomde de keizer wat voorspeld was (B.T. Berachot 56a). Je ziet dus: wat je overdag heel erg bezighoudt, daar droom je 's nachts over. Dat kan ik ook!"

Maimonides zegt: waar je overdag mee bezig bent, komt 's nachts in je droom terug. Draai de zin eens om: jouw dromen verraden waar jij echt mee bezig bent. Wat zou jij willen dat jou zó bezighoudt, dat het zelfs in je dromen opduikt?

Sjabbat Sjalom!

Ben Zekunim

„Und Israel liebte Josef mehr als alle seine Söhne, denn er war ihm ein Sohn, der **ben Zekunim** war" (Bereschit 37,3).

Raschi gibt für „ben Zekunim" drei Erklärungen:

1. Ein Sohn, der ihm in seinem Alter geboren wurde. 2. Josef war ein kluger Sohn. Die Tora meint damit: Alles, was Jaakow bei Schem und Ewer gelernt hatte, gab er an Josef weiter. 3. Der Glanz (die Schönheit) von Josefs Gestalt glich dem seines Vaters Jaakow. Das Wort „Zekunim" ist eine Zusammenziehung von „**Ziw Ikonin**" — der Glanz seiner Erscheinung.

Drei schöne Erklärungen — und doch hat jede ihr Problem.

Die erste Erklärung wirkt einfach, aber sie nennt keinen wirklichen Grund, warum Jaakow Josef den Brüdern vorziehen sollte. Außerdem: Binjamin war jünger als Josef und wurde geboren, als Jaakow noch viel älter war. Läge der wahre Grund im Alter des Vaters, dann hätte Jaakow Binjamin noch mehr lieben müssen.

Nach der zweiten Erklärung ist Jaakows Vorliebe schon verständlicher: Alle tiefen Geheimnisse der Tora teilte er mit Josef — und nicht mit den anderen Brüdern. Aber einfach ist auch diese Erklärung nicht. Denn in der Tora steht: „ein Sohn, der ihm im Alter geboren wurde" — und nicht: „ein besonders kluger Sohn". Zwar wird „**Zakén**", ein Alter, manchmal als „Weiser" gedeutet — als Zusammenziehung von „**ze kana chochma**": einer, der sich Weisheit erworben hat. Doch wenn „Alter" hier „Weisheit" bedeuten soll und Jaakow sein Wissen mit Josef teilen konnte, dann hätte in der Tora „**ben Ziknuto**" stehen müssen — „der Sohn seines Alters".

Darum bringt Raschi noch eine dritte Erklärung: Josef sah Jaakow sehr ähnlich. Das erklärt eine weitere Eigenheit von „Zekunim" — die Mehrzahl-Endung „-im". Auch „Gesicht", **Panim**, ist im Iwrit eine Mehrzahlform. Das deutet auf die äußere Ähnlichkeit zwischen Jaakow und Josef. Und doch ist gerade dies die unwahrscheinlichste Erklärung für Jaakows Liebe. Darum wird sie als dritte gebracht.

Erinnerst du dich an Jaakows Traum von der Himmelsleiter? Der Vater träumte — jetzt träumt der Sohn. Träume begleiten diese Familie.

… dass Josef siebzehn Jahre alt war, als seine Brüder ihn verkauften — und dass Jaakow ihn 22 Jahre lang nicht wiedersah und um ihn trauerte?

… dass Jaakow alle seine zwölf Söhne lieb hatte — und Josef „mehr als alle seine Söhne", wie der Vers sagt (37,3)? Genau dazu bringt Raschi seine drei Erklärungen.

… dass der Weinschenk des Pharao Josef vergaß — und Josef insgesamt zwölf Jahre im Gefängnis blieb?

… dass Josef im Haus Potifars den ganzen Tag „**Baruch Haschem**" sagte, damit Potifar begriff: G'tt hilft ihm überall?

*Ein Wort haben wir geprüft — jetzt prüfen fünf Kinder die Träume selbst.*

**Eli:** „Josef hat zwei Träume: dass er einmal ein mächtiger Herrscher wird, vor dem sich alle verneigen. Aber er konnte auch die Träume anderer deuten. Seine hohe Stellung als Vizekönig von Ägypten verdankte er später der Deutung von Pharaos Traum — dem Traum, der die sieben fetten und die sieben mageren Jahre ankündigte."

**Channa:** „Merkwürdig, oder? Im Tanach geht es fast nur um prophetische Träume — Träume der **Newua**. Josefs Traum ging ja wirklich in Erfüllung: Seine Brüder verneigten sich später tatsächlich vor ihm. Es war keine Fantasie — das zeigte sich erst später. Auch heute noch träumen viele Menschen Dinge, die sie auf normalem Weg gar nicht wissen können und die sich später als wahr herausstellen. Und doch: Die meisten Menschen träumen gewöhnliche, alltägliche Dinge — nichts Besonderes."

**Batschewa:** „Maimonides war einer der ersten Rabbiner, die einen Unterschied machten zwischen **Newua** — prophetischen Träumen, die Geheimnisse der Zukunft tragen — und gewöhnlichen Träumen. Meistens träumen wir von Tagesresten: von Dingen aus dem Alltag, die kurz vorher geschehen sind. Sie kehren im Traum wieder und werden dort verarbeitet. Maimonides sagt: Womit du dich am Tag intensiv beschäftigst, das kehrt in deinem Traum zurück."

**Chaim:** „Dazu kenne ich eine schöne Geschichte aus dem Talmud. Der römische Kaiser fragte einmal Rabbi Jehoschua: ‚Ihr seid doch so klug — sag mir, was ich heute Nacht träumen werde.' Rabbi Jehoschua antwortete: Der Kaiser werde träumen, dass die Perser — die Erzfeinde der Römer — ihn gefangen nehmen und dass er mit einem goldenen Stab Ungeziefer hüten müsse."

**Jalta:** „Ja, logisch! Der Kaiser grübelte darüber den ganzen Tag. Rabbi Jehoschua hatte ihm mit Absicht eine fremde, unheimliche Geschichte erzählt, damit der Kaiser den ganzen Tag daran denken musste. Und wirklich: In der Nacht träumte der Kaiser genau das, was vorausgesagt war (Berachot 56a). Da siehst du es: Was dich am Tag sehr beschäftigt, davon träumst du in der Nacht. Das kann ich auch!"

Maimonides sagt: Womit du dich am Tag beschäftigst, das kehrt nachts im Traum zurück. Dreh den Satz einmal um: Deine Träume verraten, womit du dich wirklich beschäftigst. Was möchtest du, dass dich so sehr beschäftigt, dass es sogar in deinen Träumen auftaucht?

Schabbat Schalom!