Parasja·Project

MikeetsMikez 10

Dit hoofdstuk in alle drie de leeftijdsdelen. Kies hierboven een deel; de streep eronder zegt wat er klaar is en wat nog niet. Onder „Bladzijden” ziet u de tekst en het beeld zoals ze op de bladzijde naast elkaar komen — de indeling mag nog veranderen, de beelden blijven. Dieses Kapitel in allen drei Altersstufen. Wählen Sie oben einen Band; der Streifen darunter sagt, was fertig ist und was nicht. Unter „Seiten“ sehen Sie Text und Bild so, wie sie auf der Seite nebeneinander kommen — die Aufteilung darf sich noch ändern, die Bilder bleiben.

Dit deel is compleet.Dieser Band ist vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ✓BladindelingSeitenaufteilung 8
  • ✓Alle tekstkadersAlle Textkästen 8/8
  • ✓BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen 8/8
  • ✓Beelden gemaaktBilder erstellt 8/8

MikeetsMikez — Mikeets · De droom van de koning

⚠ Wordt nog verbeterd — is in bewerking Wird noch verbessert — ist in Arbeit

De beelden van dit hoofdstuk voldoen nog niet aan uw zeven regels van 9 september. Wat er precies aan schort en wanneer het aan de beurt is, staat op de lijst van alle hoofdstukken. Er wordt niets opnieuw getekend voordat u de figuurbladen heeft goedgekeurd. Die Bilder dieses Kapitels erfüllen Ihre sieben Regeln vom 9. September noch nicht. Was genau fehlt und wann es an der Reihe ist, steht auf der Liste aller Kapitel. Es wird nichts neu gezeichnet, bevor Sie die Figurenblätter freigegeben haben.

Deze bladzijden staan gezet in het NederlandsNiederländisch. Onder elke dubbele bladzijde kunt u iets zeggen — het komt direct in het project terecht. Diese Seiten stehen gesetzt auf NederlandsNiederländisch. Unter jeder Doppelseite können Sie etwas sagen — es kommt direkt im Projekt an.

Hoort bij het vorige hoofdstuk.Gehört zum vorigen Kapitel.

Vraag aan jou

Denk aan jouw week: wanneer was jij een keer jaloers of echt boos — en aan wie had je het kunnen vertellen?Denk an deine Woche: Wann warst du einmal eifersüchtig oder richtig wütend — und wem hättest du es erzählen können?

Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!

70

Mikeets

De koning van Egypte, Farao, werd midden in de nacht wakker. Hij was heel erg in de war van twee vreemde dromen. Hij had zo gek gedroomd. Hij riep alle mensen die dromen konden uitleggen bij elkaar. Hij begreep helemaal niets van zijn dromen.Mitten in der Nacht schreckte Pharao hoch, der König von Ägypten. Zwei fremde Träume hatte er gehabt, und sie brachten ihn ganz durcheinander. So wirr hatte er noch nie geträumt. Er ließ alle Männer zusammenrufen, die Träume deuten konnten. Denn er selbst verstand nicht das Kleinste davon.

71

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

„Ik had twee heel erge dromen. Ik moet iemand hebben die mij die dromen kan uitleggen”, zei Farao. Maar niemand kon Farao uitleggen wat hij gedroomd had.„Ich habe zwei schreckliche Träume gehabt", sagte Pharao. „Ich brauche jemanden, der mir diese Träume erklären kann." Aber keiner konnte Pharao erklären, was er geträumt hatte. Keiner.

Plotseling herinnerde de wijnschenker zich een Joodse slaaf: Joseef. Joseef had in de gevangenis de droom van de bakker en de wijnschenker goed uitgelegd. „Ik ken iemand die uw droom kan uitleggen”, vertelde hij Farao. „Hij zit in de gevangenis.” De koning was zo in de war van zijn dromen dat hij Joseef direct uit de gevangenis liet halen.Da fiel dem Weinschenk plötzlich etwas ein: ein jüdischer Sklave, drüben im Gefängnis — Josef. Josef hatte dort den Traum des Bäckers und den Traum des Weinschenks richtig gedeutet. „Ich kenne jemanden, der Euren Traum erklären kann", sagte der Weinschenk zu Pharao. „Er sitzt im Gefängnis." Und weil dem König seine Träume nicht aus dem Kopf gingen, ließ er Josef auf der Stelle aus dem Gefängnis holen.

72

„Ik kan hem natuurlijk direct weer terugsturen naar de gevangenis als ik het niet leuk vind wat hij zegt”, zei Farao.„Wenn mir nicht gefällt, was er sagt", sagte Pharao, „kann ich ihn ja sofort wieder zurückschicken."

