Parasja·Project

Ki TeetseeKi Teze 49

Dit hoofdstuk in alle drie de leeftijdsdelen. Kies hierboven een deel; de streep eronder zegt wat er klaar is en wat nog niet. Onder „Bladzijden” ziet u de tekst en het beeld zoals ze op de bladzijde naast elkaar komen — de indeling mag nog veranderen, de beelden blijven. Dieses Kapitel in allen drei Altersstufen. Wählen Sie oben einen Band; der Streifen darunter sagt, was fertig ist und was nicht. Unter „Seiten“ sehen Sie Text und Bild so, wie sie auf der Seite nebeneinander kommen — die Aufteilung darf sich noch ändern, die Bilder bleiben.

Dit deel is compleet.Dieser Band ist vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ✓BladindelingSeitenaufteilung 6
  • ✓Alle tekstkadersAlle Textkästen 6/6
  • ✓BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen 6/6
  • ✓Beelden gemaaktBilder erstellt 6/6

Ki TeetseeKi Teze — Ki Teze · Verloren und gefunden

⚠ Wordt nog verbeterd — is in bewerking Wird noch verbessert — ist in Arbeit

De beelden van dit hoofdstuk voldoen nog niet aan uw zeven regels van 9 september. Wat er precies aan schort en wanneer het aan de beurt is, staat op de lijst van alle hoofdstukken. Er wordt niets opnieuw getekend voordat u de figuurbladen heeft goedgekeurd. Die Bilder dieses Kapitels erfüllen Ihre sieben Regeln vom 9. September noch nicht. Was genau fehlt und wann es an der Reihe ist, steht auf der Liste aller Kapitel. Es wird nichts neu gezeichnet, bevor Sie die Figurenblätter freigegeben haben.

Deze bladzijden staan gezet in het DuitsDeutsch. Onder elke dubbele bladzijde kunt u iets zeggen — het komt direct in het project terecht. Diese Seiten stehen gesetzt auf DuitsDeutsch. Unter jeder Doppelseite können Sie etwas sagen — es kommt direkt im Projekt an.

Deze bladzijde staat hier niet.Diese Seite steht hier nicht.

240

Verloren und gefunden

Kennst du das? Du suchst deinen Ball. Du suchst überall — unterm Bett, im Garten, in der Schultasche. Weg ist er.Ken je dat? Je bal is weg. Je zoekt overal — en hij blijft weg. *(red. Brücke, gebaut auf sein eigenes Bild „jouw fiets of jouw bal")*

Verlieren fühlt sich richtig schlimm an. Und jetzt stell dir vor, jemand klingelt an der Tür und sagt: „Ich habe deinen Ball gefunden. Hier, er gehört doch dir!“ Dafür gibt es einen Namen: Haschawat Awejda — Verlorenes zurückgeben.Tegenwoordig is het zo, als je iets verliest, krijg je het nooit meer terug. Niemand hoopt er meer op, dat het teruggevonden wordt. Niemand is meer bereid om een advertentie te zetten in de krant, dat hij jouw fiets of jouw bal gevonden heeft. Als je een portemonnee met geld verliest, weet je bijna zeker dat je het nooit meer terugkrijgt.

241

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Genau das steht in der Tora, im Buch Dwarim: Was du findest, gibst du zurück. Das ist eine Mizwa — etwas, das HaSchem uns aufgegeben hat. Ein Ball, ein Fahrrad, ein Geldbeutel — alles gehört jemandem, und der wartet darauf.Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

Aber du gibst es nicht dem Ersten, der danach greift. Du fragst zuerst: Woran erkennst du es? Wer nur sagt, wie etwas aussieht, meint vielleicht ein ganz anderes Stück. Wer ein Merkmal nennt, das genau dieses eine von allen anderen unterscheidet — dem gibst du es zurück.Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

