Parasja·Project

Alle hoofdstuktekstenAlle Kapiteltexte Nederlands en Duits Niederländisch und Deutsch

Hier staan de teksten precies zoals ze op uw eigen bladzijden staan. Opmerkingen bij losse platen bespreken wij apart; wat u hieronder intypt, komt direct in het project terecht. Hier stehen die Texte genau so, wie sie auf Ihren eigenen Seiten stehen. Anmerkungen zu einzelnen Bildseiten besprechen wir gesondert; was Sie unten eintippen, kommt direkt im Projekt an.

Nieuw sinds september: de zes feestdag-hoofdstukken Neu seit September: die sechs Feiertagskapitel — Soekot, Rosj Hasjana, Jom Kippoer, Pesach, Sjawoeot en Sjalosj Regaliem, elk in drie delen. Daarmee staan alle hoofdstukteksten van het boek er, in het Nederlands en in het Duits. Bij deze zes hebben wij vragen aan u; ze staan bovenaan bij de vragen. — Sukkot, Rosch Haschana, Jom Kippur, Pessach, Schawuot und Schalosch Regalim, jedes in drei Bänden. Damit stehen alle Kapiteltexte des Buches bereit, auf Niederländisch und auf Deutsch. Zu diesen sechs haben wir Fragen an Sie; sie stehen bei den Fragen ganz oben.

OverzichtÜbersicht

NrHoofdstukKapitel Deel 1 (6–8)Band 1 (6–8) Deel 2 (8–10)Band 2 (8–10) Deel 3 (10–12)Band 3 (10–12)
1Bereesjiet
Bereschit
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
2Noach
Noach
✓ gereed 04.08.✓ gereed 03.08.✓ gereed 03.08.
3Lech Lecha
Lech Lecha
✓ gereed 08.08.✓ gereed 08.08.✓ gereed 08.08.
4Vajera
Wajera
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
5Chajee Sara
Chajej Sara
✓ gereed 08.08.✓ gereed 08.08.✓ gereed 08.08.
6Toldot
Toldot
✓ gereed 08.08.✓ gereed 12.08.✓ gereed 12.08.
7Vajeetsee
Wajeze
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
8Vajisjlach
Wajischlach
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.volgtfolgt
9Vajeesjev
Wajeschew
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
10Mikeets
Mikez
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
11Vajigasj
Wajigasch
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
12Wajechi
Wajechi
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
13Sjemot
Schemot
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
14Va'era
Waera
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
15Bo
Bo
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
16Besjallach
Beschalach
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
17Jitro
Jitro
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
18Misjpatiem
Mischpatim
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
19Teroema
Teruma
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
20Tetsave
Tezawe
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
21Ki Tisa
Ki Tisa
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
22Vajakheel
Wajakhel
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
23Pekoedee
Pekudej
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
24Vajikra
Wajikra
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
25Tsav
Zaw
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
26Sjemini
Schmini
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
27Tazria
Tasria
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
28Metsora
Mezora
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
29Acharee Mot
Acharej Mot
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
30Kedosjiem
Kedoschim
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
31Emor
Emor
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
32Behar
Behar
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
33Bechoekotai
Bechukotaj
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
34Bemidbar
Bemidbar
✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.✓ gereed 28.08.
35Naso
Naso
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
36Beha'alotecha
Behaalotcha
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
37Sjelach Lecha
Schelach Lecha
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
38Korach
Korach
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
39Choekat
Chukat
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
40Balak
Balak
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
41Pinchas
Pinchas
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
42Matot
Matot
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
43Mass'ej
Mass'ej
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
44Devariem
Dewarim
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
45Waetchanan
Waetchanan
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
46Ekev
Ekew
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
47Re'ee
Ree
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
48Sjoftiem
Schoftim
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
49Ki Teetsee
Ki Teze
✓ gereed 12.08.✓ gereed 12.08.✓ gereed 12.08.
50Ki Tavo
Ki Tawo
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
51Nietsaviem
Nizawim
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
52Vajelech
Wajelech
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
53Ha'azinoe
Haasinu
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
54Wezot Haberacha
Wesot Haberacha
✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.✓ gereed 29.08.
Feestdag-hoofdstukkenFeiertagskapitel
Nieuw. Ze staan in het boek op hun plaats in het jaar, niet achteraan.Neu. Sie stehen im Buch an ihrer Stelle im Jahr, nicht hinten.
55Soekot
Sukkot
✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.
56Rosj Hasjana
Rosch Haschana
✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.
57Jom Kippoer
Jom Kippur
✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.
58Pesach
Pessach
✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.
59Sjawoeot
Schawuot
✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.
60Sjalosj Regaliem
Schalosch Regalim
✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.✓ gereed 05.09.
— WerkboekjesArbeitshefte volgen folgen
— OuderkaternElternband volgt folgt
1 · Bereesjiet Bereschit

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Het begin

In het begin, voordat Hasjeem de wereld had geschapen — voordat er mensen waren, dieren, planten en water — was er helemaal niets. Er was alleen Hasjeem.

Toen zei Hasjeem: „Laat er licht zijn." En in één ogenblik was er licht. Hasjeem zag dat het licht goed was, en scheidde de dag van de nacht. Dat gebeurde op de eerste dag.

Daarna maakte Hasjeem de hemel boven en het water beneden. Dat gebeurde op de tweede dag.

Toen bracht Hasjeem al het water bij elkaar en maakte daar de zee van. Het droge deel noemde Hij land. En Hasjeem zei: „Laten gras, groente en bomen uit de aarde voortkomen." Hasjeem zag dat het allemaal goed was. Dat gebeurde op de derde dag.

Daarna schiep Hasjeem de zon en de maan, en de sterren om het licht van de maan 's nachts een beetje te helpen. Zo kunnen wij de dagen tellen, en de maanden, en de seizoenen, en de jaren. Hasjeem zag dat het goed was. Dat gebeurde op de vierde dag.

Hasjeem vulde de zeeën met allerlei soorten vissen, en de hemel met allerlei soorten vogels en met vliegende diertjes: bijen, muggen, lieveheersbeestjes en vlinders. Hij maakte ook kleine spinnen en kruipende dieren. Hasjeem zegende de vogels en zelfs de kruipende dieren: dat zij veel kleintjes zouden krijgen. Hasjeem zag dat het goed was. Dat gebeurde op de vijfde dag.

Hasjeem was nog niet klaar. Hij schiep de dieren: de leeuwen en de beren, de koeien, de schapen en de geiten. Hasjeem zag dat het goed was — maar er ontbrak nog iets. En dat was de mens.

Hasjeem nam aarde uit de vier hoeken van de wereld en van de Har Habajiet, mengde die met water en vormde de mens. Toen zei Hasjeem: „Hem noem Ik Adam. Omdat hij uit de adama, uit de grond, komt."

Zes dagen lang maakte Hasjeem de wereld. En op de zevende dag was het Sjabbat.

↩ Weet je nog — op Simchat Tora dansten we met de Tora? Toen was ze uitgelezen — en we begonnen meteen weer bij het begin. Precies hier begint ze.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een dag en een nacht samen 24 uur zijn? Hasjeem heeft ze meteen op de eerste dag zo verdeeld.
  • … Hasjeem de hemel maakte van vuur en water — Hij mengde die twee door elkaar?
  • … Hasjeem alle dieren met één hand heeft geschapen — maar de mens met twee handen?

Woord van de week:Wort der Woche: Adama

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli vertelt: „De dieren hadden veel bewondering voor de eerste mens. Adam was geschapen naar het beeld van Hasjeem. De dieren zeiden tegen elkaar: ‚Deze mens lijkt wel op Hasjeem. Laten wij hem dienen.'"

„Maar Adam zei tegen alle dieren: ‚Net zoals jullie ben ik door Hasjeem geschapen. Laten wij samen één zijn om Hasjeem te dienen.'"

Ariella vertelt verder: „Omdat de mens Hasjeem geëerd had, wilde Hasjeem ook de mens eer geven. Maar niet iedereen wilde dat."

Batsjeva zegt: „Hasjeem antwoordde: deze mens is uit stof geschapen, en tóch heeft hij meer wijsheid en verstand. Adam kan alle dieren een naam geven."

Merkzin: Adam kan alle dieren een naam geven.

En zo kreeg ieder dier zijn eigen naam: de leeuw en de beer, de koe, het schaap en de geit, de vis in de zee en de vogel in de lucht.

Vraag aan jouFrage an dich

Adam gaf alle dieren een naam. Waarom is het moeilijk om dieren namen te geven?

Sjabbat Sjalom!

👪 Ga vanavond samen voor het raam staan: wat van dag één tot dag zes kunnen jullie daar ontdekken — en wat daarvan heeft vandaag al iemand gebruikt?

Duits

Der Anfang

Ganz am Anfang, bevor Haschem die Welt erschuf — bevor es Menschen gab, Tiere, Pflanzen und Wasser —, da war gar nichts. Da war nur Haschem.

Dann sprach Haschem: „Es werde Licht!" Und in einem einzigen Augenblick war das Licht da. Haschem sah, dass das Licht gut war, und trennte den Tag von der Nacht. Das geschah am ersten Tag.

Danach machte Haschem den Himmel oben und das Wasser unten. Das geschah am zweiten Tag.

Dann sammelte Haschem alles Wasser an einem Ort und machte daraus das Meer. Den trockenen Teil nannte Er Land. Und Haschem sprach: „Nun soll die Erde Gras hervorbringen, Kräuter und Bäume!" Haschem sah, dass alles gut war. Das geschah am dritten Tag.

Danach erschuf Haschem die Sonne und den Mond, dazu die Sterne — die helfen dem Mondlicht in der Nacht ein wenig. So können wir die Tage zählen und die Monate, die Jahreszeiten und die Jahre. Haschem sah, dass es gut war. Das geschah am vierten Tag.

Haschem füllte die Meere mit Fischen aller Art und den Himmel mit Vögeln aller Art und mit fliegenden Tierchen: mit Bienen, Mücken, Marienkäfern und Schmetterlingen. Auch kleine Spinnen machte Er und Tiere, die kriechen. Haschem segnete die Vögel und sogar die Kriechtiere: Sie sollten viele Junge bekommen. Haschem sah, dass es gut war. Das geschah am fünften Tag.

Haschem war noch nicht fertig. Er erschuf die Tiere: die Löwen und die Bären, die Kühe, die Schafe und die Ziegen. Haschem sah, dass es gut war — aber etwas fehlte noch. Und das war der Mensch.

Haschem nahm Erde aus den vier Ecken der Welt und vom Har haBajit, mischte sie mit Wasser und formte den Menschen. Dann sprach Haschem: „Ihn nenne Ich Adam. Denn er kommt aus der Adama, aus der Erde."

Sechs Tage lang machte Haschem die Welt. Und am siebten Tag war Schabbat.

↩ Weißt du noch — an Simchat Tora haben wir mit der Tora getanzt? Da hatten wir sie zu Ende gelesen — und gleich wieder von vorn angefangen. Genau hier fängt sie an.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Tag und eine Nacht zusammen 24 Stunden sind? Haschem hat sie gleich am ersten Tag so eingeteilt.
  • … dass Haschem den Himmel aus Feuer und Wasser machte — Er mischte beide zusammen?
  • … dass Haschem alle Tiere mit einer Hand erschuf — den Menschen aber mit beiden Händen?

Woord van de week:Wort der Woche: Adama — Adama heißt Erde. Darum heißt der erste Mensch Adam.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli erzählt: „Die Tiere bewunderten den ersten Menschen sehr. Adam war nach dem Bild Haschems erschaffen. Die Tiere sagten zueinander: ‚Dieser Mensch ist ja wie Haschem. Kommt, wir dienen ihm!'"

„Aber Adam sagte zu allen Tieren: ‚Genau wie ihr bin ich von Haschem erschaffen. Lasst uns zusammen eins sein, um Haschem zu dienen.'"

Ariella erzählt weiter: „Weil der Mensch Haschem geehrt hatte, wollte auch Haschem dem Menschen Ehre geben. Aber nicht alle wollten das."

Batschewa sagt: „Haschem antwortete: ‚Dieser Mensch ist aus Erde gemacht — und trotzdem hat er mehr Weisheit und mehr Verstand. Adam kann allen Tieren einen Namen geben.'"

Merksatz: Adam kann allen Tieren einen Namen geben.

Und so bekam jedes Tier seinen eigenen Namen: der Löwe und der Bär, die Kuh, das Schaf und die Ziege, der Fisch im Meer und der Vogel in der Luft.

Vraag aan jouFrage an dich

Adam gab allen Tieren einen Namen. Warum ist es schwer, Tieren Namen zu geben?

Schabbat Schalom!

👪 Gehen Sie heute Abend zusammen ans Fenster: Was von Tag eins bis Tag sechs könnt ihr von dort entdecken — und was davon hat heute schon jemand gebraucht?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De twaalf uren

Wat gebeurde er precies bij de schepping van de eerste mens Adam? De Midrasj legt het uit.

Adam werd geschapen op de zesde dag. Het eerste uur verzamelde Hasjeem de aarde bij elkaar; het tweede uur mengde Hasjeem de verzamelde aarde. Gedurende het derde uur vormde Hij de armen en benen van Adam. Het vierde uur blies Hij adem in zijn neus. In het vijfde uur zette Hasjeem Adam overeind. Het zesde uur liet Hasjeem hem in slaap vallen. Tijdens het zevende uur vormde Hij Chava (Eva) uit de rib van Adam en maakte Hij haar als kalla op.

Adam en Chava werden geschapen als volwassen mensen van twintig jaar. In het achtste uur bracht Hasjeem Adam en Chava in Gan Eden. Hasjeem verbood hen te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, de eets hada'at tov vera. In het negende uur kwam de slang naar Chava toe.

Tijdens het tiende uur begingen Adam en Chava hun avera. Ze aten toch van de boom. In het elfde uur werden zij veroordeeld en in het twaalfde uur werden Adam en Chava uit Gan Eden verdreven.

De mens was van begin af aan bestemd voor avodat Hasjeem, hogere doelen. Daarom werd de aarde waarmee Hasjeem de mens schiep uit de grond genomen, waar later het Beet Hamikdasj zou staan.

De mens werd met extra zorg geschapen. Terwijl alle dieren met één hand van Hasjeem zijn geschapen, heeft Hij de mens met beide handen geschapen.

⁂

Chava at van de vrucht. Nauwelijks had zij een kezajiet-olijfgrootte gegeten of ze zag de engel van de dood voor zich. Chava begon te huilen: „Nu ga ik sterven. Dan is mijn man alleen. Ik zal ook hem van de vrucht geven. Laat hij met mij sterven."

Zij gaf van de vrucht aan Adam, die niet vroeg waar zij die vandaan had. Hij at ervan en ook zijn ogen werden geopend. Adam zag dat hij en al zijn kinderen eens zouden sterven.

↩ Op Simchat Tora hebben we de Tora uitgelezen — en op hetzelfde feest meteen weer geopend. Vanaf hier loopt ze nu verder, week na week, een heel jaar.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Hasjeem de aarde voor Adam uit de vier hoeken van de wereld bij elkaar bracht?
  • … de sterren de maan 's nachts helpen om een beetje licht te geven?
  • … Hasjeem zelfs de kruipende dieren zegende — dat ze veel kleintjes zouden krijgen?
  • … de Tora er al was voordat de wereld werd geschapen — geschreven in zwart vuur op wit vuur?

Woord van de week:Wort der Woche: Awera — Avera — een overtreding: iets doen wat Hasjeem verboden heeft. Het tegenovergestelde van een mitswa.

Wat het betekentWas es bedeutet

(wörtlich sein VERHAAL, in Sprechabsätze gegliedert)

Eli: „In het begin waren zon en maan even groot en hadden zij even sterk licht. Ze schenen beide zowel overdag als in de nacht."

Ariella: „De maan werd jaloers. De maan kon dat niet verdragen. Hij leed eronder dat naast hem een zelfde macht zou bestaan."

Batsheva: „De maan ging staan voor de troon van Hasjeem en zei: ‚Kunnen twee koningen dezelfde kroon dragen? Hoe kunnen in Uw heelal twee even machtige lichten naast elkaar regeren? De een moet groter zijn dan de ander.'"

Avigail: „Hasjeem werd kwaad op de maan: ‚Daarom zul jij kleiner worden', antwoordde Hasjeem hem, ‚jij, maan, zult licht ontvangen van de zon. De zon staat dus boven jou.'"

Elisha: „Ja kinderen, zo gebeurde het dat de zon het grote licht bleef, maar dat de maan een beetje uitdoofde. Het werd een heel kleine planeet en scheen slechts de stralen, die hij van de grote zon binnen kreeg."

Eli: „Hasjeem troostte de maan: ‚Als jij 's nachts aan de hemel komt, zullen tienduizenden sterren jou vergezellen als lijfwachten van de koning. Bovendien zullen de Bnee Jisra'eel de dagen en de jaren met behulp van jou, maan, berekenen.'"

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom gaf Chava ook aan Adam van de vrucht?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over een eigen fout — en over wat er daarna kwam.

Duits

Die zwölf Stunden

Was geschah eigentlich ganz genau, als der erste Mensch, Adam, erschaffen wurde? Der Midrasch erklärt es.

Adam wurde am sechsten Tag erschaffen. In der ersten Stunde sammelte Haschem die Erde zusammen; in der zweiten Stunde mischte Er sie. In der dritten Stunde formte Er Adams Arme und Beine. In der vierten Stunde blies Er ihm den Atem in die Nase. In der fünften Stunde stellte Haschem Adam aufrecht hin. In der sechsten Stunde ließ Er ihn einschlafen. Und in der siebten Stunde formte Er aus Adams Rippe Chawa — und schmückte sie wie eine Kalla, wie eine Braut.

Adam und Chawa wurden als Erwachsene erschaffen, wie Zwanzigjährige. In der achten Stunde brachte Haschem die beiden in den Gan Eden. Dort verbot Er ihnen, vom Baum der Erkenntnis von Gut und Böse zu essen — vom Ez haDa'at Tow waRa. In der neunten Stunde kam die Schlange zu Chawa.

In der zehnten Stunde begingen Adam und Chawa ihre Awera: Sie aßen doch von dem Baum. In der elften Stunde wurden sie verurteilt. Und in der zwölften Stunde wurden Adam und Chawa aus dem Gan Eden vertrieben.

Der Mensch war von Anfang an für Höheres bestimmt, für die Awodat Haschem — den Dienst für Haschem. Darum nahm Haschem die Erde, aus der Er den Menschen schuf, von dem Ort, an dem später das Bet haMikdasch stehen würde.

Und mit welcher Sorgfalt wurde der Mensch gemacht! Alle Tiere hat Haschem mit einer Hand erschaffen. Den Menschen aber erschuf Er mit beiden Händen.

⁂

Chawa aß von der Frucht. Kaum hatte sie ein Stück gegessen, so groß wie eine Olive, da sah sie den Engel des Todes vor sich. Chawa begann zu weinen: „Jetzt muss ich sterben. Dann ist mein Mann allein. Ich gebe auch ihm von der Frucht. Dann stirbt er mit mir."

Sie gab Adam von der Frucht, und er fragte nicht, woher die Frucht kam. Er aß — und auch ihm gingen die Augen auf. Adam sah: Er und alle seine Kinder würden eines Tages sterben.

↩ An Simchat Tora haben wir die Tora zu Ende gelesen und im selben Fest wieder angefangen. Von hier läuft sie jetzt weiter — Woche für Woche, ein ganzes Jahr.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem die Erde für Adam aus den vier Ecken der Welt zusammensammelte?
  • … dass die Sterne dem Mond in der Nacht helfen, ein wenig Licht zu geben?
  • … dass Haschem sogar die Kriechtiere segnete — dass sie viele Junge bekommen sollten?
  • … dass die Tora schon da war, bevor die Welt erschaffen wurde — geschrieben mit schwarzem Feuer auf weißem Feuer?

Woord van de week:Wort der Woche: Awera — Awera — eine Übertretung: etwas tun, das Haschem verboten hat. Das Gegenteil einer Mizwa.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Am Anfang waren Sonne und Mond gleich groß, und ihr Licht war gleich stark. Beide schienen am Tag und beide in der Nacht."

Ariella: „Da wurde der Mond eifersüchtig. Er konnte es nicht ertragen. Es quälte ihn, dass neben ihm eine zweite Macht stehen sollte, genauso groß wie er."

Batschewa: „Der Mond stellte sich vor den Thron Haschems und sagte: ‚Können zwei Könige dieselbe Krone tragen? Wie können in Deiner Welt zwei gleich mächtige Lichter nebeneinander regieren? Einer muss größer sein als der andere.'"

Awigail: „Haschem wurde zornig über den Mond. ‚Darum wirst du kleiner werden', antwortete Er ihm. ‚Du, Mond, wirst dein Licht von der Sonne bekommen. Die Sonne steht also über dir.'"

Elischa: „Ja, Kinder — so kam es, dass die Sonne das große Licht blieb, der Mond aber ein wenig erlosch. Er wurde ein ganz kleines Licht und schien nur noch mit den Strahlen, die ihm die große Sonne schickte."

Eli: „Aber Haschem tröstete den Mond: ‚Wenn du nachts an den Himmel kommst, werden Zehntausende Sterne dich begleiten — wie Leibwächter einen König. Und mehr noch: Die Bnej Jisrael werden die Tage und die Jahre nach dir berechnen, Mond.'"

Vraag aan jouFrage an dich

Warum gab Chawa auch Adam von der Frucht?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einem eigenen Fehler — und davon, was danach kam.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Zwart vuur, wit vuur

Nog voordat deze wereld door Hasjeem werd geschapen, had Hasjeem al vele andere dingen gemaakt. Eén daarvan was de Tora, geschreven in zwart op wit vuur.

Toen Hasjeem de wereld wilde scheppen, overlegde Hij met de Tora. De Tora antwoordde: „Ribono sjel olam — Heer der wereld, een melech (koning) zonder leger, zonder lakeien en gevolg verdient niet de naam Koning. Er is namelijk niemand om Hem eer te bewijzen."

Dit antwoord vond Hasjeem goed. Zo leerde Hij alle aardse koningen door Zijn voorbeeld om niets te beginnen zonder overleg met hun dienaren.

Toch was de Tora bang, dat de mens averot (slechte dingen) zou doen. De Tora wist dat de mens de mitsvot van de Tora zou overtreden. Maar Hasjeem maakte een einde aan de twijfel van de Tora.

Hasjeem zei: „Je weet, dat Ik ook tesjoeva heb geschapen. Voor iedereen die averot doet zal de weg open staan om zich te bekeren. En de dienst in het Beet Hamikdasj zal de slechte mens kappara brengen.

Gan Eden en Gehinom zullen de beloning en straf vormen. Uiteindelijk zal eens de Masjie'ach komen om de wereld te verlossen en een einde te maken aan alle averot."

Deze wereld, waarop wij wonen, is niet de eerste die door Hasjeem werd geschapen. Vele werelden werden door Hasjeem geschapen, vóór de huidige wereld. Maar geen van al die werelden vond Hasjeem goed. Pas toen Hij deze wereld had gemaakt meende Hij dat deze „zeer goed" was. Wat is er zo goed aan deze wereld? Dat er een evenwicht is tussen chessed (liefde) en strengheid, zachtheid en hardheid.

Het was Hasjeems plan om deze wereld te scheppen en te leiden met strenge rechtvaardigheid (gevoera). Maar Hasjeem begreep, dat met alleen strenge rechtvaardigheid de wereld niet in stand kon blijven. Iedereen die iets mis zou doen, zou meteen worden veroordeeld. Daarom voegde Hasjeem chessed bij gevoera. Beide samen, liefde en recht, zouden de wereld beheersen.

Daarom hebben we in deze wereld strenge mensen en lieve mensen. Beiden zijn nodig.

↩ Met Simchat Tora eindigt de Tora — en begint ze in dezelfde adem opnieuw. Een boek zonder eindpunt. Dat past bij een hoofdstuk waarin de uitweg al klaarligt, nog vóór het misgaat.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Chava nauwelijks een kezajiet — een stuk zo groot als een olijf — gegeten had, toen ze de engel van de dood voor zich zag?
  • … de slang toen het wijste van alle dieren was — en er nog uitzag als een kameel?
  • … Hasjeem alleen het eten van de boom verboden had — niet het aanraken? Chava gaf het verbod onnauwkeurig door — en precies daar greep de slang haar kans.
  • … Adam op de dag na zijn avera tesjoeva deed — het was Sjabbat — en Hasjeem hem vergaf?

Woord van de week:Wort der Woche: Chessed & Gewura — Chessed — de liefde die geeft. Gevoera — de strengheid die grenzen stelt. De wereld staat, omdat ze samen regeren.

Wat het betekentWas es bedeutet

(wörtlich sein VERHAAL, in Sprechabsätze gegliedert)

Eli: „Adam werd geschapen op de zesde dag. Tijdens het eerste uur heeft Hasjeem de aarde bij elkaar verzameld. Tijdens het tweede uur heeft Hasjeem de aarde vermengd. In het derde uur van de zesde dag vormde Hij de armen en benen van de mens. Het vierde uur blies Hij levensadem in Adams neus. Gedurende het vijfde uur zette Hij hem overeind en kon Adam lopen."

Ariella: „Daarna bracht Hasjeem Adam in slaap. In het zevende uur van de zesde dag van de Schepping maakte Hasjeem Chava. Hij maakte haar op als een mooie kalla (bruid). Adam en Chava waren alle twee volwassenen van twintig jaar."

Batsheva: „In het achtste uur bracht Hasjeem hen in Gan Eden. Toen verbood Hasjeem hen om te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, de eets hada'at tov vera."

Elisha: „Gedurende het negende uur kwam de slang tot Chava en probeerde haar te verleiden om te eten van de boom. In het tiende uur at Chava van de boom en begonnen Adam en Chava met de eerste avera (overtreding) in de Tora. In het elfde uur werden ze veroordeeld en in het twaalfde uur werden ze uit het paradijs verjaagd. Maar één ding is belangrijk dat je weet: dat de aarde waarmee Hasjeem de mens heeft geschapen, genomen werd van de Har Habajit (Tempelberg), waar eens het Beet Hamikdasj zou worden gebouwd."

Vraag aan jouFrage an dich

Geef een voorbeeld van gevoera-strengheid (1) in de wereld en een voorbeeld van chessed-liefde (2).

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind: waar was ik deze week te streng, waar te zacht? — en luister zonder uzelf te verdedigen.

Duits

Schwarzes Feuer, weißes Feuer

Noch bevor Haschem diese Welt erschuf, hatte Er schon vieles andere gemacht. Eines davon war die Tora — geschrieben mit schwarzem Feuer auf weißem Feuer.

Als Haschem die Welt erschaffen wollte, beriet Er sich mit der Tora. Die Tora antwortete: „Ribono schel Olam — Herr der Welt! Ein Melech, ein König ohne Heer, ohne Diener und ohne Gefolge, verdient den Namen König nicht. Denn niemand ist da, ihm Ehre zu erweisen."

Diese Antwort fand Haschem gut. So lehrte Er alle Könige der Erde durch Sein eigenes Beispiel, nichts zu beginnen ohne Beratung mit ihren Dienern.

Doch die Tora hatte Angst, dass der Mensch Awerot tun würde — schlechte Dinge. Die Tora wusste: Der Mensch würde die Mizwot der Tora übertreten. Aber Haschem machte der Angst der Tora ein Ende.

Haschem sagte: „Du weißt, dass Ich auch die Tschuwa erschaffen habe. Wer Awerot tut, dem steht der Weg offen, umzukehren. Und der Dienst im Bet haMikdasch wird dem schlechten Menschen Kappara bringen, Versöhnung.

Gan Eden und Gehinnom werden Belohnung und Strafe sein. Und zuletzt wird einmal der Maschiach kommen, die Welt erlösen und allen Awerot ein Ende machen."

Diese Welt, auf der wir wohnen, ist nicht die erste, die Haschem erschuf. Viele Welten hat Haschem gemacht, vor der heutigen. Aber keine von allen fand Haschem gut. Erst als Er diese Welt gemacht hatte, fand Er: Diese ist „sehr gut". Was ist so gut an dieser Welt? Dass in ihr ein Gleichgewicht ist — zwischen Chessed, der Liebe, und der Strenge; zwischen Weichheit und Härte.

Haschems Plan war, diese Welt mit strenger Gerechtigkeit zu erschaffen und zu führen — mit Gewura. Aber Haschem begriff: Mit strenger Gerechtigkeit allein kann die Welt nicht bestehen. Jeder, der etwas falsch machte, würde auf der Stelle verurteilt. Darum fügte Haschem Chessed zur Gewura hinzu. Beide zusammen, Liebe und Recht, sollten die Welt regieren.

Darum gibt es auf dieser Welt strenge Menschen und liebevolle Menschen. Beide werden gebraucht.

↩ Mit Simchat Tora endet die Tora — und beginnt im selben Atemzug neu. Ein Buch ohne Schlusspunkt. Das passt zu einem Kapitel, in dem für das Misslingen vorgesorgt ist, bevor es geschieht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Chawa kaum ein Kezajit — ein Stück von Olivengröße — gegessen hatte, als sie den Engel des Todes vor sich sah?
  • … dass die Schlange damals das klügste aller Tiere war — und noch aussah wie ein Kamel?
  • … dass Haschem nur das Essen vom Baum verboten hatte — nicht das Anfassen? Chawa gab das Verbot ungenau weiter, und genau dort setzte die Schlange an.
  • … dass Adam am Tag nach seiner Awera Tschuwa tat — es war Schabbat — und Haschem ihm vergab?

Woord van de week:Wort der Woche: Chessed & Gewura — Chessed — die Liebe, die gibt. Gewura — die Strenge, die Grenzen hält. Die Welt steht, weil beide zusammen regieren.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Adam wurde am sechsten Tag erschaffen. Erste Stunde: Haschem sammelte die Erde zusammen. Zweite Stunde: Er mischte sie. Dritte Stunde: Er formte die Arme und Beine des Menschen. In der vierten blies Er Lebensatem in Adams Nase — und in der fünften stellte Er ihn aufrecht. Adam konnte gehen."

Ariella: „Danach ließ Haschem Adam schlafen. In der siebten Stunde des sechsten Tages machte Haschem Chawa, und Er schmückte sie wie eine schöne Kalla, wie eine Braut. Erwachsen waren sie beide, wie Zwanzigjährige."

Batschewa: „In der achten Stunde brachte Haschem die beiden in den Gan Eden. Eines verbot Er ihnen dort: vom Baum der Erkenntnis von Gut und Böse zu essen — vom Ez haDa'at Tow waRa."

Elischa: „In der neunten Stunde kam die Schlange zu Chawa und versuchte, sie zum Essen von dem Baum zu verführen. In der zehnten Stunde aß Chawa — und mit Adam beging sie die erste Awera der Tora. In der elften Stunde wurden sie verurteilt, in der zwölften aus dem Gan Eden vertrieben. Aber eines musst du wissen: Die Erde, aus der Haschem den Menschen erschuf, war vom Har haBajit genommen — dem Berg, auf dem einmal das Bet haMikdasch gebaut werden würde."

Vraag aan jouFrage an dich

Nenne ein Beispiel für Gewura — Strenge — in der Welt (1) und ein Beispiel für Chessed — Liebe (2).

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind: Wo war ich diese Woche zu streng, wo zu weich? — und halten Sie die Antwort aus.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
2 · Noach Noach

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 04.08.

Nederlands

No-ach bouwt een schip

Hebben jullie wel eens van No-ach gehoord? No-ach bouwde een heel groot schip. Dat moest hij van Hasjeem.

Hasjeem vertelde No-ach, dat alle mensen heel slecht waren geworden. De mensen stalen van elkaar. Ze logen tegen elkaar. Ze waren vreselijk onaardig. Ze dachten alleen aan zichzelf. De enige die nog goed was, was No-ach — en zijn kinderen natuurlijk.

Op een dag zei Hasjeem tegen No-ach, dat hij een heel groot schip moest bouwen. Dat schip noemen we de Teva — de Ark. De Ark van No-ach.

Hasjeem zei tegen No-ach, dat Hij de hele wereld onder water zou laten lopen. Hasjeem wilde dat No-ach en alle dieren droog zouden blijven en gered zouden worden.

Daarom moest No-ach een heel grote boot bouwen van drie etages hoog. Met kamers voor alle dieren en voor de familie van No-ach. De Ark van No-ach werd enorm groot.

Alle vrienden en kennissen van No-ach kwamen bij hem op bezoek. Ze vroegen hem wat hij aan het doen was. „Ik bouw een boot, want er komt straks een hele grote overstroming. Hasjeem is heel kwaad op alle stoute en slechte mensen, die nooit iets voor iemand anders over hebben", zei No-ach. Maar iedereen lachte No-ach uit. Niemand geloofde, dat er een overstroming zou komen.

Hasjeem stuurde alle dieren naar de Ark van No-ach. Het was een heel gedrang. Van de niet-kosjere dieren kwamen er twee van elke soort: twee eekhoorns, twee spinnen, twee olifanten. Van de kosjere dieren kwamen er telkens veertien: veertien koeien, veertien schapen en veertien kippen. Ieder dier kreeg zijn eigen kooi of hok en eigen eten. Daar werd goed voor gezorgd door No-ach en zijn familie.

Toen begon het vreselijk te regenen. Bakken water kwamen uit de hemel. Ook uit de grond kwam er water naar boven. Alle mensen schrokken vreselijk. Maar niemand had een boot gebouwd. Alleen No-ach. Dus de enige die gered werd, was No-ach. En gelukkig ook alle dieren.

Het regende zo erg dat de hele wereld onder water stond. Zelfs de hoogste berg stond onder water.

Toen de regen ophield, maakte No-ach een raam open in zijn Ark. Hij keek alle kanten op, maar zag alleen maar water. Gelukkig droogde de aarde langzaam op.

No-ach stuurde eerst een zwarte vogel weg, een raaf. Maar die kwam terug, want de raaf kon geen droog stuk land en geen boom vinden. Later stuurde No-ach een duif weg. De duif kwam terug met een takje in zijn bek. Nu wist No-ach dat er weer bomen waren op de aarde.

↩ Weet je nog, in de vorige parasja? Toen maakte Hasjeem de bomen. Nu zoekt de duif er één.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … het Iwriet woord ma-boel een grote overstroming betekent?
  • … er een bera-cha is over de regenboog?
  • … Hasjeem de regenboog natuurlijk al veel eerder had gemaakt?
  • … Hasjeem pas nu — na de ma-boel — de regenboog tot herkenningsteken maakte, dat Hij de wereld nooit meer zou vernietigen?

Woord van de week:Wort der Woche: Tewa — Ark

Wat het betekentWas es bedeutet

Mosje en Mirjam zaten achter in de auto. Mama reed, en Papa las een boek waarin de weg stond. Plotseling keken ze achteruit. Wat zagen ze daar? Allemaal kleuren in de wolken! Dat was natuurlijk de regenboog.

Mirjam dacht meteen aan de ma-boel — die grote overstroming uit de Tora. Snel zei ze de bera-cha. Toen begreep Mosje dat hij vergeten was de bera-cha te zeggen. Gelukkig had hij zijn keppeltje op, dus zei hij de bera-cha ook. Want die hadden ze op school geleerd.

Papa keek op uit zijn boek. „Weten jullie waarom wij een bera-cha zeggen over de regenboog?" vroeg hij.

Omdat wij heel dankbaar zijn dat Hasjeem de wereld heel laat. Dat is heel belangrijk. Ook voor ons. Want wij moeten de wereld ook heel laten. Wij mogen niets kapot maken wat andere mensen nog kunnen gebruiken.

Dat is een heel belangrijke les. In onze tijd worden er veel te veel dingen zomaar kapot gemaakt, en er wordt veel te veel eten zomaar weggegooid. Denk ook eens aan kinderen die maar heel weinig te eten hebben.

Vraag aan jouFrage an dich

Waaraan denken wij, als wij een regenboog zien?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind vanavond: wat hebben wij deze week weggegooid dat nog goed was?

Duits

No-ach baut ein Schiff

Habt ihr schon einmal von No-ach gehört? No-ach baute ein sehr großes Schiff. Das musste er für Haschem tun.

Haschem erzählte No-ach, dass alle Menschen sehr schlecht geworden waren. Die Menschen bestahlen einander. Sie logen einander an. Sie waren furchtbar unfreundlich. Sie dachten nur an sich selbst. Der Einzige, der noch gut war, war No-ach — und seine Kinder natürlich.

Eines Tages sagte Haschem zu No-ach, er solle ein sehr großes Schiff bauen. Dieses Schiff nennen wir die Tewa — die Arche. Die Arche des No-ach.

Haschem sagte No-ach, dass Er die ganze Welt unter Wasser setzen werde. Haschem wollte, dass No-ach und alle Tiere trocken blieben und gerettet würden.

Darum musste No-ach ein sehr großes Boot bauen, drei Stockwerke hoch. Mit Räumen für alle Tiere und für die Familie von No-ach. Die Arche des No-ach wurde riesig groß.

Alle Freunde und Bekannten von No-ach kamen zu ihm zu Besuch. Sie fragten ihn, was er da tue. „Ich baue ein Boot, denn es kommt bald eine sehr große Überschwemmung. Haschem ist sehr zornig auf alle ungezogenen und schlechten Menschen, die nie etwas für einen anderen übrig haben", sagte No-ach. Aber alle lachten No-ach aus. Niemand glaubte, dass eine Überschwemmung kommen würde.

Haschem schickte alle Tiere zur Arche des No-ach. Es war ein großes Gedränge. Von den nicht koscheren Tieren kamen zwei von jeder Art: zwei Eichhörnchen, zwei Spinnen, zwei Elefanten. Von den koscheren Tieren kamen jedes Mal vierzehn: vierzehn Kühe, vierzehn Schafe und vierzehn Hühner. Jedes Tier bekam seinen eigenen Käfig oder Stall und sein eigenes Futter. Dafür sorgten No-ach und seine Familie gut.

Dann fing es furchtbar an zu regnen. Eimerweise kam Wasser vom Himmel. Auch aus dem Boden kam Wasser herauf. Alle Menschen erschraken furchtbar. Aber niemand hatte ein Boot gebaut. Nur No-ach. Also war der Einzige, der gerettet wurde, No-ach. Und zum Glück auch alle Tiere.

Es regnete so sehr, dass die ganze Welt unter Wasser stand. Sogar der höchste Berg stand unter Wasser.

Als der Regen aufhörte, öffnete No-ach ein Fenster in seiner Arche. Er schaute nach allen Seiten, sah aber nur Wasser. Zum Glück trocknete die Erde langsam.

No-ach schickte zuerst einen schwarzen Vogel fort, einen Raben. Aber der kam zurück, denn der Rabe fand kein trockenes Stück Land und keinen Baum. Später schickte No-ach eine Taube fort. Die Taube kam zurück mit einem Zweiglein im Schnabel. Nun wusste No-ach, dass es wieder Bäume auf der Erde gab.

↩ Erinnerst du dich an den letzten Wochenabschnitt? Da machte Haschem die Bäume. Jetzt sucht die Taube einen davon.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass das hebräische Wort Ma-bul eine große Überschwemmung bedeutet?
  • … dass es eine Bera-cha über den Regenbogen gibt?
  • … dass Haschem den Regenbogen natürlich schon viel früher gemacht hatte?
  • … dass Haschem erst jetzt — nach dem Ma-bul — den Regenbogen zum Erkennungszeichen machte, dass Er die Welt nie wieder zerstören würde?

Woord van de week:Wort der Woche: Tewa — Ark

Wat het betekentWas es bedeutet

Mosje und Mirjam saßen hinten im Auto. Mama fuhr, und Papa las in einem Buch, in dem der Weg stand. Plötzlich schauten sie nach hinten. Was sahen sie da? Lauter Farben in den Wolken! Das war natürlich der Regenbogen.

Mirjam dachte sofort an den Ma-bul — jene große Überschwemmung aus der Tora. Schnell sagte sie die Bera-cha. Da merkte Mosje, dass er vergessen hatte, die Bera-cha zu sagen. Zum Glück hatte er seine Kippa auf, also sagte er die Bera-cha auch. Denn die hatten sie in der Schule gelernt.

Papa schaute von seinem Buch auf. „Wisst ihr, warum wir eine Bera-cha über den Regenbogen sagen?", fragte er.

Weil wir sehr dankbar sind, dass Haschem die Welt ganz lässt. Das ist sehr wichtig. Auch für uns. Denn wir müssen die Welt auch ganz lassen. Wir dürfen nichts kaputt machen, was andere Menschen noch gebrauchen können.

Das ist eine sehr wichtige Lehre. In unserer Zeit werden viel zu viele Dinge einfach kaputt gemacht, und es wird viel zu viel Essen einfach weggeworfen. Denk auch einmal an Kinder, die nur sehr wenig zu essen haben.

Vraag aan jouFrage an dich

Woran denken wir, wenn wir einen Regenbogen sehen?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind heute Abend: Was haben wir diese Woche weggeworfen, das noch gut war?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 03.08.

Nederlands

De toren van Bavel

Na de maboel (zondvloed, grote overstroming) waren er weer veel mensen op de wereld. Ze spraken allemaal dezelfde taal, Iwriet. Dat was makkelijk. Je kon gewoon je eigen taal spreken met iemand uit een ander land. Maar er waren in die tijd nog geen andere landen, want alle mensen woonden vlak bij elkaar in een heel groot dal in Bawel, dat ook wel Babylonië genoemd wordt (tegenwoordig ligt daar Irak).

De mensen na de maboel waren ook niet goed. Ze waren bij elkaar gaan wonen omdat ze bang waren geworden voor G'd na de maboel. Ze waren het er niet mee eens dat ze moesten luisteren naar Hasjeem en niet mochten doen waar ze zin in hadden. Ze kwamen in opstand. Hun koning Nimrod zei: „Waarom moet Hasjeem de baas spelen over ons? Laten wíj de baas spelen over Hasjeem! Laten we een enorme toren bouwen, die zo hoog is dat we tegen Hasjeem in de hemel kunnen vechten. Als we eenmaal in de hemel zijn, kunnen wij de macht overnemen."

Omdat ze allemaal dezelfde taal spraken, waren ze het al snel met elkaar eens. Ze vonden het allemaal een goed idee. Ze bakten stenen, en binnen de kortste keren was de toren zo hoog dat de top in de wolken verdween. De Toren van Babel, de migdal Bawel, werd een top-project.

Ze werkten wel goed samen, maar het werd toch een onmenselijke maatschappij. Als er een timmerman van de toren naar beneden viel, lag daar niemand wakker van. Maar als er een steen naar beneden viel en brak, begon iedereen te huilen. Dat was natuurlijk niet goed.

Hasjeem vond het ook erg dat de mensen Hem niet dankbaar waren en zelfs tegen Hem wilden vechten. Dat kan natuurlijk niet, want Hasjeem is onzichtbaar — maar dat wisten de mensen toen niet.

„Ik zal ze een lesje leren", zei Hasjeem. „Vanaf nu zal iedereen een andere taal gaan spreken. Als de een om een hamer vraagt, zal de ander denken dat hij een steen moet aangeven. En als iemand om een steen vraagt, zal zijn buurman denken dat hij een zaag vraagt."

Zo ontstond een enorme spraakverwarring. „Wat brabbel jij nou?", vroeg de een aan de ander. Maar de ander brabbelde iets onverstaanbaars terug. Zo kreeg iedereen ruzie met iedereen. Ze begonnen vreselijk tegen elkaar te schreeuwen en gingen met elkaar vechten. Het werd een gevecht van iedereen tegen iedereen.

Er was geen gein meer aan de hele torenbouw. Alle mensen verlieten de bouwplaats. Ze verhuisden naar een ander land, waar ze niet gestoord zouden worden door mensen met een andere taal. Zo zijn de verschillende volkeren ontstaan en de verschillende landen. Dat was ook de bedoeling van Hasjeem.

↩ Weet je nog, in deel 1 van dit hoofdstuk? No-ach werd gered uit de maboel. Dit verhaal begint vlak daarna.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de eerste taal die op de wereld gesproken werd Iwriet was?
  • … die ene taal de reden was dat zij dat enorme bouwproject van de Toren van Babel, de migdal Bawel, goed konden uitvoeren?
  • … Awraham de eerste was die protesteerde tegen die onmenselijke bouwplannen?
  • … de mensen uit Bawel Awraham zelfs wilden doden omdat hij het helemaal oneens was met hun plannetjes?

Woord van de week:Wort der Woche: migdal — toren

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik denk dat niemand naar Awrahams protesten luisterde omdat ze zijn Iwriet niet konden verstaan!"

Ariella: „Wat een onzin. Iedereen sprak Iwriet. Dat was de taal die Hasjeem met de mensen sprak vanaf Adam en Chawa in het Paradijs, Gan Eden. Ze wilden niet luisteren naar Awraham omdat ze helemaal enthousiast waren van hun eigen plan. Ze wilden gewoon niet naar Hasjeem luisteren. Dus luisterden ze ook niet naar Awraham."

Asaf: „Dat zie je vaak bij newie'iem — profeten!"

Ita: „Dat komt omdat zij altijd de waarheid zeggen, en die willen de meeste mensen niet horen."

Ronny: „Ze lachten Awraham ook uit omdat hij geen kinderen kon krijgen!"

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom is het zo moeilijk om te luisteren naar mensen die iets waars vertellen wat je liever niet wilt horen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: wanneer kreeg jij voor het laatst een waarschuwing waar je niet naar wilde luisteren — en wat gebeurde er toen?

Duits

Der Turm von Bawel

Nach dem Mabul (Sintflut, große Überschwemmung) gab es wieder viele Menschen auf der Welt. Sie sprachen alle dieselbe Sprache, Iwrit. Das war praktisch. Man konnte einfach die eigene Sprache mit jemandem aus einem anderen Land sprechen. Aber andere Länder gab es damals noch gar nicht, denn alle Menschen wohnten dicht beieinander in einem sehr großen Tal in Bawel, das auch Babylonien genannt wird (heute liegt dort der Irak).

Die Menschen nach dem Mabul waren auch nicht gut. Sie waren zusammengezogen, weil sie nach dem Mabul Angst vor G'tt bekommen hatten. Sie waren nicht damit einverstanden, dass sie auf Haschem hören mussten und nicht einfach tun durften, wozu sie Lust hatten. Sie lehnten sich auf. Ihr König Nimrod sagte: „Warum soll Haschem über uns bestimmen? Lasst úns über Haschem bestimmen! Lasst uns einen riesigen Turm bauen, so hoch, dass wir gegen Haschem im Himmel kämpfen können. Wenn wir erst einmal im Himmel sind, können wir die Macht übernehmen."

Weil alle dieselbe Sprache sprachen, waren sie sich schnell einig. Alle fanden es eine gute Idee. Sie backten Steine, und in kürzester Zeit war der Turm so hoch, dass die Spitze in den Wolken verschwand. Der Turm von Babel, der migdal Bawel, wurde ein Riesenprojekt.

Sie arbeiteten gut zusammen, und trotzdem wurde es eine unmenschliche Gesellschaft. Wenn ein Zimmermann vom Turm herunterfiel, kümmerte das niemanden. Aber wenn ein Stein herunterfiel und zerbrach, fingen alle an zu weinen. Das war natürlich nicht gut.

Haschem fand es auch schlimm, dass die Menschen Ihm nicht dankbar waren und sogar gegen Ihn kämpfen wollten. Das geht natürlich gar nicht, denn Haschem ist unsichtbar — aber das wussten die Menschen damals nicht.

„Ich werde ihnen eine Lektion erteilen", sagte Haschem. „Von jetzt an wird jeder eine andere Sprache sprechen. Wenn der eine um einen Hammer bittet, wird der andere denken, er solle einen Stein anreichen. Und wenn jemand um einen Stein bittet, wird sein Nachbar denken, er verlange eine Säge."

So entstand eine gewaltige Sprachverwirrung. „Was brabbelst du denn da?", fragte der eine den anderen. Aber der andere brabbelte etwas Unverständliches zurück. So bekam jeder mit jedem Streit. Sie schrien einander furchtbar an und begannen zu kämpfen. Es wurde ein Kampf von allen gegen alle.

Am ganzen Turmbau war nichts Schönes mehr. Alle Menschen verließen die Baustelle. Sie zogen in ein anderes Land, wo niemand sie stören würde, der eine andere Sprache sprach. So sind die verschiedenen Völker entstanden und die verschiedenen Länder. Das war auch die Absicht von Haschem.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die erste Sprache, die auf der Welt gesprochen wurde, Iwrit war?
  • … dass diese eine Sprache der Grund war, dass sie das riesige Bauprojekt des Turms von Babel, des migdal Bawel, so gut ausführen konnten?
  • … dass Awraham der Erste war, der gegen diese unmenschlichen Baupläne protestierte?
  • … dass die Menschen aus Bawel Awraham sogar töten wollten, weil er mit ihren Plänen ganz und gar nicht einverstanden war?

Woord van de week:Wort der Woche: migdal — toren

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich glaube, niemand hörte auf Awrahams Proteste, weil sie sein Iwrit nicht verstehen konnten!"

Ariella: „So ein Unsinn. Alle sprachen Iwrit. Das war die Sprache, die Haschem mit den Menschen sprach, seit Adam und Chawa im Paradies, Gan Eden. Sie wollten nicht auf Awraham hören, weil sie ganz begeistert von ihrem eigenen Plan waren. Sie wollten einfach nicht auf Haschem hören. Also hörten sie auch nicht auf Awraham."

Asaf: „Das sieht man oft bei Newiim — Propheten!"

Ita: „Das kommt daher, dass sie immer die Wahrheit sagen — und die wollen die meisten Menschen nicht hören."

Ronny: „Sie lachten Awraham auch aus, weil er keine Kinder bekommen konnte!"

(Redaktionelle Kürzung gegenüber dem Original: Ariellas Mittelteil über das Götzenbild mit dem Schwert ist in Band 3 aufgehoben, wo er zur Vier-Gruppen-Deutung gehört — hier würde er die Pointe „sie wollten nicht hören" verwässern. Im Review-DOCX als Verschiebung ausgewiesen, nicht als Streichung.)

Vraag aan jouFrage an dich

Warum ist es so schwer, auf Menschen zu hören, die etwas Wahres sagen, das man lieber nicht hören will?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie bei Tisch: Wann hast du zuletzt eine Warnung bekommen, auf die du nicht hören wolltest — und was geschah dann?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 03.08.

Nederlands

Nimrod en de toren

Vroeger woonden alle mensen bij elkaar en spraken ze allemaal dezelfde taal. Op een bepaald moment waren zij uit hun landen van herkomst weggetrokken naar het oosten, naar Sjinar in Bavel, Babylonië — het huidige Irak. Hasjeems gezag hadden zij verworpen. Nimrod, een nakomeling van Cham, werd tot koning gekozen.

Nimrod was bekend onder drie namen. Hij werd Koesj genoemd, omdat hij een zwarte huid had. Hij heette ook Amrafel: hij had Awraham in de kalkoven gegooid. Maar hij was het meest bekend als Nimrod — die naam gaf aan dat hij iedereen in opstand liet komen tegen Hasjeem.

Nimrod verleidde iedereen tot afgoderij. Hij was een groot jager, maar dat kwam voornamelijk doordat hij de jas van Adam droeg, die zijn vader Cham had gestolen uit de Ark van Noach. Adams kleren zorgden ervoor dat de dieren zich onderwierpen aan de mens. De mensen uit die tijd wisten niet dat dát de sleutel tot Nimrods succes was. Zij meenden dat hij een natuurtalent was. Later werd Nimrod een groot generaal. Toen hij op zijn veertigste, na een overwinning, terugkeerde uit de oorlog, werd hij tot koning benoemd. Nimrod bouwde een grote stad in het dal Sjinar. Terach, de vader van Awraham, werd zijn belangrijkste generaal.

Zo doortrapt was Nimrod, dat hij zichzelf tot god verhief en eiste dat iedereen voor hem zou knielen. Hij liet een toren bouwen van ronde stenen, met stutten diep in de aarde. Daarboven plaatste hij een troon van cederhout, vastgemetseld in steen. Op de cedertroon een troon van ijzer; daarboven een van koper; daarboven een van zilver en daarboven een van goud. Op de gouden troon liet hij uiteindelijk een troon van edelstenen en parels maken. Nimrod steeg op zijn hoge troon, en alle mensen en volkeren moesten aan de voeten van zijn troon knielen.

De mensen uit de tijd van Nimrod kenden de geschiedenis van de maboel (zondvloed). Ze waren voortdurend bang dat het weer zou gebeuren. Daarom gingen ze in de vallei van Bavel wonen. Samen voelden zij zich sterk — tegenover de natuur, maar ook tegenover Hasjeem.

Zeshonderdduizend mensen bouwden mee aan de toren. Het plan voor de stad vergaten ze. Vier mensen verzetten zich tegen de torenbouw: Noach, zijn zoon Sjeem, zijn achterkleinzoon Ever en Awraham. „Tegen wie proberen jullie te vechten?" Awraham was toen 48 jaar oud. Hij liep langs de bouwput en zei tegen de bouwvakkers: „Jullie vergeten G'd, die de echte Toren is. In plaats daarvan nemen jullie een stenen toren." De mensen luisterden niet naar hem. Ze zeiden: „Kijk naar deze onvruchtbare muilezel. Hij kan geen kinderen krijgen!" Niemand stoorde zich aan de protesten. Op iedere tichelsteen schreven ze hun naam. G'd stopte hen niet — nog niet.

↩ Weet je nog uit hoofdstuk 1 — de mens kreeg zijn plaats: de aarde bewerken en bewaren. Hier proberen mensen de plaats van Hasjeem in te nemen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er zeshonderdduizend mensen aan de toren meebouwden — en het plan voor de stad daarbij vergaten?
  • … op iedere tichelsteen een naam geschreven stond? Een gebroken steen vonden ze erger dan een gevallen timmerman.
  • … vier mensen zich verzetten: Noach, Sjeem, Ever en Awraham — en Awraham toen 48 jaar oud was?
  • … Nimrod drie namen droeg, en elke naam iets anders over hem vertelt?
  • … de eerste taal van de wereld Iwriet was — de taal die Hasjeem sprak met Adam en Chawa?

Woord van de week:Wort der Woche: Midda keneged Midda — maat voor maat

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariella: „In feite waren er vier partijen bij de migdal Bavel. De eerste groep zei: ‚Als er nog een maboel komt, klimmen we op de toren — dan kan het water ons niet bereiken.' De tweede groep zei: ‚Wij moeten onszelf een naam maken.' Ze wilden boven op de toren samenkomen om afgoden te dienen. De derde groep zei dat het niet juist was dat Hasjeem in Zijn eentje daar in de hemel woont: ‚We maken een afgod boven op de toren, met een zwaard in zijn hand, om te tonen dat we de oorlog aan G'd hebben verklaard.' De vierde groep geloofde alleen in natuurlijke oorzaken. Zij stelden dat elke 1656 jaar de hemel op zijn grondvesten trilt en zo een maboel veroorzaakt. Zij wilden de hemel stutten — met vier pilaren, in het oosten, het westen, het noorden en het zuiden. De oostelijke pilaar zou precies in het dal Sjinar komen. Dát was de toren van Bavel."

Eli: „Alle vier groepen kregen de straf die zij verdienden. Wie zei dat hij boven op de toren veilig was voor een volgende maboel, werd verspreid over de hele aarde. Wie van de toren een centrum voor afgoderij wilde maken, werd gestraft met de taalverwarring — juist hun gemeenschappelijke taal had dat kwaad mogelijk gemaakt. En wie de toren wilde gebruiken om oorlog te voeren tegen G'd, veranderde in apen, olifanten en demonen."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom kun je de hemel niet stutten?

Sjabbat Sjalom!

👪 Voor aan tafel: waar ligt de grens tussen sámen sterk zijn — en samen sterk zijn tégen iemand?

Duits

Nimrod und der Turm

Früher wohnten alle Menschen beieinander und sprachen alle dieselbe Sprache. Irgendwann waren sie aus ihren Herkunftsländern nach Osten gezogen, nach Schinar in Bawel, Babylonien — dem heutigen Irak. Haschems Autorität hatten sie verworfen. Nimrod, ein Nachkomme von Cham, wurde zum König gewählt.

Nimrod war unter drei Namen bekannt. Man nannte ihn Kusch, weil er eine schwarze Haut hatte. Er hieß auch Amrafel: Er hatte Awraham in den Kalkofen geworfen. Am bekanntesten aber war er als Nimrod — dieser Name zeigte an, dass er alle zum Aufstand gegen Haschem verführte.

Nimrod verführte alle zum Götzendienst. Er war ein großer Jäger, aber das lag vor allem daran, dass er den Mantel des Adam trug, den sein Vater Cham aus der Arche des Noach gestohlen hatte. Adams Kleider bewirkten, dass die Tiere sich dem Menschen unterwarfen. Die Menschen jener Zeit wussten nicht, dass genau das der Schlüssel zu Nimrods Erfolg war. Sie hielten ihn für ein Naturtalent. Später wurde Nimrod ein großer General. Als er mit vierzig, nach einem Sieg, aus dem Krieg zurückkehrte, wurde er zum König ernannt. Nimrod baute eine große Stadt im Tal Schinar. Terach, der Vater von Awraham, wurde sein wichtigster General.

So durchtrieben war Nimrod, dass er sich selbst zum Gott erhob und verlangte, dass alle vor ihm knieten. Er ließ einen Turm bauen aus runden Steinen, mit Stützen tief in der Erde. Darauf setzte er einen Thron aus Zedernholz, festgemauert im Stein. Auf den Zedernthron einen Thron aus Eisen; darüber einen aus Kupfer; darüber einen aus Silber und darüber einen aus Gold. Auf den goldenen Thron ließ er zuletzt einen Thron aus Edelsteinen und Perlen setzen. Nimrod stieg auf seinen hohen Thron, und alle Menschen und Völker mussten zu Füßen seines Throns knien.

Die Menschen aus Nimrods Zeit kannten die Geschichte des Mabul (der Sintflut). Sie hatten ständig Angst, dass es wieder geschehen würde. Darum zogen sie ins Tal von Bawel. Gemeinsam fühlten sie sich stark — gegenüber der Natur, aber auch gegenüber Haschem.

Sechshunderttausend Menschen bauten am Turm mit. Den Plan für die Stadt vergaßen sie. Vier Menschen widersetzten sich dem Turmbau: Noach, sein Sohn Schem, sein Urenkel Ewer und Awraham. „Gegen wen versucht ihr zu kämpfen?" Awraham war damals 48 Jahre alt. Er ging an der Baugrube entlang und sagte zu den Bauarbeitern: „Ihr vergesst G'tt, der der wahre Turm ist. Stattdessen nehmt ihr einen Turm aus Stein." Die Menschen hörten nicht auf ihn. Sie sagten: „Seht diesen unfruchtbaren Maulesel. Er kann keine Kinder bekommen!" Niemand störte sich an den Protesten. Auf jeden Ziegelstein schrieben sie ihren Namen. G'tt hielt sie nicht auf — noch nicht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass sechshunderttausend Menschen am Turm mitbauten — und den Plan für die Stadt darüber vergaßen?
  • … dass auf jedem Ziegelstein ein Name stand? Einen zerbrochenen Stein fanden sie schlimmer als einen gestürzten Zimmermann.
  • … dass sich vier Menschen widersetzten: Noach, Schem, Ewer und Awraham — und Awraham damals 48 Jahre alt war?
  • … dass Nimrod drei Namen trug und jeder Name etwas anderes über ihn erzählt?
  • … dass die erste Sprache der Welt Iwrit war — die Sprache, die Haschem mit Adam und Chawa sprach?

Woord van de week:Wort der Woche: Midda keneged Midda — maat voor maat

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariella: „Eigentlich gab es beim migdal Bawel vier Parteien. Die erste Gruppe sagte: ‚Wenn noch ein Mabul kommt, klettern wir auf den Turm — dann erreicht uns das Wasser nicht.' Die zweite Gruppe sagte: ‚Wir müssen uns einen Namen machen.' Sie wollten oben auf dem Turm zusammenkommen, um Götzen zu dienen. Die dritte Gruppe fand es nicht richtig, dass Haschem ganz allein dort im Himmel wohnt: ‚Wir stellen einen Götzen oben auf den Turm, mit einem Schwert in der Hand, um zu zeigen, dass wir G'tt den Krieg erklärt haben.' Die vierte Gruppe glaubte nur an natürliche Ursachen. Sie behaupteten, dass alle 1656 Jahre der Himmel in seinen Grundfesten bebt und so einen Mabul auslöst. Sie wollten den Himmel abstützen — mit vier Säulen, im Osten, Westen, Norden und Süden. Die östliche Säule sollte genau ins Tal Schinar kommen. Dás war der Turm von Bawel."

Eli: „Alle vier Gruppen bekamen die Strafe, die sie verdienten. Wer sagte, oben auf dem Turm sei er vor dem nächsten Mabul sicher, wurde über die ganze Erde zerstreut. Wer aus dem Turm ein Zentrum für Götzendienst machen wollte, wurde mit der Sprachverwirrung bestraft — gerade ihre gemeinsame Sprache hatte dieses Übel möglich gemacht. Und wer den Turm für den Krieg gegen G'tt nutzen wollte, verwandelte sich in Affen, Elefanten und Dämonen."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum kann man den Himmel nicht abstützen?

Schabbat Schalom!

👪 Für den Tisch: Wo liegt die Grenze zwischen gemeinsam stark sein — und gemeinsam stark sein gégen jemanden?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
3 · Lech Lecha Lech Lecha

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 08.08.

Nederlands

Avram gaat op reis

Avram en Sarai waren met elkaar getrouwd. Maar ze hadden geen kinderen. Avram was al vijfenzeventig jaar oud, en Hasjeem had nog nooit met hem gesproken.

Plotseling zei Hasjeem tegen hem: „Ga weg uit je land en uit het huis van je vader. Als je rondtrekt door vele landen zul je de mensen kunnen vertellen wie Hasjeem is."

Hasjeem wilde dat Avram en Sarai langs alle steden zouden gaan om te vertellen dat Hasjeem de wereld gemaakt had en dat Hij wilde dat de mensen goed leefden. En Hasjeem beloofde Avram: „Als je naar Israël gaat zul je kinderen en kleinkinderen krijgen."

Avram vroeg toen: „Maar hoe kan ik mijn oude vader verlaten? Ik moet toch voor hem zorgen!" Hasjeem zei: „Jij mag weggaan. De rest van de familie zal voor je oude vader zorgen."

Avram wist niet hoelang de reis zou duren. Hij wist niet eens precies waar hij naar toe moest. Maar hij vroeg niets. Hij geloofde helemaal in Hasjeem.

Als je vroeger wegging uit je woonplaats, kreeg je cadeautjes van je buren. Avram kreeg ook een heel mooi cadeau — van koning Nimrod: een dienaar die Eliëzer heette om hem onderweg te helpen.

In elke stad waar Avram en Sarai kwamen, vertelden ze over Hasjeem. Zo werd de naam van Hasjeem eindelijk weer bekend in de wereld.

Avram en Sarai liepen heel Israël door. Plotseling was er een hongersnood. Ze moesten naar Egypte, want daar was nog brood te eten.

Sarai was heel erg mooi. Iedereen keek naar haar. Avram was bang dat Farao haar zou wegnemen. Dat gebeurde ook: Farao liet Sarai naar zijn paleis halen. Hij wilde met haar trouwen, want hij dacht dat Avram haar broer was. Hij stuurde Avram goud, zilver en parels.

Sarai zat gevangen in het paleis. Maar midden in de nacht werd ze gelukkig gered.

Farao had veel respect voor Sarai, want ze was een heel bijzondere vrouw. Daarom gaf hij zijn eigen dochter Hagar mee als dienares. En hij zei: „Het is beter dat mijn dochter een dienstmeisje wordt in het huis van Avram dan prinses in mijn paleis." Zo vertrok Avram met veel kado's.

↩ Weet je nog, de regenboog? Hasjeem beloofde de wereld heel te laten. Nu zoekt Hij één mens die dat aan iedereen gaat vertellen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Avram 75 en Sarai 65 waren toen Hasjeem voor het eerst met hen sprak?
  • … Avram zijn oude vader niet hoefde te verzorgen omdat hij van Hasjeem iets heel belangrijks te doen had in Israël?
  • … Avram van Hasjeem de belofte kreeg dat heel Erets Jisra'eel van zijn kinderen zou worden?
  • … Hasjeem Sarai gered heeft uit het paleis van Farao?

Woord van de week:Wort der Woche: Lech lecha — „Ga!"

Wat het betekentWas es bedeutet

Mosje en Mirjam mochten met Papa en Mama mee naar Israël. Wat een reis! Ze kwamen aan in Jeroesjalajiem, de hoofdstad. Daar gingen ze naar de klaagmuur, de kotel hama'aravi.

Wat een hoge muur! En wat was hij oud. Tussen de grote stenen groeiden kleine planten. Bij de muur hebben Mosje en Mirjam staan davvenen. Vlak achter de muur ligt de berg Moria. Daar zou Avram later iets heel groots doen — maar daar vertellen we pas in het volgende hoofdstuk over.

Mosje dacht na over de rest van de reis. Zouden ze ook naar Egypte gaan, net zoals Avram en Sarai toen?

„Nee", zei Mosje tegen Mirjam. „Ik blijf lekker in Israël. Avram en Sarai zijn alleen maar naar Egypte gegaan omdat er niks te eten was in Israël. Maar wij hebben gelukkig veel te eten. Dus blijven wij gezellig in Erets Jisra'eel."

Vraag aan jouFrage an dich

Hoe voelde Avram zich toen hij wegging — zonder te weten waarheen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind vanavond: wanneer heb jij voor het laatst iets heel nieuws durven beginnen?

Duits

Awram geht auf die Reise

Awram und Sarai waren miteinander verheiratet. Aber sie hatten keine Kinder. Awram war schon fünfundsiebzig Jahre alt, und Haschem hatte noch nie mit ihm gesprochen.

Plötzlich sagte Haschem zu ihm: „Geh fort aus deinem Land und aus dem Haus deines Vaters. Wenn du durch viele Länder ziehst, kannst du den Menschen erzählen, wer Haschem ist."

Haschem wollte, dass Awram und Sarai durch alle Städte ziehen und überall erzählen: Haschem hat die Welt gemacht, und Er möchte, dass die Menschen gut miteinander leben. Und Haschem versprach Awram: „Wenn du nach Israel gehst, wirst du Kinder und Enkelkinder bekommen."

Da fragte Awram: „Aber wie kann ich meinen alten Vater verlassen? Ich muss doch für ihn sorgen!" Haschem antwortete: „Du darfst gehen. Die anderen in der Familie werden für deinen alten Vater sorgen."

Awram wusste nicht, wie lange die Reise dauern würde. Er wusste nicht einmal genau, wohin er musste. Aber er fragte nicht. Er vertraute Haschem ganz und gar.

Wenn man früher aus seiner Stadt fortzog, bekam man Geschenke von den Nachbarn. Auch Awram bekam ein besonderes Geschenk — von König Nimrod: einen Diener, der Eliëser hieß und ihm unterwegs helfen sollte.

In jeder Stadt, in die Awram und Sarai kamen, erzählten sie von Haschem. So wurde der Name von Haschem endlich wieder bekannt in der Welt.

Awram und Sarai durchwanderten ganz Israel. Da kam plötzlich eine Hungersnot. Sie mussten nach Ägypten ziehen, denn dort gab es noch Brot.

Sarai war sehr schön. Alle schauten ihr nach. Awram hatte Angst, dass der Pharao sie ihm wegnehmen würde. Und genau das geschah: Der Pharao ließ Sarai in seinen Palast holen. Er wollte sie heiraten, denn er dachte, Awram sei ihr Bruder. Er schickte Awram Gold, Silber und Perlen.

Sarai saß im Palast fest. Aber mitten in der Nacht wurde sie zum Glück gerettet.

Der Pharao hatte großen Respekt vor Sarai, denn sie war eine ganz besondere Frau. Darum gab er ihr seine eigene Tochter Hagar mit, als Dienerin. Und er sagte: „Lieber soll meine Tochter ein Dienstmädchen im Haus von Awram sein als eine Prinzessin in meinem Palast." So zog Awram weiter, mit vielen Geschenken.

↩ Erinnerst du dich an den Regenbogen? Haschem versprach, die Welt heil zu lassen. Jetzt sucht Er einen Menschen, der allen davon erzählt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Awram 75 und Sarai 65 Jahre alt waren, als Haschem zum ersten Mal mit ihnen sprach?
  • … dass Awram seinen alten Vater nicht selbst versorgen musste, weil er von Haschem etwas sehr Wichtiges in Israel zu tun bekam?
  • … dass Awram von Haschem das Versprechen bekam, dass ganz Erez Jisrael einmal seinen Kindern gehören würde?
  • … dass Haschem Sarai aus dem Palast des Pharao gerettet hat?

Woord van de week:Wort der Woche: Lech lecha — „Ga!" — Lech lecha heißt: Geh los! So beginnt Awrams Reise.

Wat het betekentWas es bedeutet

Mosje und Mirjam durften mit Papa und Mama nach Israel reisen. Was für eine Reise! Sie kamen nach Jeruschalajim, der Hauptstadt. Dort gingen sie zur Klagemauer, dem Kotel hamaarawi.

Was für eine hohe Mauer! Und wie alt sie war. Zwischen den großen Steinen wuchsen kleine Pflanzen. An der Mauer standen Mosje und Mirjam und haben gedavvent. Gleich hinter der Mauer liegt der Berg Moria. Dort würde Awram später etwas sehr Großes tun — aber das erzählen wir erst im nächsten Kapitel.

Mosje dachte über die weitere Reise nach. Sollten sie auch nach Ägypten fahren, so wie Awram und Sarai damals?

„Nein", sagte Mosje zu Mirjam. „Ich bleibe lieber in Israel. Awram und Sarai sind doch nur nach Ägypten gegangen, weil es in Israel nichts zu essen gab. Aber wir haben zum Glück genug zu essen. Also bleiben wir gemütlich in Erez Jisrael."

Vraag aan jouFrage an dich

Wie hat sich Awram wohl gefühlt, als er losging — ohne zu wissen, wohin?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind heute Abend: Wann hast du dich zuletzt an etwas ganz Neues getraut?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 08.08.

Nederlands

De herders maken ruzie

Avram hield meer van Hasjeem dan wie dan ook. Hij geloofde echt in Hasjeem. In zijn tijd waren de meeste mensen afgodendienaren — ze dienden beelden van hout en steen.

Toen Hasjeem hem vertelde zijn vaderland te verlaten, ging Avram op weg — met zijn vrouw Sarai en zijn neef Lot. Avram volgde Hasjeem zonder te vragen waar hij heen zou gaan. Hasjeem zorgde ervoor dat Avram in Kena'an uitkwam.

Daar was voldoende ruimte voor alle schaapherders. Maar de herders van Lot waren altijd ruzie aan het maken met de herders van Avram. De herders van Lot waren jaloers: zij wilden precies het land hebben waar de herders van Avram hun schaapjes lieten weiden.

Avram hielp Lot altijd. En hij wilde geen ruzie met zijn neef. Daarom deed hij Lot een voorstel: „Laten wij uit elkaar gaan. Ga naar een andere plaats en zoek grond voor je schaapjes. Ik zal altijd in je buurt blijven — en als je mij nodig hebt, help ik je."

Avram liet Lot eerst kiezen. Lot zocht natuurlijk de sappigste weideplaats uit. Zo kwam hij terecht in de buurt van de slechte stad Sedom.

Avram bleef in het land Kena'an. En Hasjeem zei tegen hem: „Kijk om je heen, naar het noorden en het zuiden, naar het oosten en het westen. Dit hele land zal Ik ooit aan jouw kinderen geven."

Brug: Avram en Sarai wachtten nog steeds op een kind. Hoe het verdergaat — met een nieuwe naam en een grote belofte — staat in deel drie.

↩ Weet je nog, de toren? Daar wilden mensen boven iedereen staan. Avram doet het omgekeerd: hij geeft de eerste keuze weg.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de meeste mensen in Avrams tijd afgoden dienden — en Avram toch aan Hasjeem vasthield?
  • … Avram Hasjeem volgde zonder te vragen waar de reis heen ging?
  • … er eigenlijk genoeg ruimte was voor alle herders — de ruzie dus helemaal niet nodig was?
  • … Avram Lot beloofde altijd in zijn buurt te blijven en te helpen — ook al gingen ze uit elkaar?

Woord van de week:Wort der Woche: Kena'an

Wat het betekentWas es bedeutet

Bij een ruzie kun je op twee manieren winnen.

De eerste manier ken je: je krijgt gelijk. Je roept harder, je geeft niet toe, en op het eind krijg jij het beste stuk.

Avram koos de tweede manier. Hij was de oudste. Hij had eerst mogen kiezen — het beste weiland, het meeste water. Maar hij zei tegen Lot: „Kies jij eerst." En Lot nam echt het sappigste land.

Heeft Avram toen verloren? Kijk goed. De ruzie was voorbij. De familie bleef heel. En Avram zei zelfs: „Als je mij nodig hebt, help ik je." Wie zo toegeeft is niet zwak. Hij is zo sterk dat hij het beste stuk land niet nodig heeft.

Precies daarna sprak Hasjeem tot Avram: dit hele land krijgen ooit jouw kinderen. Avram gaf een stuk weiland weg — en kreeg een heel land beloofd.

Vraag aan jouFrage an dich

Avram liet Lot eerst kiezen. Wanneer zou jij iemand eerst kunnen laten kiezen — en wat zou je dat kosten?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: wie heeft deze week toegegeven — en was dat zwakte of kracht?

Duits

Der Streit der Hirten

Awram liebte Haschem mehr als irgendjemand sonst. Er glaubte wirklich an Haschem. In seiner Zeit dienten die meisten Menschen Götzen — Figuren aus Holz und Stein.

Als Haschem ihm sagte, er solle sein Vaterland verlassen, machte Awram sich auf den Weg — mit seiner Frau Sarai und seinem Neffen Lot. Awram folgte Haschem, ohne zu fragen, wohin die Reise gehen würde. Haschem führte ihn in das Land Kena'an.

Dort war genug Platz für alle Schafhirten. Aber die Hirten von Lot suchten immer Streit mit den Hirten von Awram. Die Hirten von Lot waren eifersüchtig: Sie wollten genau das Stück Land haben, auf dem die Hirten von Awram ihre Schafe weiden ließen.

Awram half Lot immer. Und er wollte keinen Streit mit seinem Neffen. Drum machte er Lot einen Vorschlag: „Lass uns auseinandergehen. Such dir einen anderen Platz und Weideland für deine Schafe. Ich bleibe immer in deiner Nähe — und wenn du mich brauchst, helfe ich dir."

Awram ließ Lot zuerst wählen. Lot suchte sich natürlich das saftigste Weideland aus. So kam er in die Gegend der bösen Stadt Sedom.

Awram blieb im Land Kena'an. Und Haschem sagte zu ihm: „Schau dich um, nach Norden und Süden, nach Osten und Westen. Dieses ganze Land werde ich einmal deinen Kindern geben."

Brücke (kein Cliffhanger, nur ein Fenster): Awram und Sarai warteten noch immer auf ein Kind. Wie es weitergeht — mit einem neuen Namen und einem großen Versprechen — steht im dritten Band.

↩ Erinnerst du dich an den Turm? Dort wollten Menschen über allen stehen. Awram macht es umgekehrt: Er gibt die erste Wahl ab.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass in Awrams Zeit die meisten Menschen Götzen dienten — und Awram trotzdem an Haschem festhielt?
  • … dass Awram Haschem folgte, ohne zu fragen, wohin die Reise geht?
  • … dass eigentlich genug Platz für alle Hirten da war — der Streit also gar nicht nötig war?
  • … dass Awram Lot versprach, immer in seiner Nähe zu bleiben und ihm zu helfen — obwohl sie auseinandergingen?

Woord van de week:Wort der Woche: Kena'an — Kena'an — so hieß das Land, das Haschem Awram zeigte. Später heißt es Erez Jisrael.

Wat het betekentWas es bedeutet

Bei einem Streit kann man auf zwei Arten gewinnen.

Die erste Art kennst du: Man behält recht. Man ruft lauter, man gibt nicht nach, und am Ende bekommt man das beste Stück.

Awram wählte die zweite Art. Er war der Ältere. Er hätte zuerst wählen dürfen — das beste Weideland, das meiste Wasser. Aber er sagte zu Lot: „Wähl du zuerst." Und Lot nahm sich wirklich das saftigste Land.

Hat Awram damit verloren? Schau genau hin. Der Streit war vorbei. Die Familie blieb heil. Und Awram sagte sogar: „Wenn du mich brauchst, helfe ich dir." Wer so nachgibt, ist nicht schwach. Er ist so stark, dass er das beste Stück Land nicht nötig hat.

Genau danach sprach Haschem zu Awram: Dieses ganze Land bekommen einmal deine Kinder. Awram gab ein Stück Weide her — und bekam ein ganzes Land versprochen.

Vraag aan jouFrage an dich

Awram ließ Lot zuerst wählen. Wann könntest du jemanden zuerst wählen lassen — und was würde das kosten?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Tisch: Wer hat diese Woche nachgegeben — und war das Schwäche oder Stärke?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 08.08.

Nederlands

De nieuwe naam

Sarai was treurig. Zij kon geen kinderen krijgen. Maar omdat ze de vrouw van Avram was, wilde ze dat hij wel kinderen zou hebben. In die tijd was het heel gewoon dat een man meer vrouwen had. Daarom zocht Sarai zelf een tweede vrouw voor Avram: Hagar.

Hagar werd al snel zwanger. En toen ze dat merkte, begon ze op Sarai neer te kijken: „Ik kan wél kinderen krijgen en jij niet. Dan ben ik zeker beter dan jij." Dat kwetste Sarai diep. Uiteindelijk stuurde ze Hagar weg, en Hagar vluchtte de woestijn in.

Daar, bij een bron, verscheen haar een engel van Hasjeem: „Hagar, ga terug. Je zoon zal in de woestijn wonen. Hij zal een wild leven leiden en met velen ruzie maken. En hij zal veel kinderen en kleinkinderen krijgen. Zijn naam zal Jisjma'eel zijn." Hagar ging terug.

Toen gaf Hasjeem aan Avram en Sarai nieuwe namen. Vanaf nu heetten zij Avraham en Sara.

Toen Avraham negenennegentig jaar oud was, gaf Hasjeem hem een teken van het verbond: de briet mila. Avraham besneed zichzelf. Ook zijn zoon Jisjma'eel kreeg de briet mila; hij was toen dertien jaar oud.

Hasjeem beloofde Avraham een grote beloning. Avraham vroeg: „Maar ik heb geen kinderen van Sara. Wordt Jisjma'eel mijn opvolger?"

„Nee", zei Hasjeem. „Je zult een prachtig kind van Sara krijgen. Het zal Jitschak heten. En omdat Jisjma'eel ook jouw kind is, zal Ik ook hem tot een groot volk maken. Kijk omhoog naar de sterren — kun je ze tellen? Zoveel kinderen en kleinkinderen zal Jitschak ooit hebben. Ze zullen over de hele aarde wonen. En dit hele land waar je nu staat, geef Ik aan jouw kleinkinderen."

↩ Weet je nog, de vier groepen bij de toren? Zij wilden allemaal gelijk zijn. Hier krijgen twee broers ieder een eigen weg — en beiden worden gezegend.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Avraham 99 jaar was toen hij de briet mila kreeg?
  • … Jisjma'eel 13 jaar was toen hij besneden werd?
  • … Jitschak pas 8 dagen oud was bij zijn briet mila — zoals het tot vandaag is?
  • … de briet mila een teken is van het verbond tussen Hasjeem en Am Jisra'eel?

Woord van de week:Wort der Woche: Brit

Wat het betekentWas es bedeutet

Avram kreeg een nieuwe naam: Avraham. Zegt een naam eigenlijk wie je bent? Vier kinderen zien het heel verschillend.

Eli: „Een naam vind ik heel belangrijk. Aan een naam herken je iemand. En een naam betekent meestal iets. Soms lijkt iemand echt op zijn naam."

Ariella: „Ik vind dat onzin. Namen zeggen niet zoveel. Aan een naam kun je helemaal niet zien wat voor mens iemand is. Wie vandaag Avraham heet, is daarom nog lang niet zoals Avraham uit de Tora."

Batsheva: „Ik denk dat namen wél een betekenis hebben. Of ze zeggen iets over je karakter — of ze geven je een doel in je leven."

Elisha: „Maar wat maakt een naam belangrijk? Dat je genoemd bent naar iemand beroemds? Of dat je zelf zo wilt worden als die persoon?"

Vier meningen, vier goede redenen. En Hasjeem? Hij gaf Avram niet zomaar een naam, maar één die een opdracht was: Avraham — „vader van vele volken". De naam zei niet wie Avram was. Hij zei wie hij moest worden.

Vraag aan jouFrage an dich

Wie van de vier heeft het meest gelijk — en waarom? En: kun je je naam veranderen? Geef een voorbeeld uit de Tora.

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind: weet je waarom je jouw naam hebt gekregen — en wat hij betekent?

Duits

Der neue Name

Sarai war traurig. Sie konnte keine Kinder bekommen. Aber weil sie Awrams Frau war, wünschte sie sich, dass er wenigstens Kinder hätte. In jener Zeit war es üblich, dass ein Mann mehr als eine Frau hatte. Also suchte Sarai selbst eine zweite Frau für Awram: Hagar — die Tochter des Pharao, die als Dienerin mit ihr gezogen war.

Hagar wurde bald ein Kind erwarten. Und als sie das merkte, begann sie, auf Sarai herabzusehen: „Ich kann Kinder bekommen, und du nicht. Dann bin ich wohl besser als du." Das kränkte Sarai tief. Am Ende schickte sie Hagar fort, und Hagar floh in die Wüste.

Dort, an einer Quelle, erschien ihr ein Engel von Haschem: „Hagar, geh zurück. Dein Sohn wird in der Wüste wohnen. Er wird ein wildes Leben führen und mit vielen aneinandergeraten. Und er wird viele Kinder und Enkel bekommen. Sein Name soll Jischmael sein." Hagar ging zurück.

Dann gab Haschem Awram und Sarai neue Namen. Von nun an hießen sie Awraham und Sara. Ein Buchstabe kam dazu — und aus dem Namen wurde ein Versprechen: Awraham, „Vater vieler Völker".

Als Awraham neunundneunzig Jahre alt war, gab Haschem ihm ein Zeichen des Bundes: die Brit Mila, die Beschneidung. Awraham beschnitt sich selbst. Auch sein Sohn Jischmael bekam die Brit Mila; er war damals dreizehn Jahre alt.

Haschem versprach Awraham eine große Belohnung. Awraham fragte: „Aber ich habe keine Kinder von Sara. Wird Jischmael mein Nachfolger?"

„Nein", sagte Haschem. „Du wirst ein wunderbares Kind von Sara bekommen. Es wird Jitzchak heißen. Und weil auch Jischmael dein Kind ist, werde ich auch ihn zu einem großen Volk machen. Schau hinauf zu den Sternen — kannst du sie zählen? So viele Kinder und Enkel wird Jitzchak einmal haben. Sie werden über die ganze Erde wohnen. Und dieses ganze Land, in dem du jetzt stehst, gebe ich deinen Enkeln."

↩ Erinnerst du dich an die vier Gruppen am Turm? Sie wollten alle gleich sein. Hier bekommen zwei Brüder je einen eigenen Weg — und beide werden gesegnet.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Awraham 99 Jahre alt war, als er die Brit Mila bekam?
  • … dass Jischmael 13 Jahre alt war, als er beschnitten wurde?
  • … dass Jitzchak erst 8 Tage alt war bei seiner Brit Mila — so, wie es bis heute ist?
  • … dass die Brit Mila ein Zeichen des Bundes zwischen Haschem und Am Jisrael ist?

Woord van de week:Wort der Woche: Brit — Brit heißt Bund — ein Versprechen, das für immer gilt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Awram bekam einen neuen Namen: Awraham. Sagt ein Name eigentlich, wer man ist? Vier Kinder sehen das ganz verschieden.

Eli: „Ein Name ist mir sehr wichtig. An einem Namen erkennt man jemanden. Und ein Name bedeutet meistens etwas. Manchmal passt einer richtig zu seinem Namen."

Ariella: „Ich finde das Unsinn. Namen sagen nicht viel. Am Namen kannst du überhaupt nicht erkennen, was für ein Mensch jemand ist. Wer heute Awraham heißt, ist deshalb noch lange nicht wie Awraham aus der Tora."

Batsheva: „Ich glaube, Namen haben schon eine Bedeutung. Entweder sie sagen etwas über deinen Charakter — oder sie geben dir ein Ziel im Leben."

Elischa: „Aber was macht einen Namen wichtig? Dass du nach jemandem Berühmtem benannt bist? Oder dass du selbst so werden willst wie dieser Mensch?"

Vier Meinungen, vier gute Gründe. Und Haschem? Er gab Awram nicht irgendeinen Namen, sondern einen, der ein Auftrag war: Awraham — „Vater vieler Völker". Der Name sagte nicht, wer Awram war. Er sagte, wer er werden sollte.

Vraag aan jouFrage an dich

Wer von den vieren hat am ehesten recht — und warum? Und: Kann man seinen Namen ändern? Nenne ein Beispiel aus der Tora.

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind: Weißt du, warum du deinen Namen bekommen hast — und was er bedeutet?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
4 · Vajera Wajera

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De tent met vier deuren

Avraham vroeg aan Sjeem, de zoon van Noach: „Wat deden jullie de hele dag in de ark?" „Wij hebben de hele dag tsedaka gedaan", zei Sjeem.

„Maar er waren toch geen arme mensen bij jullie in de ark?" „Nee", zei Sjeem, „dat klopt. Maar wij zijn nachtenlang opgebleven om alle dieren te voeren. Dat vond Hasjeem heel goed van ons."

Avraham dacht na. „Als Hasjeem het al fijn vindt dat wij de dieren goed verzorgen — hoe fijn zal Hij het dan vinden als wij de mensen goed verzorgen?"

Avraham ging met Sara praten: hoe doen wij dat? In de stad Be’eer Sjeva maakte Avraham een enorme tent met vier deuren, zodat gasten uit alle vier de richtingen meteen bij hem naar binnen konden.

Iedereen gaf hij te eten en te drinken, en zelfs een bed om te slapen. En als de mensen lekker gegeten en gedronken hadden, zei Avraham: „Bedank nu Hasjeem."

„Nee", zeiden de gasten, „wij willen jóu bedanken." „Ik heb het jullie wel gegeven", zei Avraham, „maar ik heb het zelf ook gekregen — van Hasjeem."

Merksatz: „Bedank Hasjeem voor het eten en het drinken."

„Maar dat zijn wij helemaal niet gewend", zeiden de gasten. „Nou", zei Avraham, „dan moeten jullie maar betalen. Een fles wijn kost tien, een stuk vlees twaalf en een brood drie." „Dat is veel te duur!", riepen de gasten.

Toen vertelde Avraham hun dat Hasjeem de hele wereld gemaakt heeft, en dat Hij ook voor de mensen eten en drinken verzorgt. „O", zeiden de mensen, „dat is een goed idee. Wij zeggen een beracha om Hasjeem te bedanken." Zo hoorden tienduizenden mensen in die tent over Hasjeem.

Boven de tent van Avraham hing altijd een wolk, en in de tent was het altijd licht. Als Sara de sjabbatkaarsen aanstak, bleven die een hele week branden.

Op de derde dag na zijn besnijdenis was Avraham verdrietig — niet om de wond. Hij was verdrietig omdat er geen gasten kwamen: het was veel te heet buiten. Maar opeens stonden er drie mannen voor de tent.

Avraham liep hun tegemoet en nodigde hen binnen. Sara maakte in de tent eten voor de gasten klaar.

„Waar is Sara?", vroegen de mannen. En één van hen zei:

Merksatz: „Over precies een jaar krijgt Sara een kindje."

Sara moest lachen, want zij was al heel oud. En tóch kreeg Sara een baby. Zij noemden hem Jitschak. Toen Jitschak acht dagen oud was, gaf Avraham hem een briet mila, en daar maakte hij een groot feest bij.

Schlusszeile der Ausklangseite: Vier deuren, naar alle kanten open. Zo begon het volk van Avraham.

↩ Weet je nog, de open tent van Avraham? Nu zie je hoe open die echt was: vier deuren, naar alle vier de kanten.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Avraham vier deuren in zijn tent had, zodat niemand hoefde te wachten of om te lopen?
  • … Sjeem, de zoon van Noach, vertelde hoe goed zij in de ark voor de dieren waren geweest?
  • … Avraham daardoor begreep dat je ook heel goed moet zijn voor de mensen?
  • … er boven de tent van Avraham altijd een wolk hing?

Woord van de week:Wort der Woche: Zedaka / tsedaka

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Mij valt iets op: op de derde dag deed alles bij Avraham pijn. Maar hij was niet verdrietig om de wond — hij was verdrietig omdat er geen gasten kwamen!"

Mirjam: „En daarom heeft zijn tent vier deuren. Een gast hoeft niet te zoeken en niet te wachten. Waar je ook vandaan komt — er kijkt een deur naar jou."

Eli: „Weet je waar Avraham dat geleerd heeft? Van Sjeem, in het verhaal over de ark. Eerst waren het de dieren — daarna de mensen."

Mirjam: „Gasten waren voor Avraham gewoon geen moeite. Ze waren zijn vreugde."

Vraag aan jouFrage an dich

— Vraag aan jou: In een hotel betaal je voor het eten. In de tent van Avraham betaalde je niet. Wat is dan het verschil tussen een hotel en de tent van Avraham?

Sjabbat Sjalom!

👪 Bedenk samen met uw kind wie uw gezin deze week zou kunnen uitnodigen — en welke ‚deur' u voor hem opendoet.

Duits

Das Zelt mit vier Türen

Awraham fragte Schem, den Sohn von Noach: „Was habt ihr den ganzen Tag in der Arche getan?" — „Wir haben den ganzen Tag Zedaka getan", sagte Schem.

„Aber es waren doch gar keine armen Menschen bei euch in der Arche?" — „Nein", sagte Schem, „das stimmt. Aber wir sind Nacht für Nacht aufgeblieben und haben alle Tiere gefüttert. Das fand Haschem sehr gut von uns."

Awraham dachte nach. „Wenn Haschem es schon gut findet, dass wir die Tiere gut versorgen — wie gut wird Er es dann erst finden, wenn wir die Menschen gut versorgen?"

Awraham besprach mit Sara, wie sie das anfangen wollten. In der Stadt Be'er Schewa baute Awraham ein riesiges Zelt mit vier Türen, damit Gäste aus allen vier Richtungen sofort zu ihm hineinkonnten.

Jedem gab er zu essen und zu trinken, und sogar ein Bett zum Schlafen. Und wenn die Menschen gut gegessen und getrunken hatten, sagte Awraham: „Dankt jetzt Haschem."

„Nein", sagten die Gäste, „wir wollen dir danken." — „Gegeben habe ich es euch", sagte Awraham, „aber bekommen habe ich es auch — von Haschem."

Merksatz: „Dankt Haschem für das Essen und das Trinken."

„Aber das kennen wir doch gar nicht", sagten die Gäste. „Nun", sagte Awraham, „dann müsst ihr eben bezahlen. Eine Flasche Wein kostet zehn, ein Stück Fleisch zwölf und ein Brot drei." — „Das ist viel zu teuer!", riefen die Gäste.

Da erzählte ihnen Awraham, dass Haschem die ganze Welt gemacht hat — und dass Er auch für die Menschen Essen und Trinken sorgt. „Oh", sagten die Menschen, „das ist eine gute Idee. Wir sagen eine Beracha und danken Haschem." So hörten zehntausende Menschen in diesem Zelt von Haschem.

Über dem Zelt von Awraham hing immer eine Wolke, und im Zelt war es immer hell. Wenn Sara die Schabbatkerzen anzündete, brannten sie eine ganze Woche lang.

Am dritten Tag nach seiner Brit Mila war Awraham traurig — nicht wegen der Wunde. Er war traurig, weil keine Gäste kamen: Es war viel zu heiß draußen. Aber auf einmal standen drei Männer vor dem Zelt.

Awraham lief ihnen entgegen und lud sie ein. Sara machte im Zelt Essen für die Gäste zurecht.

„Wo ist Sara?", fragten die Männer. Und einer von ihnen sagte:

Merksatz: „In genau einem Jahr bekommt Sara ein Kind."

Sara musste lachen, denn sie war schon sehr alt. Und doch bekam Sara ein Baby. Sie nannten ihn Jizchak. Als Jizchak acht Tage alt war, gab Awraham ihm die Brit Mila, und dazu machte er ein großes Fest.

Schlusszeile der Ausklangseite: Vier Türen, nach allen Seiten offen. So begann das Volk von Awraham.

↩ Erinnerst du dich an Awrahams offenes Zelt? Jetzt siehst du, wie offen es wirklich war: vier Türen, nach allen vier Seiten.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Awraham vier Türen in seinem Zelt hatte, damit niemand warten oder außen herumlaufen musste?
  • … dass Schem, der Sohn von Noach, erzählte, wie gut sie in der Arche für die Tiere gewesen waren?
  • … dass Awraham dadurch begriff, dass man auch zu den Menschen sehr gut sein muss?
  • … dass über dem Zelt von Awraham immer eine Wolke hing?

Woord van de week:Wort der Woche: Zedaka / tsedaka — Zedaka heißt: Gutes tun für einen anderen — und es ist kein Geschenk, es gehört sich so.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Mir ist etwas aufgefallen: Am dritten Tag tat Awraham alles weh. Aber traurig war er nicht wegen der Wunde — traurig war er, weil keine Gäste kamen!"

Mirjam: „Und darum hat sein Zelt vier Türen. Ein Gast soll nicht suchen müssen und nicht warten. Egal, woher du kommst — eine Tür schaut zu dir."

Eli: „Weißt du, wo Awraham das gelernt hat? Von Schem, in der Geschichte von der Arche. Erst waren es die Tiere — dann die Menschen."

Mirjam: „Gäste waren für Awraham eben keine Mühe. Sie waren seine Freude."

Vraag aan jouFrage an dich

In einem Hotel bezahlst du für das Essen. Im Zelt von Awraham hast du nicht bezahlt. Was ist dann der Unterschied zwischen einem Hotel und dem Zelt von Awraham?

Schabbat Schalom!

👪 Überlegen Sie mit Ihrem Kind, wen Ihre Familie in dieser Woche einladen könnte — und welche ‚Tür' Sie ihm öffnen.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De bron in de woestijn

Sara had een zoon gekregen: Jitschak. Eén persoon was echt ontevreden over de geboorte van Jitschak, dat was Jisjma'eel. Hij meende dat hij de oudste was en dus een dubbel deel van de erfenis zou krijgen. Hij was jaloers op zijn halfbroer Jitschak. Jisjma'eel maakte de hele dag jacht op dieren. Hij werd een bekend boogschutter.

Op een bepaald moment was hij zo boos op Jitschak, dat hij hem probeerde dood te schieten. Maar Sara zag dat. Sara wilde dat Avraham Hagar zou verdrijven, samen met Jisjma'eel. Dit was de negende test van Avraham. Het werd een zware test, omdat hij altijd van zijn medemens gehouden had. Zijn tweede vrouw Hagar scheiden, vond hij vreselijk.

Maar Hasjeem gaf Avraham bevel om te luisteren naar Sara. Avraham gaf hen eten en drinken mee voor onderweg. Omdat Sara kwaad was geworden op Jisjma'eel, was hij heel ziek geworden. Hij was op dat moment zevenentwintig jaar oud, maar Hagar moest hem dragen, omdat hij hoge koorts had. Jisjma'eel dronk de hele tijd. Maar de leren zak met water bleef vol. Dit was een wonder. Hagar dwaalde door de woestijn.

Uit woede en verdriet diende ze weer haar vroegere afgoden. Daardoor stopte het wonder. De leren zak water raakte snel leeg.

Toen wendde Hagar zich toch weer tot Hasjeem. Hasjeem weigerde te luisteren omdat zij afgoden had gediend. Maar toen Jisjma'eel begon te huilen en davvenen, werd er in de Hemel naar hem geluisterd. Hasjeem wilde hem redden.

Maar de engelen wilden dat Hasjeem Jisjma'eel niet zou helpen. Ze zeiden: „Eens zullen de Bnee Jisra'eel als gevangenen naar Babylonië gaan. Ze zullen onderweg bijna omkomen van de dorst. Dan zullen de kleinkinderen van Jisjma'eel net doen alsof ze de Joden iets te drinken willen geven, maar in plaats van water geven zij opgeblazen, lege drinkzakken. De Bnee Jisra'eel zetten hun mond aan de leren zakken en zullen daardoor sterven."

Maar Hasjeem luisterde niet naar de engelen. Hasjeem oordeelt naar het gedrag in het verleden en in het heden, maar niet naar toekomstige gebeurtenissen. Hasjeem vroeg de engelen: „Is hij op dit moment een afgodendienaar of gelooft hij in één Hasjeem?"

Het antwoord van de engelen was dat Jisjma'eel een goed en gelovig mens was. Hasjeem redde toen Hagar en Jisjma'eel. Hij liet hen een bron zien. Ze waren gered. Hagar en Jisjma'eel gingen in de woestijn wonen.

↩ Weet je nog hoe Avraham alles achterliet omdat Hasjeem het zei? Hier vraagt Hasjeem iets wat nog zwaarder is — en Avraham luistert weer.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … het wegsturen van Hagar en Jisjma'eel voor Avraham de negende test was — zo zwaar viel het hem?
  • … Avraham op de ochtend van het afscheid heel vroeg opstond en het brood en de waterzak zelf op de schouder van Hagar legde?
  • … Jisjma'eel zijn briet mila pas op zijn dertiende kreeg? Het deed pijn — maar hij hield het niet tegen.
  • … Jisjma'eel bij het wegsturen al zevenentwintig jaar oud was — en Hagar hem toch droeg, omdat hij hoge koorts had?

Woord van de week:Wort der Woche: davvenen — Davvenen betekent: bidden. Hasjeem hoorde het eigen davvenen van Jisjma'eel — zijn stem, zoals hij op dat moment was.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „De engelen hadden toch gelijk! Zij wisten precies wat de kleinkinderen van Jisjma'eel ooit zouden doen. Waarom luisterde Hasjeem dan toch niet naar hen?"

Ariella: „Omdat Jisjma'eel dat allemaal nog helemaal niet gedaan had. Hasjeem vroeg maar één ding: hoe is hij nu? En nu was hij een zieke in de woestijn, die huilde en davvende."

Channa: „En Hagar? Naar haar werd niet geluisterd — zij had net nog haar afgoden gediend. Gehoord werd het eigen huilen en davvenen van Jisjma'eel."

Jair: „Dat onthoud ik. Niemand kan mij verwijten wat ik later misschien een keer fout doe. Maar andersom geldt het ook: wat ik nu doe, dat telt — vandaag, niet ooit."

Vraag aan jouFrage an dich

De engelen wilden Jisjma'eel niet redden — om iets wat pas zijn kleinkinderen zouden doen. Hasjeem oordeelde anders. Wie had er gelijk — en waarom?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind aan tafel: waaraan zou jij gemeten willen worden — aan gisteren, aan morgen of aan nu?

Duits

Der Brunnen in der Wüste

Sara hatte einen Sohn bekommen: Jizchak. Ein Einziger war über diese Geburt gar nicht froh — Jischmael. Er meinte: Ich bin der Älteste, mir gehört ein doppelter Teil des Erbes. Er war eifersüchtig auf seinen Halbbruder Jizchak. Jischmael machte den ganzen Tag Jagd auf Tiere. Er wurde ein bekannter Bogenschütze.

Einmal war er so wütend auf Jizchak, dass er versuchte, ihn totzuschießen. Aber Sara sah es. Sara wollte, dass Awraham Hagar fortschickt, zusammen mit Jischmael. Das war die neunte Prüfung für Awraham. Es wurde eine schwere Prüfung, denn er hatte die Menschen immer geliebt. Sich von seiner zweiten Frau Hagar zu trennen — das fand er furchtbar.

Aber Haschem befahl Awraham, auf Sara zu hören. Awraham gab den beiden Essen und Trinken mit für unterwegs. Weil Sara zornig auf Jischmael geworden war, war er sehr krank geworden. Er war damals schon siebenundzwanzig Jahre alt, aber Hagar musste ihn tragen, so hohes Fieber hatte er. Jischmael trank in einem fort. Doch der lederne Wasserschlauch blieb voll. Das war ein Wunder. Hagar irrte durch die Wüste.

Aus Wut und Kummer diente sie wieder ihren früheren Götzen. Dadurch hörte das Wunder auf. Der lederne Wasserschlauch war schnell leer.

Da wandte Hagar sich doch wieder an Haschem. Haschem wollte nicht auf sie hören, weil sie Götzen gedient hatte. Aber als Jischmael selbst zu weinen und zu davvenen begann, wurde im Himmel auf ihn gehört. Haschem wollte ihn retten.

Doch die Engel wollten nicht, dass Haschem Jischmael hilft. Sie sagten: „Einmal werden die Bnej Jisrael als Gefangene nach Babylonien ziehen. Unterwegs werden sie fast umkommen vor Durst. Dann werden die Enkelkinder von Jischmael so tun, als wollten sie den Juden etwas zu trinken geben — aber statt Wasser reichen sie ihnen aufgeblasene, leere Trinkschläuche. Die Bnej Jisrael werden den Mund an die ledernen Schläuche setzen und daran sterben."

Aber Haschem hörte nicht auf die Engel. Haschem urteilt nach dem Verhalten in der Vergangenheit und im Jetzt — nicht nach dem, was erst geschehen wird. Haschem fragte die Engel: „Ist er in diesem Augenblick ein Götzendiener, oder glaubt er an den einen Haschem?"

Die Antwort der Engel war: Jischmael ist ein guter, gläubiger Mensch. Da rettete Haschem Hagar und Jischmael. Er ließ sie einen Brunnen sehen. Sie waren gerettet. Hagar und Jischmael wohnten von nun an in der Wüste.

↩ Erinnerst du dich, wie Awraham alles zurückließ, weil Haschem es sagte? Hier verlangt Haschem etwas, das noch schwerer ist — und Awraham gehorcht wieder.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass das Fortschicken von Hagar und Jischmael für Awraham die neunte Prüfung war — so schwer fiel es ihm?
  • … dass Awraham am Morgen des Abschieds ganz früh aufstand und Hagar das Brot und den Wasserschlauch selbst auf die Schulter legte?
  • … dass Jischmael seine Brit Mila erst mit dreizehn Jahren bekam? Es tat weh — aber er ließ es geschehen.
  • … dass Jischmael beim Fortschicken schon siebenundzwanzig Jahre alt war — und Hagar ihn trotzdem trug, weil er hohes Fieber hatte?

Woord van de week:Wort der Woche: davvenen — Davvenen heißt: beten. Haschem hörte Jischmaels eigenes Davvenen — seine Stimme, so wie er in diesem Augenblick war.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Die Engel hatten doch recht! Sie wussten genau, was die Enkel von Jischmael einmal tun würden. Warum hörte Haschem trotzdem nicht auf sie?"

Ariella: „Weil Jischmael das alles noch gar nicht getan hatte. Haschem fragte nur eines: Wie ist er jetzt? Und jetzt war er ein Kranker in der Wüste, der weinte und davvente."

Channa: „Und Hagar? Auf sie wurde nicht gehört — sie hatte gerade noch ihren Götzen gedient. Gehört wurde das eigene Weinen und Davvenen von Jischmael."

Jair: „Das merke ich mir. Niemand kann mir vorwerfen, was ich vielleicht später einmal falsch mache. Aber andersherum gilt es auch: Was ich jetzt tue, das zählt — heute, nicht irgendwann."

Vraag aan jouFrage an dich

Die Engel wollten Jischmael nicht retten — wegen etwas, das erst seine Enkel tun würden. Haschem urteilte anders. Wer hatte recht — und warum?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind am Tisch: Woran möchtest du gemessen werden — an gestern, an morgen oder an jetzt?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De berg en de sterren

Avraham was vreselijk gastvrij en wilde altijd iedereen vertellen over de wonderen van Hasjeem. Hoe ziek Avraham ook was van de briet mila, toch bleef hij zitten bij de ingang van zijn tent. Hij wilde geen gast voorbij laten gaan!

Hasjeem stuurde drie engelen, verkleed als mensen. Avraham maakte meteen een maaltijd klaar. Iedere engel had een speciale opdracht. Eén engel moest Avraham genezen van de briet mila. De tweede engel zou aan Sara vertellen dat zij volgend jaar een kind zou krijgen — Jitschak. Sara dacht dat dat onmogelijk was. Zij was negentig jaar. Ze lachte.

De derde engel kwam om Sedom en Amora te vernietigen. Sedom en Amora waren de twee slechtste steden van de wereld. Avraham kwam op voor deze slechte mensen. Hij ging in discussie met Hasjeem: „Misschien zijn die mensen helemaal niet zo slecht. Stel dat er vijftig of vijfenveertig of veertig of dertig of twintig of tien goede mensen leven. Zult U, Hasjeem, de stad dan redden?" Hasjeem antwoordde dat Hij de stad ook voor tien goede mensen zou redden, maar niet voor minder dan tien.

Er bleken helemaal geen goede mensen te leven, behalve Lot en zijn familie. Twee engelen kwamen naar Lot en zeiden: „Neem jij je familie mee voordat het te laat is, want de stad wordt vernietigd. Maar kijk niet om wat er met de steden gebeurt!" Er kwam een enorm vuur uit de Hemel. De vrouw van Lot was nieuwsgierig. Ze hoorde lawaai, draaide zich om — en veranderde in een zoutpilaar.

Zoals Hasjeem beloofd had, kreeg Sara een zoon: Jitschak. Toen Jitschak zevenendertig geworden was, zei Hasjeem tegen Avraham: „Ik wil dat jij jouw zoon meeneemt naar een berg die Ik je zal laten zien." Avraham stond 's ochtends vroeg op, zadelde zijn ezel en nam Jitschak mee.

Na drie dagen reizen zagen zij een berg waar allemaal wolken overheen hingen. Hij begreep dat dit de plaats was die Hasjeem had bedoeld. Jitschak droeg het brandhout. „Waar is het offer?", vroeg hij. „Hasjeem zal wel voor een offer zorgen", antwoordde Avraham. Plotseling begreep Jitschak dat Avraham hem als offer zou nemen. Maar toch was dat niet de bedoeling. Avraham hoorde dat een engel tegen hem zei: „Stop, laat Jitschak met rust." Toen zag Avraham opeens een ram die vastzat in de bosjes. „Goed", zei Avraham, „ik zal een ram als offer aan Hasjeem brengen."

En Hasjeem zei toen tegen Avraham: „Omdat jij naar Mij geluisterd hebt, zal Ik jouw kleinkinderen zoveel maken als de sterren aan de hemel en het zand op het strand."

↩ Namen zijn opdrachten — weet je nog? Avraham betekent ‚vader van vele volken'. In dit hoofdstuk wordt die naam waar: Jitschak wordt geboren, en de belofte van de sterren keert terug.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de mensen in de steden Sedom en Amora heel erg ongastvrij waren? Ze wilden nooit iemand thuis ontvangen.
  • … drie engelen, verkleed als mensen, bij Avraham toch een maaltijd hebben gegeten?
  • … Jitschak al een volwassen man was (zevenendertig jaar) toen zijn vader Avraham hem meenam naar de berg Moria?
  • … Jisjma'eel en Eliezer, de twee dienaren van Avraham, onder aan de berg bleven staan en helemaal niet wisten wat er boven op de berg gebeurde met Jitschak?

Woord van de week:Wort der Woche: Akeda — De Akeda — zo heet de zwaarste test van Avraham op de berg Moria; het woord betekent ‚binding'. Onthoud vooral hoe hij afliep: Hasjeem wilde Jitschak niet als offer — Hij wilde het vertrouwen van Avraham.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jitschak wist helemaal niet wat er ging gebeuren."

Ariella: „Ik vind het wel heel dapper van Jitschak. Maar Jitschak luisterde altijd naar Hasjeem en naar zijn vader. Hij was al een man van zevenendertig, maar toch was hij bereid om met zijn vader mee te gaan en naar hem te luisteren. Dat vind ik heel goed, want de meeste kinderen luisteren niet zo goed naar hun ouders."

Asaf: „Ik denk dat we altijd moeten luisteren naar onze ouders, want die weten precies wat het beste is voor ons."

Ita: „Ik denk dat we ook altijd naar Hasjeem moeten luisteren, want Hasjeem weet het allerbeste wat goed voor ons is. Maar Avraham is óók met Hasjeem in discussie gegaan over de slechte mensen uit Sedom. Dus als jij denkt dat jij iets belangrijks te vertellen hebt aan je ouders of aan Hasjeem, dan moet je dat doen."

Vraag aan jouFrage an dich

Avraham deed in dit hoofdstuk allebei: bij Sedom onderhandelde hij met Hasjeem — getal voor getal, tot aan de tien. Op de berg luisterde hij zonder één woord. Hoe past dat allebei bij elkaar?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over een beslissing waarbij u gehoorzaamde hoewel het zwaar was — of juist tegensprak hoewel daar moed voor nodig was.

Duits

Der Berg und die Sterne

Awraham war unglaublich gastfrei und wollte immer jedem von den Wundern Haschems erzählen. Wie krank er von der Brit Mila auch war — er blieb am Eingang seines Zeltes sitzen. Keinen Gast wollte er vorbeigehen lassen!

Haschem schickte drei Engel, verkleidet als Menschen. Awraham machte sofort eine Mahlzeit zurecht. Jeder Engel hatte einen besonderen Auftrag. Der eine sollte Awraham von der Wunde der Brit Mila heilen. Der zweite sollte Sara sagen, dass sie im nächsten Jahr ein Kind bekommen würde — Jizchak. Sara hielt das für unmöglich. Sie war neunzig Jahre alt. Sie lachte.

Der dritte Engel kam, um Sedom und Amora zu vernichten. Sedom und Amora waren die zwei schlechtesten Städte der Welt. Awraham trat für diese schlechten Menschen ein. Er ging mit Haschem in die Diskussion: „Vielleicht sind diese Menschen gar nicht so schlecht. Angenommen, dort leben fünfzig gute Menschen — oder fünfundvierzig, oder vierzig, oder dreißig, oder zwanzig, oder zehn. Wirst Du, Haschem, die Stadt dann retten?" Haschem antwortete, dass Er die Stadt auch für zehn gute Menschen retten würde — aber nicht für weniger als zehn.

Es zeigte sich: Dort lebten überhaupt keine guten Menschen, außer Lot und seiner Familie. Zwei Engel kamen zu Lot und sagten: „Nimm du deine Familie mit, bevor es zu spät ist, denn die Stadt wird vernichtet. Aber dreh dich nicht um — schau nicht, was mit den Städten geschieht!" Ein gewaltiges Feuer kam vom Himmel. Die Frau von Lot war neugierig. Sie hörte den Lärm, drehte sich um — und wurde zu einer Salzsäule.

Wie Haschem es versprochen hatte, bekam Sara einen Sohn: Jizchak. Als Jizchak siebenunddreißig Jahre alt geworden war, sagte Haschem zu Awraham: „Ich will, dass du deinen Sohn mitnimmst, zu einem Berg, den Ich dir zeigen werde." Awraham stand früh am Morgen auf, sattelte seinen Esel und nahm Jizchak mit.

Nach drei Tagesreisen sahen sie einen Berg, über dem lauter Wolken hingen. Awraham begriff, dass dies der Ort war, den Haschem gemeint hatte. Jizchak trug das Brennholz. „Wo ist das Opfer?", fragte er. „Haschem wird schon für ein Opfer sorgen", antwortete Awraham. Plötzlich begriff Jizchak, dass Awraham ihn als Opfer nehmen würde. Doch genau das sollte gar nicht geschehen. Awraham hörte, wie ein Engel zu ihm sagte: „Halt ein — lass Jizchak in Ruhe." Da sah Awraham auf einmal einen Widder, der sich im Gestrüpp verfangen hatte. „Gut", sagte Awraham, „ich werde Haschem einen Widder als Opfer bringen."

Und Haschem sagte zu Awraham: „Weil du auf Mich gehört hast, werde Ich deine Kindeskinder so zahlreich machen wie die Sterne am Himmel und den Sand am Strand."

↩ Namen sind Aufträge — erinnerst du dich? Awraham heißt ‚Vater vieler Völker'. In diesem Kapitel wird der Name wahr: Jizchak wird geboren, und das Versprechen der Sterne kehrt zurück.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Menschen in den Städten Sedom und Amora ganz und gar ungastlich waren? Sie wollten nie jemanden bei sich zu Hause empfangen.
  • … dass drei Engel, verkleidet als Menschen, bei Awraham tatsächlich eine Mahlzeit gegessen haben?
  • … dass Jizchak schon ein erwachsener Mann war — siebenunddreißig Jahre —, als sein Vater Awraham ihn zum Berg Morija mitnahm?
  • … dass Jischmael und Elieser, die zwei Diener Awrahams, am Fuß des Berges stehen blieben und gar nicht wussten, was oben auf dem Berg mit Jizchak geschah?

Woord van de week:Wort der Woche: Akeda — Die Akeda — so heißt Awrahams schwerste Prüfung auf dem Berg Morija; das Wort bedeutet ‚Bindung'. Merk dir vor allem, wie sie ausging: Haschem wollte Jizchak nicht als Opfer — Er wollte Awrahams Vertrauen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jizchak wusste doch gar nicht, was geschehen sollte."

Ariella: „Ich finde es trotzdem sehr mutig von Jizchak. Aber Jizchak hörte immer auf Haschem und auf seinen Vater. Er war schon ein Mann von siebenunddreißig Jahren — und doch war er bereit, mit seinem Vater mitzugehen und auf ihn zu hören. Das finde ich stark, denn die meisten Kinder hören nicht so gut auf ihre Eltern."

Asaf: „Ich denke, wir müssen immer auf unsere Eltern hören, denn sie wissen genau, was das Beste für uns ist."

Ita: „Ich denke, wir müssen auch immer auf Haschem hören, denn Haschem weiß am allerbesten, was gut für uns ist. Aber: Awraham ist mit Haschem auch in die Diskussion gegangen — für die schlechten Menschen von Sedom. Wenn du also denkst, dass du deinen Eltern oder Haschem etwas Wichtiges zu sagen hast, dann musst du das tun."

Vraag aan jouFrage an dich

Awraham tat in diesem Kapitel beides: Bei Sedom verhandelte er mit Haschem — Zahl für Zahl, bis hinunter zu zehn. Auf dem Berg gehorchte er ohne ein einziges Wort. Wie passt beides zusammen?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einer Entscheidung, bei der Sie gehorcht haben, obwohl es schwer war — oder widersprochen, obwohl es Mut brauchte.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
5 · Chajee Sara Chajej Sara

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 08.08.

Nederlands

Rivka bij de bron

Avraham was oud geworden. Zijn zoon Jitschak zou gaan trouwen. Daarom stuurde Avraham zijn trouwe dienaar Eliëzer op reis: „Zoek een vrouw voor Jitschak — uit mijn eigen familie, in de stad Charan."

Eliëzer nam tien kamelen mee en mooie cadeaus. Het werd een verre reis. 's Avonds kwam hij aan in Charan en stopte bij de bron voor de stad. Hij vroeg aan Hasjeem: „Toon mij de juiste vrouw voor Jitschak."

Toen kwam er een meisje naar de bron. Ze heette Rivka. Eliëzer vroeg haar: „Geef je mij een slokje water?" Rivka gaf hem meteen te drinken: „Drink maar zoveel je wilt!" En toen zei ze: „Ik haal ook water voor je kamelen — tot ze allemaal genoeg hebben."

Weet jij hoeveel een kameel drinkt? Tien emmers! En het waren tien kamelen. Rivka rende en putte en sjouwde — wel honderd emmers water. En de hele tijd bleef ze even aardig en vriendelijk als bij het eerste slokje.

Eliëzer keek met verbazing: wat een vlijtig, goed kind! Hij begreep: dit is de juiste vrouw voor Jitschak. Want Jitschak wilde graag een open huis voor iedereen — net zoals hij het bij zijn vader Avraham had gezien. Eliëzer gaf Rivka een mooie hanger en twee gouden armbanden. En hij boog en dankte Hasjeem.

Rivka zei: „Kom mee naar huis! We hebben stro en eten voor de kamelen, en jullie kunnen bij ons slapen." Thuis deed Eliëzer eerst de muilkorven van de bekken van de kamelen af. Onderweg had hij hun bekken dichtgebonden — ze mochten niet grazen in velden van andere mensen. Want dat is eigenlijk diefstal!

Toen gaf hij de kamelen te eten. Pas daarna ging hij zelf aan tafel. Zo staat het in de Tora: eerst krijgen je dieren te eten, dan eet jij.

Eliëzer vertelde de familie alles. Iedereen was heel blij. En zo vertrok Rivka met Eliëzer en de tien kamelen naar Erets Jisra'eel en trouwde met Jitschak. En ze leefden nog lang en gelukkig.

↩ Weet je nog wat Sjeem vertelde? Nachtenlang hebben ze in de ark de dieren verzorgd. Rivka doet bij de bron precies zoiets — helemaal uit zichzelf.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Avraham op zijn honderdste en Sara op haar 90e een zoon kregen, die Jitschak heette?
  • … Rivka heel gastvrij en vriendelijk was voor iedereen?
  • … Jitschak 40 was toen hij met Rivka trouwde?
  • … Jitschak en Rivka twee kinderen kregen: Esav en Ja'akov?

Woord van de week:Wort der Woche: Chessed — Chessed betekent: iets goeds doen vóórdat iemand het vraagt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Mosje en Mirjam waren op een bruiloft, een choepa. In sjoel stond een prachtige baldakijn, als een klein huisje. Mosje en Mirjam mochten zelfs bloemen dragen!

Op de terugweg vroeg Mirjam: „Waarom was Jitschak eigenlijk zo blij met Rivka?" Mosje dacht na. „Eliëzer heeft niet gezocht wie het mooist is of het rijkst", zei hij. „Hij heeft gekeken wie een goed hart heeft. Rivka deed méér dan haar gevraagd was. Zo iemand wil iedereen graag in huis."

Vraag aan jouFrage an dich

Eliëzer vroeg maar om een slokje. Rivka sjouwde honderd emmers. Wat had jij gedaan bij de bron?

Sjabbat Sjalom!

👪 Geef uw kind deze week een kleine chessed-opdracht: één keer helpen vóórdat iemand het vraagt — en op Sjabbat laten vertellen hoe het was.

Duits

Riwka am Brunnen

Awraham war alt geworden. Sein Sohn Jitzchak sollte heiraten. Darum schickte Awraham seinen treuen Diener Eliëser auf die Reise: „Such eine Frau für Jitzchak — aus meiner eigenen Familie, in der Stadt Charan."

Eliëser nahm zehn Kamele mit und schöne Geschenke. Es wurde ein weiter Weg. Am Abend kam er in Charan an und hielt am Brunnen vor der Stadt. Er bat Haschem: „Zeig mir die richtige Frau für Jitzchak."

Da kam ein Mädchen zum Brunnen. Sie hieß Riwka. Eliëser fragte sie: „Gibst du mir einen Schluck Wasser?" Riwka gab ihm sofort zu trinken: „Trink, so viel du willst!" Und dann sagte sie: „Ich hole auch Wasser für deine Kamele — bis sie alle genug haben."

Weißt du, wie viel ein Kamel trinkt? Zehn Eimer! Und es waren zehn Kamele. Riwka lief und schöpfte und schleppte — wohl hundert Eimer Wasser. Und die ganze Zeit blieb sie genauso freundlich wie beim ersten Schluck.

Eliëser staunte: Was für ein fleißiges, gutes Kind! Er verstand: Das ist die richtige Frau für Jitzchak. Denn Jitzchak wünschte sich ein offenes Haus für alle Menschen — so, wie er es bei seinem Vater Awraham gesehen hatte. Eliëser schenkte Riwka einen goldenen Ring und zwei goldene Armreifen. Und er verbeugte sich und dankte Haschem.

Riwka sagte: „Komm mit nach Hause! Wir haben Stroh und Futter für die Kamele, und ihr könnt bei uns schlafen." Zu Hause nahm Eliëser den Kamelen zuerst die Maulkörbe ab. Unterwegs hatte er ihnen die Mäuler zugebunden — sie sollten nicht von fremden Feldern fressen. Denn das wäre ja stehlen!

Dann fütterte er die Kamele. Erst danach setzte er sich selbst an den Tisch. So steht es in der Tora: Zuerst bekommen deine Tiere zu essen, dann isst du.

Eliëser erzählte der Familie alles. Alle freuten sich. Und so reiste Riwka mit Eliëser und den zehn Kamelen nach Erez Jisrael und heiratete Jitzchak. Und sie lebten lange und glücklich.

↩ Erinnerst du dich, was Schem erzählte? Nächtelang haben sie in der Arche die Tiere versorgt. Riwka macht am Brunnen genau so etwas — ganz von selbst.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Awraham 100 Jahre alt war und Sara 90, als sie ihren Sohn Jitzchak bekamen?
  • … dass Riwka zu allen Menschen gastfreundlich und freundlich war?
  • … dass Jitzchak 40 Jahre alt war, als er Riwka heiratete?
  • … dass Jitzchak und Riwka zwei Kinder bekamen: Esaw und Ja'akow?

Woord van de week:Wort der Woche: Chessed — Chessed heißt: Gutes tun, bevor jemand dich darum bittet. Riwka tat am Brunnen Chessed — hundert Eimer davon.

Wat het betekentWas es bedeutet

Mosje und Mirjam waren auf einer Hochzeit, einer Chuppa. In der Schul stand ein wunderschöner Baldachin, wie ein kleines Haus. Mosje und Mirjam durften sogar Blumen tragen!

Auf dem Heimweg fragte Mirjam: „Warum war Jitzchak eigentlich so froh über Riwka?" Mosje überlegte. „Eliëser hat nicht gesucht, wer am schönsten ist oder am reichsten", sagte er. „Er hat geschaut, wer ein gutes Herz hat. Riwka hat mehr getan, als man sie gebeten hat. So jemanden wünscht sich jeder in seinem Haus."

Vraag aan jouFrage an dich

Eliëser bat nur um einen kleinen Schluck. Riwka schleppte hundert Eimer. Was hättest du am Brunnen getan?

Schabbat Schalom!

👪 Geben Sie Ihrem Kind diese Woche einen kleinen Chessed-Auftrag: einmal helfen, bevor jemand darum bittet — und am Schabbat erzählen lassen, wie es war.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 08.08.

Nederlands

Veel beloven — veel doen?

Toen Sara gestorven was, had Avraham een begraafplaats voor haar nodig. Hij wilde de spelonk Machpela kopen. Die was van een man die Efron heette.

Efron deed heel gul: „Och, mijn heer! Ik geef u het veld en de spelonk cadeau! Wat maakt een stuk land uit tussen mij en u?" Dat klonk prachtig. Maar uiteindelijk vroeg Efron een enorme prijs: vierhonderd sjekel zilver. Avraham woog het zilver af — zwaar, echt zilver, zoals de handelaars het namen — en betaalde, zonder af te dingen.

Efron beloofde veel — en deed weinig. De Tora laat dat zelfs zien in zijn naam: na de verkoop schrijft ze „Efron" met één letter minder, zonder de waw. Zijn winst in geld was eigenlijk een verlies.

En Rivka? Precies andersom. Zij zei alleen: „Ik zal u water geven." En toen deed ze veel méér dan ze beloofd had: „Ik zal ook voor uw kamelen putten — totdat ze genoeg gedronken hebben."

Zo verschillend kunnen twee mensen zijn. Het Joodse huis staat voor chessed: graag geven. Wie veel geeft en weinig nodig heeft, weet waar het leven om draait. Voor wie geld niet het belangrijkste is, is weggeven makkelijk.

Over Eliëzer, de dienaar van Avraham, zegt de Tora: hij „heerste over alles wat hij bezat". Onze Chagamiem leggen uit: Eliëzer heerste over zijn geld — en niet zijn geld over hem.

Maar Efron leefde voor het geld. Zo iemand kan nooit gelukkig worden: hem ontbreekt altijd van alles, want tevreden is hij nooit.

↩ Weet je nog hoe jaloers Jisjma'eel was? Wie steeds kijkt naar wat de ander hééft, komt altijd iets tekort. Rivka kijkt naar wat de ander nodig heeft — dat is het omgekeerde.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Avraham stierf op zijn 175e en begraven werd door zijn zoons Jisjma'eel en Jitschak?
  • … toen Rivka Jitschak zag, zij haar sluier voordeed en wij dat nog steeds doen onder de choepa als chatan en kalla gaan trouwen?
  • … Rivka gezegend werd met de beracha: „Onze zuster, wees tot duizenden van tienduizenden" en wij die beracha nog steeds geven onder de choepa?
  • … Jitschak en Rivka 20 jaar geen kinderen konden krijgen?

Woord van de week:Wort der Woche: Chachamim — Chagamiem betekent: onze wijzen. Zij lezen elke letter van de Tora precies — zelfs een ontbrekende waw vertelt een heel verhaal.

Wat het betekentWas es bedeutet

Tevreden mensen — tsaddikiem — hebben verrassend weinig nodig. Over de Chafeets Chajiem (1838–1933), één van de grote wijzen, vertelt men dit verhaal:

Een gast kwam bij hem op bezoek en stond verbaasd: er stonden bijna geen meubels in huis — een tafel, een bank, boeken. „Rabbi", vroeg de gast, „waar zijn uw meubels?"

De Chafeets Chajiem vroeg terug: „En waar zijn uw meubels?"

De gast was verbluft: „De mijne? Ik ben alleen maar op doorreis!"

Toen glimlachte de Chafeets Chajiem: „Ziet u — ik ook."

Een doordenker!!

Vraag aan jouFrage an dich

Efron had op het eind 400 zilverstukken — en de Tora nam hem een letter af. Rivka gaf honderd emmers water weg — en werd de moeder van ons volk. Wat maakt een mens echt rijk?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: wat bezitten wij dat niemand ons kan afnemen?

Duits

Viel versprechen — viel tun?

Als Sara gestorben war, brauchte Awraham einen Begräbnisplatz für sie. Er wollte die Höhle Machpela kaufen. Die gehörte einem Mann namens Efron.

Efron tat sehr großzügig: „Ach, mein Herr! Ich schenke dir das Feld und die Höhle! Was bedeutet schon ein Stück Land zwischen mir und dir?" Das klang wunderschön. Aber am Ende verlangte Efron einen riesigen Preis: vierhundert Schekel Silber. Awraham wog das Silber ab — schweres, echtes Silber, wie es die Händler nahmen — und bezahlte, ohne zu handeln.

Efron versprach viel — und tat wenig. Die Tora zeigt das sogar in seinem Namen: Nach dem Verkauf schreibt sie „Efron" mit einem Buchstaben weniger, ohne das Waw. Sein Gewinn an Geld war in Wahrheit ein Verlust.

Und Riwka? Genau umgekehrt. Sie sagte nur: „Ich gebe dir zu trinken." Und dann tat sie viel mehr, als sie versprochen hatte: „Ich schöpfe auch für deine Kamele — bis sie alle genug getrunken haben."

So verschieden können zwei Menschen sein. Das jüdische Haus steht für Chessed: gern geben. Wer viel gibt und wenig braucht, weiß, worum es im Leben geht. Wem Geld nicht das Wichtigste ist, der kann es leicht weggeben.

Von Eliëser, dem Diener Awrahams, sagt die Tora: Er „herrschte über alles, was er besaß". Unsere Chachamim erklären: Eliëser herrschte über sein Geld — und nicht sein Geld über ihn.

Efron aber lebte für das Geld. So jemand kann nie glücklich werden: Ihm fehlt immer noch etwas, denn zufrieden ist er nie.

↩ Erinnerst du dich an Jischmaels Eifersucht? Wer immer schaut, was der andere hat, dem fehlt immer etwas. Riwka schaut, was der andere braucht — das ist das Gegenteil.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Awraham 175 Jahre alt wurde und von seinen Söhnen Jischmael und Jitzchak begraben wurde?
  • … dass Riwka ihren Schleier vor das Gesicht nahm, als sie Jitzchak zum ersten Mal sah — und wir das bis heute unter der Chuppa so machen, wenn Chatan und Kalla heiraten?
  • … dass Riwka mit der Beracha gesegnet wurde: „Unsere Schwester, werde zu tausenden Zehntausenden" — und wir diese Beracha bis heute unter der Chuppa geben?
  • … dass Jitzchak und Riwka zwanzig Jahre auf Kinder warten mussten?

Woord van de week:Wort der Woche: Chachamim — Chachamim heißt: unsere Weisen. Sie lesen jeden Buchstaben der Tora genau — sogar ein fehlendes Waw erzählt eine ganze Geschichte.

Wat het betekentWas es bedeutet

Zufriedene Menschen — Zaddikim — brauchen erstaunlich wenig. Vom Chafez Chajim (1838–1933), einem der großen Weisen, erzählt man diese Geschichte:

Ein Gast besuchte ihn und staunte: Im Haus standen kaum Möbel — ein Tisch, eine Bank, Bücher. „Rabbi", fragte der Gast, „wo sind denn Ihre Möbel?"

Der Chafez Chajim fragte zurück: „Und wo sind Ihre Möbel?"

Der Gast war verblüfft: „Meine? Ich bin doch nur auf der Durchreise!"

Da lächelte der Chafez Chajim: „Sehen Sie — ich auch."

Zum Weiterdenken, sagt Rav Evers dazu: ein Doordenker.

Vraag aan jouFrage an dich

Efron hatte am Ende 400 Silberstücke — und die Tora nahm ihm einen Buchstaben. Riwka verschenkte hundert Eimer Wasser — und wurde die Mutter unseres Volkes. Was macht einen Menschen wirklich reich?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Tisch: Was besitzen wir, das uns niemand wegnehmen kann?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 08.08.

Nederlands

De grot van Machpela

Sara is gestorven. Ze werd 127 jaar oud.

Zolang Sara leefde, vertellen onze Chagamiem, was haar tent een bijzondere plaats: boven de tent hing een wolk — een teken dat de Sjechina, Hasjeems aanwezigheid, daar woonde. In het deeg lag een beracha: haar brood maakte verzadigd en werd niet slecht. En haar Sjabbat-licht brandde van vrijdag tot vrijdag, de hele week. Toen Sara stierf, ging het licht uit. De wolk verdween. Zelfs de malachiem hadden naar Sara geluisterd — zo'n grote tsaddeket was zij.

Avraham was heel erg verdrietig. En hij had geen begraafplaats. Maar hij wist precies welke hij wilde: de grot Machpela.

Waarom juist deze grot? Achtendertig jaar eerder, vertellen onze Chagamiem, was Avraham een kalf achternagelopen — hij wilde het klaarmaken voor zijn drie gasten. Het kalf liep een grot in. En daar zag Avraham een prachtig licht en begreep: hier is Adam begraven. Dit is een ingang van Gan Eden. Hier wilde hij ooit rusten, en hier moest Sara rusten.

Avraham ging naar de Bnee Cheet. Ook zij treurden om Sara. „Kies het beste graf dat u wilt", zeiden ze. Avraham boog — en dankte in zijn hart Hasjeem. Toen vroeg hij hun met Efron te spreken, van wie de grot was.

Drie keer zei Efron: „Ik geef hem u cadeau!" Uiteindelijk vroeg hij 400 sjekel zilver — een geweldige prijs. Avraham woog het zilver af en sloot met Efron een contract: daarin stond precies waar het veld lag, waar de grot, en dat alle bomen op het veld erbij hoorden. Efron had niet begrepen hoe heilig deze plaats was. Avraham wist het wél.

Zo werd het veld met de grot het eerste stuk Erets Jisra'eel dat met een koopakte van het Joodse volk was. Later werden daar Avraham en Sara begraven, Jitschak en Rivka, Ja'akov en Lea.

↩ Weet je nog hoe Sara lachte toen de drie gasten een kind beloofden? Hetzelfde kalf dat Avraham voor die gasten haalde, wees hem de grot — de Tora bindt begin en einde aan elkaar.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Sara gestorven was toen zij 127 jaar oud was?
  • … Avraham later hertrouwde met Hagar, die later Ketoera werd genoemd, en zij nog 6 zoons kregen?
  • … Avraham zijn latere 6 zonen met geschenken naar het oosten stuurde — de erfenis bleef bij Jitschak?
  • … een begrafenis in Erets Jisra'eel tot vandaag een grote verdienste is?
  • --

Wat het betekentWas es bedeutet

Vreemd: de parasja begint ermee dat Sara sterft. En toch heet zij Chajee Sara — „het leven van Sara". Waarom?

Kijk hoe de parasja eindigt. Jitschak trouwt met Rivka en brengt haar in de tent van zijn moeder Sara. En daar, vertellen onze Chagamiem, gebeurde het: het licht brandde weer van vrijdag tot vrijdag. De beracha kwam terug in het deeg. De wolk stond weer boven de tent. Rivka deed chessed zoals Sara het gedaan had — en de tent leefde weer.

Pas toen was Jitschak getroost, zegt de Tora.

Misschien betekent dat: een mens leeft niet alleen zolang zijn hart klopt. Een mens leeft ook verder in wat hij anderen heeft geleerd. Sara's goedheid was niet met haar begraven — zij brandde verder, in een nieuw mens. Dat is het leven van Sara.

Vraag aan jouFrage an dich

In Lech Lecha beloofde Hasjeem Avraham het hele land. Hier betaalt Avraham 400 sjekel voor één veld — en hij dingt niet eens af. Waarom koopt iemand wat hem allang beloofd is?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan tafel over iemand uit uw familie die er niet meer is: welke goede gewoonte van hem of haar leeft bij u verder?

Duits

Die Höhle von Machpela

Sara ist gestorben. Sie wurde 127 Jahre alt.

Solange Sara lebte, erzählen unsere Chachamim, war ihr Zelt ein besonderer Ort: Über dem Zelt stand eine Wolke — ein Zeichen, dass die Schechina, Haschems Gegenwart, dort wohnte. Im Teig lag eine Beracha: Ihr Brot machte satt und wurde nicht schlecht. Und ihr Schabbatlicht brannte von Freitag zu Freitag, die ganze Woche. Als Sara starb, erlosch das Licht. Die Wolke verschwand. Sogar die Malachim hatten auf Sara gehört — so eine große Zaddeket war sie.

Awraham war sehr traurig. Und er hatte keinen Begräbnisplatz. Aber er wusste genau, welchen er wollte: die Höhle Machpela.

Warum gerade diese Höhle? Achtunddreißig Jahre früher, erzählen unsere Chachamim, war Awraham einem Kalb nachgelaufen — er wollte es für seine drei Gäste zubereiten. Das Kalb lief in eine Höhle. Und dort sah Awraham ein wunderbares Licht und verstand: Hier ist Adam begraben. Dies ist ein Tor zum Gan Eden. Hier wollte er einmal ruhen, und hier sollte Sara ruhen.

Awraham ging zu den Bnej Chet. Auch sie trauerten um Sara. „Wählen Sie das beste Grab, das Sie wollen", sagten sie. Awraham verneigte sich — und dankte im Herzen Haschem. Dann bat er sie, mit Efron zu sprechen, dem die Höhle gehörte.

Dreimal sagte Efron: „Ich schenke sie dir!" Am Ende verlangte er 400 Schekel Silber — einen gewaltigen Preis. Awraham wog das Silber ab und schloss mit Efron einen Vertrag: Darin stand genau, wo das Feld lag, wo die Höhle, und dass alle Bäume auf dem Feld dazugehörten. Efron hatte nicht verstanden, wie heilig dieser Ort war. Awraham wusste es.

So wurde das Feld mit der Höhle das erste Stück Erez Jisrael, das dem jüdischen Volk mit einer Urkunde gehörte. Später wurden dort Awraham und Sara begraben, Jitzchak und Riwka, Ja'akow und Lea.

↩ Erinnerst du dich, wie Sara lachte, als die drei Gäste ein Kind versprachen? Dasselbe Kalb, das Awraham für diese Gäste holte, zeigte ihm die Höhle — die Tora bindet Anfang und Ende zusammen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Sara 127 Jahre alt wurde?
  • … dass Awraham später Hagar wieder heiratete, die nun Ketura genannt wurde — und sie noch sechs Söhne bekamen?
  • … dass Awraham diese sechs Söhne mit Geschenken nach Osten schickte — das Erbe blieb bei Jitzchak?
  • … dass ein Begräbnis in Erez Jisrael bis heute als großes Verdienst gilt?

Wat het betekentWas es bedeutet

Merkwürdig: Die Parascha beginnt damit, dass Sara stirbt. Und trotzdem heißt sie Chajej Sara — „das Leben Saras". Warum?

Schau, wie die Parascha endet. Jitzchak heiratet Riwka und bringt sie in das Zelt seiner Mutter Sara. Und da, erzählen unsere Chachamim, geschah es: Das Licht brannte wieder von Freitag zu Freitag. Die Beracha kehrte in den Teig zurück. Die Wolke stand wieder über dem Zelt. Riwka tat Chessed, wie Sara es getan hatte — und das Zelt lebte wieder.

Erst da war Jitzchak getröstet, sagt die Tora.

Vielleicht heißt das: Ein Mensch lebt nicht nur, solange sein Herz schlägt. Ein Mensch lebt auch in dem weiter, was er anderen beigebracht hat. Saras Güte war nicht mit ihr begraben worden — sie brannte weiter, in einem neuen Menschen. Das ist das Leben Saras.

Vraag aan jouFrage an dich

In Lech Lecha versprach Haschem Awraham das ganze Land. Hier bezahlt Awraham 400 Schekel für ein einziges Feld — und handelt nicht einmal. Warum kauft jemand, was ihm längst versprochen ist?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Tisch von einem Menschen Ihrer Familie, der nicht mehr lebt: Welche seiner guten Gewohnheiten lebt bei Ihnen weiter?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
6 · Toldot Toldot

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 08.08.

Nederlands

De tweeling

Rivka, de vrouw van Jitschak, zou een babytje krijgen. Maar later hoorde ze dat ze twee babytjes in haar buik had.

Esav kwam het eerst. Hij was rood en rossig en had heel veel haar — alsof hij al helemaal volgroeid was. Precies dat betekent zijn naam: Esav — „al helemaal uitgegroeid".

De jongste was veel kleiner. Toen hij geboren werd, hield hij de hiel van zijn broertje vast. Daarom noemden ze hem Ja'akov — dat is Ivriet voor „hiel".

Een tweeling waren ze — maar ze leken helemaal niet op elkaar. Ja'akov hield van Tora-leren en was vriendelijk en aardig. Esav vond jagen en feestvieren leuk. Maar één ding moet je hem nageven: hij eerde zijn vader zeer.

Op een dag verkocht Esav zijn bechora aan Ja'akov — het recht van de oudste én de beracha van de vader erbij. Ja'akov betaalde met veel goud. En daarbij aten ze samen een bord linzensoep.

Jitschak werd oud en kon niet goed meer zien. „Kom Esav", zei hij, „maak een lekkere maaltijd voor mij klaar. Dan geef ik jou de beracha."

Rivka hoorde dat en was het er niet mee eens. Zij dacht: Esav is geen goed mens. Hij verdient die beracha niet.

Rivka maakte zelf een maaltijd voor Jitschak klaar. Maar Ja'akov had een gladde huid, en Esav was heel erg harig! Daarom trok Rivka Ja'akov de kleren van Esav aan en legde geitenvellen op zijn armen en zijn hals.

Ja'akov ging naar binnen. „G'd heeft mij geholpen", zei hij, „ik vond snel een lekker dier. Kom eten, Papa."

Toen verbaasde Jitschak zich: Esav sprak toch nooit zo veel over G'd? „Kom eens hier, mijn zoon, laat mij jou voelen." Hij voelde de harige handen — en sprak de beroemde zin:

„De stem is de stem van Ja'akov. Maar de handen zijn de handen van Esav."

En Jitschak gaf Ja'akov de beracha. Je kunt je voorstellen hoe kwaad Esav werd! Ja'akov moest vluchten — ver weg, naar het land van zijn moeder. Daar zou hij later trouwen met Racheel en Lea.

↩ Weet je nog, de open tent van Avraham? Ja'akov, zijn kleinzoon, hield ook van de tenten — daar zat hij te leren.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Jitschak 40 jaar oud was toen hij met Rivka trouwde — en 60 toen de tweeling geboren werd?
  • … Rivka meer hield van Ja'akov, maar Jitschak meer van Esav, omdat Esav altijd lekkere maaltijden voor hem klaarmaakte?
  • … Esav het liefst joeg en feestvierde, terwijl Ja'akov heel veel Tora leerde?
  • … Jitschak helemaal verbaasd was toen hij merkte dat hij de beracha aan Ja'akov gegeven had in plaats van aan Esav?

Woord van de week:Wort der Woche: Toldot

Wat het betekentWas es bedeutet

Jitschak wist het best: Ja'akov is goed en leert veel Tora. Esav gaat liever jagen met pijl en boog. En toch was Jitschak extra lief voor Esav. Waarom?

Hij hoopte iets: als ik Esav heel veel liefde geef, wordt hij toch nog een goed mens. Het lukte niet — maar Jitschak bleef hopen.

En Ja'akov? De beracha was echt van hem — hij had haar toch gekocht. Maar hij durfde niet tegen Papa te zeggen: „Esav is niet zo goed als u denkt." Daarom de verkleedpartij. Makkelijk was het voor niemand.

Vraag aan jouFrage an dich

Waaraan merkte Jitschak dat er iets niet klopte — wat hoorde hij, en wat voelde hij?

Sjabbat Sjalom!

👪 Speel vanavond met de ogen dicht: herkent uw kind u alleen aan uw stem — en u uw kind?

Duits

Die Zwillinge

In Riwkas Bauch war ein Stoßen und ein Drängen. Sie erschrak: Was ist da los? Dann hörte sie etwas, das sie kaum glauben konnte: Es waren zwei! Zwillinge.

Esaw kam zuerst. Er war rötlich und hatte schon ganz viele Haare — als wäre er schon fertig gewachsen. Genau das heißt sein Name: Esaw — „der Fertige".

Der Jüngere war viel kleiner. Bei der Geburt hielt er sich an der Ferse seines Bruders fest. Darum nannte man ihn Jaakow — das ist Iwrit für „Ferse".

Zwillinge waren sie — aber ähnlich waren sie sich kein bisschen. Jaakow lernte gern Tora und war freundlich zu allen. Esaw liebte Jagen und Feiern. Nur eines muss man ihm lassen: Seinen Vater ehrte er sehr.

Eines Tages verkaufte Esaw seine Bechora an Jaakow — das Recht des Erstgeborenen und den Segen des Vaters dazu. Jaakow bezahlte mit viel Gold. Und dazu aßen die beiden einen Teller Linsensuppe.

Jizchak wurde alt und konnte kaum noch sehen. „Komm, Esaw", sagte er, „mach mir ein gutes Essen. Dann gebe ich dir die Beracha — den Segen des Vaters."

Riwka hörte das — und war gar nicht einverstanden. Sie dachte: Esaw ist kein guter Mensch. Er verdient diesen Segen nicht.

Riwka kochte selbst ein Essen für Jizchak. Aber Jaakow hatte eine glatte Haut, und Esaw war am ganzen Körper behaart! Darum zog Riwka Jaakow die Kleider von Esaw an und legte ihm Ziegenfelle auf Arme und Hals.

Jaakow ging hinein. „G'tt hat mir geholfen", sagte er, „ich habe schnell ein gutes Tier gefunden. Komm essen, Papa."

Da wunderte sich Jizchak: Esaw redete doch sonst nie so viel über G'tt? „Komm her, mein Sohn, ich will dich fühlen." Er fühlte die behaarten Hände — und sprach den berühmten Satz:

„Die Stimme ist die Stimme von Jaakow. Aber die Hände sind die Hände von Esaw."

Und Jizchak gab Jaakow die Beracha. Als Esaw hereinkam und begriff, was geschehen war, schrie er auf — laut und bitter. Jaakow musste fliehen — weit fort, ins Land seiner Mutter. Dort würde er später Rachel und Lea heiraten.

↩ Erinnerst du dich an Awrahams offenes Zelt? Jaakow, sein Enkel, liebte die Zelte auch — dort saß er und lernte.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jizchak 40 Jahre alt war, als er Riwka heiratete — und 60, als die Zwillinge geboren wurden?
  • … dass Riwka mehr von Jaakow hielt — aber Jizchak mehr von Esaw, weil Esaw ihm immer leckere Mahlzeiten brachte?
  • … dass Esaw am liebsten jagte und feierte, während Jaakow sehr viel Tora lernte?
  • … dass Jizchak ganz verwundert war, als er merkte, dass er die Beracha Jaakow gegeben hatte — und nicht Esaw?

Woord van de week:Wort der Woche: Toldot — Toldot heißt: was aus einem Menschen hervorgeht — seine Kinder und ihre Geschichten.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jizchak wusste genau: Jaakow ist gut und lernt viel Tora. Esaw geht lieber jagen mit Pfeil und Bogen. Und trotzdem war Jizchak extra lieb zu Esaw. Warum?

Er hoffte etwas: Wenn ich Esaw ganz viel Liebe gebe, wird er doch noch ein guter Mensch. Es hat nicht geklappt — aber Jizchak hörte nicht auf zu hoffen.

Und Jaakow? Die Beracha gehörte wirklich ihm — er hatte sie ja gekauft. Aber er traute sich nicht, dem Papa zu sagen: „Esaw ist nicht so gut, wie du denkst." Darum die Verkleidung. Leicht war das für niemanden.

Vraag aan jouFrage an dich

Woran hat Jizchak gemerkt, dass etwas nicht stimmte — was hörte er, und was fühlte er?

Schabbat Schalom!

👪 Spielen Sie heute Abend mit geschlossenen Augen: Erkennt Ihr Kind Sie nur an der Stimme — und Sie Ihr Kind?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 12.08.

Nederlands

Het bord linzen

Iedereen had het slechte nieuws gehoord: Avraham was gestorven. Jitschak, de zoon van Avraham, was heel verdrietig. Ja'akov ging naar de keuken om linzen klaar te maken voor zijn vader — de eerste maaltijd voor iemand die rouwt.

Esav kwam binnen en zag dat Ja'akov aan het koken was. „Ik ben heel erg hongerig", zei hij. „Geef mij wat van dat rode daar! Giet het maar in mijn keel — ik ben te moe en te zwak om zelf te eten."

„Nou", zei Ja'akov, „dit bord met linzen had ik eigenlijk klaargemaakt voor onze vader Jitschak, die nu zit te treuren omdat zijn vader Avraham is overleden. Ik kan het je alleen maar geven op één voorwaarde: verkoop mij jouw bechora — jouw recht als oudste."

„O", zei Esav, „dat is een goed idee! Want wat heb ik nou aan dat bechora?"

Esav begreep niet dat hij daarmee ook de beracha verkocht — de zegen die de oudste van zijn vader krijgt.

Ja'akov wist dat Esav wel eens spijt zou kunnen krijgen van de verkoop. Daarom zei hij: „Laten we de verkoop zo helder maken als de dag. Zweer mij bij het leven van onze vader Jitschak dat het bechora voor eeuwig bij mij blijft." En Esav zwoer het.

Ja'akov kocht het bechora voor goud. Het bord linzen was alleen het eten erbij — zoals zakenmensen na een grote zaak gezellig samen eten.

In het begin dacht Esav dat hij een goede zaak gedaan had. Maar later kreeg hij spijt. Toen Jitschak later de beracha aan Ja'akov gaf, was Esav heel kwaad. Maar Esav had geen recht om kwaad te zijn: samen met het bechora had hij ook de beracha verkocht.

↩ Weet je nog hoe Avram de ruzie met Lot klein maakte voordat hij groot werd? Hier wordt een ruzie tussen broers een keer níét klein gemaakt — onthoud hoe dat afloopt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Jitschak met Rivka naar het land van de Filistijnen ging omdat er hongersnood was in Israël?
  • … Jitschak zaaide in het land van de Filistijnen en daar honderd keer meer oogst maakte dan normaal?
  • … Esav zijn vader alleen maar eerde omdat hij de beracha van hem wilde hebben?

Woord van de week:Wort der Woche: Bechora — Bechora — het recht van de oudste. En kijk goed: bechora en beracha hebben dezelfde letters — alleen in een andere volgorde. Wie het ene verkoopt, geeft ook het andere weg.

Wat het betekentWas es bedeutet

Vier kinderen hebben het hoofdstuk gelezen. En ze zijn het helemaal niet eens.

Eli: „Ik vind Esav maar een huichelaar. Hij doet net alsof hij vroom is, maar eigenlijk interesseert het Jodendom hem niets. Hij doet maar alsof."

Ariella: „Maar Ja'akov was echt serieus. Die heeft de eerste jaren van zijn leven alleen maar Tora geleerd. Kijk, dat vind ik top."

Asaf: „Maar toch vind ik het niet netjes van Ja'akov dat hij de beracha heeft gekocht van Esav — voor een bord linzen!"

Ita: „Voor een bord linzen? Lees nog eens goed. Esav was een volwassen man die precies wist wat hij deed. Hij verkocht het eerstgeboorterecht voor een zak goud — de linzensoep was alleen maar een zakenmaaltijd. Dus ik vind dat Ja'akov de zegen zeker verdiende."

Vraag aan jouFrage an dich

Wie van de vier heeft gelijk? En: waarom mocht Esav op het eind niet klagen dat Ja'akov de beracha kreeg?

Sjabbat Sjalom!

👪 Een opdracht voor de week: één keer iets niet meteen willen hebben — en op Sjabbat vertellen hoe moeilijk dat was.

Duits

Die Schüssel Linsen

Alle hatten die traurige Nachricht gehört: Awraham war gestorben. Jizchak, sein Sohn, trauerte sehr. Da ging Jaakow in die Küche und kochte Linsen für seinen Vater — die erste Mahlzeit für einen Trauernden.

Esaw kam vom Feld herein und sah Jaakow am Topf. „Ich bin völlig ausgehungert", sagte er. „Gieß mir von dem Roten da ein! Schütt es mir einfach in den Mund — ich bin zu müde, um selbst zu essen."

„Nun", sagte Jaakow, „diese Schüssel habe ich eigentlich für unseren Vater gekocht, der um Awraham trauert. Ich gebe sie dir nur unter einer Bedingung: Verkauf mir deine Bechora — dein Recht als Erstgeborener."

„Ach", sagte Esaw, „einverstanden! Was habe ich schon von der Bechora?"

Esaw begriff nicht, dass er damit auch die Beracha verkaufte — den Segen, den der Erstgeborene vom Vater bekommt.

Jaakow wusste: Esaw könnte den Verkauf später bereuen. Darum sagte er: „Lass uns den Verkauf so klar machen wie den Tag. Schwöre mir beim Leben unseres Vaters, dass die Bechora für immer bei mir bleibt." Und Esaw schwor.

Jaakow bezahlte die Bechora mit Gold. Die Schüssel Linsen war nur das Essen dazu — so wie Geschäftsleute nach einem großen Geschäft zusammen essen.

Am Anfang fand Esaw den Handel gut. Aber später bekam er Reue. Als Jizchak dann Jaakow die Beracha gab, wurde Esaw wütend. Doch er hatte kein Recht, wütend zu sein: Mit der Bechora hatte er auch die Beracha verkauft.

↩ Erinnerst du dich, wie Awram den Streit mit Lot klein machte, bevor er groß wurde? Hier wird ein Streit zwischen Brüdern einmal nicht klein gemacht — merk dir, wie das ausgeht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jizchak mit Riwka ins Land der Pelischtim zog, weil in Israel Hungersnot war?
  • … dass Jizchak im Land der Pelischtim säte und hundertmal mehr erntete als normal?
  • … dass Esaw seinen Vater nur deshalb ehrte, weil er die Beracha von ihm haben wollte?

Woord van de week:Wort der Woche: Bechora — Bechora — das Recht des Erstgeborenen. Und schau genau hin: Bechora und Beracha haben dieselben Buchstaben — nur in anderer Reihenfolge. Wer das eine verkauft, gibt auch das andere her.

Wat het betekentWas es bedeutet

Vier Kinder haben das Kapitel gelesen. Und sie sind sich gar nicht einig.

Eli: „Ich finde Esaw einen Heuchler. Er tut so, als wäre er fromm — aber eigentlich interessiert ihn das Judentum überhaupt nicht. Er tut nur so."

Ariella: „Aber Jaakow meinte es wirklich ernst. Der hat die ersten Jahrzehnte seines Lebens fast nur Tora gelernt. Das finde ich stark."

Asaf: „Und trotzdem finde ich es nicht schön von Jaakow, dass er die Beracha von Esaw gekauft hat — für eine Schüssel Linsen!"

Ita: „Für eine Schüssel Linsen? Lies noch mal genau. Esaw war ein erwachsener Mann, der genau wusste, was er tat. Er verkaufte die Bechora für einen Sack Gold — die Linsensuppe war nur das Geschäftsessen. Also finde ich: Jaakow hat die Beracha wirklich verdient."

Vraag aan jouFrage an dich

Wer von den vieren hat recht? Und: Warum durfte Esaw sich am Ende nicht beschweren, dass Jaakow die Beracha bekam?

Schabbat Schalom!

👪 Eine Aufgabe für die Woche: einmal etwas nicht sofort haben wollen — und am Schabbat erzählen, wie schwer das war.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 12.08.

Nederlands

Bechora en beracha

Het is vreemd: Ja'akov lijkt het bechora te kopen voor een bord linzen — en Esav verkoopt het. Hoe kan men nou een eerstgeboorterecht verkopen?

Het bechora was het recht om korbanot te brengen en de hele dag met geestelijke zaken bezig te zijn. Daar had Esav juist een hekel aan. Hij wilde het tegenovergestelde: gasjmioet — de dingen van deze wereld, zonder grenzen en zonder plichten. Roechnioet, het geestelijke, betekende niets voor hem.

Vlak voor de „deal" was Avraham gestorven. Ja'akov maakte een gerecht van linzen om zijn vader Jitschak een eerste se'oedat hawra'a aan te bieden — de eerste maaltijd voor een rouwende. Waarom juist linzen? De linze is rond. Zoals de linze draait de rouw als een rad door de wereld: hij komt bij ieder mens een keer langs.

Eerst raakte Esav de linzen niet aan. Want wie de rouwmaaltijd eet, zegt daarmee zonder woorden: ik geloof dat de ziel voortleeft, en ik geloof in de komende wereld, de Olam Haba. Precies dat geloofde Esav niet. Uiteindelijk at hij ze toch — er was niets anders in huis.

Toen Ja'akov zag hoe Esav het heilige minachtte, vroeg hij hem het bechora te verkopen. Esav antwoordde: „Ik ga toch snel sterven — waar heb ik het bechora voor nodig?"

De koopprijs was niet de soep. Ja'akov zegt uitdrukkelijk: „Verkoop mij vandaag het bechora" — en hij bood er een grote som geld voor. De linzen waren alleen het zakendiner bij de verkoop. Misschien waren ze de aanleiding — maar absoluut niet de prijs.

Toen Ja'akov later de beracha kreeg, kon Esav niet zeggen dat hij bedrogen was. Maar toen Jitschak aan Ja'akov ook aardse zegeningen meegaf — dauw van de hemel, vet van de aarde — werd Esav kwaad: deze wereld had hij toch juist gekocht, in ruil voor het offerrecht! Nu, meende hij, dreigde Ja'akov hem ook deze wereld af te nemen.

Alleen: dat was nooit onderdeel van de deal geweest.

