SjemotSchemot 13
Dit hoofdstuk in alle drie de leeftijdsdelen. Kies hierboven een deel; de streep eronder zegt wat er klaar is en wat nog niet. Onder „Bladzijden” ziet u de tekst en het beeld zoals ze op de bladzijde naast elkaar komen — de indeling mag nog veranderen, de beelden blijven. Dieses Kapitel in allen drei Altersstufen. Wählen Sie oben einen Band; der Streifen darunter sagt, was fertig ist und was nicht. Unter „Seiten“ sehen Sie Text und Bild so, wie sie auf der Seite nebeneinander kommen — die Aufteilung darf sich noch ändern, die Bilder bleiben.
Dit deel is compleet.Dieser Band ist vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ✓BladindelingSeitenaufteilung 8
- ✓Alle tekstkadersAlle Textkästen 8/8
- ✓BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen 8/8
- ✓Beelden gemaaktBilder erstellt 8/8
SjemotSchemot — Sjemot · Namen in Mitsraim
⚠ Wordt nog verbeterd — is in bewerking Wird noch verbessert — ist in Arbeit
De beelden van dit hoofdstuk voldoen nog niet aan uw zeven regels van 9 september. Wat er precies aan schort en wanneer het aan de beurt is, staat op de lijst van alle hoofdstukken. Er wordt niets opnieuw getekend voordat u de figuurbladen heeft goedgekeurd. Die Bilder dieses Kapitels erfüllen Ihre sieben Regeln vom 9. September noch nicht. Was genau fehlt und wann es an der Reihe ist, steht auf der Liste aller Kapitel. Es wird nichts neu gezeichnet, bevor Sie die Figurenblätter freigegeben haben.
Deze bladzijden staan gezet in het NederlandsNiederländisch. Onder elke dubbele bladzijde kunt u iets zeggen — het komt direct in het project terecht. Diese Seiten stehen gesetzt auf NederlandsNiederländisch. Unter jeder Doppelseite können Sie etwas sagen — es kommt direkt im Projekt an.
Hoort bij het vorige hoofdstuk.Gehört zum vorigen Kapitel.
Eli: „Joseef vond het niet goed dat zijn vader Ja’akov de jongste Efraim de mooiste beracha gaf terwijl hij de oudste Menasje een wat minder mooie beracha gaf. En toch: wij geven tegenwoordig een beracha aan onze kinderen (meestal op vrijdagavond) waarin wij ze zegenen als Efraim en Menasje.”**Eli:** „Josef fand es nicht gut, dass sein Vater dem Jüngsten, Efraim, die schönste Beracha gab — und dem Ältesten, Menasche, eine weniger schöne. Und trotzdem: Wir geben unseren Kindern heute noch genau diese Beracha, meistens am Freitagabend. Wir segnen sie wie Efraim und Menasche."
Channa: „We geven juist deze beracha omdat deze twee kinderen van Joseef goede mensen bleven en trouw bleven aan het Jodendom hoewel de Egyptenaren heel onaardig waren en er in Mitsraim overal afgodenbeelden stonden.”**Channa:** „Wir geben gerade diese Beracha, weil diese beiden Kinder von Josef gute Menschen geblieben sind. Sie blieben dem Judentum treu — obwohl die Ägypter sehr unfreundlich waren und im ganzen Land überall Götzenbilder standen."
Batsheva: „Toch voelde Menasje zich een beetje beledigd. Hij was de oudste maar toch kreeg hij niet de mooiste beracha. Maar hij gunde dat wel aan zijn jongste broer Efraim. Dat vind ik enorm knap van Menasje.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.
Sjeem: „Hij gunde dat zelfs met plezier aan zijn jongere broer. Daarom geven we onze kinderen altijd deze beracha. Daarin zien we dat de ene broer de andere heel veel gunt. En dat vind ik een geweldig mooie eigenschap! Daar kunnen we allemaal een goed voorbeeld aan nemen.”**Schem:** „Er gönnte sie ihm sogar mit Freude! Darum geben wir unseren Kindern immer diese Beracha. Man sieht darin, wie der eine Bruder dem anderen ganz viel gönnt. Und das finde ich eine großartige Eigenschaft. Daran können wir uns alle ein Beispiel nehmen."
Menasje gunde zijn kleine broer de mooiste beracha. Stel je voor dat jij op zijn plaats bij het bed staat: wat zou daaraan moeilijk zijn voor jou — en wat zou jou helpen?Menasche gönnte seinem kleinen Bruder die schönere Beracha. Stell dir vor, du stündest an seiner Stelle am Bett: Was wäre daran schwer für dich — und was würde dir helfen?
Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!
