BoBo 15
Dit hoofdstuk in alle drie de leeftijdsdelen. Kies hierboven een deel; de streep eronder zegt wat er klaar is en wat nog niet. Onder „Bladzijden” ziet u de tekst en het beeld zoals ze op de bladzijde naast elkaar komen — de indeling mag nog veranderen, de beelden blijven. Dieses Kapitel in allen drei Altersstufen. Wählen Sie oben einen Band; der Streifen darunter sagt, was fertig ist und was nicht. Unter „Seiten“ sehen Sie Text und Bild so, wie sie auf der Seite nebeneinander kommen — die Aufteilung darf sich noch ändern, die Bilder bleiben.
Dit deel is compleet.Dieser Band ist vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ✓BladindelingSeitenaufteilung 8
- ✓Alle tekstkadersAlle Textkästen 8/8
- ✓BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen 8/8
- ✓Beelden gemaaktBilder erstellt 8/8
BoBo — Bo · Wij gaan in de morgen
⚠ Wordt nog verbeterd — is in bewerking Wird noch verbessert — ist in Arbeit
De beelden van dit hoofdstuk voldoen nog niet aan uw zeven regels van 9 september. Wat er precies aan schort en wanneer het aan de beurt is, staat op de lijst van alle hoofdstukken. Er wordt niets opnieuw getekend voordat u de figuurbladen heeft goedgekeurd. Die Bilder dieses Kapitels erfüllen Ihre sieben Regeln vom 9. September noch nicht. Was genau fehlt und wann es an der Reihe ist, steht auf der Liste aller Kapitel. Es wird nichts neu gezeichnet, bevor Sie die Figurenblätter freigegeben haben.
Deze bladzijden staan gezet in het NederlandsNiederländisch. Onder elke dubbele bladzijde kunt u iets zeggen — het komt direct in het project terecht. Diese Seiten stehen gesetzt auf NederlandsNiederländisch. Unter jeder Doppelseite können Sie etwas sagen — es kommt direkt im Projekt an.
Hoort bij het vorige hoofdstuk.Gehört zum vorigen Kapitel.
Eli: „Vanaf Sjemot is Mosje Rabbenoe de belangrijkste man in de Tora. Bij het doornbos riep Hasjeem: ‚Mosje, Mosje!’ En hij antwoordde: ‚Hier ben ik.’”**Eli:** „Seit der Parascha Schemot ist Mosche Rabbenu der wichtigste Mann in der Tora. Am Dornbusch rief Haschem: ‚Mosche, Mosche!' Und Mosche antwortete: ‚Hier bin ich.'“
Ariella: „Er is een stijgende lijn vanaf No-ach tot Mosje. No-ach wordt een tsaddiek in een pelsjas genoemd — een ‘heilige’ man, die vooral met zijn eigen Jahadoet bezig was. De mensen uit zijn tijd kon hij niet redden; zij kwamen om in de Maboel. Avraham stond al op een hoger niveau. Hij dawwende voor de mensen van Sedom, een stad waar de mensen heel slecht waren. Maar toen hij zag dat Hasjeem niet bereid was Sedom te sparen, stopte hij met dawwenen.”**Ariella:** „Von No-ach bis Mosche geht eine Linie, und sie steigt immer weiter. No-ach nennt man einen Zaddik im Pelzmantel — einen heiligen Mann, dem hauptsächlich sein eigenes **Jahadut** wichtig war, sein eigenes jüdisches Leben. Die Menschen seiner Zeit konnte er nicht retten; sie kamen im Ma-bul um, in der großen Überschwemmung. Awraham stand schon höher. Er betete für die Menschen von Sedom, einer Stadt, in der die Menschen sehr schlecht waren. Aber als er sah, dass Haschem Sedom nicht verschonen wollte, hörte er auf zu beten.“
Elischa: „En Mosje? Toen het Joodse volk later het Gouden Kalf gediend had — daarover vertelt een later hoofdstuk — ging Mosje nog een stap verder: ‚Als U niet naar mij luistert om het Joodse volk te vergeven, dan kunt U mij schrappen uit de Tora, die U geschreven heeft.’ Kijk, dit is echte opoffering voor Am Jisra’eel!”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.
Farao had gezegd: „De Nijl heb ik gemaakt.” En juist zijn rivier veranderde als eerste. Wat denk jij: wat moest hij daaraan merken?Der Pharao hatte gesagt: „Den Nil habe ich gemacht.“ Und ausgerechnet sein Fluss war das Erste, was sich veränderte. Was, glaubst du, sollte er daran merken?
Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!
Bo

Hasjeem zei tegen Mosje: „Ga in de morgen naar Farao.”„Geh am Morgen zum Pharao", sagte Haschem zu Mosche.
Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
Mosje ging. Hij was al vaak in dat paleis geweest, en elke keer had Farao hetzelfde gezegd: nee.Mosche ging. Er war schon oft in diesem Palast gewesen, und jedes Mal hatte der Pharao dasselbe gesagt: Nein.