Joseef werd geschoren en kreeg mooie kleren omdat hij bij de koning moest komen. Toen Joseef voor de koning stond zei hij: „Koning, vertel mij uw dromen. Ik zal G’d vragen mij te helpen uw dromen uit te leggen.”Josef wurde rasiert und bekam schöne Kleider, denn er sollte vor den König treten. Und als Josef vor dem König stand, sagte er: „König, erzählt mir Eure Träume. Ich werde G'tt bitten, mir zu helfen, sie zu deuten."

Weet je nog, de droom van Joseef over de bundels stro? Toen wilden zijn broers niet naar hem luisteren. Nu droomt een koning — en iedereen wacht tot Joseef iets zegt.Erinnerst du dich an Josefs Traum von den Garben? Damals wollten seine Brüder ihm nicht zuhören. Jetzt träumt ein König — und alle warten darauf, dass Josef etwas sagt.
73

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Farao vertelde zijn dromen aan Joseef: „Ik stond naast de rivier en zag dat zeven vette koeien gras aan het eten waren. Plotseling kwamen er zeven heel magere koeien uit de rivier en aten die vette koeien op. Nadat ze de vette koeien opgegeten hadden, waren ze nog even mager als ze in het begin waren. Toen werd ik wakker. Maar ik viel weer in slaap en ik had nog een andere droom”, zei Farao.Da erzählte Pharao Josef seine Träume: „Ich stand am Fluss und sah sieben fette Kühe, die fraßen Gras. Auf einmal stiegen sieben ganz magere Kühe aus dem Fluss und fraßen die fetten Kühe auf. Und nachdem sie die fetten Kühe aufgefressen hatten, waren sie noch genauso mager wie am Anfang. Da wachte ich auf. Aber ich schlief wieder ein, und ich hatte noch einen zweiten Traum", sagte Pharao.

74

„In deze droom zag ik zeven volle korenaren. En daarna verschenen er zeven uitgedroogde, dunne korenaren en die aten de volle korenaren op. Nadat ze de volle korenaren hadden opgegeten waren de dunne korenaren nog even dun en uitgedroogd als daarvoor!”„In diesem Traum sah ich sieben volle Kornähren. Und danach kamen sieben vertrocknete, dünne Ähren, und die fraßen die vollen Ähren auf. Und nachdem sie die vollen Ähren aufgefressen hatten, waren die dünnen Ähren noch genauso dünn und vertrocknet wie vorher!"

Farao vroeg aan Joseef: „Ik heb al mijn droomuitleggers mijn dromen verteld. Maar niemand kon ze uitleggen.”Dann sagte Pharao zu Josef: „Ich habe allen meinen Traumdeutern meine Träume erzählt. Aber keiner konnte sie deuten."

„Beide dromen betekenen hetzelfde”, zei Joseef tegen Farao.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

75

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

„Er zal zeven jaar heel veel te eten zijn in Egypte. Maar dan zal er zeven jaar niets te eten zijn: een hele grote hongersnood. Niets zal er groeien.”„Beide Träume bedeuten dasselbe", sagte Josef zu Pharao. „Sieben Jahre lang wird es in Ägypten sehr viel zu essen geben. Aber danach wird es sieben Jahre lang nichts zu essen geben: eine ganz große Hungersnot. Nichts wird wachsen."

„U moet een wijs man aanstellen over Egypte, die in de zeven jaren van veel eten alles opslaat in een grote graanschuur zodat er genoeg te eten is voor de zeven hongerjaren.”„Ihr müsst einen klugen Mann über Ägypten setzen. In den sieben Jahren, in denen es viel zu essen gibt, soll er alles in einem großen Kornspeicher sammeln. Dann ist auch in den sieben Hungerjahren genug zu essen da."

Farao zag dat hij groot gelijk had. „Niemand is slimmer dan jij, Joseef”, zei Farao. „Jij wordt onderkoning van Egypte.” Farao gaf Joseef toen prachtige kleren en een gouden halsketting. Joseef reed in de koninklijke wagen. Joseef trouwde met Osnat. Zij kregen twee zoons: Menasje en Efraim.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

76

Wie kon dat?Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Eli: „Farao had alle droomuitleggers van heel Egypte gevraagd. Allemaal! En niemand wist iets. Toen halen ze een gevangene uit de gevangenis — en die weet het wél. Hoe kan dat?”**Eli:** „Pharao hatte alle Traumdeuter von ganz Ägypten gefragt. Alle! Und keiner wusste etwas. Dann holen sie einen Gefangenen aus dem Gefängnis — und der weiß es. Wie kann das sein?"