Bis der Besitzer kommt, passt du auf die Sache auf — so, als wäre sie deine eigene. Findest du Hühner vom Nachbarn? Dann gibst du ihnen zu fressen. Und wenn das Futter mehr kostet, als die Hühner wert sind, verkaufst du sie und bewahrst das Geld für ihn auf.Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

242

Vor vielen hundert Jahren lebte ein Mann namens Rabbi Chanina ben Dosa. Er war sehr arm. Eines Tages setzte sich ein müder Mann vor sein Haus und ruhte sich aus — und vergaß beim Weitergehen seinen Korb mit den Hühnern!Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

Die Frau von Rabbi Chanina fand die Hühner und fütterte sie. Die Eier wollte Rabbi Chanina nicht essen — es waren ja nicht seine Eier. „Lass die Hühner die Eier ausbrüten“, sagte er. Aus den Eiern schlüpften Küken. Bald war der ganze Hof voller Hühner!Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

243

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Es wurden so viele, dass Rabbi Chanina Hühner verkaufte. Für das Geld kaufte er Ziegen — die geben Milch und verdienen ihr Futter selbst. Und auch die Ziegen gehörten natürlich dem Mann.Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

Nach Jahren kam der Mann wieder vorbei. „Hier habe ich damals meine Hühner vergessen!“, sagte er. „Hast du ein Kennzeichen?“, fragte Rabbi Chanina. „Am Korb war ein Henkel aus geflochtenem Stroh“, sagte der Mann. „Den habe ich selbst geflochten.“ „Komm mit“, sagte Rabbi Chanina und führte ihn zum Stall. Da standen Ziegen, eine ganze Herde. „Sie sind aus deinen Hühnern gewachsen“, sagte er. „Nimm sie mit. Sie gehören dir.“Toen de eigenaar van de kippen na een paar jaar weer langs het huisje van Rabbi Chanina kwam, herinnerde hij zich plotseling zijn verloren kippen. Rabbi Chanina vroeg hem de kippen te beschrijven. Hij was de eigenaar! Blij dat al zijn moeite niet voor niets was geweest, nam Rabbi Chanina de man mee naar de stal. Verbaasd zag de man in plaats van zijn kippen een hele kudde geiten! Rabbi Chanina legde alles uit en dankbaar keerde de man met zijn kudde geiten naar huis terug!

244

Warum eigentlich?Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

Warum macht die Tora aus dem Zurückgeben eine Mizwa? Zuerst einmal, weil HaSchem es so will. Und dann geschieht noch etwas: Die Welt wird dadurch anders. Stell dir eine Stadt vor, in der jeder denkt: „Gefunden ist meins!“ Dort musst du deine Sachen festhalten. Und nun eine Stadt, in der jeder denkt: „Gefunden? Da wartet jemand drauf!“ In welcher der beiden Städte kannst du deinen Ball liegen lassen und einfach weiterspielen?Waarom maakt de Tora van teruggeven een mitsva? Omdat de wereld daardoor anders wordt. Stel je een stad voor waarin iedereen denkt: „Gevonden is van mij!" Daar moet je je spullen stevig vasthouden en ben je bang om alles. En nu een stad waarin iedereen denkt: „Gevonden? Daar wacht iemand op!" Daar kun je rustig buiten spelen. Dezelfde huizen, dezelfde straten — maar een heel andere wereld. En weet je wat het mooiste is? Die wereld begint niet bij de grote mensen. Die begint bij jou — met een gevonden gummetje.

Wusstest du schon?
  • dass in dieser Parascha mehr Mizwot stehen als in jeder anderen — ganze 74?… dat er in deze parasja meer mitsvot staan dan in welke andere ook — maar liefst **74**?
  • dass du für das Zurückgeben selbst keine Belohnung verlangst — deine verlorene Zeit aber ersetzt bekommen darfst?Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.
  • dass man um ein flaches Dach ein Geländer bauen muss — damit niemand herunterfällt?… dat in deze parasja ook staat dat je op een plat dak een **hek** moet maken — zodat er niemand af kan vallen?
245