Sjemot

Waarom heet het tweede boek van de Tora „Sjemot” — namen? Omdat het begint met de namen van de Bnee Jisra’eel die naar Mitsraim kwamen.Warum heißt das zweite Buch der Tora „Schemot" — Namen? Weil es mit Namen anfängt: mit den Namen der Bnej Jisrael, die nach Ägypten gekommen waren.
Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
De kinderen van Ja’akov woonden allemaal in het land Gosjen. Zolang de stamvaders, zoals Re’oeveen, Sjimon, Levi en Jehoeda, nog leefden, hadden de Bnee Jisra’eel niet veel contact met hun omgeving.Die Kinder Jaakows wohnten alle zusammen im Land Goschen. Solange die Stammväter noch lebten, wie Reuwen, Schimon, Lewi und Jehuda, hatten die Bnej Jisrael wenig mit ihren Nachbarn zu tun.

Maar daarna begonnen de Bnee Jisra’eel zich aan te passen. Ze werden een deel van de Egyptische maatschappij. Ze wilden niet meer in Gosjen opgesloten zitten. De Joden bezochten samen met de Egyptenaren de theaters. Eigenlijk vonden sommige Bnee Jisra’eel de Egyptische afgoderij best wel mooi. Zij bewonderden de dieraanbidding. En op vele punten deden ze de Egyptenaren na.Danach aber fingen die Bnej Jisrael an, sich anzupassen. Sie wurden ein Teil der ägyptischen Welt. Eingesperrt in Goschen wollten sie nicht länger sitzen. Die Juden gingen mit den Ägyptern zusammen ins Theater. Manchen von ihnen gefiel der ägyptische Götzendienst sogar richtig gut. Sie bewunderten es, wie die Ägypter ihre Tiere anbeteten. Und in vielem machten sie die Ägypter nach.
Alleen de stam Levi bleef apart en mengde zich niet in het Egyptische leven.Nur ein Stamm blieb für sich: Lewi. Der mischte sich nicht ins ägyptische Leben.
De afgoden van Mitsraim waren in die tijd heel aantrekkelijk. Wij hebben geen gevoel meer voor beeldjes. Maar 3700 jaar geleden was afgoderij, avoda zara, erg verleidelijk.Die Götzen von Ägypten waren damals sehr verlockend. Wir spüren bei solchen Figuren gar nichts mehr. Aber vor 3700 Jahren war der Götzendienst eine große Versuchung.
De grote Chagamiem hebben gedavvend, dat de jeetser hara (slechte neiging) voor afgoderij zou verdwijnen. Daarom kunnen wij ons nu geen voorstelling meer maken van de aantrekkingskracht van afgodenbeeldjes.Darum haben die großen Weisen gebetet, dass diese schlechte Neigung verschwinden möge. Deshalb können wir uns heute gar nicht mehr vorstellen, wie stark solche Figuren die Menschen einmal angezogen haben.

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
Toch hielden de Bnee Jisra’eel hun eigen identiteit. Zij gaven hun kinderen alleen maar Joodse namen. Ze spraken onderling Ivriet en ze hadden hun eigen kleren. Zij wilden niet meegaan met de mode van Egypte. Bovendien waren ze aardig voor elkaar, hielpen ze elkaar altijd en verklikten ze elkaar niet bij de Egyptische overheid.Und doch blieben die Bnej Jisrael, wer sie waren. Ihren Kindern gaben sie nur jüdische Namen. Untereinander sprachen sie **Iwrit**. Ihre eigenen Kleider trugen sie weiter. Die ägyptische Mode wollten sie nicht mitmachen. Und noch etwas: Sie waren gut zueinander, halfen einander immer und verrieten einander nie bei der ägyptischen Obrigkeit.

Het eerste wat Farao besloot, was de briet mila (besnijdenis) te verbieden. De Egyptenaren begonnen de Bnee Jisra’eel te haten.Der König von Ägypten, der Pharao, beschloss als Erstes: Die **Brit Mila**, die Beschneidung, wurde verboten. Und die Ägypter fingen an, die Bnej Jisrael zu hassen.

Langzamerhand begon een aantal Joden ook de afgoden van de Egyptenaren over te nemen.Nach und nach übernahmen auch manche Juden die Götzen der Ägypter.
Toch hield Hasjeem erg van de Bnee Jisra’eel, omdat ze kleinkinderen waren van Avraham, Jitschak en Ja’akov. Daarom vermenigvuldigden de Joden zich enorm in Egypte.Trotzdem hatte Haschem die Bnej Jisrael sehr lieb — sie waren ja die Enkel von Awraham, Jizchak und Jaakow. Darum wurden die Juden in Ägypten immer mehr und mehr.
- de Bnee Jisra’eel 210 jaar in Mitsraim bleven?… dass die Bnej Jisrael **210 Jahre** in Ägypten blieben?
