Parasja·Project

VajigasjWajigasch 11

Dit hoofdstuk in alle drie de leeftijdsdelen. Kies hierboven een deel; de streep eronder zegt wat er klaar is en wat nog niet. Onder „Bladzijden” ziet u de tekst en het beeld zoals ze op de bladzijde naast elkaar komen — de indeling mag nog veranderen, de beelden blijven. Dieses Kapitel in allen drei Altersstufen. Wählen Sie oben einen Band; der Streifen darunter sagt, was fertig ist und was nicht. Unter „Seiten“ sehen Sie Text und Bild so, wie sie auf der Seite nebeneinander kommen — die Aufteilung darf sich noch ändern, die Bilder bleiben.

Dit deel is compleet.Dieser Band ist vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ✓BladindelingSeitenaufteilung 8
  • ✓Alle tekstkadersAlle Textkästen 8/8
  • ✓BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen 8/8
  • ✓Beelden gemaaktBilder erstellt 8/8

VajigasjWajigasch — Vajigasj · Weerzien in Gosjen

⚠ Wordt nog verbeterd — is in bewerking Wird noch verbessert — ist in Arbeit

De beelden van dit hoofdstuk voldoen nog niet aan uw zeven regels van 9 september. Wat er precies aan schort en wanneer het aan de beurt is, staat op de lijst van alle hoofdstukken. Er wordt niets opnieuw getekend voordat u de figuurbladen heeft goedgekeurd. Die Bilder dieses Kapitels erfüllen Ihre sieben Regeln vom 9. September noch nicht. Was genau fehlt und wann es an der Reihe ist, steht auf der Liste aller Kapitel. Es wird nichts neu gezeichnet, bevor Sie die Figurenblätter freigegeben haben.

Deze bladzijden staan gezet in het NederlandsNiederländisch. Onder elke dubbele bladzijde kunt u iets zeggen — het komt direct in het project terecht. Diese Seiten stehen gesetzt auf NederlandsNiederländisch. Unter jeder Doppelseite können Sie etwas sagen — es kommt direkt im Projekt an.

Hoort bij het vorige hoofdstuk.Gehört zum vorigen Kapitel.

Vraag aan jou

’s Morgens zit Joseef nog in de gevangenis. Dan wordt hij geschoren, krijgt hij mooie kleren en wordt hij naar de koning gebracht. Wat ging er op die weg volgens jou door zijn hoofd?Am Morgen sitzt Josef noch im Gefängnis. Dann wird er rasiert, bekommt schöne Kleider und wird zum König gebracht. Was, glaubst du, ging ihm auf diesem Weg durch den Kopf?

Chanoeka Sameach! · Sjabbat Sjalom!Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

78

Vajigasj

Ja’akov ging naar Egypte. Al zijn kinderen en zijn vrouwen gingen met hem mee. Ja’akov ging wonen in het land Gosjen.Eine lange Karawane zog nach Ägypten. Ganz vorn ging Jaakow, und hinter ihm kamen alle seine Kinder und seine Frauen. Ihr Weg endete im Land Goschen. Dort wollten sie wohnen.

Het land Gosjen was heel vruchtbaar. Daar groeide van alles. Joseef wilde zijn vader zo snel mogelijk zien. Hij ging zelf naar het land Gosjen toe om zijn vader te ontmoeten.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

79

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

„Ik ben zo blij dat je nog in leven bent”, zei Ja’akov tegen zijn zoon Joseef. Zij omhelsden en kusten elkaar.Josef aber hielt es nicht mehr aus. Er wollte seinen Vater sehen, so schnell es nur ging. Darum fuhr er ihm selbst entgegen, hinaus nach Goschen.

„Ik heb jou ook gemist”, zei Joseef.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Lang stonden zij zo. Pas daarna liet Joseef zijn vader los.„Ich habe dich auch vermisst", sagte Josef.

Weet je nog, de jas met veel kleuren? Toen huilde Ja’akov om Joseef en dacht dat hij dood was. Nu houdt hij hem weer vast.Erinnerst du dich an den bunten Mantel? Damals weinte Jaakow um Josef und dachte, er sei tot. Jetzt hält er ihn wieder im Arm.
80

„Maar we hebben een probleem, dat ik wel kan oplossen. De koning wil dat al mijn broers in het leger gaan als belangrijke soldaten. Dit wordt als een grote eer gezien in Egypte.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

„Maar zij zijn helemaal geen soldaten”, zei Ja’akov.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

81

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

„Dat weet ik ook, vader”, zei Joseef. „Ik ben van plan om te vertellen dat wij een familie van schaapherders zijn. Ik zal aan Farao alleen mijn zwakste broers laten zien. Dan zal hij begrijpen dat onze familie geen soldaten zijn. Dan zal de koning ons laten wonen als schaapherders in Gosjen. Zo zullen de Egyptenaren ons met rust laten.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Joseef nam zijn vader en zijn vijf zwakste broers mee naar Farao.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

82

„Wat doen jullie?” vroeg Farao aan de broers.Josef nahm seinen Vater und seine fünf schwächsten Brüder mit zum Pharao.