↩ Namen zijn opdrachten — weet je nog? Ja'akov betekent ‚hiel': die er achteraan komt. Onthoud die naam; hij zal niet altijd blijven passen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de se'oedat hawra'a — de eerste maaltijd voor rouwenden — tot vandaag zo heet en tot vandaag gebracht wordt?
  • … de Chachamiem zeggen: de linze is rond als het rad van de rouw dat door de wereld draait?
  • … het bechora toen het recht was om korbanot te brengen — de oudste was de dienaar van het huis van G'd?
  • … bechora en beracha in het Ivriet dezelfde letters hebben — alleen de volgorde is anders?

Woord van de week:Wort der Woche: Ruchnijut & Gaschmijut

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ja'akov had de zegen van Jitschak gekregen. Esav werd vreselijk jaloers. Deze haat droeg Esav over aan zijn zoon Elifaz, die het als een familietraditie doorgaf: aan Amalek, aan Agag, aan Haman."

Channa: „Kennelijk komt er geen einde aan de stroom antisemitisme die door de geschiedenis gaat. En hij begint hier: aan Rivka werd al vóór de geboorte gezegd dat deze twee niet goed samen konden bestaan. Esav wilde het aardse leven, Ja'akov het Hemelse. — En weet je waar Amalek vandaan komt? Elifaz had een bijvrouw die Timna heette. Zij wilde joods worden! Ze ging naar onze Avot — maar die namen haar niet aan. Toen zei ze: liever een dienares bij dit volk dan een meesteres bij een ander volk. Haar zoon was Amalek. En de Talmoed geeft de reden waarom Amalek ons zoveel ellende bracht: omdat men Timna niet had mogen wegsturen."

Elisja: „Onbegrijpelijk, toch? Onze Avot probeerden juist iedereen bij het Jodendom te betrekken. En hier worden ze — heel zacht, heel voorzichtig — bekritiseerd. De Chachamiem spreken het uit: zacht, maar ze spreken het uit."

Batsheva: „De handelingen van de Avot zijn bepalend voor de geschiedenis van hun kinderen. Kijk hoe precies dat klopt: toen Esav merkte dat de beracha weg was, liet hij een luide en bittere schreeuw. En honderden jaren later, in Sjoesjan, toen Mordechai hoorde wat Haman besloten had, scheurde hij zijn kleren — en liet een luide en bittere schreeuw (Ester 4:1). Dezelfde woorden. De Midrasj zegt: „Ja'akov liet Esav vreselijk huilen" (27:34). Ja'akov kreeg dit terug in Sjoesjan — maat voor maat, bij de nakomelingen."

Vraag aan jouFrage an dich

Esav vroeg: „Waar heb ik het bechora voor nodig?" — en gaf iets onbetaalbaars weg. Wat is er in jouw leven een bechora: iets wat je voor geen goud zou mogen verkopen? Waaraan herken je zulke dingen — vóórdat je ze weggeeft?

Sjabbat Sjalom!

👪 Praat over de zin van Batsheva: onze daden vertellen door — nog bij de kleinkinderen. Welke daad uit uw familie werkt tot vandaag door?

Duits

Bechora und Beracha

Es klingt seltsam: Jaakow scheint die Bechora für eine Schüssel Linsen zu kaufen — und Esaw verkauft sie. Wie kann man ein Erstgeburtsrecht überhaupt verkaufen?

Die Bechora war das Recht, Korbanot zu bringen und den ganzen Tag dem Geistigen zu dienen. Genau das war Esaw zuwider. Er wollte das Gegenteil: Gaschmijut — die Dinge dieser Welt, ohne Grenzen und ohne Pflichten. Ruchnijut, das Geistige, bedeutete ihm nichts.

Kurz vor dem Handel war Awraham gestorben. Jaakow kochte Linsen, um seinem Vater Jizchak die erste Trauermahlzeit zu bringen — die Se'udat Hawra'a. Warum gerade Linsen? Die Linse ist rund. So wie die Linse rollt die Trauer als Rad durch die Welt: Sie kommt zu jedem Menschen einmal.

Zuerst rührte Esaw die Linsen gar nicht an. Denn wer die Trauermahlzeit isst, sagt damit ohne Worte: Ich glaube, dass die Seele weiterlebt, und ich glaube an die kommende Welt, die Olam haBa. Genau das glaubte Esaw nicht. Am Ende aß er sie trotzdem — es war nichts anderes im Haus.

Als Jaakow sah, wie sehr Esaw das Heilige geringschätzte, bat er ihn, die Bechora zu verkaufen. Esaw antwortete: „Ich werde sowieso bald sterben — wozu brauche ich die Bechora?"

Der Kaufpreis war nicht die Suppe. Jaakow sagt ausdrücklich: „Verkauf mir heute deine Bechora" — und er bot, so erklären es die Ausleger, eine große Summe Geld. Die Linsen waren nur das Geschäftsessen zum Abschluss. Vielleicht waren sie der Anlass — aber niemals der Preis.

Als Jaakow später die Beracha erhielt, konnte Esaw nicht behaupten, betrogen worden zu sein. Aber dann gab Jizchak Jaakow auch irdische Segnungen mit — Tau des Himmels, Fett der Erde. Da wurde Esaw zornig: Diese Welt hatte er sich doch gerade gekauft, im Tausch gegen das Opferrecht! Jetzt, meinte er, nehme Jaakow ihm auch noch diese Welt weg.

Nur: Das war nie Teil der Abmachung gewesen.

↩ Namen sind Aufträge — erinnerst du dich? Jaakow heißt ‚Ferse': der, der hinterhergeht. Halt den Namen fest; er wird nicht immer passen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Se'udat Hawra'a — die erste Mahlzeit für Trauernde — bis heute so heißt und bis heute gereicht wird?
  • … dass die Chachamim sagen: Die Linse ist rund wie das Rad der Trauer, das durch die Welt rollt?
  • … dass, wer die Bechora verkauft, damit zugleich das Recht auf die Beracha des Vaters verkauft? So steht es in seinem Mittelstufen-Blatt — dieselben Buchstaben, ein Paar.
  • … dass Bechora und Beracha im Hebräischen dieselben Buchstaben haben — nur die Reihenfolge ist anders?

Woord van de week:Wort der Woche: Ruchnijut & Gaschmijut — Ruchnijut — das Geistige. Gaschmijut — das Stoffliche. Beide gehören zum Leben; die Frage ist, welches von beiden bei dir das Sagen hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jaakow bekam den Segen — und Esaw wurde furchtbar eifersüchtig. Diesen Hass gab Esaw an seinen Sohn Elifas weiter, und der gab ihn weiter wie ein Familienerbstück: an Amalek, an Agag, an Haman."

Channa: „Es scheint kein Ende zu nehmen — dieser Strom von Judenhass durch die Geschichte. Und er beginnt hier: Schon vor der Geburt wurde Riwka gesagt, dass diese zwei nicht gut zusammen bestehen können. Esaw wollte das Irdische, Jaakow das Himmlische. — Und weißt du, woher Amalek kommt? Elifas hatte eine Nebenfrau namens Timna. Sie wollte Jüdin werden! Sie ging zu unseren Awot — aber die nahmen sie nicht an. Da sagte sie: Lieber Dienerin bei diesem Volk als Herrin bei einem anderen. Ihr Sohn war Amalek. Und der Talmud nennt den Grund, warum uns Amalek so viel Leid brachte: weil man Timna nicht hätte wegschicken dürfen."

Elischa: „Unglaublich, oder? Unsere Awot haben doch sonst jeden zum Judentum eingeladen. Und hier werden sie — ganz leise, ganz vorsichtig — kritisiert. Die Chachamim sprechen es aus: leise, aber sie sprechen es aus."

Batschewa: „Die Taten der Awot prägen die Geschichte ihrer Kinder. Schau, wie genau das stimmt: Als Esaw merkte, dass die Beracha fort war, schrie er einen großen und bitteren Schrei. Und viele hundert Jahre später, in Schuschan, als Mordechai von Hamans Plan erfuhr, zerriss er seine Kleider — und schrie einen großen und bitteren Schrei (Ester 4,1). Dieselben Worte. Der Midrasch sagt: ‚Jaakow ließ Esaw furchtbar weinen' (27,34) — und Jaakow bekam es in Schuschan zurück, Maß für Maß."

Vraag aan jouFrage an dich

Esaw fragte: „Wozu brauche ich die Bechora?" — und gab etwas Unbezahlbares her. Was ist in deinem Leben eine Bechora: etwas, das man für kein Gold der Welt verkaufen dürfte? Woran erkennt man solche Dinge, bevor man sie hergibt?

Schabbat Schalom!

👪 Sprechen Sie über Batschewas Satz: Unsere Taten erzählen weiter — noch bei den Enkeln. Welche Tat aus Ihrer Familie wirkt bis heute nach?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
7 · Vajeetsee Wajeze

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De steen op de bron

Lavan had twee dochters. Die dochters heetten Lea en Racheel.

Lea's ogen waren helemaal dof van het huilen. Zij had gehoord dat Rivka twee zonen had: Esav en Ja'akov. En Lea dacht dat zíj met Esav moest trouwen.

Maar Lea wilde dat niet. Zij had gehoord dat Esav een heel slechte man was. Daarom huilde Lea de hele tijd — omdat zij bang was dat zij met Esav moest trouwen.

Veel later kreeg Ja'akov twaalf zonen en een dochter. Die twaalf zonen zouden de sjevatiem worden: de stamvaders van het Joodse volk.

Toen Ja'akov in Charan aankwam, zag hij schaapherders bij een bron wachten. De opening van de bron was bedekt met een enorme steen.

Al het water in de omgeving was op dat moment vuil; niemand kon het drinken. De hele stad had maar één bron. En alleen met zijn allen samen konden de herders die zware steen wegrollen.

Ja'akov begon een gesprek met de herders en vroeg of zij Lavan kenden. Hij wilde meer weten over zijn aanstaande schoonvader.

Maar de herders dachten dat hij zomaar een praatje wilde maken en zeiden: „Als je iets wilt weten, spreek dan met Racheel — daar komt zij net aan met de schapen."

Racheel ging anders nooit met de schapen op pad. Maar Lavan had bijna al zijn schapen en geiten verloren en zijn herders moeten wegsturen. De paar dieren die er nog waren, hoedde Racheel zelf.

Ja'akov zag Racheel — en moest meteen huilen. Hij was arm geworden op zijn reis. Hij dacht aan Eliëser, die vroeger zijn moeder Rivka met veel sieraden had omhangen, en hij had niets.

En toen deed Ja'akov iets wat niemand verwachtte. Alsof hij een kurk uit een fles trok, rolde hij die enorme steen in zijn eentje van de bron.

Het water stroomde omhoog en liep over de rand — als een teken van zegen, omdat Ja'akov er was.

De herders stonden erbij en begrepen er niets van.

Maar Ja'akov wist iets wat zij niet wisten: dat Racheel later zijn vrouw zou worden. Daarom bleef hij zeven jaar bij Lavan werken om met haar te mogen trouwen — en die zeven jaar leken hem maar een paar dagen.

Eén bron voor de hele stad — en Ja'akov maakte haar open.

↩ Weet je nog waarom Ja'akov moest vluchten — ver weg, naar het land van zijn moeder? Hier is hij nu aangekomen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Ja'akov onderweg twaalf stenen als hoofdkussen neerlegde — en toen hij wakker werd, er nog maar één steen lag?
  • … de zon die avond twee uur te vroeg onderging, zodat Ja'akov juist op die bijzondere plaats moest overnachten?
  • … Ja'akov met zijn staf op de rivier de Jordaan sloeg — en er dwars doorheen kon trekken?
  • … op de plaats waar Ja'akov sliep, veel later het Beet hamikdasj zou staan — het grote heiligdom in Jeroesjalajiem?

Woord van de week:Wort der Woche: sjevatiem

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Heb je het gemerkt? Bij deze bron was niets toeval. Racheel ging anders toch nooit met de schapen op pad!"

Avigail: „Precies. Lavan was zijn kudden kwijtgeraakt — dat klinkt eerst verdrietig. Maar juist daarom stond Racheel die dag bij de bron. Hasjeem had haar naar Ja'akov gestuurd: zij zou toch zijn vrouw worden."

Eli: „En het water steeg vanzelf omhoog en liep over de rand. Ja'akov begreep het teken meteen: deze Racheel zou ooit zijn vrouw zijn. Hij kwam aan met lege handen — en Hasjeem had alles al voorbereid."

Vraag aan jouFrage an dich

Alle herders moesten de steen samen rollen. Waarom lukte het Ja'akov in zijn eentje wel?

Sjabbat Sjalom!

👪 Praat aan tafel: de hele stad had maar één bron — wat delen wij met z'n allen, en wie houdt het open?

Duits

Der Stein auf dem Brunnen

Lawan hatte zwei Töchter. Die eine hieß Lea, die andere Rachel.

Leas Augen waren ganz matt vom Weinen. Sie hatte gehört, dass Riwka zwei Söhne hatte: Esaw und Jaakow. Und Lea dachte, dass sie Esaw heiraten sollte.

Aber das wollte Lea nicht. Sie hatte gehört, dass Esaw ein sehr schlechter Mensch war. Darum weinte Lea immerzu — weil sie Angst hatte, dass sie Esaw heiraten müsste.

Viel später bekam Jaakow zwölf Söhne und eine Tochter. Diese zwölf Söhne wurden die Schewatim: die Stammväter des jüdischen Volkes.

Als Jaakow nach Charan kam, sah er Hirten an einem Brunnen warten. Auf der Öffnung des Brunnens lag ein riesiger Stein.

Alles Wasser in der Gegend war damals schmutzig; niemand konnte es trinken. Die ganze Stadt hatte nur diesen einen Brunnen. Und nur alle zusammen konnten die Hirten den schweren Stein wegrollen.

Jaakow kam mit den Hirten ins Gespräch und fragte, ob sie Lawan kannten. Er wollte mehr über ihn erfahren: Lawan sollte ja sein Schwiegervater werden.

Doch die Hirten dachten, er wolle bloß ein wenig plaudern. „Wenn du etwas wissen willst", sagten sie, „sprich mit Rachel — da kommt sie gerade mit den Schafen."

Rachel ging sonst nie mit den Schafen hinaus. Aber Lawan hatte fast alle seine Schafe und Ziegen verloren und hatte seine Hirten wegschicken müssen. Die paar Tiere, die noch übrig waren, hütete Rachel selbst.

Jaakow sah Rachel — und musste auf einmal weinen. Er war arm geworden auf seiner Reise. Er dachte an Eliëser, der seiner Mutter Riwka damals so viele Schmuckstücke umgehängt hatte — und er selbst hatte nichts.

Und dann tat Jaakow etwas, das niemand erwartet hätte. Als zöge er einen Korken aus der Flasche, rollte er den riesigen Stein ganz allein vom Brunnen.

Das Wasser stieg empor und lief über den Rand — wie ein Zeichen des Segens, weil Jaakow da war.

Die Hirten standen dabei und verstanden gar nichts.

Aber Jaakow wusste etwas, das sie nicht wussten: dass Rachel später seine Frau werden würde. Darum blieb er sieben Jahre bei Lawan und arbeitete, um sie heiraten zu dürfen — und die sieben Jahre kamen ihm vor wie ein paar Tage.

Ein Brunnen für die ganze Stadt — und Jaakow machte ihn auf.

↩ Weißt du noch, warum Jaakow fliehen musste — weit fort, ins Land seiner Mutter? Hier ist er nun angekommen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jaakow unterwegs zwölf Steine als Kopfkissen hinlegte — und als er aufwachte, war daraus ein einziger Stein geworden?
  • … dass die Sonne an jenem Abend zwei Stunden zu früh unterging, damit Jaakow genau an diesem besonderen Ort schlafen musste?
  • … dass Jaakow mit seinem Stab auf den Fluss Jordan schlug — und mitten hindurchziehen konnte?
  • … dass an dem Ort, wo Jaakow schlief, viel später der Bet haMikdasch stehen würde — das große Heiligtum in Jeruschalajim?

Woord van de week:Wort der Woche: sjevatiem — Schewatim heißt Stämme. Zwölf Brüder, zwölf Stämme — zusammen ein Volk.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Habt ihr es gemerkt? An diesem Brunnen war gar nichts Zufall. Rachel ging doch sonst nie mit den Schafen hinaus!"

Avigail: „Genau. Lawan hatte seine Herden verloren — das klingt erst einmal traurig. Aber gerade darum stand Rachel an diesem Tag am Brunnen. Haschem hatte sie zu Jaakow geschickt: Sie sollte ja seine Frau werden."

Eli: „Und das Wasser stieg von ganz allein und lief über den Rand. Jaakow verstand das Zeichen sofort: Diese Rachel würde einmal seine Frau sein. Er kam mit leeren Händen an — und Haschem hatte schon alles vorbereitet."

Vraag aan jouFrage an dich

Alle Hirten mussten den Stein zusammen rollen. Warum gelang es Jaakow ganz allein?

Schabbat Schalom!

👪 Sprechen Sie am Tisch: Die ganze Stadt hatte nur einen Brunnen — was teilen bei uns alle miteinander, und wer hält es offen?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De ladder tot in de hemel

Rivka, de moeder van Ja'akov en Esav, had de plannen van Esav door. Zij wist dat Esav Ja'akov wilde doden, omdat hij de beracha van vader Jitschak had gekregen.

Daarom stuurde Rivka Ja'akov naar haar broer Lavan. Haar broer woonde ver weg — zo kon Ja'akov Esavs woede ontlopen. Jitschak gaf hem heel veel goud en zilver mee. Hij wilde dat Ja'akov een vrouw zou trouwen uit zijn eigen familie: een dochter van Lavan. En Ja'akov vertrok.

Maar Esav riep zijn zoon Elifaz. Die was zojuist dertien jaar geworden en was net als zijn vader een goede jager. Esav gaf Elifaz de opdracht om Ja'akov te vermoorden en al zijn bezittingen te roven. Bij de stad Sjechem, niet ver van de grens van Kena'an, werd Ja'akov ingehaald.

Ja'akov begreep dat Elifaz hem wilde doden, maar zei: „Neem alles wat mijn ouders mij gegeven hebben — maar dood mij niet. Een arme wordt beschouwd als een dode. Pak al mijn goud en zilver maar. Dan heb je gedaan wat je vader je opgedragen heeft." Ja'akov bleef helemaal arm achter. Hij had geen cent meer en moest nog een hele reis maken — het enige dat hij nog had, was de stok in zijn hand.

Met zijn staf trok Ja'akov de rivier de Jordaan over. Eerst stond hij te twijfelen voor de rivier: hij kon er niet overheen. Toen zei Hasjeem: „Sla de rivier met je staf — dan kan je er doorheen trekken."

Toen Ja'akov aangekomen was in Charan, herinnerde hij zich dat hij Beet Eel gepasseerd was — zonder er te davvenen, zoals zijn voorouders daar gedavvend hadden. Hij draaide zich om en keerde terug naar Beet Eel. Dat duurde niet lang, want Ja'akov had hulp van Hasjeem bij het reizen. Nadat Ja'akov gedavvend had, zei Hasjeem dat hij wilde dat Ja'akov daar zou overnachten. De zon ging direct onder: de nacht begon twee uur te vroeg. Ja'akov moest dus overnachten op deze plaats — de plaats waar later de Tempel zou staan.

Ja'akov nam twaalf stenen en legde ze als hoofdkussen neer. Hij hoopte dat alle stenen samen één steen zouden worden. „Hasjeem heeft Zijn Naam verbonden met mijn grootvader Avraham en mijn vader Jitschak. Als deze twaalf stenen één worden, dan weet ik dat Hasjeem Zijn Naam ook aan mij zal verbinden." Toen hij wakker werd, zag hij één steen liggen — en hij begreep dat hij een grote toekomst tegemoet ging.

Die nacht had Ja'akov een droom. Een enorme ladder reikte tot in de hemel. De hele tijd stegen er Engelen op de ladder en daalden ze er weer van af. Dit waren de Beschermengelen van de grote wereldrijken: Babylonië, Medië, Griekenland en Rome — dat is Edom. Die grote rijken zouden de Joden niet altijd even aardig behandelen. Aan de hoogte die een Beschermengel op de ladder bereikte, kon je zien hoe lang zijn rijk zou heersen.

Zeventig treden hoog kwam de Engel van Babylonië — daarna stortte hij ter aarde. Zeventig jaar zou de Babylonische heerschappij duren. De Beschermengel van Medië steeg 52 treden op en viel daarna naar beneden. Die van Griekenland 180 treden — maar ook hij hield het niet vol. Maar de Beschermengel van Rome, van Edom, steeg bijna de hemel in. Ja'akov was bang dat hij nooit meer naar beneden zou vallen. Maar Hasjeem zei: „Wees niet bang. Ook al zal hij Mij naderen — Ik zal hem naar beneden werpen. Als jij de ladder bestijgt, Ja'akov, dan zal je niet naar beneden vallen."

Maar Ja'akov was bang. Hij ging de ladder niet op. En Hasjeem zei: „Omdat jij niet op de ladder geklommen bent, moet je lijden onder de vier grote rijken, die zullen heersen over het volk dat uit jou voort zal komen." Ja'akov reageerde geschokt: „Duurt dit dan eeuwig?" G'd antwoordde: „Wees niet bang, Ja'akov, want Ik zal je redden. Van alle plaatsen waar jullie als gevangenen heen gaan, zal Ik jullie terughalen. De heidenen die jullie vervolgen zal Ik straffen — want jullie zullen gered worden door de tsedaka."

↩ Weet je nog van het bord linzen — en hoe kwaad Esav werd toen de beracha weg was? Precies daar begint dit hoofdstuk.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … andere Chagamiem vertellen dat de twaalf stenen vochten om de eer om onder het hoofd van Ja'akov te mogen liggen — en dat Hasjeem ze één maakte om aan alle partijen tegemoet te komen?
  • … de splitsing van de Jordaan een voorproefje was? Veel later trokken de Bnee Jisra'eel, op weg van Egypte naar Erets Jisra'eel, weer door de Jordaan — en weer spleet het water.
  • … de twee uur die de zon te vroeg onderging, later werden ingehaald? Toen Ja'akov jaren daarna met een pijnlijke heup terugkeerde, liet Hasjeem de zon extra voor hem schijnen — en die genas hem.
  • … Beet Eel „huis van G'd" betekent — en dat de voorouders van Ja'akov juist daar gedavvend hadden?

Woord van de week:Wort der Woche: tsedaka — Woord van de week: tsedaka — geven aan wie het nodig heeft. Hasjeem beloofde: jullie zullen gered worden door de tsedaka.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Elk rijk steeg — en elk rijk viel. Zeventig treden, 52, 180. De treden waren jaren: wat zo hoog klimt, houdt een keer op."

Ariella: „Alleen bij Edom hield Ja'akov zijn adem in: die Engel steeg en steeg, bijna de hemel in. Maar Hasjeem zei: ook al zal hij Mij naderen — Ik zal hem naar beneden werpen. Geen rijk klimt hoger dan Hasjeem het laat."

Chaim: „En toch begrijp ik Ja'akov. Ik zou ook niet op zo'n ladder durven klimmen! Maar het doet mij pijn wat er daarna kwam: omdat hij niet klom, moesten zijn kinderen lijden onder de vier rijken."

Eli: „Lees het einde nog eens. De droom eindigt niet met angst. Hasjeem beloofde: Ik haal jullie terug, van alle plaatsen. En gered worden jullie — door de tsedaka."

Vraag aan jouFrage an dich

De Beschermengelen klommen hoog — en vielen allemaal. Maar tegen Ja'akov zei Hasjeem: „Als jij klimt, val je niet." Wat is het verschil?

Sjabbat Sjalom!

👪 Praat over de laatste zin van de droom — gered door de tsedaka: waar heeft uw gezin deze week een stukje wereld gedragen?

Duits

Die Leiter bis in den Himmel

Riwka, die Mutter von Jaakow und Esaw, durchschaute Esaws Pläne. Sie wusste: Esaw wollte Jaakow töten, weil der die Beracha von Vater Jizchak bekommen hatte.

Darum schickte Riwka Jaakow zu ihrem Bruder Lawan. Der wohnte weit fort — dort konnte Jaakow Esaws Zorn entkommen. Jizchak gab ihm viel Gold und Silber mit. Und er wünschte sich, dass Jaakow eine Frau aus der eigenen Familie heiraten würde: eine Tochter von Lawan. So zog Jaakow los.

Esaw aber rief seinen Sohn Elifas. Der war gerade dreizehn Jahre alt geworden und jagte so gut wie sein Vater. Esaw befahl Elifas, Jaakow zu töten und ihm alles zu rauben. Bei der Stadt Schechem, nicht weit von der Grenze Kena'ans, holte Elifas ihn ein.

Jaakow begriff, was Elifas vorhatte. Da sagte er: „Nimm alles, was meine Eltern mir gegeben haben — aber töte mich nicht. Ein Armer gilt ja wie ein Toter. Nimm mein Gold und mein Silber. Dann hast du getan, was dein Vater dir aufgetragen hat." So blieb Jaakow ganz arm zurück. Er hatte keine Münze mehr, und vor ihm lag noch die ganze Reise — das Einzige, was er noch besaß, war der Stab in seiner Hand.

Mit diesem Stab zog Jaakow über den Fluss Jordan. Erst stand er zögernd am Ufer: Da kam er nicht hinüber. Doch Haschem sagte: „Schlag mit deinem Stab auf den Fluss — dann kannst du hindurchziehen."

Als Jaakow in Charan ankam, fiel ihm ein, dass er an Bet-El vorbeigegangen war — ohne dort zu davvenen, wie seine Vorväter dort gedavvent hatten. Er kehrte um und ging zurück nach Bet-El. Lange dauerte das nicht, denn Haschem half ihm beim Reisen. Als Jaakow gedavvent hatte, sagte Haschem, er solle hier übernachten. Und die Sonne sank auf der Stelle: Die Nacht begann zwei Stunden zu früh. So musste Jaakow an diesem Ort schlafen — an dem Ort, wo später der Tempel stehen würde.

Jaakow nahm zwölf Steine und legte sie als Kopfkissen hin. Er hoffte, dass alle Steine zusammen ein einziger Stein würden. „Haschem hat Seinen Namen mit meinem Großvater Awraham verbunden und mit meinem Vater Jizchak. Wenn diese zwölf Steine eins werden, dann weiß ich: Haschem verbindet Seinen Namen auch mit mir." Als er aufwachte, lag da ein einziger Stein — und Jaakow verstand, dass er einer großen Zukunft entgegenging.

In jener Nacht hatte Jaakow einen Traum. Eine gewaltige Leiter reichte bis in den Himmel. Unaufhörlich stiegen Engel die Leiter hinauf und wieder hinab. Es waren die Schutzengel der großen Weltreiche: Babylonien, Medien, Griechenland und Rom — das ist Edom. Diese Reiche würden die Juden nicht immer freundlich behandeln. An der Höhe, die ein Schutzengel auf der Leiter erreichte, konnte man sehen, wie lange sein Reich herrschen würde.

Siebzig Stufen stieg der Engel von Babylonien — dann stürzte er zur Erde. Siebzig Jahre würde die Herrschaft Babyloniens dauern. Der Schutzengel von Medien stieg 52 Stufen und fiel. Der von Griechenland 180 — doch auch er hielt sich nicht. Aber der Schutzengel von Rom, von Edom, stieg und stieg, fast bis in den Himmel hinein. Jaakow bekam Angst, dass dieser nie mehr fallen würde. Doch Haschem sagte: „Fürchte dich nicht. Auch wenn er bis zu Mir heraufkommt — Ich werfe ihn hinab. Wenn aber du die Leiter besteigst, Jaakow, dann wirst du nicht fallen."

Doch Jaakow hatte Angst. Er stieg nicht auf die Leiter. Da sagte Haschem: „Weil du die Leiter nicht erklommen hast, wirst du leiden unter den vier großen Reichen. Sie werden herrschen über das Volk, das aus dir kommt." Jaakow erschrak: „Dauert das denn ewig?" G'tt antwortete: „Hab keine Angst, Jaakow, denn Ich werde dich retten. Von allen Orten, wohin man euch als Gefangene bringt, hole Ich euch zurück. Die Völker, die euch verfolgen, werde Ich strafen — denn ihr werdet gerettet werden durch die Zedaka."

↩ Erinnerst du dich an die Schüssel Linsen — und wie zornig Esaw wurde, als die Beracha fort war? Genau dort fängt dieses Kapitel an.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass andere Chachamim erzählen, die zwölf Steine hätten sich um die Ehre gestritten, unter Jaakows Kopf liegen zu dürfen — und Haschem machte sie zu einem einzigen Stein, damit alle zufrieden waren?
  • … dass die Teilung des Jordan ein Vorgeschmack war? Viel später zogen die Bnej Jisrael auf dem Weg von Ägypten nach Erez Jisrael wieder durch den Jordan — und wieder teilte sich das Wasser.
  • … dass die zwei Stunden, die die Sonne zu früh unterging, später zurückgegeben wurden? Als Jaakow Jahre danach mit schmerzender Hüfte heimkehrte, ließ Haschem die Sonne extra für ihn scheinen — und sie heilte ihn.
  • … dass Bet-El „Haus G'ttes" bedeutet — und dass schon Jaakows Vorväter genau dort gedavvent hatten?

Woord van de week:Wort der Woche: tsedaka — Zedaka — geben, was dem anderen zusteht. Haschem versprach: Gerettet werdet ihr durch die Zedaka.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jedes Reich stieg — und jedes fiel. Siebzig Stufen, 52, 180. Die Stufen waren Jahre: Was so hoch hinaufsteigt, hat ein Ende."

Ariella: „Nur bei Edom hielt Jaakow den Atem an: Der Engel stieg und stieg, fast bis in den Himmel. Aber Haschem sagte: Auch wenn er bis zu Mir kommt — Ich werfe ihn hinab. Kein Reich klettert höher, als Haschem es lässt."

Chaim: „Und trotzdem verstehe ich Jaakow. Ich hätte mich auch nicht getraut, auf so eine Leiter zu steigen! Aber es tut mir weh, was danach kam: Weil er nicht stieg, mussten seine Kinder unter den vier Reichen leiden."

Eli: „Lies den Schluss noch einmal. Der Traum hört nicht mit der Angst auf. Haschem versprach: Ich hole euch zurück, von überall. Und gerettet wird — durch die Zedaka."

Vraag aan jouFrage an dich

Die Schutzengel stiegen hoch — und fielen alle. Zu Jaakow aber sagte Haschem: „Wenn du steigst, fällst du nicht." Was ist der Unterschied?

Schabbat Schalom!

👪 Sprechen Sie über den letzten Satz des Traums — gerettet durch die Zedaka: Wo hat Ihre Familie diese Woche ein Stück Welt getragen?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De poort van de Hemel

In die nacht op weg naar Charan droomde Ja'akov van een ladder die op de aarde stond en tot aan de hemel reikte — Engelen klommen erop omhoog en daalden weer af. Er zit nog veel meer betekenis in de droom van Ja'akov over die ladder. De ladder stond op de plaats waar later het Beet hamikdasj zou staan — in Jeroesjalajiem.

De ladder die tot in de hemel reikt, duidt op de korbanot: de offers die hier op aarde gebracht worden. En de opstijgende en de afdalende Engelen zijn de kohaniem — zoals die het altaar opklimmen en er weer van afdalen.

Hasjeem, G'd, Die in de droom van Ja'akov boven aan de ladder stond, is Dezelfde als Die de profeet Amos veel later boven het mizbe'ach, het altaar, zag staan.

Ja'akov begreep dat zijn kinderen en kleinkinderen door de verdienste van de korbanot zouden blijven bestaan. Wij kunnen tegenwoordig geen korbanot meer brengen — maar we lezen de korbanot nog steeds bij sjachariet. We denken er dus nog steeds aan.

Uiteindelijk verdwenen alle visioenen van Engelen uit de droom, en Hasjeem Zelf openbaarde Zich boven aan de ladder: „Ik ben de G'd van je vader Avraham en van je vader Jitschak. Het land waarop je ligt zal van jou zijn en voor jouw nakomelingen."

Het was alsof het hele land Israël onder Ja'akov werd opgevouwen — als symbool van zijn eigendom van Israël. Hij en zijn kinderen en kleinkinderen zouden Israël krijgen, zoals we vandaag de dag zien.

Hasjeem beloofde Ja'akov dat zijn afstammelingen zouden zijn als het stof van de aarde. Net zoals de aarde de basis vormt van deze wereld, zijn de Bnee Jisra'eel de basis van deze wereld — omdat zij de Tora in stand houden.

Hasjeem beloofde Ja'akov verder hem overal te beschermen: in het huis van Lavan, waar hij de hele tijd door zijn schoonvader Lavan bedrogen werd — én in Sjechem, toen zijn dochter Dina daar aangevallen werd door Chamor, de prins van Sjechem.

Ja'akov had dus een hele bijzondere droom op de Tempelberg, de berg Moria — waar later het Beet hamikdasj zou staan. Ja'akov begreep dat de Sjechina van Hasjeem op de berg Moria aanwezig was. Het is de poort van de Hemel, waardoor alle gebeden naar boven gaan. Wanneer je daar davvent, is het alsof je voor de Hemelse troon staat.

Daarom is die plaats zo bijzonder.

↩ Weet je nog wat het bechora was? Het recht om korbanot te brengen. In deze nacht ziet Ja'akov waar de korbanot thuishoren.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Hasjeem Ja'akov bij de bron van Charan — daar waar hij Racheel voor het eerst zag — toonde dat zij vroeg zou sterven, en dat Lea naast hem begraven zou worden in de Machpela, maar Racheel niet?
  • … Ja'akov zeven jaar voor Racheel werkte — en die jaren hem leken als een paar dagen?
  • … de twaalf zonen van Ja'akov de sjevatiem werden, de stamvaders — en het volk tot vandaag heet naar zijn tweede naam: Jisra'eel?
  • … de twaalf stenen onder het hoofd van Ja'akov één steen werden? Voor Ja'akov was dat het teken dat Hasjeem Zijn Naam — zoals bij Avraham en Jitschak — ook aan hem zou verbinden.

Woord van de week:Wort der Woche: Sjechina — Woord van de week: Sjechina — de aanwezigheid van Hasjeem. Op de berg Moria was de Sjechina aanwezig; daarom gaan daar alle gebeden naar boven.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Je kunt de droom van Ja'akov ook op een andere manier begrijpen. De ladder — dat is de berg Sinai! De berg stond in vuur en vlam, tot in de Hemel. Ja'akov zag in een visioen dat zijn afstammelingen aan de voet van de berg Sinai zouden staan. En de Engelen? Dat waren Mosjee en Aharon. Beiden beklommen zij de berg. Aharon bleef op de berg — Mosjee besteeg de Hemel om de Loechot in ontvangst te nemen, de Stenen Tafelen. En daarna brachten ze beiden de Tora naar beneden, naar de mensen."

Jair: „En er is nog een derde uitleg. De Engelen die naar boven klommen, waren de Engelen die Ja'akov in Erets Jisra'eel tot de grens begeleid hadden. Ja'akov stond op het punt om het land te verlaten. Zijn Engelen van het land stegen terug de Hemel in — en in hun plaats kwamen er Beschermengelen voor buiten het land naar beneden. Een wisseling van de wacht, precies op de grens."

Avigail: „Drie verklaringen voor één ladder: de korbanot, de Sinai, de wisseling van de Engelen. En geen enkele verdringt de andere. Misschien is dat nou juist een droom van Hasjeem: zo'n droom heeft meer dan één bodem."

Vraag aan jouFrage an dich

Drie verklaringen, één ladder — welke zou jij tegenspreken, en waarom? En als je de dromer zelf één vraag mocht stellen: hoe zou jouw vraag luiden?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over het davvenen: waar voelt het voor u als voor een open poort — en wat helpt op dagen dat de poort dicht lijkt?

Duits

Das Tor des Himmels

In jener Nacht auf dem Weg nach Charan träumte Jaakow von einer Leiter, die auf der Erde stand und bis an den Himmel reichte — Engel stiegen auf ihr hinauf und hinab. In Jaakows Traum von der Leiter steckt noch viel mehr. Die Leiter stand an dem Ort, wo später der Bet haMikdasch stehen würde — das Heiligtum in Jeruschalajim.

Die Leiter, die bis in den Himmel reicht, deutet auf die Korbanot: die Opfer, die hier auf der Erde gebracht werden. Und die Engel, die aufsteigen und hinabsteigen, sind die Kohanim — so wie sie zum Altar hinaufgehen und wieder von ihm herabkommen.

Oben an der Leiter stand Haschem. Und derselbe Haschem zeigte sich viel später dem Propheten Amos — stehend über dem Misbeach, dem Altar.

Jaakow verstand: Seine Kinder und Kindeskinder würden durch das Verdienst der Korbanot bestehen bleiben. Wir können heute keine Korbanot mehr bringen — aber wir lesen sie noch immer bei Schacharit, im Morgengebet. Wir denken also bis heute an sie.

Zuletzt verschwanden alle Engel aus dem Traum, und Haschem selbst offenbarte Sich oben an der Leiter: „Ich bin der G'tt deines Vaters Awraham und der G'tt Jizchaks. Das Land, auf dem du liegst, wird dir gehören und deinen Nachkommen."

Es war, als würde das ganze Land Israel unter Jaakow zusammengefaltet — als Zeichen, dass es sein Eigentum sein würde. Er und seine Kinder und Kindeskinder würden Israel bekommen, wie wir es heute sehen.

Haschem versprach Jaakow, dass seine Nachkommen sein würden wie der Staub der Erde. So wie die Erde der Grund dieser Welt ist, sind die Bnej Jisrael der Grund der Welt — weil sie die Tora aufrechterhalten.

Und Haschem versprach, Jaakow überall zu beschützen. Im Haus von Lawan, wo sein Schwiegervater ihn immer wieder betrügen würde. Und später in Schechem, als seine Tochter Dina dort von Chamor, dem Prinzen von Schechem, angegriffen wurde.

Jaakow hatte diesen besonderen Traum also auf dem Tempelberg, dem Berg Moria — dort, wo später der Bet haMikdasch stehen würde. Jaakow verstand, dass die Schechina Haschems auf dem Berg Moria gegenwärtig war. Dieser Berg ist das Tor des Himmels, durch das alle Gebete nach oben steigen. Wer dort davvent, steht wie vor dem himmlischen Thron.

Darum ist dieser Ort so besonders.

↩ Weißt du noch, was die Bechora war? Das Recht, Korbanot zu bringen. In dieser Nacht sieht Jaakow, wohin die Korbanot gehören.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem Jaakow am Brunnen von Charan — dort, wo er Rachel zum ersten Mal sah — zeigte, dass sie früh sterben würde, und dass Lea neben ihm in der Höhle Machpela begraben werden würde, Rachel aber nicht?
  • … dass Jaakow sieben Jahre für Rachel arbeitete — und sie ihm vorkamen wie ein paar Tage?
  • … dass Jaakows zwölf Söhne die Schewatim wurden, die Stammväter — und das Volk bis heute nach seinem zweiten Namen heißt: Jisrael?
  • … dass die zwölf Steine unter Jaakows Kopf zu einem einzigen wurden? Für Jaakow war das das Zeichen, dass Haschem Seinen Namen — wie bei Awraham und Jizchak — auch mit ihm verbinden würde.

Woord van de week:Wort der Woche: Sjechina — Schechina — Haschems Gegenwart, Sein Wohnen bei uns. Auf dem Berg Moria war die Schechina gegenwärtig; darum steigen dort alle Gebete auf.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Man kann Jaakows Traum auch anders verstehen. Die Leiter — das ist der Berg Sinai! Der Berg stand in Feuer und Flammen, bis in den Himmel hinein. Jaakow sah in einem Gesicht, dass seine Nachkommen einmal am Fuß des Berges Sinai stehen würden. Und die Engel? Das waren Mosche und Aharon. Beide stiegen den Berg hinauf. Aharon blieb auf dem Berg — Mosche stieg weiter, in den Himmel, um die Luchot in Empfang zu nehmen, die steinernen Tafeln. Und danach brachten beide die Tora nach unten, zu den Menschen."

Jair: „Und es gibt noch eine dritte Erklärung. Die Engel, die hinaufstiegen, waren die Engel, die Jaakow in Erez Jisrael bis an die Grenze begleitet hatten. Jaakow stand ja im Begriff, das Land zu verlassen. Seine Engel des Landes stiegen zurück in den Himmel — und an ihrer Stelle kamen Schutzengel für draußen herab. Eine Wachablösung an der Grenze."

Avigail: „Drei Erklärungen für eine einzige Leiter: die Korbanot, der Sinai, der Wechsel der Engel. Und keine verdrängt die andere. Vielleicht ist genau das ein Traum von Haschem: So ein Traum hat mehr als einen Boden."

Vraag aan jouFrage an dich

Drei Erklärungen, eine Leiter — welcher würdest du widersprechen, und warum? Und wenn du dem Träumer selbst eine einzige Frage stellen dürftest: Wie würde deine Frage lauten?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind vom Davvenen: Wo fühlt es sich für Sie an wie vor einem offenen Tor — und was hilft an Tagen, an denen das Tor verschlossen scheint?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
8 · Vajisjlach Wajischlach

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De omhelzing

Na twintig jaar hard werken in het huis van Lavan, begint Ja'akov aan de reis naar huis. Toen hij vertrok bij zijn ouders was hij helemaal alleen. Maar nu kwam hij terug met vier vrouwen, twaalf kinderen, geiten, schapen, koeien en kamelen.

Onderweg kwamen boodschappers Ja'akov vertellen dat Esav met vierhonderd gewapende mannen onderweg naar hem toe was. Ja'akov werd heel erg zenuwachtig. Maar hij had een plannetje. Hij verdeelde zijn vrouwen, kinderen en dieren in twee groepen. Als Esav de ene groep zou aanvallen, dan zou de andere groep kunnen vluchten.

Ja'akov davvende tot Hasjeem en vroeg om Zijn bescherming. Ook maakte Ja'akov wapens klaar voor het geval dat hij zou moeten vechten. Maar hij wilde eigenlijk alleen maar vrede met Esav. Daarom stuurde hij de volgende dag een groot cadeau van schaapjes, geitjes, kamelen en ezels voor zijn broer Esav. Hij hoopte dat de cadeaus zijn broer Esav veel minder kwaad zouden maken.

De nacht voor de ontmoeting bleef Ja'akov in het kamp. Het cadeau was al vooruitgestuurd — kudde na kudde, met ruimte ertussen.

Toen kwam de dag. Ja'akov keek op: daar kwam Esav, en met hem vierhonderd mannen. Ja'akov ging zelf voorop, als eerste, vóór zijn hele familie. Zeven keer boog hij diep voor zijn broer.

Ja'akov hield zijn hoofd gebogen. Hij hoorde voetstappen — snelle voetstappen. Esav rende. Maar niet om te vechten: hij omhelsde Ja'akov, viel hem om de hals en kuste hem. En ze huilden allebei.

„Wie zijn al die mensen bij jou?“, vroeg Esav. „De kinderen die Hasjeem mij gegeven heeft“, zei Ja'akov. „En al die dieren die ik onderweg tegenkwam?“ „Die zijn mijn cadeau voor jou.“ „Ik heb zelf genoeg, mijn broer“, zei Esav. „Houd maar wat van jou is.“ Maar Ja'akov bleef vragen, net zo lang tot Esav het cadeau aannam.

„Kom“, zei Esav, „laten we samen verder reizen.“ Maar Ja'akov antwoordde: „De kinderen zijn nog klein, en veel dieren hebben jonkies. Wij lopen langzaam. Ga jij maar vooruit — wij komen rustig achter je aan.“

Daar stonden ze: twee broers. Zo veel jaren was Esav kwaad geweest. Nu was de ruzie voorbij. Esav ging terug naar zijn eigen land — en Ja'akov reisde rustig verder, naar huis.

↩ Weet je nog hoe Ja'akov na de ruzie om de beracha moest vluchten — ver weg, naar het land van zijn moeder? Twintig jaar heeft hij daar bij Lavan gewerkt. Nu gaat hij naar huis.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Ja'akov 97 jaar oud was toen hij terugging naar zijn ouders, Jitschak en Rivka, in Israël?
  • … Ja'akov 12 zoons en één dochter had — en dat ze Dina heette?
  • … Dina ontvoerd werd door prins Sjechem van het stadje Sjechem — en dat Sjechem met haar wilde trouwen?
  • … Sjimon en Levi toen Dina bevrijd hebben uit het paleis van Sjechem?

Woord van de week:Wort der Woche: Wajischlach — Vajisjlach betekent: ‚En hij stuurde.' Ja'akov stuurde boodschappers vooruit naar zijn broer — hij zette de eerste stap.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Elk woord in de Tora heeft betekenis. Ja'akov liet tegen Esav zeggen: ‚Ik heb bij Lavan gewoond.' Daarmee bedoelde hij: ik heb daar de 613 mitsvot gehouden — en geen van de slechte gewoonten van Lavan overgenomen.“

Ariella: „Ja'akov stuurde een prachtig cadeau aan Esav: 220 geitjes, 220 schaapjes, 60 kamelen, 50 koeien en 30 ezels. Ja'akov was erg bang voor Esav.“

Channa: „Eerder had Ja'akov de beracha — de zegen van de vader — van Jitschak gekregen, toen hij zich verkleed had als Esav. Dat vond Esav natuurlijk niet leuk, want hij wilde die beracha zelf hebben. Uiteindelijk kreeg Esav wel een eigen beracha van zijn vader, maar toch voelde hij zich genept. Hij bleef boos. Ja'akov wist dat — en probeerde Esav goed te stemmen met die grote kudde.“

Vraag aan jouFrage an dich

Esav kwam met vierhonderd mannen. En toen? Toen omhelsde hij zijn broer. Hoe zou Ja'akov zich op dat moment gevoeld hebben?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag bij het slapengaan: met wie heb jij op school een keer ruzie gehad — en wat heeft geholpen om weer met elkaar te praten?

Duits

Die Umarmung

Zwanzig Jahre lang hatte Jaakow bei Lawan hart gearbeitet — jetzt endlich ging es nach Hause. Als er damals von seinen Eltern fortzog, war er ganz allein. Und nun? Nun kehrte er zurück mit vier Frauen und zwölf Kindern, mit Ziegen und Schafen, mit Kühen und Kamelen.

Unterwegs kamen Boten zu Jaakow. Sie brachten eine Nachricht, die ihn erschreckte: Esaw ist unterwegs zu dir — mit vierhundert bewaffneten Männern! Jaakow wurde sehr unruhig. Aber er hatte einen Plan. Er teilte seine Frauen, Kinder und Tiere in zwei Gruppen. Wenn Esaw die eine Gruppe angreift, kann die andere fliehen.

Dann davvente Jaakow zu Haschem und bat um Seinen Schutz. Auch Waffen legte er bereit — falls er doch kämpfen müsste. Aber eigentlich wollte er nur eines: Frieden mit Esaw. Darum schickte er seinem Bruder am nächsten Tag ein großes Geschenk voraus: Schafe und Ziegen, Kamele und Esel. Er hoffte, dass Esaw dann nicht mehr so böse wäre.

Die Nacht vor der Begegnung blieb Jaakow im Lager. Das Geschenk zog schon voraus — Herde um Herde, mit Abstand dazwischen.

Dann kam der Tag. Jaakow blickte auf: Da kam Esaw, und mit ihm vierhundert Männer. Jaakow ging selbst voran, als Erster, vor seiner ganzen Familie. Siebenmal verneigte er sich tief vor seinem Bruder.

Jaakow hielt den Kopf gesenkt. Er hörte Schritte — schnelle Schritte. Esaw rannte. Aber nicht, um zu kämpfen: Er umarmte Jaakow, fiel ihm um den Hals und küsste ihn. Und beide weinten.

„Wer sind all die Menschen bei dir?“, fragte Esaw. „Die Kinder, die Haschem mir geschenkt hat“, sagte Jaakow. „Und all die Tiere, die mir entgegenkamen?“ „Die sind mein Geschenk für dich.“ „Ich habe selbst genug, mein Bruder“, sagte Esaw. „Behalte, was dir gehört.“ Aber Jaakow bat und bat, bis Esaw das Geschenk annahm.

„Komm“, sagte Esaw, „lass uns zusammen weiterreisen.“ Aber Jaakow antwortete: „Die Kinder sind noch klein, und viele Tiere haben Junge. Wir gehen langsam. Zieh du voraus — wir kommen in Ruhe nach.“

Da standen sie: zwei Brüder. So viele Jahre war Esaw zornig gewesen. Jetzt war der Streit vorbei. Esaw zog zurück in sein Land — und Jaakow reiste ruhig weiter, nach Hause.

↩ Erinnerst du dich, wie Jaakow nach dem Streit um die Beracha fliehen musste — weit fort, ins Land seiner Mutter? Zwanzig Jahre hat er dort bei Lawan gearbeitet. Jetzt geht er nach Hause.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jaakow 97 Jahre alt war, als er zu seinen Eltern Jizchak und Riwka nach Israel zurückkehrte?
  • … dass Jaakow insgesamt zwölf Söhne hatte und eine Tochter — sie hieß Dina?
  • … dass Dina vom Prinzen Schechem aus der Stadt Schechem entführt wurde — und dass Schechem sie heiraten wollte?
  • … dass Schimon und Lewi Dina damals aus dem Palast von Schechem befreit haben?

Woord van de week:Wort der Woche: Wajischlach — Wajischlach heißt: ‚Und er schickte.' Jaakow schickte Boten zu seinem Bruder voraus — er machte den ersten Schritt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jedes Wort in der Tora bedeutet etwas. Jaakow ließ Esaw sagen: ‚Ich habe bei Lawan gewohnt.' Damit meinte er: Ich habe dort die 613 Mitzwot gehalten — und keine einzige schlechte Gewohnheit von Lawan übernommen.“

Ariella: „Jaakow schickte Esaw ein prachtvolles Geschenk: 220 Ziegen, 220 Schafe, 60 Kamele, 50 Kühe und 30 Esel. So groß war seine Angst vor Esaw.“

Channa: „Früher hatte Jaakow die Beracha — den Segen des Vaters — von Jizchak bekommen, als er sich als Esaw verkleidet hatte. Das fand Esaw gar nicht schön, denn er wollte den Segen selbst. Am Ende bekam Esaw zwar eine eigene Beracha von seinem Vater, aber er fühlte sich trotzdem betrogen. Er blieb böse. Jaakow wusste das — und versuchte, Esaw mit der großen Herde freundlich zu stimmen.“

Vraag aan jouFrage an dich

Esaw kam mit vierhundert Männern. Und dann? Dann umarmte er seinen Bruder. Wie hat sich Jaakow in diesem Augenblick wohl gefühlt?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie beim Zubettgehen: Mit wem hast du dich in der Schule einmal gestritten — und was hat geholfen, dass ihr wieder miteinander redet?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Dina in Sjechem

Op weg naar huis stopte Ja'akov met zijn familie in het stadje Sjechem, dat tegenwoordig Nabloes heet. Dina, de dochter van Ja'akov, liep op een dag op de markt. Ze wilde wat kopen. De prins van de stad heette ook Sjechem.

Sjechem zag Dina en wilde met haar trouwen. Hij kidnapte haar naar zijn paleis. En daarna wilde hij haar niet meer vrijlaten. Sjechem vroeg aan zijn vader, koning Chamor, om Ja'akov te vragen of Sjechem, zijn zoon, met Dina mocht trouwen.

Koning Chamor ging samen met zijn zoon naar de tent van Ja'akov: „Als jullie mijn zoon Sjechem laten trouwen met jullie dochter Dina“, zei de koning, „dan zullen wij jullie zoons laten trouwen met onze dochters, en zo zullen jullie deel van ons volk worden.“

Ja'akov zat erg in de problemen. Hij wist niet wat hij moest doen. Maar zijn zoons Sjimon en Levi hadden een plannetje. Ze zeiden tegen Chamor: „We willen graag dat jullie allemaal een briet mila doen. Dan kunnen we verder praten.“

Sjechem en Chamor vonden dat een goed idee en gingen terug naar hun stad. Ze vertelden tegen alle inwoners van Sjechem dat ze zich moesten besnijden. Omdat Ja'akov een erg rijk man was, leek dat wel een goed idee voor de mensen van Sjechem. Iedereen kreeg een briet mila.

Maar na de besnijdenis waren ze heel erg zwak. Op de derde dag, toen ze het zwakst waren, kwamen Sjimon en Levi om Dina te redden uit de stad. Bij deze reddingsoperatie vielen nogal wat doden.

Sjimon en Levi hadden geen toestemming gevraagd aan hun vader. Toen Sjimon en Levi terugkeerden, was Ja'akov heel kwaad. Hij was het helemaal niet eens met wat ze gedaan hadden. Hij vond het goed dat ze Dina bevrijd hadden, maar niet dat daarbij mensen gedood werden.

Ja'akov was bovendien bang dat de mensen uit Sjechem hem zouden aanvallen. Maar gelukkig werd Ja'akov door Hasjeem beschermd. Niemand durfde Ja'akov en zijn zoons aan te vallen.

Niet lang daarna kreeg Racheel nog Ja'akovs jongste zoon, Benjamin. Toen stierf ze. Ze werd begraven op weg naar Beet Lechem.

Daar is tot op de dag van vandaag haar graf nog steeds bekend, en davvenen heel veel mensen bij haar graf.

↩ Weet je nog, de ruzie van de broers om bechora en beracha — de ruzie die níét klein gemaakt werd? Na al die jaren loopt hij nu af: met een cadeau en een omhelzing. Daarna reist Ja'akov verder.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Ja'akov op weg terug naar Israël een groot cadeau stuurde aan Esav: 220 geiten, 220 schaapjes, 60 kamelen, 50 koeien en 30 ezels?
  • … Ja'akov omhelsd werd door Esav — en dat sommige mensen zeggen dat Esav het echt meende, maar dat anderen zeggen dat hij toch nog steeds kwaad was?
  • … Rivka, de moeder van Ja'akov en Esav, haar zoon Ja'akov niet meer heeft teruggezien, omdat ze was overleden voordat Ja'akov was aangekomen in Israël?

Woord van de week:Wort der Woche: Brit Mila — briet mila — het teken van het verbond, dat Joodse jongetjes op de achtste dag krijgen. Avraham was de eerste.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik vind Esav oneerlijk. Als hij uiteindelijk toch geen goede vriend wordt van zijn broer Ja'akov, dan had hij dat grote cadeau nooit mogen aannemen. Want dan ben je eigenlijk een huichelaar. Dan moet je dat cadeau niet aannemen.“

Ariella: „Sommige mensen zeggen zelfs dat Esav ook nog een zak met parels en edelstenen cadeau kreeg van Ja'akov. Die had vele jaren alleen maar Tora geleerd, maar werd daarna erg rijk. Kijk, dat vind ik top: Ja'akov probeert alles om Esav in een goed humeur te brengen en gunstig te stemmen. Het kan Ja'akov kennelijk niet schelen wat dat kost.“

Ariella: „Maar toch vind ik het niet netjes van Ja'akov dat hij eerst de beracha van Esav wegneemt en daarna weer vriendjes probeert te worden.“

Elisja: „Maar dat is juist goed! Als je eerst ruzie maakt, moet je het later weer goedmaken.“

Batsheva: „De Tora vertelt ons dat Ja'akov pas na de geboorte van Joseef de confrontatie met Esav aandurfde. Ja'akov stuurt Esav een bericht dat hij een os en een ezel heeft. Volgens de Midrasj wordt met ‚sjor' — os — Joseef bedoeld. Kijk maar naar de namen: Esav betekent af, compleet, volledig. Hij is de man die zegt: ik hoef niet meer verbeterd te worden. Ik ben perfect. Deze tevredenheid met jezelf is zeer onjoods. Joseef komt van de stam mosief — toevoegen: iedere dag groeien, in Tora en Awodat HaSjeem. Het leven is als stijgen in een lift die naar beneden gaat: als je op hetzelfde niveau blijft, zak je steeds verder weg.“

Vraag aan jouFrage an dich

Sjimon en Levi komen terug — Dina is vrij. Wat had jij tegen hen gezegd, als jij Ja'akov was geweest?

Sjabbat Sjalom!

👪 Praat over de zin van Elisja — wie ruzie heeft gemaakt, moet het weer goedmaken: hoe gaat ‚goedmaken' bij u thuis?

Duits

Dina in Schechem

Auf dem Weg nach Hause machte Jaakow mit seiner Familie halt in der Stadt Schechem — sie heißt heute Nablus. Eines Tages ging Dina, Jaakows Tochter, über den Markt. Sie wollte etwas kaufen. Der Prinz der Stadt hieß ebenfalls Schechem.

Schechem sah Dina und wollte sie heiraten. Er entführte sie in seinen Palast — und ließ sie nicht wieder frei. Dann bat er seinen Vater, den König Chamor: „Geh zu Jaakow und frag ihn, ob ich Dina heiraten darf.“

König Chamor ging mit seinem Sohn zu Jaakows Zelt. „Lasst meinen Sohn Schechem eure Tochter Dina heiraten“, sagte der König, „dann sollen eure Söhne unsere Töchter heiraten — und ihr werdet ein Teil unseres Volkes.“

Jaakow steckte tief in der Klemme. Er wusste nicht, was er tun sollte. Aber seine Söhne Schimon und Lewi hatten einen Plan. Sie sagten zu Chamor: „Wir möchten, dass ihr alle eine Brit Mila macht. Dann können wir weiterreden.“

Schechem und Chamor fanden das eine gute Idee und gingen zurück in ihre Stadt. Dort sagten sie allen Einwohnern, dass sie sich beschneiden lassen sollten. Und weil Jaakow ein sehr reicher Mann war, schien das den Leuten von Schechem eine gute Idee. Alle bekamen eine Brit Mila.

Aber nach der Beschneidung waren sie sehr schwach. Am dritten Tag, als sie am schwächsten waren, kamen Schimon und Lewi in die Stadt, um Dina zu retten. Bei dieser Rettung kamen nicht wenige Menschen um.

Schimon und Lewi hatten ihren Vater nicht um Erlaubnis gefragt. Als sie zurückkehrten, war Jaakow sehr zornig. Er war ganz und gar nicht einverstanden mit dem, was sie getan hatten. Dass sie Dina befreit hatten — das fand er gut. Aber nicht, dass dabei Menschen getötet worden waren.

Jaakow hatte außerdem Angst, dass die Leute aus Schechem ihn nun angreifen würden. Aber zum Glück beschützte Haschem Jaakow: Niemand wagte es, ihn und seine Söhne anzugreifen.

Nicht lange danach bekam Rachel noch einen Sohn — Binjamin, Jaakows Jüngsten. Dann starb sie. Sie wurde am Weg nach Bet Lechem begraben.

Bis auf den heutigen Tag ist ihr Grab dort bekannt — und sehr viele Menschen davvenen an ihrem Grab.

↩ Erinnerst du dich an den Streit der Brüder um Bechora und Beracha — den Streit, der nicht klein gemacht wurde? Nach all den Jahren endet er nun: mit einem Geschenk und einer Umarmung. Danach zieht Jaakow weiter.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jaakow auf dem Rückweg nach Israel seinem Bruder Esaw ein riesiges Geschenk schickte: 220 Ziegen, 220 Schafe, 60 Kamele, 50 Kühe und 30 Esel?
  • … dass Esaw Jaakow umarmte — und dass manche sagen, er meinte es ehrlich, andere aber: Er war doch noch immer zornig?
  • … dass Riwka, die Mutter von Jaakow und Esaw, ihren Sohn Jaakow nie wiedersah? Sie war gestorben, bevor Jaakow in Israel ankam.

Woord van de week:Wort der Woche: Brit Mila — Brit Mila — das Zeichen des Bundes, das jüdische Jungen am achten Tag bekommen. Awraham war der Erste.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich finde Esaw unehrlich. Wenn er am Ende doch kein guter Freund seines Bruders wird — dann hätte er das große Geschenk niemals annehmen dürfen. Sonst ist man ein Heuchler. Dann darf man das Geschenk nicht annehmen.“

Ariella: „Manche sagen sogar, Esaw bekam von Jaakow noch einen Sack voller Perlen und Edelsteine dazu. Dabei hatte Jaakow viele Jahre lang nur Tora gelernt und wurde erst danach reich. Also, das finde ich stark: Jaakow versucht alles, um Esaw milde zu stimmen. Was es kostet, ist ihm offenbar ganz egal.“

Ariella: „Aber eines finde ich trotzdem nicht schön von Jaakow: Erst nimmt er Esaw die Beracha weg — und dann will er wieder sein Freund sein.“

Elischa: „Genau das ist doch gut! Wer zuerst Streit macht, muss es später wieder gutmachen.“

Batschewa: „Die Tora erzählt: Erst nach Josefs Geburt traute sich Jaakow, Esaw entgegenzutreten. Jaakow ließ Esaw ausrichten: Ich habe einen Ochsen und einen Esel. Nach dem Midrasch — der alten Auslegung — ist mit dem Ochsen — dem ‚Schor' — Josef gemeint. Schau auf die Namen: Esaw heißt ‚fertig', ganz und gar vollendet. Er ist der Mann, der sagt: Ich muss nicht mehr besser werden. Ich bin perfekt. Diese Zufriedenheit mit sich selbst ist sehr unjüdisch. Josef kommt von mossif — hinzufügen: jeden Tag wachsen, in Tora und Awodat Haschem, dem Dienst für Haschem. Das Leben ist wie ein Aufstieg in einem Fahrstuhl, der nach unten fährt: Wer auf derselben Stufe stehen bleibt, sinkt immer tiefer.“

Vraag aan jouFrage an dich

Schimon und Lewi kommen zurück — Dina ist frei. Was hättest du ihnen gesagt, wenn du Jaakow gewesen wärst?

Schabbat Schalom!

👪 Sprechen Sie über Elischas Satz — wer Streit gemacht hat, muss ihn wieder gutmachen: Wie geht ‚gutmachen' bei Ihnen zu Hause?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre

Dit deel volgt nog.Dieser Band folgt noch.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
9 · Vajeesjev Wajeschew

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De jas met veel kleuren

Joseef kreeg een prachtige jas met veel kleuren van zijn vader. Joseef droeg dat de hele tijd. Zijn broers werden jaloers. Maar ze waren toch niet zo heel erg jaloers — totdat Joseef begon te spreken over zijn dromen: „We waren met zijn allen in het veld en we waren bezig het stro te bundelen. Maar plotseling stond mijn bundel stro rechtop en jullie bundels bogen voor die van mij!"

„Wat?!" riepen de broers van Joseef. „Denk je dat jij als jongste broertje koning zult worden over ons? Denk jij dat we voor jou zullen buigen?!" En de broers stonden op en gingen weg. Ze konden het niet meer aanhoren.

Joseef hield echter vol en later vertelde hij zijn nieuwste droom: „In mijn laatste droom bogen de zon, de maan en de elf sterren allemaal voor mij!"

„Oh nee," zeiden zijn broers, „wil je ons nu vertellen dat onze vader, onze moeder en wijzelf allemaal zullen buigen voor jou? Wat een chotspe!"

Zelfs Ja'akov was erg boos. Hij zag hoe Joseef zijn broers jaloers maakte. „Doe niet zo gek," vertelde hij Joseef waar iedereen bij was, „waarom zouden we allemaal voor jou buigen? Houd op!" Ja'akov wist dat de dromen best konden uitkomen, maar hij wilde niet dat de broers jaloers zouden worden op Joseef.

Joseef was zeventien jaar oud toen zijn vader hem riep en zei: „Joseef, jouw broers weiden de schaapjes in Sjechem. Ga ze bezoeken en kijk wat ze doen en laat mij dan weten hoe het met ze is."

Joseef ging naar Sjechem, maar zijn broers waren daar al weg. Hij rende ze achterna. De broers van Joseef zagen zijn jas met veel kleuren al op een afstand. Ze wisten dat hij er aankwam. „Kijk, daar komt die droomkoning," zei een van hen.

„Hij gaat ons weer een van zijn dromen vertellen. Laten we hem voor eens en voor altijd het zwijgen opleggen," zei een tweede broer. „Goed idee," zei een derde, „en laten we kijken wat er dan met zijn dromen gebeurt." Maar plotseling stond hun oudste broer Re'oeween op en zei: „Nee, wij gaan Joseef niet doodslaan. We gooien hem in een put." In het geheim wilde Re'oeween terugkomen om zijn broertje Joseef uit de put te redden.

Het liep anders dan Re'oeween hoopte: de broers gooiden Joseef in de put. En daarna verkochten ze hem aan handelaren, en die namen hem mee — ver weg, naar Egypte. Maar G'd hielp Joseef overal. Ook daar.

↩ Weet je nog, de tweeling Ja'akov en Esav? Toen was er al ruzie tussen broers. Nu krijgen de zonen van Ja'akov zelf ruzie.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de broers een geitje slachtten om de jas van Joseef in het geitebloed te dopen om net te doen alsof Joseef verscheurd was door een wild dier?
  • … Ja'akov inderdaad geloofde dat Joseef door een wild dier gedood was en dat hij daarom 22 jaar lang over Joseef treurde?
  • … Joseef heel erg veel succes had in het huis van Potifar en later in de gevangenis en hij de hele dag Baroech Hasjem riep om duidelijk te maken aan Potifar, dat G'd hem overal hielp?

Woord van de week:Wort der Woche: Droomkoning

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik vind de broers erg gemeen om hun broertje Joseef te willen doden. En ik vind het dapper van Re'oeween, dat hij Joseef probeert te redden door hem in de put te gooien. Maar ik begrijp niet waarom de broers Joseef zo haatten!"

Ariella: „Nou, dat zal ik je vertellen. Joseef deed net alsof hij koning zou worden over zijn oudere broers. Zou jij het leuk vinden als jouw kleinste broertje je komt vertellen dat hij koning gaat worden over al zijn oudere broertjes en zusjes?"

Batsheva: „Maar toch vind ik het niet aardig van de broers om hem daarom te willen doden. Ze hadden ook eerst met hem kunnen praten. Daarmee kun je heel veel ruzie en misverstanden uit de weg ruimen."

Elisja: „Maar dat is waarschijnlijk de reden waarom ze hem zo haatten. Ze praatten nooit met elkaar. Dan krijg je zo veel ruzie en haat. Je moet juist alle problemen met elkaar bespreken. Pas dan komt er echte vrede!"

Vraag aan jouFrage an dich

Denk aan jouw week: wanneer was jij een keer jaloers of echt boos — en aan wie had je het kunnen vertellen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over een moment waarop u zelf een keer jaloers was — en hoe het verderging.

Duits

Der bunte Mantel

Von seinem Vater bekam Josef einen prächtigen Mantel mit vielen Farben. Josef trug ihn von morgens bis abends. Und seine Brüder? Die wurden eifersüchtig. Aber noch war es keine große Eifersucht. Groß wurde sie erst, als Josef anfing, von seinen Träumen zu erzählen: „Wir waren alle zusammen auf dem Feld und banden Stroh zu Bündeln. Auf einmal richtete sich mein Bündel auf und stand — und eure Bündel verneigten sich vor meinem!"

„Was?!", riefen die Brüder. „Du bist der Jüngste — und ausgerechnet du willst König über uns werden? Meinst du, wir verneigen uns vor dir?!" Und die Brüder standen auf und gingen weg. Sie konnten es nicht mehr anhören.

Aber Josef hörte nicht auf. Später erzählte er seinen neuesten Traum: „In meinem letzten Traum haben sich die Sonne, der Mond und elf Sterne vor mir verneigt!"

„O nein", sagten seine Brüder. „Willst du uns jetzt erzählen, dass unser Vater, unsere Mutter und wir alle uns vor dir verneigen werden? So eine Chuzpe — so eine Frechheit!"

Sogar Jaakow war sehr böse. Er sah ja, wie Josef seine Brüder eifersüchtig machte. „Red keinen Unsinn", sagte er zu Josef, als alle dabei waren. „Warum sollten wir uns alle vor dir verneigen? Hör auf damit!" Dabei wusste Jaakow: Die Träume konnten durchaus wahr werden. Aber er wollte nicht, dass die Brüder noch eifersüchtiger auf Josef wurden.

Josef war siebzehn Jahre alt, als sein Vater ihn rief: „Josef, deine Brüder weiden die Schafe bei Schechem. Besuch sie und schau, was sie machen. Und dann erzähl mir, wie es ihnen geht."

Josef ging nach Schechem, aber seine Brüder waren schon weitergezogen. Er lief ihnen nach. Die Brüder sahen den Mantel mit den vielen Farben schon von weitem. Sie wussten: Da kommt er. „Schaut", sagte einer von ihnen, „da kommt der Traumkönig."

„Gleich erzählt er uns wieder einen von seinen Träumen. Bringen wir ihn für immer zum Schweigen", sagte ein zweiter Bruder. „Gute Idee", sagte ein dritter, „dann sehen wir ja, was aus seinen Träumen wird." Doch da stand ihr ältester Bruder Re'uwen auf und sagte: „Nein. Wir schlagen Josef nicht tot. Wir werfen ihn in eine Grube." Insgeheim wollte Re'uwen zurückkommen und seinen kleinen Bruder Josef aus der Grube retten.

Es kam anders, als Re'uwen hoffte: Die Brüder warfen Josef in die Grube. Und dann verkauften sie ihn an Händler, und die nahmen ihn mit — weit fort, nach Ägypten. Aber G'tt half Josef überall. Auch dort.

↩ Erinnerst du dich an die Zwillinge Jaakow und Esaw? Schon damals gab es Streit zwischen Brüdern. Jetzt streiten Jaakows eigene Söhne.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Brüder ein Ziegenböckchen schlachteten und Josefs Mantel in das Blut tauchten — damit es aussah, als hätte ein wildes Tier Josef zerrissen?
  • … dass Jaakow wirklich glaubte, ein wildes Tier habe Josef getötet — und dass er 22 Jahre lang um Josef trauerte?
  • … dass Josef im Haus von Potifar und später sogar im Gefängnis sehr viel Erfolg hatte — und den ganzen Tag „Baruch Haschem!" rief, damit Potifar merkte: G'tt hilft Josef überall?

Woord van de week:Wort der Woche: Droomkoning — Traumkönig — so nannten die Brüder Josef, als sie ihn von weitem kommen sahen. Es war kein liebes Wort. Es war Spott. Und der Streit wurde noch größer.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich finde die Brüder richtig gemein — sie wollten ihren eigenen Bruder Josef töten! Und ich finde Re'uwen mutig, weil er Josef retten will und ihn darum in die Grube werfen lässt. Aber eines verstehe ich nicht: Warum hassten die Brüder Josef so sehr?"

Ariella: „Das kann ich dir sagen. Josef tat so, als würde er König über seine älteren Brüder werden. Fändest du das schön — wenn dein kleinster Bruder dir erzählt, dass er König wird über alle seine großen Brüder und Schwestern?"

Batschewa: „Und trotzdem finde ich es nicht in Ordnung, dass sie ihn deswegen töten wollten. Sie hätten doch zuerst mit ihm reden können. Mit Reden räumt man ganz viel Streit und Missverständnisse aus dem Weg."

Elischa: „Aber genau das ist wahrscheinlich der Grund, warum sie ihn so hassten: Sie haben nie miteinander geredet. Dann bekommt man so viel Streit und Hass. Man muss die Probleme miteinander besprechen. Erst dann kommt echter Frieden!"

Vraag aan jouFrage an dich

Denk an deine Woche: Wann warst du einmal eifersüchtig oder richtig wütend — und wem hättest du es erzählen können?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einem Moment, in dem Sie selbst einmal eifersüchtig waren — und wie es weiterging.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Dromen in de gevangenis

Joseef had verteld over dromen waarin iedereen voor hem boog. Zijn broers werden zo jaloers dat ze hem in een put gooiden en daarna verkochten aan Arabische handelaren — Joseef, hun eigen broer. De handelaren namen hem mee naar Egypte.

De karavaan met Joseef kwam aan in Egypte. De handelaren verkochten Joseef aan Potifar. Potifar was het hoofd van de wachters van de koning Farao. Potifar hield veel van Joseef en maakte Joseef tot het hoofd van zijn huishouden.

In het begin vond de vrouw van Potifar Joseef ook wel aardig, maar later werd zij boos op hem omdat hij niet deed wat zij wilde. Toen begon zij allerlei leugens over hem te vertellen. Joseef werd in de gevangenis gegooid.

In de gevangenis kwam Joseef twee dienaren van koning Farao tegen: de wijnschenker en de bakker. De wijnschenker moest naar de gevangenis omdat er een vliegje in de wijnbeker van de koning was gevallen. De bakker had per ongeluk een brood gebakken met een steentje erin.

Op een nacht had zowel de wijnschenker als de bakker een droom, en ze vertelden hun droom aan Joseef. „Ik droomde dat er een wijnstok was met drie takken," zei de wijnschenker, „en er groeiden allemaal heerlijke druiven aan. Toen heb ik de druiven tot wijn uitgeperst en de wijn uitgeschonken in de beker van koning Farao."

„Hasjeem heeft mij geleerd dromen uit te leggen," vertelde Joseef aan de wijnschenker, „en ik weet wat jouw droom betekent." Joseef vertelde hem dat hij over drie dagen uit de gevangenis bevrijd zou worden en weer terug mocht naar zijn werk.

De bakker vertelde ook zijn droom: „Ik droomde dat ik drie manden met wit brood op mijn hoofd had liggen. Toen kwam er een vogel die wat brood uit de mand at." Joseef was even stil. Hij wist niet hoe hij de betekenis van de droom aan de bakker moest vertellen, want de droom was erg treurig.

„Wat betekent het?" vroeg de ongeduldige bakker. Joseef vertelde hem: „Over drie dagen zal Farao je uit de gevangenis halen, maar hij zal je doden omdat je een steentje in zijn brood hebt gebakken."

Beide dromen kwamen uit. Drie dagen later was Farao jarig en gaf hij een groot feest voor iedereen. Hij gaf de wijnschenker zijn werk terug, omdat het niet echt zijn fout was dat er een vliegje in de wijn was gevallen. Maar de bakker vergaf hij niet. Hij hing hem op, want dat steentje had hij moeten zien.

„Oh," zei Joseef, die in de gevangenis achterbleef, „vergeet alsjeblieft niet te vertellen wie jullie dromen heeft uitgelegd." — „Dat zal ik zeker doen," zei de wijnschenker.

Maar hij vergat Joseef helemaal en vertelde niets over Joseef aan Farao. Joseef bleef wel 12 jaar in de beet hasohar.

↩ Weet je nog hoe Esav zijn bechora verkocht — voor goud, met een bord linzen erbij? Toen verkocht een broer zijn recht. Hier verkopen broers hun broer.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Ja'akov van al zijn 12 zoons even veel hield, maar dat Joseef toch favoriet was?
  • … Ja'akov de dromen van Joseef wel geloofde, maar Joseefs broers hem maar een ingebeelde droomkoning vonden? Zijn broers geloofden niets van zijn dromen.
  • … Joseef 17 jaar oud was toen hij door zijn broers in een put werd gegooid en daarna verkocht werd aan Arabische handelaren?

Woord van de week:Wort der Woche: Lesjon hara

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ja'akov wilde rustig wonen in Israël, maar toen kregen zijn zoons ruzie. Joseef bracht allerlei kwade praatjes over zijn broers over aan zijn vader Ja'akov. Zijn lesjon hara — hoe goed dit ook bedoeld was — zette veel kwaad bloed bij zijn broers. ‚Leven en dood zijn in de hand van de tong' is echt waar. De vrede tussen mensen is afhankelijk van hoe mensen over elkaar praten. Door je woorden is er sjalom — of geen sjalom, maar milchama. De manier waarop we denken over onszelf en over de anderen uiten we in de manier waarop we spreken. Let maar eens goed op de mensen om je heen."

Channa: „Dat zie je al snel, soms bij jezelf, soms bij een ander. Wie bozig is, vloekt snel. Dat is helemaal fout. Wie een goed mens wil zijn, moet in de eerste plaats goed voor zichzelf zijn. En daarna ben je goed voor anderen. Dat staat al in de Tora: ‚We'ahavta lere'acha kamocha — heb je naaste lief gelijk jezelf' (Vajikra 19:18). Eerst jezelf en daarna ga je ook van andere mensen houden."

Avigail: „Eerst wilden de broers Joseef doden, maar de oudste broer Re'oeween wilde dat niet. Re'oeween zei dat ze Joseef maar in de put moesten gooien. Re'oeween zei dit om Joseef te redden. Zo gezegd, zo gedaan. Ze gooiden Joseef in een put en gingen daarna zitten eten. Toen moest Re'oeween even weg voor een boodschap. Toen hij terugkwam, was Joseef niet meer in de put. Re'oeween schrok enorm. Waar was Joseef? Zijn broers antwoordden hem dat hij verkocht was aan Arabische handelaren. Wat een trieste boel!"

Vraag aan jouFrage an dich

Eli zegt: sjalom of ruzie — dat beslist zich bij het praten. Waar in jouw week hebben woorden iets kapotgemaakt? En waar hebben woorden iets heel gemaakt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan tafel over een ruzie die door één goed gesprek kleiner werd.

Duits

Träume im Gefängnis

Josef hatte von Träumen erzählt, in denen sich alle vor ihm verneigten. Da wurden seine Brüder so eifersüchtig, dass sie ihn in eine Grube warfen und danach an Händler verkauften — Josef, ihren eigenen Bruder. Die Händler zogen mit ihm nach Ägypten.

Die Karawane mit Josef kam in Ägypten an. Die Händler verkauften Josef an Potifar. Potifar war der Oberste der Wachen von König Pharao. Potifar mochte Josef sehr und machte ihn zum Verwalter über sein ganzes Haus.

Am Anfang fand auch die Frau von Potifar Josef ganz nett. Aber später wurde sie böse auf ihn, weil er nicht tat, was sie wollte. Da begann sie, allerlei Lügen über ihn zu erzählen. Und Josef wurde ins Gefängnis geworfen.

Im Gefängnis traf Josef zwei Diener von König Pharao: den Weinschenk und den Bäcker. Der Weinschenk musste ins Gefängnis, weil eine kleine Fliege in den Weinbecher des Königs gefallen war. Der Bäcker hatte aus Versehen ein Brot gebacken, in dem ein Steinchen steckte.

Eines Nachts hatten beide einen Traum, der Weinschenk und der Bäcker. Und beide erzählten ihren Traum Josef. „Ich träumte von einem Weinstock mit drei Zweigen", sagte der Weinschenk, „und daran wuchsen herrliche Trauben. Ich presste die Trauben zu Wein und goss den Wein in den Becher von König Pharao."

„Haschem hat mich gelehrt, Träume zu deuten", sagte Josef zum Weinschenk, „und ich weiß, was dein Traum bedeutet." Josef sagte ihm: „In drei Tagen wirst du aus dem Gefängnis befreit, und du darfst zurück an deine Arbeit."

Da erzählte auch der Bäcker seinen Traum: „Ich träumte, dass ich drei Körbe mit weißem Brot auf dem Kopf trug. Da kam ein Vogel und fraß Brot aus dem Korb." Josef blieb einen Augenblick still. Er wusste nicht, wie er dem Bäcker die Bedeutung seines Traums sagen sollte — denn der Traum war sehr traurig.

„Was bedeutet er?", fragte der Bäcker ungeduldig. Da sagte Josef es ihm: „In drei Tagen wird Pharao dich aus dem Gefängnis holen. Aber er wird dich töten lassen, weil du ein Steinchen in sein Brot gebacken hast."

Beide Träume wurden wahr. Drei Tage später hatte Pharao Geburtstag, und er gab ein großes Fest für alle. Dem Weinschenk gab er seine Arbeit zurück — denn die Fliege im Wein war nicht wirklich seine Schuld. Dem Bäcker aber verzieh er nicht. Er ließ ihn hängen — denn das Steinchen hätte er sehen müssen.

„Oh", sagte Josef, der im Gefängnis zurückblieb, „vergesst bitte nicht zu erzählen, wer eure Träume gedeutet hat." — „Das werde ich bestimmt nicht vergessen", sagte der Weinschenk.

Aber er vergaß Josef vollkommen und erzählte Pharao kein Wort von ihm. Ganze zwölf Jahre blieb Josef im Bet haSohar, dem Gefängnis.

↩ Erinnerst du dich, wie Esaw seine Bechora verkaufte — für Gold, mit einer Schüssel Linsen dabei? Damals verkaufte ein Bruder sein Recht. Hier verkaufen Brüder ihren Bruder.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jaakow alle seine zwölf Söhne gleich lieb hatte — und Josef doch sein Liebling war?
  • … dass Jaakow Josefs Träume durchaus glaubte — die Brüder ihn aber nur für einen eingebildeten Traumkönig hielten? Sie glaubten kein Wort von seinen Träumen.
  • … dass Josef siebzehn Jahre alt war, als seine Brüder ihn in die Grube warfen und er an die Händler verkauft wurde?

Woord van de week:Wort der Woche: Lesjon hara — Laschon hara — die ‚böse Zunge': schlecht über andere reden. Eli zeigt gleich: Genau damit fing der ganze Streit an.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jaakow wollte endlich ruhig wohnen im Land Israel — und da bekamen seine Söhne Streit. Josef trug seinem Vater allerlei böse Geschichten über die Brüder zu. Sein Laschon hara — sein Reden über sie, so gut er es auch meinte — machte böses Blut bei den Brüdern. ‚Leben und Tod sind in der Hand der Zunge' — das ist wirklich wahr. Der Frieden zwischen Menschen hängt daran, wie Menschen übereinander reden. Durch deine Worte gibt es Schalom — oder eben keinen Schalom, sondern Milchama, Streit und Krieg. Wie wir über uns selbst und über die anderen denken, das zeigt sich darin, wie wir sprechen. Achte einmal genau auf die Menschen um dich herum."

Channa: „Das siehst du schnell — mal bei dir selbst, mal bei einem anderen. Wer schlecht gelaunt ist, flucht schnell. Das ist ganz verkehrt. Wer ein guter Mensch sein will, muss zuerst gut zu sich selbst sein. Und danach ist er gut zu anderen. Das steht schon in der Tora: ‚We'ahawta lere'acha kamocha — hab deinen Nächsten lieb wie dich selbst' (Wajikra 19,18). Erst du selbst — und danach lernst du auch die anderen Menschen zu lieben."

Awigail: „Zuerst wollten die Brüder Josef töten. Aber der älteste Bruder, Re'uwen, wollte das nicht. Re'uwen sagte, sie sollten Josef in die Grube werfen. Das sagte er, um Josef zu retten. Gesagt, getan: Sie warfen Josef in die Grube und setzten sich hin und aßen. Dann musste Re'uwen kurz weg, etwas erledigen. Als er zurückkam, war Josef nicht mehr in der Grube. Re'uwen erschrak furchtbar. Wo war Josef? Seine Brüder antworteten ihm: verkauft, an die Händler. Was für eine traurige Geschichte!"

Vraag aan jouFrage an dich

Eli sagt: Schalom oder Streit — das entscheidet sich beim Reden. Wo in deiner Woche haben Worte etwas kaputt gemacht? Und wo haben Worte etwas heil gemacht?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Tisch von einem Streit, der durch ein einziges gutes Gespräch kleiner wurde.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Ben zekoeniem

„En Israël hield van Joseef meer dan al zijn zonen, want hij was een zoon die ‚ben zekoeniem' was voor hem" (37:3).

Rasjie geeft drie verklaringen op ‚ben zekoeniem':

1. Een zoon die in zijn ouderdom geboren werd. 2. Joseef was een verstandige zoon. De Tora bedoelt hiermee: alles wat Ja'akov geleerd had bij Sjeem en Ewer gaf hij door aan Joseef. 3. De glans (mooiheid) van zijn lichaam was gelijk aan die van zijn vader Ja'akov. Het woord ‚zekoeniem' is een samentrekking van ‚ziew ekonien' (de glans van zijn gestalte).

Alle 3 mooie verklaringen, maar er zijn toch problemen.

De eerste verklaring lijkt eenvoudig, maar geeft geen werkelijke reden aan waarom Ja'akov Joseef zou voortrekken boven de broers. Bovendien was Benjamin jonger dan Joseef en geboren terwijl Ja'akov nog veel ouder was. Als de werkelijke reden voor de voorkeur voor Joseef lag in het feit dat hij in Ja'akovs ouderdom geboren was, had hij Benjamin nog meer moeten liefhebben.

Volgens de tweede verklaring is de voorkeur van Ja'akov begrijpelijker: alle diepe geheimen van de Tora deelde hij met Joseef en niet met de andere broers. Maar dit is zeker geen eenvoudige verklaring, omdat er in de Tora staat: ‚een zoon die hem geboren werd in zijn ouderdom' en niet ‚een enorm knappe zoon' (hoewel ‚zakeen' nog wel eens verklaard wordt als wijs, als een samentrekking van de woorden ‚ze kana chogma' — hij heeft zich wijsheid verworven). Maar als wij ouderdom uitleggen als wijsheid en Ja'akov zijn kennis kon delen met Joseef, dan had er in de Tora moeten staan: ‚ben ziknoeto' (= ouderdom).

Daarom geeft Rasjie nog een 3e verklaring: Joseef leek erg op Ja'akov. Dat verklaart een ander aspect van ‚zekoeniem': het meervoud van de uitgang -iem. Gezicht (= paniem) is in het Iwriet een meervoudsvorm. Dit duidt op uiterlijke gelijkenis tussen Ja'akov en Joseef. Toch is dit wel de minst waarschijnlijke verklaring voor Ja'akovs liefde. Daarom wordt deze laatste uitleg als derde gebracht.

↩ Weet je nog, de droom van Ja'akov over de ladder naar de hemel? De vader droomde — nu droomt de zoon. Dromen horen bij deze familie.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Joseef 17 jaar oud was toen zijn broers hem verkochten — en dat Ja'akov hem 22 jaar lang niet terugzag en over hem treurde?
  • … Ja'akov van al zijn 12 zoons hield — maar van Joseef „meer dan al zijn zonen", zoals het vers zegt (37:3)? Precies daarover geeft Rasjie zijn drie verklaringen.
  • … de wijnschenker van Farao Joseef vergat — en Joseef wel 12 jaar in de gevangenis bleef?
  • … Joseef in het huis van Potifar de hele dag „Baroech Hasjem" riep om duidelijk te maken dat G'd hem overal hielp?

Woord van de week:Wort der Woche: Ben zekoeniem

Wat het betekentWas es bedeutet

Eén woord hebben we getoetst — nu toetsen vijf kinderen de dromen zelf.

Eli: „Joseef heeft twee dromen dat hij eens een machtige heerser wordt, waarvoor iedereen moet buigen. Maar hij kon ook dromen van anderen uitleggen. Zijn hoge positie als onderkoning van Egypte dankte hij aan de uitleg van de droom van de Farao, waarin de zeven vette en zeven magere jaren werden aangekondigd."

Channa: „Vreemd hè, maar in Tenach worden er voornamelijk profetische dromen, dromen van nevi'oet, behandeld. De droom van Joseef kwam ook echt uit. Zijn broers bogen ook werkelijk voor hem. Het was geen fantasie, bleek later. Maar ook tegenwoordig dromen nog vele mensen over dingen die zij op een normale manier niet zouden kunnen weten en die later toch waar blijken te zijn. Toch dromen de meeste mensen gewone, alledaagse dingen en niets bijzonders."

Batsheva: „Maimonides (1135–1204) is een van de eerste Rabbijnen die verschil maakte tussen nevi'oet (profetische, geheimen van de toekomst voorspellende dromen) en gewone dromen. Meestal dromen wij over dagresten: dingen uit het dagelijks leven, die kort tevoren gebeurden. Deze worden in je droom herhaald en verwerkt. Maimonides vindt dat waar je overdag intensief mee bezig bent, in je droom terugkeert."

Chaim: „Ik ken een leuk verhaal uit de Talmoed. Dat vertelt ook over deze functie van dromen: de Romeinse keizer vroeg eens aan Rabbi Jehosjoe'a: ‚Jullie zijn toch zo slim — vertel mij dan eens wat ik vannacht zal dromen.' Rabbi Jehosjoe'a antwoordde dat de keizer zou dromen dat hij door de Perzen — de aartsvijanden van de Romeinen — gevangen genomen zou worden en dat hij ongedierte met een gouden staf zou moeten weiden."

Jalta: „Ja, logisch: die keizer maalde daar de hele dag over door. Rabbi Jehosjoe'a vertelde hem expres een vreemde en angstaanjagende geschiedenis, opdat de keizer hier de hele dag over zou nadenken. En inderdaad: 's nachts droomde de keizer wat voorspeld was (B.T. Berachot 56a). Je ziet dus: wat je overdag heel erg bezighoudt, daar droom je 's nachts over. Dat kan ik ook!"

Vraag aan jouFrage an dich

Maimonides zegt: waar je overdag mee bezig bent, komt 's nachts in je droom terug. Draai de zin eens om: jouw dromen verraden waar jij echt mee bezig bent. Wat zou jij willen dat jou zó bezighoudt, dat het zelfs in je dromen opduikt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel elkaar een droom — en zoek er samen de ‚dagresten' in.

Duits

Ben Zekunim

„Und Israel liebte Josef mehr als alle seine Söhne, denn er war ihm ein Sohn, der ben Zekunim war" (Bereschit 37,3).

Raschi gibt für „ben Zekunim" drei Erklärungen:

1. Ein Sohn, der ihm in seinem Alter geboren wurde. 2. Josef war ein kluger Sohn. Die Tora meint damit: Alles, was Jaakow bei Schem und Ewer gelernt hatte, gab er an Josef weiter. 3. Der Glanz (die Schönheit) von Josefs Gestalt glich dem seines Vaters Jaakow. Das Wort „Zekunim" ist eine Zusammenziehung von „Ziw Ikonin" — der Glanz seiner Erscheinung.

Drei schöne Erklärungen — und doch hat jede ihr Problem.

Die erste Erklärung wirkt einfach, aber sie nennt keinen wirklichen Grund, warum Jaakow Josef den Brüdern vorziehen sollte. Außerdem: Binjamin war jünger als Josef und wurde geboren, als Jaakow noch viel älter war. Läge der wahre Grund im Alter des Vaters, dann hätte Jaakow Binjamin noch mehr lieben müssen.

Nach der zweiten Erklärung ist Jaakows Vorliebe schon verständlicher: Alle tiefen Geheimnisse der Tora teilte er mit Josef — und nicht mit den anderen Brüdern. Aber einfach ist auch diese Erklärung nicht. Denn in der Tora steht: „ein Sohn, der ihm im Alter geboren wurde" — und nicht: „ein besonders kluger Sohn". Zwar wird „Zakén", ein Alter, manchmal als „Weiser" gedeutet — als Zusammenziehung von „ze kana chochma": einer, der sich Weisheit erworben hat. Doch wenn „Alter" hier „Weisheit" bedeuten soll und Jaakow sein Wissen mit Josef teilen konnte, dann hätte in der Tora „ben Ziknuto" stehen müssen — „der Sohn seines Alters".

Darum bringt Raschi noch eine dritte Erklärung: Josef sah Jaakow sehr ähnlich. Das erklärt eine weitere Eigenheit von „Zekunim" — die Mehrzahl-Endung „-im". Auch „Gesicht", Panim, ist im Iwrit eine Mehrzahlform. Das deutet auf die äußere Ähnlichkeit zwischen Jaakow und Josef. Und doch ist gerade dies die unwahrscheinlichste Erklärung für Jaakows Liebe. Darum wird sie als dritte gebracht.

↩ Erinnerst du dich an Jaakows Traum von der Himmelsleiter? Der Vater träumte — jetzt träumt der Sohn. Träume begleiten diese Familie.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Josef siebzehn Jahre alt war, als seine Brüder ihn verkauften — und dass Jaakow ihn 22 Jahre lang nicht wiedersah und um ihn trauerte?
  • … dass Jaakow alle seine zwölf Söhne lieb hatte — und Josef „mehr als alle seine Söhne", wie der Vers sagt (37,3)? Genau dazu bringt Raschi seine drei Erklärungen.
  • … dass der Weinschenk des Pharao Josef vergaß — und Josef insgesamt zwölf Jahre im Gefängnis blieb?
  • … dass Josef im Haus Potifars den ganzen Tag „Baruch Haschem" sagte, damit Potifar begriff: G'tt hilft ihm überall?

Woord van de week:Wort der Woche: Ben zekoeniem — Ben Zekunim — wörtlich: ‚Sohn des Alters'. Raschi zeigt an diesem einen Wort: In der Tora können drei Erklärungen nebeneinander wohnen — und jede muss sich prüfen lassen. Genau so lernt man Tora.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ein Wort haben wir geprüft — jetzt prüfen fünf Kinder die Träume selbst.

Eli: „Josef hat zwei Träume: dass er einmal ein mächtiger Herrscher wird, vor dem sich alle verneigen. Aber er konnte auch die Träume anderer deuten. Seine hohe Stellung als Vizekönig von Ägypten verdankte er später der Deutung von Pharaos Traum — dem Traum, der die sieben fetten und die sieben mageren Jahre ankündigte."

Channa: „Merkwürdig, oder? Im Tanach geht es fast nur um prophetische Träume — Träume der Newua. Josefs Traum ging ja wirklich in Erfüllung: Seine Brüder verneigten sich später tatsächlich vor ihm. Es war keine Fantasie — das zeigte sich erst später. Auch heute noch träumen viele Menschen Dinge, die sie auf normalem Weg gar nicht wissen können und die sich später als wahr herausstellen. Und doch: Die meisten Menschen träumen gewöhnliche, alltägliche Dinge — nichts Besonderes."

Batschewa: „Maimonides war einer der ersten Rabbiner, die einen Unterschied machten zwischen Newua — prophetischen Träumen, die Geheimnisse der Zukunft tragen — und gewöhnlichen Träumen. Meistens träumen wir von Tagesresten: von Dingen aus dem Alltag, die kurz vorher geschehen sind. Sie kehren im Traum wieder und werden dort verarbeitet. Maimonides sagt: Womit du dich am Tag intensiv beschäftigst, das kehrt in deinem Traum zurück."

Chaim: „Dazu kenne ich eine schöne Geschichte aus dem Talmud. Der römische Kaiser fragte einmal Rabbi Jehoschua: ‚Ihr seid doch so klug — sag mir, was ich heute Nacht träumen werde.' Rabbi Jehoschua antwortete: Der Kaiser werde träumen, dass die Perser — die Erzfeinde der Römer — ihn gefangen nehmen und dass er mit einem goldenen Stab Ungeziefer hüten müsse."

Jalta: „Ja, logisch! Der Kaiser grübelte darüber den ganzen Tag. Rabbi Jehoschua hatte ihm mit Absicht eine fremde, unheimliche Geschichte erzählt, damit der Kaiser den ganzen Tag daran denken musste. Und wirklich: In der Nacht träumte der Kaiser genau das, was vorausgesagt war (Berachot 56a). Da siehst du es: Was dich am Tag sehr beschäftigt, davon träumst du in der Nacht. Das kann ich auch!"

Vraag aan jouFrage an dich

Maimonides sagt: Womit du dich am Tag beschäftigst, das kehrt nachts im Traum zurück. Dreh den Satz einmal um: Deine Träume verraten, womit du dich wirklich beschäftigst. Was möchtest du, dass dich so sehr beschäftigt, dass es sogar in deinen Träumen auftaucht?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie einander einen Traum — und suchen Sie zusammen die ‚Tagesreste' darin.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
10 · Mikeets Mikez

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De droom van de koning

De koning van Egypte, Farao, werd midden in de nacht wakker. Hij was heel erg in de war van twee vreemde dromen. Hij had zo gek gedroomd. Hij riep alle mensen die dromen konden uitleggen bij elkaar. Hij begreep helemaal niets van zijn dromen.

„Ik had twee heel erge dromen. Ik moet iemand hebben die mij die dromen kan uitleggen", zei Farao. Maar niemand kon Farao uitleggen wat hij gedroomd had.

Plotseling herinnerde de wijnschenker zich een Joodse slaaf: Joseef. Joseef had in de gevangenis de droom van de bakker en de wijnschenker goed uitgelegd. „Ik ken iemand die uw droom kan uitleggen", vertelde hij Farao. „Hij zit in de gevangenis." De koning was zo in de war van zijn dromen dat hij Joseef direct uit de gevangenis liet halen.

„Ik kan hem natuurlijk direct weer terugsturen naar de gevangenis als ik het niet leuk vind wat hij zegt", zei Farao.

Joseef werd geschoren en kreeg mooie kleren omdat hij bij de koning moest komen. Toen Joseef voor de koning stond zei hij: „Koning, vertel mij uw dromen. Ik zal G'd vragen mij te helpen uw dromen uit te leggen."

Farao vertelde zijn dromen aan Joseef: „Ik stond naast de rivier en zag dat zeven vette koeien gras aan het eten waren. Plotseling kwamen er zeven heel magere koeien uit de rivier en aten die vette koeien op. Nadat ze de vette koeien opgegeten hadden, waren ze nog even mager als ze in het begin waren. Toen werd ik wakker. Maar ik viel weer in slaap en ik had nog een andere droom", zei Farao.

„In deze droom zag ik zeven volle korenaren. En daarna verschenen er zeven uitgedroogde, dunne korenaren en die aten de volle korenaren op. Nadat ze de volle korenaren hadden opgegeten waren de dunne korenaren nog even dun en uitgedroogd als daarvoor!"

Farao vroeg aan Joseef: „Ik heb al mijn droomuitleggers mijn dromen verteld. Maar niemand kon ze uitleggen."

„Beide dromen betekenen hetzelfde", zei Joseef tegen Farao. „Er zal zeven jaar heel veel te eten zijn in Egypte. Maar dan zal er zeven jaar niets te eten zijn: een hele grote hongersnood. Niets zal er groeien."

„U moet een wijs man aanstellen over Egypte, die in de zeven jaren van veel eten alles opslaat in een grote graanschuur zodat er genoeg te eten is voor de zeven hongerjaren."

Farao zag dat hij groot gelijk had. „Niemand is slimmer dan jij, Joseef", zei Farao. „Jij wordt onderkoning van Egypte." Farao gaf Joseef toen prachtige kleren en een gouden halsketting. Joseef reed in de koninklijke wagen. Joseef trouwde met Osnat. Zij kregen twee zoons: Menasje en Efraim.

↩ Weet je nog, de droom van Joseef over de bundels stro? Toen wilden zijn broers niet naar hem luisteren. Nu droomt een koning — en iedereen wacht tot Joseef iets zegt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Joseef en Osnat twee zoons hadden? De een heette Menasje en de ander Efraim. Allebei de namen zijn een dank: Menasje — „G'd deed mij vergeten al mijn tegenspoed". Efraim — „G'd liet mij vruchtbaar zijn in het land van mijn ellende".
  • … Joseef een groot plan bedacht om Mitsraim te redden van de hongersnood — en dat er later zelfs mensen van verre landen kwamen om eten te kopen bij Joseef?
  • … Joseef zijn broers wel herkende maar zijn broers hem niet herkenden omdat Joseef nu een baard droeg en de broers niet dachten dat die strenge onderkoning hun broer Joseef was?
  • … Joseef zijn broers ervan beschuldigde dat zij spionnen waren?

Woord van de week:Wort der Woche: Onderkoning / Vizekönig

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Farao had alle droomuitleggers van heel Egypte gevraagd. Allemaal! En niemand wist iets. Toen halen ze een gevangene uit de gevangenis — en die weet het wél. Hoe kan dat?"

Ariella: „Luister nog eens goed naar wat Joseef als eerste zei. Niet: ‚Ik kan dat.' Niet: ‚Ik ben de beste.' Maar: ‚Ik zal G'd vragen mij te helpen.' En dat zei hij voordat hij de droom gehoord had."

Asaf: „En daarna deed Joseef nog iets waar niemand om gevraagd had. Hij zei niet alleen wat de droom betekende. Hij zei ook wat je nu moet doen: opslaan zolang er veel is. En Farao merkte meteen dat hij precies zo'n man nodig had."

Vraag aan jouFrage an dich

's Morgens zit Joseef nog in de gevangenis. Dan wordt hij geschoren, krijgt hij mooie kleren en wordt hij naar de koning gebracht. Wat ging er op die weg volgens jou door zijn hoofd?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan tafel over een dag waarop er in uw gezin ineens alles anders liep dan gepland — en hoe het verderging.

Duits

Der Traum des Königs

Mitten in der Nacht schreckte Pharao hoch, der König von Ägypten. Zwei fremde Träume hatte er gehabt, und sie brachten ihn ganz durcheinander. So wirr hatte er noch nie geträumt. Er ließ alle Männer zusammenrufen, die Träume deuten konnten. Denn er selbst verstand nicht das Kleinste davon.

„Ich habe zwei schreckliche Träume gehabt", sagte Pharao. „Ich brauche jemanden, der mir diese Träume erklären kann." Aber keiner konnte Pharao erklären, was er geträumt hatte. Keiner.

Da fiel dem Weinschenk plötzlich etwas ein: ein jüdischer Sklave, drüben im Gefängnis — Josef. Josef hatte dort den Traum des Bäckers und den Traum des Weinschenks richtig gedeutet. „Ich kenne jemanden, der Euren Traum erklären kann", sagte der Weinschenk zu Pharao. „Er sitzt im Gefängnis." Und weil dem König seine Träume nicht aus dem Kopf gingen, ließ er Josef auf der Stelle aus dem Gefängnis holen.

„Wenn mir nicht gefällt, was er sagt", sagte Pharao, „kann ich ihn ja sofort wieder zurückschicken."

Josef wurde rasiert und bekam schöne Kleider, denn er sollte vor den König treten. Und als Josef vor dem König stand, sagte er: „König, erzählt mir Eure Träume. Ich werde G'tt bitten, mir zu helfen, sie zu deuten."

Da erzählte Pharao Josef seine Träume: „Ich stand am Fluss und sah sieben fette Kühe, die fraßen Gras. Auf einmal stiegen sieben ganz magere Kühe aus dem Fluss und fraßen die fetten Kühe auf. Und nachdem sie die fetten Kühe aufgefressen hatten, waren sie noch genauso mager wie am Anfang. Da wachte ich auf. Aber ich schlief wieder ein, und ich hatte noch einen zweiten Traum", sagte Pharao.

„In diesem Traum sah ich sieben volle Kornähren. Und danach kamen sieben vertrocknete, dünne Ähren, und die fraßen die vollen Ähren auf. Und nachdem sie die vollen Ähren aufgefressen hatten, waren die dünnen Ähren noch genauso dünn und vertrocknet wie vorher!"

Dann sagte Pharao zu Josef: „Ich habe allen meinen Traumdeutern meine Träume erzählt. Aber keiner konnte sie deuten."

„Beide Träume bedeuten dasselbe", sagte Josef zu Pharao. „Sieben Jahre lang wird es in Ägypten sehr viel zu essen geben. Aber danach wird es sieben Jahre lang nichts zu essen geben: eine ganz große Hungersnot. Nichts wird wachsen."

„Ihr müsst einen klugen Mann über Ägypten setzen. In den sieben Jahren, in denen es viel zu essen gibt, soll er alles in einem großen Kornspeicher sammeln. Dann ist auch in den sieben Hungerjahren genug zu essen da."

Pharao sah, dass Josef vollkommen recht hatte. „Niemand ist klüger als du, Josef", sagte Pharao. „Du wirst Vizekönig von Ägypten."

Und Pharao gab Josef prächtige Kleider und eine goldene Halskette. Josef fuhr im Wagen des Königs. Er heiratete Osnat, und sie bekamen zwei Söhne: Menasche und Efrajim.

↩ Erinnerst du dich an Josefs Traum von den Garben? Damals wollten seine Brüder ihm nicht zuhören. Jetzt träumt ein König — und alle warten darauf, dass Josef etwas sagt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Josef und Osnat zwei Söhne hatten? Der eine hieß Menasche, der andere Efrajim. Beide Namen sind ein Dank: Menasche — „G'tt hat mich vergessen lassen, was schwer war". Efrajim — „G'tt hat mich wachsen lassen in dem Land, in dem es mir schlecht ging".
  • … dass Josef einen großen Plan machte, um Ägypten vor der Hungersnot zu retten — und dass später sogar Menschen aus fernen Ländern kamen, um bei ihm Getreide zu kaufen?
  • … dass Josef seine Brüder wiedererkannte, seine Brüder ihn aber nicht? Josef trug jetzt einen Bart, und keiner von ihnen dachte, dass dieser strenge Vizekönig ihr Bruder Josef sein könnte.
  • … dass Josef seine Brüder beschuldigte, sie seien Spione?

Woord van de week:Wort der Woche: Onderkoning / Vizekönig — Vizekönig — der Zweite nach dem König. Nur Pharao selbst war noch mächtiger. Am Morgen saß Josef noch im Gefängnis. Am Abend fuhr er im Wagen des Königs.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Pharao hatte alle Traumdeuter von ganz Ägypten gefragt. Alle! Und keiner wusste etwas. Dann holen sie einen Gefangenen aus dem Gefängnis — und der weiß es. Wie kann das sein?"

Ariella: „Hör noch einmal genau hin, was Josef als Erstes gesagt hat. Nicht: ‚Ich kann das.' Nicht: ‚Ich bin der Beste.' Sondern: ‚Ich werde G'tt bitten, mir zu helfen.' Und das hat er gesagt, bevor er den Traum überhaupt gehört hatte."

Assaf: „Und dann hat Josef noch etwas gemacht, worum ihn niemand gebeten hatte. Er hat nicht nur gesagt, was der Traum bedeutet. Er hat auch gesagt, was man jetzt tun muss: sammeln, solange es viel gibt. Und Pharao hat sofort gemerkt, dass er genau so einen Mann braucht."

Vraag aan jouFrage an dich

Am Morgen sitzt Josef noch im Gefängnis. Dann wird er rasiert, bekommt schöne Kleider und wird zum König gebracht. Was, glaubst du, ging ihm auf diesem Weg durch den Kopf?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Tisch von einem Tag, an dem in Ihrer Familie plötzlich alles anders kam als geplant — und wie es weiterging.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Tien broers voor de onderkoning

Er waren eerst zeven jaren met grote oogsten. Er was heel veel te eten. De graanschuren waren vol. Toen brak er plotseling hongersnood uit. De aarde was droog. Er groeide niets meer. Maar Joseef had heel veel graan opgeslagen gedurende de goede jaren. Mensen kwamen van verre landen om eten te kopen bij Joseef.

In Kena'an waren Ja'akov en zijn familie ook hongerig. Toen Ja'akov hoorde dat er te eten was in Mitsraim stuurde hij zijn zoons erop uit om graan te kopen. Alleen Benjamin, zijn jongste zoon, bleef thuis. De tien broers van Joseef stonden daar voor Joseef, die nu de onderkoning was en heel belangrijk!

Joseef wist wie zij waren maar zij wisten niet wie hij was. Hij had nu een baard en droeg koninklijke kleren zodat niemand van de broers hem herkende. Toen zij bogen voor Joseef herinnerde hij zich zijn dromen.

Joseef beschuldigde hen ervan dat zij spionnen waren: „Jullie zijn hierheen gekomen om Mitsraim te bespioneren", zei Joseef.

„O nee hoogheid, we komen alleen maar eten kopen voor onze families", antwoordde Re'oeween.

„Maar ik begreep dat jullie toch echt via allerlei verschillende poorten Mitsraim zijn binnengekomen, net zoals spionnen dat doen", zei Joseef.

„Wij zijn inderdaad via verschillende poorten naar binnen gekomen", zei Re'oeween, „maar we zochten onze verloren broer. Wij waren eigenlijk met zijn twaalven thuis. Maar één is verloren gegaan en de andere, Benjamin, is thuis bij onze vader."

Joseef wist dat hij de verloren broer was waar ze over spraken.

„Ik geloof jullie niet. Jullie zijn spionnen. Als er nog een andere broer thuis is bij jullie vader breng hem dan hier", commandeerde Joseef.

De broers stonden daar in de kamer met Joseef en begonnen met elkaar Iwriet te spreken. Ze wisten niet dat Joseef dat kon verstaan.

„Dit overkomt ons allemaal omdat wij onze broer Joseef verkocht hebben", herinnerde Re'oeween zijn broers. „We hebben niet naar zijn gehuil geluisterd toen we hem verkochten. Heb ik jullie niet gezegd dat jullie hem niet mochten pijn doen? Maar jullie wilden niet naar mij luisteren."

Joseef deed net alsof hij het niet verstond. Hij voelde zich treurig maar hij wilde nog niet toegeven.

„Jij", zei Joseef en hij wees naar Sjimon, „jij moet hier blijven terwijl je broers jullie jongste broer Benjamin ophalen."

Toen de broers Ja'akov vertelden wat er gebeurd was, riep Ja'akov uit: „Wat hebben jullie mij aangedaan. Joseef is verdwenen en jullie willen ook nog Benjamin meenemen? Nee!"

Ja'akov weigerde om Benjamin mee te geven. Dagen gingen voorbij en het eten raakte op. Ze moesten nu echt terug naar Mitsraim. Er was niks meer te eten.

„Goed", zei Ja'akov, „gaan jullie maar. Moge G'd jullie beschermen."

↩ Weet je nog, de wijnschenker die Joseef in de gevangenis vergat? Twee jaar later dacht hij toch weer aan hem — en Joseef legde de dromen van de koning uit. Daarom staat hij nu als onderkoning tegenover zijn broers.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de broers op de terugweg uit Mitsraim geld in hun zak vonden dat zij terugbrachten aan de onderkoning?
  • … Ja'akov allerlei lekkere dingen als geschenk meegaf voor de onderkoning van Mitsraim zoals noten en amandelen, honing en specerijen?
  • … Joseef een zilveren beker in de zak van Benjamin liet verstoppen om hem later van diefstal te kunnen beschuldigen en hem gevangen te nemen?
  • … Jehoeda opkwam voor zijn jongste broertje Benjamin en hem met gevaar voor eigen leven probeerde te redden uit de handen van de onderkoning van Mitsraim?

Woord van de week:Wort der Woche: Tesjoewa / Tschuwa

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik vind Joseef eigenlijk best gemeen om zijn broers te beschuldigen als spionnen. Dat was helemaal niet waar. Ze wilden alleen wat eten kopen. Ze gingen door verschillende poorten Mitsraim binnen om Joseef overal te zoeken."

Ariella: „Ik denk dat Joseef zijn broers wilde uittesten of ze nu wel zouden opkomen voor hun broertje Benjamin om hem te redden uit de handen van de onderkoning."

Asaf: „Daarmee zouden ze dan goedgemaakt hebben dat ze Joseef 22 jaar eerder als slaaf verkocht hadden. Toen waren ze laf en nu werden ze helden. Dan kregen ze nu door Benjamin te redden kappara voor de verkoop van Joseef."

Ita: „Dat was ook de bedoeling van Joseef. Hij wilde kijken of zijn broers tesjoeva hadden gedaan en nu hun broertje zouden redden in plaats van verkopen."

Vraag aan jouFrage an dich

Vind je het goed of dom, dat Joseef zijn broers uittestte om te kijken of zij nu zouden redden in plaats van verkopen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: wanneer kwam er bij ons voor het laatst iemand op voor een ander, ook al was het onhandig?

Duits

Zehn Brüder vor dem Vizekönig

Sieben Jahre lang gab es große Ernten, sehr viel zu essen und volle Kornspeicher. Dann, ganz plötzlich, brach die Hungersnot aus. Die Erde war trocken. Nichts wuchs mehr. Aber Josef hatte in den guten Jahren sehr viel Getreide eingelagert. Aus fernen Ländern kamen die Menschen, um bei Josef Getreide zu kaufen.

In Kenaan hatten Jaakow und seine Familie auch Hunger. Als Jaakow hörte, dass es in Ägypten zu essen gab, schickte er seine Söhne los, um Getreide zu kaufen. Nur Binjamin, sein jüngster Sohn, blieb zu Hause. Und so standen Josefs zehn Brüder vor Josef — der jetzt Vizekönig war, ein sehr wichtiger Mann!

Josef wusste, wer sie waren. Aber sie wussten nicht, wer er war. Er trug jetzt einen Bart und königliche Kleider, und keiner von den Brüdern erkannte ihn. Als sie sich vor Josef verneigten, erinnerte er sich an seine Träume.

Josef beschuldigte sie: „Ihr seid hierhergekommen, um Ägypten auszuspionieren."

„O nein, Hoheit, wir wollen nur Essen für unsere Familien kaufen", antwortete Re'uwen.

„Aber wie ich gehört habe, seid ihr durch lauter verschiedene Tore nach Ägypten hereingekommen — genau so, wie Spione es machen", sagte Josef.

„Wir sind tatsächlich durch verschiedene Tore hereingekommen", sagte Re'uwen, „aber wir haben unseren verlorenen Bruder gesucht. Zu Hause waren wir eigentlich zwölf. Aber einer ist verloren gegangen, und der andere, Binjamin, ist zu Hause bei unserem Vater."

Josef wusste: Er selbst war der verlorene Bruder, von dem sie sprachen.

„Ich glaube euch nicht. Ihr seid Spione. Wenn noch ein Bruder zu Hause bei eurem Vater ist, dann bringt ihn her", befahl Josef.

Die Brüder standen bei Josef im Raum und fingen an, miteinander Iwrit zu sprechen — Hebräisch, die Sprache von zu Hause. Sie wussten nicht, dass Josef das verstehen konnte.

„Das alles passiert uns, weil wir unseren Bruder Josef verkauft haben", erinnerte Re'uwen seine Brüder. „Wir haben nicht auf sein Weinen gehört, als wir ihn verkauften. Habe ich euch nicht gesagt, dass ihr ihm nicht wehtun dürft? Aber ihr wolltet nicht auf mich hören."

Josef tat, als verstünde er kein Wort. Er war traurig — aber nachgeben wollte er noch nicht.

„Du", sagte Josef und zeigte auf Schimon, „du bleibst hier, während deine Brüder euren jüngsten Bruder Binjamin holen."

Als die Brüder Jaakow erzählten, was geschehen war, rief Jaakow: „Was habt ihr mir angetan! Josef ist verschwunden — und jetzt wollt ihr mir auch noch Binjamin nehmen? Nein!"

Jaakow weigerte sich, Binjamin mitzugeben. Tage vergingen, und das Essen ging aus. Jetzt mussten sie wirklich zurück nach Ägypten. Es war nichts mehr da.

„Gut", sagte Jaakow. „Dann geht. Möge G'tt euch beschützen."

↩ Erinnerst du dich an den Weinschenk, der Josef im Gefängnis vergaß? Zwei Jahre später fiel er ihm doch wieder ein — und Josef deutete die Träume des Königs. Deshalb steht er jetzt als Vizekönig vor seinen Brüdern.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Brüder auf dem Rückweg aus Ägypten ihr Geld in ihren Säcken fanden — und dass sie es dem Vizekönig zurückbrachten?
  • … dass Jaakow allerlei gute Dinge als Geschenk für den Vizekönig von Ägypten mitgab — Nüsse und Mandeln, Honig und Gewürze?
  • … dass Josef einen silbernen Becher in Binjamins Sack verstecken ließ, um ihn später des Diebstahls beschuldigen und gefangen nehmen zu können?
  • … dass Jehuda für seinen jüngsten Bruder Binjamin eintrat und ihn unter Lebensgefahr aus den Händen des Vizekönigs von Ägypten zu retten versuchte?

Woord van de week:Wort der Woche: Tesjoewa / Tschuwa — Tschuwa — Umkehr. Nicht bloß sagen, dass es einem leidtut: Es beim nächsten Mal anders machen. Genau darauf wartet Josef.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich finde Josef eigentlich ziemlich gemein — seine Brüder als Spione zu beschuldigen. Das stimmte doch überhaupt nicht. Sie wollten nur etwas zu essen kaufen. Und durch verschiedene Tore sind sie nach Ägypten hineingegangen, um überall nach Josef zu suchen."

Ariella: „Ich glaube, Josef wollte seine Brüder auf die Probe stellen: ob sie sich diesmal für ihren kleinen Bruder Binjamin einsetzen und ihn aus den Händen des Vizekönigs retten würden."

Assaf: „Damit hätten sie dann wiedergutgemacht, dass sie Josef 22 Jahre vorher als Sklaven verkauft haben. Damals waren sie feige, und jetzt wurden sie Helden. Dann bekämen sie dadurch, dass sie Binjamin retten, Kappara für den Verkauf von Josef — die Sache wäre vergeben."

Ita: „Genau das war auch Josefs Absicht. Er wollte sehen, ob seine Brüder Tschuwa getan hatten — ob sie umgekehrt waren und ihren Bruder jetzt retten würden, statt ihn zu verkaufen."

Vraag aan jouFrage an dich

Findest du es gut oder dumm, dass Josef seine Brüder auf die Probe stellte, um zu sehen, ob sie jetzt retten würden statt zu verkaufen?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Tisch: Wann hat bei uns zuletzt jemand für einen anderen eingestanden, obwohl es unbequem war?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Vergeten en groeien

„En Joseef werden twee zonen geboren. De eerstgeborene noemde hij Menasje: ‚want G'd deed mij vergeten al mijn tegenspoed en het hele huis van mijn vader' en de naam van de tweede noemde hij Efraïm: ‚want G'd liet mij vruchtbaar zijn in het land van mijn ellende'" (41:51–52).

Vrijdagavond zegenen we onze jongens met de spreuk „moge G'd jullie maken als Efraïm en Menasje". De meisjes worden gezegend met de Aartsmoeders.

Waarom zegenen wij onze jongens nog steeds met de levensloop van Efraïm en Menasje? Sommigen leggen uit, dat dit de eerste joodse kinderen waren, die in galoet – buiten Erets Jisra'eel – opgevoed werden. Zij konden hun joodse identiteit in de Egyptische goles staande houden. Geweldig!

Maar andere Chagamiem geven een diepere betekenis aan beide namen. Menasje betekent „het slechte doen vergeten": weglopen van het kwade. Efraïm – van de stam vermeerderen, laten uitbloeien – duidt op het versterken van het goede. Dat wensen wij onze kinderen vrijdagavond: vermijd het slechte en werk aan het goede!

Toch blijft er een groot probleem over. Waarom dankt Joseef G'd voor het vergeten van zijn vaders huis? Onbegrijpelijk! Zijn vader zat sjiwwe – rouwde – om hem. Zijn broers stonden doodsangsten uit, dat vader Ja'akov het complot tegen Joseef zou ontdekken. En Joseef zit daar hoog en droog op de Egyptische onderkoningstroon zijn familie te vergeten?! Dat hij zijn broers even kon missen, lijkt begrijpelijk. Ze hadden hem verkocht als slaaf, maar zijn vader, die juist hem een speciale Tora training en voorkeursbehandeling had gegeven, díe had hij nooit mogen vergeten.

Dat brengt ons op de volgende vraag: waarom heeft Joseef niet even een boodschap gestuurd aan zijn treurende vader, via gezanten, e-mail of post, om hem te vertellen dat hij tot onderkoning benoemd was? Zijn moeder, Racheel, was inmiddels overleden. Maar zijn vader Ja'akov had hij best even een teken van leven mogen sturen.

Kiboed horiem – eerbied voor ouders – is een groot goed. Maar ontzag voor Hasjeem staat nog hoger omdat zowel kind als ouder Hasjeem moeten eren.

Joseef had dromen en Ja'akov was overtuigd van de waarheid van die profetische dromen. De Tora vertelt zelfs dat Ja'akov uitzag naar de vervulling van de droom. Wat had Joseef gedroomd? Dat de zon, de maan en de elf sterren voor hem zouden buigen. De zon was zijn vader, de maan was zijn pleegmoeder Bilha en de elf sterren waren zijn broers. Dit was geen ordinaire droom maar een ware profetie, en zoals iedere profetie een opdracht van Hasjeem. Zijn hele familie zou voor hem buigen.

↩ Weet je nog de vraag wat een droom is — nevi'oet of dagrest? Hier staat het antwoord voor de droom van Joseef: nevi'oet. En een nevi'oet is geen plaatje, maar een opdracht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Farao twee dromen had — zeven vette en zeven magere koeien, zeven volle en zeven dunne korenaren — en dat Joseef ze allebei hetzelfde uitlegde: zeven jaren overvloed, daarna zeven jaren honger?
  • … de beide zonen van Joseef nog vóór de hongerjaren geboren werden (41:50)? De namen zijn dus in de goede jaren gegeven.
  • … de broers van Joseef hem niet herkenden toen zij voor hem stonden — hij droeg een baard en koninklijke kleren —, maar dat hij hen meteen herkende?
  • … de broers op de terugweg uit Mitsraim het geld in hun zakken vonden — en het terugbrachten aan de onderkoning?

Woord van de week:Wort der Woche: Menasje en Efraïm / Menasche und Efrajim

Wat het betekentWas es bedeutet

Jalta: „De tekst stelt het bezwaar — en laat het staan. Heeft iemand er ooit antwoord op gegeven?"

Eli: „Ik hoop het. Zoals dit vers er staat, houd ik het niet uit."

Chaim: „Rabbi Jakov Tswi Mecklenburg — hij leefde van 1785 tot 1865 in Duitsland — legt het zo uit: Joseef speelde geen kat-en-muisspelletje toen hij zijn broers heen en weer liet reizen tussen zijn hof en het huis van hun vader. Had hij direct verteld wie hij was, dan hadden ze nooit voor hem gebogen! Dáárom die verwijdering, voor even althans."

Jalta: „En daarom heeft hij ook nooit iets laten horen aan huis. Zou Joseef bericht hebben dat hij carrière had gemaakt aan het hof van Fara'o, dan zou zijn profetie nooit zijn uitgekomen. Maximaal had er een gezinshereniging plaatsgevonden: eind goed, al goed — en de opdracht onvervuld."

Channa: „Dan was dat vergeten dus geen kilte, maar werk. Joseef moest even wat minder emotioneel worden naar thuis toe en zijn vaders huis even ‚vergeten'. En hij dankte Hasjeem dat hij niet in een verscheurende tweestrijd terechtkwam en het verbroken contact met zijn vaders huis aankon."

Chaim: „Ook van zijn broers vervreemdde hij zich met opzet — om een reactie aan hen te ontlokken. Zij hadden hem 22 jaar eerder verkocht. Als zij nu zouden opkomen voor de andere zoon van hun tante Racheel, voor Benjamin, zou hun misdaad vergeven zijn. En de broers doorstonden die test glansrijk."

Jalta: „Dan blijft de grote vraag: waarom moest juist Ja'akov zo lang verstoken blijven van de liefde van zijn zoon?"

Eli: „Ja'akov zelf was ook zeer lange tijd weggeweest uit zijn vaders huis — 22 jaar, even lang als de scheiding van Joseef. Hij had Jitschak en Rivka weliswaar op hun eigen uitdrukkelijke verzoek alleen gelaten. En toch werd het hem een beetje kwalijk genomen. Of dat genoeg is voor 22 jaar rouw, weet ik nog steeds niet."

Channa: „Hij werd in staat gesteld om daarvoor hier op aarde te boeten — zodat hij volledig onschuldig de Olam haba kon binnengaan, de toekomstige wereld. Zuiverheid van geest en bedoelingen: dat was het enige werkelijk belangrijke in het leven van onze Aartsvaders."

Vraag aan jouFrage an dich

Rabbi Mecklenburg zegt: Joseef speelde geen spelletje, hij voerde een opdracht uit. Overtuigt die uitleg jou — of weegt voor jou zwaarder dat een vader 22 jaar lang rouwde om een zoon die allang leefde?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vrijdagavond bij de zegen een keer wat de twee namen betekenen — en wat u voor dit kind onder ‚Efraïm' hoopt.

Duits

Vergessen und wachsen

„Und Josef wurden zwei Söhne geboren. Den Erstgeborenen nannte er Menasche — ‚denn G'tt hat mich alles Ungemach vergessen lassen und das ganze Haus meines Vaters'. Und den Namen des zweiten nannte er Efrajim — ‚denn G'tt hat mich fruchtbar werden lassen im Land meines Elends'" (Bereschit 41,51–52).

Am Freitagabend segnen wir unsere Jungen mit dem Spruch: „Möge G'tt dich machen wie Efrajim und wie Menasche." Die Mädchen werden mit den Erzmüttern gesegnet.

Warum segnen wir unsere Jungen bis heute mit dem Lebensweg von Efrajim und Menasche? Manche erklären es so: Das waren die ersten jüdischen Kinder, die in der Galut aufwuchsen — außerhalb von Erez Jisrael. Sie konnten ihre jüdische Identität in der ägyptischen Galut halten. Großartig!

Aber andere Chachamim geben beiden Namen eine tiefere Bedeutung. Menasche heißt: „das Schlechte vergessen machen" — weglaufen vom Bösen. Efrajim kommt vom Wortstamm „vermehren, aufblühen lassen" — das deutet auf das Stärken des Guten. Genau das wünschen wir unseren Kindern am Freitagabend: Meide das Schlechte und arbeite am Guten!

Und doch bleibt ein großes Problem übrig. Warum dankt Josef G'tt dafür, dass er das Haus seines Vaters vergessen hat? Unbegreiflich! Sein Vater saß Schiwa — er trauerte um ihn. Seine Brüder standen Todesängste aus, Vater Jaakow könnte das Komplott gegen Josef entdecken. Und Josef sitzt derweil sicher und satt auf dem ägyptischen Vizekönigsthron und vergisst seine Familie?! Dass er seine Brüder eine Weile entbehren konnte, scheint verständlich — sie hatten ihn als Sklaven verkauft. Aber seinen Vater, der gerade ihm eine besondere Tora-Ausbildung und eine Vorzugsbehandlung gegeben hatte: den hätte er nie vergessen dürfen.

Das bringt uns zur nächsten Frage. Warum hat Josef seinem trauernden Vater nicht wenigstens eine Nachricht geschickt — durch Boten oder, wie wir heute sagen würden, per E-Mail oder Post? Er hätte ihm doch erzählen können, dass er zum Vizekönig ernannt worden war. Seine Mutter Rachel war inzwischen gestorben. Aber seinem Vater Jaakow hätte er ruhig ein Lebenszeichen schicken dürfen.

Kibbud Horim — die Ehrfurcht vor den Eltern — ist ein hohes Gut. Aber die Ehrfurcht vor Haschem steht noch höher, weil sowohl das Kind als auch die Eltern Haschem ehren müssen.

Josef hatte Träume, und Jaakow war von der Wahrheit dieser prophetischen Träume überzeugt. Die Tora erzählt sogar, dass Jaakow der Erfüllung des Traums entgegensah. Was hatte Josef geträumt? Dass die Sonne, der Mond und die elf Sterne sich vor ihm verneigen würden. Die Sonne war sein Vater, der Mond war seine Pflegemutter Bilha, und die elf Sterne waren seine Brüder. Das war kein gewöhnlicher Traum, sondern eine echte Newua — eine Prophetie. Und jede Prophetie ist ein Auftrag von Haschem. Seine ganze Familie würde sich vor ihm verneigen.

↩ Erinnerst du dich an die Frage, was ein Traum ist — Newua oder Tagesrest? Hier steht die Antwort für Josefs Traum: Newua. Und eine Newua ist kein Bild, sondern ein Auftrag.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Pharao zwei Träume hatte — sieben fette und sieben magere Kühe, sieben volle und sieben dünne Ähren — und dass Josef beide gleich deutete: sieben Jahre Überfluss, dann sieben Jahre Hunger?
  • … dass beide Söhne Josefs noch vor den Hungerjahren geboren wurden (Bereschit 41,50)? Die Namen sind also in den guten Jahren gegeben worden.
  • … dass Josefs Brüder ihn nicht erkannten, als sie vor ihm standen — er trug einen Bart und königliche Kleider —, er sie aber sofort erkannte?
  • … dass die Brüder auf dem Rückweg aus Ägypten das Geld in ihren Säcken fanden — und es dem Vizekönig zurückbrachten?

Woord van de week:Wort der Woche: Menasje en Efraïm / Menasche und Efrajim — Zwei Namen, zwei Richtungen. Menasche — vom Schlechten weggehen. Efrajim — das Gute wachsen lassen. Am Freitagabend legen Eltern beide Hände auf, und beide Namen zusammen sind ein ganzes Lebensprogramm.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jalta: „Der Text stellt den Einwand — und lässt ihn stehen. Hat je jemand darauf geantwortet?"

Eli: „Ich hoffe es. So, wie dieser Vers dasteht, halte ich ihn nicht aus."

Chaim: „Rabbi Jaakow Zwi Mecklenburg — er lebte von 1785 bis 1865 in Deutschland — erklärt es so: Josef spielte kein Katz-und-Maus-Spiel, als er seine Brüder zwischen seinem Hof und dem Haus ihres Vaters hin- und herreisen ließ. Hätte er sofort gesagt, wer er ist, dann hätten sie sich niemals vor ihm verneigt. Darum die Entfernung — für eine Weile jedenfalls."

Jalta: „Und darum hat er auch nach Hause nie etwas hören lassen. Hätte Josef gemeldet, dass er am Hof des Pharao Karriere gemacht hat, wäre seine Prophetie nie in Erfüllung gegangen. Höchstens hätte es ein Familientreffen gegeben: Ende gut, alles gut — und der Auftrag unerfüllt."

Channa: „Dann war dieses Vergessen also keine Kälte, sondern Arbeit. Josef musste seinem Zuhause gegenüber ein wenig weniger gefühlvoll werden und das Haus seines Vaters eine Zeit lang ‚vergessen'. Und er dankte Haschem dafür, dass er nicht in einen zerreißenden Zwiespalt geriet und den abgebrochenen Kontakt aushalten konnte."

Chaim: „Auch seinen Brüdern gegenüber machte er sich mit Absicht fremd — um eine Reaktion aus ihnen herauszuholen. 22 Jahre vorher hatten sie ihn verkauft. Wenn sie jetzt für den anderen Sohn ihrer Tante Rachel einträten, für Binjamin, dann wäre ihr Verbrechen vergeben. Und die Brüder haben diese Prüfung glänzend bestanden."

Jalta: „Bleibt die große Frage: Warum musste ausgerechnet Jaakow so lange ohne die Liebe seines Sohnes bleiben?"

Eli: „Jaakow selbst war auch sehr lange fort aus dem Haus seines Vaters — 22 Jahre, genauso lang wie die Trennung von Josef. Er hatte Jizchak und Riwka zwar auf deren eigenen ausdrücklichen Wunsch allein gelassen. Und trotzdem wurde es ihm ein wenig angelastet. Ob das für 22 Jahre Trauer reicht, weiß ich immer noch nicht."

Channa: „Er bekam die Möglichkeit, hier auf der Erde dafür einzustehen — damit er vollkommen unschuldig in die Olam haBa eintreten konnte, in die kommende Welt. Reinheit des Geistes und der Absichten: das war das einzig wirklich Wichtige im Leben unserer Awot."

Vraag aan jouFrage an dich

Rabbi Mecklenburg sagt: Josef spielte kein Spiel, er erfüllte einen Auftrag. Überzeugt dich diese Erklärung — oder wiegt für dich schwerer, dass ein Vater 22 Jahre lang um einen Sohn trauerte, der längst am Leben war?

Schabbat Schalom!

👪 Sagen Sie Ihrem Kind am Freitagabend beim Segen einmal, was die beiden Namen bedeuten — und was Sie sich für dieses Kind unter ‚Efrajim' wünschen.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
11 · Vajigasj Wajigasch

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Weerzien in Gosjen

Ja'akov ging naar Egypte. Al zijn kinderen en zijn vrouwen gingen met hem mee. Ja'akov ging wonen in het land Gosjen.

Het land Gosjen was heel vruchtbaar. Daar groeide van alles. Joseef wilde zijn vader zo snel mogelijk zien. Hij ging zelf naar het land Gosjen toe om zijn vader te ontmoeten.

„Ik ben zo blij dat je nog in leven bent", zei Ja'akov tegen zijn zoon Joseef. Zij omhelsden en kusten elkaar.

„Ik heb jou ook gemist", zei Joseef.

Lang stonden zij zo. Pas daarna liet Joseef zijn vader los.

„Maar we hebben een probleem, dat ik wel kan oplossen. De koning wil dat al mijn broers in het leger gaan als belangrijke soldaten. Dit wordt als een grote eer gezien in Egypte."

„Maar zij zijn helemaal geen soldaten", zei Ja'akov.

„Dat weet ik ook, vader", zei Joseef. „Ik ben van plan om te vertellen dat wij een familie van schaapherders zijn. Ik zal aan Farao alleen mijn zwakste broers laten zien. Dan zal hij begrijpen dat onze familie geen soldaten zijn. Dan zal de koning ons laten wonen als schaapherders in Gosjen. Zo zullen de Egyptenaren ons met rust laten."

Joseef nam zijn vader en zijn vijf zwakste broers mee naar Farao.

„Wat doen jullie?" vroeg Farao aan de broers.

„Wij zijn schaapherders", antwoordden ze hem. „Wij zijn hier gekomen naar onze broer Joseef om onze schapen te laten weiden."

De koning Farao zag dat ze inderdaad geen soldaten waren en zei: „Gaan jullie maar wonen in Gosjen." Maar Farao wilde ze eren en zei: „Laten ze mijn vee ook verzorgen."

Toen keek Farao naar Ja'akov en zag allemaal rimpels op zijn gezicht en zijn lange witte baard.

„Hoe oud ben jij?" vroeg Farao aan Ja'akov.

„Ik ben 130 jaar oud. Maar het waren moeilijke jaren."

Ja'akov dacht aan zijn problemen met Esav, met Lavan en al die jaren dat hij getreurd had over Joseef.

Toen gaf Ja'akov een beracha — een zegen — aan de koning en ging met zijn zoons terug naar Gosjen.

Joseef was een goede onderkoning. Hij gaf iedereen te eten, kocht van iedereen het vee en het land voor graan en brood, liet iedereen van de ene stad naar de andere stad verhuizen. Iedereen moest ieder jaar een deel van de oogst aan Farao geven.

↩ Weet je nog, de jas met veel kleuren? Toen huilde Ja'akov om Joseef en dacht dat hij dood was. Nu houdt hij hem weer vast.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Joseef zijn broers ervan beschuldigde, dat zij spionnen waren en Mitsraim kwamen bespioneren?
  • … Joseef steeds het geld voor het graan van zijn broers liet terugstoppen in hun zakken?
  • … Joseef zijn zilveren beker in de zak van Benjamin had laten verstoppen?
  • … Joseef veel wagens meegaf met zijn broers om eten en cadeau's mee te geven voor Ja'akov en de kinderen in Israël? Later zouden ze naar Mitsraim komen in deze wagens.

Woord van de week:Wort der Woche: Gosjen / Goschen

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Eén ding snap ik niet. Joseef liet alle mensen in Mitsraim verhuizen — van de ene stad naar de andere stad. Waarom mocht niet gewoon iedereen blijven wonen waar hij was?"

Ariella: „Denk eens na, Eli. Wie verhuisd is, woont niet meer waar hij geboren is. En in een vreemde plaats voelt niemand zich de baas van het land."

Eli: „En dat was leuk voor Farao?"

Ariella: „Precies. Zo werd Farao pas echt de baas in Mitsraim. Maar weet je wat? Voor de Benee Jisra'eel was het ook goed. Nu was gewoon iedereen een vreemdeling. Dan voel je je zelf ook niet zo vreemd."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom wilde Joseef, dat alle Egyptenaren zouden verhuizen naar een andere stad?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind: wie van je vrienden heb je lang niet gezien — en hoe zouden we hem deze week weer kunnen zien?

Duits

Wiedersehen in Goschen

Eine lange Karawane zog nach Ägypten. Ganz vorn ging Jaakow, und hinter ihm kamen alle seine Kinder und seine Frauen. Ihr Weg endete im Land Goschen. Dort wollten sie wohnen.

Goschen war fruchtbar. Alles wuchs dort: dickes Gras für die Schafe.

Josef aber hielt es nicht mehr aus. Er wollte seinen Vater sehen, so schnell es nur ging. Darum fuhr er ihm selbst entgegen, hinaus nach Goschen.

„Ich bin so froh, dass du noch lebst", sagte Jaakow zu seinem Sohn Josef. Sie umarmten einander und küssten sich.

„Ich habe dich auch vermisst", sagte Josef.

Lange standen sie so. Dann erst ließ Josef seinen Vater los.

„Aber wir haben ein Problem. Ich weiß auch schon, wie ich es löse. Der König will, dass alle meine Brüder ins Heer gehen — als wichtige Soldaten. Das gilt in Ägypten als große Ehre."

„Aber sie sind doch überhaupt keine Soldaten", sagte Jaakow.

„Ich weiß, Vater", sagte Josef. „Darum werde ich erzählen, dass wir eine Familie von Schafhirten sind. Und dem Pharao zeige ich nur meine schwächsten Brüder. Dann begreift er: Aus dieser Familie wird kein Soldat. Dann lässt der König uns als Hirten in Goschen wohnen. Und die Ägypter lassen uns in Ruhe."

Josef nahm seinen Vater und seine fünf schwächsten Brüder mit zum Pharao.

„Was macht ihr?", fragte der Pharao die Brüder.

„Wir sind Schafhirten", antworteten sie. „Wir sind zu unserem Bruder Josef gekommen, damit unsere Schafe hier weiden können."

Der Pharao schaute sie an und sah: Soldaten sind das wirklich nicht. „Dann wohnt in Goschen", sagte er zu den Brüdern. Ehren wollte er sie trotzdem, und darum sagte er zu seinen Dienern: „Sie sollen auch mein Vieh versorgen."

Dann schaute der Pharao Jaakow an. Er sah lauter Falten in seinem Gesicht und den langen weißen Bart.

„Wie alt bist du?", fragte er.

„Ich bin hundertdreißig Jahre alt", sagte Jaakow. „Aber es waren schwere Jahre."

Jaakow dachte an den Streit mit Esaw. Er dachte an Lawan. Und er dachte an all die Jahre, in denen er um Josef getrauert hatte.

Dann gab Jaakow dem König eine Beracha — einen Segen — und ging mit seinen Söhnen zurück nach Goschen.

Josef war ein guter Vizekönig, gleich nach dem Pharao der wichtigste Mann in Ägypten. Er gab allen zu essen. Er kaufte das Vieh und das Land und bezahlte mit Korn und Brot. Und er ließ alle Leute umziehen: aus der einen Stadt in die andere. Jedes Jahr musste jeder einen Teil seiner Ernte beim Pharao abgeben.

↩ Erinnerst du dich an den bunten Mantel? Damals weinte Jaakow um Josef und dachte, er sei tot. Jetzt hält er ihn wieder im Arm.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Josef seine Brüder erst beschuldigt hatte, sie seien Spione und kämen Ägypten ausspähen?
  • … dass Josef jedes Mal das Geld für das Korn heimlich wieder in ihre Säcke zurücklegen ließ?
  • … dass Josef seinen silbernen Becher im Sack von Binjamin verstecken ließ?
  • … dass Josef seinen Brüdern viele Wagen mitgab, voll mit Essen und Geschenken für Jaakow und die Kinder in Israel? In genau diesen Wagen kamen sie später nach Ägypten.

Woord van de week:Wort der Woche: Gosjen / Goschen — Goschen — das Stück Land in Ägypten, in dem Jaakows Familie wohnen durfte. Viel Gras, viel Platz. Genau richtig für Schafe.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Eines verstehe ich nicht. Josef ließ alle Leute in Ägypten umziehen — aus der einen Stadt in die andere. Warum durfte nicht einfach jeder da wohnen bleiben, wo er war?"

Ariella: „Denk mal nach, Eli. Wer umgezogen ist, wohnt nicht mehr da, wo er geboren wurde. Und in einem fremden Ort fühlt sich niemand wie der Herr im Land."

Eli: „Und das war gut für den Pharao?"

Ariella: „Genau. So wurde der Pharao erst richtig der Herr über Ägypten. Aber weißt du was? Für Jaakows Familie war es auch gut. Jetzt war einfach jeder ein Fremder. Da kommt man sich selbst nicht mehr so fremd vor."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum wollte Josef, dass alle Ägypter in eine andere Stadt umziehen?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind: Wen von deinen Freunden hast du lange nicht gesehen — und wie könnten wir ihn diese Woche wiedersehen?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Jehoeda treedt naar voren

De broers verschenen voor Joseef, de onderkoning. Toen Joseef Benjamin zag was hij niet meer boos op zijn broers.

„Hoe is het met vader?" vroeg Joseef.

„Onze vader is oké", antwoordden ze.

„En is dit de jongere broer waarover jullie mij verteld hebben?" vroeg hij hen.

„Ja", zeiden zij.

„We hebben het voedsel wat we nodig hebben gekocht", zei Jehoeda, „en we willen terug naar huis."

„Jullie mogen gaan", zei Joseef. Toen ze weg wilden gaan zei Joseef tegen zijn dienaren: „Vul hun zakken met graan en stop het geld van iedereen terug in zijn zak. Daarna moet je mijn zilveren beker in de zak van de jongste broer doen."

De volgende ochtend gingen de broers op weg naar huis. Maar ze waren nog niet ver of Joseef stuurde zijn mannen achter hen aan.

„De beker van de onderkoning is weggenomen."

„Wij hebben niks gedaan", zeiden de broers. „Als je de beker ergens bij ons vindt, kun je ons allemaal straffen", zeiden zij.

De mannen van Joseef begonnen te zoeken. Ze begonnen bij de oudste broer. Maar uiteindelijk vonden ze de zilveren beker in de zak van Benjamin.

„Wat heb je gedaan?" vroeg Joseef toen ze terugkwamen in het paleis.

Jehoeda zei: „Wij kunnen hier niets op antwoorden. Wij zullen allemaal uw slaven worden."

„Nee", zei Joseef, „alleen degene in wiens zak de beker gevonden werd. Die zal mijn slaaf zijn. De rest van jullie kan teruggaan naar jullie vader."

Joseef wachtte op de reactie van de broers. Zouden zij Benjamin alleen laten en teruggaan naar Israël?

Toen stapte Jehoeda naar voren.

Hij besloot dat hij liever wilde sterven dan Benjamin in Mitsraim achterlaten. „Wees niet kwaad op mij, o majesteit. Maar als ik terugga naar mijn vader zonder mijn jongste broer zal mijn vader sterven van verdriet. Ik smeek u: neem mij als dienaar in plaats van Benjamin."

Joseef begreep dat Jehoeda zijn leven wilde opofferen voor zijn broertje. Hij zag dat zijn andere broers ook heel erg bezorgd waren. Ze hadden hun lesje geleerd.

Joseef zei tegen zijn dienaren dat ze allemaal weg moesten gaan, want hij wilde alleen zijn met zijn broers.

Hij sprak in het Ivriet tegen ze — de taal die thuis gesproken werd: „Ik ben Joseef. Is mijn vader nog steeds in leven?"

De broers waren helemaal geshockeerd! Kon dit waar zijn?! Was dit echt Joseef? Na al die jaren? Hoe was hij onderkoning geworden?

Ze waren eerst geshockeerd maar later werden ze erg bang. Want ze herinnerden zich maar al te goed dat ze Joseef 22 jaar eerder hadden verkocht.

„Kom dichterbij", zei Joseef. „Wees niet bang. Ik ben niet meer kwaad op jullie. Hasjeem heeft mij hier naar toe gestuurd om mij onderkoning te laten worden."

Toen de broers thuis kwamen en hun vader vertelden wat er gebeurd was, kon Ja'akov het nauwelijks geloven. „Ik ben zo blij. Mijn zoon Joseef is nog steeds in leven."

↩ Weet je nog hoe de broers Joseef in de put gooiden en hem daarna verkochten? Nu staat een van hen voor de onderkoning en biedt zichzelf aan als slaaf.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Joseef zijn vader en broers moest voorstellen aan Farao maar niet wilde dat zijn broers zouden gaan vechten in het leger van Farao als soldaten?
  • … Joseef daarom alleen zijn slapste broers voorstelde aan Farao en er meteen bij vertelde, dat zijn broers geen soldaten waren maar schaapherders?
  • … Farao aan Ja'akov vroeg hoe oud hij was en hij antwoordde, dat hij 130 jaar oud was?
  • … Joseef heel Mitsraim opkocht voor Farao, al het vee en al het land en dat de Egyptenaren altijd een deel van hun oogst aan Farao moesten geven?

Woord van de week:Wort der Woche: Ivriet / Iwrit

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik vind Joseef eigenlijk best moeilijk te volgen. Waarom liet hij alle Egyptenaren in Mitsraim verhuizen van de ene stad naar de andere stad? Waarom kon niet gewoon iedereen in zijn eigen stad blijven wonen?"

Ariella: „Ik denk dat Joseef zijn broers wilde redden van discriminatie en uitsluiting. Kijk, als iedereen vreemdeling is in een land, dan wordt geen enkele vreemdeling meer uitgelachen of gediscrimineerd. Toen de Benee Jisra'eel naar Mitsraim kwamen was op dat moment iedereen vreemdeling. Zo voelde iedereen zich gelijk!"

Asaf: „Maar uiteindelijk heeft dat niet geholpen want na een tijdje werden de Egyptenaren bang voor de vele Benee Jisra'eel en hebben ze ze toch onderdrukt en slaven gemaakt."

Ita: „Ik vind het heel goed van Joseef. Hij heeft in ieder geval geprobeerd om discriminatie van zijn broers te voorkomen."

Vraag aan jouFrage an dich

Wat vind je ervan, dat Joseef alle Egyptenaren liet verhuizen van de ene stad naar de andere stad?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind: wie is bij jullie de nieuwe — en wat zou die persoon het meest helpen om erbij te horen?

Duits

Jehuda tritt vor

Die Brüder standen vor dem Vizekönig von Ägypten. Und als Josef Binjamin sah, war er seinen Brüdern nicht mehr böse.

„Wie geht es eurem Vater?", fragte er.

„Unserem Vater geht es gut", antworteten sie.

„Und das ist der jüngere Bruder, von dem ihr mir erzählt habt?"

„Ja", sagten sie.

„Wir haben gekauft, was wir brauchen, und wir möchten wieder nach Hause", sagte Jehuda.

„Ihr dürft gehen", sagte Josef. Doch als sie aufbrechen wollten, rief er seine Diener zu sich. „Füllt ihre Säcke mit Korn. Legt jedem sein Geld zurück in den Sack. Und dann versteckt meinen silbernen Becher im Sack des Jüngsten."

Am nächsten Morgen machten sich die Brüder auf den Heimweg. Doch weit kamen sie nicht, denn Josef schickte seine Männer hinter ihnen her.

„Der Becher des Vizekönigs ist verschwunden!"

„Wir haben nichts getan", sagten die Brüder. „Und wenn ihr den Becher bei einem von uns findet — dann bestraft uns alle."

Die Männer fingen an zu suchen, und sie begannen beim ältesten Bruder. Sack für Sack. Und ganz zuletzt fanden sie den silbernen Becher: im Sack von Binjamin.

„Was habt ihr getan?", fragte Josef, als sie zurück im Palast standen.

Jehuda sagte: „Darauf können wir nichts antworten. Wir werden alle Eure Sklaven."

„Nein", sagte Josef. „Nur der eine, bei dem der Becher gefunden wurde. Der wird mein Sklave. Ihr anderen könnt zurück zu eurem Vater."

Josef wartete darauf, was seine Brüder jetzt tun würden: Würden sie Binjamin allein zurücklassen und nach Israel heimziehen?

Da trat Jehuda vor.

Er hatte sich entschieden: Lieber wollte er sterben, als Binjamin in Mizrajim zurückzulassen. „Seid nicht böse auf mich, Majestät", sagte er. „Aber wenn ich ohne meinen jüngsten Bruder zu meinem Vater zurückkomme, dann stirbt mein Vater vor Kummer. Ich bitte Euch: Nehmt mich als Diener — an Binjamins Stelle."

Josef begriff: Jehuda wollte sein Leben geben für seinen kleinen Bruder. Und er sah, dass auch die anderen Brüder sich große Sorgen machten. Sie waren andere geworden.

Josef schickte seine Diener hinaus. Alle. Er wollte mit seinen Brüdern allein sein.

Dann sprach er sie auf Iwrit an — in der Sprache, die zu Hause gesprochen wurde: „Ich bin Josef. Lebt mein Vater noch?"

Die Brüder standen da wie erstarrt. Konnte das wahr sein? War das wirklich Josef? Nach all den Jahren? Und wie war er Vizekönig geworden? Keiner von ihnen brachte ein Wort heraus.

Zuerst waren sie nur erschrocken. Dann aber fiel ihnen wieder ein, was sie vor zweiundzwanzig Jahren getan hatten: Sie hatten ihn verkauft — und jetzt stand er vor ihnen, der Mann, dem in Ägypten alles gehorchte. Einer nach dem anderen wich zurück.

„Kommt näher", sagte Josef. „Habt keine Angst. Ich bin euch nicht mehr böse. Haschem hat mich hierhergeschickt, damit ich Vizekönig werde."

Als die Brüder nach Hause kamen und ihrem Vater erzählten, was geschehen war, konnte Jaakow es kaum glauben. „Ich bin so froh", sagte er. „Mein Sohn Josef lebt noch."

↩ Erinnerst du dich, wie die Brüder Josef in die Grube warfen und ihn dann verkauften? Jetzt steht einer von ihnen vor dem Vizekönig und bietet sich selbst als Sklaven an.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Josef seinen Vater und seine Brüder dem Pharao vorstellen musste — aber nicht wollte, dass seine Brüder als Soldaten im Heer des Pharao kämpfen?
  • … dass Josef darum nur seine schwächsten Brüder vorstellte und gleich dazusagte, seine Brüder seien keine Soldaten, sondern Schafhirten?
  • … dass der Pharao Jaakow fragte, wie alt er sei, und Jaakow antwortete, er sei 130 Jahre alt?
  • … dass Josef ganz Mizrajim für den Pharao aufkaufte, alles Vieh und alles Land — und dass die Ägypter von da an immer einen Teil ihrer Ernte an den Pharao abgeben mussten?

Woord van de week:Wort der Woche: Ivriet / Iwrit — Iwrit — die Sprache der Familie Jaakows. Der ägyptische Vizekönig spricht plötzlich ihre Sprache. Ehe er sagt, wer er ist, verrät ihn schon die Sprache.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ehrlich gesagt kann ich Josef hier schwer folgen. Warum ließ er alle Ägypter aus einer Stadt in die andere umziehen? Warum durfte nicht einfach jeder in seiner eigenen Stadt wohnen bleiben?"

Ariella: „Ich glaube, Josef wollte seine Brüder retten — vor Ausgrenzung und vor Spott. Schau: Wenn in einem Land jeder ein Fremder ist, dann wird kein einziger Fremder mehr ausgelacht. Als die Bnej Jisrael nach Mizrajim kamen, war in diesem Moment jeder ein Fremder. So fühlte sich jeder gleich!"

Asaf: „Aber am Ende hat es nichts genützt. Nach einer Weile bekamen die Ägypter Angst vor den vielen Bnej Jisrael — und haben sie doch unterdrückt und zu Sklaven gemacht."

Ita: „Ich finde es trotzdem gut von Josef. Er hat es wenigstens versucht. Er wollte verhindern, dass seine Brüder ausgegrenzt werden."

Vraag aan jouFrage an dich

Was hältst du davon, dass Josef alle Ägypter aus einer Stadt in die andere umziehen ließ?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind: Wer ist bei euch der oder die Neue — und was würde dieser Person am meisten helfen, dazuzugehören?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Vajigasj — en hij naderde

Vajigasj — „en hij naderde". Jehoeda treedt naar voren en houdt de langste deraasja, toespraak, in de Tora.

Jehoeda vraagt om Benjamins vrijlating. Hij biedt aan zelf als slaaf te werken in Benjamins plaats. „Als ik terugga naar mijn vader zonder mijn jongste broer, zal mijn vader sterven van verdriet", zegt hij. Zo wil Jehoeda zijn oude vader het verlies van nog een zoon van zijn geliefde vrouw Racheel besparen.

Racheel had twee zonen: Joseef en Benjamin. Joseef gold al tweeëntwintig jaar als dood.

Joseef begrijpt dat zijn broers werkelijk tesjoewa (inkeer) hebben gedaan over zijn verkoop.

Joseef stuurt zijn dienaren weg en maakt zich bekend. Hij spreekt in het Ivriet tegen ze: „Ik ben Joseef. Is mijn vader nog steeds in leven?"

De broers schrikken vreselijk. Maar Joseef troost hen: „Hasjeem heeft mij hier naar toe gestuurd." Want dit was kennelijk G'ds plan.

Op Farao's verzoek stuurt Joseef de broers naar huis. Met een uitnodiging voor de hele familie om in het land Gosjen te komen wonen, waar weidegrond genoeg is voor hun kudden.

Ja'akov kan het allemaal niet geloven. Pas als hij de wagens ziet die uit Egypte gekomen zijn, laat hij zich ten slotte overtuigen. De karavaan vertrekt.

Ja'akov krijgt in de nacht een visioen. G'd zegt hem, niet bang te zijn af te dalen naar Egypte, want G'd zal Ja'akov daar tot een groot volk maken.

70 personen dalen af naar Egypte.

Ja'akov ontmoet Joseef na 22 jaren. Joseef valt zijn vader om de hals en huilt lang.

Joseef stelt Ja'akov en vijf broers aan Farao voor. Ja'akov zegent Farao. Joseef zorgt goed voor zijn familie.

Het hongerende Egyptische volk moet alles verkopen in ruil voor graan — eerst het vee, dan het land, ten slotte zichzelf — totdat ze zelf slaven van Farao zijn.

Joseef verplaatst het Egyptische volk naar andere delen van het land. Hiermee wilde Joseef voorkomen, dat het Joodse volk in Egypte als vreemdelingen zou worden gediscrimineerd. Uiteindelijk was iedereen in Egypte een vreemdeling, omdat iedereen een andere woonplaats had gekregen.

Intussen breidt de familie van Ja'akov zich sterk uit. Het Joodse volk werd zo groot, dat Farao en zijn ministers en edelen bang werden, dat de Joden hen zouden overheersen. Daarom begon de vervolging van de Joden in Egypte en de slavernij.

↩ Weet je nog, de vraag uit Vajeesjev — is een droom een boodschap of een dagrest? Hier staan de broers van Joseef voor hem en vragen hem iets. Niemand van hen merkt dat hij op dat moment in een droom staat.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Jehoeda alleen maar naar voren moest treden omdat men in de zak van Benjamin een zilveren beker had gevonden — en dat Joseef die daar zélf had laten verstoppen?
  • … Joseef al eerder steeds het geld voor het graan stiekem in hun zakken liet terugstoppen?
  • … dat Joseef zijn broers bij hun allereerste weerzien van spionage had beschuldigd — en dat zij niet vermoedden wie de man was die hen daar ondervroeg?
  • … Farao aan Ja'akov vroeg hoe oud hij was en Ja'akov antwoordde: „Ik ben 130 jaar oud. Maar het waren moeilijke jaren"?
  • … Joseef veel wagens meegaf aan zijn broers, vol eten en cadeaus voor hun vader — en dat de hele familie later in juist deze wagens naar Mitsraim trok?

Woord van de week:Wort der Woche: Tesjoewa / Tschuwa

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Op één punt kan ik het hier niet volgen. Joseef begrijpt dat zijn broers tesjoewa hebben gedaan. Waaraan dan? Ze hebben toch niets gezegd. Geen enkel ‚het spijt ons.'"

Channa: „Waaróm Joseef ze op de proef stelde, hebben we bij Mikeets doorgesproken. Dat is hier de vraag niet meer. Hier staat de andere helft: wat heeft hij op dat moment eigenlijk gezien?"

Eli: „Een man die praat. Jehoeda houdt de langste toespraak van de hele Tora."

Channa: „En alles hangt aan één zin daarin. Jehoeda zegt niet: ‚wij hebben toen iets verkeerd gedaan.' Hij zegt: neem mij, en laat de jongen gaan. Hij biedt zichzelf aan als slaaf — voor altijd, voor een halfbroer, zodat zijn vader niet voor de tweede keer een kind verliest."

Eli: „Toch heeft hij hen voorgelogen. En zijn vader heeft hij tweeëntwintig jaar laten treuren, terwijl hij hem had kunnen schrijven. Mag je zó toetsen?"