Ariella: „Luister nog eens goed naar wat Joseef als eerste zei. Niet: ‚Ik kan dat.’ Niet: ‚Ik ben de beste.’ Maar: ‚Ik zal G’d vragen mij te helpen.’ En dat zei hij voordat hij de droom gehoord had.”**Ariella:** „Hör noch einmal genau hin, was Josef als Erstes gesagt hat. Nicht: ‚Ich kann das.' Nicht: ‚Ich bin der Beste.' Sondern: ‚Ich werde G'tt bitten, mir zu helfen.' Und das hat er gesagt, **bevor** er den Traum überhaupt gehört hatte."

Asaf: „En daarna deed Joseef nog iets waar niemand om gevraagd had. Hij zei niet alleen wat de droom betekende. Hij zei ook wat je nu moet doen: opslaan zolang er veel is. En Farao merkte meteen dat hij precies zo’n man nodig had.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Wist je dat…
  • Joseef en Osnat twee zoons hadden? De een heette Menasje en de ander Efraim. Allebei de namen zijn een dank: Menasje — „G’d deed mij vergeten al mijn tegenspoed”. Efraim — „G’d liet mij vruchtbaar zijn in het land van mijn ellende”.… dass Josef und Osnat zwei Söhne hatten? Der eine hieß Menasche, der andere Efrajim. Beide Namen sind ein Dank: **Menasche** — „G'tt hat mich vergessen lassen, was schwer war". **Efrajim** — „G'tt hat mich wachsen lassen in dem Land, in dem es mir schlecht ging".
  • Joseef een groot plan bedacht om Mitsraim te redden van de hongersnood — en dat er later zelfs mensen van verre landen kwamen om eten te kopen bij Joseef?… dass Josef einen großen Plan machte, um Ägypten vor der Hungersnot zu retten — und dass später sogar Menschen aus fernen Ländern kamen, um bei ihm Getreide zu kaufen?
  • Joseef zijn broers wel herkende maar zijn broers hem niet herkenden omdat Joseef nu een baard droeg en de broers niet dachten dat die strenge onderkoning hun broer Joseef was?… dass Josef seine Brüder wiedererkannte, seine Brüder ihn aber nicht? Josef trug jetzt einen Bart, und keiner von ihnen dachte, dass dieser strenge Vizekönig ihr Bruder Josef sein könnte.
  • Joseef zijn broers ervan beschuldigde dat zij spionnen waren?… dass Josef seine Brüder beschuldigte, sie seien Spione?
77

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Vraag aan jou

’s Morgens zit Joseef nog in de gevangenis. Dan wordt hij geschoren, krijgt hij mooie kleren en wordt hij naar de koning gebracht. Wat ging er op die weg volgens jou door zijn hoofd?Am Morgen sitzt Josef noch im Gefängnis. Dann wird er rasiert, bekommt schöne Kleider und wird zum König gebracht. Was, glaubst du, ging ihm auf diesem Weg durch den Kopf?

Chanoeka Sameach! · Sjabbat Sjalom!Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

78

Hoort bij het volgende hoofdstuk.Gehört zum nächsten Kapitel.

Vajigasj

Ja’akov ging naar Egypte. Al zijn kinderen en zijn vrouwen gingen met hem mee. Ja’akov ging wonen in het land Gosjen.Eine lange Karawane zog nach Ägypten. Ganz vorn ging Jaakow, und hinter ihm kamen alle seine Kinder und seine Frauen. Ihr Weg endete im Land Goschen. Dort wollten sie wohnen.

Het land Gosjen was heel vruchtbaar. Daar groeide van alles. Joseef wilde zijn vader zo snel mogelijk zien. Hij ging zelf naar het land Gosjen toe om zijn vader te ontmoeten.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

79

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Tien broers voor de onderkoning

Er waren eerst zeven jaren met grote oogsten. Er was heel veel te eten. De graanschuren waren vol. Toen brak er plotseling hongersnood uit. De aarde was droog. Er groeide niets meer. Maar Joseef had heel veel graan opgeslagen gedurende de goede jaren. Mensen kwamen van verre landen om eten te kopen bij Joseef.

In Kena'an waren Ja'akov en zijn familie ook hongerig. Toen Ja'akov hoorde dat er te eten was in Mitsraim stuurde hij zijn zoons erop uit om graan te kopen. Alleen Benjamin, zijn jongste zoon, bleef thuis. De tien broers van Joseef stonden daar voor Joseef, die nu de onderkoning was en heel belangrijk!

Joseef wist wie zij waren maar zij wisten niet wie hij was. Hij had nu een baard en droeg koninklijke kleren zodat niemand van de broers hem herkende. Toen zij bogen voor Joseef herinnerde hij zich zijn dromen.

Joseef beschuldigde hen ervan dat zij spionnen waren: „Jullie zijn hierheen gekomen om Mitsraim te bespioneren", zei Joseef.

„O nee hoogheid, we komen alleen maar eten kopen voor onze families", antwoordde Re'oeween.