„Wij zijn schaapherders”, antwoordden ze hem. „Wij zijn hier gekomen naar onze broer Joseef om onze schapen te laten weiden.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

De koning Farao zag dat ze inderdaad geen soldaten waren en zei: „Gaan jullie maar wonen in Gosjen.” Maar Farao wilde ze eren en zei: „Laten ze mijn vee ook verzorgen.”„Wir sind Schafhirten", antworteten sie. „Wir sind zu unserem Bruder Josef gekommen, damit unsere Schafe hier weiden können."

Toen keek Farao naar Ja’akov en zag allemaal rimpels op zijn gezicht en zijn lange witte baard.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Wist je dat…
  • Joseef zijn broers ervan beschuldigde, dat zij spionnen waren en Mitsraim kwamen bespioneren?… dass Josef seine Brüder erst beschuldigt hatte, sie seien Spione und kämen Ägypten ausspähen?
  • Joseef steeds het geld voor het graan van zijn broers liet terugstoppen in hun zakken?… dass Josef jedes Mal das Geld für das Korn heimlich wieder in ihre Säcke zurücklegen ließ?
  • Joseef zijn zilveren beker in de zak van Benjamin had laten verstoppen?… dass Josef seinen silbernen Becher im Sack von Binjamin verstecken ließ?
  • Joseef veel wagens meegaf met zijn broers om eten en cadeau’s mee te geven voor Ja’akov en de kinderen in Israël? Later zouden ze naar Mitsraim komen in deze wagens.… dass Josef seinen Brüdern viele Wagen mitgab, voll mit Essen und Geschenken für Jaakow und die Kinder in Israel? In genau diesen Wagen kamen sie später nach Ägypten.
83

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

„Hoe oud ben jij?” vroeg Farao aan Ja’akov.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

„Ik ben 130 jaar oud. Maar het waren moeilijke jaren.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Ja’akov dacht aan zijn problemen met Esav, met Lavan en al die jaren dat hij getreurd had over Joseef.„Ich bin hundertdreißig Jahre alt", sagte Jaakow. „Aber es waren schwere Jahre."

Toen gaf Ja’akov een beracha — een zegen — aan de koning en ging met zijn zoons terug naar Gosjen.Jaakow dachte an den Streit mit Esaw. Er dachte an Lawan. Und er dachte an all die Jahre, in denen er um Josef getrauert hatte.

Joseef was een goede onderkoning. Hij gaf iedereen te eten, kocht van iedereen het vee en het land voor graan en brood, liet iedereen van de ene stad naar de andere stad verhuizen. Iedereen moest ieder jaar een deel van de oogst aan Farao geven.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

84

Waarom moest iedereen verhuizen?Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Eli: „Eén ding snap ik niet. Joseef liet alle mensen in Mitsraim verhuizen — van de ene stad naar de andere stad. Waarom mocht niet gewoon iedereen blijven wonen waar hij was?”**Eli:** „Eines verstehe ich nicht. Josef ließ alle Leute in Ägypten umziehen — aus der einen Stadt in die andere. Warum durfte nicht einfach jeder da wohnen bleiben, wo er war?"

Ariella: „Denk eens na, Eli. Wie verhuisd is, woont niet meer waar hij geboren is. En in een vreemde plaats voelt niemand zich de baas van het land.”**Ariella:** „Denk mal nach, Eli. Wer umgezogen ist, wohnt nicht mehr da, wo er geboren wurde. Und in einem fremden Ort fühlt sich niemand wie der Herr im Land."

Eli: „En dat was leuk voor Farao?”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Ariella: „Precies. Zo werd Farao pas echt de baas in Mitsraim. Maar weet je wat? Voor de Benee Jisra’eel was het ook goed. Nu was gewoon iedereen een vreemdeling. Dan voel je je zelf ook niet zo vreemd.”**Ariella:** „Denk mal nach, Eli. Wer umgezogen ist, wohnt nicht mehr da, wo er geboren wurde. Und in einem fremden Ort fühlt sich niemand wie der Herr im Land."