Chaim: „Jouw bezwaar neem ik je niet weg. Maar kijk waaráán je omkeer eigenlijk kunt afmeten. Woorden kosten niets, en woorden had Joseef allang van ze gehoord. De zin van Jehoeda kost hem zijn hele leven. En hij had hem niet hoeven zeggen: ‚de rest van jullie kan teruggaan naar jullie vader' lag open — zonder schade, zonder verwijt. Wie onder díe voorwaarde blijft, meent het."

Eli: „Dat begrijp ik. Van mijn bezwaar ben ik daarmee nog niet af."

Channa: „En daarom zegt Joseef achteraf niet: ‚Jullie hebben het goedgemaakt.' Hij zegt: ‚Hasjeem heeft mij hier naar toe gestuurd.' Hij neemt hun de schuld niet af. Hij neemt hun de angst af."

Eli: „Dat is een verschil."

Chaim: „Een groot verschil. En kijk nu naar het einde. Joseefs plan tegen de uitsluiting is mislukt — de slavernij kwam toch. De stap van Jehoeda is niet mislukt. De hele parasja is naar hem genoemd."

Vraag aan jouFrage an dich

Joseef wilde met de verhuizingen voorkomen dat zijn volk in Egypte als vreemd zou gelden. De slavernij kwam er toch. Was zijn plan daarom fout — of was het goed en heeft het alleen niet genoeg geholpen? Waar baseer jij je oordeel op: op de uitkomst of op de bedoeling?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: waaraan hebt u zelf ooit gemerkt dat een mens echt veranderd was — niet aan wat hij zei, maar aan wat hij deed?

Duits

Und er trat heran

Die Parascha trägt den Namen eines einzigen Schrittes. Wajigasch — „und er trat heran". Wer trat heran? Jehuda. Und was er dann sagte, ist die längste Derascha, die längste Rede, die in der ganzen Tora steht.

Jehuda bat um Binjamins Freilassung. Und er bot mehr als eine Bitte an: Er wollte selbst als Sklave arbeiten, an Binjamins Stelle. „Wenn ich ohne meinen jüngsten Bruder zu meinem Vater zurückkomme", sagte er, „dann stirbt mein Vater vor Kummer."

Warum gerade dieser Bruder? Rachel, die Frau, die Jaakow so geliebt hatte, hatte zwei Söhne: Josef und Binjamin. Josef galt seit zweiundzwanzig Jahren als tot. Bliebe nun auch Binjamin in Ägypten, hätte der alte Vater beide verloren. Genau das wollte Jehuda ihm ersparen.

Und der Vizekönig? Er hörte zu und begriff etwas, das niemand ausgesprochen hatte: Diese Brüder haben wirklich Tschuwa getan — sie sind umgekehrt von dem, was sie ihm damals angetan haben.

Da schickte Josef seine Diener hinaus. Alle. Und dann sprach er die Brüder auf Iwrit an, in der Sprache von zu Hause: „Ich bin Josef. Lebt mein Vater noch?"

Die Brüder erschraken furchtbar. Aber Josef tröstete sie. Nicht sie hätten ihn hierhergebracht, sagte er, sondern G'tt: „Haschem hat mich hierhergeschickt." Was ausgesehen hatte wie ihr Verrat, war in Wahrheit G'ttes Plan gewesen.

Der Pharao selbst wünschte es so: Josef durfte seine Brüder nach Hause schicken — mit einer Einladung für die ganze Familie, im Land Goschen zu wohnen, wo Weideland genug für ihre Herden war.

Als sie ihrem Vater erzählten, dass Josef lebte, konnte Jaakow es zuerst nicht glauben. Erst als er die Wagen sah, die aus Ägypten gekommen waren, ließ er sich überzeugen. Dann brach die Karawane auf.

In der Nacht kam eine Vision über ihn: G'tt sagte ihm, er solle keine Angst haben, nach Ägypten hinabzuziehen — dort werde er ihn zu einem großen Volk machen.

Siebzig Menschen zogen hinab.

Und dann standen sie voreinander: der Vater und der Sohn, den er zweiundzwanzig Jahre lang für tot gehalten hatte. Josef fiel seinem Vater um den Hals und weinte lange.

Beim Pharao stellte Josef seinen Vater und fünf seiner Brüder vor, und ehe Jaakow wieder ging, segnete er den König. Für seine Familie sorgte Josef von da an so, dass es ihr an nichts fehlte.

Für die Ägypter aber wurden es harte Jahre. Der Hunger zwang sie, alles herzugeben, um Korn zu bekommen: erst das Vieh, dann das Land, zuletzt sich selbst. Am Ende waren sie Sklaven des Pharao.

Dann versetzte Josef das ägyptische Volk in andere Teile des Landes. Er hatte einen Grund dafür. Er wollte verhindern, dass sein eigenes Volk in Ägypten als fremd beschimpft und ausgegrenzt würde. Und tatsächlich: Am Ende war in Ägypten jeder ein Fremder, denn jeder hatte einen anderen Wohnort bekommen als den, in dem er geboren war.

Inzwischen wuchs Jaakows Familie schnell. Das jüdische Volk wurde so groß, dass der Pharao, seine Minister und seine Edlen Angst bekamen. Was, dachten sie, wenn diese Fremden eines Tages über uns herrschen? Damit begann in Ägypten die Verfolgung der Juden. Und damit begann die Sklaverei.

↩ Erinnerst du dich an die Frage aus Wajeschew — ist ein Traum eine Botschaft oder ein Rest vom Tag? Hier stehen Josefs Brüder vor ihm und bitten ihn. Keiner von ihnen merkt, dass er gerade in einem Traum steht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jehuda überhaupt nur deshalb vortreten musste, weil man in Binjamins Sack einen silbernen Becher gefunden hatte — und dass Josef selbst ihn dort hatte verstecken lassen?
  • … dass Josef seinen Brüdern schon vorher jedes Mal das Geld für das Korn heimlich in die Säcke zurücklegen ließ?
  • … dass Josef seine Brüder beim allerersten Wiedersehen als Spione beschuldigt hatte — und dass sie nicht ahnten, wer der Mann war, der sie da verhörte?
  • … dass der Pharao Jaakow nach seinem Alter fragte und Jaakow antwortete: „Ich bin 130 Jahre alt. Aber es waren schwere Jahre"?
  • … dass Josef seinen Brüdern viele Wagen mitgab, beladen mit Essen und Geschenken für den Vater — und dass die ganze Familie später in genau diesen Wagen nach Mizrajim zog?

Woord van de week:Wort der Woche: Tesjoewa / Tschuwa — Tschuwa — Umkehr. Nicht: ‚Es tut mir leid' sagen. Sondern: in dieselbe Lage geraten wie damals — und diesmal anders handeln.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „An einer Stelle komme ich hier nicht mit. Josef begreift, dass seine Brüder Tschuwa getan haben. Woran denn? Sie haben doch nichts gesagt. Kein einziges ‚Es tut uns leid.'"

Channa: „Warum Josef sie überhaupt auf die Probe gestellt hat, haben wir bei Mikez durchgesprochen. Das ist hier nicht mehr die Frage. Hier steht die andere Hälfte: Was hat er in diesem Augenblick eigentlich gesehen?"

Eli: „Einen Mann, der redet. Jehuda hält die längste Rede der ganzen Tora."

Channa: „Und alles hängt an einem einzigen Satz darin. Jehuda sagt nicht: ‚Wir haben damals etwas falsch gemacht.' Er sagt: Nimm mich, und lass den Jungen gehen. Er bietet sich als Sklave an — für immer, für einen Halbbruder, damit sein Vater nicht ein zweites Mal ein Kind verliert."

Eli: „Trotzdem hat Josef sie belogen. Und seinen Vater hat er zweiundzwanzig Jahre lang trauern lassen, obwohl er ihm hätte schreiben können. Darf man so prüfen?"

Chaim: „Deinen Einwand nehme ich dir nicht weg. Aber sieh dir an, woran man Umkehr überhaupt messen kann. Worte kosten nichts, und Worte hatte Josef von ihnen längst gehört. Jehudas Satz kostet ihn sein ganzes Leben. Und er hätte ihn nicht sagen müssen: ‚Ihr anderen könnt zurück zu eurem Vater' stand offen — ohne Schaden, ohne Vorwurf. Wer unter dieser Bedingung bleibt, meint es."

Eli: „Das leuchtet mir ein. Meinen Einwand bin ich damit trotzdem nicht los."

Channa: „Und deshalb sagt Josef ihnen hinterher nicht: ‚Ihr habt es wiedergutgemacht.' Er sagt: ‚Haschem hat mich hierhergeschickt.' Er nimmt ihnen die Schuld nicht ab. Er nimmt ihnen die Angst."

Eli: „Das ist ein Unterschied."

Chaim: „Ein großer. Und jetzt sieh dir das Ende an. Josefs Plan gegen die Ausgrenzung ist gescheitert — die Sklaverei kam trotzdem. Jehudas Schritt ist nicht gescheitert. Nach ihm ist die ganze Parascha benannt."

Vraag aan jouFrage an dich

Josef wollte mit den Umzügen verhindern, dass sein Volk in Ägypten als fremd gilt. Die Sklaverei kam trotzdem. War sein Plan darum falsch — oder war er richtig und hat nur nicht gereicht? Woran machst du dein Urteil fest: am Ergebnis oder an der Absicht?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Tisch: Woran haben Sie selbst schon einmal gemerkt, dass ein Mensch sich wirklich geändert hat — nicht an dem, was er sagte, sondern an dem, was er tat?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
12 · Wajechi Wajechi

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De gekruiste handen

Ja'akov woonde de laatste zeventien jaren van zijn leven in Mitsraim. Toen hij 147 jaar oud was, riep hij zijn zoon Joseef bij zich. „Beloof me dat je me zult begraven in de grot de Machpela bij mijn vader en moeder en mijn grootouders en niet hier in Mitsraim."

Joseef beloofde dat.

Niet lang daarna bracht hij zijn twee zoons Efraim en Menasje naar zijn vader voor een beracha.

Ja'akov vertelde de twee jongens: „Jullie zullen in alles precies zo als mijn eigen kinderen zijn." Daarom werden Efraim en Menasje later meegerekend met de twaalf stammen. Efraim en Menasje werden ieder een eigen, aparte stam. Ze kregen een beracha van hun grootvader Ja'akov.

Efraim, de jongste, stond tegenover de linkerhand van grootvader Ja'akov. Menasje, de oudste, stond tegenover de rechterhand van grootvader Ja'akov.

Het was de gewoonte dat de oudste zoon de grootste zegen zou krijgen met de rechterhand.

Maar Ja'akov kruiste zijn handen en plaatste zijn rechterhand op het hoofd van de jongste en zijn linkerhand op het hoofd van de oudste.

Toen Joseef dat zag, tilde hij zijn vaders rechterhand op om hem goed te leggen.

Maar Ja'akov protesteerde. „Ik weet wat ik aan het doen ben. De jongste broer zal groter zijn dan de oudste. Van hem zal een groot man afstammen, Jehosjoe'a. Maar beiden zullen veel kinderen hebben. En in de toekomst zullen de mensen hun kinderen een beracha geven en zeggen: ‚Moge G'd jullie maken zoals Efraim en Menasje.'"

Toen riep Ja'akov al zijn zoons bij elkaar om ze een beracha te geven voordat hij stierf.

Nadat Ja'akov gestorven was, vroeg Joseef aan Farao of hij zijn vader mocht begraven in Israël. Farao had Ja'akov liever in Mitsraim begraven. Maar omdat Joseef zijn vader Ja'akov had gezworen om hem in Israël te begraven, gaf Farao uiteindelijk toch toestemming.

De koningen van Kena'an zagen een hele stoet uit Mitsraim optrekken en dachten dat Farao oorlog kwam voeren met hen. Maar toen zagen ze dat het een begrafenis was. Alle koningen hingen toen hun kronen aan de kist van Ja'akov. Ja'akov kreeg toen heel veel kavod van alle koningen!

↩ Weet je nog van Jitschak, die bijna blind was en zijn zegen gaf? Ook toen kreeg de jongste de beracha. Maar deze keer weet de opa precies wat hij doet.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Ja'akov zeventien jaar in Mitsraim woonde — en daar zelfs een jesjiva stichtte, een leerhuis, zodat de kinderen Tora konden blijven leren?
  • … Ja'akov niet goed meer kon zien toen hij de beracha gaf? Zijn ogen waren zwaar geworden van ouderdom — en toch legde hij zijn handen precies zoals hij het wilde.
  • … in de grot de Machpela al Avraham en Sara liggen, Jitschak en Rivka — en Lea, de vrouw van Ja'akov? Daarom wilde Ja'akov daar zo graag naartoe.
  • … Joseef zelf stierf toen hij 110 jaar oud was en zijn kinderen en broers vroeg hem mee te nemen naar Israël als de Joden bevrijd zouden worden uit Mitsraim?

Woord van de week:Wort der Woche: Wajechi — Wajechi betekent: ‚en hij leefde'.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Joseef vond het niet goed dat zijn vader Ja'akov de jongste Efraim de mooiste beracha gaf terwijl hij de oudste Menasje een wat minder mooie beracha gaf. En toch: wij geven tegenwoordig een beracha aan onze kinderen (meestal op vrijdagavond) waarin wij ze zegenen als Efraim en Menasje."

Channa: „We geven juist deze beracha omdat deze twee kinderen van Joseef goede mensen bleven en trouw bleven aan het Jodendom hoewel de Egyptenaren heel onaardig waren en er in Mitsraim overal afgodenbeelden stonden."

Batsheva: „Toch voelde Menasje zich een beetje beledigd. Hij was de oudste maar toch kreeg hij niet de mooiste beracha. Maar hij gunde dat wel aan zijn jongste broer Efraim. Dat vind ik enorm knap van Menasje."

Sjeem: „Hij gunde dat zelfs met plezier aan zijn jongere broer. Daarom geven we onze kinderen altijd deze beracha. Daarin zien we dat de ene broer de andere heel veel gunt. En dat vind ik een geweldig mooie eigenschap! Daar kunnen we allemaal een goed voorbeeld aan nemen."

Vraag aan jouFrage an dich

Menasje gunde zijn kleine broer de mooiste beracha. Stel je voor dat jij op zijn plaats bij het bed staat: wat zou daaraan moeilijk zijn voor jou — en wat zou jou helpen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag op vrijdagavond, als u uw handen op hun hoofd legt: wie in onze kehilla gun jij iets zó erg dat je je echt met hem meeverheugt?

Duits

Die gekreuzten Hände

„Josef!" — Jaakow ließ seinen Sohn rufen. Siebzehn Jahre hatten sie nun zusammen in Ägypten gelebt, und Jaakow war hundertsiebenundvierzig Jahre alt geworden. Jetzt spürte er: Es geht zu Ende.

„Versprich mir etwas", sagte er. „Begrabe mich nicht hier. Bring mich in die Höhle Machpela — zu meinem Vater und meiner Mutter und zu meinen Großeltern."

Josef versprach es.

Nicht lange danach brachte er seine beiden Söhne zum Großvater: Efraim und Menasche. Sie sollten eine Beracha bekommen — den Segen des Großvaters.

Jaakow zog die beiden Jungen zu sich heran. „Ihr sollt in allem genau so sein wie meine eigenen Kinder", sagte er. Darum wurden Efraim und Menasche später zu den zwölf Stämmen mitgezählt. Jeder von ihnen wurde ein eigener Stamm.

Nun stellten sie sich ans Bett. Efraim, der Jüngere, stand vor der linken Hand des Großvaters. Menasche, der Ältere, stand vor der rechten Hand.

So gehörte es sich nämlich: Der älteste Sohn bekommt den größten Segen — und den bekommt er mit der rechten Hand.

Aber Jaakow kreuzte seine Arme. Die rechte Hand legte er auf den Kopf des Jüngeren. Die linke Hand legte er auf den Kopf des Älteren.

Josef sah es — und griff schnell zu. Er hob die rechte Hand seines Vaters hoch, um sie richtig zu legen.

„Ich weiß, was ich tue", sagte Jaakow. „Der jüngere Bruder wird größer werden als der ältere. Von ihm wird einmal ein großer Mann abstammen: Jehoschua. Aber beide werden viele Kinder haben. Und in Zukunft werden die Menschen ihren Kindern eine Beracha geben und sagen: ‚Möge G'tt euch machen wie Efraim und Menasche.'"

Dann rief Jaakow alle seine Söhne zusammen und gab jedem noch eine eigene Beracha. Danach starb er.

Josef ging zu Pharao. „Darf ich meinen Vater in Israel begraben?" Pharao hätte Jaakow viel lieber in Ägypten behalten. Aber Josef hatte es seinem Vater geschworen — und am Ende gab Pharao die Erlaubnis.

Ein langer Zug machte sich auf den Weg. Die Könige von Kena'an sahen ihn von Weitem aus Ägypten heraufkommen und erschraken: Pharao zieht in den Krieg gegen uns! Dann schauten sie genauer hin. Es war kein Krieg. Es war eine Beerdigung.

Da nahmen die Könige ihre Kronen ab und hängten sie an Jaakows Bahre. So viel Kawod — so viel Ehre — bekam Jaakow von allen Königen.

↩ Erinnerst du dich an Jizchak, der fast blind war und seinen Segen gab? Auch damals bekam der Jüngere die Beracha. Diesmal aber weiß der Großvater ganz genau, was er tut.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jaakow siebzehn Jahre in Ägypten wohnte — und dort sogar eine Jeschiwa gründete, ein Lernhaus, damit die Kinder weiter Tora lernen konnten?
  • … dass Jaakow gar nicht mehr richtig sehen konnte, als er die Beracha gab? Seine Augen waren im Alter schwer geworden — und trotzdem legte er die Hände genau so, wie er es wollte.
  • … dass in der Höhle Machpela schon Awraham und Sara liegen, Jizchak und Riwka — und Lea, Jaakows Frau? Darum wollte Jaakow so gern dorthin.
  • … dass Josef selbst starb, als er hundertzehn Jahre alt war — und seine Kinder und seine Brüder vorher bat: Nehmt mich mit nach Israel, wenn die Juden einmal aus Ägypten befreit werden?

Woord van de week:Wort der Woche: Wajechi — Wajechi heißt: ‚und er lebte'. Ausgerechnet das Kapitel, in dem Jaakow Abschied nimmt, trägt diesen Namen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Josef fand es nicht gut, dass sein Vater dem Jüngsten, Efraim, die schönste Beracha gab — und dem Ältesten, Menasche, eine weniger schöne. Und trotzdem: Wir geben unseren Kindern heute noch genau diese Beracha, meistens am Freitagabend. Wir segnen sie wie Efraim und Menasche."

Channa: „Wir geben gerade diese Beracha, weil diese beiden Kinder von Josef gute Menschen geblieben sind. Sie blieben dem Judentum treu — obwohl die Ägypter sehr unfreundlich waren und im ganzen Land überall Götzenbilder standen."

Batschewa: „Trotzdem hat Menasche sich ein bisschen gekränkt gefühlt. Er war der Älteste und bekam doch nicht die schönste Beracha. Aber er gönnte sie seinem jüngeren Bruder Efraim. Das finde ich enorm stark von Menasche."

Schem: „Er gönnte sie ihm sogar mit Freude! Darum geben wir unseren Kindern immer diese Beracha. Man sieht darin, wie der eine Bruder dem anderen ganz viel gönnt. Und das finde ich eine großartige Eigenschaft. Daran können wir uns alle ein Beispiel nehmen."

Vraag aan jouFrage an dich

Menasche gönnte seinem kleinen Bruder die schönere Beracha. Stell dir vor, du stündest an seiner Stelle am Bett: Was wäre daran schwer für dich — und was würde dir helfen?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Freitagabend, wenn Sie die Hände auflegen: Wem in unserer Gemeinde gönnst du etwas so sehr, dass du dich richtig mitfreuen kannst?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De belofte van Joseef

Toen Ja'akov stierf ging Joseef naar Farao. „Ik heb mijn vader Ja'akov beloofd dat ik hem zal begraven in het land Kena'an. Laat mij hem daar naartoe brengen en ik zal terugkomen zodra ik dat gedaan heb."

Farao vond het niet prettig dat Ja'akov niet in Mitsraim begraven wilde worden, maar gaf uiteindelijk toch toestemming aan Joseef om Ja'akov te begraven in Israël.

Nadat hun vader Ja'akov begraven was, begonnen de broers van Joseef zich zorgen te maken. „Misschien zal Joseef ons haten omdat we hem verkocht hebben. Toen vader Ja'akov nog leefde, durfde Joseef niks tegen ons te doen. Maar nu zal hij ons straffen."

Ze gingen naar Joseef en ze vroegen hem om seliecha dat ze hem verkocht hadden.

Joseef probeerde uit te leggen dat ze niet bang moesten zijn dat hij kwaad op hen was. Joseef voelde aan dat Hasjeem alles had gepland.

„Natuurlijk vergeef ik het jullie", zei hij hun. „Jullie wilden mij misschien wel beschadigen toen jullie mij verkochten, maar Hasjeem heeft het allemaal ten goede gekeerd. Nadat ik verkocht was naar Mitsraim werd ik onderkoning en kon ik ervoor zorgen dat er genoeg te eten was in de vele jaren van hongersnood. Daarom leven we allemaal nog. Wees niet bang, ik zal goed voor jullie zorgen. Ik zal ook goed voor jullie kinderen zorgen."

Zo gezegd, zo gedaan.

Toen Joseef 110 jaar oud was, werd hij ziek en voelde hij aan dat hij ging sterven. „Hasjeem zal jullie niet vergeten", zei hij tegen zijn broers. „Hij zal jullie terugbrengen uit Mitsraim naar het Beloofde Land Israël. Het land Israël had Hasjeem beloofd aan Avraham, Jitschak en Ja'akov en al hun kinderen en kleinkinderen. Beloof mij alleen dat jullie mijn beenderen zullen meenemen wanneer jullie weggaan uit Mitsraim."

De broers beloofden dat. Toen Joseef stierf werd hij begraven als een prins van Mitsraim.

De kinderen van Ja'akov waren begonnen als een kleine groep van zeventig mensen. Maar ze werden al heel snel veel groter en veel sterker. En ze leefden in vrede totdat ze tot slaven gemaakt werden door Farao.

Waarom maakte Farao de Joden tot slaven? Hij zag dat de Joden heel snel een heel groot volk werden. Hij werd bang want hij kreeg het gevoel dat de Joden de macht in Mitsraim zouden overnemen. En dat wilde hij absoluut niet.

Maar de woorden van Joseef bleven en bleven schijnen als een licht in het donker: „Hasjeem zal jullie niet vergeten."

↩ Weet je nog van de karavaan die naar Mitsraim trok — en van de broer die meeging? Negenendertig jaar later staan diezelfde broers vóór hem. En nu praten ze wél.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Ja'akov zijn twee kleinzonen — de oudste heette Menasje en de jongste Efraim — een beracha wilde geven?
  • … Ja'akov zijn handen kruiste en zijn rechterhand op het hoofd van de jongste legde om hem de mooiste beracha te geven?
  • … Ja'akov zijn linkerhand op het hoofd van de oudste kleinzoon (Menasje) legde omdat hij hem iets minder goed vond?
  • … Joseef zijn vaders handen anders wilde leggen, maar dat Ja'akov dat niet wilde en aan Joseef vertelde dat hij precies wist wat hij deed?
  • … de koningen van Kena'an hun kronen aan de kist van Ja'akov hingen? Ze hadden de grote stoet uit Mitsraim zien optrekken en dachten aan een leger — en toen zagen ze dat het een begrafenis was.

Woord van de week:Wort der Woche: Slicha — Seliecha betekent vergeving. Daar vragen de broers om — en Joseef antwoordt: ‚Natuurlijk.'

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik vind het vreemd dat de jongste zoon Efraim de mooiste beracha krijgt en de oudste zoon Menasje een minder mooie beracha krijgt."

Ariella: „Ik denk dat Ja'akov gewoon zag dat Efraim beter was dan Menasje en dat hij daarom een mooiere beracha gaf aan Efraim. Niet iedereen is even rijk of intelligent of handig. Iedereen is verschillend. Dus kan je ook een andere beracha krijgen dan je broertje of je zusje. Daar hoef je niet zo moeilijk over te doen."

Asaf: „Mijn Papa en Mama geven mijn broertjes en mij allemaal dezelfde beracha op vrijdagavond: moge Hasjeem jullie maken als Efraim en Menasje."

Ita: „Dat betekent dat jullie ouders jullie zegenen met de wens dat jullie zo sterk mogen zijn als Efraim en Menasje. Want die bleven Joods — ook in Mitsraim."

Batsheva: „En Menasje voelde zich toch wel een beetje beledigd — maar hij gunde zijn jongste broer die mooiste beracha wél. Dat vind ik enorm knap. En welke beracha krijgen de meisjes eigenlijk? Mogen jullie worden als Sara, Rivka, Racheel en Le'a. Dat is eigenlijk nog veel mooier, want de Joodse vrouwen bleven heel goed in Mitsraim. Daarom zijn zij vergelijkbaar met Efraim en Menasje: ondanks alle moeilijkheden en bedreigingen bleven juist de Joodse vrouwen heel sterk en standvastig in hun emoena en bitachon!"

Vraag aan jouFrage an dich

De broers vroegen Joseef pas na de dood van hun vader om seliecha — al die jaren daarvoor niet. Waarom was het daarvóór makkelijker om niets te zeggen, denk je?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan de sjabbestafel over een ruzie in de familie of de kehilla die echt is bijgelegd — en wie toen de eerste stap zette.

Duits

Josefs Versprechen

„Lass mich gehen", sagte Josef zu Pharao, „und ich komme zurück, sobald es getan ist."

Sein Vater Jaakow war gestorben. Josef hatte ihm versprochen, ihn im Land Kena'an zu begraben, und dieses Versprechen wollte er halten.

Pharao gefiel das gar nicht. Warum sollte Jaakow nicht in Mizrajim liegen, wo er doch siebzehn Jahre hier gelebt hatte? Aber am Ende gab er Josef die Erlaubnis. So wurde Jaakow in Israel begraben.

Und danach bekamen Josefs Brüder Angst.

Sie steckten die Köpfe zusammen. „Vielleicht hasst Josef uns doch. Wir haben ihn damals verkauft. Solange Vater Jaakow lebte, traute er sich nichts gegen uns. Aber jetzt wird er uns bestrafen."

Sie gingen zu Josef und baten ihn um Slicha — um Verzeihung dafür, dass sie ihn verkauft hatten.

Josef versuchte ihnen zu erklären, dass sie keine Angst haben mussten. Er war nicht böse auf sie. Er spürte etwas anderes: Haschem hatte alles geplant.

„Natürlich verzeihe ich euch", sagte er. „Ihr wolltet mir vielleicht schaden, als ihr mich verkauft habt. Aber Haschem hat alles zum Guten gewendet. Nachdem ich nach Mizrajim verkauft worden war, wurde ich Vizekönig — und ich konnte dafür sorgen, dass in den vielen Hungerjahren genug zu essen da war. Darum leben wir alle noch. Habt keine Angst. Ich werde gut für euch sorgen. Und für eure Kinder auch."

Gesagt, getan.

Als Josef hundertzehn Jahre alt war, wurde er krank, und er spürte, dass er sterben würde. „Haschem wird euch nicht vergessen", sagte er zu seinen Brüdern. „Er wird euch aus Mizrajim zurückbringen in das versprochene Land Israel. Dieses Land hat Haschem Awraham, Jizchak und Jaakow versprochen und all ihren Kindern und Enkelkindern. Versprecht mir nur das eine: Nehmt meine Gebeine mit, wenn ihr aus Mizrajim fortzieht."

Die Brüder versprachen es.

Als Josef starb, wurde er begraben wie ein Prinz von Mizrajim.

Die Kinder Jaakows hatten als kleine Gruppe angefangen: siebzig Menschen. Aber sie wurden sehr schnell viel größer und viel stärker. Und sie lebten in Frieden — bis Pharao sie zu Sklaven machte.

Warum machte Pharao die Juden zu Sklaven? Er sah, dass sie sehr schnell zu einem großen Volk wurden. Da bekam er Angst. Er hatte das Gefühl: Bald übernehmen die Juden die Macht in Mizrajim. Und das wollte er auf keinen Fall.

Aber Josefs Worte blieben und leuchteten weiter wie ein Licht im Dunkeln: „Haschem wird euch nicht vergessen."

↩ Erinnerst du dich an die Karawane, die nach Mizrajim zog — und an den Bruder, den sie mitnahm? Neununddreißig Jahre später stehen dieselben Brüder vor ihm. Und diesmal reden sie.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jaakow seinen beiden Enkeln eine Beracha geben wollte — der Ältere hieß Menasche, der Jüngere Efraim?
  • … dass Jaakow seine Hände kreuzte und die rechte Hand auf den Kopf des Jüngeren legte, um ihm die schönste Beracha zu geben?
  • … dass er die linke Hand auf den Kopf des älteren Enkels legte, auf Menasche, weil er ihn ein bisschen weniger gut fand?
  • … dass Josef die Hände seines Vaters anders legen wollte, Jaakow das aber nicht zuließ und ihm sagte, er wisse genau, was er tue?
  • … dass die Könige von Kena'an ihre Kronen an Jaakows Bahre hängten? Sie hatten den großen Zug aus Mizrajim heraufkommen sehen und ein Heer erwartet — dann sahen sie, dass es eine Beerdigung war.

Woord van de week:Wort der Woche: Slicha — Slicha heißt Verzeihung. Darum bitten die Brüder — und Josef antwortet: ‚Natürlich.'

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich finde das seltsam. Der jüngste Sohn, Efraim, bekommt die schönste Beracha — und der älteste, Menasche, eine weniger schöne."

Ariella: „Ich glaube, Jaakow hat einfach gesehen, dass Efraim besser war, und darum hat er ihm die schönere Beracha gegeben. Nicht jeder ist gleich reich, gleich klug oder gleich geschickt. Jeder Mensch ist anders. Also kannst du auch eine andere Beracha bekommen als dein Bruder oder deine Schwester. Darüber muss man kein Theater machen."

Asaf: „Mein Papa und meine Mama geben meinen Brüdern und mir alle dieselbe Beracha am Freitagabend: Möge Haschem euch machen wie Efraim und Menasche."

Ita: „Das heißt: Eure Eltern segnen euch mit dem Wunsch, dass ihr so stark sein sollt wie Efraim und Menasche. Denn die beiden blieben jüdisch — sogar in Mizrajim."

Batschewa: „Und Menasche hat sich schon ein bisschen gekränkt gefühlt — aber er hat seinem kleinen Bruder den schöneren Segen gegönnt. Das finde ich stark. Und welche Beracha bekommen eigentlich die Mädchen? Ihr sollt werden wie Sara, Riwka, Rachel und Lea. Das finde ich eigentlich noch viel schöner. Denn die jüdischen Frauen blieben in Mizrajim ganz besonders stark. Darum sind sie mit Efraim und Menasche vergleichbar: Trotz aller Schwierigkeiten und aller Drohungen blieben sie fest in ihrer Emuna und ihrem Bitachon — in ihrem Glauben und ihrem Vertrauen."

Vraag aan jouFrage an dich

Die Brüder haben Josef erst nach dem Tod des Vaters um Slicha gebeten — nicht in all den Jahren davor. Warum war es vorher wohl leichter, nichts zu sagen?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Schabbat-Tisch von einem Streit in Familie oder Gemeinde, der wirklich beigelegt wurde — und davon, wer damals den Anfang gemacht hat.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Breng me naar huis

Ja'akov leefde zeventien jaar in Mitsraim. Uiteindelijk was hij 147 jaar toen hij zijn einde voelde naderen. Hij riep Joseef, zijn zoon, bij zich. Hij wilde dat Joseef zwoer dat hij hem in Israël zou begraven: „Leg uw hand onder mijn heup en bewijs mij liefde en trouw. Begraaf mij alsjeblieft niet in Mitsraim. Als ik overlijd, dan moet je me begraven in de grot de Machpela."

Joseef zwoer dat hij Ja'akovs opdracht zou vervullen. Toen boog Ja'akov zich naar het hoofdeinde van zijn bed.

Waarom wilde Ja'akov niet in Mitsraim begraven worden?

Ja'akov wilde niet dat zijn graf een bedevaartsoord zou worden. Bovendien: als hij daar begraven zou liggen, zouden zijn kinderen misschien denken dat zij daar in Mitsraim zouden moeten blijven. Zijn afstammelingen zouden kunnen denken dat ook Mitsraim een heilig land is als Ja'akov daar begraven zou zijn. Mitsraim was echter bedoeld als tijdelijke woonplaats. Israël was de bestemming van Am Jisra'eel.

De Mitsri'iem hadden bovendien de gewoonte om hun doden te vereren en zouden zijn graf misschien gaan verafgoden. Ze wisten dat Ja'akov door te davvenen tot Hasjeem ervoor gezorgd had dat de zeven jaren van hongersnood stopten.

Gedurende de tien plagen zou de aarde veranderen in ongedierte. Bij de derde plaag — kiniem — zou dat ook de lichamen kunnen aantasten die in de grond begraven zijn. Ja'akov wilde dit niet meemaken en wilde ook niet dat Hasjeem speciaal voor hem een wonder zou doen dat zijn lichaam niet zou worden aangetast. Daarom wilde hij terug naar de Machpela en begraven worden bij zijn voorouders.

Maar waarom een eed? Was een verzoek niet genoeg geweest?

Ja'akov was bang dat Joseef zijn belofte niet zou kunnen waarmaken omdat de Egyptische wetten uitvoer van doden verboden. Daarom liet hij Joseef zweren. Joseef zwoer en Ja'akov boog zich naar zijn hoofdeinde, richting de Sjechina, want de Sjechina rust boven het bed van de zieke.

En uiteindelijk kwam Ja'akov thuis: in de Machpela, bij Avraham en Sara, bij Jitschak en Rivka, bij Le'a.

↩ Weet je nog hoe Avraham de grot de Machpela kocht — met getuigen erbij, voor vierhonderd sjekel zilver, zodat hij voor altijd van de familie zou zijn? Drie generaties later is dat precies de reden waarom Ja'akov laat zweren.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een overledene op natuurlijke wijze en zo snel mogelijk begraven moet worden?
  • … het lichaam niet mag worden „behandeld" en de overledene zelf op geen enkele wijze baat heeft bij een schminkbehandeling?
  • … Joseef geen bezwaar had tegen het balsemen van Ja'akov omdat Ja'akov zijn kinderen had opgedragen om hem in Erets Jisra'eel te begraven?
  • … de reis naar Erets Jisra'eel heel lang duurde en het heel heet was in Mitsraim en Erets Jisra'eel, en Ja'akov daarom toch gebalsemd moest worden?

Woord van de week:Wort der Woche: Schechina — Sjechina betekent: de aanwezigheid van Hasjeem, daar waar je haar kunt voelen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ja'akov vraagt om speciale bescherming door Hasjeem wanneer hij Efraim en Menasje een beracha geeft. Letterlijk zegt hij: Hamalach hago'eel oti — ‚De Engel, die mij verlost heeft van al het kwade, moge de kinderen zegenen en mijn naam in hen noemen en de naam van mijn voorouders Avraham en Jitschak; moge zij zich tot grote menigte vermeerderen midden in het land' (48:16)."

Ariella: „We zeggen deze pasoek nog steeds in het nachtlajnen. Ja'akov vond het nodig om hierbij te benadrukken dat hij uiteindelijk van alle tsores bevrijd werd. Hoewel Mitsraim geen plaats van kedoesja was, leefde Ja'akov daar helemaal op. Hij had daar een jesjiva gesticht, waardoor hij zich ervan verzekerd voelde dat zijn kinderen de Tora nooit zouden vergeten."

Elisja: „Toch wilde hij dat ook zijn naam en die van Avraham en Jitschak in de kinderen genoemd zouden worden. De Jisra'eel-gedachte moest levend blijven. Jisra'eel betekent ‚U heerst over Engelen en mensen'. Avrahams naam vond hij belangrijk omdat deze naam ‚geestelijke vader van vele volkeren' betekent. Hij hoopte dat zijn kinderen uiteindelijk het licht voor alle volken zouden zijn, zodat zij hun geestelijke leiderschap inderdaad zouden waarmaken. Het woordje Jitschak komt van ‚lachen'. Hij hoopte dat zijn kinderen en kleinkinderen het Jodendom altijd op een simchedikke manier zouden beleven en uitdragen."

Vraag aan jouFrage an dich

Ja'akov wilde dat in zijn kleinkinderen drie namen zouden doorklinken: die van hemzelf, van Avraham en van Jitschak. Wat moest daarmee in de familie wakker blijven, denk jij — en wat heeft dat te maken met Efraim en Menasje, die in Mitsraim opgroeiden?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan de sjabbestafel: welke naam uit onze familie of onze kehilla moet doorgegeven worden — en waar moet die naam precies voor staan?

Duits

Bringt mich heim

„Leg deine Hand unter meine Hüfte", sagte Jaakow, „und erweise mir Liebe und Treue. Begrabe mich bitte nicht in Mizrajim. Wenn ich sterbe, dann bring mich in die Höhle Machpela."

Siebzehn Jahre hatte Jaakow in Mizrajim gelebt. Mit hundertsiebenundvierzig spürte er, dass sein Ende nahe kam, und er ließ seinen Sohn Josef zu sich rufen. Josef schwor, dass er den Auftrag seines Vaters erfüllen würde. Da neigte Jaakow sich zum Kopfende seines Bettes.

Warum wollte Jaakow nicht in Mizrajim begraben werden?

Er wollte nicht, dass sein Grab ein Wallfahrtsort würde. Und mehr noch: Läge er dort, könnten seine Kinder auf den Gedanken kommen, sie müssten in Mizrajim bleiben. Seine Nachkommen könnten meinen, auch Mizrajim sei ein heiliges Land, weil Jaakow dort begraben liegt. Aber Mizrajim war nur als Wohnort auf Zeit gedacht. Das Ziel von Am Jisrael war Israel.

Dazu kam: Die Mizrijim pflegten ihre Toten zu verehren. Sein Grab hätten sie womöglich zu einem Götzenort gemacht — sie wussten schließlich genau, dass Jaakow durch sein Davvenen zu Haschem die sieben Hungerjahre beendet hatte.

Und noch etwas: Bei den zehn Plagen sollte sich die Erde selbst in Ungeziefer verwandeln. Bei der dritten Plage — Kinim — hätte das auch die Körper treffen können, die in der Erde begraben liegen. Jaakow wollte das nicht erleben. Und er wollte auch nicht, dass Haschem eigens für ihn ein Wunder tut, damit sein Körper unversehrt bleibt. Darum wollte er zurück in die Machpela, zu seinen Vorfahren.

Aber warum ein Schwur? Hätte eine Bitte nicht gereicht?

Jaakow hatte Sorge, dass Josef sein Versprechen gar nicht würde halten können: Die ägyptischen Gesetze verboten es, Tote außer Landes zu bringen. Darum ließ er ihn schwören. Josef schwor. Und Jaakow neigte sich zum Kopfende seines Bettes — der Schechina entgegen, denn die Schechina ruht über dem Bett des Kranken.

Und am Ende kam Jaakow heim: in die Machpela, zu Awraham und Sara, zu Jizchak und Riwka, zu Lea.

↩ Erinnerst du dich, wie Awraham die Höhle Machpela kaufte — vor Zeugen, mit vierhundert Schekel Silber, damit sie für immer der Familie gehört? Drei Generationen später ist genau das der Grund, warum Jaakow schwören lässt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Verstorbener auf natürliche Weise und so schnell wie möglich begraben werden soll?
  • … dass sein Körper nicht „behandelt" werden darf — und dass der Verstorbene selbst von keiner Schminkbehandlung irgendeinen Nutzen hat?
  • … dass Josef trotzdem nichts gegen das Einbalsamieren seines Vaters einzuwenden hatte, weil Jaakow seinen Kindern ausdrücklich aufgetragen hatte, ihn in Erez Jisrael zu begraben?
  • … dass die Reise nach Erez Jisrael sehr lange dauerte und es in Mizrajim und in Erez Jisrael sehr heiß war — und Jaakow deshalb doch einbalsamiert werden musste?

Woord van de week:Wort der Woche: Schechina — Schechina heißt: die Gegenwart von Haschem, dort, wo sie zu spüren ist. Sie ruht über dem Bett eines Kranken — darum neigte Jaakow sich zum Kopfende.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jaakow bittet um besonderen Schutz durch Haschem, als er Efraim und Menasche die Beracha gibt. Wörtlich sagt er: Hamalach haGoel oti — ‚Der Engel, der mich von allem Bösen erlöst hat, möge die Jungen segnen, und mein Name werde in ihnen genannt und der Name meiner Vorfahren Awraham und Jizchak; und mögen sie sich vermehren zu einer großen Menge mitten im Land' (48,16)."

Ariella: „Diesen Pasuk sagen wir bis heute beim Nachtlajnen, vor dem Einschlafen. Jaakow hielt es für nötig, dabei zu betonen, dass er am Ende von allen Zores befreit worden ist — von allem Kummer. Denn obwohl Mizrajim kein Ort von Keduscha war, lebte Jaakow dort richtig auf: Er hatte eine Jeschiwa gegründet und war sich dadurch sicher, dass seine Kinder die Tora nie vergessen würden."

Elischa: „Und trotzdem wollte er, dass auch sein Name und die von Awraham und Jizchak in den Kindern genannt werden. Der Jisrael-Gedanke sollte lebendig bleiben — Jisrael heißt: ‚Du herrschst über Engel und Menschen'. Awrahams Namen fand er wichtig, weil er ‚geistiger Vater vieler Völker' bedeutet: Er hoffte, dass seine Kinder am Ende das Licht für alle Völker sein würden und ihre geistige Führung wirklich einlösen. Und das Wort Jizchak kommt von ‚lachen'. Er hoffte, dass seine Kinder und Enkel das Judentum immer auf eine frohe Art erleben und weitergeben."

Vraag aan jouFrage an dich

Jaakow wollte, dass in seinen Enkeln drei Namen weiterklingen: sein eigener, der von Awraham und der von Jizchak. Was, meinst du, sollte in der Familie damit wachbleiben — und was hat das mit Efraim und Menasche zu tun, die in Mizrajim aufgewachsen sind?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Schabbat-Tisch: Welcher Name aus unserer Familie oder unserer Gemeinde soll weitergegeben werden — und wofür genau soll er stehen?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
13 · Sjemot Schemot

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Namen in Mitsraim

Waarom heet het tweede boek van de Tora „Sjemot" — namen? Omdat het begint met de namen van de Bnee Jisra'eel die naar Mitsraim kwamen.

De kinderen van Ja'akov woonden allemaal in het land Gosjen. Zolang de stamvaders, zoals Re'oeveen, Sjimon, Levi en Jehoeda, nog leefden, hadden de Bnee Jisra'eel niet veel contact met hun omgeving.

Maar daarna begonnen de Bnee Jisra'eel zich aan te passen. Ze werden een deel van de Egyptische maatschappij. Ze wilden niet meer in Gosjen opgesloten zitten. De Joden bezochten samen met de Egyptenaren de theaters. Eigenlijk vonden sommige Bnee Jisra'eel de Egyptische afgoderij best wel mooi. Zij bewonderden de dieraanbidding. En op vele punten deden ze de Egyptenaren na.

Alleen de stam Levi bleef apart en mengde zich niet in het Egyptische leven.

De afgoden van Mitsraim waren in die tijd heel aantrekkelijk. Wij hebben geen gevoel meer voor beeldjes. Maar 3700 jaar geleden was afgoderij, avoda zara, erg verleidelijk.

De grote Chagamiem hebben gedavvend, dat de jeetser hara (slechte neiging) voor afgoderij zou verdwijnen. Daarom kunnen wij ons nu geen voorstelling meer maken van de aantrekkingskracht van afgodenbeeldjes.

Toch hielden de Bnee Jisra'eel hun eigen identiteit. Zij gaven hun kinderen alleen maar Joodse namen. Ze spraken onderling Ivriet en ze hadden hun eigen kleren. Zij wilden niet meegaan met de mode van Egypte. Bovendien waren ze aardig voor elkaar, hielpen ze elkaar altijd en verklikten ze elkaar niet bij de Egyptische overheid.

Het eerste wat Farao besloot, was de briet mila (besnijdenis) te verbieden. De Egyptenaren begonnen de Bnee Jisra'eel te haten.

Langzamerhand begon een aantal Joden ook de afgoden van de Egyptenaren over te nemen.

Toch hield Hasjeem erg van de Bnee Jisra'eel, omdat ze kleinkinderen waren van Avraham, Jitschak en Ja'akov. Daarom vermenigvuldigden de Joden zich enorm in Egypte.

↩ Weet je nog hoe Ja'akov aan het eind van zijn leven in Mitsraim zijn kleinkinderen zegende? Precies over die ene familie gaat het hier verder.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Bnee Jisra'eel 210 jaar in Mitsraim bleven?
  • … de naam Re'oeveen in het Ivriet betekent: „Hasjeem zag mijn ellende"?
  • … de naam Sjimon betekent: „Hasjeem hoorde het huilen"?

Woord van de week:Wort der Woche: Ivriet / Iwrit — Ivriet is de taal van de Tora. In Mitsraim bleven de Bnee Jisra'eel die taal onder elkaar spreken.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli vertelt: „Er was een nieuwe koning over Egypte opgestaan. Hij zei tegen zijn volk: ‚Kijk, de Bnee Jisra'eel die worden ons teveel en te machtig. Laten we verstandig zijn. Laten we ervoor zorgen dat de Bnee Jisra'eel niet nog meer worden. Wanneer er oorlog zal komen, dan zullen zij zich bij onze vijanden aansluiten. Zij zullen ons dan bestrijden en zij zullen wegtrekken uit ons land Mitsraim!'"

Channa zegt: „De Egyptenaren waren bang voor oorlog, omdat al het geld van de omringende landen naar Egypte was gestroomd tijdens de hongersnood. De Egyptenaren waren bang dat andere volkeren hun geld terug zouden willen hebben."

Chaim vertelt verder: „De raadgevers van Farao zeiden: ‚Daarom zijn we bang voor de Bnee Jisra'eel, dat ze met onze vijanden tegen ons zouden gaan vechten. We moeten actie tegen ze ondernemen.'"

Batsjeva zegt: „Farao nam het op voor de Bnee Jisra'eel. Hij zei dat, als hun voorvader Joseef het land niet gered had, er geen Egyptenaar meer zou hebben geleefd. De Egyptische edelen waren kwaad op Farao, omdat hij het opnam voor de Bnee Jisra'eel. Drie maanden lang weigerde Farao toe te geven aan hun eisen om de Bnee Jisra'eel te gaan onderdrukken. Maar uiteindelijk begreep Farao dat het beter was toe te geven aan de wensen van zijn ministers. Hij kondigde aan dat hij nieuwe maatregelen zou nemen. Iedereen moest meewerken aan de verbouwing van twee grote voorraadsteden, Pitom en Ramses."

Vraag aan jouFrage an dich

Drie dingen hielden de Bnee Jisra'eel vast, terwijl om hen heen alles Egyptisch werd. Welke drie waren dat — en welke daarvan zou voor jou het moeilijkst zijn om vast te houden?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vanavond wat zijn Hebreeuwse naam betekent, naar wie het genoemd is — en waarom u juist die naam gekozen hebt.

Duits

Namen in Ägypten

Warum heißt das zweite Buch der Tora „Schemot" — Namen? Weil es mit Namen anfängt: mit den Namen der Bnej Jisrael, die nach Ägypten gekommen waren.

Die Kinder Jaakows wohnten alle zusammen im Land Goschen. Solange die Stammväter noch lebten, wie Reuwen, Schimon, Lewi und Jehuda, hatten die Bnej Jisrael wenig mit ihren Nachbarn zu tun.

Danach aber fingen die Bnej Jisrael an, sich anzupassen. Sie wurden ein Teil der ägyptischen Welt. Eingesperrt in Goschen wollten sie nicht länger sitzen. Die Juden gingen mit den Ägyptern zusammen ins Theater. Manchen von ihnen gefiel der ägyptische Götzendienst sogar richtig gut. Sie bewunderten es, wie die Ägypter ihre Tiere anbeteten. Und in vielem machten sie die Ägypter nach.

Nur ein Stamm blieb für sich: Lewi. Der mischte sich nicht ins ägyptische Leben.

Die Götzen von Ägypten waren damals sehr verlockend. Wir spüren bei solchen Figuren gar nichts mehr. Aber vor 3700 Jahren war der Götzendienst eine große Versuchung.

Darum haben die großen Weisen gebetet, dass diese schlechte Neigung verschwinden möge. Deshalb können wir uns heute gar nicht mehr vorstellen, wie stark solche Figuren die Menschen einmal angezogen haben.

Und doch blieben die Bnej Jisrael, wer sie waren. Ihren Kindern gaben sie nur jüdische Namen. Untereinander sprachen sie Iwrit. Ihre eigenen Kleider trugen sie weiter. Die ägyptische Mode wollten sie nicht mitmachen. Und noch etwas: Sie waren gut zueinander, halfen einander immer und verrieten einander nie bei der ägyptischen Obrigkeit.

Der König von Ägypten, der Pharao, beschloss als Erstes: Die Brit Mila, die Beschneidung, wurde verboten. Und die Ägypter fingen an, die Bnej Jisrael zu hassen.

Nach und nach übernahmen auch manche Juden die Götzen der Ägypter.

Trotzdem hatte Haschem die Bnej Jisrael sehr lieb — sie waren ja die Enkel von Awraham, Jizchak und Jaakow. Darum wurden die Juden in Ägypten immer mehr und mehr.

↩ Weißt du noch, wie Jaakow ganz am Ende seines Lebens in Ägypten seine Enkel segnete? Diese eine Familie ist es, von der hier weitererzählt wird.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Bnej Jisrael 210 Jahre in Ägypten blieben?
  • … dass der Name Reuwen auf Iwrit bedeutet: „Haschem hat mein Elend gesehen"?
  • … dass der Name Schimon bedeutet: „Haschem hat das Weinen gehört"?

Woord van de week:Wort der Woche: Ivriet / Iwrit — Iwrit ist die Sprache der Tora. In Ägypten sprachen die Bnei Jisrael sie untereinander weiter.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli erzählt: „Ein neuer König war über Ägypten aufgestanden. Er sagte zu seinem Volk: ‚Seht, die Bnej Jisrael werden uns zu viele und zu mächtig. Lasst uns klug sein. Sorgen wir dafür, dass die Bnej Jisrael nicht noch mehr werden. Wenn Krieg kommt, dann schließen sie sich unseren Feinden an. Dann kämpfen sie gegen uns, und dann ziehen sie fort aus unserem Land Ägypten!'"

Channa sagt: „Die Ägypter hatten Angst vor einem Krieg. In den Hungerjahren war ja das ganze Geld der Nachbarländer nach Ägypten geflossen. Nun fürchteten die Ägypter, die anderen Völker wollten ihr Geld zurückhaben."

Chaim erzählt weiter: „Die Ratgeber Pharaos sagten: ‚Darum haben wir Angst vor den Bnej Jisrael — dass sie mit unseren Feinden gegen uns kämpfen. Wir müssen etwas gegen sie unternehmen.'"

Batschewa sagt: „Pharao aber nahm die Bnej Jisrael in Schutz. Er sagte: Hätte ihr Vorvater Josef das Land nicht gerettet, dann würde heute kein einziger Ägypter mehr leben. Die vornehmen Ägypter wurden zornig auf Pharao, weil er sich für die Bnej Jisrael einsetzte. Drei Monate lang weigerte er sich, ihren Forderungen nachzugeben. Am Ende aber sah Pharao ein: Es war besser für ihn, den Wünschen seiner Minister zu folgen. Er kündigte an, dass er neue Maßnahmen ergreifen werde. Alle mussten beim Bau von zwei großen Vorratsstädten mithelfen: Pitom und Ramses."

Vraag aan jouFrage an dich

Drei Dinge behielten die Bnej Jisrael, obwohl um sie herum alles ägyptisch wurde. Welche drei waren es — und welches davon wäre für dich am schwersten zu behalten?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute Abend, was sein hebräischer Name bedeutet, nach wem es heißt — und warum Sie gerade diesen Namen ausgesucht haben.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Eerst was er loon

De nieuwe Farao was bereid om alles te doen om een einde te maken aan het Joodse vraagstuk. Hij deed alsof hij Joseef nooit gekend had, en hij ontkende ook het bestaan van Hasjeem.

Farao wilde allereerst de Joodse mannen en vrouwen scheiden, zodat ze minder kinderen zouden krijgen. Maar hoe kreeg hij de Joden aan het werk? Hij ging zorgvuldig te werk.

Iedereen moest meewerken aan de verbouwing van twee grote voorraadsteden, Pitom en Ramses. Daar zouden de schatten van Egypte opgeborgen worden, als een soort nationale bank. Het was een groot bouwproject, en iedereen die mee zou werken zou goed beloond worden. Alle burgers werden opgeroepen om iets voor het land te doen. Ook Farao zelf verscheen op de bouwgrond met een schep en een schoffel.

Zo kon niemand zeggen dat hij te goed was voor het bouwwerk, want niemand was beter dan Farao. Iedereen deed mee, van hoog tot laag.

De Bnee Jisra'eel voelden dat zij ook moesten meedoen in het belang van het land. De Bnee Jisra'eel begonnen vlijtig met hun werk. Ze waren sterk en daardoor schoten ze snel op met de bouw. 's Avonds telden de soldaten van Farao de stenen die ze gebakken hadden. Dit was nu het aantal dat ze elke dag moesten afleveren.

Een maand lang betaalde Farao zijn werknemers. Maar na verloop van tijd verdwenen alle Egyptische arbeiders van de werkplaats. Na zestien maanden waren er helemaal geen Egyptische arbeiders meer. De Bnee Jisra'eel kregen niet meer betaald. Ze protesteerden, maar ze werden in elkaar geslagen door het Egyptische leger.

Politie en leger werkten samen om de Joden aan het werk te houden en ervoor te zorgen dat iedereen 's ochtends op het werk verscheen. De Bnee Jisra'eel moesten ook al het geld teruggeven wat ze eerder hadden verdiend.

Eén stam had nooit meegedaan met het nationale werkplan van Farao. De stam Levi was doorlopend bezig met het leren van de Tora en was vrij gebleven tot het einde van de Egyptische slavernij. Als ze maar één stap buiten het Beet Hamidrasj hadden gezet, zouden ze daar 210 jaar slavernij aan hebben overgehouden. De Levi'iem concentreerden zich op het Tora-leren. Ze zorgden ervoor dat de Bnee Jisra'eel Joods bleven.

↩ Weet je nog hoe Joseef in de hongerjaren het koren verkocht, tot al het geld van Egypte in het paleis lag? Joseef was allang gestorven en op de troon zat een ander — maar precies die schatten moesten nu in Pitom en Ramses worden opgeborgen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Bnee Jisra'eel hun naam en hun taal niet veranderden, niet meededen aan vele slechte dingen van de Mitsriem en ze elkaar niet verraadden?
  • … de namen van alle stamvaders iets te maken hebben met de bevrijding uit Mitsraim?
  • … Re'oeveen in het Ivriet betekent: Hasjeem zag mijn ellende?
  • … Sjimon betekent: Hasjeem luisterde het gehuil van de Bnee Jisra'eel vanuit de slavernij?
  • … er niets meer zou zijn geweest dat hen aan een mogelijke bevrijding uit Mitsraim herinnerde, als de Joden hun namen zouden veranderen? Dan zouden ze alle hoop verloren hebben en volledig verdwenen zijn in Mitsraim.

Woord van de week:Wort der Woche: Beet Hamidrasj / Bet haMidrasch — Het huis waar geleerd wordt. De stam Levi kwam er niet uit — en bleef daardoor vrij.

Wat het betekentWas es bedeutet

Sjemtov vertelt: „Pitom en Ramses kwamen nooit af. Deze steden waren gebouwd op drijfzand en alle gebouwen zakten langzamerhand weg en verdwenen. De Egyptenaren dwongen de Joden tot heel zwaar werk. Farao probeerde de mannen van de vrouwen te scheiden door de mannen 's nachts te laten slapen in de velden, terwijl de vrouwen in de stad bleven."

Avigail vertelt verder: „De Bnee Jisra'eel schreeuwden tot Hasjeem. De vrouwen lieten niet over zich heen lopen. Ze schepten water en Hasjeem zorgde ervoor dat er kleine visjes in zwommen. De vrouwen gingen naar de velden, wasten hun mannen met warm water en kookten de vis. Ze troostten hun mannen en beloofden hen dat ze eens bevrijd zouden worden. Ze kregen kinderen en ze geloofden dat Hasjeem de kinderen zou beschermen. Er gebeurden grote wonderen: de vrouwen kregen kinderen in de boomgaarden of op het veld. Ze moesten de kleine kinderen achterlaten maar die groeiden vanzelf op. Zij hielden zich verborgen voor de Egyptische soldaten. Eenmaal groot konden ze terug naar huis. De moeders en vaders waren natuurlijk heel blij dat Farao's soldaten de kinderen niet konden opsporen."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom was Farao bang voor de Bnee Jisra'eel?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: waaraan had je op Farao's bouwplaats kunnen merken dat er iets omsloeg — bij de eerste maand zonder loon, bij de laatste Egyptenaar die wegging, of pas bij de klappen?

Duits

Zuerst gab es Lohn

Der neue Pharao war zu allem bereit, um die Juden loszuwerden. Er tat, als hätte er Josef nie gekannt — und er bestritt sogar, dass es Haschem gibt.

Als Erstes wollte Pharao die jüdischen Männer und Frauen voneinander trennen. Dann, dachte er, bekämen sie weniger Kinder. Aber wie brachte er die Juden dazu, für ihn zu arbeiten? Pharao ging sorgfältig vor.

Alle sollten beim Bau von zwei großen Vorratsstädten mithelfen: Pitom und Ramses. Dort sollten die Schätze Ägyptens gelagert werden — die Schatzkammer des ganzen Landes. Es war ein riesiges Bauprojekt, und wer mitarbeitete, sollte gut belohnt werden. Alle Bürger wurden aufgerufen, etwas für ihr Land zu tun. Sogar Pharao selbst erschien auf dem Bauplatz, mit Spaten und Hacke.

So konnte keiner sagen, er sei zu fein für diese Arbeit — denn feiner als Pharao war niemand. Alle machten mit, von hoch bis niedrig.

Auch die Bnej Jisrael fanden: Da müssen wir dabei sein, dem Land zuliebe. Sie fingen fleißig an. Sie waren stark, und darum kamen sie schnell voran. Abends zählten Pharaos Soldaten die Ziegel, die sie gebrannt hatten. Genau diese Zahl mussten sie von nun an jeden Tag abliefern.

Einen Monat lang bezahlte Pharao seine Arbeiter. Doch nach und nach verschwanden die ägyptischen Arbeiter vom Bauplatz. Nach sechzehn Monaten war kein einziger Ägypter mehr da. Die Bnej Jisrael bekamen kein Geld mehr. Sie protestierten. Das ägyptische Heer schlug sie nieder.

Polizei und Heer arbeiteten nun zusammen, damit die Juden bei der Arbeit blieben und jeden Morgen auch wirklich erschienen. Und das Geld, das sie vorher verdient hatten, mussten die Bnej Jisrael zurückgeben.

Ein Stamm hatte bei Pharaos nationalem Arbeitsplan nie mitgemacht. Der Stamm Lewi lernte ununterbrochen Tora und blieb frei — bis zum Ende der ägyptischen Sklaverei. Hätten sie auch nur einen Schritt aus dem Bet haMidrasch hinausgesetzt, so hätten sie sich damit 210 Jahre Sklaverei eingehandelt. Die Lewiim aber blieben beim Tora-Lernen. Sie sorgten dafür, dass die Bnej Jisrael jüdisch blieben.

↩ Weißt du noch, wie Josef in den Hungerjahren das Korn verkaufte, bis alles Geld Ägyptens im Palast lag? Josef war längst gestorben, und auf dem Thron saß ein anderer — aber genau diese Schätze sollten nun in Pitom und Ramses eingelagert werden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Bnej Jisrael ihren Namen und ihre Sprache nicht änderten, bei vielen schlechten Dingen der Mizrijim nicht mitmachten und einander nie verrieten?
  • … dass die Namen aller Stammväter mit der Befreiung aus Mizrajim zu tun haben — so heißt Ägypten auf Iwrit?
  • … dass Reuwen auf Iwrit bedeutet: „Haschem hat mein Elend gesehen"?
  • … dass Schimon bedeutet: „Haschem hat das Weinen der Bnej Jisrael in der Sklaverei gehört"?
  • … dass nichts mehr sie an eine mögliche Befreiung aus Mizrajim erinnert hätte, wenn die Juden ihre Namen geändert hätten? Dann hätten sie alle Hoffnung verloren — und wären in Mizrajim vollständig verschwunden.

Woord van de week:Wort der Woche: Beet Hamidrasj / Bet haMidrasch — Das Haus, in dem gelernt wird. Der Stamm Lewi verließ es nicht — und blieb genau dadurch frei.

Wat het betekentWas es bedeutet

Schemtow erzählt: „Pitom und Ramses wurden nie fertig. Diese Städte waren auf Treibsand gebaut; die Gebäude sackten langsam weg und verschwanden. Die Ägypter zwangen die Juden zu sehr schwerer Arbeit. Und Pharao versuchte, die Männer von den Frauen zu trennen: Die Männer mussten nachts draußen auf den Feldern schlafen, die Frauen blieben in der Stadt."

Awigajil erzählt weiter: „Die Bnej Jisrael schrien zu Haschem. Und die Frauen ließen sich das nicht gefallen. Sie schöpften Wasser, und Haschem sorgte dafür, dass kleine Fische darin schwammen. Die Frauen gingen hinaus auf die Felder, wuschen ihre Männer mit warmem Wasser und kochten den Fisch. Sie trösteten ihre Männer und versprachen ihnen, dass sie eines Tages befreit würden. Sie bekamen Kinder, und sie glaubten, dass Haschem die Kinder beschützen würde. Und es geschahen große Wunder: Die Frauen bekamen ihre Kinder in den Obstgärten oder auf dem Feld. Die Kleinen mussten sie dort zurücklassen — aber die wuchsen von allein auf. Sie hielten sich vor den ägyptischen Soldaten verborgen. Und als sie groß waren, konnten sie nach Hause zurück. Die Mütter und Väter waren natürlich überglücklich, dass Pharaos Soldaten die Kinder nicht hatten aufspüren können."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum hatte Pharao Angst vor den Bnej Jisrael?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Schabbattisch: Woran hätte man auf Pharaos Bauplatz merken können, dass etwas kippt — beim ersten Monat ohne Lohn, beim letzten Ägypter, der ging, oder erst bei den Schlägen?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De twee vroedvrouwen

Farao begreep dat zijn plan met de kampen in de velden gefaald had. Daar wilde hij de mannen en vrouwen scheiden. Dan zouden ze geen kinderen meer kunnen krijgen. Maar dat mislukte. Er kwamen steeds meer Joodse kinderen bij.

Farao zocht een betere oplossing voor het Joodse vraagstuk met een nieuwe strategie. Farao durfde de Joden niet openlijk te doden, omdat hij begreep dat hij dan door Hasjeem gestraft zou worden. Bovendien zou de publieke opinie dit niet nemen.

Hij zocht mensen die voor hem de Joodse baby's bij de geboorte konden doden. Dan zou niemand het merken. Hij wilde dit niet zelf doen maar probeerde het via de Joodse vroedvrouwen, Sjifra en Poe'a. Zij zouden dan de verantwoordelijkheid dragen voor de kindermoord. Farao zei tot Sjifra en Poe'a: „Als jullie de Joodse vrouwen bij het baren helpen, moeten jullie de jongetjes doden maar een dochter mag in leven blijven."

De vroedvrouwen vreesden Hasjeem en gehoorzaamden Farao niet. Ze vertroetelden de Joodse kinderen en moeders zelfs.

Jocheved, de moeder van Mosje, heette Sjifra van het Hebreeuwse woord ‚mooi maken', omdat ze de kinderen altijd waste, schoonmaakte en mooier maakte. Mirjam, de zuster van Mosje, werd Poe'a genoemd omdat ze de kinderen tot bedaren kon brengen wanneer ze erg huilden. Jocheved en Mirjam begrepen dat ze enorme risico's namen, maar zij vreesden Hasjeem meer dan Farao.

Farao kwam er natuurlijk al snel achter dat er geen Joodse kinderen werden gedood. Jocheved en Mirjam werden weer naar het paleis gebracht.

Zij legden uit dat Egyptische vrouwen veel langzamer baarden dan de Joodse vrouwen. Zoals Jehoeda werd vergeleken met een leeuw, Benjamin met een wolf, Naftali met een hinde, zo werden de Joodse vrouwen vergeleken met de dieren van het veld. „Dieren kunnen zonder hulp baren. Joodse vrouwen hebben niemand nodig. Wij komen later om een helpende hand te bieden maar niet tijdens de bevalling."

Jocheved sprak de waarheid. De Joodse vrouwen in Egypte waren van een hoog spiritueel niveau en kregen pijnloos kinderen. Farao was tevreden met hun uitleg en liet ze vrij. Maar later begreep hij dat hij voor de mal was gehouden. Jocheved en Mirjam werden gezocht door Farao's soldaten maar konden ontsnappen.

Ze verdienden dit wonder omdat ze G'd meer vreesden dan Farao. Jocheved en Mirjam kregen een prachtige beloning. Mirjam trouwde later met Kalev. Ze werd de voormoeder van koning David. Jocheved werd de moeder van Aharon, de eerste koheen gadol, en van Mosje. Mosje leidde de Joden uit Egypte en werd de eerste levi.

↩ Weet je nog wat Avraham over Gerar zei — dat er op die plaats geen vrees voor G'd was? Precies die vrees die hij daar miste, hadden twee vrouwen in het paleis van Mitsraim wél.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Noach niet echt davvende tot Hasjeem om zijn tijdgenoten te redden, Avraham wel davvende voor de mensen van Sedom maar stopte toen er geen 10 goede mensen waren, terwijl Mosje met gevaar voor zijn eigen leven het hele Joodse volk probeerde te redden?
  • … de Bnee Jisra'eel maar 210 jaar in Mitsraim waren gebleven en niet 430?
  • … de namen van alle stamvaders iets te maken hebben met de bevrijding uit Mitsraim?

Woord van de week:Wort der Woche: Jirat Hasjeem / Jirat Haschem — Jirat Hasjeem is ontzag voor Hasjeem. Bij de vroedvrouwen was dat groter dan hun angst voor de koning — daarom deden ze niet wat hij beval.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli vertelt: „Farao had een vreemde droom. Hij zat op zijn troon en er kwam een oude man binnen, die een weegschaal ophing tegenover Farao's troon. Toen kwamen alle geleerden van Egypte bij elkaar en de oude man legde ze in één schaal van de weegschaal. Een lammetje legde hij op de andere schaal en het lammetje bleek zwaarder dan alle wijzen van Egypte."

Channa vertelt verder: „Farao begreep de droom niet en riep zijn raadgevers. Hij vertelde zijn droom. Bile'am was ooit als vluchteling naar Egypte gekomen. Maar hij was een knappe kop en had een hoge positie aan het hof. Bile'am zei tegen Farao: ‚Dat lammetje, dat is de Joodse verlosser. Hij zal het land verwoesten. Veel Egyptenaren zullen sterven. Het Joodse volk zal wegtrekken. Voorkom deze ramp!' Bile'am wilde dat Farao zijn andere twee raadgevers ook zou ontbieden op het paleis."

Jochanan zegt: „Dit waren Jitro en Ijov."

Jochanan vertelt verder: „Jitro zei dat Hasjeem de Bnee Jisra'eel helpt: ‚U weet toch dat Avraham en Sara werden gered uit de handen van de vorige Farao. Jitschak en Rivka werden beschermd tegen koning Avimelech van de Filistijnen. Ja'akov werd door Hasjeem beschermd tegen Esav en Lavan. De vorige Farao was goed voor de Joden. Daarom is Egypte gered. Anders was het omgekomen door de hongersnood. Koning Farao, u moet voorzichtig zijn met het volk. Als ze weg willen, laat ze dan vertrekken naar Kena'an. Daar zijn ze vandaan gekomen. Verdruk hen niet, want G'd zal ze op speciale wijze beschermen.' De koning vond dat geen goede raad en stuurde Jitro weg naar Midjan."

Jochanan besluit: „Ijov weigerde de koning raad te geven. Hij was bang voor Farao's woede en wraak en zei: ‚Farao, u bent koning over Egypte. Doe met de inwoners wat u goed vindt.'"

Vraag aan jouFrage an dich

Wiens raad vind jij het eerlijkst?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: Jitro sprak de waarheid en werd weggestuurd, Ijov zweeg en mocht blijven — wie van de twee zou u liever als buurman hebben, en wie liever als vriend?

Duits

Die zwei Hebammen

Pharao hatte die jüdischen Männer und Frauen voneinander trennen wollen: Draußen auf den Feldern mussten die Männer schlafen, damit keine Kinder mehr geboren würden. Es misslang. Es kamen immer mehr jüdische Kinder dazu.

Also suchte Pharao einen neuen Weg gegen die Juden, eine andere Strategie. Die Juden offen zu töten, wagte er nicht: Er verstand, dass Haschem ihn dafür strafen würde. Und die Öffentlichkeit hätte es ihm nicht durchgehen lassen.

Er suchte Menschen, die für ihn die jüdischen Babys gleich bei der Geburt töten sollten. Dann würde es niemand merken. Selbst tun wollte er es nicht; er versuchte es über die jüdischen Hebammen, Schifra und Pua. Sie sollten die Verantwortung für den Kindermord tragen. Pharao sagte zu Schifra und Pua: „Wenn ihr den jüdischen Frauen beim Gebären helft, müsst ihr die Jungen töten. Eine Tochter darf am Leben bleiben."

Die Hebammen aber fürchteten Haschem und gehorchten Pharao nicht. Sie umsorgten die jüdischen Kinder und ihre Mütter erst recht.

Jochewed, die Mutter von Mosche, hieß Schifra — nach dem hebräischen Wort für „schön machen", weil sie die Kinder immer wusch, sauber machte und schön machte. Mirjam, die Schwester von Mosche, wurde Pua genannt, weil sie die Kinder beruhigen konnte, wenn sie heftig weinten. Jochewed und Mirjam wussten genau, welch ungeheures Risiko sie eingingen. Aber sie fürchteten Haschem mehr als Pharao.

Natürlich kam Pharao bald dahinter, dass keine jüdischen Kinder starben. Jochewed und Mirjam wurden wieder in den Palast gebracht.

Sie erklärten dem König, ägyptische Frauen brächten ihre Kinder viel langsamer zur Welt als jüdische. Und sie erinnerten ihn an die Vergleiche: Jehuda mit einem Löwen, Binjamin mit einem Wolf, Naftali mit einer Hirschkuh — und die jüdischen Frauen mit den Tieren des Feldes. „Tiere können ohne Hilfe gebären. Jüdische Frauen brauchen niemanden. Wir kommen erst hinterher, um eine helfende Hand zu reichen — nicht während der Geburt."

Jochewed sagte die Wahrheit. Die jüdischen Frauen in Mizrajim — so heißt Ägypten auf Iwrit — standen auf einer hohen geistigen Stufe und bekamen ihre Kinder ohne Schmerzen. Pharao war mit dieser Erklärung zufrieden und ließ die beiden frei. Später aber begriff er, dass man ihn zum Narren gehalten hatte. Pharaos Soldaten suchten Jochewed und Mirjam — doch die beiden konnten entkommen.

Dieses Wunder hatten sie verdient, weil sie G'tt mehr fürchteten als Pharao. Und Jochewed und Mirjam bekamen einen wunderbaren Lohn. Mirjam heiratete später Kalew. Sie wurde die Stammmutter des Königs David. Jochewed wurde die Mutter Aharons, des ersten Kohen Gadol — und die Mutter von Mosche. Mosche führte die Juden aus Mizrajim heraus und wurde der erste Lewi.

↩ Weißt du noch, was Awraham über Gerar sagte — dass es an diesem Ort keine Ehrfurcht vor G'tt gebe? Genau die Ehrfurcht, die er dort vermisste, hatten zwei Frauen im Palast von Mizrajim.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Noach nicht wirklich zu Haschem betete, um seine Zeitgenossen zu retten; dass Awraham zwar für die Menschen von Sedom betete, aber aufhörte, als es dort keine zehn guten Menschen gab — während Mosche unter Lebensgefahr das ganze jüdische Volk zu retten versuchte?
  • … dass die Bnej Jisrael nur 210 Jahre in Mizrajim blieben und nicht 430?
  • … dass die Namen aller Stammväter mit der Befreiung aus Mizrajim zu tun haben?

Woord van de week:Wort der Woche: Jirat Hasjeem / Jirat Haschem — Jirat Haschem ist die Ehrfurcht vor Haschem. Bei den Hebammen war sie größer als ihre Angst vor dem König — darum taten sie nicht, was er befahl.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli erzählt: „Pharao hatte einen seltsamen Traum. Er saß auf seinem Thron, da kam ein alter Mann herein und hängte gegenüber dem Thron eine Waage auf. Dann versammelten sich alle Gelehrten Ägyptens, und der alte Mann legte sie zusammen in die eine Schale. In die andere Schale legte er ein Lämmchen — und das Lämmchen war schwerer als alle Weisen Ägyptens."

Channa erzählt weiter: „Pharao verstand den Traum nicht und rief seine Berater. Er erzählte ihnen den Traum. Bilam war einst als Flüchtling nach Ägypten gekommen. Aber er war ein kluger Kopf und hatte am Hof eine hohe Stellung. Bilam sagte zu Pharao: ‚Dieses Lämmchen — das ist der Erlöser der Juden. Er wird das Land verwüsten. Viele Ägypter werden sterben. Das jüdische Volk wird fortziehen. Verhindere dieses Unglück!' Bilam wollte, dass Pharao auch seine beiden anderen Berater in den Palast rufe."

Jochanan sagt: „Das waren Jitro und Ijow."

Jochanan erzählt weiter: „Jitro sagte, Haschem helfe den Bnej Jisrael: ‚Ihr wisst doch, dass Awraham und Sara aus der Hand des früheren Pharao gerettet wurden. Jizchak und Riwka wurden vor König Awimelech von den Pelischtim beschützt. Jaakow wurde von Haschem vor Esaw und vor Lawan beschützt. Der frühere Pharao war gut zu den Juden — darum ist Ägypten gerettet worden. Sonst wäre es in der Hungersnot untergegangen. König Pharao, seid vorsichtig mit diesem Volk. Wenn sie fortziehen wollen, dann lasst sie nach Kenaan ziehen. Von dort sind sie gekommen. Bedrückt sie nicht, denn G'tt wird sie auf besondere Weise beschützen.' Der König fand das keinen guten Rat und schickte Jitro fort nach Midjan."

Jochanan schließt: „Ijow weigerte sich, dem König überhaupt einen Rat zu geben. Er hatte Angst vor Pharaos Zorn und vor seiner Rache und sagte: ‚Pharao, Ihr seid König über Ägypten. Tut mit den Einwohnern, was Ihr für richtig haltet.'"

Vraag aan jouFrage an dich

Wessen Rat findest du am ehrlichsten?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Schabbattisch: Jitro sagte die Wahrheit und wurde weggeschickt, Ijow schwieg und blieb — wen von beiden hätten Sie lieber als Nachbarn, und wen lieber als Freund?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
14 · Va'era Waera

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De rivier van Farao

Farao beweerde dat hij de Nijl geschapen had.

De Nijl was de basis van de macht van Egypte. Door de Nijl groeide alle graan en was er veeteelt mogelijk. Het lammetje was de afgod van Egypte, omdat het lammetje het sterrenbeeld is van de maand Nisan. In Nisan overstroomt de Nijl en treedt hij buiten zijn oevers.

Daarom waren de plagen rond de Nijl. De eerste plaag, dam (bloed), was tegen de Nijl gericht. De tweede plaag, tsefarde'a (kikkers), kwam voort uit de Nijl. De meeste plagen werden aangekondigd aan de oever van de Nijl.

Mitsraim kreeg tien plagen. Deze plagen kwamen niet zomaar. Als Hasjeem een plaag stuurt, dan heeft Hij een bepaalde bedoeling. Elke keer paste de plaag precies bij het werk dat de Joden hadden moeten doen.

De bloedplaag kwam over de Mitsriem (Egyptenaren), omdat de Egyptenaren de Joden niet de gelegenheid gaven om goed naar bad te gaan. Daarom veranderde hun water in bloed.

De tsefarde'a (kikker) kwam omdat de Joden de vrachten van de Egyptenaren moesten dragen. De kikkers aten veel van de spullen van de Egyptenaren op.

De derde plaag, kiniem: de Joden moesten altijd de straten vegen, en daarom veranderde het stof in luizen.

De vierde plaag waren de wilde dieren: de Joden werden gedwongen om de Egyptenaren wilde dieren te brengen om ze te plezieren en te vermaken in de circussen. Daarom kreeg Mitsraim allemaal wilde dieren over zich heen.

De vijfde plaag was dever — een ziekte die over het vee van de Mitsriem kwam. De Egyptenaren stuurden Joodse vaders als herders de woestijn in, ver weg van hun gezinnen. Maar gelukkig zorgde Hasjeem ervoor dat alles goed kwam.

De tien plagen duurden één jaar. Op 15 Nisan, één jaar voor de uittocht, sprak Hasjeem met Mosje bij het doornbos. Mosje werd naar Egypte gestuurd en kwam snel bij Farao.

En steeds werd Farao gewaarschuwd voordat er een plaag kwam. Hoe lang? Daarover zijn onze Chagamiem, onze Geleerden, het niet eens. Sommigen zeggen dat Farao vierentwintig dagen lang gewaarschuwd werd en dat iedere plaag maar zeven dagen duurde. Anderen zijn van mening dat er zeven dagen lang gewaarschuwd werd, waarna iedere plaag vierentwintig dagen duurde.

Op Rosj Hasjana stopte de slavenarbeid van de Joden.

↩ Weet je nog dat No-ach een schip bouwde en dat iedereen hem uitlachte? Toen geloofde niemand hem. Nu krijgt Farao waarschuwing na waarschuwing — en ook hij wil niet luisteren.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Bnee Jisra'eel in Mitsraim hun kleren, hun taal en hun namen niet veranderden?
  • … ze altijd erg aardig waren voor elkaar en elkaar altijd hielpen?
  • … de Bnee Jisra'eel 210 jaar in Mitsraim bleven?

Woord van de week:Wort der Woche: Waera — Va'era betekent: ‚En Ik verscheen.' Zo begint de parasja: Hasjeem zegt tegen Mosje dat Hij Zich al aan Awraham, Jitschak en Ja'akov had laten zien.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Vanaf Sjemot is Mosje Rabbenoe de belangrijkste man in de Tora. Bij het doornbos riep Hasjeem: ‚Mosje, Mosje!' En hij antwoordde: ‚Hier ben ik.'“

Ariella: „Er is een stijgende lijn vanaf No-ach tot Mosje. No-ach wordt een tsaddiek in een pelsjas genoemd — een ‘heilige' man, die vooral met zijn eigen Jahadoet bezig was. De mensen uit zijn tijd kon hij niet redden; zij kwamen om in de Maboel. Awraham stond al op een hoger niveau. Hij dawwende voor de mensen van Sedom, een stad waar de mensen heel slecht waren. Maar toen hij zag dat Hasjeem niet bereid was Sedom te sparen, stopte hij met dawwenen.“

Elischa: „En Mosje? Toen het Joodse volk later het Gouden Kalf gediend had — daarover vertelt een later hoofdstuk — ging Mosje nog een stap verder: ‚Als U niet naar mij luistert om het Joodse volk te vergeven, dan kunt U mij schrappen uit de Tora, die U geschreven heeft.' Kijk, dit is echte opoffering voor Am Jisra'eel!“

Vraag aan jouFrage an dich

Farao had gezegd: „De Nijl heb ik gemaakt.“ En juist zijn rivier veranderde als eerste. Wat denk jij: wat moest hij daaraan merken?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan de Sjabbat-tafel: wie heb jij deze week geholpen zonder dat hij erom hoefde te vragen?

Duits

Der Fluss des Pharao

Der Pharao behauptete etwas Unerhörtes. „Den Nil“, sagte er, „den habe ich gemacht.“

Dabei war der Nil die Kraft von ganz Ägypten. Aus dem Nil kam das Wasser, und aus dem Wasser kam alles andere: das Getreide auf den Feldern und das Futter für das Vieh. Im Monat Nissan tritt der Nil über seine Ufer, und dann trinkt das ganze Land. Darum beteten die Ägypter ein Lamm an — denn das Lamm ist das Sternbild des Monats Nissan.

Und darum kamen die Plagen rund um den Nil. Die erste Plage — Dam, Blut — traf den Nil selbst. Die zweite Plage kam aus dem Nil heraus: Zefardea, die Frösche. Und die meisten Plagen wurden am Ufer des Nil angekündigt.

Zehn Plagen bekam Ägypten. Aber sie kamen nicht einfach so. Wenn Haschem eine Plage schickt, hat Er eine bestimmte Absicht. Jedes Mal antwortete das Zeichen genau auf eine Arbeit, die die Juden hatten tun müssen.

Die Blutplage kam über die Ägypter, weil sie den Juden keine Gelegenheit ließen, sich richtig zu waschen und zu baden. Darum wurde ihr eigenes Wasser zu Blut.

Die Frösche kamen, weil die Juden die schweren Lasten der Ägypter schleppen mussten. Nun fraßen die Frösche vieles von den Sachen der Ägypter auf.

Die dritte Plage waren die Läuse. Die Juden mussten immerzu die Straßen fegen — darum wurde der Staub zu Läusen.

Die vierte Plage waren die wilden Tiere. Die Juden wurden gezwungen, den Ägyptern wilde Tiere zu bringen, damit die sich im Zirkus vergnügen konnten. Darum kamen die wilden Tiere über ganz Ägypten.

Die fünfte Plage war eine Krankheit, die über das Vieh der Ägypter kam. Die Ägypter schickten jüdische Väter als Hirten weit hinaus in die Wüste, fort von ihren Familien. Aber zum Glück sorgte Haschem dafür, dass alles wieder gut wurde.

Ein ganzes Jahr lang dauerten die zehn Plagen. Am 15. Nissan, ein Jahr vor dem Auszug, hatte Haschem am Dornbusch mit Mosche gesprochen. Mosche wurde nach Ägypten geschickt und stand schnell vor dem Pharao.

Und immer wieder wurde der Pharao gewarnt, bevor eine Plage kam. Wie lange? Da sind sich unsere Gelehrten nicht einig. Die einen sagen: vierundzwanzig Tage Warnung, und jede Plage dauerte dann sieben Tage. Die anderen sagen: sieben Tage Warnung, und jede Plage dauerte dann vierundzwanzig Tage.

An Rosch Haschana hörte die Sklavenarbeit der Juden auf.

↩ Weißt du noch, wie No-ach ein Schiff baute und alle ihn auslachten? Damals glaubte ihm niemand. Jetzt bekommt der Pharao eine Warnung nach der anderen — und auch er will nicht hören.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Juden in Ägypten ihre Kleider, ihre Sprache und ihre Namen nicht änderten?
  • … dass sie immer sehr nett zueinander waren und einander immer halfen?
  • … dass die Juden 210 Jahre lang in Ägypten blieben?

Woord van de week:Wort der Woche: Waera — Waera heißt: ‚Und Ich erschien.' So fängt die Parascha an: Haschem sagt zu Mosche, dass Er sich schon Awraham, Jizchak und Jaakow gezeigt hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Seit der Parascha Schemot ist Mosche Rabbenu der wichtigste Mann in der Tora. Am Dornbusch rief Haschem: ‚Mosche, Mosche!' Und Mosche antwortete: ‚Hier bin ich.'“

Ariella: „Von No-ach bis Mosche geht eine Linie, und sie steigt immer weiter. No-ach nennt man einen Zaddik im Pelzmantel — einen heiligen Mann, dem hauptsächlich sein eigenes Jahadut wichtig war, sein eigenes jüdisches Leben. Die Menschen seiner Zeit konnte er nicht retten; sie kamen im Ma-bul um, in der großen Überschwemmung. Awraham stand schon höher. Er betete für die Menschen von Sedom, einer Stadt, in der die Menschen sehr schlecht waren. Aber als er sah, dass Haschem Sedom nicht verschonen wollte, hörte er auf zu beten.“

Elischa: „Und Mosche? Als das Volk später einmal ein goldenes Kalb anbetete — davon erzählt ein späteres Kapitel —, ging Mosche noch einen Schritt weiter. Er sagte zu Haschem: ‚Wenn Du nicht auf mich hörst und dem jüdischen Volk verzeihst, dann streiche mich aus Deiner Tora, die Du geschrieben hast.' Seht ihr: Das ist echte Aufopferung für Am Jisrael, für das jüdische Volk!“

Vraag aan jouFrage an dich

Der Pharao hatte gesagt: „Den Nil habe ich gemacht.“ Und ausgerechnet sein Fluss war das Erste, was sich veränderte. Was, glaubst du, sollte er daran merken?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Schabbat-Tisch: Wem hast du diese Woche geholfen, ohne dass er darum bitten musste?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De halve Halleel

Op Pesach zeggen we niet heel Halleel. Maar een half. En dat is geen vergissing.

Am Jisra'eel is niet blij met de straffen die de Egyptenaren kregen. Daarom zeggen we op Pesach maar een half dankgebed, half Halleel. Bij Pesach vinden we nergens het woord simcha, omdat heel veel Mitsriem stierven. Soekot is wel ‘zeman simchatenoe' en daar zeggen we alle dagen heel Halleel.

Waarom werd de Nijl als eerste gestraft? De Nijl was de basis van de macht van Egypte. Door de Nijl groeide alle graan en was er veeteelt mogelijk. Het lammetje was de afgod van de Mitsriem omdat het lam het sterrenbeeld is van de maand Nisan. In de maand Nisan treedt de Nijl buiten zijn oevers. Dan krijgen alle planten en weiden water en groeit alles weer goed.

Farao was een heel onbescheiden mens. Hij had zichzelf tot afgod uitgeroepen. Hij riep dat hij de Nijl geschapen had. En daarom speelden veel plagen zich af rondom de Nijl. De eerste plaag ‘dam' was tegen de Nijl gericht. De tweede plaag tsefarde'a kwam voort uit de Nijl. De meeste makot werden aangekondigd aan de oever van de rivier de Nijl.

De plagen duurden één jaar. Op 15 Nisan 2447, één jaar voor de Jetsiat Mitsraim, praatte Hasjeem met Mosje bij het doornbos. Mosje werd toen naar Farao gestuurd om de Joden te bevrijden.

Hoe lang duurden de plagen? Sommige Chagamiem menen dat Farao vierentwintig dagen lang gewaarschuwd werd en dat iedere plaag maar zeven dagen duurde. Andere Chagamiem zijn van mening dat Farao zeven dagen lang gewaarschuwd werd. Daarna duurde iedere plaag vierentwintig dagen. Op Rosj Hasjana 2448 na de beriat ha'olam stopte de slavenarbeid van de Bnee Jisra'eel.

En dan is er nog een vraag waarover onze Chagamiem het oneens zijn: werden de Joden ook getroffen door de plagen in Mitsraim? Sommige Chagamiem zeggen van wel en sommige zeggen van niet.

Ibn Ezra, die meer dan achthonderd jaar geleden leefde, is van mening dat die plagen waarbij niet duidelijk staat dat de Joden werden uitgezonderd, zoals de eerste drie plagen, ook het Joodse volk troffen. De eerste drie plagen waren immers niet gevaarlijk. Ook de sprinkhanen en de huiduitslag zouden alle inwoners van Egypte hebben getroffen, ook de Joden. Maar wilde dieren, veepest en hagel waren zware plagen, die alleen de Mitsriem troffen.

Ramban, honderd jaar na Ibn Ezra, zegt juist het tegenovergestelde: de Joden hadden van geen enkele plaag last.

Allebei de meningen staan tot vandaag naast elkaar in onze boeken. Je hoeft niet te kiezen om te kunnen leren.

↩ Weet je nog dat Joseef in Mitsraim twaalf jaar in het Beet haSohar zat? Toen kwam er één familie naar Mitsraim. Inmiddels is daar een heel volk uit gegroeid — en heel Mitsraim is voor hen een gevangenis geworden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Bnee Jisra'eel hun naam, kleren en taal niet veranderden, niet meededen met de vele slechte dingen van de Mitsriem en ze elkaar niet verraadden?
  • … de namen van alle stamvaders iets te maken hebben met de bevrijding uit Mitsraim?
  • … Roeween in het Ivriet betekent: Hasjeem zag mijn ellende?
  • … Sjimon betekent: Hasjeem luisterde naar het gehuil van de Bnee Jisra'eel vanuit de slavernij?
  • … als de Joden hun namen zouden veranderen, dan zou niets meer hen herinnerd hebben aan een mogelijke bevrijding uit Mitsraim, en zouden ze alle hoop verloren hebben en volledig verdwenen zijn in Mitsraim?

Woord van de week:Wort der Woche: Waera — Va'era betekent ‚En Ik verscheen.' Met dat woord antwoordt Hasjeem op de klacht van Mosje — nog vóór er iets te zien is, staat al vast dat Hij Zich laat zien.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Hebben jullie gelezen van die dappere Joodse vroedvrouwen — de Tora noemt ze Sjifra en Poea, en onze Chagamiem zeggen: dat waren Jochewed en Mirjam? Hoewel Farao bevolen had de kleine jongetjes te doden, bleven door hen veel Joodse jongetjes in leven. Hun mesiroet nefesj van die nasjiem tsidkaniot — die goede vrome vrouwen — heeft gezorgd voor voortzetting van Jahadoet onder alle omstandigheden. De beloning voor hun goede gedrag loog er niet om: ‚En omdat de vroedvrouwen Hasjeem vreesden, maakte Hasjeem voor hen huizen.' Volgens Rasjie wordt met ‘huizen' gedoeld op ‘huizen van kehoena, levija en malchoet': zij werden de voormoeders van de kohaniem, de levie'iem en de melachiem. Van Jochewed en Mirjam zouden priesters, levieten en koningen afstammen.“

Batsjeva: „Waarom was dit een goede beloning? Farao wilde niet het hele volk uitroeien. Zelfs als hij alle jongetjes zou hebben laten doden, zouden er nog steeds meisjes overblijven. Wanneer de vrouwen kinderen zouden krijgen van Egyptische mannen, zouden de kinderen nog steeds Joods blijven. Maar koheen, levie en koning zijn afhankelijk van de vader. Juist dát zou hebben ontbroken.“

Jechiel: „Omdat Jochewed en Mirjam door hun mesiroet nefesj de kehoena en lewija voor Am Jisra'eel behouden hebben, gaf Hasjeem hen afstammelingen met koheen- en levistatus. Want kohaniem en levi'iem waren zelf mensen met mesiroet nefesj. Als dienaren van het Beet haMikdasj hadden ze geen wijngaarden of boomgaarden, en zij kregen geen land toebedeeld als de andere stammen. Hasjeem was hun erfdeel. Ze moesten Hasjeem dienen.“

Jochanan: „Mida keneged mida — zoals zij goed deden, kregen Jochewed en Mirjam wat hen toekwam. Omdat zij voor ieder kind zorgden en ieder babytje koesterden, stamden van hen ook koningen af. Gelijk Jochewed en Mirjam moet een koning zich voor iedere burger inzetten en mag hij zich niet verheven voelen boven zijn onderdanen.“

Vraag aan jouFrage an dich

Op Pesach halen we met opzet iets van onze vreugde weg, omdat er aan de andere kant ook mensen verloren hebben. Waaraan zou je volgens jou aan iemand kunnen zien dat hij blij is en toch niet juicht?

Sjabbat Sjalom!

👪 Neem u voor om uw kind bij de volgende seider zelf de druppels uit de beker te laten halen — en er hardop bij te laten zeggen waarom we dat doen.

Duits

Das halbe Hallel

An Pessach singen wir nicht das ganze Hallel. Nur das halbe. Und das ist kein Versehen.

Am Jisrael freut sich nicht über die Strafen, die die Mizrijim bekommen haben. Darum sagen wir an Pessach nur das halbe Dankgebet. Bei Pessach findest du auch nirgends das Wort Simcha, Freude — denn sehr viele Mizrijim kamen ums Leben. Bei Sukkot ist das anders. Sukkot heißt Seman Simchatenu, „die Zeit unserer Freude“, und dort sagen wir an allen Tagen das ganze Hallel.

Warum wurde eigentlich der Nil als Erster bestraft? Der Nil war die Grundlage der Macht Mizrajims. Durch den Nil wuchs das Getreide, durch den Nil war Viehzucht überhaupt möglich. Das Lamm war der Götze der Mizrijim, weil das Lamm das Sternbild des Monats Nissan ist. Im Nissan tritt der Nil über seine Ufer. Dann bekommen alle Pflanzen und alle Weiden Wasser, und alles wächst wieder gut.

Der Pharao war ein sehr unbescheidener Mensch. Er hatte sich selbst zum Gott erklärt. Er rief, er habe den Nil erschaffen. Und darum spielten sich viele Plagen rund um den Nil ab. Die erste Plage, Dam — Blut —, war gegen den Nil gerichtet. Die zweite Plage, Zefardea — Frösche —, kam aus dem Nil hervor. Und die meisten Makot wurden am Ufer des Nil angekündigt.

Die Plagen dauerten ein Jahr. Am 15. Nissan 2447, ein Jahr vor Jeziat Mizrajim, dem Auszug aus Mizrajim, sprach Haschem am Dornbusch mit Mosche. Mosche wurde danach zum Pharao geschickt, um die Juden zu befreien.

Wie lange dauerten die Plagen? Manche Chachamim meinen: Der Pharao wurde vierundzwanzig Tage lang gewarnt, und jede Plage dauerte dann nur sieben Tage. Andere Chachamim meinen: Der Pharao wurde sieben Tage lang gewarnt, und danach dauerte jede Plage vierundzwanzig Tage. An Rosch Haschana 2448 nach Beriat haOlam, der Erschaffung der Welt, hörte die Sklavenarbeit der Bnej Jisrael auf.

Und dann ist da noch eine Frage, über die unsere Chachamim streiten: Wurden auch die Juden in Mizrajim von den Plagen getroffen? Die einen sagen ja, die anderen sagen nein.

Ibn Ezra lebte vor mehr als achthundert Jahren. Er sagt: Bei manchen Plagen steht nicht ausdrücklich, dass die Juden ausgenommen waren. Bei diesen Plagen traf es auch das jüdische Volk — bei den ersten drei zum Beispiel. Die waren ja nicht gefährlich. Auch die Heuschrecken und der Hautausschlag hätten alle Bewohner Mizrajims getroffen, die Juden eingeschlossen. Aber die wilden Tiere, die Viehseuche und der Hagel waren schwere Plagen, und die trafen nur die Mizrijim.

Ramban, hundert Jahre nach Ibn Ezra, sagt das Gegenteil: Die Juden hatten von keiner einzigen Plage etwas zu leiden.

Beide Meinungen stehen bis heute nebeneinander in unseren Büchern. Man muss sich nicht entscheiden, um zu lernen.

↩ Weißt du noch, wie Josef in Mizrajim zwölf Jahre lang im Bet haSohar saß? Damals war es eine Familie, die dorthin kam. Inzwischen ist ein ganzes Volk daraus geworden — und ganz Mizrajim ist ihm zum Gefängnis geworden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Bnej Jisrael ihren Namen, ihre Kleider und ihre Sprache nicht änderten, bei den vielen schlechten Dingen der Mizrijim nicht mitmachten und einander nicht verrieten?
  • … dass die Namen aller Stammväter etwas mit der Befreiung aus Mizrajim zu tun haben?
  • … dass Reuwen auf Iwrit bedeutet: „Haschem sah mein Elend“?
  • … dass Schimon bedeutet: „Haschem hörte das Weinen der Bnej Jisrael aus der Sklaverei“?
  • … dass sie, wenn sie ihre Namen geändert hätten, nichts mehr an eine mögliche Befreiung erinnert hätte — und dass sie dann alle Hoffnung verloren hätten und in Mizrajim vollständig verschwunden wären?

Woord van de week:Wort der Woche: Waera — Waera heißt ‚Und Ich erschien.' Mit diesem Wort antwortet Haschem auf Mosches Klage — bevor irgendetwas sichtbar wird, steht schon fest, dass Er sich zeigt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Habt ihr von den mutigen jüdischen Hebammen gelesen — die Tora nennt sie Schifra und Pua, und unsere Chachamim sagen: Das waren Jochewed und Mirjam? Obwohl der Pharao befohlen hatte, die kleinen Jungen zu töten, blieben durch die beiden viele jüdische Jungen am Leben. Diese Mesirut Nefesch — dass sie bereit waren, alles einzusetzen — hat dafür gesorgt, dass Jahadut, das jüdische Leben, unter allen Umständen weitergeht. Und ihre Belohnung war nicht klein: ‚Und weil die Hebammen Haschem fürchteten, machte Haschem ihnen Häuser.' Nach Raschi sind damit drei Häuser gemeint: Kehuna — das Haus der Kohanim, der Priester. Lewija — das Haus der Lewijim, die im Heiligtum dienten. Und Malchut — das Haus der Könige. Von Jochewed und Mirjam sollten sie alle drei abstammen.“

Batscheva: „Und warum war das eine gute Belohnung? Der Pharao wollte ja gar nicht das ganze Volk auslöschen. Selbst wenn er alle Jungen hätte töten lassen — die Mädchen wären übrig geblieben. Und wenn die Frauen später Kinder von mizrischen Männern bekommen hätten, wären die Kinder immer noch jüdisch. Aber Kohen, Lewi und König — das hängt am Vater. Genau das hätte gefehlt.“

Jechiel: „Weil Jochewed und Mirjam mit ihrer Mesirut Nefesch die Kehuna und die Lewija für Am Jisrael gerettet haben, gab Haschem ihnen Nachkommen mit Kohen- und Lewi-Status. Denn Kohanim und Lewijim waren selbst Menschen mit Mesirut Nefesch: Als Diener im Bet haMikdasch, dem Heiligtum, hatten sie keine Weinberge und keine Obstgärten, und Land bekamen sie auch keines wie die anderen Stämme. Haschem war ihr Erbteil. Sie mussten Haschem dienen.“

Jochanan: „Midda keneged Midda — wie sie gehandelt haben, so bekamen sie es zurück. Weil sie sich um jedes einzelne Kind kümmerten und jedes Baby behüteten, stammten von ihnen auch Könige ab. Genau wie Jochewed und Mirjam muss ein König sich für jeden Bürger einsetzen — und er darf sich über keinen erheben.“

Vraag aan jouFrage an dich

An Pessach nehmen wir uns absichtlich etwas von der Freude weg, weil auch auf der anderen Seite Menschen verloren haben. Woran, glaubst du, würde man einem Menschen ansehen, dass er sich freut und trotzdem nicht jubelt?

Schabbat Schalom!

👪 Nehmen Sie sich für den nächsten Seder vor, Ihr Kind die Tropfen aus dem Becher nehmen zu lassen und dabei laut zu sagen, warum wir das tun.“ (Minhag beim Aufzählen der Makot — )

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De namen die bleven

‚Dit zijn de namen van de Bnee Jisra'eel, die naar Mitsraim komen' (1:1). Veel mefarsjiem vragen zich af waarom hier een tegenwoordige tijd staat: naar Mitsraim kómen. Ze waren er toch allang?

De Bnee Jisra'eel voelden alsof ze opnieuw naar Mitsraim waren gekomen, omdat de Mitsriem met hun mede-burgers, de Bnee Jisra'eel, na de dood van Joseef anders begonnen om te gaan. Dat bestaat tot vandaag — en het is een vraag aan onszelf: hoe gaan wij om met mensen die hierheen gekomen zijn en er allang bij horen?

Er waren drie stadia van de sluipende vervolging van de Bnee Jisra'eel.

Het begon met het overlijden van Joseef. Met Joseef in de buurt had niemand het gewaagd de Bnee Jisra'eel aan te pakken. Daarna overleden de broers van Joseef, want ook zij stonden hoog in aanzien. Jaren later waren alle zeventig afstammelingen van Ja'akov die naar Mitsraim waren gekomen, niet meer in leven. Zolang zij leefden, was slavernij onmogelijk: zij waren zo choogem, zo wijs en standvastig, dat de Mitsriem hen met hun mooie praatjes nooit hadden kunnen bewegen voor hen te gaan werken.

Maar de directe aanleiding voor de vervolging was de grote vermeerdering van het Joodse volk, dat binnen 210 jaar van zeventig zielen tot minimaal 3 miljoen mensen uitgroeide. De Tora geeft aan dat iedereen met zijn eigen huis kwam. Dit betekent dat iedereen gehecht bleef aan zijn eigen vrouw. Men ging niet mee in wat vies en verkeerd was in Mitsraim. Hierdoor werd een belangrijk stuk van onze volksidentiteit behouden.

Rasjie vergelijkt de Bnee Jisra'eel met sterren. Letterlijk zegt hij: ‚Hoewel Ja'akovs kinderen met name geteld werden toen zij leefden, worden zij opnieuw geteld nadat zij stierven. Dit toont Hasjeems liefde voor hen.' De Bnee Jisra'eel worden vergeleken met sterren ‚die met getal 's nachts schijnen en met getal 's ochtends weer verdwijnen'. Zo werden ook de Bnee Jisra'eel telkens geteld.

De reden dat de namen worden vermeld, is omdat onze voorouders uit Mitsraim werden bevrijd vanwege vier verdiensten: zij veranderden hun naam niet, zij veranderden hun taal niet, zij deden niet mee aan de Egyptische onzedelijkheid en ze verraadden elkaar niet.

De namen van alle stamvaders duiden op de bevrijding uit Mitsraim.

Roeween betekent in het Ivriet: Hasjeem zag mijn ellende. Sjimon betekent: Hasjeem luisterde naar hun gehuil vanuit de slavernij. Levie betekent begeleiden: Hasjeem begeleidde hen ook in dit bittere galoets.

Zouden de Bnee Jisra'eel hun namen veranderen, dan zou niets meer hen herinnerd hebben aan een mogelijke bevrijding. Ze zouden alle hoop verloren hebben en volledig weggeassimileerd zijn in Mitsraim.

↩ Weet je nog hoe Awram Awraham werd — één letter erbij, en de naam was een opdracht? Zijn achterkleinkinderen in Mitsraim veranderden hun namen niet. Juist daaraan hing hun hoop.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dat brandende doornbosje iets belangrijks voorstelt? Allereerst toont het dat ons volk altijd zal blijven bestaan. Het doornbosje brandde wel, maar werd niet verteerd en ging niet kapot!
  • … dat Rabbi Bachja ibn Pakoeda zegt dat het brandende doornbosje het Joodse volk symboliseert, omdat Am Jisra'eel voortdurend in vuur en vlam staat, door tsarot (tsores) omringd wordt, eigenlijk had moeten vergaan maar toch blijft bestaan? Dit is een wonder!
  • … de Bnee Jisra'eel maar 210 jaar in Mitsraim zijn gebleven — en niet 430, terwijl in de Tora het getal 430 staat?

Woord van de week:Wort der Woche: Waera — Va'era betekent ‚En Ik verscheen.' De naam van de parasja is Hasjeems antwoord op de klacht van Mosje — nog vóór er iets verandert, staat al vast dat Hij Zich heeft laten zien.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jullie hebben net gelezen hoe Rabbi Bachja ibn Pakoeda het brandende doornbosje leest: als beeld van ons volk. Maar dat is niet de enige verklaring.“

Channa: „Ik heb nog een leuke andere verklaring gezien. Het brandende doornbosje bestond volgens onze Chagamiem zowel uit brandnetels als uit rozen. Het symboliseert het Joodse volk dat grote tsaddikiem en grote slechterikken heeft voortgebracht. In Mitsraim waren die allemaal aanwezig. De Maharal legt dit uit. Het brandende doornbosje is een verwijzing naar am kesjee oref — de Joodse hardnekkigheid. Hardnekkigheid in Jahadoet maakt grote Tsaddikiem maar ook grote Resja'iem (slechtaards). Hardnekkigheid is de reden waarom wij nog steeds bestaan. Net zoals het doornbosje niet verteert, zal ook het Joodse volk nooit ophouden zijn licht te verspreiden. Zelfs in de avdoet van Mitsraim.“

Sjeem: „Ik denk dat het doornbosje voor Mosje Rabbenoe een teken was dat Hasjeem hem gestuurd had. Wat betekent dit? De Ibn Ezra legt het uit: het doornbosje stond aan de voet van de berg Sinaï. De uittocht uit Egypte was bedoeld om Hasjeem op de berg Sinaï te dienen en de Tora te ontvangen. Het bosje stond dus al bij het doel, nog voordat de weg begon. Ik vind het wel allemaal erg spannend wat er volgende week gaat gebeuren. Dan trekken we al bijna uit Mitsraim.“

Vraag aan jouFrage an dich

Het bosje bestond uit brandnetels én uit rozen, en de Maharal zegt: dezelfde hardnekkigheid maakt allebei. Hoe kan iets dat mensen groot maakt, diezelfde mensen ook slecht maken?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond waar de naam van uw kind vandaan komt — naar wie hij gekozen is en wat u daarbij gehoopt hebt.

Duits

Die Namen, die blieben

„Dies sind die Namen der Bnej Jisrael, die nach Mizrajim kommen“ (Schemot 1,1). An diesem einen Wort bleiben viele Mefarschim, viele Ausleger, hängen. Warum steht da die Gegenwart? Kommen — sie waren doch längst dort.

Weil es sich anfühlte, als kämen sie noch einmal neu an. Nach dem Tod Josefs begannen die Mizrijim, mit ihren eigenen Mitbürgern anders umzugehen. Über Nacht waren die alten Nachbarn Zugereiste. Das gibt es bis heute — und es ist eine Frage an uns: Wie gehen wir mit Menschen um, die zugewandert sind und längst dazugehören?

Die Verfolgung kam nicht auf einmal. Sie kam in drei Stufen und schlich sich heran.

Zuerst starb Josef. Solange er in der Nähe war, hätte niemand gewagt, die Bnej Jisrael anzutasten. Dann starben Josefs Brüder, denn auch sie standen hoch im Ansehen. Jahre später lebte keiner mehr von den siebzig Nachkommen Jaakows, die nach Mizrajim gekommen waren. Solange sie lebten, war eine Sklaverei unmöglich: Sie waren so klug und so gefestigt, dass die Mizrijim sie mit ihren schönen Reden niemals dazu gebracht hätten, für sie zu arbeiten.

Der unmittelbare Anlass für die Verfolgung war ein anderer: Das jüdische Volk wurde sehr groß. In 210 Jahren wuchs es von siebzig Seelen auf mindestens drei Millionen Menschen. Die Tora sagt dazu, jeder sei „mit seinem Haus“ gekommen. Das heißt: Jeder blieb bei seiner eigenen Frau. Bei dem, was in Mizrajim schmutzig und falsch war, machte man nicht mit. So blieb ein wichtiges Stück unserer Volksidentität erhalten.

Raschi vergleicht die Bnej Jisrael mit Sternen. Wörtlich sagt er: Obwohl Jaakows Kinder mit Namen gezählt wurden, als sie lebten, werden sie noch einmal gezählt, nachdem sie gestorben sind. Das zeigt Haschems Liebe zu ihnen. Die Bnej Jisrael werden mit Sternen verglichen, „die mit Zahl in der Nacht leuchten und mit Zahl am Morgen wieder verschwinden“. So wurden auch die Bnej Jisrael immer wieder gezählt.

Und warum werden die Namen überhaupt genannt? Weil unsere Vorfahren wegen vier Verdiensten aus Mizrajim befreit wurden: Sie änderten ihren Namen nicht. Sie änderten ihre Sprache nicht. Sie machten bei der Unsittlichkeit Mizrajims nicht mit. Und sie verrieten einander nicht.

Die Namen aller Stammväter deuten auf die Befreiung aus Mizrajim.

Reuwen heißt auf Iwrit: Haschem sah mein Elend. Schimon heißt: Haschem hörte ihr Weinen aus der Sklaverei. Lewi heißt begleiten: Haschem begleitete sie auch in diesem bitteren Galut, in der Verbannung fern von zu Hause.

Hätten die Bnej Jisrael ihre Namen geändert, dann hätte sie nichts mehr an eine mögliche Befreiung erinnert. Sie hätten alle Hoffnung verloren und wären in Mizrajim vollständig aufgegangen.

↩ Erinnerst du dich, wie aus Awram Awraham wurde — ein Buchstabe mehr, und der Name war ein Auftrag? Seine Urenkel in Mizrajim änderten ihre Namen nicht. Genau daran hing ihre Hoffnung.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der brennende Dornbusch etwas Wichtiges darstellt? Zuallererst zeigt er, dass unser Volk immer bestehen bleiben wird. Der Dornbusch brannte zwar — aber er wurde nicht verzehrt und ging nicht kaputt!
  • … dass Rabbi Bachja ibn Pakuda sagt, der brennende Dornbusch symbolisiere das jüdische Volk? Denn Am Jisrael steht ständig in Feuer und Flammen, ist von Zarot, von Sorgen und Nöten, umgeben, hätte eigentlich untergehen müssen — und bleibt trotzdem bestehen. Das ist ein Wunder!
  • … dass die Bnej Jisrael nur 210 Jahre in Mizrajim blieben — und nicht 430, obwohl in der Tora die Zahl 430 steht? (Schemot 12,40 — die Chachamim zählen die 430 Jahre von einem viel früheren Zeitpunkt an. )

Woord van de week:Wort der Woche: Waera — Waera heißt ‚Und Ich erschien.' Der Name der Parascha ist Haschems Antwort auf Mosches Klage — bevor sich irgendetwas ändert, steht schon fest, dass Er sich gezeigt hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ihr habt eben gelesen, wie Rabbi Bachja ibn Pakuda den brennenden Dornbusch liest: als Bild für unser Volk. Aber das ist nicht die einzige Erklärung.“

Channa: „Ich habe noch eine andere schöne Erklärung gefunden. Nach unseren Chachamim bestand der brennende Dornbusch sowohl aus Brennnesseln als auch aus Rosen. Er steht für das jüdische Volk, das große Zaddikim, große Gerechte, und große Bösewichte hervorgebracht hat. In Mizrajim waren alle beide da. Der Maharal erklärt das so: Der brennende Dornbusch verweist auf am keschee oref — auf die jüdische Hartnäckigkeit. Hartnäckigkeit in Jahadut macht große Zaddikim, aber eben auch große Rescha'im, große Bösewichte. Und genau diese Hartnäckigkeit ist der Grund, warum es uns noch gibt. So wie der Dornbusch nicht verbrennt, so wird auch das jüdische Volk nie aufhören, sein Licht auszubreiten. Sogar in der Sklaverei Mizrajims.“

Schem: „Ich glaube etwas anderes: Für Mosche Rabbenu war der Dornbusch ein Zeichen, dass Haschem ihn geschickt hatte. Was das bedeutet, erklärt Ibn Ezra: Der Dornbusch stand am Fuß des Berges Sinai. Und der Auszug aus Mizrajim war dafür gedacht, Haschem am Sinai zu dienen und die Tora zu empfangen. Der Busch stand also schon am Ziel, bevor der Weg überhaupt anfing. Ich finde es ziemlich spannend, was nächste Woche alles geschieht — dann ziehen wir schon fast aus Mizrajim.“

Vraag aan jouFrage an dich

Der Busch bestand aus Brennnesseln und aus Rosen, und der Maharal sagt: Dieselbe Hartnäckigkeit macht beide. Wie kann etwas, das Menschen groß macht, dieselben Menschen auch schlecht machen?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend, woher der Name Ihres Kindes kommt — nach wem er gewählt wurde und was Sie sich dabei gewünscht haben.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
15 · Bo Bo

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Wij gaan in de morgen

Hasjeem zei tegen Mosje: „Ga in de morgen naar Farao."

Mosje ging. Hij was al vaak in dat paleis geweest, en elke keer had Farao hetzelfde gezegd: nee.

Precies één jaar eerder had Hasjeem bij het doornbos met Mosje gesproken. Sindsdien kwamen de plagen over Egypte, de een na de ander. En ze kwamen niet zomaar. Wanneer Hasjeem een volk straft, wordt eerst zijn afgod gestraft — dat waarvoor de mensen buigen.

De afgod van Egypte was de Nijl. Daarom was de allereerste plaag tegen de Nijl gericht: het water werd bloed.

Waarom juist de Nijl? Omdat de Egyptenaren de Joden bij die rivier groot onrecht hadden aangedaan. En omdat iedereen moest zien wie de wereld werkelijk in handen heeft. Hasjeem kan de natuur helemaal veranderen. 's Avonds was de rivier nog water. 's Morgens was hij dat niet meer.

Daar had Farao niet op gerekend: in heel Egypte was niets meer te drinken. Alleen bij de Joden bleef het water gewoon water.

Dus gingen de Egyptenaren naar hun eigen slaven en vroegen: verkopen jullie ons wat?

Jarenlang hadden zij de Joden heel gemeen behandeld. Nu stonden zij met lege kruiken voor hun deuren. En voor het eerst konden de Joden meegenieten van de grote rijkdom van Egypte — van al het goud dat in de jaren van hongersnood verdiend was.

Zo ging het verder, plaag na plaag. De barad, de hagel, vernietigde de tuintjes die de Bnee Jisra'eel hadden moeten aanleggen. De sprinkhanen aten de tarwe op die de Bnee Jisra'eel hadden moeten planten. En er kwam duisternis over Egypte, omdat de Egyptenaren zoveel Joden gevangen hadden gezet. Elke plaag paste precies bij het werk dat de Joden hadden moeten doen.

Negen plagen waren voorbij. Negen keer had Farao gezien hoe zijn land armer werd. Negen keer had hij gezegd: nee, ze blijven hier.

De tiende plaag was de zwaarste. Die trof de bechoriem, de eerstgeborenen van Egypte. Waarom juist zij? Omdat de Mitsriem de Joodse kindertjes kwaad hadden willen doen. Die nacht stierf ook de oudste zoon van Farao.

Farao bleef niet langer in bed. Hij stond op, hij rende door zijn paleis, hij rende door de donkere straten, en hij zocht het huis van Mosje en Aharon. De koning van Egypte stond midden in de nacht voor een vreemde deur en smeekte: „Ga. Verlaat mijn land onmiddellijk."

„Nee", zei Mosje.

Farao dacht dat hij het verkeerd verstaan had. Nee?

„G'd heeft ons opgedragen om tot de ochtend binnen te blijven", zei Mosje. „Zijn wij dan inbrekers die zomaar midden in de nacht moeten wegvluchten? Wij gaan in de morgen."

„Neem dan alles mee!", riep Farao. „Zoveel dieren en mensen als je wilt — neem alles en ga!"

„Waarom heb je zo'n haast?", vroeg Mosje.

En de machtigste man van Egypte zei zacht: „Ik ben zelf een eerstgeborene. En ik ben bang."

In de morgen trokken we uit Mitsraim. Niet stiekem en niet in het donker, maar op klaarlichte dag.

↩ Weet je nog wat Farao over de Nijl zei? ‚Die heb ik gemaakt.' En nu staat hij midden in de nacht voor een vreemde deur te smeken.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … iedereen die van het korban Pesach wilde meeëten, eerst een briet mila moest hebben?
  • … de Bnee Jisra'eel die avond het korban Pesach aten, met matsa en maror, en dat zij bloed op hun deurposten en de bovenbalk streken, zodat iedereen wist dat hier Bnee Jisra'eel woonden?
  • … de Bnee Jisra'eel de beentjes daarna op straat moesten gooien, zodat de Mitsriem zouden zien dat hun afgod opgegeten was?
  • … de Egyptische eerstgeborenen hun ouders vroegen om de Bnee Jisra'eel weg te sturen, maar dat de ouders niet luisterden?

Woord van de week:Wort der Woche: Bo — Bo betekent: ‚Kom.' Zo begint de parasja — Hasjeem zegt tegen Mosje niet ‚ga naar Farao', maar ‚kom naar Farao'. Alsof Hij meegaat.

Wat het betekentWas es bedeutet

Drie kinderen hebben erover gepraat — en zij waren het helemaal niet met elkaar eens.

Ariella: „Ik denk dat Farao gewoon bang was dat hij de troon zou verliezen, en daarom heeft hij Mosje en Aharon weggestuurd. Want niet iedereen dacht dat hij die plagen zou overleven."

Asaf: „Ik zou nooit hebben toegegeven aan Mosje en Aharon. Ik vind die Farao maar een slappeling."

Ita: „Ik vind Farao juist heel moedig, dat hij uiteindelijk zijn ongelijk durft toe te geven. Dat is pas een verstandige man. Die begrijpt dat hij niet altijd maar alles kan krijgen en eisen wat hij wil."

Vraag aan jouFrage an dich

Ita zegt dat het moedig is om je ongelijk toe te geven. Wanneer heb jij voor het laatst gezegd: ik had ongelijk?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan de Sjabbat-tafel zelf over een keer dat u moest toegeven dat u ongelijk had — kinderen onthouden dat langer dan welke vermaning ook.

Duits

Wir gehen am Morgen

„Geh am Morgen zum Pharao", sagte Haschem zu Mosche.

Mosche ging. Er war schon oft in diesem Palast gewesen, und jedes Mal hatte der Pharao dasselbe gesagt: Nein.

Vor genau einem Jahr hatte Haschem am Dornbusch mit Mosche gesprochen. Seitdem kamen die Zeichen über Ägypten, eines nach dem anderen. Und keines kam einfach so. Wenn Haschem ein Volk straft, dann wird immer zuerst sein Götze gestraft — das, wovor die Leute sich verbeugen.

Der Götze Ägyptens war der Nil. Darum traf ihn das allererste Zeichen: Das Wasser des Nils wurde zu Blut.

Warum ausgerechnet der Nil? Weil die Ägypter den Juden an diesem Fluss großes Unrecht angetan hatten. Und weil alle sehen sollten, wer die Welt wirklich in der Hand hält. Haschem kann die Natur verändern, ganz und gar. Am Abend war der Fluss noch Wasser. Am Morgen war er es nicht mehr.

Damit hatte der Pharao nicht gerechnet: In ganz Ägypten gab es nichts mehr zu trinken. Nur bei den Juden blieb das Wasser Wasser.

Also gingen die Ägypter zu ihren eigenen Sklaven und fragten: Verkauft ihr uns etwas?

Jahrelang hatten sie die Juden schlecht behandelt. Jetzt standen sie mit leeren Krügen vor deren Türen. Und zum ersten Mal bekamen die Juden etwas ab von dem großen Reichtum Ägyptens — von all dem Gold aus den Jahren der Hungersnot.

So ging es weiter, Zeichen für Zeichen. Der Hagel zerschlug die Gärten, die die Juden für die Ägypter hatten anlegen müssen. Die Heuschrecken fraßen das Getreide auf, das die Juden hatten pflanzen müssen. Und die Finsternis kam über Ägypten, weil die Ägypter so viele Juden eingesperrt hatten. Jedes Zeichen antwortete genau auf das, was die Juden hatten tun müssen.

Neun Zeichen waren vorbei. Neunmal hatte der Pharao zugesehen, wie sein Land ärmer wurde. Neunmal hatte er gesagt: Nein, sie bleiben hier.

Das zehnte Zeichen war das schwerste. Es traf die Erstgeborenen Ägyptens. Warum gerade sie? Weil die Ägypter den jüdischen Kindern hatten schaden wollen. In dieser Nacht starb auch der älteste Sohn des Pharao.

Da hielt es den Pharao nicht mehr im Bett. Er sprang auf, er lief durch seinen Palast, er lief durch die dunklen Straßen, und er suchte das Haus von Mosche und Aharon. Der König von Ägypten stand mitten in der Nacht vor einer fremden Tür und bat: „Geht. Geht sofort aus meinem Land."

„Nein", sagte Mosche.

Der Pharao glaubte, sich verhört zu haben. Nein?

„Haschem hat uns aufgetragen, bis zum Morgen im Haus zu bleiben", sagte Mosche. „Sind wir denn Diebe, die mitten in der Nacht davonlaufen? Wir gehen am Morgen."

„Dann nehmt eben alles mit!", rief der Pharao. „Eure Tiere, eure Leute, so viele ihr wollt — nehmt alles und geht!"

„Warum hast du es auf einmal so eilig?", fragte Mosche.

Und der mächtigste Mann Ägyptens sagte leise: „Ich bin selbst ein Erstgeborener. Ich habe Angst."

Am Morgen zogen wir aus Ägypten. Nicht heimlich und nicht im Dunkeln, sondern am hellen Tag.

↩ Weißt du noch, was der Pharao über den Nil gesagt hat? ‚Den habe ich gemacht.' Und jetzt steht er mitten in der Nacht vor einer fremden Tür und bittet.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass jeder, der vom Pessach-Lamm mitessen wollte, vorher eine Brit Mila haben musste — den Bund zwischen Haschem und Awraham, in den jeder jüdische Junge am achten Tag aufgenommen wird?
  • … dass die Bnej Jisrael an diesem Abend das Pessach-Lamm aßen, dazu Mazza — flaches Brot ohne Hefe — und bittere Kräuter? Und dass sie Blut an ihre Türpfosten strichen, damit jeder sah: Hier wohnen die Bnej Jisrael — so nennt die Tora die Juden.
  • … dass sie hinterher die Knochen auf die Straße werfen mussten? Die Ägypter sollten sehen, dass ihr Götze aufgegessen war — sie beteten ja ein Lamm an.
  • … dass die ägyptischen Erstgeborenen ihre Eltern gebeten haben, die Bnej Jisrael endlich gehen zu lassen? Aber die Eltern hörten nicht auf sie.

Woord van de week:Wort der Woche: Bo — Bo heißt: ‚Komm.' So fängt die Parascha an — Haschem sagt zu Mosche nicht ‚Geh zum Pharao', sondern ‚Komm zum Pharao'. Als ginge Er mit.

Wat het betekentWas es bedeutet

Drei Kinder haben darüber gesprochen — und waren sich überhaupt nicht einig.

Ariella: „Ich glaube, der Pharao hatte einfach Angst um seinen Thron. Nicht alle in Ägypten dachten, dass er diese Zeichen überstehen würde. Darum hat er Mosche und Aharon weggeschickt."

Asaf: „Ich hätte niemals nachgegeben, nicht bei Mosche und nicht bei Aharon. Ich finde diesen Pharao ziemlich schwach."

Ita: „Und ich finde ihn mutig. Am Ende hat er zugegeben, dass er unrecht hatte. Das traut sich fast niemand. Wer das kann, ist ein kluger Mensch. Der hat verstanden, dass man nicht immer alles bekommen kann und nicht immer alles verlangen darf."

Vraag aan jouFrage an dich

Ita sagt, es sei mutig, seinen Fehler zuzugeben. Wann hast du zuletzt gesagt: Ich hatte unrecht?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Schabbat-Tisch selbst von einem Mal, an dem Sie zugeben mussten, dass Sie unrecht hatten — Kinder merken sich das länger als jede Ermahnung.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De staf uit de tuin

In de tuin van zijn schoonvader Jitro zag Mosje iets uit de grond steken. Het glansde blauw, als een saffier.

Mosje had zich in die tuin teruggetrokken om Hasjeem te danken voor zijn redding uit de handen van Farao. En nu stond hij voor dat ding in de aarde. Hij pakte het beet en trok — en de staf kwam eruit, alsof hij daar alleen maar op had gewacht.

Mosje haalde de staf uit de grond en toonde hem aan Jitro. Jitro was verbaasd:

„Als jij in staat was om deze staf uit de aarde te halen, moet jij de eigenaar zijn!"

Dit was tot dan niemand gelukt.

In onze parasja staat een zin die je makkelijk overleest: „Mosje strekte zijn stok over het land Egypte uit" (Sjemot 10,13). Bij de wonderen en de plagen wordt steeds weer de staf van Mosje en Aharon gebruikt. Waar kwam deze staf vandaan, en wat deed die staf?

Jitro wist het en vertelde het:

„De staf was oorspronkelijk van Joseef, maar ik heb hem weggehaald uit het hof van Farao en meegenomen naar Midjan. Voorzover ik in de sterren heb kunnen zien, zal de eigenaar van deze staf de Joden uit Egypte bevrijden. Niemand was ooit in staat om deze staf uit de grond te trekken. Deze staf was door Hasjeem zelf gemaakt en aan Adam, de eerste mens, gegeven. Adam gaf het door aan zijn derde zoon Sjet. Uiteindelijk viel de staf in handen van Awraham. Zo kwam hij bij Jitschak, Ja'akov en Joseef terecht. Na jou zal hij terechtkomen bij koning David en zijn afstammelingen, de koningen van het rijk Jehoeda. En nu ligt hij in jouw hand."

Mosje kreeg van Hasjeem de opdracht om de staf mee te nemen naar Egypte om daarmee de wonderen te verrichten.

Op de staf stonden drie woorden gegraveerd: ‚Detsach Adasj beAchaw'. Herinner je die nog uit de Seider? Dit zijn de beginletters van de tien plagen. Zo is Detsach opgebouwd uit drie beginletters, een D-klank, de tsaddie (ts) en de ch:

dam – bloed tsefarde'a – kikvorsen chiniem – ongedierte.

De staf werd gebruikt aan het hof van Farao. Aharon wierp zijn staf voor Farao en zijn stok werd tot een slang.

Maar de tovenaars van Farao konden hetzelfde. Ook hun staven werden slangen. Farao keek toe en bleef rustig — dat kende hij wel.

En toen verslond de staf van Aharon al de staven van de Egyptenaren.

Bovendien was er de naam van Hasjeem in uitgegraveerd.

↩ Weet je nog dat Hasjeem Adam in Gan Eden bracht? Daarvandaan, zeggen onze Chagamiem, komt deze staf — door alle handen heen tot in die van Mosje.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er geen beentje in het korban Pesach gebroken mocht worden?
  • … de eerste seideravond nog in Mitsraim gevierd werd, nog voordat de Bnee Jisra'eel bevrijd waren?
  • … de Bnee Jisra'eel van hun Mitsriem buren zilveren en gouden voorwerpen en spullen moesten lenen voordat zij zouden vertrekken uit Mitsraim?
  • … de Bnee Jisra'eel maar 210 jaar in Mitsraim zijn gebleven en niet 430?

Woord van de week:Wort der Woche: Bo — Bo betekent ‚Kom'. Hasjeem zegt tegen Mosje niet ‚ga naar Farao', maar ‚kom naar Farao' (Sjemot 10,1) — alsof Hij meegaat naar binnen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „De stok veranderde in een slang. Wat betekent dat eigenlijk? Net zoals een slang van nature bijt zonder wonderen en tovenarij, zo ook hadden Mosje en Aharon aan hun woorden genoeg om allerlei plagen en wonderen te doen. Er kwam bij Mosje en Aharon geen tovenarij aan te pas, die in Egypte wel veel gebruikt werd."

Chaim: „De wonderen verliepen via de staf van Mosje, maar die werkte alleen op uitspraak van Mosje en Aharon. Met de staf werden de tien plagen uitgevoerd. De tien plagen moesten de tien uitspraken, waarmee Hasjeem de wereld had geschapen, veranderen in de Tien Geboden — de boodschap, dat Hasjeem de baas van de wereld is."

Jedidja: „Met de staf werden de Joden verlost. Verlossing betekent loskomen van het kwade. Dat was de werking van de staf. Daarom stond er de naam van Hasjeem op gegraveerd: de heerschappij van het goede over het kwade. Dat was de situatie van Gan Eden. Daarom was de staf afkomstig uit het Paradijs."

Jalta: „Maar waarom moesten de Bnee Jisra'eel dan nog een lammetje slachten als korban?"

Jair: „Hasjeem zei dat de Bnee Jisra'eel een korban Pesach moesten slachten en het bloed ervan op de deurposten en de bovenbalk van de deur moesten smeren. Het korban Pesach was een lammetje of een geitje. Dat was een afgod van Mitsraim. Daarmee wilde Hasjeem laten zien hoe waardeloos die afgoden waren."

Vraag aan jouFrage an dich

Eli zegt: Mosje en Aharon hadden aan hun woorden genoeg — tovenarij hadden zij niet nodig. Wat van alles wat jij je voorneemt, zou jij alleen met woorden voor elkaar kunnen krijgen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat aan de Sjabbat-tafel een voorwerp zien dat u geërfd of gekregen heeft — en vertel door hoeveel handen het al is gegaan.

Duits

Der Stab aus dem Garten

Im Garten seines Schwiegervaters Jitro sah Mosche etwas aus der Erde ragen. Es schimmerte blau wie ein Saphir.

Mosche war in diesen Garten gegangen, um Haschem zu danken. Er war dem Pharao entkommen, er lebte, er war in Sicherheit. Nun stand er vor diesem Ding im Boden. Er griff zu und zog — und der Stab kam heraus, als hätte er nur darauf gewartet.

Mosche brachte ihn zu Jitro. Der traute seinen Augen nicht.

„Wenn du diesen Stab aus der Erde ziehen konntest", sagte Jitro, „dann musst du sein Besitzer sein."

Denn vor Mosche hatte es niemand geschafft. Keiner.

In unserer Parascha steht ein Satz, den man leicht überliest: „Mosche streckte seinen Stab aus über das Land Mizrajim" (Schemot 10,13). Immer wieder dieser Stab, bei jedem Wunder und bei jeder Plage. Woher kam er eigentlich? Und was tat er?

Jitro wusste es und erzählte es:

„Ursprünglich gehörte dieser Stab Josef. Ich habe ihn aus dem Hof des Pharao mitgenommen, hierher nach Midjan. So weit ich in den Sternen lesen konnte, wird der Besitzer dieses Stabes die Juden aus Mizrajim befreien, aus Ägypten. Niemals war jemand imstande, ihn aus der Erde zu ziehen. Diesen Stab hat Haschem selbst gemacht und Adam gegeben, dem ersten Menschen. Adam gab ihn weiter an seinen dritten Sohn Schet. Irgendwann kam er in die Hände Awrahams, von dort zu Jizchak, zu Jaakow und zu Josef. Nach dir wird er zu König David kommen und zu dessen Nachkommen, den Königen von Jehuda. Und jetzt liegt er in deiner Hand."

Später trug Haschem Mosche auf, den Stab mit nach Mizrajim zu nehmen und die Wunder damit zu tun.

Auf dem Stab standen drei Wörter eingraviert: Detzach · Adasch · beAchaw. Kennst du sie noch vom Seder? Es sind die Anfangsbuchstaben der zehn Plagen, zu drei Wörtern zusammengezogen. „Detzach" zum Beispiel besteht aus drei Anfangsbuchstaben:

D wie Dam — Blut. Z wie Zefardea — Frösche. K wie Kinim — Ungeziefer. (Am Ende von „Detzach" klingt dieses K wie ein ch — darum sagt man Detzach und nicht Detzak.)

Am Hof des Pharao kam der Stab zum ersten Mal zum Einsatz. Aharon warf seinen Stab vor dem Pharao auf den Boden, und der Stab wurde zu einer Schlange.

Doch die Zauberer des Pharao konnten dasselbe. Auch ihre Stäbe wurden zu Schlangen. Der Pharao sah zu und blieb ruhig — das kannte er ja.

Und dann verschlang der Stab Aharons alle Stäbe der Ägypter.

Und außerdem war der Name Haschems in den Stab eingraviert.

↩ Weißt du noch, wie Haschem Adam in den Gan Eden brachte? Von dort, sagen unsere Chachamim, kommt dieser Stab — durch alle Hände bis in die von Mosche.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass an dem Korban Pessach, dem Pessach-Opfer, kein einziger Knochen gebrochen werden durfte?
  • … dass der allererste Seder-Abend noch in Mizrajim gefeiert wurde — bevor die Bnej Jisrael überhaupt frei waren?
  • … dass die Bnej Jisrael sich vor dem Aufbruch bei ihren ägyptischen Nachbarn silberne und goldene Gegenstände leihen mussten?
  • … dass die Bnej Jisrael nur 210 Jahre in Mizrajim geblieben sind — und nicht 430, wie man zunächst denken könnte?

Woord van de week:Wort der Woche: Bo — Bo heißt ‚Komm'. Haschem sagt zu Mosche nicht ‚Geh zum Pharao', sondern ‚Komm zum Pharao' (Schemot 10,1) — als ginge Er mit hinein.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Der Stock wurde zu einer Schlange. Was bedeutet das eigentlich? Eine Schlange beißt von Natur aus, ganz ohne Wunder und ohne Zauberei. Genauso hatten Mosche und Aharon an ihren Worten genug, um all die Plagen und Wunder zu tun. Bei ihnen kam keine Zauberei ins Spiel — und in Mizrajim wurde viel gezaubert."

Chaim: „Die Wunder liefen über den Stab Mosches. Aber der wirkte nur, wenn Mosche und Aharon sprachen. Mit dem Stab wurden die zehn Plagen ausgeführt. Und die zehn Plagen sollten die zehn Aussprüche, mit denen Haschem die Welt erschaffen hat, in die Zehn Gebote verwandeln — in die Botschaft, dass Haschem der Herr der Welt ist."

Jedidja: „Mit dem Stab wurden die Juden erlöst. Erlösung heißt: vom Bösen loskommen. Genau das war die Wirkung des Stabes. Darum war der Name Haschems eingraviert: die Herrschaft des Guten über das Böse. So war es im Gan Eden. Und darum kam der Stab aus dem Paradies."

Jalta: „Aber warum mussten die Bnej Jisrael dann trotzdem noch ein Lamm schlachten?"

Jair: „Haschem sagte, die Bnej Jisrael sollten ein Korban Pessach schlachten und dessen Blut an die Türpfosten und an den Oberbalken der Tür streichen. Das Korban Pessach war ein Lamm oder ein Zicklein — und genau das war ein Götze Mizrajims. Damit wollte Haschem zeigen, wie wertlos diese Götzen waren."

Vraag aan jouFrage an dich

Eli sagt: Mosche und Aharon brauchten keine Zauberei — ihre Worte genügten. Was von allem, was du dir vornimmst, könntest du allein mit Worten schaffen?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie am Schabbat-Tisch einen Gegenstand, den Sie von jemandem geerbt oder geschenkt bekommen haben — und erzählen Sie, durch wie viele Hände er schon gegangen ist.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De zwarte doos

Van buiten zijn tefilien helemaal zwart. Het leer, de huisjes, de riemen, de inkt. Maar binnenin ligt het witste wat er is: perkament waarop geen enkel vlekje mag zitten. En niemand krijgt het ooit te zien.

Na de tien plagen kregen we veel mitsvot. Eén van die mitsvot is de mitsva van tefilien.

In onze parasja staat de zin waarop zij rust: „En het zal voor jou een teken zijn op je hand en een herinnering tussen je ogen, zodat de leer van Hasjeem in je mond zal zijn" (Sjemot 13,9). Een teken waarvan? Daarvan, dat Hasjeem ons met sterke hand uit Mitsraim heeft geleid.

Tefilien zijn zwarte huisjes op je voorhoofd en je linkerarm. In de tefilien zitten vier parsjiot (afdelingen uit de Tora), geschreven op perkament met zwarte inkt.

Tefilien zijn van koeienhuid gemaakt, van dezelfde materie als waarvan het menselijk lichaam gemaakt is. Dit benadrukt, dat de boodschap van de tefilien, als in een huidtransplantatie, één moet worden met de mens.

Alles wat we doen, is lichamelijk: spreken, denken, eten en slapen. Alleen met het lichaam kunnen we Hasjeems ge- en verboden uitvoeren. Tefilien verbind je met je lichaam. Daarom moet alles uit de tefilien van kosjere dieren gemaakt zijn. De vier perkamenten Tora-afdelingen moeten helemaal wit zijn. Daarop zijn de parsjiot met zwarte inkt geschreven.

In de tefilien van de hand zitten de Tora-afdelingen in één huisje; in de tefilien van het hoofd zitten zij in vier huisjes. De vier huisjes in de hoofdtefilien staan voor de vier zintuigen in je hoofd: zien, horen, ruiken, proeven. Het ene huisje in de tefilien van de hand staat tegenover het ene zintuig in de hand, het voelen. Uiteindelijk moeten al onze zintuigen gericht zijn op Hasjeem.

Het huisje van de tefilien moet volledig vierkant zijn. De knoop in de tefilien van het hoofd heeft de vorm van een dalet, de vierde letter van het alef-bet. Op de zwarte huisjes van de tefilien op het hoofd staan twee sjiens: de ene is een gewone sjien met drie pootjes, de andere heeft vier poten. Vier is het getal van chessed (liefde), waarop de wereld gebaseerd is.

Tefilien worden niet samengebonden met touw of plakband, maar met de pezen van een kosjer dier. De driehonderdvijfenzestig pezen in het lichaam komen overeen met de driehonderdvijfenzestig dagen van het jaar. De huisjes van de tefilien worden met twaalf steken bij elkaar gehouden, wat overeenkomt met de twaalf maanden van het jaar.

En waarom is dat alles zwart?

Het uiteindelijke doel van de wereld is onduidelijk. Daarom moeten de tefilien zwart zijn. Over Hasjeems inwerking op de wereld weten wij niets. Het doel van Hasjeems schepping blijft verborgen.

Het witte perkament zit binnen in de tefilien. Pas wanneer men door de ‚black box' heendringt, zien we het wit.

Wanneer we het over Hasjeems hand hebben, spreken we over Zijn uitwerking in de wereld. Hij leidt de totale menselijke geschiedenis, maar ook de bestemming van ieder mens apart.

↩ Weet je nog, het doornbosje dat brandde en niet verbrandde? Je zag het vuur en niet het wonder. Bij tefilien is het andersom: je ziet het zwart en niet het wit.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er toen veel mensen Joods zijn geworden en een briet mila hebben genomen om mee te kunnen eten van het korban Pesach, omdat zij ook niet meer geloofden in de Egyptische afgoden?
  • … de Chagamiem het er niet over eens zijn hoe lang het allemaal geduurd heeft? Sommigen zeggen dat Farao vierentwintig dagen lang gewaarschuwd werd en dat iedere plaag maar zeven dagen duurde. Anderen zeggen het precies andersom: zeven dagen waarschuwing, en iedere plaag duurde vierentwintig dagen. Beiden tellen dezelfde dagen — alleen andersom verdeeld.
  • … de tien plagen niet tegen Egypte gericht waren, maar tegen het slechte Egypte? Niet het land werd gestraft, maar het onrecht dat daar gebeurde.
  • … waarom het donker werd over Egypte? Bij hun feesten moesten Bnee Jisra'eel met fakkels op hun hoofd aan de kant staan om het feest bij te lichten. Daarom kwam er duisternis over Egypte — maar in de huizen van de Bnee Jisra'eel was het licht (Sjemot 10,23).

Woord van de week:Wort der Woche: Bo — Bo betekent ‚Kom'. Hasjeem zegt tegen Mosje niet ‚ga naar Farao', maar ‚kom naar Farao' (Sjemot 10,1). In dezelfde parasja staat ook het eerste gebod dat aan het hele volk gegeven werd: de nieuwe maand vaststellen (Sjemot 12,2) — vrijheid begint ermee dat een volk zijn eigen tijd telt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „In Bo zien we, dat de eerste Seider plaatsvond in Egypte, temidden van onze vijanden, zelfs vóór de dood van de Egyptische eerstgeborenen. De avond van de vijftiende Nisan moesten we binnenblijven, bloed van een lammetje — de afgod van de Egyptenaren — op onze deurposten smeren en de Seider vieren."

Channa: „G'd zei: ‚Tegen middernacht zal Ik door het land Egypte trekken en elke eerstgeborene onder de Egyptenaren slaan' (Sjemot 11,4 · 12,12). Je kunt de angst van Joden voorstellen. Het lam — de afgod van Egypte — slachten was levensgevaarlijk! Niemand kon voorspellen hoe de Egyptische massa zou reageren als zij het bloed zouden opmerken en zouden begrijpen wat er met hun afgoden was gebeurd. Het was niet ondenkbaar, dat de Egyptische volkswoede in een nieuwe pogrom zou eindigen."

Jehoediet: „De Chagamiem uit de Talmoed stellen ook dat wij de Matse van vrijheid aten, niet omdat wij bevrijd werden uit Egypte, maar ín Egypte. Wat betekent dit? Onze Seider viert niet zo zeer de werkelijke bevrijding, maar veel meer dat Hasjeem toegezegd heeft ons te zullen bevrijden — en ons geloof in die G'ddelijke belofte. Daarom is Pesach niet zo zeer een bevrijdingsfeest, maar veel meer een feest van geloof in die verlossing. De Matse wordt het brood van geloof genoemd en moet vóór middernacht gegeten worden, omdat ná middernacht de daadwerkelijke bevrijding op gang kwam."

Vraag aan jouFrage an dich

Jehoediet zegt dat de Matse het brood van geloof is: de Bnee Jisra'eel aten haar toen zij nog slaven waren. Wat doe jij nu al, terwijl je de uitkomst nog helemaal niet kunt zien?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan de Sjabbat-tafel over een toezegging waarop u vertrouwde, lang voordat bleek of zij standhield — en hoe het wachten daartussen was.

Duits

Die schwarze Schachtel

Von außen sind Tefillin ganz schwarz. Das Leder, die Häuschen, die Riemen, die Tinte. Innen aber liegt das Weißeste, was es gibt: Pergament, auf dem kein einziger Fleck sein darf. Und niemand bekommt es je zu sehen.

Nach den zehn Plagen bekamen wir viele Mitzwot. Eine davon ist die Mitzwa der Tefillin.

In unserer Parascha steht der Satz, auf dem sie beruht: „Und es sei dir zum Zeichen auf deiner Hand und zum Erinnerungszeichen zwischen deinen Augen, damit die Lehre Haschems in deinem Mund sei" (Schemot 13,9). Ein Zeichen wofür? Dafür, dass Haschem uns mit starker Hand aus Mizrajim herausgeführt hat.

Tefillin sind schwarze Häuschen auf der Stirn und am linken Arm. In ihnen liegen vier Parschijot — vier Abschnitte aus der Tora, auf Pergament geschrieben, mit schwarzer Tinte.

Tefillin werden aus Kuhhaut gemacht, aus demselben Stoff, aus dem auch der menschliche Körper gemacht ist. Die Botschaft der Tefillin soll mit dem Menschen eins werden, so wie ein verpflanztes Stück Haut mit dem Körper eins wird.

Denn alles, was wir tun, tun wir mit dem Körper: sprechen, denken, essen, schlafen. Nur mit dem Körper können wir Haschems Gebote und Verbote ausführen. Die Tefillin verbinden dich mit deinem Körper. Darum muss alles an ihnen von koscheren Tieren stammen. Die vier Pergamente müssen ganz weiß sein, und darauf stehen die Parschijot in schwarzer Tinte.

Im Hand-Tefillin liegen alle vier Abschnitte in einem einzigen Häuschen. Im Kopf-Tefillin liegen sie in vier Häuschen. Diese vier Häuschen stehen für die vier Sinne, die in deinem Kopf sitzen: sehen, hören, riechen, schmecken. Und das eine Häuschen am Arm steht dem einen Sinn gegenüber, der in der Hand sitzt: dem Fühlen. Am Ende sollen alle unsere Sinne auf Haschem gerichtet sein.

Das Häuschen muss vollkommen quadratisch sein. Der Knoten des Kopf-Tefillin hat die Form eines Dalet, des vierten Buchstabens im Alef-Bet. Auf dem schwarzen Kopf-Häuschen stehen zwei Schin, der einundzwanzigste Buchstabe im Alef-Bet: das eine ist ein gewöhnliches Schin mit drei Beinen, das andere hat vier. Vier ist die Zahl von Chessed, der Liebe, auf der die Welt gegründet ist.

Zusammengebunden werden Tefillin nicht mit Schnur und nicht mit Klebeband, sondern mit den Sehnen eines koscheren Tieres. Unsere Chachamim zählen im menschlichen Körper dreihundertfünfundsechzig Sehnen — so viele, wie das Jahr Tage hat. Und die Häuschen werden mit zwölf Stichen zusammengehalten, so vielen, wie das Jahr Monate hat.

Und warum ist das alles schwarz?

Weil wir das Ziel der Welt nicht kennen. Was Haschem in der Welt bewirkt, wissen wir nicht. Wozu Er sie erschaffen hat, bleibt verborgen. Darum sind die Tefillin schwarz.

Das weiße Pergament liegt innen. Erst wenn man durch die schwarze Schachtel hindurchdringt, sieht man das Weiß.

Und wenn wir von Haschems Hand sprechen, dann meinen wir genau das: wie Er in der Welt wirkt. Er führt die ganze Geschichte der Menschen — und dazu das Geschick jedes einzelnen Menschen.

↩ Weißt du noch, den Dornbusch, der brannte und nicht verbrannte? Man sah das Feuer und nicht das Wunder. Bei den Tefillin ist es umgekehrt: Man sieht das Schwarze und nicht das Weiße.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass damals viele Menschen sich dem jüdischen Volk anschlossen — nur um beim Korban Pessach dabei sein zu dürfen? Sie glaubten nicht mehr an die Götzen ihres eigenen Landes und nahmen dafür eine Brit Mila auf sich.
  • … dass unsere Chachamim sich nicht einig sind, wie lange das alles gedauert hat? Die einen sagen: Der Pharao wurde vierundzwanzig Tage lang gewarnt, und jede Plage dauerte dann sieben Tage. Die anderen sagen es genau umgekehrt: sieben Tage Warnung, und jede Plage dauerte vierundzwanzig Tage. Beide zählen dieselben Tage — nur umgekehrt verteilt.
  • … dass die zehn Plagen sich nicht gegen Ägypten richteten, sondern gegen das schlechte Ägypten? Nicht das Land wurde gestraft, sondern das Unrecht, das dort geschah.
  • … warum es über Ägypten dunkel wurde? Bei ihren Festen mussten Juden mit Fackeln auf dem Kopf am Rand stehen und den Ägyptern das Fest beleuchten. Deshalb kam die Finsternis über Ägypten — in den Häusern der Bnej Jisrael aber war Licht (Schemot 10,23).

Woord van de week:Wort der Woche: Bo — Bo heißt ‚Komm'. Haschem sagt zu Mosche nicht ‚Geh zum Pharao', sondern ‚Komm zum Pharao' (Schemot 10,1). In derselben Parascha steht auch das erste Gebot, das dem ganzen Volk gegeben wurde: den neuen Monat zu bestimmen (Schemot 12,2) — die Freiheit fängt damit an, dass ein Volk seine eigene Zeit zählt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „In Bo sehen wir, dass der erste Seder in Ägypten stattfand — mitten unter unseren Feinden, sogar noch vor dem Tod der ägyptischen Erstgeborenen. Am Abend des fünfzehnten Nissan mussten wir drinnen bleiben, das Blut eines Lammes — des Götzen der Ägypter — an unsere Türpfosten streichen und den Seder feiern."

Channa: „G'tt sagte: ‚Um Mitternacht will Ich mitten durch das Land Ägypten ziehen, und jeder Erstgeborene unter den Ägyptern wird geschlagen' (Schemot 11,4 · 12,12). Du kannst dir die Angst der Juden vorstellen. Das Lamm zu schlachten — den Götzen Ägyptens — war lebensgefährlich! Niemand konnte vorhersagen, wie die ägyptische Menge reagieren würde, wenn sie das Blut bemerkte und begriff, was mit ihren Götzen geschehen war. Es war nicht undenkbar, dass die Wut des ägyptischen Volkes in einem neuen Pogrom endete — in einem Überfall auf die Juden."

Jehudit: „Die Chachamim aus dem Talmud sagen außerdem, dass wir die Mazza der Freiheit gegessen haben — nicht weil wir aus Ägypten befreit wurden, sondern während wir noch in Ägypten waren. Was bedeutet das? Unser Seder feiert weniger die tatsächliche Befreiung, sondern viel mehr, dass Haschem zugesagt hat, uns zu befreien — und unseren Glauben an dieses göttliche Versprechen. Darum ist Pessach weniger ein Fest der Befreiung als vielmehr ein Fest des Glaubens an die Erlösung. Die Mazza wird das Brot des Glaubens genannt, und sie muss vor Mitternacht gegessen werden, weil erst nach Mitternacht die wirkliche Befreiung in Gang kam."

Vraag aan jouFrage an dich

Jehudit sagt, die Mazza sei das Brot des Glaubens: Die Bnej Jisrael aßen sie, als sie noch Sklaven waren. Was tust du jetzt schon, obwohl du das Ergebnis noch gar nicht sehen kannst?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Schabbat-Tisch von einer Zusage, auf die Sie sich verlassen haben, lange bevor sich zeigte, ob sie hält — und wie das Warten dazwischen war.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
16 · Besjallach Beschalach

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Brood uit de Hemel

Na 210 lange jaren van ellende en slavernij pakten de Bnee Jisra'eel hun koffers. Zij vertrokken snel uit Mitsraim. Ze namen allemaal goud, zilver en kleren mee, die de Mitsriem hun gaven.

Ik denk dat er wel 3 miljoen mensen uit Egypte trokken. Er waren 600 duizend mannen, dus waren er ook nog 600 duizend vrouwen. En dan waren er ook nog heel veel kindertjes onder de 20 jaar en heel veel ouderen boven de 60 jaar.

Lange tijd daarvoor had Hasjeem aan Avraham beloofd dat zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen zoveel zouden worden als de sterren aan de hemel. Dat was dus nu bij de jetsiat Mitsraim uitgekomen.

Er gingen zelfs Mitsriem mee, omdat zij geloofden dat Hasjeem hen zou beschermen wanneer ze met de Joden zouden meetrekken.

Mosje nam ook de beenderen van Joseef, de vroegere onderkoning, met hem mee. Want Joseef had de Bnee Jisra'eel gevraagd om die mee te nemen wanneer ze zouden vertrekken uit Mitsraim. Zijn kinderen en kleinkinderen hadden hem beloofd dat zij Joseef zouden begraven in Israël.

De Joden trokken door de woestijn. G'd stuurde een grote wolk om hen overdag door de woestijn te leiden, want nergens stonden bordjes hoe ze moesten lopen. En 's nachts was er een grote vuurzuil om hen in het donker de weg te wijzen.

Toch liepen de Bnee Jisra'eel niet direct naar het land Kena'an, Erets Jisra'eel. De Bnee Jisra'eel moesten soms terug lopen naar Mitsraim!

Maar ze kregen dorst in de woestijn, want het was heel heet. Toen zei Hasjeem tegen Mosje: „Neem je stok en haal iedereen bij elkaar bij een grote rots. Sla dan op de rots en er zal dan heel veel water uitkomen voor het hele volk." Dit was de rots van Mirjam, de zuster van Aharon en Mosje.

Toch was Hasjeem niet erg tevreden met de Bnee Jisra'eel: die klaagden maar de hele tijd en probeerden de hele tijd te kijken hoe ver ze konden gaan met Hasjeem.

Korte tijd daarna werden de Bnee Jisra'eel aangevallen door een heel gemeen volk, Amaleek. Jehosjoe'a werd de generaal, die het volk in de oorlog leidde. Mosje ging op een rots staan davvenen met zijn handen in de lucht. Aharon en Choer steunden de handen van Mosje, want die kon zijn handen niet zo lang omhoog houden.

Manna uit de Hemel

Daarna hadden de Bnee Jisra'eel geen eten. Hasjeem liet toen het Manna vallen uit de Hemel. Welke beracha zeiden ze over het Manna? Hamotsie lechem min Hasjamajiem!

De Bnee Jisra'eel kregen dus Manna in plaats van brood in de woestijn. Dat Manna viel iedere dag weer uit de Hemel. Zij kregen iedere dag weer vers Manna uit de Hemel, omdat dit lekkerder en verser was. Zo hoefden ze dat Manna niet mee te dragen op hun lange woestijnreizen. Dat spaarde ze veel dragen in die hitte.

In het Manna kon je alle smaken proeven die je maar wilde. Als jij er een aardbeienijsje in wilde proeven, proefde je dat ook!

Iedereen kreeg iedere dag 1 Omer of 2 kilo van dat Manna. Maar op vrijdag kreeg iedereen twee porties, omdat er op Sjabbat geen Manna viel.

Op zondag, maandag, dinsdag, woensdag en donderdag mocht je niets van het Manna overlaten voor de volgende dag. Maar op vrijdag viel er een extra portie, die je juist wél moest overlaten voor Sjabbat.

Sommige mensen geloofden Hasjeem niet en lieten toch Manna over voor de volgende dag. Ze wilden uittesten of Hasjeem gelijk had. Maar je begrijpt, dat Hasjeem ingreep. Iedereen die Manna had overgelaten tot de volgende dag schrok vreselijk: er kwamen allemaal wormen uit het Manna en het stonk.

Het Manna was wit en smaakte als koek met honing. Het moest binnen 24 uur worden gegeten. Zodra de zon erop scheen, begon het te smelten. Gedurende de hele woestijnreis, veertig jaar lang, aten de Bnee Jisra'eel het Manna.

Voordat het Manna viel, veegde een noordenwind de woestijngrond schoon. Daarna viel er regen en werd het schoongewassen. Vervolgens viel er dauw, dat hard werd door de wind, zodat het kon dienen als de tafel voor het Manna, dat uit de Hemel viel. Dit Manna werd weer bedekt door een tweede laag dauw, om het te beschermen tegen insecten en ongedierte.

↩ Weet je nog, de sterren boven Avraham? Zoveel zouden zijn kinderen worden. Nu, onderweg uit Egypte, waren het er zoveel dat niemand ze meer kon tellen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dat Hasjeem de Jam Soef spleet toen de Bnee Jisra'eel ervoor stonden — en dat er niet één pad ontstond, maar twaalf? Voor iedere stam één. (16b)
  • … dat ze aan de oever eerst ruzie hadden over wie het eerst in de zee zou springen? Nachsjon ben Aminadav sprong als eerste — en toen ging de zee uit elkaar. (16b)
  • … dat Mirjam een tof pakte en met de vrouwen zong om Hasjeem te bedanken? Dat lied heet de sjirat hajam, het lied van de zee. (16b)
  • … dat de Bnee Jisra'eel, toen ze dat witte spul op de grond zagen, tegen elkaar zeiden: „wat is het?" — en dat „wat?" in het Ivriet „man" is? Daar komt de naam vandaan. (16c)

Woord van de week:Wort der Woche: Beschalach — Besjallach betekent: ‚toen hij liet gaan'. Naar dit woord is de parasja genoemd.

Wat het betekentWas es bedeutet

Chaim vraagt: „Waarom viel het Manna eigenlijk iedere dag opnieuw? Eén keer voor de hele week was toch veel makkelijker geweest."

Ariella: „Omdat vers lekkerder is. En omdat ze het dan niet hoefden te dragen. Stel je veertig jaar woestijn voor — met een zak brood op je rug, in die hitte!"

Eli: „Ik denk dat er nog iets was. Wie 's ochtends zijn tent uit komt en niets heeft, moet iedere ochtend opnieuw vertrouwen dat Hasjeem aan hem denkt. Precies dát wilden sommigen niet. Zij lieten wat over — en de volgende ochtend zat het vol wormen."

Chaim: „En op vrijdag lag er een dubbele portie. Toen wist iedereen: aan Sjabbat was al gedacht, nog voordat hij begon."

Vraag aan jouFrage an dich

Je komt 's ochtends je tent uit. De dauw trekt op en de hele grond is wit. Wat vraag jij als eerste?

Sjabbat Sjalom!

👪 Haal vrijdagavond het kleedje van de twee challot en vertel uw kind waarom het er twee zijn — de dubbele portie Manna van de vrijdag.

Duits

Brot vom Himmel

Nach zweihundertzehn langen Jahren voller Not und Sklaverei packten die Bnej Jisrael ihre Koffer. Schnell zogen sie fort aus Ägypten. Gold, Silber und Kleider nahmen sie mit — die Ägypter gaben es ihnen.