„Maar ik begreep dat jullie toch echt via allerlei verschillende poorten Mitsraim zijn binnengekomen, net zoals spionnen dat doen", zei Joseef.

„Wij zijn inderdaad via verschillende poorten naar binnen gekomen", zei Re'oeween, „maar we zochten onze verloren broer. Wij waren eigenlijk met zijn twaalven thuis. Maar één is verloren gegaan en de andere, Benjamin, is thuis bij onze vader."

Joseef wist dat hij de verloren broer was waar ze over spraken.

„Ik geloof jullie niet. Jullie zijn spionnen. Als er nog een andere broer thuis is bij jullie vader breng hem dan hier", commandeerde Joseef.

De broers stonden daar in de kamer met Joseef en begonnen met elkaar **Iwriet** te spreken. Ze wisten niet dat Joseef dat kon verstaan.

„Dit overkomt ons allemaal omdat wij onze broer Joseef verkocht hebben", herinnerde Re'oeween zijn broers. „We hebben niet naar zijn gehuil geluisterd toen we hem verkochten. Heb ik jullie niet gezegd dat jullie hem niet mochten pijn doen? Maar jullie wilden niet naar mij luisteren."

Joseef deed net alsof hij het niet verstond. Hij voelde zich treurig maar hij wilde nog niet toegeven.

„Jij", zei Joseef en hij wees naar Sjimon, „jij moet hier blijven terwijl je broers jullie jongste broer Benjamin ophalen."

Toen de broers Ja'akov vertelden wat er gebeurd was, riep Ja'akov uit: „Wat hebben jullie mij aangedaan. Joseef is verdwenen en jullie willen ook nog Benjamin meenemen? Nee!"

Ja'akov weigerde om Benjamin mee te geven. Dagen gingen voorbij en het eten raakte op. Ze moesten nu echt terug naar Mitsraim. Er was niks meer te eten.

„Goed", zei Ja'akov, „gaan jullie maar. Moge G'd jullie beschermen."

Weet je nog, de wijnschenker die Joseef in de gevangenis vergat? Twee jaar later dacht hij toch weer aan hem — en Joseef legde de dromen van de koning uit. Daarom staat hij nu als onderkoning tegenover zijn broers.

… de broers op de terugweg uit Mitsraim geld in hun zak vonden dat zij terugbrachten aan de onderkoning?

… Ja'akov allerlei lekkere dingen als geschenk meegaf voor de onderkoning van Mitsraim zoals noten en amandelen, honing en specerijen?

… Joseef een zilveren beker in de zak van Benjamin liet verstoppen om hem later van diefstal te kunnen beschuldigen en hem gevangen te nemen?

… Jehoeda opkwam voor zijn jongste broertje Benjamin en hem met gevaar voor eigen leven probeerde te redden uit de handen van de onderkoning van Mitsraim?

**Eli:** „Ik vind Joseef eigenlijk best gemeen om zijn broers te beschuldigen als spionnen. Dat was helemaal niet waar. Ze wilden alleen wat eten kopen. Ze gingen door verschillende poorten Mitsraim binnen om Joseef overal te zoeken."

**Ariella:** „Ik denk dat Joseef zijn broers wilde uittesten of ze nu wel zouden opkomen voor hun broertje Benjamin om hem te redden uit de handen van de onderkoning."

**Asaf:** „Daarmee zouden ze dan goedgemaakt hebben dat ze Joseef 22 jaar eerder als slaaf verkocht hadden. Toen waren ze laf en nu werden ze helden. Dan kregen ze nu door Benjamin te redden **kappara** voor de verkoop van Joseef."

**Ita:** „Dat was ook de bedoeling van Joseef. Hij wilde kijken of zijn broers **tesjoeva** hadden gedaan en nu hun broertje zouden redden in plaats van verkopen."

Vind je het goed of dom, dat Joseef zijn broers uittestte om te kijken of zij nu zouden redden in plaats van verkopen?

Sjabbat Sjalom!

Zehn Brüder vor dem Vizekönig

Sieben Jahre lang gab es große Ernten, sehr viel zu essen und volle Kornspeicher. Dann, ganz plötzlich, brach die Hungersnot aus. Die Erde war trocken. Nichts wuchs mehr. Aber Josef hatte in den guten Jahren sehr viel Getreide eingelagert. Aus fernen Ländern kamen die Menschen, um bei Josef Getreide zu kaufen.

In Kenaan hatten Jaakow und seine Familie auch Hunger. Als Jaakow hörte, dass es in Ägypten zu essen gab, schickte er seine Söhne los, um Getreide zu kaufen. Nur Binjamin, sein jüngster Sohn, blieb zu Hause. Und so standen Josefs zehn Brüder vor Josef — der jetzt Vizekönig war, ein sehr wichtiger Mann!