Precies één jaar eerder had Hasjeem bij het doornbos met Mosje gesproken. Sindsdien kwamen de plagen over Egypte, de een na de ander. En ze kwamen niet zomaar. Wanneer Hasjeem een volk straft, wordt eerst zijn afgod gestraft — dat waarvoor de mensen buigen.Vor genau einem Jahr hatte Haschem am Dornbusch mit Mosche gesprochen. Seitdem kamen die Zeichen über Ägypten, eines nach dem anderen. Und keines kam einfach so. Wenn Haschem ein Volk straft, dann wird immer zuerst sein Götze gestraft — das, wovor die Leute sich verbeugen.
De afgod van Egypte was de Nijl. Daarom was de allereerste plaag tegen de Nijl gericht: het water werd bloed.Der Götze Ägyptens war der Nil. Darum traf ihn das allererste Zeichen: Das Wasser des Nils wurde zu Blut.


Waarom juist de Nijl? Omdat de Egyptenaren de Joden bij die rivier groot onrecht hadden aangedaan. En omdat iedereen moest zien wie de wereld werkelijk in handen heeft. Hasjeem kan de natuur helemaal veranderen. ’s Avonds was de rivier nog water. ’s Morgens was hij dat niet meer.Warum ausgerechnet der Nil? Weil die Ägypter den Juden an diesem Fluss großes Unrecht angetan hatten. Und weil alle sehen sollten, wer die Welt wirklich in der Hand hält. Haschem kann die Natur verändern, ganz und gar. Am Abend war der Fluss noch Wasser. Am Morgen war er es nicht mehr.
Daar had Farao niet op gerekend: in heel Egypte was niets meer te drinken. Alleen bij de Joden bleef het water gewoon water.Damit hatte der Pharao nicht gerechnet: In ganz Ägypten gab es nichts mehr zu trinken. Nur bei den Juden blieb das Wasser Wasser.
- iedereen die van het korban Pesach wilde meeëten, eerst een briet mila moest hebben?Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.
- de Bnee Jisra’eel die avond het korban Pesach aten, met matsa en maror, en dat zij bloed op hun deurposten en de bovenbalk streken, zodat iedereen wist dat hier Bnee Jisra’eel woonden?… dass die Bnej Jisrael an diesem Abend das Pessach-Lamm aßen, dazu **Mazza** — flaches Brot ohne Hefe — und bittere Kräuter? Und dass sie Blut an ihre Türpfosten strichen, damit jeder sah: Hier wohnen die Bnej Jisrael — so nennt die Tora die Juden.
- de Bnee Jisra’eel de beentjes daarna op straat moesten gooien, zodat de Mitsriem zouden zien dat hun afgod opgegeten was?… dass sie hinterher die Knochen auf die Straße werfen mussten? Die Ägypter sollten sehen, dass ihr Götze aufgegessen war — sie beteten ja ein Lamm an.
- de Egyptische eerstgeborenen hun ouders vroegen om de Bnee Jisra’eel weg te sturen, maar dat de ouders niet luisterden?… dass die ägyptischen Erstgeborenen ihre Eltern gebeten haben, die Bnej Jisrael endlich gehen zu lassen? Aber die Eltern hörten nicht auf sie.
Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
Dus gingen de Egyptenaren naar hun eigen slaven en vroegen: verkopen jullie ons wat?Also gingen die Ägypter zu ihren eigenen Sklaven und fragten: Verkauft ihr uns etwas?

Jarenlang hadden zij de Joden heel gemeen behandeld. Nu stonden zij met lege kruiken voor hun deuren. En voor het eerst konden de Joden meegenieten van de grote rijkdom van Egypte — van al het goud dat in de jaren van hongersnood verdiend was.Jahrelang hatten sie die Juden schlecht behandelt. Jetzt standen sie mit leeren Krügen vor deren Türen. Und zum ersten Mal bekamen die Juden etwas ab von dem großen Reichtum Ägyptens — von all dem Gold aus den Jahren der Hungersnot.
Zo ging het verder, plaag na plaag. De barad, de hagel, vernietigde de tuintjes die de Bnee Jisra’eel hadden moeten aanleggen. De sprinkhanen aten de tarwe op die de Bnee Jisra’eel hadden moeten planten. En er kwam duisternis over Egypte, omdat de Egyptenaren zoveel Joden gevangen hadden gezet. Elke plaag paste precies bij het werk dat de Joden hadden moeten doen.So ging es weiter, Zeichen für Zeichen. Der Hagel zerschlug die Gärten, die die Juden für die Ägypter hatten anlegen müssen. Die Heuschrecken fraßen das Getreide auf, das die Juden hatten pflanzen müssen. Und die Finsternis kam über Ägypten, weil die Ägypter so viele Juden eingesperrt hatten. Jedes Zeichen antwortete genau auf das, was die Juden hatten tun müssen.