Ich glaube, es waren wohl drei Millionen Menschen, die aus Ägypten zogen. Sechshunderttausend Männer waren dabei — und ebenso viele Frauen. Und dazu sehr viele Kinder unter zwanzig Jahren und sehr viele Alte über sechzig.

Lange vorher hatte Haschem dem Awraham versprochen: Deine Kinder und deine Enkel und deren Kinder werden einmal so viele sein wie die Sterne am Himmel. Jetzt, beim Auszug aus Ägypten, war es so gekommen.

Sogar Ägypter zogen mit. Sie glaubten, Haschem werde auch sie beschützen, wenn sie mit den Juden mitgingen.

Mosche nahm die Gebeine Josefs mit, des früheren Vizekönigs. Denn Josef hatte die Bnej Jisrael darum gebeten: Wenn ihr einmal aus Ägypten fortzieht, nehmt mich mit. Seine Kinder und Enkel hatten es ihm versprochen — in Israel sollte er begraben werden.

Die Juden zogen durch die Wüste. In der Wüste steht nirgends ein Schild, das den Weg zeigt. Darum schickte G'tt am Tag eine große Wolke, die vor ihnen herzog. Und in der Nacht war da eine große Feuersäule, die ihnen im Dunkeln den Weg wies.

Trotzdem liefen die Bnej Jisrael nicht geradewegs in das Land Kenaan. Manchmal mussten sie sogar ein Stück zurücklaufen, auf Ägypten zu!

In der Wüste war es sehr heiß, und sie bekamen Durst. Da sagte Haschem zu Mosche: „Nimm deinen Stock. Ruf alle zusammen bei einem großen Felsen. Schlag auf den Felsen — dann kommt Wasser heraus für das ganze Volk." Das war der Felsen Mirjams, der Schwester von Aharon und Mosche.

Und doch war Haschem nicht sehr zufrieden mit den Bnej Jisrael. Sie klagten die ganze Zeit. Und die ganze Zeit probierten sie aus, wie weit sie bei Haschem gehen konnten.

Kurz darauf wurden die Bnej Jisrael von einem sehr gemeinen Volk angegriffen: von Amalek. Jehoschua wurde der General, der das Volk in den Krieg führte. Mosche stieg auf einen Felsen und betete mit den Händen in der Luft. So lange konnte er die Hände gar nicht oben halten — darum stützten Aharon und Chur ihm die Arme.

Manna vom Himmel

Danach hatten die Bnej Jisrael nichts mehr zu essen. Da ließ Haschem das Manna vom Himmel fallen. Welche Beracha sagten sie über das Manna? Hamozi lechem min haschamajim — das heißt: Er bringt Brot aus dem Himmel hervor!

Statt Brot bekamen die Bnej Jisrael also Manna in der Wüste. Jeden Tag fiel es neu vom Himmel. Jeden Tag frisches Manna — denn frisch war es leckerer. Und so mussten sie es auf ihren langen Wüstenreisen nicht mitschleppen. Das sparte ihnen viel Tragen in der Hitze.

Im Manna konntest du jeden Geschmack schmecken, den du wolltest. Wolltest du ein Erdbeereis darin schmecken — dann schmecktest du auch ein Erdbeereis!

Jeder bekam jeden Tag ungefähr zwei Kilo Manna. Freitags aber bekam jeder zwei Portionen, denn am Schabbat fiel kein Manna.

Von Sonntag bis Donnerstag durfte niemand etwas vom Manna für den nächsten Tag übrig lassen. Nur am Freitag fiel die zusätzliche Portion — und die musste man gerade übrig lassen, für den Schabbat.

Manche Menschen glaubten Haschem nicht und ließen trotzdem etwas übrig. Sie wollten ausprobieren, ob Haschem recht hatte. Aber du verstehst schon: Haschem griff ein. Wer Manna bis zum nächsten Morgen übrig gelassen hatte, erschrak fürchterlich. Aus dem Manna kamen lauter Würmer, und es stank.

Das Manna war weiß und schmeckte wie Kuchen mit Honig. Innerhalb von vierundzwanzig Stunden musste es gegessen sein. Sobald die Sonne darauf schien, fing es an zu schmelzen. Die ganze Wüstenreise lang, vierzig Jahre, aßen die Bnej Jisrael das Manna.

Und bevor das Manna fiel, fegte ein Nordwind den Wüstenboden sauber. Dann fiel Regen, und der Boden wurde gewaschen. Danach fiel Tau, und der Wind machte ihn hart — so hatte das Manna einen Tisch, auf den es aus dem Himmel fallen konnte. Über das Manna aber legte sich noch eine zweite Schicht Tau, damit keine Insekten und kein Ungeziefer daran kamen.

↩ Weißt du noch, die Sterne über Awraham? So viele sollten seine Kinder einmal werden. Jetzt, auf dem Weg aus Ägypten, waren es so viele, dass niemand sie mehr zählen konnte.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem das Schilfmeer teilte, als die Bnej Jisrael davorstanden — und dass nicht ein Weg entstand, sondern zwölf? Für jeden Stamm einer. (16b)
  • … dass sie am Ufer erst stritten, wer als Erster ins Wasser springen sollte? Nachschon ben Aminadaw sprang — und da ging das Meer auseinander. (16b)
  • … dass Mirjam eine Trommel nahm und mit den Frauen sang, um Haschem zu danken? Und dass dieses Lied einen eigenen Namen hat: das Lied vom Meer. (16b)
  • … dass die Bnej Jisrael, als sie das Weiße auf der Erde liegen sahen, zueinander sagten: „Was ist das?" — und dass „Was?" auf Hebräisch „Man" heißt? Daher kommt der Name. (16c)

Woord van de week:Wort der Woche: Beschalach — Beschalach heißt: ‚als er ziehen ließ'. Das Wort, nach dem diese Parascha benannt ist, erzählt, dass der Pharao sie endlich gehen ließ.

Wat het betekentWas es bedeutet

Chaim fragt: „Warum fiel das Manna eigentlich jeden Tag neu? Einmal für die ganze Woche wäre doch viel einfacher gewesen."

Ariella: „Weil frisch besser schmeckt. Und weil sie es dann nicht tragen mussten. Stell dir vierzig Jahre Wüste vor — mit einem Sack Brot auf dem Rücken, bei dieser Hitze!"

Eli: „Ich glaube, da war noch etwas. Wer morgens aus dem Zelt kommt und nichts hat, muss jeden Morgen neu darauf vertrauen, dass Haschem an ihn denkt. Genau das wollten manche nicht. Sie ließen etwas übrig — und am nächsten Morgen war es voller Würmer."

Chaim: „Und am Freitag lag die doppelte Portion da. Da wusste jeder: Der Schabbat war schon mitgedacht, bevor er kam."

Vraag aan jouFrage an dich

Du kommst am Morgen aus dem Zelt. Der Tau hebt sich, und der ganze Boden ist weiß. Was fragst du als Erstes?

Schabbat Schalom!

👪 Decken Sie am Freitagabend die beiden Challot auf und erzählen Sie Ihrem Kind, warum es zwei sind — die doppelte Portion Manna vom Freitag.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Twee kisten door de woestijn

„Hasjeem zal zeker naar jullie omzien en dan zullen jullie mijn botten van hier met jullie meenemen naar Israel." Dat had Joseef de Bnee Jisra'eel plechtig laten zweren. En Mosje nam de botten van Joseef mee (Sjemot 13:19).

Er zijn verschillende redenen waarom de Tora vertelt dat de Bnee Jisra'eel Joseefs botten meenamen uit Egypte.

Na de uittocht uit Egypte zouden ze de Tora krijgen. Maar de mensen wilden de Tora niet, omdat ze dachten dat de Tora veel te moeilijk was. Ook de Joden dachten zo. Maar Joseef was het bewijs dat wij de Tora wél kunnen houden. Joseef was in staat de verleidingen van Soelaika, de vrouw van Potifar, te weerstaan. Hij was het bewijs dat je naar de Tora kan luisteren, ook als het heel moeilijk wordt. Karaktersterkte!

Gedurende de veertigjarige reis door de woestijn droeg het volk twee Arken met zich mee. De ene Arke bevatte de twee Stenen Tafelen en de Tora, en de andere de beenderen van Joseef. De mensen zeiden: „Die ene (Joseef) heeft vervuld wat in de andere voorgeschreven staat."

Bovendien voelden de voormalige slaven zich minderwaardig, omdat ze zo lang slaven waren geweest van Farao. De koninklijke kist van Joseef gaf aan hen hun trots terug, omdat dit liet zien dat de Joden van adellijke afstamming waren. Awraham, Jitschak en Ja'akov — die als koningen werden geëerd in Kena'an — waren immers hun voorouders!

Maar de belangrijkste reden om over de ‚beenderen van Joseef' te vertellen was om te voorkomen dat de Joden in Egypte zouden willen blijven. Want de Egyptenaren gingen hen — na de tiende plaag — eindelijk als gewone medeburgers behandelen en ze benaderden hen als vrienden.

Inderdaad: kort na de uittocht — bij de eerste hindernis — riep het volk direct:

„Waren er soms geen graven in Egypte, dat u ons hebt meegenomen om te sterven in de woestijn? Wat hebt u ons aangedaan door ons uit Egypte te leiden?" (Sjemot 14:11)

Mosje liet hun toen de kist van Joseef zien en zei: „Kijk hoe de Egyptenaren Joseef hebben behandeld. Hij heeft ze gered van een zware hongersnood. Onder zijn leiding werd Egypte een welvarend land. Toch hebben de Egyptenaren zijn kinderen en kleinkinderen tot slaven gemaakt. Moeten wij zulke ondankbare mensen vertrouwen?!"

↩ Weet je nog hoe Joseef aan het eind van zijn leven de Bnee Jisra'eel liet zweren? Nu, bij het vertrek, werd die eed ingelost — na vele generaties.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Bnee Jisra'eel gewapend uit Egypte trokken, maar dat ze toch niet direct naar het land van de Filistijnen gingen, omdat Hasjeem bang was dat ze zouden terugkeren? (16b)
  • … er bij de keriat Jam Soef niet één pad in de Jam Soef ontstond maar twaalf paden, waarover alle 12 verschillende stammen, ieder op zijn eigen pad, door de Jam Soef heen konden gaan? (16b)
  • … de Bnee Jisra'eel een meningsverschil hadden aan de oever van de Jam Soef over wie het eerst in de zee zou springen? Uiteindelijk sprong als eerste in de zee Nachsjon ben Aminadav, en de zee ging uit elkaar. (16b)
  • … de Bnee Jisra'eel de Mitsriem aan de oever van de Jam Soef moesten zien, omdat ze dan zeker wisten dat de Mitsriem hun geen kwaad meer konden doen? (16c)

Woord van de week:Wort der Woche: Keriat Jam Suf — Keriat Jam Soef betekent: het splijten van de Jam Soef. Het vond plaats op de zevende dag Pesach.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli vertelt: „Mosje en de Bnee Jisra'eel zongen een prachtig lied: sjirat hajam. Mirjam, de zuster van Aharon en Mosje, nam een tof en zong met de vrouwen om Hasjeem te bedanken. Daarna liepen ze verder — weg van Egypte. Zij reisden drie dagen, maar toen konden ze geen goed water meer vinden. Zij kwamen aan in Mara en vonden daar alleen maar bitter water. Daarom heette de plaats ook Mara."

Channa zegt: „De mensen renden naar Mosje Rabbenoe en vroegen hem: ‚Wat moeten we drinken?' Hasjeem wees Mosje een hout. Mosje gooide dit in het water en het werd drinkbaar."

Batsjeva vertelt verder: „In de tweede maand van hun woestijnreis hadden ze geen matsa meer over. Iedereen begon te klagen: ‚Moeten we hier sterven in de midbar? In Mitsraim hadden we genoeg lechem en bassar te eten.' Hasjeem werd kwaad toen Hij hoorde hoe de Bnee Jisra'eel klaagden. In de avond zouden ze vlees van kwartels krijgen en in de ochtend Man.

Het Manna was in het begin te vergelijken met astronautenvoedsel. Manna werd volledig door het lichaam opgenomen. Je hoefde er niet van naar de WC. Pas toen de Bnee Jisra'eel averot deden door over de smaak van het Manna te klagen, werd het Manna gelijk normaal voedsel."

Vraag aan jouFrage an dich

Het volk vroeg: „Waarom hebt u ons hierheen gebracht?" Mosje antwoordde met een wedervraag: „Moeten wij zulke ondankbare mensen vertrouwen?" Was dat een antwoord — of stelde hij hun een heel andere vraag?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan de Sjabbattafel over één voorwerp dat in uw familie generaties lang is meegegaan — en waarom juist dát nooit is achtergelaten.

Duits

Zwei Truhen durch die Wüste

„Haschem wird gewiss nach euch sehen. Und dann nehmt meine Gebeine von hier mit euch nach Israel." Diesen Schwur hatte Josef den Bnej Jisrael feierlich abgenommen. Und Mosche nahm die Gebeine Josefs mit (Schemot 13,19).

Warum erzählt die Tora das überhaupt? Es gibt mehrere Gründe.

Nach dem Auszug aus Mizrajim — so heißt Ägypten auf Iwrit — sollten sie die Tora bekommen. Aber die Menschen wollten die Tora zuerst gar nicht — sie dachten, sie sei viel zu schwer. Auch unter den Juden dachten viele so. Josef aber war der Beweis, dass wir die Tora sehr wohl halten können. Josef hatte den Verlockungen Sulejkas widerstanden, der Frau Potifars. Er war der Beweis: Man kann auf die Tora hören, auch wenn es sehr schwer wird. Charakterstärke!

Vierzig Jahre lang, die ganze Reise durch die Wüste, trug das Volk zwei Truhen mit sich. In der einen lagen die zwei steinernen Tafeln und die Tora. In der anderen lagen die Gebeine Josefs. Die Menschen sagten: „Der eine hat erfüllt, was in der anderen vorgeschrieben steht."

Dazu kam etwas anderes. Die früheren Sklaven fühlten sich klein und wenig wert, weil sie so lange Sklaven des Pharao gewesen waren. Josefs königlicher Sarg gab ihnen ihren Stolz zurück. Denn er zeigte: Die Juden stammen aus einem vornehmen Haus. Awraham, Jizchak und Jaakow waren ihre Vorväter — und die hatte man in Kenaan wie Könige geehrt!

Der wichtigste Grund aber war ein anderer. Nach der zehnten Plage behandelten die Ägypter die Juden auf einmal wie ganz gewöhnliche Mitbürger. Sie kamen ihnen entgegen wie Freunde. Und genau da war die Gefahr: dass die Juden in Ägypten bleiben wollten. Der Sarg sollte das verhindern.

Und tatsächlich. Kurz nach dem Auszug, beim allerersten Hindernis, rief das Volk sofort:

„Gab es denn keine Gräber in Ägypten, dass du uns mitgenommen hast, um in der Wüste zu sterben? Was hast du uns angetan, dass du uns aus Ägypten herausgeführt hast?" (Schemot 14,11)

Da zeigte Mosche ihnen die Truhe Josefs und sagte: „Seht, wie die Ägypter Josef behandelt haben. Er hat sie aus einer schweren Hungersnot gerettet. Unter seiner Führung wurde Ägypten ein wohlhabendes Land. Und trotzdem haben die Ägypter seine Kinder und Enkel zu Sklaven gemacht. Sollen wir solchen undankbaren Menschen trauen?!"

↩ Weißt du noch, wie Josef ganz am Ende seines Lebens die Bnej Jisrael schwören ließ? Jetzt, im Aufbruch, wurde der Schwur eingelöst — nach vielen Generationen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Bnej Jisrael bewaffnet aus Ägypten zogen — und trotzdem nicht auf dem kurzen Weg durchs Land der Pelischtim gingen, weil Haschem befürchtete, sie könnten dann umkehren? (16b)
  • … dass beim Durchzug durchs Schilfmeer nicht ein Pfad entstand, sondern zwölf — für jeden der zwölf Stämme ein eigener? (16b)
  • … dass die Bnej Jisrael am Ufer stritten, wer als Erster ins Meer springen sollte? Als Erster sprang Nachschon ben Aminadaw — und da ging das Meer auseinander. (16b)
  • … dass sie die Ägypter am Ufer sehen mussten? Erst dann wussten sie sicher, dass die Ägypter ihnen nichts mehr antun konnten. (16c)

Woord van de week:Wort der Woche: Keriat Jam Suf — Keriat Jam Suf heißt: das Zerreißen des Schilfmeers. Es geschah am siebten Tag von Pessach — dem Tag, an dem die Befreiung aus Mizrajim vollständig wurde.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli erzählt: „Mosche und die Bnej Jisrael sangen ein wunderschönes Lied: die Schirat haJam, das Lied vom Meer. Mirjam, die Schwester von Aharon und Mosche, nahm eine Trommel und sang mit den Frauen, um Haschem zu danken. Danach zogen sie weiter — fort von Ägypten. Drei Tage lang reisten sie, aber dann fanden sie kein gutes Wasser mehr. Sie kamen nach Mara und fanden dort nur bitteres Wasser. Darum hieß der Ort auch Mara — das heißt: bitter."

Channa sagt: „Die Menschen liefen zu Mosche Rabbenu und fragten ihn: ‚Was sollen wir trinken?' Haschem zeigte Mosche ein Stück Holz. Mosche warf es ins Wasser, und das Wasser wurde trinkbar."

Batschewa erzählt weiter: „Im zweiten Monat ihrer Wüstenreise hatten sie keine Mazza mehr übrig. Alle fingen an zu klagen: ‚Sollen wir hier sterben, im Midbar, in der Wüste? In Mizrajim hatten wir genug Brot und Fleisch zu essen.' Haschem wurde zornig, als Er hörte, wie die Bnej Jisrael klagten. Am Abend sollten sie Fleisch von Wachteln bekommen und am Morgen Manna.

Das Manna war am Anfang mit Astronautennahrung zu vergleichen. Es wurde vom Körper vollständig aufgenommen. Man musste davon nicht auf die Toilette. Erst als die Bnej Jisrael Awerot begingen — Übertretungen —, indem sie über den Geschmack des Mannas klagten, wurde das Manna sofort ganz normale Nahrung."

Vraag aan jouFrage an dich

Das Volk hatte gefragt: „Warum hast du uns hierher gebracht?" Mosche antwortete mit einer Gegenfrage: „Sollen wir solchen undankbaren Menschen trauen?" War das eine Antwort — oder hat er ihnen eine ganz andere Frage gestellt?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Schabbattisch von einem Gegenstand, der in Ihrer Familie über Generationen mitgegangen ist — und warum ausgerechnet er nie zurückgelassen wurde.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Zit ik soms niet op jouw schouders?

In Refidiem was geen water. De Bnee Jisra'eel klaagden over gebrek aan water, en de ruzie werd zo groot dat de plaats naar die ruzie werd genoemd. En daar meteen achter, zonder enige overgang, staat in de sidra een oorlog.

„En Mosje noemde de naam van de plaats Massa oeMeriwa vanwege de ruzie van de Bnee Jisra'eel en naar aanleiding daarvan, dat zij Hasjeem uitgetest hadden door te zeggen: ‚Is Hasjeem in ons midden of niet?' Toen kwam Amalek en voerde oorlog met Israël in Refidiem." (Sjemot 17:7-8)

Rasjie gaat hier in op de semichoet parsjiot — de opeenvolging van de verschillende gebeurtenissen in de midbar. De aanval van Amalek was een reactie op hun ondankbaarheid.

Ik laat Rasjie zelf aan het woord:

„Het verhaal van Amalek komt na hun ondankbare reactie om duidelijk te maken, dat Ik, Hasjeem, steeds in jullie midden ben en dat Ik voor al jullie behoeften zorg. Jullie vragen je dan nog steeds af of ‚Hasjeem in ons midden is of niet'? De hond (Amalek) zal komen om jullie te bijten. Dan zullen jullie Mij roepen om hulp en zullen jullie weten waar Ik ben.

Je kan dit vergelijken met een vader, die op weg zijn zoon op zijn schouder draagt. De zoon wil dan eens dit en dan weer dat. De vader luistert naar alle wensen van zijn zoon en geeft hem alles wat hij aanwijst. Op een goed moment komen ze iemand tegen. Zittend op vaders schouders roept de zoon naar de tegenligger: ‚Heeft u mijn vader ergens gezien?' Wat een chotspe!

Zijn vader werd kwaad en riep verontwaardigd: ‚Weet jij niet waar ik ben?' Pa zette zoonlief op de grond, de hond kwam langs en beet hem."

Het Joodse volk werd in de woestijn van alles voorzien. Manna viel 's ochtends uit de Hemel, 's avonds waren er kwartels. Water kwam uit een rots. Toch vroegen de Bnee Jisra'eel zich af of Hasjeem wel in hun midden was. Wat een chotspe!

Dit was niet zomaar een vraag of een nieuwsgierige interesse. Hasjeem, Hasjeem Zelf werd hier uitgetest. Men vroeg zich af of het wel de moeite waard was om te geloven in Hasjeem. Had Hasjeem wel genoeg voor hen gedaan om hun aanhankelijkheid en hun trouw te verdienen?

Het volk moest een lesje leren. Een terechtwijzing was op zijn plaats, vond het Opperwezen. Vandaar, dat de Tora stelt, dat ‚Amalek kwam en voerde oorlog met Israel'.

↩ Weet je nog, de nacht waarin ze uit Egypte vertrokken? Een paar weken later staat datzelfde volk in de woestijn en vraagt zich af of Hasjeem wel bij hen is.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … het Manna op een laag dauw en onder een laag dauw lag rondom de kampplaats — en dat er pas iets fijns, zo fijn als witte korreltjes, op de aarde zichtbaar werd wanneer de bovenste dauwlaag optrok? (16c)
  • … toen de Bnee Jisra'eel dat zagen, ze tegen elkaar zeiden: ‚wat is het?' — en dat ‚wat?' in het Ivriet man is? Een heel volk gaf een ding dus zijn eigen vraag als naam. (16c)

Woord van de week:Wort der Woche: Chuzpe — Chotspe is meer dan brutaliteit. Het is de driestheid om degene over het hoofd te zien op wiens schouders je zit.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli vertelt: „Toen de Mitsriem de Bnee Jisra'eel achtervolgden, zette Hasjeem de wolkzuil tussen de Mitsriem en de Bnee Jisra'eel. De wolkzuil werd zwart en de Mitsriem konden de Bnee Jisra'eel niet meer zien."

Batsjeva vertelt verder: „De vuurzuil ging de Bnee Jisra'eel vooruit en gaf hen licht op hun tocht. De wateren van de Jam Soef spleten en maakten een weg droog voor de Bnee Jisra'eel om daarop te lopen. Er waren twaalf doorgangen in de Jam Soef — voor iedere stam één doorgang. De hele nacht liepen de Bnee Jisra'eel door de zee. De Mitsriem zaten hen op de hielen."

Jair zegt: „'s Ochtends hadden de Bnee Jisra'eel de andere kant van de zee bereikt. De Egyptische wagenmenners wilden ook de andere kant bereiken, maar de grond onder hun voeten werd plotseling modder. Hun wielen raakten vast in de grond. Nu werden de Mitsriem bang: ‚Laten we terugrennen', schreeuwden ze tegen elkaar, ‚de G'd van de Bnee Jisra'eel vecht voor hen, dat kunnen we zeker niet winnen.' Toen strekte Mosje zijn hand weer uit naar het water en met een grote plons kwam het water neer op de Mitsriem. Geen Egyptische soldaat overleefde dit drama. En aan de overkant zongen Mosje en de Bnee Jisra'eel een prachtig lied: de sjirat hajam."

Vraag aan jouFrage an dich

Rasjie laat Hasjeem zeggen: „De hond zal komen om jullie te bijten." In het gelijkenis zet de vader zijn zoon neer, omdat de zoon hem over het hoofd zag. Is de hond de straf voor de vraag — of is hij het antwoord erop? Kies, en zeg erbij waaraan je het vastmaakt.

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan de Sjabbattafel: wanneer hebben wij voor het laatst iets vanzelfsprekend gevonden dat iemand aan deze tafel voor ons deed — en waaraan had je het kunnen merken?

Duits

Sitzt du nicht auf meinen Schultern?

In Refidim gab es kein Wasser. Die Bnej Jisrael klagten, und der Streit wurde so groß, dass der Ort nach diesem Streit benannt wurde: Massa uMeriwa — Prüfen und Streiten. Und gleich dahinter, ohne jeden Übergang, steht in der Sidra, dem Wochenabschnitt, ein Krieg.

„Und Mosche nannte den Namen des Ortes Massa uMeriwa — wegen des Streites der Bnej Jisrael und weil sie Haschem geprüft hatten, indem sie sagten: ‚Ist Haschem in unserer Mitte oder nicht?' Da kam Amalek und führte Krieg gegen Israel in Refidim." (Schemot 17,7–8)

Raschi geht hier auf die semichut parschijot ein — die Nachbarschaft der Abschnitte, die Reihenfolge der Ereignisse im Midbar, in der Wüste. Der Angriff Amaleks war die Antwort auf ihre Undankbarkeit.

Ich lasse Raschi selbst sprechen:

„Die Geschichte von Amalek kommt nach ihrer undankbaren Reaktion, um deutlich zu machen, dass Ich, Haschem, immer in eurer Mitte bin und dass Ich für alles sorge, was ihr braucht. Und ihr fragt euch immer noch, ob ‚Haschem in unserer Mitte ist oder nicht'? Der Hund wird kommen, um euch zu beißen. Dann werdet ihr Mich um Hilfe rufen, und dann werdet ihr wissen, wo Ich bin.

Du kannst es mit einem Vater vergleichen, der seinen Sohn unterwegs auf den Schultern trägt. Der Sohn will einmal dies und dann wieder das. Der Vater hört auf jeden Wunsch seines Sohnes und gibt ihm alles, worauf er zeigt. Irgendwann kommt ihnen jemand entgegen. Auf den Schultern seines Vaters sitzend, ruft der Sohn dem Entgegenkommenden zu: ‚Haben Sie irgendwo meinen Vater gesehen?' Was für eine Chuzpe!

Sein Vater wurde zornig und rief empört: ‚Weißt du denn nicht, wo ich bin?' Der Vater setzte den lieben Sohn auf die Erde. Der Hund kam vorbei und biss ihn."

Das jüdische Volk wurde in der Wüste mit allem versorgt. Morgens fiel Manna vom Himmel. Abends gab es Wachteln. Wasser kam aus einem Felsen. Und trotzdem fragten sich die Bnej Jisrael, ob Haschem denn wirklich in ihrer Mitte sei. Was für eine Chuzpe!

Das war nicht einfach eine Frage. Das war auch keine bloße Neugier. Hier wurde Haschem geprüft — Haschem selbst. Man fragte sich, ob es die Mühe überhaupt wert sei, an Haschem zu glauben. Hatte Haschem genug für sie getan, um ihre Hingabe und ihre Treue zu verdienen?

Das Volk musste eine Lektion lernen. Eine Zurechtweisung war angebracht, fand der Allmächtige. Daher stellt die Tora fest: „Amalek kam und führte Krieg gegen Israel."

↩ Weißt du noch, die Nacht, in der sie in Ägypten aufbrachen? Wenige Wochen später steht dasselbe Volk in der Wüste und fragt, ob Haschem überhaupt bei ihnen ist.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass das Manna rings um den Lagerplatz auf einer Schicht Tau lag und unter einer zweiten — und dass erst, wenn die obere Schicht sich hob, etwas Feines auf der Erde sichtbar wurde, so fein wie weiße Körnchen? (16c)
  • … dass die Bnej Jisrael, als sie es sahen, zueinander sagten: „Was ist das?" — und dass „Was?" auf Iwrit „Man" heißt? Ein ganzes Volk gab einer Sache also ihre eigene Frage als Namen. (16c)

Woord van de week:Wort der Woche: Chuzpe — Chuzpe ist mehr als Frechheit. Es ist die Dreistigkeit, den zu übersehen, auf dessen Schultern man gerade sitzt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli erzählt: „Als die Mizrijim die Bnej Jisrael verfolgten, stellte Haschem die Wolkensäule zwischen die Mizrijim und die Bnej Jisrael. Die Wolkensäule wurde schwarz, und die Mizrijim konnten die Bnej Jisrael nicht mehr sehen."

Batschewa erzählt weiter: „Die Feuersäule zog vor den Bnej Jisrael her und gab ihnen Licht auf ihrem Weg. Die Wasser des Jam Suf spalteten sich und machten einen trockenen Weg, auf dem die Bnej Jisrael gehen konnten. Es gab zwölf Durchgänge im Jam Suf — für jeden Stamm einen. Die ganze Nacht liefen die Bnej Jisrael durch das Meer. Die Mizrijim saßen ihnen dicht auf den Fersen."

Jair sagt: „Am Morgen hatten die Bnej Jisrael die andere Seite des Meeres erreicht. Die ägyptischen Wagenlenker wollten die andere Seite auch erreichen, aber der Boden unter ihren Füßen wurde plötzlich zu Schlamm. Ihre Räder blieben stecken. Jetzt bekamen die Mizrijim Angst. ‚Lasst uns zurücklaufen!', schrien sie einander zu, ‚der G'tt der Bnej Jisrael kämpft für sie, das können wir bestimmt nicht gewinnen.' Da streckte Mosche seine Hand wieder aus über das Wasser, und mit einem einzigen gewaltigen Schlag kam das Wasser auf die Mizrijim herunter. Kein einziger ägyptischer Soldat überlebte dieses Drama. Und drüben, auf der anderen Seite, sangen Mosche und die Bnej Jisrael ein wunderschönes Lied: die Schirat haJam, das Lied vom Meer."

Vraag aan jouFrage an dich

Raschi lässt Haschem sagen: „Der Hund wird kommen, um euch zu beißen." Im Gleichnis setzt der Vater den Sohn ab, weil der Sohn ihn übersehen hat. Ist der Hund die Strafe für die Frage — oder ist er die Antwort darauf? Entscheide dich, und sag dazu, woran du es festmachst.

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Schabbattisch: Wann haben wir zuletzt etwas selbstverständlich genommen, das jemand am Tisch für uns getan hat — und woran hätte man es merken können?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
17 · Jitro Jitro

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De berg tussen hoog en laag

De Sinai is geen hoge berg. Maar ook geen lage berg. Het is een berg, precies tussen hoog en laag. Een beetje hoog en een beetje laag.

In de derde maand nadat ze uit Mitsraim vertrokken waren, kwamen de Bnee Jisra'eel eindelijk aan bij de berg Sinai.

Mosje beklom de berg. Hasjeem vertelde hem dat hij de mensen beneden moest voorbereiden op Matan Tora, het geven van de Tora.

Binnen drie dagen zouden de Bnee Jisra'eel de Tora ontvangen. Dit was op Sjavoe'ot.

Hasjeem zei tegen Mosje: „Jullie hebben gezien wat Ik aan de Mitsriem heb gedaan met de esser makkot. Jullie hebben gezien hoe Ik jullie uit Mitsraim heb gehaald. Ik heb jullie gedragen als op de vleugels van een arend. Als jullie Mijn mitsvot zullen gehoorzamen, dan zullen jullie een speciaal, heilig volk voor Mij worden."

Toen Mosje van de berg kwam en de mensen vertelde wat Hasjeem gezegd had, antwoordden ze: „Wij zullen doen wat Hasjeem van ons verlangt. Wij zullen alle mitsvot nakomen!"

Daarna gaf Hasjeem Mosje opdracht hoe de Bnee Jisra'eel zich moesten voorbereiden op Matan Tora. Er werd een grenslijn getrokken aan de voet van de berg Sinai. Daar mochten ze niet overheen. Iedereen moest zijn kleren wassen en zo rein mogelijk blijven.

Drie dagen later werden de mensen heel vroeg wakker. Ze hoorden een enorm geluid van de Sinai: donder en bliksem bij heldere hemel.

En plotseling klonk er een hard sjofargeluid door het kamp: de sjofar, de ramshoorn.

Mosje leidde het volk naar de voet van de berg en zij sidderden van angst. Zoiets hadden ze nog nooit gezien.

Toen volgden de Asseret Hadibrot, de Tien Woorden.

Hasjeem sprak ze alle tien ineens uit. Daarna sprak Hasjeem ze nog een keer uit, een voor een. En bij ieder woord antwoordde het volk: op de geboden riep het „ja", op de verboden riep het „nee".

„Ik ben Hasjeem Die je uit het land Mitsraim heeft gevoerd."

„Andere goden zijn verboden."

„Je mag de naam van Hasjeem, je Hasjeem, niet voor niets gebruiken."

↩ Weet je nog, de tien plagen in Mitsraim? Precies daarover sprak Hasjeem hier bij de berg: ‚Jullie hebben gezien wat Ik gedaan heb.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Jitro, naar wie deze parasja heet, zijn hele leven bezig was om de ware Waarheid te vinden?
  • … hij daarom eerder zelfs afgodenpriester van Midjan was — en alle afgoden diende, totdat hij het ware geloof aannam?
  • … hij bereid was alle rijkdom en zijn mooie woning in Midjan achter te laten om Joods te worden?
  • … hij uiteindelijk terugging naar Midjan om ook zijn landgenoten Joods te maken?

Woord van de week:Wort der Woche: Aseret haDibrot

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Maar er zijn nog veel meer mitsvot in de Asseret Hadibrot! Bijvoorbeeld: ‚Denk aan de Sjabbat: zes dagen zul je werken, maar de zevende dag is het Sjabbat. Want in zes dagen heeft Hasjeem de hemel en de aarde gemaakt en Hij rustte op de zevende dag.' Wie kent er nog een?"

Jedidja: „‚Eer je vader en je moeder, opdat je lang zult leven in het land Israel, dat Hasjeem je zal geven.' Wie kent er nog een?"

Sjlom Tsion: „Ik ken er een heleboel! ‚Je mag niet doodslaan.' ‚Je mag niet stelen.' ‚Je mag geen valse getuigenis spreken tegen je naaste.' ‚Je zult niet jaloers zijn op het huis of de vrouw van je buurman of iets anders van je buurman.' Alles bij elkaar 10 geboden!"

Vraag aan jouFrage an dich

Maak er een plaatje bij in je hoofd: de Sinai is niet hoog en niet laag. Waarom zou Hasjeem juist déze berg gekozen hebben?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel: aan welk van de Tien Woorden merk je bij een vriend het snelst dat hij zich eraan houdt?

Duits

Der Berg zwischen hoch und niedrig

Der Berg Sinai ist kein hoher Berg. Aber auch kein niedriger Berg. Er ist ein Berg genau zwischen hoch und niedrig: ein bisschen hoch und ein bisschen niedrig.

Im dritten Monat, nachdem sie aus Ägypten fortgezogen waren, kamen die Bnej Jisrael endlich am Berg Sinai an.

Mosche stieg den Berg hinauf. Dort sagte Haschem ihm, er solle die Menschen unten auf Matan Tora vorbereiten — auf den Tag, an dem die Tora gegeben wird.

In drei Tagen würden die Bnej Jisrael die Tora bekommen. Das war an Schawuot.

Haschem sagte zu Mosche: „Ihr habt gesehen, was Ich an den Ägyptern getan habe, mit den zehn Plagen. Ihr habt gesehen, wie Ich euch herausgeholt habe. Ich habe euch getragen wie auf den Flügeln eines Adlers. Wenn ihr auf Meine Mizwot hört, dann werdet ihr ein besonderes, heiliges Volk für Mich."

Als Mosche vom Berg herunterkam und den Menschen erzählte, was Haschem gesagt hatte, antworteten sie: „Wir werden tun, was Haschem von uns möchte. Wir werden alle Mizwot halten!"

Danach sagte Haschem zu Mosche, wie sich die Bnej Jisrael vorbereiten sollten. Am Fuß des Berges wurde eine Grenzlinie gezogen. Darüber durfte niemand hinweg. Jeder musste seine Kleider waschen und so rein wie möglich bleiben.

Drei Tage später wachten die Menschen sehr früh auf. Da hörten sie ein gewaltiges Geräusch vom Sinai her: Donner und Blitz — bei klarem Himmel.

Und plötzlich klang ein harter Ton durch das ganze Lager: der Schofar, das Widderhorn.

Mosche führte das Volk an den Fuß des Berges, und sie zitterten. So etwas hatten sie noch nie gesehen.

Dann kamen die Aseret haDibrot, die Zehn Worte.

Haschem sprach sie alle zehn auf einmal aus. Alle zehn in einem einzigen Augenblick. Danach sprach Er sie noch einmal, eines nach dem anderen. Und bei jedem Wort antwortete das Volk: Bei den Geboten rief es „Ja". Bei den Verboten rief es „Nein".

„Ich bin Haschem, Der dich aus dem Land Ägypten geführt hat."

„Andere Götter sind verboten."

„Sprich den Namen Haschems, deines G'ttes, nicht umsonst aus."

↩ Erinnerst du dich an die zehn Plagen in Ägypten? Genau davon sprach Haschem hier am Berg: ‚Ihr habt gesehen, was Ich getan habe.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jitro, nach dem diese Parascha heißt, sein ganzes Leben lang nach der Wahrheit gesucht hat?
  • … dass er darum früher sogar Götzenpriester in Midjan war — und alle Götzen ausprobierte, bis er den einen wahren G'tt fand?
  • … dass er bereit war, allen Reichtum und sein schönes Haus in Midjan zurückzulassen, um Jude zu werden?
  • … dass er am Ende noch einmal nach Midjan zurückging, um auch seine Landsleute zum Judentum zu bringen?

Woord van de week:Wort der Woche: Aseret haDibrot — Die Zehn Worte, die Haschem am Berg Sinai sagte. ‚Dibrot' heißt: Aussprüche.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Aber in den Aseret haDibrot stehen noch viel mehr Mizwot! Zum Beispiel: ‚Denk an den Schabbat. Sechs Tage sollst du arbeiten, aber der siebte Tag ist Schabbat. Denn in sechs Tagen hat Haschem Himmel und Erde gemacht, und am siebten Tag ruhte Er.' Wer kennt noch eines?"

Jedidja: „‚Ehre deinen Vater und deine Mutter, damit du lange lebst in dem Land Israel, das Haschem dir geben wird.' Wer kennt noch eines?"

Schlom Zion: „Ich kenne eine ganze Menge! ‚Du sollst nicht töten.' ‚Du sollst nicht stehlen.' ‚Du sollst nicht falsch aussagen gegen deinen Nächsten.' ‚Du sollst nicht neidisch sein auf das Haus deines Nachbarn oder auf seine Frau oder auf sonst etwas, das ihm gehört.' Alle zusammen: zehn Gebote!"

Vraag aan jouFrage an dich

Mach dir ein Bild im Kopf: Der Berg Sinai ist nicht hoch und nicht niedrig. Warum wohl hat Haschem gerade diesen Berg ausgesucht?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute am Tisch: An welchem der Zehn Worte merkt man einem Freund am schnellsten an, dass er sich daran hält?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Alle tien ineens

Hasjeem sprak alle Tien Geboden ineens uit. Daarna sprak Hasjeem ze een voor een uit.

Waarom was dit nodig?

Om duidelijk te maken, dat het Jodendom een groot geheel is, een totaalpakket vormt. We mogen dus niet zeggen, dat dit van het Jodendom wel en dat van het Jodendom niet belangrijk is. Alles uit de Tora is even belangrijk.

„Hierop sprak Hasjeem al deze woorden om te zeggen" (20:1). Wat betekent ‚Hasjeem sprak … om te zeggen'? Wat betekent ‚om te zeggen'?

De Bnee Jisra'eel moesten Hasjeem steeds – op ieder van de Asseret Hadibrot – antwoorden. Het Joodse volk antwoordde op de geboden ‚ja' en op de verboden ‚nee'.

Hasjeem sloot een verbond met Klal Jisra'eel. Dit verbond sloot Hasjeem met de gemeenschap maar ook met iedereen apart. „Ik ben Hasjeem, uw Hasjeem, die u uitgevoerd heeft" (20:2).

Waarom staat er „uw Hasjeem" in het enkelvoud?

De Midrasj zegt, dat Hasjeem iedereen recht in de ogen keek en aansprak op zijn nesjomme (ziel). Dit geeft de mens belangrijkheid, hoop en verantwoordelijkheid.

Iedereen moet tegen zichzelf zeggen: „Voor mij werden de Asseret Hadibrot, de Tien Uitspraken gegeven en ik ben verplicht ze te vervullen". Dit is geen ingebeeldheid, trots of hoogmoed. Het is onze opdracht van Hasjeem!

Geloven in Hasjeem, komt dat plotseling of moet je daar veel over leren en spreken en dan ga je het vanzelf wel voelen? Is emoena nu een mitsva, een gebod om direct te doen of moet je hier langzamerhand in groeien, is het misschien een groeiproces?

Rabbi Chasdai Crescas leefde meer dan zeshonderd jaar geleden. Volgens hem „is het verkeerd om emoena, het geloof in Hasjeem als een mitsva, een gebod te zien. Het woord mitsva kan alleen maar slaan op dingen, die je vrijwillig kan kiezen. Geloof heb je wel of niet maar dat kun je niet zo maar willen."

Misschien betekent het eerste ‚gebod', emoena, dat Hasjeem verklaart: „De Jetsiat Mitsraim – de uittocht uit Egypte – is voldoende reden voor jullie om Mij dankbaar te zijn en jullie aan Mij te onderwerpen door te luisteren naar Mijn Tora".

Het kan ook zijn, dat Hasjeem in de eerste Uitspraak iets van Zijn ware Wezen toont. Hasjeem wil ons zeggen, dat Hij nooit verandert. Hasjeem is altijd Dezelfde. Het lijkt soms alleen, dat Hasjeem verandert.

„Omdat Ik af en toe verander van uiterlijk, moeten jullie niet denken, dat er twee machten zijn. Ik ben het, die als een ‚Iesj milchama' – een oorlogsheld – verschenen ben bij de Jam Soef en Ik ben dezelfde, die op de berg Sinai als een wijs geleerde de Tora zal geven. Toch ben Ik dezelfde."

↩ Weet je nog, Farao die riep dat hij de Nijl gemaakt had? Het tweede van de Tien Woorden antwoordt hem: andere goden zijn verboden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Tora 54 parsjiot heeft omdat er soms een extra maand is in de loe'ach?
  • … deze extra maand Adar sjeni, de tweede Adar heet?
  • … elke parsja weer 7 mensen worden opgeroepen voor de Tora?
  • … na de 7 alijot nog 1 persoon wordt opgeroepen als acharon (=laatste) en nog 1 man als maftier, die de haftara zegt?
  • … Jitro, naar wie deze parasja heet, eerder afgodenpriester van Midjan was en alle afgoden had gediend totdat hij het ware geloof aannam?

Woord van de week:Wort der Woche: Emuna

Wat het betekentWas es bedeutet

Jair: „De Asseret Hadibrot, de Tien Geboden stonden op twee loechot, tafelen beschreven. De eerste vijf tussen mens en Hasjeem stonden tegenover de laatste vijf tussen mens en medemens. Het grijpt allemaal in elkaar: ‚Ik ben Hasjeem' stond tegenover ‚Gij zult niet doden' omdat een moordenaar de G'ddelijke aanwezigheid in de mens vermindert en kapot maakt. ‚Jij zult de naam van Hasjeem niet voor niets uitspreken' – dat is bijvoorbeeld vals zweren bij Hasjeems naam – stond tegenover ‚Jij zult niet stelen' omdat een dief, wanneer hij gepakt wordt, uiteindelijk vals zal zweren voor het Beet Dien."

Eli: „Hasjeems uiterlijk kan verschillen maar Zijn Wezen blijft onveranderd. Je kan het vergelijken met een wit licht. Wanneer je er door een rode of groene bril naar kijkt, lijkt het licht een andere kleur te hebben – rood of groen. Maar het licht is hetzelfde. Hasjeem verandert niet."

Vraag aan jouFrage an dich

Jair zegt: „Het grijpt allemaal in elkaar." Stel je de twee loechot voor — en haal er één weg. Wat zou er van de andere dan nog overblijven?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel: wat zou er tussen vrienden veranderen als één van de Tien Woorden ontbrak — en welk zou je het meest missen?

Duits

Alle zehn auf einmal

Haschem sprach die Zehn Worte alle auf einmal aus. Alle zehn, in einem einzigen Augenblick — so, wie kein Mensch sprechen kann. Erst danach sprach Er sie noch einmal, eines nach dem anderen.

Warum war das nötig?

Um klarzumachen, dass das Judentum ein großes Ganzes ist. Es hängt alles aneinander. Wir dürfen also nicht sagen: Das eine am Judentum ist wichtig, das andere nicht. Alles aus der Tora ist gleich wichtig.

In der Tora steht: „Und Haschem sprach alle diese Worte, um zu sagen" (Schemot 20,1). Was bedeutet „um zu sagen"?

Es bedeutet: Die Bnej Jisrael mussten Haschem jedes Mal antworten — bei jedem einzelnen der Aseret haDibrot. Auf die Gebote antwortete das jüdische Volk „ja". Auf die Verbote antwortete es „nein".

Haschem schloss einen Bund mit dem ganzen jüdischen Volk. Diesen Bund schloss Er mit der Gemeinschaft — aber auch mit jedem Einzelnen. „Ich bin Haschem, dein G'tt, Der dich herausgeführt hat" (Schemot 20,2).

Warum steht dort „dein G'tt" in der Einzahl?

Der Midrasch sagt: Haschem sah jedem Menschen mitten in die Augen und sprach ihn auf seine Neschama an, auf seine Seele. Das gibt einem Menschen Bedeutung, Hoffnung und Verantwortung.

Jeder soll zu sich selbst sagen: „Für mich wurden die Aseret haDibrot gegeben, und ich bin verpflichtet, sie zu erfüllen." Das ist keine Einbildung und kein Hochmut. Es ist unser Auftrag von Haschem.

Und dann kommt eine schwierige Frage. Emuna — der Glaube an Haschem: Kommt der plötzlich? Oder muss man viel darüber lernen und sprechen, und dann spürt man ihn von selbst? Ist Emuna eine Mizwa, ein Gebot, das man sofort tun soll — oder muss man da langsam hineinwachsen, wächst der Glaube mit einem mit?

Rabbi Chasdai Crescas lebte vor mehr als sechshundert Jahren. Er sagt: Es ist falsch, die Emuna als eine Mizwa zu sehen, als ein Gebot. Denn das Wort „Mizwa" kann sich nur auf Dinge beziehen, die man freiwillig wählen kann. Glauben hat man oder man hat es nicht — aber wollen kann man es nicht einfach so.

Vielleicht bedeutet das erste der Zehn Worte darum etwas anderes. Vielleicht erklärt Haschem hier: „Der Auszug aus Mizrajim, aus Ägypten, ist Grund genug für euch, Mir dankbar zu sein und euch Mir zu unterwerfen, indem ihr auf Meine Tora hört."

Es kann auch sein, dass Haschem im ersten Wort etwas von Seinem wahren Wesen zeigt. Haschem will uns sagen, dass Er sich nie verändert. Haschem ist immer Derselbe. Es sieht manchmal nur so aus, als ob Haschem sich verändern würde.

„Weil Ich ab und zu anders erscheine, sollt ihr nicht denken, dass es zwei Mächte gibt. Ich bin es, Der am Jam Suf, am Schilfmeer, wie ein Krieger aufgetreten ist. Und Ich bin derselbe, Der am Berg Sinai wie ein weiser Gelehrter die Tora geben wird. Und doch bin Ich derselbe."

↩ Erinnerst du dich an den Pharao, der rief, er habe den Nil erschaffen? Das zweite der Zehn Worte antwortet ihm: Andere Götter sind verboten.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Tora 54 Paraschijot hat, weil es manchmal einen zusätzlichen Monat im Luach gibt, im jüdischen Kalender?
  • … dass dieser zusätzliche Monat Adar Scheni heißt, der zweite Adar?
  • … dass bei jeder Parascha wieder sieben Menschen zur Tora aufgerufen werden?
  • … dass nach den sieben Alijot noch einer als Acharon aufgerufen wird — das heißt „der Letzte" — und noch einer als Maftir, der die Haftara sagt?
  • … dass Jitro, nach dem diese Parascha heißt, früher Götzenpriester in Midjan war und jeden Götzendienst ausprobiert hat, bis er die Wahrheit fand?

Woord van de week:Wort der Woche: Emuna — Der Glaube an Haschem — das Vertrauen darauf, dass Er da ist und immer Derselbe bleibt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jair: „Die Aseret haDibrot standen auf zwei Luchot, auf zwei Tafeln, geschrieben. Die ersten fünf, zwischen Mensch und Haschem, standen den letzten fünf gegenüber, zwischen Mensch und Mitmensch. Es greift alles ineinander! ‚Ich bin Haschem' stand gegenüber ‚Du sollst nicht töten' — denn ein Mörder verringert die g'ttliche Gegenwart im Menschen und macht sie kaputt. ‚Du sollst den Namen Haschems nicht umsonst aussprechen' — das ist zum Beispiel falsch schwören bei Haschems Namen — stand gegenüber ‚Du sollst nicht stehlen'. Denn ein Dieb wird, wenn man ihn erwischt, am Ende falsch schwören vor dem Rabbinatsgericht."

Eli: „Haschems Aussehen kann verschieden sein, aber Sein Wesen bleibt unverändert. Du kannst es mit weißem Licht vergleichen. Wenn du durch eine rote oder eine grüne Brille hinschaust, sieht es aus, als hätte das Licht eine andere Farbe — rot oder grün. Aber das Licht ist dasselbe. Haschem verändert sich nicht."

Vraag aan jouFrage an dich

Jair sagt: „Es greift alles ineinander." Stell dir die beiden Tafeln vor — und nimm eine davon weg. Was bliebe von der anderen dann noch übrig?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute am Tisch: Was würde sich zwischen Freunden ändern, wenn eines der Zehn Worte fehlte — und welches würde am meisten fehlen?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Opstaan of blijven zitten?

In sjoel leest de voorlezer uit de Tora. Hij komt bij de plaats waar de Asseret Hadibrot beginnen, de Tien Woorden — en overal in de zaal staan mensen op. Anderen blijven rustig zitten. Allebei menen ze het serieus. Wie van hen doet het goed?

Bij de keriat haTora, de voorlezing van de Asseret Hadibrot, hebben sommige mensen de gewoonte om op te staan. Men luistert dan beter en met meer respect naar de Asseret Hadibrot.

Maar Maimonides stelt dat dit verboden is: „Hoewel de Joden van Babylonië – het tegenwoordige Irak – staan gedurende het lezen van de Asseret Hadibrot, is dit verboden als je gedurende de rest van het jaar zit."

Wij mogen geen verschil maken tussen de Asseret Hadibrot en de rest van de Tora. Alles is even chasjoev, belangrijk, en kadosj, heilig. De Asseret Hadibrot staan niet meer centraal dan welk ander onderdeel dan ook.

Maar andere Chachamiem zeggen, dat je bij de Asseret Hadibrot best mag staan. Zitten of staan bij keriat haTora laat zien hoe je naar de keriat haTora in sjoel kijkt.

Staan bij de Toravoorlezing geeft aan dat je Matan Tora, de Openbaring bij de berg Sinai als het ware opnieuw beleeft, toen de Bnee Jisra'eel aan de voet van de berg Sinai stonden en „op afstand sidderden". Als wij de keriat haTora zo beschouwen, kunnen wij alleen maar staan bij zo'n belangrijk en plechtig moment.

Degenen die blijven zitten, beschouwen de keriat haTora als een leerervaring. De Toralezing is dan een onderdeel van het dawwenen. Zo is het altijd al geweest, dat Joodse studie een onderdeel is van Hasjeem dienen. Omdat de Tora-voorlezing aan Tora-leren wordt gekoppeld, is het logisch om te blijven zitten. Het woord ‚jesjieva', de plaats waar Tora wordt gestudeerd, betekent eigenlijk ‚zitten'.

Toch is het erg moeilijk om vele mensen ervan te weerhouden om te gaan staan bij de Asseret Hadibrot. Rabbi Owadja Joseef, de vroegere Sefardische Opperrabbijn van Israël, heeft deze situatie geaccepteerd. Zijn uitleg is dat de Asseret Hadibrot uniek zijn omdat die het speciale gevoel van nabijheid bij Hasjeems Openbaring op de berg Sinai in herinnering roepen.

Toch blijft het gevaarlijk om een verschil te maken tussen de Asseret Hadibrot en de rest van de Tora, een fout die door velen wordt gemaakt. De Talmoed zegt, dat het lezen van de Asseret Hadibrot vroeger onderdeel was van het dagelijkse dawwenen. Maar omdat dit ertoe leidde dat men de Asseret Hadibrot belangrijker ging vinden dan de rest van de Tora, werd besloten om ze uit de dagelijkse tefillot te verwijderen.

↩ Weet je nog wat ze in Refidiem vroegen — ‚Is Hasjeem in ons midden of niet?' Zo dadelijk geeft Breile daar antwoord op voor één plek — een plek waar je het niet verwacht: de rechtszaal.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Jitro de hele tijd bezig was om de ware Waarheid te vinden?
  • … Jitro daarom alle afgoden had gediend totdat hij het ware geloof aannam?
  • … Jitro eerder een afgodenpriester van Midjan was?
  • … Jitro bereid was alle luxe en zijn mooie woning in Midjan te verlaten om Joods te worden?
  • … Jitro uiteindelijk terugging naar Midjan om zijn landgenoten Joods te maken?
  • … je om Joods te worden ‚uit moet komen' voor een Beet Dien van 3 Dajaniem?

Woord van de week:Wort der Woche: Machloket

Wat het betekentWas es bedeutet

De hele bladzijde ging tot nu toe over staan: wie staat er bij de Toravoorlezing, en waarom? Jitro heeft ooit naar hetzelfde woord gevraagd — hetzelfde woord, een heel andere situatie: niet sjoel, maar een rechtbank midden in de woestijn.

Eli: „Jitro vroeg: ‚Waarom zit jij, Mosjé, alleen, terwijl het hele volk bij jou staat? Waarom staan zij?' Mosjé antwoordde: ‚Zij staan daar niet uit eerbied voor mij maar komen om Hasjeem te raadplegen en Zijn oordeel te vragen.'"

Breile: „In Tehilliem (Psalmen 82:1) staat: ‚Hasjeem staat in de raad van de rechters'. De Sjechina is bij de Dajaniem (rechters), omdat het recht een G'ddelijke aangelegenheid is. Kijk maar in Devariem 1:17. De Bnee Jisra'eel weten, dat wanneer zij een rechtszaak hebben, Hasjeem tot mij komt. Hasjeem komt als het ware bij ons in ons Beet Dien: ‚voor Zijn kowed (eer) staan de mensen op'. Zo zei ook koning Jehosjafat: ‚Want niet voor de mens berechten jullie maar voor Hasjeem.' Hasjeem is bij de Dajaniem."

Ariella: „Jitro dacht, dat de overige Dajaniem de kleine financiële aangelegenheden zouden behandelen maar de grote zaken naar Mosjé zouden gaan. Mosjé antwoordde aan zijn schoonvader Jitro, dat een rechtszaak over één eurocent even belangrijk is als een rechtszaak over duizenden euro's."

Vraag aan jouFrage an dich

Zou het een goed idee zijn om de Asseret Hadibrot elke dag te zeggen of maken we dan verschil tussen belangrijker en minder belangrijk in de Tora?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind hoe u het zelf in uw gemeente doet bij de Tien Woorden — en vooral: waarom en sinds wanneer; en als u dat niet weet, juist dát: dat je een minhag ook mag overnemen zonder hem te kunnen uitleggen.

Duits

Aufstehen oder sitzen bleiben?

In der Schul liest der Vorleser aus der Tora. Er kommt an die Stelle, an der die Aseret haDibrot beginnen, die Zehn Worte — und überall im Raum stehen Menschen auf. Andere bleiben ruhig sitzen. Beide meinen es ernst. Wer von ihnen macht es richtig?

Manche Menschen haben den Brauch, bei der Keriat haTora, bei der Toralesung, zu den Aseret haDibrot aufzustehen. Wer steht, hört aufmerksamer zu und zeigt mehr Respekt.

Aber der Rambam sagt, dass genau das verboten ist. Rambam ist Rabbi Mosche ben Maimon; viele nennen ihn auch Maimonides. Er schreibt: „Obwohl die Juden von Babylonien, dem heutigen Irak, während des Lesens der Aseret haDibrot stehen, ist es verboten, wenn du während des restlichen Jahres sitzt."

Wir dürfen keinen Unterschied machen zwischen den Aseret haDibrot und dem Rest der Tora. Alles ist gleich chaschuw, gleich wichtig, und gleich kadosch, gleich heilig. Die Aseret haDibrot stehen nicht mehr im Mittelpunkt als irgendein anderer Teil.

Andere Chachamim aber sagen: Bei den Aseret haDibrot darf man durchaus stehen. Denn ob du bei der Keriat haTora sitzt oder stehst, zeigt, wie du die Toralesung in der Schul überhaupt ansiehst.

Wer bei der Toralesung steht, sagt damit: Ich erlebe Matan Tora noch einmal, die Offenbarung am Berg Sinai — damals, als die Bnej Jisrael am Fuß des Berges standen und von ferne zitterten. Wenn wir die Keriat haTora so ansehen, können wir bei einem so wichtigen und feierlichen Augenblick gar nicht anders, als zu stehen.

Wer sitzen bleibt, erlebt die Keriat haTora als Lernen. Die Toralesung gehört dann zum Davvenen, zum Beten. So war es immer: Jüdisches Lernen ist ein Teil davon, Haschem zu dienen. Und weil die Toralesung an das Toralernen gekoppelt ist, ist es folgerichtig, sitzen zu bleiben. Das Wort Jeschiwa — der Ort, an dem Tora gelernt wird — bedeutet nämlich „Sitzen".

Trotzdem ist es sehr schwer, viele Menschen davon abzuhalten, bei den Aseret haDibrot aufzustehen. Rabbi Owadja Josef, der frühere sefardische Oberrabbiner Israels, hat diese Lage angenommen. Seine Erklärung lautet: Die Aseret haDibrot sind einzigartig, weil sie das besondere Gefühl der Nähe bei Haschems Offenbarung am Berg Sinai in Erinnerung rufen.

Und doch bleibt es gefährlich, einen Unterschied zu machen zwischen den Aseret haDibrot und dem Rest der Tora. Diesen Fehler machen viele. Der Talmud erzählt: Früher gehörte das Lesen der Aseret haDibrot zum täglichen Davvenen. Aber weil es dazu führte, dass man die Aseret haDibrot wichtiger fand als den Rest der Tora, wurde beschlossen, sie aus den täglichen Tefillot herauszunehmen.

↩ Erinnerst du dich an die Frage in Refidim — ‚Ist Haschem in unserer Mitte oder nicht?' Gleich gibt Breile darauf eine Antwort für einen einzigen Ort — einen, an dem du sie nicht erwartest: den Gerichtssaal.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jitro die ganze Zeit damit beschäftigt war, die wirkliche Wahrheit zu finden?
  • … dass Jitro deshalb allen Götzen gedient hat, bis er den wahren Glauben annahm?
  • … dass Jitro vorher Götzenpriester von Midjan war?
  • … dass Jitro bereit war, allen Luxus und sein schönes Haus in Midjan zu verlassen, um Jude zu werden?
  • … dass Jitro am Ende nach Midjan zurückging, um auch seine Landsleute zum Judentum zu bringen?
  • … dass man, um Jude zu werden, vor ein Beit Din von drei Dajanim treten muss, vor ein Gericht aus drei Richtern?

Woord van de week:Wort der Woche: Machloket — Ein Streit zwischen Chachamim, bei dem beide Seiten Gründe haben. Eine Machloket wird nicht gewonnen — sie wird gelernt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Die ganze Seite bis hierher hat vom Stehen gehandelt: Wer steht bei der Toralesung, und warum? Jitro hat einmal nach demselben Wort gefragt — dasselbe Wort, eine ganz andere Lage: nicht die Schul, sondern ein Gericht mitten in der Wüste.

Eli: „Jitro fragte: ‚Warum sitzt du, Mosche, allein da, während das ganze Volk bei dir steht? Warum stehen sie?' Mosche antwortete: ‚Sie stehen dort nicht aus Ehrfurcht vor mir, sondern sie kommen, um Haschem zu befragen und Sein Urteil zu erbitten.'"

Breile: „In Tehillim steht: ‚Haschem steht im Rat der Richter' (82,1). Die Schechina, die Gegenwart Haschems, ist bei den Dajanim, weil das Recht eine g'ttliche Angelegenheit ist. Schau nur in Dewarim 1,17. Die Bnej Jisrael wissen es, denn es heißt: ‚Wenn sie einen Rechtsfall haben, kommt Haschem zu mir.' Haschem kommt gleichsam zu uns in unser Beit Din — und ‚vor Seinem Kawod, vor Seiner Ehre, stehen die Menschen auf'. So sagte es auch König Jehoschafat: ‚Denn nicht für den Menschen richtet ihr, sondern für Haschem.' Haschem ist bei den Dajanim."

Ariella: „Jitro dachte, die übrigen Dajanim würden die kleinen Geldsachen behandeln, die großen Fälle aber gingen zu Mosche. Mosche antwortete seinem Schwiegervater Jitro, dass ein Rechtsfall über einen einzigen Cent genauso wichtig ist wie ein Rechtsfall über tausende von Euro."

Vraag aan jouFrage an dich

Wäre es eine gute Idee, die Aseret haDibrot jeden Tag zu sagen? Oder machen wir dann einen Unterschied zwischen Wichtigerem und weniger Wichtigem in der Tora?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind, wie Sie selbst es in Ihrer Gemeinde bei den Zehn Worten halten — und wichtiger noch: warum und seit wann; und wenn Sie es nicht wissen, dann eben das: dass man einen Minhag auch übernehmen darf, ohne ihn erklären zu können.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
18 · Misjpatiem Mischpatim

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De eerlijke prijs

„Wat is eerlijk handelen?"

Stel je voor: je verkoopt je fiets. Je zegt tegen de koper: „Deze fiets heb ik voor 100 euro gekocht en 30 euro wil ik erop verdienen."

Dat kan best veel geld zijn, maar dat is niet verboden. Je bent tenminste eerlijk. Want daarmee zeg je dat je je niet baseert op de echte waarde van de fiets, maar op de prijs die jij ervoor betaalde. Wie oprecht handelt, hoeft niet bang te zijn dat hij bedriegt.

Je mag geen verkeerde schijn wekken. Wie een fiets te verkopen heeft, mag de fiets er niet mooier laten uitzien dan die werkelijk is, om er zo anderen mee te bedriegen.

Dat geldt voor alles. Je mag oude voorwerpen niet zo verven dat zij er als nieuw uitzien. En het is verboden een paar slechte vruchten te vermengen met vele goede vruchten en dan te roepen: „Kijk eens, allemaal mooie vruchten!"

Een winkelier mag aan kinderen geroosterde noten uitdelen om ze te verleiden bij hem te kopen. Hij mag ook goedkoper verkopen dan de anderen, opdat mensen bij hem zullen kopen. De andere marktmensen kunnen hem niet tegenhouden.

Maar wie te weinig afmeet of afweegt, overtreedt een Tora-verbod: „Bega geen onrecht met maten en gewichten."

Waarom is dat zo zwaar? Omdat je het onmogelijk goed kan maken. Wie vals gewogen heeft, kan later niet weten wat en aan wie hij moet teruggeven wat hij hun te kort deed.

↩ Weet je nog dat Awram op weg ging zonder te weten waarheen? Hij vroeg niet lang — hij ging. Precies zo deden de Bnee Jisra'eel het bij de berg.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Hasjeem de Tora eerst aan Mosje leerde — helemaal alleen?
  • … daarna Aharon binnenkwam, tegenover Mosje ging zitten en Tora van hem leerde?
  • … daarna de zonen van Aharon binnenkwamen, daarna de oudsten van het volk — en pas daarna alle anderen?
  • … Mosje daarna wegging en Aharon de hele les nog een keer herhaalde, daarna zijn zoons en daarna de oudsten?
  • … iedereen op deze manier de les minstens vier keer gehoord had en zo alles kon onthouden?

Woord van de week:Wort der Woche: Misjpatiem / Mischpatim — Misjpatiem betekent: regels. Zo begint de parasja — ‚En dit zijn de regels die je hun moet voorleggen.'

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Weet je, toen de Bnee Jisra'eel onder aan de Har Sinai stonden en de Tora van Hasjeem kregen, riepen zij hard: ‚Wij zullen alles doen wat Hasjeem zegt, ook al begrijpen we er niet veel van.'"

Channa: „Dat kan ik goed begrijpen. Dat was eigenlijk heel logisch. Eerst moet je doen. Door de mitswot te doen — de geboden — leer je de redenen van de mitswot vanzelf. Je gaat begrijpen waarom de dingen zo moeten, door ze eerst te doen."

Chaim: „Als je eet, hoef je ook niet precies te begrijpen hoe je eten door je maag en darmen opgenomen wordt in je lichaam. Als je daar eerst over moet nadenken, heb je geen tijd meer om te eten. Denk daar maar eens over na!"

Vraag aan jouFrage an dich

Bij jullie thuis wordt vaak gedeeld — een cake, een zak snoep, het laatste stuk challe. Waaraan merk jij dat er echt eerlijk gedeeld is?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind bij de volgende boodschappen de weegschaal zien — en vertel waarom gemeentes vroeger iemand aanstelden die controleerde of er eerlijk gewogen werd.

Duits

Der ehrliche Preis

„Was heißt eigentlich: ehrlich handeln?"

Stell dir vor, du verkaufst dein Fahrrad. Du sagst zu dem, der es kaufen will: „Dieses Fahrrad habe ich für hundert Euro gekauft. Dreißig Euro möchte ich daran verdienen."

Dreißig Euro sind viel Geld. Trotzdem ist das erlaubt — denn du bist ehrlich. Du sagst ja gar nicht, was das Fahrrad wert ist. Du sagst, was du dafür bezahlt hast. Wer offen sagt, wie er rechnet, muss keine Angst haben, dass er jemanden betrügt.

Verboten ist etwas ganz anderes: einen falschen Schein zu erwecken. Wer ein Fahrrad verkauft, darf es nicht schöner aussehen lassen, als es wirklich ist.

Das gilt für alles. Man darf eine alte Sache nicht so anmalen, dass sie aussieht wie neu. Und man darf nicht ein paar schlechte Früchte unter viele gute mischen und dann rufen: „Schaut her, lauter schöne Früchte!"

Ein Kaufmann darf den Kindern geröstete Nüsse schenken, damit sie gern bei ihm einkaufen. Er darf auch billiger verkaufen als alle anderen, damit die Leute zu ihm kommen. Die anderen Händler auf dem Markt dürfen ihm das nicht verbieten.

Aber wer zu wenig abwiegt oder zu wenig abmisst, übertritt ein Verbot der Tora. Dort steht: „Begeht kein Unrecht mit Maßen und Gewichten."

Warum wiegt gerade das so schwer? Weil man es später fast nicht mehr gutmachen kann. Wer falsch gewogen hat, weiß hinterher nicht mehr, wem er wie viel zu wenig gegeben hat.

↩ Weißt du noch, wie Awram losging, ohne zu wissen, wohin? Er fragte nicht lange — er ging. Genau so haben es die Bnej Jisrael am Berg gemacht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem die Tora zuerst Mosche lehrte — ganz allein?
  • … dass dann Aharon hereinkam, sich Mosche gegenübersetzte und die Tora von ihm lernte?
  • … dass danach die Söhne Aharons kamen, danach die Ältesten des Volkes — und ganz zum Schluss alle anderen?
  • … dass Mosche dann wegging und Aharon die ganze Lektion noch einmal wiederholte, danach seine Söhne und danach die Ältesten?
  • … dass auf diese Weise jeder die Lektion mindestens viermal gehört hatte und sich alles merken konnte?

Woord van de week:Wort der Woche: Misjpatiem / Mischpatim — Mischpatim heißt: Regeln. So fängt die Parascha an — ‚Und dies sind die Regeln, die du ihnen vorlegen sollst.'

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Weißt du, als die Bnej Jisrael unten am Har Sinai standen, am Berg Sinai, und die Tora von Haschem bekamen — da riefen sie ganz laut: ‚Wir werden alles tun, was Haschem sagt! Auch wenn wir noch gar nicht viel davon verstehen.'"

Channa: „Das kann ich gut verstehen. Das war sogar ganz logisch. Zuerst musst du tun. Wenn du die Mizwot tust, die Gebote, dann lernst du ihre Gründe ganz von selbst. Du fängst an zu begreifen, warum die Dinge so sein müssen — dadurch, dass du sie tust."

Chaim: „Wenn du isst, musst du ja auch nicht genau verstehen, wie das Essen durch deinen Magen und deinen Darm in deinen Körper kommt. Wenn du erst darüber nachdenken müsstest, hättest du gar keine Zeit mehr zum Essen. Denk mal darüber nach!"

Vraag aan jouFrage an dich

Bei euch zu Hause wird oft geteilt — ein Kuchen, eine Tüte Bonbons, das letzte Stück Challa. Woran merkst du, dass wirklich ehrlich geteilt worden ist?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie Ihrem Kind beim nächsten Einkauf die Waage — und erzählen Sie, warum Gemeinden früher jemanden anstellten, der nachsah, ob richtig gewogen wurde.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De verkeerde schijn

Wat is eerlijk handelen?

Wie oprecht handelt, hoeft niet bang te zijn dat hij bedriegt. Wat bedoel ik daarmee?

Als je tegen een koper zegt: „Deze fiets heb ik voor 100 euro gekocht en 30 euro wil ik erop verdienen."

Dat kan best veel geld zijn, maar dat is niet verboden. Je bent tenminste eerlijk. In ieder geval is het toegestaan wanneer je het zo zegt, want daarmee verklaar je dat je je niet baseert op de echte waarde van de fiets, maar op de prijs die jij ervoor betaalde.

Je mag geen verkeerde schijn wekken. Wie een fiets te verkopen heeft, mag de fiets er niet mooier laten uitzien dan die werkelijk is om er zo anderen mee te bedriegen.

Dat geldt voor alles, ook als je een koe verkoopt: bijvoorbeeld door het dier zemelwater te drinken te geven, waardoor het uitzet en zijn haren rechtovereind gaan staan, zodat het er dikker uitziet.

Je kan ook oude voorwerpen verven, zodat zij er als nieuw uitzien, of iets dergelijks. Het is natuurlijk ook verboden een paar slechte vruchten te vermengen met vele goede vruchten, om ze dan als mooie vruchten te verkopen. Of een vieze drank te vermengen met een van betere kwaliteit.

Maar als het aan de smaak te proeven valt, is het toegestaan het te vermengen, want de koper kan het zelf vaststellen.

Een winkelier mag aan kinderen geroosterde noten (of snoep) uitdelen om ze te verleiden bij hem te kopen.

Hij mag ook goedkoper verkopen dan de anderen, opdat mensen bij hem zullen kopen. De andere marktmensen kunnen hem niet tegenhouden.

Wie te weinig afmeet of afweegt, overtreedt een Tora-verbod (Vajikra 19:35): „Bega geen onrecht met maten en gewichten."

De avera van valse maten en gewichten — de overtreding — is heel zwaar. Want als je vals gemeten of gewogen hebt, is het onmogelijk dat behoorlijk te verbeteren: je kan onmogelijk weten wat en aan wie je het moet teruggeven wat je hen te kort deed.

↩ Weet je nog van Efron? ‚Ik geef u het veld en de spelonk cadeau!' riep hij — en uiteindelijk vroeg hij vierhonderd sjekel zilver. Dat was verkeerde schijn, lang voordat iemand er een woord voor had.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … zoals bedriegen met geld of spullen verboden is, je ook met woorden niet mag bedriegen?
  • … misleiding en belediging met woorden ernstiger is dan bedrog met geld — want geld kan worden teruggegeven, maar een belediging kan alleen met heel veel moeite worden goedgemaakt?
  • … bedrog met geld iemand alleen maar in zijn bezit raakt, terwijl woorden hem persoonlijk treffen?
  • … wie het uitschreeuwt tegen Hasjeem dat hij beledigd of misleid werd, gelijk gehoord zal worden door Hasjeem?

Woord van de week:Wort der Woche: Ona'a — Ona'a betekent benadeling. Ze komt in deze parasja twee keer voor: benadeling met geld — en met woorden.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Hoe bedrieg je of beledig je met woorden? Je mag bijvoorbeeld niet tegen je vriend of kennis zeggen: ‚Voor hoeveel wil jij mij dit verkopen?', terwijl jij helemaal niet van plan was het te kopen."

Channa: „Tegen iemand die graan wil kopen, zeg je niet: ga maar naar ‚die en die meneer of mevrouw', als je weet dat die ander niets te verkopen heeft. Iemand die vroeger slecht was, mag je niet aan zijn vroegere averot herinneren. Wanneer iemand door ellende en rampen wordt getroffen, chas wesjalom — G'd beware —, dan moet je niet zeggen wat Jobs vrienden tegen Job zeiden — tegen een man die alles was afgenomen: ‚Is jouw vrees voor Hasjeem niet ingegeven door dwaasheid? … Herinner jij je onschuldigen die omkwamen?'"

Jair: „Je moet aan iemand die dat niet weet, geen moeilijke, geleerde vraag stellen, of hem vragen: ‚Wat denk jij daarvan', en soortgelijke dingen die iemand in verlegenheid kunnen brengen. Je moet altijd oppassen wat je zegt om een ander niet pijn te doen of te beledigen."

Vraag aan jouFrage an dich

De winkelier mag de kinderen noten geven, zodat ze bij hem komen kopen. De verkoper mag de oude stoel niet overschilderen. Allebei willen ze klanten lokken — waar ligt de grens tussen reclame maken en bedriegen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan tafel over een winkel die in uw gemeente iedereen vertrouwt — en vraag uw kind waaraan je dat vertrouwen eigenlijk merkt.

Duits

Der falsche Schein

Was heißt eigentlich: ehrlich handeln?

Wer aufrichtig handelt, muss keine Angst haben, dass er jemanden betrügt. Was ist damit gemeint?

Stell dir vor, du sagst zu einem Käufer: „Dieses Fahrrad habe ich für hundert Euro gekauft, und dreißig Euro möchte ich daran verdienen."

Das ist ziemlich viel Geld — verboten ist es trotzdem nicht. Du bist wenigstens ehrlich. Erlaubt ist es genau deshalb, weil du es so sagst: Damit erklärst du, dass du dich gar nicht auf den wirklichen Wert des Fahrrads berufst, sondern auf den Preis, den du selbst dafür bezahlt hast.

Was du nicht darfst, ist einen falschen Schein erwecken. Wer ein Fahrrad zu verkaufen hat, darf es nicht schöner aussehen lassen, als es wirklich ist, um andere damit zu betrügen.

Das gilt für alles — auch wenn du eine Kuh verkaufst. Man kann dem Tier Kleiewasser zu trinken geben; davon bläht es sich auf, und die Haare stellen sich ihm auf, so dass es dicker aussieht, als es ist.

Man kann auch alte Gegenstände anstreichen, damit sie wie neu aussehen, oder etwas Ähnliches tun. Verboten ist natürlich ebenso, ein paar schlechte Früchte unter viele gute zu mischen und sie dann als schöne Früchte zu verkaufen. Oder ein schlechtes Getränk mit einem besseren zu vermengen.

Aber wenn man es schmecken kann, dann ist das Vermengen erlaubt — denn der Käufer kann es ja selbst feststellen.

Ein Kaufmann darf Kindern geröstete Nüsse oder Süßigkeiten schenken, um sie zu locken, bei ihm zu kaufen.

Er darf auch billiger verkaufen als die anderen, damit die Leute bei ihm kaufen. Die übrigen Marktleute dürfen ihn nicht daran hindern.

Wer aber zu wenig abmisst oder zu wenig abwiegt, übertritt ein Tora-Verbot (Wajikra 19,35): „Begeht kein Unrecht mit Maßen und Gewichten."

Die Awera der falschen Maße und Gewichte — die Übertretung — wiegt sehr schwer. Denn wer falsch gemessen oder gewogen hat, kann das nicht mehr ordentlich in Ordnung bringen: Er kann unmöglich wissen, was er zurückgeben müsste und wem — wem genau er wie viel zu wenig gegeben hat.

↩ Erinnerst du dich an Efron? ‚Ich schenke dir das Feld und die Höhle!' rief er — und verlangte am Ende vierhundert Schekel Silber. Das war ein falscher Schein, lange bevor jemand ein Wort dafür hatte.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass man genauso wenig mit Worten betrügen darf, wie man mit Geld oder mit Sachen betrügen darf?
  • … dass Täuschen und Beleidigen mit Worten schwerer wiegt als Betrug mit Geld — denn Geld kann man zurückgeben, eine Beleidigung nur mit sehr, sehr viel Mühe?
  • … dass Betrug mit Geld einen Menschen nur in seinem Besitz trifft, Worte ihn aber persönlich treffen?
  • … dass Haschem den sofort hört, der zu Ihm hinausschreit, weil er beleidigt oder getäuscht wurde?

Woord van de week:Wort der Woche: Ona'a — Ona'a heißt Kränkung. Es gibt sie zweimal in dieser Parascha: die Kränkung mit Geld — und die mit Worten.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wie betrügt oder beleidigt man denn mit Worten? Zum Beispiel so: Du darfst deinen Freund nicht fragen ‚Für wie viel willst du mir das verkaufen?', wenn du überhaupt nicht vorhattest, es zu kaufen."

Channa: „Und zu jemandem, der Getreide kaufen will, sagst du nicht: ‚Geh doch zu dem und dem', wenn du genau weißt, dass der gar nichts zu verkaufen hat. Jemanden, der früher schlecht war, darfst du nicht an seine früheren Awerot erinnern. Und wenn einen Menschen Unglück und Schweres trifft, chas weschalom — G'tt behüte —, dann sollst du nicht sagen, was Ijows Freunde zu ihm gesagt haben — zu einem Mann, dem alles genommen worden war: ‚Ist deine Ehrfurcht vor G'tt nicht Torheit? … Erinnerst du dich an Unschuldige, die umgekommen sind?'"

Jair: „Du sollst jemandem, der es nicht weiß, keine schwierige Gelehrtenfrage stellen. Und ihn auch nicht fragen: ‚Was denkst du denn darüber?' — und lauter solche Dinge, die einen anderen in Verlegenheit bringen können. Pass immer auf, was du sagst, damit du einem anderen nicht wehtust und ihn nicht kränkst."

Vraag aan jouFrage an dich

Der Kaufmann darf den Kindern Nüsse schenken, damit sie bei ihm einkaufen. Der Verkäufer darf den alten Stuhl nicht neu anstreichen. Beide wollen Kunden anlocken — wo verläuft die Grenze zwischen Werben und Täuschen?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Tisch von einem Geschäft, dem in Ihrer Gemeinde alle vertrauen — und fragen Sie Ihr Kind, woran man dieses Vertrauen eigentlich erkennt.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De stille omkoping

„Je mag geen omkoopgeld aannemen omdat dit de ogen van rechtvaardigen verblindt" (23:8).

Direct daarna staat er: „Een geer (vreemdeling) zul je niet verdrukken; je weet immers wat het betekent om een vreemdeling te zijn omdat je vreemdeling was in het land Mitsraim" (23:9).

Wat heeft dit omkopen te maken met vreemdelingen?

We hebben allemaal vervelende ervaringen opgedaan tijdens ons leven. Als een ander iets ergs overkomt, hebben we meestal medelijden maar soms niet.

Wanneer wij dezelfde ellendige ervaring, een ongeluk bijvoorbeeld, hebben meegemaakt als het huidige slachtoffer, kunnen wij bij onszelf denken: „Ik heb dit zelf ook meegemaakt. Niemand maakte zich toen druk om mij. Waarom is er nu opeens zoveel ophef wanneer dit een ander treft?"

Bittere ervaringen maken de mens hard en gevoelloos. Rachamiem, medelijden, is dan ver te zoeken.

Omkoopgeld aannemen mag niet, maar de Tora wil ons voor meer waarschuwen. De Tora houdt ons een spiegel voor van onze eigen ervaringen in een gevaarlijke maatschappij, waar iedereen elke dag een ongeluk kan gebeuren. Door onze (slechte) ervaringen kan onze houding of verharden of verzachten — een vorm van ‚omkoping' van je emoties.

Te stellen dat wij het ondanks alle problemen, ellende en tegenslagen ‚gemaakt' hebben, en dat dit dus ook voor alle anderen moet gelden, is harteloos en ongevoelig.

*

„Hasjeem stak zijn hand niet uit tegen de edelen van Israël — zij zagen Hasjeem en zij aten en dronken" (Sjemot 24:11).

Aan het einde van de sidra wordt beschreven hoe Am Jisraëel het beriet, het verbond met Hasjeem, aanging. De edelen waren kennelijk straf schuldig maar kregen dat niet op dat moment. Welke avera, welke zonde, hadden zij begaan?

Volgens Rasjie was hun zonde dat zij naar Hasjeem keken terwijl zij aten en dronken. Dat toont geen respect.

Er is ook een andere uitleg mogelijk. Inderdaad, zij zondigden door te eten en te drinken op de berg Sinaï. Maar zij deden dit niet uit gebrek aan respect tegenover Hasjeem, maar om Am Jisraëel een mooie gedachte bij te brengen.

(Welke gedachte? Kijk verder — bij Eli, Avigail en Chaim.)

↩ Weet je nog, bij Waëra? Daar waren de Bnee Jisra'eel van de ene dag op de andere nieuwkomers, terwijl ze er allang bij hoorden. Precies dat gevoel bedoelt de Tora met: je weet immers wat het betekent om een vreemdeling te zijn.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … alle andere grondwetten uit het menselijke brein zijn ontstaan?
  • … Hasjeem de Tora vanuit die ontoegankelijke plaats gaf, opdat het Joodse volk zou weten dat de Tora door Hasjeem werd gegeven en niet door een mens?
  • … daarom niemand de berg Sinaï mocht betreden en iedereen die dat toch zou doen, zwaar zou worden gestraft?

Woord van de week:Wort der Woche: geer / Ger — Geer betekent: de vreemdeling, de nieuwkomer. De Tora noemt hem in Misjpatiem vaker dan bijna elk ander woord — en geeft er elke keer dezelfde reden bij: omdat jullie zelf vreemdeling waren.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Mosje herinnert het Joodse volk er vaak aan dat hij veertig dagen en nachten op de berg Sinaï verbleef om de Tora te ontvangen zonder dat hij brood heeft gegeten of water heeft gedronken. Hij wilde daarmee duidelijk maken dat hij op de top van de berg Sinaï veertig dagen zonder voedsel kon, omdat hij een deel van de Sjamajiem, de Hemel, geworden was."

Avigail: „Daarmee gaf Mosje aan dat hij de Tora uit de Hemel van Hasjeem had ontvangen en dat de Tora niet door mensen verzonnen is. De edelen ontkenden dit natuurlijk niet en waren het hiermee eens. Zij waren echter bezorgd over het feit dat het gewone volk zou denken dat de Tora niet bedoeld was voor de gewone mens ‚hier op aarde'. Zij vreesden dat men zou gaan denken dat de Tora alleen voor mensen bestemd was die heilig waren als de Engelen of Mosje Rabbenoe, onze leraar Mosje. Door te eten en te drinken op de berg Sinaï wilden zij benadrukken dat de Tora voor mensen hier op aarde werd gegeven door Hasjeem."

Chaim: „Hiermee liepen de edelen een risico: het zou kunnen zijn dat het volk zou denken dat de Tora door de mensen gemaakt was. Daarin maakten de edelen een fout. Nooit mag er getwijfeld worden aan het feit dat Hasjeem de Tora heeft gegeven. Andere volkeren hebben ook een grondwet. Maar er is één groot verschil: de Tora kwam van Hasjeem."

Vraag aan jouFrage an dich

Chaim zegt dat de edelen een fout maakten — en toch hadden zij een goede reden. Wanneer is een goede reden niet genoeg?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag in uw gemeente na wie zich daar om nieuwkomers bekommert — en ga één keer samen met uw kind mee.

Duits

Die stille Bestechung

„Bestechungsgeld sollst du nicht annehmen, denn es macht die Augen der Gerechten blind" (Schemot 23,8).

Und gleich danach steht: „Einen Ger, einen Fremden, sollst du nicht bedrücken; ihr kennt ja die Seele des Fremden, denn Fremde wart ihr im Land Mizrajim" (Schemot 23,9).

Was hat das Bestechen mit Fremden zu tun?

Wir alle haben in unserem Leben schon unangenehme Erfahrungen gemacht. Wenn einem anderen etwas Schlimmes zustößt, haben wir meistens Mitleid. Manchmal aber nicht.

Denn wenn wir dasselbe Elend selbst durchgemacht haben — einen Unfall zum Beispiel —, dann kann in uns ein Gedanke aufsteigen: „Das habe ich auch erlebt. Damals hat sich niemand um mich gekümmert. Warum ist jetzt auf einmal so ein Aufheben darum, wenn es einen anderen trifft?"

Bittere Erfahrungen machen den Menschen hart und gefühllos. Rachamim, das Mitleid, ist dann weit weg.

Bestechungsgeld anzunehmen ist verboten. Aber die Tora will uns vor mehr warnen. Sie hält uns unsere eigenen Erfahrungen wie einen Spiegel vor — Erfahrungen aus einer gefährlichen Welt, in der jedem Menschen an jedem Tag etwas zustoßen kann. Durch unsere eigenen schlechten Erfahrungen kann unsere Haltung härter werden — oder weicher. Auch das ist eine Art Bestechung — nicht der Hand, sondern des Gefühls.

Und zu behaupten, wir hätten es trotz aller Probleme, allem Elend und allen Rückschlägen „geschafft", und darum müsse das für alle anderen auch gelten — das ist herzlos und ohne Gefühl.

*

„Und gegen die Edlen der Bnej Jisrael streckte er seine Hand nicht aus — sie sahen Haschem, und sie aßen und tranken" (Schemot 24,11).

Am Ende der Sidra, des Wochenabschnitts, wird beschrieben, wie Am Jisrael, das Volk Israel, den Brit einging, den Bund mit Haschem. Die Edlen hatten dabei offenbar eine Strafe verdient — die sie in diesem Augenblick aber nicht bekamen. Welche Awera, welche Übertretung, hatten sie begangen?

Nach Raschi bestand ihre Sünde darin, dass sie Haschem anschauten, während sie aßen und tranken. Das zeigt keinen Respekt.

Es ist aber auch eine andere Erklärung möglich. Ja, sie sündigten, indem sie auf dem Berg Sinai aßen und tranken. Aber sie taten es nicht aus mangelndem Respekt vor Haschem, sondern um Am Jisrael einen schönen Gedanken beizubringen.

(Welchen Gedanken — das sagen dir Eli, Avigail und Chaim.)

↩ Erinnerst du dich an Waera? Dort waren die Bnej Jisrael über Nacht Zugereiste, obwohl sie längst dazugehörten. Genau dieses Gefühl meint die Tora, wenn sie sagt: Ihr kennt ja die Seele des Fremden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass alle anderen Verfassungen der Welt aus einem menschlichen Kopf entstanden sind?
  • … dass Haschem die Tora von diesem unzugänglichen Ort aus gab, damit das jüdische Volk wüsste: Diese Tora ist von Haschem gegeben worden und nicht von einem Menschen?
  • … dass darum niemand den Berg Sinai betreten durfte — und wer es doch tat, schwer bestraft wurde?

Woord van de week:Wort der Woche: geer / Ger — Ger heißt: der Fremde, der Zugezogene. Die Tora nennt ihn in Mischpatim öfter als fast jedes andere Wort — und begründet es jedes Mal gleich: weil ihr selbst Fremde wart.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Mosche erinnert das jüdische Volk oft daran, dass er vierzig Tage und vierzig Nächte auf dem Berg Sinai blieb, um die Tora zu empfangen — ohne Brot zu essen und ohne Wasser zu trinken. Er wollte damit deutlich machen, dass er oben auf dem Gipfel vierzig Tage ohne Nahrung auskommen konnte, weil er ein Teil des Schamajim geworden war, ein Teil des Himmels."

Avigail: „Damit zeigte Mosche, dass er die Tora aus dem Himmel von Haschem empfangen hatte und dass die Tora nicht von Menschen erfunden worden ist. Die Edlen bestritten das natürlich nicht, sie waren damit einverstanden. Aber sie machten sich Sorgen: Das einfache Volk könnte denken, die Tora sei gar nicht für den gewöhnlichen Menschen gemeint, für den ‚hier unten auf der Erde'. Sie fürchteten, man werde denken, die Tora sei nur für Menschen bestimmt, die so heilig sind wie die Engel oder wie Mosche Rabbenu, unser Lehrer Mosche. Indem sie auf dem Berg Sinai aßen und tranken, wollten sie betonen: Die Tora ist von Haschem für die Menschen hier auf der Erde gegeben worden."

Chaim: „Damit gingen die Edlen ein Risiko ein. Es hätte ja sein können, dass das Volk nun denkt, die Tora sei von Menschen gemacht. Darin machten die Edlen einen Fehler. Niemals darf daran gezweifelt werden, dass Haschem die Tora gegeben hat. Andere Völker haben auch eine Verfassung. Aber es gibt einen großen Unterschied: Die Tora kam von Haschem."

Vraag aan jouFrage an dich

Chaim sagt, die Edlen hätten einen Fehler gemacht — und trotzdem hatten sie einen guten Grund. Wann ist ein guter Grund nicht genug?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie in Ihrer Gemeinde nach, wer sich dort um Zugezogene kümmert — und gehen Sie einmal mit Ihrem Kind mit.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
19 · Teroema Teruma

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Een huis als een mens

Hasjeem had helemaal geen huis nodig.

Hasjeem vult de hele wereld, alles wat je kunt zien. En toch moesten de mensen een huis voor Hem bouwen. Waarom dan?

Het Misjkan was er voor de mensen, dat zij in de buurt van Hasjeem konden komen. Het Misjkan was het huis van Hasjeem in de woestijn, midden tussen de tenten.

Het Misjkan was verdeeld in drie delen: een azara, binnenplaats, het Kodesj, Heilige en het Kodesj hakodasjiem, het Allerheiligste.

In het Allerheiligste stond de Aron hakodesj met daarin de Stenen Tafelen en de Tora-rol van Mosje. De hele Aron hakodesj was bedekt met zuiver goud. Op de deksel stonden twee gouden Engelen: de cheroeviem, cherubijnen.

De Aron hakodesj was eigenlijk een houten kast, bedekt met een laagje goud. Het goud bedekte de houten kast aan de binnenkant en aan de buitenkant. Lange draagstokken die ook bedekt waren met goud pasten in de ringen aan de zijkant van de Aron hakodesj. Zo kon de Aron hakodesj in de midbar gedragen worden.

In het Kodesj, Heilige stonden verschillende voorwerpen. Een sjoelchan, tafel met verdiepingen waarop de hele week verse broden lagen. Er stond ook een gouden menora met zeven armen, die altijd brandde. En er stond ook nog een klein gouden mizbe'ach, altaar voor het branden van wierook.

Alle dingen in het Misjkan deden denken aan ons lichaam: de draagbalken komen overeen met de ribben, de gordijnen lijken op de huid. De kior (het wasbekken) komt overeen met het water in ons lichaam, en de ketoret (het reukwerk) lijkt op ruiken. De menora lijkt op onze nesjama, onze geest. De sjoelchan (de tafel) lijkt op onze maag. De cheroeviem, de cherubijnen, de Engelen met hun uitgespreide vleugels doen ons denken aan onze longen, de Aron hakodesj (heilige Arke) lijkt op ons hart.

Zo leek het Misjkan een beetje op een mens.

Dat zegt de Tora ook: „Maak Mij een Misjkan zodat Ik in jullie hart kan wonen.“

Dát was de bedoeling van het Misjkan.

↩ Weet je nog dat Hasjeem in zes dagen de hele wereld gemaakt heeft? Alles wat je ziet is van Hem. En tóch wilde Hij een klein huis, midden in de woestijn.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Aron hakodesj met de loechot en de Tora er in van binnen en van buiten bedekt moest worden met goud? Dat dat betekent, dat een Tora-mens van binnen en van buiten gelijk moet zijn en niet schijnheilig, van binnen anders dan van buiten, mag zijn?
  • … Mosje op de berg Sinai hoorde dat hij een speciaal Misjkan voor Hasjeem moest bouwen? En dat toen iedereen wat moois wilde geven voor het bouwen van de Misjkan?
  • … men goud bracht, zilver, koper, blauwe wol, rode wol, linnen, geitenhaar, roodgeverfde ramsvellen, olie voor het licht van de menora, kruiden voor de zalfolie en nog heel veel dingen meer?

Woord van de week:Wort der Woche: Teruma — Teroema — zo noemen wij al die prachtige cadeaus voor het Misjkan. Daar is de hele week naar genoemd.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jair: „Wat lag in de Aron Hakodesj? De loechot met daarop de asseret hadibrot. Bovenop de arke was een prachtige lijst die op een gouden kroon leek. Bovenop de deksel van de Aron Hakodesj stonden twee engelen, die wij cheroeviem noemen. De cheroeviem zagen eruit als engelen met naar boven opengeklapte vleugels. Hun gezichten waren als van kleine kinderen.“

Jechiel: „Dit waren de enige beeldjes die mochten in het Misjkan. Nadat de ark gebouwd was, sprak Hasjeem tot Mosje van de bovenkant van de Aron Hakodesj. Hasjeem sprak met Mosje van tussen de twee cheroeviem.“

Eli: „En weet je wat van dat alles in jou is? De Aron hakodesj lijkt op je hart. Daarom zegt de Tora: Maak Mij een Misjkan zodat Ik in jullie hart kan wonen. Het gouden huis stond in de woestijn — maar wonen wilde Hasjeem in ons. Dát was de bedoeling.“

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom was het nodig dat Hasjeem een aparte woning liet bouwen in de midbar?

Sjabbat Sjalom!

👪 Zoek deze week samen in sjoel wat er aan het Misjkan doet denken — de kast voor de Tora-rollen, het licht erboven, de tafel waarvan gelezen wordt.

Duits

Ein Haus wie ein Mensch

Haschem brauchte gar kein Haus.

Er füllt die ganze Welt — alles, was du sehen kannst. Und trotzdem sollten die Menschen Ihm eins bauen. Warum nur?

Weil es nicht für Haschem gebaut wurde, sondern für die Menschen: damit sie ganz nah zu Haschem kommen konnten. Mischkan heißt dieses Haus. Es war das Haus Haschems in der Wüste, mitten zwischen den Zelten.

Das Mischkan hatte drei Teile. Ganz außen den Vorhof. Dahinter das Heilige. Und ganz hinten das Allerheiligste.

Von außen war es ein Zelt: Lange Tragebalken hielten schwere Vorhänge. Und im Vorhof stand ein großes Becken voll Wasser.

Im Allerheiligsten stand der Aron haKodesch — die heilige Lade. Darin lagen die Steinernen Tafeln und die Tora-Rolle von Mosche. Der ganze Aron haKodesch war mit reinem Gold überzogen. Auf seinem Deckel standen zwei goldene Engel.

Eigentlich war der Aron haKodesch eine Kiste aus Holz. Erst darüber kam das Gold, eine dünne Schicht, außen und innen. An den Seiten saßen Ringe, und durch die Ringe passten lange Stangen — auch die waren mit Gold überzogen. So konnten die Menschen den Aron haKodesch durch die Wüste tragen.

Im Heiligen standen andere Dinge. Ein Tisch mit Fächern übereinander; auf ihm lagen die ganze Woche über frische Brote. Eine goldene Menora — ein Leuchter mit sieben Armen, der immer brannte. Und ein kleiner goldener Altar, auf dem man Räucherwerk verbrannte.

Und jetzt kommt das Merkwürdige an diesem Haus: Alles darin erinnert an unseren Körper.

Die Tragebalken sind wie unsere Rippen. Die Vorhänge sind wie unsere Haut. Das Wasserbecken ist wie das Wasser in uns. Das Räucherwerk ist wie das Riechen. Die Menora ist wie unsere Seele. Der Tisch ist wie unser Magen. Die beiden Engel mit den ausgebreiteten Flügeln sind wie unsere Lungen. Und der Aron haKodesch ist wie unser Herz.

So sah das Mischkan ein bisschen aus wie ein Mensch.

Genau das sagt die Tora auch: „Macht Mir ein Mischkan, damit Ich in eurem Herzen wohnen kann.“

Das war die Absicht des Mischkan.

↩ Weißt du noch, wie Haschem in sechs Tagen die ganze Welt gemacht hat? Ihm gehört alles, was du siehst. Und trotzdem wollte Er ein kleines Haus mitten in der Wüste.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Aron haKodesch mit den Steinernen Tafeln und der Tora darin von innen und von außen mit Gold überzogen werden musste? Und dass das heißt: Ein Mensch, der Tora lernt, soll innen so sein, wie er außen ist — und nicht so tun als ob.
  • … dass Mosche das alles auf dem Berg Sinai hörte: dass er für Haschem ein besonderes Mischkan bauen sollte? Und dass danach jeder etwas Schönes dafür geben wollte?
  • … dass die Leute Gold brachten und Silber und Kupfer, blaue Wolle und rote Wolle, Leinen und Ziegenhaar, rot gefärbte Widderfelle, Öl für das Licht der Menora und Kräuter für das Salböl — und noch viele Dinge mehr?

Woord van de week:Wort der Woche: Teruma — Teruma — so heißen all die schönen Geschenke, die die Leute für das Mischkan brachten. Danach heißt die ganze Woche.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jair: „Weißt du, was in dem Aron haKodesch lag? Die Steinernen Tafeln — und darauf standen die Zehn Gebote. Oben um den Deckel lief ein schöner Rand; der sah aus wie eine goldene Krone. Und auf dem Deckel standen die zwei Engel. Ihre Flügel waren nach oben aufgeklappt, und ihre Gesichter sahen aus wie die Gesichter von kleinen Kindern.“

Jechiel: „Das waren die einzigen Figuren, die im Mischkan sein durften. Und als der Aron haKodesch fertig gebaut war, sprach Haschem mit Mosche — von oben herab, genau zwischen den beiden Engeln.“

Eli: „Und weißt du, was von all dem in dir ist? Der Aron haKodesch ist wie dein Herz. Darum sagt die Tora: Macht Mir ein Mischkan, damit Ich in eurem Herzen wohnen kann. Das goldene Haus stand in der Wüste — wohnen wollte Haschem in uns. Das war die Absicht.“

Vraag aan jouFrage an dich

Warum war es nötig, dass Haschem sich in der Wüste eine eigene Wohnung bauen ließ?

Schabbat Schalom!

👪 Suchen Sie diese Woche in der Schul gemeinsam, was dort an das Mischkan erinnert — den Schrank für die Tora-Rollen, das Licht darüber, den Tisch, von dem gelesen wird.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Eerst bouwen, dan voelen

„Waarom moeten wij eigenlijk een speciaal huis voor Hasjeem hebben?“

Vele mensen vragen zich dat af. En dat is een goede vraag. De hele wereld is toch gevuld met Hasjeems glorie? Waarom is het dan nog nodig om een aparte Misjkan — een speciaal huis voor Hasjeem, midden in de midbar — of Mikdasj te maken? Waarom moeten we tegenwoordig nog een sjoel hebben?

Want dát was de opdracht: de Bnee Jisra'eel moesten een Misjkan maken in de midbar. Ook een sjoel heet een klein Misjkan of een Mikdasj.

Rabbi Aharon Halevi, een geleerde die meer dan zevenhonderd jaar geleden leefde, zegt dat ons karakter gevormd wordt door dat wat wij doen. Niet wat je voelt of denkt telt in Jahadoet. Je karakter wordt in de eerste plaats gevormd door wat je doet.

Als je meehelpt aan het bouwen van een Misjkan of een Mikdasj, geef je aan dat je begrijpt dat je door te doen en te bouwen ook veel gaat voelen voor zo'n Misjkan of Mikdasj.

Omdat in het Misjkan Hasjeems aanwezigheid gevoeld kan worden, raak je als bouwer van het Misjkan gewend aan het G'ddelijke in de wereld. Op die manier kon je je dus verbinden met Hasjeem. Pas wanneer je echt iets doet voor het Jodendom, ben je echt verbonden met Hasjeem.

Er is nog een tweede antwoord, en dat komt uit Italië. Daar woonde tussen 1475 en 1550 een bekende verklaarder: Seforno. Hij zegt dat de mitsva, opdracht voor het maken van de Misjkan pas kwam nadat de Joden de zonde van het egel hazahav hadden gedaan. Nadat ze het egel hazahav hadden gediend, moesten ze een Misjkan bouwen.

Daarmee liet Hasjeem aan de hele wereld zien dat de zonde van het egel hazahav vergeven was.

Tot de tijd van het egel hazahav kon je op bijna elke plek contact maken met Hasjeem. Iedereen kon overal een mizbe'ach bouwen en daar een korban op brengen.

Na het egel hazahav hadden ze nu een centrale plaats nodig. Ze mochten niet meer overal offeren. Er moesten kohaniem als hulp optreden bij het brengen van de korbanot. Tot het egel hazahav konden ook andere mensen korbanot brengen. De vertegenwoordigers van Am Jisra'eel waren vroeger de bechoriem, de eerstgeborenen.

↩ Weet je nog dat de mensen in Bawel een toren bouwden om zélf groot te worden? Ook daar veranderde het bouwen de mensen — alleen de andere kant op.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … volgens Maimonides de bouw van het Misjkan en de korbanot nodig waren omdat de Joden dat zo voor zich hadden gezien in Egypte?
  • … zij op deze manier langzamerhand werden losgeweekt van de avoda zara, de afgodendienst?
  • … het Misjkan, temidden van de Bnee Jisra'eel, hen ervan moest doordringen dat Hasjeem tussen de mensen woont en Zich bezig houdt met de wereld?

Woord van de week:Wort der Woche: Teruma — Teroema is de gave die je uit je eigen bezit omhoog haalt en weggeeft. Zo heten de cadeaus waarvan het Misjkan gebouwd werd — en daarnaar heet de hele parasja.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Hoe kan het zijn dat Hasjeem Zijn kedoesja beperkt op één plaats? De wereld is toch vol met Hasjeem?“

Ariela: „Ja, dat is wel waar, maar de mens is beperkt. Je kunt de kedoesja van Hasjeem maar op één plaats opvangen. Je kunt het een beetje vergelijken met ruiken. Je ruikt met je neus. Toch geniet je hele lichaam van de aangename geuren. Hasjeem komt met ons in contact via Zijn Misjkan en Mikdasj. Maar via het Mikdasj of het Misjkan kan de hele wereld van Hasjeems aanwezigheid genieten.“

Vraag aan jouFrage an dich

Was het volgens Maimonides een vernedering van het Joodse volk of juist een verheffing om het Misjkan te bouwen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Neem uw kind de volgende keer mee als er in de kehilla iets klaargezet, opgebouwd of opgeruimd wordt — en vraag achteraf of het gevoel voor die plek veranderd is.

Duits

Erst bauen, dann fühlen

„Warum brauchen wir überhaupt ein besonderes Haus für Haschem?“

Das fragen viele Menschen. Und die Frage ist gut. Die ganze Welt ist doch erfüllt von Haschems Herrlichkeit. Warum muss es dann noch ein eigenes Mischkan geben — ein besonderes Haus für Haschem, mitten in der Wüste — oder einen Mikdasch, ein Heiligtum? Und warum brauchen wir heute noch eine Schul?

Denn das war der Auftrag: Die Bnej Jisrael, die Kinder Israels, sollten mitten in der Wüste ein Mischkan bauen. Auch eine Schul nennt man ja ein kleines Mischkan oder einen Mikdasch.

Rabbi Aharon haLevi, ein Gelehrter, der vor mehr als siebenhundert Jahren lebte, sagt: Unser Charakter wird von dem geformt, was wir tun. Nicht was du fühlst, zählt im Judentum zuerst, und auch nicht, was du denkst. Dein Charakter wird in erster Linie von deinen Taten geformt.

Wer also beim Bau eines Mischkan oder eines Mikdasch mithilft, der zeigt damit: Ich habe verstanden, dass ich durch das Tun und das Bauen für so ein Haus auch viel empfinden werde.

Und weil man im Mischkan Haschems Gegenwart spüren kann, gewöhnt sich der, der daran mitgebaut hat, an das G'ttliche in der Welt. Auf diese Weise konntest du dich mit Haschem verbinden. Erst wenn du wirklich etwas für das Judentum tust, bist du wirklich mit Haschem verbunden.

Es gibt noch eine zweite Antwort, und sie kommt aus Italien. Dort lebte zwischen 1475 und 1550 ein bekannter Erklärer: Seforno. Er sagt: Der Auftrag, das Mischkan zu machen, kam erst, nachdem die Juden die Sünde mit dem goldenen Kalb begangen hatten. Nachdem sie dem goldenen Kalb gedient hatten, mussten sie ein Mischkan bauen.

Damit zeigte Haschem der ganzen Welt, dass die Sünde mit dem goldenen Kalb vergeben war.

Bis zur Zeit des goldenen Kalbes konnte man fast an jedem Ort Verbindung zu Haschem aufnehmen. Jeder durfte überall einen Mizbeach bauen, einen Altar, und darauf ein Korban bringen, eine Opfergabe.

Nach dem goldenen Kalb brauchten sie einen einzigen, gemeinsamen Ort. Überall opfern durften sie nicht mehr. Und beim Bringen der Korbanot mussten von nun an Kohanim helfen. Bis zum goldenen Kalb hatten auch andere Menschen Korbanot bringen dürfen: Die Vertreter von Am Jisrael, dem Volk Israel, waren früher die Bechorim, die Erstgeborenen.

↩ Weißt du noch, wie die Menschen in Bawel einen Turm bauten, um selbst groß zu werden? Auch dort hat das Bauen die Menschen verändert — nur in die andere Richtung.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass nach Maimonides der Bau des Mischkan und die Korbanot nötig waren, weil die Juden genau das in Ägypten vor Augen gehabt hatten?
  • … dass sie auf diese Weise nach und nach vom Götzendienst losgelöst wurden?
  • … dass das Mischkan, mitten unter den Bnej Jisrael, ihnen klarmachen sollte, dass Haschem unter den Menschen wohnt und sich mit der Welt beschäftigt?

Woord van de week:Wort der Woche: Teruma — Teruma heißt die Gabe, die man aus dem Eigenen heraushebt und weggibt. So heißen die Geschenke, aus denen das Mischkan gebaut wurde — und danach heißt die ganze Parascha.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wie kann es sein, dass Haschem Seine Keduscha, Seine Heiligkeit, auf einen einzigen Ort beschränkt? Die Welt ist doch voll von Haschem!“

Ariela: „Ja, das stimmt schon. Aber der Mensch ist beschränkt. Du kannst die Keduscha von Haschem nur an einem Ort auffangen. Ein bisschen ist es wie beim Riechen: Du riechst mit deiner Nase — und trotzdem genießt dein ganzer Körper den angenehmen Duft. Haschem tritt mit uns über Sein Mischkan und Seinen Mikdasch in Verbindung. Aber über den Mikdasch oder das Mischkan kann die ganze Welt Haschems Gegenwart genießen.“

Vraag aan jouFrage an dich

War es nach Maimonides eine Erniedrigung des jüdischen Volkes, das Mischkan zu bauen — oder gerade eine Erhebung?

Schabbat Schalom!

👪 Nehmen Sie Ihr Kind das nächste Mal mit, wenn in der Kehilla etwas hergerichtet, aufgebaut oder aufgeräumt wird — und fragen Sie hinterher, ob sich das Gefühl für den Ort verändert hat.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Twee beelden in het Allerheiligste

Op de Aron Hakodesj – de Heilige Arke – in het Allerheilige stonden op de deksel twee cheroeviem, cherubijnen. Engelen met kindergezichtjes. Zij spreidden hun vleugels naar boven uit (25:20).

Twee beelden. In de heiligste ruimte die er was.

Wat gaven deze cherubijnen aan? Mogen wij er wel beelden op na houden?

Volgens Maimonides toonden de cherubijnen op de Heilige Arke symbolisch aan, dat Engelen inderdaad bestaan. Deze Engelen brengen als boodschappers woorden van Hasjeem over aan de nevi'iem, profeten. Door Engelen wordt nevoe'a, profetie mogelijk gemaakt. Om dit geloof te versterken, heeft Hasjeem ons de mitsva gegeven om op de Aron hakodesj twee Engelenvormen te maken.

Eén cherubijn op de Heilige Arke was niet mogelijk. Dat zou misleidend zijn omdat de mensen dan zouden denken dat dit het beeld – chas wesjalom – van Hasjeem zou zijn. Het feit dat er twee Engelen staan, duidt erop dat er meer Engelen zijn.

Maar als het Engelen waren, waarom moest dan de ene cherubijn het gezicht van een jongetje en de andere dat van een meisje hebben?

Of de cherubijnen werkelijk een mannelijke en vrouwelijke vorm hadden is onduidelijk, maar het zou kunnen zijn dat onze Chachamiem slechts stellen dat zij de liefde van een jongetje en een meisje uitstraalden, maar dat zij niet werkelijk de vorm van een jongetje en een meisje hadden.

Hoe het ook zij, in ons heiligdom staan de kinderen centraal!

Rabbi Jitschak Abarbanel (15e eeuw, Spanje) gaat verder in op de vraag hoe de Tora kan voorschrijven om Engelenvormen in het Kodesj hakodasjiem, het Allerheilige neer te zetten: „Dit lijkt veel op overtreding van het verbod ‚Jij zult geen enkel beeld en afbeelding maken, niet van iets dat in de Hemel boven of op aarde beneden is'.“

Abarbanel legt uit, dat het verbod alleen maar inhoudt dat je geen afgodenbeelden mag maken om ze te dienen, maar het Tempelwerk en alle voorwerpen daarin waren puur gericht op Hasjeem Echad, het Enige, Echte Ene Opperwezen.

↩ Weet je nog wat Hasjeem aan de Tora beloofde, nog vóór er een wereld was? Dat de dienst in het Beet haMikdasj kappara zou brengen. Het huis waarover hier gediscussieerd wordt, is het Misjkan — het huis waaruit later het Beet haMikdasj werd. Ingepland was het dus al vóór de eerste dag begon.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er korbanot werden gebracht in het Misjkan maar wij dat al bijna 2000 jaar niet meer mogen?
  • … Betsaleel, de architect, en Mosje het Misjkan precies zo bouwden zoals Hasjeem ze dat had voorgeschreven?
  • … wij niet zelf een heiligdom kunnen bouwen, bijvoorbeeld nu op de Tempelberg in Jeroesjalajiem, totdat Hasjeem opdracht geeft?
  • … de Aron hakodesj met de loechot en de Tora er in van binnen en van buiten bedekt moest worden met goud? Dat dat betekent, dat een Tora-mens van binnen en van buiten gelijk moet zijn en niet schijnheilig, van binnen anders dan van buiten, mag zijn?

Woord van de week:Wort der Woche: Teruma — Teroema komt van een woord dat ‚omhoog heffen' betekent. Een teroema is de gave die je uit je eigen bezit omhoog haalt en weggeeft. Van louter zulke gaven werd het Misjkan gebouwd — en daarnaar heet de hele parasja.

Wat het betekentWas es bedeutet

En waar hadden de mensen in de woestijn hun idee met het gouden kalf dan vandaan — dat beeld van goud dat zij voor zichzelf maakten, terwijl Mosje boven op de berg was?

Eli: „De Joden, die in de woestijn het gouden kalf maakten, maakten dat naar het voorbeeld van de cherubijnen in het Kodesj hakodasjiem, het Allerheiligste. Ze wisten dat de cherubijnen daar als symbool van de band tussen hoger en lager zouden komen te staan. Het beeld van het gouden kalf was dus niet bedoeld om Hasjeem te ontkennen.“

Channa: „Het probleem met het Gouden Kalf was, dat ze dat zagen als een soort vervanging van Mosje. Alles wat Hasjeem ons verboden heeft in de Tora, heeft Hij ook weer een klein beetje toegestaan. Toen Mosje zei dat men geen afgodsbeelden mocht maken, zei Hasjeem hem tegelijkertijd, dat hij wel twee cheroeviem moest maken.“

Jinon: „Iets dergelijks vinden we ook bij de kleren van de kohaniem en de tsietsiet. Er staat dat we geen wol en linnen – sja'atneez – door elkaar mogen dragen in onze kleren maar tegelijkertijd mag dat wel bij de tsietsiet en bij de bigdee kehoena (kleren van de kohaniem in het Beet haMikdasj).“

Vraag aan jouFrage an dich

Wat betekenen de woorden „Hoe het ook zij, in ons heiligdom staan de kinderen centraal!“?

Sjabbat Sjalom!

👪 Loop deze week samen met uw kind door het huis en tel hoeveel afbeeldingen er bij u hangen — en vraag daarna waaraan je merkt dat geen ervan een beeld is waaraan iemand dient.

Duits

Zwei Figuren im Allerheiligsten

Auf dem Deckel des Aron haKodesch, der heiligen Lade, standen zwei goldene Gestalten. Sie breiteten ihre Flügel nach oben aus. Sie hatten die Gesichter von Kindern. Man nennt sie Cheruwim (Schemot 25,20).

Zwei Figuren. Im heiligsten Raum, den es gab.

Was sollten diese Cheruwim zeigen? Und dürfen wir überhaupt Figuren haben?

Nach Maimonides zeigten die Cheruwim auf der heiligen Lade als Sinnbild an, dass es Engel wirklich gibt. Diese Engel bringen als Boten Worte Haschems zu den Newiim, den Propheten. Durch Engel wird Newua möglich, die Prophetie. Damit wir daran festhalten, hat Haschem uns die Mizwa gegeben, auf dem Aron haKodesch zwei Engelsgestalten zu machen.

Ein einziger Cherub auf der heiligen Lade wäre nicht möglich gewesen. Das wäre irreführend, denn die Menschen hätten dann gedacht, dies sei das Bild von Haschem selbst — chas weschalom, G'tt behüte. Dass dort zwei Engel stehen, deutet darauf hin, dass es noch mehr Engel gibt.

Aber wenn es Engel waren: Warum musste dann der eine Cherub das Gesicht eines Jungen haben und der andere das eines Mädchens?

Ob die Cheruwim wirklich eine männliche und eine weibliche Gestalt hatten, ist unklar. Es könnte sein, dass unsere Chachamim nur sagen wollen, dass sie die Liebe eines Jungen und eines Mädchens ausstrahlten — und nicht, dass sie wirklich die Gestalt eines Jungen und eines Mädchens hatten.

Wie es auch sei: In unserem Heiligtum stehen die Kinder in der Mitte!

Rabbi Jizchak Abarbanel, der im 15. Jahrhundert in Spanien lebte, geht der Frage weiter nach: Wie kann die Tora vorschreiben, Engelsgestalten in das Kodesch haKodaschim zu stellen, ins Allerheiligste? Er schreibt: „Das sieht sehr nach einer Übertretung des Verbotes aus: ‚Du sollst dir kein Bildnis machen und keine Abbildung, nicht von etwas, das im Himmel oben oder auf der Erde unten ist.'“

Und dann erklärt Abarbanel: Das Verbot besagt nur, dass man keine Götzenbilder machen darf, um ihnen zu dienen. Die Arbeit im Heiligtum aber und alle Gegenstände darin waren rein auf Haschem Echad gerichtet — den Einen, den Einzigen, den Wirklichen.

↩ Weißt du noch, was Haschem der Tora versprach, noch bevor es die Welt gab? Dass der Dienst im Bet haMikdasch Kappara bringen würde. Das Haus, um das hier gestritten wird, ist das Mischkan — das Haus, aus dem später der Bet haMikdasch wurde. Eingeplant war es also, bevor der erste Tag anfing.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass im Mischkan Korbanot gebracht wurden — und dass wir das seit fast zweitausend Jahren nicht mehr dürfen?
  • … dass Bezalel, der Baumeister, und Mosche das Mischkan genau so bauten, wie Haschem es ihnen vorgeschrieben hatte?
  • … dass wir nicht von uns aus ein Heiligtum bauen können, zum Beispiel heute auf dem Tempelberg in Jeruschalajim, solange Haschem den Auftrag nicht gibt?
  • … dass der Aron haKodesch mit den Luchot und der Tora darin von innen und von außen mit Gold überzogen werden musste? Und dass das heißt: Ein Tora-Mensch soll innen so sein wie außen und nicht scheinheilig — innen anders als außen?

Woord van de week:Wort der Woche: Teruma — Teruma kommt von einem Wort, das ‚hochheben' bedeutet. Eine Teruma ist die Gabe, die man aus dem eigenen Besitz heraushebt und weggibt. Aus lauter solchen Gaben wurde das Mischkan gebaut — und danach heißt die ganze Parascha.

Wat het betekentWas es bedeutet

Und woher hatten die Menschen in der Wüste dann ihre Idee mit dem goldenen Kalb — jener Figur aus Gold, die sie sich machten, während Mosche oben auf dem Berg war?

Eli: „Die Juden, die in der Wüste das goldene Kalb machten, machten es nach dem Vorbild der Cheruwim im Kodesch haKodaschim, im Allerheiligsten. Sie wussten, dass die Cheruwim dort als Zeichen für die Verbindung zwischen oben und unten stehen würden. Das Bild des goldenen Kalbes war also gar nicht dazu gedacht, Haschem zu leugnen.“

Channa: „Das Schlimme am goldenen Kalb war etwas anderes: Sie sahen es als eine Art Ersatz für Mosche an. Alles, was Haschem uns in der Tora verboten hat, hat Er zugleich auch ein kleines bisschen erlaubt. Als Mosche sagte, man dürfe keine Götzenbilder machen, sagte Haschem ihm im selben Atemzug, dass er sehr wohl zwei Cheruwim machen solle.“

Jinon: „Etwas Ähnliches finden wir bei den Kleidern der Kohanim und bei den Zizit. Es steht geschrieben, dass wir Wolle und Leinen — Scha'atnes — nicht miteinander in unseren Kleidern tragen dürfen. Und genau das ist bei den Zizit erlaubt, und bei den Bigdej Kehuna, den Kleidern der Kohanim im Bet haMikdasch.“

Vraag aan jouFrage an dich

Was bedeuten die Worte „Wie es auch sei: In unserem Heiligtum stehen die Kinder in der Mitte!“?

Schabbat Schalom!

👪 Gehen Sie diese Woche mit Ihrem Kind durch die Wohnung und zählen Sie, wie viele Bilder bei Ihnen hängen — und fragen Sie dann, woran man merkt, dass keines davon ein Bild ist, dem jemand dient.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
20 · Tetsave Tezawe

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Twaalf stenen boven zijn hart

Waarom dragen wij kleren?

Soms dragen we kleren omdat het heel koud is. En andere mensen dragen kleren omdat zij willen laten zien wie ze zijn. Als je een politieagent bent, draag je politiekleren. Als je een brandweerman bent, draag je brandweer-kleren. Als je een clown bent, draag je clownskleren.

Deze week krijgen de kohaniem allemaal prachtige kleren met heel mooie kleuren en edelstenen, zoals diamanten. De kohaniem mochten alleen maar de dienst doen in het Misjkan wanneer ze hun kleren aan hadden.

De koheen gadol droeg een grote plaat op zijn borst met daarin twaalf prachtige edelstenen. In de edelstenen waren de namen van de twaalf stammen gegraveerd: Re'oeveen, Sjimon, Levi, enz.

Waar de koheen gadol ook ging — alle twaalf gingen mee. Boven zijn hart.

↩ Weet je nog, het huis van Hasjeem in de woestijn, dat van binnen op een mens leek? Deze week krijgen de mensen die daar werken hun kleren.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de koheen gadol ook een gouden plaat op zijn voorhoofd had van twee vingers breed, die met een hemelsblauwe draad op de achterkant van zijn hoofd vastgemaakt werd? En dat die hemelsblauwe draad ons doet denken aan de tsietsiet?
  • … op de voorhoofdplaat van de koheen gadol de woorden kodesj lasjeem — heilig voor Hasjeem — stonden?
  • … veel van de kleren van de kohaniem gemaakt waren van linnen en wol?

Woord van de week:Wort der Woche: Tezawe — Tetsave betekent:,jij moet opdracht geven'. Hasjeem zegt tegen Mosje wat de kohaniem aan moeten trekken. Daar is de hele week naar genoemd.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „We hebben al verteld dat op de borstplaat van de koheen gadol twaalf edelstenen zaten. In die borstplaat lagen de Oeriem en Toemiem.“

Elisha: „Dat waren stukjes perkamenten papier. Daarop stond de langste naam van G'd die we kennen.“

Jishai: „Soms kreeg de koheen gadol een boodschap uit de hemel. Hasjeem wilde iets vertellen aan de mensen. Weet je hoe dat ging?“

Jochanan: „Ik weet het. Dan werden de edelstenen op de borstplaat van de koheen gadol verlicht. Daar stonden ook letters in gegraveerd. Zo kon de koheen gadol vaak direct een boodschap aflezen, die zo uit de hemel kwam.“

Vraag aan jouFrage an dich

De koheen gadol droeg de namen van alle twaalf stammen boven zijn hart — ook van mensen die hij nooit gezien had. Waarom moest hij ze allemaal bij zich dragen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind vrijdagmiddag bij het omkleden zien: ook wij trekken andere kleren aan als we voor Hasjeem staan.

Duits

Zwölf Steine über dem Herzen

Warum ziehen wir eigentlich Kleider an?

Manchmal, weil es sehr kalt ist. Und manchmal, weil wir zeigen wollen, wer wir sind. Ein Polizist trägt Polizeikleider. Ein Feuerwehrmann trägt Feuerwehrkleider. Ein Clown trägt Clownskleider.

Diese Woche bekommen die Kohanim ihre Kleider — die Männer, die im Haus Haschems in der Wüste Dienst taten. Prächtige Kleider mit leuchtenden Farben und mit Edelsteinen, zum Beispiel Diamanten. Nur wer sie anhatte, durfte dort dienen.

Der Kohen Gadol, der oberste Kohen, trug etwas Besonderes: eine große Platte auf der Brust. Darin lagen zwölf Edelsteine. In jeden Stein war ein Name eingeritzt: Reuwen. Schimon. Levi. So ging es weiter, bis alle zwölf Stämme da waren.

Wohin der Kohen Gadol auch ging — alle zwölf gingen mit. Über seinem Herzen.

↩ Weißt du noch, das Haus Haschems in der Wüste, das innen aussah wie ein Mensch? Diese Woche bekommen die, die darin arbeiten, ihre Kleider.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Kohen Gadol auch auf der Stirn eine goldene Platte trug, zwei Finger breit? Sie wurde mit einem himmelblauen Faden hinten am Kopf festgebunden — und der erinnert an die Zizit, die Fäden an den Ecken des Kleides.
  • … dass auf dieser Stirnplatte zwei Wörter standen, und die heißen: heilig für Haschem?
  • … dass viele Kleider der Kohanim aus Leinen und aus Wolle gemacht waren?

Woord van de week:Wort der Woche: Tezawe — Tezawe heißt:,Du sollst befehlen.' Haschem sagt Mosche, was die Kohanim anziehen sollen — danach heißt die ganze Woche.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wir haben schon erzählt, dass auf der Platte des Kohen Gadol zwölf Edelsteine lagen. In dieser Platte lagen auch die Urim und Tumim.“

Elisha: „Das waren kleine Stücke Pergament. Darauf stand der längste Name Haschems, den wir kennen.“

Jishai: „Manchmal bekam der Kohen Gadol eine Nachricht aus dem Himmel. Haschem wollte den Menschen etwas sagen. Weißt du, wie das ging?“

Jochanan: „Ich weiß es! Dann leuchteten die Edelsteine auf der Platte. In den Steinen waren ja auch Buchstaben eingeritzt. So konnte der Kohen Gadol die Nachricht oft gleich ablesen — mitten aus dem Himmel.“

Vraag aan jouFrage an dich

Der Kohen Gadol trug die Namen aller zwölf Stämme über seinem Herzen — auch die von Menschen, die er nie gesehen hatte. Warum musste er sie alle bei sich tragen?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie Ihrem Kind am Freitagnachmittag beim Umziehen: Auch wir ziehen andere Kleider an, wenn wir vor Haschem stehen.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De letters die oplichtten

In de borstplaat van de koheen gadol zaten twaalf edelstenen. Op de edelstenen stonden de namen van de twaalf stammen gegraveerd. In de vouw van de borstplaat lagen de Oeriem en Toemiem. De Oeriem en Toemiem waren stukjes perkament, waarop een heel lange naam van 72 letters van Hasjeem ingegraveerd stond.

De Oeriem en Toemiem zorgden ervoor dat de edelstenen oplichtten. Daardoor kreeg je allerlei lettercombinaties en ook gaf Hasjeem je dan antwoord op je vragen. Door het lezen van de oplichtende lettercombinaties op de edelstenen van de koheen gadol kon je begrijpen wat Hasjeem van jou wilde. Het was dus een boodschap in code.

Als het Joodse volk ergens over twijfelde kon ze een vraag stellen aan Hasjeem. Hasjeem gaf dan antwoord via de lichtjes op de edelstenen. Dit was direct contact tussen Am Jisra'eel en Hasjeem.

Maar op de chosjen misjpat was nog veel meer af te lezen.

Elke rij op de chosjen misjpat bestond uit drie stenen. Die drie stenen laten ons zien hoeveel rechters er bij elke rechtszaak moeten zitten: in elk Beet Dien moeten minstens drie dajaniem zitten.

Als je goed oplet op die edelstenen dan zag je dat er sommige duurder waren dan andere. Diamant is nu eenmaal duurder dan saffier. Maar dat was ook een belangrijke les voor de rechters. Arm of rijk moeten allemaal gelijk zijn voor de dajaniem. Je mag niet de rijke voortrekken omdat hij asjier is en de arme niet voortrekken omdat hij ani is. Beiden moeten gelijk zijn voor het Beet Dien.

Er waren duurdere en goedkopere edelstenen. Dat leert ons dat kleine en grote zaken beide even belangrijk moeten zijn bij het beoordelen door een Beet Dien.

Oeriem en Toemiem betekent licht en volledigheid. Zij gaven aan wanneer er recht was gedaan in Am Jisra'eel. Want wanneer het recht zegeviert is dat voor de hele wereld een licht en een opluchting.

Aharon moest de chosjen misjpat boven zijn hart dragen, want hij moest boven zijn gevoelens staan. Hij mocht niet meer medelijden hebben met de een dan met de ander die voor hem stond. Hij mocht zich niet laten meeslepen door zijn gevoelens, omdat de ene partij in het Beet Dien misschien harder kon huilen dan de andere partij.

↩ Weet je nog, dat je je moest voorstellen dat je zelf een fiets verkoopt — en de koper eerlijk zegt wat hij je gekost heeft en wat je eraan wilt verdienen? Toen ging het over degene die handelt. Deze week gaat het over de mensen die moeten beslissen als twee het niet eens worden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … olie uit gestoten olijven moest branden in de Menora in de ohel Mo'eed?
  • … Jeremia, de navi, Am Jisra'eel vergelijkt met een olijf? Olijfolie blijft namelijk altijd drijven boven de andere vloeistoffen.
  • … olijfolie zich niet zo makkelijk mengt met andere vloeistoffen? En dat dit betekent dat het Joodse volk moet proberen zo zelfstandig te blijven en zich niet moet aanpassen aan zijn omgeving?
  • … olie licht geeft en de wijsheid van het Jodendom ook bedoeld is om de hele wereld licht te geven?

Woord van de week:Wort der Woche: Choschen Mischpat — Misjpat betekent recht. De chosjen misjpat is de borstplaat van het recht: je kon er niet alleen antwoorden aan aflezen, maar ook hoe een rechtbank moet werken.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wist je dat de Oeriem en Toemiem nooit echt een duidelijk antwoord gaven omdat de letters van het antwoord niet altijd in een duidelijke volgorde stonden? Je kunt het vergelijken met wanneer je een sms-je stuurt op de mobiele telefoon. Dan kun je een aantal letters indrukken maar het woord moet nog door de computer geraden worden. Bij de chosjen misjpat moest je de letters ook in de goede volgorde zetten om de boodschap uit de hemel van Hasjeem te begrijpen.“

Ariella: „Dit lukte niet altijd. Zo maakte de koheen gadol Eli een fout. Toen Channa, de moeder van de profeet Sjemoe'eel, in het Misjkan ging davvenen, las Eli, de koheen gadol, op zijn borstplaat de letters: sjien, kaf, reesj, hee: sjikora. Dat betekende: ‚dronken'.“

Asaf: „Maar Eli had moeten lezen: kaf, sjien, reesj, hee, en dat betekent kesjera, dat ze een goede vrouw was. Zij werd ook de moeder van Sjemoe'eel, de navi. Het blijft dus vaak heel moeilijk om dat goed uit te leggen.“

Vraag aan jouFrage an dich

Eli las de letters in de verkeerde volgorde en zei iets verkeerds over Channa. Wat had hij kunnen doen voordat hij haar aansprak?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan de Sjabbat-tafel over een keer dat u iets eerst verkeerd las of verkeerd hoorde — en wat u ertoe bracht om toch nog een keer na te vragen.

Duits

Die Buchstaben, die aufleuchteten

Auf dem Brustschild des Kohen Gadol lagen zwölf Edelsteine. In die Edelsteine waren die Namen der zwölf Stämme eingraviert. In der Falte des Brustschilds lagen die Urim und Tumim. Die Urim und Tumim waren Stücke Pergament, auf die ein sehr langer Name Haschems eingraviert war, ein Name aus 72 Buchstaben.

Die Urim und Tumim sorgten dafür, dass die Edelsteine aufleuchteten. Dadurch bekam man Buchstabenfolgen, und darin gab Haschem eine Antwort auf die Fragen, die man gestellt hatte. Wer die aufleuchtenden Buchstabenfolgen auf den Edelsteinen des Kohen Gadol las, konnte verstehen, was Haschem von ihm wollte. Es war also eine Nachricht in einem Code.

Wenn das jüdische Volk an etwas zweifelte, konnte es Haschem eine Frage stellen. Haschem antwortete dann durch die Lichter auf den Edelsteinen. Das war unmittelbarer Kontakt zwischen Am Jisrael, dem jüdischen Volk, und Haschem.

Aber auf dem Choschen Mischpat, dem Brustschild des Rechts, war noch viel mehr zu lesen.

Jede Reihe auf dem Brustschild bestand aus drei Steinen. Diese drei Steine zeigen uns, wie viele Richter in einem Bet Din sitzen müssen, in einem jüdischen Gericht: mindestens drei.

Und wenn man genau hinsah, waren manche Steine teurer als andere. Ein Diamant ist nun einmal teurer als ein Saphir. Auch darin lag eine wichtige Lehre für die Richter: Arm und Reich müssen vor ihnen gleich sein. Man darf den Reichen nicht bevorzugen, weil er reich ist, und den Armen nicht, weil er arm ist. Beide sind vor dem Bet Din gleich.

Es gab teurere und billigere Steine. Das lehrt uns: Kleine und große Fälle müssen einem Bet Din gleich wichtig sein.

Urim und Tumim heißt Licht und Vollständigkeit. Sie zeigten an, wann in Am Jisrael Recht gesprochen worden war. Denn wenn das Recht siegt, ist das für die ganze Welt ein Licht und eine Erleichterung.

Aharon musste den Choschen Mischpat über seinem Herzen tragen. Denn er musste über seinen Gefühlen stehen. Mit dem einen durfte er nicht mehr Mitleid haben als mit dem anderen, der vor ihm stand. Er durfte sich von seinen Gefühlen nicht mitreißen lassen — auch dann nicht, wenn die eine Seite vor dem Bet Din lauter weinen konnte als die andere.

↩ Weißt du noch, wie du dir vorstellen solltest, du verkaufst selbst ein Fahrrad — und sagst dem Käufer offen, was es dich gekostet hat und was du daran verdienen willst? Damals ging es um den, der handelt. Diese Woche geht es um die, die entscheiden müssen, wenn zwei sich nicht einig werden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass im Leuchter im Zelt der Begegnung nur Öl aus gestoßenen Oliven brennen durfte?
  • … dass der Prophet Jirmijahu Am Jisrael mit einer Olive vergleicht? Olivenöl schwimmt nämlich immer oben auf allen anderen Flüssigkeiten.
  • … dass Olivenöl sich nicht leicht mit anderen Flüssigkeiten mischt — und dass das heißen soll: Das jüdische Volk soll versuchen, so selbstständig zu bleiben, und sich seiner Umgebung nicht einfach anpassen?
  • … dass Öl Licht gibt, und dass die Weisheit des Judentums auch dazu da ist, der ganzen Welt Licht zu geben?

Woord van de week:Wort der Woche: Choschen Mischpat — Mischpat heißt Recht. Der Choschen Mischpat ist das Brustschild des Rechts: Man konnte daran nicht nur Antworten ablesen, sondern auch, wie ein Gericht arbeiten muss.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wusstest du, dass die Urim und Tumim nie eine wirklich eindeutige Antwort gaben? Die Buchstaben der Antwort standen nämlich nicht immer in der richtigen Reihenfolge. Du kannst es mit einer Nachricht auf dem Handy vergleichen: Du tippst ein paar Buchstaben, und das Wort muss vom Gerät noch erraten werden. Beim Choschen Mischpat musste man die Buchstaben auch erst in die richtige Reihenfolge bringen, um die Nachricht aus dem Himmel zu verstehen.“

Ariella: „Das gelang nicht immer. So machte sogar Eli, der Kohen Gadol, einen Fehler. Als Channa, die Mutter des Propheten Schmuel, im Mischkan beten war, las Eli auf seinem Brustschild die Buchstaben Schin, Kaf, Resch, He: schikora. Das bedeutet: betrunken.“

Asaf: „Aber Eli hätte lesen müssen: Kaf, Schin, Resch, He — und das heißt keschera, dass sie eine gute, richtige Frau war. Sie wurde ja auch die Mutter von Schmuel, dem Propheten. Es bleibt also oft sehr schwer, so etwas richtig zu deuten.“

Vraag aan jouFrage an dich

Eli las die Buchstaben in der falschen Reihenfolge und sagte etwas Falsches über Channa. Was hätte er tun können, bevor er sie ansprach?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Schabbat-Tisch von einem Mal, an dem Sie etwas zuerst falsch gelesen oder falsch gehört haben — und was Sie darauf gebracht hat, noch einmal nachzufragen.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De rand aan de halsopening

Bij de me'iel staat dat er belletjes gemaakt moeten worden aan de onderkant. Het geluid van de me'iel moet gehoord worden wanneer we in het Heilige komen.

Er moest ook een me'iel – een lang onderhemd – gemaakt worden voor de koheen gadol. Alle kleren gaven kappara voor een bepaalde avera. De kohaniem waren alleen geschikt voor de avoda in het Misjkan als ze speciale kleren aan hadden.

De kohaniem droegen hun bigdee kehoena niet alleen om zichzelf mooier te maken maar juist om Hasjeem daarmee te dienen. Kleren werden dus niet voor de mensen zelf gedragen maar als meer kavod, eer voor Hasjeem. De begadiem van de kohaniem hadden diepe betekenis.

De me'iel moest van hemelsblauwe wol zijn en dat herinnert ons eraan, dat alles wat wij spreken tot in de hemelsblauwe sjamajiem gehoord wordt. We moeten altijd beseffen dat alles wat wij spreken door Hasjeem gehoord wordt.

De bovenkant van de me'iel, dus waar de koheen gadol zijn hoofd doorheen stak, moest naar binnen gericht zijn. Dat heeft ook weer een diepere betekenis: wij moeten altijd precies weten wat wij zeggen. We moeten altijd precies nagaan of wat we zeggen wel goed is. Daarom moest de opening voor het hoofd naar binnen gericht zijn, omdat dat betekent dat wij altijd naar binnen moeten kijken wat wij bedoelen met wat wij zeggen. Hebben wij slechte bedoelingen dan kunnen we het beter niet zeggen.

Een rand moet in de hoofdopening van de me'iel zitten. We kunnen niet zomaar alles zeggen wat we willen. Er bestaat wel vrijheid van meningsuiting maar dat wil niet zeggen dat je iedereen zomaar mag beledigen. Er moet een beschermende rand zitten om dat wat je zegt. Niet alle negatieve dingen kun je zomaar zeggen.

De enige raad tegen kwaadsprekerij is, dat we alleen maar over dingen uit de Tora spreken. Op die manier kunnen we nooit iets mis zeggen.

De avneet-riem van de kohaniem was tweeëndertig el, zestien meter, lang. De avneet geeft kappara voor verkeerde gedachten van je hart. Dat is niet zo ver gezocht, want de avneet moet je over de borst dragen. De riem werd dus hoog gedragen, hoger dan onze riemen.

↩ Vorige week kwamen er woorden van boven naar beneden — via engelen naar de newie'iem. Deze week gaat het over de weg de andere kant op: over jouw woorden, die omhooggaan.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … wij tegenwoordig ook nog wel een riem dragen bij het davvenen zoals de kohaniem?
  • … wij daarom een speciale beracha zeggen: „Ozeer Jisra'eel bigvoera — geprezen bent U Hasjeem Die het Joodse volk omgordt met sterkte“?
  • … deze beracha in verband wordt gebracht met het aantrekken van een riem?
  • … vroeger een riem gedragen werd als steun en om daar een zwaard aan te hangen?
  • … de riem daarom een symbool was van kracht en macht, en tegelijk een symbool voor sterke verbondenheid?
  • … net zoals je riem om je lichaam hangt, Hasjeem zegt dat iedereen met Hem verbonden is?

Woord van de week:Wort der Woche: Bigde Kehuna — Bigdee kehoena betekent: de kleren van het koheen-zijn. De koheen gadol droeg er acht, een gewone koheen vier — en elk kledingstuk stond voor iets dat een mens goed te maken heeft.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wist je dat de riem ook een diepere betekenis had? Ja, want de halacha schrijft voor dat we tijdens het davvenen een riem dragen om een afscheiding te maken tussen hoger en lager. Wij dragen tegenwoordig een riem of een elastiekje. Dat is ook al goed.“

Ariela: „Dit laat dus zien, als ik het goed begrijp, dat we tijdens het davvenen voornamelijk op onze hogere dingen moeten letten en onze lagere dingen even moeten vergeten.“

Asaf: „Oh ja, daarom spreekt die beracha ‚Ozeer Jisra'eel Bigvoera' niet zozeer over lichaamskracht van een soldaat maar over ons eigen karakter. Wij moeten een sterk karakter hebben en veel zelfdiscipline. Want dat is de ware kracht: ‚Wie is sterk? Diegene die zijn slechte bedoelingen overwint.'“

Chaim: „De beracha ‚Oteer Jisra'eel betifara' slaat op de keppel. De keppel maakt ons ervan bewust, dat er nog iets boven ons is. Maar het is ook onderdeel van onze kleding. Wij dragen kleding om ons te onderscheiden, ons te beschermen tegen de elementen of om onszelf te verfraaien. Maar de Joodse traditie stelt, dat wij kleding dragen omdat we ons schamen. De keppel bedekt ons hoofd omdat we ons schamen voor ons verstand. We hebben zoveel IQ meegekregen en we doen er zo weinig mee! Denk daar maar eens over na.“

Vraag aan jouFrage an dich

Om de halsopening van de me'iel zat een rand, zodat hij niet zou inscheuren. Om welke zin die je deze week gehoord of zelf gezegd hebt, had ook een rand moeten zitten — en hoe had die rand eruitgezien?

Sjabbat Sjalom!

👪 Spreek voor één avond af dat er aan tafel over niemand die er niet bij is gepraat wordt — en bespreek daarna waar u het in plaats daarvan over gehad hebt.

Duits

Der Rand am Ausschnitt

In der Tora steht beim Me'il, dass unten Glöckchen angebracht werden mussten. Der Klang des Me'il muss gehört werden, wenn wir ins Heilige kommen.

Auch ein Me'il musste für den Kohen Gadol gemacht werden — ein langes Untergewand. Alle diese Kleider gaben Kappara, Wiedergutmachung, für eine bestimmte Awera, für eine bestimmte Übertretung. Und für den Dienst im Mischkan waren die Kohanim nur geeignet, wenn sie ihre besonderen Kleider trugen.

Die Bigde Kehuna, die Priesterkleider, trugen sie nicht, um sich selbst schöner zu machen, sondern gerade, um Haschem damit zu dienen. Kleider wurden also nicht für die Menschen selbst getragen, sondern als Kawod, als Ehre für Haschem. Die Kleider der Kohanim hatten eine tiefe Bedeutung.

Der Me'il musste aus himmelblauer Wolle sein, und das erinnert uns daran, dass alles, was wir sprechen, bis hinauf in den himmelblauen Schamajim gehört wird, bis in den Himmel. Wir sollen uns immer bewusst sein: Alles, was wir sagen, hört Haschem.

Die obere Kante des Me'il — dort, wo der Kohen Gadol den Kopf hindurchsteckte — musste nach innen gewendet sein. Auch das hat eine tiefere Bedeutung: Wir müssen immer genau wissen, was wir sagen. Wir müssen immer nachprüfen, ob das, was wir sagen, gut ist. Darum war die Öffnung für den Kopf nach innen gewendet: weil wir immer erst nach innen schauen sollen — was meinen wir eigentlich mit dem, was wir sagen? Haben wir Schlechtes im Sinn, dann sagen wir es besser nicht.

Und in dieser Kopföffnung musste ein Rand sitzen. Wir können nicht einfach alles sagen, was wir wollen. Es gibt zwar Meinungsfreiheit, aber das heißt nicht, dass man jeden einfach beleidigen darf. Um das, was du sagst, muss ein schützender Rand sitzen. Nicht alle schlechten Dinge kann man einfach so sagen.

Der einzige Rat gegen üble Nachrede ist, dass wir nur über Dinge aus der Tora sprechen. Auf diese Weise können wir nie etwas Falsches sagen.

Der Gürtel der Kohanim, die Awnet, war zweiunddreißig Ellen lang — sechzehn Meter. Die Awnet gibt Kappara für die falschen Gedanken deines Herzens. Das ist gar nicht weit hergeholt, denn die Awnet musste über der Brust getragen werden. Der Gürtel wurde also hoch getragen, höher als unsere Gürtel.

↩ In der letzten Woche kamen Worte von oben herab — durch Engel zu den Newiim. Diese Woche geht es um den Weg in die andere Richtung: um deine Worte, die hinaufgehen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass wir auch heute noch einen Gürtel beim Beten tragen, so wie die Kohanim?
  • … dass wir darum eine besondere Beracha sagen: „Oser Jisrael bigwura“ — „Gepriesen bist Du, Haschem, der das jüdische Volk mit Stärke umgürtet“?
  • … dass diese Beracha mit dem Anlegen eines Gürtels in Verbindung gebracht wird?
  • … dass früher ein Gürtel als Halt getragen wurde — und um ein Schwert daran zu hängen?
  • … dass der Gürtel darum ein Zeichen für Kraft und Macht war, und zugleich ein Zeichen für starke Verbundenheit?
  • … dass Haschem sagt: So wie dein Gürtel um deinen Körper liegt, so ist jeder mit Ihm verbunden?

Woord van de week:Wort der Woche: Bigde Kehuna — Bigde Kehuna heißt: die Kleider des Priestertums. Der Kohen Gadol trug acht davon, ein einfacher Kohen vier — und jedes einzelne stand für etwas, das ein Mensch wiedergutmachen muss.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wusstest du, dass der Gürtel auch eine tiefere Bedeutung hatte? Die Halacha schreibt vor, dass wir beim Beten einen Gürtel tragen, um eine Trennung zu machen zwischen oben und unten. Heute tragen wir einen Gürtel oder ein Gummiband. Auch das ist schon gut.“

Ariela: „Das zeigt also, wenn ich es richtig verstehe, dass wir beim Beten vor allem auf unsere höheren Dinge achten sollen und unsere niedrigeren eine Weile vergessen dürfen.“

Asaf: „Ach ja, darum spricht diese Beracha ‚Oser Jisrael bigwura' auch nicht so sehr von der Körperkraft eines Soldaten, sondern von unserem eigenen Charakter. Wir sollen einen starken Charakter haben und viel Selbstdisziplin. Denn das ist die wahre Kraft: ‚Wer ist stark? Der, der seine schlechten Absichten überwindet.'“

Chaim: „Die Beracha ‚Oter Jisrael betifara' meint die Kippa. Die Kippa macht uns bewusst, dass da noch etwas über uns ist. Aber sie ist auch ein Teil unserer Kleidung. Wir tragen Kleidung, um uns zu unterscheiden, um uns vor Kälte und Regen zu schützen oder um uns schöner zu machen. Die jüdische Überlieferung aber sagt: Wir tragen Kleidung, weil wir uns schämen. Die Kippa bedeckt unseren Kopf, weil wir uns für unseren Verstand schämen. Wir haben so viel Verstand mitbekommen und tun so wenig damit! Denk darüber einmal nach.“

Vraag aan jouFrage an dich

Um die Kopföffnung des Me'il lief ein Rand, damit sie nicht einreißt. Um welchen Satz, den du diese Woche gehört oder selbst gesagt hast, hätte auch ein Rand gehört — und wie hätte dieser Rand ausgesehen?

Schabbat Schalom!

👪 Vereinbaren Sie für einen einzigen Abend, dass am Tisch über keinen Abwesenden gesprochen wird — und sprechen Sie danach darüber, worüber Sie stattdessen geredet haben.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
21 · Ki Tisa Ki Tisa

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Het halve muntje

Mosjé Rabbenoe kwam met twee loechot haberiet van de berg Sinai naar beneden, de Stenen Tafelen. Ze waren gegraveerd met het schrift van Hasjeem. De Stenen Tafelen waren slechts kadosj, heilig, omdat dit van Hasjeem kwam om het Joodse volk Tora te leren.

Maar boven op de berg had Hasjeem hem nog iets gezegd.

Hoe tel je een heel volk?

Niet met je vinger. Niet hoofd voor hoofd. Zo mocht Mosje het niet doen.

Hasjeem zei tegen hem: iedereen moet jou iets geven. Een muntje van zilver. Maar geen heel muntje — een half. Machatsiet hasjekel heet het: de halve sjekel.

Tel daarna de muntjes. Dan weet je hoeveel jullie zijn, zonder ook maar één mens te tellen.

En Hasjeem zei er nog iets bij. De rijke mag niet meer geven. De arme mag niet minder geven. Ieder precies één half muntje. Ieder evenveel.

Toen kwamen ze. Allemaal.

De man met de grote kudde legde zijn halve muntje neer. De man die bijna niets had, legde het zijne ernaast. En niemand kon zien welk muntje van wie was.

De mand raakte vol. Allemaal halve muntjes, het ene als het andere.

↩ Weet je nog, het Misjkan — het huis van Hasjeem in de woestijn? Daarvoor bracht iedereen iets anders mee. Hier brengt iedereen precies hetzelfde.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … van het zilver van deze halve muntjes later de voetstukken gemaakt werden — de voeten waar het hele Misjkan op stond, het huis van Hasjeem in de woestijn?
  • … je eigenlijk moet vasten als een Sefer Tora valt?
  • … wij ons dit halve muntje nog ieder jaar herinneren, vlak voor Poeriem?

Woord van de week:Wort der Woche: Machatzit haSchekel — Machatsiet hasjekel — het halve muntje. Machatsiet betekent: de helft.

Wat het betekentWas es bedeutet

Een half muntje. Waarom geen heel muntje? Wat denk jij?

Jedidja: „Ik geloof dat ik het weet. Een mens alleen is net een half muntje. Pas als hij bij de anderen komt, wordt het iets heels. Misschien mocht daarom niemand een hele sjekel geven — dan had hij de anderen toch niet meer nodig?"

Channa: „En weet je wat ik mooi vind? De rijke kon er niets bij kopen. De arme was niet minder waard. Op die dag telde iedereen precies evenveel."

Vraag aan jouFrage an dich

Als jouw klas samen iets groots zou willen bouwen — wat zou dan jouw halve sjekel zijn?

Sjabbat Sjalom!

👪 Leg vanavond voor iedereen aan tafel een even groot muntje neer en vertel waaraan in uw gezin iedereen precies evenveel bijdraagt.

Duits

Die halbe Münze

Mosche kam vom Berg Sinai herunter. Er trug zwei Steinerne Tafeln. In den Stein war die Schrift Haschems eingegraben. Heilig waren die Tafeln nur deshalb, weil sie von Haschem kamen — damit das jüdische Volk Tora lernen konnte.

Aber oben auf dem Berg hatte Haschem ihm noch etwas gesagt.

Wie zählt man ein ganzes Volk?

Nicht mit dem Finger. Nicht Kopf für Kopf. So sollte Mosche es nicht machen.

Haschem sagte zu ihm: Jeder soll dir etwas geben. Eine Münze aus Silber. Aber keine ganze — eine halbe. Machatzit haSchekel heißt sie: der halbe Schekel.

Zähl dann die Münzen. So weißt du, wie viele ihr seid, ohne einen einzigen Menschen zu zählen.

Und noch etwas sagte Haschem. Der Reiche darf nicht mehr geben. Der Arme darf nicht weniger geben. Jeder genau eine halbe Münze. Jeder gleich viel.

Da kamen sie. Alle.

Der Mann, dem viele Herden gehörten, legte seine halbe Münze hin. Der Mann, der fast nichts besaß, legte seine daneben. Und keiner konnte sehen, welche welche war.

Der Korb füllte sich. Lauter halbe Münzen, eine wie die andere.

↩ Weißt du noch, das Mischkan — das Haus Haschems in der Wüste? Dafür brachte jeder etwas anderes mit. Hier bringt jeder genau dasselbe.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass aus dem Silber dieser halben Münzen später die Sockel gemacht wurden — die Füße, auf denen das ganze Mischkan stand, das Haus Haschems in der Wüste?
  • … dass man eigentlich fasten muss, wenn eine Tora-Rolle hinfällt?
  • … dass wir uns an diese halbe Münze noch heute jedes Jahr erinnern, kurz vor Purim?

Woord van de week:Wort der Woche: Machatzit haSchekel — Machatzit haSchekel — die halbe Münze. Machatzit heißt: die Hälfte.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eine halbe Münze. Warum keine ganze? Was meinst du?

Jedidja: „Ich glaube, ich weiß es. Ein Mensch allein ist wie eine halbe Münze. Erst wenn er zu den anderen kommt, wird etwas Ganzes daraus. Vielleicht durfte deshalb keiner einen ganzen Schekel geben — sonst hätte er ja niemanden mehr gebraucht."

Channa: „Und weißt du, was ich schön finde? Der Reiche konnte sich nichts dazukaufen. Der Arme war nicht weniger wert. An diesem Tag zählte jeder genau gleich viel."

Vraag aan jouFrage an dich

Wenn deine Klasse zusammen etwas Großes bauen wollte — was wäre dein halber Schekel?

Schabbat Schalom!

👪 Legen Sie heute Abend für jeden am Tisch eine gleich große Münze hin und erzählen Sie, wozu in Ihrer Familie jeder genau gleich viel beiträgt.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Wie aan de kant van Hasjeem staat

„Mi Lasjeem elai: wie aan de kant staat van Hasjeem, die moet bij mij komen staan!"

Mosje stond aan de ingang van het machanee en riep het over alle hoofden heen.

Wat was er gebeurd? Mosje was lang boven op de berg geweest. Beneden wilden de mensen niet langer wachten. Ze verzamelden goud en maakten daar een kalf van, en om dat gouden kalf dansten ze. Toen Mosje naar beneden kwam, hoorde hij het zingen al van ver. Toen zag hij het kalf. Hij gooide de sjnee loechot haberiet uit zijn handen op de grond en ze braken.

Mosje zag inderdaad dat de mensen helemaal wild waren geworden. Ze waren niet meer in bedwang te houden maar ze moesten toch gestopt worden.

Daarom stond hij nu aan de ingang van het machanee, het legerkamp, en riep.

Toen kwam de hele stam Levi naar voren.

Mosje zei tegen de Levi'iem: „Jullie moeten iedereen een straf geven, die gebogen heeft voor het egel hazahav. Ik ga naar boven op har Sinai en ik zal Hasjeem om kappara vragen voor het am, het volk."

Mosje hield een deraasja om de Bnee Jisra'eel te verdedigen en te redden.

„Alsjeblieft Hasjeem", zei Mosje, „ik weet dat de Bnee Jisra'eel een geweldige avera hebben begaan toen ze bogen voor het egel hazahav. Maar ik smeek U: vergeef het hen. Seliecha en mechiela! En als U de Bnee Jisra'eel niet wilt vergeven, schrap mij dan maar uit Uw Tora, die U geschreven heeft."

Mosje wilde liever sterven dan te moeten zien dat de Bnee Jisra'eel gestraft zouden worden, ook al verdienden sommige Bnee Jisra'eel zeker wel een straf.

Daarna durfde Mosje aan Hasjeem de allergrootste gunst te vragen die ooit iemand gevraagd heeft.

Mosje zei tegen Hasjeem: „Hasjeem, laat me alsjeblieft zien hoe U eruit ziet!"

Hasjeem antwoordde: „Ik zal jou laten zien wat Ik ga doen en Ik zal je ook laten zien hoe je Mijn rachamiem kunt opwekken wanneer je rachamiem nodig hebt. Maar Ik zal jou Mijn gezicht niet laten zien, want niemand kan Mijn gezicht zien en blijven leven."

Daarna zei Hasjeem tegen Mosje: „Ik zet je in een rotsspleet en dan zal Ik langsgaan. Ik zal Mijn hand over je gezicht leggen en wanneer je dan weer kunt zien, zul je Mijn plan voor de Bnee Jisra'eel zien. Maar Mijn gezicht zul je nooit kunnen zien."

Mosje ging daarna de berg af maar hij was zo kwaad op het volk dat hij zijn tent nam en buiten het kamp ging zitten. Hij wilde aan iedereen laten zien hoe kwaad hij was.

Zijn tent was de tent van samenkomst, omdat daar Hasjeem met Mosje sprak.

↩ Weet je Seforno nog? Hij zei: het Misjkan werd gebouwd als zichtbaar teken dat de zaak met het gouden kalf vergeven is. Hier zie je hoe zwaar die vergeving bevochten moest worden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Hasjeem aan Mosje zei: „Ga naar beneden want er is iets vreselijks gebeurd. De Bnee Jisra'eel zijn een am kesjee oref"?
  • … Hasjeem aan Mosje antwoordde: „Ik zal alleen maar die mensen straffen die een avera tegen Mij hebben gedaan"?
  • … Hasjeem begreep dat de Bnee Jisra'eel wel vaker Zijn mitsvot zouden breken en niet naar Hem zouden luisteren?
  • … Hasjeem eigenlijk besloten had om een heel nieuw volk te maken van Mosje?

Woord van de week:Wort der Woche: Kappara — Kappara — verzoening. Als een schuld bedekt is, staat die niet langer tussen de mens en Hasjeem in. Mosje vraagt niet of het ongebeurd kan zijn. Hij vraagt of het niet voor altijd hoeft te scheiden.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Weten jullie, dat het gouden kalf was niet zo zeer een opstand tegen G'd was maar eerder ongehoorzaamheid aan het beeldverbod. De Bnee Jisra'eel wisten van de Cherubijnen op de Aron haKodesj – de Heilige Arke – in het Allerheiligste vertrek van de Misjkan-Tabernakel. Zij dachten daarom, dat het ook oke was om zelf een beeld te maken. Aharon leek een beetje toe te geven aan de wens van het volk."

Avigail: „Niet omdat hij bang was om zich te verzetten tegen het volk maar omdat hij de wens van het volk om iets concreets, tastbaar en grijpbaar te maken niet als een echte doodzonde aanvoelde. Hun hart en gevoel bleef immers gericht op Hasjeem. Daarom zei Aharon ook: ‚Morgen is er een feest voor HaSjeem!' Het Jodendom zou gelijk blijven."

Jair: „Volgens de hele geleerde Rabbijn Avraham Ibn Ezra (12e eeuw) was hun fout voornamelijk, dat zo de deur werd opengezet voor zwakkelingen, die het verschil tussen zo een beeldje en Hasjeem niet zouden begrijpen. Het beeld zou zo tot god worden. Dat was het gevaar!"