Josef wusste, wer sie waren. Aber sie wussten nicht, wer er war. Er trug jetzt einen Bart und königliche Kleider, und keiner von den Brüdern erkannte ihn. Als sie sich vor Josef verneigten, erinnerte er sich an seine Träume.

Josef beschuldigte sie: „Ihr seid hierhergekommen, um Ägypten auszuspionieren."

„O nein, Hoheit, wir wollen nur Essen für unsere Familien kaufen", antwortete Re'uwen.

„Aber wie ich gehört habe, seid ihr durch lauter verschiedene Tore nach Ägypten hereingekommen — genau so, wie Spione es machen", sagte Josef.

„Wir sind tatsächlich durch verschiedene Tore hereingekommen", sagte Re'uwen, „aber wir haben unseren verlorenen Bruder gesucht. Zu Hause waren wir eigentlich zwölf. Aber einer ist verloren gegangen, und der andere, Binjamin, ist zu Hause bei unserem Vater."

Josef wusste: Er selbst war der verlorene Bruder, von dem sie sprachen.

„Ich glaube euch nicht. Ihr seid Spione. Wenn noch ein Bruder zu Hause bei eurem Vater ist, dann bringt ihn her", befahl Josef.

Die Brüder standen bei Josef im Raum und fingen an, miteinander **Iwrit** zu sprechen — Hebräisch, die Sprache von zu Hause. Sie wussten nicht, dass Josef das verstehen konnte.

„Das alles passiert uns, weil wir unseren Bruder Josef verkauft haben", erinnerte Re'uwen seine Brüder. „Wir haben nicht auf sein Weinen gehört, als wir ihn verkauften. Habe ich euch nicht gesagt, dass ihr ihm nicht wehtun dürft? Aber ihr wolltet nicht auf mich hören."

Josef tat, als verstünde er kein Wort. Er war traurig — aber nachgeben wollte er noch nicht.

„Du", sagte Josef und zeigte auf Schimon, „du bleibst hier, während deine Brüder euren jüngsten Bruder Binjamin holen."

Als die Brüder Jaakow erzählten, was geschehen war, rief Jaakow: „Was habt ihr mir angetan! Josef ist verschwunden — und jetzt wollt ihr mir auch noch Binjamin nehmen? Nein!"

Jaakow weigerte sich, Binjamin mitzugeben. Tage vergingen, und das Essen ging aus. Jetzt mussten sie wirklich zurück nach Ägypten. Es war nichts mehr da.

„Gut", sagte Jaakow. „Dann geht. Möge G'tt euch beschützen."

Erinnerst du dich an den Weinschenk, der Josef im Gefängnis vergaß? Zwei Jahre später fiel er ihm doch wieder ein — und Josef deutete die Träume des Königs. Deshalb steht er jetzt als Vizekönig vor seinen Brüdern.

… dass die Brüder auf dem Rückweg aus Ägypten ihr Geld in ihren Säcken fanden — und dass sie es dem Vizekönig zurückbrachten?

… dass Jaakow allerlei gute Dinge als Geschenk für den Vizekönig von Ägypten mitgab — Nüsse und Mandeln, Honig und Gewürze?

… dass Josef einen silbernen Becher in Binjamins Sack verstecken ließ, um ihn später des Diebstahls beschuldigen und gefangen nehmen zu können?

… dass Jehuda für seinen jüngsten Bruder Binjamin eintrat und ihn unter Lebensgefahr aus den Händen des Vizekönigs von Ägypten zu retten versuchte?

**Eli:** „Ich finde Josef eigentlich ziemlich gemein — seine Brüder als Spione zu beschuldigen. Das stimmte doch überhaupt nicht. Sie wollten nur etwas zu essen kaufen. Und durch verschiedene Tore sind sie nach Ägypten hineingegangen, um überall nach Josef zu suchen."

**Ariella:** „Ich glaube, Josef wollte seine Brüder auf die Probe stellen: ob sie sich diesmal für ihren kleinen Bruder Binjamin einsetzen und ihn aus den Händen des Vizekönigs retten würden."

**Assaf:** „Damit hätten sie dann wiedergutgemacht, dass sie Josef 22 Jahre vorher als Sklaven verkauft haben. Damals waren sie feige, und jetzt wurden sie Helden. Dann bekämen sie dadurch, dass sie Binjamin retten, **Kappara** für den Verkauf von Josef — die Sache wäre vergeben."

**Ita:** „Genau das war auch Josefs Absicht. Er wollte sehen, ob seine Brüder **Tschuwa** getan hatten — ob sie umgekehrt waren und ihren Bruder jetzt retten würden, statt ihn zu verkaufen."

Findest du es gut oder dumm, dass Josef seine Brüder auf die Probe stellte, um zu sehen, ob sie jetzt retten würden statt zu verkaufen?