Negen plagen waren voorbij. Negen keer had Farao gezien hoe zijn land armer werd. Negen keer had hij gezegd: nee, ze blijven hier.Neun Zeichen waren vorbei. Neunmal hatte der Pharao zugesehen, wie sein Land ärmer wurde. Neunmal hatte er gesagt: Nein, sie bleiben hier.
De tiende plaag was de zwaarste. Die trof de bechoriem, de eerstgeborenen van Egypte. Waarom juist zij? Omdat de Mitsriem de Joodse kindertjes kwaad hadden willen doen. Die nacht stierf ook de oudste zoon van Farao.Das zehnte Zeichen war das schwerste. Es traf die Erstgeborenen Ägyptens. Warum gerade sie? Weil die Ägypter den jüdischen Kindern hatten schaden wollen. In dieser Nacht starb auch der älteste Sohn des Pharao.

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Farao bleef niet langer in bed. Hij stond op, hij rende door zijn paleis, hij rende door de donkere straten, en hij zocht het huis van Mosje en Aharon. De koning van Egypte stond midden in de nacht voor een vreemde deur en smeekte: „Ga. Verlaat mijn land onmiddellijk.”Da hielt es den Pharao nicht mehr im Bett. Er sprang auf, er lief durch seinen Palast, er lief durch die dunklen Straßen, und er suchte das Haus von Mosche und Aharon. Der König von Ägypten stand mitten in der Nacht vor einer fremden Tür und bat: „Geht. Geht sofort aus meinem Land."
„Nee”, zei Mosje.„Nein", sagte Mosche.
Farao dacht dat hij het verkeerd verstaan had. Nee?Der Pharao glaubte, sich verhört zu haben. Nein?
„G’d heeft ons opgedragen om tot de ochtend binnen te blijven”, zei Mosje. „Zijn wij dan inbrekers die zomaar midden in de nacht moeten wegvluchten? Wij gaan in de morgen.”„Haschem hat uns aufgetragen, bis zum Morgen im Haus zu bleiben", sagte Mosche. „Sind wir denn Diebe, die mitten in der Nacht davonlaufen? Wir gehen am Morgen."
„Neem dan alles mee!”, riep Farao. „Zoveel dieren en mensen als je wilt — neem alles en ga!”„Dann nehmt eben alles mit!", rief der Pharao. „Eure Tiere, eure Leute, so viele ihr wollt — nehmt alles und geht!"
„Waarom heb je zo’n haast?”, vroeg Mosje.„Warum hast du es auf einmal so eilig?", fragte Mosche.
En de machtigste man van Egypte zei zacht: „Ik ben zelf een eerstgeborene. En ik ben bang.”Und der mächtigste Mann Ägyptens sagte leise: „Ich bin selbst ein Erstgeborener. Ich habe Angst."
In de morgen trokken we uit Mitsraim. Niet stiekem en niet in het donker, maar op klaarlichte dag.Am Morgen zogen wir aus Ägypten. Nicht heimlich und nicht im Dunkeln, sondern am hellen Tag.
Drie kinderen hebben erover gepraat — en zij waren het helemaal niet met elkaar eens.Drei Kinder haben darüber gesprochen — und waren sich überhaupt nicht einig.
Ariella: „Ik denk dat Farao gewoon bang was dat hij de troon zou verliezen, en daarom heeft hij Mosje en Aharon weggestuurd. Want niet iedereen dacht dat hij die plagen zou overleven.”**Ariella:** „Ich glaube, der Pharao hatte einfach Angst um seinen Thron. Nicht alle in Ägypten dachten, dass er diese Zeichen überstehen würde. Darum hat er Mosche und Aharon weggeschickt."
Asaf: „Ik zou nooit hebben toegegeven aan Mosje en Aharon. Ik vind die Farao maar een slappeling.”**Asaf:** „Ich hätte niemals nachgegeben, nicht bei Mosche und nicht bei Aharon. Ich finde diesen Pharao ziemlich schwach."
Ita: „Ik vind Farao juist heel moedig, dat hij uiteindelijk zijn ongelijk durft toe te geven. Dat is pas een verstandige man. Die begrijpt dat hij niet altijd maar alles kan krijgen en eisen wat hij wil.”**Ita:** „Und ich finde ihn mutig. Am Ende hat er zugegeben, dass er unrecht hatte. Das traut sich fast niemand. Wer das kann, ist ein kluger Mensch. Der hat verstanden, dass man nicht immer alles bekommen kann und nicht immer alles verlangen darf."

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
Ita zegt dat het moedig is om je ongelijk toe te geven. Wanneer heb jij voor het laatst gezegd: ik had ongelijk?Ita sagt, es sei mutig, seinen Fehler zuzugeben. Wann hast du zuletzt gesagt: Ich hatte unrecht?

Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!
Deze bladzijde staat hier niet.Diese Seite steht hier nicht.
Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ○BladindelingSeitenaufteilung
- ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
- ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
- ○Beelden gemaaktBilder erstellt
De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.
De staf uit de tuin
In de tuin van zijn schoonvader Jitro zag Mosje iets uit de grond steken. Het glansde blauw, als een saffier.