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Frage an dich

Fünf Dinge hat hier jemand verloren — findest du sie alle? Und jetzt die schwere Frage. Drei Kinder sagen, der Schlüssel gehört ihnen. Das erste sagt: Er ist aus Messing. Das zweite sagt: Er ist aus Messing und schon ziemlich alt. Das dritte sagt: Am Griff ist eine kleine Kerbe — die ist hineingekommen, als er mir heruntergefallen ist. Wem gibst du den Schlüssel? Und warum reicht Messing nicht?Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

Und weißt du, was das Schönste ist? Diese Welt beginnt nicht bei den Großen. Sie beginnt bei dir — mit einem Ball, den du zurückbringst.Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.

Schabbat Schalom!Sjabbat Sjalom!

Auch über Vögel steht etwas in dieser Parascha: Wer ein Nest findet, schickt die Mutter zuerst fort.Van deze regel is nog geen Nederlandse tekst.
246

Deze bladzijde staat hier niet.Diese Seite steht hier nicht.

247

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Woorden en vleugels

Eén woord op het schoolplein — en Ruben kijkt naar de grond en zegt de hele dag niets meer. *(red. Brücke)*

Net zoals er **ona'a** (oneerlijkheid) bestaat in de handel, ben je ook oneerlijk voor je vriendje of vriendinnetje als je hem of haar plaagt. „Je mag elkaar niet tekort doen", staat in de Tora. Hiermee wordt ona'a met woorden bedoeld. Plagen, pesten, treiteren gebeurt allemaal met woorden. Maar toch is dit tekort doen, onaardig en oneerlijk.

Misschien is het zelfs erger dan iemand anders met geld bedriegen. Want als je iemands geld hebt afgepakt, kan je het weer teruggeven. Maar een belediging kan je vaak niet meer goed maken. Als je van iemand steelt, is dat alleen maar het bezit van iemand anders. Maar als je iemand beledigt, dan raak je de persoon heel diep in zijn **nesjomme**.

Je moet niet alleen vriendelijk zijn voor je vriendjes en vriendinnetjes in de klas, maar je moet ook de dieren netjes behandelen:

Als een dier zwaar beladen is met een zware last en op straat valt, moet je het dier helpen opstaan. Je mag niet net doen alsof je het niet gezien hebt en doorlopen.

Als je het nest van een vogel tegenkomt en je wilt de eieren pakken, dan mag je dat doen, maar je moet eerst de moedervogel wegjagen voordat je de eieren wegneemt.

Ook bij de dieren moet je denken aan hun gevoelens. Als een os bijvoorbeeld het graan moet dorsen of malen, mag je het niet muilkorven. Je moet het dier laten eten wat hij wil van de dorsvloer of de molen.

Wanneer je je veld oogst, moet je iets voor de arme mensen achterlaten. Als iemand bij jou werkt in je boomgaard of in je wijngaard, mag hij van de vruchten eten. Je mag een werker niet gemeen behandelen: je moet hem betalen op de dag dat hij voor jou gewerkt heeft.

Rav Richoemi leerde heel veel bij zijn leraar Rava in het stadje Mechoza. Hij was veel van huis weg, omdat hij de hele tijd Tora zat te leren. Maar in Tisjri kwam hij altijd thuis, meestal vlak voor Jom Kippoer. Maar op een keer was hij te laat. Zijn vrouw keek naar hem uit en zei tegen zichzelf: „Nu komt hij; hij komt eraan!" Maar hij kwam maar niet. Zijn vrouw werd daar zo verdrietig van, dat er een traan over haar wang rolde. Rav Richoemi zat op het dak te leren. **Het dak stortte in, omdat hij zijn vrouw niet aardig behandelde.**

Weet je nog hoe een eed van woorden een ruil vast maakte? Zo sterk zijn woorden — ze kunnen houden. En ze kunnen raken.

… dat een weggevluchte slaaf **niet** aan zijn heer teruggegeven mag worden? Hij mag blijven wonen — en niemand mag hem uitlachen omdat hij slaaf was.