Schabbat Schalom!

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Vergeten en groeien

„En Joseef werden twee zonen geboren. De eerstgeborene noemde hij **Menasje**: ‚want G'd deed mij vergeten al mijn tegenspoed en het hele huis van mijn vader' en de naam van de tweede noemde hij **Efraïm**: ‚want G'd liet mij vruchtbaar zijn in het land van mijn ellende'" (41:51–52).

Vrijdagavond zegenen we onze jongens met de spreuk „moge G'd jullie maken als Efraïm en Menasje". De meisjes worden gezegend met de Aartsmoeders.

Waarom zegenen wij onze jongens nog steeds met de levensloop van Efraïm en Menasje? Sommigen leggen uit, dat dit de eerste joodse kinderen waren, die in **galoet** – buiten Erets Jisra'eel – opgevoed werden. Zij konden hun joodse identiteit in de Egyptische goles staande houden. Geweldig!

Maar andere **Chagamiem** geven een diepere betekenis aan beide namen. Menasje betekent „het slechte doen vergeten": weglopen van het kwade. Efraïm – van de stam vermeerderen, laten uitbloeien – duidt op het versterken van het goede. Dat wensen wij onze kinderen vrijdagavond: vermijd het slechte en werk aan het goede!

Toch blijft er een groot probleem over. Waarom dankt Joseef G'd voor het vergeten van zijn vaders huis? Onbegrijpelijk! Zijn vader zat **sjiwwe** – rouwde – om hem. Zijn broers stonden doodsangsten uit, dat vader Ja'akov het complot tegen Joseef zou ontdekken. En Joseef zit daar hoog en droog op de Egyptische onderkoningstroon zijn familie te vergeten?! Dat hij zijn broers even kon missen, lijkt begrijpelijk. Ze hadden hem verkocht als slaaf, maar zijn vader, die juist hem een speciale Tora training en voorkeursbehandeling had gegeven, díe had hij nooit mogen vergeten.

Dat brengt ons op de volgende vraag: waarom heeft Joseef niet even een boodschap gestuurd aan zijn treurende vader, via gezanten, e-mail of post, om hem te vertellen dat hij tot onderkoning benoemd was? Zijn moeder, Racheel, was inmiddels overleden. Maar zijn vader Ja'akov had hij best even een teken van leven mogen sturen.

**Kiboed horiem** – eerbied voor ouders – is een groot goed. Maar ontzag voor Hasjeem staat nog hoger omdat zowel kind als ouder Hasjeem moeten eren.

Joseef had dromen en Ja'akov was overtuigd van de waarheid van die profetische dromen. De Tora vertelt zelfs dat Ja'akov uitzag naar de vervulling van de droom. Wat had Joseef gedroomd? Dat de zon, de maan en de elf sterren voor hem zouden buigen. De zon was zijn vader, de maan was zijn pleegmoeder Bilha en de elf sterren waren zijn broers. Dit was geen ordinaire droom maar een ware profetie, en zoals iedere profetie een opdracht van Hasjeem. Zijn hele familie zou voor hem buigen.

Weet je nog de vraag wat een droom is — nevi'oet of dagrest? Hier staat het antwoord voor de droom van Joseef: nevi'oet. En een nevi'oet is geen plaatje, maar een opdracht.

… Farao twee dromen had — zeven vette en zeven magere koeien, zeven volle en zeven dunne korenaren — en dat Joseef ze allebei **hetzelfde** uitlegde: zeven jaren overvloed, daarna zeven jaren honger?

… de beide zonen van Joseef nog **vóór** de hongerjaren geboren werden (41:50)? De namen zijn dus in de goede jaren gegeven.

… de broers van Joseef hem niet herkenden toen zij voor hem stonden — hij droeg een baard en koninklijke kleren —, maar dat hij hen meteen herkende?

… de broers op de terugweg uit Mitsraim het geld in hun zakken vonden — en het terugbrachten aan de onderkoning?

**Jalta:** „De tekst stelt het bezwaar — en laat het staan. Heeft iemand er ooit antwoord op gegeven?"

**Eli:** „Ik hoop het. Zoals dit vers er staat, houd ik het niet uit."

**Chaim:** „Rabbi Jakov Tswi Mecklenburg — hij leefde van 1785 tot 1865 in Duitsland — legt het zo uit: Joseef speelde geen kat-en-muisspelletje toen hij zijn broers heen en weer liet reizen tussen zijn hof en het huis van hun vader. Had hij direct verteld wie hij was, dan hadden ze nooit voor hem gebogen! Dáárom die verwijdering, voor even althans."

**Jalta:** „En daarom heeft hij ook nooit iets laten horen aan huis. Zou Joseef bericht hebben dat hij carrière had gemaakt aan het hof van Fara'o, dan zou zijn profetie nooit zijn uitgekomen. Maximaal had er een gezinshereniging plaatsgevonden: eind goed, al goed — en de opdracht onvervuld."