85

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Vraag aan jou

Waarom wilde Joseef, dat alle Egyptenaren zouden verhuizen naar een andere stad?Warum wollte Josef, dass alle Ägypter in eine andere Stadt umziehen?

Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!

86

Hoort bij het volgende hoofdstuk.Gehört zum nächsten Kapitel.

Wajechi

Ja’akov woonde de laatste zeventien jaren van zijn leven in Mitsraim. Toen hij 147 jaar oud was, riep hij zijn zoon Joseef bij zich. „Beloof me dat je me zult begraven in de grot de Machpela bij mijn vader en moeder en mijn grootouders en niet hier in Mitsraim.”„Josef!" — Jaakow ließ seinen Sohn rufen. Siebzehn Jahre hatten sie nun zusammen in Ägypten gelebt, und Jaakow war hundertsiebenundvierzig Jahre alt geworden. Jetzt spürte er: Es geht zu Ende.

Joseef beloofde dat.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Niet lang daarna bracht hij zijn twee zoons Efraim en Menasje naar zijn vader voor een beracha.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Ja’akov vertelde de twee jongens: „Jullie zullen in alles precies zo als mijn eigen kinderen zijn.” Daarom werden Efraim en Menasje later meegerekend met de twaalf stammen. Efraim en Menasje werden ieder een eigen, aparte stam. Ze kregen een beracha van hun grootvader Ja’akov.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Weet je nog van Jitschak, die bijna blind was en zijn zegen gaf? Ook toen kreeg de jongste de beracha. Maar deze keer weet de opa precies wat hij doet.Erinnerst du dich an Jizchak, der fast blind war und seinen Segen gab? Auch damals bekam der Jüngere die Beracha. Diesmal aber weiß der Großvater ganz genau, was er tut.
87

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Jehoeda treedt naar voren

De broers verschenen voor Joseef, de onderkoning. Toen Joseef Benjamin zag was hij niet meer boos op zijn broers.

„Hoe is het met vader?" vroeg Joseef.

„Onze vader is oké", antwoordden ze.

„En is dit de jongere broer waarover jullie mij verteld hebben?" vroeg hij hen.

„Ja", zeiden zij.

„We hebben het voedsel wat we nodig hebben gekocht", zei Jehoeda, „en we willen terug naar huis."

„Jullie mogen gaan", zei Joseef. Toen ze weg wilden gaan zei Joseef tegen zijn dienaren: „Vul hun zakken met graan en stop het geld van iedereen terug in zijn zak. Daarna moet je mijn zilveren beker in de zak van de jongste broer doen."

De volgende ochtend gingen de broers op weg naar huis. Maar ze waren nog niet ver of Joseef stuurde zijn mannen achter hen aan.

„De beker van de onderkoning is weggenomen."

„Wij hebben niks gedaan", zeiden de broers. „Als je de beker ergens bij ons vindt, kun je ons allemaal straffen", zeiden zij.

De mannen van Joseef begonnen te zoeken. Ze begonnen bij de oudste broer. Maar uiteindelijk vonden ze de zilveren beker in de zak van Benjamin.

„Wat heb je gedaan?" vroeg Joseef toen ze terugkwamen in het paleis.

Jehoeda zei: „Wij kunnen hier niets op antwoorden. Wij zullen allemaal uw slaven worden."

„Nee", zei Joseef, „alleen degene in wiens zak de beker gevonden werd. Die zal mijn slaaf zijn. De rest van jullie kan teruggaan naar jullie vader."

Joseef wachtte op de reactie van de broers. Zouden zij Benjamin alleen laten en teruggaan naar Israël?

Toen stapte Jehoeda naar voren.

Hij besloot dat hij liever wilde sterven dan Benjamin in Mitsraim achterlaten. „Wees niet kwaad op mij, o majesteit. Maar als ik terugga naar mijn vader zonder mijn jongste broer zal mijn vader sterven van verdriet. Ik smeek u: neem mij als dienaar in plaats van Benjamin."

Joseef begreep dat Jehoeda zijn leven wilde opofferen voor zijn broertje. Hij zag dat zijn andere broers ook heel erg bezorgd waren. Ze hadden hun lesje geleerd.

Joseef zei tegen zijn dienaren dat ze allemaal weg moesten gaan, want hij wilde alleen zijn met zijn broers.

Hij sprak in het **Ivriet** tegen ze — de taal die thuis gesproken werd: „Ik ben Joseef. Is mijn vader nog steeds in leven?"