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom brak Mosje de sjnee loechot haberiet toen hij de egel hazahav zag?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel: wanneer heb jij voor het laatst iemand verdedigd van wie je precies wist dat hij iets fout had gedaan?

Duits

Wer für Haschem ist

„Mi laSchem elai! Wer für Haschem ist — der komme her zu mir!"

Mosche stand am Eingang des Lagers und rief es über alle Köpfe hinweg.

Was war geschehen? Mosche war lange oben auf dem Berg gewesen. Unten hatten die Menschen nicht länger warten wollen. Sie hatten Gold gesammelt und daraus ein Kalb gemacht, und um dieses goldene Kalb hatten sie getanzt. Als Mosche herunterkam, hörte er das Singen schon von weitem. Dann sah er das Kalb. Er warf die Steinernen Tafeln aus den Händen auf den Boden, und sie zerbrachen.

Mosche sah tatsächlich, dass die Menschen völlig wild geworden waren. Niemand konnte sie mehr im Zaum halten. Und trotzdem mussten sie gestoppt werden.

Darum stand er nun am Eingang des Machane, des Lagers, und rief.

Da kam der ganze Stamm Lewi nach vorn.

Mosche sagte zu den Lewiim: „Ihr müsst jeden bestrafen, der sich vor dem goldenen Kalb verbeugt hat. Ich gehe hinauf auf den Har Sinai. Ich werde Haschem um Kappara bitten für das Volk — darum, dass diese Schuld nicht länger zwischen ihnen und Ihm steht."

Oben hielt Mosche eine Rede, um die Bnej Jisrael zu verteidigen und zu retten.

„Bitte, Haschem", sagte Mosche. „Ich weiß, dass die Bnej Jisrael eine gewaltige Awera begangen haben, eine schwere Sünde, als sie sich vor dem goldenen Kalb verbeugten. Aber ich flehe Dich an: vergib es ihnen. Vergib und verzeih! Und wenn Du den Bnej Jisrael nicht vergeben willst — dann streich mich aus Deiner Tora, die Du geschrieben hast."

Mosche wollte lieber sterben, als mit ansehen zu müssen, wie die Bnej Jisrael bestraft würden. Auch wenn manche von ihnen eine Strafe wirklich verdient hatten.

Danach wagte Mosche die größte Bitte, um die je ein Mensch gebeten hat.

Mosche sagte zu Haschem: „Haschem, lass mich bitte sehen, wie Du aussiehst."

Haschem antwortete: „Ich werde dir zeigen, was Ich tun werde. Und Ich werde dir zeigen, wie du Meine Rachamim wecken kannst, Mein Erbarmen, wenn du es einmal brauchst. Aber Mein Gesicht zeige Ich dir nicht. Denn niemand kann Mein Gesicht sehen und am Leben bleiben."

Danach sagte Haschem zu Mosche: „Ich stelle dich in einen Spalt im Felsen, und dann werde Ich vorübergehen. Meine Hand lege Ich über dein Gesicht. Und wenn du danach wieder sehen kannst, wirst du Meinen Plan für die Bnej Jisrael sehen. Mein Gesicht aber wirst du nie sehen können."

Danach ging Mosche den Berg hinunter. Er war so zornig auf das Volk, dass er sein Zelt nahm und sich draußen vor dem Lager hinsetzte. Alle sollten sehen, wie zornig er war.

Sein Zelt war das Zelt der Begegnung. Denn dort sprach Haschem mit Mosche.

↩ Erinnerst du dich an Seforno? Er sagte: Das Mischkan wurde gebaut als sichtbares Zeichen dafür, dass die Sache mit dem goldenen Kalb vergeben ist. Hier siehst du, wie schwer diese Vergebung errungen wurde.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem zu Mosche sagte: „Geh hinunter, denn dort ist etwas Schreckliches geschehen. Die Bnej Jisrael sind ein am keschee oref" — ein Volk mit einem steifen Nacken, das den Kopf nicht drehen will?
  • … dass Haschem Mosche antwortete: „Ich werde nur die Menschen bestrafen, die wirklich gegen Mich gefehlt haben"?
  • … dass Haschem verstand, dass die Bnej Jisrael Seine Gebote noch öfter brechen und nicht auf Ihn hören würden?
  • … dass Haschem eigentlich schon beschlossen hatte, aus Mosche allein ein ganz neues Volk zu machen?

Woord van de week:Wort der Woche: Kappara — Kappara — die Sühne. Wenn eine Schuld bedeckt ist, steht sie nicht länger zwischen dem Menschen und Haschem. Mosche bittet nicht darum, dass nichts geschehen sei. Er bittet darum, dass es nicht für immer trennt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wisst ihr, das goldene Kalb war gar nicht so sehr ein Aufstand gegen G'tt. Es war eher ein Ungehorsam gegen das Bilderverbot. Die Bnej Jisrael kannten doch die zwei goldenen Engel auf dem Aron haKodesch, der Heiligen Lade im allerheiligsten Raum des Mischkan. Darum dachten sie, es sei auch in Ordnung, selbst ein Bild zu machen. Und Aharon schien dem Wunsch des Volkes ein wenig nachzugeben."

Awigail: „Nicht weil er Angst hatte, sich gegen das Volk zu stellen. Sondern weil er den Wunsch der Leute, etwas Greifbares, etwas zum Anfassen zu haben, nicht als wirkliche Todsünde empfand. Ihr Herz und ihr Gefühl blieben ja auf Haschem gerichtet. Darum sagte Aharon auch: ‚Morgen ist ein Fest für Haschem!' Das Judentum sollte gleich bleiben."

Jair: „Nach dem großen Gelehrten Rabbi Awraham Ibn Esra, der im 12. Jahrhundert lebte, war ihr Fehler vor allem dieser: So wurde die Tür geöffnet für die Schwachen, die den Unterschied zwischen so einer Figur und Haschem nicht verstehen würden. Das Bild würde für sie selbst zum Gott werden. Das war die Gefahr!"

Vraag aan jouFrage an dich

Warum zerbrach Mosche die zwei Steinernen Tafeln, als er das goldene Kalb sah?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend am Tisch: Wann hast du zuletzt jemanden verteidigt, von dem du genau wusstest, dass er etwas falsch gemacht hat?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Wat was dat kalf eigenlijk?

Hoe was het mogelijk?

Het volk had net de grote nissiem, wonderen bij de jetsiat mitsraim, de uittocht uit Egypte gezien. De zee was uiteengegaan. En zo kort daarna kon datzelfde volk weer zo snel vervallen tot avoda zara, afgoderij?

Kennelijk kunnen zelfs de grootste wonderen de natuur van de mens niet veranderen. Het kost veel tijd en inspanning om oude gewoonten en bijgeloven af te leren en nieuw gedrag en nieuwe waarden en normen aan te leren.

Maar wat was dat egel hazahav, dat gouden kalf?

Rasjie meent dat het gouden kalf werkelijk afgoderij was. Maar de meeste mefarsjiem, verklaarders, zeggen dat dit niet het geval was. Dit verklaart waarom er relatief maar zo weinig slachtoffers vielen. Maar wat was er dan wel aan de hand?

Volgens Rabbi Jehoeda Hallevi, die in de 12e eeuw leefde, was het gouden kalf niet werkelijk afgoderij. Het volk zocht eigenlijk meer een punt om zichzelf op te concentreren. De tefillot, gebeden, en korbanot, offers, zouden op Hasjeem gericht blijven maar men zocht hierbij een aardse, tastbare focus om zich op te concentreren. Het volk kon zich alleen op een bepaalde plaats of bij een concrete vorm concentreren, omdat Hasjeem, het G'ddelijke, voor hen te ongrijpbaar was.

Daarom meenden de makers van het gouden kalf dat ze iets tastbaars moesten hebben om hun gevoelens op te richten.

Tegenwoordig spreekt deze wens ons niet meer zo aan, omdat ons denken veranderd is. Toch zijn wij ook tegenwoordig nog niet helemaal vergeestelijkt. Ook wij richten onze tefillot op de Hemel terwijl zelfs de Hemel alleen maar lucht en sferen, dus ook weer een lichamelijk, materieel gebeuren is.

Klein aantal

Bij de zonde van het gouden kalf vielen „maar" drieduizend doden. Gemeten naar de ernst van het misdrijf was dit een relatief klein aantal.

En het Manna bleef gewoon neerdalen. Ook na het gouden kalf bleef Hasjeem met Mosje praten. G'ddelijke wolken beschermden het volk nog steeds. En Mosje ging een tweede keer de berg op en kreeg een tweede paar loechot haberiet.

Verder is opvallend, dat in een andere context het beeldverbod niet gold. In de Misjkan, Tabernakel, stonden de beelden van de Cherubijnen op de Aron haKodesj, de Heilige Arke! In een zuivere en pure omgeving als het Allerheilige kon dat worden getolereerd en was het zelfs een mitswa, gebod! Maar de plaatsing van de Engelen was een uitdrukkelijke opdracht van Hasjeem Zelf geweest.

↩ Weet je de vraag nog of je bij de asseret hadibrot moet opstaan — en dat beide kanten het serieus meenden? Hier liggen precies die Tafelen gebroken op de grond, en weer staan er twee serieuze meningen naast elkaar.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Hasjeem het gouden kalf niet wilde omdat dat alleen maar een fantasie van het volk was en het geen Hasjeem dienen, godsdienst was?
  • … wij G'd alleen vanuit G'd kunnen kennen en dienen. Daarom was het gouden kalf verkeerd omdat het „man-made" was en daardoor beperkt en niet van G'd?
  • … Mosje zojuist de sjnee loechot haberiet met de asseret hadibrot op har Sinai gekregen had?
  • … Jehosjoe'a de hele tijd daar beneden op Mosje gewacht had?

Woord van de week:Wort der Woche: Mefarschim — Mefarsjiem — de verklaarders: de rabbanien die de Tora uitleggen. Ze zijn het niet altijd met elkaar eens. Juist dat hoort erbij — en beide meningen blijven staan.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Van een afstand hoorden Mosje en Jehosjoe'a een geweldig geschreeuw vanuit het machanee. Jehosjoe'a was een beetje in paniek: ‚Ik denk dat het volk wordt aangevallen door een vijand!' ‚Nee hoor', zei Mosje, terwijl hij heel erg bezorgd keek, ‚dit is niet het geluid van een vijand die aanvalt of van een volk dat zich terugtrekt of wegvlucht voor een vijand. Ik hoor het geluid van mensen die in opstand komen tegen Hasjeem.'"

Batsheva: „Samen gingen ze naar het machanee. Toen ze in de buurt van het machanee kwamen, zag Mosje het egel hazahav. Sommige Bnee Jisra'eel dansten rond het egel hazahav. Je kunt je voorstellen dat Mosje vreselijk kwaad werd. Hij gooide de sjnee loechot haberiet op de grond in stukken. Mosje rende het machanee in, nam het egel hazahav en smolt het terug tot goud. Daarna maalde hij het goud zodat het zo fijn als stof werd, strooide dat uit over het water en liet het de mensen drinken. Mosje draaide zich om naar Aharon: ‚Wat hebben de mensen jou aangedaan, dat jij dit hebt laten gebeuren? Waarom heb je ze zo'n grote avera laten doen?' Aharon antwoordde: ‚Wees alsjeblieft niet boos, Mosje. Je weet hoe moeilijk de Bnee Jisra'eel soms kunnen zijn. Ik had geen andere keus. Zij dachten dat jij gestorven was en ze wilden dat er iets zou komen in plaats van jou.'"

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom kreeg Mosje Rabbenoe een tweede paar loechot haberiet?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind waaraan het zich vasthoudt als het iets niet kan zien — en vertel waaraan u zich vasthoudt.

Duits

Was war dieses Kalb?

Wie war das möglich?

Gerade erst hatten sie die Nissim gesehen, die großen Wunder bei der Jeziat Mizrajim, dem Auszug aus Ägypten. Das Meer hatte sich geteilt. Und kaum eine Handvoll Wochen später standen dieselben Menschen um ein goldenes Kalb und fielen zurück in die Awoda Sara, in den Götzendienst.

Offenbar können selbst die größten Wunder die Natur eines Menschen nicht verändern. Alte Gewohnheiten und alten Aberglauben legt man nicht an einem Tag ab. Es kostet viel Zeit und Mühe, sie zu verlernen und ein neues Verhalten, neue Werte und Maßstäbe zu lernen.

Aber was war dieses Egel haSahaw, dieses goldene Kalb, eigentlich?

Raschi meint: Es war wirklich Awoda Sara. Die meisten Mefarschim aber, die Erklärer, sagen, dass es das nicht war. Das erklärt auch, warum verhältnismäßig wenige Menschen ums Leben kamen.

Aber was war dann los?

Nach Rabbi Jehuda haLevi, der im 12. Jahrhundert lebte, war das goldene Kalb nicht wirklich Awoda Sara. Das Volk suchte eher einen Punkt, auf den es sich richten konnte. Die Tefillot, die Gebete, und die Korbanot, die Opfer, sollten weiter auf Haschem gerichtet bleiben — aber man suchte dabei einen irdischen, greifbaren Halt. Seine Gedanken festmachen konnte das Volk nur an einem bestimmten Ort oder an einer bestimmten Gestalt, weil Haschem, das Göttliche, für sie zu ungreifbar war.

Darum meinten die Macher des goldenen Kalbes, sie müssten etwas Anfassbares haben, worauf sie ihre Gefühle richten könnten.

Heute spricht uns dieser Wunsch nicht mehr so an, weil unser Denken sich verändert hat. Und doch sind auch wir bis heute nicht ganz vergeistigt. Auch wir richten unsere Tefillot zum Himmel — dabei ist selbst der Himmel nur Luft und Weite, also auch wieder etwas Körperliches.

Eine kleine Zahl

Bei der Sünde des goldenen Kalbes fielen „nur" dreitausend Tote. Gemessen an der Schwere der Sache war das eine verhältnismäßig kleine Zahl.

Und das Manna fiel weiter vom Himmel — das Brot, das Haschem jeden Morgen für das Volk in der Wüste herabfallen ließ. Auch nach dem goldenen Kalb sprach Haschem weiter mit Mosche. Die Wolken Haschems schützten das Volk nach wie vor. Und Mosche stieg ein zweites Mal auf den Berg und bekam ein zweites Paar Luchot haBrit.

Und noch etwas fällt auf: In einem anderen Zusammenhang galt das Bilderverbot nicht. Im Mischkan standen die Figuren der Keruwim, der geflügelten Engel, auf dem Aron haKodesch, der Heiligen Lade! In einer reinen und lauteren Umgebung wie dem Allerheiligsten konnte das geduldet werden — dort war es sogar eine Mizwa, ein Gebot. Aber die Engel dorthin zu stellen, war ein ausdrücklicher Auftrag Haschems selbst gewesen.

↩ Erinnerst du dich an die Frage, ob man bei den Aseret haDibrot aufstehen soll — und dass beide Seiten es ernst meinten? Hier liegen genau diese Tafeln zerbrochen am Boden, und wieder stehen zwei ernstgemeinte Meinungen nebeneinander.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem das goldene Kalb nicht wollte, weil es nur eine Vorstellung des Volkes war und kein Dienst an Haschem, keine Gottesverehrung?
  • … dass wir G'tt nur von G'tt her kennen und Ihm nur von Ihm her dienen können — und dass das goldene Kalb gerade darum falsch war, weil es von Menschen gemacht war, und deshalb begrenzt, und eben nicht von G'tt?
  • … dass Mosche die zwei Luchot haBrit, die Steinernen Tafeln mit den Aseret haDibrot, gerade erst auf dem Har Sinai bekommen hatte?
  • … dass Jehoschua die ganze Zeit unten am Berg auf Mosche gewartet hatte?

Woord van de week:Wort der Woche: Mefarschim — Mefarschim — die Erklärer: die Rabbanim, die die Tora auslegen. Sie sind sich nicht immer einig. Gerade das gehört dazu — und beide Meinungen bleiben stehen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Aus der Ferne hörten Mosche und Jehoschua ein gewaltiges Geschrei aus dem Machane, dem Lager. Jehoschua geriet ein wenig in Panik: ‚Ich glaube, das Volk wird von einem Feind angegriffen!' ‚Nein, ganz und gar nicht', sagte Mosche, und dabei sah er sehr besorgt aus, ‚das ist nicht der Klang eines Feindes, der angreift, und auch nicht der eines Volkes, das sich zurückzieht oder vor einem Feind flieht. Ich höre den Klang von Menschen, die sich gegen Haschem auflehnen.'"

Batschewa: „Zusammen gingen sie zum Machane. Als sie in die Nähe kamen, sah Mosche das Egel haSahaw. Einige Bnej Jisrael tanzten um das goldene Kalb herum. Du kannst dir vorstellen, wie furchtbar zornig Mosche wurde. Er warf die zwei Luchot haBrit auf den Boden, in Stücke. Mosche rannte in das Machane hinein, nahm das goldene Kalb und schmolz es wieder zu Gold ein. Danach mahlte er das Gold, bis es so fein war wie Staub, streute es über das Wasser und ließ es die Leute trinken. Mosche drehte sich zu Aharon um: ‚Was haben die Leute dir angetan, dass du das hast geschehen lassen? Warum hast du sie eine so große Awera tun lassen?' Aharon antwortete: ‚Sei bitte nicht böse, Mosche. Du weißt, wie schwierig die Bnej Jisrael manchmal sein können. Ich hatte keine andere Wahl. Sie dachten, du seist gestorben, und sie wollten, dass etwas an deine Stelle tritt.'"

Vraag aan jouFrage an dich

Warum bekam Mosche Rabbenu ein zweites Paar Luchot haBrit?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind, woran es sich festhält, wenn es etwas nicht sehen kann — und erzählen Sie, woran Sie sich festhalten.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
22 · Vajakheel Wajakhel

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De jongen die het huis bouwde

„Kijk!“, zei Mosje tegen alle kinderen van Jisraeel. „Hasjeem heeft Betsalel met name genoemd, de zoon van Oeri, de zoon van Choer, van de stam Jehoeda.“

Waarom staat er „Kijk“? Dat betekent: let op hun namen!

Namen zijn belangrijk. Uit een naam kan je leren wie iemand is en wat zijn levensopdracht is. Wanneer ouders hun kind een naam geven, heet dat een kleine voorspelling. Ze zeggen daarmee iets over hun kind.

Ook Betsalel kreeg met zijn naam een levensdoel. Hij was pas dertien jaar toen hij bouwer van het Misjkan werd, het huis van Hasjeem in de woestijn. Maar van jongs af aan was het al duidelijk dat hij daarvoor geschikt was.

Betsalel betekent namelijk: „in de schaduw van Hasjeem“ — vlak bij Hasjeem. Hij zou het Misjkan bouwen en de Aron hakodesj, de heilige Arke. Daar was Hasjeem heel dichtbij.

Bij alle andere voorwerpen van het Misjkan staat zijn naam niet vermeld. Alleen bij de Aron hakodesj. Dat was zijn meesterwerk — daar was de schaduw van Hasjeem het duidelijkst aanwezig.

Ook de naam van zijn vader is belangrijk: Oeri. Oeri komt van het woord „oer“ — en dat betekent vuur. Het vuur van de Tora vormde de basis voor de heilige Arke. Daar zouden later de stenen tafelen liggen en de Tora-rol van Mosje.

En zijn opa? Choer was de man van Mirjam, de zus van Mosje. Choer wilde de Joden tegenhouden toen zij een gouden kalf wilden maken. Hij bleef daarbij en hij moest daarvoor sterven.

Daarom was het zo gepast dat juist de kleinzoon van Choer het Misjkan mocht bouwen. Het gouden kalf had veel stukgemaakt. Het Misjkan maakte het weer goed.

↩ Weet je nog, het huis van Hasjeem in de woestijn — het huis dat van binnen op een mens leek? Nu hoor je wie het gebouwd heeft.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Hasjeem wilde dat de Bnee Jisra'eel voor Hem een Misjkan zouden bouwen van hout, goud, zilver en koper, maar dat de bigdee kehoena gemaakt moesten worden van vele verschillende kleuren wol en linnen?
  • … Hasjeem voor de gewone mensen had gezegd, dat ze geen wol en linnen door elkaar mogen dragen en dat dit „sja'atneez' heet?
  • … „sja'atneez' vermenging betekent, een vermenging door elkaar van wol en linnen?
  • … Hasjeem in het Misjkan juist wel wilde dat de bigdee kehoena een mengsel zouden zijn van wol en linnen?
  • … er in het Misjkan voor kohaniem en de bigdee kehoena dus andere regels waren dan voor de gewone mensen?

Woord van de week:Wort der Woche: Wajakhel — Vajakheel betekent: ‚en hij verzamelde'. Mosje riep iedereen bij elkaar — niemand bleef over. Daar is de hele week naar genoemd.

Wat het betekentWas es bedeutet

Elisha: „Betsalel was van de sjevet, de stam Jehoeda. En weet je waarmee de stam Jehoeda vergeleken wordt? Met een jonge leeuw. Het Misjkan wordt ook Ari'el genoemd — van arie = leeuw — omdat het breed van voren was en smal van achteren, net als een leeuw.“

Batsheva: „De andere architect was Aholiav. Ook zijn naam kreeg hij met het oog op de bouw van het Misjkan. Aholiav betekent: ‚de tent van de Vader'. Hij mocht de tent van het Misjkan bouwen voor Hasjeem, onze Vader in de Hemel.“

Channa: „Aholiav was van de stam Dan. De combinatie van Jehoeda en Dan is niet toevallig: Jehoeda was de voornaamste en Dan was de kleinste. Hasjeem wilde dat de grootste en de kleinste samen zouden werken aan Zijn Misjkan.“

Vraag aan jouFrage an dich

De voornaamste en de kleinste bouwden samen. Als jij de kleinste was geweest — wat had jij dan het liefst gedaan?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vanavond waarom het zijn naam gekregen heeft — en wat u daarbij gehoopt heeft.

Duits

Der Junge, der das Haus baute

„Schaut!“, sagte Mosche zu allen Kindern Israels. „Haschem hat Bezalel beim Namen gerufen — den Sohn von Uri, den Enkel von Chur, aus dem Stamm Jehuda.“

Warum steht da „Schaut“? Das heißt: Achtet auf die Namen!

Namen sind wichtig. An einem Namen kannst du erkennen, wer ein Mensch ist und wofür er da ist. Wenn Eltern ihrem Kind einen Namen geben, ist das eine kleine Voraussage. Sie sagen damit etwas über ihr Kind.

Auch Bezalel bekam mit seinem Namen eine Aufgabe fürs Leben. Er war erst dreizehn Jahre alt, als er Baumeister des Mischkan wurde — des Hauses Haschems in der Wüste. Aber schon als kleiner Junge war klar: Der kann das.

Bezalel heißt nämlich „im Schatten Haschems“ — ganz dicht bei Haschem. Er sollte das Mischkan bauen und den Aron haKodesch, die heilige Lade. Dort war Haschem ganz nah.

Bei allen anderen Sachen im Mischkan steht sein Name nicht dabei. Nur bei der heiligen Lade. Die war sein Meisterstück — dort war der Schatten Haschems am deutlichsten.

Auch der Name seines Vaters ist wichtig: Uri. Uri kommt von „ur“ — und das heißt Feuer. Das Feuer der Tora war die Grundlage der heiligen Lade. Denn darin sollten einmal die Steinernen Tafeln liegen und die Tora-Rolle von Mosche.

Und der Großvater? Chur war der Mann von Mirjam, der Schwester von Mosche. Chur wollte die Leute aufhalten, als sie ein goldenes Kalb machen wollten. Er blieb dabei — und er musste dafür sterben.

Darum war es so passend, dass ausgerechnet sein Enkel das Mischkan bauen durfte. Das goldene Kalb hatte viel kaputtgemacht. Das Mischkan machte es wieder gut.

↩ Weißt du noch, das Haus Haschems in der Wüste — das Haus, das innen aussah wie ein Mensch? Jetzt erfährst du, wer es gebaut hat.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem wollte, dass die Kinder Israels Ihm ein Mischkan bauen — aus Holz, Gold, Silber und Kupfer? Die besonderen Kleider für den Dienst im Mischkan aber sollten aus Wolle und Leinen sein, in vielen bunten Farben.
  • … dass Haschem allen anderen Menschen gesagt hat: Wolle und Leinen dürft ihr nicht zusammen tragen — und dass so ein Stoff Scha'atnes heißt?
  • … dass Scha'atnes „Gemisch“ bedeutet: Wolle und Leinen durcheinander?
  • … dass Haschem im Mischkan aber genau das wollte — dass diese Kleider ein Gemisch aus Wolle und Leinen sind?
  • … dass im Mischkan für die Priester und ihre besonderen Kleider also andere Regeln galten als für alle anderen Menschen?

Woord van de week:Wort der Woche: Wajakhel — Wajakhel heißt: ‚Und er versammelte'. Mosche rief alle zusammen — keiner blieb übrig. Danach heißt die ganze Woche.

Wat het betekentWas es bedeutet

Elisha: „Bezalel kam aus dem Stamm Jehuda. Und weißt du, womit man den Stamm Jehuda vergleicht? Mit einem jungen Löwen. Das Mischkan hat auch noch einen zweiten Namen: Ari'el. Darin steckt das Wort arie — Löwe. Denn vorne war es breit und hinten schmal, genau wie ein Löwe.“

Batsheva: „Der zweite Baumeister hieß Aholiaw. Auch sein Name passte genau: Aholiaw heißt ‚das Zelt des Vaters'. Und er durfte das Zelt bauen für Haschem, unseren Vater im Himmel.“

Channa: „Aholiaw kam aus dem Stamm Dan. Dass Jehuda und Dan zusammen bauten, ist kein Zufall: Jehuda war der Wichtigste von allen Stämmen, und Dan war der Kleinste. Haschem wollte, dass der Größte und der Kleinste zusammen an Seinem Haus arbeiten.“

Vraag aan jouFrage an dich

Der Wichtigste und der Kleinste haben zusammen gebaut. Wenn du der Kleinste gewesen wärst — was hättest du am liebsten gemacht?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute Abend, warum es seinen Namen bekommen hat — und was Sie sich dabei gewünscht haben.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De dag erna

Op Jom Kippoer had Hasjeem vergeven.

De avera van het egel hazahav was vergeven, en de ochtend daarna kon iedereen weer opgelucht adem halen. Iedereen was besimcha — in vreugde.

En juist toen kwam de mitsva van Sjabbat. Waarom pas toen? Waarom kregen de Bnee Jisra'eel de moeilijke regels van Sjabbat niet veel eerder?

Omdat ze er pas toen klaar voor waren. Na de volledige tesjoeva konden ze met totale overgave alle moeilijke regels van Sjabbat aannemen en aanvaarden.

„Dit zijn de zaken, die Hasjeem geboden heeft om te doen“ (35:1). Dat staat in de Tora over de Sjabbat. Maar wat is „om te doen“? Sjabbat is toch een dag om juist niets te doen?

Nee. Sjabbat is geen dag van pure rust. Sjabbat is bedoeld als dag voor dingen van kedoesja. Door je alleen met goede en hogere zaken bezig te houden, maak je van jezelf een nieuw mens. Dat is de diepere betekenis van „om te doen“.

„Mosje verzamelde de hele gemeente van de Bnee Jisra'eel“ (35:1). Rasjie zegt dat deze bijeenkomst plaatsvond op 11 Tisjri, de dag na Jom Kippoer, in het jaar 2448 na de schepping van de wereld. Mosje verzamelde de Joden om te vertellen over de Sjabbat en over de geschenken aan het Misjkan.

Op precies dezelfde dag berechtte Mosje ook het volk. Hij sprak recht — voordat er ook maar één plank voor het Misjkan gezaagd werd.

En toen bouwden ze. Allemaal samen, aan één groot project, allemaal voor hetzelfde doel.

Op Jom Kippoer hadden de mensen elkaar vergeven. Daarom was het die ochtend eenvoudig om ze eensgezind bij elkaar te brengen. De vrede van gister speelde nog in hun achterhoofd.

↩ Weet je nog? Niet wat je voelt telt het eerst, maar wat je doet. Juist daarom staat er bij de Sjabbat, uitgerekend bij de rustdag, het woord ‚doen'.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je op Sjabbat 3 maaltijden moet houden? De eerste maaltijd eten we vrijdagavond, de tweede Sjabbatmiddag en aan het einde van de Sjabbat moet je ook nog een derde maaltijd houden.
  • … als je weet dat er aan het einde van de dag nog een derde maaltijd volgt, je niet veel eet bij de tweede maaltijd? Zo zal je begrijpen, dat Sjabbat niet bedoeld is om je alleen maar vol te eten. Behalve dat het veel gezonder is om minder te eten, toont matig eten ook, dat je begrijpt, dat de mens niet leeft bij brood alleen maar dat er nog belangrijker dingen zijn in het leven.
  • … na de zonde van het gouden kalf, de Tora eerst waarschuwt de Sjabbat te vieren en pas daarna de bouwopdracht voor het Misjkan komt? In de sidra van de afgelopen week — Ki Tisa — stond er eerst de bouw van het Misjkan en pas daarna werd de Sjabbat geboden. Na het gouden kalf hadden we eerst de kedoesja, heiligheid van de Sjabbat nodig. Pas daarna kon er begonnen worden met het Misjkan voor de hasjra'at Sjechina — het rusten van Hasjeems Majesteit temidden van het Joodse volk.

Woord van de week:Wort der Woche: Hakhel — Hakheel betekent ‚verzamelen'. Precies dat woord zit in de naam van de week: Vajakheel — ‚en hij verzamelde'.

Wat het betekentWas es bedeutet

Mosje had die ochtend meteen kunnen beginnen met bouwen. Hij deed het niet. Hij ging zitten en sprak recht. Kan jij bedenken waarom?

Jair: „Mosje was bang voor een bepaald cadeau. Voor een cadeau dat helemaal niet is van degene die het brengt. Stel je voor: iemand legt een mooie plank op de stapel — en in werkelijkheid is het de plank van zijn buurman. Van zo'n plank kan je geen huis voor Hasjeem bouwen.“

Jechiel: „Daarom sprak Mosje eerst recht. Daarna wist iedereen precies van wie welke spullen waren. En wat van mij is, dat mag ik weggeven. Pas toen waren de cadeautjes en geschenken aan het Misjkan goed en passend.“

Vraag aan jouFrage an dich

Wat vind jij: kan een cadeau voor Hasjeem mooi zijn als het eigenlijk van iemand anders is?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan de Sjabbattafel eens de kring rond: wat in ons huis is echt van één iemand — en wat is van ons allemaal samen?

Duits

Der Tag danach

An Jom Kippur hatte Haschem vergeben.

Der Fehler mit dem goldenen Kalb war vergeben, und am Morgen darauf konnten alle wieder durchatmen. Sie waren voller Freude.

Und ausgerechnet jetzt kam die Mizwa vom Schabbat. Warum erst jetzt? Warum hatten die Kinder Israels die schweren Schabbatregeln nicht längst bekommen?

Weil sie erst jetzt bereit waren. Nach der vollen Tschuwa, nach der Umkehr, konnten sie auch schwere Regeln mit ganzem Herzen annehmen.

„Dies sind die Dinge, die Haschem geboten hat zu tun“, steht in der Tora über den Schabbat (35,1). Zu tun? Der Schabbat ist doch der Tag, an dem man gerade nichts tut!

Nein. Der Schabbat ist kein Tag der reinen Ruhe. Er ist ein Tag für die Dinge der Keduscha, der Heiligkeit. Wer sich einen ganzen Tag lang nur mit guten, höheren Dingen beschäftigt, macht aus sich selbst einen neuen Menschen. Das ist das Tiefe an dem Wort „tun“.

„Und Mosche versammelte die ganze Gemeinde der Kinder Israels“ (35,1). Raschi sagt: Das war am 11. Tischri, am Tag nach Jom Kippur, im Jahr 2448 nach der Erschaffung der Welt. Mosche rief alle zusammen und sprach über zwei Dinge — über den Schabbat und über die Geschenke für das Mischkan.

An genau demselben Tag hielt Mosche auch Gericht. Er sprach Recht — bevor auch nur ein Brett für das Mischkan gesägt wurde.

Und dann bauten sie. Alle zusammen, an einem einzigen großen Werk, alle für dasselbe Ziel.

An Jom Kippur hatten die Menschen einander vergeben. Darum war es an diesem Morgen leicht, sie einträchtig zusammenzubringen. Der Frieden von gestern steckte ihnen noch im Kopf.

↩ Erinnerst du dich? Nicht was du fühlst, zählt zuerst, sondern was du tust. Genau darum steht beim Schabbat, ausgerechnet beim Ruhetag, das Wort ‚tun'.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass man am Schabbat drei Mahlzeiten hält? Die erste am Freitagabend, die zweite am Schabbatmittag — und am Ende des Schabbat kommt noch eine dritte.
  • … dass du bei der zweiten Mahlzeit weniger isst, wenn du weißt, dass später noch eine dritte kommt? So merkst du: Der Schabbat ist nicht dazu da, sich vollzuessen. Weniger zu essen ist gesünder — und es zeigt, dass du verstanden hast, dass der Mensch nicht vom Brot allein lebt und dass es Wichtigeres gibt im Leben.
  • … dass die Tora nach dem Fehler mit dem goldenen Kalb zuerst mahnt, den Schabbat zu halten, und erst danach der Bauauftrag für das Mischkan kommt? In der Parascha der vorigen Woche — Ki Tissa — stand zuerst der Bau des Mischkan und erst danach wurde der Schabbat geboten. Nach dem goldenen Kalb aber brauchten wir zuerst die Keduscha des Schabbat. Erst danach konnte der Bau beginnen — damit Haschems Herrlichkeit mitten unter den Kindern Israels ruhen kann.

Woord van de week:Wort der Woche: Hakhel — Hakhel heißt ‚versammeln'. Genau dieses Wort steckt im Namen der Woche: Wajakhel — ‚und er versammelte'.

Wat het betekentWas es bedeutet

Mosche hätte an diesem Morgen sofort anfangen können zu bauen. Er tat es nicht. Er setzte sich hin und sprach Recht. Kannst du dir denken, warum?

Jair: „Mosche hatte Angst vor einem bestimmten Geschenk. Vor einem Geschenk, das dem gar nicht gehört, der es bringt. Stell dir vor, jemand legt ein schönes Brett auf den Haufen — und in Wahrheit ist es das Brett seines Nachbarn. Aus so einem Brett kann man kein Haus für Haschem bauen.“

Jechiel: „Deshalb sprach Mosche zuerst Recht. Danach wusste jeder ganz genau: Das hier gehört mir. Und was mir gehört, das darf ich verschenken. Erst da waren die Geschenke für das Mischkan wirklich schön.“

Vraag aan jouFrage an dich

Was meinst du: Kann ein Geschenk für Haschem schön sein, wenn es eigentlich jemand anderem gehört?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Schabbattisch einmal reihum: Was in unserer Wohnung gehört wirklich einem Einzelnen — und was gehört uns allen zusammen?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Leven wij om te werken?

Leven wij om te werken of werken wij om te leven? Gaat het in het leven om het zijn of om het hebben?

De Sjabbatrust drukt ons met onze neus op de vraag naar onze uiteindelijke bestemming. De mens en de Sjabbat zijn elkaars partners.

Rabbi Sjimon bar Jochai (begin tweede eeuw) leerde voor:

„De Sjabbat sprak tot Hasjeem: ‚Heer der wereld, alles wat U geschapen heeft, heeft een partner. Maar ik heb geen partner!' Toen sprak Hasjeem tot de Sjabbat: ‚Het volk Israël zal je partner zijn'. Toen Israël aan de voet van de berg Sinaï stond, sprak Hasjeem tot hen: ‚Gedenk dat ik tot de Sjabbat sprak: het volk Israël zal je partner zijn: Zachor et jom hasjabbat lekadsjo — gedenk de Sjabbatdag om die te heiligen'.“

De Sjabbatrustdag is een duidelijk en zichtbaar teken van verbondenheid tussen Hasjeem en het volk: „Waarom is de winkel van Levie gesloten? Omdat hij de Sjabbat houdt. Waarom is Cohen gestopt met zijn werk? Omdat hij de Sjabbat houdt“.

De Sjabbatvierder getuigt van Hasjeem die de wereld geschapen heeft, dat Hij Zijn wereld in zes dagen geschapen had en op de zevende dag rustte.

Het eerste wat in de Tora kadosj — heilig — heet, is niet een boom, een voorwerp, een berg of een altaar, maar een dag, een stuk uit de tijd. Hasjeem zegende de zevende dag en heiligde deze (Bereesjiet 2:3). Sjabbat is kiddoesj, heiliging van het begrip tijd. In het boek Bereesjiet komt het woord daarna niet meer voor. Pas in Sjemot heet er weer iets kadosj: Am Jisra'eel, het Joodse volk zelf (Sjemot 19:6).

Wat is kadosj? ‚Heiligen' betekent ‚afzonderen' of ‚apart zetten'. Maar heiligen betekent ook: verbonden zijn met.

Daarom wordt de Sjabbat gezien als de kalla, de bruid die iedere vrijdagavond door de bruidegom — Am Jisra'eel — weer opnieuw wordt verwelkomd. Rabbi Jannai riep altijd uit, bij het verwelkomen van de Sjabbat: „Kom bruid, kom bruid!“ Dat werd later gezongen in het bekende welkomstlied ‚Lecha dodi': ‚kom mijn geliefde de bruid tegemoet — om de Sjabbat te verwelkomen', en nog steeds wordt het in alle sjoels gezongen.

↩ Weet je nog van Adam, die de dag na zijn avera tesjoeva deed — en dat die dag een Sjabbat was? Toen hield nog geen volk de Sjabbat. Hij was er al en wachtte op zijn partner.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … werknemer en werkgever gelijk worden op Sjabbat?
  • … Sjabbat werkt tegen uitbuiting van mensen als slaven of als loonslaven?
  • … Sjabbat rust en vrijheid is en ook vrijheid is voor de dieren op het veld en zelfs voor het milieu dat op Sjabbat bevrijd wordt van de onderwerping aan de mens?
  • … wij zes dagen slaaf zijn van de tirannie van de telefoon, elektronische spelletjes, chat, twitter, facebook, het mobieltje, de radio, de communicatie, de televisie, elektrische voorwerpen, computers, auto's, onze carrière, ons beroep of onze zaak?
  • … wij op de Sjabbat weer tot onszelf komen en weer één worden met Hasjeem en ons gezin?

Woord van de week:Wort der Woche: Kiddusch — Kiddoesj betekent heiliging. Op vrijdagavond zeggen wij hem over de wijn — en heiligen daarmee geen plaats, maar een tijd.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Is het jullie niet opgevallen bij de Sjabbat dat iedereen tot rust komt? Niet alleen de kinderen, de slaven en de dieren, maar ook het milieu wordt met rust gelaten. De menselijke heerschappij stopt een dag volledig. Luchtvervuiling en milieuproblemen komen even tot rust. In het moderne Israël is de Sjabbat werkelijk een verademing. Verkeer wordt in sommige wijken niet toegelaten. Het is een genot om de kinderen zorgeloos op straat te kunnen laten spelen. Heerlijk is ook dat wij één dag bevrijd zijn van uitlaatgassen, overlast door lawaai en vervuiling. De grond wordt met rust gelaten, men mag niet ploegen en oogsten“.

Avigail: „De rust geldt ook voor alle soorten planten en bomen omdat het niet toegestaan is om ook maar een tak of zelfs maar een blad af te snijden. De hele natuur, de bloemen, planten en dieren zijn vrijgemaakt op deze dag en leven in vrijheid. Niemand mag ze aanraken“.

Jalta: „Let op jongens en meisjes. Op Sjabbat laten wij zien dat wij niet de bezitters van de aarde zijn maar de aarde en het milieu zien als een geschenk van Boven. Iets dergelijks vinden wij ook in de mitsvot, voorschriften omtrent het Sjemieta- of Sjabbatjaar en het 50e Joveel of Jubeljaar. In het Sjabbatjaar of Joveeljaar laat men het beheer over het land vrij en hebben armen en buren evenveel rechten om van de oogst te nemen als de landeigenaar. Op deze manier maakt de boer duidelijk dat Hasjeem de uiteindelijke Bezitter is van het land. Niemand is eigenaar van het land. Wat een mooie gedachte!“.

Vraag aan jouFrage an dich

Zes dagen lang gehoorzamen wij aan de telefoon, het scherm en de agenda. Wat vind jij: is één dag in de week genoeg om dat om te draaien?

Sjabbat Sjalom!

👪 Leg deze vrijdag alle apparaten samen in één la en vraag na afloop van de Sjabbat de kring rond wie ze het meest gemist heeft — en wie het minst.

Duits

Leben wir, um zu arbeiten?

Leben wir, um zu arbeiten? Oder arbeiten wir, um zu leben? Geht es im Leben um das Sein oder um das Haben?

Die Ruhe des Schabbat stößt uns mit der Nase auf genau diese Frage. Denn der Mensch und der Schabbat sind Partner.

Rabbi Schimon bar Jochai hat es vor achtzehnhundert Jahren so gelehrt:

„Der Schabbat sprach zu Haschem: ‚Herr der Welt, alles, was Du geschaffen hast, hat einen Partner. Nur ich habe keinen!' Da sprach Haschem zum Schabbat: ‚Das Volk Israel wird dein Partner sein.' Und als Israel am Fuß des Berges Sinai stand, sprach Haschem zu ihnen: ‚Denkt daran, dass Ich zum Schabbat gesagt habe: Das Volk Israel wird dein Partner sein — Sachor et jom haSchabbat lekadscho, gedenke des Schabbattages, ihn zu heiligen.'“

Dieser Ruhetag ist ein sichtbares Zeichen dafür, dass Haschem und Sein Volk zusammengehören. „Warum ist der Laden von Levi, dem Kaufmann, geschlossen? Weil er den Schabbat hält. Warum hat Cohen, der Handwerker, aufgehört zu arbeiten? Weil er den Schabbat hält.“

Wer den Schabbat hält, sagt damit ohne ein einziges Wort: Haschem hat die Welt gemacht — in sechs Tagen, und am siebten ruhte Er.

Und jetzt sieh dir an, was in der Tora als Erstes kadosch heißt, heilig. Es ist kein Baum, kein Gegenstand, kein Berg und kein Altar. Es ist ein Tag. Ein Stück Zeit. „Und Haschem segnete den siebten Tag und heiligte ihn“ (Bereschit 2,3). Der Schabbat ist Kiddusch — Heiligung der Zeit. Im Buch Bereschit kommt das Wort danach nicht mehr vor. Erst in Schemot heißt wieder etwas kadosch: Am Jisrael, das Volk Israel selbst (Schemot 19,6).

Was heißt eigentlich kadosch? Es heißt: absondern, beiseitestellen. Aber es heißt zugleich: mit etwas verbunden sein.

Darum sehen wir den Schabbat als Kalla, als Braut, die jeden Freitagabend neu willkommen geheißen wird — von ihrem Bräutigam, dem Volk Israel. Rabbi Jannai rief beim Empfang des Schabbat immer aus: „Komm, Braut! Komm, Braut!“ Später wurde daraus das Lied Lecha Dodi — „komm, mein Geliebter, der Braut entgegen“ —, und in jeder Schul wird es bis heute gesungen.

↩ Erinnerst du dich an Adam, der am Tag nach seinem Fehler Tschuwa tat — und dass dieser Tag ein Schabbat war? Damals hielt noch kein Volk den Schabbat. Er war schon da und wartete auf seinen Partner.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass am Schabbat Arbeitnehmer und Arbeitgeber gleich werden?
  • … dass der Schabbat gegen die Ausbeutung von Menschen wirkt — als Sklaven und als Lohnsklaven?
  • … dass der Schabbat Ruhe und Freiheit ist, und zwar auch Freiheit für die Tiere auf dem Feld und sogar für die Umwelt, die am Schabbat von der Herrschaft des Menschen befreit wird?
  • … dass wir sechs Tage lang Sklaven sind — der Tyrannei des Telefons, der Spiele auf dem Bildschirm, der Chats und der sozialen Netzwerke, des Radios, des Fernsehens, der elektrischen Geräte, der Computer, der Autos, unserer Karriere, unseres Berufs, unseres Geschäfts?
  • … dass wir am Schabbat wieder zu uns selbst kommen und wieder eins werden mit Haschem und mit unserer Familie?

Woord van de week:Wort der Woche: Kiddusch — Kiddusch heißt Heiligung. Am Freitagabend sagen wir ihn über den Wein — und heiligen damit nicht einen Ort, sondern eine Zeit.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ist euch am Schabbat nicht aufgefallen, dass alles zur Ruhe kommt? Nicht nur die Kinder, die Sklaven und die Tiere — auch die Umwelt wird in Ruhe gelassen. Die Herrschaft des Menschen hört einen Tag lang ganz auf. Luftverschmutzung und Umweltprobleme kommen für einen Tag zur Ruhe. Im heutigen Israel ist der Schabbat wirklich ein Aufatmen. In manchen Vierteln wird der Verkehr gar nicht hineingelassen. Es ist ein Genuss, die Kinder sorglos auf der Straße spielen zu lassen. Herrlich ist auch, dass wir einen Tag lang von Abgasen, Lärm und Verschmutzung befreit sind. Der Boden wird in Ruhe gelassen: Man darf nicht pflügen und nicht ernten.“

Avigail: „Die Ruhe gilt auch für alle Arten von Pflanzen und Bäumen, denn es ist nicht erlaubt, auch nur einen Zweig oder auch nur ein Blatt abzuschneiden. Die ganze Natur — die Blumen, die Pflanzen und die Tiere — ist an diesem Tag freigemacht und lebt in Freiheit. Niemand darf sie anrühren.“

Jalta: „Passt auf, Jungen und Mädchen. Am Schabbat zeigen wir, dass wir nicht die Besitzer der Erde sind, sondern dass wir die Erde und die Umwelt als ein Geschenk von Oben ansehen. Etwas Ähnliches finden wir auch in den Mizwot über das Schemita-Jahr, das Schabbatjahr, und über das fünfzigste Jahr, das Jowel- oder Jubeljahr. Im Schemita-Jahr und im Jowel-Jahr gibt man die Verfügung über das Land frei, und Arme und Nachbarn haben genauso viel Recht, von der Ernte zu nehmen, wie der Landbesitzer selbst. So macht der Bauer deutlich: Haschem ist der eigentliche Besitzer des Landes. Niemand ist Eigentümer des Landes. Was für ein schöner Gedanke!“

Vraag aan jouFrage an dich

Sechs Tage lang gehorchen wir dem Telefon, dem Bildschirm und dem Terminkalender. Was meinst du: Reicht ein einziger Tag in der Woche, um das umzudrehen?

Schabbat Schalom!

👪 Legen Sie diesen Freitag alle Geräte gemeinsam in eine Schublade und fragen Sie am Ausgang des Schabbat reihum, wer sie am meisten vermisst hat — und wer am wenigsten.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
23 · Pekoedee Pekudej

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Alles precies geteld

Achter Mosjes rug fluisterde iemand.

Het Misjkan was klaar — het huis voor Hasjeem in de midbar. Goud, zilver en koper hadden de mensen gebracht; Mosje gaf alles door aan de bouwers.

En toch fluisterde daar iemand. Sommige mensen dachten iets heel slechts over Mosje. Zij dachten: misschien heeft hij er iets van in zijn eigen zak gestopt.

Mosje hoorde dat.

Hij wachtte geen dag. Hij legde een kleed neer, riep de mensen erbij en zei: „Kom maar kijken. Zoveel heb ik gekregen — en hier ligt het allemaal.“

Toen rekende hij hardop voor: een hoopje goud, een hoopje zilver, een hoopje koper. Iedereen mocht toekijken. Iedereen mocht meetellen.

Daarmee was hij nog niet klaar. Zijn neef Itamar moest alles een tweede keer natellen — voor het geval Mosje zich ergens vergist had.

Itamar telde. En Itamar kwam op precies hetzelfde uit.

Op het eind klopte alles. Er ontbrak geen enkel stukje. Elk stukje was in het Misjkan gegaan — en geen enkel in Mosjes zak.

↩ Weet je nog, wie het huis gebouwd heeft? Nu staat het er — en alles eraan is geteld.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … elke koheen vier witte, linnen kledingstukken droeg: een hemd, een broek, een riem en een tulband?
  • … de koheen gadol er nog vier kledingstukken bij kreeg — dus acht?
  • … er een hele familie alleen maar op die kleren paste — de familie van Pinchas?

Woord van de week:Wort der Woche: Pekoedee / Pekudej — Pekoedee betekent: de tellingen — alles wat geteld en opgeschreven werd.

Wat het betekentWas es bedeutet

Elisha: „Hasjeem gaf ons de mitsva om voor Hem een Misjkan te bouwen in de midbar Sinai. Dat was een hele eer voor Am Jisra'eel!“ Channa: „Deed heel Am Jisra'eel mee?“ Joeta: „Ik denk van wel. Mosje kreeg van iedereen zilver, goud en koper om het Misjkan te bouwen. Verder waren er hout, doeken en huiden nodig.“ Eli: „En toch dachten sommigen slecht over hem. Daarom gaf Mosje een berekening van alles.“ Channa: „Maar Hasjeem wist toch allang dat Mosje eerlijk was!“ Eli: „Hasjeem wel. De mensen niet. Daarom liet Mosje het aan hen zien.“

Vraag aan jouFrage an dich

Aan de rand van de plaat staan mensen te kijken. Waarom wilde Mosje dat zij erbij waren — terwijl hij toch niets had genomen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind vanavond: heeft iemand ooit iets verkeerds over jou gedacht — en wat deed jij om het hem te laten zien?

Duits

Alles genau gezählt

Hinter Mosches Rücken flüsterte jemand.

Das Mischkan war fertig — das Haus für Haschem in der Wüste. Gold, Silber und Kupfer hatten die Leute gebracht; Mosche gab alles an die Bauleute weiter.

Und trotzdem flüsterte da jemand. Ein paar Menschen dachten etwas Schlimmes über Mosche. Sie dachten: Vielleicht hat er ein bisschen davon in die eigene Tasche gesteckt.

Mosche hörte das.

Er wartete keinen Tag. Er breitete ein Tuch aus, rief die Leute herbei und sagte: „Kommt her und seht selbst. So viel habe ich bekommen — und hier liegt alles.“

Dann rechnete er laut vor: ein Häufchen Gold, ein Häufchen Silber, ein Häufchen Kupfer. Jeder durfte zusehen. Jeder durfte mitzählen.

Damit war er noch nicht fertig. Sein Neffe Itamar musste alles ein zweites Mal durchzählen — falls Mosche sich irgendwo verrechnet hatte.

Itamar zählte. Und Itamar kam auf dasselbe.

Am Ende stimmte alles. Nicht ein Stückchen fehlte. Jedes war ins Mischkan gegangen — und keines in Mosches Tasche.

↩ Weißt du noch, wer das Haus gebaut hat? Jetzt steht es — und alles daran ist gezählt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass jeder Kohen — so heißt ein Priester im Mischkan — vier weiße Leinensachen trug: Hemd, Hose, Gürtel und Turban?
  • … dass der Kohen Gadol, der oberste Kohen, noch vier weitere Stücke dazubekam — also acht?
  • … dass eine ganze Familie nur auf diese Kleider aufpasste — die Familie von Pinchas?

Woord van de week:Wort der Woche: Pekoedee / Pekudej — Pekudej heißt: die Abrechnungen — alles, was gezählt und aufgeschrieben wurde.

Wat het betekentWas es bedeutet

Elischa: „Haschem gab uns den Auftrag, Ihm in der Wüste Sinai ein Haus zu bauen. Was für eine Ehre für das Volk Israel!“ Channa: „Haben denn wirklich alle mitgemacht?“ Juta: „Ich glaube schon. Mosche bekam von allen Silber, Gold und Kupfer für den Bau. Und dazu Holz, Tücher und Felle.“ Eli: „Und trotzdem dachten manche schlecht von ihm. Darum rechnete Mosche alles vor.“ Channa: „Aber Haschem wusste doch sowieso, dass Mosche ehrlich war!“ Eli: „Haschem schon. Die Menschen nicht. Darum hat Mosche es ihnen gezeigt.“

Vraag aan jouFrage an dich

Am Rand des Bildes stehen Leute und sehen zu. Warum wollte Mosche, dass sie dabei sind — obwohl er doch gar nichts genommen hatte?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind heute Abend: Hat schon einmal jemand etwas Falsches über dich gedacht — und was hast du getan, damit er es sehen konnte?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Waarom Mosje liet natellen

Het Misjkan en alle keliem waren klaar. En Mosje wilde duidelijk laten zien dat hij heel eerlijk was.

Alles wat hij gekregen had als bijdrage en cadeaus van de Bnee Jisra'eel voor het Misjkan, wilde hij optellen. Om te laten zien dat hij alle spullen gebruikt had voor de bouw van het Misjkan — en dat hij helemaal niets voor zichzelf had genomen.

Alle beetjes goud, alle kilo's zilver, alle stukjes koper werden precies geteld. En Mosje liet de telling nog eens overdoen door zijn neef Itamar, om er zeker van te zijn dat hij geen fout maakte. De Bnee Jisra'eel waren erg blij dat al hun cadeaus voor Hasjeem ook door Hasjeem werden aangenomen om daarmee het Misjkan te bouwen.

Waarom vond Mosje het eigenlijk nodig om verantwoording af te leggen?

Tijdens de bouw hoorde Mosje dat sommige mensen gemene opmerkingen maakten over de bijdragen die hij gekregen had. Sommige mensen dachten dat Mosje af en toe wat in zijn eigen zak stak. Hoewel Hasjeem de waarheid weet, is het beter om alles precies uit te leggen, om verdenkingen van mensen te voorkomen.

Het Misjkan was na drie maanden af, op 25 kislev 2448 — midden in de winter. Maar het huis mocht nog niet staan. Hasjeem zei tegen Mosje dat hij moest wachten met het Misjkan op te zetten tot 1 nissan — tot het voorjaar.

Toen de Bnee Jisra'eel hoorden dat er gewacht moest worden, waren er enkele mensen die niet geloofden dat de Sjechina zou rusten op het werk van Mosje.

En toen het dan eindelijk zover was, gingen juist deze mensen aan de slag met de bouw. Het lukte hun niet. Daarna probeerden de Zekeniem het Misjkan op te zetten, maar dat mislukte ook. De één na de ander deed een stap terug.

Uiteindelijk was het Mosje, in zijn eentje, die het lukte.

Op 1 nissan daalde de Sjechina weer neer op aarde. Deze was sinds de avera van Adam niet meer lang op aarde geweest. Vanuit het Misjkan straalde de Sjechina over de hele wereld.

En Hasjeem vond de bouw van het Misjkan nog belangrijker dan de Schepping. Het Misjkan werd gebouwd door tsaddikiem. De Schepping gebeurde „slechts“ door uitspraken van Hasjeem zelf.

↩ Weet je nog waar de aarde voor de eerste mens vandaan kwam? Van precies die plek waar later het huis van Hasjeem zou staan. En nu hoor je: dat huis was Hasjeem nog belangrijker dan de hele Schepping.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … wij om veel verschillende redenen een keppel dragen? Dat een keppel meer is dan alleen het gevoel dat „er iets boven ons is“?
  • … de keppel een deel van onze kleding is en daarom dezelfde reden heeft als onze kleren?
  • … dat wij ons kleden om ons te beschermen tegen de kou en hitte, wind en regen?
  • … of dat wij ons kleden om onszelf mooier te maken?
  • … dat in de Tora staat dat wij ons kleden omdat wij ons naakt schamen?
  • … dat Adam en zijn vrouw Chawa beiden naakt waren maar zij zich niet schaamden?
  • … wij een keppel dragen op ons hoofd omdat we ons schamen voor ons verstand?
  • … als wij ons verstand maar meer zouden gebruiken de wereld er veel beter uit zou zien?

Woord van de week:Wort der Woche: Kippa — Keppel — het kleine kapje op je hoofd. Het zegt: boven mijn hoofd is nog Iemand.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Dat is wel erg opvallend. Mosje begint het bouwen van het Misjkan met de opmerking, dat de Sjabbat toch belangrijker is dan het Misjkan.“

Ariella: „Heb je gezien, dat de Bnee Jisra'eel ontzettend veel goud en zilver en koper hebben gebracht en toen allemaal keliem hebben gemaakt voor het Misjkan? Weten jullie welke keliem er gemaakt werden? Er werd een Aron hakodesj, een sjoelchan en een menora gemaakt, een mizbe'ach voor ketoret, zalfolie, reukwerk, een altaar voor brandoffers, een wasvat, een chatseer (voorhof) en planken, voetstukken en tentkleden voor de Ohel Mo'eed. Dat was een geweldig mooi werk.“

Jechieel: „Weet je wie de hoofdmakers waren? Betsaleel uit de stam Jehoeda en Oholi'av uit de stam Dan!“

Chaim: „Ik vind ook de kleren van de kohaniem heel bijzonder. Elk kledingstuk van de bigdee kehoena stond voor een kappara van een bepaalde avera van Am Jisra'eel. Het hemd gaf kappara voor alle moorden, die als er geen twee getuigen waren, niet door een Beet dien bestraft konden worden. De tulband (zowel de spitse als de ronde) droegen de kohaniem tegen hoogmoed: ‚ik ben beter dan de rest‘. De chosjen misjpat, de borstplaat, gaf kappara voor verkeerd veroordelen, het schort gaf kappara voor het dienen van afgoden, de mantel gaf kappara voor kwaadspreken en de voorhoofdplaat gaf kappara voor choetspa.“

Vraag aan jouFrage an dich

Mosje staat op de plaat in zijn eentje tussen de planken, om hem heen de mensen die het eerder probeerden. Wat valt je aan hen op? En wat was er bij Mosje anders, denk je?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over iets waarbij u zelf moest laten zien dat u eerlijk was — en hoe u dat deed.

Duits

Warum Mosche nachrechnen ließ

Das Mischkan war fertig, und alle Geräte standen bereit. Und Mosche wollte, dass jeder es deutlich sehen konnte: Er war vollkommen ehrlich gewesen.

Alles, was er vom Volk Israel an Beiträgen und Geschenken für das Mischkan bekommen hatte, wollte er zusammenzählen. Damit man sah: Jedes Stück ist in den Bau gegangen. Nichts hat er für sich behalten.

Alle Häufchen Gold, alle Kilo Silber, alle Stückchen Kupfer wurden genau gezählt. Und dann ließ Mosche die ganze Zählung noch einmal machen — von seinem Neffen Itamar, damit ganz sicher kein Fehler darin war. Die Menschen freuten sich sehr: Haschem hatte ihre Geschenke angenommen, und jedes Stück war ins Mischkan gegangen.

Warum aber fand Mosche es überhaupt nötig, Rechenschaft abzulegen?

Weil er während des Bauens etwas gehört hatte. Ein paar Leute machten gemeine Bemerkungen über die Beiträge, die er bekam. Sie dachten, Mosche stecke hin und wieder etwas in die eigene Tasche. Haschem weiß die Wahrheit ohnehin — aber es ist besser, alles genau zu erklären, damit bei Menschen erst gar kein Verdacht stehen bleibt.

Nach drei Monaten war das Mischkan fertig: am 25. Kislew 2448, mitten im Winter. Aber das Haus durfte noch nicht stehen. Haschem sagte zu Mosche, er solle mit dem Aufstellen bis zum 1. Nissan warten — bis zum Frühling.

Als die Leute hörten, dass gewartet werden musste, gab es einige, die nicht glaubten, dass die Schechina — die Gegenwart Haschems — jemals auf Mosches Werk ruhen würde.

Und als es endlich soweit war, machten sich genau diese Leute an die Arbeit. Sie versuchten, das Mischkan aufzustellen. Es gelang ihnen nicht. Danach versuchten es die Ältesten. Auch ihnen gelang es nicht. Einer nach dem anderen trat zurück.

Am Ende war es Mosche — ganz allein —, dem es gelang.

Am 1. Nissan stieg die Schechina wieder auf die Erde herab. Seit der Sünde Adams war sie nicht mehr lange auf der Erde gewesen. Vom Mischkan aus strahlte sie nun über die ganze Welt.

Und Haschem fand den Bau dieses Hauses noch wichtiger als die Erschaffung der Welt. Denn das Mischkan wurde von Gerechten gebaut. Die Welt dagegen entstand „nur“ durch die Worte Haschems selbst.

↩ Weißt du noch, woher die Erde für den ersten Menschen kam? Von genau der Stelle, an der später das Haus Haschems stehen sollte. Und nun hörst du: Dieses Haus war Haschem noch wichtiger als die ganze Schöpfung.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass wir eine Kippa aus vielen verschiedenen Gründen tragen? Dass eine Kippa mehr ist als nur das Gefühl, dass „da etwas über uns ist“?
  • … dass die Kippa ein Stück unserer Kleidung ist — und darum denselben Grund hat wie unsere Kleider?
  • … dass wir uns kleiden, um uns vor Kälte und Hitze zu schützen, vor Wind und Regen?
  • … oder dass wir uns kleiden, um uns schöner zu machen?
  • … dass in der Tora aber noch etwas anderes steht: dass wir uns kleiden, weil wir uns unbekleidet schämen?
  • … dass Adam und seine Frau Chawa beide unbekleidet waren — und sich trotzdem nicht schämten?
  • … dass wir eine Kippa auf dem Kopf tragen, weil wir uns für unseren Verstand schämen?
  • … dass die Welt viel besser aussähe, wenn wir unseren Verstand nur mehr benutzen würden?

Woord van de week:Wort der Woche: Kippa — Kippa — die kleine Kopfbedeckung. Sie sagt: Über meinem Kopf ist noch jemand.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Eines wundert mich sehr. Mosche fängt den Bau des Mischkan mit der Bemerkung an, dass der Schabbat doch wichtiger sei als das Mischkan.“

Ariella: „Habt ihr gesehen, wie unglaublich viel Gold und Silber und Kupfer die Menschen gebracht haben — und was daraus alles gemacht wurde? Wisst ihr, welche Geräte entstanden sind? Die heilige Lade, ein Tisch und ein Leuchter. Ein Altar für das Räucherwerk, dazu Salböl und Duftstoffe. Ein Altar für die Opfer, ein Waschbecken, ein Vorhof. Und Bretter, Sockel und Zeltdecken für das Begegnungszelt. Das war eine großartige Arbeit.“

Jechiel: „Und wisst ihr, wer die Hauptmacher waren? Bezalel aus dem Stamm Jehuda und Oholiaw aus dem Stamm Dan!“

Chaim: „Ich finde auch die Kleider der Priester ganz besonders. Jedes einzelne Stück stand für eine Kappara — eine Vergebung — für eine bestimmte Sünde des Volkes Israel. Das Hemd stand für alle Morde, die kein Gericht bestrafen konnte, weil es keine zwei Zeugen gab. Den Turban — den spitzen wie den runden — trugen die Priester gegen den Hochmut: gegen das Gefühl ‚ich bin besser als die anderen‘. Das Brustschild stand für falsches Urteilen, der Schurz für den Götzendienst, der Mantel für böses Reden über andere und die Stirnplatte für die Frechheit.“

Vraag aan jouFrage an dich

Mosche steht auf dem Bild allein zwischen den Brettern, ringsherum die Leute, die es vorher versucht haben. Was fällt dir an ihnen auf? Und was, glaubst du, war bei Mosche anders?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einer Sache, bei der Sie selbst zeigen mussten, dass Sie ehrlich waren — und wie Sie das gemacht haben.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Wat de spiegel niet laat zien

Sjabbat was belangrijker dan het Misjkan. Dat klinkt vreemd. Totdat je vraagt wat Sjabbat eigenlijk laat zien: Wie de beriat ha'olam heeft gemaakt.

In de Aron hakodesj zaten de Loechot haberiet en de Sefer Tora van Mosje. Op de Aron hakodesj stonden twee cheroeviem, één in de vorm van een jongetje en één in de vorm van een meisje. In het Kodesj hakodasjiem stonden dus twee lieve kinderen, die Tora leerden!

Mosje zette het grote wasvat tussen de Ohel Mo'eed en het mizbe'ach en hij deed er water in. Mosje, Aharon en zijn zonen wasten daarmee hun handen en voeten. Want voordat de kohaniem de Ohel Mo'eed binnengingen of dichtbij het mizbe'ach kwamen, moesten zij hun jadajiem en raglajiem wassen.

Deze week is het einde van sefer Sjemot. In Pekoedee worden alle voorwerpen van de Tabernakel opgesomd. Het laatste voorwerp was het grote wasvat.

En waarvan maakte Mosje het? Van koper, met een voetstuk van koper, van de spiegels van de vrouwen, die dienst deden bij de ingang van de Ohel Mo'eed.

De Tora heeft de vrouwen nooit gevraagd om de spiegels te geven. De Joodse vrouwen wilden Hasjeem dienen door hun koperen spiegels te geven.

Mosje wilde die spiegels eigenlijk niet aannemen. Hij vond dat maar ijdelheid.

Maar Hasjeem zei: „Neem ze aan, want deze spiegels zijn Mij liever dan wat dan ook. Door middel van deze spiegels kreeg Am Jisra'eel veel kinderen in Mitsraim. Wanneer hun mannen uitgeput van het harde werk naar huis kwamen, brachten de vrouwen hen voedsel en gaven zij hen te eten. De vrouwen namen dan de spiegels en keken naar zichzelf samen met hun mannen. De vrouwen verleidden dan hun mannen met de woorden: ‚Ik ben mooier dan jij‘ als een spelletje. Zo werd het Joodse volk groter en groter.“

Het Iwriet voor spiegel is ‚mar'a‘. Dat heeft dezelfde letters als ‚mar'e‘ — uiterlijk.

Wij begrijpen daaraan dat we meer zijn dan de spiegel laat zien. De spiegel kan immers niets vertellen over onze gedachten, herinneringen, dromen of wensen.

↩ Weet je nog, Jocheved en Mirjam, die Hasjeem meer vreesden dan Farao? De spiegels in dit hoofdstuk waren van vrouwen uit precies die generatie.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de meeste mensen, die in het Beet Hamikdasj kwamen, op zoek waren naar kappara met Hasjeem door het brengen van een asjam — schuldoffer — of chatat — zondoffer?
  • … één van de belangrijkste lessen van de marot — spiegels — was, dat mensen niet alleen dat zijn wat ze uiterlijk tonen maar dat het voornamelijk om je innerlijk gaat?
  • … net zoals een koheen begreep dat zijn gezicht in de mar'a niet zijn hele persoonlijkheid is, hij ook kon voelen, dat de mensen, die naar het Beet Hamikdasj kwamen voor kappara, niet alleen veroordeeld mochten worden voor hun averot?

Woord van de week:Wort der Woche: Mar'a — Mar'a betekent spiegel. Dezelfde letters lees je ook als mar'e — uiterlijk. Twee woorden, één woordlichaam: wat je ziet, is niet alles wat er is.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik heb lang nagedacht over die spiegels, waarvan het kijor gemaakt was. Die waren van die vrouwen, die niet bang waren voor Farao en zijn soldaten. Is dat misschien niet de diepere betekenis achter de spiegels, die de vrouwen gaven aan het Misjkan? Met hun vastberadenheid en hun mesiroet nefesj geloofden zij in de atied — de toekomst — van Am Jisra'eel.“

Nachoem: „Geweldige gedachte, zeg! Misschien was dit de centrale betekenis van het wasvat in het geheel van het Misjkan. Het weerspiegelde het geloof van de joodse vrouwen in de toekomst, ondanks de gebroken geest van hun mannen. Voordat een koheen avoda gaat doen, wast hij zijn jadajiem. Voordat hij anderen helpt, maakt hij zichzelf eerst rein. Het benadrukt dat een koheen eerst zichzelf moet verbeteren voordat hij de wereld en anderen kan helpen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf!“

Ariela: „Wat een mooi idee van jou! Een koheen moest ook heel aardig zijn. Kijk in Pirkee Awot: ‚Beoordeel iedereen positief.‘ Deze uitspraak kan je ook als volgt uitleggen: beoordeel de hele persoon — kol ha'adam —, al zijn uiteenlopende activiteiten, zijn innerlijk en uiterlijk, alles als een compleet geheel, en dan zul je zeker tot een positief oordeel komen. Kijk niet alleen naar één vervelende eigenschap. Alles samen is hij of zij oké en goed.“

Elke keer dat een koheen zijn handen waste en in de spiegel keek, keek hij niet alleen naar zijn uiterlijk, maar met name naar zijn innerlijk. Ook degenen die bij de koheen kwamen voor kappara in het Beet haMikdasj, moesten leren kijken naar hun innerlijk, meer dan naar hun uiterlijk.

Vraag aan jouFrage an dich

De koheen op de plaat buigt zich over het water en ziet zijn gezicht erin. Wat laat het water hem zien — en wat van hem laat het niet zien?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: als iemand jou alleen op een foto zou zien — wat zou hij over jou weten, en wat zeker niet?

Duits

Was der Spiegel nicht zeigt

Der Schabbat war wichtiger als das Mischkan. Das klingt seltsam. Bis man fragt, was der Schabbat eigentlich zeigt: Wer die Welt erschaffen hat.

Im Aron haKodesch, der heiligen Lade, lagen die Steinernen Tafeln und die Tora-Rolle von Mosche. Oben auf der Lade standen zwei Cheruwim — goldene Gestalten, eine wie ein Junge, eine wie ein Mädchen. Im heiligsten Raum standen also zwei liebe Kinder, die Tora lernten.

Mosche stellte das große Waschbecken zwischen das Begegnungszelt und den Altar und füllte Wasser hinein. Mosche, Aharon und dessen Söhne wuschen darin ihre Hände und Füße. Denn bevor ein Kohen — ein Priester — das Begegnungszelt betrat oder an den Altar trat, musste er sich Hände und Füße waschen.

Diese Woche geht das Buch Schemot zu Ende. In Pekudej werden alle Gegenstände des Mischkan noch einmal aufgezählt. Der letzte in dieser Aufzählung war das große Waschbecken.

Und woraus machte Mosche es? Aus Kupfer, mit einem Fuß aus Kupfer — aus den Spiegeln der Frauen, die am Eingang des Begegnungszelts Dienst taten.

Die Tora hatte die Frauen nie darum gebeten. Die jüdischen Frauen wollten Haschem von sich aus dienen und brachten ihre kupfernen Spiegel.

Mosche wollte diese Spiegel eigentlich nicht annehmen. Er hielt sie für Eitelkeit.

Aber Haschem sagte: „Nimm sie an. Diese Spiegel sind Mir lieber als alles andere. Durch sie hat das Volk Israel in Mizrajim — so heißt Ägypten auf Iwrit — viele Kinder bekommen. Wenn die Männer erschöpft von der schweren Arbeit nach Hause kamen, brachten die Frauen ihnen zu essen. Dann nahmen sie ihre Spiegel und schauten gemeinsam mit ihren Männern hinein. Und sie lockten ihre Männer mit den Worten: ‚Ich bin schöner als du‘ — wie bei einem Spiel. So wurde das jüdische Volk größer und größer.“

Das Iwrit-Wort für Spiegel heißt mar'a. Es hat dieselben Buchstaben wie mar'e — das Aussehen.

Daran verstehen wir etwas: Wir sind mehr, als der Spiegel zeigt. Ein Spiegel kann nichts von unseren Gedanken erzählen, nichts von unseren Erinnerungen, nichts von unseren Träumen und Wünschen.

↩ Weißt du noch, Jochewed und Mirjam, die Haschem mehr fürchteten als Pharao? Die Spiegel in diesem Kapitel gehörten Frauen aus genau dieser Generation.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die meisten Menschen, die ins Bet haMikdasch kamen, dort Kappara bei Haschem suchten — indem sie ein Ascham brachten, ein Schuldopfer, oder ein Chatat, ein Sündopfer?
  • … dass eine der wichtigsten Lehren der Marot — der Spiegel — die war, dass Menschen nicht nur das sind, was sie äußerlich zeigen, sondern dass es vor allem um das Innere geht?
  • … dass ein Kohen, genau wie er begriff, dass sein Gesicht im Spiegel nicht seine ganze Person ist, auch spüren konnte, dass die Menschen, die zur Kappara ins Bet haMikdasch kamen, nicht allein nach ihren Verfehlungen beurteilt werden dürfen?

Woord van de week:Wort der Woche: Mar'a — Mar'a heißt Spiegel. Schreibt man die Buchstaben anders aus, steht dort Mar'e — das Aussehen. Zwei Wörter, ein Wortkörper: Was du siehst, ist nicht alles, was da ist.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich habe lange über diese Spiegel nachgedacht, aus denen das Waschbecken gemacht war. Sie gehörten den Frauen, die keine Angst vor Pharao und seinen Soldaten hatten. Ist das nicht vielleicht die tiefere Bedeutung der Spiegel, die die Frauen dem Mischkan gaben? Mit ihrer Entschlossenheit und ihrer Mesirut Nefesch — ihrer Bereitschaft, alles hinzugeben — glaubten sie an die Zukunft des Volkes Israel.“

Nachum: „Was für ein großartiger Gedanke! Vielleicht war das überhaupt die zentrale Bedeutung des Waschbeckens im ganzen Mischkan: Es spiegelte den Glauben der jüdischen Frauen an die Zukunft — trotz des gebrochenen Muts ihrer Männer. Und sieh dir an, wann es benutzt wurde: Bevor ein Kohen seinen Dienst tut, wäscht er sich die Hände. Bevor er anderen hilft, macht er sich selbst rein. Das heißt: Ein Kohen muss zuerst sich selbst in Ordnung bringen, bevor er der Welt und anderen helfen kann. Verbessere die Welt — fang bei dir selbst an!“

Ariella: „Was für eine schöne Idee von dir! Ein Kohen musste auch sehr freundlich sein. Sieh in Pirkej Awot — dem Buch der Sprüche unserer Weisen: ‚Beurteile jeden Menschen zum Guten.‘ Diesen Satz kann man auch so auslegen: Beurteile den ganzen Menschen — kol ha'adam —, alle seine verschiedenen Tätigkeiten, sein Inneres und sein Äußeres, alles zusammen als ein vollständiges Ganzes. Dann kommst du ganz sicher zu einem guten Urteil. Sieh nicht nur auf eine einzige lästige Eigenschaft. Nimm alles zusammen — dann ist er oder sie in Ordnung und gut.“

Jedes Mal, wenn ein Kohen seine Hände wusch und dabei in den Spiegel sah, sah er nicht nur sein Äußeres — er sah vor allem sein Inneres an. Und auch die Menschen, die zu ihm ins Bet haMikdasch kamen, um Kappara — Vergebung — zu erlangen, mussten das lernen: mehr auf das Innere zu sehen als auf das Äußere.

Vraag aan jouFrage an dich

Der Kohen auf dem Bild beugt sich über das Wasser und sieht sein Gesicht darin. Was zeigt ihm das Wasser — und was von ihm zeigt es nicht?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Tisch: Wenn jemand dich nur auf einem Foto sähe — was wüsste er über dich, und was ganz sicher nicht?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
24 · Vajikra Wajikra

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De kleine letter

Alle planken stonden, alle gordijnen hingen. Aan het Misjkan ontbrak niets.

Toen werd het gevuld — maar niet met mensen. Het werd gevuld met de Sjechina, met Hasjeems aanwezigheid. Zó vol, dat niemand meer naar binnen kon.

Mosje stond buiten en durfde niet naar binnen.

Maar Hasjeem wilde dat Mosje wist dat deze plaats ook voor de mensen gebouwd was. Daarom riep Hasjeem Mosje naar Zich toe. Bij zijn naam. En Hij riep vol liefde: „Mosje!"

Later schreef Mosje alles op wat Hasjeem hem verteld had. Ook dit begin: En toen riep.

In het Iwriet heet dat Vajikra. Zo heet sindsdien het hele boek.

Iwriet lees je van rechts naar links — de laatste letter staat dus helemaal links. Bij Vajikra is dat een alef. En die alef schreef Mosje klein. Heel klein, kleiner dan alle letters ernaast.

In elke Tora-rol staat het tot vandaag zo.

Waarom zou dat zijn?

↩ Weet je nog, het huis van Hasjeem in de woestijn, midden tussen de tenten? Dat is het Misjkan. Nu is het klaar.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Vajikra het derde boek van de Tora is? Bereesjiet was het eerste, Sjemot het tweede. (24a, zone 1)
  • … de mensen toen hun cadeaus voor Hasjeem naar het Misjkan brachten — en dat wij tegenwoordig davvenen in plaats van een cadeau te brengen? (24a, zone 1)
  • … een van die cadeaus gewoon van meel was? Dat heette mincha. En zo heet tot vandaag het gebed in de middag. (24a, wist je dat 3 en 4)

Woord van de week:Wort der Woche: Vajikra — Vajikra betekent: ‚En toen riep.' Het allereerste woord van het boek is ook zijn naam.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Ik weet waarom die alef zo klein is. Mosje moest zelf opschrijven dat Hasjeem hém geroepen had — en dan ook nog vol liefde. Dat wilde hij niet groot opschrijven."

Chaim: „De Tora vraagt als allereerste eis bescheidenheid. Wie zichzelf het allergrootst vindt, is het verst bij Hasjeem vandaan."

Channa: „Daarom die kleine alef. Hij staat er — en roept niet."

Vraag aan jouFrage an dich

Ken je bij jullie thuis iemand die iets goeds doet en er niets over vertelt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vandaag over iemand in uw gemeente die iets belangrijks doet zonder dat er veel over gepraat wordt.

Duits

Der kleine Buchstabe

Alle Bretter standen, alle Vorhänge hingen. Am Mischkan fehlte nichts.

Dann füllte es sich — aber nicht mit Menschen. Es füllte sich mit der Schechina, mit Haschems Gegenwart. So voll, dass niemand mehr hineingehen konnte.

Mosche stand draußen und traute sich nicht.

Aber Haschem wollte, dass Mosche es wusste: Dieses Haus ist auch für die Menschen gebaut. Darum rief Haschem ihn. Beim Namen. Und Er rief mit Liebe: „Mosche!"

Später schrieb Mosche alles auf, was Haschem ihm gesagt hatte. Auch diesen Anfang: Und Er rief.

Auf Iwrit heißt das Wajikra. So heißt seitdem das ganze Buch.

Iwrit liest man von rechts nach links — der letzte Buchstabe steht also ganz links. Bei Wajikra ist das ein Alef. Und dieses Alef schrieb Mosche klein. Ganz klein, kleiner als alle Buchstaben daneben.

In jeder Tora-Rolle steht es bis heute so.

Warum wohl?

↩ Weißt du noch, das Haus Haschems in der Wüste, mitten zwischen den Zelten? Das ist das Mischkan. Jetzt ist es fertig.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Wajikra das dritte Buch der Tora ist? Bereschit war das erste, Schemot das zweite. (24a, Zone 1)
  • … dass die Menschen damals ihre Geschenke für Haschem ins Mischkan brachten — und dass wir heute beten, statt ein Geschenk zu bringen? (24a, Zone 1)
  • … dass eines dieser Geschenke einfach aus Mehl war? Es hieß Mincha. Und so heißt bis heute das Gebet am Nachmittag. (24a, Wist-je-dat 3 und 4)

Woord van de week:Wort der Woche: Vajikra — Wajikra heißt: ‚Und Er rief.' Das allererste Wort des Buches ist auch sein Name.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Ich weiß, warum das Alef so klein ist. Mosche musste ja selbst aufschreiben, dass Haschem ihn gerufen hat — und noch dazu mit Liebe. Das wollte er nicht groß hinschreiben."

Chaim: „Die Tora verlangt als Allererstes Bescheidenheit. Wer sich selbst am allergrößten findet, ist von Haschem am weitesten weg."

Channa: „Darum das kleine Alef. Es steht da — und ruft nicht."

Vraag aan jouFrage an dich

Kennst du bei euch zu Hause jemanden, der etwas Gutes tut und nichts davon erzählt?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute von einem Menschen in Ihrer Gemeinde, der etwas Wichtiges tut, ohne dass viel davon geredet wird.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Dichterbij komen

Als je een avera doet, zondig je meestal op drie niveaus: in gedachten, spraak en daad. Daarom keren we alles ten goede door goede gedachten, spreken en doen.

Eerst het goede doen: door onze handen te drukken op het offer leggen wij een beetje de zonde af.

Met de widoeij spreken we met woorden onze spijt uit, en door het brengen van de ingewanden en de nieren tonen wij berouw over onze gedachten — de nieren worden gezien als de basis voor de gedachten.

Het bloed van het dier werd op het altaar gesprenkeld om te laten zien hoe het bloed van de zondaar eigenlijk op het altaar gebracht had moeten worden. Bloed van het dier komt daarvoor in de plaats.

Een offer laat zien dat je iets heel verkeerd hebt gedaan. Als het offeren geen shockerend effect had, dan was het het ‚offer van een slechtaard', een waardeloos offer dus, een gruwel.

„Gehoorzamen is beter dan offeren en luisteren is beter dan het vet van alle rammen."

Luisteren, bescheidenheid en Hasjeems opdrachten volgen was de hoofdboodschap van de offers.

*

Hasjeems aanwezigheid is nooit van Jeroesjalajiem weggegaan.

Jeroesjalajiem was niet alleen de hoofdstad, maar ook de stad waar iedere pelgrim-toerist geestelijk als herboren vandaan kwam.

Jeroesjalajiem is „heiliger dan de rest van Israël" omdat vele mitsvot, geboden, alleen in Jeroesjalajiem konden worden uitgevoerd.

Drie maal per jaar, op Pesach, Sjavoe'ot en Soekot, moest iedereen „voor het Aangezicht van Hasjeem verschijnen".

De mitswa van alijat regel (pelgrimstocht) is ook te omschrijven als een soort religieuze vakantie.

Ongeveer 9% van de landbouwproductie werd gespaard als tweede tiende om eten te kopen in Jeroesjalajiem gedurende de chagiem. Dit lijkt op een moderne vakantie: ook tegenwoordig besteden wij 8 tot 9% van ons salaris aan vakantie.

Tijdens de drie jaarlijkse vakanties werd niet alleen de relatie met Hasjeem verdiept, maar ook de onderlinge band tussen Joden uit alle hoeken van het land werd weer aangehaald.

↩ Weet je nog, bij Teroema? Daar kon iedereen nog overal een mizbe'ach bouwen en daar een korban op brengen. Na het egel hazahav was dat voorbij: vanaf toen werden de korbanot gebracht daar waar het Misjkan stond. Hoe het daar toeging, staat in dit hoofdstuk.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … onze Chagamiem, Wijzen ons vertellen dat Adam geschapen werd met aarde van de plaats van het mizbe'ach, altaar uit de Tempel, de plaats van zijn kappara, verzoening?
  • … korbanot, offers, gebracht op dit altaar, uiteindelijk kappara, verzoening zouden schenken voor onze averot en tekortkomingen?
  • … door averot, zonden wij ver verwijderd raken van Hasjeem?
  • … een korban, offer de verbroken eenheid met Hasjeem herstelt en de mens zelf weer beter maakt?
  • … het Iwriet woord voor offer ‚korban' is?
  • … van de stam ‚KaRaV' dat naderbij komen betekent?
  • … als wij een offer brengen we dichter bij Hasjeem komen en kappara, verzoening krijgen?

Woord van de week:Wort der Woche: Korban — Korban komt van de stam KaRaV — ‚naderbij komen'. Wie een korban bracht, kwam dichter bij Hasjeem.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Het Misjkan, het huis van Hasjeem, was nu klaar. Het was precies zo gebouwd als Hasjeem het had gevraagd. Het zag er perfect uit. Niemand kon naar binnen in het Misjkan omdat het Misjkan gevuld was met de Sjechina."

Jedidja: „Zelfs Mosje durfde niet naar binnen. Maar Hasjeem wilde dat Mosje wist dat deze plaats ook voor de mensen gebouwd was. Daarom riep Hasjeem Mosje naar Zich toe om naar het Misjkan te komen. Hasjeem vertelde Mosje waarom het Misjkan gebouwd was en waarvoor het gebruikt zou worden. ‚Mosje', zei Hasjeem, ‚spreek tot de Bnee Jisra'eel. Vertel ze dat wanneer iemand een korban wil brengen het een dieroffer moet zijn.' Hasjeem vertelde aan Mosje over de verschillende offers die je zou kunnen brengen, van geiten, schapen, vogels, koeien, kalveren en lammetjes."

Batsheva: „De kohaniem moesten de korbanot brengen. Hasjeem vertelde aan Mosje precies hoe elk korban voor Hasjeem gebracht moest worden. Iedereen begreep wat zij zelf van het korban zouden krijgen en welk deel van het korban op het mizbe'ach geofferd zou worden. Sommige korbanot werden helemaal op het mizbe'ach verbrand. Zo'n offer heette een ola. Dit betekent opstijgen. Het offer steeg helemaal op tot Hasjeem."

Vraag aan jouFrage an dich

Korban betekent „naderbij komen". Waardoor kom jij tegenwoordig dichter bij Hasjeem, nu niemand meer een korban brengt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind waar uw gezin naartoe zou gaan met de drie chagiem als de Tempel in Jeroesjalajiem er nog stond — en wie uit uw gemeente u onderweg zou tegenkomen.

Duits

Näher kommen

Wenn du eine Awera tust, eine Übertretung, dann tust du sie meistens auf drei Ebenen: in Gedanken, im Sprechen und in der Tat. Darum wenden wir auch alles wieder zum Guten — mit guten Gedanken, gutem Sprechen und guten Taten.

Zuerst das Tun: Indem wir unsere Hände auf das Opfer drückten, legten wir ein Stück der Sünde ab.

Mit dem Widui, dem Bekenntnis, sprachen wir unser Bedauern in Worten aus. Und indem wir die Eingeweide und die Nieren brachten, zeigten wir Reue über unsere Gedanken — die Nieren gelten als die Grundlage der Gedanken.

Das Blut des Tieres wurde auf den Altar gesprengt. Es sollte zeigen, wie eigentlich das Blut dessen, der gesündigt hatte, hätte gebracht werden müssen. Das Blut des Tieres tritt an diese Stelle.

Ein Opfer zeigt, dass du etwas ganz Falsches getan hast. Wenn das Opfern keine erschütternde Wirkung hatte, dann war es „das Opfer eines Bösewichts" — ein wertloses Opfer also, ein Gräuel.

„Gehorchen ist besser als opfern, und hören ist besser als das Fett aller Widder."

Hören, Bescheidenheit und Haschems Aufträge befolgen — das war die Hauptbotschaft der Opfer.

*

Haschems Gegenwart ist nie aus Jeruschalajim weggegangen.

Jeruschalajim war nicht nur die Hauptstadt. Es war auch die Stadt, aus der jeder Pilger geistig wie neugeboren zurückkam.

Jeruschalajim ist „heiliger als der Rest von Israel", weil viele Mizwot, viele Gebote, nur in Jeruschalajim erfüllt werden konnten.

Dreimal im Jahr, an Pessach, Schawuot und Sukkot, musste jeder „vor dem Angesicht Haschems erscheinen".

Die Mizwa der Wallfahrt kann man auch als eine Art religiösen Urlaub beschreiben.

Ungefähr neun Prozent von dem, was die Felder hergaben, wurde als zweiter Zehnt gespart, um davon während der Feste in Jeruschalajim Essen zu kaufen. Das ähnelt einem heutigen Urlaub: Auch wir geben acht bis neun Prozent unseres Gehalts für die Ferien aus.

Und in diesen drei Ferienzeiten im Jahr wurde nicht nur die Beziehung zu Haschem tiefer. Auch das Band zwischen den Juden aus allen Ecken des Landes wurde wieder enger.

↩ Erinnerst du dich an Teruma? Dort durfte noch jeder überall einen Mizbeach bauen und darauf ein Korban bringen. Nach dem goldenen Kalb war damit Schluss: Von da an wurden die Korbanot dort gebracht, wo das Mischkan stand. Wie es dort zuging, steht in diesem Kapitel.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass unsere Chachamim, unsere Weisen, uns erzählen, dass Adam aus Erde von der Stelle des Mizbeach geschaffen wurde, des Altars im Tempel — der Stelle seiner Kappara, seiner Versöhnung?
  • … dass die Korbanot, die auf diesem Altar gebracht wurden, am Ende Kappara für unsere Awerot und unsere Fehler schenken sollten?
  • … dass wir durch Awerot weit von Haschem wegkommen?
  • … dass ein Korban die zerbrochene Einheit mit Haschem wiederherstellt und den Menschen selbst wieder besser macht?
  • … dass das Wort für Opfer auf Iwrit Korban heißt?
  • … dass es vom Wortstamm KaRaW kommt — und dass das „näher kommen" bedeutet?
  • … dass wir also, wenn wir ein Korban bringen, Haschem näher kommen und Kappara bekommen?

Woord van de week:Wort der Woche: Korban — Korban kommt vom Wortstamm KaRaW — ‚näher kommen'. Wer ein Korban brachte, kam Haschem näher.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Das Mischkan, das Haus Haschems, war nun fertig. Es war genau so gebaut, wie Haschem es verlangt hatte. Es sah vollkommen aus. Niemand konnte in das Mischkan hineingehen, denn das Mischkan war erfüllt von der Schechina, von Haschems Gegenwart."

Jedidja: „Sogar Mosche traute sich nicht hinein. Aber Haschem wollte, dass Mosche wusste: Dieser Ort ist auch für die Menschen gebaut. Darum rief Haschem Mosche zu Sich, damit er ins Mischkan käme. Haschem erzählte Mosche, wozu das Mischkan gebaut worden war und wofür es gebraucht werden würde. ‚Mosche', sagte Haschem, ‚sprich zu den Bnej Jisrael. Sag ihnen, dass es ein Tieropfer sein muss, wenn jemand ein Korban bringen will.' Und Haschem erzählte Mosche von den verschiedenen Opfern, die man bringen konnte: von Ziegen, Schafen, Vögeln, Kühen, Kälbern und Lämmern."

Batsheva: „Die Kohanim mussten die Korbanot bringen. Haschem erzählte Mosche genau, wie jedes Korban für Haschem gebracht werden musste. Alle verstanden, was sie selbst von dem Korban bekommen würden und welcher Teil des Korban auf dem Mizbeach geopfert werden würde. Manche Korbanot wurden ganz auf dem Mizbeach verbrannt. So ein Opfer hieß Ola. Das bedeutet: aufsteigen. Das Opfer stieg ganz zu Haschem hinauf."

Vraag aan jouFrage an dich

Korban heißt „näher kommen". Wodurch kommst du Haschem heute näher, wo niemand mehr ein Korban bringt?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind, wohin Ihre Familie zu den drei Festen führe, wenn der Tempel in Jeruschalajim noch stünde — und wen aus Ihrer Gemeinde Sie unterwegs treffen würden.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Niet te zuur en niet te zoet

Bij de offers mocht absoluut geen honing of gist gebruikt worden, maar zout was wel verplicht.

Wat kan dit betekenen? Gist, honing en zout staan symbool voor allerlei menselijke eigenschappen.

Gist wordt altijd gezien als een symbool voor de jetser hara, de kwade neiging. In het Iwriet heet de jetser hara „het gist in het deeg".

Gist blaast het deeg op. Onze minder fraaie eigenschappen blazen ons ‚ik' zo op, dat wij menen dat de wereld alleen voor ons geschapen is.

Gist mag zeker niet gebruikt worden bij offers, omdat de eerste vereiste in de Tora bescheidenheid is. Hoogmoed, het gevoel dat de hele wereld om jou draait en jij het allerbelangrijkst bent, verwijdert je van Hasjeem.

Daarom zijn ook het Pesach-offer en chameets niet met elkaar te verenigen. Het Pesach-offer werd gebracht om de afgod van Egypte te slachten. Wanneer wij dat opeten met onze persoonlijke afgoderij van onszelf — onze ingebeeldheid — gaat dat niet samen.

In Pirké Avot staat een mooi gezegde: jaloezie, lust en eerzucht richten de mens ten gronde. Volgens Chatam Sofeer (18de eeuw) symboliseren gist, honing en zout eerzucht, passie en jaloezie.

Eerzucht komt voort uit hoogmoed en wordt gesymboliseerd door gist, dat het deeg laat rijzen.

Honing, als symbool van het zoete, geeft de lusten en passies weer. Je wilt allemaal lekkere en zoete dingen, die uiteindelijk niet goed voor je zijn.

Zout symboliseert jaloezie. Jaloezie is meestal een verkeerde eigenschap, maar kan soms ten goede worden gebruikt. Jaloezie kan positief werken wanneer het in dienst staat van je persoonlijke groei: „Jaloezie van Geleerden vermeerdert de wijsheid."

Daarom wordt zout wel toegestaan op het altaar. Het devies luidt: „Niet te zuur (gist heet ook wel zuurdesem) en niet te zoet."

Volgens Rabbi Joseef Natanson geeft de Tora aan dat wij altijd de middenweg moeten zoeken.

Maar wat heeft dat zout te betekenen?

↩ Weet je nog, bij Misjpatiem? Daar stond dat bittere ervaringen de mens hard en gevoelloos maken. Hoogmoed werkt andersom: die blaast je zo op dat er alleen nog jijzelf in past. Het resultaat is hetzelfde — voor de anderen is geen plaats meer.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Tora stelt: „Jij zult van uw offers niet weghouden het zout, het verbond met Hasjeem"?
  • … wanneer je voedsel wilt conserveren, je zout gebruikt?
  • … zout ook eeuwigheid symboliseert?
  • … Rabbiner Hirsch (1808–1888) hierin een opdracht ziet om de Tora te „conserveren" en nooit te veranderen, gelijk zout nooit verandert?
  • … zout ons ook herinnert aan de val van Sedom, dat bestookt werd met zwavel en zout?
  • … Sedom ten onder ging aan ongastvrijheid?
  • … wij dat bij ons eten herinneren: zout mag op tafel nooit ontbreken? Gastvrijheid is één van de hoekstenen van het Joodse huis.

Woord van de week:Wort der Woche: Jetzer haRa — Jetser hara betekent: de neiging die naar het slechte trekt. In het Iwriet heet hij ‚het gist in het deeg' — hij blaast op.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Vajikra is het kleinste boek van de Tora. Het heeft maar tien parasjot en 859 pesoekiem. Het eerste boek van de Tora, Bereesjiet, beschrijft alles bij elkaar 2.309 jaar geschiedenis vanaf de Beriat ha'olam. Sjemot beschrijft 140 jaar geschiedenis. Het hele boek Vajikra werd in acht dagen gegeven en geschreven. Het boek Bemidbar beslaat 39 jaar geschiedenis in de woestijn en het hele boek Devariem beschrijft de laatste deraasja van Mosje, die negen weken duurde."

Avigail: „In de Tora wordt de geschiedenis van de eerste 2.488 jaar van de wereld beschreven. Vajikra is ook in plaats beperkt: het hele boek werd uitgesproken aan de voet van de berg Sinaï."

Elisja: „Het eerste woord van Vajikra betekent: ‚en toen riep'. Bij alle mitsvot, opdrachten en alle uitspraken van Hasjeem riep Hasjeem eerst met liefde naar Mosje. En wanneer de Malachiem elkaar oproepen om Hasjeem te prijzen, dan gebeurt dat ook vol liefde, zonder jaloezie of concurrentie, maar alle Malachiem voelen zich volledig één. Dit elkaar vol aardigheid toeroepen van de Malachiem heet de kedoesja, en die staat centraal in onze tefillot."

Jalta: „Hasjeem had een duidelijke voorkeur voor Mosje. Wanneer Hasjeem Zich aan andere profeten openbaarde, wordt er nogal eens een uitdrukking van toeval gebruikt. Hasjeem trof bijvoorbeeld de profeet Bile'am toevallig. Maar bij Mosje wilde Hasjeem davke met Mosje praten."

Vraag aan jouFrage an dich

Zout mag op het altaar, gist en honing niet. Waar houdt bij jou de jaloezie op goed te zijn?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over iemand in uw gemeente op wie u ooit jaloers bent geweest — en of die jaloezie u verder heeft gebracht of juist klein heeft gemaakt.

Duits

Nicht zu sauer und nicht zu süß

Bei den Korbanot durfte auf keinen Fall Honig oder Sauerteig verwendet werden. Salz dagegen war Pflicht.

Was kann das bedeuten? Sauerteig, Honig und Salz stehen als Sinnbilder für allerlei Eigenschaften des Menschen.

Sauerteig gilt seit jeher als Sinnbild für den Jetzer haRa, den bösen Trieb. Auf Iwrit heißt der Jetzer haRa sogar „der Sauerteig im Teig".

Sauerteig bläst den Teig auf. Und unsere weniger schönen Eigenschaften blasen unser „Ich" so auf, dass wir am Ende meinen, die Welt sei allein für uns erschaffen worden.

Bei Korbanot darf Sauerteig deshalb ganz sicher nicht verwendet werden — denn die erste Anforderung in der Tora ist Bescheidenheit. Hochmut, das Gefühl, die ganze Welt drehe sich um dich und du seist der Allerwichtigste, entfernt dich von Haschem.

Darum lassen sich auch das Pessach-Opfer und Chamez, das Gesäuerte, nicht miteinander vereinbaren. Das Pessach-Opfer wurde gebracht, um den Götzen von Mizrajim zu schlachten. Wenn wir das zusammen mit unserer ganz persönlichen Götzenverehrung essen — der Verehrung unserer selbst, unserer Eingebildetheit —, dann geht das nicht zusammen.

In Pirke Awot steht ein schöner Spruch: Neid, Lust und Ehrsucht richten den Menschen zugrunde. Nach dem Chatam Sofer (18. Jahrhundert) stehen Sauerteig, Honig und Salz für Ehrsucht, Leidenschaft und Neid.

Ehrsucht kommt aus dem Hochmut, und dargestellt wird sie durch den Sauerteig, der den Teig aufgehen lässt.

Honig, das Sinnbild des Süßen, gibt die Lüste und Leidenschaften wieder. Du willst lauter leckere und süße Dinge — und am Ende sind sie gar nicht gut für dich.

Salz steht für den Neid. Neid ist meistens eine schlechte Eigenschaft, aber manchmal kann er zum Guten gewendet werden. Neid kann gut wirken, wenn er in den Dienst deines eigenen Wachstums tritt: „Der Neid der Gelehrten mehrt die Weisheit."

Darum ist Salz auf dem Altar sehr wohl erlaubt. Die Losung lautet: „Nicht zu sauer und nicht zu süß."

Nach Rabbi Josef Natanson zeigt die Tora damit an, dass wir immer den Mittelweg suchen sollen.

Aber was hat es nun mit dem Salz auf sich?

↩ Erinnerst du dich an Mischpatim? Dort stand, dass bittere Erfahrungen den Menschen hart und gefühllos machen. Der Hochmut arbeitet andersherum: Er bläst dich auf, bis in dich nur noch du selbst hineinpasst. Das Ergebnis ist dasselbe — für die anderen ist kein Platz mehr.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Tora sagt: „Du sollst das Salz, den Bund mit Haschem, von deinen Opfern nicht fernhalten"?
  • … dass man Salz benutzt, wenn man Lebensmittel haltbar machen will?
  • … dass Salz auch die Ewigkeit versinnbildlicht?
  • … dass Rabbiner Hirsch (1808–1888) darin einen Auftrag sieht, die Tora zu „konservieren" und niemals zu verändern — so wie Salz sich nie verändert?
  • … dass uns das Salz auch an den Untergang von Sedom erinnert, das mit Schwefel und Salz überzogen wurde?
  • … dass Sedom an seiner Ungastlichkeit zugrunde ging?
  • … dass wir bei unserem Essen daran erinnern: Salz darf auf dem Tisch nie fehlen? Gastfreundschaft ist einer der Ecksteine des jüdischen Hauses.

Woord van de week:Wort der Woche: Jetzer haRa — Jetzer haRa heißt: der Trieb, der zum Schlechten zieht. Auf Iwrit nennt man ihn ‚den Sauerteig im Teig' — er bläht auf.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wajikra ist das kleinste Buch der Tora. Es hat nur zehn Paraschot und 859 Verse. Das erste Buch der Tora, Bereschit, beschreibt alles in allem 2309 Jahre Geschichte, gerechnet von der Erschaffung der Welt an. Schemot beschreibt 140 Jahre Geschichte. Das ganze Buch Wajikra wurde in acht Tagen gegeben und geschrieben. Das Buch Bemidbar umfasst 39 Jahre Geschichte in der Wüste, und das ganze Buch Dewarim beschreibt die letzte große Rede von Mosche, die neun Wochen dauerte."

Avigail: „In der Tora wird die Geschichte der ersten 2488 Jahre der Welt beschrieben. Wajikra ist auch dem Ort nach begrenzt: Das ganze Buch wurde am Fuß des Berges Sinai ausgesprochen."

Elischa: „Das erste Wort von Wajikra bedeutet: ‚und dann rief'. Bei allen Mizwot, allen Aufträgen und allen Aussprüchen Haschems rief Haschem zuerst mit Liebe nach Mosche. Und wenn die Malachim, die Engel, einander aufrufen, um Haschem zu preisen, dann geschieht auch das voller Liebe, ohne Neid und ohne Konkurrenz — alle Malachim fühlen sich vollkommen eins. Dieses freundliche Einander-Zurufen der Malachim heißt die Keduscha, und sie steht im Mittelpunkt unserer Tefillot, unserer Gebete."

Jalta: „Haschem hatte eine deutliche Vorliebe für Mosche. Wenn Haschem Sich anderen Propheten offenbarte, wird ziemlich oft ein Ausdruck des Zufalls benutzt. Haschem traf zum Beispiel den Propheten Bilam zufällig. Aber bei Mosche wollte Haschem gerade mit Mosche sprechen."

Vraag aan jouFrage an dich

Salz darf auf den Altar, Sauerteig und Honig nicht. Wo hört bei dir der Neid auf, gut zu sein?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von jemandem in Ihrer Gemeinde, um den Sie einmal geneidet haben — und ob dieser Neid Sie weitergebracht oder kleingemacht hat.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
25 · Tsav Zaw

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Het vuur dat niet uit mocht gaan

Voor de ingang van het Misjkan, het huis van Hasjeem in de woestijn, stond het hele volk. Alle mensen moesten daar van Hasjeem verschijnen. Iedereen verzamelde zich en wachtte.

Toen zei Hasjeem tegen Mosje: „Neem Aharon en zijn zonen en dompel ze onder in een mikwe."

Een mikwe is een soort groot bad in de grond, waarin regenwater ligt. Als je daarin onderdompelt, word je helemaal rein. Dit gebeurde ook met Aharon en zijn zonen.

Daarna deed Mosje Aharon de bijzondere kleren aan. En daarna deed hij ze aan bij de zonen van Aharon. Toen nam Mosje olie en smeerde hij Aharon daarmee in.

Zo werden zij kohaniem — de mannen die dienst doen in het Misjkan.

Zeven dagen lang moesten zij in het Misjkan blijven. Zij kregen de mitsva om het Misjkan te beschermen en te bewaken. Bovendien moesten zij al het werk daar doen.

Eén werk hield nooit op. Op het mizbe'ach, het altaar, brandde vuur. Overdag brandde het. 's Nachts brandde het. Het mocht niet uitgaan.

↩ In Tetsave heb je de prachtige kleren van de kohaniem gezien. Vandaag trekt Mosje ze hun voor het eerst aan.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … iemand die uit gevaar gered was een toda, een dankoffer, bracht — en daarbij veertig broden? Dertig daarvan waren matzebroden en tien niet. (25a)
  • … er offers waren waar de hele familie en de vrienden samen van aten? (25a)
  • … sommige offers nog op dezelfde dag opgegeten moesten worden — en dat je bij andere twee dagen de tijd had? (25a)

Woord van de week:Wort der Woche: Tsav / Zaw — Tsav betekent: Beveel! Zo begint de parasja — Hasjeem zegt tegen Mosje: zeg het tegen Aharon en zijn zonen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Waarom mocht dat vuur nooit uitgaan? Je kunt het de volgende ochtend toch weer aansteken?"

Jochanan: „Het vuur op het mizbe'ach was een eeuwigdurend vuur. Daarom brandt bij ons in sjoel ook een licht dat nooit uitgaat. Het hangt boven de kast met de Tora-rollen."

Channa: „Dan zie ik het dus elke week."

Vraag aan jouFrage an dich

In sjoel brandt een licht dat nooit uitgaat. Wie zorgt ervoor dat het niet uitgaat?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind op Sjabbat in sjoel het licht boven de kast met de Tora-rollen zien en vertel dat het 's nachts ook brandt, als er niemand is.

Duits

Das Feuer, das nicht ausgehen durfte

Vor dem Eingang des Mischkan, des Hauses Haschems in der Wüste, stand das ganze Volk. Alle waren gekommen, Haschem hatte es so gesagt. Und alle warteten.

Dann sagte Haschem zu Mosche: „Nimm Aharon und seine Söhne und tauche sie in einer Mikwe unter."

Eine Mikwe ist ein großes Bad in der Erde, in dem Regenwasser steht. Wer darin untertaucht, wird ganz rein. So geschah es auch mit Aharon und seinen Söhnen.

Danach zog Mosche Aharon die besonderen Kleider an. Und dann zog er sie den Söhnen an. Zuletzt nahm er Öl und rieb Aharon damit ein.

So wurden sie Kohanim — die Männer, die im Mischkan Dienst tun.

Sieben Tage lang blieben sie im Mischkan. Sie sollten es beschützen und bewachen. Und sie sollten die ganze Arbeit dort tun.

Eine Arbeit hörte nie auf. Auf dem Altar brannte ein Feuer. Am Tag brannte es. In der Nacht brannte es. Es durfte nicht ausgehen.

↩ In Tezawe hast du die prächtigen Kleider der Kohanim gesehen. Heute zieht Mosche sie ihnen zum ersten Mal an.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass jemand, der aus einer Gefahr gerettet worden war, ein Dankopfer brachte — und dazu vierzig Brote? Dreißig davon waren Mazzebrote und zehn waren gesäuertes Brot. (25a)
  • … dass es Opfer gab, von denen die ganze Familie und die Freunde zusammen aßen? (25a)
  • … dass manche Opfer noch am selben Tag aufgegessen werden mussten — und dass man bei anderen zwei Tage Zeit hatte? (25a)

Woord van de week:Wort der Woche: Tsav / Zaw — Zaw heißt: Befiehl! So fängt die Parascha an — Haschem sagt zu Mosche: Sag es Aharon und seinen Söhnen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Warum durfte das Feuer nie ausgehen? Man kann es doch am nächsten Morgen wieder anzünden."

Jochanan: „Das Feuer auf dem Altar war ein Feuer für immer. Darum brennt bei uns in der Schul auch ein Licht, das nie ausgeht. Es hängt über dem Schrank mit den Tora-Rollen."

Channa: „Dann sehe ich es also jede Woche."

Vraag aan jouFrage an dich

In der Schul brennt ein Licht, das nie ausgeht. Wer sorgt dafür, dass es nicht ausgeht?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie Ihrem Kind am Schabbat in der Schul das Licht über dem Schrank mit den Tora-Rollen und sagen Sie ihm, dass es auch in der Nacht brennt, wenn niemand da ist.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Zeven dagen bij de ingang

Aharon en zijn zonen krijgen een moeilijke opdracht: „Jullie moeten aan de ingang van de Ohel Mo'eed, de Tent van Samenkomst, dag en nacht, zeven dagen lang blijven zitten."

Is dit wel mogelijk? Ook Aharon en zijn zoons waren maar mensen. Zij moesten eten, drinken en slapen en af en toe naar het toilet.

Is het mogelijk dat Aharon en zijn kinderen zeven dagen lang, dag en nacht, aan de ingang van de Ohel Mo'eed zouden blijven zitten? Nee!

Alleen zolang er dienst was en zij op hun post moesten staan, waren zij gebonden aan de Ohel Mo'eed. Maar na afloop van de dienst was hun wachttaak over. Dan mochten zij naar huis.

De pasoek geeft aan, dat je tijdens de dienst aanwezig moet zijn. Een koheen mag de dienst niet links laten liggen en vertrekken. Dat is ook wat er staat bij een koheen gadol (hogepriester): „Hij mag het Heiligdom niet verlaten en de Woning van Hasjeem zo ontwijden."

Wanneer leidt vertrek van de koheen gadol tot chiloel, ontwijding? Dat is het moment wanneer er dienst is. De opdracht is duidelijk: je hebt een mitsva, een gewijde opdracht, die je niet zomaar links kan laten liggen om maar te doen waar je zin in hebt.

De Tora is voor altijd bedoeld. Haar opdrachten zijn voor iedereen bestemd. Ook deze opdracht voor de kohaniem is aan ons allemaal gericht. De Tora eist trouw.

Wij hebben tegenwoordig geen kohaniem en geen Misjkan of Mikdasj meer. Maar de sjoel wordt vergeleken met het Beet hamikdasj. Onze tefillot, gebeden, komen in plaats van de korbanot, de offers.

Daarom moet ons davvenen lijken op een korban. Net als de korbanot, de offers, grote aandacht vereisten en iedere verkeerde gedachte het offer ongeschikt maakte, zo ook moeten onze gebeden vrij zijn van foute gedachten.

We moeten staand davvenen, net zoals de kohaniem de offerdienst staand uitvoerden, zoals staat geschreven: „om te staan en dienst te doen" (Devariem 18:5). Kohaniem moesten hun voeten naast elkaar zetten bij de dienst. Zo ook moeten wij met gesloten voeten de Sjemonee Esree (het achttiengebed) davvenen.

↩ In Vajikra heb je gelezen: luisteren, bescheidenheid en de opdrachten van Hasjeem opvolgen — dat was de hoofdboodschap van de offers. Deze week staat de vraag ernaast of je ook blijft als het lang duurt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je een vaste plaats om te davvenen moet hebben in sjoel, net zoals de offers ieder een vaste plaats kenden?
  • … wij mooie kleren moeten aanhebben bij het davvenen, zoals de kohaniem hun prachtige priestergewaden droegen tijdens de dienst?
  • … iedereen een korban mocht brengen, mannen, vrouwen en ook niet-Joden?
  • … onze Chagamiem zeggen dat een korban niet gestolen mag zijn? Het moet van jezelf zijn!
  • … er verschillende soorten offers zijn als kappara? Als een koheen gadol of een koning een fout maakte, brachten ze een koe als offer. Als een gewoon mens een fout maakte, bracht hij meestal een geit of schaap als offer. Arme mensen brachten twee duiven. En als je heel erg arm was, bracht je een offer van meel.

Woord van de week:Wort der Woche: Sjemonee Esree / Schemone Esre — Het achttiengebed. Je davvent het staand, met de voeten dicht naast elkaar — precies zoals de kohaniem stonden bij de dienst.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „De offerdieren zijn eigenlijk allemaal dieren met hoorns. Met hoorns heb je de neiging om af en toe te stoten en te pesten. Sommige mensen vinden het leuk om af en toe iemand anders een duw te geven, te laten vallen of te laten huilen. Meestal doen wij hiermee een avera, zowel ten opzichte van Hasjeem als ten opzichte van onze medemens."

Channa: „Als je lesjon hara spreekt dan doe je een avera tegenover iemand anders maar ook tegenover Hasjeem. Daarom brengen wij offers met twee hoorns. Want onze meeste averot zijn zowel tegenover Hasjeem als tegenover een vriendje of een vriendinnetje. Maar toen Adam, de eerste mens, een avera deed, was dat alleen tegenover Hasjeem. Er waren nog geen andere mensen. Daarom bracht Adam een dier met één hoorn als korban."

Jochanan: „Na Matan Tora zijn alle mensen voor elkaar verantwoordelijk geworden. Als de een iets doet, voelt de ander dat heel snel. Als de een iets slechts doet, vindt de ander dat vervelend. Als de een iets goeds doet, dan vindt de ander dat heel prettig."

Jerachmi'eel: „Maar hetzelfde geldt tegenover Hasjeem. Als we ‚alleen maar' tegenover Hasjeem een avera doen, dan is dat ook slecht voor andere mensen. Je geeft het slechte voorbeeld. Hoe belangrijker de mens is, hoe groter is de schade die hij maakt door een avera. Daarom bestaan er ook verschillende korbanot. De koning of koheen gadol brengt daarom een groter offer."

Vraag aan jouFrage an dich

Aharon en zijn zonen mochten na de dienst naar huis — maar er middenin niet weglopen. Waaraan merk jij bij jezelf of iets nog „middenin" is?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vanavond over iets wat u hebt afgemaakt terwijl u er middenin veel liever iets anders had gedaan — en hoe dat daarna voelde.

Duits

Sieben Tage am Eingang

Aharon und seine Söhne bekommen einen schweren Auftrag: „Ihr sollt am Eingang des Ohel Moed, des Zeltes der Begegnung, sitzen bleiben — Tag und Nacht, sieben Tage lang."

Geht das überhaupt? Auch Aharon und seine Söhne waren nur Menschen. Sie mussten essen, trinken und schlafen und ab und zu auf die Toilette.

Ist es möglich, dass Aharon und seine Kinder sieben Tage lang, Tag und Nacht, am Eingang des Ohel Moed sitzen blieben? Nein!

Gebunden waren sie nur, solange Dienst war und sie auf ihrem Posten stehen mussten. War der Dienst zu Ende, war auch ihre Wache zu Ende. Dann durften sie nach Hause.

Der Vers sagt: Während des Dienstes musst du da sein. Ein Kohen darf den Dienst nicht liegen lassen und weggehen. Dasselbe steht beim Kohen Gadol, dem obersten Kohen: „Er darf das Heiligtum nicht verlassen und die Wohnung Haschems damit entweihen."

Wann wird das Weggehen des Kohen Gadol zu Chilul, zur Entweihung? In dem Augenblick, in dem Dienst ist. Der Auftrag ist klar: Du hast eine Mizwa, einen geweihten Auftrag — und den kannst du nicht einfach liegen lassen, um zu tun, wozu du gerade Lust hast.

Die Tora ist für immer gemeint. Ihre Aufträge gelten allen. Auch dieser Auftrag an die Kohanim ist an uns alle gerichtet. Die Tora verlangt Treue.

Heute haben wir keine Kohanim mehr, kein Mischkan und kein Bet haMikdasch. Aber die Schul wird mit dem Bet haMikdasch verglichen. Unsere Tefillot, unsere Gebete, treten an die Stelle der Korbanot.

Darum soll unser Beten einem Korban ähneln. Die Korbanot, die Opfer, verlangten große Aufmerksamkeit, und jeder falsche Gedanke machte ein Opfer untauglich. Genauso sollen unsere Gebete frei von falschen Gedanken sein.

Wir beten im Stehen, so wie die Kohanim ihren Dienst im Stehen taten. Es steht geschrieben: „um zu stehen und Dienst zu tun" (Dewarim 18,5). Die Kohanim mussten dabei die Füße nebeneinandersetzen. Und genauso beten wir die Schemone Esre, das Achtzehngebet, mit geschlossenen Füßen.

↩ In Wajikra hast du gelesen: Hören, Bescheidenheit und Haschems Aufträge befolgen — das war die Hauptbotschaft der Opfer. Diese Woche steht die Frage daneben, ob man auch dableibt, wenn es lange dauert.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass du in der Schul einen festen Platz zum Beten haben sollst — so wie jedes Opfer seinen festen Platz hatte?
  • … dass wir zum Beten schöne Kleider anziehen sollen, so wie die Kohanim bei ihrem Dienst die prächtigen Priestergewänder trugen?
  • … dass jeder ein Korban bringen durfte — Männer, Frauen und auch Nichtjuden?
  • … dass unsere Chachamim sagen, ein Korban dürfe nicht gestohlen sein? Es muss dir selbst gehören.
  • … dass es für die Kappara, die Versöhnung, verschiedene Opfer gab? Machte ein Kohen Gadol oder ein König einen Fehler, brachten sie eine Kuh. Ein gewöhnlicher Mensch brachte meistens eine Ziege oder ein Schaf. Arme Menschen brachten zwei Tauben. Und wer sehr arm war, brachte ein Opfer aus Mehl.

Woord van de week:Wort der Woche: Sjemonee Esree / Schemone Esre — Das Achtzehngebet. Man betet es im Stehen, mit den Füßen dicht nebeneinander — genau so standen die Kohanim bei ihrem Dienst.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Die Opfertiere sind eigentlich alles Tiere mit Hörnern. Und mit Hörnern hat man die Neigung, ab und zu zu stoßen und zu ärgern. Manche Menschen finden es lustig, einem anderen einen Schubs zu geben, ihn hinfallen oder weinen zu lassen. Meistens tun wir damit eine Awera, eine Übertretung — gegenüber Haschem und gegenüber unserem Mitmenschen."

Channa: „Wenn du Laschon hara sprichst, schlecht über andere redest, dann tust du eine Awera gegenüber einem anderen Menschen, aber auch gegenüber Haschem. Darum bringen wir Opfer mit zwei Hörnern. Denn die meisten unserer Awerot sind beides zugleich: etwas gegen Haschem und etwas gegen einen Freund oder eine Freundin. Als Adam, der erste Mensch, eine Awera tat, war das nur gegenüber Haschem — andere Menschen gab es ja noch nicht. Darum brachte Adam ein Tier mit einem Horn als Korban."

Jochanan: „Seit Matan Tora, seit die Tora gegeben wurde, sind alle Menschen füreinander verantwortlich. Wenn der eine etwas tut, spürt der andere es sehr schnell. Tut der eine etwas Schlechtes, findet der andere das unangenehm. Tut der eine etwas Gutes, freut sich der andere darüber."

Jerachmiel: „Aber dasselbe gilt gegenüber Haschem. Wenn wir ‚nur' gegenüber Haschem eine Awera tun, ist das trotzdem schlecht für andere Menschen. Du gibst das schlechte Beispiel. Je wichtiger ein Mensch ist, desto größer ist der Schaden, den er mit einer Awera anrichtet. Darum gibt es auch verschiedene Korbanot. Der König oder der Kohen Gadol bringt deshalb ein größeres Opfer."

Vraag aan jouFrage an dich

Aharon und seine Söhne durften nach dem Dienst nach Hause — aber mittendrin nicht weggehen. Woran merkst du bei dir selbst, ob etwas noch „mittendrin" ist?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute Abend von einer Sache, die Sie zu Ende gebracht haben, obwohl Sie mittendrin viel lieber etwas anderes getan hätten — und wie es sich danach anfühlte.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Een beetje olie dat nooit opraakte

„Mosje nam de sjemen hamisjcha, de zalfolie, en zalfde het Misjkan. Daarna goot hij de zalfolie op het hoofd van Aharon en zalfde hem om hem te heiligen."

Wat is het geheim van deze zalfolie, die zo een belangrijke rol speelt? Ook de Joodse verlosser in de eindtijd heet niet de Go'eel (bevrijder) maar Masji'ach — de gezalfde.

De eerste zalfolie van Mosje zou voor lange tijd meegaan. Wanneer het derde Beet Hamikdasj zal worden herbouwd, zullen wij dezelfde olie gebruiken, die Mosje gemaakt heeft bij de inwijding van het Misjkan en van Aharon.

Het was maar een beetje olie wat Mosje had gemaakt. Toch ging het eindeloos lang mee. Het was onuitputtelijk. Waarom heeft Hasjeem olie uitgekozen om het Misjkan, de kohaniem, de koningen en de Masji'ach in te wijden?

Olie zorgt ervoor, dat alle machines goed lopen. Olie haalt eruit wat er in zit en brengt dat gesmeerd naar buiten. Olie zorgt ervoor, dat alles functioneert.

Dat olie alles eruit haalt wat er in zit gold ook voor het Misjkan en de kohaniem. De kohaniem en het Misjkan werden niet geheiligd door de zalfolie. De zalfolie liet alleen zien, dat de priesters en de voorwerpen van het Heiligdom die kedoesja (heiligheid) bezaten. Daarom was een heel klein beetje zalfolie al voldoende.

Het lijkt een beetje op het aansteken van de ene kaars met een andere. De aanraking van de volgende pit is maar even. Het branden van iedere volgende kaars komt door de eerste opgepiept'.

Hetzelfde geldt voor de zalfolie. De zalfolie brengt de innerlijke kedoesja, heiligheid, alleen maar naar buiten. Deze kedoesja had Hasjeem al in de genen van de kohaniem gelegd. Ook de kinderen van de kohaniem en koningen (die ook gezalfd worden) hadden een erfelijke aanleg voor kehoena, priesterschap, of meloecha, koningschap. De voorwerpen in het Misjkan kregen kedoesja door de opdracht van Hasjeem en de goede bedoelingen van de makers.

De zalfolie leert ons dat kedoesja er niet „ingestampt" kan worden. Het moet er al in zitten en kan door inspiratie opgewekt en naar buiten worden gebracht. Maar als het eenmaal in de ouderlijke genen zit, gaat het door naar de volgende generatie.

↩ Vorige week ging het over een eigenschap die je bij Hasjeem vandaan brengt. Deze week gaat het over een eigenschap die al in je zit en er alleen uit gehaald hoeft te worden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … op het mizbe'ach verschillende vuren brandden?
  • … er wel drie stapels met hout waren, die allemaal brandden?
  • … er ook een Hemels vuur was? Het altaar werd door dat Hemelse vuur van binnenuit verwarmd!
  • … er ook een gewoon aards vuur brandde op het mizbe'ach?
  • … het Hemelse vuur van Hasjeem het aardse vuur van de kohaniem ondersteunde? Omdat het Hemelse vuur het altaar beschermde, verbrandde het koper van het mizbe'ach niet!
  • … je daarom kan begrijpen hoe het mogelijk was dat het altaar niet kapot ging?
  • … er dag en nacht vuur brandde? Vele honderden jaren was het vreselijk heet op het mizbe'ach. Toch ging het niet kapot!
  • … het Hemelse vuur van Hasjeem ervoor zorgde dat het gewone hete vuur een beetje weg bleef van het altaar?
  • … de koheen gadol dagelijks een mincha moest brengen?
  • … de koheen gadol dat helemaal zelf moest betalen elke dag?
  • … de ene helft van het mincha 's ochtends werd gebracht en de andere helft 's middags?
  • … de koheen gadol zijn eigen privé-korban moest brengen?
  • … de koheen gadol dit moest brengen omdat hij zichzelf eerst moest verbeteren en daarna anderen moest helpen zich te verbeteren?
  • … dit een belangrijke les is: verbeter de wereld, begin bij jezelf?
  • … heel het Joodse volk kappara kreeg van de koheen gadol?

Woord van de week:Wort der Woche: sjemen hamisjcha / Schemen haMischcha — De zalfolie. Mosje maakte haar één keer — en zij was genoeg voor alles wat daarna kwam.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Vuur is een symbool voor enthousiasme. Enthousiasme kan van binnen komen maar ook van buiten. Het innerlijke vuur dat je van binnen voelt is onze nesjama. Het uiterlijke, het aardse vuur, dat zijn onze eigen inspanningen."

Batsheva: „Begrijpen jullie de boodschap? Willen wij het Jodendom echt brandend houden dan moeten we een nesjama hebben. Maar ook moeten we veel doen om dat vuur brandend te houden. Daarom moeten we ons in de praktijk uitsloven om veel te doen voor het Jodendom."

Jair: „Wanneer ons uiterlijke vuur niet door onze nesjama brandend wordt gehouden, zouden we al helemaal niet veel meer doen aan het Jodendom. Het vuur van binnen ondersteunt het vuur van buiten."

Jedidja: „Als je je van binnen echt positief voelt over het Jodendom, dan uit zich dat ook naar buiten. Je gaat dingen doen naar buiten en geeft daarmee aan dat je het Jodendom belangrijk vindt."

Sjlomtsi: „Het vuur op het mizbe'ach is een eeuwigdurend vuur. Daarom branden wij in onze sjoel ook een neer tamied. Dat is een eeuwig brandend licht in de sjoel. Maar anderen zeggen dat dat neer tamied in onze sjoel komt van één altijd durende lamp in de Menora. Er bleef altijd één lampje branden, ook al was er niet voldoende olie in de Menora."

Vraag aan jouFrage an dich

Eli noemt twee vuren, het innerlijke en het uiterlijke. Jair zegt dat het innerlijke het uiterlijke overeind houdt. Welke van de twee houdt bij jou op dit moment de ander brandend — en waaraan merk je dat?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind wie het uit zijn vriendenkring kent die iets lang volhoudt — en of het denkt dat die dat uit zichzelf doet of omdat de anderen meedoen.

Duits

Ein bisschen Öl, das nie ausging

„Mosche nahm den Schemen haMischcha, das Salböl, und salbte damit das Mischkan. Danach goss er das Salböl auf Aharons Kopf und salbte ihn, um ihn zu heiligen."

Was ist das Geheimnis dieses Salböls, das eine so wichtige Rolle spielt? Auch der jüdische Erlöser am Ende der Zeit heißt nicht Goel, Befreier, sondern Maschiach — der Gesalbte.

Das erste Salböl, das Mosche gemacht hatte, sollte sehr lange halten. Wenn das dritte Bet haMikdasch wieder aufgebaut wird, werden wir dasselbe Öl gebrauchen, das Mosche bei der Einweihung des Mischkan und bei der Einweihung Aharons gemacht hat.

Es war nur ein bisschen Öl. Trotzdem hielt es endlos lange; es war unerschöpflich. Warum hat Haschem ausgerechnet Öl gewählt, um das Mischkan, die Kohanim, die Könige und den Maschiach einzuweihen?

Öl sorgt dafür, dass Maschinen gut laufen. Öl holt heraus, was drinsteckt, und bringt es geschmeidig nach außen. Öl sorgt dafür, dass alles läuft.

Dass Öl herausholt, was drinsteckt, galt auch für das Mischkan und die Kohanim. Sie wurden durch das Salböl nämlich nicht heilig gemacht. Das Salböl zeigte nur, dass die Kohanim und die Geräte des Heiligtums diese Keduscha, diese Heiligkeit, bereits besaßen. Darum reichte schon ein ganz kleines bisschen davon.

Es ist ein wenig wie das Anzünden einer Kerze an einer anderen. Der nächste Docht wird nur einen Augenblick berührt. Dass jede folgende Kerze brennt, kommt von der ersten — sie holt das Brennen heraus.

Genauso das Salböl: Es bringt die innere Keduscha, die Heiligkeit, nur nach außen. Diese Keduscha hatte Haschem den Kohanim schon in die Anlage gelegt. Auch die Kinder der Kohanim und der Könige, die ebenfalls gesalbt werden, hatten eine vererbte Anlage zur Kehuna, zum Priesteramt, oder zur Melucha, zum Königtum. Die Geräte im Mischkan bekamen ihre Keduscha durch Haschems Auftrag und durch die guten Absichten derer, die sie gemacht hatten.

Das Salböl lehrt uns, dass Keduscha sich nicht „einstampfen" lässt. Sie muss schon da sein. Durch Begeisterung kann sie geweckt und nach außen gebracht werden — und wenn sie einmal in der Anlage der Eltern steckt, geht sie weiter an die nächste Generation.

↩ Vorige Woche ging es um eine Eigenschaft, die dich von Haschem wegbringt. Diese Woche geht es um eine, die längst in dir liegt und nur herausgeholt werden muss.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass auf dem Mizbeach verschiedene Feuer brannten?
  • … dass es sogar drei Holzstapel gab, die alle brannten?
  • … dass es auch ein himmlisches Feuer gab? Der Altar wurde von diesem himmlischen Feuer von innen erwärmt!
  • … dass außerdem ein gewöhnliches, irdisches Feuer auf dem Mizbeach brannte?
  • … dass Haschems himmlisches Feuer das irdische Feuer der Kohanim unterstützte? Weil das himmlische Feuer den Altar schützte, verbrannte das Kupfer des Mizbeach nicht!
  • … dass du daran verstehen kannst, wie es möglich war, dass der Altar nicht kaputtging?
  • … dass Tag und Nacht Feuer brannte? Viele hundert Jahre lang war es furchtbar heiß auf dem Mizbeach. Trotzdem ging er nicht kaputt!
  • … dass Haschems himmlisches Feuer dafür sorgte, dass das gewöhnliche heiße Feuer ein wenig vom Altar wegblieb?
  • … dass der Kohen Gadol täglich eine Mincha bringen musste?
  • … dass er sie jeden Tag ganz allein bezahlen musste?
  • … dass die eine Hälfte der Mincha am Morgen gebracht wurde und die andere Hälfte am Nachmittag?
  • … dass der Kohen Gadol sein eigenes, privates Korban bringen musste?
  • … dass er das bringen musste, weil er zuerst sich selbst verbessern und danach anderen helfen sollte, sich zu verbessern?
  • … dass darin eine wichtige Lehre steckt: Verbessere die Welt — fang bei dir selbst an?
  • … dass das ganze jüdische Volk Kappara, Versöhnung, vom Kohen Gadol bekam?

Woord van de week:Wort der Woche: sjemen hamisjcha / Schemen haMischcha — Das Salböl. Mosche machte es ein einziges Mal — und es reichte für alles, was danach kam.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Feuer ist ein Sinnbild für Begeisterung. Und Begeisterung kann von innen kommen, aber auch von außen. Das innere Feuer, das du in dir spürst, ist unsere Neschama, unsere Seele. Das äußere, das irdische Feuer — das sind unsere eigenen Anstrengungen."

Batschewa: „Versteht ihr die Botschaft? Wenn wir das Judentum wirklich brennend halten wollen, dann brauchen wir eine Neschama. Aber wir müssen auch viel tun, um dieses Feuer am Brennen zu halten. Darum müssen wir uns in der Praxis anstrengen und viel für das Judentum tun."

Jair: „Und wenn unser äußeres Feuer nicht von der Neschama am Brennen gehalten wird, dann würden wir bald überhaupt nicht mehr viel für das Judentum tun. Das Feuer von innen stützt das Feuer von außen."

Jedidja: „Wenn du das Judentum innerlich wirklich gut findest, dann zeigt sich das auch nach außen. Du fängst an, Dinge zu tun — und gibst damit zu erkennen, dass dir das Judentum wichtig ist."

Schlomzi: „Das Feuer auf dem Mizbeach ist ein ewig brennendes Feuer. Darum brennt bei uns in der Schul auch ein Ner Tamid — ein Licht, das immer brennt. Andere sagen allerdings, dass unser Ner Tamid von der einen immer brennenden Lampe in der Menora herkommt. Dort blieb ja immer ein Lämpchen brennen, auch wenn nicht genug Öl in der Menora war."

Vraag aan jouFrage an dich

Eli nennt zwei Feuer, das innere und das äußere. Jair sagt, das innere stützt das äußere. Welches von beiden hält bei dir gerade das andere am Brennen — und woran merkst du das?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind, wen es aus seinem Freundeskreis kennt, der etwas lange durchhält — und ob es glaubt, dass dieser Mensch das aus sich heraus tut oder weil die anderen mitmachen.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
26 · Sjemini Schmini

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De achtste dag

Aharon en zijn zoons begonnen met hun taken en diensten in het Misjkan. Zij werkten zeven dagen lang. Op de achtste dag werd het Misjkan echt geopend. Alle mensen kwamen bij elkaar.

Hasjeem gaf Aharon en zijn zonen opdracht om speciale korbanot (offers) te offeren om deze bijzondere dag te vieren. Nadat de korbanot gebracht waren, gaf Aharon een beracha aan het volk. Toen zegenden zowel Mosjee als Aharon het volk.

Daarna rustte de Roe'ach Hasjeem — de Geest van Hasjeem — op het Misjkan. Er kwam een vuur uit het kodesj hakodasjiem van het Misjkan en de korbanot werden verbrand.

Daarna deden twee zoons van Aharon een grote avera. Nadav en Avihoe brachten ketoret (rookwerk) in het Misjkan, maar dat mochten ze helemaal niet doen. Dat was een grote avera. Hasjeem stuurde toen een vuur uit de Hemel. Beide jongens overleefden dat niet.

Aharon was heel triest en treurig. Mosjee vertelde aan zijn broer Aharon dat zijn kinderen Nadav en Avihoe een grote avera hadden gedaan, maar dat zij toch grote mensen waren en dat Hasjeem toch van ze hield. Dit troostte Aharon en hij kon doorgaan met zijn werk in het Misjkan.

Ook Elazar en Itamar, de broers van Nadav en Avihoe, waren erg verdrietig. En ook zij waren sterk.

Wat is koosjer?

Hasjeem zei tegen Mosjee en Aharon: „Vertel de Bnee Jisra'eel dat er een aantal dieren zijn die je wel mag eten en een aantal dieren, die je niet mag eten."

Je mag wel eten van grote dieren, zoals koeien, wanneer zij gespleten hoeven hebben en hun eten herkauwen.

Herkauwen betekent dat wanneer ze gras hebben gegeten en hebben ingeslikt dat weer naar boven komt uit de maag in de mond om daar verder gekauwd te worden in nóg kleinere stukjes.

Maar als het dier alleen één van beide heeft — óf alleen maar herkauwt, óf wel gespleten hoeven heeft maar niet herkauwt — dan is het níet koosjer. Dat betekent dat je het dier dus niet mag eten.

Van de vissen mag je alleen maar eten de vissen die vinnen én schubben hebben in het water.

Verschillende vogels mag je ook niet eten, zoals roofvogels. Een voorbeeld van een roofvogel is een arend of een sperwer. Een kalkoen is koosjer en eend en kip en haan zijn allemaal koosjer.

↩ De tent waar toen iedereen iets voor meebracht — wol, zilver, hout: vandaag gaat hij voor het eerst open.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een vis koosjer blijft, ook al vallen de schubben en vinnen af wanneer je de vis uit het water haalt?
  • … één schub en één vin al genoeg is om een vis koosjer te maken?
  • … elke vis met schubben ook vinnen heeft?
  • … koosjere vissen wel een ruggengraat hebben en treife vissen geen ruggengraat?

Woord van de week:Wort der Woche: Schmini

Wat het betekentWas es bedeutet

Arielle: „Maar waarom dan? Een koe en een kameel zien er allebei toch heel vriendelijk uit."

Eli: „Het ligt niet aan hoe ze eruitzien. Hasjeem heeft gezegd: eet koosjer — dan kunnen jullie meer kadosj worden, net zoals Hasjeem kadosj is."

Arielle: „Meer kadosj. Alleen van eten?"

Eli: „Hasjeem heeft er nog iets bij gezegd: ‚Ik ben Degene die jullie uit Egypte heeft gevoerd om jullie Hasjeem te zijn. Jullie zullen heilig zijn, want Ik ben kadosj!' — Het gaat dus niet om de dieren. Het gaat om ons. Wat er in je gaat, heeft ermee te maken wat er van je wordt."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom mogen wij geen roofdieren of insecten eten?

Sjabbat Sjalom!

👪 Ga vanavond samen met uw kind naar de koelkast en zoek een product waarbij je moet nakijken of het koosjer is — en praat erover wie dat eigenlijk controleert.

Duits

Der achte Tag

Sieben Tage lang hatten Aharon und seine Söhne im Mischkan gearbeitet und geübt — jeden Handgriff, jeden Dienst in dem Zelt, in dem man Haschem dient. Am achten Morgen war es kein Üben mehr: Heute wurde das Mischkan wirklich geöffnet. Das ganze Volk kam zusammen.

Haschem sagte Aharon und seinen Söhnen, welche besonderen Korbanot — Opfergaben — sie an diesem großen Tag bringen sollten. Als die Korbanot gebracht waren, sprach Aharon einen Segen über das Volk. Danach segneten Mosche und Aharon das Volk gemeinsam.

Dann kam der Geist Haschems auf das Mischkan herab. Aus dem Allerheiligsten fuhr ein Feuer heraus, und die Korbanot verbrannten.

Danach taten zwei Söhne von Aharon eine große Awera — so heißt es, wenn jemand tut, was Haschem verboten hat. Nadaw und Awihu trugen Räucherwerk in das Mischkan hinein. Das durften sie gar nicht. Das war eine große Awera. Haschem schickte ein Feuer vom Himmel. Die beiden lebten nicht mehr.

Aharon war sehr traurig. Da kam Mosche zu seinem Bruder und sagte ihm: Ja, deine Söhne haben eine große Awera getan. Aber sie waren große Menschen. Und Haschem hatte sie lieb.

Das tröstete Aharon. Er konnte weiterarbeiten in seinem Mischkan. Auch Elasar und Itamar, die Brüder von Nadaw und Awihu, waren sehr traurig. Und auch sie waren stark.

Was ist koscher?

Haschem sagte zu Mosche und Aharon: „Sagt den Bnej Jisrael: Es gibt Tiere, die dürft ihr essen. Und es gibt Tiere, die dürft ihr nicht essen."

Bei großen Tieren, zum Beispiel bei einer Kuh, musst du auf zwei Dinge schauen.

Das Erste: Hat das Tier gespaltene Hufe? Das Zweite: Käut es wieder?

Wiederkäuen geht so: Das Tier frisst Gras und schluckt es hinunter. Dann kommt das Gras aus dem Magen wieder herauf in den Mund, und das Tier kaut es noch einmal — in noch kleinere Stücke.

Nur wenn beides stimmt, ist das Tier koscher. Hat es nur eines von beiden — nur die Hufe oder nur das Wiederkäuen —, dann ist es nicht koscher. Dann darf man es nicht essen.

Bei Fischen schaust du auch auf zwei Dinge: Flossen und Schuppen. Beide zusammen, im Wasser — dann darf man den Fisch essen.

Und bei den Vögeln? Raubvögel darf man nicht essen. Ein Adler ist ein Raubvogel, ein Sperber auch. Huhn und Hahn aber, Ente und Truthahn — die sind koscher.

↩ Das Zelt, für das damals alle etwas mitgebracht haben — Wolle, Silber, Holz: Heute geht es zum ersten Mal auf.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Fisch koscher bleibt, auch wenn ihm die Schuppen und Flossen abfallen, sobald man ihn aus dem Wasser holt?
  • … dass eine einzige Schuppe und eine einzige Flosse schon genügen, damit ein Fisch koscher ist — von jeder der beiden Sorten also eine, mehr braucht es nicht?
  • … dass jeder Fisch, der Schuppen hat, auch Flossen hat — immer?
  • … dass koschere Fische eine Wirbelsäule haben und treife Fische keine?

Woord van de week:Wort der Woche: Schmini — Schmini heißt ‚der achte'. Sieben Tage wurde geübt — der achte war der Tag, an dem es losging.

Wat het betekentWas es bedeutet

Arielle: „Aber warum denn? Eine Kuh und ein Kamel sehen doch beide ganz freundlich aus."

Eli: „Es liegt nicht daran, wie sie aussehen. Haschem hat gesagt: Esst koscher — dann könnt ihr heiliger werden, so wie Ich heilig bin."

Arielle: „Heiliger. Nur vom Essen?"

Eli: „Haschem hat noch etwas dazugesagt: ‚Ich bin es, der euch aus Ägypten herausgeführt hat. Ihr sollt heilig sein, denn Ich bin heilig.' — Es geht also nicht um die Tiere. Es geht um uns. Was in dich hineingeht, hat etwas damit zu tun, was aus dir wird."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum dürfen wir keine Raubtiere und keine Insekten essen — was denkst du?

Schabbat Schalom!

👪 Gehen Sie heute Abend mit Ihrem Kind an den Kühlschrank und suchen Sie zu dritt oder viert ein Lebensmittel, bei dem man nachschauen muss, ob es koscher ist — und sprechen Sie darüber, wer das eigentlich prüft.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Wie doet maar alsof?

Hebben jullie je weleens afgevraagd waarom Hasjeem zoveel niet-kosjere dieren geschapen heeft? Dit is een test. Hasjeem wil kijken of wij sterk genoeg zijn om die dieren niet te eten die Hasjeem niet-kosjer heeft verklaard.

Maar ook die hele speciale kasjroet-eigenschappen zijn belangrijk. Wat kunnen de kosjere kenmerken — gespleten hoeven en herkauwen — van de dieren ons leren?

Allereerst is de chazier (varken) voor ons verboden. Vreemd, want het chazier heeft in ieder geval één kosjer kenmerk: de gespleten hoeven. De chazier lijkt kosjer. Hij strekt zijn poten naar voren, alsof hij wil zeggen: „kijk eens hoe kosjer ik ben!". Want hij heeft wel gespleten hoeven maar hij herkauwt niet, en daarom is hij niet kosjer.

Het lijkt wel een bedrieger. En hij is een beetje schijnheilig. Deze schijnheiligheid is nog veel erger dan echte oneerlijkheid. Chanifoet, schijnheiligheid en oneerlijkheid, is een slechte eigenschap, die we niet moeten aanleren.

Onze Chagamiem leggen uit dat bij de dieren die maar één kosjer teken hebben, er eerst het kosjere kenmerk wordt vermeld in de Tora en pas daarna het niet-kosjere kenmerk. Kijk maar naar de kameel: eerst staat er dat hij wel herkauwend is, en pas daarna staat dat hij geen gespleten hoeven heeft.

Ditzelfde vind je ook bij het konijn, de haas en het chazier. De Tora vermeldt eerst het kosjere kenmerk en daarna het niet kosjere.

Nog iets anders opmerkelijks van de kosjere kenmerken vinden we bij de ooievaar, die in de Tora chasida wordt genoemd. De chasida wordt tussen de onreine, treife dieren opgesomd. De Talmoed vraagt: „Waarom wordt zij chasida genoemd?" En het antwoord luidt: „omdat zij goed is voor haar soortgenoten".

Onze Chagamiem vragen zich af waarom de chasida dan treife is. Het lijkt toch heel goed wanneer je aardig bent voor een ander? Maar als je dieper kijkt, begrijp je waarom de Tora hier negatief tegenover staat. Het is geen goede eigenschap om alleen maar goed te zijn voor de eigen soortgenoten en onderscheid te maken tussen de ene mens en de andere mens. Daarom is de chasida onrein, omdat ze zich alleen om haar eigen soortgenoten bekommert en alleen voor haar eigen soort zorgt.

↩ In de tewa gingen van de reine dieren zeven paren mee en van de andere maar één. Rein en niet-rein bestond dus al lang vóór dit hoofdstuk — nieuw is hier pas waaraan je het ziet.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een koheen in het Misjkan — de tent waarin men Hasjeem diende — geen wijn mocht drinken? Hij moest altijd het verschil kunnen vertellen tussen kadosj (heilig) en niet-kadosj — en wie gedronken heeft, maakt makkelijk een fout.
  • … de Tora bij de vogels alleen opsomt welke je niet mag eten? Alle andere vogels die bij de rabbaniem als kosjer bekend zijn, mag je wel eten.
  • … er op veel producten een klein teken staat — een hechsjer — waaraan je ziet dat iemand gecontroleerd heeft of ze kosjer zijn?
  • … een kosjere vis vinnen en schubben moet hebben om kosjer te zijn?

Woord van de week:Wort der Woche: Chanifut

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Daniël zat in de leeuwenkuil. Wat was er gebeurd? De Perzische koning Darius stuurde een bevel uit, dat iedereen die in de komende maand zou davvenen tot een andere G'd of macht dan de koning zelf, gestraft zou worden. De dienaren van de koning hoopten zo een val uit te zetten voor Daniël, omdat ze wisten dat hij vaak tot Hasjeem davvende."

Elisja: „Maar Daniël liet zich niet uit het veld slaan. Hij bleef drie keer per dag, 's ochtends, 's middags en 's avonds, davvenen in de richting van Jeroesjalajiem. Zijn vijanden aan het hof betrapten hem en verklikten hem bij de koning. Zij eisten dat hij in de leeuwenkuil gegooid zou worden."

Channa: „Darius hield veel van Daniël. Hij wilde hem eigenlijk niet straffen. Maar hij kon de druk van zijn lakeien niet weerstaan. Hij moest Daniël veroordelen tot de leeuwenkuil. Darius had een slapeloze nacht. De volgende ochtend vroeg haastte hij zich naar de leeuwenkuil en riep uit: ‚Daniël, dienaar van de levende G'd, was de G'd die u constant dient in staat om u te redden uit de leeuwenkuil?'"

Elisja: „Daniël was gered! De leeuwen konden Daniël geen kwaad doen vanwege de grote kedoesja, die van hem uitstraalde."

Eli: „Deze kedoesja had Daniël, omdat hij nooit treife dieren had gegeten. — Merken jullie iets? De chazier strekt zijn poten uit en laat zien wat hij zogenaamd is. Daniël liet niets zien. Toch was het aan hem te zien — zelfs de leeuwen zagen het."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom steekt een chazier zijn gespleten hoeven uit naar voren?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel — zonder namen en zonder voorbeelden uit het gezin: waaraan merk je eigenlijk dat iemand alleen maar doet alsof er iets in orde is?

Duits

Wer tut nur so?

Hast du dich das schon einmal gefragt: Warum hat Haschem eigentlich so viele nicht-koschere Tiere erschaffen?

Es ist eine Prüfung. Haschem will sehen, ob wir stark genug sind, die Tiere nicht zu essen, die Er nicht-koscher genannt hat.

Und die koscheren Zeichen — gespaltene Hufe und Wiederkäuen — was können die uns beibringen?

Fang beim Chasir an, beim Schwein. Es ist uns verboten. Merkwürdig eigentlich, denn ein koscheres Zeichen hat es ja: die gespaltenen Hufe. Es liegt da und streckt die Füße nach vorn, als wollte es sagen: „Schaut nur, wie koscher ich bin!" Aber es käut nicht wieder. Also ist es nicht koscher.

Es ist wie ein Betrüger. Es tut fromm. Und Fromm-Tun ist schlimmer als offene Unehrlichkeit. Chanifut — sich frömmer geben, als man ist — sollen wir uns nicht angewöhnen.

Unsere Chachamim haben etwas bemerkt: Bei Tieren mit nur einem koscheren Zeichen nennt die Tora immer zuerst das koschere und erst danach das andere. Schau dir das Kamel an: Zuerst steht da, dass es wiederkäut — und erst danach, dass es keine gespaltenen Hufe hat. Dasselbe gilt beim Kaninchen, beim Hasen — und beim Chasir.

Noch etwas Merkwürdiges steht in der Liste. Der Storch heißt in der Tora Chasida — und er steht mitten unter den treifen Tieren. Der Talmud fragt: Warum heißt sie überhaupt Chasida? Weil sie gut ist zu ihresgleichen.

Da fragen unsere Chachamim zurück: Warum ist sie dann treife? Nett sein — das klingt doch gut. Aber schau genauer hin: nur zu den Eigenen gut sein und einen Unterschied machen zwischen dem einen Menschen und dem anderen — das ist keine gute Eigenschaft. Darum ist die Chasida unrein.

↩ In der Tewa waren von den reinen Tieren sieben Paare an Bord und von den anderen nur eines. Rein und nicht rein gab es also lange vor diesem Kapitel — neu ist hier erst, woran man es sieht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Kohen im Mischkan — dem Zelt, in dem man Haschem diente — keinen Wein trinken durfte? Er musste jederzeit klar unterscheiden können, was kadosch (heilig) ist und was nicht — und wer getrunken hat, macht dabei leicht einen Fehler. (aus Evers' Unterstufen-Blatt 26a)
  • … dass die Tora bei den Vögeln nur aufzählt, welche man nicht essen darf? Alle übrigen, die den Rabbanim als koscher bekannt sind, sind erlaubt.
  • … dass auf vielen Lebensmitteln ein kleines Zeichen gedruckt ist — ein Hechscher —, an dem man sieht, dass jemand geprüft hat, ob sie koscher sind?
  • … dass ein koscherer Fisch Flossen und Schuppen haben muss, um koscher zu sein?

Woord van de week:Wort der Woche: Chanifut — Chanifut heißt: sich besser zeigen, als man ist. Nicht lügen mit Worten — lügen mit dem Auftreten.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Daniel saß in der Löwengrube. Was war geschehen? Der persische König Darius ließ einen Befehl ausgehen: Wer im nächsten Monat zu einem anderen G'tt oder zu einer anderen Macht betet als zum König selbst, wird bestraft. Die Diener des Königs hatten sich das ausgedacht — eine Falle für Daniel. Sie wussten ja, dass er oft zu Haschem dawwent."

Elischa: „Daniel ließ sich davon nicht abbringen. Dreimal am Tag dawwente er weiter — morgens, mittags und abends, in Richtung Jeruschalajim. Seine Feinde bei Hofe ertappten ihn und verrieten ihn beim König. Sie verlangten, dass man ihn in die Löwengrube wirft."

Channa: „Darius hatte Daniel sehr gern. Er wollte ihn eigentlich gar nicht bestrafen. Aber dem Druck seiner Höflinge hielt er nicht stand. Er musste Daniel verurteilen. In dieser Nacht hat Darius kein Auge zugetan. Früh am nächsten Morgen lief er zur Grube und rief hinunter: ‚Daniel, Diener des lebendigen G'ttes — war der G'tt, dem du unaufhörlich dienst, imstande, dich aus der Löwengrube zu retten?'"

Elischa: „Daniel war gerettet. Die Löwen konnten ihm nichts anhaben — wegen der großen Keduscha, der Heiligkeit, die von ihm ausging."

Eli: „Diese Keduscha hatte Daniel, weil er nie treife Tiere gegessen hatte. — Merkt ihr etwas? Das Chasir streckt die Füße vor und zeigt her, was es angeblich ist. Daniel hat gar nichts gezeigt. Man hat es trotzdem an ihm gesehen — sogar die Löwen."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum streckt ein Chasir seine gespaltenen Hufe nach vorn?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend in die Runde — ohne Namen und ohne Beispiele aus der Familie: Woran merkt man eigentlich, dass jemand nur so tut, als sei etwas in Ordnung?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Tegen de stroom in

Sommigen zien vinnen en schubben als een symbool van kracht. Alleen een vis die tegen de stroom in kan zwemmen, is kosjer. Dat betekent ook iets voor ons leven. Het is een symbool. Je moet jezelf durven zijn, tegen de mening van andere vriendjes of vriendinnetjes in durven gaan. Dat is pas een kosjer siman!

Als een vis kosjer is, heeft hij schubben en vinnen. Dit heten simaniem. Een teken of kenmerk noem je siman (bij koeien zijn kosjere simaniem: gespleten hoeven en herkauwen).

Veroorzaken de simaniem nu het kasjroet, of zijn het alleen maar herkenningstekens?

Stel, dat alle koeien als soort kosjer zijn maar dat er bij deze ene koe een van de kosjere simaniem ontbreekt (bijvoorbeeld door genetische verandering): hij is een koe die wel herkauwt maar geen gespleten hoeven heeft.

Als de kosjere simaniem — gespleten hoeven en herkauwen — de oorzaak zijn van het kasjroet, dan is deze ene koe niet kosjer.

Maar als je zegt, dat de simaniem alleen maar herkenningstekens zijn, dan maakt het niet zo veel uit of bij deze ene koe geen duidelijke kosjere simaniem aanwezig zijn. De soort is immers kosjer. En dus zal deze ene koe — die bijvoorbeeld geen gespleten hoeven heeft — ook wel kosjer zijn.

Even terug naar de vissen. De Tora gebruikt het woord ‚vin' en het woord ‚schub' in het enkelvoud. Hieruit leidden onze Chagamiem af, dat zelfs één vin en één schub voldoende zijn om een vis kosjer te maken. Ook wanneer de simaniem pas later — bijvoorbeeld als de vis ouder is — ontstaan, is dat reeds nu voldoende om de vis te eten. Zelfs wanneer de vinnen of schubben afvallen wanneer je de vis uit het water haalt, is het nog oké. Er staat immers in de Tora „in de zee".

↩ Avraham heette de Iwri — ‚die van de andere kant'. De hele wereld stond aan de ene kant, hij aan de andere. Een vis die tegen de stroom in zwemt, draagt dezelfde titel.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … schubben en vinnen alleen kosjere simaniem zijn als ze gescheiden kunnen worden van de huid van de vis?
  • … schubben soms niet herkenbaar zijn omdat ze te dun zijn maar wanneer je ze in een doek wikkelt of in een kom water doet, de schubben loskomen en de vis kosjer is?
  • … er vissen zijn die wel vinnen hebben maar geen schubben?
  • … als je dus schubben ziet op een vis je niet meer naar de vinnen hoeft te zoeken om het dier kosjer te maken — want elke vis, die schubben heeft ook vinnen heeft?

Woord van de week:Wort der Woche: Siman

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Kasjroet is één van die vele mitsvot, die ons er telkens aan herinneren, dat we Joods zijn. Waarom heeft G'd zoveel niet-kosjere dieren geschapen? De Midrasj geeft hierop als antwoord, dat dit een test is. Hasjeem wil kijken of wij voldoende wilskracht hebben om van de treife dieren af te blijven.

Toch mogen wij niet denken, dat wij veel tekort komen. De Midrasj stelt, dat Hasjeem zegt, dat voor ieder plezier dat door de Tora verboden wordt, iets vergelijkbaars weer toegestaan is. Hasjeem zegt: ‚Ik heb jullie verboden om bloed te eten. Maar toch heb Ik jullie toegestaan om lever te eten, die vol zit met bloed. Ik heb jullie verboden chazier (varken) te eten. Maar daartegenover heb Ik de vis sjiboeta toegestaan, die smaakt naar varkensvlees. Ik heb jullie het dragen van sja'atneez verboden. Maar tsietsiet van wol en linnen heb Ik weer toegestaan. Vet van runderen heb Ik jullie verboden, maar jullie mogen wel vet van herten en reeën eten.'

We komen dus niets tekort. Toch heeft kasjroet een diepere betekenis. Dat staat aangeduid aan het eind van de sidra: ‚Ik ben Hasjeem, Uw G'd. U zult Uzelf heiligen en U zult heilig zijn omdat Ik heilig ben.'"

Arielle: „Kosjer eten geeft ons extra kedoesja. Dit zien we bij Daniël. De Perzische koning Darius hield veel van Daniël, maar hij kon de druk van zijn hovelingen niet weerstaan. Daniël had tot Hasjeem gedavvend. Dat was toen strafbaar. Koning Darius moest Daniël veroordelen tot de leeuwenkuil. Daniël was gered! De leeuwen konden Daniël geen kwaad doen vanwege zijn grote kedoesja, omdat hij nooit treife dieren had gegeten."

Vraag aan jouFrage an dich

Is een koe die niet herkauwt door genetische manipulatie kosjer? In het hoofdstuk ontbreekt bij de koe het andere teken — zeg er dus ook bij welk van de twee antwoorden je gebruikt, en of het verschil maakt welk van de twee tekens ontbreekt.

Sjabbat Sjalom!

👪 Neem de zin ‚alleen een vis die tegen de stroom in kan zwemmen, is kosjer' letterlijk en vraag uw kind: wanneer is tegen de stroom in gaan een teken van kracht — en wanneer is het alleen maar dwarsliggen?

Duits

Gegen den Strom

Manche sehen Flossen und Schuppen als Sinnbild der Kraft: Koscher ist nur ein Fisch, der gegen den Strom schwimmen kann. Das bedeutet auch etwas für dein Leben: Du musst es wagen, du selbst zu sein — auch gegen die Meinung deiner Freunde. Das ist erst ein koscherer Siman.

Ein koscherer Fisch hat Schuppen und Flossen. Solche Merkmale heißen Simanim. Ein Siman ist ein Kennzeichen. Bei einer Kuh sind es: gespaltene Hufe und Wiederkäuen.

Machen die Simanim die Kaschrut — oder zeigen sie sie bloß an?

Angenommen, Kühe sind als Art koscher, aber einer Kuh fehlt ein Siman — etwa durch eine genetische Veränderung: Sie käut wieder, hat aber keine gespaltenen Hufe.

Sind die Simanim die Ursache der Kaschrut, dann ist diese Kuh nicht koscher.

Sagst du aber, die Simanim seien nur Erkennungszeichen, dann macht es nicht viel aus, dass sie bei dieser Kuh fehlen. Die Art ist ja koscher — also ist auch diese Kuh koscher.