- de naam Re’oeveen in het Ivriet betekent: „Hasjeem zag mijn ellende”?… dass der Name **Reuwen** auf Iwrit bedeutet: „Haschem hat mein Elend gesehen"?
- de naam Sjimon betekent: „Hasjeem hoorde het huilen”?… dass der Name **Schimon** bedeutet: „Haschem hat das Weinen gehört"?
Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
Eli vertelt: „Er was een nieuwe koning over Egypte opgestaan. Hij zei tegen zijn volk: ‚Kijk, de Bnee Jisra’eel die worden ons teveel en te machtig. Laten we verstandig zijn. Laten we ervoor zorgen dat de Bnee Jisra’eel niet nog meer worden. Wanneer er oorlog zal komen, dan zullen zij zich bij onze vijanden aansluiten. Zij zullen ons dan bestrijden en zij zullen wegtrekken uit ons land Mitsraim!’”Eli erzählt: „Ein neuer König war über Ägypten aufgestanden. Er sagte zu seinem Volk: ‚Seht, die Bnej Jisrael werden uns zu viele und zu mächtig. Lasst uns klug sein. Sorgen wir dafür, dass die Bnej Jisrael nicht noch mehr werden. Wenn Krieg kommt, dann schließen sie sich unseren Feinden an. Dann kämpfen sie gegen uns, und dann ziehen sie fort aus unserem Land Ägypten!'"
Channa zegt: „De Egyptenaren waren bang voor oorlog, omdat al het geld van de omringende landen naar Egypte was gestroomd tijdens de hongersnood. De Egyptenaren waren bang dat andere volkeren hun geld terug zouden willen hebben.”Channa sagt: „Die Ägypter hatten Angst vor einem Krieg. In den Hungerjahren war ja das ganze Geld der Nachbarländer nach Ägypten geflossen. Nun fürchteten die Ägypter, die anderen Völker wollten ihr Geld zurückhaben."


Chaim vertelt verder: „De raadgevers van Farao zeiden: ‚Daarom zijn we bang voor de Bnee Jisra’eel, dat ze met onze vijanden tegen ons zouden gaan vechten. We moeten actie tegen ze ondernemen.’”Chaim erzählt weiter: „Die Ratgeber Pharaos sagten: ‚Darum haben wir Angst vor den Bnej Jisrael — dass sie mit unseren Feinden gegen uns kämpfen. Wir müssen etwas gegen sie unternehmen.'"
Batsjeva zegt: „Farao nam het op voor de Bnee Jisra’eel. Hij zei dat, als hun voorvader Joseef het land niet gered had, er geen Egyptenaar meer zou hebben geleefd. De Egyptische edelen waren kwaad op Farao, omdat hij het opnam voor de Bnee Jisra’eel. Drie maanden lang weigerde Farao toe te geven aan hun eisen om de Bnee Jisra’eel te gaan onderdrukken. Maar uiteindelijk begreep Farao dat het beter was toe te geven aan de wensen van zijn ministers. Hij kondigde aan dat hij nieuwe maatregelen zou nemen. Iedereen moest meewerken aan de verbouwing van twee grote voorraadsteden, Pitom en Ramses.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.
Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
Drie dingen hielden de Bnee Jisra’eel vast, terwijl om hen heen alles Egyptisch werd. Welke drie waren dat — en welke daarvan zou voor jou het moeilijkst zijn om vast te houden?Drei Dinge behielten die Bnej Jisrael, obwohl um sie herum alles ägyptisch wurde. Welche drei waren es — und welches davon wäre für dich am schwersten zu behalten?

Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!
Hoort bij het volgende hoofdstuk.Gehört zum nächsten Kapitel.
Va’era

Farao beweerde dat hij de Nijl geschapen had.Der Pharao behauptete etwas Unerhörtes. „Den Nil“, sagte er, „den habe ich gemacht.“
De Nijl was de basis van de macht van Egypte. Door de Nijl groeide alle graan en was er veeteelt mogelijk. Het lammetje was de afgod van Egypte, omdat het lammetje het sterrenbeeld is van de maand Nisan. In Nisan overstroomt de Nijl en treedt hij buiten zijn oevers.Dabei war der Nil die Kraft von ganz Ägypten. Aus dem Nil kam das Wasser, und aus dem Wasser kam alles andere: das Getreide auf den Feldern und das Futter für das Vieh. Im Monat Nissan tritt der Nil über seine Ufer, und dann trinkt das ganze Land. Darum beteten die Ägypter ein Lamm an — denn das Lamm ist das Sternbild des Monats Nissan.