**Channa:** „Dan was dat vergeten dus geen kilte, maar werk. Joseef moest even wat minder emotioneel worden naar thuis toe en zijn vaders huis even ‚vergeten'. En hij dankte Hasjeem dat hij niet in een verscheurende tweestrijd terechtkwam en het verbroken contact met zijn vaders huis aankon."

**Chaim:** „Ook van zijn broers vervreemdde hij zich met opzet — om een reactie aan hen te ontlokken. Zij hadden hem 22 jaar eerder verkocht. Als zij nu zouden opkomen voor de andere zoon van hun tante Racheel, voor Benjamin, zou hun misdaad vergeven zijn. En de broers doorstonden die test glansrijk."

**Jalta:** „Dan blijft de grote vraag: waarom moest juist Ja'akov zo lang verstoken blijven van de liefde van zijn zoon?"

**Eli:** „Ja'akov zelf was ook zeer lange tijd weggeweest uit zijn vaders huis — 22 jaar, even lang als de scheiding van Joseef. Hij had Jitschak en Rivka weliswaar op hun eigen uitdrukkelijke verzoek alleen gelaten. En toch werd het hem een beetje kwalijk genomen. Of dat genoeg is voor 22 jaar rouw, weet ik nog steeds niet."

**Channa:** „Hij werd in staat gesteld om daarvoor hier op aarde te boeten — zodat hij volledig onschuldig de **Olam haba** kon binnengaan, de toekomstige wereld. Zuiverheid van geest en bedoelingen: dat was het enige werkelijk belangrijke in het leven van onze Aartsvaders."

Rabbi Mecklenburg zegt: Joseef speelde geen spelletje, hij voerde een opdracht uit. Overtuigt die uitleg jou — of weegt voor jou zwaarder dat een vader 22 jaar lang rouwde om een zoon die allang leefde?

Sjabbat Sjalom!

Vergessen und wachsen

„Und Josef wurden zwei Söhne geboren. Den Erstgeborenen nannte er **Menasche** — ‚denn G'tt hat mich alles Ungemach vergessen lassen und das ganze Haus meines Vaters'. Und den Namen des zweiten nannte er **Efrajim** — ‚denn G'tt hat mich fruchtbar werden lassen im Land meines Elends'" (Bereschit 41,51–52).

Am Freitagabend segnen wir unsere Jungen mit dem Spruch: „Möge G'tt dich machen wie Efrajim und wie Menasche." Die Mädchen werden mit den Erzmüttern gesegnet.

Warum segnen wir unsere Jungen bis heute mit dem Lebensweg von Efrajim und Menasche? Manche erklären es so: Das waren die ersten jüdischen Kinder, die in der **Galut** aufwuchsen — außerhalb von Erez Jisrael. Sie konnten ihre jüdische Identität in der ägyptischen Galut halten. Großartig!

Aber andere **Chachamim** geben beiden Namen eine tiefere Bedeutung. Menasche heißt: „das Schlechte vergessen machen" — weglaufen vom Bösen. Efrajim kommt vom Wortstamm „vermehren, aufblühen lassen" — das deutet auf das Stärken des Guten. Genau das wünschen wir unseren Kindern am Freitagabend: Meide das Schlechte und arbeite am Guten!

Und doch bleibt ein großes Problem übrig. Warum dankt Josef G'tt dafür, dass er das Haus seines Vaters vergessen hat? Unbegreiflich! Sein Vater saß **Schiwa** — er trauerte um ihn. Seine Brüder standen Todesängste aus, Vater Jaakow könnte das Komplott gegen Josef entdecken. Und Josef sitzt derweil sicher und satt auf dem ägyptischen Vizekönigsthron und vergisst seine Familie?! Dass er seine Brüder eine Weile entbehren konnte, scheint verständlich — sie hatten ihn als Sklaven verkauft. Aber seinen Vater, der gerade ihm eine besondere Tora-Ausbildung und eine Vorzugsbehandlung gegeben hatte: den hätte er nie vergessen dürfen.

Das bringt uns zur nächsten Frage. Warum hat Josef seinem trauernden Vater nicht wenigstens eine Nachricht geschickt — durch Boten oder, wie wir heute sagen würden, per E-Mail oder Post? Er hätte ihm doch erzählen können, dass er zum Vizekönig ernannt worden war. Seine Mutter Rachel war inzwischen gestorben. Aber seinem Vater Jaakow hätte er ruhig ein Lebenszeichen schicken dürfen.

**Kibbud Horim** — die Ehrfurcht vor den Eltern — ist ein hohes Gut. Aber die Ehrfurcht vor Haschem steht noch höher, weil sowohl das Kind als auch die Eltern Haschem ehren müssen.