Und zurück zu den Fischen. Die Tora schreibt „Flosse" und „Schuppe" in der Einzahl. Daraus haben unsere Chachamim abgeleitet: Eine Flosse und eine Schuppe genügen. Auch wenn die Simanim erst später entstehen, reicht das jetzt schon. Und selbst wenn Flossen oder Schuppen abfallen, wenn man den Fisch aus dem Wasser holt, ist es in Ordnung. In der Tora steht schließlich: „im Meer".

↩ Awraham hieß der Iwri — ‚der von der anderen Seite'. Die ganze Welt stand auf der einen Seite, er auf der anderen. Ein Fisch, der gegen den Strom schwimmt, trägt denselben Titel.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Schuppen und Flossen nur dann koschere Simanim sind, wenn man sie von der Haut des Fisches abtrennen kann?
  • … dass Schuppen manchmal so dünn sind, dass man sie gar nicht erkennt — und dass sie sichtbar werden, wenn man den Fisch in ein Tuch wickelt oder in eine Schüssel Wasser legt? Dann lösen sie sich, und der Fisch ist koscher.
  • … dass es Fische gibt, die zwar Flossen haben, aber keine Schuppen?
  • … dass du, wenn du an einem Fisch Schuppen siehst, nach den Flossen gar nicht mehr suchen musst — weil jeder Fisch mit Schuppen auch Flossen hat?

Woord van de week:Wort der Woche: Siman — Siman, Mehrzahl Simanim: ein Kennzeichen. Die Frage dieses Kapitels ist, ob ein Kennzeichen etwas macht — oder nur etwas verrät.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Kaschrut ist eine von den vielen Mizwot, die uns immer wieder daran erinnern, dass wir jüdisch sind. Aber warum hat G'tt überhaupt so viele nicht-koschere Tiere erschaffen? Der Midrasch antwortet: Das ist eine Prüfung. Haschem will sehen, ob wir genug Willenskraft haben, die treifen Tiere in Ruhe zu lassen.

Trotzdem dürfen wir nicht denken, dass wir zu kurz kommen. Der Midrasch sagt: Zu jedem Vergnügen, das die Tora verbietet, ist etwas Vergleichbares wieder erlaubt. Haschem sagt: ‚Ich habe euch verboten, Blut zu essen — aber die Leber, die voller Blut ist, habe ich euch erlaubt. Ich habe euch verboten, Chasir zu essen — aber dafür habe ich euch den Fisch Schibuta erlaubt, der nach Schweinefleisch schmeckt. Ich habe euch verboten, Scha'atnes zu tragen — aber Zizit aus Wolle und Leinen habe ich euch erlaubt. Das Fett von Rindern habe ich euch verboten — aber das Fett von Hirschen und Rehen dürft ihr essen.'

Wir kommen also nirgends zu kurz. Und trotzdem hat Kaschrut eine tiefere Bedeutung. Sie steht am Ende der Sidra: ‚Ich bin Haschem, euer G'tt. Ihr sollt euch heiligen, und ihr sollt heilig sein, weil Ich heilig bin.'"

Arielle: „Koscher essen gibt uns zusätzliche Keduscha — Heiligkeit. Man sieht es an Daniel. Der persische König Darius mochte ihn sehr, aber dem Druck seiner Höflinge hielt er nicht stand. Daniel hatte zu Haschem gedawwent. Das war damals strafbar. König Darius musste Daniel zur Löwengrube verurteilen. Daniel wurde gerettet: Die Löwen konnten ihm nichts anhaben, wegen seiner großen Keduscha — weil er nie treife Tiere gegessen hatte."

Vraag aan jouFrage an dich

Ist eine Kuh, die durch genetische Veränderung nicht mehr wiederkäut, koscher? Im Kapitel fehlt der Kuh das andere Zeichen — sag also auch, welche der beiden Antworten du benutzt, und ob es einen Unterschied macht, welches der beiden Zeichen fehlt.

Schabbat Schalom!

👪 Nehmen Sie Evers' Satz ‚Nur ein Fisch, der gegen den Strom schwimmen kann, ist koscher' beim Wort und fragen Sie Ihr Kind: Wann ist Gegen-den-Strom-Schwimmen ein Zeichen von Kraft — und wann ist es nur Trotz?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
27 · Tazria Tasria

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Wat erin gaat en wat eruit komt

Er zijn veel mensen die ontzettend precies zijn met wat ze in hun mond steken. Maar niet zo precies met wat er uit hun mond komt.

De eerste groep let heel precies op het kasjroet.

De tweede groep let niet erg op lasjon hara — kwaadsprekerij over andere mensen.

Daarom komt Tazria direct na parsjat Sjemini. In Sjemini werden de verboden dieren besproken. Zo wordt duidelijk dat allebei even belangrijk zijn.

Je moet opletten wat je eet. Maar ook wat je zegt!

↩ Weet je nog, die kleine letter aan het begin van Vajikra? Mosje wilde niet groot opschrijven dat Hasjeem hém geroepen had. Ook dat gaat over woorden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er vroeger een teken was dat je kon zien? Een witte vlek op de huid. Die heette tsara'at. (27a, wist je dat 1)
  • … je daarmee naar een koheen ging? Zo heetten de mannen uit de familie van Aharon die in het huis van Hasjeem dienden. (27a, wist je dat 1+2)
  • … de koheen soms zei: „Kom over zeven dagen terug"? Dan keek hij nog een keer heel goed. (27a, wist je dat 2)
  • … de vlek ook weer weg kon gaan? Dan was je weer beter. (27a, wist je dat 4)

Woord van de week:Wort der Woche: Tazria — Tazria betekent: als een vrouw een kind krijgt. Met die woorden begint de parsja.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: ‚Heb je er wel eens over nagedacht wat voor een ziekte de tsara'at is? Kan het een gewone ziekte zijn? Dat lijkt mij niet, want ook kleren of huizen kunnen tsara'at krijgen.'

Ariella: ‚Tsara'at was een straf voor lasjon hara. Mensen die opschepten, kwaad spraken of roddelden over anderen, moesten erg oppassen.'

Asarja: ‚En het trof niet één iemand. Het gold voor twee: degene die lasjon hara sprak en degene die ernaar luisterde.'

Vraag aan jouFrage an dich

Heb jij vandaag iets gehoord dat je liever niet doorvertelt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond aan tafel over één woord dat u zelf ooit goed heeft gedaan — en vraag uw kind naar het zijne.

Duits

Was hineingeht und was herauskommt

Es gibt viele Menschen, die passen ganz genau auf, was sie in den Mund hineinstecken. Aber nicht so genau darauf, was aus ihrem Mund herauskommt.

Die einen achten sehr genau auf ihr Essen. Sie wissen von jedem Bissen, ob er koscher ist.

Die anderen achten nicht so genau auf Laschon hara — auf schlechtes Reden über andere Menschen.

Darum kommt Tasria gleich nach Schemini. In Schemini ging es um die Tiere, die man nicht essen darf. So wird deutlich: Beides ist gleich wichtig.

Du musst aufpassen, was du isst. Aber auch, was du sagst!

↩ Weißt du noch, der kleine Buchstabe am Anfang von Wajikra? Mosche wollte nicht groß hinschreiben, dass Haschem ihn gerufen hat. Auch das ist eine Sache der Wörter.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass es früher ein Zeichen gab, das man sehen konnte? Ein weißer Fleck auf der Haut. Er hieß Zaraat. (27a, Wist je dat 1)
  • … dass man damit zu einem Kohen ging? So hießen die Männer aus Aharons Familie, die im Haus Haschems dienten. (27a, Wist je dat 1+2)
  • … dass der Kohen manchmal sagte: „Komm in sieben Tagen wieder"? Dann schaute er noch einmal ganz genau hin. (27a, Wist je dat 2)
  • … dass der Fleck auch wieder weggehen konnte? Dann war man wieder gesund. (27a, Wist je dat 4)

Woord van de week:Wort der Woche: Tazria — Tasria heißt: wenn eine Frau ein Kind bekommt. Mit diesen Wörtern fängt die Parascha an.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Hast du schon einmal darüber nachgedacht, was für eine Krankheit Zaraat eigentlich ist? Kann das eine ganz normale Krankheit sein? Ich glaube nicht. Auch Kleider und Häuser konnten Zaraat bekommen."

Ariella: „Zaraat war eine Strafe für Laschon hara. Wer angab, wer schlecht redete, wer über andere tratschte — der musste gut aufpassen."

Asarja: „Und es traf nicht nur einen. Es galt für zwei: für den, der schlecht redete, und für den, der zuhörte."

Vraag aan jouFrage an dich

Hast du heute etwas gehört, das du lieber nicht weitererzählst?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute am Tisch von einem einzigen Wort, das Ihnen selbst einmal gutgetan hat — und fragen Sie Ihr Kind nach seinem.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Twee keer kijken

„En de koheen moet naar de huidaanslag kijken." Zo staat het in de Tora, voor het geval dat de koheen iemand voor zich heeft van wie men denkt dat hij melaats is. En aan het einde van dezelfde zin staat het nog een keer: „En de koheen moet naar hem kijken."

Is dat niet dezelfde opdracht?

Misschien is het volgende een goede uitleg. Eerst moet de koheen ontdekken of het een beginnende tsara'at, melaatsheid is of niet.

Als het melaatsheid is, moet er worden rechtgezet wat er is misgegaan. Maar die tsara'at kan drie oorzaken hebben. Je kon haar krijgen als straf voor drie averot, zonden: kwaadsprekerij, hoogmoed en gierigheid.

Drie oorzaken — en maar één verschijnsel. Van buiten zie je aan de vlek niet welke van de drie het was.

Alleen door goed naar hem te kijken én een gesprek met hem aan te gaan kan de koheen ontdekken waaraan deze aangetaste persoon lijdt. Pas dan kan hij hem goed helpen om zijn leven te beteren.

De Tora ziet tsara'at als een ingrijpen van Hasjeem in het intermenselijk verkeer.

De eerste keer ziet de koheen de vlek. De tweede keer ziet hij de mens.

↩ Weet je nog, de drie niveaus uit Vajikra — gedachte, woord en daad? Kijk nog eens naar de drie oorzaken van tsara'at. Het zijn dezelfde drie.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Talmoed vertelt dat een kind in de buik van zijn moeder de hele Tora leert — en bij de geboorte alles weer vergeet? Ieder mens heeft zijn eigen deel in de Tora, en dat begint in de buik. Zijn hele leven lang zoekt hij het terug, zoals je een verloren voorwerp zoekt. (27a, zone 1)
  • … iemand met tsara'at zijn kleren moest scheuren, zijn haar moest laten groeien en een doek over zijn hoofd moest dragen? Hij moest iedereen zelf vertellen dat hij onrein was — zodat ze niet te dichtbij kwamen. (27a, wist je dat 3)
  • … er drie soorten tsara'at zijn? Op je huid, op je kleren of op je huis. (27c, wist je dat)
  • … tsara'at niet te vergelijken is met lepra? Lepra begint met een donkere zwelling van de huid. Tsara'at bracht helemaal geen zwelling mee, maar juist een witte vlek die dieper leek te liggen. (27c, wist je dat)

Woord van de week:Wort der Woche: Lasjon hara — Lasjon hara betekent letterlijk ‚kwade tong'. Bedoeld wordt: kwaadspreken over anderen — ook als het waar is.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: ‚Eén vraag laat me niet los. Vorige week ging het over welke dieren je mag eten. En nu, meteen daarna, gaat het over de mens. Waarom in die volgorde? Rasjie vraagt zich dat ook af.'

Immanuel: ‚Rabbi Simlai geeft daar antwoord op. Net zoals Adam, de eerste mens, pas gevormd werd nadat alle dieren geschapen waren — al het vee, alle wilde dieren en alle vogels —, zo worden ook de diniem, de voorschriften over de mens, pas na het vee, wild en vogels uitgelegd.'

Eli: ‚Dit heeft ook een diepere betekenis. Adam werd eerst geschapen uit de aarde. Toen bestond er nog geen groot verschil tussen mensen en dieren. Pas later gaf Hasjeem ieder mens een nesjamma, een ziel uit de Hemel. Daardoor kwam de mens veel hoger te staan dan de dieren.'

Channa: ‚Dan snap ik de volgorde. Eerst komt wat een dier is en wat je ervan mag eten. En daarna komt de mens — en bij hem is één blik niet genoeg.'

Vraag aan jouFrage an dich

De koheen kijkt twee keer: één keer naar de vlek, één keer naar de mens. Bij wie in jouw dag zou een tweede keer kijken iets veranderen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over een keer dat u iemand bij de eerste blik verkeerd inschatte — en wat er bij de tweede blik anders bleek.

Duits

Zweimal hinschauen

„Und der Kohen soll die Stelle auf der Haut ansehen." So steht es in der Tora, für den Fall, dass der Kohen einen Menschen vor sich hat, von dem man denkt, er habe Zaraat. Und am Ende desselben Satzes steht es noch einmal: „Und der Kohen soll ihn ansehen."

Ist das nicht derselbe Auftrag?

Vielleicht hilft folgende Erklärung. Zuerst muss der Kohen herausfinden, ob es überhaupt eine beginnende Zaraat ist oder nicht.

Und wenn es Zaraat ist, dann muss in Ordnung gebracht werden, was schiefgelaufen ist. Aber diese Zaraat konnte drei Ursachen haben. Man konnte sie bekommen für drei Awerot, drei Übertretungen: schlecht über andere reden, Hochmut und Geiz.

Drei Ursachen — und nur eine einzige Erscheinung. Von außen sieht man dem Fleck nicht an, welche der drei es war.

Nur wenn der Kohen ihn genau ansieht und ein Gespräch mit ihm führt, kann er herausfinden, woran dieser Mensch leidet. Erst dann kann er ihm richtig helfen, sein Leben in Ordnung zu bringen.

Die Tora sieht Zaraat als ein Eingreifen Haschems in das, was zwischen Menschen geschieht.

Beim ersten Mal sieht der Kohen den Fleck. Beim zweiten Mal sieht er den Menschen.

↩ Weißt du noch, die drei Ebenen aus Wajikra — Gedanke, Wort und Tat? Sieh dir die drei Ursachen der Zaraat noch einmal an. Es sind dieselben drei.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Talmud erzählt, ein Kind lerne im Bauch seiner Mutter die ganze Tora — und vergesse bei der Geburt alles wieder? Jeder Mensch hat seinen eigenen Teil an der Tora, und er beginnt im Bauch. Sein Leben lang sucht er ihn zurück, wie man einen verlorenen Gegenstand sucht. (27a, Zone 1)
  • … dass ein Mensch mit Zaraat seine Kleider einreißen, sein Haar wachsen lassen und ein Tuch über dem Kopf tragen musste? Er musste allen selbst sagen, dass er unrein war — damit sie ihm nicht zu nahe kamen. (27a, Wist je dat 3)
  • … dass es drei Arten von Zaraat gab? Auf der Haut, auf den Kleidern und auf dem Haus. (27c, Wist je dat)
  • … dass Zaraat nichts mit Lepra zu tun hat? Lepra beginnt mit einer dunklen Schwellung. Zaraat brachte gar keine Schwellung, sondern einen weißen Fleck, der tiefer zu liegen schien. (27c, Wist je dat)

Woord van de week:Wort der Woche: Lasjon hara — Laschon hara heißt wörtlich ‚böse Zunge'. Gemeint ist: schlecht über andere reden — auch dann, wenn es stimmt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Eine Frage geht mir nicht aus dem Kopf. Vorige Woche ging es darum, welche Tiere man essen darf. Und jetzt, gleich danach, geht es um den Menschen. Warum in dieser Reihenfolge? Raschi fragt das auch."

Immanuel: „Rabbi Simlai gibt die Antwort. So wie Adam, der erste Mensch, erst geformt wurde, nachdem alle Tiere geschaffen waren — alles Vieh, alle wilden Tiere und alle Vögel —, so werden auch die Dinim, die Vorschriften über den Menschen, erst nach Vieh, Wild und Vögeln erklärt."

Eli: „Das hat noch eine tiefere Bedeutung. Adam wurde zuerst aus der Erde geschaffen. Damals gab es zwischen Menschen und Tieren noch keinen großen Unterschied. Erst später gab Haschem jedem Menschen eine Neschama, eine Seele aus dem Himmel. Dadurch kam der Mensch viel höher zu stehen als die Tiere."

Channa: „Dann verstehe ich die Reihenfolge. Erst kommt, was ein Tier ist und was man von ihm essen darf. Und danach kommt der Mensch — und bei ihm genügt ein Blick nicht."

Vraag aan jouFrage an dich

Der Kohen sieht zweimal hin: einmal den Fleck, einmal den Menschen. Bei wem in deinem Tag würde ein zweites Hinsehen etwas verändern?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einem Mal, an dem Sie jemanden beim ersten Hinsehen falsch eingeschätzt haben — und was beim zweiten Mal anders aussah.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Zelfs op Sjabbat

„En op de achtste dag zal hij besneden worden." Dit is de beriet mila. Maar wat als die achtste dag een Sjabbat is? Op Sjabbat mogen wij geen wond maken.

Toch is de beriet mila belangrijker. Zij gebeurt ook dan.

Deze mitsva werd al veel eerder gegeven aan Avraham, in Bereesjiet. Onze pasoek, ons vers, licht een extra aspect toe: op de achtste dag — en zelfs op Sjabbat.

Maar waarom? In de Midrasj wordt hier een masjal, een vergelijking, gegeven. Twee ministers kwamen voor de koning. Niemand wist wie hoger in rang was. Toen liet de één de ander voorgaan. En iedereen begreep: degene die voorging, is de belangrijkste.

Hetzelfde geldt voor de verhouding tussen de Sjabbat en de beriet mila.

Sjabbat is zo belangrijk als de hele Tora. Toch is de beriet mila groter — omdat daardoor dertien verbonden tussen Hasjeem en het Joodse volk werden gesloten. De besnijdenis schuift de Sjabbat terzijde.

Hoe komt dat? De beriet mila drukt het stempel van het Jodendom op de persoon. Sjabbat is het teken van het verbond tussen Hasjeem en het Joodse volk. Eerst moet je dit besnijdenisverbond zijn aangegaan. Pas daarna kan men werkelijk Sjabbat houden.

Sjabbat is de getuigenis dat Hasjeem Hemel en aarde heeft geschapen. De beriet mila is het teken dat wij Hasjeems dienaar zijn. Alleen getuigen dat Hasjeem Hemel en aarde heeft geschapen is onvoldoende. We moeten ook weten dat wij Zijn dienaar zijn en Zijn mitsvot in acht nemen. Dit is ons doel in het leven.

De meforsjiem, verklaarders, gaan verder in op de vraag: waarom mag de beriet mila alleen overdag gebeuren en niet 's nachts?

De Tora maakt een contrast. Misdadig bloedvergieten geschiedt vaak 's nachts. De dag is het symbool voor het goede: besnijden is geen verminking maar een verbond — en een verbond is iets goeds.

Zo staat ook bij de eerste besnijdenis uit de geschiedenis: „Midden op deze dag werden Awraham en Jisjma'eel, zijn zoon, besneden" (Bereesjiet 17:26).

Hetzelfde geldt voor offerbloed. Offers konden alleen overdag gebracht worden.

↩ Weet je nog, Avraham was negenennegentig toen hij het teken van het verbond kreeg. Hier staat wanneer het sindsdien gebeurt: op de achtste dag.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Rabbenoe Bachja ibn Pakoeda (11e eeuw) de beriet mila met een korban, een offer, vergelijkt? Hij denkt dat er een mitsva, een verplichting, is tot een se'oeda bij de besnijdenis — een maaltijd. (27c, wist je dat 2)
  • … men de offers moest eten waardoor er kappara, verzoening, plaatsvindt? Daarom maakt men ook een se'oeda op de dag van de besnijdenis. (27c, wist je dat 2)
  • … de beriet mila ook een opoffering is voor de ouders — om hun kind zo te zien lijden? (27c, wist je dat 2)
  • … de mila kappara geeft als een korban? (27c, wist je dat 2)
  • … daarom de mila ook op de achtste dag is bepaald? Pas vanaf de achtste dag wordt een korban als offer geaccepteerd. (27c, wist je dat 2)

Woord van de week:Wort der Woche: Masjal — Masjal betekent vergelijking. Een klein verhaal dat een grote vraag zichtbaar maakt — zoals de twee ministers bij de deur.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli:”Wisten jullie, dat tsara'at overigens geen besmettelijke ziekte was? Dat zien we uit heel veel diniem. Een man of vrouw met tsara'at mocht gewoon in de stad blijven als er geen stadsmuur was. Als het een besmettelijke ziekte zou zijn geweest, had iedereen met tsara'at de stad uit gemoeten.”

Awigail:”Als een huis tsara'at-vlekken had, dan moesten eerst alle spullen uit het huis gehaald worden. Pas daarna werd het huis onrein verklaard. Als je bang bent voor een besmettelijke ziekte, dan moet je alle spullen meteen reinigen en desinfecteren.”

Jalta:”Mensen die tsara'at hadden, werden niet eens onderzocht op Jom Tov of op Sjabbat of tijdens een sjeva berachot, de feestweek na de choepa. Maar juist op die momenten kwamen heel veel mensen bij elkaar. En dan zou je denken dat een besmettelijke ziekte vrij spel had. Daarom is het geen besmettelijke ziekte.”

Chaim:”Als de koheen iemand onderzocht, keek hij alleen naar de huid. Onderzoek van binnen werd er niet gedaan. Als er in een gezonde huid een tsara'at-zweer ontstaat is dat juist geen teken van verbetering. Daarom kun je begrijpen dat het hier niet om een lichamelijke ziekte gaat. Het ging meer om een teken uit de hemel.”

Vraag aan jouFrage an dich

Vier kinderen geven vier heel verschillende bewijzen dat tsara'at niet besmettelijk was. Welk enkel bewijs zou voor jou al genoeg zijn?

Sjabbat Sjalom!

👪 Spreek uw kind vandaag eens met opzet tegen bij iets onschuldigs — en laat u laten zien waaruit zijn antwoord volgt.

Duits

Sogar am Schabbat

„Und am achten Tag soll er beschnitten werden." Das ist die Brit Mila. Aber was, wenn dieser achte Tag ein Schabbat ist? Am Schabbat dürfen wir keine Wunde machen.

Trotzdem ist die Brit Mila wichtiger. Sie geschieht auch dann.

Diese Mizwa wurde schon viel früher an Awraham gegeben, in Bereschit. Unser Pasuk, unser Vers, erklärt etwas Zusätzliches: am achten Tag — und sogar am Schabbat.

Aber warum? Im Midrasch steht dazu ein Maschal, ein Gleichnis. Zwei Minister kamen vor den König. Niemand wusste, wer von beiden höher im Rang stand. Da ließ der eine den anderen vorgehen. Und alle verstanden: Der vorgeht, ist der Wichtigere.

Genauso ist es zwischen dem Schabbat und der Brit Mila.

Der Schabbat ist so wichtig wie die ganze Tora. Und trotzdem ist die Brit Mila größer — denn durch sie wurden dreizehn Bündnisse zwischen Haschem und dem jüdischen Volk geschlossen. Die Beschneidung schiebt den Schabbat beiseite.

Wieso das? Die Brit Mila drückt einem Menschen den Stempel des Judentums auf. Der Schabbat ist das Zeichen des Bundes zwischen Haschem und dem jüdischen Volk. Erst musst du diesen Bund der Beschneidung eingegangen sein. Erst danach kann man wirklich Schabbat halten.

Der Schabbat ist das Zeugnis, dass Haschem Himmel und Erde erschaffen hat. Die Brit Mila ist das Zeichen, dass wir Haschems Diener sind. Nur zu bezeugen, dass Haschem Himmel und Erde erschaffen hat, ist zu wenig. Wir müssen auch wissen, dass wir Seine Diener sind und Seine Mizwot halten. Das ist unser Ziel im Leben.

Die Meforschim, die Erklärer, fragen weiter: Warum darf die Brit Mila nur am Tag geschehen und nicht in der Nacht?

Die Tora stellt einen Gegensatz auf. Verbrecherisches Blutvergießen geschieht oft nachts. Der Tag ist das Sinnbild des Guten: Beschneiden ist keine Verstümmelung, sondern ein Bund — und ein Bund ist etwas Gutes.

So steht es auch bei der ersten Beschneidung der Geschichte: „Mitten an diesem Tag wurden Awraham und Jischmael, sein Sohn, beschnitten" (Bereschit 17,26).

Dasselbe gilt für Opferblut. Opfer konnten nur am Tag gebracht werden.

↩ Weißt du noch, Awraham war neunundneunzig, als er das Zeichen des Bundes bekam. Hier steht, wann es seitdem geschieht: am achten Tag.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Rabbenu Bachja ibn Pakuda (11. Jahrhundert) die Brit Mila mit einem Korban vergleicht, mit einem Opfer? Er meint, es sei Pflicht, bei der Beschneidung eine Se'uda zu halten — ein Festmahl. (27c, Wist je dat 2)
  • … dass man die Korbanot essen musste, damit Kappara geschieht, Versöhnung? Genau darum macht man auch am Tag der Beschneidung eine Se'uda. (27c, Wist je dat 2)
  • … dass die Brit Mila auch für die Eltern eine Art Opfer ist — ihr Kind so leiden zu sehen? (27c, Wist je dat 2)
  • … dass die Mila Kappara gibt wie ein Korban? (27c, Wist je dat 2)
  • … dass die Mila auch deshalb auf den achten Tag gelegt wurde? Erst ab dem achten Tag wird ein Korban überhaupt als Opfer angenommen. (27c, Wist je dat 2)

Woord van de week:Wort der Woche: Masjal — Maschal heißt Gleichnis. Eine kleine Geschichte, die eine große Frage sichtbar macht — wie die zwei Minister an der Tür.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wusstet ihr eigentlich, dass Zaraat gar keine ansteckende Krankheit war? Das sieht man an sehr vielen Dinim. Ein Mann oder eine Frau mit Zaraat durfte ganz normal in der Stadt bleiben, wenn die Stadt keine Stadtmauer hatte. Wäre es eine ansteckende Krankheit gewesen, hätten alle mit Zaraat die Stadt verlassen müssen."

Awigail: „Wenn ein Haus Zaraat-Flecken hatte, mussten zuerst alle Sachen aus dem Haus geholt werden. Erst danach wurde das Haus für unrein erklärt. Wenn du Angst vor einer ansteckenden Krankheit hast, dann musst du alle Sachen sofort reinigen und desinfizieren."

Jalta: „Menschen mit Zaraat wurden an Jom Tow nicht einmal untersucht, auch nicht am Schabbat und auch nicht während der Schewa Berachot, der Festwoche nach der Chuppa, der Hochzeit. Aber gerade dann kamen sehr viele Menschen zusammen. Da würde man doch denken, eine ansteckende Krankheit hätte freies Spiel. Darum ist es keine ansteckende Krankheit."

Chaim: „Wenn der Kohen jemanden untersuchte, schaute er nur auf die Haut. Von innen wurde nichts untersucht. Und wenn in einer gesunden Haut ein Zaraat-Geschwür entsteht, ist das gerade kein Zeichen von Besserung. Daran kann man verstehen, dass es hier nicht um eine körperliche Krankheit geht. Es ging eher um ein Zeichen aus dem Himmel."

Vraag aan jouFrage an dich

Vier Kinder geben vier ganz verschiedene Belege dafür, dass Zaraat nicht ansteckend war. Welcher einzelne Beleg würde für dich schon allein genügen?

Schabbat Schalom!

👪 Widersprechen Sie Ihrem Kind heute einmal absichtlich bei etwas Harmlosem — und lassen Sie sich zeigen, woraus seine Antwort folgt.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
28 · Metsora Mezora

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Twee vogels

Hoor je ze? De hele dag zitten de vogels in de boom te kwetteren. Tsjilp, tsjilp. Ze zijn nooit stil.

Lang geleden was dat een teken: wie toen veel kwaad sprak over andere mensen, kreeg witte vlekken. Soms kwamen ze zelfs op je kleren of op je huis. Tegenwoordig zijn die vlekken er niet meer.

Toen ging je daarmee naar de koheen — hij was de man die dienst deed in het huis van Hasjeem, en hij kwam kijken.

Was de witte vlek op een dag weer verdwenen, dan was je genezen. En dan bracht je twee vogels.

Waarom juist vogels?

Omdat de vogels altijd aan het tsjilpen en aan het kwetteren zijn. Net als een mond die niet kan ophouden over anderen te praten. Daar is een woord voor: lasjon hara.

En waarom twee?

Omdat het voor beide mensen gold. Degene die praat. En degene die luistert.

Daarom is het beter om helemaal geen lasjon hara te spreken.

↩ Weet je nog, hoe er achter Mosjes rug iemand fluisterde? Daar gaat deze week precies over.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de koheen daarvoor hout nam van een hele hoge cederboom en dat samenbond met het allerkleinste plantje — de hysop? (28a, wist je dat 1)
  • … daar een kwast van werd om de mens daarmee met bronwater nat te maken? (28a, wist je dat 1)
  • … Hasjeem daarmee duidelijk wilde maken dat iemand die zich zo hoog en belangrijk voelt als die hoge boom en denkt dat hij beter is dan alle andere mensen, zo rustig en aardig moet worden als dat kleinste plantje? (28a, wist je dat 2)

Woord van de week:Wort der Woche: Metsora / Mezora — Metsora betekent: de mens bij wie de witte vlekken kwamen. Naar hem heet de hele week.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Twee vogels. Over de eerste hoef ik niet na te denken — maar die tweede gaat mij niet uit het hoofd."

Jishai: „Maar die luisteraar zegt toch niets! Waarom moet hij dan ook een vogel brengen?"

Channa: „Omdat hij is blijven staan. Zonder iemand die luistert, praat niemand verder."

Jishai: „Dus luisteren is ook iets wat je doet?"

Channa: „Ja. En je kunt er net zo goed mee ophouden als met praten."

Vraag aan jouFrage an dich

Twee kinderen praten over een ander kind, en jij staat erbij. Wat zou dat andere kind van jou willen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vanavond over een keer dat u zelf een gesprek afbrak omdat het ging over iemand die er niet bij was.

Duits

Zwei Vögel

Hörst du sie? Den ganzen Tag sitzen die Vögel im Baum und schwatzen. Zwitscher, zwitscher. Nie sind sie still.

Vor langer Zeit war das ein Zeichen: Wer damals schlecht über andere Menschen redete, bekam weiße Flecken. Manchmal kamen sie sogar auf die Kleider oder ans Haus. Heute gibt es diese Flecken nicht mehr.

Damals ging man damit zum Kohen — er war der Mann, der im Haus Haschems Dienst tat, und er sah nach.

War der Fleck eines Tages wieder fort, dann war man gesund. Und dann brachte man zwei Vögel.

Warum ausgerechnet Vögel?

Weil Vögel den ganzen Tag zwitschern und schwatzen. Genau wie ein Mund, der nicht aufhören kann, über andere zu reden. Dafür gibt es ein Wort: Laschon hara — die böse Zunge.

Und warum zwei?

Weil immer zwei dazugehören. Einer, der redet. Und einer, der zuhört.

Darum ist es am besten, gar kein Laschon hara zu sprechen.

↩ Weißt du noch, wie hinter Mosches Rücken jemand flüsterte? Genau davon handelt diese Woche.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Kohen dafür einen Zweig von der ganz hohen Zeder nahm und ihn mit dem allerkleinsten Pflänzchen zusammenband — mit dem Ysop? (28a, Wist je dat 1)
  • … dass daraus ein Pinsel wurde, mit dem er frisches Quellwasser auf den Menschen strich? (28a, Wist je dat 1)
  • … dass Haschem damit zeigen wollte: Wer sich so hoch und wichtig vorkommt wie der große Baum und denkt, er sei besser als alle anderen, der soll so ruhig und freundlich werden wie das allerkleinste Pflänzchen? (28a, Wist je dat 2)

Woord van de week:Wort der Woche: Metsora / Mezora — Mezora heißt: der Mensch, bei dem die weißen Flecken gekommen waren. Nach ihm heißt die ganze Woche.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Zwei Vögel. Über den ersten muss ich nicht nachdenken — aber der zweite geht mir nicht aus dem Kopf."

Jischai: „Aber der Zuhörer sagt doch gar nichts! Warum muss er auch einen Vogel bringen?"

Channa: „Weil er stehen geblieben ist. Ohne einen, der zuhört, redet keiner weiter."

Jischai: „Dann ist Zuhören also auch etwas, das man tut?"

Channa: „Ja. Und man kann damit genauso aufhören wie mit dem Reden."

Vraag aan jouFrage an dich

Zwei Kinder reden über ein anderes Kind, und du stehst daneben. Was würde sich dieses andere Kind von dir wünschen?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute Abend von einem Mal, an dem Sie selbst ein Gespräch beendet haben, weil es über jemanden ging, der nicht dabei war.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De weg terug

Op een ochtend zag een man een witte vlek op zijn arm.

Daarmee moest hij naar de koheen — de koheen was de enige die daarover mocht oordelen. Hij ging kijken of de huid en het haar erg wit waren geworden.

Was de koheen er niet zeker van, dan zei hij dat je binnen zeven dagen terug moest komen.

Zeven dagen.

Daarna kwam de koheen tot zijn oordeel: ja, dit is tsara'at.

Vanaf dat moment was alles anders. Hij moest zijn kleren scheuren. Hij liet zijn haar groeien. Hij droeg een doek over zijn hoofd. En overal waar hij kwam, moest hij het zelf vertellen: „Ik ben onrein. Blijf ver weg van mij."

Had zijn stad een muur, dan moest hij zelfs helemaal de stad uit.

Waarom zo streng? Omdat tsara'at een straf was voor lasjon hara — voor het kwaadspreken over anderen. Mensen die opschepten, kwaad spraken of roddelden over anderen, moesten erg oppassen.

En op een dag was de vlek verdwenen. De man was genezen.

Maar genezen is nog niet hetzelfde als: er weer bij horen. Er moesten nog allerlei speciale dingen gedaan worden om weer rein te worden. Pas daarna mocht hij het machanee weer binnen.

Bij die weg terug hoorden twee vogels.

En toen stond hij weer tussen de tenten, net als iedereen.

↩ Weet je nog hoe een paar mensen gemene opmerkingen maakten over Mosje? Toen bleef het bij opmerkingen. Hier heeft datzelfde praten gevolgen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de koheen daarbij ook rode wol nodig had — een rode draad? (28c, wist je dat 3)
  • … rood het symbool is van averot, van de dingen die je verkeerd deed? (28c, wist je dat 3)
  • … het water zeven keer over de mens gegoten moest worden? (28c, wist je dat 4)

Woord van de week:Wort der Woche: Machanee / Machane — Machanee betekent legerplaats — de plek waar iedereen samen woonde. Buiten zijn betekende: een tijd lang er niet bij horen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Batsheva: „Eén ding valt mij op. Hij moest het zelf vertellen. Niet de koheen liep rond om de mensen te waarschuwen — hij moest zelf roepen: blijf ver weg van mij."

Ariella: „Wie over anderen praatte, praat nu over zichzelf. Dat is geen toeval."

Batsheva: „En nog iets. De gescheurde kleren en de doek zagen de mensen al van ver. Alleen de laatste stap ging niet zonder hem: zeggen moest hij het zelf, met zijn eigen mond."

Vraag aan jouFrage an dich

Hij moest zelf roepen: „Blijf ver weg van mij." Was dat een extra straf — of was het juist een hulp voor hem?

Sjabbat Sjalom!

👪 Spreek vanavond in het gezin één zin af waarmee iedereen een gesprek mag afbreken als het over een afwezige gaat — en zeg hem één keer hardop, zodat hij niet gênant is wanneer hij nodig is.

Duits

Der Weg zurück

Eines Morgens sah ein Mann einen weißen Fleck auf seinem Arm.

Damit musste er zum Kohen — der Kohen war der Einzige, der so etwas beurteilen durfte. Er sah sich die Haut an und die Haare darauf: Waren sie sehr weiß geworden?

War der Kohen sich nicht sicher, dann sagte er: „Komm in sieben Tagen wieder."

Sieben Tage.

Dann kam der Kohen zu seinem Urteil: Ja, das ist Zara'at.

Von da an war für den Mann alles anders. Er musste seine Kleider einreißen. Er ließ sein Haar wachsen. Er legte ein Tuch über den Kopf. Und überall, wo er hinkam, musste er es selbst sagen: „Ich bin unrein. Bleibt weg von mir."

Hatte seine Stadt eine Mauer, dann musste er sogar ganz hinaus, vor die Stadt.

Warum so hart? Weil Zara'at die Antwort war auf Laschon hara — auf das Schlechtreden über andere. Wer angab, wer schlecht redete, wer über andere tratschte — der musste sehr aufpassen.

Und dann, eines Tages, war der Fleck fort. Der Mann war geheilt.

Geheilt ist aber noch nicht dasselbe wie: wieder dabei. Es gab noch allerlei zu tun, bis er wieder rein war. Erst danach durfte er zurück ins Machane, ins Lager, in dem alle wohnten.

Zu diesem Rückweg gehörten zwei Vögel.

Und dann stand er wieder zwischen den Zelten, wie alle anderen auch.

↩ Weißt du noch, wie ein paar Leute gemeine Bemerkungen über Mosche machten? Damals blieb es bei Bemerkungen. Hier hat dasselbe Reden Folgen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Kohen dafür auch rote Wolle brauchte — einen roten Faden? (28c, Wist je dat 3)
  • … dass Rot das Zeichen der Awerot ist, der Dinge, die man falsch gemacht hat? (28c, Wist je dat 3)
  • … dass das Wasser siebenmal über den Menschen gegossen wurde? (28c, Wist je dat 4)

Woord van de week:Wort der Woche: Machanee / Machane — Machane heißt Lager — der Platz, an dem alle zusammen wohnten. Draußen sein hieß: eine Zeit lang nicht dazugehören.

Wat het betekentWas es bedeutet

Batsheva: „Eine Sache ist mir aufgefallen. Er musste es selbst sagen. Nicht der Kohen ging herum und warnte die Leute — er selbst musste rufen: Bleibt weg von mir."

Ariella: „Wer über andere geredet hat, redet jetzt über sich. Das ist kein Zufall."

Batsheva: „Und noch etwas. Die eingerissenen Kleider und das Tuch sahen die Leute schon von weitem. Nur der letzte Schritt ging nicht ohne ihn: Sagen musste er es selbst, mit seinem eigenen Mund."

Vraag aan jouFrage an dich

Er musste selbst rufen: „Bleibt weg von mir." War das eine zusätzliche Strafe — oder war es eine Hilfe für ihn?

Schabbat Schalom!

👪 Vereinbaren Sie heute Abend in der Familie einen Satz, mit dem jeder ein Gespräch beenden darf, wenn es über einen Abwesenden geht — und sprechen Sie ihn einmal laut aus, damit er nicht peinlich ist, wenn er gebraucht wird.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Wat geen ziekte was

Er waren drie soorten tsara'at: op je huid, op je kleren of op je huis.

Tsara'at is niet te vergelijken met lepra. Lepra begint met een donkere zwelling van de huid — tsara'at bracht helemaal geen zwelling mee.

Tsara'at was ook geen besmettelijke ziekte. Dat zien we uit heel veel diniem — uit drie ervan wel heel duidelijk.

Ten eerste: een man of vrouw met tsara'at mocht gewoon in de stad blijven als er geen stadsmuur was. Als het een besmettelijke ziekte zou zijn geweest, had iedereen met tsara'at de stad uit gemoeten.

Ten tweede: als een huis tsara'at-vlekken had, dan moesten eerst alle spullen uit het huis gehaald worden. Pas daarna werd het huis door de koheen onrein verklaard. Als je bang bent voor een besmettelijke ziekte, dan doe je het precies andersom: dan reinig je alle spullen meteen en ontsmet je ze.

Ten derde: mensen die tsara'at hadden, werden niet eens onderzocht op Jom Tov of op Sjabbat of tijdens een sjeva berachot, de feestweek na de choepa. Maar juist op die momenten kwamen veel mensen bij elkaar. En dan zou je denken dat een besmettelijke ziekte vrij spel had. Daarom is het geen besmettelijke ziekte.

Daar komt bij: als de koheen iemand onderzocht, keek hij alleen naar de huid. Onderzoek van binnen werd er niet gedaan.

Dus ging het hier helemaal niet om het lichaam. Het ging om een teken uit de hemel.

Tsara'at werd gezien als een geestelijk probleem. Tsara'at was een uitslag op je huid als je veel kwaad sprak. Lasjon hara vindt Hasjeem heel erg. Dat begrijpen we bijna niet meer, want kwaadsprekerij is tegenwoordig zo normaal. Maar het is juist helemaal niet goed. Want veel mensen worden daardoor uitgestoten uit het sociale leven.

Tegenwoordig hebben wij geen tsara'at meer. Want wij spreken tegenwoordig zoveel lasjon hara, dat er geen beginnen meer aan is.

↩ Weet je nog — wij zijn meer dan de spiegel laat zien? De koheen keek alleen naar de huid. De zaak lag heel ergens anders.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … iemand met tsara'at naar een koheen ging om te genezen — en niet naar een dokter? (28c, zone 1)
  • … een tsara'at-zweer die in een gezonde huid ontstond, juist géén teken van verbetering was? (28c, zone 1)
  • … tsara'at er juist andersom uitzag: een witte vlek die dieper leek te liggen? (28c, zone 1 — in de reparatieronde uit zone 1 hierheen verplaatst)

Woord van de week:Wort der Woche: Nesjama / Neschama — Nesjama betekent ziel. Eli vertelt zo meteen welk lichaamsdeel daarvoor staat — en waarom juist dat.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Op de achtste dag werd het bloed van het korban gedaan op het rechteroor van de metsora en op zijn rechterduim en zijn rechter grote teen. Het oor slaat op onze nesjama, de hand slaat op dat wat we doen en de voeten slaan op alles wat we hier op deze wereld willen. Al deze dingen moeten we wijden aan Hasjeem, voordat we weer terug kunnen gaan keren in de maatschappij."

Ariella: „Wanneer iemand tsara'at kreeg op zijn huis, was dat een aanwijzing dat de huiseigenaar gierig was. Als de mensen iets wilden lenen, stuurde hij ze altijd weg.

Toen de melaatse vlekken op zijn muren verschenen, moest hij al zijn spullen naar buiten brengen. Iedereen kon dan zien dat hij eigenlijk voldoende in huis had om uit te lenen. Bovendien moest de eigenaar van het huis alles op straat zetten. Als hij iets gestolen had, kon de eigenaar van het gestolene het weer terughalen.

Maar soms leidde tsara'at tot onverwachte schatten. Wanneer het huis moest worden afgebroken als gevolg van tsara'at aan de muren, werden vaak schatten gevonden in de muren, die de vorige bewoners van Kena'an, de Emorieten, daar verborgen hadden. Zo was er ook iets positiefs achter deze afbraak."

Vraag aan jouFrage an dich

Ariella noemt de schatten in de muren iets positiefs aan die afbraak. Was dat een cadeau voor de huiseigenaar — of was het het bewijs dat hij nooit een reden had gehad om gierig te zijn?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vandaag over iets in uw gezin dat pas bij het opruimen weer boven water kwam — en vraag wat je daaraan kunt aflezen over de tijd ervoor.

Duits

Was keine Krankheit war

Es gab Zara'at in dreierlei Gestalt: auf der Haut, auf den Kleidern, am Haus.

Mit Aussatz hat das nichts zu tun. Aussatz beginnt mit einer dunklen Schwellung — Zara'at schwoll überhaupt nicht.

Ansteckend war Zara'at auch nicht. Das kann man aus vielen Regeln ablesen — aus dreien besonders deutlich.

Erstens: Wer Zara'at hatte, durfte in seiner Stadt bleiben, solange die Stadt keine Mauer hatte. Wäre die Sache ansteckend gewesen, hätten alle hinausgemusst, aus jeder Stadt.

Zweitens: Hatte ein Haus die Flecken, mussten zuerst alle Sachen hinausgetragen werden. Erst danach erklärte der Kohen das Haus für unrein. Wer eine Ansteckung fürchtet, macht es genau umgekehrt: Er reinigt die Sachen sofort und desinfiziert sie, statt sie ins Freie zu stellen.

Drittens: An Jom Tow wurde niemand untersucht, am Schabbat auch nicht, und in der Freudenwoche nach einer Hochzeit — den Schewa Berachot — ebenfalls nicht. Aber gerade dann kamen viele Menschen zusammen. Da hätte eine ansteckende Krankheit leichtes Spiel gehabt. Darum war sie nicht ansteckend.

Dazu kommt: Wenn der Kohen jemanden untersuchte, sah er nur auf die Haut. Ins Innere sah er nicht.

Also ging es hier gar nicht um den Körper. Es ging um ein Zeichen aus dem Himmel.

Zara'at galt als ein geistliches Problem. Sie kam auf die Haut, wenn jemand viel schlecht redete. Laschon hara ist bei Haschem sehr schwer. Wir verstehen das kaum noch, weil Schlechtreden heute so normal ist. Aber gut ist es überhaupt nicht: Viele Menschen werden dadurch aus dem Zusammenleben hinausgedrängt.

Heute gibt es keine Zara'at mehr. Denn wir sprechen heute so viel Laschon hara, dass gar nicht mehr anzufangen wäre.

↩ Weißt du noch — wir sind mehr, als der Spiegel zeigt? Der Kohen sah nur auf die Haut. Die Sache lag ganz woanders.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Mensch mit Zara'at zum Kohen ging, um gesund zu werden — und nicht zum Arzt? (28c, Zone 1)
  • … dass ein Zara'at-Geschwür, das neu in gesunder Haut entstand, gerade kein Zeichen der Besserung war? (28c, Zone 1)
  • … dass Zara'at genau umgekehrt aussah: ein weißer Fleck, der tiefer zu liegen schien, als er lag? (28c, Zone 1 — im Reparateur-Lauf aus Zone 1 hierher verschoben)

Woord van de week:Wort der Woche: Nesjama / Neschama — Neschama heißt Seele. Eli sagt gleich, welcher Körperteil dafür steht — und warum ausgerechnet der.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Am achten Tag wurde das Blut des Korban auf das rechte Ohr des Mezora getan, auf seinen rechten Daumen und auf seine rechte große Zehe. Das Ohr steht für unsere Neschama, die Hand für das, was wir tun, und die Füße für alles, was wir hier auf dieser Welt wollen. All diese Dinge müssen wir Haschem weihen, bevor wir wieder in die Gemeinschaft zurückkehren können."

Ariella: „Wenn jemand Zara'at an seinem Haus bekam, war das ein Hinweis darauf, dass der Hausbesitzer geizig war. Wollten Leute etwas leihen, schickte er sie immer weg.

Als dann die Flecken auf seinen Wänden erschienen, musste er all seine Sachen nach draußen tragen. Jeder konnte sehen, dass er eigentlich genug im Haus hatte, um davon zu verleihen. Und weil der Hausbesitzer alles auf die Straße stellen musste, konnte auch der, dem er etwas gestohlen hatte, sich das Seine zurückholen.

Manchmal führte Zara'at sogar zu unerwarteten Schätzen. Wenn das Haus wegen der Flecken an den Wänden abgerissen werden musste, fand man oft Schätze in den Mauern, die die früheren Bewohner von Kena'an, die Emoriter, dort versteckt hatten. So steckte auch etwas Gutes hinter diesem Abriss."

Vraag aan jouFrage an dich

Ariella nennt die Schätze in den Mauern etwas Gutes an diesem Abriss. War das ein Geschenk für den Hausbesitzer — oder war es der Beweis, dass er nie einen Grund gehabt hatte, geizig zu sein?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute von einer Sache in Ihrer Familie, die erst beim Ausräumen wieder aufgetaucht ist — und fragen Sie es, was man daran über die Zeit davor ablesen kann.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
29 · Acharee Mot Acharej Mot
ℹ️ Let op bij dit hoofdstukHinweis zu diesem Kapitel

Eigen voorstel — niet van Rav Evers. Als inspiratie bedoeld. Dit geldt voor beide talen: ook de Nederlandse tekst is niet zijn eigen woordkeus. Eigener Vorschlag — nicht von Rav Evers. Als Anregung gedacht. Das gilt für beide Sprachen: Auch der niederländische Text ist nicht sein eigener Wortlaut.

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

De witte kleren

Het was heel stil op de binnenplaats. Niemand zei iets. Iedereen keek naar één deur.

Eén keer per jaar, op één enkele dag, ging Aharon door die deur. Die dag heet Jom Kippoer.

Anders droeg Aharon prachtige kleren: goud, blauwe en rode draden, edelstenen die glansden. Op deze dag niet. Op deze dag trok hij eenvoudige witte kleren aan — wit als verse sneeuw.

Toen ging hij naar binnen. Helemaal alleen, de binnenste ruimte van het Heiligdom in. Het Heiligdom was het huis dat de mensen voor Hasjeem gebouwd hadden. Daar mocht verder niemand komen, het hele jaar niet.

Hij nam ketoret mee — reukwerk dat rookt op gloeiende kolen. De ruimte vulde zich met een wolk, en die wolk rook lekker.

En daar sprak Aharon met Hasjeem. Hij sprak niet alleen voor zichzelf. Hij sprak voor zijn familie. Hij sprak voor de kohaniem — de mannen die dienst deden in het Heiligdom. Hij sprak voor het hele volk. Ook voor ieder kind dat buiten op de binnenplaats stond.

Buiten wachtten zij. Zij wachtten en wachtten.

Toen ging de deur open en kwam Aharon naar buiten. Je kon het aan zijn gezicht zien, nog voordat hij iets zei.

Nu mocht iedereen opnieuw beginnen. Wat er het afgelopen jaar was misgegaan, stond niet meer tussen hen en Hasjeem in.

Die avond gingen ze naar huis — lichter dan ze gekomen waren.

↩ Weet je nog, de prachtige kleren van Aharon — het goud en de twaalf edelstenen? Op deze ene dag hangen ze in de kast.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de witte kleren van Aharon allemaal van linnen waren — het hemd, de broek, de gordel en de tulband?
  • … hij eerst helemaal onderging in het water, voordat hij de witte kleren aantrok?
  • … Aharon op deze ene dag meerdere keren zijn kleren verwisselde — witte voor binnen, gouden voor buiten — en telkens weer onderging?
  • … er voor wat er op deze dag gebeurt een eigen woord bestaat? Dat woord is kappara. Kappara betekent niet: het is nooit gebeurd. Kappara betekent: het staat niet meer tussen ons en Hasjeem in.

Woord van de week:Wort der Woche: Jom Kippoer / Jom Kippur — Jom Kippoer — de ene dag in het jaar waarop Aharon door die deur ging. Zijn naam zegt al waar het om gaat: hij heet de dag van het toedekken.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Waarom wit?", vroeg Ita. „De gouden kleren zijn toch veel mooier."

Eli dacht lang na. „Misschien juist daarom", zei hij. „Op deze dag hoeft niemand te zien wie de belangrijkste is. Voor Hasjeem zijn we allemaal gelijk — Aharon en het kleinste kind op de binnenplaats."

„En wit is net een leeg blad", zei Ita. „Op een leeg blad kun je opnieuw beginnen."

„Alleen het wachten was moeilijk", zei Eli.

„Maar ze wachtten samen", zei Ita. „Niemand stond er alleen voor."

„En wie helemaal niet meegekomen was?", vroeg Eli.

„Ook voor hem heeft Aharon gesproken", zei Ita. „Hij sprak voor iedereen. Je hoefde niet op de binnenplaats te staan om erbij te horen."

Vraag aan jouFrage an dich

Buiten op de binnenplaats staat een kind, net zo oud als jij. Het ziet de deur, maar niet wat erachter is. Waar denkt het aan, terwijl het wacht?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: is er iets dat je bij een vriend of vriendin wilt goedmaken — en hoe zou je eerste zin dan zijn?

Duits

Die weißen Kleider

Es war ganz still im Hof. Keiner sprach. Alle schauten auf eine Tür.

Einmal im Jahr, an einem einzigen Tag, ging Aharon durch diese Tür. Dieser Tag heißt Jom Kippur.

Sonst trug Aharon prächtige Kleider: Gold, blaue und rote Fäden, Edelsteine, die funkelten. An diesem Tag nicht. An diesem Tag zog er einfache weiße Kleider an — weiß wie frischer Schnee.

Dann ging er hinein. Ganz allein, in den innersten Raum des Heiligtums. Das Heiligtum war das Haus, das die Leute für Haschem gebaut hatten. Dorthin durfte sonst niemand, das ganze Jahr nicht.

Er nahm Ketoret mit — Duftkraut, das auf glühenden Kohlen raucht. Der Raum füllte sich mit einer Wolke, und die Wolke roch gut.

Und dort sprach Aharon mit Haschem. Er sprach nicht nur für sich. Er sprach für seine Familie. Er sprach für die Kohanim — die Männer, die im Heiligtum Dienst taten. Er sprach für das ganze Volk. Auch für jedes Kind, das draußen im Hof stand.

Draußen warteten sie. Sie warteten und warteten.

Dann ging die Tür auf, und Aharon kam heraus. Man sah es an seinem Gesicht, noch bevor er ein Wort sagte.

Jetzt durften alle neu anfangen. Was im letzten Jahr schiefgegangen war, stand nicht mehr zwischen ihnen und Haschem.

An diesem Abend gingen alle nach Hause — leichter, als sie gekommen waren.

↩ Erinnerst du dich an Aharons prächtige Kleider — das Gold und die zwölf Edelsteine? An diesem einen Tag hängen sie im Schrank.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Aharons weiße Kleider alle aus Leinen waren — das Hemd, die Hose, der Gürtel und der Turban? · Wajikra 16,4
  • … dass er sich vorher ganz im Wasser eintauchte, bevor er die weißen Kleider anzog? · Wajikra 16,4
  • … dass Aharon an diesem einen Tag mehrmals die Kleider wechselte — weiße für drinnen, goldene für draußen — und sich jedes Mal wieder eintauchte? ·
  • … dass es für das, was an diesem Tag geschieht, ein eigenes Wort gibt? Es heißt Kappara. Kappara heißt nicht: Es ist nie passiert. Kappara heißt: Es steht nicht mehr zwischen uns und Haschem. · Nur der Begriff stammt aus Evers 29b („ter kappara, verzoening van onze eigen zielen"); seine Bestimmung ist „Versöhnung unserer eigenen Seelen". Die Erklärzeile hier ist unsere und wird ihm nicht zugeschrieben

Woord van de week:Wort der Woche: Jom Kippoer / Jom Kippur — Jom Kippur — der eine Tag im Jahr, an dem Aharon durch diese Tür ging. Sein Name sagt schon, worum es an ihm geht: Er heißt der Tag des Zudeckens.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Warum weiß?", fragte Ita. „Die goldenen Kleider sind doch viel schöner."

Eli überlegte lange. „Vielleicht gerade darum", sagte er. „An diesem Tag soll niemand sehen, wer der Wichtigste ist. Vor Haschem sind alle gleich — Aharon und das kleinste Kind im Hof."

„Und weiß ist wie ein leeres Blatt", sagte Ita. „Auf einem leeren Blatt kann man neu anfangen."

„Schwer war nur das Warten", sagte Eli.

„Aber sie haben zusammen gewartet", sagte Ita. „Keiner stand allein da."

„Und wer gar nicht mitgekommen ist?", fragte Eli.

„Auch für den hat Aharon gesprochen", sagte Ita. „Er hat für alle gesprochen. Man musste nicht im Hof stehen, um dabei zu sein."

Vraag aan jouFrage an dich

Draußen im Hof steht ein Kind, so alt wie du. Es kann die Tür sehen, aber nicht, was dahinter ist. Woran denkt es, während es wartet?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Gibt es etwas, das du bei einem Freund wieder gutmachen möchtest — und wie würde dein erster Satz lauten?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Twee bokken

Voor het Heiligdom stonden twee bokken naast elkaar. Ze leken zo op elkaar dat niemand ze uit elkaar kon houden: even groot, even oud, even veel waard.

Een van de twee zou zo dadelijk een heel andere weg gaan dan de ander. Maar nog wist niemand welke.

Het was de tiende dag van de zevende maand — wij noemen die maand vandaag Tisjri. Het was Jom Kippoer.

Aharon had de gouden kleren afgelegd. Hij droeg wit linnen, van het hemd tot de gordel.

En hij begon niet bij het volk. Hij begon bij zichzelf, bij zichzelf en zijn eigen familie. Eerst hij. Dan alle anderen.

Toen kwam het goral, het lot. In een kistje lagen twee lootjes. Op het ene stond: voor Hasjeem. Op het andere stond: voor Azazel. Aharon greep met beide handen tegelijk in het kistje — hij kon niets uitkiezen.

Wat in zijn rechterhand lag, besliste over de bok die rechts stond. Wat in de linker lag, over de andere.

Daarmee was het beslist: de ene zou als korban gebracht worden — als een naderbij komen. De ander bleef staan waar hij stond.

Toen nam Aharon ketoret en gloeiende kolen en ging naar binnen, de binnenste ruimte in. Er was geen mens bij hem. Buiten wachtte het hele volk, en niemand zag wat daarbinnen gebeurde. Alleen de rook steeg op en vulde de ruimte als een wolk.

Toen hij weer naar buiten kwam, liep hij naar de tweede bok.

Hij legde hem beide handen op de kop. En toen sprak hij hardop uit wat er het hele jaar was misgegaan. Niet alleen het zijne. Alles. Het hele volk stond erbij en hoorde het.

Pas daarna nam een man de bok bij het touw en leidde hem weg. Ver weg, de woestijn door, naar een land waar niemand woont.

De weg was lang, en aan het eind was er alleen nog zand en stilte.

In de Tora staat een zin waar het op deze dag om gaat. Hij luidt: „Want op deze dag is er kappara voor jullie — vóór Hasjeem zullen jullie rein zijn." Kappara betekent toedekken. Niet wegvegen: toedekken.

's Avonds gingen ze allemaal naar huis. Het jaar begon opnieuw.

↩ Weet je nog dat korban niet ‚betalen' betekent, maar ‚naderbij komen'? Op deze dag staat er voor het eerst een tweede dier naast — één dat niet naderbij komt, maar weggaat.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Kohen Gadol op deze ene dag in het Heiligdom de Naam van Hasjeem uitsprak, die in het hele verdere jaar niemand uitsprak — en dat iedereen die buiten op de binnenplaats stond zich neerboog als hij hem hoorde?
  • … de Tora zegt dat er op deze dag geen werk gedaan mag worden — en dat zij dat uitdrukkelijk ook zegt voor de vreemdeling die bij jullie woont?
  • … niemand precies weet wat het woord Azazel betekent? De geleerden zijn het er al eeuwen niet over eens — de een zegt: een plek in de woestijn, de ander zegt iets heel anders.
  • … er op geen enkele andere dag van het jaar een lot besliste over wat er met een korban gebeurt — alleen op deze ene dag?
  • … de Tora niet zegt hoe ver de weg de woestijn in was — en dat er later hutjes langs die weg stonden, zodat de man die de bok wegleidde onderweg water kreeg en kon uitrusten?

Woord van de week:Wort der Woche: Goral

Wat het betekentWas es bedeutet

Twee bokken, even groot, even oud, even veel waard. Waarom twee? Eén was toch genoeg geweest?

„Nee", zei Asaf. „Op deze dag gebeuren twee dingen, en die passen niet in één dier. Het ene is een naderbij komen. Het andere is een weggaan. Je kunt niet tegelijk heen en weg."

„En daarom leken ze op elkaar", zei Eli. „In het begin kon je niet zeggen welke welke zou worden. Aan het begin van een jaar kun je dat ook niet."

Asaf dacht na. „Ik verbaas me over iets anders", zei hij. „Waarom moest Aharon eerst alles hardop zeggen? Weg is toch weg."

„Juist daarom is het niet hetzelfde als vergeten", zei Eli. „Iedereen stond erbij en heeft het gehoord. Pas daarna ging de bok. Wie alleen maar wegstuurt zonder het te zeggen, heeft helemaal niets weggestuurd."

„En nog iets", zei Asaf. „Waarom begon hij bij zichzelf? Hij was toch de hoogste in het Heiligdom."

„Misschien kan het gewoon niet anders", zei Eli. „Wie voor anderen wil vragen, zegt eerst wat er bij hemzelf is misgegaan."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom moest Aharon eerst hardop zeggen wat er was misgegaan, voordat de bok weg kon gaan?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: wat is moeilijker — tegen een vriend zeggen wat er is misgegaan, of het gewoon achter je laten? En waaraan merk je het verschil?

Duits

Zwei Ziegen

Vor dem Heiligtum standen zwei Ziegenböcke nebeneinander. Sie sahen einander so ähnlich, dass niemand sie unterscheiden konnte: gleich groß, gleich alt, gleich viel wert.

Einer von beiden würde gleich einen ganz anderen Weg gehen als der andere. Aber noch wusste keiner, welcher.

Es war der zehnte Tag des siebten Monats — wir nennen ihn heute Tischri. Es war Jom Kippur.

Aharon hatte die goldenen Kleider abgelegt. Er trug weißes Leinen, vom Hemd bis zum Gürtel.

Und er fing nicht beim Volk an. Er fing bei sich selbst an, bei sich und seiner eigenen Familie. Zuerst er. Dann alle anderen.

Dann kam das Goral, das Los. In einem Kästchen lagen zwei Täfelchen. Auf dem einen stand: für Haschem. Auf dem anderen stand: für Asasel. Aharon griff mit beiden Händen zugleich hinein — er konnte sich nichts aussuchen.

Was in seiner rechten Hand lag, entschied über den Ziegenbock zur Rechten. Was in der linken lag, über den anderen.

Damit war entschieden: Der eine würde als Korban gebracht werden — als ein Nahekommen. Der andere blieb stehen, wo er stand.

Dann nahm Aharon Ketoret und glühende Kohlen und ging hinein, in den innersten Raum. Kein Mensch war bei ihm. Draußen wartete das ganze Volk, und niemand sah, was drinnen geschah. Nur der Rauch stieg auf und füllte den Raum wie eine Wolke.

Als er wieder herauskam, ging er zu dem zweiten Bock.

Er legte ihm beide Hände auf den Kopf. Und dann sprach er laut aus, was im ganzen Jahr schiefgegangen war. Nicht nur seins. Alles. Das ganze Volk stand dabei und hörte zu.

Erst danach nahm ein Mann den Bock am Strick und führte ihn fort. Weit hinaus, durch die Wüste, in ein Land, in dem niemand wohnt.

Der Weg war lang, und am Ende war da nur noch Sand und Stille.

In der Tora steht ein Satz, um den es an diesem Tag geht. Er lautet: „Denn an diesem Tag wird für euch Kappara — vor Haschem werdet ihr rein." Kappara heißt zudecken. Nicht wegwischen: zudecken.

Am Abend gingen alle nach Hause. Das Jahr fing von vorne an.

↩ Erinnerst du dich, dass Korban nicht ‚bezahlen' heißt, sondern ‚nahekommen'? An diesem Tag steht zum ersten Mal ein zweites Tier daneben — eines, das nicht nahekommt, sondern weggeht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Kohen Gadol an diesem einen Tag im Heiligtum den Namen Haschems aussprach, den im ganzen übrigen Jahr niemand aussprach — und dass alle, die draußen im Hof standen, sich niederwarfen, wenn sie ihn hörten? ·
  • … dass die Tora sagt, an diesem Tag solle kein Werk getan werden — und dass sie das ausdrücklich auch für den Fremden sagt, der bei euch wohnt? · Wajikra 16,29
  • … dass niemand genau weiß, was das Wort Asasel bedeutet? Die Gelehrten streiten darüber, seit es die Frage gibt — der eine sagt: ein Ort in der Wüste, der andere: etwas ganz anderes. ·
  • … dass an keinem anderen Tag im Jahr ein Los darüber entschied, was mit einem Korban geschieht — nur an diesem einen? · Wajikra 16,8 ·
  • … dass die Tora nicht sagt, wie weit der Weg in die Wüste war — und dass später am Weg Hütten standen, damit der Mann, der den Ziegenbock führte, unterwegs Wasser bekam und sich ausruhen konnte? ·

Woord van de week:Wort der Woche: Goral — Goral heißt Los. Ein Los entscheidet etwas, ohne dass ein Mensch es entscheidet — deshalb greift Aharon mit beiden Händen zugleich hinein.

Wat het betekentWas es bedeutet

Zwei Ziegenböcke, gleich groß, gleich alt, gleich viel wert. Warum zwei? Einer hätte doch gereicht.

„Nein", sagte Asaf. „An diesem Tag geschehen zwei Dinge, und die passen nicht in ein einziges Tier. Das eine ist ein Nahekommen. Das andere ist ein Weggehen. Man kann nicht gleichzeitig hin und weg."

„Und deshalb sahen sie gleich aus", sagte Eli. „Am Anfang konnte man nicht sagen, welcher welcher wird. Am Anfang eines Jahres kann man das auch nicht."

Asaf dachte nach. „Mich wundert etwas anderes", sagte er. „Warum musste Aharon erst alles laut aussprechen? Weg ist weg."

„Genau darum ist es nicht dasselbe wie vergessen", sagte Eli. „Alle standen dabei und haben es gehört. Erst danach ging der Bock. Wer nur wegschickt, ohne es zu sagen, hat gar nichts weggeschickt."

„Und noch etwas", sagte Asaf. „Warum fing er bei sich selbst an? Er war doch der Höchste im Heiligtum."

„Vielleicht kann man gar nicht anders", sagte Eli. „Wer für andere bitten will, sagt zuerst, was bei ihm selbst schiefgegangen ist."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum musste Aharon erst laut aussprechen, was schiefgegangen war, bevor der Ziegenbock weggehen konnte?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Was ist schwerer — einem Freund zu sagen, was schiefgelaufen ist, oder es einfach hinter sich zu lassen? Und woran merkt man den Unterschied?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Na de dood

De naam van deze parasja is meteen het begin. Acharee Mot betekent: na de dood.

Twee zonen van Aharon waren gestorven, Nadav en Avihoe. Het gebeurde op de dag waarop het Heiligdom werd ingewijd: zij brachten er een vuur binnen waar niemand hun om gevraagd had. Aharon, hun vader, zweeg. En hij bleef in dienst.

En daarna sprak Hasjeem tot Mosjé. Niet over straf. Over een orde.

„Zeg tegen je broer Aharon: hij mag niet op ieder moment de heiligste ruimte binnenkomen."

Lees die zin nog eens. Er staat niet nooit. Er staat: niet op ieder moment. Er is dus wél een moment. Dat komt één keer per jaar, en daarin heeft iedere stap zijn vaste plaats.

Op die dag legde Aharon de gouden kleren af en droeg wit linnen.

En hij begon niet bij het volk. Hij begon bij zichzelf. Hij legde zijn handen op de kop van zijn eigen korban — zijn naderbij komen — en sprak hardop uit wat hijzelf verkeerd had gedaan. Hij, de hoogste in het Heiligdom, vóór alle anderen, als eerste.

Toen kwamen de twee bokken en het lot: één voor Hasjeem, één voor Azazel.

Toen ging hij naar binnen, de Kodesj Hakodasjiem in — dat betekent: het heiligste van de heilige dingen. Hij nam ketoret mee, reukwerk op gloeiende kolen. Er was geen mens bij hem. Buiten wachtte het hele volk en zag niets.

Toen hij weer naar buiten kwam, legde hij beide handen op de kop van de bok die nog leefde.

En nu sprak hij niet meer over zichzelf. Hij sprak over iedereen. Over iedere fout van de kinderen van Jisra'eel, hardop, in één keer.

Tot vandaag hoort bij iedere Jom Kippoer een belijdenis. Die heet widdoej. En hij is vreemd gebouwd. Je zegt er niet in: ik heb. Je zegt: wij hebben.

Aan het eind van de orde staat de datum: de tiende dag van de zevende maand. Op die dag wordt geen werk gedaan. De Tora noemt hem Sjabbat Sjabbaton — een sjabbat der sjabbatot.

En de laatste zin van de orde zegt hoe vaak dit alles gebeurt: één keer per jaar.

Een parasja die met een dood begint, eindigt met iets dat elk jaar terugkomt.

↩ Weet je nog die vraag uit Sjemini die aan het eind open bleef — of de simaniem de kasjroet máken of haar alleen aanwijzen? Onthoud hem. Dit hoofdstuk eindigt weer met een vraag die niemand voor jou beslist.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Kohen Gadol de zeven dagen vóór Jom Kippoer niet thuis sliep, maar in het Heiligdom woonde — en dat hem die hele week de orde van de dag werd voorgelezen, zodat hij zich nergens in zou vergissen?
  • … Kodesj Hakodasjiem letterlijk „heilige der heiligen" betekent — en dat het Ivriet zo zijn overtreffende trap maakt? Net als Sjier Hasjiriem, „lied der liederen", en Sjabbat Sjabbaton.
  • … de geleerden al eeuwen verschillende antwoorden geven op de vraag wat Nadav en Avihoe verkeerd deden — en dat geen ervan geldt als hét juiste? De Tora zelf noemt geen reden; er staat alleen: een vuur „dat Hij hun niet geboden had".
  • … de Tora voor Jom Kippoer nergens het woord „vasten" gebruikt? Er staat: „Jullie zullen jullie zielen kwellen." Wat dat precies betekent, hebben pas de geleerden vastgesteld: vijf dingen, waarvan eten en drinken er maar één is.
  • … de widdoej tot vandaag in het meervoud wordt gezegd — „wij hebben", nooit „ik heb" — en dat hij alfabetisch is geordend, van A tot Z, zodat er niets wordt vergeten?

Woord van de week:Wort der Woche: Acharee Mot / Acharej Mot

Wat het betekentWas es bedeutet

„Dat begrijp ik niet", zei Ariella. „Ik heb niet gestolen. Waarom moet ik zeggen: wij hebben gestolen? Dat is toch gewoon niet waar."

Eli wilde iets zeggen, maar Asaf was sneller. „Stel je een lichaam voor", zei hij. „Een heel volk is als één lichaam. Sommigen zijn het hoofd — de geleerden. Sommigen zijn de romp. En sommigen zijn de voeten, die het geheel dragen."

„En?", zei Ariella.

„En als je een ingroeiende teennagel hebt", zei Asaf, „dan kun je niet meer denken. Die teen zit helemaal onderaan en is heel klein. Toch staat boven alles stil. Zo hangt een lichaam samen."

Eli knikte. „De grootste geleerden zeggen de widdoej niet alleen op Jom Kippoer", zei hij. „Sommigen zeggen hem elke dag. Ook over zware dingen waar ze zelf nooit iets mee te maken hebben gehad. Niet omdat ze liegen. Maar omdat het hun pijn doet dat het in hun volk gebeurt."

Ariella dacht lang na.

„Dan betekent wij niet: ik was het", zei ze ten slotte. „Dan betekent het: het gaat mij aan."

„En dat is zwaarder", zei Asaf.

„Nee", zei Ariella. „Dat is lichter. Alleen zou het zwaarder zijn."

Vraag aan jouFrage an dich

Ariella zegt eerst dat „wij hebben" niet waar is als je het niet gedaan hebt. Asaf zegt dat een volk één lichaam is. Aan het eind zegt Ariella dat het „wij" het lichter maakt, Asaf zegt dat het het zwaarder maakt. Wie van de twee heeft gelijk — en wat volgt daaruit voor wie op Jom Kippoer de widdoej meezegt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: wanneer heb je voor het laatst ‚wij' gezegd over iets wat je zelf helemaal niet gedaan hebt — en was dat eerlijk of makkelijk?

Duits

Nach dem Tod

Diese Parascha trägt ihren Anfang im Namen. Acharej Mot heißt: nach dem Tod.

Zwei Söhne Aharons waren gestorben, Nadaw und Awihu. Es geschah an dem Tag, an dem das Heiligtum eröffnet wurde: Sie trugen ein Feuer hinein, um das niemand sie gebeten hatte. Aharon, ihr Vater, schwieg. Und er blieb im Dienst.

Und danach sprach Haschem zu Mosche. Nicht über Strafe. Über eine Ordnung.

„Sag deinem Bruder Aharon: Er soll nicht zu jeder Zeit in den heiligsten Raum kommen."

Lies den Satz noch einmal. Da steht nicht niemals. Da steht: nicht zu jeder Zeit. Es gibt also eine Zeit. Sie kommt einmal im Jahr, und an ihr hat jeder Schritt seinen festen Platz.

An diesem Tag legte Aharon die goldenen Kleider ab und trug weißes Leinen.

Und er begann nicht beim Volk. Er begann bei sich. Er legte die Hände auf den Kopf seines eigenen Korban — seines Nahekommens — und sprach laut aus, was er selbst falsch gemacht hatte. Er, der Höchste im Heiligtum, vor allen anderen, zuerst.

Dann kamen die zwei Ziegenböcke und das Los: einer für Haschem, einer für Asasel.

Dann ging er hinein, in den Kodesch HaKodaschim — das heißt: das Heiligste der heiligen Dinge. Er nahm Ketoret mit, Räucherwerk auf glühenden Kohlen. Kein Mensch war bei ihm. Draußen wartete das ganze Volk und sah nichts.

Als er wieder herauskam, legte er beide Hände auf den Kopf des Bockes, der noch lebte.

Und jetzt sprach er nicht mehr von sich. Er sprach von allen. Von jedem Fehler der Kinder Israels, laut, an einem Stück.

Bis heute gehört zu jedem Jom Kippur ein Bekenntnis. Es heißt Widdui. Und es ist merkwürdig gebaut. Man sagt darin nicht: ich habe. Man sagt: wir haben.

Am Ende der Ordnung steht das Datum: der zehnte Tag des siebten Monats. An ihm wird kein Werk getan. Die Tora nennt ihn Schabbat Schabbaton — einen Schabbat der Schabbate.

Und der letzte Satz der Ordnung sagt, wie oft das alles geschieht: einmal im Jahr.

Eine Parascha, die mit einem Tod beginnt, endet mit etwas, das jedes Jahr wiederkommt.

↩ Erinnerst du dich an die Frage aus Schmini, die am Ende offen geblieben ist — ob die Simanim die Kaschrut machen oder sie nur anzeigen? Merk dir sie. Dieses Kapitel endet wieder mit einer Frage, die niemand für dich entscheidet.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Kohen Gadol die sieben Tage vor Jom Kippur nicht zu Hause schlief, sondern im Heiligtum wohnte — und dass ihm die ganze Woche über die Ordnung des Tages vorgelesen wurde, damit er sich in nichts irrte? ·
  • … dass Kodesch HaKodaschim wörtlich „Heiliges der Heiligen" heißt — und dass Iwrit auf diese Weise Superlative baut? So auch Schir HaSchirim, „Lied der Lieder", und Schabbat Schabbaton. · Sprachpunkt
  • … dass die Gelehrten seit alters verschiedene Antworten darauf geben, was Nadaw und Awihu falsch gemacht haben — und dass keine davon als die eine richtige gilt? Die Tora selbst nennt keinen Grund; sie sagt nur „ein Feuer, das er ihnen nicht befohlen hatte". · Wajikra 10,1–2 ·
  • … dass die Tora für den Jom Kippur nirgends das Wort „fasten" benutzt? Sie sagt: „Ihr sollt eure Seelen bedrücken." Was das genau heißt, haben erst die Gelehrten bestimmt: fünf Dinge, von denen Essen und Trinken nur eines ist. · Wajikra 16,29 ·
  • … dass der Widdui bis heute im Plural gesprochen wird — „wir haben", nie „ich habe" — und dass er alphabetisch geordnet ist, von A bis Z, damit nichts vergessen wird? ·

Woord van de week:Wort der Woche: Acharee Mot / Acharej Mot — Acharej Mot heißt ‚nach dem Tod'. Die Parascha ist nach ihren ersten Worten benannt — und diese Worte sagen nicht, was geschehen ist, sondern wann das Folgende gesagt wurde.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Das verstehe ich nicht", sagte Ariella. „Ich habe nicht gestohlen. Warum soll ich sagen: wir haben gestohlen? Das ist doch einfach nicht wahr."

Eli wollte etwas sagen, aber Asaf war schneller. „Stell dir einen Körper vor", sagte er. „Ein ganzes Volk ist wie ein Körper. Manche sind der Kopf — die Gelehrten. Manche sind der Rumpf. Und manche sind die Füße, die das Ganze tragen."

„Und?", sagte Ariella.

„Und wenn dir ein Zehennagel einwächst", sagte Asaf, „dann kannst du nicht mehr denken. Der Zeh ist ganz unten und ganz klein. Trotzdem steht oben alles still. So hängt ein Körper zusammen."

Eli nickte. „Die größten Gelehrten sagen den Widdui nicht nur an Jom Kippur", sagte er. „Manche sagen ihn jeden Tag. Auch über schwere Dinge, mit denen sie nie etwas zu tun hatten. Nicht weil sie lügen. Sondern weil es ihnen wehtut, dass es in ihrem Volk geschieht."

Ariella dachte lange nach.

„Dann heißt wir nicht: ich war es", sagte sie schließlich. „Dann heißt es: es geht mich an."

„Und das ist schwerer", sagte Asaf.

„Nein", sagte Ariella. „Das ist leichter. Allein wäre es schwerer."

Vraag aan jouFrage an dich

Ariella sagt zuerst, „wir haben" sei nicht wahr, wenn man es nicht getan hat. Asaf sagt, ein Volk sei ein einziger Körper. Am Ende sagt Ariella, das „Wir" mache es leichter, Asaf sagt, es mache es schwerer. Wer von beiden hat recht — und was folgt daraus für den, der am Jom Kippur den Widdui mitspricht?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Wann hast du zuletzt ‚wir' gesagt für etwas, das du selbst gar nicht getan hast — und war das ehrlich oder bequem?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
30 · Kedosjiem Kedoschim

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Op tijd betalen

Het is netjes om de mensen die voor je werken op tijd te betalen. Dit is een zaak van geven en nemen.

De werkster, de arbeider, de winkelier, de leraar of de loodgieter heeft werk voor je gedaan, dus moet je hem op tijd betalen.

De Tora waarschuwt ons twee maal hiervoor: „Jij mag de betaling van de dagloner niet tot de ochtend laten liggen." Je moet hem zo snel mogelijk betalen, dezelfde dag nog.

In het vijfde Boek van de Tora, Devariem, wordt dit nog een keer gezegd: „Jij mag niets tekort doen aan de arme en zielige dagloner onder jouw broers of onder de vreemdelingen, die in uw land zijn. Op zijn dag zal jij hem zijn loon geven. Daarover mag de zon niet ondergaan; want arm is hij en op zijn loon rekent hij echt."

En als je hem niet goed en op tijd betaalt, zal de arme werker Hasjeem aanroepen — en dan zal bij jou een avera, een zonde, zijn.

Het verbod „Jij mag het loon niet laten overnachten" spreekt over een arbeider die overdag gewerkt heeft. Je kunt hem nog de hele nacht betalen. Heb je hem voor de ochtend niet betaald, dan doe je een grote avera, zodra het in de ochtend licht wordt.

Dan staat er nog een waarschuwing in de Tora: „De zon mag er niet over ondergaan." Hé — we hebben toch net geleerd dat je het loon direct na het werk moet betalen en niet de hele nacht mag laten liggen?

Maar „De zon mag er niet over ondergaan", dat spreekt van een werker die 's nachts gewerkt heeft. Aan hem kan je de hele volgende dag nog betalen — bijvoorbeeld aan een nachtportier. Je doet de avera, het verbod van te laat betalen, pas wanneer de zon ondergaat.

Op tijd en goed betalen is dus heel belangrijk. En netjes, want zo hoort het.

↩ Weet je nog, hoe in het vorige hoofdstuk iedereen op de binnenplaats stond te wachten tot de deur openging? Wachten is moeilijk. De man die op zijn loon wacht, weet dat maar al te goed.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … in deze parasja staat wat er met de hoek van je akker gebeurt? Als je oogst, laat je hem staan. Die hoek heet pe'a. Je oogst hem niet, je neemt hem niet mee naar huis — hij blijft gewoon staan. Wie niets heeft, mag komen en hem halen. En wat er bij het oogsten uit je hand valt, raap je niet op. Ook dat blijft liggen, voor wie het nodig heeft.
  • … een paar mannen elke dag hun brood bij elkaar legden en het samen deelden? Op een dag had er één niets bij zich. Hij schaamde zich en zei geen woord. Toen ging een ander naar hem toe en deed net alsof hij brood van hem nam — zodat niemand merkte dat hij niets had. De geleerde Sjemoe'eel hoorde ervan en zei tegen hem: dat was iets heel goeds.

Woord van de week:Wort der Woche: Kedosjiem / Kedoschim — Kedosjiem betekent: de heiligen.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ik heb een keer een hele week op een boek gewacht", zei Asaf. „Elke dag vroeg ik: komt het vandaag?"

Ita knikte. „En die man wacht niet op een boek. Hij wacht op brood."

„In dezelfde parasja staat een zin", zei Eli. „Heb je naaste lief gelijk jezelf. Ik denk dat het betalen precies die zin is."

„Hoezo dan?", vroeg Asaf.

„Omdat jij weet hoe wachten voelt", zei Eli. „Je hebt het zelf gedaan. En wie dat weet, laat een ander niet wachten."

Ita dacht na. „Je vriendje of vriendinnetje moet je net zo lief hebben als jezelf", zei ze langzaam. „Niet alleen bij het spelen. Ook bij het geld."

Vraag aan jouFrage an dich

Wie bij jullie thuis wacht er op dit moment op iets — op een brief, op een telefoontje, op iemand die thuiskomt? En hoe is dat voor degene die wacht?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond over iemand die voor uw gezin werkt — en vraag uw kind: waaraan zou die merken dat wij hem belangrijk vinden?

Duits

Bevor die Sonne untergeht

Der Mann wartet.

Er steht vor der Tür, den Hammer noch in der Hand. In seinen Haaren ist grauer Staub vom Mörtel. Die Sonne hängt schon tief über den Dächern, und sein Schatten wird länger, während er wartet.

Den ganzen Tag hat er gearbeitet. Jetzt ist die Arbeit fertig. Jetzt wartet er auf sein Geld.

„Gleich", hat jemand gesagt. Das war vor einer Stunde.

Wer für dich arbeitet, wird pünktlich bezahlt. Das ist Geben und Nehmen, und beides gehört zusammen.

Die Frau, die putzt. Der Mann, der baut. Der Ladenbesitzer. Der Lehrer. Der Klempner, der das Rohr repariert hat. Sie alle haben für dich gearbeitet. Also musst du sie bezahlen — und zwar rechtzeitig.

Zweimal warnt die Tora davor. Zweimal, damit es niemand überliest.

Ein Tagelöhner ist jemand, der für einen Tag Arbeit einen Tag Lohn bekommt. Am Abend ist die Arbeit vorbei — und am Abend braucht er das Geld.

Das erste Mal steht es so: „Der Lohn des Tagelöhners darf bei dir nicht bis zum Morgen liegen bleiben." Bezahl ihn so schnell du kannst. Am besten noch am selben Tag.

Im fünften Buch der Tora, in Dewarim, steht es noch einmal. Dort heißt es: „Du sollst dem armen und bedürftigen Tagelöhner nichts vorenthalten — nicht deinem Bruder und nicht dem Fremden, der bei dir im Land wohnt. An seinem Tag sollst du ihm seinen Lohn geben. Die Sonne darf darüber nicht untergehen."

Bedürftig heißt: Er hat nichts übrig. Und der Fremde, das ist einer, der aus einem anderen Land gekommen ist und hier lebt.

Und dann sagt die Tora sogar, warum: Denn er ist arm. Und er rechnet fest mit diesem Geld.

Wenn du ihn nicht bezahlst, ruft er zu Haschem. Dann hast du eine Awera getan — etwas, das die Tora verboten hat.

Jetzt pass gut auf. Denn jetzt wird es merkwürdig.

Der eine Satz sagt: nicht bis zum Morgen. Der andere Satz sagt: nicht bis zum Sonnenuntergang. Ja, was denn nun?

Beides stimmt. Es sind nämlich zwei verschiedene Arbeiter.

Der eine hat am Tag gearbeitet. Ihn darfst du die ganze Nacht noch bezahlen. Wird es aber morgens hell und hat er sein Geld immer noch nicht — dann ist es eine große Awera.

Der andere hat in der Nacht gearbeitet. Vielleicht war er Nachtwächter. Ihn darfst du den ganzen nächsten Tag noch bezahlen. Geht aber die Sonne unter und hat er sein Geld immer noch nicht — erst dann ist es eine Awera.

Pünktlich bezahlen ist also wichtig. Und anständig. So gehört sich das.

Und der Mann vor der Tür? Als die Sonne halb hinter dem Dach steht, geht die Tür auf. Er bekommt sein Geld. Er zählt es nicht einmal nach. „Danke", sagt er. „Jetzt kann ich noch Brot holen." Dann geht er nach Hause, und die Sonne ist noch da.

↩ Weißt du noch, wie im Kapitel davor alle im Hof standen und warteten, bis die Tür aufging? Warten ist schwer. Der Mann, der auf seinen Lohn wartet, weiß das genau.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass in dieser Parascha steht, was mit der Ecke deines Feldes geschieht? Wenn du erntest, lässt du sie stehen. Sie heißt Pea. Du erntest sie nicht ab, du bringst sie nicht nach Hause — sie bleibt einfach stehen. Wer nichts hat, darf kommen und sie sich holen. Und was dir beim Ernten aus der Hand fällt, hebst du nicht wieder auf. Auch das bleibt liegen, für den, der es braucht. · Wajikra 19,9–10
  • … dass ein paar Männer jeden Tag ihr Brot zusammenlegten und miteinander teilten? Eines Tages hatte einer nichts dabei. Er schämte sich und sagte kein Wort. Da ging ein anderer zu ihm hin und tat so, als nehme er Brot von ihm — damit niemand merkte, dass er keins hatte. Der Weise Schemuel hörte davon und sagte zu ihm: Das war etwas sehr Gutes.: Evers 29b, VERHAAL (Stufe b) — ohne den Schlangen-Teil, Begründung in der Auslassungsliste

Woord van de week:Wort der Woche: Kedosjiem / Kedoschim — Kedoschim heißt: die Heiligen. Haschem sagt zum ganzen Volk: Ihr sollt kedoschim sein — auch da, wo gerade niemand hinschaut.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ich habe mal eine ganze Woche auf ein Buch gewartet", sagte Asaf. „Jeden Tag habe ich gefragt: Kommt es heute?"

Ita nickte. „Und der Mann wartet nicht auf ein Buch. Er wartet auf Brot."

„In derselben Parascha steht ein Satz", sagte Eli. „Liebe deinen Nächsten wie dich selbst. Ich glaube, das Bezahlen ist genau dieser Satz."

„Wieso denn?", fragte Asaf.

„Weil du weißt, wie sich Warten anfühlt", sagte Eli. „Du hast es ja selbst getan. Und wer das weiß, lässt keinen anderen warten."

Ita dachte nach. „Dein Freund soll dir so lieb sein wie du dir selbst", sagte sie langsam. „Nicht nur beim Spielen. Auch beim Geld."

Vraag aan jouFrage an dich

Wer bei euch zu Hause wartet gerade auf etwas — auf einen Brief, auf einen Anruf, auf jemanden, der nach Hause kommt? Und wie ist das für den, der wartet?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend von einem Menschen, der für Ihre Familie arbeitet — und fragen Sie Ihr Kind: Woran würde der merken, dass wir ihn wichtig nehmen?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Vijf keer waarschuwt de Tora

Dat lijkt logisch. Maar veel mensen houden zich daar toch niet aan.

Het is netjes om iedereen op tijd te betalen — zeker als je jouw werknemers voor je hebt laten werken. Jouw arbeider heeft werk voor jou gedaan, dus moet jij hem betalen.

De Tora vindt het nodig om op twee plaatsen hiervoor te waarschuwen: „Je moet de betaling van je werknemer niet tot de ochtend laten liggen" (Vajikra 19:13).

In het vijfde boek van de Tora, Devariem, wordt dat nog een keer herhaald: „Je mag niks te kort doen aan een arme en behoeftige werknemer onder jouw broers of onder de vreemdelingen die in jouw land zijn. Op zijn werkdag moet je hem zijn loon geven. Daarover mag de zon niet onder gaan. Want hij is arm en hij rekent erop dat hij geld krijgt — anders roept hij vanwege jou tot Hasjeem, en dan zal er een zonde bij jou zijn" (Devariem 24:14–15).

Let erop dat je op tijd betaalt.

Wat betekent dat, dat jij de betaling van je dagwerknemer niet tot de ochtend mag laten liggen? Dit spreekt van iemand die overdag bij jou heeft gewerkt. Dan moet je hem 's avonds betalen en je hebt de tijd tot de volgende ochtend. Als je dan de volgende ochtend niet aan de arbeider betaald hebt, dan doe je avera, een lo ta'asee uit de Tora.

Als iemand 's nachts voor jou gewerkt heeft, dan moet je hem de volgende dag betalen. En als die volgende dag de zon ondergaat, heb je een grote avera gedaan als je hem niet betaald hebt.

Dit geldt niet alleen voor werk, als iemand voor jou werk doet. Maar ook als je dingen huurt, zoals een auto, een fiets of een paard om paard te rijden. Je moet altijd netjes op tijd betalen.

De Tora waarschuwt vijf keer tegen niet op tijd betalen.

Twee plaatsen — en toch vijf waarschuwingen? Ja. In die twee zinnen zitten vijf verschillende geboden en verboden, en de Chagamiem hebben ze geteld: houd niets achter; beroof niet; laat het loon niet overnachten; laat de zon er niet over ondergaan; en: op zijn dag moet je het hem geven.

Tegenwoordig

Tegenwoordig betalen we meestal niet meer per dag. Wij betalen mensen per week, per maand of soms per jaar. Maar dan nog geldt dat je op tijd moet betalen. Wanneer het werk overdag eindigde, moet je hem vóór de volgende ochtend betalen. Wanneer het werk 's nachts eindigde, moet je hem vóór het einde van de volgende dag betalen.

Maar ook als je iemand maar voor een paar uur huurt, voor een beetje werk, dan nog moet je hem op tijd betalen. Zoals bijvoorbeeld een babysit.

Wanneer je een werknemer op vrijdag hebt ingehuurd om voor je te werken, kan je hem de volgende dag niet betalen, want dan is het Sjabbat. De meeste arbeiders gaan op vrijdagmiddag ruim op tijd voor de nacht naar huis om de Sjabbat voor te bereiden.

Je moet ze dus vóór Sjabbat betalen.

↩ Weet je nog, de verkoper die de oude stoel opnieuw verfde? Daar ging het om de valse schijn. Hier gaat het om iets veel eenvoudigers: om geld dat allang van een ander is.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … zuivere naastenliefde echt mogelijk is? Het antwoord ligt in de woorden gelijk uzelf. Vraag jezelf eens af: waarom houd je eigenlijk van jezelf? Toch niet omdat je zo intelligent, zo geestig of zo gezellig bent. Om geen van die redenen. Je houdt van jezelf omdat je jezelf bent.
  • … je op dezelfde wijze ook van een ander moet houden? Niet omdat hij zo fantastisch is. Niet om zijn fijne eigenschappen. Maar alleen vanwege het feit dát hij is. Dat is het hele verschil: wie iemand om zijn eigenschappen liefheeft, houdt op zodra die eigenschappen ophouden.
  • … in Pirke Awot staat: „Wees van de leerlingen van Aharon, de vrede liefhebbend en de vrede najagend, de schepselen beminnend en hen naderbij brengend bij de Tora"? Pirke Awot is een boek met uitspraken van de Chagamiem. Aharon was de eerste Hogepriester, de broer van Mosje. Hij had zijn medemensen lief louter en alleen omdat zij maaksels van Hasjeem waren. Wie van G'd de Vader houdt, houdt ook van al Zijn kinderen.

Woord van de week:Wort der Woche: Ve'ahawta lere'acha kamocha — Ve'ahavta lere'acha kamocha — heb je naaste lief gelijk jezelf. Die zin staat in onze parasja, Vajikra 19:18. Die heet Kedosjiem, de heiligen: Hasjeem zegt tegen het hele volk dat jullie kadosj moeten zijn — ook bij heel gewone dingen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Op een dag kwam een chassied, een vroom en rechtvaardig mens, langs een villa. Daar was de bewoner bezig stenen over zijn tuinmuur op de weg te gooien.

De chassied zei: „Waarom werp je stenen van een terrein wat jou niet toebehoort, op een terrein wat jou wel toebehoort?"

De man vond deze woorden maar onzin.

Nu hebben woorden, uitgesproken door rechtvaardige mensen, altijd een speciale betekenis en kunnen zelfs in de toekomst echt gebeuren. Zo ook in dit geval.

De zaken gingen steeds slechter en de man moest al zijn bezittingen verkopen. Er bleef hem niets anders over dan in de open lucht op straat te slapen.

Bedroefd liep hij over straat. Plotseling struikelde hij pijnlijk over een hoop stenen midden op de weg.

Hij begreep dat hij het zelf was, die deze stenen over zijn tuinmuur had gegooid.

Toen herinnerde hij zich de woorden van de chassied en begreep dat hij gelijk had gekregen. Zijn huis was niet meer van hem en was dus terrein wat hem niet meer toebehoorde. De straat was nu de enige plaats waar hij thuishoorde: dat was dus het terrein dat hem wèl toebehoorde.

„Die man dacht dat zijn tuin zijn wereld was", zei Ariella, „en dat de straat hem niets aanging. Hij heeft nooit gevraagd wie daar beneden langsloopt. En wie niet vraagt wie er staat te wachten, betaalt hem ook te laat. Je hoeft een mens helemaal niet geweldig te vinden om hem mee te tellen. Het is genoeg dát hij er is."

„En op het eind was de straat het enige wat hij nog had", zei Asaf.

Eli zei lang niets. Toen zei hij: „Met het loon is het net zo. Het geld ligt nog in jouw zak. Maar van jou is het allang niet meer."

Vraag aan jouFrage an dich

De chassied zegt dat de stenen van een vreemd terrein op zijn eigen terrein vliegen. Wat bedoelde hij daarmee?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: aan wie in onze gemeente zijn wij nog iets verschuldigd — niet alleen geld, ook een bedankje, een antwoord of een telefoontje terug?

Duits

Fünfmal warnt die Tora

Es klingt selbstverständlich. Und trotzdem halten sich viele Menschen nicht daran.

Jeden bezahlt man pünktlich — erst recht die, die für einen gearbeitet haben. Dein Arbeiter hat für dich gearbeitet, also musst du ihn bezahlen. Was sollte daran schwierig sein?

Offenbar genug. Denn die Tora hält es für nötig, an zwei Stellen davor zu warnen.

Die erste steht in unserer Parascha: „Der Lohn deines Arbeiters darf bei dir nicht bis zum Morgen liegen bleiben" (Wajikra 19,13).

Die zweite steht im fünften Buch der Tora, in Dewarim. Dort wird es noch einmal wiederholt: „Du sollst dem armen und bedürftigen Tagelöhner nichts vorenthalten, weder unter deinen Brüdern noch unter den Fremden, die in deinem Land wohnen. An seinem Arbeitstag sollst du ihm seinen Lohn geben. Die Sonne darf darüber nicht untergehen. Denn er ist arm, und er rechnet mit diesem Geld — sonst ruft er deinetwegen zu Haschem, und es wird eine Sünde an dir sein" (Dewarim 24,14–15).

Pass auf, dass du pünktlich zahlst.

Was heißt das genau — den Lohn nicht bis zum Morgen liegen lassen?

Es spricht von jemandem, der tagsüber bei dir gearbeitet hat. Den bezahlst du am Abend, und du hast Zeit bis zum nächsten Morgen. Ist der Morgen da und er hat sein Geld immer noch nicht, dann hast du eine Awera begangen: Du hast ein Verbot der Tora übertreten.

Und wer nachts für dich gearbeitet hat? Den musst du am nächsten Tag bezahlen. Geht an diesem Tag die Sonne unter und er hat sein Geld immer noch nicht, dann ist das eine große Awera.

Das gilt nicht nur für Arbeit. Es gilt auch, wenn du etwas mietest: ein Auto, ein Fahrrad, ein Pferd zum Reiten. Immer wird pünktlich bezahlt.

Fünfmal warnt die Tora davor, es nicht zu tun. Fünfmal.

Zwei Stellen — und trotzdem fünf Warnungen? Ja. In diesen beiden Sätzen stecken fünf verschiedene Verbote und Gebote, und die Weisen haben sie gezählt: Halte nichts zurück. Raube nicht. Lass den Lohn nicht über Nacht liegen. Lass die Sonne nicht darüber untergehen. Und: An seinem Tag sollst du ihm geben.

Heute

Heute bezahlen wir meistens nicht mehr pro Tag. Wir zahlen pro Woche, pro Monat, manchmal sogar pro Jahr. Trotzdem bleibt die Regel: pünktlich. Endete die Arbeit am Tag, zahlst du vor dem nächsten Morgen. Endete sie in der Nacht, zahlst du vor dem Ende des nächsten Tages.

Und wenn jemand nur ein paar Stunden für dich da war? Für eine Kleinigkeit? Der Babysitter zum Beispiel? Auch der wird pünktlich bezahlt.

Am engsten wird es am Freitag. Wer am Freitag für dich arbeitet, den kannst du am nächsten Tag nicht bezahlen — dann ist Schabbat. Und die meisten Arbeiter gehen am Freitagnachmittag rechtzeitig nach Hause, lange vor der Nacht, um den Schabbat vorzubereiten.

Also musst du sie vor dem Schabbat bezahlen.

↩ Weißt du noch, der Verkäufer, der den alten Stuhl frisch anstrich? Dort ging es um den falschen Schein. Hier geht es um etwas viel Einfacheres: um Geld, das einem anderen längst gehört.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass reine Nächstenliebe wirklich möglich ist? Die Antwort steckt in den zwei Wörtern wie dich selbst. Frag dich einmal: Warum liebst du dich eigentlich? Doch wohl nicht, weil du so klug bist, so witzig oder so gute Gesellschaft. Aus keinem dieser Gründe. Du liebst dich, weil du du bist.: Evers 29c, Wist-je-dat-Punkt 1 (Stufe c)
  • … dass du genau auf dieselbe Weise auch einen anderen lieben sollst? Nicht, weil er so großartig ist. Nicht wegen seiner feinen Eigenschaften. Sondern allein deshalb, weil es ihn gibt. Das ist der ganze Unterschied: Wer jemanden für seine Eigenschaften liebt, hört auf, wenn die Eigenschaften aufhören.: Evers 29c, Wist-je-dat-Punkt 2 (Stufe c); der Schlusssatz ist unsere Zuspitzung
  • … dass in Pirke Awot steht: „Sei von den Schülern Aharons — den Frieden liebend und dem Frieden nachjagend, die Geschöpfe liebend und sie der Tora näherbringend"? Pirke Awot ist ein Buch mit Sätzen der Weisen Aharon war der erste Hohepriester, der Bruder von Mosche. Er hatte die Menschen lieb, nur und ausschließlich deshalb, weil sie Geschöpfe Haschems waren. Wer den Vater liebt, liebt auch seine Kinder.: Evers 29c, Wist-je-dat-Punkt 3 (Stufe c) · Stelle Pirke Awot 1,12 von Kritiker 1 bestätigt ✓

Woord van de week:Wort der Woche: Ve'ahawta lere'acha kamocha — Ve'ahawta lere'acha kamocha — Liebe deinen Nächsten wie dich selbst. Der Satz steht in unserer Parascha, Wajikra 19,18. Sie heißt Kedoschim, die Heiligen: Haschem sagt zum ganzen Volk, ihr sollt kadosch sein — heilig, und zwar auch bei ganz gewöhnlichen Dingen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eines Tages kam ein Chassid an einer Villa vorbei — ein frommer und gerechter Mensch. Der Bewohner der Villa warf gerade Steine über seine Gartenmauer auf die Straße.

Der Chassid sagte: „Warum wirfst du Steine von einem Grundstück, das dir nicht gehört, auf ein Grundstück, das dir wohl gehört?"

Der Mann hielt diese Worte für ziemlichen Unsinn.

Was gerechte Menschen sagen, hat immer ein besonderes Gewicht. Manchmal trifft es später wirklich ein. So war es auch hier.

Die Geschäfte gingen immer schlechter. Der Mann musste alles verkaufen, was er besaß. Am Ende blieb ihm nichts anderes übrig, als draußen auf der Straße zu schlafen.

Traurig ging er die Straße entlang. Plötzlich stolperte er schmerzhaft über einen Haufen Steine mitten auf dem Weg.

Und da begriff er: Er war es selbst gewesen, der diese Steine über seine Gartenmauer geworfen hatte.

Er erinnerte sich an die Worte des Chassid und verstand, dass der recht behalten hatte. Sein Haus gehörte ihm nicht mehr — das war also das Grundstück, das ihm nicht mehr gehörte. Und die Straße war jetzt der einzige Ort, an den er gehörte: Das war also das Grundstück, das ihm wohl gehörte.

„Der Mann dachte, sein Garten sei seine Welt", sagte Ariella, „und die Straße gehe ihn nichts an. Er hat nie gefragt, wer da unten vorbeigeht. Und wer nicht fragt, wer da wartet, zahlt ihn auch zu spät. Dabei muss man einen Menschen gar nicht großartig finden, damit er zählt. Es reicht, dass es ihn gibt."

„Und am Ende war die Straße das Einzige, was er noch hatte", sagte Asaf.

Eli sagte lange nichts. Dann sagte er: „Mit dem Lohn ist es genauso. Das Geld liegt noch in deiner Tasche. Aber deins ist es schon lange nicht mehr."

Vraag aan jouFrage an dich

Der Chassid sagt, die Steine flögen von einem fremden Grundstück auf das eigene. Was hat er damit gemeint?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Wem in unserer Gemeinde schulden wir noch etwas — nicht nur Geld, auch ein Dankeschön, eine Antwort oder einen Rückruf?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Een mens kan de kar niet zelf trekken

Volgens Ramban kan je een „naval birsjoet haTora — een boef binnen het kader van de Tora" blijven, ook al vervul je alle mitsvot.

We kunnen vloeken of schelden zonder direct een duidelijke mitsva of mitsvat lo ta'asee uit de Tora te overtreden. We kunnen onszelf de hele dag overeten en toch heel koosjer eten. Maar dat was natuurlijk niet de bedoeling van de Tora.

Daarom staat er in onze parasja: „Spreekt tot de hele gemeente van Israël en vertel hen: jullie moeten kedosjiem zijn, want Ik, Hasjeem, ben kadosj" (19:1–2).

De Tora wil dat wij kadosj zijn, ook in de meest aardse dingen, ook daar waar er geen duidelijke mitsvot, verboden of voorschriften zijn.

Waarom werd deze mitsva om kadosj te zijn in het openbaar gegeven, toen iedereen erbij was? Omdat deze mitsva de basis vormt voor een werkelijk Joods leven. We kunnen „technisch Joods" zijn en alle mitsvot precies vervullen maar verder weinig hebben begrepen van de boodschap van de Tora.

We kunnen ook inhoudelijk goed en echt Joods leven. Dan volgen we de bedoeling van de Tora-wet. Het is niet alleen de letter van de wet die belangrijk is.

Maar in ons eentje zal dit niet lukken. We hebben altijd de hulp van vrienden en mensen om ons heen nodig. Een mens alleen kan de kar niet zelf trekken. We hebben onze kennissen en vrienden nodig. Daarom werd er tot de hele gemeente gesproken.

We leven in een maatschappij waar alles moet kunnen en mogen. Kedoesja is totaal onbekend in onze omgeving. Daarom is het zo belangrijk dat we een goede Joodse leefomgeving opzoeken.

Rabbi Binem, een chassidische rebbe, dacht in zijn jeugd dat hij de hele wereld kon veranderen. Toen hij ouder werd, zag hij in dat dat niet zou lukken. Toch hoopte hij in ieder geval zijn stad te kunnen veranderen. Na enige tijd begreep hij dat ook dat niet haalbaar was. „Laat mij in ieder geval mijn buurt met een goede spirit opknappen."

Maar toen begreep hij dat dat ook niet ging. „Ik ga in ieder geval mijn familie proberen te veranderen." Toen hij zag dat dat niet lukte, begreep hij dat hij moest beginnen bij zichzelf.

Maar wanneer we onszelf kunnen veranderen, dan zien we dat ook de rest van onze omgeving mee verandert.

En dat is de inhoud van kedosjiem tijoe in het meervoud. We kunnen het niet alleen klaren. We hebben elkaar nodig.

↩ In het vorige hoofdstuk ging het om één woord in het meervoud: wij hebben, zegt de widdoej, ook in de mond van mensen die het nooit gedaan hebben — omdat een volk één lichaam is. Hier staat dezelfde zaak van de andere kant: omdat wij één lichaam zijn, kan ook niemand in zijn eentje kadosj zijn.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … elke Hebreeuwse letter tegelijk een getal is? Tel je de letters van een zin bij elkaar op, dan krijgt die zin een getallenwaarde. De getallenwaarde van de zin „Ve'ahavta lere'acha kamocha — heb je naaste lief gelijk jezelf, Ik ben Hasjeem" is precies 907. En de getallenwaarde van „Ve'ahavta et Hasjeem Elokecha — heb Hasjeem lief" is óók 907. Beide zijn dus even belangrijk.
  • … in dezelfde parasja ook staat: „Jullie mogen niet waarzeggen uit tekens en geen uren duiden" (19:26)? Het verbod op tovenarij zelf staat ergens anders (Sjemot 22:17; Devariem 18:10). De Gemara zegt over ónze pasoek iets verrassends: een horoscoop kan best enige waarheid bevatten — maar het is ons toch verboden daarop te vertrouwen. Het gaat dus niet om de vraag of iets klopt. Het gaat om de vraag waarop je steunt.
  • … je het bloed van een geschoten hert of van een vogel met zand moet bedekken, onder en boven? In de Tora staat de reden er meteen bij: de ziel van al het vlees is zijn bloed. Het leven hangt aan het bloed. Daarom moet men die ziel als het ware bedekken voordat wij het vlees mogen eten. Het zou wreed zijn wanneer we het vlees zouden opeten terwijl de ziel uitgegoten wordt. De Chagamiem zien daarin rachamiem — barmhartigheid.
  • … deze mitswa eigenlijk de sjocheet treft, de slachter — en dat de pasoek hem toch aan alle Bnee Jisra'eel richt? De Chagamiem vragen: waarom aan iedereen? En zij antwoorden: omdat ieder die langskomt het bloed moet bedekken, wanneer de sjocheet het nalaat. Het is een mitswa voor iedereen.
  • … het er niet alleen om gaat dát het gebeurt, maar ook hoe? Wie het zand er met zijn voet overheen schopt, doet een bizoej mitswa — een minachting voor de mitsva.

Woord van de week:Wort der Woche: Kedoscha / Kedoesja — Kedoesja is het zelfstandig naamwoord bij kadosj.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ik zou teruggegroet hebben", zei Ita. „Meteen. Wie niet teruggroet, is onbeleefd."

Er was eens een Chagam, die bekend stond om zijn opvallende vroomheid. Op een dag was hij op weg buiten de stad. Toen de tijd om te davvenen aanbrak, besloot hij langs de kant van de weg te davvenen.

Hij was zo verdiept in zijn tefillot dat hij niet merkte dat een hoge Romeinse officier hem passeerde en groette. De officier verwachtte natuurlijk dat deze Jood hem onderdanig terug zou groeten. Toen dat niet gebeurde, was hij diep beledigd.

Toen de Chagam klaar was met zijn tefillot, zei de Romein woedend: „Waarom breng je je leven in gevaar, door mij niet te groeten?" En dreigend kwam hij op de geleerde af.

„Geeft u mij alstublieft even tijd om u te antwoorden."

De officier was wel benieuwd naar de uitleg voor zijn onbeschofte gedrag.

De Chagam antwoordde: „Wat zou er gebeuren als u een vriend zou teruggroeten als u voor de keizer zou staan?"

„Dan zou ik zeker met het zwaard onthoofd worden."

Waarop de Chagam weer antwoordde: „Dan kon ik, toen ik stond voor de Koning der Koningen, Hakadosj Baroech Hoe, toch niet de grofheid hebben om mij om te draaien om een voorbijganger te groeten?"

Toen erkende de Romein dat de Jood gelijk had en hij liet de vrome Chagam zijn weg vervolgen. Door zijn eerlijkheid en oprechtheid wist hij de Romein te overtuigen en werd hij netjes behandeld. De Chagam davvende als een kadosj mens.

„Hij heeft de officier niet veracht", zei Ariella. „Hij heeft hem alleen niet belangrijker gemaakt dan Hasjeem. En ‚gelijk jezelf' betekent niet: even belangrijk als ik. Het betekent: een mens zoals ik."

„En raar genoeg", zei Eli: „juist omdat hij niet teruggroette, respecteerde de Romein hem op het eind."

Ita dacht lang na. „Ik blijf toch bij mijn zin", zei ze. „Hij heeft de officier laten wachten zonder hem te vragen of hij wilde wachten. Ik snap waarom hij het deed. Ik had het niet gekund."

Vraag aan jouFrage an dich

Ita blijft op het eind bij haar zin, Eli ziet het anders. De officier voelt zich beledigd, en daar heeft hij een reden voor. De Chagam antwoordt niet, en daar heeft hij óók een reden voor. Wie van de twee heeft in dit verhaal gelijk — en wat volgt daaruit voor het moment waarop jij zelf davvent en iemand jou aanspreekt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: Rabbi Binem wilde eerst de wereld veranderen, toen de stad, toen de buurt, toen het gezin — bij welke van die vier kringen beginnen wij eigenlijk, als wij over onze gemeente praten?

Duits

Ein Mensch zieht den Karren nicht allein

Man kann jede einzelne Mizwa erfüllen — und trotzdem ein Schuft sein.

Das ist kein Satz von uns. Der Ramban sagt es: Es gibt den nawal birschut haTora, den Schuft im Rahmen der Tora. Einen Menschen, der nichts Verbotenes tut und trotzdem daneben lebt.

Wie das geht? Ganz leicht. Man kann fluchen und schimpfen, ohne dabei eine bestimmte Mizwa oder ein bestimmtes Verbot der Tora zu übertreten. Man kann sich den ganzen Tag überessen und dabei vollkommen koscher essen. Verboten war nichts davon. Gemeint war es trotzdem nicht so.

Darum steht in unserer Parascha ein Satz, der über allen Einzelheiten steht: „Sprich zur ganzen Gemeinde Israels und sage ihnen: Ihr sollt kedoschim sein, denn Ich, Haschem, bin kadosch" (Wajikra 19,1–2).

Die Tora will, dass wir kadosch sind — auch in den allerirdischsten Dingen. Gerade dort, wo keine klare Mizwa steht, kein Verbot und keine Vorschrift.

Warum wurde ausgerechnet diese Mizwa öffentlich gegeben, als alle dabei waren?

Weil sie die Grundlage eines wirklich jüdischen Lebens ist. Man kann „technisch jüdisch" sein: alle Mizwot ganz genau erfüllen und von der Botschaft der Tora trotzdem wenig verstanden haben. Man kann aber auch inhaltlich jüdisch leben. Dann folgt man dem, was die Tora meint. Nicht nur der Buchstabe des Gesetzes zählt.

Allein schafft das jedoch niemand. Wir brauchen immer die Hilfe von Freunden und von den Menschen um uns herum. Ein Mensch zieht den Karren nicht allein. Wir brauchen unsere Bekannten und unsere Freunde. Darum wurde zur ganzen Gemeinde gesprochen.

Wir leben in einer Gesellschaft, in der alles erlaubt sein soll. Kedoscha — das Heiligsein — ist in unserer Umgebung völlig unbekannt. Gerade deshalb ist es so wichtig, sich eine gute jüdische Umgebung zu suchen.

Rabbi Binem, ein chassidischer Rebbe, dachte in seiner Jugend, er könne die ganze Welt verändern. Als er älter wurde, sah er ein, dass das nicht gelingen würde. Immerhin, hoffte er, seine Stadt könne er wohl verändern. Nach einiger Zeit begriff er, dass auch das nicht zu schaffen war. „Dann lass mich wenigstens mein Viertel in einen guten Geist bringen."

Aber dann verstand er, dass auch das nicht ging. „Gut, dann versuche ich es eben bei meiner Familie." Und als er sah, dass es auch dort nicht gelang, begriff er: Er musste bei sich selbst anfangen.

Wenn wir uns selbst verändern können, dann sehen wir, dass die ganze übrige Umgebung sich mitverändert.

Das ist der Inhalt von kedoschim tihju — der Satz steht im Plural. Wir können es nicht allein schaffen. Wir brauchen einander.

↩ Im Kapitel davor ging es um ein Wort im Plural: wir haben, sagt der Widdui, auch im Mund von Menschen, die es nie getan haben — weil ein Volk ein Körper ist. Hier steht dieselbe Sache von der anderen Seite: Weil wir ein Körper sind, kann auch kadosch niemand allein sein.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass jeder hebräische Buchstabe zugleich eine Zahl ist? Zählt man die Buchstaben eines Satzes zusammen, bekommt der Satz einen Zahlenwert. Der Zahlenwert von „Ve'ahawta lere'acha kamocha — Liebe deinen Nächsten wie dich selbst, Ich bin Haschem" ist genau 907. Und der Zahlenwert von „Ve'ahawta et Haschem Elokecha — Liebe Haschem, deinen G'tt" ist ebenfalls 907. Beide sind also gleich wichtig.: Evers 30c, sein einziger Wist-je-dat-Punkt; die Erklärung des Zahlenwerts ist unsere Glosse · beide Werte von Kritiker 1 selbst nachgerechnet und bestätigt ✓
  • … dass in derselben Parascha auch steht: „Ihr sollt nicht aus Zeichen wahrsagen und keine Stunden deuten" (Wajikra 19,26)? Das Verbot der Zauberei selbst steht an anderer Stelle (Schemot 22,17; Dewarim 18,10). Die Gemara sagt zu unserem Vers etwas Überraschendes: Ein Horoskop kann durchaus einiges Wahre enthalten — sich darauf zu verlassen ist uns trotzdem verboten. Es geht also nicht darum, ob etwas stimmt. Es geht darum, worauf man sich stützt.: Evers 30c, Eingangssatz seines PRIJSVRAAG-Teils (Eli); der Schlusssatz ist unsere Zuspitzung , Berichtigung 29.08.: Evers' NL gibt den Vers als „tovenarij en voorspellingen" wieder. Wajikra 19,26 verbietet aber nachasch und onen — Zeichendeuterei und Zeitwählerei; das Zauberei-Verbot (kischuf) steht Schemot 22,17 / Dewarim 18,10. Als fett gesetztes Zitat mit Stellenangabe wäre das eine überprüfbare Falschangabe im Buch. Versinhalt darum in DE und NL an den Toratext angepasst, Zauberei-Stelle daneben genannt, Zeile hier — nicht still geändert
  • … dass man das Blut eines erlegten Wildtiers oder Vogels mit Erde bedecken muss, unten und oben? In der Tora steht der Grund gleich dabei: Die Seele allen Fleisches ist sein Blut. Das Leben hängt am Blut. Darum wird diese Seele gleichsam zugedeckt, bevor wir das Fleisch essen dürfen. Es wäre grausam, das Fleisch zu essen, während die Seele offen daliegt. Die Weisen sehen darin Rachamim — Barmherzigkeit.: Evers 29b, Zone 1 (Stufe b) · Versanker Wajikra 17,13 — Acharej Mot, nicht Kedoschim, siehe der Steuerzeile
  • … dass diese Mizwa eigentlich den Schochet trifft, den Schlachter — und dass der Vers sie trotzdem an ganz Bnej Jisrael richtet? Die Weisen fragen: Warum an alle? Und sie antworten: Weil jeder, der vorbeikommt, das Blut bedecken muss, wenn der Schochet es unterlassen hat. Es ist eine Mizwa für alle.: Evers 29b, Zone 1 (Stufe b)
  • … dass es dabei nicht nur darauf ankommt, dass es getan wird, sondern auch wie? Wer die Erde mit dem Fuß darüberscharrt, begeht ein Bisui Mizwa — eine Geringschätzung der Mizwa.: Evers 29b, Zone 1 (Stufe b); die Zuspitzung ist unsere 29.08.: Dieser Halbpunkt stand zuvor am Ende von Punkt 4 — dort trugen Schochet · Bnei Jisrael · Mizwa · Bisui Mizwa rund neunzig Wörter auf einmal, und der Punkt zerfiel im Vorlesen in Vokabelerklärungen. Als eigener Punkt gesetzt; Evers' Absatzgliederung auf 29b spricht nicht dagegen

Woord van de week:Wort der Woche: Kedoscha / Kedoesja — Kedoscha ist das Hauptwort zu kadosch. Es meint nicht Frömmigkeit und nicht Rückzug, sondern: sich auch dort zurückhalten können, wo nichts verboten ist.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ich hätte zurückgegrüßt", sagte Ita. „Sofort. Wer nicht zurückgrüßt, ist unhöflich."

Es war einmal ein Chacham, ein Gelehrter, der für seine auffallende Frömmigkeit bekannt war. Eines Tages war er außerhalb der Stadt unterwegs. Als die Zeit zum Beten kam, beschloss er, am Straßenrand zu davvenen — zu beten.

Er war so in seine Tefillot vertieft, dass er nicht bemerkte, wie ein hoher römischer Offizier an ihm vorbeikam und ihn grüßte. Der Offizier erwartete selbstverständlich, dass dieser Jude ihn ergeben zurückgrüßte. Als das nicht geschah, war er zutiefst beleidigt.

Als der Chacham mit seinen Tefillot fertig war, sagte der Römer wütend: „Warum bringst du dein Leben in Gefahr, indem du mich nicht grüßt?" Und drohend trat er auf den Gelehrten zu.

„Geben Sie mir bitte einen Augenblick Zeit, Ihnen zu antworten."

Die Erklärung wollte der Offizier dann doch hören — die Erklärung für das, was er für Unverschämtheit hielt.

Der Chacham antwortete: „Was würde geschehen, wenn Sie einen Freund zurückgrüßten, während Sie vor dem Kaiser stehen?"

„Dann würde man mir mit dem Schwert den Kopf abschlagen."

Darauf antwortete der Chacham: „Wie hätte ich dann, als ich vor dem König aller Könige stand, vor Hakadosch Baruch Hu, die Grobheit besitzen können, mich umzudrehen und einen Vorübergehenden zu grüßen?"

Da erkannte der Römer an, dass der Jude recht hatte, und ließ den frommen Chacham seines Weges ziehen. Durch seine Ehrlichkeit und Aufrichtigkeit gelang es ihm, den Römer zu überzeugen, und er wurde anständig behandelt. Der Chacham dawente wie ein kadoscher Mensch.

„Er hat den Offizier nicht verachtet", sagte Ariella. „Er hat ihn nur nicht wichtiger genommen als Haschem. Und ‚wie dich selbst' heißt ja nicht: so wichtig wie ich. Es heißt: ein Mensch wie ich."

„Und merkwürdig", sagte Eli: „Gerade weil er nicht zurückgegrüßt hat, hat der Römer ihn am Ende geachtet."

Ita überlegte lange. „Ich bleibe trotzdem bei meinem Satz", sagte sie. „Er hat den Offizier warten lassen, ohne ihn zu fragen, ob er warten will. Ich verstehe, warum er es getan hat. Ich hätte es nicht gekonnt."

Vraag aan jouFrage an dich

Ita bleibt am Ende bei ihrem Satz, Eli sieht es anders. Der Offizier hält sich für beleidigt, und er hat einen Grund. Der Chacham antwortet nicht und hat auch einen Grund. Wer von beiden hat in dieser Geschichte recht — und was folgt daraus für den Augenblick, in dem du selbst betest und jemand dich anspricht?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Rabbi Binem wollte erst die Welt ändern, dann die Stadt, dann das Viertel, dann die Familie — bei welchem dieser vier Kreise fangen wir eigentlich an, wenn wir über unsere Gemeinde reden?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
31 · Emor Emor

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Eerst de dieren

Het eten staat op tafel. Het ruikt lekker. En toch mag je nog niet beginnen.

Eerst krijgen de dieren hun voer. De koe in de stal. Het paard. De hond onder de tafel. Zij kunnen niets pakken. Zij kunnen niet eens vragen. Daarom zijn zij het eerst aan de beurt.

Zo staat het in de Tora. En het is niet het enige wat daar over dieren staat.

Op Sjabbat rust ook het dier. Geen os trekt de ploeg. Geen ezel draagt een zak. Je mag een dier niet afbeulen. Zelfs vissoorten waarvan er nog maar weinig zijn, worden beschermd.

En in onze parasja staat een zin die je onthoudt:

„Een os of lam, ouder en kind, mag je niet op één dag slachten."

Waarom eigenlijk? Twee wijzen hebben erover nagedacht — hun namen lijken bijna op elkaar. En ieder zegt iets anders.

De Ramban leefde achthonderd jaar geleden in Spanje. Hij zegt: denk aan de moedervogel op het nest. Wil je de eieren pakken, dan moet je de moeder eerst wegsturen. Zij hoeft het niet aan te zien. Hier is het net zo. Een mens mag niet wreed worden. Wie geen medelijden meer heeft met dieren, raakt iets kwijt.

Maimonides zegt het anders. Hij zegt: dood geen jong dier voor de ogen van het moederdier. Een koe zorgt om haar kalf zoals een mens zich zorgen maakt om zijn kind. Maimonides schrijft een zin die je lang onthoudt:

„Moederliefde heeft niets te maken met of je kunt nadenken als een mens."

↩ In de ark kreeg ieder dier zijn eigen eten — daar zorgden No-ach en zijn familie goed voor. Wat No-ach daar deed, staat hier als mitswa in de Tora. Een mitswa is een opdracht die Hasjeem ons gegeven heeft.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … veel grote Joodse leiders eerst herder waren? Hasjeem haalde hen van achter de schaapjes en de geitjes vandaan.
  • … Hasjeem koning David en ook Mosje getest heeft op hun goede karakter — aan de manier waarop zij met hun dieren omgingen?
  • … je een dier alleen mag slachten als je lichaam het vlees nodig heeft — of als het voor een mitswa is, bijvoorbeeld voor de mooie maaltijd op Sjabbat? Nooit zomaar.
  • … alle feesten van het hele jaar in onze parasja staan, achter elkaar als op een klok? In het voorjaar Pesach. Zeven weken later Sjavoe'ot. En in het najaar Soekot, het Loofhuttenfeest.

Woord van de week:Wort der Woche: Emor — Emor betekent: zeg! Met dat ene woord begint onze parasja.

Wat het betekentWas es bedeutet

Stel je voor dat je enorme honger hebt. En dan zegt iemand: eerst de hond.

„Dat is oneerlijk", zei Ita.

„Dat is het niet", zei Eli. „Jij kunt zeggen dat je honger hebt. De hond kan dat niet. Hij kan alleen maar wachten."

Ita dacht na. „Dan is die regel voor de hond gemaakt."

„Voor hem ook", zei Eli. „Maar Maimonides zegt: hij is net zo goed voor jou gemaakt. Wij moeten ervan leren goed te zijn — en het wrede in onszelf kleiner te maken."

Vraag aan jouFrage an dich

De ene wijze sprak over de vogel op het nest, de andere over de ogen van de moeder. Als jij aan iemand moet uitleggen waarom moederdier en kind niet op één dag geslacht mogen worden — welk van de twee beelden vertel je hem dan?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind vanavond eerst het huisdier of de vogels bij het raam voeren — en pas daarna zelf aan tafel gaan.

Duits

Erst die Tiere

Das Essen steht auf dem Tisch. Es duftet. Und du darfst noch nicht anfangen.

Erst bekommen die Tiere ihr Futter. Die Kuh im Stall. Das Pferd. Der Hund unter dem Tisch. Sie können sich nichts holen. Sie können nicht einmal fragen. Darum sind sie zuerst dran.

So steht es in der Tora. Und es ist nicht das Einzige, was dort über Tiere steht.

Am Schabbat ruht auch das Tier. Kein Ochse zieht den Pflug. Kein Esel trägt einen Sack. Ein Tier darf man nicht schinden. Sogar Fische, von denen es nur noch wenige gibt, werden geschützt.

Und in unserer Parascha steht ein Satz, den man sich merkt:

„Ein Ochse oder ein Lamm, Elterntier und Kind, darfst du nicht an einem Tag schlachten."

Warum eigentlich? Zwei Weise haben darüber nachgedacht — ihre Namen klingen fast gleich. Und jeder sagt etwas anderes.

Der Ramban lebte vor achthundert Jahren in Spanien. Er sagt: Denk an den Vogel im Nest. Wenn du die Eier nehmen willst, musst du die Mutter vorher wegschicken. Sie soll nicht zusehen müssen. Hier ist es genauso. Ein Mensch darf nicht hart werden. Wer mit Tieren kein Mitleid mehr hat, verliert etwas.

Der Rambam sagt es anders. Er sagt: Töte kein junges Tier vor den Augen der Mutter. Eine Kuh sorgt sich um ihr Kalb, wie ein Mensch sich um sein Kind sorgt. Der Rambam schreibt einen Satz, den man lange im Kopf behält:

„Mutterliebe hat nichts damit zu tun, ob man denken kann wie ein Mensch."

↩ In der Arche bekam jedes Tier sein eigenes Futter — dafür sorgten No-ach und seine Familie. Was No-ach dort tat, steht hier als Mizwa in der Tora. Eine Mizwa ist ein Auftrag, den Haschem uns gegeben hat.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass viele große jüdische Führer vorher Hirten waren? Haschem holte sie hinter den Schafen und Ziegen hervor. (Evers 31a)
  • … dass Haschem den König David und auch Mosche daran geprüft hat, wie sie mit ihren Tieren umgingen? (Evers 31a)
  • … dass ein Tier nur dann geschlachtet werden darf, wenn der Körper das Fleisch braucht — oder wenn es für eine Mizwa ist, zum Beispiel für die schöne Mahlzeit am Schabbat? Niemals einfach so. (Evers 31a)
  • … dass die Feste des ganzen Jahres in unserer Parascha stehen, hintereinander wie auf einer Uhr? Im Frühling Pessach. Sieben Wochen später Schawuot. Und im Herbst Sukkot, das Hüttenfest. · Anschluss an Evers 31b ·

Woord van de week:Wort der Woche: Emor — Emor heißt: Sprich! Mit diesem einen Wort fängt unsere Parascha an.

Wat het betekentWas es bedeutet

Stell dir vor, du hast großen Hunger. Und jemand sagt: Erst der Hund.

„Das ist unfair", sagte Ita.

„Ist es nicht", sagte Eli. „Du kannst sagen, dass du Hunger hast. Der Hund kann es nicht. Er kann nur warten."

Ita überlegte. „Dann ist die Regel für den Hund gemacht."

„Für ihn auch", sagte Eli. „Aber der Rambam sagt: Sie ist genauso für dich gemacht. Wir sollen daran lernen, gut zu werden — und das Harte in uns kleiner zu machen."

Vraag aan jouFrage an dich

Der eine Weise sprach vom Vogel im Nest, der andere von den Augen der Mutter. Wenn du jemandem erklären sollst, warum Elterntier und Kind nicht an einem Tag geschlachtet werden — welches der beiden Bilder erzählst du ihm?

Schabbat Schalom!

👪 Lassen Sie Ihr Kind heute Abend als Erstes das Haustier oder die Vögel am Fenster füttern — und erst danach selbst zu Tisch gehen.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Twee vruchten

Op tafel liggen twee vruchten naast elkaar. Ze zien er hetzelfde uit. Ze ruiken hetzelfde. Ze smaken zelfs hetzelfde. En toch mag je er op Soekot maar één van in je hand nemen.

In Emor komen alle Jamiem Toviem aan de orde — alle feestdagen van het jaar op een paar bladzijden. Ook Soekot is erbij, met de loelav, de palmtak, en de etrog, de gele vrucht die erbij hoort.

En nu die twee vruchten. Wanneer wij een etrog en een citroen samen laten groeien, kan er een veel sterkere vrucht ontstaan, die er gewoon als een etrog uitziet. Hij smaakt en ruikt hetzelfde. Het enige verschil is dat het niet kosjer is.

Wanneer wij deze gemengde etrog — die eigenlijk een halve citroen is — schudden op Soekot, is het alsof we met een plastic citroen staan te schudden, die we zo op de hoek bij de supermarkt kunnen kopen.

Je moet vaak veel betalen voor een etrog, soms wel bijna 30 euro. Voor één vrucht. De dure etrog herinnert ons eraan, dat het misschien makkelijker en goedkoper zou zijn om die etrog te mengen met een citroen. Het zou nog hetzelfde uiterlijk hebben!

Maar als je een echte mitswa wilt hebben, die invloed op je heeft, je ziel raakt en je toekomst bepaalt, dan kun je alleen maar kiezen voor het echte, de ware.

De etrog moet ook ons bezit zijn. Er zijn in de halacha manieren om een etrog en loelav als kado te krijgen, even te schudden en weer terug te schenken aan de eigenaar. Maar de Tora eist eigenlijk dat iedereen zijn eigen loelav en etrog heeft. Niet lenen! Als wij al die belangrijke lessen uit de etrog willen meenemen, is het niet genoeg om ze te lenen. We moeten ze ons eigen maken.

Soekot heeft nog een andere naam in de Tora: Chag Ha'asief, het Feest van de inzameling. In die dagen haal je de oogst binnen. Maar Soekot is ook de tijd bij uitstek om onze beste voornemens te verzamelen. Hoe kunnen wij onze idealen omzetten in iets echts? Net als bij de etrog: door ze ons eigen te maken. Een paar onderdelen van de Tora moeten na Soekot werkelijk van ons zijn en onze dagelijkse gedachten worden.

Want net zo als na Pesach zijn de ideeën van Simchat Tora bedoeld voor het hele jaar.

↩ De olie voor de menora ken je uit Tetsawe — daar ging het erom hoe zuiver zij moest zijn. Hier gaat het om precies hetzelfde, alleen bij een vrucht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Mosje opdracht krijgt om de menora met olijfolie aan te steken — iedere avond opnieuw, zodat het licht nooit helemaal uitging?
  • … er iedere week opnieuw een week lang 12 toonbroden lagen op de Sjoelchan in het Beet Hamikdasj, de Tempel in Jeroesjalajiem? Op Sjabbat kwamen er twaalf nieuwe.
  • … de lijst met feesten in Emor helemaal niet met een feest begint, maar met Sjabbat? Pas daarna komen Pesach, Sjavoe'ot en de feesten van het najaar. De week staat vóór het jaar.

Woord van de week:Wort der Woche: Chag haAsif — Chag Ha'asief betekent: het Feest van de inzameling.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Dertig euro", zei Ita. „Voor een vrucht die je zeven dagen in je hand neemt. Dat is toch overdreven."

Eli vertelde haar iets.

Rabbi Jisjma'eel had zitting in het Beet dien, de Rabbijnse rechtbank. Een boer bewerkte landerijen die van Rabbi Jisjma'eel waren, en bracht hem daarvoor iedere week een mand vruchten. Toen die boer een ruzie voorlegde aan het Beet dien, nam hij de mand meteen mee op de zittingsdag — dan hoefde hij niet nog eens op reis.

Rabbi Jisjma'eel wilde de mand niet aannemen. Het waren zijn eigen vruchten. Ze waren van hem. Maar ze kwamen een dag te vroeg, en een dag te vroeg leek op omkoopgeld. Hij trok zich terug uit de zaak, en een andere rechter nam zijn plaats in.

„Het was toch zijn eigen fruit", zei Ita.

„Daar gaat het nu juist om", zei Eli. „Eerlijk zijn is niet genoeg. Het mag er zelfs niet op lijken dat je oneerlijk bent." Toen zei hij nog een zin die Rabbi Jisra'eel Salanter vaak zei: „Was het maar zo, dat grote leiders zelfs maar de idealen van de kleine man zouden halen!"

„We weten toch allemaal wat goed zou zijn", zei Ita.

„Weten wel", zei Eli. „Alleen is dat vaak niet wat we werkelijk willen. En daartussen zit een behoorlijk grote kloof."

Vraag aan jouFrage an dich

Bij de etrog kun je het verschil niet zien, niet ruiken en niet proeven — en toch is het er. Waaraan zou iemand bij jou kunnen merken of iets echt is of er alleen maar zo uitziet?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: wat heb jij deze week gedaan omdat het goed was — en niet omdat iemand keek?

Duits

Zwei Früchte

Auf dem Tisch liegen zwei Früchte nebeneinander. Sie sehen gleich aus. Sie riechen gleich. Sie schmecken sogar gleich. Und trotzdem darfst du nur eine von beiden an Sukkot in die Hand nehmen.

Emor ist die Parascha, in der alle Jamim Towim beieinanderstehen — alle Feiertage des Jahres auf ein paar Seiten. Sukkot ist auch dabei, mit dem Lulaw, dem Palmzweig, und dem Etrog, der gelben Frucht, die dazugehört.

Und jetzt zu den zwei Früchten. Man kann einen Etrog und eine Zitrone zusammen wachsen lassen. Dann entsteht eine Frucht, die kräftiger ist als beide. Sie sieht aus wie ein Etrog. Sie riecht wie ein Etrog. Sie schmeckt wie ein Etrog. Nur eines ist sie nicht: koscher.

Wer an Sukkot mit so einer gemischten Frucht schüttelt, schüttelt in Wirklichkeit mit einer halben Zitrone. Es ist, als stünde man da und schüttelte eine Plastikzitrone, die man im Supermarkt an der Ecke kaufen kann.

Ein Etrog kostet viel. Manchmal fast dreißig Euro. Für eine einzige Frucht. Und genau der teure Etrog erinnert daran, wie viel einfacher und billiger es wäre, ihn mit einer Zitrone zu mischen. Aussehen würde er ja genauso.

Aber wenn du eine echte Mizwa willst — eine, die etwas mit dir macht, die deine Seele berührt und deine Zukunft bestimmt —, dann bleibt nur das Echte übrig.

Und noch etwas: Der Etrog soll dir gehören. In den Regeln gibt es Wege, einen Lulaw und einen Etrog geschenkt zu bekommen, einmal damit zu schütteln und beides dem Besitzer zurückzuschenken. Aber die Tora will eigentlich, dass jeder seinen eigenen hat. Nicht leihen! Wer alles mitnehmen will, was der Etrog einen lehrt, dem reicht Leihen nicht. Man muss sich eine Sache zu eigen machen.

Sukkot hat in der Tora noch einen zweiten Namen: Chag haAsif, das Fest der Einsammlung. In diesen Tagen holt man die Ernte ein. Aber Sukkot ist auch die Zeit, in der man seine besten Vorsätze einsammelt. Wie macht man aus einem Vorsatz etwas Echtes? Genauso wie beim Etrog: indem man ihn sich zu eigen macht. Wenigstens ein paar Stücke der Tora sollen uns nach Sukkot wirklich gehören und unsere täglichen Gedanken werden.

Denn wie nach Pessach sind auch die Gedanken von Simchat Tora für das ganze Jahr gemeint.

↩ Das Öl für den Leuchter kennst du aus Tezawe — dort ging es darum, wie rein es sein musste. Hier geht es um genau dasselbe, nur bei einer Frucht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Mosche den Auftrag bekam, den Leuchter mit Olivenöl anzuzünden — jeden Abend neu, damit das Licht nie ganz ausging? (Evers 31b; die Angabe „jeden Abend neu" nach Wajikra 24,2–3) ·
  • … dass jede Woche zwölf frische Brote auf dem Tisch im Tempel in Jeruschalajim lagen? Sie lagen dort eine ganze Woche, bis am Schabbat zwölf neue kamen. (Evers 31b; die Wochenangabe ist seine) ·
  • … dass die Liste der Feste in Emor gar nicht mit einem Fest anfängt, sondern mit dem Schabbat? Erst danach kommen Pessach, Schawuot und die Feste des Herbstes. Die Woche steht vor dem Jahr. ·

Woord van de week:Wort der Woche: Chag haAsif — Chag haAsif heißt: das Fest der Einsammlung. So nennt die Tora Sukkot auch — weil dann eingesammelt wird, was das Jahr getragen hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Dreißig Euro", sagte Ita. „Für eine Frucht, die man an sieben Tagen in die Hand nimmt. Das ist doch übertrieben."

Eli erzählte ihr etwas.

Rabbi Jischmael saß im Bet Din, dem jüdischen Gericht. Ein Bauer bearbeitete Felder, die Rabbi Jischmael gehörten, und brachte ihm dafür jede Woche einen Korb Früchte. Als dieser Bauer einen Streit vor das Bet Din brachte, nahm er den Korb gleich zum Gerichtstag mit — dann brauchte er nicht zweimal zu reisen.

Rabbi Jischmael nahm ihn nicht an. Es waren seine eigenen Früchte. Sie gehörten ihm. Aber sie kamen einen Tag zu früh, und einen Tag zu früh sah aus wie Bestechungsgeld. Er trat von dem Fall zurück, und ein anderer Richter nahm seinen Platz ein.

„Das war doch sein Obst", sagte Ita.

„Genau darum geht es", sagte Eli. „Es reicht nicht, ehrlich zu sein. Es darf nicht einmal so aussehen, als wärst du es nicht." Dann sagte er noch einen Satz, den Rabbi Jisrael Salanter oft gesagt hat: „Wäre es doch so, dass große Menschen wenigstens die Ideale des einfachen Mannes erreichten."

„Wir wissen doch alle, was richtig wäre", sagte Ita.

„Wissen schon", sagte Eli. „Nur ist das oft nicht das, was wir wirklich wollen. Und dazwischen liegt eine ziemlich große Lücke."

Vraag aan jouFrage an dich

Beim Etrog kann man den Unterschied nicht sehen, nicht riechen und nicht schmecken — und trotzdem ist er da. Woran könnte jemand bei dir merken, ob etwas echt ist oder nur so aussieht?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Was hast du diese Woche getan, weil es richtig war — und nicht, weil jemand zugesehen hat?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Eigenlijk heel anders

Wie zou de dienst voor Hasjeem eigenlijk doen — de kohaniem?

Niet de kohaniem waren voorbestemd voor de dienst, maar de bechoriem — de eerstgeborenen van iedere familie. Zo was het bedoeld.

Toen kwam het gouden kalf. Daarbij bleek dat niet alle bechoriem daarvoor geschikt waren. En de kedoesja, de heiligheid van het Joodse volk als geheel, kwam hierdoor in gevaar.

Kinderen van Aharon uit de stam Levi kregen die hoge taak in hun plaats. Want zij hadden niet gebogen voor het gouden kalfbeeld.

Vanaf dat moment waren de kohaniem de vertegenwoordigers van het volk. Zij brachten de korbanot, de offers, en droegen de wijding aan Hasjeem in het Beet haMikdasj, de Tempel te Jeroesjalajiem.

Vandaag kan geen koheen meer een korban brengen. Er is geen Beet haMikdasj meer. En toch gelden vele mitswot voor de kehoena — het priesterschap — ook nu nog. Iedere koheen moet contact met doden uit de weg gaan. En hij mag niet zomaar met iedereen trouwen. De Tempel is verwoest. Deze mitswot zijn gebleven.

En nu een tweede ding. Of het met het eerste te maken heeft, moet je zelf beslissen.

Veel mensen beginnen pas in Hasjeem te geloven wanneer ze ziek worden, door ongeluk getroffen worden of gaan nadenken over de dood.

Waar het leven eindigt, begint Hasjeem. Voor velen was en is de dood de enige werkelijke uiting van ingrijpen van Boven. Voor hen is Hasjeem een Hasjeem van de dood en is religie bij uitstek voor deze levensfase bestemd.

Maar al te vaak wordt Hasjeem gezien als Degene, die de dood en zijn voorboden — ziekte en ongeluk — stuurt, opdat de mensen Hem zullen vrezen en Zijn Macht zullen beseffen. Hun tempels werden vaak rond de plaatsen van de dood opgericht. De belangrijkste taak wordt dan het begeleiden van de mensen in de laatste levensfase. Daar, waar het leven een einde neemt, vindt men religieuze opleving.

↩ Het gouden kalf heb je gelezen in Ki Tisa — daar zocht het volk een punt om zich op te richten. Ook dat had gevolgen: wat in één enkel uur gebeurde, bepaalt hier wie in het Beet haMikdasj mag staan.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … het woord koheen is afgeleid van de Hebreeuwse stam KWN? Die betekent „basis" of „richting geven". Daarom zijn kohaniem ook tegenwoordig nog heel geschikt om klal Jisraëel in haar belangrijkste waarden richting te geven.
  • … er in Emor ook een telling staat die twee feesten met elkaar verbindt? Tussen Pesach en Sjavoe'ot worden negenenveertig dagen geteld — iedere avond één, hardop en apart. Het jaar wordt hier niet overzien. Het wordt afgeteld.
  • … je tot vandaag merkt wie koheen is? In sjoel wordt hij als eerste voor de Tora geroepen.

Woord van de week:Wort der Woche: Kehuna — Kehoena betekent: het priesterschap.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Er klopt iets niet", zei Asaf. „Eerst heet het dat het geloof begint waar het leven ophoudt. En dan mag uitgerekend de koheen niet bij een dode komen — en moet hij het volk richting geven."

„Dat is geen fout", zei Ariëlla. „Dat is nu juist wat het zegt."

Asaf begreep het niet meteen.

„Denk eens na", zei Ariëlla. „Anderen hebben hun huizen gebouwd waar mensen sterven. Bij ons staat degene die voorop gaat er zo ver mogelijk vandaan. Onze dienst heeft niets met het einde te maken."

„Waarmee dan wel?"

„Met de kalender, die ieder jaar weer opnieuw begint. Met die negenenveertig dagen die je één voor één telt. Met dingen die doorgaan."

„En de kedoesja?", zei Asaf. „Hoe kan heiligheid eigenlijk in gevaar komen?"

„Die zit niet in een gebouw", zei Ariëlla. „Die zit bij degenen die voorop gaan. Wankelen zij, dan wankelt zij mee."

Asaf dacht lang na.

„En waarom beginnen zo veel mensen er dan toch pas dán aan? Als iemand ziek wordt?"

Daarop zei Ariëlla niets. Zij wist het ook niet.

Vraag aan jouFrage an dich

Asaf zegt dat het niet bij elkaar past. Ariëlla zegt dat daar juist de boodschap zit. Wie van beiden heeft de koheen goed begrepen — en wat volgt daaruit?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond waaraan u zelf voor het eerst gemerkt hebt dat geloven met gewone dagen te maken heeft en niet alleen met de grote.

Duits

Eigentlich ganz anders

Wer sollte den Dienst für Haschem eigentlich tun — die Kohanim?

Nicht die Kohanim waren für den Dienst vorgesehen, sondern die Bechorim — die Erstgeborenen jeder Familie. So war es gedacht.

Dann kam das goldene Kalb. Dabei zeigte sich, dass nicht alle Bechorim für diese Aufgabe taugten. Und die Kedoscha, die Heiligkeit des jüdischen Volkes als Ganzes, geriet dadurch in Gefahr.

Die Söhne Aharons aus dem Stamm Lewi bekamen die hohe Aufgabe stattdessen. Denn sie hatten sich vor dem goldenen Kalb nicht gebeugt.

Von da an waren die Kohanim die Vertreter des Volkes. Sie brachten die Korbanot, die Opfer, und trugen den Dienst für Haschem im Beet haMikdasch, dem Tempel in Jeruschalajim.

Heute kann kein Kohen mehr ein Korban bringen. Es gibt kein Beet haMikdasch mehr. Und trotzdem gelten viele Mizwot der Kehuna — des Priesteramts — bis heute. Ein Kohen geht dem Kontakt mit Toten aus dem Weg. Und er darf nicht einfach jede Frau heiraten. Der Tempel ist zerstört. Diese Mizwot sind geblieben.

Und jetzt eine zweite Sache. Ob sie mit der ersten zu tun hat, musst du selbst entscheiden.

Viele Menschen fangen erst dann an, an Haschem zu glauben, wenn sie krank werden, wenn ein Unglück sie trifft oder wenn sie über den Tod nachdenken.

Wo das Leben endet, beginnt Haschem. Für viele war und ist der Tod das einzige wirkliche Zeichen dafür, dass von Oben eingegriffen wird. Für sie ist Haschem ein Haschem des Todes, und Religion ist vor allem für diese eine Lebenszeit gedacht.

Allzu oft wird Haschem als Derjenige gesehen, der den Tod schickt und seine Vorboten dazu — Krankheit und Unglück —, damit die Menschen Ihn fürchten und Seine Macht begreifen. Bei denen, die so denken, wurden die Tempel oft rund um die Orte des Todes errichtet. Die wichtigste Aufgabe ist dann die Begleitung der Menschen in ihrer letzten Lebenszeit. Dort, wo das Leben aufhört, findet man religiöses Aufleben.

↩ Das goldene Kalb hast du in Ki Tisa gelesen — dort suchte das Volk einen Punkt, auf den es sich richten konnte. Auch das hatte Folgen: Was in einer einzigen Stunde geschah, entscheidet hier, wer im Beet haMikdasch stehen darf.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass das Wort Kohen von der hebräischen Wurzel KWN kommt? Sie bedeutet „Grundlage" oder „Richtung geben". Darum sind Kohanim bis heute geeignet, Klal Jisrael — dem ganzen jüdischen Volk — in seinen wichtigsten Werten Richtung zu geben. (Evers 31c, aus seinem Fließtext)
  • … dass in Emor auch ein Zählen steht, das zwei Feste miteinander verbindet? Zwischen Pessach und Schawuot werden neunundvierzig Tage gezählt — Abend für Abend einer, laut und einzeln. Das Jahr wird an dieser Stelle nicht überblickt. Es wird abgezählt. ·
  • … dass man bis heute merkt, wer Kohen ist? In der Schul wird er als Erster zur Tora gerufen. ·

Woord van de week:Wort der Woche: Kehuna — Kehuna heißt: das Priesteramt. Es ging vom ältesten Sohn jeder Familie auf einen einzigen Stamm über — und es gilt bis heute.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Da stimmt etwas nicht", sagte Asaf. „Erst heißt es, wo das Leben aufhört, fange der Glaube an. Und dann darf ausgerechnet der Kohen einem Toten nicht nahe kommen — und soll dem Volk Richtung geben."

„Das ist kein Fehler", sagte Ariella. „Das ist die Aussage."

Asaf verstand nicht sofort.

„Überleg", sagte Ariella. „Andere haben ihre Häuser dort gebaut, wo Menschen sterben. Bei uns steht der, der vorangeht, so weit davon entfernt wie möglich. Unser Dienst hat mit dem Ende nichts zu tun."

„Womit dann?"

„Mit dem Kalender, der jedes Jahr wieder von vorn anfängt. Mit den neunundvierzig Tagen, die man einzeln zählt. Mit Dingen, die weitergehen."

„Und die Kedoscha?", sagte Asaf. „Wie kann Heiligkeit überhaupt in Gefahr geraten?"

„Sie liegt nicht in einem Haus", sagte Ariella. „Sie liegt bei denen, die vorangehen. Wanken die, dann wankt sie mit."

Asaf dachte lange nach.

„Und warum fangen so viele Menschen trotzdem erst dann an? Wenn jemand krank wird?"

Darauf sagte Ariella nichts. Sie wusste es auch nicht.

Vraag aan jouFrage an dich

Asaf sagt, es passe nicht zusammen. Ariella sagt, genau darin liege die Aussage. Wer von beiden hat den Kohen richtig verstanden — und was folgt daraus?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend, woran Sie selbst zum ersten Mal gemerkt haben, dass Glauben mit gewöhnlichen Tagen zu tun hat und nicht nur mit den großen.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
32 · Behar Behar

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Het jaar waarin het hek openstond

De appel hing over het hek. Hij was dik en rood — en hij groeide niet in jouw tuin.

Anders moest je het vragen. Dit ene jaar niet. Dit jaar mocht je gewoon naar binnen lopen en hem plukken.

Hasjeem vertelde aan Mosjee dat de Bnee Jisra'eel gauw naar Israël zouden gaan. In Israël zouden ze op het land werken gedurende zes jaar.

Zes jaar lang ging het zoals altijd: zaaien, wachten, oogsten. Zaaien, wachten, oogsten. Zes keer.

Maar het zevende jaar zou een Sjabbat-jaar voor het land worden. Dat heet Sjemita.

In het Sjemita-jaar mag je niets planten of oogsten. Er gaat geen ploeg meer over het veld. De schoffel blijft tegen de muur staan.

En het hele zevende jaar heeft nog iets speciaals: niemand is meer eigenaar van zijn eigen veld. Iedereen mag bij iemand anders naar binnen lopen en eten van de bomen, de appels en de vruchten van andermans tuin.

En dan vragen de mensen: en wat zullen we dan eten? Wat kan er groeien als ik niks plant?

Hasjeem zegt: „Ik, Hasjeem, zal jouw land een beracha in het zesde jaar geven. Het zal dan alles laten groeien wat je nodig hebt voor het 7e jaar, het 8e jaar en het 9e jaar."

Daarom mocht je dat jaar over het hek. Het veld bleef van wie het was. Maar wat er dat jaar op groeide, was van niemand — en daarom van iedereen.

↩ Weet je nog, het manna in de woestijn? Op Sjabbat viel er geen — en toch was er genoeg. Met het veld is het net zo, alleen met jaren in plaats van dagen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … in het Sjemita-jaar ook de dieren mogen eten wat er op de velden groeit — jouw vee en de dieren die vrij in het land leven?
  • … Sjemita „loslaten" betekent? Je laat het veld een jaar lang los.
  • … er in Israël een hoge rechtbank was die de jaren telde en hardop uitriep wanneer het zevende jaar begon? Zo wist iedere boer het op dezelfde dag.
  • … de vruchten uit het Sjemita-jaar iets bijzonders zijn? Je gaat er anders mee om dan anders en je gooit er niets van weg.

Woord van de week:Wort der Woche: Behar

Wat het betekentWas es bedeutet

„Een heel jaar niets planten?", zei Channa. „Dan staat dat veld er toch voor niets."

„Misschien staat het er juist dán niet voor niets", zei Eli. „Zes dagen werken we, op de zevende niet. Met het veld is het precies hetzelfde — alleen groter."

„En van wie zijn de appels dat jaar?", vroeg Channa.

„De boom is van wie de tuin is", zei Eli. „Maar de appels zijn van niemand. En daarom van iedereen."

Jishai schudde zijn hoofd. „Bij andermans bomen vind ik het prima. Bij mijn eigen appelboom niet."

„Dat denkt iedereen", zei Eli. „Misschien is dat juist de bedoeling: één keer in de zeven jaar merk je dat jij die boom niet gemaakt hebt."

Vraag aan jouFrage an dich

Zou je het prettig vinden als iedereen van jouw land zou eten?

Sjabbat Sjalom!

👪 Leg vanavond één spulletje van uw kind op tafel en vraag: wat hiervan zou je een hele week aan iemand anders kunnen geven — en wat zou dat met je doen?

Duits

Das Jahr, in dem der Zaun offen stand

Der Apfel hing über dem Zaun. Er war dick und rot — und er wuchs nicht in deinem Garten.

Sonst musstest du fragen. In diesem einen Jahr nicht. In diesem Jahr durftest du einfach hineingehen und ihn pflücken.

Haschem sagte es Mosche schon vorher: Bald ziehen die Bnej Jisrael nach Israel — das ganze Volk. Dort werden sie Felder haben und sechs Jahre lang auf dem Land arbeiten.

Sechs Jahre war es wie immer: säen, warten, ernten. Säen, warten, ernten. Sechsmal.

Aber das siebte Jahr wurde ein Schabbat-Jahr für das Land. Das heißt Schemita.

Im Schemita-Jahr pflanzte niemand etwas, und niemand erntete. Kein Pflug ging über das Feld. Die Hacke blieb an der Wand.

Und noch etwas war anders im siebten Jahr: Niemand war mehr der Besitzer seines eigenen Feldes. Jeder durfte beim anderen hineingehen und essen. Von den Bäumen, von den Äpfeln, von den Früchten im Garten des anderen.

Da fragten die Leute: Und was essen wir dann? Was soll wachsen, wenn ich nichts pflanze?

Haschem sagte: „Ich gebe deinem Land im sechsten Jahr eine Beracha — einen Segen. Dann wächst auf einmal alles, was du brauchst: für das siebte Jahr, für das achte und für das neunte."

Darum durftest du in jenem Jahr über den Zaun. Das Feld blieb dem, dem es gehörte. Aber was in jenem Jahr darauf wuchs, gehörte niemandem — und darum allen.

↩ Weißt du noch, das Manna in der Wüste? Am Schabbat fiel keins — und trotzdem war genug da. Beim Feld ist es genauso, nur mit Jahren statt mit Tagen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass im Schemita-Jahr auch die Tiere fressen dürfen, was auf den Feldern wächst — dein Vieh und die Tiere, die frei im Land leben? · Wajikra 25,7
  • … dass Schemita „Loslassen" heißt? Man lässt das Feld ein Jahr lang los. ·
  • … dass in Israel ein hohes Gericht die Jahre zählte und laut ausrief, wann das siebte Jahr begann? So wusste jeder Bauer am selben Tag Bescheid. · Evers, 33b („Het Sanhedrien… had als taak om de jaren te tellen. Ieder zevende jaar moest een Sjemita-jaar worden uitgeroepen") — Stufe (2) (sein Fließtext, nicht seine Wist-je-dat-Kette), Name des Gerichts für Band 1 nicht gesetzt. Der Schlusssatz „So wusste jeder Bauer am selben Tag Bescheid" hat kein Gegenstück auf 33b — unsere Zutat, in der Zutatenliste geführt
  • … dass die Früchte aus dem Schemita-Jahr etwas Besonderes sind? Man geht mit ihnen anders um als sonst und wirft nichts davon weg. · Evers, 33b („De vruchten van het Sjemita-jaar moesten met een speciale kedoesja worden opgegeten") — Stufe (2) ·

Woord van de week:Wort der Woche: Behar — Behar heißt: auf dem Berg. Die Tora sagt, dass Haschem diese Regeln am Berg Sinai gegeben hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ein ganzes Jahr nichts pflanzen?", sagte Channa. „Dann steht das Feld doch umsonst da."

„Vielleicht steht es gerade dann nicht umsonst da", sagte Eli. „Sechs Tage arbeiten wir, am siebten nicht. Beim Feld ist es genau dasselbe — nur größer."

„Und wem gehören die Äpfel in diesem Jahr?", fragte Channa.

„Der Baum gehört dem, dem der Garten gehört", sagte Eli. „Aber die Äpfel gehören niemandem. Und darum allen."

Jischai schüttelte den Kopf. „Bei fremden Bäumen finde ich das gut. Bei meinem eigenen Apfelbaum nicht."

„Das denkt jeder", sagte Eli. „Vielleicht ist genau das der Sinn: Einmal in sieben Jahren merkt man, dass man den Baum nicht gemacht hat."

Vraag aan jouFrage an dich

Würdest du es schön finden, wenn alle von deinem Feld essen dürfen?

Schabbat Schalom!

👪 Legen Sie heute Abend eine Sache Ihres Kindes auf den Tisch und fragen Sie: Was davon könntest du eine ganze Woche lang jemand anderem überlassen — und was würde das mit dir machen?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Het vijftigste jaar

Een man stond aan de rand van een veld en keek toe hoe een ander erop oogstte.

Het veld was ooit van hem geweest. Hij had het moeten verkopen, lang geleden. Maar elk najaar rekende hij het na: nog negen oogsten. Nog vijf. Nog één.

Want in Erets Jisra'eel, in het land Israël, is geen veld voor altijd van degene die het gekocht heeft.

Na zeven Sjemita-jaren, zeven keer zeven jaar, 49 jaar samen, is er een 50e jaar. Het 50e jaar noemen wij Joveel.

Op Jom Kippoer van het Joveel-jaar moeten we op een Sjofar blazen in het hele land Israël: op de ramshoorn die je anders met Rosj Hasjana hoort. Op deze ene Jom Kippoer klinkt hij overal, van stad tot stad, van veld tot veld.