De broers waren helemaal geshockeerd! Kon dit waar zijn?! Was dit echt Joseef? Na al die jaren? Hoe was hij onderkoning geworden?

Ze waren eerst geshockeerd maar later werden ze erg bang. Want ze herinnerden zich maar al te goed dat ze Joseef 22 jaar eerder hadden verkocht.

„Kom dichterbij", zei Joseef. „Wees niet bang. Ik ben niet meer kwaad op jullie. Hasjeem heeft mij hier naar toe gestuurd om mij onderkoning te laten worden."

Toen de broers thuis kwamen en hun vader vertelden wat er gebeurd was, kon Ja'akov het nauwelijks geloven. „Ik ben zo blij. Mijn zoon Joseef is nog steeds in leven."

Weet je nog hoe de broers Joseef in de put gooiden en hem daarna verkochten? Nu staat een van hen voor de onderkoning en biedt zichzelf aan als slaaf.

… Joseef zijn vader en broers moest voorstellen aan Farao maar niet wilde dat zijn broers zouden gaan vechten in het leger van Farao als soldaten?

… Joseef daarom alleen zijn slapste broers voorstelde aan Farao en er meteen bij vertelde, dat zijn broers geen soldaten waren maar schaapherders?

… Farao aan Ja'akov vroeg hoe oud hij was en hij antwoordde, dat hij 130 jaar oud was?

… Joseef heel Mitsraim opkocht voor Farao, al het vee en al het land en dat de Egyptenaren altijd een deel van hun oogst aan Farao moesten geven?

**Eli:** „Ik vind Joseef eigenlijk best moeilijk te volgen. Waarom liet hij alle Egyptenaren in Mitsraim verhuizen van de ene stad naar de andere stad? Waarom kon niet gewoon iedereen in zijn eigen stad blijven wonen?"

**Ariella:** „Ik denk dat Joseef zijn broers wilde redden van discriminatie en uitsluiting. Kijk, als iedereen vreemdeling is in een land, dan wordt geen enkele vreemdeling meer uitgelachen of gediscrimineerd. Toen de Benee Jisra'eel naar Mitsraim kwamen was op dat moment iedereen vreemdeling. Zo voelde iedereen zich gelijk!"

**Asaf:** „Maar uiteindelijk heeft dat niet geholpen want na een tijdje werden de Egyptenaren bang voor de vele Benee Jisra'eel en hebben ze ze toch onderdrukt en slaven gemaakt."

**Ita:** „Ik vind het heel goed van Joseef. Hij heeft in ieder geval geprobeerd om discriminatie van zijn broers te voorkomen."

Wat vind je ervan, dat Joseef alle Egyptenaren liet verhuizen van de ene stad naar de andere stad?

Sjabbat Sjalom!

Jehuda tritt vor

Die Brüder standen vor dem Vizekönig von Ägypten. Und als Josef Binjamin sah, war er seinen Brüdern nicht mehr böse.

„Wie geht es eurem Vater?", fragte er.

„Unserem Vater geht es gut", antworteten sie.

„Und das ist der jüngere Bruder, von dem ihr mir erzählt habt?"

„Ja", sagten sie.

„Wir haben gekauft, was wir brauchen, und wir möchten wieder nach Hause", sagte Jehuda.

„Ihr dürft gehen", sagte Josef. Doch als sie aufbrechen wollten, rief er seine Diener zu sich. „Füllt ihre Säcke mit Korn. Legt jedem sein Geld zurück in den Sack. Und dann versteckt meinen silbernen Becher im Sack des Jüngsten."

Am nächsten Morgen machten sich die Brüder auf den Heimweg. Doch weit kamen sie nicht, denn Josef schickte seine Männer hinter ihnen her.

„Der Becher des Vizekönigs ist verschwunden!"

„Wir haben nichts getan", sagten die Brüder. „Und wenn ihr den Becher bei einem von uns findet — dann bestraft uns alle."

Die Männer fingen an zu suchen, und sie begannen beim ältesten Bruder. Sack für Sack. Und ganz zuletzt fanden sie den silbernen Becher: im Sack von Binjamin.

„Was habt ihr getan?", fragte Josef, als sie zurück im Palast standen.

Jehuda sagte: „Darauf können wir nichts antworten. Wir werden alle Eure Sklaven."

„Nein", sagte Josef. „Nur der eine, bei dem der Becher gefunden wurde. Der wird mein Sklave. Ihr anderen könnt zurück zu eurem Vater."

Josef wartete darauf, was seine Brüder jetzt tun würden: Würden sie Binjamin allein zurücklassen und nach Israel heimziehen?