Daarom waren de plagen rond de Nijl. De eerste plaag, dam (bloed), was tegen de Nijl gericht. De tweede plaag, tsefarde’a (kikkers), kwam voort uit de Nijl. De meeste plagen werden aangekondigd aan de oever van de Nijl.Und darum kamen die Plagen rund um den Nil. Die erste Plage — **Dam**, Blut — traf den Nil selbst. Die zweite Plage kam aus dem Nil heraus: **Zefardea**, die Frösche. Und die meisten Plagen wurden am Ufer des Nil angekündigt.
Mitsraim kreeg tien plagen. Deze plagen kwamen niet zomaar. Als Hasjeem een plaag stuurt, dan heeft Hij een bepaalde bedoeling. Elke keer paste de plaag precies bij het werk dat de Joden hadden moeten doen.Zehn Plagen bekam Ägypten. Aber sie kamen nicht einfach so. Wenn Haschem eine Plage schickt, hat Er eine bestimmte Absicht. Jedes Mal antwortete das Zeichen genau auf eine Arbeit, die die Juden hatten tun müssen.
Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.
Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.
Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ○BladindelingSeitenaufteilung
- ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
- ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
- ○Beelden gemaaktBilder erstellt
De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.
Eerst was er loon
De nieuwe Farao was bereid om alles te doen om een einde te maken aan het Joodse vraagstuk. Hij deed alsof hij Joseef nooit gekend had, en hij ontkende ook het bestaan van Hasjeem.
Farao wilde allereerst de Joodse mannen en vrouwen scheiden, zodat ze minder kinderen zouden krijgen. Maar hoe kreeg hij de Joden aan het werk? Hij ging zorgvuldig te werk.
Iedereen moest meewerken aan de verbouwing van twee grote voorraadsteden, Pitom en Ramses. Daar zouden de schatten van Egypte opgeborgen worden, als een soort nationale bank. Het was een groot bouwproject, en iedereen die mee zou werken zou goed beloond worden. Alle burgers werden opgeroepen om iets voor het land te doen. Ook Farao zelf verscheen op de bouwgrond met een schep en een schoffel.
Zo kon niemand zeggen dat hij te goed was voor het bouwwerk, want niemand was beter dan Farao. Iedereen deed mee, van hoog tot laag.
De Bnee Jisra'eel voelden dat zij ook moesten meedoen in het belang van het land. De Bnee Jisra'eel begonnen vlijtig met hun werk. Ze waren sterk en daardoor schoten ze snel op met de bouw. 's Avonds telden de soldaten van Farao de stenen die ze gebakken hadden. Dit was nu het aantal dat ze elke dag moesten afleveren.
Een maand lang betaalde Farao zijn werknemers. Maar na verloop van tijd verdwenen alle Egyptische arbeiders van de werkplaats. Na zestien maanden waren er helemaal geen Egyptische arbeiders meer. De Bnee Jisra'eel kregen niet meer betaald. Ze protesteerden, maar ze werden in elkaar geslagen door het Egyptische leger.
Politie en leger werkten samen om de Joden aan het werk te houden en ervoor te zorgen dat iedereen 's ochtends op het werk verscheen. De Bnee Jisra'eel moesten ook al het geld teruggeven wat ze eerder hadden verdiend.
Eén stam had nooit meegedaan met het nationale werkplan van Farao. De stam Levi was doorlopend bezig met het leren van de Tora en was vrij gebleven tot het einde van de Egyptische slavernij. Als ze maar één stap buiten het **Beet Hamidrasj** hadden gezet, zouden ze daar 210 jaar slavernij aan hebben overgehouden. De **Levi'iem** concentreerden zich op het Tora-leren. Ze zorgden ervoor dat de Bnee Jisra'eel Joods bleven.
Weet je nog hoe Joseef in de hongerjaren het koren verkocht, tot al het geld van Egypte in het paleis lag? Joseef was allang gestorven en op de troon zat een ander — maar precies die schatten moesten nu in Pitom en Ramses worden opgeborgen.
… de Bnee Jisra'eel hun naam en hun taal niet veranderden, niet meededen aan vele slechte dingen van de Mitsriem en ze elkaar niet verraadden?
… de namen van **alle** stamvaders iets te maken hebben met de bevrijding uit Mitsraim?
… **Re'oeveen** in het Ivriet betekent: Hasjeem zag mijn ellende?
… **Sjimon** betekent: Hasjeem luisterde het gehuil van de Bnee Jisra'eel vanuit de slavernij?
… er niets meer zou zijn geweest dat hen aan een mogelijke bevrijding uit Mitsraim herinnerde, als de Joden hun namen zouden veranderen? Dan zouden ze alle hoop verloren hebben en volledig verdwenen zijn in Mitsraim.