Ook in dit jaar was het verboden om te planten, te zaaien en te oogsten. Iedereen mocht eten van alle velden. Ook uit andermans land. Twee jaar achter elkaar lag het land dus stil: het negenenveertigste en het vijftigste.

Maar in het Joveel-jaar was er meer. Niet alleen het land kwam tot rust.

Iedereen kreeg ook nog eens al zijn land terug. Wanneer je jouw veld vlak na het vorige Joveel-jaar had verkocht — dus bijna vijftig jaar geleden — kreeg je het in dit jaar weer terug.

De man aan de rand van het veld kocht niets terug. Hij wachtte de hoorn af. Toen liep hij zijn veld op.

↩ Weet je nog, de bouw van de Misjkan? Van spullen die niet van jou zijn, bouw je geen huis voor Hasjeem. Bij Joveel gaat het om precies hetzelfde — alleen is het deze keer de grond.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je een veld in Erets Jisra'eel helemaal niet naar zijn grootte betaalde, maar naar het aantal oogsten dat er tot het volgende Joveel nog over was? Wie kort ná een Joveel kocht, betaalde veel. Wie er kort vóór kocht, betaalde weinig.
  • … de Tora zelf de reden noemt? Daar staat: „Want van Mij is het land — jullie zijn vreemdelingen en bijwoners bij Mij." Een bijwoner is iemand die in het land van een ander woont en blijft.
  • … Joveel waarschijnlijk de ramshoorn zelf betekent? Dan is het jaar genoemd naar het geluid dat je erin hoort.
  • … er voor huizen andere regels golden dan voor velden? Een huis in een stad met een muur mocht je maar één jaar terugkopen — daarna bleef het van de koper, ook ná het Joveel.
  • … waarom er eigenlijk geblazen moest worden? Rav Evers geeft zelf het antwoord: omdat iedereen het dan op dezelfde dag wist — dat het Joveel-jaar er was, dat de slaven vrij moesten en de velden terug moesten.

Woord van de week:Wort der Woche: Behar

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ik heb het nagerekend", zei Sjeem. „Wie zijn veld op zijn twintigste verkoopt, is zeventig als hij het terugkrijgt. Dat is een heel leven."

„Misschien krijgt zijn zoon het terug", zei Avigail.

„Dan heeft de vader er niets aan", zei Sjeem.

„Toch wel", zei Eli. „Hij weet het. Zolang hij kan rekenen, weet hij: het is niet voor altijd weg. Dat is iets anders dan helemaal niet kunnen rekenen."

Avigail knikte langzaam. „En de koper weet het ook. Hij koopt geen veld. Hij koopt jaren."

„Maar ik wil toch iets bezitten", zei Sjeem.

„Dat doe je ook", zei Eli. „Alleen niet voor altijd. Wij wonen hier bij Hem — en wie bij iemand woont, krijgt toch zijn eigen kamer."

Vraag aan jouFrage an dich

Vind jij het goed dat alle mensen hun velden terugkrijgen — en voor wie is dat jaar moeilijk?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel: wat in dit huis is eigenlijk alleen maar geleend — en van wie?

Duits

Das fünfzigste Jahr

Ein Mann stand am Rand eines Feldes und sah zu, wie ein anderer darauf erntete.

Das Feld war einmal seines gewesen. Er hatte es verkaufen müssen, vor langer Zeit. Aber jeden Herbst rechnete er nach: noch neun Ernten. Noch fünf. Noch eine.

Denn in Erez Jisrael, im Land Israel, gehörte kein Feld für immer dem, der es gekauft hatte.

Nach sieben Schemita-Zyklen — sieben mal sieben Jahre, zusammen neunundvierzig — kam ein fünfzigstes Jahr. Dieses Jahr heißt Jowel.

An Jom Kippur des Jowel-Jahres, am großen Versöhnungstag, blies man im ganzen Land Schofar: das Widderhorn, das man sonst an Rosch Haschana hört. An diesem einen Jom Kippur klang es überall, von Stadt zu Stadt, von Feld zu Feld.

Auch im Jowel-Jahr war es verboten zu pflanzen, zu säen und zu ernten. Jeder durfte von jedem Feld essen, auch vom Land eines anderen. Zwei Jahre nacheinander lag das Land also still: das neunundvierzigste und das fünfzigste.

Aber im Jowel-Jahr geschah mehr. Nicht nur das Land kam zur Ruhe.

Jeder bekam auch sein Land zurück. Wer sein Feld kurz nach dem letzten Jowel verkauft hatte — also vor fast fünfzig Jahren —, bekam es in diesem Jahr wieder.

Der Mann am Feldrand kaufte nichts zurück. Er wartete das Horn ab. Dann ging er hinein.

↩ Erinnerst du dich an den Bau des Mischkan? Aus Dingen, die einem nicht gehören, wird kein Haus für Haschem. Beim Jowel geht es um dasselbe — nur ist es diesmal der Boden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass man ein Feld in Erez Jisrael gar nicht nach seiner Größe bezahlte, sondern nach der Zahl der Ernten, die bis zum nächsten Jowel noch übrig waren? Wer kurz nach einem Jowel kaufte, zahlte viel. Wer kurz davor kaufte, zahlte wenig. · Wajikra 25,15–16
  • … dass die Tora selbst den Grund dafür nennt? Dort steht: „Denn Mir gehört das Land — ihr seid Fremde und Beisassen bei Mir." Ein Beisasse ist einer, der im Land eines anderen wohnt und bleibt. · · Wajikra 25,23
  • … dass Jowel wahrscheinlich das Widderhorn selbst bedeutet? Dann ist das Jahr nach dem Ton benannt, den man darin hört. ·
  • … dass für Häuser andere Regeln galten als für Felder? Ein Haus in einer Stadt mit einer Mauer durfte man nur ein Jahr lang zurückkaufen — danach blieb es beim Käufer, auch über das Jowel hinaus. · Wajikra 25,29–30
  • … warum überhaupt geblasen werden musste? Rav Evers beantwortet die Frage selbst: damit alle es am selben Tag wussten — dass das Jowel-Jahr da ist, dass die Sklaven freigelassen und die Felder zurückgegeben werden müssen. · Evers, 33b („Waarom er op een Sjofar moest worden geblazen? Omdat iedereen dan wist dat het Joveel-jaar was…") — Stufe (2), seine eigene Antwort auf seine Vraag 8

Woord van de week:Wort der Woche: Behar — Behar heißt: auf dem Berg. Die Tora stellt diese Regeln über Land und Besitz ausdrücklich an den Berg Sinai — dorthin, wo sie alles bekommen hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ich habe nachgerechnet", sagte Schem. „Wer sein Feld mit zwanzig verkauft, ist siebzig, wenn er es zurückbekommt. Das ist ein ganzes Leben."

„Vielleicht bekommt es sein Sohn zurück", sagte Awigail.

„Dann hat der Vater nichts davon", sagte Schem.

„Doch", sagte Eli. „Er weiß es. Solange er rechnen kann, weiß er: Es ist nicht für immer weg. Das ist etwas anderes, als gar nicht zu rechnen."

Awigail nickte langsam. „Und der Käufer weiß es auch. Er kauft kein Feld. Er kauft Jahre."

„Aber ich will doch etwas besitzen", sagte Schem.

„Du besitzt es ja", sagte Eli. „Nur nicht für immer. Wir wohnen hier bei Ihm — und wer bei jemandem wohnt, bekommt trotzdem sein eigenes Zimmer."

Vraag aan jouFrage an dich

Findest du es gut, dass alle Menschen ihre Felder zurückbekommen — und für wen ist dieses Jahr schwer?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend in die Runde: Was in dieser Wohnung ist eigentlich nur geliehen — und von wem?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Van wie is een mens?

Vlak voor het eind van Behar staat een zin die klinkt als een handtekening onder alles wat ervoor staat:

„Want van Mij zijn de Bnee Jisra'eel dienaren — Mijn dienaren zijn zij, die Ik uit Egypte heb gevoerd."

Twee helften, en de tweede geeft de reden voor de eerste. Wie al van iemand is, kan niet nog eens van iemand anders zijn.

Wat dat betekent, laat het Joveel-jaar zien, het vijftigste. Daarin kwam niet alleen het land tot rust. Ook mochten alle slaven vrij.

En niet alleen zij. Bovendien moesten alle mensen die hun schulden niet konden betalen, in dat jaar vrijgelaten worden. De arme Joden konden dan terug naar hun eigen stuk land, wat ze van hun ouders geërfd hadden, als vrije mensen.

Hasjeem zegt verder, dat je een ander mens nooit als slaaf mag behandelen. Zelfs als iemand verkocht is als slaaf, moet hij als gewoon mens worden behandeld.

Hij heeft zijn werk verkocht. Zichzelf heeft hij niet verkocht — dat kon hij helemaal niet.

Want: „De Bnee Jisra'eel zijn voor Mij dienaren", zegt Hasjeem, „want Ik heb ze uit Egypte gevoerd."

↩ Weet je nog, de matsa die ze aten toen ze nog slaven waren? Toen was de vrijheid een belofte. Hier is zij een reden in het recht: omdat Hij hen uit Egypte heeft gevoerd, kan geen mens hen bezitten.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je jezelf niet voor altijd mag verkopen aan een ander mens?
  • … dat verboden is omdat wij eigenlijk de dienaren zijn van Hasjeem?
  • … Behar vlak hierna ophoudt? Eén pasoek verder (Wajikra 26,2 — over Sjabbat en het heiligdom) eindigt de parasja; pas de pasoek daarna begint Bechoekotai. De laatste zinnen over het land en de laatste zinnen over de mensen staan dus vlak naast elkaar.
  • … Rav Evers het Sjemita-jaar ook vanuit de natuur uitlegt? Hij schrijft dat je de meeste wonderen van Hasjeem helemaal niet ziet — ze zitten in dingen die gewoon groeien, zonder dat iemand eraan gewerkt heeft. Zijn raad: in een jaar waarin niemand ploegt, kun je beter kijken.

Woord van de week:Wort der Woche: Behar

Wat het betekentWas es bedeutet

(Verteller-brug — onze toevoeging:) Rav Evers zet op deze plek van zijn blad een verhaal dat niet over Behar gaat, maar over de kalender: in de week waarin wij Behar lezen, valt de Omertijd. Hij vertelt het hier omdat het in deze weken hoort.

Eli: „Het is nu de Omertijd, de weken na Pesach. In de Omertijd zijn we een beetje treurig. We hebben heel veel mensen verloren in deze tijd."

Channa: „Wisten jullie dat tussen Pesach en Sjawoe'ot alleen al 24.000 leerlingen van Rabbi Akiwa stierven?"

Sjeem: „Daar heb ik van gehoord! Dat kwam omdat ze niet aardig voor elkaar waren. Maar Sjimon bar Jochai was een uitstekende leerling van Rabbi Akiwa. Hij leerde Tora op een geweldig mooie manier en hij hield van zijn medemensen, net zoals hij van zichzelf hield. Hij hield van Hasjeem en dus ook van Zijn kinderen, de Bnee Jisra'eel. Daarom vieren wij op Lag ba'omer, de drieëndertigste dag van de Omertijd, zijn verjaardag, zijn geboortedag, zijn trouwdag en zijn sterftedag. Het is altijd een geweldig feest."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom mag je niemand als slaaf behandelen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan uw kind: als iemand voor een ander werkt — wat heeft die ander dan van hem gekregen, en wat hoort hem in geen geval toe?

Duits

Wem gehört ein Mensch?

Kurz vor dem Ende von Behar steht ein Satz, der klingt wie eine Unterschrift unter alles davor:

„Denn Mir gehören die Bnej Jisrael als Diener — Meine Diener sind sie, die Ich aus dem Land Mizrajim, aus Ägypten, herausgeführt habe."

Zwei Hälften, und die zweite begründet die erste. Wer schon jemandem gehört, kann nicht noch einmal jemandem gehören.

Was das heißt, zeigt das Jowel-Jahr, das fünfzigste. In ihm kam nicht nur das Land zur Ruhe. Auch alle Sklaven wurden frei.

Und nicht nur sie. Auch alle Menschen, die ihre Schulden nicht bezahlen konnten, mussten in diesem Jahr freigelassen werden. Die armen Juden konnten dann zurück auf ihr eigenes Stück Land, das sie von ihren Eltern geerbt hatten — als freie Menschen.

Haschem sagt noch mehr: Man darf einen anderen Menschen niemals wie einen Sklaven behandeln. Selbst wenn jemand als Sklave verkauft worden ist, muss er wie ein gewöhnlicher Mensch behandelt werden.

Er hat seine Arbeit verkauft. Sich selbst hat er nicht verkauft — das konnte er gar nicht.

Denn: „Die Bnej Jisrael sind für Mich Diener, denn Ich habe sie aus Mizrajim herausgeführt."

↩ Erinnerst du dich an die Mazza, die sie aßen, als sie noch Sklaven waren? Damals war die Freiheit eine Zusage. Hier ist sie ein Rechtsgrund: Weil Er sie herausgeführt hat, kann kein Mensch sie besitzen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass du dich nicht für immer an einen anderen Menschen verkaufen darfst?
  • … dass das verboten ist, weil wir eigentlich die Diener Haschems sind?
  • … dass Behar gleich danach zu Ende ist? Ein Vers weiter (Wajikra 26,2 — über den Schabbat und das Heiligtum) endet die Parascha; erst der Vers danach beginnt Bechukotai. Die letzten Sätze über das Land und die letzten Sätze über die Menschen stehen also direkt nebeneinander. · Wajikra 26,1–3 ·
  • … dass Rav Evers das Schemita-Jahr auch von der Natur her erklärt? Er schreibt, die meisten Wunder Haschems sehe man gar nicht — sie stecken in Dingen, die einfach wachsen, ohne dass jemand daran gearbeitet hat. Sein Rat: In einem Jahr, in dem niemand pflügt, kann man genauer hinschauen. · Evers, 33b (Ariela: „Kijk maar eens naar de natuur… let goed op de natuur, dat is al wonderlijk genoeg") — Stufe (2)

Woord van de week:Wort der Woche: Behar — Behar heißt: auf dem Berg. Die Tora nennt bei diesen Regeln über Land und Freiheit ausdrücklich den Berg Sinai — obwohl sie dort alles bekommen hat. Die Chachamim fragen: Warum ausgerechnet hier?

Wat het betekentWas es bedeutet

(Erzähler-Brücke — unsere Zutat:) Rav Evers stellt an diese Stelle seines Blattes eine Geschichte, die nicht von Behar handelt, sondern vom Kalender: In der Woche, in der wir Behar lesen, fällt die Omer-Zeit. Er erzählt sie hier, weil sie in diese Wochen gehört.

Eli: „Jetzt ist die Omer-Zeit, die Wochen nach Pessach. In der Omer-Zeit sind wir ein bisschen traurig. Wir haben in dieser Zeit sehr viele Menschen verloren."

Channa: „Wusstet ihr, dass allein zwischen Pessach und Schawuot 24.000 Schüler von Rabbi Akiwa gestorben sind?"

Schem: „Davon habe ich gehört! Das kam daher, dass sie nicht freundlich zueinander waren. Aber Schimon bar Jochai war ein hervorragender Schüler von Rabbi Akiwa. Er lernte Tora auf eine wunderbar schöne Weise, und er liebte seine Mitmenschen genauso, wie er sich selbst liebte. Er liebte Haschem und darum auch Seine Kinder, die Bnej Jisrael. Darum feiern wir an Lag BaOmer, dem dreiunddreißigsten Tag der Omer-Zeit, seinen Geburtstag, seinen Hochzeitstag und seinen Sterbetag. Es ist immer ein großartiges Fest."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum darf man einen Menschen nicht wie einen Sklaven behandeln?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend Ihr Kind: Wenn jemand für einen anderen arbeitet — was hat der andere dann von ihm bekommen, und was gehört ihm auf keinen Fall?" (Der frühere Impuls fragte nach dem Durchhalten und zahlte damit auf das Nebenziel ein — berichtigt im Reparateur-Lauf 2.)

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
33 · Bechoekotai Bechukotaj

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Regen op de goede tijd

Stel je een veld voor, midden in de zomer. De aarde is droog. Er zitten barsten in, zo breed als jouw vinger. De boer gaat ervoor staan en kijkt omhoog. Geen wolkje. Nergens. Wanneer komt er eindelijk regen?

Toen trok ons volk naar het land Israël — de Bnee Jisra'eel, de kinderen van Jisra'eel. Vlak daarvoor zei Hasjeem iets tegen hen: „Ga in Mijn wetten. Doe Mijn mitswot — alles wat Ik jullie opgedragen heb. Dan geef Ik jullie de regen. Op de goede tijd."

Op de goede tijd. Niet te veel en niet te weinig. Niet midden in de oogst, waar hij alles bederft. Maar juist dan, wanneer de aarde hem nodig heeft.

En dan, zei Hasjeem, geeft het land wat erin zit. De bomen geven hun vruchten. Jullie eten brood tot jullie verzadigd zijn. Jullie wonen veilig in jullie land. En vrede geef Ik erbij: jullie gaan 's avonds liggen en niemand maakt jullie bang.

Aan het eind zei Hasjeem nog één zin. Die is mooier dan alles daarvoor:

„Ik zal midden tussen jullie wandelen."

Regen, brood, vrede — en Hasjeem gaat mee.

↩ Weet je nog, de regen bij No-ach? Die hield veertig dagen niet op. Deze regen is anders: hij komt — en hij houdt weer op.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … wij niet mogen knielen voor afgodenbeelden — en dat we ook op gedenkstenen niet mogen knielen?
  • … iedereen een mazal (ster) heeft, die hem of haar speciaal beschermt?
  • … het in Israël in de zomer bijna nooit regent? De regen komt daar in de winter. Daarom vraag je er vanaf de herfst iedere dag om.

Woord van de week:Wort der Woche: Mizwot — Mitswot zijn de geboden — alles wat Hasjeem ons opgedragen heeft. Eén daarvan heet een mitswa.

Wat het betekentWas es bedeutet

Avigail: „Kennen jullie Rabbi Akiwa? In het begin had hij het heel moeilijk met leren. Hij was veertig jaar, wist nog niets van de Tora en hij was ook nog straatarm. Maar op een keer zag hij hoe allerlei druppeltjes water een gaatje hadden gemaakt in een harde rots.'

Juta: „Mag ik het verhaal af vertellen? Rabbi Akiwa zei toen tegen zichzelf: "De rots is hard, het water zacht en de druppeltjes klein. Maar toch maakt het water, wanneer het regelmatig valt, een uitholling in de rots. Als ik doorzet en volhard, zal ik mijn problemen kunnen overwinnen." En zo gezegd, zo gedaan: het lukte Rabbi Akiwa om binnen de kortste keren een hele grote geleerde Rabbijn te worden.'

Jishai: „Daar kunnen we dus allemaal een voorbeeld aan nemen!'

Channa: „En weet je wat? De regen uit ons stuk is ook maar water in druppels. Eén druppel doet helemaal niets. Maar veel druppels, steeds weer — díe laten een heel veld groeien.'

Vraag aan jouFrage an dich

Welk klein dingetje doe jij iedere dag opnieuw — eentje waar je op de eerste dag nog helemaal niets van ziet?

Sjabbat Sjalom!

👪 Kies samen met uw kind één klein dingetje uit dat het zeven avonden lang doet — en kijk op de zevende avond samen wat ervan geworden is.

Duits

Regen zur rechten Zeit

Stell dir ein Feld vor, mitten im Sommer. Die Erde ist trocken. Sie hat Risse, so breit wie dein Finger. Der Bauer stellt sich davor und schaut nach oben. Kein Wölkchen. Nirgends. Wann kommt endlich Regen?

Damals zog unser Volk ins Land Israel — die Bnej Jisrael, die Kinder Jisraels. Kurz vorher sagte Haschem etwas zu ihnen: „Geht in meinen Gesetzen. Haltet meine Mizwot — alles, was ich euch aufgetragen habe. Dann gebe ich euch den Regen. Zur rechten Zeit."

Zur rechten Zeit. Nicht zu viel und nicht zu wenig. Nicht mitten in der Ernte, wo er alles verdirbt. Sondern genau dann, wenn die Erde ihn braucht.

Und dann, sagte Haschem, gibt das Land, was in ihm steckt. Die Bäume geben ihre Früchte. Ihr esst Brot, bis ihr satt seid. Ihr wohnt sicher in eurem Land. Und Frieden gebe ich euch dazu: Ihr legt euch abends hin, und niemand macht euch Angst.

Zum Schluss sagte Haschem noch einen Satz. Er ist schöner als alles davor:

„Ich gehe mitten unter euch."

Regen, Brot, Frieden — und Haschem geht mit.

↩ Weißt du noch, der Regen bei No-ach? Der hörte vierzig Tage lang nicht auf. Dieser Regen hier ist ein anderer: Er kommt — und er hört wieder auf.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass man sich vor einem Götzenbild nicht hinknien darf — und auf einen Gedenkstein auch nicht?
  • … dass jeder einen Mazal hat, einen Stern, der ihn oder sie besonders beschützt?
  • … dass es in Israel im Sommer fast nie regnet? Der Regen kommt dort im Winter. Darum bittet man ab dem Herbst jeden Tag darum.

Woord van de week:Wort der Woche: Mizwot — Mizwot sind die Gebote — alles, was Haschem uns aufgetragen hat. Eine einzelne davon heißt Mizwa.

Wat het betekentWas es bedeutet

Awigail: „Kennt ihr Rabbi Akiwa? Am Anfang fiel ihm das Lernen sehr schwer. Er war vierzig Jahre alt und wusste noch gar nichts von der Tora. Und bettelarm war er auch. Aber eines Tages sah er, wie lauter kleine Wassertropfen ein Loch in einen harten Felsen gemacht hatten."

Juta: „Darf ich weitererzählen? Da sagte Rabbi Akiwa zu sich selbst:»Der Fels ist hart, das Wasser ist weich, und die Tropfen sind klein. Und trotzdem höhlt das Wasser den Fels aus, wenn es nur regelmäßig fällt. Wenn ich durchhalte und nicht aufgebe, dann werde ich meine Schwierigkeiten überwinden können.« Und so kam es: In kürzester Zeit wurde Rabbi Akiwa ein ganz großer gelehrter Rabbiner."

Jischai: „Daran können wir uns alle ein Beispiel nehmen!"

Channa: „Und weißt du was? Der Regen aus unserem Stück ist auch nur Wasser in Tropfen. Ein Tropfen allein macht gar nichts. Aber viele Tropfen, immer wieder — die lassen ein ganzes Feld wachsen."

Vraag aan jouFrage an dich

Welche kleine Sache tust du jeden Tag wieder — eine, von der man am ersten Tag noch überhaupt nichts sieht?

Schabbat Schalom!

👪 Suchen Sie mit Ihrem Kind eine einzige kleine Sache aus, die es sieben Abende lang tut — und schauen Sie am siebten Abend gemeinsam nach, was daraus geworden ist.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Het wonder dat eruitziet als weer

Sommige wonderen herkent iedereen meteen. Een zee splijt en gaat rechts en links als een muur staan. Een doornstruik brandt en verbrandt niet. Wie zoiets ziet, weet op hetzelfde moment: dat was geen toeval.

En de regen?

De laatste parasja van het boek Wajikra heet Bechoekotai: „in Mijn choekiem". Een chok is een wet waarvan wij de reden niet kennen. En met precies dat woord begint de zegen:

„Als jullie in Mijn choekiem gaan en Mijn mitswot bewaren en doen", zegt Hasjeem, „dan geef Ik jullie de regen op de goede tijd."

En dan praat Hij verder, en wat Hij zegt wordt met iedere zin groter:

„Het land geeft zijn opbrengst en de bomen geven hun vruchten.

De oogst wordt zo groot dat je niet klaarkomt: je bent nog aan het dorsen en de druivenoogst begint al. Je bent nog bij de druiven en het is alweer tijd om te zaaien.

Jullie eten brood tot jullie verzadigd zijn, en jullie wonen veilig in jullie land.

Vrede geef Ik in het land: jullie gaan liggen en niemand schrikt jullie op. De wilde dieren verdwijnen en er gaat geen zwaard door jullie land.

Ik wend Mij tot jullie.

Mijn woning zet Ik midden tussen jullie. Ik zal midden tussen jullie wandelen, en Ik zal jullie G'd zijn en jullie zullen Mijn volk zijn."

En helemaal aan het eind een zin die over iets anders gaat dan over eten en weer: „Ik ben Hasjeem, jullie G'd, die jullie uit Mitsrajim heeft gevoerd, uit Egypte, zodat jullie daar geen slaven meer zouden zijn. Ik heb de stangen van jullie juk gebroken en jullie rechtop laten lopen."

En lees de lijst nu nog eens van boven af. Regen. Een goede oogst. Genoeg brood. Rust in het land. Niets daarvan ziet eruit als een wonder. Regen is weer. Een goede oogst is een goede oogst. En vrede — vrede ziet eruit alsof er juist niets gebeurt.

↩ Weet je nog, het zevende jaar? Een heel jaar lang werd er niet op het land gewerkt — en toch had iedereen te eten. Ook dat zag niemand als een wonder. Je zag alleen volle schuren.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je niet mag geloven in tovenarij — niet in zwarte magiërs en niet in waarzeggers?
  • … wij wel geloven dat sommige mensen weten wat de toekomst brengt, maar dat je toch niet in die voorspellingen mag geloven?
  • … je jouw vriendje of vriendinnetje net zo lief moet hebben als jezelf?

Woord van de week:Wort der Woche: Chok — Een chok is een wet waarvan wij de reden niet kennen. Je houdt je er niet aan omdat je hem begrijpt — je houdt je eraan omdat Hasjeem het gezegd heeft.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariela: „Sommige wonderen zijn duidelijk zichtbaar en sommige wonderen zijn helemaal niet duidelijk zichtbaar. Als het duidelijk zichtbaar is, dan hebben we te maken met een heel groot wonder. Maar de meeste wonderen die Hasjeem voor ons doet, zijn niet duidelijk zichtbaar. Ze zijn allemaal verborgen. Kijk maar eens naar de natuur. In de natuur gebeuren allemaal wonderen, die je helemaal niet beseft en waar je helemaal niet over nadenkt. Dus: let goed op de natuur, dat is al wonderlijk genoeg."

Naomi: „Dan zit ons stuk er vol mee. Er staat niets over een zee die splijt. Er staat: regen. Brood. En dat niemand je 's nachts opschrikt. Als dat allemaal wonderen zijn — dan merk je op een goede dag helemaal niet hoeveel wonderen je op dat moment krijgt. En dan is dat nou juist het werk: naar een groot wonder hoef je alleen maar te kijken. Een verborgen wonder moet je zoeken."

Vraag aan jouFrage an dich

Naomi zegt dat je een verborgen wonder moet zoeken. Neem de dag van vandaag: wat is er vandaag goed gegaan zonder dat jij er iets voor deed — en wie zou het opgevallen zijn als het misgegaan was?

Sjabbat Sjalom!

👪 Loop deze week eens dezelfde weg als altijd en vraag uw kind om onderweg drie dingen te noemen die het op die weg nog nooit gezien heeft — en zeg daarna welke drie u genoemd zou hebben.

Duits

Das Wunder, das aussieht wie Wetter

Manche Wunder erkennt jeder sofort. Ein Meer teilt sich und stellt sich rechts und links wie eine Wand. Ein Dornbusch brennt und verbrennt nicht. Wer so etwas sieht, weiß im selben Moment: Das war kein Zufall.

Und der Regen?

Die letzte Parascha im Buch Wajikra heißt Bechukotaj: „in meinen Chukim". Ein Chok ist ein Gesetz, dessen Grund wir nicht kennen. Und mit genau diesem Wort fängt der Segen an:

„Wenn ihr in meinen Chukim geht und meine Mizwot bewahrt und tut", sagt Haschem, „dann gebe ich euch den Regen zur rechten Zeit."

Und dann redet Er weiter, und was Er sagt, wird mit jedem Satz größer:

„Das Land gibt seinen Ertrag, und die Bäume geben ihre Früchte.

Die Ernte wird so groß, dass ihr nicht fertig werdet: Ihr drescht noch das Getreide, da fängt schon die Weinlese an. Ihr seid noch bei der Weinlese, da ist es schon wieder Zeit zu säen.

Ihr esst Brot, bis ihr satt seid, und ihr wohnt sicher in eurem Land.

Frieden gebe ich im Land: Ihr legt euch hin, und keiner schreckt euch auf. Die wilden Tiere verschwinden, und kein Schwert geht durch euer Land.

Ich wende mich euch zu.

Meine Wohnung stelle ich mitten unter euch. Ich gehe mitten unter euch, und ich bin euch G'tt, und ihr seid mir Volk."

Und ganz zum Schluss ein Satz, der von etwas anderem redet als von Essen und Wetter: „Ich bin Haschem, euer G'tt, der euch aus Mizrajim herausgeführt hat, aus Ägypten, damit ihr dort nicht länger Sklaven seid. Ich habe die Stangen eures Jochs zerbrochen und euch aufrecht gehen lassen."

Und nun lies die Liste noch einmal von oben. Regen. Eine gute Ernte. Genug Brot. Ruhe im Land. Nichts davon sieht aus wie ein Wunder. Regen ist Wetter. Eine gute Ernte ist eine gute Ernte. Und Frieden — Frieden sieht so aus, als ob gar nichts passiert.

↩ Erinnerst du dich an das siebte Jahr? Ein ganzes Jahr lang wurde auf den Feldern nicht gearbeitet — und alle hatten trotzdem zu essen. Auch das sah niemand als Wunder. Man sah nur volle Kornkammern.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass man nicht an Zauberei glauben darf — nicht an schwarze Magier und nicht an Wahrsager?
  • … dass wir durchaus glauben, dass manche Menschen etwas darüber wissen, was kommen wird — dass man ihren Vorhersagen aber trotzdem nicht glauben darf?
  • … dass du deinen Freund und deine Freundin genauso lieb haben sollst wie dich selbst?

Woord van de week:Wort der Woche: Chok — Ein Chok ist ein Gesetz, dessen Grund wir nicht kennen. Man hält es nicht, weil man es versteht — man hält es, weil Haschem es gesagt hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariela: „Manche Wunder sind deutlich zu sehen, und manche Wunder sind überhaupt nicht zu sehen. Wenn es deutlich zu sehen ist, dann haben wir es mit einem ganz großen Wunder zu tun. Aber die meisten Wunder, die Haschem für uns tut, sind nicht deutlich zu sehen. Sie sind alle verborgen. Schau dir doch einmal die Natur an. In der Natur passieren lauter Wunder, die du überhaupt nicht bemerkst und über die du überhaupt nicht nachdenkst. Also: Schau genau hin, was in der Natur geschieht — das ist schon staunenswert genug."

Naomi: „Dann ist unser Stück ja voll davon. Da steht nichts über ein Meer, das sich teilt. Da steht: Regen. Brot. Und dass keiner dich nachts aufschreckt. Wenn das alles Wunder sind — dann merkt man an einem guten Tag gar nicht, wie viele Wunder man gerade bekommt. Und dann ist genau das die Arbeit: Ein großes Wunder muss man nur ansehen. Ein verborgenes muss man suchen."

Vraag aan jouFrage an dich

Naomi sagt, ein verborgenes Wunder muss man suchen. Nimm den heutigen Tag: Was ist heute gut gegangen, ohne dass du irgendetwas dafür getan hast — und wem wäre es aufgefallen, wenn es schiefgegangen wäre?

Schabbat Schalom!

👪 Gehen Sie diese Woche einmal denselben Weg wie immer und bitten Sie Ihr Kind, unterwegs drei Dinge zu nennen, die es auf diesem Weg noch nie bemerkt hat — und sagen Sie hinterher, welche drei Sie genannt hätten.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Waarom je dit stuk zachtjes leest

In sjoel wordt de Tora hardop voorgelezen. Duidelijk, woord voor woord, zodat iedereen in de ruimte mee kan luisteren. Maar op één Sjabbat in het jaar wordt de voorlezer opeens zacht. Hij laat zijn stem zakken, en wie iets wil verstaan moet naar voren buigen. Dat is de gewoonte bij Bechoekotai.

We schamen ons dat Hasjeem ons zo moet dreigen. Vroeger was het zo dat niemand deze alija wilde hebben — niemand wilde op die Sjabbat naar de Tora geroepen worden. Tegenwoordig wordt daarvoor de Rav opgeroepen, de rabbijn van de gemeente. Of de Gabbaj, die in sjoel de gang van zaken regelt. Of de Ba'al Koré, de voorlezer zelf.

Het stuk heet Tochecha — terechtwijzing. En daarover moet je twee dingen weten, voordat je er ook maar één woord uit leest.

Ten eerste: het begint en eindigt met positieve onderwerpen. Het begint met de zegen — regen op de goede tijd, brood tot je verzadigd bent, vrede in het land, en de zin „Ik zal midden tussen jullie wandelen". En het eindigt met een verzekering: Hasjeem verzekert dat zelfs onder de slechtste omstandigheden Am Jisra'eel nooit helemaal zal verdwijnen.

Ten tweede: wat daartussen staat, schilderen wij hier niet uit. Het staat in de Tora, en wie het lezen wil, vindt het. Maar een stuk dat je zachtjes leest, wordt er niet beter op als je het navertelt.

Blijft de vraag die eronder ligt. Bechoekotai gaat over straf en beloning. Hoe gaan wij daarmee om?

De Rambam — Maimonides — legt het zo uit. Stel je voor dat straf en beloning in deze wereld direct en zonder medelijden zouden worden uitgereikt. Je doet een avera, iets wat verboden is, en meteen wordt er van je bankrekening 25 euro afgeschreven. Je doet een mitswa, en meteen komt er weer 25 euro bij.

Dan zou er geen vrije wil of keus meer overblijven. Iedereen zou het goede alleen maar doen om direct de beloning te kunnen incasseren. En niemand zou het in zijn hoofd halen om de Tora te overtreden — alleen maar om een directe straf te ontlopen.

Daarom krijg je straf en beloning niet echt in deze aardse wereld. Straf en beloning zijn meestal pas in de Olam haBa, de komende wereld. Wij geloven dat dit leven en een volgend leven één doorlopend geheel is.

En er hoort nog iets bij: ons vermogen om te beoordelen of iets rechtvaardig is of niet, is heel erg beperkt. Het menselijk brein is beperkt door het hier en nu. Een allesomvattend eindoordeel van het ‘totale geheel' hebben wij niet.

Als wij met een centimeter moleculen proberen te meten, gaat dat mislukken. Waarom? Omdat de meetlat veel te groot is.

Het Joodse antwoord is toch zeker niet: ‘we kunnen niets weten'. We weten nog niet alles — maar over een tijdje, in de tijd van de Masjie'ach, wel. We kennen wel een beetje van de waarheid, zoals de filosoof Rabbi Josef Albo stelt. Is dit misschien voldoende? Niemand zal het ooit weten. Dit is misschien maar beter.

↩ Weet je nog, de berg Sinai? Daar antwoordde het hele volk samen. Wie samen antwoordt, staat vanaf dat moment ook samen in — daar gaat het stuk hierna over.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Bechoekotai het boek Wajikra afsluit? Als een boek van de Tora uitgelezen is, roept de hele kehilla: „Chazak, chazak, wenitchazek!" — „Wees sterk, wees sterk, en laten wij sterk worden!"
  • … er in de Tora nóg een tweede tochecha staat, in het boek Dewariem — en dat die nog langer is dan deze?
  • … Bechoekotai heel kort is en in de meeste jaren samen met Behar op één Sjabbat gelezen wordt? Daarom staan op veel bladen allebei de namen naast elkaar.

Woord van de week:Wort der Woche: Tochacha — Tochecha betekent terechtwijzing. Een terechtwijzing komt niet van een vreemde — die komt van iemand voor wie jij belangrijk bent.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „We leren toch nog veel uit de kelalot. Zo is er de pasoek: „De één zal over de ander struikelen." (26:37) De Chachamiem leggen uit, dat de één over de averot van de ander zal struikelen. Dit is het bekende principe dat iedereen voor elkaar verantwoordelijk is. Toen de Bnee Jisra'eel bij de bergen Geriziem en Ebal Hasjeem en elkaar trouw zwoeren, werden ze verantwoordelijk voor elkaars daden. Dit heeft zowel positieve als negatieve gevolgen: ik deel mee in jouw mitswot, maar jij deelt ook in mijn averot en omgekeerd. Een kwestie van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en gedeeld risico, wat overigens de basis vormt voor iedere (sociale) verzekering."

Ariella: „Het Joodse volk wordt gezien als één groot lichaam. Ieder mens vormt als het ware één van haar organen. Sommige hebben de functie van het hoofd — de denkers — anderen vormen de romp waar het hart zit — degenen die Hasjeem met hun hart dienen — en weer anderen vormen de voeten, die het hele lichaam dragen. Zo ook vervullen een aantal mensen de geboden als ‘een ol - juk', dat zij dragen, zonder de diepere inhoud ervan te begrijpen!"

Channa: „Het lichaam is een samenhangend systeem. Hetzelfde geldt ook voor het lichaam van het Jodendom. Indien het ‘laagste deel' hiervan slecht functioneert, lijden ook de hogere delen hieronder. En als de hoogste delen slecht functioneren, doen de lagere delen het ook slecht!"

Vraag aan jouFrage an dich

Eli en Ariella leggen dezelfde zaak uit met twee beelden: gedeeld risico zoals bij een verzekering — en één lichaam met hoofd, hart en voeten. Welk van de twee beelden vraagt meer van jou? Zeg erbij waaraan je dat vastmaakt.

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan de Sjabbattafel over iets in uw gezin of gemeente dat alleen werkt omdat velen het dragen zonder dat er ook maar één van hen genoemd wordt — en vraag uw kind wie daarvan het hoofd is en wie de voeten.

Duits

Warum man diese Seite leise liest

In der Schul wird die Tora laut vorgelesen. Deutlich, Wort für Wort, damit jeder im Raum mithören kann. An einem Schabbat im Jahr aber wird der Vorleser plötzlich leise. Er senkt die Stimme, und wer etwas verstehen will, muss sich vorbeugen. Das ist der Brauch bei Bechukotaj.

Wir schämen uns, dass Haschem uns so drohen muss. Früher wollte niemand die Alija zu diesem Abschnitt haben — niemand wollte an diesem Schabbat zur Tora aufgerufen werden. Heute ruft man dafür den Raw auf, den Rabbiner der Gemeinde. Oder den Gabbai, der in der Schul den Ablauf leitet. Oder den Ba'al Kore, den Vorleser selbst.

Der Abschnitt heißt Tochacha — Zurechtweisung. Und über ihn muss man zwei Dinge wissen, bevor man ein einziges Wort daraus liest.

Erstens: Er beginnt und endet mit Gutem. Er beginnt mit dem Segen — Regen zur rechten Zeit, Brot, bis man satt ist, Frieden im Land, und der Satz „Ich gehe mitten unter euch". Und er endet mit einer Zusage: Selbst unter den allerschlechtesten Umständen wird Am Jisrael niemals ganz verschwinden.

Zweitens: Was dazwischen steht, malen wir hier nicht aus. Es steht in der Tora, und wer es lesen will, findet es. Aber ein Abschnitt, den man leise liest, wird nicht dadurch besser, dass man ihn nacherzählt.

Bleibt die Frage, die darunterliegt. Bechukotaj handelt von Lohn und Strafe. Wie soll man damit umgehen?

Der Rambam — Maimonides — erklärt es so. Stell dir vor, Lohn und Strafe kämen in dieser Welt sofort und ohne jedes Erbarmen. Du tust eine Awera, etwas Verbotenes, und augenblicklich werden dir fünfundzwanzig Euro vom Konto abgebucht. Du tust eine Mizwa, und augenblicklich kommen fünfundzwanzig Euro dazu.

Dann bliebe kein freier Wille mehr übrig. Keine Wahl. Jeder täte das Gute nur noch, um sofort zu kassieren. Und niemand käme auch nur auf den Gedanken, die Tora zu übertreten — allein um der Strafe zu entgehen.

Darum bekommt man Lohn und Strafe in dieser irdischen Welt nicht wirklich. Meistens gibt es beides erst in der Olam haBa, in der kommenden Welt. Wir glauben, dass dieses Leben und ein nächstes Leben ein einziges, durchgehendes Ganzes sind.

Und noch etwas gehört dazu: Unsere Fähigkeit zu beurteilen, ob etwas gerecht ist, ist sehr begrenzt. Das menschliche Gehirn ist an das Hier und Jetzt gebunden. Ein Urteil über das ganze Ganze haben wir nicht.

Wenn wir mit einem Zentimetermaß Moleküle messen wollen, misslingt das. Warum? Weil der Maßstab viel zu groß ist.

Die jüdische Antwort ist trotzdem ganz sicher nicht: „Wir können nichts wissen." Wir wissen noch nicht alles — aber in der Zeit des Maschiach werden wir es. Ein Stück der Wahrheit kennen wir durchaus, sagt der Philosoph Rabbi Josef Albo. Ist das vielleicht genug? Niemand wird das je wissen. Und vielleicht ist auch das besser so.

↩ Erinnerst du dich an den Berg Sinai? Dort hat das ganze Volk gemeinsam geantwortet. Wer gemeinsam antwortet, haftet von da an auch gemeinsam — davon handelt die Deutung auf der nächsten Seite.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Bechukotaj das Buch Wajikra abschließt? Wenn ein Buch der Tora zu Ende gelesen ist, ruft die ganze Gemeinde: „Chasak, chasak, wenitchasek!" — „Sei stark, sei stark, und wir wollen stark werden!"
  • … dass es in der Tora noch eine zweite Tochacha gibt, im Buch Dewarim — und dass die noch länger ist als diese hier?
  • … dass Bechukotaj sehr kurz ist und in den meisten Jahren zusammen mit Behar an einem einzigen Schabbat gelesen wird? Darum tragen viele Bücher beide Namen nebeneinander.

Woord van de week:Wort der Woche: Tochacha — Tochacha heißt Zurechtweisung. Eine Zurechtweisung kommt nicht von einem Fremden — sie kommt von jemandem, dem etwas an dir liegt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Aus den Kelalot, den Flüchen, lernen wir trotzdem eine Menge. Da ist zum Beispiel der Pasuk:»Der eine wird über den anderen straucheln.« (26,37) Die Chachamim erklären: Der eine wird über die Awerot des anderen straucheln. Das ist das bekannte Prinzip, dass jeder für jeden verantwortlich ist. Als die Bnej Jisrael an den Bergen Gerisim und Ewal Haschem und einander Treue schworen, wurden sie verantwortlich für die Taten des anderen. Das hat gute und schlechte Folgen: Ich habe Anteil an deinen Mizwot — aber du hast auch Anteil an meinen Awerot, und umgekehrt. Eine Sache von gemeinsamer Verantwortung und geteiltem Risiko. Das ist übrigens die Grundlage jeder Versicherung."

Ariella: „Das jüdische Volk wird als ein einziger großer Leib gesehen. Jeder Mensch bildet sozusagen eines seiner Organe. Manche haben die Aufgabe des Kopfes — die Denker. Andere bilden den Rumpf, in dem das Herz sitzt — diejenigen, die Haschem mit ihrem Herzen dienen. Und wieder andere bilden die Füße, die den ganzen Leib tragen. So erfüllen manche Menschen die Gebote wie ein Ol, wie ein Joch, das sie tragen, ohne den tieferen Inhalt davon zu verstehen!"

Channa: „Der Leib ist ein zusammenhängendes System. Dasselbe gilt auch für den Leib des Judentums. Wenn der ‚unterste Teil' davon schlecht funktioniert, leiden auch die höheren Teile darunter. Und wenn die höchsten Teile schlecht funktionieren, tun es die unteren auch!"

Vraag aan jouFrage an dich

Eli und Ariella erklären dieselbe Sache mit zwei Bildern: geteiltes Risiko wie bei einer Versicherung — und ein Leib mit Kopf, Herz und Füßen. Welches der beiden Bilder verlangt mehr von dir? Sag dazu, woran du es festmachst.

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Schabbattisch von einer Sache, die in Ihrer Familie oder Gemeinde nur deshalb funktioniert, weil viele sie tragen, ohne dass einer von ihnen genannt wird — und fragen Sie Ihr Kind, wer davon der Kopf ist und wer die Füße.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
34 · Bemidbar Bemidbar

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Letters met honing

Hebben jullie wel eens van een oude minhag, een gewoonte gehoord? Sjawoe'ot is het feest van de minhagiem.

Ik ga jullie nu vertellen hoe de kinderen 200 of 300 jaar geleden voor het eerst naar school gingen. Heel indrukwekkend was dat. Dat was vroeger, maar soms gebeurt het nog steeds.

Sjawoe'ot-ochtend worden kinderen van ongeveer 3 jaar, in een talliet gewikkeld, de sjoel binnengedragen.

Op een speciaal tablet worden de letters van het Iwriet alfabet geschreven en met honing ingesmeerd.

De leraar leest elke letter voor en het kind herhaalt ze. Daarna mag het kind een beetje van de honing proeven.

Op speciale honingkoeken worden pesoekiem geschreven. Sommige mensen hebben de minhag eieren met pesoekiem te beschilderen. Nadat de kinderen de pesoekiem hebben gelezen, mogen zij de koek en het ei opeten.

De grote geleerde Rabbi Ja'akov Emden klaagt erover, dat deze minhag van het naar school brengen niet meer gedaan werd in zijn tijd: „Hoe heeft het dan kunnen gebeuren, dat dit niet meer gedaan wordt?"

Ook deze minhag heeft te maken met Matan Tora. Voordat Hij de Tora gaf aan het Joodse volk, vroeg Hasjeem een garantie, dat de Tora ook later nog geleerd zou worden.

Het volk stelde eerst voor, dat de opa's en oma's garant zouden staan. Maar dit vond Hasjeem niet goed.

Toen stelden zij voor, dat de Rabbijnen garant zouden staan. Ook dit werd verworpen.

Tenslotte schoof het volk hun kinderen naar voren. En toen zei Hasjeem: ja. De kinderen zijn goed.

Een 'aardige' Midrasj? Nee! Een zeer diepe gedachte: het Jodendom is niet alleen voor Rabbijnen en niet alleen voor opa's en oma's. Want wanneer de jeugd niet op jonge leeftijd de Tora leert, zullen zij de Tora ook op latere leeftijd niet leren.

Daarom krijgt een klein kind zijn eerste letters met honing. Zodat het begin zoet smaakt.

↩ Weet je nog: binnen drie dagen zouden de Bnee Jisra'eel de Tora ontvangen — dat was op Sjawoe'ot. Precies op dat feest krijgen de kleinste kinderen hun eerste letters.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Bnee Jisra'eel op heel veel verschillende momenten geteld werden?
  • … zij maar met zeventig mensen waren toen ze naar Mitsraim kwamen?
  • … er na de jetsiat Mitsraim al meer dan 600.000 mannen waren — de kinderen niet meegeteld?
  • … er dus ook ongeveer evenveel vrouwen moeten zijn geweest, en heel veel kinderen en ouderen — alles bij elkaar wel meer dan 3 miljoen?

Woord van de week:Wort der Woche: Bemidbar

Wat het betekentWas es bedeutet

„Aan de voet van de berg Sinai hebben wij de Tora aangenomen", zei Channa. „En weet je wat? Zonder voorwaarden vooraf!"

„Wij zeiden: eerst zullen wij doen, later zullen wij het misschien begrijpen", zei Jinon.

„Dat lijkt onlogisch", zei Jair. „Normaal wil je eerst begrijpen en dan pas doen. Maar kijk eens naar jezelf: je eet en je ademt allang voordat je weet hoe je maag en je longen dat doen."

„Precies", zei Azarja. „Leren over eten vult je buik niet."

„En daarom zijn wij niet beter dan anderen", zei Eli. „Wij hebben alleen meer te doen."

Vraag aan jouFrage an dich

Stel je voor dat jij het kleine kind in de talliet bent. Je ziet de letters voor het eerst, en ze smaken zoet. Waar denk jij die ochtend aan?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond welke zin of welk liedje u zelf als kind het eerst geleerd hebt — en wie het u geleerd heeft.

Duits

Buchstaben mit Honig

Hast du schon einmal von einem alten Minhag gehört? Ein Minhag ist eine Gewohnheit, die schon sehr lange in jüdischen Familien lebt.

Schawuot ist das Fest der Minhagim. Ich erzähle dir jetzt, wie Kinder vor zweihundert oder dreihundert Jahren zum ersten Mal in die Schule gingen. Das war früher so. Manchmal macht man es heute noch.

Am Morgen von Schawuot wird ein kleines Kind in einen Tallit gewickelt — in ein großes Gebetstuch. Ungefähr drei Jahre alt ist es. So trägt man es in die Synagoge hinein.

Dort liegt eine besondere Tafel. Auf die Tafel hat jemand die Buchstaben des Iwrit geschrieben, der heiligen Sprache. Und über die Buchstaben ist Honig gestrichen.

Der Lehrer liest jeden Buchstaben vor. Das Kind spricht ihn nach. Und dann darf das Kind ein bisschen von dem Honig kosten.

Auf besondere Honigkuchen werden Sätze aus der Tora geschrieben. Manche Familien haben den Minhag, auch Eier mit solchen Sätzen zu bemalen. Erst lesen die Kinder die Sätze — dann dürfen sie den Kuchen und das Ei aufessen.

Vor dreihundert Jahren lebte ein großer Gelehrter, Rabbi Jaakow Emden. Er beschwerte sich darüber, dass man diesen Minhag zu seiner Zeit nicht mehr machte. „Wie konnte es nur dazu kommen", schrieb er, „dass das nicht mehr getan wird?"

Auch dieser Minhag hat mit dem Tag zu tun, an dem Haschem die Tora gab.

Denn vorher wollte Haschem eine Sicherheit haben. Er wollte wissen: Wird die Tora auch später noch gelernt?

Das Volk sagte: „Unsere Opas und Omas! Die passen darauf auf." Haschem sagte: Nein.

Das Volk sagte: „Dann die Rabbiner!" Haschem sagte wieder: Nein.

Zuletzt schob das Volk seine Kinder nach vorn. Und da sagte Haschem: Ja. Die Kinder sind gut.

Das ist keine nette kleine Geschichte. Das ist ein tiefer Gedanke. Die Tora gehört nicht nur den Rabbinern und nicht nur den Großeltern. Und wer als Kind nicht anfängt zu lernen, fängt später meistens gar nicht mehr an.

Darum bekommt ein kleines Kind seine ersten Buchstaben mit Honig. Damit der Anfang süß schmeckt.

↩ Weißt du noch: In drei Tagen würden die Bnej Jisrael die Tora bekommen — das war an Schawuot. An genau diesem Fest bekommen die kleinsten Kinder ihre ersten Buchstaben.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Bnej Jisrael in der Tora sehr oft gezählt wurden — nicht nur ein einziges Mal?
  • … dass es nur siebzig Menschen waren, als die Familie von Jaakow nach Ägypten kam?
  • … dass es nach dem Auszug aus Ägypten schon mehr als 600.000 Männer waren — die Kinder gar nicht mitgezählt? (Evers: „zwischen 20 und 60"; Schemot 12,37 nennt „etwa 600.000 Mann zu Fuß, ohne die Kinder" und kennt kein Alterskriterium)
  • … dass dazu noch ungefähr ebenso viele Frauen kamen, und dazu sehr viele Kinder und alte Menschen — zusammen wohl mehr als drei Millionen?

Woord van de week:Wort der Woche: Bemidbar — Bemidbar heißt: in der Wüste. So heißt das vierte Buch der Tora — hier fängt es an.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Am Berg Sinai haben wir die Tora angenommen", sagte Channa. „Und weißt du was? Wir haben vorher keine Bedingungen gestellt."

„Wir haben gesagt: Erst tun wir es. Später verstehen wir es vielleicht", sagte Jinon.

„Das klingt verkehrt herum", sagte Jair. „Sonst will man doch erst verstehen und dann tun. Aber schau dich mal selbst an: Du isst und du atmest. Und zwar lange, bevor du weißt, wie dein Magen und deine Lunge das machen."

„Genau", sagte Azarja. „Über das Essen zu lernen macht dich nicht satt."

„Und wir sind deshalb nicht besser als andere", sagte Eli. „Wir haben nur mehr zu tun."

Vraag aan jouFrage an dich

Stell dir vor, du bist das kleine Kind im Tallit. Du siehst die Buchstaben zum ersten Mal, und sie schmecken süß. Woran denkst du an diesem Morgen?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend, welchen Satz oder welches Lied Sie selbst als Kind zuerst gelernt haben — und wer es Ihnen beigebracht hat.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Zie hoe fraai alles is

Een kale berg midden in de woestijn. Geen boom, geen struik, geen halm. En dan, op de dag dat de Tora gegeven werd, stond die berg in volle bloei. Hasjeems aanwezigheid in de dorre woestijn veranderde die kale berg in een weelderige Keukenhof.

Bemidbar betekent 'in de woestijn'. Zo begint het vierde boek van de Tora. En de naam laat al iets zien: de Tora heeft oog voor de omgeving.

De belangstelling voor het milieu is in korte tijd de zorg van iedereen geworden. In Joodse kring is nog niet zo veel aandacht besteed aan de milieuproblematiek. Maar dat betekent niet, dat onze Chagamiem er niet allang over nagedacht hebben. Zij deden dat al meer dan tweeduizend jaar geleden.

Wat een vooruitziende blik! Wie in de oude wereld had toen kunnen denken dat het milieu wereldprobleem nummer één zou worden?

In de oudste Midrasjiem komt iets opmerkelijks voor. „Nadat HaSjeem Adam had geschapen, leidde Hij hem rond in Gan-Eden. ‚Zie Mijn werken', zei Hij, ‚zie hoe fraai alles is! Alles heb Ik voor jou geschapen. Houd de natuur in stand en vernietig Mijn wereld niet. Want als jij onvoorzichtig omgaat met het milieu, is er niemand, die het kan herstellen.'"

Het probleem van geluidsoverlast, stank en opvliegende deeltjes was er al.

↩ Weet je nog dat het bij de berg Sinai opeens in het enkelvoud stond — ‚Ik ben Hasjeem, uw Hasjeem'? In Gan-Eden klinkt diezelfde toon: ‚Alles heb Ik voor jou geschapen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er alleen al in de stam Levi 22.000 jongens en mannen geteld werden — de baby's vanaf één maand meegerekend?
  • … Rasji zegt dat tellen ook een uiting van liefde is? Wie iets steeds opnieuw telt, vindt het belangrijk.
  • … de Ramban een andere reden noemt? De telling moet ons attent maken op Hasjeems goedheid: uit één familie is een heel volk geworden.
  • … er bij ons niet per hoofd geteld wordt? In Sjemot (30:12) staat dat iedere getelde een halve sjekel moet geven. Je telt dan de munten en weet toch hoeveel mensen er zijn.

Woord van de week:Wort der Woche: Bemidbar

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ik ken nog een andere mooie minhag", zei Eli. „De Rabbijn wil, dat wij de sjoel op Sjawoe'ot met bloemen en planten versieren. Ook weer een minhag met een diepere betekenis. Zo willen sommigen hierin een hint zien op het oeverriet, waarin Mosje door zijn moeder verstopt werd."

„Ja, Mosje werd geboren op 7 Adar", zei Ariella. „Zijn moeder kon hem drie maanden lang thuis verborgen houden voor Egyptische soldaten. Op 6 Siewan – dezelfde datum, waarop 80 jaar later de Tora zou worden gegeven – legde zij hem in de Nijl. Daarom versieren wij de sjoel met planten, die Mosje Rabbenoe verborgen."

„Andere mensen zien hierin een herinnering aan de berg Sinai", zei Sjlomtsion, „die toendertijd met groen bedekt was."

„Sommigen zien deze minhag aangeduid in een mooi verhaal uit de Midrasj, die het grote belang van de Tora benadrukt", zei Benajahoe. „Je kan het vergelijken met een koning, die een prachtige siertuin aanlegde, met rozen en gladiolen. Enige tijd later bleek zijn tuin overwoekerd door doornen en distels, brandnetels en prikkels. De koning stond op het punt om de tuin weer om te ploegen. Maar op het laatste moment ontdekte hij een schitterende roos. Hij zei toen: ‚ten behoeve van deze bloem zal de tuin gered worden!' — Maar wat betekent dit verhaal? Want het wil ons een les leren!"

„De tuin is de wereld, die Hasjeem had geschapen", zei Elisja. „De doornen, brandnetels en distels waren de slechte mensen en de roos is de Tora. In deze Midrasj wordt de hoop uitgesproken, dat de Tora de mensheid van het slechte zal behoeden. Ter herinnering daaraan wordt de sjoel versierd met planten en bloemen."

Vraag aan jouFrage an dich

De koning ploegt zijn hele overwoekerde tuin niet om — vanwege één enkele roos. Als de tuin de wereld is en de roos de Tora: wat betekent het dan dat één bloem genoeg is?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: welke gewoonte hebben wij in ons gezin waarvan niemand meer precies weet waarom we die eigenlijk hebben?

Duits

Sieh, wie schön alles ist

Ein kahler Berg mitten in der Wüste. Kein Baum, kein Strauch, kein Halm. Und dann, an dem Tag, an dem die Tora gegeben wurde, stand dieser Berg in voller Blüte. Haschems Gegenwart in der dürren Wüste verwandelte den kahlen Berg in einen einzigen großen Blumengarten.

Bemidbar heißt „in der Wüste". So fängt das vierte Buch der Tora an. Und schon der Name zeigt etwas: Die Tora schaut sich um. Sie hat einen Blick für das, was rings um uns wächst und lebt.

In kurzer Zeit ist die Umwelt zur Sorge aller geworden. In jüdischen Kreisen ist darüber noch nicht viel geschrieben worden. Aber das heißt nicht, dass unsere Chachamim — unsere Weisen — nicht längst darüber nachgedacht hätten. Sie haben es getan, vor mehr als zweitausend Jahren.

Was für ein weiter Blick! Wer in der alten Welt hätte damals gedacht, dass die Umwelt einmal das Weltproblem Nummer eins sein würde?

In den ältesten Midraschim, den alten Auslegungen unserer Weisen, steht etwas Bemerkenswertes. Nachdem Haschem den ersten Menschen erschaffen hatte, führte Er ihn im Gan Eden herum, im Garten Eden.

„Sieh Meine Werke", sagte Er. „Sieh, wie schön alles ist! Alles habe Ich für dich erschaffen. Erhalte die Natur und zerstöre Meine Welt nicht. Denn wenn du unvorsichtig mit ihr umgehst, ist da niemand, der sie wieder heil macht."

Lärm, Gestank und aufgewirbelte Teilchen in der Luft: Diese Probleme kannten unsere Weisen schon.

↩ Erinnerst du dich, wie am Berg Sinai plötzlich die Einzahl stand — ‚Ich bin Haschem, dein G'tt'? Im Gan Eden klingt derselbe Ton: ‚Alles habe Ich für dich erschaffen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass allein im Stamm Lewi 22.000 Jungen und Männer gezählt wurden — die Babys vom ersten Lebensmonat an schon mitgerechnet? (Bemidbar 3,39; darum nicht „22.000 Männer")
  • … dass Raschi sagt, Zählen sei eine Art, Liebe zu zeigen? Wer etwas immer wieder zählt, dem ist es wichtig.
  • … dass der Ramban einen anderen Grund nennt? Die Zählung soll uns aufmerksam machen, wie gut Haschem zu uns war: Aus einer einzigen Familie ist ein ganzes Volk geworden.
  • … dass bei uns niemand Köpfe zählt? In Schemot 30,12 steht, dass jeder Gezählte einen halben Schekel geben soll — eine Münze. Dann zählt man die Münzen und weiß trotzdem, wie viele Menschen es sind.

Woord van de week:Wort der Woche: Bemidbar — Bemidbar heißt: in der Wüste. Das vierte Buch der Tora beginnt mit einer großen Zählung — ausgerechnet an einem Ort, an dem sonst nichts wächst.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ich kenne noch einen schönen Minhag, einen alten Brauch", sagte Eli. „Der Rabbiner möchte, dass wir die Synagoge an Schawuot mit Blumen und Pflanzen schmücken. Auch das hat einen tieferen Sinn. Manche sehen darin einen Hinweis auf das Schilf am Ufer, in dem Mosche von seiner Mutter versteckt wurde."

„Mosche wurde am 7. Adar geboren", sagte Ariella. „Drei Monate lang konnte seine Mutter ihn zu Hause vor den ägyptischen Soldaten verborgen halten. Am 6. Siwan legte sie ihn in den Nil — an demselben Tag, an dem achtzig Jahre später die Tora gegeben wurde. Darum schmücken wir die Synagoge mit Pflanzen: mit denen, die Mosche damals verbargen."

„Andere denken an den Berg Sinai", sagte Schlomzion. „Der war damals ganz mit Grün bedeckt."

„Und manche", sagte Benajahu, „finden den Brauch in einer Geschichte aus dem Midrasch angedeutet — in einer Geschichte, die zeigt, wie groß die Bedeutung der Tora ist. Ein König legte einen prächtigen Ziergarten an, mit Rosen und Gladiolen. Nach einiger Zeit war der Garten überwuchert: Dornen und Disteln, Brennnesseln und Stacheln. Der König war schon so weit, alles wieder umzupflügen. Im letzten Augenblick entdeckte er eine einzige wunderschöne Rose. Da sagte er: ‚Wegen dieser Blume bleibt der Garten stehen!' — Aber was bedeutet die Geschichte? Sie will uns doch etwas beibringen!"

„Der Garten ist die Welt, die Haschem erschaffen hat", sagte Elischa. „Die Dornen und die Disteln sind die schlechten Menschen. Und die Rose ist die Tora. Der Midrasch spricht damit eine Hoffnung aus: dass die Tora die Menschen vor dem Schlechten bewahrt. Zur Erinnerung daran schmücken wir die Synagoge mit Pflanzen und Blumen."

Vraag aan jouFrage an dich

Der König pflügt seinen ganzen überwucherten Garten nicht um — wegen einer einzigen Rose. Wenn der Garten die Welt ist und die Rose die Tora: Was heißt es dann, dass eine Blume genügt?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Welchen Brauch haben wir in unserer Familie, von dem niemand mehr genau weiß, warum wir ihn eigentlich haben?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 28.08.

Nederlands

Ze hadden zich verslapen

We gaan zo'n 3300 jaar terug in de tijd, terug naar een woest, onherbergzaam oord: Midbar Sinai, de Sinai-woestijn waar niets groeit of bloeit. Een donderslag bij heldere hemel, bliksemschichten, de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis van de mensheid zal zo meteen plaatsvinden voor de ogen van 600.000 volwassen getuigen.

Maar, waar is het Joodse volk?

De Midrasj meldt het toppunt van chotspe. Op die dag zou het Joodse volk uitverkoren worden tot mamlechet kohaniem – een koninkrijk van priesters – en tot goi kadosj – een heilig volk. En juist op die dag had zij zich verslapen!

De pasjtaniem, de eenvoudige verklaarders, leggen uit dat de Joden vermoeid waren van de woestijnreis. Na een stevige nachtrust hoopten zij goed voorbereid te zijn op de Openbaring van Hasjeem.

Andere meforsjiem graven echter dieper. Dat de Joden zich vlak voor Matan Tora versliepen kan niet alleen het gevolg zijn van een lange mars door de woestijn. De Joden versliepen zich expres, omdat zij meenden in slapende toestand meer van Hasjeems Openbaring te kunnen vatten dan in wakende toestand.

In waaktoestand kan ons bewustzijn alleen dingen verwerken die we met onze ogen en oren zien en horen. In slaaptoestand zijn wij soms in staat iets van de hogere werelden te vatten. De meeste profeten zagen slechts visioenen in hun dromen. Ook ons wordt in onze dromen soms een blik in Hemelse sferen gegund. De Joden bij de Sinai wilden van deze eenmalige ervaring zoveel mogelijk 'meenemen' en dachten, dat zij er goed aan deden te blijven slapen.

Mosje Rabbenoe maakte hen wakker, omdat de essentie van het Jodendom nu juist niet bestaat uit zweverige en dromerige gedachten. Het Jodendom is een geloof van de wakkere realiteit en dient temidden van het volle leven te worden uitgedragen.

Om deze foutieve benadering van onze voorouders te verbeteren, leren wij nog steeds de hele nacht van Sjawoe'ot door.

Deze minhag wordt ook in Nederland nog in ere gehouden. Hiervoor werd een speciale „tikkoen" (orde van leren) samengesteld, waarin stukjes uit de Tora en Misjna, de Zohar en een opsomming van de 613 ge- en verboden voorkomen. Ieder van de aanwezigen leest op zijn beurt een stukje uit deze tikkoen voor.

In de Kabbala wordt óók om een andere reden aangeraden de nacht wakend en lerend door te brengen. De Tora is het sieraad van Am Jisra'eel en de Openbaring op har Sinai was als het ware de bruiloft van het Joodse volk. En het is goed om de sieraden van de bruid voor te bereiden in de nacht vóór de bruiloft.

↩ Weet je nog de vraag of je bij de Asseret Hadibrot opstaat of blijft zitten — en dat allebei het serieus menen? Bij de Sinai zelf ging het niet om staan en niet om zitten. Het ging om wakker zijn.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er op Sjawoe'ot geen speciale mitswa is die juist het eigen karakter van dit feest laat zien? Op Pesach zijn er matzes, de seideravond en 4 bekers wijn, op Soekot de loelav en de soeka — op Sjawoe'ot niets van dat alles.
  • … dat te maken kan hebben met het feit dat er op Sjawoe'ot niets te zien was? De Aseret hadibrot, de Tien Geboden, waren gesproken woorden — en gesproken woorden kun je niet vasthouden zoals een loelav.
  • … juist daarom de minhagiem op Sjawoe'ot zo zwaar wegen? Zij zijn de traditie van onze awot, onze voorvaderen — en minhagiem nemen binnen het Joodse volk een bijzondere plaats in.
  • … op Sjawoe'ot ook de bomen en planten door Hasjeem beoordeeld worden voor het volgende jaar?

Woord van de week:Wort der Woche: Bemidbar

Wat het betekentWas es bedeutet

„Wat is Sjawoe'ot toch een mooi feest!", zei Eli. „Op Sjawoe'ot in het jaar 2448 verbond het Joodse volk zich voor eeuwig aan Hasjeem, en beloofde Hasjeem het Joodse volk niet te verruilen voor een andere natie. Rabbi Chajiem Ibn Atar zegt daarom ook, dat het Wetgevingsfeest in plaats van Sjawoe'ot (wekenfeest) eigenlijk Sjewoe'ot zou moeten heten, feest van de geloften, omdat G'd en het Joodse volk elkaar als het ware eeuwige trouw beloofden."

„Zo is het bijvoorbeeld een Amsterdamse minhag om op Sjawoe'ot melkgerechten te eten", zei Chaim, „waarbij de kaaskoek (kwarktaart) niet mag ontbreken. Deze minhag heeft zijn eigen hints, en die wijzen allemaal terug naar het geven van de Tora. Zo is de getallenwaarde van het woord chalav (melk) veertig, als toespeling op de veertig dagen die Mosje doorbracht op de berg Sinai."

„Ik ken nog een andere reden", zei Jair. „Tot Matan Tora aten de Joden allemaal niet-kosjere dieren. Als gevolg hiervan was hun vleesbestek 'treife' geworden. Er bleef hen geen andere keus dan melkgerechten te eten."

„En ik weet nog een derde reden", zei Jedidja. „Op 6 Siewan – de datum van Sjawoe'ot – werd Mosje door de Egyptische prinses Batja, een dochter van de Fara'o, uit de Nijl gered. Mosje weigerde bij Egyptische zoogmoeders te drinken; hij wilde alleen drinken bij zijn moeder Jochewed."

Vraag aan jouFrage an dich

Drie kinderen noemen drie redenen voor dezelfde gewoonte. Twee van hen verbinden de melkgewoonte met de dag waarop de Tora gegeven werd. Eén zegt dat men toen eenvoudig niets anders kón eten. Wie is wie — en maakt dat zijn reden zwakker?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: welke gewoonte bij ons thuis zou ook dan nog gelden als de reden waarom die ooit ontstond allang is weggevallen?

Duits

Sie hatten verschlafen

Geh rund 3300 Jahre zurück — zurück an einen wüsten, unwirtlichen Ort: Midbar Sinai, die Wüste Sinai, wo nichts wächst und nichts blüht. Ein Donnerschlag bei klarem Himmel. Blitze. Gleich geschieht das Größte, was in der Geschichte der Menschheit je geschehen ist — vor den Augen von 600.000 erwachsenen Zeugen.

Aber wo ist das jüdische Volk?

Der Midrasch meldet das Höchstmaß an Chuzpe, an Dreistigkeit. An diesem Tag sollte das jüdische Volk erwählt werden: zu einem mamlechet kohanim und zu einem goj kadosch.° Und an genau diesem Tag hatte es verschlafen.

Die Paschtanim, die einfachen Ausleger, erklären es so: Die Juden waren müde von der Wüstenreise. Nach einer kräftigen Nachtruhe hofften sie gut vorbereitet zu sein auf die Offenbarung Haschems.

Andere Meforschim, andere Erklärer, graben tiefer. Dass die Juden kurz vor Matan Tora verschliefen, kann nicht allein die Folge eines langen Marsches sein. Sie verschliefen mit Absicht. Denn sie meinten, im Schlaf mehr von Haschems Offenbarung fassen zu können als im Wachen.

Im Wachen kann unser Bewusstsein nur verarbeiten, was wir mit Augen und Ohren sehen und hören. Im Schlaf sind wir manchmal fähig, etwas von den höheren Welten zu fassen. Die meisten Propheten sahen ihre Bilder in Träumen. Auch uns wird in Träumen manchmal ein Blick in himmlische Sphären gegönnt. Die Juden am Sinai wollten von dieser einmaligen Erfahrung so viel wie möglich mitnehmen — und dachten, sie täten gut daran, weiterzuschlafen.

Mosche Rabbenu weckte sie. Denn das Wesen des Judentums besteht gerade nicht aus schwebenden und verträumten Gedanken. Das Judentum ist ein Glaube der wachen Wirklichkeit, und er will mitten im vollen Leben getragen werden.

Um diesen Fehler unserer Vorfahren wiedergutzumachen, lernen wir bis heute die ganze Nacht von Schawuot hindurch.

Auch in den Niederlanden wird dieser Minhag in Ehren gehalten. Dafür wurde ein besonderer Tikkun zusammengestellt, eine Ordnung des Lernens: Stücke aus Tora und Mischna, aus dem Sohar, dazu eine Aufzählung der 613 Gebote und Verbote. Jeder der Anwesenden liest reihum ein Stück daraus vor.

In der Kabbala, der jüdischen Geheimlehre, wird noch aus einem anderen Grund geraten, die Nacht wachend und lernend zu verbringen. Die Tora ist der Schmuck von Am Jisrael, dem Volk Israel, und die Offenbarung am Har Sinai war gleichsam die Hochzeit des jüdischen Volkes. Und den Schmuck der Braut, sagt man, bereitet man am besten in der Nacht vor der Hochzeit.

↩ Erinnerst du dich an die Frage, ob man bei den Aseret haDibrot aufsteht oder sitzen bleibt — und dass beide Seiten es ernst meinen? Am Sinai selbst ging es weder ums Stehen noch ums Sitzen. Es ging ums Wachsein.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass es an Schawuot keine eigene Mizwa gibt, die gerade den Charakter dieses Festes zeigt? An Pessach gibt es Mazza, den Sederabend und die vier Becher, an Sukkot den Lulaw und die Sukka — an Schawuot nichts dergleichen.
  • … dass das damit zu tun haben könnte, dass es an Schawuot nichts zu sehen gab? Die Aseret haDibrot, die Zehn Gebote, waren gesprochene Worte — und gesprochene Worte kann man nicht in die Hand nehmen wie einen Lulaw. aus 34a; dort ausdrücklich nicht gedruckt
  • … dass gerade deshalb die Minhagim an Schawuot ein besonderes Gewicht haben? Sie sind die Überlieferung unserer Awot, unserer Vorväter — und im jüdischen Volk nehmen Minhagim damit einen eigenen Rang ein.
  • … dass an Schawuot auch die Bäume und Pflanzen für das kommende Jahr beurteilt werden? aus 34b; dort ausdrücklich nicht gedruckt

Woord van de week:Wort der Woche: Bemidbar — Bemidbar heißt: in der Wüste. Das vierte Buch der Tora trägt den Namen des Ortes, an dem fast alles darin geschieht — dem Midbar Sinai, in dem nichts wächst und nichts blüht.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Was für ein schönes Fest ist Schawuot!", sagte Eli. „An Schawuot im Jahr 2448 hat sich das jüdische Volk für immer an Haschem gebunden, und Haschem hat versprochen, das jüdische Volk gegen kein anderes Volk einzutauschen. Rabbi Chajim ibn Atar sagt deshalb: Das Fest der Gesetzgebung müsste eigentlich gar nicht Schawuot heißen, ‚Wochenfest', sondern Schewuot — ‚Fest der Gelübde'. Denn G'tt und das jüdische Volk haben einander gleichsam ewige Treue versprochen."

„So ist es zum Beispiel ein Amsterdamer Minhag, an Schawuot Milchspeisen zu essen", sagte Chaim, „und die Kaaskoek, der Quarkkuchen, darf dabei nicht fehlen. Dieser Brauch hat seine eigenen Hinweise, und sie führen alle zurück zur Tora-Gabe. Der Zahlenwert des Wortes chalaw, Milch, ist vierzig — eine Anspielung auf die vierzig Tage, die Mosche auf dem Berg Sinai verbrachte."

„Ich kenne einen anderen Grund", sagte Jair. „Bis Matan Tora aßen die Juden alle nicht-koschere Tiere. Dadurch war ihr Fleischgeschirr treife geworden, unbrauchbar. Es blieb ihnen gar keine andere Wahl, als Milchspeisen zu essen."

„Und ich kenne einen dritten", sagte Jedidja. „Am 6. Siwan — dem Datum von Schawuot — wurde Mosche von der ägyptischen Prinzessin Batja aus dem Nil gerettet, einer Tochter des Pharaos. Mosche weigerte sich, bei einer ägyptischen Amme zu trinken. Er wollte nur bei seiner Mutter Jochewed trinken."

Vraag aan jouFrage an dich

Drei Kinder nennen drei Gründe für denselben Brauch. Zwei von ihnen binden den Milchbrauch an den Tag der Tora-Gabe. Einer sagt, man habe damals gar nichts anderes essen können. Welcher ist welcher — und macht das seinen Grund schwächer?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Welche Gewohnheit in unserer Familie würde auch dann noch gelten, wenn der Grund, aus dem sie einmal entstanden ist, längst weggefallen wäre?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
35 · Naso Naso

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De handen onder de talliet

Wie draagt er eigenlijk een huis?

De Bnee Jisra'eel waren al geteld. Nu werd de stam Levi geteld.

Want de stam Levi had eigen werk. Het Misjkan in de woestijn was een tent. Als het volk verder trok, werd het afgebroken. En dan droegen de Levi'iem het.

De een droeg de tapijten en de doeken.

De ander droeg de planken en de balken. De pilaren en de voetstukken. De pinnen en de touwen.

Dat was zwaar werk. Heel zwaar werk.

Daarom mocht een Levi niet zijn hele leven dragen. Op een keer was het klaar.

Maar alleen met dragen. Sjira — zingen — mocht hij blijven doen. En sjemira — bewaking — ook.

In dezelfde week staat er nog iets in de Tora. Iets dat er vandaag nog steeds is.

Dat gebeurt in sjoel. De kohaniem gaan vooraan staan. Dat zijn de mannen uit de familie van Aharon.

Dan trekken zij hun talliet over hun hoofd. Over hun gezicht. En over hun handen. Je ziet niets meer van hen.

En dan geven zij de beracha aan het hele volk.

„Moge Hasjeem jullie zegenen en jullie behoeden."

Je mag daarbij niet naar de kohaniem kijken. Anders zouden je gedachten bij de handen zijn — en niet bij de woorden.

En nog iets: de mensen moeten voor de kohaniem staan. Niet opzij. Niet aan de zijkant.

Zo was het toen in de woestijn.

En zo is het vandaag nog. Dezelfde woorden, boven je hoofd.

↩ Weet je nog, hoe de kohaniem hun prachtige kleren kregen? Vandaag zie je van de kohaniem juist niets — de talliet ligt over alles heen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … midden in het kamp het Misjkan stond? Daaromheen de Levi'iem, en daaromheen het hele volk. Dat waren drie kampen.
  • … Itamar, de zoon van Aharon, moest opletten dat het bij het dragen goed ging?
  • … een Levi met dertig begon en met vijftig stopte met dragen?
  • … er later in Jeroesjalajiem een vast huis voor Hasjeem was — helemaal zonder maximum leeftijd?

Woord van de week:Wort der Woche: Naso

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ik heb gekeken", zei Ita. „Heel even maar."

„En?", vroeg Eli. „Wat heb je gezien?"

„Een talliet. En daaronder handen."

„En wat heb je gehoord?"

Ita dacht lang na. „Dat weet ik niet meer."

„Daarom", zei Eli.

„En waarom staan wij eigenlijk vooraan?", vroeg Channa.

„Omdat je elkaar aankijkt als je iemand iets goeds toewenst", zei Eli. „Van gezicht tot gezicht. Niet van opzij."

Vraag aan jouFrage an dich

Onder de talliet ziet de kohen ook niets. Hij weet alleen: voor hem staat het hele volk. Wat zou hij hun toewensen, terwijl hij spreekt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Leg uw kind deze Sjabbat uw handen op het hoofd — het zijn dezelfde woorden die de kohaniem zeggen.

Duits

Die Hände unter dem Tuch

Wer trägt eigentlich ein Haus?

Das ganze Volk war schon gezählt worden. Jetzt wurde der Stamm Lewi gezählt.

Denn der Stamm Lewi hatte eine eigene Arbeit. Das Haus Haschems in der Wüste war ein Zelt. Wenn das Volk weiterzog, wurde es abgebaut. Und dann trugen es die Lewijim.

Die einen trugen die Teppiche und die großen Tücher.

Die anderen trugen die Bretter und die Balken. Die Pfosten und die Fußstücke. Die Heringe und die Seile.

Das war schwere Arbeit. Sehr schwere Arbeit.

Darum durfte ein Lewi nicht sein Leben lang tragen. Irgendwann war Schluss damit.

Aber nur mit dem Tragen. Singen durfte er weiter. Und Wache halten auch.

In derselben Woche steht noch etwas anderes in der Tora. Etwas, das es heute noch gibt.

Das geschieht in der Schul — so nennen wir die Synagoge. Die Kohanim stellen sich vorn hin. Das sind die Männer aus der Familie von Aharon.

Dann ziehen sie ihren Tallit über den Kopf, ihr großes Gebetstuch. Über das Gesicht. Und über die Hände. Man sieht nichts mehr von ihnen.

Und dann sprechen sie den Segen für das ganze Volk. Die Beracha.

„Haschem segne dich und behüte dich."

Du darfst dabei nicht hinsehen. Sonst wären deine Gedanken bei den Händen — und nicht bei den Worten.

Und noch etwas: Die Menschen stehen vor den Kohanim. Nicht seitlich. Nicht an der Seite.

So war es damals in der Wüste.

Und so ist es heute noch. Dieselben Worte, über deinem Kopf.

↩ Weißt du noch, wie die Kohanim ihre prächtigen Kleider bekamen? Heute siehst du von den Kohanim gar nichts — das Tuch liegt über allem.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass mitten im Lager das Haus Haschems stand? Rundherum die Lewijim, und rundherum das ganze Volk. Drei Lager waren das.
  • … dass Itamar, ein Sohn von Aharon, aufpassen musste, dass beim Tragen alles gut ging?
  • … dass ein Lewi mit dreißig anfing und mit fünfzig aufhörte zu tragen?
  • … dass es später in Jeruschalajim ein festes Haus für Haschem gab — ganz ohne Altersgrenze?

Woord van de week:Wort der Woche: Naso — Naso heißt: Nimm hoch. So fängt unsere Parascha an: Nimm die Zahl der Lewijim hoch — zähle sie.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ich habe hingeschaut", sagte Ita. „Nur ganz kurz."

„Und?", fragte Eli. „Was hast du gesehen?"

„Ein Tuch. Und darunter Hände."

„Und was hast du gehört?"

Ita überlegte lange. „Das weiß ich nicht mehr."

„Darum", sagte Eli.

„Und warum stehen wir eigentlich vorn?", fragte Channa.

„Weil man sich ansieht, wenn man jemandem etwas Gutes wünscht", sagte Eli. „Von Angesicht zu Angesicht. Nicht von der Seite."

Vraag aan jouFrage an dich

Unter dem Tallit sieht auch der Kohen nichts. Er weiß nur: Vor ihm steht das ganze Volk. Was wünscht er ihnen wohl, während er spricht?

Schabbat Schalom!

👪 Legen Sie Ihrem Kind an diesem Schabbat die Hände auf den Kopf — es sind dieselben Worte, die die Kohanim sprechen.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Twaalf gelijke geschenken

Op de dag dat het Misjkan werd opgericht, wilden twaalf mannen een korban brengen. Het waren de nesi'iem, de voorzitters (prinsen) van de twaalf sjevatiem. Alle twaalf wilden op dezelfde dag komen. En alle twaalf hadden precies hetzelfde bedacht.

Alleen: twaalf korbanot tegelijkertijd kan niet. Iemand moet beginnen.

Volgens Ramban koos Hasjeem daarom de volgorde van de stam bij het optrekken tijdens de reis door de woestijn. De stam Jehoeda reisde altijd voorop en daarom mocht hun Nasi als eerste een korban brengen. Het eerste offer werd gebracht door Nachsjon ben Aminadav.

Zo bracht elke dag één nasi zijn korban — twaalf dagen achter elkaar. Maar alle latere nesi'iem brachten bijna gelijke offers. De Tora vertelt over al die offers, die allemaal gelijk waren. Elke keer wordt bij iedere prins weer een gelijk offer herhaald. Waarom?

Zou de Tora alleen hebben gezegd bij iedere volgende Nasi: „zie boven", dan zou dat minachtend zijn voor de eer van de overige nesi'iem. Daarom worden gelijke korbanot bij alle 12 nesi'iem herhaald.

De korbanot waren gelijk, de bedoelingen niet. Ieder had zijn eigen manier om Hasjeem te dienen. De speciale bedoelingen, die iedere nasi had bij zijn offer, komen in een aparte vermelding van zijn korban tot uiting.

Rabbi Simcha Zisel legt het als volgt uit. Je zou kunnen denken dat, omdat zoveel mensen dezelfde mitsva doen, Hasjeem de mitsva van ieder mens steeds minder waardeert. Daarom staan precies dezelfde korbanot steeds opnieuw beschreven. Dat wil ons duidelijk maken dat elk offer even geliefd was in de ogen van Hasjeem.

In dezelfde week sprak Hasjeem tot Mosje als volgt:

„Spreek tot Aharon en zijn zonen: zo zult u zegenen de Bnee Jisra'eel: je zult deze zeggen: moge Hasjeem jullie zegenen en jullie behoeden; moge Hasjeem Zijn gezicht op jullie laten schijnen en jullie genadig zijn; moge Hasjeem Zijn gezicht naar jullie opheffen en jullie vrede schenken."

Dit is de bekende birkat kohaniem — de beracha die de mannen uit de familie van Aharon vandaag nog in sjoel geven.

Waarom mochten alleen de kohaniem de beracha geven? Kennelijk mochten zij dat omdat ze zo vriendelijk waren.

Want een beracha hangt niet af van vroomheid of geleerdheid. Het hangt af van de goede gevoelens van de zegenaar en de ontvanger van de beracha.

Daarom wordt iemand uitgekozen die altijd Tov Ajin is — iemand met een goed oog. Iemand die bij een ander eerst het goede ziet.

↩ Weet je nog, hoe Mosje alles liet natellen, zodat men zag: elk stuk is in het Misjkan gegaan? Op de dag dat het klare Misjkan werd opgericht, wilden twaalf mannen er nog iets bij geven.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een nazier minstens 30 dagen lang geen wijn mag drinken en ook zijn haar niet mag knippen?
  • … Sjimsjon de gibbor ook een nazier was en toen zijn haar werd afgeknipt, hij al zijn kracht verloor?
  • … je al nazier werd als je uitroept: „ik ben nazier"?

Woord van de week:Wort der Woche: Nazier

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „De kohaniem spreken de volgende beracha uit voor de birkat kohaniem: ‚Dat Hasjeem ons heeft opgedragen om het Joodse volk te bensjen be'ahawa – met liefde'. Dit staat niet duidelijk in de Tora, maar Hasjeem wil dat de berachot gegeven worden be'ahawa – met liefde. Dat staat ook in de Talmoed: ‚Weet, dat liefde het effect van een beracha vergroot'."

Juta: „Daarom moeten we niet te licht denken over een zegen die wij krijgen van iemand die van ons houdt. Ook al is die meneer of mevrouw, die ons een beracha geeft, niet een groot geleerde of een hoogstaand persoon. De beracha komt zeker uit."

Ariella: „Daarom moet de birkat kohaniem uitgesproken worden terwijl de kohaniem en de gemeente met hun gezichten naar elkaar toe staan. Dit idee ‚van gezicht tot gezicht' komt ook in een andere tekst voor. De Cheroeviem stonden bovenop de Aron Hakodesj. Wanneer de Bnee Jisra'eel de wil van Hasjeem deden, dan keken de Cheroeviem elkaar aan. Maar wanneer de Bnee Jisra'eel ongehoorzaam waren, dan draaiden de Cheroeviem hun gezichten van elkaar af."

Vraag aan jouFrage an dich

Twaalf mannen brengen precies hetzelfde. Wat zou er verloren gaan als er in de Tora maar één keer stond: „en de andere elf net zo"?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: aan wie heb jij deze week iets goeds toegewenst — en heeft hij het gemerkt?

Duits

Zwölf gleiche Geschenke

An dem Tag, an dem das Mischkan aufgerichtet wurde, wollten zwölf Männer etwas schenken. Es waren die Fürsten der zwölf Stämme. Alle zwölf wollten am selben Tag kommen — und alle hatten sich genau dasselbe ausgedacht.

Nur: zwölf Geschenke auf einmal, das geht nicht. Einer muss anfangen.

Also bestimmte Haschem die Reihenfolge, und zwar nach der Ordnung, in der die Stämme durch die Wüste zogen. Der Stamm Jehuda zog immer voran. Darum durfte sein Fürst als Erster kommen: Nachschon ben Aminadaw.

Danach kamen die anderen elf, jeden Tag einer, zwölf Tage nacheinander. Und jeder brachte fast genau dasselbe.

Und jetzt kommt das Seltsame. Die Tora schreibt jedes einzelne Geschenk noch einmal auf. Zwölfmal dasselbe, von vorn bis hinten.

Dabei hätte beim zweiten Fürsten einfach stehen können: „siehe oben". Aber „siehe oben" wäre eine Kränkung gewesen. Die Ehre der anderen elf war zu wichtig dafür.

Die Geschenke waren gleich — die Gedanken dahinter nicht. Jeder Fürst hatte seine eigene Art, Haschem zu dienen. Darum bekommt jeder seinen eigenen Abschnitt.

Rabbi Simcha Zissel erklärt es so. Man könnte denken: Wenn ganz viele Menschen dieselbe Mizwa tun, dann ist sie Haschem immer weniger wert. Genau deshalb steht dort zwölfmal dasselbe. Es soll uns zeigen: Jede einzelne Gabe war Haschem gleich lieb.

In derselben Woche sprach Haschem zu Mosche:

„Sprich zu Aharon und zu seinen Söhnen: So sollt ihr die Bnej Jisrael segnen. Sagt zu ihnen: Haschem segne dich und behüte dich. Haschem lasse Sein Angesicht über dir leuchten und sei dir gnädig. Haschem erhebe Sein Angesicht zu dir und gebe dir Frieden."

Das ist die Beracha der Kohanim — der Segen, den die Männer aus der Familie Aharons bis heute in der Synagoge sprechen.

Warum durften nur sie ihn sprechen? Offenbar deshalb, weil sie so freundlich waren.

Denn ein Segen hängt nicht daran, wie fromm oder wie gelehrt jemand ist. Er hängt an den guten Gefühlen von beiden: von dem, der segnet, und von dem, der gesegnet wird.

Darum wird dafür jemand ausgesucht, der Tov Ajin ist — jemand mit einem guten Auge. Einer, der an anderen zuerst das Gute sieht.

↩ Weißt du noch, wie Mosche jedes Stück nachzählen ließ, damit man sah: Alles ist ins Mischkan gegangen? Am Tag, an dem das fertige Mischkan aufgerichtet wurde, wollten zwölf Männer noch etwas dazugeben.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Nazier mindestens dreißig Tage lang keinen Wein trinkt und sich die Haare nicht schneiden lässt?
  • … dass Schimschon, der starke Held, ein Nazier war — und dass seine Kraft weg war, als man ihm die Haare abschnitt?
  • … dass man schon Nazier wurde, wenn man einfach ausrief: „Ich bin Nazier"?

Woord van de week:Wort der Woche: Nazier — Nazier heißt: einer, der sich absondert. Für eine Zeit lässt er etwas weg, das anderen erlaubt ist.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Bevor die Kohanim segnen, sprechen sie selbst eine Beracha. Darin steht, dass Haschem ihnen aufgetragen hat, das jüdische Volk mit Liebe zu segnen. In der Tora steht das nicht ausdrücklich. Aber Haschem will es so. Im Talmud steht es auch: Wisse, dass Liebe die Wirkung eines Segens größer macht."

Juta: „Darum sollen wir einen Segen nicht gering achten, den wir von jemandem bekommen, der uns lieb hat. Auch wenn dieser Herr oder diese Dame kein großer Gelehrter ist und kein angesehener Mensch. Die Beracha geht ganz bestimmt in Erfüllung."

Ariella: „Darum muss die Beracha gesprochen werden, während die Kohanim und die Gemeinde einander die Gesichter zuwenden. Von Angesicht zu Angesicht — das gibt es noch an einer anderen Stelle. Oben auf dem heiligen Schrein standen zwei goldene Figuren. Wenn die Bnej Jisrael taten, was Haschem wollte, schauten die beiden einander an. Und wenn die Bnej Jisrael ungehorsam waren, drehten sie ihre Gesichter voneinander weg."

Vraag aan jouFrage an dich

Zwölf Männer bringen genau dasselbe. Was würde verloren gehen, wenn in der Tora nur einmal stünde: „und die anderen elf ebenso"?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Wem hast du in dieser Woche etwas Gutes gewünscht — und hat er es gemerkt?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Ook van hen

Twee families in de stam Levi, twee taken.

De afstammelingen van de familie Kehat moesten de belangrijkste voorwerpen uit het Misjkan dragen: de Menora, de Aron Hakodesj, het Mizbe'ach, de Sjoelchan en het Lechem Hapaniem.

De familie van Gersjon moest de tentkleden en gordijnen dragen. En de familie Merari moest planken, balken, pilaren en voetstukken, pinnen en touwen vervoeren. Itamar moest daar op toezien. De mannen tussen de dertig en de vijftig jaar droegen; als je ouder was dan vijftig mocht je niet meer dragen, maar dan mocht je sjira en sjemira doen.

Welke van de twee taken weegt zwaarder?

En juist daar zet de Tora een woord tussen. Er staat: „Neem het aantal op van de zonen van Gersjon ook van hen."

Ook van hen — wat betekent ‚ook' van hen?

Omdat Naso niet alleen ‚neem het aantal op' betekent. Naso betekent ook: verheven worden. De Tora zegt dus: ook de familie van Gersjon, die alleen de tentkleden draagt, moet Naso – verheven – worden.

Dit is belangrijk bij gemeenschappelijk optreden. Wanneer wij voor een jeugdvereniging of kehilla werken, zijn er ‚kowed-funkties' en er is het ‚sjlep-werk'. Beide zijn even belangrijk.

Dan wordt er gesproken over de Nazier. De Tora zegt: „Hij mag geen sterke drank drinken zoals wijn … Hij mag geen scheermes over zijn hoofd laten gaan … En hij mag niet bij gestorven mensen komen."

Vreemd is hoe de Tora tegenover hem staat: zowel positief als negatief. Aan de ene kant wordt sterk afgeraden om bijvoorbeeld jezelf te verbieden om wijn te drinken. Maar aan de andere kant is er toch een regeling voor.

De verklaarders vinden dit een pele, iets wonderlijks. Het is wel een mitsva, en toch niet echt de wil van Hasjeem.

Ramban beziet de Nazier positief. Aan het einde van zijn Nazierschap — meestal dertig dagen — brengt hij een zondoffer. Want hij verlaat zijn Nazierschap. En dat vindt Ramban juist niet zo goed: hij kan beter zijn hele leven lang Nazier blijven.

De Ibn Ezra vertaalt Nazier heel anders. Bij hem is het: kransdrager. Dat is dus heel positief.

↩ Weet je nog dat de kohaniem hun kleren niet voor zichzelf droegen, maar als kawod, als eer voor Hasjeem? Hier gaat het om de andere kant: om het werk waarvoor niemand een erekleed krijgt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Tora in het kamp drie gebieden onderscheidt — het Misjkan, het gebied van de Levi'iem en dat van het hele volk? Voor elk geval lag vast uit welke daarvan iemand naar buiten moest.
  • … ‚tamee' niets met vuil te maken heeft? Het betekent alleen: in die tijd mag je niet komen voor de dienst in het Misjkan.
  • … iemand die tamee was, even naar buiten het machanee moest — en dat het er heel erg op aankwam hoe ver?
  • … de metsora alle drie de kampen uit gestuurd werd, omdat hij het meest tamee was? Iemand die onrein was door contact met een dode werd alleen uit het Misjkan en het voorhof gestuurd — die mocht wel in het Levieten kamp blijven.

Woord van de week:Wort der Woche: Pele

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Een Nazier is wel heilig, maar hij begaat ook een denkfout met deze neder (gelofte). Het is aan de ene kant goed om niet zoveel wijn te drinken. Want er zijn veel mensen die, als zij veel wijn drinken of verdovende middelen nemen, daar last van krijgen. Uit de Talmoed blijkt ook dat je haar lange tijd niet knippen, goed werkt tegen ijdelheid."

Chaim: „De Tora wijst eigenlijk op de gulden middenweg. Een Nazier mag alleen geen wijn drinken, want gebrek aan wijn heeft geen nadelig effect op onze gezondheid. Zijn haar mag hij niet verzorgen omdat we niet de hele dag voor de spiegel hoeven te staan. Dat hoeft ons niet echt te pijnigen. Vroomheid uit zich in kleine dingen."

Ariella: „De bedoeling van de Nazier-regeling is juist mensen erop te wijzen dat ze zichzelf niet mogen pijnigen door alle goede dingen te laten staan. We weten dat we op Jom Kippoer moeten vasten. Maar tegelijkertijd wordt daarbij opgedragen om van tevoren, op 9 Tisjri, goed te eten. Vasten en niet eten hoeft geen avera te zijn, wanneer je daardoor inderdaad tot een hoger niveau komt."

Jutta: „Na de parsja van de Nazier komt de beracha van de Kohaniem. De Tora geeft hiermee aan dat het niveau van de Kohaniem ook bereikbaar is voor gewone Jisra'eliem. De Tora geeft ons een weg om op een versnelde manier ons een beetje af te zonderen van alle aardse onzin. Dat is de Nazier. Die staat een beetje boven alledaagse dingen."

Vraag aan jouFrage an dich

Eli noemt de neder van de Nazier een denkfout. Chaim noemt het de gulden middenweg. Ramban wil dat hij zijn hele leven Nazier blijft, en Ibn Ezra noemt hem een kransdrager. Wie van de vier acht de Nazier het hoogst — en waaraan zie je dat?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: welk werk in onze kehilla ziet eigenlijk niemand — en wie doet het?

Duits

Auch von ihnen

Zwei Familien im Stamm Lewi, zwei Aufgaben.

Die Familie Kehat trug die wichtigsten Gegenstände aus dem Mischkan: die Menora, den Aron Hakodesch, den Altar, den Tisch und die Schaubrote darauf.

Die Familie Gerschon trug die Zeltdecken und die Vorhänge. Und die Familie Merari die Bretter und Balken, die Pfosten und Fußstücke, die Heringe und die Seile. Itamar musste darauf achten, dass alles seine Ordnung hatte. Mit dreißig fing ein Lewi an; über fünfzig durfte er nicht mehr tragen, aber singen und Wache halten durfte er weiter.

Welche der beiden Aufgaben wiegt schwerer?

Und genau da setzt die Tora ein Wort dazwischen. Sie sagt: „Nimm die Zahl der Söhne Gerschons auf, auch von ihnen."

Auch von ihnen — warum auch?

Weil Naso nicht nur „nimm die Zahl auf" heißt. Naso heißt auch: erhoben werden. Die Tora sagt also: Auch die Familie Gerschon, die nur die Vorhänge trägt, soll erhoben werden.

Das ist überall wichtig, wo Menschen gemeinsam etwas tun. In einer Jugendgruppe und in einer Gemeinde gibt es Ämter mit Ehre — und es gibt die Schlepparbeit. Beide sind gleich wichtig.

Danach spricht die Tora vom Nazier. Sie sagt: „Er darf kein starkes Getränk trinken und keinen Wein … Er darf kein Schermesser über sein Haupt gehen lassen … Und er darf nicht zu Gestorbenen kommen."

Merkwürdig ist, wie die Tora zu ihm steht: positiv und negativ zugleich. Auf der einen Seite wird stark davon abgeraten, sich selbst etwas zu verbieten, was erlaubt ist — zum Beispiel Wein zu trinken. Auf der anderen Seite gibt es dafür eine genaue Regelung.

Die Erklärer nennen das ein Pele, etwas Wunderliches. Es ist eine Mizwa. Und trotzdem ist es nicht wirklich das, was Haschem will.

Ramban sieht den Nazier positiv. Am Ende seiner Nazierzeit — meistens sind es dreißig Tage — bringt der Nazier ein Sündopfer. Denn er hört auf. Und genau das findet Ramban nicht gut: Besser wäre, er bliebe sein ganzes Leben lang Nazier.

Ibn Ezra übersetzt das Wort Nazier ganz anders. Bei ihm heißt es: Kranzträger. Das ist also sehr positiv.

↩ Weißt du noch, dass die Kohanim ihre Kleider nicht für sich selbst trugen, sondern als Kawod, als Ehre für Haschem? Hier geht es um die andere Seite: um die Arbeit, für die niemand ein Ehrenkleid bekommt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Tora im Lager drei Bereiche unterscheidet — das Mischkan, den Bereich der Lewijim und den des ganzen Volkes? Für jeden Fall stand fest, aus welchen von ihnen jemand hinausgehen musste.
  • … dass „tamee" nichts mit Schmutz zu tun hat? Es heißt nur: In dieser Zeit darf jemand nicht zum Dienst im Mischkan kommen.
  • … dass jemand, der tamee war, für eine Zeit aus dem Lager hinausgehen musste — und dass es sehr darauf ankam, wie weit?
  • … dass ein Metsora aus allen drei Lagern hinausmusste, weil er am stärksten tamee war? Wer dagegen durch die Nähe eines Toten tamee geworden war, musste nur aus dem Mischkan und seinem Vorhof hinaus — im Lager der Lewijim durfte er bleiben.

Woord van de week:Wort der Woche: Pele — Pele heißt: etwas Wunderliches. Die Erklärer nennen den Nazier ein Pele — eine Mizwa, von der zugleich abgeraten wird.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ein Nazier ist zwar heilig, aber mit seinem Gelübde macht er auch einen Denkfehler. Auf der einen Seite ist es gut, nicht so viel Wein zu trinken — es gibt viele Menschen, denen viel Wein oder Rauschmittel schaden. Aus dem Talmud geht auch hervor, dass es gegen die Eitelkeit hilft, wenn man sein Haar lange nicht schneidet."

Chaim: „Die Tora zeigt eigentlich den goldenen Mittelweg. Ein Nazier darf nur keinen Wein trinken, denn ohne Wein leidet unsere Gesundheit nicht. Sein Haar darf er nicht pflegen, weil wir nicht den ganzen Tag vor dem Spiegel stehen müssen. Das muss uns beides nicht wirklich quälen. Frömmigkeit zeigt sich in kleinen Dingen."

Ariella: „Der Sinn der Nazier-Regel ist gerade, die Menschen darauf hinzuweisen, dass sie sich nicht quälen sollen, indem sie auf alles Gute verzichten. Wir wissen, dass wir an Jom Kippur fasten müssen. Aber zugleich ist geboten, am Tag davor, am 9. Tischri, gut zu essen. Fasten und Nicht-Essen muss keine Übertretung sein — wenn man dadurch wirklich auf eine höhere Stufe kommt."

Jutta: „Und nach dem Abschnitt vom Nazier kommt die Beracha der Kohanim. Damit sagt die Tora: Die Stufe der Kohanim ist auch für gewöhnliche Jisraelim erreichbar. Die Tora gibt uns einen Weg, uns auf schnellere Weise ein wenig von allem weltlichen Unsinn abzusondern. Das ist der Nazier. Der steht ein bisschen über den alltäglichen Dingen."

Vraag aan jouFrage an dich

Eli nennt das Gelübde des Naziers einen Denkfehler. Chaim nennt es den goldenen Mittelweg. Ramban möchte, dass er sein Leben lang Nazier bleibt, und Ibn Ezra nennt ihn einen Kranzträger. Wer von den vieren achtet den Nazier am höchsten — und woran erkennst du es?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Welche Arbeit in unserer Gemeinde sieht eigentlich niemand — und wer macht sie?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
36 · Beha'alotecha Behaalotcha

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Wie wil er leven?

„Wie wil er leven?", riep Rabbi Alexandri. „Wie wil er leven? Wie wil er leven?"

Een grote menigte mensen verzamelde zich al snel om hem heen: „Geef ons leven!"

Zij dachten allemaal hetzelfde: deze man heeft een levens-pilletje, een medicijn waarvan je langer leeft.

Maar Rabbi Alexandri antwoordde hen met een mooie spreuk uit Tehilliem: „Wie is de man die graag wil leven, vele dagen wil hebben om geluk te zien? Pas op met je tong voor lesjon hara, je lippen mag je niet openen voor het spreken van bedrog."

Een pilletje was het niet. Maar een medicijn was het wel.

Want voor elk moment dat je geen lesjon hara spreekt, word je beloond. En zulke momenten zijn er op één dag heel veel.

Aan het einde van de parasja gebeurt daar iets mee.

Mirjam praat lesjon hara over Mosje met Aharon. Niet veel. Een beetje maar. Maar het was lesjon hara.

Hasjeem geeft hen een standje. Mirjam wordt melaats. Zij moet een week lang buiten het kamp blijven, tot de vlekken verdwenen zijn. En Mosjé, over wie zij gepraat had, spreekt meteen een korte tefilla uit voor zijn zuster.

En nu komt het bijzondere. Het hele volk wachtte. Niemand trok verder. Geen enkele tent werd afgebroken. Een week lang wachtte een heel volk op één mens.

Waarom?

Dit was Mirjams beloning, omdat ze ooit een uurtje gewacht had bij haar broer Mosjé. Toen zij een meisje was, lag hij in een biezen mandje in de Nijl. Mirjam stond aan de oever en paste op hem. Een uurtje lang stond zij daar.

Een uurtje toen. Een hele week nu.

En pas in die week begrepen zij nog iets. Hasjeem had over Mosjé gezegd: „In heel Mijn huis is hij vertrouwd" (12:7). Pas nu begreep iedereen hoe goed Mosjé eigenlijk was.

↩ Weet je nog, de twee vogeltjes? Wie toen slecht over anderen sprak, kreeg witte vlekken. Precies dat gebeurde nu met Mirjam.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … deze parasja genoemd is naar het aansteken van de Menora, de grote gouden kandelaar in het tent-heiligdom van Hasjeem?
  • … de Menora van puur goud gemaakt was, met prachtige knopen en bloemen?
  • … hij helemaal niet zo hoog was als veel mensen denken?
  • … tot vandaag niemand meer weet of de armen van de Menora recht naar boven gingen of dat er een ronde kromming in zat?
  • … Aharon hem iedere avond aanstak?

Woord van de week:Wort der Woche: Beha'alotecha

Wat het betekentWas es bedeutet

„Lesjon hara kan je overbrengen door spreken en door schrijven", zei Eli. „Je schrijft bijvoorbeeld iets onaardigs over een buurjongen in de krant."

„Woorden zijn vluchtig, maar wat je schrijft blijft liggen", zei Jalta. „Een brief, een bericht, een zin op het internet — die worden nog lang door heel veel mensen meegelezen. Kijk er nog een keer naar voordat je het wegstuurt."

„En brieven van je vriendinnetje mag je niet aan anderen laten zien om haar belachelijk te maken", zei Channa. „Zelfs niet als je er zelf niets bij zegt."

„Ik ontving eens een brief, die bol stond van de spelfouten", zei Ariella. „Ik mocht deze brief niet aan anderen laten lezen, om de schrijver niet belachelijk te maken. En dat wou ik ook niet."

Vraag aan jouFrage an dich

Mirjam wachtte een uurtje aan het water. Vele jaren later wachtte een heel volk een week op haar. Op wie in jouw familie heb jij wel eens gewacht — en wie heeft er wel eens op jou gewacht?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond over iemand in uw gemeente op wie iedereen ooit gewacht heeft — en wat er in die wachttijd gebeurde.

Duits

Wer will leben?

„Wer will leben?" rief ein Mann mitten auf dem Markt. „Wer will leben? Wer will leben?"

Der Mann hieß Rabbi Alexandri. Von allen Seiten kamen die Leute gelaufen. Bald stand eine große Menge um ihn herum und rief zurück: „Gib uns Leben! Gib es uns!"

Alle dachten dasselbe. Der hat etwas. Ein Mittel. Vielleicht eine kleine Pille, von der man länger lebt.

Rabbi Alexandri wartete, bis es still war. Dann sagte er einen Satz von König David: „Du willst leben? Du willst viele gute Tage sehen? Dann pass auf deine Zunge auf. Und sag mit deinen Lippen nichts, was nicht stimmt."

Eine Pille war das nicht. Aber ein Mittel war es doch.

Laschon hara heißt: ein schlechtes Wort über einen anderen Menschen. Und für jeden Augenblick, in dem du keins sagst, bekommst du etwas gutgeschrieben. Solche Augenblicke gibt es an einem einzigen Tag sehr viele.

Am Ende unserer Parascha geschieht damit etwas.

Mirjam redete mit ihrem Bruder Aharon über ihren anderen Bruder, über Mosche. Nicht viel. Ein bisschen nur. Aber es war Laschon hara.

Haschem wies die beiden zurecht. Und Mirjam bekam weiße Flecken auf der Haut. Eine Woche lang musste sie draußen vor dem Lager bleiben, bis die Flecken wieder fort waren. Und Mosche, über den sie geredet hatte, betete sofort für seine Schwester. Ein ganz kurzes Gebet.

Und jetzt kommt das Erstaunliche. Das ganze Volk wartete. Niemand zog weiter. Kein einziges Zelt wurde abgebaut. Eine Woche lang wartete ein ganzes Volk auf einen einzigen Menschen.

Warum?

Weil Mirjam selbst einmal gewartet hatte. Als sie ein Mädchen war, lag ihr kleiner Bruder Mosche in einem Körbchen aus Schilf im Wasser des Nils. Mirjam stellte sich ans Ufer und passte auf ihn auf. Eine Stunde lang stand sie da.

Eine Stunde damals. Eine ganze Woche jetzt.

Und noch etwas verstanden alle erst in dieser Woche. Haschem hatte über Mosche gesagt: „In Meinem ganzen Haus ist er der, dem Ich vertraue." Erst jetzt begriffen die Leute, wie gut Mosche wirklich war.

↩ Weißt du noch, die zwei Vögel? Wer damals schlecht über andere redete, bekam weiße Flecken. Genau das geschah jetzt mit Mirjam.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass diese Parascha nach dem Anzünden der Menora heißt — nach dem großen goldenen Leuchter im Zelt-Heiligtum Haschems?
  • … dass die Menora aus reinem Gold war und Knäufe und Blumen daran hatte?
  • … dass sie gar nicht so hoch war, wie viele denken?
  • … dass bis heute niemand weiß, ob ihre Arme gerade nach oben gingen oder in einem Bogen? Wer sie gesehen hat, lebt schon sehr lange nicht mehr.
  • … dass Aharon sie jeden Abend anzündete?

Woord van de week:Wort der Woche: Beha'alotecha — Behaalotcha heißt: wenn du die Lichter hinaufsteigen lässt. So fängt die Parascha an — mit dem Anzünden der Menora.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Laschon hara kann man auch schreiben", sagte Eli. „Zum Beispiel etwas Gemeines über den Jungen von nebenan in die Zeitung."

„Gesprochene Wörter fliegen weg", sagte Jalta. „Aber was du schreibst, bleibt liegen. Ein Brief, eine Nachricht, ein Satz im Internet — den lesen später noch ganz viele Menschen mit. Schau ihn dir lieber noch einmal an, bevor du ihn abschickst."

„Und den Brief von deiner Freundin darfst du nicht herumzeigen, damit alle über sie lachen", sagte Channa. „Auch dann nicht, wenn du selbst gar nichts dazu sagst."

„Ich habe einmal einen Brief bekommen", sagte Ariella. „Da waren ganz viele Fehler drin. Ich habe ihn niemandem gezeigt. Ich wollte nicht, dass jemand über den lacht, der ihn geschrieben hat."

Vraag aan jouFrage an dich

Mirjam hat eine Stunde am Wasser gewartet. Viele Jahre später hat ein ganzes Volk eine Woche auf sie gewartet. Auf wen in deiner Familie hast du schon einmal gewartet — und wer hat schon auf dich gewartet?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend von einem Menschen in Ihrer Gemeinde, auf den einmal alle gewartet haben — und was in dieser Wartezeit geschah.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Wat je waard bent

Mosjé en de zekeniem verzamelen het volk en Hasjeem stuurt de kwartels. Het volk verzamelt ze dag en nacht. Zodra ze begonnen te eten, werd Hasjeem heel kwaad. Het volk werd getroffen door een plaag.

Daarna praat Mirjam een beetje lasjon hara over Mosje met Aharon. Hasjeem geeft hen een standje en Mirjam wordt melaats. Mosjé spreekt een korte tefilla uit voor zijn zuster. Het volk blijft een week lang wachten op Mirjam.

Een week. Een heel volk. Om één mens.

Waarom iedereen een week lang op Mirjam moest wachten? Dit was Mirjams beloning omdat ze ooit een uurtje gewacht had bij haar broer Mosjé, die in de Nijl was neergelegd in een biezen mandje.

Waarom ze nu pas beloond werd? Omdat Hasjeem aan Mirjam, na haar klachten over Mosje, duidelijk maakte wat voor een bijzonder mens Mosjé was: „In heel Mijn huis is hij vertrouwd" (12:7). Pas nu begreep iedereen wie Mosjé eigenlijk was. Hasjeem Zelf getuigde dat er niemand ooit zo groot als Mosjé zou worden. Haar wachten, tachtig jaar geleden, bleek nu van groot belang voor heel Am Jisra'eel! Als Mirjam niet op Mosje gepast had, had Mosje misschien nooit Am Jisra'eel uitgevoerd.

Weten wat je waard bent is geen trots, als je het maar voor jezelf houdt.

In de Tora staat de pasoek: „Mijn dienaar Mosjé is vertrouwd in heel Mijn huis. Met hem spreek ik van mond tot mond — open en niet in raadsels…" (Bemidbar 12:7,8) dicht bij de pasoek waarin Mosjé's bescheidenheid en nederigheid beschreven wordt. Dat is een teken dat beide eigenschappen met elkaar in verband staan.

Zou Mosje inderdaad veel tijd hebben doorgebracht met koningen, keizers, admiraals, Farao's en allerlei andere belangrijke mensen, dan zou hij van zichzelf makkelijk kunnen denken dat hij de beste diplomaat is van het hele volk met de Enige Hasjeem. Mosje zou zich dan een hele Piet hebben gevoeld.

Maar dit was allemaal niet het geval. Omdat Mosjé zijn dagen dichtbij Hasjeem doorbracht, waren zijn waarden en normen anders.

Als „kind aan huis" was Mosje constant in Hasjeems buurt. Mosje werd de hele tijd blootgesteld aan Hasjeems oneindigheid. Hierdoor werd Mosjé steeds nederiger in plaats van steeds trotser. Meer dan wie ook begreep hij hoe klein hij was en hoe groot Hasjeem en Zijn verwachtingen zijn.

↩ Weet je nog, uit Tazria: tsara'at kon drie oorzaken hebben — kwaadsprekerij, hoogmoed en gierigheid. Bij Mirjam was het het spreken. Over hoogmoed gaat dit hoofdstuk ook — maar dan van de achterkant.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … elk afzonderlijk woord lesjon hara een aparte avera is — en niet het hele verhaal samen één avera?
  • … dat de Chafeets Chaïm de rekening precies andersom maakte? Hij noemde het zwijgen het levensverlengend medicijn — in deze wereld en in de Olam Haba.
  • … dat, als je ongeveer tien woorden lesjon hara per dag spreekt, dat in één jaar tijd al 3650 averot zijn?
  • … dat iemand die zich hier niets van aantrekt, op een dag misschien wel 100 woorden spreekt?

Woord van de week:Wort der Woche: Anawa

Wat het betekentWas es bedeutet

„Voor de Menora stond een trappetje van drie treden", zei Yinon. „Voordat Aharon de Menora aanstak, moest hij op dit trapje staan."

„Maar Aharon was lang genoeg om het zonder dit opstapje te doen", zei Elisha. „Waarom moest hij dan drie treden omhoog?"

„De drie treden staan tegenover drie slechte eigenschappen", zei Jechiel, „waar wij overheen moeten stappen en die wij moeten overwinnen voordat wij het licht van de Menora kunnen ontsteken."

„Een Misjna uit Pirkee Avot stelt dat jaloezie, alleen maar leuke dingen willen doen en zoeken naar kowed en eer de mens uit deze wereld kunnen verdrijven", zei Ariella. „De Tora leert ons dat wij, wanneer wij het licht van de Tora willen verspreiden, onze jaloezie, ons alleen maar plezier willen maken en ons zoeken naar kowed, eer en heel veel aandacht moeten overwinnen. En die derde trede is precies waar dit hele hoofdstuk over gaat: wie kowed zoekt, gaat naast andere mensen staan — en Mosjé stond elke dag naast Hasjeem."

„En Aharon?", zei Eli. „Aharon had het trapje niet nodig om erbij te kunnen. Hij ging er toch iedere avond op staan."

Vraag aan jouFrage an dich

In jouw familie kan iemand iets bijzonder goed. Waaraan merk je dat hij het zelf weet — en waaraan zou je merken dat hij opschept? Is dat hetzelfde?

Sjabbat Sjalom!

👪 Praat vanavond over wie er in uw gemeente veel kan en er weinig over zegt — en waaraan u dat eigenlijk gemerkt hebt.

Duits

Was du wert bist

Das Volk wollte Fleisch. Und es bekam Fleisch: Haschem schickte Wachteln, so viele, dass die Leute Tag und Nacht sammelten. Doch kaum hatten sie angefangen zu essen, wurde Haschem zornig, und eine Krankheit kam über das Lager. Es war ein schwerer Tag.

Danach geschah etwas ganz anderes.

Mirjam sprach mit Aharon über ihren Bruder Mosche. Nur ein bisschen Laschon hara — schlechtes Reden über einen anderen Menschen. Haschem wies die beiden zurecht, und Mirjam bekam Zaraat, die weißen Flecken. Mosche betete sofort für seine Schwester, ein kurzes Gebet. Und dann wartete das ganze Volk eine Woche lang auf sie.

Eine Woche. Ein ganzes Volk. Wegen eines einzigen Menschen.

Warum? Weil Mirjam achtzig Jahre vorher selbst gewartet hatte. Damals war sie ein Mädchen, und ihr kleiner Bruder lag in einem Körbchen aus Schilf im Nil. Eine Stunde lang stand sie am Ufer und passte auf ihn auf.

Achtzig Jahre lagen dazwischen. Warum bekam sie ihren Lohn erst jetzt?

Weil erst jetzt alle verstanden, wen sie damals bewacht hatte. Haschem selbst sagte über Mosche: „In Meinem ganzen Haus ist er der, dem Ich vertraue." So etwas war über keinen anderen Menschen gesagt worden. Und plötzlich sah man Mirjams Stunde am Wasser mit anderen Augen: Hätte sie nicht aufgepasst, wäre das ganze Volk vielleicht nie aus Ägypten herausgekommen.

Nun steht dieser Satz in der Tora — „In Meinem ganzen Haus ist er der, dem Ich vertraue. Mit ihm rede Ich von Mund zu Mund, offen und nicht in Rätseln" — und ein paar Zeilen davor steht ein anderer Satz. Der andere Satz sagt, dass Mosche der bescheidenste Mensch von allen war.

Zwei Sätze, dicht nebeneinander. Das ist kein Zufall.

Denn es hätte auch ganz anders kommen können. Hätte Mosche seine Tage bei Königen verbracht und beim Pharao und bei allen wichtigen Leuten seiner Zeit, dann hätte er leicht denken können: Ich bin der Einzige, der mit Haschem selbst reden darf. Ich bin eine große Nummer.

Aber so war es nicht. Und der Grund ist einfach — es ist eine Ortsangabe.

Mosche verbrachte seine Tage in Haschems Nähe. Er war dort zu Hause, jeden Tag. Und wer täglich neben etwas steht, das ohne Ende groß ist, sieht anders: Er sieht nicht, wie groß er wird, sondern wie klein er ist.

Deshalb wurde Mosche nicht stolzer, sondern bescheidener. Und deshalb konnte beides zugleich wahr sein. Er wusste genau, was er wert war — und er machte kein Aufheben davon.

Denn zu wissen, was du wert bist, ist kein Stolz. Solange du es für dich behältst.

↩ Weißt du noch, aus Tasria: Zaraat konnte drei Ursachen haben — schlecht über andere reden, Hochmut und Geiz. Bei Mirjam war es das Reden. Vom Hochmut handelt dieses Kapitel auch — aber von seiner Rückseite her.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass jedes einzelne Wort Laschon hara für sich zählt — und nicht die ganze Geschichte zusammen als eine einzige Awera, eine Übertretung?
  • … dass der Chafetz Chaim die Sache genau andersherum gerechnet hat? Er nannte das Schweigen die Medizin, die das Leben verlängert — in dieser Welt und in der kommenden.
  • … dass zehn solche Wörter am Tag im Jahr schon 3650 werden?
  • … dass jemand, der gar nicht darauf achtet, an einem Tag leicht hundert davon sagt?

Woord van de week:Wort der Woche: Anawa — Anawa heißt Bescheidenheit. Nicht: sich kleiner machen, als man ist — sondern wissen, wie groß das ist, neben dem man steht.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Vor der Menora stand eine kleine Treppe", sagte Jinon. „Drei Stufen. Bevor Aharon die Menora anzündete — den großen goldenen Leuchter im Zelt-Heiligtum Haschems —, musste er da hinaufsteigen."

„Aber Aharon war groß genug", sagte Elischa. „Er kam auch ohne die Treppe heran. Wozu dann drei Stufen?"

„Weil die drei Stufen für drei Eigenschaften stehen", sagte Jechiel. „Über die müssen wir hinübersteigen und sie überwinden, bevor wir das Licht der Menora anzünden können."

„In den Pirkej Awot steht, welche drei", sagte Ariella. „Neid. Immer nur das tun wollen, was Spaß macht. Und die Jagd nach Ehre und Aufmerksamkeit. Diese drei, sagt die Mischna, treiben einen Menschen aus der Welt. Wer das Licht der Tora weitergeben will, muss zuerst über sie hinüber. Und die dritte Stufe ist die, von der dieses ganze Kapitel handelt: Wer Ehre sucht, stellt sich neben andere Menschen — und Mosche stand jeden Tag neben Haschem."

„Und Aharon?", sagte Eli. „Aharon brauchte die Treppe nicht, um heranzukommen. Er stieg sie trotzdem. Jeden Abend."

Vraag aan jouFrage an dich

In deiner Familie kann jemand etwas besonders gut. Woran merkt man, dass er es selbst weiß — und woran würde man merken, dass er angibt? Ist das dasselbe?

Schabbat Schalom!

👪 Sprechen Sie heute Abend darüber, wer in Ihrer Gemeinde viel kann und wenig davon spricht — und woran man das überhaupt gemerkt hat.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Het is nooit te laat

Als je geen Pesach-offer kon brengen, had je een inhaalmogelijkheid. Je kon een maand later — op 14 Ijar — een Pesach sjenie brengen.

Wat is de les van Pesach sjenie? Over deze inhaalmogelijkheid voor het Pesachoffer stelt de Tora: het is nooit te laat!

„Ieder mens, wanneer die onrein of ver weg is, moet een Pesach voor HaSjeem maken, in de tweede maand op de veertiende" (9:10-11).

In Sefer Hachinoeg wordt uitgelegd, dat je niet alleen recht had op een tweede korban Pesach wanneer je onrein was of ver weg. Ook wanneer je per ongeluk of zelfs expres het eerste Pesach niet had gebracht, mag men dit op het Pesach sjenie inhalen.

Een van de redenen van deze mitswa is, dat het Pesach-offer een duidelijk teken is voor alle wereldburgers, dat de wereld door Hasjeem geschapen werd.

Bij de Jetsiat Mitsraim deed Hasjeem voor ons duidelijke wonderen en heeft Hij voor iedereen duidelijk zichtbaar ingegrepen in de natuur en de natuur veranderd. Alle wereldburgers hebben gezien, dat Hasjeems invloed en macht zich zelfs uitstrekken over de aarde. Hasjeem is niet alleen in de Hemel.

Bij de jetsiat Mitsraim geloofde iedereen weer, dat Hasjeem de wereld had geschapen. Dat de wereld nieuw is, vormt een belangrijk punt in Jahadoet.

Daarom wilde Hasjeem een inhaalmogelijkheid. Hasjeem wilde niet, dat wij door ver weg of tamee (= onrein) zijn hier niet aan zouden kunnen deelnemen.

Daarom biedt Hij ons een inhaalmogelijkheid in de tweede maand, 14 Ijar.

↩ Weet je nog de vraag uit Ki Tisa: wat was dat gouden kalf eigenlijk? Eén iemand geloofde nog lang daarna dat het hem niet vergeven was. Wie dat was, staat verderop in dit hoofdstuk.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … wij op 14 Nisan geen chameets in ons bezit mogen hebben, maar dat op 14 Ijar chameets samen met matsa bij ons thuis mag liggen?
  • … Pesach sjenie maar één dag duurt, terwijl de eerste Pesach zeven dagen duurt?
  • … je op Pesach sjenie gewoon mag werken, terwijl er op zowel de eerste als de zevende dag van Pesach een strikt werkverbod is?
  • … zelfs iemand die tussen de eerste en de tweede Pesach Bar mitswa of Joods wordt, verplicht is deze mitswa van Pesach sjenie te vervullen? Hij heeft de eerste keer niet gemist — hij hoorde er toen nog niet bij. En toch telt hij niet als iemand die te laat is.

Woord van de week:Wort der Woche: Pessach Scheni

Wat het betekentWas es bedeutet

„Vorige week — in Naso — werd beschreven hoe de nesie'iem van de 12 stammen het mizbe'ach van het Misjkan inwijdden met hun korbanot", zei Eli. „Eén nasí moest toekijken. Weten jullie wie dat was?"

„Dat was Aharon", zei Channa, „de voorzitter van de stam Levi, die geen korbanot bracht bij de chanoekat haMisjkan. De stam Levi mocht niet meedoen. Aharon meende dat Hasjeem hem de zonde van het gouden kalf nog niet vergeven had."

„De stam Levi was treurig", zei Jishai. „Maar Aharon mocht niet meedoen omdat Hasjeem voor hem een heel andere erebaan in gedachten had. Hij zou de mitswa krijgen van het klaarmaken van de Menora."

„Hasjeem troostte Aharon", zei Zalman. „Wees niet treurig! Voor jou heb ik een mitswa, die groter is dan alle andere offers. Weten jullie welke mitswa?"

„Hasjeem zei tegen Aharon", zei Elisha: „Jouw achterkleinkinderen, de Makkabiem, zullen voor eeuwig het Chanoekafeest instellen, terwijl de chanoeka van de stamvoorzitters slechts één keer in de geschiedenis gebeurt."

„Het feit dat Aharon het erg vond niet te mogen meedoen in een mitswa waarin anderen wel mochten meedoen", zei Ariella, „is op zich al een geweldige opsteker!"

„We mogen niets missen van de mitswot die we tegenkomen", zei Yedidya. „Denk daar maar eens heel goed over na."

Vraag aan jouFrage an dich

Zalman zegt dat Hasjeem Aharon troostte. Ariella zegt dat Aharons verdriet zelf al een compliment was. Dat zijn twee verschillende antwoorden op dezelfde situatie. Welke van de twee helpt iemand in jouw familie méér die ooit niet mee mocht doen aan iets dat voor hem belangrijk was — en waarom?

Sjabbat Sjalom!

👪 Praat vanavond over wie er in uw gemeente ooit ergens niet bij kon zijn — en wat hij in plaats daarvan op zich genomen heeft.

Duits

Es ist nie zu spät

Stell dir vor, alle bringen ihr Korban Pessach, ihr Pessach-Opfer. Nur du nicht. Du warst zu weit weg. Oder du warst unrein und durftest nicht in die Nähe des Mischkan, des Heiligtums in der Wüste. Der Tag geht vorbei, und du hast gefehlt.

Die Tora lässt das nicht so stehen.

„Jeder Mensch, der unrein oder auf einem fernen Weg ist, soll ein Pessach für Haschem machen — im zweiten Monat, am vierzehnten Tag." So steht es dort (9,10–11). Unrein heißt auf Hebräisch tame. Einen Monat nach dem 14. Nissan gibt es einen zweiten Termin: den 14. Ijar. Er heißt Pessach Scheni, das zweite Pessach.

Im Sefer haChinuch wird das noch weiter geöffnet. Nicht nur, wer unrein oder weit weg war, darf nachholen. Auch, wer es aus Versehen versäumt hat. Und sogar, wer es mit Absicht nicht gebracht hat.

Damit steht die Lehre dieses Termins in einem einzigen Satz:

Es ist nie zu spät.

Aber warum ausgerechnet hier? Für die meisten Mizwot gibt es keinen zweiten Termin. Warum für dieses Opfer?

Einer der Gründe ist dieser: Das Pessach-Opfer sagt nicht nur uns etwas. Es ist ein deutliches Zeichen für alle Menschen auf der Welt: Diese Welt ist von Haschem gemacht worden.

Denk an die Jeziat Mizrajim, den Auszug aus Ägypten. Damals hat Haschem für alle sichtbar in die Natur eingegriffen und sie verändert. Alle Völker haben gesehen, dass Haschems Macht sich auch über die Erde erstreckt. Haschem ist nicht nur im Himmel.

Und damit glaubten wieder alle, dass Haschem die Welt erschaffen hat. Dass die Welt einen Anfang hat und nicht immer schon da war — das ist einer der wichtigsten Punkte im Jahadut, im Judentum.

Genau deshalb wollte Haschem einen zweiten Termin. Er wollte nicht, dass jemand ausgerechnet von diesem Zeichen ausgeschlossen bleibt, bloß weil er zu weit weg war oder unrein.

Darum der 14. Ijar.

↩ Weißt du noch die Frage aus Ki Tisa: Was war dieses goldene Kalb eigentlich? Einer hat noch lange danach geglaubt, es sei ihm nicht verziehen worden. Wer das war, steht weiter hinten in diesem Kapitel.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass am 14. Nissan kein Chamez im Haus sein darf — Gesäuertes —, am 14. Ijar aber Chamez und Mazza ruhig nebeneinander auf demselben Tisch liegen dürfen?
  • … dass Pessach Scheni nur einen einzigen Tag dauert, das erste Pessach dagegen sieben?
  • … dass man an Pessach Scheni ganz normal arbeiten darf, während am ersten und am siebten Tag von Pessach ein striktes Arbeitsverbot gilt?
  • … dass sogar jemand, der zwischen den beiden Terminen Bar Mizwa wird oder jüdisch wird, das zweite Pessach bringen muss? Er hat den ersten Termin nicht versäumt — er gehörte damals noch nicht dazu. Und trotzdem gilt er nicht als jemand, der zu spät gekommen ist.

Woord van de week:Wort der Woche: Pessach Scheni — Scheni heißt „zweiter

Wat het betekentWas es bedeutet

„Letzte Woche, in Naso, wurde erzählt, wie die Fürsten der zwölf Stämme den Misbeach einweihten, den Altar — jeder mit seinen Korbanot", sagte Eli. „Einer musste zuschauen. Wisst ihr, wer das war?"

„Aharon", sagte Channa. „Sein Stamm Lewi durfte bei der Einweihung des Mischkan nichts mitbringen. Aharon dachte: Haschem hat mir das goldene Kalb noch immer nicht verziehen."

„Der ganze Stamm war traurig", sagte Jischai. „Dabei hatte Haschem für Aharon längst eine andere Ehrenaufgabe vorgesehen. Er sollte die Menora bekommen — er sollte sie herrichten."

„Haschem tröstete ihn", sagte Zalman. „Sei nicht traurig! Für dich habe Ich eine Mizwa, die größer ist als alle diese Opfer zusammen. Wisst ihr, welche?"

„Und Haschem sagte weiter", sagte Elischa. „Deine Nachkommen, die Makkabim, werden für immer das Chanukkafest einsetzen. Die Einweihung durch die Stammesfürsten geschah ein einziges Mal in der Geschichte. Chanukka kommt jedes Jahr wieder."

„Und schaut, was hier eigentlich gelobt wird", sagte Ariella. „Dass Aharon es überhaupt schlimm fand, bei einer Mizwa nicht dabei zu sein — genau das ist das Lob."

„Wir dürfen nichts verpassen von den Mizwot, die uns begegnen", sagte Jedidja. „Denkt darüber mal richtig gut nach."

Vraag aan jouFrage an dich

Zalman sagt, Haschem habe Aharon getröstet. Ariella sagt, Aharons Traurigkeit sei selbst schon ein Lob gewesen. Das sind zwei verschiedene Antworten auf dieselbe Lage. Welche der beiden hilft jemandem in deiner Familie mehr, der einmal nicht mitmachen durfte bei etwas, das ihm wichtig war — und warum?

Schabbat Schalom!

👪 Sprechen Sie heute Abend darüber, wer in Ihrer Gemeinde einmal bei etwas nicht dabei sein konnte — und was er stattdessen übernommen hat.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
37 · Sjelach Lecha Schelach Lecha

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Twaalf mannen en één tros druiven

„Kijk goed", zei Mosje. „Zijn de mensen in het land Kena'an sterk of zwak? Is het land mooi of slecht? En de steden: staan er hoge muren omheen of niet?"

Twaalf mannen stonden voor hem. Mosje stuurde twaalf spionnen om te kijken of Kena'an makkelijk te veroveren was. Deze twaalf spionnen moesten de weg verkennen voor de twaalf sjevatiem (stammen).

De Bnee Jisra'eel bleven in de woestijn, maar de meragliem gingen Israël in om het land te bespioneren.

Veertig dagen, veertig nachten trokken ze door het land Kena'an. Ze vonden de prachtigste vruchten: granaatappelen, vijgen en een enorme tros druiven. De tros was zo zwaar dat twee mannen hem aan een stok moesten dragen.

Toen ze terugkwamen, hadden ze alles gezien waarnaar Mosje gevraagd had. Ze vertelden Mosje en de Bnee Jisra'eel: „Het land vloeit van melk en honing. Dit zijn de vruchten die we gevonden hebben."

Maar toen praatten ze verder.

„De mensen in dat land zijn ontzettend machtig en sterk. Hun steden hebben enorme muren. Sommige mensen zien eruit als reuzen. We leken wel sprinkhanen in hun ogen. We kunnen niet binnentrekken in het land Israël."

Maar twee van de twaalf spionnen zeiden iets anders: Jehosjoe'a, het hoofd van de sjevet Efraim, en Kaleev, de leider van de sjevet Jehoeda. Zij riepen uit: „Luister niet naar die slechte spionnen. Het land is ontzettend goed. G'd is met ons. We zullen ze zeker overwinnen."

De Bnee Jisra'eel luisterden niet naar Jehosjoe'a en Kaleev. In plaats daarvan gooiden ze stenen naar hen. De Bnee Jisra'eel wilden terug naar Egypte.

Maar plotseling verscheen Hasjeems Sjechina in het Misjkan. Hasjeem zei tegen Mosje: „Hoe lang zullen deze mensen nog in opstand komen tegen Mij? En hoelang zullen ze Mij niet vertrouwen? Ik doe alles voor ze! Mosje, dan wil Ik verder gaan zonder dit volk. Jouw kinderen zullen een nieuw Joods volk worden!"

Maar Mosje wilde dat niet. Hij hield een geweldige deraasja tegenover Hasjeem en redde de Bnee Jisra'eel.

↩ Vroeger heette het land Israël Kena'an.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Mosje nog meer vertelde? In het land Israël moeten zij vóór het bakken een stukje deeg afnemen en apart zetten voor Hasjeem en aan de kohaniem geven. Dat is de mitsva van challa.
  • … iedereen gelijk behandeld moet worden? Wie Joods geboren is en wie er later bij gekomen is — een geer — voor de Joodse wet is iedereen gelijk. Niemand mag verschil maken.
  • … er nog één hele mooie mitsva bij kwam — de tsietsiet? Dat zijn draden aan de vier hoeken van een kleed.
  • … Hasjeem er zelf bij zegt waar ze voor zijn? „Wanneer je dan kijkt naar de tsietsiet zul je alle mitsvot van Hasjeem herinneren."

Woord van de week:Wort der Woche: Schelach Lecha

Wat het betekentWas es bedeutet

„Waarom mochten ze het land dan niet in?", vroeg Ariella. „Hasjeem had het toch beloofd?"

„Omdat Mosje iets gezegd heeft", antwoordde Eli. „Hij zei tegen Hasjeem: als U verder gaat zonder dit volk, dan zullen de mensen uit de hele wereld zeggen dat U niet in staat was om hen naar het land van hun Avot te brengen. Ze zullen zeggen dat U Uw belofte niet kon houden. En toen vroeg Mosje vergiffenis — voor de domme woorden van het volk. Hasjeem liet Zich overtuigen."

„Helemaal zonder gevolgen bleef het niet", zei Ja'akov. „Voor iedere dag dat de twaalf in het land rondgelopen hadden, moest het volk een jaar in de woestijn blijven. Veertig dagen — veertig jaar."

„En daarna?", vroeg Ariella.

„Daarna gingen hun kinderen naar binnen", zei Eli. „En Jehosjoe'a en Kaleev gingen mee."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom hebben wij tsietsiet?

Sjabbat Sjalom!

👪 Kijk vanavond samen uit hetzelfde raam en zeg allebei wat u het eerst opvalt — en hoe verschillend dat kan zijn.

Duits

Zwölf Männer und eine Traube

„Schaut euch alles genau an", sagte Mosche. „Sind die Menschen im Land Kenaan stark oder schwach? Ist das Land schön oder schlecht? Und die Städte: Stehen hohe Mauern darum herum oder nicht?"

Zwölf Männer standen vor ihm. Für jeden Stamm einer. Sie sollten hineingehen und den Weg erkunden.

Die Bnej Jisrael blieben in der Wüste. Die zwölf gingen allein hinein.

Vierzig Tage und vierzig Nächte zogen sie durch das Land. Sie fanden die schönsten Früchte: Granatäpfel, Feigen und eine riesige Traube. Die Traube war so schwer, dass zwei Männer sie an einer Stange tragen mussten.

Dann kamen sie zurück. Sie hatten alles gesehen, wonach Mosche gefragt hatte. Und sie erzählten Mosche und dem ganzen Volk:

„Das Land fließt von Milch und Honig! Schaut, das sind die Früchte, die wir gefunden haben."

Aber dann redeten sie weiter.

„Die Menschen dort sind stark und mächtig. Um ihre Städte stehen riesige Mauern. Manche sehen aus wie Riesen. In ihren Augen waren wir wie Heuschrecken. Wir können da nicht hinein."

Zwei von den zwölf sagten etwas anderes. Jehoschua, der an der Spitze vom Stamm Efrajim stand, und Kalew, der Führer vom Stamm Jehuda. Die beiden riefen laut: „Hört nicht auf sie! Das Land ist sehr, sehr gut. Haschem ist mit uns. Wir schaffen es ganz sicher."

Aber die Bnej Jisrael hörten nicht auf Jehoschua und Kalew. Sie warfen Steine nach ihnen. Zurück nach Ägypten wollten sie.

Da wurde es hell im Mischkan, im Zelt für Haschem. Haschem war da.

Haschem sagte zu Mosche: „Wie lange noch? Wie lange wollen sich diese Menschen gegen Mich stellen? Wie lange wollen sie Mir nicht vertrauen? Ich tue doch alles für sie! Mosche — dann will Ich dieses Volk nicht weiterführen. Aus deinen Kindern soll ein neues jüdisches Volk werden."

Aber Mosche wollte das nicht. Er stellte sich vor Haschem hin und hielt eine große Rede. Und er rettete die Bnej Jisrael.

↩ Kenaan — so hieß das Land Israel früher.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Mosche dem Volk noch mehr erzählte? Später, im Land Israel, sollen sie vor dem Backen ein Stück vom Teig abnehmen und weggeben — als Geschenk für Haschem. Das ist die Mizwa Challa.
  • … dass alle gleich behandelt werden müssen? Wer im Volk geboren ist und wer erst später dazugekommen ist: Vor der jüdischen Regel sind alle gleich. Niemand darf einen Unterschied machen.
  • … dass es noch eine schöne Mizwa gab — die Zizit? Das sind Fäden an den vier Ecken eines Kleides.
  • … dass Haschem selbst sagt, wozu sie da sind? „Wenn du auf die Zizit schaust, wirst du dich an alle Meine Mizwot erinnern."

Woord van de week:Wort der Woche: Schelach Lecha — Schelach Lecha heißt: Schick — für dich. Mit diesen zwei Wörtern fängt die Parascha an.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Warum durften sie denn nicht ins Land?", fragte Ariella. „Haschem hatte es doch versprochen."

„Weil Mosche etwas gesagt hat", antwortete Eli. „Er sagte zu Haschem: Wenn Du dieses Volk nicht weiterführst, dann werden die Menschen auf der ganzen Welt sagen: Haschem hat es nicht geschafft, sie in das Land zu bringen, das Er ihren Vorfahren versprochen hat. Sie werden sagen: Haschem konnte Sein Versprechen nicht halten. Und dann bat Mosche um Verzeihung — für die dummen Worte des Volkes. Haschem ließ sich überzeugen."

„Ganz ohne Folgen blieb es aber nicht", sagte Jaakow. „Für jeden Tag, den die zwölf im Land unterwegs gewesen waren, blieb das Volk ein Jahr in der Wüste. Vierzig Tage — vierzig Jahre."

„Und dann?", fragte Ariella.

„Dann gingen ihre Kinder hinein", sagte Eli. „Und Jehoschua und Kalew gingen mit."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum haben wir Zizit?

Schabbat Schalom!

👪 Schauen Sie heute Abend zusammen aus demselben Fenster und sagen Sie beide, was Ihnen als Erstes auffällt — und wie verschieden das sein kann.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De draad die telt

Kijk eens naar de tsietsiet.

Tsietsiet zijn de draden die je aan een arba kanfot op de vier hoeken maakt. De mitsva van tsietsiet is belangrijk. Als je naar de tsietsiet kijkt, zul je alle mitsvot uit de Tora herinneren.

Hoe kan een draad dat?

Door een som. Je weet dat elke letter van het alef-beet een getal heeft. De tsadie is 90, de joed is 10 en de tav is 400. Tsietsiet schrijf je in het Ivriet zo: צ tsadie is 90, י joed is 10, צ tsadie is 90, י joed is 10 en ת tav is 400, bij elkaar 600.

Tel nu verder. Aan elke hoek zitten acht draden. En in die draden maak je vijf knopen.

600 en 8 en 5 — samen 613.

613 is precies het aantal mitsvot uit de hele Tora. De Tora heeft 613 mitsvot. Wanneer je dus naar de tsietsiet kijkt, herinner je alle mitsvot.

Het beged (het vierkante kleed waaraan de tsietsiet hangen) is aan de zijkanten open. Daarom heeft het vier hoeken.

Wie ouder wordt, krijgt een grote talliet met tsietsiet. De grote talliet maar ook de kleine arba kanfot moet mooi zijn. Wij willen de mitsvot zo mooi mogelijk uitvoeren.

De tsietsiet moeten wel op een speciale manier gemaakt en gevlochten worden. Kijk er eens goed naar. De tsietsiet worden door een gat in het beged naar binnen gestoken. Dat gat mag niet meer dan drie keer de breedte van je duim van de zijkant van het arba kanfot verwijderd zijn. Het moet dus echt in de hoek liggen. De tsietsiet moeten namelijk aan de hoek van het beged gehangen worden en niet op het midden van het beged.

Met tsietsiet laten we duidelijk zien dat we Joods zijn.

Wat betekent het woord tsietsiet eigenlijk? Rasjie zegt dat het woord tsietsiet twee dingen kan betekenen. Sommigen vertalen het als haarstaartjes: de draadjes die van het beged afhangen lijken wel een beetje op haren of staartjes.

Een andere verklaring van Rasjie is dat het woord tsietsiet betekent: kijken. Je moet naar de draden kijken. Dan word je herinnerd aan de mitsvot.

↩ Weet je nog, de etrog die bijna dertig euro kost — voor één vrucht? Bij een mooie talliet is het om dezelfde reden zo.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er vroeger een blauwe draad tussen de witte tsietsiet hing?
  • … die blauwe kleur gemaakt werd van een slak? Hij heet chalazon en leeft vlakbij Italië diep in de zee.
  • … de chalazon maar één keer per zeventig jaar naar boven kwam? Alleen dan kon hij gevangen worden — daarom was de blauwe verf heel duur.
  • … het woord voor dat blauw, techelet, in het Ivriet ook nog iets anders laat meeklinken? Tacheles — waar het om gaat. Als wij naar de tsietsiet kijken, moeten we ons herinneren waar het hele Joodse leven om gaat.

Woord van de week:Wort der Woche: Techelet

Wat het betekentWas es bedeutet

„De mitsva van challa gold direct toen wij binnenkwamen in Kena'an", zei Eli. „Men geeft een stukje van het deeg aan de koheen. Kijk, iedere dag eten we brood. Iedere dag geeft Hasjeem ons de gelegenheid om niet alleen ons lichaam goed te verzorgen maar ook onze nesjama te verversen met allerlei mitswot. Bij ieder brood kunnen wij mitsvot doen: we zeggen de beracha hamotsie — maar daarvoor had je al challa gegeven aan de kohaniem. En weet je wie daar ook iets aan had?"

„De manier waarop de mitswa gedaan werd, was goed voor de kohaniem", zei Ariella. „Ze kregen de challa als een kadootje. Het enige wat zij hoefden te doen, was het deeg bakken. Zo rekent men: van deeg van brood of koek, dat 1200 gram meel bevat op het moment van kneden, moet challa worden afgezonderd — vanaf 1666 gram mag je er zelfs een beracha over zeggen.

Tegenwoordig neem je er een stukje deeg van af ter grootte van een olijf, je verklaart dat dit challa is en werpt het in het vuur, omdat niemand tegenwoordig meer kan aantonen dat hij koheen is. Daarom geven we de challa niet meer aan de kohaniem. De challa van de bakkerij is een brood waar deze challa van afgenomen is. Daarom heet het brood challa. Maar eigenlijk is challa de mitswa van het geven van een stukje deeg aan de kohaniem."

Vraag aan jouFrage an dich

Wat is challa, een brood of een stukje deeg?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind vanavond aan echte tsietsiet de vier hoeken, de draden en de knopen zien — en laat het natellen of het er werkelijk acht en vijf zijn.

Duits

Der Faden, der zählt

Schau dir einmal die Zizit an.

Das sind die Fäden, die man an einem Arba Kanfot an den vier Ecken macht. Diese Mizwa ist wichtig. Denn wenn du auf die Zizit schaust, erinnerst du dich an alle Mizwot der Tora.

Wie soll ein Faden das schaffen?

Durch eine Rechnung. Du weißt ja, dass jeder Buchstabe des Alef-Bet eine Zahl hat. Das Zadi ist 90, das Jud ist 10, und das Taw ist 400. Auf Iwrit, in der heiligen Sprache, schreibt man Zizit so: צ Zadi 90, י Jud 10, צ Zadi 90, י Jud 10 und ת Taw 400. Zusammen 600.

Jetzt zähl weiter. An jeder Ecke hängen acht Fäden. Und in diese Fäden macht man fünf Knoten.

600 und 8 und 5 — zusammen 613.

613 ist genau die Zahl der Mizwot in der ganzen Tora. Wenn du also auf die Zizit schaust, erinnerst du dich an alle Mizwot.

Das Beged, das viereckige Kleid, an dem die Zizit hängen, ist an den Seiten offen. Genau darum hat es vier Ecken.

Wer älter wird, bekommt einen großen Tallit mit Zizit. Der große Tallit, aber auch das kleine Arba Kanfot, soll schön sein. Wir wollen die Mizwot so schön wie möglich erfüllen.

Die Zizit macht und flicht man auf eine besondere Art. Sieh sie dir genau an. Die Zizit werden durch ein Loch im Beged nach innen gesteckt. Dieses Loch darf nicht weiter als drei Daumenbreiten von der Seite des Arba Kanfot entfernt sein. Es muss also wirklich in der Ecke liegen. Denn die Zizit gehören an die Ecke des Beged — und nicht in die Mitte.

Mit Zizit zeigen wir deutlich, dass wir jüdisch sind.

Und was bedeutet das Wort Zizit eigentlich? Raschi sagt, es kann zweierlei bedeuten. Manche übersetzen es mit „Zöpfchen": Die Fäden, die vom Beged herabhängen, sehen ja ein bisschen aus wie Haare oder wie kleine Zöpfe.

Raschis andere Erklärung ist diese: Zizit bedeutet schauen. Du sollst auf die Fäden schauen. Dann wirst du an die Mizwot erinnert.

↩ Weißt du noch, der Etrog, der fast dreißig Euro kostet — für eine einzige Frucht? Bei einem schönen Tallit ist es aus demselben Grund so.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass früher ein blauer Faden zwischen den weißen Zizit hing?
  • … dass diese blaue Farbe aus einer Schnecke gemacht wurde? Sie heißt Chalazon und lebt tief im Meer, in der Nähe von Italien.
  • … dass die Chalazon nur einmal in siebzig Jahren nach oben kam? Nur dann konnte man sie fangen — darum war die blaue Farbe sehr teuer.
  • … dass das Wort für dieses Blau, Techelet, im Iwrit noch etwas anderes anklingen lässt? Tachles — das heißt: worum es eigentlich geht. Wenn wir auf die Zizit schauen, sollen wir uns erinnern, worum es im ganzen jüdischen Leben geht.

Woord van de week:Wort der Woche: Techelet

Wat het betekentWas es bedeutet

„Die Mizwa Challa galt sofort, als wir in Kenaan ankamen", sagte Eli. „Man gibt ein Stück vom Teig an den Kohen. Und schau: Jeden Tag essen wir Brot. Jeden Tag gibt Haschem uns damit die Gelegenheit, nicht nur unseren Körper gut zu versorgen, sondern auch unsere Neschama, unsere Seele, aufzufrischen — mit Mizwot. Bei jedem Brot können wir Mizwot tun. Wir sagen die Beracha Hamozi — und vorher war die Challa schon abgegeben. Und weißt du, wer davon auch etwas hatte?"

„Für die Kohanim war das gut", sagte Ariella. „Sie bekamen die Challa wie ein Geschenk. Das Einzige, was sie tun mussten, war: den Teig backen. So rechnet man: Von Teig für Brot oder Kuchen, in dem beim Kneten 1200 Gramm Mehl sind, muss Challa abgenommen werden — ab 1666 Gramm darf man sogar eine Beracha darüber sagen.

Heute nimmt man ein Stück Teig ab, so groß wie eine Olive, sagt: Das ist Challa — und wirft es ins Feuer. Denn heute kann niemand mehr nachweisen, dass er ein Kohen ist. Darum geben wir die Challa nicht mehr an die Kohanim. Das Brot aus der Bäckerei ist ein Brot, von dem diese Challa abgenommen wurde. Deshalb heißt das Brot selbst Challa. Aber eigentlich ist Challa die Mizwa: ein Stück Teig an die Kohanim zu geben."

Vraag aan jouFrage an dich

Was ist Challa — ein Brot oder ein Stück Teig?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie Ihrem Kind heute Abend an echten Zizit die vier Ecken, die Fäden und die Knoten — und lassen Sie es nachzählen, ob es wirklich acht und fünf sind.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

In onze eigen ogen

Wat hebben de meragliem eigenlijk verkeerd gedaan?

De vraag is moeilijker dan hij klinkt. Langzamerhand wordt het Joodse volk een echt Tora-volk. Maar op weg naar Israël gaat er nog heel veel mis, en de avera van de meragliem stelt alle andere averot in de schaduw. De meragliem brengen een slecht rapport uit over Erets Jisra'eel.

Als gevolg hiervan besluit Hasjeem dat deze dag, tisja be'Aw, voor alle toekomstige generaties een dag van gehuil zal worden. Inderdaad werden vele jaren later het eerste en het tweede Beet Hamikdasj verwoest op tisja be'Aw en werden op diezelfde dag de Joden in 1492 uit Spanje verdreven.

Maar nu terug naar de vraag. In de letterlijke tekst van de Tora is weinig kwaads over Erets Jisra'eel te vinden: „Het is inderdaad een land van melk en honing" (Bemidbar 13:27). Ze zeggen inderdaad wel dat de inwoners van het land in grote versterkte burchten wonen en dat er sterke reuzen zijn, maar er wordt niets negatiefs over Erets Jisra'eel verteld! Precies dat is de tegenstrijdigheid waar het hier om gaat.

Zelfs de duidelijke woorden „Het land verteert zijn inwoners" zijn kennelijk niet zo negatief bedoeld, want de mensen waren gezond en groot: „Alle mensen die we zagen waren groot" (13:32-33). Als het waar is dat het land zijn inwoners verteert, hoe kan de Tora dan van reuzen spreken?

Rasjie (1040 – 1105) legt uit dat de meragliem bedoelden, dat tijdens hun bezoek veel mensen begraven werden en zo „door het land verteerd werden". Hasjeem heeft veel inwoners van Kena'an laten overlijden, zodat de Kena'anieten bezig waren met hun begrafenis en zij de meragliem niet zouden opmerken.

De meragliem, die zichzelf als sprinkhanen beschrijven, doen alleen een slechte uitspraak over zichzelf: „Het land produceert reuzen maar eenvoudige mensen zoals wij kunnen daar geen stand houden, we zullen worden verteerd."

Zelfs deze harde woorden van de meragliem benadrukken hoe uitstekend Erets Jisra'eel is.

Wat hebben de meragliem dan wél verkeerd gedaan? Als ze niet in opstand kwamen tegen Hasjeem of tegen Erets Jisra'eel, is de enige mogelijkheid die overblijft, dat ze hun eigen mogelijkheden en talenten hebben onderschat. Ze hadden eigenlijk een geweldig minderwaardigheidsgevoel.

↩ Weet je nog: Mirjam, de zus van Mosje, trouwde later met Kaleev. Daar was hij een naam in een familiegeschiedenis. Hier is hij een van de twee die tegenspraken.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … het twaalf mannen waren — voor iedere sjevet, voor iedere stam één?
  • … zij veertig dagen en veertig nachten door het land trokken?
  • … zij granaatappelen, vijgen en een enorme tros druiven mee terugnamen?
  • … twee van hen tegenspraken? Jehosjoe'a van de sjevet Efraim en Kaleev van de sjevet Jehoeda.

Woord van de week:Wort der Woche: Meraglim

Wat het betekentWas es bedeutet

„De meragliem voelden zich minder waard dan de mensen en reuzen in Kena'an", zei Eli. „Dat blijkt ook eigenlijk uit de Tora-tekst: ‚Alle mensen die we daar zagen waren groot; terwijl we daar waren, zagen we nefiliem (reuzen). We waren in onze ogen als kleine sprinkhanen en zo waren we ook in hun ogen.'"

„Is het belangrijk wat andere mensen van ons vinden?", vroeg Ariella. „Ik denk van wel. Hoe anderen ons zien, bepaalt ook hoe we onszelf zien. Als wij sprinkhanen zijn in de ogen van anderen zijn wij hun prooi. Zodra wij onszelf zien als nietige beestjes zijn we ons leven niet zeker. De sprinkhaan is een weerloos wezen, dat geen huis heeft en door iedereen doodgetrapt kan worden."

„Het betekent", zei Ja'akov, „dat de meragliem — hoewel ze stamvorsten waren — zichzelf nog steeds beschouwden als de onderdanige slaven uit Egypte, vernederd, afhankelijk en geminacht. En als je niet in jezelf gelooft, zijn er maar twee keuzes: óf je verandert je eigen identiteit en je assimileert óf je wordt radeloos, redeloos en reddeloos en denkt dat je niets kunt bereiken. Daarom is het nutteloos om ook maar iets te proberen. De uitdaging verwerpen en je zonder slag of stoot overgeven, betekent dat je niets meer zelf durft. Het duidt op een probleem: we durven niet onszelf te zijn als volk dat iets kan bereiken en moeilijkheden kan overwinnen. Dat was de fout van de meragliem."

Vraag aan jouFrage an dich

Wat was de fout van de meragliem — en waarom is „ze hebben gelogen" het verkeerde antwoord?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind vanavond wat het beter kan dan het zelf denkt — en zeg daarna wat u ziet.

Duits

In unseren eigenen Augen

Was haben die Meraglim, die Kundschafter, eigentlich falsch gemacht?

Die Frage ist schwerer, als sie klingt. Langsam wird das jüdische Volk ein echtes Tora-Volk. Aber auf dem Weg nach Israel geht noch sehr viel schief. Und die Awera der Meraglim — ihre Verfehlung — stellt alle anderen Awerot in den Schatten. Sie reden schlecht über Erez Jisrael, das Land Israel.

Haschem entscheidet daraufhin, dass dieser Tag, Tischa beAw, für alle kommenden Generationen ein Tag des Weinens sein wird. Und tatsächlich: Viele Jahre später wurden das erste und das zweite Beit Hamikdasch an Tischa beAw zerstört. Am selben Tag wurden 1492 die Juden aus Spanien vertrieben.

Aber nun zurück zur Frage. Denn im wörtlichen Text der Tora steht über Erez Jisrael kaum etwas Schlechtes: „Es ist tatsächlich ein Land von Milch und Honig" (Bemidbar 13,27). Sie sagen zwar, die Bewohner wohnten in großen befestigten Burgen und es gebe dort starke Riesen — aber über das Land selbst wird nichts Schlechtes erzählt. Genau das ist der Widerspruch, um den es hier geht.

Sogar die deutlichen Worte „Das Land verzehrt seine Bewohner" sind offenbar nicht so schlimm gemeint, wie sie klingen. Denn die Menschen dort waren gesund und groß: „Alle Menschen, die wir sahen, waren groß" (13,32–33). Wenn es wahr ist, dass das Land seine Bewohner verzehrt — wie kann die Tora dann von Riesen sprechen?

Raschi (1040–1105) erklärt es so: Die Meraglim meinten, während ihres Besuchs seien viele Menschen begraben worden und auf diese Weise „vom Land verzehrt" worden. Haschem hatte viele Bewohner Kenaans sterben lassen, damit die Kenaaniter mit ihren Begräbnissen beschäftigt waren und von den Meraglim nichts bemerkten.