Da trat Jehuda vor.

Er hatte sich entschieden: Lieber wollte er sterben, als Binjamin in Mizrajim zurückzulassen. „Seid nicht böse auf mich, Majestät", sagte er. „Aber wenn ich ohne meinen jüngsten Bruder zu meinem Vater zurückkomme, dann stirbt mein Vater vor Kummer. Ich bitte Euch: Nehmt mich als Diener — an Binjamins Stelle."

Josef begriff: Jehuda wollte sein Leben geben für seinen kleinen Bruder. Und er sah, dass auch die anderen Brüder sich große Sorgen machten. Sie waren andere geworden.

Josef schickte seine Diener hinaus. Alle. Er wollte mit seinen Brüdern allein sein.

Dann sprach er sie auf **Iwrit** an — in der Sprache, die zu Hause gesprochen wurde: „Ich bin Josef. Lebt mein Vater noch?"

Die Brüder standen da wie erstarrt. Konnte das wahr sein? War das wirklich Josef? Nach all den Jahren? Und wie war er Vizekönig geworden? Keiner von ihnen brachte ein Wort heraus.

Zuerst waren sie nur erschrocken. Dann aber fiel ihnen wieder ein, was sie vor zweiundzwanzig Jahren getan hatten: Sie hatten ihn verkauft — und jetzt stand er vor ihnen, der Mann, dem in Ägypten alles gehorchte. Einer nach dem anderen wich zurück.

„Kommt näher", sagte Josef. „Habt keine Angst. Ich bin euch nicht mehr böse. Haschem hat mich hierhergeschickt, damit ich Vizekönig werde."

Als die Brüder nach Hause kamen und ihrem Vater erzählten, was geschehen war, konnte Jaakow es kaum glauben. „Ich bin so froh", sagte er. „Mein Sohn Josef lebt noch."

Erinnerst du dich, wie die Brüder Josef in die Grube warfen und ihn dann verkauften? Jetzt steht einer von ihnen vor dem Vizekönig und bietet sich selbst als Sklaven an.

… dass Josef seinen Vater und seine Brüder dem Pharao vorstellen musste — aber nicht wollte, dass seine Brüder als Soldaten im Heer des Pharao kämpfen?

… dass Josef darum nur seine schwächsten Brüder vorstellte und gleich dazusagte, seine Brüder seien keine Soldaten, sondern Schafhirten?

… dass der Pharao Jaakow fragte, wie alt er sei, und Jaakow antwortete, er sei 130 Jahre alt?

… dass Josef ganz Mizrajim für den Pharao aufkaufte, alles Vieh und alles Land — und dass die Ägypter von da an immer einen Teil ihrer Ernte an den Pharao abgeben mussten?

**Eli:** „Ehrlich gesagt kann ich Josef hier schwer folgen. Warum ließ er alle Ägypter aus einer Stadt in die andere umziehen? Warum durfte nicht einfach jeder in seiner eigenen Stadt wohnen bleiben?"

**Ariella:** „Ich glaube, Josef wollte seine Brüder retten — vor Ausgrenzung und vor Spott. Schau: Wenn in einem Land jeder ein Fremder ist, dann wird kein einziger Fremder mehr ausgelacht. Als die Bnej Jisrael nach Mizrajim kamen, war in diesem Moment jeder ein Fremder. So fühlte sich jeder gleich!"

**Asaf:** „Aber am Ende hat es nichts genützt. Nach einer Weile bekamen die Ägypter Angst vor den vielen Bnej Jisrael — und haben sie doch unterdrückt und zu Sklaven gemacht."

**Ita:** „Ich finde es trotzdem gut von Josef. Er hat es wenigstens versucht. Er wollte verhindern, dass seine Brüder ausgegrenzt werden."

Was hältst du davon, dass Josef alle Ägypter aus einer Stadt in die andere umziehen ließ?

Schabbat Schalom!

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Vajigasj — en hij naderde

Vajigasj — „en hij naderde". Jehoeda treedt naar voren en houdt de langste deraasja, toespraak, in de Tora.

Jehoeda vraagt om Benjamins vrijlating. Hij biedt aan zelf als slaaf te werken in Benjamins plaats. „Als ik terugga naar mijn vader zonder mijn jongste broer, zal mijn vader sterven van verdriet", zegt hij. Zo wil Jehoeda zijn oude vader het verlies van nog een zoon van zijn geliefde vrouw Racheel besparen.