Sjemtov vertelt: „Pitom en Ramses kwamen nooit af. Deze steden waren gebouwd op drijfzand en alle gebouwen zakten langzamerhand weg en verdwenen. De Egyptenaren dwongen de Joden tot heel zwaar werk. Farao probeerde de mannen van de vrouwen te scheiden door de mannen 's nachts te laten slapen in de velden, terwijl de vrouwen in de stad bleven."
Avigail vertelt verder: „De Bnee Jisra'eel schreeuwden tot Hasjeem. De vrouwen lieten niet over zich heen lopen. Ze schepten water en Hasjeem zorgde ervoor dat er kleine visjes in zwommen. De vrouwen gingen naar de velden, wasten hun mannen met warm water en kookten de vis. Ze troostten hun mannen en beloofden hen dat ze eens bevrijd zouden worden. Ze kregen kinderen en ze geloofden dat Hasjeem de kinderen zou beschermen. Er gebeurden grote wonderen: de vrouwen kregen kinderen in de boomgaarden of op het veld. Ze moesten de kleine kinderen achterlaten maar die groeiden vanzelf op. Zij hielden zich verborgen voor de Egyptische soldaten. Eenmaal groot konden ze terug naar huis. De moeders en vaders waren natuurlijk heel blij dat Farao's soldaten de kinderen niet konden opsporen."
Waarom was Farao bang voor de Bnee Jisra'eel?
Sjabbat Sjalom!
Zuerst gab es Lohn
Der neue Pharao war zu allem bereit, um die Juden loszuwerden. Er tat, als hätte er Josef nie gekannt — und er bestritt sogar, dass es Haschem gibt.
Als Erstes wollte Pharao die jüdischen Männer und Frauen voneinander trennen. Dann, dachte er, bekämen sie weniger Kinder. Aber wie brachte er die Juden dazu, für ihn zu arbeiten? Pharao ging sorgfältig vor.
Alle sollten beim Bau von zwei großen Vorratsstädten mithelfen: Pitom und Ramses. Dort sollten die Schätze Ägyptens gelagert werden — die Schatzkammer des ganzen Landes. Es war ein riesiges Bauprojekt, und wer mitarbeitete, sollte gut belohnt werden. Alle Bürger wurden aufgerufen, etwas für ihr Land zu tun. Sogar Pharao selbst erschien auf dem Bauplatz, mit Spaten und Hacke.
So konnte keiner sagen, er sei zu fein für diese Arbeit — denn feiner als Pharao war niemand. Alle machten mit, von hoch bis niedrig.
Auch die Bnej Jisrael fanden: Da müssen wir dabei sein, dem Land zuliebe. Sie fingen fleißig an. Sie waren stark, und darum kamen sie schnell voran. Abends zählten Pharaos Soldaten die Ziegel, die sie gebrannt hatten. Genau diese Zahl mussten sie von nun an jeden Tag abliefern.
Einen Monat lang bezahlte Pharao seine Arbeiter. Doch nach und nach verschwanden die ägyptischen Arbeiter vom Bauplatz. Nach sechzehn Monaten war kein einziger Ägypter mehr da. Die Bnej Jisrael bekamen kein Geld mehr. Sie protestierten. Das ägyptische Heer schlug sie nieder.
Polizei und Heer arbeiteten nun zusammen, damit die Juden bei der Arbeit blieben und jeden Morgen auch wirklich erschienen. Und das Geld, das sie vorher verdient hatten, mussten die Bnej Jisrael zurückgeben.
Ein Stamm hatte bei Pharaos nationalem Arbeitsplan nie mitgemacht. Der Stamm Lewi lernte ununterbrochen Tora und blieb frei — bis zum Ende der ägyptischen Sklaverei. Hätten sie auch nur einen Schritt aus dem **Bet haMidrasch** hinausgesetzt, so hätten sie sich damit 210 Jahre Sklaverei eingehandelt. Die **Lewiim** aber blieben beim Tora-Lernen. Sie sorgten dafür, dass die Bnej Jisrael jüdisch blieben.
Weißt du noch, wie Josef in den Hungerjahren das Korn verkaufte, bis alles Geld Ägyptens im Palast lag? Josef war längst gestorben, und auf dem Thron saß ein anderer — aber genau diese Schätze sollten nun in Pitom und Ramses eingelagert werden.
… dass die Bnej Jisrael ihren Namen und ihre Sprache nicht änderten, bei vielen schlechten Dingen der Mizrijim nicht mitmachten und einander nie verrieten?
… dass die Namen **aller** Stammväter mit der Befreiung aus **Mizrajim** zu tun haben — so heißt Ägypten auf Iwrit?
… dass **Reuwen** auf Iwrit bedeutet: „Haschem hat mein Elend gesehen"?
… dass **Schimon** bedeutet: „Haschem hat das Weinen der Bnej Jisrael in der Sklaverei gehört"?