Josef hatte Träume, und Jaakow war von der Wahrheit dieser prophetischen Träume überzeugt. Die Tora erzählt sogar, dass Jaakow der Erfüllung des Traums entgegensah. Was hatte Josef geträumt? Dass die Sonne, der Mond und die elf Sterne sich vor ihm verneigen würden. Die Sonne war sein Vater, der Mond war seine Pflegemutter Bilha, und die elf Sterne waren seine Brüder. Das war kein gewöhnlicher Traum, sondern eine echte **Newua** — eine Prophetie. Und jede Prophetie ist ein Auftrag von Haschem. Seine ganze Familie würde sich vor ihm verneigen.

Erinnerst du dich an die Frage, was ein Traum ist — Newua oder Tagesrest? Hier steht die Antwort für Josefs Traum: Newua. Und eine Newua ist kein Bild, sondern ein Auftrag.

… dass Pharao zwei Träume hatte — sieben fette und sieben magere Kühe, sieben volle und sieben dünne Ähren — und dass Josef beide **gleich** deutete: sieben Jahre Überfluss, dann sieben Jahre Hunger?

… dass beide Söhne Josefs noch **vor** den Hungerjahren geboren wurden (Bereschit 41,50)? Die Namen sind also in den guten Jahren gegeben worden.

… dass Josefs Brüder ihn nicht erkannten, als sie vor ihm standen — er trug einen Bart und königliche Kleider —, er sie aber sofort erkannte?

… dass die Brüder auf dem Rückweg aus Ägypten das Geld in ihren Säcken fanden — und es dem Vizekönig zurückbrachten?

**Jalta:** „Der Text stellt den Einwand — und lässt ihn stehen. Hat je jemand darauf geantwortet?"

**Eli:** „Ich hoffe es. So, wie dieser Vers dasteht, halte ich ihn nicht aus."

**Chaim:** „Rabbi Jaakow Zwi Mecklenburg — er lebte von 1785 bis 1865 in Deutschland — erklärt es so: Josef spielte kein Katz-und-Maus-Spiel, als er seine Brüder zwischen seinem Hof und dem Haus ihres Vaters hin- und herreisen ließ. Hätte er sofort gesagt, wer er ist, dann hätten sie sich niemals vor ihm verneigt. Darum die Entfernung — für eine Weile jedenfalls."

**Jalta:** „Und darum hat er auch nach Hause nie etwas hören lassen. Hätte Josef gemeldet, dass er am Hof des Pharao Karriere gemacht hat, wäre seine Prophetie nie in Erfüllung gegangen. Höchstens hätte es ein Familientreffen gegeben: Ende gut, alles gut — und der Auftrag unerfüllt."

**Channa:** „Dann war dieses Vergessen also keine Kälte, sondern Arbeit. Josef musste seinem Zuhause gegenüber ein wenig weniger gefühlvoll werden und das Haus seines Vaters eine Zeit lang ‚vergessen'. Und er dankte Haschem dafür, dass er nicht in einen zerreißenden Zwiespalt geriet und den abgebrochenen Kontakt aushalten konnte."

**Chaim:** „Auch seinen Brüdern gegenüber machte er sich mit Absicht fremd — um eine Reaktion aus ihnen herauszuholen. 22 Jahre vorher hatten sie ihn verkauft. Wenn sie jetzt für den anderen Sohn ihrer Tante Rachel einträten, für Binjamin, dann wäre ihr Verbrechen vergeben. Und die Brüder haben diese Prüfung glänzend bestanden."

**Jalta:** „Bleibt die große Frage: Warum musste ausgerechnet Jaakow so lange ohne die Liebe seines Sohnes bleiben?"

**Eli:** „Jaakow selbst war auch sehr lange fort aus dem Haus seines Vaters — 22 Jahre, genauso lang wie die Trennung von Josef. Er hatte Jizchak und Riwka zwar auf deren eigenen ausdrücklichen Wunsch allein gelassen. Und trotzdem wurde es ihm ein wenig angelastet. Ob das für 22 Jahre Trauer reicht, weiß ich immer noch nicht."

**Channa:** „Er bekam die Möglichkeit, hier auf der Erde dafür einzustehen — damit er vollkommen unschuldig in die **Olam haBa** eintreten konnte, in die kommende Welt. Reinheit des Geistes und der Absichten: das war das einzig wirklich Wichtige im Leben unserer Awot."

Rabbi Mecklenburg sagt: Josef spielte kein Spiel, er erfüllte einen Auftrag. Überzeugt dich diese Erklärung — oder wiegt für dich schwerer, dass ein Vater 22 Jahre lang um einen Sohn trauerte, der längst am Leben war?

Schabbat Schalom!