… dat **Amalek** toen juist de **zwaksten** aanviel, die helemaal achteraan liepen — en dat de Tora zegt: vergeet dat nooit?

… dat kleding van wol **én** linnen samen — **sja'atneez** — niet gedragen mag worden?

… dat de vogelnest-mitsva een van de weinige is waarbij de Tora zelf een beloning noemt — **een lang leven**?

**Dit zijn allemaal voorschriften, waaruit we zien dat je goed moet zijn voor zowel de mensen als voor de dieren.** Zie je wat ze verbindt? De ezel, de moedervogel, de os, de werker — en wie thuis zit te wachten: **overal gaat het om gevoelens die je niet ziet.** Niemand hoort het als een moedervogel verdrietig is. Niemand ziet het als een woord vanbinnen pijn doet. Maar G'd ziet het. Daarom maakt de Tora van medegevoel geen mooi idee, maar echte mitsvot — met regels die je kunt **doen**. Medegevoel in het klein: eerst laten wegvliegen, overeind helpen, geen muilkorf, dezelfde dag betalen. Grote woorden zijn daar niet voor nodig.

Geld kun je teruggeven — een woord niet. **Waarom eigenlijk niet?** Vraag het iemand — aan tafel of in de klas: wat kún je doen als een woord er al uit is?

Sjabbat Sjalom!

Worte und Flügel

Ein Wort. Nur ein einziges Wort auf dem Schulhof — und Ruben schaut auf den Boden und sagt den ganzen Tag nichts mehr.

Die Tora nennt das **Ona'a** — jemanden zu kurz kommen lassen: „Ihr sollt einander nicht kränken." Die Weisen erklären: Das meint auch **Worte**. Ärgern, hänseln, auslachen — alles nur Worte. Und trotzdem tut es weh.

Was ist eigentlich schlimmer: wenn dir jemand Geld wegnimmt — oder wenn dich jemand auslacht? Rav Evers sagt: vielleicht sogar das Auslachen. Wie kann das sein? Ganz einfach: Geld kann man zurückgeben. Ein Wort nicht. Wer Geld stiehlt, nimmt etwas von deinem **Besitz**. Aber wer dich auslacht, trifft dich tief in deiner **Neschama** — deiner Seele.

Und jetzt kommt das Wunderbare: Du sollst nicht nur freundlich sein zu deinen Freundinnen und Freunden in der Klasse — auch die **Tiere** sollst du gut behandeln. Schau, was alles in dieser einen Parascha steht:

Wenn ein Esel unter seiner schweren Last auf der Straße zusammenbricht — hilf ihm auf! Du darfst nicht so tun, als hättest du nichts gesehen.

Wenn du ein Vogelnest findest und die Eier nehmen willst, so wie die Tora es erlaubt — schick **zuerst die Vogelmutter fort**. Sie soll nicht mitansehen müssen, wie ihre Eier genommen werden.

Wenn ein Ochse Getreide drischt — mit seinen Hufen die Körner aus den Ähren stampft —, darfst du ihm das Maul nicht zubinden. Er arbeitet mit dem Essen — dann darf er auch davon fressen!

Und die Menschen? Genauso: Wer in deinem Weinberg arbeitet, darf von den Trauben essen. Und seinen Lohn bekommt er **noch am selben Tag** — er wartet doch darauf!

Rav Evers erzählt dazu eine Geschichte aus dem Talmud: Rav Rechumi lernte Tora weit weg von zu Hause, beim großen Lehrer Rawa. Einmal im Jahr, vor Jom Kippur, kam er heim. Seine Frau wartete das ganze Jahr auf diesen Tag. Doch ein Jahr blieb er zu lange beim Lernen. Seine Frau schaute den Weg hinunter: „Jetzt kommt er. Gleich kommt er!" Aber er kam nicht. Da wurde sie so traurig, dass ihr eine einzige Träne über die Wange lief. Der Talmud erzählt: In diesem Augenblick brach das Dach ein, auf dem Rav Rechumi saß und lernte — **weil er seine Frau nicht gut behandelt hatte**. So ernst erzählen die Weisen diese Warnung: Eine einzige Träne wog schwerer als das Lernen selbst.