… dass nichts mehr sie an eine mögliche Befreiung aus Mizrajim erinnert hätte, wenn die Juden ihre Namen geändert hätten? Dann hätten sie alle Hoffnung verloren — und wären in Mizrajim vollständig verschwunden.
Schemtow erzählt: „Pitom und Ramses wurden nie fertig. Diese Städte waren auf Treibsand gebaut; die Gebäude sackten langsam weg und verschwanden. Die Ägypter zwangen die Juden zu sehr schwerer Arbeit. Und Pharao versuchte, die Männer von den Frauen zu trennen: Die Männer mussten nachts draußen auf den Feldern schlafen, die Frauen blieben in der Stadt."
Awigajil erzählt weiter: „Die Bnej Jisrael schrien zu Haschem. Und die Frauen ließen sich das nicht gefallen. Sie schöpften Wasser, und Haschem sorgte dafür, dass kleine Fische darin schwammen. Die Frauen gingen hinaus auf die Felder, wuschen ihre Männer mit warmem Wasser und kochten den Fisch. Sie trösteten ihre Männer und versprachen ihnen, dass sie eines Tages befreit würden. Sie bekamen Kinder, und sie glaubten, dass Haschem die Kinder beschützen würde. Und es geschahen große Wunder: Die Frauen bekamen ihre Kinder in den Obstgärten oder auf dem Feld. Die Kleinen mussten sie dort zurücklassen — aber die wuchsen von allein auf. Sie hielten sich vor den ägyptischen Soldaten verborgen. Und als sie groß waren, konnten sie nach Hause zurück. Die Mütter und Väter waren natürlich überglücklich, dass Pharaos Soldaten die Kinder nicht hatten aufspüren können."
Warum hatte Pharao Angst vor den Bnej Jisrael?
Schabbat Schalom!
Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ○BladindelingSeitenaufteilung
- ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
- ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
- ○Beelden gemaaktBilder erstellt
De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.
De twee vroedvrouwen
Farao begreep dat zijn plan met de kampen in de velden gefaald had. Daar wilde hij de mannen en vrouwen scheiden. Dan zouden ze geen kinderen meer kunnen krijgen. Maar dat mislukte. Er kwamen steeds meer Joodse kinderen bij.
Farao zocht een betere oplossing voor het Joodse vraagstuk met een nieuwe strategie. Farao durfde de Joden niet openlijk te doden, omdat hij begreep dat hij dan door Hasjeem gestraft zou worden. Bovendien zou de publieke opinie dit niet nemen.
Hij zocht mensen die voor hem de Joodse baby's bij de geboorte konden doden. Dan zou niemand het merken. Hij wilde dit niet zelf doen maar probeerde het via de Joodse vroedvrouwen, Sjifra en Poe'a. Zij zouden dan de verantwoordelijkheid dragen voor de kindermoord. Farao zei tot Sjifra en Poe'a: „Als jullie de Joodse vrouwen bij het baren helpen, moeten jullie de jongetjes doden maar een dochter mag in leven blijven."
De vroedvrouwen vreesden Hasjeem en gehoorzaamden Farao niet. Ze vertroetelden de Joodse kinderen en moeders zelfs.
Jocheved, de moeder van Mosje, heette **Sjifra** van het Hebreeuwse woord ‚mooi maken', omdat ze de kinderen altijd waste, schoonmaakte en mooier maakte. Mirjam, de zuster van Mosje, werd **Poe'a** genoemd omdat ze de kinderen tot bedaren kon brengen wanneer ze erg huilden. Jocheved en Mirjam begrepen dat ze enorme risico's namen, maar zij vreesden Hasjeem meer dan Farao.
Farao kwam er natuurlijk al snel achter dat er geen Joodse kinderen werden gedood. Jocheved en Mirjam werden weer naar het paleis gebracht.
Zij legden uit dat Egyptische vrouwen veel langzamer baarden dan de Joodse vrouwen. Zoals Jehoeda werd vergeleken met een leeuw, Benjamin met een wolf, Naftali met een hinde, zo werden de Joodse vrouwen vergeleken met de dieren van het veld. „Dieren kunnen zonder hulp baren. Joodse vrouwen hebben niemand nodig. Wij komen later om een helpende hand te bieden maar niet tijdens de bevalling."
Jocheved sprak de waarheid. De Joodse vrouwen in Egypte waren van een hoog spiritueel niveau en kregen pijnloos kinderen. Farao was tevreden met hun uitleg en liet ze vrij. Maar later begreep hij dat hij voor de mal was gehouden. Jocheved en Mirjam werden gezocht door Farao's soldaten maar konden ontsnappen.