Racheel had twee zonen: Joseef en Benjamin. Joseef gold al tweeëntwintig jaar als dood.

Joseef begrijpt dat zijn broers werkelijk **tesjoewa** (inkeer) hebben gedaan over zijn verkoop.

Joseef stuurt zijn dienaren weg en maakt zich bekend. Hij spreekt in het **Ivriet** tegen ze: „Ik ben Joseef. Is mijn vader nog steeds in leven?"

De broers schrikken vreselijk. Maar Joseef troost hen: „Hasjeem heeft mij hier naar toe gestuurd." Want dit was kennelijk G'ds plan.

Op Farao's verzoek stuurt Joseef de broers naar huis. Met een uitnodiging voor de hele familie om in het land Gosjen te komen wonen, waar weidegrond genoeg is voor hun kudden.

Ja'akov kan het allemaal niet geloven. Pas als hij de wagens ziet die uit Egypte gekomen zijn, laat hij zich ten slotte overtuigen. De karavaan vertrekt.

Ja'akov krijgt in de nacht een visioen. G'd zegt hem, niet bang te zijn af te dalen naar Egypte, want G'd zal Ja'akov daar tot een groot volk maken.

70 personen dalen af naar Egypte.

Ja'akov ontmoet Joseef na 22 jaren. Joseef valt zijn vader om de hals en huilt lang.

Joseef stelt Ja'akov en vijf broers aan Farao voor. Ja'akov zegent Farao. Joseef zorgt goed voor zijn familie.

Het hongerende Egyptische volk moet alles verkopen in ruil voor graan — eerst het vee, dan het land, ten slotte zichzelf — totdat ze zelf slaven van Farao zijn.

Joseef verplaatst het Egyptische volk naar andere delen van het land. Hiermee wilde Joseef voorkomen, dat het Joodse volk in Egypte als vreemdelingen zou worden gediscrimineerd. Uiteindelijk was iedereen in Egypte een vreemdeling, omdat iedereen een andere woonplaats had gekregen.

Intussen breidt de familie van Ja'akov zich sterk uit. Het Joodse volk werd zo groot, dat Farao en zijn ministers en edelen bang werden, dat de Joden hen zouden overheersen. Daarom begon de vervolging van de Joden in Egypte en de slavernij.

Weet je nog, de vraag uit Vajeesjev — is een droom een boodschap of een dagrest? Hier staan de broers van Joseef voor hem en vragen hem iets. Niemand van hen merkt dat hij op dat moment in een droom staat.

… Jehoeda alleen maar naar voren moest treden omdat men in de zak van Benjamin een zilveren beker had gevonden — en dat Joseef die daar zélf had laten verstoppen?

… Joseef al eerder steeds het geld voor het graan stiekem in hun zakken liet terugstoppen?

… dat Joseef zijn broers bij hun allereerste weerzien van **spionage** had beschuldigd — en dat zij niet vermoedden wie de man was die hen daar ondervroeg?

… Farao aan Ja'akov vroeg hoe oud hij was en Ja'akov antwoordde: „Ik ben 130 jaar oud. Maar het waren moeilijke jaren"?

… Joseef veel wagens meegaf aan zijn broers, vol eten en cadeaus voor hun vader — en dat de hele familie later in juist deze wagens naar Mitsraim trok?

**Eli:** „Op één punt kan ik het hier niet volgen. Joseef *begrijpt* dat zijn broers tesjoewa hebben gedaan. Waaraan dan? Ze hebben toch niets gezegd. Geen enkel ‚het spijt ons.'"

**Channa:** „Waaróm Joseef ze op de proef stelde, hebben we bij **Mikeets** doorgesproken. Dat is hier de vraag niet meer. Hier staat de andere helft: wat heeft hij op dat moment eigenlijk *gezien*?"

**Eli:** „Een man die praat. Jehoeda houdt de langste toespraak van de hele Tora."

**Channa:** „En alles hangt aan één zin daarin. Jehoeda zegt niet: ‚wij hebben toen iets verkeerd gedaan.' Hij zegt: neem mij, en laat de jongen gaan. Hij biedt zichzelf aan als slaaf — voor altijd, voor een halfbroer, zodat zijn vader niet voor de tweede keer een kind verliest."

**Eli:** „Toch heeft hij hen voorgelogen. En zijn vader heeft hij tweeëntwintig jaar laten treuren, terwijl hij hem had kunnen schrijven. Mag je zó toetsen?"