Mosje had zich in die tuin teruggetrokken om Hasjeem te danken voor zijn redding uit de handen van Farao. En nu stond hij voor dat ding in de aarde. Hij pakte het beet en trok — en de staf kwam eruit, alsof hij daar alleen maar op had gewacht.
Mosje haalde de staf uit de grond en toonde hem aan Jitro. Jitro was verbaasd:
„Als jij in staat was om deze staf uit de aarde te halen, moet jij de eigenaar zijn!"
Dit was tot dan niemand gelukt.
In onze parasja staat een zin die je makkelijk overleest: „Mosje strekte zijn stok over het land Egypte uit" (Sjemot 10,13). Bij de wonderen en de plagen wordt steeds weer de staf van Mosje en Aharon gebruikt. Waar kwam deze staf vandaan, en wat deed die staf?
Jitro wist het en vertelde het:
„De staf was oorspronkelijk van Joseef, maar ik heb hem weggehaald uit het hof van Farao en meegenomen naar Midjan. Voorzover ik in de sterren heb kunnen zien, zal de eigenaar van deze staf de Joden uit Egypte bevrijden. Niemand was ooit in staat om deze staf uit de grond te trekken. Deze staf was door Hasjeem zelf gemaakt en aan Adam, de eerste mens, gegeven. Adam gaf het door aan zijn derde zoon Sjet. Uiteindelijk viel de staf in handen van Awraham. Zo kwam hij bij Jitschak, Ja'akov en Joseef terecht. Na jou zal hij terechtkomen bij koning David en zijn afstammelingen, de koningen van het rijk Jehoeda. En nu ligt hij in jouw hand."
Mosje kreeg van Hasjeem de opdracht om de staf mee te nemen naar Egypte om daarmee de wonderen te verrichten.
Op de staf stonden drie woorden gegraveerd: **‚Detsach Adasj beAchaw'**. Herinner je die nog uit de **Seider**? Dit zijn de beginletters van de tien plagen. Zo is Detsach opgebouwd uit drie beginletters, een D-klank, de tsaddie (ts) en de ch:
dam – bloed tsefarde'a – kikvorsen chiniem – ongedierte.
De staf werd gebruikt aan het hof van Farao. Aharon wierp zijn staf voor Farao en zijn stok werd tot een slang.
Maar de tovenaars van Farao konden hetzelfde. Ook hun staven werden slangen. Farao keek toe en bleef rustig — dat kende hij wel.
En toen verslond de staf van Aharon al de staven van de Egyptenaren.
Bovendien was er de naam van Hasjeem in uitgegraveerd.
Weet je nog dat Hasjeem Adam in Gan Eden bracht? Daarvandaan, zeggen onze Chagamiem, komt deze staf — door alle handen heen tot in die van Mosje.
… er geen beentje in het **korban Pesach** gebroken mocht worden?
… de eerste seideravond nog in **Mitsraim** gevierd werd, nog voordat de Bnee Jisra'eel bevrijd waren?
… de Bnee Jisra'eel van hun Mitsriem buren zilveren en gouden voorwerpen en spullen moesten lenen voordat zij zouden vertrekken uit Mitsraim?
… de Bnee Jisra'eel maar **210** jaar in Mitsraim zijn gebleven en niet 430?
**Eli:** „De stok veranderde in een slang. Wat betekent dat eigenlijk? Net zoals een slang van nature bijt zonder wonderen en tovenarij, zo ook hadden Mosje en Aharon aan hun woorden genoeg om allerlei plagen en wonderen te doen. Er kwam bij Mosje en Aharon geen tovenarij aan te pas, die in Egypte wel veel gebruikt werd."
**Chaim:** „De wonderen verliepen via de staf van Mosje, maar die werkte alleen op uitspraak van Mosje en Aharon. Met de staf werden de tien plagen uitgevoerd. De tien plagen moesten de tien uitspraken, waarmee Hasjeem de wereld had geschapen, veranderen in de Tien Geboden — de boodschap, dat Hasjeem de baas van de wereld is."
**Jedidja:** „Met de staf werden de Joden verlost. Verlossing betekent loskomen van het kwade. Dat was de werking van de staf. Daarom stond er de naam van Hasjeem op gegraveerd: de heerschappij van het goede over het kwade. Dat was de situatie van Gan Eden. Daarom was de staf afkomstig uit het Paradijs."
**Jalta:** „Maar waarom moesten de Bnee Jisra'eel dan nog een lammetje slachten als korban?"
**Jair:** „Hasjeem zei dat de Bnee Jisra'eel een korban Pesach moesten slachten en het bloed ervan op de deurposten en de bovenbalk van de deur moesten smeren. Het korban Pesach was een lammetje of een geitje. Dat was een afgod van Mitsraim. Daarmee wilde Hasjeem laten zien hoe waardeloos die afgoden waren."