Ze verdienden dit wonder omdat ze G'd meer vreesden dan Farao. Jocheved en Mirjam kregen een prachtige beloning. Mirjam trouwde later met Kalev. Ze werd de voormoeder van koning David. Jocheved werd de moeder van Aharon, de eerste **koheen gadol**, en van Mosje. Mosje leidde de Joden uit Egypte en werd de eerste levi.
Weet je nog wat Avraham over Gerar zei — dat er op die plaats geen vrees voor G'd was? Precies die vrees die hij daar miste, hadden twee vrouwen in het paleis van Mitsraim wél.
… Noach niet echt davvende tot Hasjeem om zijn tijdgenoten te redden, Avraham wel davvende voor de mensen van Sedom maar stopte toen er geen 10 goede mensen waren, terwijl Mosje met gevaar voor zijn eigen leven het hele Joodse volk probeerde te redden?
… de Bnee Jisra'eel maar **210** jaar in Mitsraim waren gebleven en niet 430?
… de namen van **alle** stamvaders iets te maken hebben met de bevrijding uit Mitsraim?
Eli vertelt: „Farao had een vreemde droom. Hij zat op zijn troon en er kwam een oude man binnen, die een weegschaal ophing tegenover Farao's troon. Toen kwamen alle geleerden van Egypte bij elkaar en de oude man legde ze in één schaal van de weegschaal. Een lammetje legde hij op de andere schaal en het lammetje bleek zwaarder dan alle wijzen van Egypte."
Channa vertelt verder: „Farao begreep de droom niet en riep zijn raadgevers. Hij vertelde zijn droom. Bile'am was ooit als vluchteling naar Egypte gekomen. Maar hij was een knappe kop en had een hoge positie aan het hof. Bile'am zei tegen Farao: ‚Dat lammetje, dat is de Joodse verlosser. Hij zal het land verwoesten. Veel Egyptenaren zullen sterven. Het Joodse volk zal wegtrekken. Voorkom deze ramp!' Bile'am wilde dat Farao zijn andere twee raadgevers ook zou ontbieden op het paleis."
Jochanan zegt: „Dit waren Jitro en Ijov."
Jochanan vertelt verder: „Jitro zei dat Hasjeem de Bnee Jisra'eel helpt: ‚U weet toch dat Avraham en Sara werden gered uit de handen van de vorige Farao. Jitschak en Rivka werden beschermd tegen koning Avimelech van de Filistijnen. Ja'akov werd door Hasjeem beschermd tegen Esav en Lavan. De vorige Farao was goed voor de Joden. Daarom is Egypte gered. Anders was het omgekomen door de hongersnood. Koning Farao, u moet voorzichtig zijn met het volk. Als ze weg willen, laat ze dan vertrekken naar Kena'an. Daar zijn ze vandaan gekomen. Verdruk hen niet, want G'd zal ze op speciale wijze beschermen.' De koning vond dat geen goede raad en stuurde Jitro weg naar Midjan."
Jochanan besluit: „Ijov weigerde de koning raad te geven. Hij was bang voor Farao's woede en wraak en zei: ‚Farao, u bent koning over Egypte. Doe met de inwoners wat u goed vindt.'"
Wiens raad vind jij het eerlijkst?
Sjabbat Sjalom!
Die zwei Hebammen
Pharao hatte die jüdischen Männer und Frauen voneinander trennen wollen: Draußen auf den Feldern mussten die Männer schlafen, damit keine Kinder mehr geboren würden. Es misslang. Es kamen immer mehr jüdische Kinder dazu.
Also suchte Pharao einen neuen Weg gegen die Juden, eine andere Strategie. Die Juden offen zu töten, wagte er nicht: Er verstand, dass Haschem ihn dafür strafen würde. Und die Öffentlichkeit hätte es ihm nicht durchgehen lassen.
Er suchte Menschen, die für ihn die jüdischen Babys gleich bei der Geburt töten sollten. Dann würde es niemand merken. Selbst tun wollte er es nicht; er versuchte es über die jüdischen Hebammen, Schifra und Pua. Sie sollten die Verantwortung für den Kindermord tragen. Pharao sagte zu Schifra und Pua: „Wenn ihr den jüdischen Frauen beim Gebären helft, müsst ihr die Jungen töten. Eine Tochter darf am Leben bleiben."
Die Hebammen aber fürchteten Haschem und gehorchten Pharao nicht. Sie umsorgten die jüdischen Kinder und ihre Mütter erst recht.
Jochewed, die Mutter von Mosche, hieß **Schifra** — nach dem hebräischen Wort für „schön machen", weil sie die Kinder immer wusch, sauber machte und schön machte. Mirjam, die Schwester von Mosche, wurde **Pua** genannt, weil sie die Kinder beruhigen konnte, wenn sie heftig weinten. Jochewed und Mirjam wussten genau, welch ungeheures Risiko sie eingingen. Aber sie fürchteten Haschem mehr als Pharao.