Weißt du noch, wie ein Schwur aus Worten einen Tausch fest machte? So stark sind Worte — sie können halten. Und sie können treffen.

… dass ein entflohener Sklave **nicht** an seinen Herrn zurückgegeben werden darf? Er darf bleiben und wohnen — und niemand darf ihn auslachen, weil er Sklave war.

… dass **Amalek** damals ausgerechnet die **Schwächsten** angriff, die ganz hinten gingen — und die Tora sagt: Vergiss das nie?

… dass Kleidung aus Wolle **und** Leinen zusammen — **Scha'atnes** — nicht getragen werden darf?

… dass die Vogelnest-Mizwa eine der wenigen ist, bei denen die Tora selbst eine Belohnung nennt — **ein langes Leben**?

Das alles sind Vorschriften, sagt Rav Evers, an denen wir sehen: **Man muss gut sein zu den Menschen und zu den Tieren.** Merkst du, was sie verbindet? Der Esel, die Vogelmutter, der Ochse, der Arbeiter, der wartende Mensch zu Hause — **überall geht es um Gefühle, die man nicht sieht.** Niemand hört es, wenn eine Vogelmutter traurig ist. Niemand sieht es, wenn ein Wort innen weh tut. Aber G'tt sieht es. Darum macht die Tora aus dem Mitgefühl keine schöne Idee, sondern richtige Mizwot — mit Regeln, die man **tun** kann. Mitgefühl im Kleinen: erst wegfliegen lassen, aufhelfen, nicht zubinden, am selben Tag bezahlen. Große Worte braucht es dafür nicht.

Geld kann man zurückgeben — ein Wort nicht. **Warum eigentlich nicht?** Frag jemanden — beim Essen oder in der Klasse: Was kann man tun, wenn ein Wort schon herausgerutscht ist?

Schabbat Schalom!

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Sterk is wie goed blijft

In de Parsja wordt gesproken over oorlog. Wat is een beter leger: een groot leger van allemaal mensen, die nergens voor gaan en niet weten waarom ze vechten, of een klein leger soldaten, die weten wat hun doel in het leven is en die geloven in Hasjeem en in de Tora?

In het boek Sjoftiem vinden we hiervan een heel bekend voorbeeld. Hasjeem gaf Gideon de opdracht om oorlog te maken tegen de verdrukker. Midjan had het Joodse land bezet. Hasjeem zei toen tegen Gideon: „Je leger is Mij te groot. Want de Joden zullen dan denken dat ze Midjan met eigen kracht overwonnen hebben. Zeg daarom tegen je mannen: als je bang bent en vreest voor de oorlog, mag je terug naar huis." Toen vertrokken er 22.000 mannen. Er bleven 10.000 soldaten over.

Toen zei Hasjeem tegen Gideon: „Er zijn nog steeds veel te veel soldaten. Breng ze naar het water. Dan zal Ik ze daar voor jou testen." Gideon leidde het volk naar het water. Hasjeem gaf Gideon de volgende opdracht: „Verzamel alle mensen die plat op de grond liggen wanneer ze water drinken. Stuur de mensen, die knielen bij het drinken weg."

Er waren maar 300 mannen die zonder te knielen water hadden gedronken. Alle andere mannen hadden hun knieën gebogen. Hasjeem zei toen tegen Gideon: „Ik zal de overwinning brengen door deze 300 mannen. Dat zijn oprechte, eerlijke soldaten. Zij hebben nog nooit geknield voor een afgod, maar de mensen die geknield hebben bij het drinken waren eraan gewend om te knielen voor afgoden."

Je ziet dat de politiek van de Tora anders is dan het beleid van de meeste generaals. Dienstweigeraars worden tegenwoordig meestal gestraft. De Tora zegt echter dat alle ongemotiveerde soldaten de oorlog moeten verlaten.