Eli zegt: Mosje en Aharon hadden aan hun woorden genoeg — tovenarij hadden zij niet nodig. Wat van alles wat jij je voorneemt, zou jij alleen met woorden voor elkaar kunnen krijgen?
Sjabbat Sjalom!
Der Stab aus dem Garten
Im Garten seines Schwiegervaters Jitro sah Mosche etwas aus der Erde ragen. Es schimmerte blau wie ein Saphir.
Mosche war in diesen Garten gegangen, um Haschem zu danken. Er war dem Pharao entkommen, er lebte, er war in Sicherheit. Nun stand er vor diesem Ding im Boden. Er griff zu und zog — und der Stab kam heraus, als hätte er nur darauf gewartet.
Mosche brachte ihn zu Jitro. Der traute seinen Augen nicht.
„Wenn du diesen Stab aus der Erde ziehen konntest", sagte Jitro, „dann musst du sein Besitzer sein."
Denn vor Mosche hatte es niemand geschafft. Keiner.
In unserer Parascha steht ein Satz, den man leicht überliest: „Mosche streckte seinen Stab aus über das Land Mizrajim" (Schemot 10,13). Immer wieder dieser Stab, bei jedem Wunder und bei jeder Plage. Woher kam er eigentlich? Und was tat er?
Jitro wusste es und erzählte es:
„Ursprünglich gehörte dieser Stab Josef. Ich habe ihn aus dem Hof des Pharao mitgenommen, hierher nach Midjan. So weit ich in den Sternen lesen konnte, wird der Besitzer dieses Stabes die Juden aus Mizrajim befreien, aus Ägypten. Niemals war jemand imstande, ihn aus der Erde zu ziehen. Diesen Stab hat Haschem selbst gemacht und Adam gegeben, dem ersten Menschen. Adam gab ihn weiter an seinen dritten Sohn Schet. Irgendwann kam er in die Hände Awrahams, von dort zu Jizchak, zu Jaakow und zu Josef. Nach dir wird er zu König David kommen und zu dessen Nachkommen, den Königen von Jehuda. Und jetzt liegt er in deiner Hand."
Später trug Haschem Mosche auf, den Stab mit nach Mizrajim zu nehmen und die Wunder damit zu tun.
Auf dem Stab standen drei Wörter eingraviert: **Detzach · Adasch · beAchaw**. Kennst du sie noch vom **Seder**? Es sind die Anfangsbuchstaben der zehn Plagen, zu drei Wörtern zusammengezogen. „Detzach" zum Beispiel besteht aus drei Anfangsbuchstaben:
**D** wie **Dam** — Blut. **Z** wie **Zefardea** — Frösche. **K** wie **Kinim** — Ungeziefer. *(Am Ende von „Detzach" klingt dieses K wie ein ch — darum sagt man Detzach und nicht Detzak.)*
Am Hof des Pharao kam der Stab zum ersten Mal zum Einsatz. Aharon warf seinen Stab vor dem Pharao auf den Boden, und der Stab wurde zu einer Schlange.
Doch die Zauberer des Pharao konnten dasselbe. Auch ihre Stäbe wurden zu Schlangen. Der Pharao sah zu und blieb ruhig — das kannte er ja.
Und dann verschlang der Stab Aharons alle Stäbe der Ägypter.
Und außerdem war der Name Haschems in den Stab eingraviert.
Weißt du noch, wie Haschem Adam in den Gan Eden brachte? Von dort, sagen unsere Chachamim, kommt dieser Stab — durch alle Hände bis in die von Mosche.
… dass an dem **Korban Pessach**, dem Pessach-Opfer, kein einziger Knochen gebrochen werden durfte?
… dass der allererste Seder-Abend noch in **Mizrajim** gefeiert wurde — bevor die Bnej Jisrael überhaupt frei waren?
… dass die Bnej Jisrael sich vor dem Aufbruch bei ihren ägyptischen Nachbarn silberne und goldene Gegenstände leihen mussten?
… dass die Bnej Jisrael nur **210** Jahre in Mizrajim geblieben sind — und nicht 430, wie man zunächst denken könnte?
**Eli:** „Der Stock wurde zu einer Schlange. Was bedeutet das eigentlich? Eine Schlange beißt von Natur aus, ganz ohne Wunder und ohne Zauberei. Genauso hatten Mosche und Aharon an ihren Worten genug, um all die Plagen und Wunder zu tun. Bei ihnen kam keine Zauberei ins Spiel — und in Mizrajim wurde viel gezaubert."
**Chaim:** „Die Wunder liefen über den Stab Mosches. Aber der wirkte nur, wenn Mosche und Aharon sprachen. Mit dem Stab wurden die zehn Plagen ausgeführt. Und die zehn Plagen sollten die **zehn Aussprüche**, mit denen Haschem die Welt erschaffen hat, in die **Zehn Gebote** verwandeln — in die Botschaft, dass Haschem der Herr der Welt ist."