**Chaim:** „Jouw bezwaar neem ik je niet weg. Maar kijk waaráán je omkeer eigenlijk kunt afmeten. Woorden kosten niets, en woorden had Joseef allang van ze gehoord. De zin van Jehoeda kost hem zijn hele leven. En hij had hem niet hoeven zeggen: ‚de rest van jullie kan teruggaan naar jullie vader' lag open — zonder schade, zonder verwijt. Wie onder díe voorwaarde blijft, meent het."

**Eli:** „Dat begrijp ik. Van mijn bezwaar ben ik daarmee nog niet af."

**Channa:** „En daarom zegt Joseef achteraf niet: ‚Jullie hebben het goedgemaakt.' Hij zegt: ‚Hasjeem heeft mij hier naar toe gestuurd.' Hij neemt hun de schuld niet af. Hij neemt hun de angst af."

**Eli:** „Dat is een verschil."

**Chaim:** „Een groot verschil. En kijk nu naar het einde. Joseefs plan tegen de uitsluiting is mislukt — de slavernij kwam toch. De stap van Jehoeda is niet mislukt. De hele parasja is naar hem genoemd."

Joseef wilde met de verhuizingen voorkomen dat zijn volk in Egypte als vreemd zou gelden. De slavernij kwam er toch. Was zijn plan daarom fout — of was het goed en heeft het alleen niet genoeg geholpen? Waar baseer jij je oordeel op: op de uitkomst of op de bedoeling?

Sjabbat Sjalom!

Und er trat heran

Die Parascha trägt den Namen eines einzigen Schrittes. **Wajigasch** — „und er trat heran". Wer trat heran? Jehuda. Und was er dann sagte, ist die längste **Derascha**, die längste Rede, die in der ganzen Tora steht.

Jehuda bat um Binjamins Freilassung. Und er bot mehr als eine Bitte an: Er wollte selbst als Sklave arbeiten, an Binjamins Stelle. „Wenn ich ohne meinen jüngsten Bruder zu meinem Vater zurückkomme", sagte er, „dann stirbt mein Vater vor Kummer."

Warum gerade dieser Bruder? Rachel, die Frau, die Jaakow so geliebt hatte, hatte zwei Söhne: Josef und Binjamin. Josef galt seit zweiundzwanzig Jahren als tot. Bliebe nun auch Binjamin in Ägypten, hätte der alte Vater beide verloren. Genau das wollte Jehuda ihm ersparen.

Und der Vizekönig? Er hörte zu und begriff etwas, das niemand ausgesprochen hatte: Diese Brüder haben wirklich **Tschuwa** getan — sie sind umgekehrt von dem, was sie ihm damals angetan haben.

Da schickte Josef seine Diener hinaus. Alle. Und dann sprach er die Brüder auf **Iwrit** an, in der Sprache von zu Hause: „Ich bin Josef. Lebt mein Vater noch?"

Die Brüder erschraken furchtbar. Aber Josef tröstete sie. Nicht sie hätten ihn hierhergebracht, sagte er, sondern G'tt: „Haschem hat mich hierhergeschickt." Was ausgesehen hatte wie ihr Verrat, war in Wahrheit G'ttes Plan gewesen.

Der Pharao selbst wünschte es so: Josef durfte seine Brüder nach Hause schicken — mit einer Einladung für die ganze Familie, im Land Goschen zu wohnen, wo Weideland genug für ihre Herden war.

Als sie ihrem Vater erzählten, dass Josef lebte, konnte Jaakow es zuerst nicht glauben. Erst als er die Wagen sah, die aus Ägypten gekommen waren, ließ er sich überzeugen. Dann brach die Karawane auf.

In der Nacht kam eine Vision über ihn: G'tt sagte ihm, er solle keine Angst haben, nach Ägypten hinabzuziehen — dort werde er ihn zu einem großen Volk machen.

Siebzig Menschen zogen hinab.

Und dann standen sie voreinander: der Vater und der Sohn, den er zweiundzwanzig Jahre lang für tot gehalten hatte. Josef fiel seinem Vater um den Hals und weinte lange.

Beim Pharao stellte Josef seinen Vater und fünf seiner Brüder vor, und ehe Jaakow wieder ging, segnete er den König. Für seine Familie sorgte Josef von da an so, dass es ihr an nichts fehlte.

Für die Ägypter aber wurden es harte Jahre. Der Hunger zwang sie, alles herzugeben, um Korn zu bekommen: erst das Vieh, dann das Land, zuletzt sich selbst. Am Ende waren sie Sklaven des Pharao.