Wanneer iemand in de oorlog gaat, schakelt hij over op hele andere waarden en normen dan wij gewend zijn. De oorlog is nu eenmaal een abnormale situatie. Daar gelden andere omgangsregels. De tegenstander mag je, of moet je, doodschieten. Daarom is het heel belangrijk dat de Tora aandacht besteedt aan hoe je een goed mens kunt blijven, ondanks de oorlog.

*(red. Brücke:)* En hoe blijf je dat? Met verbazend kleine dingen. In de Tora wordt ook gesproken over de hygiëne in het legerkamp: „Een schepje zul je bij je hebben, bij je wapentuig." Hasjeem trekt mee in het Joodse leger; een leger is als een klein heiligdom. Daarom moet er ook Tora worden geleerd in het **machanee**: in de tijd van Tenach, toen er 's nachts niet gevochten werd, gingen ze 's nachts Tora leren. Het gaat eerder om kwaliteit dan om kwantiteit. *(letzter Satz: sein eigener — er trägt die Deutung)*

Weet je nog hoe Avram een nieuwe naam kreeg, omdat hij een ander mens was geworden? Wie je bent, wordt niet op één dag beslist.

… dat Amalek juist de **achterhoede** aanviel — de vermoeiden en zwakken die achteraan liepen? Daarom zegt de Tora: **zachor** — herinner je.

… dat Hilleel het **wassen** een mitsva noemde? De mens is geschapen naar het beeld van G'd — daarom verdient ook het lichaam zorg en respect.

… dat in deze parasja ook het **teruggeven van verloren voorwerpen** staat — samen zijn het **74 mitsvot**, meer dan in welke andere parasja ook?

… dat in deze parasja ook **sja'atneez** staat — het verbod om wol en linnen in één kledingstuk te dragen — een chok, een wet zonder gegeven reden?

Gideons waterproef testte niets zichtbaars — geen spieren, geen kunnen. Zij testte een **gewoonte**: wie had zich nooit aan het knielen voor afgoden gewend? Dat is de kern van deze hele parasja. Of iemand in een noodsituatie goed blijft, wordt niet beslist ín die noodsituatie. Het wordt eerder beslist — in duizend kleinigheden: hoe je praat, of je afmaakt waar je aan begonnen bent, waarvoor je je avonden gebruikt. De 74 mitsvot van deze parasja lijken een allegaartje — vogelnest, hek op het dak, eerlijke gewichten, loon op dezelfde dag. Maar samen zijn ze een training: **je oefent het goede in het klein, zodat het in het groot standhoudt.**

Een generaal zegt: wie de bange mannen laat gaan, verzwakt het leger — de rest draagt de last alleen. De Tora laat ze tóch gaan. **Wat wint een leger als alleen blijft wie wil blijven — en wat verliest het?** Verzamel redenen voor allebei.

Sjabbat Sjalom!

Stark ist, wer gut bleibt

Eine Frage, über die Generäle streiten: Was ist besser — ein **riesiges** Heer aus Soldaten, die gar nicht wissen, wofür sie kämpfen? Oder ein **kleines** Heer aus Menschen, die genau wissen, wofür sie stehen — und die auf Haschem und die Tora vertrauen?

Die Tora hat darauf eine überraschende Antwort. Ein Stück vorher, bei den Kriegsgesetzen, steht: Wer Angst hat, **darf nach Hause gehen** — ohne Spott und ohne Strafe, damit die Angst nicht auf die anderen überspringt — so begründet es die Tora selbst (Dewarim 20,8). Wer heute mitten im Krieg wegläuft, wird meist bestraft; die Tora schickt die Ängstlichen vorher offiziell nach Hause. Ihr geht es nicht um die Menge, sondern um das Herz.