**Jedidja:** „Mit dem Stab wurden die Juden erlöst. Erlösung heißt: vom Bösen loskommen. Genau das war die Wirkung des Stabes. Darum war der Name Haschems eingraviert: die Herrschaft des Guten über das Böse. So war es im Gan Eden. Und darum kam der Stab aus dem Paradies."
**Jalta:** „Aber warum mussten die Bnej Jisrael dann trotzdem noch ein Lamm schlachten?"
**Jair:** „Haschem sagte, die Bnej Jisrael sollten ein Korban Pessach schlachten und dessen Blut an die Türpfosten und an den Oberbalken der Tür streichen. Das Korban Pessach war ein Lamm oder ein Zicklein — und genau das war ein Götze Mizrajims. Damit wollte Haschem zeigen, wie wertlos diese Götzen waren."
Eli sagt: Mosche und Aharon brauchten keine Zauberei — ihre Worte genügten. Was von allem, was du dir vornimmst, könntest du allein mit Worten schaffen?
Schabbat Schalom!
Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ○BladindelingSeitenaufteilung
- ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
- ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
- ○Beelden gemaaktBilder erstellt
De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.
De zwarte doos
Van buiten zijn tefilien helemaal zwart. Het leer, de huisjes, de riemen, de inkt. Maar binnenin ligt het witste wat er is: perkament waarop geen enkel vlekje mag zitten. En niemand krijgt het ooit te zien.
Na de tien plagen kregen we veel mitsvot. Eén van die mitsvot is de mitsva van tefilien.
In onze parasja staat de zin waarop zij rust: „En het zal voor jou een teken zijn op je hand en een herinnering tussen je ogen, zodat de leer van Hasjeem in je mond zal zijn" (Sjemot 13,9). Een teken waarvan? Daarvan, dat Hasjeem ons met sterke hand uit Mitsraim heeft geleid.
Tefilien zijn zwarte huisjes op je voorhoofd en je linkerarm. In de tefilien zitten vier parsjiot (afdelingen uit de Tora), geschreven op perkament met zwarte inkt.
Tefilien zijn van koeienhuid gemaakt, van dezelfde materie als waarvan het menselijk lichaam gemaakt is. Dit benadrukt, dat de boodschap van de tefilien, als in een huidtransplantatie, één moet worden met de mens.
Alles wat we doen, is lichamelijk: spreken, denken, eten en slapen. Alleen met het lichaam kunnen we Hasjeems ge- en verboden uitvoeren. Tefilien verbind je met je lichaam. Daarom moet alles uit de tefilien van kosjere dieren gemaakt zijn. De vier perkamenten Tora-afdelingen moeten helemaal wit zijn. Daarop zijn de parsjiot met zwarte inkt geschreven.
In de tefilien van de hand zitten de Tora-afdelingen in één huisje; in de tefilien van het hoofd zitten zij in vier huisjes. De vier huisjes in de hoofdtefilien staan voor de vier zintuigen in je hoofd: zien, horen, ruiken, proeven. Het ene huisje in de tefilien van de hand staat tegenover het ene zintuig in de hand, het voelen. Uiteindelijk moeten al onze zintuigen gericht zijn op Hasjeem.
Het huisje van de tefilien moet volledig vierkant zijn. De knoop in de tefilien van het hoofd heeft de vorm van een dalet, de vierde letter van het alef-bet. Op de zwarte huisjes van de tefilien op het hoofd staan twee sjiens: de ene is een gewone sjien met drie pootjes, de andere heeft vier poten. Vier is het getal van chessed (liefde), waarop de wereld gebaseerd is.
Tefilien worden niet samengebonden met touw of plakband, maar met de pezen van een kosjer dier. De driehonderdvijfenzestig pezen in het lichaam komen overeen met de driehonderdvijfenzestig dagen van het jaar. De huisjes van de tefilien worden met twaalf steken bij elkaar gehouden, wat overeenkomt met de twaalf maanden van het jaar.
En waarom is dat alles zwart?
Het uiteindelijke doel van de wereld is onduidelijk. Daarom moeten de tefilien zwart zijn. Over Hasjeems inwerking op de wereld weten wij niets. Het doel van Hasjeems schepping blijft verborgen.
Het witte perkament zit binnen in de tefilien. Pas wanneer men door de ‚black box' heendringt, zien we het wit.
Wanneer we het over Hasjeems hand hebben, spreken we over Zijn uitwerking in de wereld. Hij leidt de totale menselijke geschiedenis, maar ook de bestemming van ieder mens apart.
Weet je nog, het doornbosje dat brandde en niet verbrandde? Je zag het vuur en niet het wonder. Bij tefilien is het andersom: je ziet het zwart en niet het wit.
… er toen veel mensen Joods zijn geworden en een **briet mila** hebben genomen om mee te kunnen eten van het **korban Pesach**, omdat zij ook niet meer geloofden in de Egyptische afgoden?