Natürlich kam Pharao bald dahinter, dass keine jüdischen Kinder starben. Jochewed und Mirjam wurden wieder in den Palast gebracht.
Sie erklärten dem König, ägyptische Frauen brächten ihre Kinder viel langsamer zur Welt als jüdische. Und sie erinnerten ihn an die Vergleiche: Jehuda mit einem Löwen, Binjamin mit einem Wolf, Naftali mit einer Hirschkuh — und die jüdischen Frauen mit den Tieren des Feldes. „Tiere können ohne Hilfe gebären. Jüdische Frauen brauchen niemanden. Wir kommen erst hinterher, um eine helfende Hand zu reichen — nicht während der Geburt."
Jochewed sagte die Wahrheit. Die jüdischen Frauen in Mizrajim — so heißt Ägypten auf Iwrit — standen auf einer hohen geistigen Stufe und bekamen ihre Kinder ohne Schmerzen. Pharao war mit dieser Erklärung zufrieden und ließ die beiden frei. Später aber begriff er, dass man ihn zum Narren gehalten hatte. Pharaos Soldaten suchten Jochewed und Mirjam — doch die beiden konnten entkommen.
Dieses Wunder hatten sie verdient, weil sie G'tt mehr fürchteten als Pharao. Und Jochewed und Mirjam bekamen einen wunderbaren Lohn. Mirjam heiratete später Kalew. Sie wurde die Stammmutter des Königs David. Jochewed wurde die Mutter Aharons, des ersten **Kohen Gadol** — und die Mutter von Mosche. Mosche führte die Juden aus Mizrajim heraus und wurde der erste Lewi.
Weißt du noch, was Awraham über Gerar sagte — dass es an diesem Ort keine Ehrfurcht vor G'tt gebe? Genau die Ehrfurcht, die er dort vermisste, hatten zwei Frauen im Palast von Mizrajim.
… dass Noach nicht wirklich zu Haschem betete, um seine Zeitgenossen zu retten; dass Awraham zwar für die Menschen von Sedom betete, aber aufhörte, als es dort keine zehn guten Menschen gab — während Mosche unter Lebensgefahr das ganze jüdische Volk zu retten versuchte?
… dass die Bnej Jisrael nur **210** Jahre in Mizrajim blieben und nicht 430?
… dass die Namen **aller** Stammväter mit der Befreiung aus Mizrajim zu tun haben?
Eli erzählt: „Pharao hatte einen seltsamen Traum. Er saß auf seinem Thron, da kam ein alter Mann herein und hängte gegenüber dem Thron eine Waage auf. Dann versammelten sich alle Gelehrten Ägyptens, und der alte Mann legte sie zusammen in die eine Schale. In die andere Schale legte er ein Lämmchen — und das Lämmchen war schwerer als alle Weisen Ägyptens."
Channa erzählt weiter: „Pharao verstand den Traum nicht und rief seine Berater. Er erzählte ihnen den Traum. Bilam war einst als Flüchtling nach Ägypten gekommen. Aber er war ein kluger Kopf und hatte am Hof eine hohe Stellung. Bilam sagte zu Pharao: ‚Dieses Lämmchen — das ist der Erlöser der Juden. Er wird das Land verwüsten. Viele Ägypter werden sterben. Das jüdische Volk wird fortziehen. Verhindere dieses Unglück!' Bilam wollte, dass Pharao auch seine beiden anderen Berater in den Palast rufe."
Jochanan sagt: „Das waren Jitro und Ijow."
Jochanan erzählt weiter: „Jitro sagte, Haschem helfe den Bnej Jisrael: ‚Ihr wisst doch, dass Awraham und Sara aus der Hand des früheren Pharao gerettet wurden. Jizchak und Riwka wurden vor König Awimelech von den Pelischtim beschützt. Jaakow wurde von Haschem vor Esaw und vor Lawan beschützt. Der frühere Pharao war gut zu den Juden — darum ist Ägypten gerettet worden. Sonst wäre es in der Hungersnot untergegangen. König Pharao, seid vorsichtig mit diesem Volk. Wenn sie fortziehen wollen, dann lasst sie nach Kenaan ziehen. Von dort sind sie gekommen. Bedrückt sie nicht, denn G'tt wird sie auf besondere Weise beschützen.' Der König fand das keinen guten Rat und schickte Jitro fort nach Midjan."
Jochanan schließt: „Ijow weigerte sich, dem König überhaupt einen Rat zu geben. Er hatte Angst vor Pharaos Zorn und vor seiner Rache und sagte: ‚Pharao, Ihr seid König über Ägypten. Tut mit den Einwohnern, was Ihr für richtig haltet.'"
Wessen Rat findest du am ehrlichsten?
Schabbat Schalom!