Im Buch Schoftim steht die berühmteste Geschichte dazu. Midjan hatte das Land besetzt, und Gideon sammelte ein Heer: 32.000 Mann. Da sagte Haschem zu Gideon: „Dein Heer ist Mir **zu groß**. Wenn ihr siegt, werden alle denken: Das war unsere eigene Kraft." Gideon ließ die Ängstlichen heimgehen — 22.000 gingen. Noch immer zu viele! „Führ sie ans Wasser", sagte Haschem, „dort prüfe Ich sie."

Zehntausend blieben — und wussten: Jetzt hängt alles an uns.

Am Wasser geschah etwas Merkwürdiges. Die meisten Männer **knieten** sich hin, um zu trinken; nur dreihundert tranken, **ohne zu knien**. Haschem sagte: „Mit diesen Dreihundert bringe Ich euch den Sieg. Das sind aufrichtige, ehrliche Soldaten." Raschi erklärt, woran man das erkennt: Wer sich so selbstverständlich hinkniete, war das Knien gewohnt — vor Götzen. Die Dreihundert hatten **nie** gekniet. Dreihundert, die nie gekniet haben, wiegen schwerer als das ganze große Heer vom Anfang.

Aber die Tora weiß auch: Krieg ist ein Ausnahmezustand. Im Krieg darf ein Soldat den Gegner töten — manchmal muss er es sogar. Genau deshalb redet die Tora so genau über den Krieg: damit man **ein guter Mensch bleibt**, auch dort, wo es am schwersten ist.

Und wie bleibt man das? Mit erstaunlich kleinen Dingen. Die Tora befiehlt jedem Soldaten, eine kleine Schaufel mitzunehmen — und das Lager sauber zu halten. Haschem „geht im Lager mit", sagt die Tora; ein Lager ist wie ein kleines Heiligtum. Sogar nachts, wenn nicht gekämpft wurde, saßen die Soldaten und lernten Tora. Sauberkeit, Ordnung, Lernen — Kleinigkeiten? Nein: Genau daran hält sich fest, wer gut bleiben will.

Weißt du noch, wie Awram einen neuen Namen bekam, weil er ein anderer Mensch geworden war? Wer du bist, entscheidet sich nicht an einem Tag.

… dass Amalek ausgerechnet die **Nachhut** angriff — die Müden und Schwachen, die hinten gingen? Darum sagt die Tora: **Zachor** — erinnere dich.

… dass Hillel das **Waschen** eine Mizwa nannte? Der Mensch ist nach dem Bild G'ttes geschaffen — darum verdient auch der Körper Pflege und Respekt.

… dass auch das **Zurückgeben verlorener Dinge** in dieser Parascha steht — und dass hier **74 Mizwot** stehen, mehr als in jedem anderen Wochenabschnitt?

… dass in dieser Parascha auch **Scha'atnes** steht — das Verbot, Wolle und Leinen in einem Kleid zu tragen — als Chok, ein Gesetz ohne angegebenen Grund?

Gideons Wasserprobe prüfte nichts Sichtbares — keine Muskeln, kein Können. Sie prüfte eine **Gewohnheit**: Wer hatte sich nie ans Knien vor Götzen gewöhnt? Das ist der Kern dieser ganzen Parascha. Ob jemand im Ernstfall gut bleibt, entscheidet sich nicht im Ernstfall. Es entscheidet sich vorher — in tausend Kleinigkeiten: wie du redest, ob du zu Ende bringst, was du angefangen hast, wofür du deine Abende nutzt. Die 74 Mizwot dieser Parascha wirken wie ein Sammelsurium — Vogelnest, Zaun auf dem Dach, ehrliche Gewichte, Lohn am Abend. Aber zusammen sind sie ein Training: **Man übt das Gute im Kleinen, damit es im Großen hält.**

Ein General sagt: Wer die Ängstlichen gehen lässt, schwächt das Heer — die Übrigen tragen die Last allein. Die Tora lässt sie trotzdem gehen. **Was gewinnt ein Heer, wenn nur bleibt, wer bleiben will — und was verliert es?** Sammle für beides Gründe.

Schabbat Schalom!