… de **Chagamiem** het er niet over eens zijn hoe lang het allemaal geduurd heeft? Sommigen zeggen dat Farao vierentwintig dagen lang gewaarschuwd werd en dat iedere plaag maar zeven dagen duurde. Anderen zeggen het precies andersom: zeven dagen waarschuwing, en iedere plaag duurde vierentwintig dagen. Beiden tellen dezelfde dagen — alleen andersom verdeeld.
… de tien plagen niet tegen Egypte gericht waren, maar tegen **het slechte Egypte**? Niet het land werd gestraft, maar het onrecht dat daar gebeurde.
… waarom het donker werd over Egypte? Bij hun feesten moesten Bnee Jisra'eel met fakkels op hun hoofd aan de kant staan om het feest bij te lichten. Daarom kwam er duisternis over Egypte — maar in de huizen van de Bnee Jisra'eel was het licht (Sjemot 10,23).
**Eli:** „In Bo zien we, dat de eerste Seider plaatsvond in Egypte, temidden van onze vijanden, zelfs vóór de dood van de Egyptische eerstgeborenen. De avond van de vijftiende Nisan moesten we binnenblijven, bloed van een lammetje — de afgod van de Egyptenaren — op onze deurposten smeren en de Seider vieren."
**Channa:** „G'd zei: ‚Tegen middernacht zal Ik door het land Egypte trekken en elke eerstgeborene onder de Egyptenaren slaan' (Sjemot 11,4 · 12,12). Je kunt de angst van Joden voorstellen. Het lam — de afgod van Egypte — slachten was levensgevaarlijk! Niemand kon voorspellen hoe de Egyptische massa zou reageren als zij het bloed zouden opmerken en zouden begrijpen wat er met hun afgoden was gebeurd. Het was niet ondenkbaar, dat de Egyptische volkswoede in een nieuwe pogrom zou eindigen."
**Jehoediet:** „De Chagamiem uit de Talmoed stellen ook dat wij de Matse van vrijheid aten, niet omdat wij bevrijd werden uit Egypte, maar ín Egypte. Wat betekent dit? Onze Seider viert niet zo zeer de werkelijke bevrijding, maar veel meer dat Hasjeem toegezegd heeft ons te zullen bevrijden — en ons geloof in die G'ddelijke belofte. Daarom is Pesach niet zo zeer een bevrijdingsfeest, maar veel meer een feest van geloof in die verlossing. De Matse wordt het brood van geloof genoemd en moet vóór middernacht gegeten worden, omdat ná middernacht de daadwerkelijke bevrijding op gang kwam."
Jehoediet zegt dat de Matse het brood van geloof is: de Bnee Jisra'eel aten haar toen zij nog slaven waren. Wat doe jij nu al, terwijl je de uitkomst nog helemaal niet kunt zien?
Sjabbat Sjalom!
Die schwarze Schachtel
Von außen sind Tefillin ganz schwarz. Das Leder, die Häuschen, die Riemen, die Tinte. Innen aber liegt das Weißeste, was es gibt: Pergament, auf dem kein einziger Fleck sein darf. Und niemand bekommt es je zu sehen.
Nach den zehn **Plagen** bekamen wir viele **Mitzwot**. Eine davon ist die Mitzwa der **Tefillin**.
In unserer Parascha steht der Satz, auf dem sie beruht: „Und es sei dir zum Zeichen auf deiner Hand und zum Erinnerungszeichen zwischen deinen Augen, damit die Lehre Haschems in deinem Mund sei" (Schemot 13,9). Ein Zeichen wofür? Dafür, dass Haschem uns mit starker Hand aus Mizrajim herausgeführt hat.
Tefillin sind schwarze Häuschen auf der Stirn und am linken Arm. In ihnen liegen vier **Parschijot** — vier Abschnitte aus der Tora, auf Pergament geschrieben, mit schwarzer Tinte.
Tefillin werden aus Kuhhaut gemacht, aus demselben Stoff, aus dem auch der menschliche Körper gemacht ist. Die Botschaft der Tefillin soll mit dem Menschen eins werden, so wie ein verpflanztes Stück Haut mit dem Körper eins wird.
Denn alles, was wir tun, tun wir mit dem Körper: sprechen, denken, essen, schlafen. Nur mit dem Körper können wir Haschems Gebote und Verbote ausführen. Die Tefillin verbinden dich mit deinem Körper. Darum muss alles an ihnen von koscheren Tieren stammen. Die vier Pergamente müssen ganz weiß sein, und darauf stehen die Parschijot in schwarzer Tinte.
Im Hand-Tefillin liegen alle vier Abschnitte in einem einzigen Häuschen. Im Kopf-Tefillin liegen sie in vier Häuschen. Diese vier Häuschen stehen für die vier Sinne, die in deinem Kopf sitzen: sehen, hören, riechen, schmecken. Und das eine Häuschen am Arm steht dem einen Sinn gegenüber, der in der Hand sitzt: dem Fühlen. Am Ende sollen alle unsere Sinne auf Haschem gerichtet sein.