Dann versetzte Josef das ägyptische Volk in andere Teile des Landes. Er hatte einen Grund dafür. Er wollte verhindern, dass sein eigenes Volk in Ägypten als fremd beschimpft und ausgegrenzt würde. Und tatsächlich: Am Ende war in Ägypten jeder ein Fremder, denn jeder hatte einen anderen Wohnort bekommen als den, in dem er geboren war.

Inzwischen wuchs Jaakows Familie schnell. Das jüdische Volk wurde so groß, dass der Pharao, seine Minister und seine Edlen Angst bekamen. Was, dachten sie, wenn diese Fremden eines Tages über uns herrschen? Damit begann in Ägypten die Verfolgung der Juden. Und damit begann die Sklaverei.

Erinnerst du dich an die Frage aus Wajeschew — ist ein Traum eine Botschaft oder ein Rest vom Tag? Hier stehen Josefs Brüder vor ihm und bitten ihn. Keiner von ihnen merkt, dass er gerade in einem Traum steht.

… dass Jehuda überhaupt nur deshalb vortreten musste, weil man in Binjamins Sack einen silbernen Becher gefunden hatte — und dass Josef selbst ihn dort hatte verstecken lassen?

… dass Josef seinen Brüdern schon vorher jedes Mal das Geld für das Korn heimlich in die Säcke zurücklegen ließ?

… dass Josef seine Brüder beim allerersten Wiedersehen als **Spione** beschuldigt hatte — und dass sie nicht ahnten, wer der Mann war, der sie da verhörte?

… dass der Pharao Jaakow nach seinem Alter fragte und Jaakow antwortete: „Ich bin 130 Jahre alt. Aber es waren schwere Jahre"?

… dass Josef seinen Brüdern viele Wagen mitgab, beladen mit Essen und Geschenken für den Vater — und dass die ganze Familie später in genau diesen Wagen nach Mizrajim zog?

**Eli:** „An einer Stelle komme ich hier nicht mit. Josef *begreift*, dass seine Brüder Tschuwa getan haben. Woran denn? Sie haben doch nichts gesagt. Kein einziges ‚Es tut uns leid.'"

**Channa:** „Warum Josef sie überhaupt auf die Probe gestellt hat, haben wir bei **Mikez** durchgesprochen. Das ist hier nicht mehr die Frage. Hier steht die andere Hälfte: Was hat er in diesem Augenblick eigentlich *gesehen*?"

**Eli:** „Einen Mann, der redet. Jehuda hält die längste Rede der ganzen Tora."

**Channa:** „Und alles hängt an einem einzigen Satz darin. Jehuda sagt nicht: ‚Wir haben damals etwas falsch gemacht.' Er sagt: Nimm mich, und lass den Jungen gehen. Er bietet sich als Sklave an — für immer, für einen Halbbruder, damit sein Vater nicht ein zweites Mal ein Kind verliert."

**Eli:** „Trotzdem hat Josef sie belogen. Und seinen Vater hat er zweiundzwanzig Jahre lang trauern lassen, obwohl er ihm hätte schreiben können. Darf man so prüfen?"

**Chaim:** „Deinen Einwand nehme ich dir nicht weg. Aber sieh dir an, **woran** man Umkehr überhaupt messen kann. Worte kosten nichts, und Worte hatte Josef von ihnen längst gehört. Jehudas Satz kostet ihn sein ganzes Leben. Und er hätte ihn nicht sagen müssen: ‚Ihr anderen könnt zurück zu eurem Vater' stand offen — ohne Schaden, ohne Vorwurf. Wer unter dieser Bedingung bleibt, meint es."

**Eli:** „Das leuchtet mir ein. Meinen Einwand bin ich damit trotzdem nicht los."

**Channa:** „Und deshalb sagt Josef ihnen hinterher nicht: ‚Ihr habt es wiedergutgemacht.' Er sagt: ‚Haschem hat mich hierhergeschickt.' Er nimmt ihnen die Schuld nicht ab. Er nimmt ihnen die Angst."

**Eli:** „Das ist ein Unterschied."

**Chaim:** „Ein großer. Und jetzt sieh dir das Ende an. Josefs Plan gegen die Ausgrenzung ist gescheitert — die Sklaverei kam trotzdem. Jehudas Schritt ist nicht gescheitert. Nach ihm ist die ganze Parascha benannt."

Josef wollte mit den Umzügen verhindern, dass sein Volk in Ägypten als fremd gilt. Die Sklaverei kam trotzdem. War sein Plan darum falsch — oder war er richtig und hat nur nicht gereicht? Woran machst du dein Urteil fest: am Ergebnis oder an der Absicht?

Schabbat Schalom!