Das Häuschen muss vollkommen quadratisch sein. Der Knoten des Kopf-Tefillin hat die Form eines **Dalet**, des vierten Buchstabens im **Alef-Bet**. Auf dem schwarzen Kopf-Häuschen stehen zwei **Schin**, der einundzwanzigste Buchstabe im Alef-Bet: das eine ist ein gewöhnliches Schin mit drei Beinen, das andere hat vier. Vier ist die Zahl von **Chessed**, der Liebe, auf der die Welt gegründet ist.
Zusammengebunden werden Tefillin nicht mit Schnur und nicht mit Klebeband, sondern mit den Sehnen eines koscheren Tieres. Unsere **Chachamim** zählen im menschlichen Körper dreihundertfünfundsechzig Sehnen — so viele, wie das Jahr Tage hat. Und die Häuschen werden mit zwölf Stichen zusammengehalten, so vielen, wie das Jahr Monate hat.
Und warum ist das alles schwarz?
Weil wir das Ziel der Welt nicht kennen. Was Haschem in der Welt bewirkt, wissen wir nicht. Wozu Er sie erschaffen hat, bleibt verborgen. Darum sind die Tefillin schwarz.
Das weiße Pergament liegt innen. Erst wenn man durch die schwarze Schachtel hindurchdringt, sieht man das Weiß.
Und wenn wir von Haschems Hand sprechen, dann meinen wir genau das: wie Er in der Welt wirkt. Er führt die ganze Geschichte der Menschen — und dazu das Geschick jedes einzelnen Menschen.
Weißt du noch, den Dornbusch, der brannte und nicht verbrannte? Man sah das Feuer und nicht das Wunder. Bei den Tefillin ist es umgekehrt: Man sieht das Schwarze und nicht das Weiße.
… dass damals viele Menschen sich dem jüdischen Volk anschlossen — nur um beim **Korban Pessach** dabei sein zu dürfen? Sie glaubten nicht mehr an die Götzen ihres eigenen Landes und nahmen dafür eine **Brit Mila** auf sich.
… dass unsere **Chachamim** sich nicht einig sind, wie lange das alles gedauert hat? Die einen sagen: Der Pharao wurde vierundzwanzig Tage lang gewarnt, und jede Plage dauerte dann sieben Tage. Die anderen sagen es genau umgekehrt: sieben Tage Warnung, und jede Plage dauerte vierundzwanzig Tage. Beide zählen dieselben Tage — nur umgekehrt verteilt.
… dass die zehn Plagen sich nicht gegen Ägypten richteten, sondern gegen **das schlechte Ägypten**? Nicht das Land wurde gestraft, sondern das Unrecht, das dort geschah.
… warum es über Ägypten dunkel wurde? Bei ihren Festen mussten Juden mit Fackeln auf dem Kopf am Rand stehen und den Ägyptern das Fest beleuchten. Deshalb kam die Finsternis über Ägypten — in den Häusern der Bnej Jisrael aber war Licht (Schemot 10,23).
**Eli:** „In Bo sehen wir, dass der erste Seder in Ägypten stattfand — mitten unter unseren Feinden, sogar noch vor dem Tod der ägyptischen Erstgeborenen. Am Abend des fünfzehnten Nissan mussten wir drinnen bleiben, das Blut eines Lammes — des Götzen der Ägypter — an unsere Türpfosten streichen und den Seder feiern."
**Channa:** „G'tt sagte: ‚Um Mitternacht will Ich mitten durch das Land Ägypten ziehen, und jeder Erstgeborene unter den Ägyptern wird geschlagen' (Schemot 11,4 · 12,12). Du kannst dir die Angst der Juden vorstellen. Das Lamm zu schlachten — den Götzen Ägyptens — war lebensgefährlich! Niemand konnte vorhersagen, wie die ägyptische Menge reagieren würde, wenn sie das Blut bemerkte und begriff, was mit ihren Götzen geschehen war. Es war nicht undenkbar, dass die Wut des ägyptischen Volkes in einem neuen Pogrom endete — in einem Überfall auf die Juden."
**Jehudit:** „Die Chachamim aus dem Talmud sagen außerdem, dass wir die Mazza der Freiheit gegessen haben — nicht **weil** wir aus Ägypten befreit wurden, sondern **während** wir noch in Ägypten waren. Was bedeutet das? Unser Seder feiert weniger die tatsächliche Befreiung, sondern viel mehr, dass Haschem zugesagt hat, uns zu befreien — und unseren Glauben an dieses göttliche Versprechen. Darum ist Pessach weniger ein Fest der Befreiung als vielmehr ein Fest des Glaubens an die Erlösung. Die Mazza wird das Brot des Glaubens genannt, und sie muss vor Mitternacht gegessen werden, weil erst nach Mitternacht die wirkliche Befreiung in Gang kam."
Jehudit sagt, die Mazza sei das Brot des Glaubens: Die Bnej Jisrael aßen sie, als sie noch Sklaven waren. Was tust du jetzt schon, obwohl du das Ergebnis noch gar nicht sehen kannst?
Schabbat Schalom!