Und die Meraglim beschreiben sich selbst als Heuschrecken. Damit sagen sie nur etwas Schlechtes über sich: „Das Land bringt Riesen hervor, aber einfache Menschen wie wir können dort nicht bestehen, wir werden verzehrt."

Sogar diese harten Worte betonen also, wie ausgezeichnet Erez Jisrael ist.

Was haben die Meraglim dann falsch gemacht? Wenn sie sich nicht gegen Haschem erhoben und nicht gegen Erez Jisrael, dann bleibt nur eine Möglichkeit übrig. Sie haben ihre eigenen Möglichkeiten und ihre eigenen Begabungen unterschätzt. Sie hatten in Wahrheit ein gewaltiges Minderwertigkeitsgefühl.

↩ Weißt du noch: Mirjam, die Schwester von Mosche, heiratete später Kalew. Dort war er ein Name in einer Familiengeschichte. Hier ist er einer von zweien, die widersprochen haben.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass es zwölf Männer waren — für jeden Schewet, für jeden Stamm einer?
  • … dass sie vierzig Tage und vierzig Nächte durch das Land zogen?
  • … dass sie Granatäpfel, Feigen und eine riesige Traube mit zurückbrachten?
  • … dass zwei von ihnen widersprachen? Jehoschua vom Schewet Efrajim und Kalew vom Schewet Jehuda.

Woord van de week:Wort der Woche: Meraglim — Meraglim heißt: die Kundschafter — die, die auskundschaften. Das Wort steckt in der Wurzel für ‚Fuß'.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Die Meraglim fühlten sich weniger wert als die Menschen und die Riesen in Kenaan", sagte Eli. „Das geht sogar aus dem Tora-Text selbst hervor: ‚Alle Menschen, die wir dort sahen, waren groß; und während wir dort waren, sahen wir Nefilim — Riesen. Wir waren in unseren eigenen Augen wie kleine Heuschrecken, und so waren wir auch in ihren Augen.'"

„Ist es denn wichtig, was andere von uns denken?", fragte Ariella. „Ich glaube schon. Wie andere uns sehen, bestimmt mit, wie wir uns selbst sehen. Wenn wir Heuschrecken sind in den Augen der anderen, dann sind wir ihre Beute. Und sobald wir uns selbst als winzige Tierchen sehen, können wir unseres Lebens nicht mehr sicher sein. Die Heuschrecke ist ein wehrloses Wesen: Sie hat kein Haus, und jeder kann sie zertreten."

„Es bedeutet also", sagte Jaakow, „dass die Meraglim — obwohl sie Stammesfürsten waren — sich selbst immer noch für die untertänigen Sklaven aus Ägypten hielten: gedemütigt, abhängig, verachtet. Und wenn du nicht an dich selbst glaubst, gibt es nur zwei Wege. Entweder du änderst deine eigene Identität und gehst in den anderen auf. Oder du wirst ratlos und meinst, du könntest nichts erreichen — und dann ist es ja sinnlos, überhaupt etwas zu versuchen. Die Herausforderung wegzuschieben und sich kampflos zu ergeben heißt: Du traust dir selbst nichts mehr zu. Und das zeigt ein Problem: Wir trauen uns nicht, wir selbst zu sein — ein Volk, das etwas erreichen und Schwierigkeiten überwinden kann. Das war der Fehler der Meraglim."

Vraag aan jouFrage an dich

Was war der Fehler der Meraglim — und warum ist „sie haben gelogen" die falsche Antwort?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind heute Abend, was es besser kann, als es selbst glaubt — und sagen Sie ihm danach, was Sie sehen.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
38 · Korach Korach

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De staf die bloeide

Twaalf staven lagen naast elkaar op de grond. Op iedere staf stond een naam. En de volgende ochtend zag één van hen er heel anders uit dan de avond ervoor.

Hoe kwam dat? In het kamp van de Bnee Jisra'eel was ruzie geweest. Een man die Korach heette, was in opstand gekomen tegen Mosjé, en velen deden met hem mee. Waarover ging het? Over wie in de tent voor Hasjeem mag werken. Over wie de kohaniem zijn — de mannen die daar de dienst doen.

Mosjé zei: „We zullen zien wie G'd zal uitkiezen."

Het duurde nog een tijd. Toen zei Hasjeem tegen Mosjé: „Laat iedere stam een staf brengen. Twaalf staven."

Mosjé schreef op iedere staf de naam van een stam. Op de staf van de stam Levi — dat is de stam waar Mosjé vandaan komt — schreef hij de naam Aharon. Aharon is de broer van Mosjé. Toen legde hij alle twaalf een nacht lang in de tent waar Hasjeem met hem sprak.

Het werd avond. De staven lagen stil naast elkaar. Droog hout, twaalf keer.

's Ochtends ging Mosjé naar binnen en droeg de staven weer naar buiten. Elf waren zoals ze geweest waren.

De twaalfde niet.

De staf van Aharon had in één enkele nacht knoppen gekregen. Hij had gebloeid. En er waren amandelen aan gegroeid.

Iedereen kon het zien. Niemand hoefde meer te vragen. Hasjeem had niet hard geantwoord. Hij had een droge tak laten bloeien.

Toen zei Hasjeem: „Leg de staf van Aharon terug in de tent. Daar moet hij bewaard blijven. Zodat men het zich blijft herinneren."

↩ Weet je nog: Aharon en zijn zonen werkten in het Misjkan, elke dag. Zijn naam stond op de staf die bloeide.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Korach zelf uit de stam Levi kwam — en een neef van Mosjé was?
  • … Mosjé de bescheidenste mens van allemaal was? Hij maakte zichzelf nooit groter dan hij was.
  • … Mosjé steeds weer voor zijn volk gedavvend heeft — ook als het ruzie had gemaakt?
  • … de amandelboom eerder bloeit dan bijna elke andere boom? Daarom ging het bij de staf van Aharon zo snel. ·

Woord van de week:Wort der Woche: Korach

Wat het betekentWas es bedeutet

„Waarom heeft Hasjeem dan bloemen genomen?", vroeg Jair. „Hij had toch gewoon kunnen zeggen: het is Aharon."

„Zeggen kan iedereen wel wat", zei Jedidja. „In een ruzie zeg je van alles, ook als het helemaal niet waar is. Maar een droge tak kan niet doen alsof. Die bloeit — of hij bloeit niet."

„En kijk eens hoe stil dat ging", zei Eli. „Niemand schreeuwde. Het werd gewoon nacht, en 's ochtends was het er."

„Wie leiden moet, kiest dat niet zelf", zei Jair. „Dat moet van Boven komen."

Vraag aan jouFrage an dich

Hasjeem had hard kunnen antwoorden, zodat iedereen het meteen hoorde. Waarom, denk jij, liet Hij een staf bloeien — iets wat je alleen ziet als je 's ochtends gaat kijken?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond over een ruzie die niet door de hardste stem gewonnen werd — en vraag uw kind waaraan men op het eind merkte wie gelijk had.

Duits

Der Stab, der blühte

Zwölf Stäbe lagen nebeneinander auf dem Boden. Auf jedem stand ein Name. Und am nächsten Morgen sah einer von ihnen ganz anders aus als am Abend.

Wie kam das? Im Lager der Bnej Jisrael hatte es Streit gegeben. Ein Mann namens Korach war gegen Mosche aufgestanden, und viele stritten mit. Worüber? Darüber, wer im Zelt für Haschem arbeiten darf. Wer die Kohanim sind — die Männer, die dort den Dienst tun.

Mosche sagte: „Wir werden sehen, wen G'tt sich aussucht."

Es dauerte noch eine Weile. Dann sagte Haschem zu Mosche: „Jeder Stamm soll einen Stab bringen. Zwölf Stäbe."

Mosche schrieb auf jeden Stab den Namen eines Stammes. Auf den Stab vom Stamm Lewi — das ist der Stamm, aus dem Mosche kommt — schrieb er den Namen Aharon. Aharon ist Mosches Bruder. Dann legte er alle zwölf über Nacht in das Zelt, in dem Haschem mit ihm sprach.

Es wurde Abend. Die Stäbe lagen still nebeneinander. Trockenes Holz, zwölfmal.

Am Morgen ging Mosche hinein und trug die Stäbe wieder heraus. Elf waren, wie sie gewesen waren.

Der zwölfte nicht.

Aharons Stab hatte in einer einzigen Nacht Knospen bekommen. Er hatte geblüht. Und Mandeln waren daran gewachsen.

Alle konnten es sehen. Keiner musste mehr fragen. Haschem hatte nicht laut geantwortet. Er hatte einen trockenen Ast blühen lassen.

Dann sagte Haschem: „Legt Aharons Stab wieder zurück in das Zelt. Dort soll er aufbewahrt werden. Damit man sich daran erinnert."

↩ Weißt du noch: Aharon und seine Söhne haben im Mischkan gearbeitet, jeden Tag. Sein Name war es, der auf dem Stab stand, der blühte.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Korach selbst aus dem Stamm Lewi war — und dass er ein Vetter von Mosche war?
  • … dass Mosche der bescheidenste Mensch von allen war? Er hat sich nie größer gemacht, als er war.
  • … dass Mosche für sein Volk gebetet hat, immer wieder — auch dann, wenn es gestritten hatte?
  • … dass der Mandelbaum früher blüht als fast jeder andere Baum? Darum ging es an Aharons Stab so schnell. (eigene Zutat, nicht bei Evers) ·

Woord van de week:Wort der Woche: Korach — Korach heißt diese Parascha, weil sie von einem Mann erzählt, der Korach hieß — und der einen großen Streit anfing.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Warum hat Haschem denn Blüten genommen?", fragte Jair. „Er hätte doch einfach sagen können: Aharon ist es."

„Sagen kann jeder etwas", sagte Jedidja. „Im Streit sagt man alles Mögliche, auch wenn es gar nicht stimmt. Aber ein trockener Ast kann nicht so tun als ob. Der blüht — oder er blüht nicht."

„Und schau, wie leise das war", sagte Eli. „Niemand hat geschrien. Es war einfach Nacht, und am Morgen war es da."

„Wer führen soll, sucht sich das nicht selbst aus", sagte Jair. „Das kommt von oben."

Vraag aan jouFrage an dich

Haschem hätte laut antworten können, damit es jeder sofort hört. Warum, glaubst du, hat Er einen Stab blühen lassen — etwas, das man nur sieht, wenn man am Morgen hinschaut?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend von einem Streit, den nicht der Lauteste gewonnen hat — und fragen Sie Ihr Kind, woran man am Ende gemerkt hat, wer recht hatte.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Het helemaal blauwe kleed

Wat zei Korach precies toen hij ruzie maakte met Mosjé?

Korach kleedde zijn volgelingen in hemelsblauwe tallitot. Helemaal blauw, geen witte draad eraan. Alleen techelet.

Korach vroeg toen aan Mosjé: „Stel, dat een talliet helemaal techelet, hemelsblauw van kleur is, moeten er dan nog tsietsiet met een petiel techelet, hemelsblauwe draad aan gehangen worden?"

Toen Mosjé de vraag met ja beantwoordde, werd hij uitgelachen.

De tweede vraag van Korach was of een huis vol Tora-rollen nog een mezoeza moest hebben.

Ook hierop antwoordde Mosjé met ja.

Korach vond dat belachelijk. Hij zei toen dat Mosjé al zijn lessen en mitsvot zelf verzonnen had.

Achter deze simpele vragen en antwoorden liggen diepe gedachten!

Korach wilde, dat iedereen gelijk behandeld zou worden. Gelijkheid!

Onze ziel, de jiddisje nesjomme, daarin is iedereen inderdaad gelijk. Maar uit het kleed van de talliet, het beged, komen de tsietsiet voort. Die draden wijzen op daden.

Die tsietsiet draden geven aan, dat 'nesjomme' alleen te weinig is. Men moet Hasjeem ook dienen met goede daden, met liefde (de witte kleur van de tsietsiet) en kracht (de petiel techelet, de blauwe kleur van de tsietsiet).

Korach begreep dit niet. Hij dacht, dat alleen je gevoel telt: 'Hasjeem wil het hart'.

Daarom vroeg hij over een huis vol Tora-rollen. Het huis is de mens. Als de mens vol met Tora-ideeën zit, al zijn idealen en gevoelens daarop richt, heeft hij dan ook nog een mezoeza aan zijn deurpost nodig?

Ja, zei Mosjé!

Goede gevoelens zijn prachtig. Maar uiteindelijk komt het aan op doen. Geen woorden maar daden!

↩ Weet je nog, bij de chasir: doen alsof je vroom bent is erger dan open oneerlijkheid — chaniefoet. Korach heeft zijn mensen daar zelfs de bijpassende kleren voor aangetrokken.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Tora Datan en Awieram bij naam noemt — maar dat de 250 hoofden van stammen en de batee dien zonder naam blijven? (38a)
  • … vroeger de bechoriem, de eerstgeborenen, de dienst deden — en dat juist zij zich in hun kowed, hun eer, aangetast voelden toen zij dat kwijtraakten? (38a)
  • … Korach het moment afwachtte waarop iedereen treurig en moedeloos was — pas toen begon hij? (38a)
  • … het blauw van de tsietsiet, techelet, gewonnen werd uit een zeedier dat chilazon heet — en dat men lange tijd niet meer zeker wist welk dier bedoeld werd? ·

Woord van de week:Wort der Woche: Machloket

Wat het betekentWas es bedeutet

„Het machloket met Korach was erg", zei Eli. „Korach dacht, dat Mosjé Rabbenoe de vervanging van de bechoriem door de Levi'iem uit zijn duim gezogen had. De mensen dachten, dat hij zijn eigen stam wilde voortrekken."

„De Levi'iem vonden het ook vervelend", zei Jutta. „Zij moesten dienen onder Aharon en zijn zonen. En Datan en Awieram uit de sjevet Re'oeween vonden iets anders vervelend: het bechora, het eerstgeboorterecht van hun stam, ging over naar de stam Joseef."

„Iedereen was bang dat Mosjé Efraïm voortrok", zei Avigail, „omdat Jehosjoe'a, zijn dienaar, van de stam Efraïm kwam. En de 'voornamen' en Korach waren allemaal bechoriem. Daarom deden juist zij mee aan de test."

„Ramban denkt er anders over", zei Jishai. „Hij meent dat de opstand pas begon na het drama met de meragliem. Korach was jaloers op het nieuwe baantje van zijn jongere neef. En Datan en Awieram ging het helemaal niet om het eerstgeboorterecht — zij wilden gewoon niet dat ook maar iemand de baas over hen speelde."

„Korach greep naar de macht", zei Jair. „Op het eind werd hij opgeslokt door een gat in de aarde. Leiderschap moet van Boven komen — Hasjeem moet erachter staan. Anders gaat het mis."

„En daarom dat dubbele ja", zei Jutta. „Wat iemand voelt, ziet niemand. De draden ziet iedereen."

Vraag aan jouFrage an dich

Korach vroeg naar de helemaal blauwe talliet en naar het huis vol Tora-rollen. Beide keren zei Mosjé hetzelfde: ja. Wat, denk jij, wilde Mosjé met dat dubbele ja zeggen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind vanavond de mezoeza aan uw deur zien en vertel waaraan u zelf merkt of u iets alleen maar goed vindt of het ook echt doet.

Duits

Das ganz blaue Tuch

Was hat Korach eigentlich genau gesagt, als er mit Mosche stritt?

Er zog seinen Anhängern Tallitot an — Gebetstücher —, und zwar vollständig himmelblaue. Kein weißer Faden daran. Nur Techelet, dieses tiefe Blau.

Dann fragte er Mosche: „Nehmen wir an, ein Tallit ist ganz und gar Techelet, von oben bis unten himmelblau. Müssen daran dann noch Zizit hängen — die Fäden an den vier Ecken, mit einem himmelblauen Faden dabei?"

Mosche sagte Ja.

Da lachten sie ihn aus.

Korachs zweite Frage: Ein Haus ist voll mit Tora-Rollen. Braucht dieses Haus dann noch eine Mesusa an der Tür?

Auch darauf antwortete Mosche mit Ja.

Korach fand das lächerlich. Und dann sagte er, worauf er die ganze Zeit hinauswollte: Mosche habe sich seine Lektionen und seine Mizwot selbst ausgedacht.

In diesen einfachen Fragen und Antworten stecken tiefe Gedanken.

Korach wollte, dass alle gleich behandelt werden. Gleichheit!

In unserer Seele sind wir tatsächlich alle gleich. Aber aus dem Tuch des Tallit kommen die Zizit heraus. Und diese Fäden zeigen auf Taten.

Die Zizit-Fäden sagen: Seele allein ist zu wenig. Man muss Haschem auch mit guten Taten dienen. Mit Liebe — das ist das Weiß der Zizit. Und mit Kraft — das ist der blaue Faden.

Das verstand Korach nicht. Er dachte, es zähle nur, was einer fühlt: Haschem will das Herz.

Darum fragte er nach dem Haus voller Tora-Rollen. Das Haus ist der Mensch. Wenn ein Mensch voll ist mit Tora-Gedanken und alle seine Ideale und Gefühle darauf richtet — braucht er dann noch eine Mesusa an seinem Türpfosten?

Ja, sagte Mosche!

Gute Gefühle sind wunderbar. Aber am Ende kommt es aufs Tun an. Keine Worte, sondern Taten!

↩ Weißt du noch, beim Chasir: Fromm-Tun ist schlimmer als offene Unehrlichkeit — Chanifut. Korach hat seinen Leuten dafür sogar die passende Kleidung angezogen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Tora Datan und Awiram beim Namen nennt — die 250 Stammeshäupter und Gerichtsleute aber ohne Namen bleiben? (38a)
  • … dass früher die Bechorim, die Erstgeborenen, den Dienst getan haben — und dass gerade sie sich in ihrem Kawod, ihrer Ehre, verletzt fühlten, als sie das verloren? (38a)
  • … dass Korach den Augenblick abgewartet hat, in dem alle traurig und mutlos waren — erst dann fing er an? (38a)
  • … dass das Blau der Zizit, Techelet, aus einem Meerestier gewonnen wurde, das Chilason heißt — und dass man lange nicht mehr sicher wusste, welches Tier gemeint ist? (eigene Zutat, nicht bei Evers) ·

Woord van de week:Wort der Woche: Machloket — Machloket heißt Streit — und zwar der Streit, bei dem zwei Seiten einander gegenüberstehen und jede meint, sie habe recht.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Die Machloket mit Korach war schlimm", sagte Eli. „Korach dachte, Mosche habe sich die Sache mit den Lewiim ausgedacht — dass sie die Bechorim ersetzen sollten. Die Leute glaubten, er wolle seinen eigenen Stamm bevorzugen."

„Den Lewiim selbst war es auch nicht recht", sagte Jutta. „Sie sollten unter Aharon und seinen Söhnen dienen. Und Datan und Awiram aus dem Stamm Reuwen ärgerte etwas anderes: Das Erstgeburtsrecht ihres Stammes war an den Stamm Josef gegangen."

„Alle hatten Angst, Mosche bevorzuge Efrajim", sagte Awigail, „weil Jehoschua, sein Diener, aus Efrajim kam. Und die angesehensten Männer und Korach — die waren alle Bechorim. Darum machten gerade sie bei der Probe mit."

„Der Ramban sieht es anders", sagte Jischai. „Er meint, der Aufstand begann erst nach der Sache mit den Kundschaftern. Korach war eifersüchtig auf den neuen Posten seines jüngeren Vetters. Und Datan und Awiram ging es überhaupt nicht ums Erstgeburtsrecht — sie wollten einfach nicht, dass irgendjemand über sie bestimmt."

„Korach hat nach der Macht gegriffen", sagte Jair. „Am Ende hat ihn ein Loch in der Erde verschluckt. Führung muss von oben kommen — Haschem muss dahinterstehen. Sonst geht es schief."

„Und darum das doppelte Ja", sagte Jutta. „Was einer fühlt, sieht keiner. Die Fäden sieht jeder."

Vraag aan jouFrage an dich

Korach fragte nach dem ganz blauen Tallit und nach dem Haus voller Tora-Rollen. Beide Male sagte Mosche dasselbe: Ja. Was, glaubst du, wollte Mosche mit diesem doppelten Ja sagen?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie Ihrem Kind heute Abend die Mesusa an Ihrer Tür und erzählen Sie ihm, woran Sie selbst merken, ob Sie etwas nur gut finden oder es auch wirklich tun.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Wat er buiten hangt

Korach wachtte het juiste moment af. Iedereen was ontevreden en depressief na de misser met de verspieders. Vrijwel niemand zou Israël betreden. Ze zouden sterven in de woestijn.

De Levi'iem moesten de bechoriem (eerstgeborenen) vervangen omdat de bechoriem gezondigd hadden met het gouden kalf.

Korach beschuldigde Mosjé van vriendjespolitiek: de Levi'iem van zijn eigen stam had Mosjé aangesteld in plaats van de bechoriem, die oorspronkelijk de priesters waren.

De Levi'iem vonden het onprettig dat zij moesten dienen onder Aharons zoons, de kohaniem.

Datan en Aviram vonden het vervelend dat het bechora, eerstgeboorterecht van hun stam Ruben, overging naar de stam Joseef. Efraïm en Menasjé kregen ieder een deel in Israël alsof hun vader Joseef eerstgeboren was.

Iedereen was bang, dat Mosjé de stam Joseef in Efraïm voortrok omdat Jehosjoe'a, zijn dienaar, van Efraïm was. De „voornamen" en Korach waren allen bechoriem.

Korach hitste hen op om op te komen voor hun eer. Er is niets nieuws onder de zon.

Korach was niet dom. De wijzen vertellen zelfs dat hij een navie was, een profeet: hij zou voorzien hebben dat zijn kleinkinderen dienst zouden doen in het Beet Hamikdasj, de Tempel. Hij nam het risico toch.

Hij kleedde zijn volgelingen in hemelsblauwe tallitot en vroeg: „Als een talliet helemaal techelet, hemelsblauw van kleur is, moeten er dan nog tsietsiet met een petiel techelet, hemelsblauwe draad aan?" Toen Mosjé de vraag positief beantwoordde, werd hij uitgelachen. Korach verweet Mosjé al zijn lessen en mitsvot zelf verzonnen te hebben.

Volgens de halacha (de Joodse wet) moet een volledig hemelsblauw kledingstuk toch tsietsiet hebben — met een hemelsblauwe draad.

Kijk goed naar die draden. Die draden van de tsietsiet zijn niet anders dan de overige draden van het kleed. Toch hebben de tsietsiet een belangrijke functie.

Want de draad is geen onderdeel van het geheel. Hij hangt erbuiten.

Buitenstaanders hebben een totaal ander perspectief dan insiders. Een leider moet een bepaalde afstand en objectiviteit bewaren. Hij mag zich niet laten leiden door allerlei persoonlijke belangen.

Dat was Mosjé.

↩ Weet je nog, bij Bechoekotai: het zware stuk begint met iets goeds en eindigt met iets goeds. Onthoud dat — de laatste bladzijde van dit hoofdstuk heeft het nodig.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de verklaarders het oneens zijn over waarom Korach werkelijk begonnen is? De Ramban noemt een reden die in de tekst helemaal niet voorkomt: Korach was jaloers op het nieuwe baantje van zijn jongere neef Elitsafan. (38b, Jishai)
  • … dezelfde verklaarder nog een tweede jaloezie noemt? Korach zou ook jaloers geweest zijn op het hoge ambt van Aharon, de Koheen Gadol, de Hogepriester. (38b, Jishai)
  • … niet alleen de Levi'iem voorgetrokken zouden zijn, maar ook de zonen van Kehat — heel nabije familieleden van Mosjé? Ook dat hoorde bij de verwijten. (38b, Eli)
  • … de zonen van Korach niet met hem ten onder gingen? De Tora zegt het met zoveel woorden, en later dragen verschillende liederen in Tehilliem hun opschrift: „van de zonen van Korach". ·

Woord van de week:Wort der Woche: Kawod

Wat het betekentWas es bedeutet

„Aan het einde van de ruzie met Korach vertelt de Tora nog iets over Mosjé", zei Eli. „Dat hij een heel krachtige persoonlijkheid moet zijn geweest. Want anders was hij niet bestand geweest tegen Hasjeems continue contact. Een normaal mens kan dat intense contact met het Opperwezen niet aan zonder te sterven. Mosjé kon van mond tot mond en van aangezicht tot aangezicht met Hasjeem communiceren zonder totaal op te gaan in Hasjeems oneindige liefde en daar totaal in te verdwijnen."

„En hij heeft zijn volk geleid zonder enig voordeel voor zichzelf", zei Avigail. „Wanneer Mosjé waarschuwt dat de aarde Korach zal verslinden, zegt Mosjé: Daardoor zullen jullie weten dat deze mensen Hasjeem geminacht hebben. Mosjé wilde niet zijn persoonlijke gelijk halen en aantonen dat G'd hem gestuurd heeft. Het gaat hem alleen om G'ds kowed. Wat een Jiddisje leider!"

„Korach, Datan en Awiram en nog 250 man rebelleren tegen het leiderschap van Mosjé en Aharon", zei Perle. „Hasjeem is zeer kwaad en wil de hele gemeenschap vernietigen, maar trekt zich de tefilla van Mosjé en Aharon aan. Niet de hele gemeenschap komt om: Hasjeem laat de aanstichters van de opstand en hun gezinnen levend in een heel groot gapend gat verdwijnen, en de 250 man komen om in een vuur. Maar de volgende dag neemt de hele kehilla deze ramp Mosjé en Aharon heel erg kwalijk. Hasjeems woede ontbrandt en er breekt een plaag uit, waardoor vele mensen sterven. Aharon doet verzoening voor hen, waarna de plaag ophoudt. Gelukkig maar. De machloket en ruzie duurde wel heel erg lang. Maar nu was die geëindigd."

Vraag aan jouFrage an dich

De draad van de tsietsiet is van hetzelfde materiaal als het hele kleed — en toch hangt juist hij erbuiten. Waarom, denk jij, heeft juist een kleed dat al helemaal blauw is, die ene draad nog nodig?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond over een ruzie in een gemeenschap die pas door iemand van buitenaf ontward kon worden — en wat die persoon zag wat de betrokkenen niet zagen.

Duits

Was draußen hängt

Korach wartete auf den richtigen Augenblick. Nach der Sache mit den Kundschaftern war jeder unzufrieden und niedergeschlagen: Fast niemand würde das Land noch betreten, alle würden in der Wüste sterben.

Damals sollten die Lewiim die Bechorim, die Erstgeborenen, ersetzen — weil die Bechorim beim goldenen Kalb gesündigt hatten.

Korach warf Mosche vor, er bevorzuge seine eigenen Leute: Mosche habe die Lewiim aus seinem eigenen Stamm eingesetzt, an die Stelle der Bechorim, die ursprünglich die Priester gewesen waren.

Den Lewiim wiederum war es unangenehm, dass sie unter Aharons Söhnen dienen sollten, den Kohanim.

Datan und Awiram ärgerte etwas ganz anderes. Die Bechora, das Erstgeburtsrecht ihres Stammes Reuwen, war an den Stamm Josef übergegangen. Efrajim und Menasche bekamen jeder einen Anteil im Land Israel, als wäre ihr Vater Josef der Erstgeborene gewesen.

Und alle hatten Angst, Mosche bevorzuge den Stamm Josef in Efrajim — weil Jehoschua, sein Diener, aus Efrajim stammte. Die angesehensten Männer der Gemeinde und Korach waren alle Bechorim.

Korach hetzte sie auf, für ihre Ehre einzutreten. Es gibt nichts Neues unter der Sonne.

Korach war nicht dumm. Die Weisen erzählen sogar, er sei ein Nawi gewesen, ein Prophet: Er habe vorausgesehen, dass seine Enkel einmal im Bet Hamikdasch Dienst tun würden, im Tempel. Er ging das Risiko trotzdem ein.

Er zog seinen Anhängern himmelblaue Tallitot an und fragte: „Wenn ein Tallit ganz und gar Techelet ist, himmelblau von oben bis unten — müssen daran dann noch Zizit hängen, mit einem himmelblauen Faden?" Als Mosche die Frage bejahte, lachte man ihn aus. Korach warf ihm vor, er habe alle seine Lektionen und Mizwot selbst erfunden.

Nach der Halacha, dem jüdischen Gesetz, muss ein vollständig himmelblaues Kleidungsstück sehr wohl Zizit haben — und dazu einen himmelblauen Faden.

Sieh dir diese Fäden genau an. Sie sind aus nichts anderem gemacht als die übrigen Fäden des Kleides. Und trotzdem haben sie eine eigene Aufgabe.

Denn der Faden ist kein Teil des Ganzen. Er hängt draußen.

Wer draußen steht, sieht anders als der, der mittendrin sitzt. Ein Anführer muss einen gewissen Abstand halten und sachlich bleiben. Er darf sich nicht von seinen eigenen Interessen leiten lassen.

Das war Mosche.

↩ Weißt du noch, bei Bechukotaj: Der schwere Abschnitt beginnt mit Gutem und endet mit Gutem. Halte das fest — die letzte Seite dieses Kapitels braucht es.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Erklärer sich uneinig sind, warum Korach wirklich angefangen hat? Der Ramban nennt einen Grund, der im Text überhaupt nicht vorkommt: Korach war eifersüchtig auf den neuen Posten seines jüngeren Vetters Elizafan. (38b, Jischai)
  • … dass derselbe Erklärer noch einen zweiten Neid nennt? Korach soll auch auf Aharons hohes Amt neidisch gewesen sein, auf den Kohen Gadol, den Hohenpriester. (38b, Jischai)
  • … dass nicht nur die Lewiim bevorzugt worden sein sollen, sondern auch die Söhne Kehats — ganz nahe Verwandte von Mosche? Auch das gehörte zu den Vorwürfen. (38b, Eli)
  • … dass die Söhne Korachs nicht mit ihm untergingen? Die Tora sagt es ausdrücklich, und später tragen mehrere Lieder im Buch der Tehillim ihre Überschrift: „von den Söhnen Korachs". (eigene Zutat, nicht bei Evers) ·

Woord van de week:Wort der Woche: Kawod — Kawod heißt Ehre. Um Kawod ging dieser Streit von der ersten Zeile an — und keiner der Streitenden hat es so gesagt.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Am Ende des Streits mit Korach erzählt die Tora noch etwas über Mosche", sagte Eli. „Dass er eine sehr starke Persönlichkeit gewesen sein muss. Sonst hätte er den ständigen Kontakt mit Haschem gar nicht ausgehalten. Ein gewöhnlicher Mensch überlebt diesen Kontakt nicht. Mosche konnte von Mund zu Mund und von Angesicht zu Angesicht mit Haschem sprechen, ohne in Haschems unendlicher Liebe ganz aufzugehen und darin zu verschwinden."

„Und er hat sein Volk geführt, ohne den geringsten Vorteil für sich selbst", sagte Awigail. „Als Mosche warnt, dass die Erde Korach verschlingen wird, sagt er: Daran werdet ihr erkennen, dass diese Menschen Haschem verachtet haben. Er wollte nicht persönlich recht behalten und nicht beweisen, dass G'tt ihn geschickt hat. Es ging ihm allein um G'ttes Kawod. Was für ein jüdischer Anführer!"

„Korach, Datan und Awiram und noch 250 Mann lehnten sich gegen Mosche und Aharon auf", sagte Perle. „Haschem war sehr zornig und wollte die ganze Gemeinschaft vernichten — aber Er nahm die Tefilla von Mosche und Aharon an. Nicht die ganze Gemeinschaft kam um: Die Anstifter des Aufstands verschwanden mit ihren Familien lebend in einem großen, klaffenden Spalt, und die 250 Männer kamen in einem Feuer um. Am nächsten Tag aber nahm die ganze Kehilla Mosche und Aharon diese Katastrophe sehr übel. Da entbrannte Haschems Zorn erneut, und es brach eine Plage aus, an der viele Menschen starben. Aharon schaffte Sühne für sie, und danach hörte die Plage auf. Zum Glück. Die Machloket, dieser Streit, hatte sehr, sehr lange gedauert. Aber jetzt war er zu Ende."

Vraag aan jouFrage an dich

Der Faden der Zizit ist aus demselben Stoff wie das ganze Kleid — und trotzdem hängt gerade er draußen. Warum, meinst du, braucht ausgerechnet ein Kleid, das schon vollständig blau ist, diesen einen Faden noch?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend von einem Streit in einer Gemeinschaft, den erst jemand von außen entwirren konnte — und was dieser Mensch gesehen hat, das die Beteiligten nicht sahen.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
39 · Choekat Chukat

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De rode koe

Koning Sjelomo kon elke mitsva op drieduizend manieren uitleggen. Maar over de rode koe riep hij uit: „Hier kan ik niet bij! Dit gaat mijn begrip te boven."

Waar ging dat over? Over een koe.

De koe moest volmaakt rood zijn. En zij mocht nooit een juk gedragen hebben.

Die koe werd verbrand. Haar as ging in het water. Met dat water werden onreine mensen besprenkeld om hen te reinigen.

En toen keerde alles zich om: de rode koe maakte allen die eraan werkten, onrein. Hetzelfde water maakte de een rein — en de ander onrein.

Hasjeem zegt er maar één ding bij: „Het is een besluit van Mij."

Daarom schrijft de Tora daarbij choeka. Een chok is een regel die wij doen zonder de reden te weten.

Dama ben Netina woonde in Asjkelon. Op een dag kwamen de Chagamiem, de Geleerden, bij hem. Zij wilden een edelsteen kopen, een jaspis, voor het borstschild van de koheen gadol in de Tempel. Duizend goudstukken wilden zij betalen.

De sleutel van de kast lag onder het hoofdkussen van zijn vader. En zijn vader sliep.

Dama maakte hem niet wakker, uit eerbied. De Geleerden gingen zonder de steen weer weg.

Een jaar later werd bij Dama een kalf geboren dat helemaal rood was, zonder één enkel zwart haartje — zoals men er een nodig had voor de as. De Geleerden betaalden hem precies hetzelfde bedrag dat zij hem een jaar eerder voor zijn jaspis wilden geven: duizend goudstukken!

↩ De twee vogeltjes van toen — ook daarmee werd iemand weer rein. Hier is het de as van een koe.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er in de hele geschiedenis maar negen rode koeien gemaakt zijn? De eerste maakte Mosjé Rabbenoe. De tiende rode koe zal gemaakt worden in de tijd van de Masjie'ach.
  • … de ceder de hoogste van alle bomen is en de hysop het kleinste plantje — en dat ze allebei samen met rode wol in het vuur kwamen?
  • … de as van de rode koe bewaard moest worden? Er moest altijd as van minimaal één rode koe zijn — lemisjmeret — ook wanneer niemand hem nodig had.

Woord van de week:Wort der Woche: Chukat

Wat het betekentWas es bedeutet

Arielle: „Waarom rood? Waarom niet bruin of zwart? En waarom mag zij nooit een juk gedragen hebben?"

Eli: „Ik weet het niet."

Arielle: „Weet jij het niet?"

Eli: „Koning Sjelomo wist het ook niet. En dat was de knapste mens van de wereld."

Arielle: „En je doet het toch?"

Eli: „Ja. Dat is een chok. Hasjeem zegt: het is een besluit van Mij. — Vragen mag je zoveel je wilt. Alleen het antwoord krijg je niet."

Arielle: „En vind jij dat niet vervelend?"

Eli: „Soms wel. Dan denk ik aan Sjelomo. Als hij er al niet uitkwam, hoef ik me niet te schamen."

Arielle: „En als ik toch verder vraag?"

Eli: „Dan vraag je verder. Een vraag zonder antwoord is geen domme vraag."

Vraag aan jouFrage an dich

Stel je voor dat jij koning Sjelomo bent. Je weet bijna alles — en deze ene keer niet. Hoe is dat voor jou?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vanavond over iets dat u zelf doet zonder de reden te weten — en laat het staan dat u die reden niet kent.

Duits

Die rote Kuh

König Schlomo war der klügste Mensch der Welt. Zu jeder Mizwa fiel ihm eine Erklärung ein, und noch eine, und noch eine — dreitausend zu einer einzigen. Aber einmal legte er das Buch hin und rief: „Da komme ich nicht heran! Das ist zu hoch für meinen Verstand."

Wovon redete er? Von einer Kuh.

Die Kuh musste vollkommen rot sein. Und sie durfte nie ein Joch getragen haben: Niemand hatte sie je vor einen Pflug gespannt.

Diese Kuh wurde verbrannt. Ihre Asche kam ins Wasser. Und mit diesem Wasser besprengte man Menschen, die unrein geworden waren. Dann waren sie wieder rein.

Und dann kehrte sich alles um: Wer an der roten Kuh arbeitete, wurde selbst unrein. Dasselbe Wasser machte den einen rein — und den anderen unrein.

Haschem sagt dazu nur einen Satz: „Das ist Mein Beschluss."

Dafür gibt es ein Wort: Chok. Ein Chok ist eine Regel, die wir tun, ohne den Grund zu kennen.

In Aschkelon lebte ein Mann: Dama ben Netina. Eines Tages kamen die Gelehrten zu ihm. Sie wollten einen Edelstein kaufen, einen Jaspis für das Brustschild des obersten Priesters. Tausend Goldstücke wollten sie zahlen.

Der Schlüssel zu dem Kasten lag unter dem Kopfkissen seines Vaters. Und sein Vater schlief.

Dama weckte ihn nicht. Die Gelehrten gingen ohne den Stein wieder fort.

Ein Jahr später wurde bei Dama ein Kalb geboren. Es war ganz rot, ohne ein einziges schwarzes Haar — so eines, wie man es für die Asche brauchte. Und die Gelehrten zahlten ihm genau so viel wie damals für den Stein: tausend Goldstücke.

↩ Die zwei Vögel von damals — auch mit ihnen wurde jemand wieder rein. Hier ist es die Asche einer Kuh.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass es in der ganzen Geschichte nur neun rote Kühe gab? Die erste machte Mosche. Die zehnte kommt erst in der Zeit des Maschiach — des Erlösers, auf den wir warten. (Herkunft: „Negen rode koeien", Maimonides)
  • … dass die Zeder der höchste von allen Bäumen ist und der Ysop das kleinste Pflänzchen — und dass beide zusammen mit roter Wolle ins Feuer kamen? (Herkunft: „Reiniging door de as")
  • … dass die Asche aufgehoben werden musste? Es sollte immer Asche von wenigstens einer roten Kuh da sein — auch dann, wenn gerade niemand sie brauchte. (Herkunft: „Lemisjemeret – voor eeuwig bewaard")

Woord van de week:Wort der Woche: Chukat — Chukat heißt: die Regel. Und ein Chok ist eine Regel, deren Grund wir nicht kennen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Arielle: „Warum rot? Warum nicht braun oder schwarz? Und warum darf sie nie ein Joch getragen haben?"

Eli: „Ich weiß es nicht."

Arielle: „Du weißt es nicht?"

Eli: „König Schlomo wusste es auch nicht. Und der war der klügste Mensch der Welt."

Arielle: „Und man macht es trotzdem?"

Eli: „Ja. Das ist ein Chok. Haschem sagt: Das ist Mein Beschluss. — Fragen darfst du, so viel du willst. Nur die Antwort bekommst du nicht."

Arielle: „Und stört dich das nicht?"

Eli: „Doch, manchmal. Dann denke ich an Schlomo. Wenn der schon nicht weiterkam, muss ich mich nicht schämen."

Arielle: „Und wenn ich trotzdem weiterfrage?"

Eli: „Dann frag weiter. Eine Frage ohne Antwort ist keine dumme Frage."

Vraag aan jouFrage an dich

Stell dir vor, du bist König Schlomo. Du weißt fast alles — und dieses eine Mal nicht. Wie ist das für dich?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute Abend von einer Sache, die Sie selbst tun, ohne den Grund zu kennen — und lassen Sie es dabei stehen, dass Sie ihn nicht kennen.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Te licht brood

„Want er is geen brood en geen water en wij hebben een afkeer van de nietige, lichte eten."

Zo klaagden de Bnee Jisra'eel in de woestijn. Zij bedoelden het Manna.

Hadden ze eigenlijk wel wat te klagen?

Het Manna was wit als korianderzaad. Het smaakte als koek, gebakken met honing. Zonder speciale wensen smaakte het voor kinderen als melk, voor volwassenen als brood, voor de ouderen als honing en voor de zieken als gerst in olie en honing. Manna had een heerlijke geur. Voor de vrouwen diende het ook als parfum en opmaak.

Iedereen mocht daarvan een omer (ongeveer twee kilo) inzamelen en het moest binnen vierentwintig uur worden gegeten. Zodra de zon erop scheen, begon het te smelten.

Vrijdag werd een dubbele portie ingezameld omdat er op de Sjabbat geen Manna viel. Gedurende de hele woestijnreis aten de Joden het Manna.

En het had een groot voordeel: het viel elke dag opnieuw, zodat de Joden het niet hoefden te vervoeren en het vers konden genieten. Omdat zij iedere dag weer bedacht werden vanuit de Hemel, richtten zij hun harten op Hasjeem voor hun dagelijks brood.

En er was nog een tweede voordeel: het Manna werd volledig door het lichaam opgenomen. Er bleef niets van over.

Dit voordeel zagen zij als een nadeel.

„Omdat het totaal opgenomen werd in hun lichaam noemden zij het Manna „nietig en licht'. Zij waren bang, dat het Manna op een bepaald moment zwaar zou worden en zou uitzetten in hun lichaam. Ze hadden nog nooit meegemaakt, dat iemand van eten niet naar de w.c. zou hoeven", aldus Rasji.

En toen zij zondigden door over de smaak van het Manna te klagen, werd het gelijk normaal voedsel.

↩ Weet je nog dat Batsjeva vertelde dat het Manna net astronautenvoedsel was — je hoefde er niet eens van naar de wc? Toen viel het voor het eerst. Nu zijn ze het zat.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de woestijngrond eerst werd schoongemaakt voordat het Manna viel? Een noordenwind veegde hem, daarna viel er regen en werd hij schoongewassen. Vervolgens viel er dauw, dat hard werd door de wind, zodat het kon dienen als de tafel voor het Manna.
  • … er daaroverheen nog een tweede laag dauw kwam, als een deksel, om het te beschermen tegen insecten en ongedierte?
  • … er in de Tempel een kruikje met Manna bewaard werd? De profeet Jeremia haalde het er eens uit en zei tegen de mensen: „Zie wat uw voorouders hebben gegeten als voedsel, toen zij in de woestijn de hele dag de Tora leerden."
  • … dat kruikje verborgen werd toen het erop leek dat de Tempel vernietigd zou worden — samen met de Aron hakodesj, de Heilige Arke, en de zalfolie? In de tijd van de Masjie'ach zal Elijahoe hanavi al deze dingen weer terugbrengen.

Woord van de week:Wort der Woche: Omer

Wat het betekentWas es bedeutet

Het beste eten van de wereld — en toch waren zij niet tevreden. Hoe kan dat?

Channa: „Ik denk dat het de verveling was. Het Manna had iedere dag dezelfde witte kleur. Je kon er wel alles in proeven wat je wilde — maar zien deed je niets. Een biefstuk die je niet ziet, smaakt toch minder. Het oog wil ook wat."

Batsjeva: „Ik denk iets anders. Juist omdat zij steeds afhankelijk waren van die dagelijkse Manna-dropping, voelden zij zich onzeker. Iedere morgen weer, ook al viel er nooit een dag uit."

Channa: „En dan zag je buurman ook nog hoe het met je stond. Voor de tsaddiekiem viel het Manna in hapklare brokken in hun tenten. Minder goede mensen moesten het Manna op verre afstand gaan zoeken; zij moesten het ook nog eens malen en koken. Aan de afstand was voor iedereen het religieuze niveau van zijn buurman zichtbaar."

Batsjeva: „Of misschien was het gewoon dit: zij kregen het voor niets. Mensen vinden het onprettig om iets te krijgen; ze willen ervoor werken. Op eigen kracht iets verdienen. Daarom noemden ze dit ‚licht brood'."

Vraag aan jouFrage an dich

Wat krijg jij elke dag zonder ervoor te werken — en merk je het eigenlijk nog?

Sjabbat Sjalom!

👪 Wijs bij de volgende boodschappen één ding in de kar aan en loop met uw kind de keten terug, tot u bij de regen uitkomt.

Duits

Zu leichtes Brot

„Es gibt hier kein Brot und kein Wasser! Und dieses nichtige, leichte Essen — wir können es nicht mehr sehen."

So klagten die Bnej Jisrael in der Wüste. Gemeint war das Manna.

Hatten sie eigentlich Grund zu klagen?

Das Manna war weiß wie Korianderkörner, und es schmeckte wie Kuchen, gebacken mit Honig. Wer sich nichts Besonderes wünschte, bekam trotzdem das Richtige: den Kindern schmeckte es wie Milch, den Erwachsenen wie Brot, den Alten wie Honig und den Kranken wie Gerste in Öl und Honig. Es roch herrlich. Den Frauen diente es auch als Parfüm und zum Schminken.

Jeder durfte einen Omer einsammeln — ungefähr zwei Kilo. Innerhalb von vierundzwanzig Stunden musste es gegessen sein. Sobald die Sonne darauf schien, fing es an zu schmelzen.

Am Freitag sammelte man die doppelte Menge, denn am Schabbat fiel kein Manna. Die ganze Wüstenreise hindurch aßen die Juden das Manna.

Und es hatte einen großen Vorteil: Es fiel jeden Tag neu. Niemand musste Vorräte schleppen, jeder bekam es frisch. Weil sie jeden Morgen von oben bedacht wurden, richteten sie ihr Herz auf Haschem — für ihr tägliches Brot.

Und es hatte noch einen zweiten: Das Manna ging vollständig im Körper auf. Es blieb nichts davon übrig.

Und ausgerechnet das nannten sie einen Nachteil. „Nichtig und leicht" nannten sie ihr Essen. Sie hatten Angst, es könnte eines Tages doch schwer werden und in ihrem Bauch aufquellen. Sie hatten ja noch nie erlebt, dass jemand vom Essen nicht auf die Toilette muss — so erklärt es Raschi.

Und als sie sich versündigten und über den Geschmack klagten, geschah etwas: Von da an war das Manna ganz gewöhnliches Essen.

↩ Weißt du noch, wie Batschewa erzählte, das Manna sei wie Astronautennahrung gewesen — man musste davon nicht einmal auf die Toilette? Damals fiel es zum ersten Mal. Jetzt haben sie es satt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Wüstenboden erst geputzt wurde, bevor das Manna fiel? Ein Nordwind fegte ihn, dann kam Regen und wusch ihn sauber, dann fiel Tau, den der Wind hart werden ließ. Auf diesen Tau — wie auf einen gedeckten Tisch — fiel das Manna.
  • … dass darüber noch eine zweite Schicht Tau kam, wie ein Deckel, damit kein Insekt und kein Ungeziefer herankonnte?
  • … dass im Tempel ein Krug mit Manna aufbewahrt wurde? Der Prophet Jirmijahu holte ihn einmal heraus und zeigte ihn den Menschen: „Seht, wovon eure Vorfahren gelebt haben, als sie den ganzen Tag Tora lernten."
  • … dass dieser Krug versteckt wurde, als es aussah, der Tempel werde zerstört — zusammen mit der Aron haKodesch, der Heiligen Lade, und dem Salböl? In der Zeit des Maschiach wird Elijahu hanawi alles zurückbringen.

Woord van de week:Wort der Woche: Omer — Ein Omer ist ein Maß — ungefähr zwei Kilo. So viel bekam jeder, jeden Tag, nicht mehr und nicht weniger.

Wat het betekentWas es bedeutet

Das beste Essen der Welt — und sie waren nicht zufrieden. Wie kann das sein?

Channa: „Ich glaube, es war die Langeweile. Jeden Tag dieselbe weiße Farbe. Schmecken konnte man alles, was man wollte — aber sehen konnte man nichts. Ein Steak, das man nicht sieht, schmeckt eben weniger. Das Auge will auch etwas."

Batschewa: „Ich glaube etwas anderes. Sie hingen jeden einzelnen Morgen davon ab, dass wieder etwas herunterkam. Jeden Morgen von Neuem. Davon wird man unsicher, auch wenn nie etwas ausfällt."

Channa: „Und dann sah auch noch jeder Nachbar, wie es um dich stand. Bei den Zaddikim fiel das Manna in fertigen Stücken in die Zelte. Wer weniger gut war, musste weit hinauslaufen, es suchen, es mahlen und kochen. An der Entfernung konnten alle ablesen, wie du mit Haschem stehst."

Batschewa: „Vielleicht war es aber ganz einfach dies: Sie bekamen es umsonst. Menschen mögen es nicht, etwas geschenkt zu bekommen. Sie wollen dafür arbeiten, sich etwas verdienen. Deshalb nannten sie es ‚leichtes Brot'."

Vraag aan jouFrage an dich

Was bekommst du jeden Tag, ohne dafür zu arbeiten — und merkst du es überhaupt noch?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie beim nächsten Einkauf auf eine einzige Sache im Wagen und gehen Sie mit Ihrem Kind die Kette rückwärts durch, bis Sie beim Regen ankommen.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De achterkant van de liefde

In de Tora staan de voorschriften van de rode koe. En meteen daarna, zonder overgang, één zin: Mirjam stierf.

Waarom juist daar? Wanneer tsadikiem overlijden geeft dat kapara, verzoening. Daarom volgt het overlijden van Mirjam op de voorschriften van de rode koe, die ook kappara schenkt.

De Joden hadden geen water meer omdat met Mirjams dood ook haar bron opdroogde.

Toen werd zichtbaar wat niemand geteld had. Het manna viel door de goede daden van Mosje. De Annane kawod, de beschermende wolken, waren er door Aharon. En het water was er door Mirjam. Drie mensen, drie gaven — en je merkte het pas toen er één ontbrak.

Aharon was 123 jaar oud. Op de eerste van de maand Av verzocht Hasjeem aan Mosje om Aharon te vertellen, dat zijn tijd voorbij was.

Ik mag dat niet', zei Mosje aan zijn broer Aharon, „mijn kinderen zullen mijn functie niet overnemen'.

Aharon ging een grot op de berg Hor binnen. Daar lag een gespreid bed en brandde een lamp. Mosje gaf zijn broer opdrachten: „ga op bed liggen, strek je handen uit, sluit je mond en sluit je ogen'.

Aharon deed wat hem gezegd werd en stierf gemakkelijk. Dat noemen we een Hasjeem trok zijn nesjama naar Zich toe zoals men een haar uit de melk trekt'.

Aharon overleed gemakkelijk omdat hij geen binding had met deze wereld, het aardse. Wanneer een mens sterk gehecht is aan zijn aardse dingen is de dood veel moeilijker, te vergelijken met het lostrekken van brandnetels en distels uit schapenwol.

Bij Mirjam was dat ook zo geweest.

Aharon werd door het hele Joodse volk betreurd, door mannen en door vrouwen, omdat hij altijd vrede maakte tussen mensen, die met elkaar vochten. Vele huwelijken had hij op die manier gered.

Aharon bekritiseerde nooit iemand. Hij benaderde iedereen, zelfs slechte mensen, met een glimlach. Hij gooide nooit met stenen. Hij zei altijd tegen iedereen goedemorgen.

↩ Ja'akov vroeg of ze hem naar huis wilden brengen — naar de grot waar zijn ouders lagen. Aharon gaat een berg op. En daar blijft hij.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Hasjeem tegen Mosje zei dat hij tégen de rots moest spreken om water te krijgen? Praten tegen de rots was ook een les voor alle generaties: als iemand zo hard is als een rots moet hij of zij toch eerst met zachte woorden benaderd worden. Werkt dat niet, dan kan een hardere benadering volgen.
  • … de staf bestond uit twaalf verbonden onderdelen en de eenheid van de 12 stammen symboliseerde, het Joodse volk?
  • … Hasjeem een tefilla betsiboer, een gemeenschappelijk gebed, nooit verwerpt? Ook niet wanneer er veel mensen in die gemeenschap zijn die niet goed zijn.
  • … het woord moriem „weerspannigen" betekent — mensen die altijd tegen anderen in gaan? Rasji leest hetzelfde woord bovendien als een Grieks woord: zij die hun leraren willen leren. Een eigenwijs mens meent dan, dat hij van niemand meer hoeft te leren.
  • … Mosje meer tussen de mannen leefde — en dat hij later vooral door de mannen betreurd werd?

Woord van de week:Wort der Woche: Chessed

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik heb twee zinnen gelezen die ik niet bij elkaar krijg. Sommige Chagamiem stellen dat de dood van grote tsadikiem het slechte afwendt. De rampen treffen ons niet."

Arielle: „En anderen zeggen precies andersom: tsadikiem sterven als gevolg van de misdaden van de mensheid. Hun dood brengt verlichting."

Eli: „Dat is toch het tegenovergestelde. De ene keer beschermt hun dood ons, de andere keer is hij onze schuld."

Arielle: „Misschien is geen van beide de diepere bedoeling. Misschien gaat het erom dat wij geïnspireerd raken door hun goede daden, hun chessed, menslievendheid, en hun Tora-inspiratie."

Eli: „Dat kun je zelfs nagaan. Direct na Aharons dood verdwenen de wolken van Hasjeems bescherming en werden zij aangevallen door de Kena'anieten. Die zagen hun kans schoon doordat na Aharons overlijden weer veel mensen ruzie met elkaar kregen, die nu niet meer zo eenvoudig opgelost werden door de „sjolemmaker' Aharon."

Arielle: „Als wij met onze eigen mensen ruzie maken, maakt dat ons kwetsbaar voor vijandigheid van buiten. Ook tegenwoordig is dat nog erg actueel."

Eli: „En weet je wat het bijzonderste aan hem is? De reactie van vele slechte mensen was: ‚Hoe kan ik doorgaan met mij te misdragen als dat Aharon verdrietig maakt?' Op deze manier bracht hij veel mensen tot tesjoeva en inkeer, niet door kwaad worden of zijn ongenoegen te laten blijken maar met vrede en liefde."

Vraag aan jouFrage an dich

Aharon zei nooit wat er fout was — en toch veranderden mensen. Was dat zwak of sterk? Kies — en zeg wat daaruit volgt voor de eerstvolgende ruzie die je ziet.

Sjabbat Sjalom!

👪 Als er eens een rustig moment is, vertel dan over iemand die u mist — met één zin over wat die mens kon wat niemand anders zo kon.

Duits

Die Rückseite der Liebe

In der Tora stehen die Vorschriften über die rote Kuh. Und gleich danach, ohne Übergang, ein einziger Satz: Mirjam starb.

Warum ausgerechnet dort? Weil beides dasselbe bewirkt, sagen die Chachamim. Die rote Kuh schenkt Kappara, Versöhnung. Und wenn Zaddikim sterben — Menschen, die gerecht gelebt haben —, schenkt das auch Kappara.

Mit Mirjam versiegte ihre Quelle. Plötzlich hatte das Volk kein Wasser mehr.

Da wurde sichtbar, was vorher niemand gezählt hatte. Das Manna fiel wegen der guten Taten von Mosche. Die Anane Kawod, die schützenden Wolken, waren da wegen Aharon. Und das Wasser kam wegen Mirjam. Drei Menschen, drei Gaben — und man merkte es erst, als eine fehlte.

Aharon war hundertdreiundzwanzig Jahre alt. Am ersten Tag des Monats Aw bat Haschem Mosche, seinem Bruder zu sagen, dass seine Zeit vorbei war.

Mosche nahm Aharon und dessen Sohn Elasar mit hinauf auf den Berg Hor. Dort zog er Aharon die acht Kleider des Kohen Gadol aus und zog sie Elasar an. Und er überzeugte seinen Bruder, dass er sich darüber freuen dürfe: „Ich darf das nicht", sagte Mosche. „Meine Kinder werden mein Amt nicht übernehmen."

In einer Höhle auf dem Berg Hor stand ein gemachtes Bett, und eine Lampe brannte. Mosche sagte: „Leg dich auf das Bett. Streck die Hände aus. Schließ den Mund. Schließ die Augen."

Aharon tat, was ihm gesagt wurde, und starb leicht. Man nennt das einen Kusstod — einen ganz sanften Tod. Haschem zog seine Neschama, seine Seele, zu sich, wie man ein Haar aus der Milch zieht.

So leicht ging es, weil Aharon nicht am Irdischen hing. Wer sehr daran hängt, für den ist es schwerer — so, wie wenn man Brennnesseln und Disteln aus Schafwolle ziehen muss.

Bei Mirjam war es genauso gewesen.

Das ganze jüdische Volk weinte um Aharon, Männer und Frauen. Denn er hatte immer Frieden gestiftet zwischen Menschen, die miteinander stritten. Viele Ehen hatte er auf diese Weise gerettet.

Er kritisierte nie jemanden. Er ging auf jeden zu, auch auf schlechte Menschen, und lächelte. Er warf nie mit Steinen. Er sagte jedem als Erster guten Morgen.

↩ Jaakow bat darum, heimgebracht zu werden — in die Höhle, in der seine Eltern lagen. Aharon geht einen Berg hinauf. Und dort bleibt er.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem zu Mosche sagte, er solle zu dem Felsen sprechen, damit Wasser kommt? Die Chachamim lasen daraus eine Regel für alle Zeiten: Wer hart ist wie ein Fels, den spricht man zuerst mit sanften Worten an. Erst wenn das nichts hilft, darf ein härterer Weg folgen.
  • … dass Mosches Stab aus zwölf miteinander verbundenen Teilen bestand — einer für jeden Stamm? Er war das Zeichen dafür, dass das Volk zusammengehört.
  • … dass Haschem ein Gebet, das die ganze Gemeinde miteinander spricht — eine Tefilla beZibbur —, niemals zurückweist? Auch dann nicht, wenn längst nicht alle in dieser Gemeinde gut sind.
  • … dass das Wort morim „die Widerspenstigen" heißt — Menschen, die immer gegen andere sind? Raschi liest dasselbe Wort außerdem als griechisches Wort: „die ihre Lehrer belehren wollen". Gemeint sind dann Menschen, die glauben, sie müssten von niemandem mehr etwas lernen.
  • … dass Mosche mehr unter den Männern lebte — und dass ihn später vor allem die Männer betrauerten?

Woord van de week:Wort der Woche: Chessed — Chessed heißt Menschenfreundlichkeit — das Gute, das jemand tut, ohne dass es einer verlangt hat. Aharons Guten-Morgen war Chessed.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich habe zwei Sätze gelesen, die ich nicht zusammenbringe. Manche Chachamim sagen: Wenn große Zaddikim sterben, wendet das Böse sich ab. Die Katastrophen treffen uns dann nicht."

Arielle: „Und andere sagen genau umgekehrt: Zaddikim sterben wegen dessen, was die Menschen falsch machen. Ihr Tod bringt Erleichterung."

Eli: „Das ist doch das Gegenteil. Einmal schützt ihr Tod uns, einmal ist er unsere Schuld."

Arielle: „Vielleicht ist keins von beiden das Eigentliche. Vielleicht geht es darum, dass ihre guten Taten uns anstecken — ihr Chessed und das, was sie in der Tora gefunden haben."

Eli: „Das kann man sogar nachprüfen. Als Aharon starb, verschwanden die schützenden Wolken, und die Kena'anim griffen an. Sie sahen ihre Gelegenheit — weil ohne Aharon wieder viele miteinander stritten und niemand mehr dazwischenging."

Arielle: „Wenn wir uns mit unseren eigenen Leuten streiten, werden wir angreifbar von außen. Das ist bis heute so."

Eli: „Und weißt du, was das Merkwürdigste an ihm ist? Viele, die sich schlecht benahmen, dachten irgendwann: Wie kann ich so weitermachen, wenn das Aharon traurig macht? So brachte er sie zur Tschuwa, zur Umkehr — nicht, indem er zornig wurde oder seinen Unmut zeigte, sondern mit Frieden und Liebe."

Vraag aan jouFrage an dich

Aharon sagte nie, was falsch war — und die Menschen änderten sich trotzdem. War das schwach oder stark? Entscheide dich — und sag, was daraus für den nächsten Streit folgt, den du siehst.

Schabbat Schalom!

👪 Wenn sich einmal ein ruhiger Moment ergibt, erzählen Sie von einem Menschen, den Sie vermissen — mit einem einzigen Satz darüber, was dieser Mensch konnte, das sonst niemand so konnte.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
40 · Balak Balak

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De man die wilde vloeken

Beneden in de vlakte stonden tenten. Zo veel tenten dat koning Balak boven op zijn berg ophield met tellen. En Balak werd bang.

Balak was de koning van Moav. Dat grote volk daarbeneden was het Joodse volk, en het kwam eraan.

Vechten durfde hij niet. Daarom bedacht hij iets anders. Woorden.

Balak huurde Bile'am in om het Joodse volk te vloeken. Bile'am was een profeet — maar niet een van ons, hij hoorde bij de andere volken. Bile'am luisterde naar Hasjeem: zonder Hasjeem te vragen deed hij niets.

De vorsten van Moav gingen naar hem toe, met het waarzeggerloon in hun hand.

Bile'am zei hun: „Blijf hier deze nacht wachten. Morgen zal ik u antwoord geven, naar hetgeen Hasjeem tot mij zal spreken."

's Nachts sprak Hasjeem tot Bile'am. En Bile'am mocht niet mee met de mensen van koning Balak. Hij stuurde Balaks gezanten weg.

Balak gaf het niet op. Hij stuurde een grotere en belangrijkere delegatie. Hij bood grote eer en rijkdom aan als Bile'am zou ingaan op zijn verzoek.

Bile'am weigerde weer. Maar deze keer gaf Hasjeem hem toestemming om met de Moabieten mee te gaan. Eén ding zei Hasjeem hem echter heel duidelijk: „Doe alleen wat Ik je vertel."

De volgende ochtend stond Bile'am heel vroeg op en zadelde zijn ezelin. Hij kon niet wachten.

Balak kwam hem tegemoet. Boven op de berg brachten zij offers, en Bile'am liet zeven altaren bouwen.

Toen ging Bile'am opzij, alleen. En daarna kwam hij terug en deed zijn mond open.

Er kwam geen vloek uit. Er kwam een beracha uit — een zegen. In plaats van te vervloeken vertelde Bile'am hoe goed dit volk was. Hij noemde het een volk dat alleenstaand is.

Balak werd kwaad. „Ik heb je gehaald om te vloeken!"

Toen herinnerde Bile'am hem eraan, dat hij alleen kon zeggen wat Hasjeem wilde.

Balak nam Bile'am mee naar een andere plaats. Misschien ging het daarvandaan beter. Opnieuw werden zeven altaren gebouwd, opnieuw werden offers gebracht. En opnieuw zegende Bile'am het volk, deze keer nog mooier.

Balak werd weer kwaad. Bile'am zei weer dat hij niet anders kon.

Toen ging Balak met hem naar een derde uitkijkpost. Opnieuw bouwde Bile'am zeven altaren, en op elk daarvan werd een os en een ram gebracht. Maar deze keer mediteerde Bile'am niet, zoals hij gewend was. Hij begon meteen te spreken om te vervloeken.

Vandaar keek Bile'am naar beneden. Hij zag hoe zij gelegerd waren — tent naast tent, familie naast familie. En hij zegende het volk voor de derde keer.

Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. Balak wilde Bile'am niet meer.

Drie keer had Balak een vloek besteld. Drie keer was er een zegen uitgekomen.

↩ Weet je nog, de nieuwe koning in Egypte? Ook hij zei: ze worden ons te veel. Ook hij werd bang — en ook bij hem liep het heel anders af dan hij gedacht had.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … twee koningen Moav beschermd hadden — Siechon en Og? Zij waren al verslagen, door het Joodse volk zelf. Daarom was Balak zo bang.
  • … waarom het zeven altaren waren? Bile'am wilde daarmee de zeven offers van onze voorvaders Awraham, Jitschak en Ja'akov neutraliseren.
  • … de naam Bile'am „iemand die een volk leegmaakt" betekent? Precies het omgekeerde kwam uit.
  • … Bile'am de grootste profeet van alle andere volken was? Juist daarom luisterde men naar hem toen hij het Joodse volk zegende.

Woord van de week:Wort der Woche: Balak — Balak heet deze parasja naar de koning die een vloek bestelde — en een zegen kreeg.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Waarom stond Bile'am eigenlijk zo vroeg op?", vroeg Jisjai.

„Omdat hij niet kon wachten", zei Awigajil. „Hij wilde vloeken. En wel snel."

„Hasjeem heeft iets tegen hem gezegd", zei Jisjai. „Hij noemde hem rasja — iemand die slechte dingen doet. En toen zei Hij: Awraham was je voor."

„Awraham?", vroeg Awigajil. „Wat heeft die ermee te maken?"

„Awraham is de voorvader van het Joodse volk", zei Jisjai. „Die leefde heel lang geleden, lang vóór Bile'am. En ook Awraham stond eens heel vroeg op en zadelde zijn ezel. Niet om iemand kwaad te doen. Hij had iets heel zwaars voor zich, iets wat Hasjeem van hem wilde. En daar wilde hij geen ochtend mee wachten."

Awigajil dacht na. „Dan was het goede al lang wakker voordat het kwade ook maar opgestaan was. Bile'am kon zich haasten zo veel hij wilde. Hij kwam toch te laat."

Vraag aan jouFrage an dich

Balak staat naast Bile'am op de berg en wacht op de vloek. En dan hoort hij een zegen. Stel je voor dat jij Balak was — wat zou er op dat moment door je hoofd gaan?

Sjabbat Sjalom!

👪 Ga vandaag met uw kind op drie verschillende plekken in huis staan en laat het vanaf elke plek één goed ding aan jullie huis vinden — net als Bile'am, die drie keer keek.

Duits

Der Mann, der fluchen wollte

Unten in der Ebene standen Zelte. So viele Zelte, dass König Balak oben auf seinem Berg aufhörte zu zählen. Und Balak bekam Angst.

Balak war der König von Moaw. Das große Volk da unten war das jüdische Volk, und es kam näher.

Kämpfen traute er sich nicht. Darum dachte er sich etwas anderes aus. Wörter.

Balak mietete Bilam. Bilam sollte das jüdische Volk verfluchen. Er war ein Prophet — aber keiner von uns, er gehörte zu den anderen Völkern. Bilam hörte auf Haschem: Ohne Haschem zu fragen, tat er nichts.

Die Fürsten von Moaw gingen zu ihm. In der Hand hatten sie den Lohn, den ein Wahrsager bekommt.

Bilam sagte zu ihnen: „Bleibt diese Nacht hier. Morgen gebe ich euch Antwort — das, was Haschem zu mir sprechen wird."

In der Nacht sprach Haschem zu Bilam. Und Bilam durfte nicht mit den Leuten des Königs Balak gehen. Er schickte Balaks Boten fort.

Balak gab nicht auf. Er schickte eine größere Gesandtschaft, mit vornehmeren Männern. Er bot große Ehre an und großen Reichtum, wenn Bilam nur täte, worum er ihn bat.

Bilam sagte wieder nein. Aber diesmal gab Haschem ihm die Erlaubnis, mit den Moawitern zu gehen. Eines aber sagte Haschem ihm ganz deutlich: „Tu nur das, was Ich dir sage."

Am nächsten Morgen stand Bilam sehr früh auf und sattelte seine Eselin. Er konnte es nicht erwarten.

Balak kam ihm entgegen. Oben auf dem Berg, auf dem ersten Aussichtsplatz, brachten sie Opfer, und Bilam ließ sieben Altäre bauen.

Dann ging Bilam zur Seite, allein. Und dann kam er zurück und machte den Mund auf.

Es kam kein Fluch heraus. Es kam eine Beracha heraus — ein Segen. Statt zu verfluchen, erzählte Bilam, wie gut dieses Volk war. Er nannte es ein Volk, das für sich allein steht.

Balak wurde wütend. „Zum Fluchen habe ich dich geholt!"

Da erinnerte Bilam ihn daran: Er konnte nur sagen, was Haschem wollte.

Balak nahm Bilam mit auf einen zweiten Aussichtsplatz. Vielleicht ging es ja von dort aus besser. Wieder wurden sieben Altäre gebaut, wieder wurden Opfer gebracht. Und wieder segnete Bilam das Volk, und diesmal noch schöner.

Balak wurde wieder wütend. Bilam sagte wieder, er könne nicht anders.

Da ging Balak mit ihm auf einen dritten Aussichtsplatz. Wieder baute Bilam sieben Altäre, und auf jeden einzelnen kam ein Rind und ein Widder. Aber diesmal ging Bilam nicht mehr zur Seite, wie er es sonst tat. Er fing sofort an zu reden, um zu verfluchen.

Von dort schaute Bilam hinunter. Er sah, wie sie gelagert waren — Zelt neben Zelt, Familie neben Familie. Und er segnete das Volk zum dritten Mal.

Das war der Tropfen, der das Fass zum Überlaufen brachte. Balak wollte Bilam nicht mehr.

Dreimal hatte Balak einen Fluch bestellt. Dreimal war ein Segen daraus geworden.

↩ Weißt du noch, der neue König in Ägypten? Auch er sagte: Sie werden uns zu viele. Auch er bekam Angst — und auch bei ihm ging es ganz anders aus, als er gedacht hatte.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass zwei Könige Moaw beschützt hatten — Sichon und Og? Sie waren schon besiegt, vom jüdischen Volk selbst. Darum hatte Balak solche Angst. (Fließtext, Absatz 1; wer sie besiegt hatte, ergänzt nach Bemidbar 21,21–35 — P4-Lücke aus dem QS-Lauf)
  • … warum es sieben Altäre waren? Bilam wollte damit die sieben Opfer aufwiegen, die unsere Vorväter Awraham, Jizchak und Jaakow gebracht hatten. (Fließtext, „Offers en 7 altaren"; )
  • … dass der Name Bilam „einer, der ein Volk leer macht" bedeutet? Genau das Gegenteil ist eingetreten. (Fließtext, „Drie voetfeesten"; )
  • … dass Bilam der größte Prophet aller anderen Völker war? Gerade darum hörte man auf ihn, als er das jüdische Volk segnete. (Fließtext, „Waarschuwing voor de andere volken")

Woord van de week:Wort der Woche: Balak — Balak heißt diese Parascha nach dem König, der einen Fluch bestellt hat — und einen Segen bekam.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Warum ist Bilam eigentlich so früh aufgestanden?", fragte Jischai.

„Weil er es nicht erwarten konnte", sagte Awigail. „Er wollte fluchen. Und zwar schnell."

„Haschem hat ihm etwas gesagt", sagte Jischai. „Er hat ihn Rascha genannt — einen, der Böses tut. Und dann hat Er gesagt: Awraham war schneller als du."

„Awraham?", fragte Awigail. „Was hat der damit zu tun?"

„Awraham ist der Vorvater vom jüdischen Volk", sagte Jischai. „Der hat vor langer, langer Zeit gelebt, lange vor Bilam. Und auch Awraham ist einmal ganz früh aufgestanden und hat seinen Esel gesattelt. Nicht um jemandem zu schaden. Er hatte etwas sehr Schweres vor sich, etwas, das Haschem von ihm wollte. Und er wollte damit keinen Morgen warten."

Awigail dachte nach. „Dann war das Gute schon lange wach, bevor das Böse überhaupt aufgestanden ist. Bilam konnte sich beeilen, so sehr er wollte. Er kam trotzdem zu spät."

Vraag aan jouFrage an dich

Balak steht neben Bilam auf dem Berg und wartet auf den Fluch. Und dann hört er einen Segen. Stell dir vor, du wärst Balak — was ginge dir in diesem Augenblick durch den Kopf?

Schabbat Schalom!

👪 Stellen Sie sich heute mit Ihrem Kind an drei verschiedene Stellen Ihrer Wohnung und lassen Sie es von jeder Stelle aus eine gute Sache an Ihrem Zuhause finden — so wie Bilam, der dreimal hinsah.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Het dier dat moest praten

De weg was breed. Toen werd hij smal. En toen bleef de ezelin gewoon staan.

Bile'am had haar 's ochtends gezadeld en was met de mannen uit Moav meegereden. Hasjeem was kwaad dat hij ging en stuurde een Engel, die zich voor hem op de weg stelde.

De ezelin zag de Engel. Bile'am zag hem niet.

Drie keer zag zij hem. De eerste keer ging zij van de weg af het veld in. De tweede keer drukte zij zich tegen de muur. En de derde keer ging zij gewoon liggen.

Drie keer sloeg Bile'am haar.

Toen deed de ezelin haar mond open en zei: „Wat heb ik je gedaan, dat je mij nu drie keer geslagen hebt?"

En Bile'am gaf haar antwoord. Een dier. Alsof er niets bijzonders aan de hand was.

Toen liet Hasjeem hem de Engel zien. Bile'am gaf zijn averot toe, de dingen die hij fout gedaan had. Hij bood aan om terug te gaan.

Maar de Engel liet hem doorgaan — met de waarschuwing niets te zeggen zonder Hasjeems toestemming.

Later zei Bile'am het koning Balak recht in zijn gezicht: ik kan niets zelfstandig ondernemen. Als Hasjeem niet wil vloeken, kan ik dat ook niet.

Bile'am moest door schade en schande leren dat spreken een gave van Hasjeem is.

Want in het spreken onderscheidt de mens zich van het dier. Een ezel kan lopen, dragen, uitwijken — praten kan hij niet. De mens kan het wel. Dat is het stuk dat alleen van hem is.

En Bile'am meende dat hij zijn spraakvermogen kon gebruiken voor iets verwerpelijks: om mensen ten gronde te richten.

Bile'am dacht dat hij met zijn mond een heel volk kon uitwissen. Op het eind was het een ezel die hem het praten uitlegde.

↩ Weet je nog, lasjon hara — de kwade tong: kwaadspreken over anderen, ook als het waar is? Bile'am kreeg er geld voor.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Tora de drie klappen met hetzelfde woord beschrijft als de drie voetfeesten — sjalosj regaliem? Het is een hint naar de drie feesten waarvoor elke Jood ieder jaar weer naar Jeruzalem optrok.
  • … waarom de ezelin eigenlijk sprak? Opdat niemand zou kunnen zeggen dat de Joden Bile'am gewoon meer betaald hadden dan Balak om hen te zegenen. Zo werd voor iedereen duidelijk: uit Bile'ams keel sprak Hasjeem.
  • … dat oorlogen meestal met wapens worden gevoerd — maar dat het wapen van het Joodse volk de mond is: davvenen en lernen? Juist met dat wapen wilde Bile'am het aanvallen.
  • … dat Rachav in Jericho later zei: „Toen wij dit hoorden, smolt ons hart"? Wat zij gehoord hadden, waren de zegeningen van Bile'am.

Woord van de week:Wort der Woche: Schalosch Regalim — Sjalosj regaliem betekent ‚drie keer' — en is de naam van de drie feesten waarvoor men optrok naar de Tempel: Pesach, Sjawoe'ot en Soekot.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jochanan: „Waarom heeft de ezelin eigenlijk gepraat? De Engel stond toch vlak voor hem. Die had toch zelf iets kunnen zeggen."

Eli: „Omdat Bile'am de Engel niet zág. En wat je niet ziet, sla je ook niet. Een dier dat in de weg staat wel."

Jochanan: „Hasjeem heeft de Engel toch gestuurd om hem tegen te houden."

Eli: „Je kunt het ook anders lezen. Het was een Engel van rachamiem — van medelijden en barmhartigheid. Die wilde hem niet tegenhouden. Die was dat zachte innerlijke stemmetje dat zegt: doe het goede en laat het slechte."

Jochanan: „En dat zachte stemmetje komt als een ezel?"

Immanuel: „Het kwam als het enige waar hij nog naar luisterde. Wie het zachte overhoort, hoort op een dag alleen nog het harde."

Jochanan: „En wat moet je dan met je mond doen?"

Eli: „Juist ons spreken moet gericht zijn op het hogere. Door te praten moeten we laten zien waar wij voor staan, waar we voor leven. Ons spraakvermogen is onze essentie, en het is alleen bedoeld om de glorie van het goede en het heilige in de wereld te verheffen."

Jochanan: „Vloeken kan tegenwoordig toch niemand meer."

Immanuel: „Nee. Maar lasjon hara kan iedereen. Een vloek is een zin over een mens die hem schade moet doen. En een roddel? Ook. Bile'am kon praten als niemand anders op de wereld. Op het eind heeft een ezel voor hem gepraat."

Vraag aan jouFrage an dich

Het wapen van het Joodse volk is de mond — davvenen en lernen. En Bile'am wilde het juist met de mond aanvallen. Wat betekent het dat beide kanten hetzelfde wapen hebben?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vandaag aan tafel over een zin die u ooit over iemand gehoord hebt en die later niet bleek te kloppen — en over wat die zin tot dan toe had aangericht.

Duits

Das Tier, das reden musste

Der Weg war breit. Dann wurde er schmal. Und dann blieb die Eselin einfach stehen.

Bilam hatte sie am Morgen gesattelt und war mit den Männern aus Moaw losgeritten. Haschem war zornig darüber, dass er ging, und schickte einen Engel, der sich ihm in den Weg stellte.

Die Eselin sah den Engel. Bilam sah ihn nicht.

Dreimal sah sie ihn. Beim ersten Mal ging sie vom Weg herunter aufs Feld. Beim zweiten Mal drückte sie sich an die Mauer. Und beim dritten Mal legte sie sich einfach hin.

Dreimal schlug Bilam sie.

Da öffnete die Eselin den Mund und sagte: „Was habe ich dir getan, dass du mich nun dreimal geschlagen hast?"

Und Bilam antwortete ihr. Einem Tier. Als wäre nichts dabei.

Dann ließ Haschem ihn den Engel sehen. Bilam gab seine Awerot zu, das Falsche, das er getan hatte. Er bot an umzukehren.

Aber der Engel ließ ihn weiterziehen — mit der Warnung, nichts zu sagen ohne Haschems Erlaubnis.

Später sagte Bilam es dem König Balak ins Gesicht: Ich kann nichts von mir aus tun. Wenn Haschem nicht fluchen will, dann kann ich es auch nicht.

Bilam musste es auf dem harten Weg lernen: Sprechen ist eine Gabe von Haschem.

Denn im Sprechen unterscheidet sich der Mensch vom Tier. Ein Esel kann laufen, tragen, ausweichen — reden kann er nicht. Der Mensch kann es. Das ist das Stück, das ihm allein gehört.

Und Bilam meinte, er dürfe dieses Stück für etwas Verwerfliches gebrauchen: um Menschen zugrunde zu richten.

Bilam dachte, er könne mit seinem Mund ein ganzes Volk auslöschen. Am Ende war es ein Esel, der ihm das Reden erklärte.

↩ Weißt du noch, Laschon hara — die böse Zunge: schlecht über andere reden, auch dann, wenn es stimmt? Bilam wurde dafür bezahlt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Tora die drei Schläge mit demselben Wort beschreibt wie die drei Wallfahrtsfeste — Schalosch Regalim? Es ist ein Hinweis auf die drei Feste, zu denen jeder Jude Jahr für Jahr nach Jeruschalajim hinaufzog. (Fließtext, „Drie voetfeesten")
  • … warum die Eselin überhaupt sprach? Damit niemand sagen konnte, die Juden hätten Bilam einfach mehr bezahlt als Balak, damit er sie segnet. So wurde für alle sichtbar: Aus Bilams Kehle sprach Haschem. (Fließtext, „Waarschuwing voor de andere volken")
  • … dass Kriege sonst mit Waffen geführt werden — die Waffe des jüdischen Volkes aber der Mund ist: davvenen, also beten, und lernen, also Tora lernen? Genau mit dieser Waffe wollte Bilam es angreifen.
  • … dass Rachaw in Jericho später sagte: „Als wir das hörten, zerschmolz unser Herz"? Was sie gehört hatten, waren Bilams Segnungen. (Fließtext, „Waarschuwing voor de andere volken"; Jehoschua 2,11)

Woord van de week:Wort der Woche: Schalosch Regalim — Schalosch Regalim heißt ‚drei Male' — und ist der Name der drei Feste, zu denen man zum Tempel hinaufzog: Pessach, Schawuot und Sukkot.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jochanan: „Warum hat eigentlich die Eselin geredet? Der Engel stand doch direkt vor ihm. Der hätte doch selbst etwas sagen können."

Eli: „Weil Bilam den Engel nicht sah. Und was man nicht sieht, das schlägt man auch nicht. Ein Tier, das im Weg steht, dagegen schon."

Jochanan: „Haschem hat den Engel doch geschickt, um ihn aufzuhalten."

Eli: „Man kann es auch anders lesen. Es war ein Engel der Rachamim — des Erbarmens. Der wollte ihn nicht aufhalten. Der war das leise Stimmchen in einem, das sagt: Tu das Gute und lass das Schlechte."

Jochanan: „Und das leise Stimmchen kommt als Esel?"

Immanuel: „Es kam als das Einzige, worauf er noch gehört hat. Wer das Leise überhört, hört irgendwann nur noch das Laute."

Jochanan: „Und was soll man dann mit dem Mund machen?"

Eli: „Gerade unser Sprechen soll auf das Höhere gerichtet sein. Beim Reden zeigen wir, wofür wir stehen und wofür wir leben. Unsere Sprache ist unser Eigentliches, und sie ist nur dazu da, das Gute und das Heilige in der Welt größer zu machen."

Jochanan: „Fluchen kann heute doch sowieso keiner mehr."

Immanuel: „Nein. Aber Laschon hara kann jeder. Ein Fluch ist ein Satz über einen Menschen, der ihm schaden soll. Und ein Klatsch? Auch. Bilam konnte reden wie kein anderer auf der Welt. Am Ende hat ein Esel für ihn geredet."

Vraag aan jouFrage an dich

Die Waffe des jüdischen Volkes ist der Mund — davvenen und lernen. Und Bilam wollte es genau mit dem Mund angreifen. Was bedeutet es, dass beide Seiten dieselbe Waffe haben?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute bei Tisch von einem Satz, den Sie einmal über einen Menschen gehört haben und der sich später als falsch herausstellte — und davon, was der Satz bis dahin angerichtet hatte.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De vraag die Hasjeem niet nodig had

„Wie zijn die mannen die daar bij u zijn?"

Hasjeem vraagt dat. Hasjeem, die alles weet, vraagt aan een man wie de gasten zijn die in zijn huis overnachten.

Hasjeem wist toch wat er gebeurde en wie er bij Bile'am waren. Waarom stelde Hasjeem hem die vraag dan?

Hasjeem wilde Bile'am in de war brengen. Door deze vraag meende Bile'am dat Hasjeem soms niet alles weet. „Hasjeem weet soms niet alles", meende Bile'am. „Misschien kan ik Hem om de tuin leiden. Ik zal nagaan op welk moment ik de Bnee Jisra'eel kan vloeken zonder dat Hij het merkt." Hasjeems vraag stimuleerde Bile'am juist om zijn plan door te zetten. Hij dacht dat hij Hasjeem te slim af kon zijn. Hij meende dat zijn vloeken wel eens aan Hasjeems aandacht zouden kunnen ontsnappen.

Waarom laat Hasjeem dat toe?

Omdat Bile'am nog niet gezondigd had. Hij beraamde slechts plannen om het Joodse volk te vernietigen. En Hasjeem heeft de mens een vrije wil gegeven. Hij wil dat we vrij kiezen tussen goed en kwaad. Pas dan is er sprake van een echte keus. Beide, goed en kwaad, moeten even sterk zijn.

Een typisch voorbeeld hiervan is het verstokken van Farao's hart. Hasjeem moest Farao's hart verstokken omdat Farao geconfronteerd werd met hevige plagen. Die plagen waren zo sterk dat ieder normaal mens direct had toegegeven. Maimonides legt uit dat het verstokken van Farao's hart bedoeld was om zijn keuzevrijheid te behouden.

Bile'am besefte zeker dat Hasjeem niet wilde dat het Joodse volk vervloekt zou worden. Bile'am had daarom weinig keuzevrijheid. Wie zeker weet wat de Ander wil, kiest niet meer — die gehoorzaamt of die verzet zich. Hasjeem wilde hem echter die keuzevrijheid teruggeven door hem de indruk te geven dat Hij fouten zou kunnen maken. Op die manier was Bile'ams vrije wil hersteld. De vrije wil is het kernpunt van het Jodendom en moet altijd behouden blijven.

En dan komt er een tweede ding, dat je pas samen met het eerste begrijpt.

Eerst mocht Bile'am van Hasjeem niet mee met de mensen van koning Balak. Daarna gaf Hasjeem hem toestemming om met de Moabieten mee te gaan. Hoe kan dit? Eerst weigert Hasjeem toestemming en nu mag Bile'am meegaan?

Onze chagamiem, de wijzen van de Tora, leggen uit dat „de mens geleid wordt op de weg die hij gaan wil". De mens heeft de vrije keus, en vanuit de Hemel zal hem weinig in de weg gelegd worden om zijn waarden en normen, zijn morele beslissingen te realiseren. Wanneer de mens maar echt iets wil, gebeurt het meestal ook.

Hasjeem wilde Bile'am weghouden van zijn eigen en Balaks vijandige bedoelingen. Maar toen Bile'am duidelijk maakte dat hij zou blijven zeuren, gaf Hasjeem hem toestemming om mee te gaan — ook al zou dit uiteindelijk Bile'ams einde betekenen.

Een nee waar je vaak genoeg naar vraagt, wordt op een dag een ja. Dat is geen toestemming. Dat is informatie over de vrager.

Want Hasjeem wilde niet dat Bile'am actief deelnam aan het complot tegen het Joodse volk. Hoewel Bile'am later toestemming kreeg om mee te gaan, had hem duidelijk moeten zijn wat Hasjeem precies wilde. Maar dit interesseerde Bile'am kennelijk niet.

Toestemming is geen instemming.

We zijn pas echt goed bezig wanneer we ons leven naar zowel de letter als de geest van de Tora inrichten.

Maar wie zal bepalen wat de Tora werkelijk van ons wil? De geest van de Tora kan alleen vastgesteld worden door mensen die voldoende in de achtergronden van de Tora zijn doorgedrongen en zo naar de geest van de Tora leven dat zij de diepgang van de Tora kunnen aanvoelen. Dit zijn over het algemeen de grote Rebbes en Talmidee Chagamiem, de Geleerden in iedere generatie.

Bile'am had de letter. Die had hij zich bij elkaar gezeurd. Over de geest heeft hij nooit gesproken — en gevraagd heeft hij er ook nooit naar.

↩ Weet je nog, de Rambam in Bechoekotai: als de beloning meteen kwam, zou er geen vrije wil overblijven? Hier staat dezelfde gedachte op zijn kop — niet de beloning wordt uitgesteld, maar de zekerheid wordt vertroebeld. Om dezelfde reden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Bile'am volgens de Kabbala vooral een boos oog had? Overal waar hij keek, bracht hij verderf.
  • … waar zijn eigenlijke kracht in lag? In zijn kennis. Hij kon het kleine moment, die ene milliseconde waarop G'd elke dag even kwaad is, precies bepalen. Dan sprak hij zijn vloek uit, en die trof doel.
  • … dat men het niet over hem eens is? Anderen zeggen dat hij vooral een droomuitlegger was. In de Talmoed wordt verteld dat hij eerst profeet was en daarna een zwarte magiër. En weer anderen zeggen dat hij zelfs grotere gaven bezat dan Mosjé.
  • … dat Bile'am vergeleken wordt met de kok van de Koning? Net zoals de minister weet ook de kok exact wat de Koning eet — de ingrediënten van de maaltijd kent de kok zelfs beter. Zo had Bile'am in sommige opzichten meer toegang tot de geheimen van het paleis dan anderen. Een werkelijke profeet was hij toch niet: zijn neiging tot kwaad en onreinheid belette hem dat.
  • … dat zijn profetische gave verdween zodra zijn taak volbracht was? Hij werd weer een tovenaar. Dit staat ook bij zijn dood in het boek Jehosjoe'a. Zijn profetie was slechts een tijdelijke zaak, opgelegd van Boven.
  • … dat Rabbi Avraham ibn Ezra (1092–1167) het heel anders uitlegt — anders dan alles wat op de bladzijden ervoor staat? Hij zegt: Bile'am kon zelf niet zegenen of vloeken. Hij was alleen erg goed in astrologie, sterrenkijken. Wanneer hij in de sterren zag dat iemand iets slechts zou overkomen, gaf hij hem een vloek. Toen de slechte voorspelling inderdaad uitkwam, dacht iedereen dat hij een tovenaar was.
  • … wat daaruit volgt als ibn Ezra gelijk heeft? Dan was hij in feite een oplichter, die ook de vorsten van het land Moav bedroog. En omdat wij, Bnee Jisra'eel, niet onderworpen zijn aan de voorspellingen van de horoscoop, sorteerde zijn vloek sowieso geen effect.

Woord van de week:Wort der Woche: Bechira chofschit — Bechira chofsjiet betekent ‚vrije keus'. Bedoeld wordt: goed en kwaad moeten even sterk voor je staan — anders kies je niet, maar gehoorzaam je.

Wat het betekentWas es bedeutet

Asarja: „Eén ding laat me niet los. Hasjeem heeft Bile'am laten dwalen, zodat zijn keus vrij zou blijven. Dat is hard."

Channa: „Dat is het. En de tekst neemt het ons niet af. Hij zegt alleen waarom het zo moest zijn: zonder twee even sterke kanten is er geen keus."

Asarja: „Daarmee is het niet minder hard."

Channa: „Nee. Het blijft hard."

Asarja: „En nog iets begrijp ik niet. Bile'am heeft op het eind gezien hoe het met het Joodse volk afloopt. Hij heeft het zelf uitgesproken, in zijn laatste zegen. Waarom is hij dan niet zelf Joods geworden?"

Channa: „Precies dat heeft de Kotsker Rebbe eens aan zijn leerlingen gevraagd, zijn chassidiem — een grote rabbijn in Polen, ruim tweehonderd jaar geleden. En terwijl zij nog naar een antwoord zochten, ging hij zelf verder."

Asarja: „En?"

Channa: „Het woord geer, zegt hij, komt van de stam garar — en dat betekent: meegaan. Wil iemand Joods worden, dan moet hij zich aanpassen aan klal Jisraëel, aan de gemeenschap. Bile'am was een ba'al gawe, een trots en hoogmoedig mens. Hij zou nooit met het Joodse volk kunnen meegaan en zich veranderen. Hij wilde altijd haantje de voorste zijn."

Asarja: „Dus hij wist hoe het afliep — en wilde toch niet."

Elisja: „En daar zegt de Chafeets Chaim iets hards over — een rabbijn in Oost-Europa, die honderd jaar geleden leefde. Bile'am zei: ik wil de dood van de eerlijke mensen sterven. De Chafeets Chaim schrijft: er zijn veel Bile'ams die met volle teugen van het leven genieten — en die tegen het einde toch als tsadikkiem willen sterven. Dat is onmogelijk. Wil men sterven als een oprecht mens, dan moet men ook leven als een oprecht mens."

Asarja: „Dan is het sterven helemaal niet de beslissing."

Elisja: „Nee. Het is dezelfde beslissing als die van Bile'am voor zijn deur, in die nacht met de gasten. Alleen neem je hem niet één keer. Je neemt hem elke ochtend opnieuw."

Vraag aan jouFrage an dich

Hasjeem gaf Bile'am toestemming om te gaan, en Hasjeem wilde niet dat hij ging. Van wie is de weg die Bile'am toen genomen heeft — van degene die hem toestond, of van degene die hem gelopen heeft? En wat volgt uit jouw antwoord voor de volgende keer dat iemand tegen jou zegt: het mag?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel over een keer dat u iets toestond waarvan u hoopte dat het toch niet zou gebeuren — en vraag uw kind waaraan het dat toen had kunnen merken.

Duits

Die Frage, die Haschem nicht nötig hatte

„Wer sind diese Männer bei dir?"

Haschem fragt das. Haschem, der alles weiß, fragt einen Mann, wer die Gäste sind, die in seinem Haus übernachten.

Haschem wusste natürlich, was geschah und wer bei Bilam war. Warum stellte Er ihm diese Frage dann?

Haschem wollte Bilam verwirren. Durch diese Frage meinte Bilam, Haschem wisse manchmal nicht alles. „Haschem weiß manchmal nicht alles", so schloss Bilam. „Vielleicht kann ich Ihn hinters Licht führen. Ich werde herausfinden, in welchem Augenblick ich die Bnej Jisrael verfluchen kann, ohne dass Er es merkt." Haschems Frage hat Bilam gerade angestachelt, seinen Plan durchzuziehen. Er dachte, er könne schlauer sein als Haschem. Er meinte, seine Flüche könnten Haschems Aufmerksamkeit vielleicht entgehen.

Warum lässt Haschem das zu?

Weil Bilam noch nicht gesündigt hatte. Er hatte nur Pläne geschmiedet, das jüdische Volk zu vernichten. Und Haschem hat dem Menschen einen freien Willen gegeben. Er will, dass wir zwischen Gut und Böse frei wählen. Erst dann ist es eine wirkliche Wahl. Beides, Gut und Böse, muss gleich stark sein.

Ein Musterbeispiel dafür ist die Verstockung von Pharaos Herz. Haschem musste Pharaos Herz verstocken, weil heftige Plagen über Pharao kamen. Diese Plagen waren so stark, dass jeder normale Mensch sofort nachgegeben hätte. Maimonides — der Rambam — erklärt: Die Verstockung von Pharaos Herz war dazu bestimmt, ihm seine Wahlfreiheit zu erhalten.

Bilam begriff genau, dass Haschem nicht wollte, dass das jüdische Volk verflucht wird. Damit hatte Bilam kaum noch Wahlfreiheit. Wer sicher weiß, was der Andere will, wählt nicht mehr — er gehorcht oder er trotzt. Haschem wollte ihm die Wahlfreiheit zurückgeben, indem Er ihm den Eindruck gab, Er könne Fehler machen. Auf diese Weise war Bilams freier Wille wiederhergestellt. Der freie Wille ist der Kernpunkt des Judentums und muss immer erhalten bleiben.

Und dann kommt eine zweite Sache, die man erst mit der ersten zusammen versteht.

Zuerst durfte Bilam von Haschem nicht mit den Leuten des Königs Balak gehen. Danach gab Haschem ihm die Erlaubnis, mit den Moawitern zu ziehen. Wie kann das sein? Erst verweigert Haschem die Erlaubnis, und nun darf Bilam mitgehen?

Unsere Chachamim, die Weisen der Tora, erklären: „Der Mensch wird auf dem Weg geführt, den er gehen will." Der Mensch hat die freie Wahl, und der Himmel legt ihm wenig in den Weg, wenn er seine Werte, seine Maßstäbe, seine moralischen Entscheidungen verwirklichen will. Wenn ein Mensch etwas wirklich will, dann geschieht es meistens auch.

Haschem wollte Bilam von seinen und von Balaks feindseligen Absichten fernhalten. Aber als Bilam deutlich machte, dass er weiter quengeln würde, gab Haschem ihm die Erlaubnis mitzugehen — obwohl das am Ende Bilams Ende bedeuten würde.

Ein Nein, das man oft genug fragt, wird irgendwann ein Ja. Das ist keine Erlaubnis. Das ist eine Auskunft über den Frager.

Denn Haschem wollte nicht, dass Bilam aktiv an dem Komplott gegen das jüdische Volk teilnahm. Obwohl Bilam später die Erlaubnis bekam mitzugehen, hätte ihm klar sein müssen, was Haschem genau wollte. Aber das interessierte Bilam offenbar nicht.

Erlaubnis ist nicht Zustimmung.

Erst dann machen wir es wirklich richtig, wenn wir unser Leben nach dem Buchstaben und nach dem Geist der Tora einrichten.

Aber wer bestimmt, was die Tora wirklich von uns will? Den Geist der Tora können nur Menschen feststellen, die tief genug in ihre Hintergründe eingedrungen sind und so sehr nach ihrem Geist leben, dass sie ihre Tiefe spüren können. Das sind im Allgemeinen die großen Rebbes und Talmidei Chachamim, die Gelehrten jeder Generation.

Bilam hatte den Buchstaben. Er hatte ihn sich erquengelt. Vom Geist hat er nie gesprochen — und gefragt hat er auch nie.

↩ Weißt du noch, der Rambam in Bechukotaj: Käme der Lohn sofort, bliebe kein freier Wille mehr übrig? Hier steht derselbe Gedanke auf dem Kopf — nicht der Lohn wird aufgeschoben, sondern die Gewissheit wird getrübt. Aus demselben Grund.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Bilam nach der Kabbala vor allem ein böses Auge hatte? Überall, wohin er sah, brachte er Verderben. (Fließtext, „Boos oog")
  • … worin seine eigentliche Kraft lag? In seinem Wissen. Er konnte den einen kleinen Augenblick, die eine Millisekunde, in der Haschem jeden Tag kurz zürnt, genau bestimmen. Dann sprach er seinen Fluch aus, und der traf. (Fließtext, „Boos oog")
  • … dass man sich über ihn nicht einig ist? Andere sagen, er sei vor allem ein Traumdeuter gewesen. Im Talmud steht, er sei zuerst Prophet gewesen und danach ein schwarzer Magier. Und wieder andere sagen, er habe sogar größere Gaben besessen als Mosche. (Fließtext, „Boos oog")
  • … dass Bilam mit dem Koch des Königs verglichen wird? Wie der Minister weiß auch der Koch genau, was der König isst — die Zutaten der Mahlzeit kennt der Koch sogar besser. So hatte Bilam in mancher Hinsicht mehr Zugang zu den Geheimnissen des Palastes als andere. Ein wirklicher Prophet war er trotzdem nicht: Sein Hang zum Bösen und zur Unreinheit hinderte ihn daran. (Fließtext, „Geen echte navie")
  • … dass seine prophetische Gabe verschwand, sobald seine Aufgabe erfüllt war? Er wurde wieder ein Zauberer. So steht es auch bei seinem Tod im Buch Jehoschua. Seine Prophetie war nur etwas Vorübergehendes, von Oben auferlegt. (Fließtext, „Waarschuwing voor de andere volken" / „Geen echte navie")
  • … dass Rabbi Awraham ibn Esra (1092–1167) es ganz anders erklärt — anders als alles, was auf den Seiten davor steht? Er sagt: Bilam konnte selbst weder segnen noch fluchen. Er war nur sehr gut in Astrologie, im Sternedeuten. Wenn er in den Sternen sah, dass jemandem etwas Schlechtes zustoßen würde, gab er ihm einen Fluch. Und wenn die schlechte Vorhersage dann eintraf, hielten ihn alle für einen Zauberer.
  • … was daraus folgt, wenn Ibn Esra recht hat? Dann war Bilam ein Betrüger, der auch die Fürsten von Moaw hinters Licht führte. Und weil wir, die Bnej Jisrael, den Vorhersagen des Horoskops nicht unterworfen sind, hatte sein Fluch ohnehin keine Wirkung.

Woord van de week:Wort der Woche: Bechira chofschit — Bechira chofschit heißt ‚freie Wahl'. Gemeint ist: Gut und Böse müssen gleich stark vor mir stehen — sonst wähle ich nicht, sondern ich gehorche.

Wat het betekentWas es bedeutet

Asarja: „Eine Sache lässt mich nicht los. Haschem hat Bilam in die Irre laufen lassen, damit seine Wahl frei bleibt. Das ist hart."

Channa: „Das ist es. Und der Text nimmt es uns nicht ab. Er sagt nur, warum es sein musste: Ohne zwei gleich starke Seiten gibt es keine Wahl."

Asarja: „Damit ist es nicht weniger hart."

Channa: „Nein. Es bleibt hart."

Asarja: „Und noch etwas verstehe ich nicht. Bilam hat am Ende gesehen, wie es für das jüdische Volk ausgeht. Er hat es selbst ausgesprochen, in seinem letzten Segen. Warum ist er dann nicht selbst Jude geworden?"

Channa: „Genau das hat der Kozker Rebbe einmal seine Schüler gefragt, seine Chassidim — ein großer Rabbiner in Polen, vor gut zweihundert Jahren. Und während sie noch nach einer Antwort suchten, hat er selbst weitergesprochen."

Asarja: „Und?"

Channa: „Das Wort Ger, sagt er, kommt vom Stamm garar — und das heißt: mitgehen. Wer Jude werden will, muss sich an Klal Jisrael anpassen, an die Gemeinschaft. Bilam war ein Baal Gaawa, ein stolzer und hochmütiger Mensch. Er hätte niemals mit dem jüdischen Volk mitgehen und sich verändern können. Er wollte immer der Erste sein."

Asarja: „Also wusste er, wie es ausgeht — und wollte trotzdem nicht."

Elischa: „Und dazu sagt der Chafetz Chaim etwas Hartes — ein Rabbiner in Osteuropa, der vor hundert Jahren gelebt hat. Bilam hat gesagt: Ich will den Tod der Aufrichtigen sterben. Der Chafetz Chaim schreibt: Es gibt viele Bilams, die das Leben in vollen Zügen genießen — und die am Ende trotzdem als Zaddikim sterben wollen. Das geht nicht. Wer als aufrichtiger Mensch sterben will, muss auch als aufrichtiger Mensch leben."

Asarja: „Dann ist das Sterben gar nicht die Entscheidung."

Elischa: „Nein. Es ist dieselbe Entscheidung wie die von Bilam vor seiner Tür, in der Nacht mit den Gästen. Nur trifft man sie nicht einmal. Man trifft sie jeden Morgen neu."

Vraag aan jouFrage an dich

Haschem hat Bilam erlaubt zu gehen, und Haschem wollte nicht, dass er geht. Wem gehört der Weg, den Bilam dann genommen hat — dem, der ihn erlaubt hat, oder dem, der ihn gegangen ist? Und was folgt aus deiner Antwort für den nächsten Erlaubnis-Satz, den du selbst von jemandem hörst?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie von einem Mal, an dem Sie etwas erlaubt haben, von dem Sie hofften, es werde trotzdem nicht getan — und fragen Sie Ihr Kind, woran es das damals hätte merken können.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
41 · Pinchas Pinchas

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Waarom niet?

Vijf dochters stonden voor de deur. De deur was hoog en zwaar. Binnen zat het grootste gerechtshof dat er in het hele volk was. Vooraan Mosjé. Naast hem Elazar, de Koheen Gadol — de hoogste van de priesters. En daarachter de zeventig oudsten. De dochters vonden het niet prettig om voor zo'n groot rabbinaal gerechtshof te verschijnen. Toch gingen zij naar binnen.

Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirtsa heetten zij. Hun vader Tselofchad was in de woestijn gestorven. Zonen had hij niet gehad — alleen deze vijf.

Binnenkort zou het Land Israël verdeeld worden, voor ieder gezin een stuk. Maar wie kreeg het stuk van hun vader? Er was niemand.

„Waarom zou de naam van onze vader verdwijnen?", zeiden de dochters. „Alleen omdat hij geen zonen heeft? Laat ons, zijn dochters, zijn erfdeel ontvangen!"

Mosjé wist het antwoord niet. Het werd stil in de grote zaal.

„Waarom niet?" vroegen de dochters.

Zij namen daar geen genoegen mee. Daarom vroeg Mosjé het aan HaSjeem.

En HaSjeem antwoordde dat de dochters van Tselofchad gelijk hadden.

↩ Weet je nog, hoe de broers voor Farao stonden en hem antwoordden: ‚Wij zijn schaapherders'? Voor een groot man staan en praten is moeilijk. Vijf dochters hebben het ook gedaan.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er in het volk rechters waren voor tien gezinnen, voor vijftig, voor honderd en voor duizend? En wist ook de hoogste rechtbank het niet meer, waarin Mosjé Rabbénoe zelf zat? Dan vroeg Mosjé het aan HaSjeem. (41a)
  • … de vijf dochters toen al bijna veertig jaar oud waren? (41a)
  • … het gezin ook een stuk land aan de overkant van de Jordaan had kunnen krijgen? Mosjé had het hun vader toegestaan. Maar de dochters wilden midden in het echte Joodse land wonen en nergens anders. (41a)

Woord van de week:Wort der Woche: Erbteil

Wat het betekentWas es bedeutet

Vijf dochters tegenover allemaal vreemde volwassenen — en geen van hen vond het prettig. Wat denk jij: waarom gingen zij toch naar binnen?

„Omdat ze met z'n vijven waren", zei Avigail. „In mijn eentje had ik dat nooit gedurfd. Met z'n vijven misschien wel. Eén zegt de eerste zin — en dan is de moeilijkste zin al gezegd."

„En omdat Mosjé iets moedigs deed", zei Eli. „Hij zei: ik weet het niet. De grootste leraar die er ooit was — en hij zei gewoon: ik weet het niet, ik vraag het na. Bij zo iemand durf je wel."

Vraag aan jouFrage an dich

De vijf dochters hebben hun vraag samen gesteld, niet ieder apart. Als jij iets moeilijks moest vragen — wie zou je meenemen, en waarom juist die?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: is er iets dat je vriend of vriendin wil vragen en niet durft — en zouden jullie het samen kunnen vragen?

Duits

Warum nicht?

Fünf Schwestern standen vor der Tür. Die Tür war hoch und schwer. Drinnen saß das größte Gericht, das es im ganzen Volk gab. Vorn Mosche. Daneben Elazar, der Kohen Gadol — der oberste der Priester. Und dahinter siebzig alte, weise Männer. Den Schwestern war gar nicht wohl dabei. Trotzdem gingen sie hinein.

Machla, Noa, Chogla, Milka und Tirza hießen sie. Ihr Vater Zelofchad war in der Wüste gestorben. Söhne hatte er keine gehabt — nur diese fünf.

Bald sollte das Land Israel verteilt werden, für jede Familie ein Stück. Aber wer nahm das Stück ihres Vaters? Da war ja niemand.

„Soll der Name unseres Vaters einfach verschwinden?", sagten die Schwestern. „Nur weil er keine Söhne hat? Gebt uns sein Stück Land!"

Mosche wusste die Antwort nicht. Es wurde still im großen Saal.

„Warum nicht?", fragten die Schwestern.

Sie gaben nicht nach. Da fragte Mosche Haschem.

Und Haschem sagte: Die Töchter Zelofchads haben recht.

↩ Weißt du noch, wie die Brüder vor dem Pharao standen und ihm antworteten: ‚Wir sind Schafhirten'? Vor einem großen Mann zu stehen und zu reden ist schwer. Fünf Schwestern haben es auch getan.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass es im Volk Richter gab für zehn Familien, für fünfzig, für hundert und für tausend? Und wusste auch das oberste Gericht nicht weiter, in dem Mosche saß? Dann fragte Mosche bei Haschem nach. (41a)
  • … dass die fünf Schwestern damals schon fast vierzig Jahre alt waren? (41a)
  • … dass die Familie auch ein Stück Land östlich vom Jordan hätte bekommen können? Mosche hatte es ihrem Vater erlaubt. Aber die Schwestern wollten mitten im Land Israel wohnen und nirgendwo sonst. (41a)

Woord van de week:Wort der Woche: Erbteil — Erbteil heißt das Stück Land, das eine Familie im Land Israel bekommt und das immer bei ihr bleibt. Auf Hebräisch heißt es Nachala.

Wat het betekentWas es bedeutet

Fünf Schwestern vor lauter fremden Erwachsenen — und keiner von ihnen war wohl dabei. Was meinst du: Warum gingen sie trotzdem hinein?

„Weil sie zu fünft waren", sagte Awigail. „Allein hätte ich mich das nie getraut. Zu fünft vielleicht schon. Eine sagt den ersten Satz — und dann ist der schwerste Satz schon gesagt."

„Und weil Mosche etwas Mutiges tat", sagte Eli. „Er sagte: Ich weiß es nicht. Der größte Lehrer, den es je gab — und er sagte einfach: Ich weiß es nicht, ich frage nach. Bei so einem traut man sich."

Vraag aan jouFrage an dich

Die fünf Schwestern haben ihre Frage zusammen gestellt, nicht jede für sich. Wenn du etwas Schweres fragen müsstest — wen würdest du mitnehmen, und warum gerade den?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Gibt es etwas, das dein Freund oder deine Freundin fragen möchte und sich nicht traut — und könntet ihr es zu zweit fragen?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Spreek tegen de rots

De vijf dochters van Tselofchad hadden Mosjee gevraagd wie het erfdeel van hun vader zou krijgen. Sindsdien begon Mosjee ook na te denken over zijn eigen geestelijke erfenis: wie zou na hem leiding geven aan het Joodse volk?

Want Mosjee wist dat hij zich moest voorbereiden op het einde van zijn leven. Hij moest de berg Ha'Awariem beklimmen om het Land Israël te zien. Binnengaan mocht hij niet.

Waarom eigenlijk niet? Onze Wijzen hebben zich afgevraagd wat precies de awera van Mosjee was — zijn fout. Zij zijn het niet eens geworden.

Sommigen zeggen dat Mosjee een fout maakte doordat hij het volk destijds bij de rots niet met voldoende kavod (eerbied en respect) behandelde.

Anderen zeggen dat Hasjeem hem had opgedragen tegen de rots te spreken, maar dat hij de rots in plaats daarvan sloeg.

En volgens andere Wijzen was Mosjee's fout zijn woede.

Een leider van het Joodse volk moet twee dingen kunnen. Hij moet eerbied hebben voor het volk — dat bedoelden de eersten. En hij moet volledig luisteren naar wat Hasjeem opdraagt — dat bedoelden de tweeden. Als Hasjeem zegt: „Spreek tegen de rots," dan mag Mosjee de rots niet slaan.

Hij sloeg.

Er kwam wel water uit, dat is waar. De mensen konden drinken. Maar Hasjeem had juist gewild dat de rots uit zichzelf, alleen door het spreken van Mosjee, water zou geven.

De berg Awariem betekent „de berg van de overgangen".

Hij vroeg niet om een mooi grafmonument of om rijkdom voor zijn kinderen. Zijn enige wens was dat het Joodse volk een goede leider zou krijgen, iemand die het volk in alle omstandigheden zou kunnen leiden.

Daarom koos Hasjeem Jehosjoea, over wie de Tora zegt dat hij „een man is in wie geest is". Hij zou het Joodse volk het Land Israël binnenleiden.

↩ Weet je nog, bij Besjallach: het volk had geen goed water, en Mosjé gooide op Hasjeems woord een stuk hout erin. Nu ging het weer om water. En nu ging er iets mis.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de vijf dochters voor het gerechtshof begonnen met de plaats waar hun vader gestorven was? „In de woestijn," zeiden zij, „en niet in Egypte." Wie uit Egypte was meegetrokken, had recht op een erfdeel in het Land Israël. (41a)
  • … zij nog meer opsomden? Hun vader hoorde niet bij degenen die klaagden over het manna of het water, en hij hoorde niet bij de groep van Korach. Al die mensen verloren hun recht op een erfdeel in het land. (41a)
  • … Mosjee's broer Aharon toen al overleden was? Zijn zoon Elazar was in zijn plaats Koheen Gadol (Hogepriester) geworden. (41b)
  • … uit de vraag van de vijf dochters een wet is voortgekomen? De Tora zegt daarna voor iedereen wie een erfdeel krijgt als een man geen zonen heeft — niet alleen voor dit ene gezin. ·

Woord van de week:Wort der Woche: Kawod

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ik snap het niet", zei Jishai. „Er kwam toch water uit. De mensen konden drinken. Wat was er dan verkeerd?"

„Het ging niet om het drinken", zei Perle. „Stel je voor dat Mosjee gesproken had — en dat de rots gehoorzaamd had. Dan zou iedereen met eigen ogen gezien hebben dat zelfs de natuur luistert naar de wil van Hasjeem. En als een steen dat al doet, hoeveel te meer een mens. Juist die les is voor het hele volk verloren gegaan."

„Bij de berg Sinaï hadden zij de Tora aanvaard onder de overweldigende indruk van de openbaring", zei Avigail. „Maar Hasjeem wilde dat zij de Tora daarna ook vrijwillig en uit eigen overtuiging zouden naleven. De rots moest daarvan het voorbeeld zijn." Zij dacht na. „En de woede? Wie boos is, vertrouwt op dat moment niet volledig op Hasjeem. Wie echt gelooft dat Hasjeem de wereld wijs en rechtvaardig bestuurt, zegt bij zichzelf: alles wat Hasjeem doet, is uiteindelijk ten goede. — Dat betekent niet dat je nooit boos mag worden. Het betekent: boosheid is een teken. Het laat zien dat er op dat moment iets ontbreekt." Zij keek de anderen aan. „En welke van de drie verklaringen klopt nu? Daarover zijn de Wijzen het tot vandaag niet eens geworden. Wij hoeven dat ook niet."

Vraag aan jouFrage an dich

Als Mosjee tegen de rots gesproken had, zou de rots gehoorzaamd hebben. Wanneer is praten moeilijker dan slaan — en wat heeft jou wel eens geholpen om tóch te praten?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond over een ruzie waarin u eerst hard werd en daarna toch ging praten — en waaraan het lag dat het u lukte.

Duits

Sprich mit dem Felsen

Fünf Schwestern hatten Mosche gefragt, wer das Land ihres Vaters bekommen soll. Seitdem ging Mosche eine andere Frage nicht mehr aus dem Kopf: Wer bekommt nach mir das Volk?

Denn Mosche wusste, dass er bald sterben würde. Er sollte auf den Berg Har haAwarim steigen und von dort aus das Land Israel sehen. Hineingehen durfte er nicht.

Warum eigentlich nicht? Unsere Weisen haben lange darüber nachgedacht, was Mosches Awera war — sein Fehler. Einig sind sie nicht geworden.

Die einen sagen: Er hat das Volk damals am Felsen nicht mit genug Kawod behandelt, nicht mit genug Achtung und Ehrfurcht.

Die anderen sagen: Haschem hatte ihm aufgetragen, mit dem Felsen zu sprechen. Mosche aber schlug ihn.

Und wieder andere sagen: Sein Fehler war der Zorn.

Wer ein Volk anführt, muss zweierlei können. Er muss Achtung vor den Menschen haben — das meinten die Ersten. Und er muss genau das tun, was Haschem ihm aufträgt — das meinten die Zweiten. Wenn Haschem sagt „Sprich", dann darf Mosche nicht schlagen.

Er schlug.

Wasser kam trotzdem heraus, das schon. Die Menschen konnten trinken. Aber Haschem hatte etwas anderes gewollt: Der Felsen sollte von selbst Wasser geben — nur weil Mosche mit ihm gesprochen hatte.

Har haAwarim heißt „Berg der Übergänge".

Er bat Haschem nicht um ein schönes Grabmal. Er bat auch nicht um Reichtum für seine Kinder. Er bat um eines: Das Volk soll einen guten Anführer bekommen — einen, der es in jeder Lage führen kann.

Da wählte Haschem Jehoschua. Über ihn sagt die Tora: ein Mann, in dem Geist ist. Er würde das Volk in das Land Israel hineinführen.

↩ Weißt du noch, bei Beschalach: Das Volk hatte kein gutes Wasser, und Mosche warf auf Haschems Wort ein Stück Holz hinein. Diesmal ging es wieder um Wasser. Und diesmal ging etwas schief.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die fünf Schwestern vor Gericht damit anfingen, wo ihr Vater gestorben war? „In der Wüste", sagten sie, „nicht in Ägypten." Wer aus Ägypten mitgezogen war, hatte ein Recht auf seinen Anteil am Land. (41a)
  • … dass sie noch etwas aufzählten? Ihr Vater war nicht bei denen, die über das Manna und über das Wasser klagten, und er war nicht in Korachs Gruppe. Alle, die dort mitgemacht hatten, verloren ihren Anteil am Land. (41a)
  • … dass Mosches Bruder Aharon zu dieser Zeit schon gestorben war? Sein Sohn Elazar war an seiner Stelle Kohen Gadol geworden, der oberste der Priester. (41b)
  • … dass aus der Frage der fünf Schwestern ein Gesetz wurde? Die Tora sagt danach für alle, wer ein Erbteil bekommt, wenn ein Mann keine Söhne hat — nicht nur für diese eine Familie. (eigene Zutat, nicht bei Evers) ·

Woord van de week:Wort der Woche: Kawod — Kawod heißt Achtung. Man kann sie einem Menschen geben, indem man mit ihm spricht statt über ihn — und einem Felsen, indem man ihn ernst nimmt.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ich verstehe das nicht", sagte Jischai. „Wasser kam doch heraus. Die Menschen konnten trinken. Was war denn dann falsch?"

„Es ging nicht ums Trinken", sagte Perle. „Stell dir vor, Mosche hätte gesprochen — und der Felsen hätte gehorcht. Dann hätten alle es mit eigenen Augen gesehen: Sogar ein Stein hört auf Haschem. Und wenn schon ein Stein das tut, wie viel mehr dann ein Mensch. Genau diese Stunde ist verloren gegangen, für das ganze Volk."

„Am Berg Sinai hatten sie die Tora angenommen, weil alles um sie herum bebte", sagte Awigail. „Aber Haschem wollte, dass sie sie danach freiwillig halten, aus eigener Überzeugung. Der Felsen sollte dafür das Vorbild sein." Sie dachte nach. „Und der Zorn? Wer zornig ist, vertraut in diesem Augenblick nicht ganz darauf, dass Haschem die Welt weise und gerecht führt. Wer das wirklich glaubt, sagt sich: Alles, was Haschem tut, ist am Ende gut. — Das heißt nicht, dass man nie wütend werden darf. Es heißt: Wut ist ein Zeichen. Sie zeigt, dass gerade etwas fehlt." Sie sah die anderen an. „Und welche der drei Erklärungen stimmt nun? Darüber sind die Weisen bis heute nicht einig geworden. Wir müssen es auch nicht."

Vraag aan jouFrage an dich

Wenn Mosche mit dem Felsen gesprochen hätte, hätte der Felsen gehorcht. Wann ist Reden schwerer als Losschlagen — und was hat dir schon einmal geholfen, trotzdem zu reden?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend von einem Streit, in dem Sie zuerst laut geworden sind und dann doch geredet haben — und woran es lag, dass Sie es geschafft haben.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De derde kroon

Vijf namen staan in de Tora waar anders geen namen staan: Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirtsa. Waarom juist deze vijf?

Omdat zij met hun verzoek om een eigen stuk land in Israël volledig ingingen tegen de negatieve en afwijzende houding van hun generatiegenoten.

De meeste mensen wilden eigenlijk helemaal niet naar Israël gaan. Tijdens de woestijnreis idealiseerden veel Joden Egypte en verlangden zij terug naar het verleden.

Maar de vijf dochters van Tselofchad waren moedig en vastberaden. Zij geloofden in het Land Israël als de toekomst van het Joodse volk.

Ook Awraham Avinoe had de moed om tegen de heersende opvattingen van zijn tijd in te gaan. En de verspieders, die vele jaren eerder over datzelfde land gesproken hadden, waren zeer kritisch geweest. Daartegen afgezet was de liefde voor het Land Israël die de dochters van Tselofchad toonden iets heel bijzonders.

En omdat zij zo bezorgd waren over hun erfdeel in het Land Israël, begon Mosjee ook na te denken over zijn eigen geestelijke erfenis.

Wie zou Mosjee opvolgen? Wie zou na hem leiding geven aan het Joodse volk? Zouden zijn eigen kinderen niet zijn leiderschapsrol moeten overnemen?

De Midrasj verklaart daarom waarom in de Tora het verzoek van de dochters van Tselofchad onmiddellijk wordt gevolgd door het gebed van Mosjee tot Hasjem om een geschikte opvolger aan te stellen. Het een heeft het ander opgeroepen.

Mosjee hoopte aanvankelijk dat zijn zonen zijn leiderschap zouden voortzetten. Hij dacht misschien: „Nu moet ik eindelijk ook iets voor mijn eigen familie doen."

Maar Hasjem wees dit af. Hij vond de zonen van Mosjee niet geschikt voor deze taak. Jehosjoea zou de opvolger van Mosjee worden. Hij was altijd bij Mosjee geweest, had van hem geleerd en was een waardige leider. Hoewel hij niet dezelfde uitstraling had als Mosjee, bezat hij de juiste eigenschappen.

En nu de vraag waar het om gaat.

Als Mosjee zo'n grote profeet was en bovendien zo nederig, begreep hij dan niet dat zijn eigen kinderen hem niet konden opvolgen? Natuurlijk wist Mosjee heel goed dat zijn zonen Gersjom en Eliëzer nooit de leiders van Am Jisraël zouden worden. Mosjee wist eigenlijk al dat Hasjem „nee" zou antwoorden.

Toch wilde hij deze vraag stellen.

Want als hij het niet gevraagd had, zouden wij dit belangrijke principe nooit uit de Tora hebben geleerd: geestelijk leiderschap wordt niet automatisch geërfd.

↩ Weet je nog, bij Korach: de draad die geen onderdeel van het geheel is en erbuiten hangt? ‚Dat was Mosjé', stond er aan het eind. Hier zie je wat hij van buitenaf zag: dat de taak niet van zijn familie is.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Tora niet zegt wat de fout van Tselofchad was? Er staat alleen dat hij stierf door zijn eigen awera. Sommige wijzen zeggen dat hij de man was die op Sjabbat hout sprokkelde. Anderen zeggen dat hij behoorde tot de Ma'apiliem — de groep die na het verhaal van de verspieders tegen de wil van HaSjeem het Land Israël probeerde binnen te trekken. Ook dat mislukte. Zijn dochters zeiden in elk geval voor het gerechtshof: hij heeft anderen niet tot een zonde gebracht. (41a)
  • … de vijf namen meerdere keren in de Schrift staan — en op één plaats in een andere volgorde? De wijzen lezen daarin: geen van de vijf stond boven de anderen. ·
  • … waar de uitdrukking Keter Tora vandaan komt? Uit Pirkee Awot, de Spreuken der Vaderen. Daar staat dat juist die kroon klaarligt — voor iedereen die komt en haar pakt. ·

Woord van de week:Wort der Woche: Jichus

Wat het betekentWas es bedeutet

„Als Jehosjoea haar krijgt en de zonen niet — kun je die positie dan eigenlijk wel erven?", vroeg Jutta.

„Nee", zei Eli. „Men moet haar verdienen en bewijzen dat men haar waardig is. En als iemand daar niet geschikt voor is, wordt de taak aan iemand anders gegeven."

„Dus jichoes telt helemaal niet?", vroeg Jutta verder.

„Voor deze ene zaak niet", zei Eli. „De zoon van iemand die zelf nooit geleerd heeft — van de grootste am ha-arets — kan uitgroeien tot de grootste Torageleerde van zijn generatie."

„De Rambam ordent het", zei Jair. „Rabbi Mosje ben Maimon, een van de grootste verklaarders die wij hebben. Hij zegt: in het Jodendom bestaan er drie kronen. De kroon van het koningschap — Keter Malchoet. De kroon van het priesterschap — Keter Kehoena. En de kroon van de Tora — Keter Tora."

„De kehoena kan alleen geërfd worden", ging hij verder. „Men is alleen koheen als de vader koheen was en de moeder natuurlijk Joods is. Er bestaat geen andere manier. Ook het koningschap wordt doorgegeven via opvolging en kan overgaan naar de volgende generatie."

Hij zweeg even.

„De kroon van de Tora is anders. Die moet men zelf verwerven — door geduld, vroomheid, studie en volharding. Van een vader die een groot rabbijn is kun je heel veel leren. Maar zijn niveau bereik je daarmee nog niet. Dat moet ieder mens zelf bereiken."

Vraag aan jouFrage an dich

Twee kronen krijg je van je ouders, de derde moet je zelf verwerven. Welke van de drie is volgens jou het zwaarst om te dragen — en waarom juist die?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond over iemand in uw gemeente die zijn taak niet geërfd maar verworven heeft — en waaraan je dat merkt.

Duits

Die dritte Krone

Fünf Namen stehen in der Tora, wo sonst keine Namen stehen: Machla, Noa, Chogla, Milka und Tirza. Warum ausgerechnet diese fünf?

Weil ihre Bitte um ein eigenes Stück Land in Israel allem widersprach, was ihre Zeitgenossen dachten.

Die meisten Menschen wollten gar nicht nach Israel. Unterwegs durch die Wüste wurde Ägypten in ihrer Erinnerung immer schöner; sie sehnten sich zurück in eine Zeit, in der sie Sklaven gewesen waren.

Die fünf Töchter Zelofchads aber waren mutig und entschlossen. Sie glaubten an das Land Israel als die Zukunft des jüdischen Volkes.

Awraham Awinu hatte denselben Mut gehabt: Auch er stellte sich gegen die herrschenden Meinungen seiner Zeit. Und die Kundschafter, die vor vielen Jahren über dasselbe Land gesprochen hatten, hatten nichts als Bedenken vorgebracht. Vor diesem Hintergrund war die Liebe der fünf Schwestern zum Land etwas ganz Besonderes.

Und weil sie sich solche Sorgen um ihr Erbteil machten, begann auch Mosche über sein eigenes Erbe nachzudenken — nicht über Land, sondern über das, was er weitergab.

Wer würde nach ihm das Volk führen? Sollten das nicht seine eigenen Kinder sein?

Der Midrasch, die Auslegung der Weisen, erklärt genau damit, warum in der Tora unmittelbar nach der Bitte der Töchter Zelofchads Mosches Gebet um einen Nachfolger steht. Das eine hat das andere ausgelöst.

Mosche hoffte zuerst, seine Söhne würden seine Führung fortsetzen. Vielleicht dachte er: Jetzt muss ich endlich auch einmal etwas für meine eigene Familie tun.

Haschem lehnte es ab. Er hielt Mosches Söhne für diese Aufgabe nicht für geeignet. Jehoschua sollte Mosches Nachfolger werden: Er war immer bei Mosche gewesen, er hatte von ihm gelernt, und er war ein würdiger Anführer. Dieselbe Ausstrahlung wie Mosche hatte er nicht — die richtigen Eigenschaften hatte er.

Und jetzt die Frage, auf die es ankommt.

Mosche war der größte Prophet und dazu der bescheidenste Mensch. Sollte ausgerechnet er nicht begriffen haben, dass seine eigenen Kinder ihm nicht nachfolgen konnten? Natürlich wusste er es. Er wusste ganz genau, dass Gerschom und Elieser niemals die Anführer von Am Jisrael, des jüdischen Volkes, werden würden. Er wusste sogar, dass Haschem „nein" antworten würde.

Er fragte trotzdem.

Denn hätte er nicht gefragt, dann hätten wir diesen Satz bis heute nicht aus der Tora gelernt: Geistige Führung wird nicht vererbt.

↩ Weißt du noch, bei Korach: der Faden, der kein Teil des Ganzen ist und draußen hängt? ‚Das war Mosche', hieß es am Ende. Hier siehst du, was er von draußen sah: dass die Aufgabe nicht seiner Familie gehört.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Tora nicht sagt, was Zelofchads Fehler war? Sie sagt nur: Er starb durch seine eigene Awera. Manche Weisen sagen, er sei der Mann gewesen, der am Schabbat Holz sammelte. Andere sagen, er habe zu den Maapilim gehört — der Gruppe, die nach der Sache mit den Kundschaftern gegen Haschems Willen ins Land ziehen wollte. Auch das misslang. Seine Töchter jedenfalls sagten vor Gericht: Er hat niemanden mit hineingezogen. (41a)
  • … dass die fünf Namen mehrmals in der Schrift stehen — und an einer Stelle in einer anderen Reihenfolge? Die Weisen lesen darin: Keine der fünf stand über den anderen. (eigene Zutat, nicht bei Evers) ·
  • … woher der Ausdruck Keter Tora kommt? Aus den Pirkej Awot, den Sprüchen der Väter. Dort steht, dass diese eine Krone bereitliegt — für jeden, der kommt und sie sich nimmt. (eigene Zutat) ·

Woord van de week:Wort der Woche: Jichus — Jichus heißt Herkunft — aus welcher Familie einer stammt. Für zwei der drei Kronen entscheidet Jichus alles. Für die dritte entscheidet er nichts.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Wenn Jehoschua sie bekommt und nicht die Söhne — kann man diese Stelle dann überhaupt erben?", fragte Jutta.

„Nein", sagte Eli. „Man muss sie sich erarbeiten und beweisen, dass man ihrer würdig ist. Und wenn das nicht gelingt, bekommt sie ein anderer."

„Also zählt Jichus gar nichts?", fragte Jutta weiter.

„Für diese eine Sache nicht", sagte Eli. „Der Sohn von einem, der selbst nie gelernt hat — von einem Am haArez —, kann der größte Tora-Gelehrte seiner Generation werden."

„Der Rambam ordnet es", sagte Jair. „Rabbi Mosche ben Maimon, einer der größten Erklärer, die wir haben. Er sagt: Im Judentum gibt es drei Kronen. Die Krone des Königtums — Keter Malchut. Die Krone des Priestertums — Keter Kehuna. Und die Krone der Tora — Keter Tora."

„Die Kehuna kann man ausschließlich erben", fuhr er fort. „Man ist nur Kohen, wenn der Vater Kohen war und die Mutter jüdisch ist. Einen anderen Weg gibt es nicht. Auch das Königtum wird durch Nachfolge weitergegeben und geht an die nächste Generation über."

Er machte eine Pause.

„Die Krone der Tora ist anders. Die muss man sich selbst holen — mit Geduld, mit Ernst, mit Lernen und mit Durchhalten. Von einem Vater, der ein großer Rabbiner ist, kann man sehr viel lernen. Aber seine Höhe erreicht damit noch niemand. Die muss jeder selbst erreichen."

Vraag aan jouFrage an dich

Zwei Kronen bekommt man von den Eltern, die dritte muss man sich selbst holen. Welche der drei ist deiner Meinung nach am schwersten zu tragen — und warum gerade die?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend von einem Menschen in Ihrer Gemeinde, der seine Aufgabe nicht geerbt, sondern sich erarbeitet hat — und woran man es merkt.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
42 · Matot Matot

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De schat die niemand kan wegnemen

„Stop!", riepen de familieleden van de koning. „Dat is het goud van uw vader! En van uw grootvader! En u deelt het uit?!"

Koning Moenbaz deelde zijn schatten uit onder de armen. Het was een jaar van hongersnood.

Zijn familieleden waren daarover ontstemd. Maar de koning antwoordde hun:

„Mijn voorouders vergaarden aardse schatten. Ik verzamel hemelse schatten.

Zij bewaarden hun kostbaarheden op een plaats waar het van hen zou kunnen worden afgenomen. Ik spaar op een plaats waar de mensenhand niet kan reiken.

Mijn voorouders spaarden geld. Ik spaar mensenlevens."

Wat Moenbaz daar deed, heeft een naam: tsedaka — geven aan de armen, omdat het goed is.

Rabbi Tarfon was bijzonder rijk. Maar hij stond relatief slechts weinig af aan arme mensen.

Op een dag vroeg Rabbi Akiwa hem: „Voelt u wat voor een investering in een stuk grond?"

Rabbi Tarfon overhandigde hem direct vierduizend gouden munten.

Rabbi Akiwa ging heen en verdeelde het geld onder de armen.

Enige tijd later vroeg Rabbi Tarfon: „En, wat hebt u zoal gedaan met mijn geld?"

Toen nam Rabbi Akiwa hem bij de hand en leidde hem naar het Beet-haMidrasj. Daar legde hij hem een Tehilliem voor en las hem er een zin uit voor:

„Hij deelt uit, hij geeft aan de armen, zijn gerechtigheid houdt voor immer stand."

Toen vertelde hij hem de waarheid: „Dit is de investering, die ik voor u gedaan heb."

Rabbi Tarfon kuste hem en zei: „Mijn meester en mijn gids!" En daarna stelde hij hem nog veel meer geld ter beschikking om onder de armen te verdelen.

Ook in de gemeente was er tsedaka: een kas waar iedereen iets in deed. Benjamin mocht het geld eruit verdelen.

Op een dag kwam er een vrouw bij hem. „Rabbi, geef mij te eten!"

„Er is geen geld meer in de kas", zei hij.

Toen zei zij: „Rabbi, als u mij geen geld geeft, zullen ik en mijn zeven kinderen omkomen!"

Toen gaf Benjamin haar geld uit eigen middelen.

Enige tijd later werd Benjamin ernstig ziek. Toen zeiden de Engelen voor Hakadosj Baroech Hoe: „Heer der wereld, U zegt dat iedereen die een leven redt, geacht wordt een hele wereld te hebben gered. Benjamin heeft het leven gered van een moeder en haar zeven kinderen!"

Direct werd het hemelse besluit verscheurd. En Benjamin bleef leven.

↩ In het sjemita-jaar mocht iedereen bij de ander eten — het veld was toen van niemand. Moenbaz gaf iets weg dat wél van hem was.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een boer elk jaar het tiende deel van zijn oogst weggaf? Zijn veld bracht duizend schepel op — honderd daarvan gingen naar de armen.
  • … men in Jeroesjalajiem een spreekwoord kende? Het luidde: het zout van geld is de vermindering ervan. Zout houdt het eten goed. En geld blijft goed als er iets van weggaat.
  • … een heel rijke man fijne wollen kleden op straat liet uitspreiden wanneer hij naar het leren ging — en dat de armen ze daarna mochten houden? De Geleerden vonden dat toch niet mooi: de armen moesten hun kleden van de straat oprapen.
  • … een bruid op haar trouwdag haar eigen cadeau weggaf? Een arme klopte aan de deur, en iedereen was druk bezig. Toen ging zij zelf naar hem toe.

Woord van de week:Wort der Woche: Zedaka

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Een plaats waar de mensenhand niet kan reiken — waar zou dat zijn? Onder de grond? Heel hoog?"

Eli: „Zoek maar eens een plaats waar echt niemand iets van je kan wegnemen. De kast? Daar kom je bij. De bank? Daar kom je ook bij."

Channa: „Dan bestaat hij helemaal niet."

Awigail: „Jawel. Denk eens aan de vrouw met haar zeven kinderen. Die zijn er allemaal nog."

Channa: „Maar het geld van Benjamin is weg."

Awigail: „Het geld wel. Die acht mensen niet. En die kan niemand hem meer afnemen."

Vraag aan jouFrage an dich

De familie van koning Moenbaz was boos op hem. Als jij erbij was geweest — zou jij bij de familie zijn gaan staan of bij de koning?

Sjabbat Sjalom!

👪 Leg vrijdagmiddag een muntje klaar, laat uw kind het zelf in de tsedaka-bus doen — en bedenk samen waar dat geld naartoe zou moeten gaan.

Duits

Der Schatz, den niemand wegnehmen kann

„Halt!", riefen die Verwandten des Königs. „Das ist das Gold deines Vaters! Und das von deinem Großvater! Und du verschenkst es?"

König Munbaz verteilte seine Schätze an die Armen. Es war ein Jahr, in dem die Menschen Hunger hatten.

Seine Familie war böse auf ihn. Aber der König antwortete ihnen:

„Meine Vorfahren haben Schätze auf der Erde gesammelt. Ich sammle Schätze im Himmel.

Sie legten ihre Kostbarkeiten an einen Ort, wo man sie ihnen wegnehmen kann. Ich lege sie an einen Ort, an den keine Menschenhand reicht.

Meine Vorfahren haben Geld aufbewahrt. Ich bewahre Menschenleben auf."

Was Munbaz da tat, hat einen Namen: Zedaka — den Armen geben, weil es richtig ist.

Rabbi Tarfon war sehr reich. Aber er gab den Armen nur wenig.

Eines Tages fragte Rabbi Akiwa ihn: „Möchtest du ein Stück Land kaufen? Eine gute Geldanlage."

Rabbi Tarfon gab ihm sofort viertausend Goldstücke.

Rabbi Akiwa ging und verteilte das Geld an die Armen.

Nach einiger Zeit fragte Rabbi Tarfon: „Und? Was hast du mit meinem Geld gemacht?"

Da nahm Rabbi Akiwa ihn bei der Hand und führte ihn ins Lehrhaus. Dort schlug er ihm die Tehillim auf — das Buch mit den Liedern für Haschem — und las ihm einen Satz vor:

„Er teilt aus, er gibt den Armen. Seine Gerechtigkeit bleibt für immer stehen."

Dann sagte er die Wahrheit: „Das ist die Geldanlage, die ich für dich gemacht habe."

Rabbi Tarfon küsste ihn und sagte: „Mein Lehrer! Mein Wegweiser!" Und danach gab er ihm noch viel mehr Geld für die Armen.

Auch in der Gemeinde gab es Zedaka: einen Kasten, in den alle etwas hineinlegten. Benjamin durfte das Geld daraus verteilen.

Eines Tages kam eine Frau zu ihm. „Rabbi, gib mir zu essen!"

„Der Kasten ist leer", sagte er.

Da sagte sie: „Rabbi, wenn du mir nichts gibst, gehen ich und meine sieben Kinder zugrunde."

Da griff Benjamin in die eigene Tasche.

Später wurde Benjamin sehr krank. Da sagten die Engel vor Haschem: „Herr der Welt! Du sagst doch: Wer ein einziges Leben rettet, hat so viel getan, als hätte er eine ganze Welt gerettet. Benjamin hat eine Mutter und ihre sieben Kinder gerettet!"

Sofort wurde der Beschluss im Himmel zerrissen. Und Benjamin blieb am Leben.

↩ Im Schemita-Jahr durfte jeder beim anderen essen — da gehörte das Feld ja niemandem. Munbaz gab etwas her, das ihm gehörte.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Bauer jedes Jahr den zehnten Teil seiner Ernte weggab? Sein Feld brachte tausend Sack Korn — hundert davon bekamen die Armen. (Herkunft: „Vertienen")
  • … dass es in Jeruschalajim ein Sprichwort gab? Es hieß: Das Salz des Geldes ist das Weniger-Werden. Salz hält das Essen gut. Und Geld bleibt gut, wenn etwas davon weggeht. (Herkunft: „Zout van geld")
  • … dass ein sehr reicher Mann feine Wolldecken auf die Straße legen ließ, wenn er zum Lernen ging — und dass die Armen sie danach behalten durften? Die Gelehrten fanden das trotzdem nicht schön: Die Armen mussten sich dafür bücken. (Herkunft: „Zout van geld", Gemara-Einwand)
  • … dass eine Braut an ihrem Hochzeitstag ihr eigenes Geschenk verschenkte? Ein Armer klopfte an die Tür, und alle hatten zu tun. Da ging sie selbst zu ihm hinaus.

Woord van de week:Wort der Woche: Zedaka — Zedaka heißt nicht Geschenk. Zedaka kommt von zedek — das Richtige. Geben ist keine Freundlichkeit, es ist das Richtige.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Ein Ort, an den keine Menschenhand reicht — wo soll das sein? Unter der Erde? Ganz hoch oben?"

Eli: „Such doch mal einen Ort, wo dir wirklich niemand etwas wegnehmen kann. Der Schrank? Da kommt man ran. Die Bank? Da kommt man auch ran."

Channa: „Dann gibt es ihn gar nicht."

Awigail: „Doch. Denk an die Frau mit den sieben Kindern. Die sind alle noch da."

Channa: „Aber Benjamins Geld ist weg."

Awigail: „Das Geld ja. Die acht Menschen nicht. Und die kann ihm keiner mehr wegnehmen."

Vraag aan jouFrage an dich

Die Familie von König Munbaz war böse auf ihn. Wenn du dabei gewesen wärst — wärst du auf die Seite der Familie gegangen oder auf die Seite des Königs?

Schabbat Schalom!

👪 Legen Sie am Freitagnachmittag eine Münze bereit, lassen Sie Ihr Kind sie selbst in die Zedaka-Büchse werfen — und überlegen Sie gemeinsam, wohin dieses Geld gehen soll.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Een woord dat bindt

„Ik beloof het." Twee woorden, gauw gezegd. En dan?

Parsja Matot begint met voorschriften voor geloften. Een gelofte is geen gewone belofte. Het is een belofte aan G'd, en daar zit je aan vast.

Als je een offer belooft aan de Tempel of tsedaka aan een arme, moet je je belofte zo snel mogelijk nakomen.

Geloften aan G'd mag je nooit lichtvaardig afleggen, want iedere gelofte draagt het risico in zich dat het niet uitgevoerd wordt. Dat is volgens de Talmoed gevaarlijk.

Beloof liever nooit iets. Doe het direct.

In drie gevallen mag je echter een gelofte afleggen, wanneer je ook serieus van plan bent deze uit te voeren:

- wanneer je van een slechte gewoonte wil afkomen, - in tijden van nood: het is een traditie van Aartsvader Ja'akov om een gelofte aan G'd te doen, - als je een mitswa kan uitvoeren, mag je „bezweren" om deze gelegenheid niet onbenut voorbij te laten gaan.

Wanneer je je realiseert dat het onmogelijk is de gelofte te vervullen, kan je naar een grote Rabbijn gaan of naar drie leken om de gelofte te laten opheffen. Je moet dan verklaren dat je op het cruciale moment niet volledig de gevolgen van je gelofte realiseerde. Had je je dat wél gerealiseerd, dan had je deze gelofte nooit afgelegd. Daarom is de gelofte in dwaling geschied en kan hij opgeheven worden.

Terugwerkende kracht

Nadat een gelofte eenmaal is opgeheven, is het alsof er nooit een gelofte is afgelegd. Opheffen heeft dus terugwerkende kracht.

De Chagamiem stellen daarbij een vraag: wat is het verschil tussen een Chagam, een geleerde, en een arts? Een arts kan genezen wat vandaag pijn doet. Maar hij kan niet maken dat het gisteren geen pijn deed. Een Chagam kan dat wél: hij heft een gelofte zo op, dat zij er met terugwerkende kracht nooit geweest is.

Waar is dat goed voor? Een voorbeeld. Een man besteedde zijn tienden altijd aan de armen in Israël. Plotseling raakt een dierbaar familielid in ernstige financiële problemen. „En nu?", denkt hij. Want nu heeft deze donateur de plicht om een aanzienlijk deel van zijn tienden aan zijn familie te spenderen in plaats van aan armen in Israël.

Maar: omdat een onverplichte religieuze daad de status van een gelofte krijgt, is het raadzaam om een opheffing van geloften aan te vragen bij deskundige Rabbijnen alvorens van tsedaka-bestemming te veranderen.

Toch mag dit er niet toe leiden, dat men geloften licht neemt.

↩ Weet je nog, de nazier? Het was al genoeg als iemand uitriep: ik ben nazier. Precies zo'n zin is een neder.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dit gedeelte van de Tora niet, zoals anders, tot het hele volk gericht werd maar tot de stamoudsten? Want wanneer gewone mensen zouden horen dat men een gelofte kan opheffen, zouden ze de zaak niet serieus nemen.
  • … in dezelfde parasja staat hoe een pan uit een niet-Joods huis op een Joodse tafel mag komen? Eerst moet hij door het vuur — dat heet kasjeren — en daarna wordt hij één keer helemaal ondergedompeld in het water van een mikwe.
  • … een slachtmes wél getouweld wordt en een deegroller niet? Alleen wat het eten zonder verdere voorbereiding raakt, gaat het water in — en een mes komt ook aan tafel.

Woord van de week:Wort der Woche: Neder

Wat het betekentWas es bedeutet

Jedidja: „Wacht eens even. Als je een gelofte gewoon weer kunt laten opheffen — waar is zij dan nog goed voor?"

Awigail: „Juist daarom werd het niet tegen het hele volk gezegd, maar alleen tegen de stamoudsten. Wie eerst de uitgang hoort, neemt de ingang niet meer serieus."

Jedidja: „Maar ik weet het nu ook."

Awigail: „Ja. En nu moet je daarmee omgaan."

Jedidja: „Dat is toch niet moeilijk. Ik beloof iets, en als het me te veel wordt, laat ik het opheffen."

Eli: „Probeer dat maar eens. Je gaat er niet alleen heen. Je moet tegenover drie mensen uitleggen wat je destijds niet overzag — hardop, in je eigen woorden. Wie dat twee keer gedaan heeft, belooft de derde keer langzamer."

Jedidja: „En als ik het gewoon niet wil beloven?"

Eli: „Dan heb je de tekst begrepen. Het staat er zo: beloof niets. Doe het."

Vraag aan jouFrage an dich

„Beloof niets. Doe het." — Waarom is doen veiliger dan beloven? En wat raak je daarbij kwijt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vanavond over een belofte die u zelf ooit niet hebt kunnen houden — en over wat u daarna met die belofte gedaan hebt.

Duits

Ein Wort, das bindet

„Ich verspreche es." Zwei Wörter, schnell gesagt. Und dann?

Die Parascha Matot fängt mit den Vorschriften für Nedarim an — für Gelübde. Ein Gelübde ist kein gewöhnliches Versprechen. Es ist ein Versprechen vor Haschem, und es bindet.

Wenn du dem Tempel ein Opfer versprichst oder einem Armen Zedaka, dann musst du dein Versprechen so schnell wie möglich einlösen.

Ein Gelübde vor Haschem darf man nie leichtfertig ablegen, denn jedes Gelübde trägt das Risiko in sich, dass es am Ende nicht ausgeführt wird. Und das ist nach dem Talmud gefährlich.

Versprich lieber nie etwas. Tu es sofort.

In drei Fällen darfst du trotzdem geloben — wenn du wirklich vorhast, es auch auszuführen:

- wenn du von einer schlechten Gewohnheit loskommen willst, - in Zeiten der Not: Das ist eine Tradition unseres Vorvaters Jaakow, - wenn du eine Mizwa tun kannst und diese Gelegenheit nicht ungenutzt vorbeigehen lassen willst.

Und wenn du merkst, dass du dein Gelübde unmöglich erfüllen kannst? Dann kannst du zu einem großen Rabbiner gehen oder zu drei einfachen Leuten und dein Gelübde aufheben lassen. Du musst dann erklären: In dem entscheidenden Augenblick habe ich nicht überblickt, was mein Gelübde bedeutet. Hätte ich das gewusst, hätte ich es nie abgelegt. Darum ist das Gelübde aus Versehen geschehen — und darum kann es aufgehoben werden.

Rückwirkend

Ist ein Gelübde einmal aufgehoben, dann ist es, als wäre nie eines abgelegt worden. Das Aufheben wirkt zurück.

Die Chachamim stellen dazu eine Frage: Was ist der Unterschied zwischen einem Chacham, einem Gelehrten, und einem Arzt? Ein Arzt kann heilen, was heute weh tut. Aber er kann nicht machen, dass es gestern nicht weh getan hat. Ein Chacham kann genau das: Er hebt ein Gelübde so auf, dass es rückwirkend nie da gewesen ist.

Wozu ist das gut? Ein Beispiel. Ein Mann gab den Zehnten von allem, was er verdiente, immer den Armen in Israel. Plötzlich gerät ein Verwandter, den er liebt, in schwere Geldnot. „Und jetzt?", denkt er. Denn nun hat er die Pflicht, einen erheblichen Teil dieses Geldes für seine Familie auszugeben statt für die Armen in Israel.

Nur: Eine gute Tat, zu der man nicht verpflichtet war und die man trotzdem immer getan hat, bekommt den Status eines Gelübdes. Darum geht er besser erst zu Rabbinern, die sich auskennen, und lässt sein Gelübde aufheben, bevor er das Ziel seiner Zedaka wechselt.

Und trotzdem: Das darf nicht dazu führen, dass jemand Gelübde leicht nimmt.

↩ Weißt du noch, der Nazier? Es genügte, dass jemand ausrief: Ich bin Nazier. Genau so ein Satz ist ein Neder.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass dieser Abschnitt der Tora nicht wie sonst zum ganzen Volk gesprochen wurde, sondern zu den Stammesoberhäuptern? Denn wenn alle gehört hätten, dass man ein Gelübde auch wieder auflösen kann, hätten viele die Sache nicht mehr ernst genommen.
  • … dass in derselben Parascha steht, wie ein Topf aus einem fremden Haus auf einen jüdischen Tisch kommt? Erst muss er durchs Feuer — das heißt kaschern —, und danach wird er einmal ganz in das Wasser eines Mikwe getaucht.
  • … dass ein Schlachtmesser untergetaucht wird, ein Nudelholz aber nicht? Untergetaucht wird nur, was das Essen unmittelbar berührt — und ein Messer kommt auch auf den Tisch.

Woord van de week:Wort der Woche: Neder — Neder heißt Gelübde. Die Mehrzahl ist Nedarim — mit ihnen fängt die Parascha an.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jedidja: „Moment mal. Wenn man ein Gelübde einfach wieder auflösen kann — wozu ist es dann überhaupt gut?"

Awigail: „Genau deshalb wurde es nicht dem ganzen Volk gesagt, sondern nur den Stammesoberhäuptern. Wer zuerst vom Ausgang hört, nimmt den Eingang nicht mehr ernst."

Jedidja: „Aber ich weiß es jetzt auch."

Awigail: „Ja. Und jetzt musst du damit umgehen."

Jedidja: „Ist doch nicht schwer. Ich verspreche etwas, und wenn es mir zu viel wird, lasse ich es auflösen."

Eli: „Probier das mal. Du gehst nicht allein hin. Du musst vor drei Leuten erklären, was du damals nicht überblickt hast — laut, mit deinen eigenen Worten. Wer das zweimal gemacht hat, verspricht beim dritten Mal langsamer."

Jedidja: „Und wenn ich es gar nicht erst versprechen will?"

Eli: „Dann hast du den Text verstanden. Da steht es ja: Versprich nichts. Tu es."

Vraag aan jouFrage an dich

„Versprich nichts. Tu es." — Warum ist Tun sicherer als Versprechen? Und was geht dabei verloren?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute Abend von einem Versprechen, das Sie selbst einmal nicht halten konnten — und davon, was Sie danach damit gemacht haben.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De gordel om de stad

Duizend el om iedere stad heen, en daarop mocht niets gebouwd worden. Geen huis, geen stal, geen schuurtje. Waarom laat je zoveel grond leeg liggen?

Hasjeem geeft opdracht om het Land te veroveren en zich daar te vestigen. De grenzen van het Land worden precies beschreven. De nieuwe stamleiders worden genoemd die de verdeling van het Land zullen leiden. De Levieten krijgen 48 steden, omdat ze geen land in Israël krijgen. Hieronder vallen ook de 6 vluchtsteden.

Rond de achtenveertig Levietensteden moest een ruimte van duizend el worden opengelaten als noi la'ier — stadsschoon, waar niet gebouwd mocht worden. En waaromheen nog eens een gordel van tweeduizend el landbouwgrond gepland moest worden.

Volgens Maimonides (1135-1204, Egypte) gold deze bepaling voor alle steden in Israël. Misschien wilde de Tora ook het ontstaan van gigantische stadsagglomeraties voorkomen.

Een goede milieu-infrastructuur voorkomt veel ellende. Ook de Tora doet aan stadsplanning.

En dan komt de zin waar het om gaat: milieuvervuiling wordt in moderne publikaties veel te technisch behandeld. Milieuproblematiek is veel meer een moreel dilemma.

Want aan de basis van iedere vorm van water-, grond- of luchtverontreiniging staat een onverantwoordelijk individu, dat zijn afval ten laste van de gemeenschap uitstoot en het niets kan schelen welk effect zijn milieumisdrijf heeft, zolang het hem maar uitkomt.

↩ Weet je nog, de nawal birsjoet haTora? Wie zijn afval in de rivier gooit, overtreedt vaak geen enkel verbod. Zo was het toch niet bedoeld.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de grenzen van het land Israël in de Tora zeven keer worden aangegeven — en in de rest van Nach nog eens zeven maal?
  • … het koninkrijk van David en Salomo in het noorden doordrong tot de oevers van de Eufraat, terwijl het woongebied na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap vooral de wijde omtrek van Jeruzalem was? Sjomron kwam pas later in Joodse handen.
  • … er in het Scheppingsverhaal vier rivieren vanuit het Hof van Eden stroomden? Water is onbestendig en verandert constant — daarom staat het voor verandering en groei. En juist doordat de dingen niet vastliggen in het leven, kan alles ten goede worden gekeerd.
  • … ons metalen bestek al laat zien hoe weinig wij in harmonie met onze omgeving leven? Zonder kunstmatige middelen zouden wij niet eens kunnen eten.

Woord van de week:Wort der Woche: noi la'ir

Wat het betekentWas es bedeutet

Awigail: „Ik snap de volgorde niet. Eerst duizend el gras, en dan ineens moraal. Wat heeft het een met het ander te maken?"

Jair: „De schrijver Aryeh Carmell noemt dat een ironie van onze tijd. De hele wereld praat over vervuilde lucht. Over dat andere, wat ook vies wordt, praat bijna niemand."

Awigail: „En dat is?"

Jair: „Ons gevoel voor wat goed is. Dag in, dag uit worden wij gebombardeerd met indrukken van geweld, zedeloosheid en misdaad. Dr. Paul Ehrlich, een van de grootste ecologen uit onze tijd, sprak daar al lang geleden zijn bezorgdheid over uit."

Awigail: „Maar lucht kun je meten. Zo'n gevoel niet."

Jair: „Nee. En wat je niet kunt meten, moet je willen."

Awigail: „En wat doe je er dan aan?"

Jair: „Hetzelfde als tegen elke vervuiling: je beslist wat erin mag. Met de Tora in de rechterhand kan dat."

Awigail: „‚Je'. En wie is dat bij mij?"

Channa: „Jij. En kijk eens naar die lege strook. Die kun je ook niet meten — er staat immers niets op. Iemand moet zeggen: hier bouw ik niet, terwijl ik het zou kunnen. Bij allebei is juist dát het hele werk."

Vraag aan jouFrage an dich

Iemand gooit zijn afval in de rivier en zegt: „Het is toch niet verboden." Hij heeft gelijk — verboden is het niet. Wie betaalt er dan toch voor, en wat antwoord jij hem?

Sjabbat Sjalom!

👪 Zoek deze week samen uit waar het afval van uw huishouden uiteindelijk echt terechtkomt — en wie daar in de buurt woont.

Duits

Der Gürtel um die Stadt

Tausend Ellen um jede Stadt herum, und darauf durfte nichts gebaut werden. Kein Haus, kein Stall, kein Schuppen. Warum lässt man so viel Land leer?

Haschem gibt den Auftrag, das Land zu erobern und sich dort niederzulassen. Die Grenzen des Landes werden genau beschrieben. Die neuen Stammesführer werden genannt, die die Verteilung leiten sollen. Die Lewiim bekommen achtundvierzig Städte, weil sie kein eigenes Land in Israel bekommen. Sechs davon sind Zufluchtsstädte.

Rund um diese achtundvierzig Städte musste ein Streifen von tausend Ellen frei bleiben: noi la'ir, die Schönheit der Stadt. Dort durfte nicht gebaut werden. Und darum herum musste noch einmal ein Gürtel von zweitausend Ellen Ackerland geplant werden.

Nach Maimonides — dem Rambam — galt diese Bestimmung für alle Städte in Israel, nicht nur für die der Lewiim. Vielleicht wollte die Tora auch verhindern, dass riesige Stadtgebilde entstehen.

Eine gute Umwelt-Infrastruktur verhindert viel Elend. Auch die Tora macht Stadtplanung.

Und dann kommt der Satz, um den es geht: Umweltverschmutzung wird in modernen Veröffentlichungen viel zu technisch behandelt. Die Umweltfrage ist viel mehr ein moralisches Dilemma.

Denn am Anfang jeder Verschmutzung von Wasser, Boden oder Luft steht ein einzelner, unverantwortlicher Mensch. Einer, der seinen Abfall auf Kosten der Gemeinschaft loswird. Und dem völlig gleichgültig ist, was seine Tat anrichtet — solange es ihm passt.

↩ Erinnerst du dich an den nawal birschut haTora? Wer seinen Abfall in den Fluss kippt, übertritt oft kein einziges Verbot. Gemeint war es trotzdem nicht so.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Grenzen des Landes Israel in der Tora sieben Mal beschrieben werden — und im übrigen Tenach noch einmal sieben Mal?
  • … dass das Reich von David und Schlomo im Norden bis an den Euphrat reichte, während das Wohngebiet nach der Rückkehr aus Bawel vor allem die weite Umgebung von Jeruschalajim war? Schomron kam erst später in jüdische Hände.
  • … dass im Schöpfungsbericht vier Ströme aus dem Gan Eden flossen? Wasser bleibt nie stehen und verändert sich ständig — darum steht es in der Tora für Veränderung und Wachstum. Und weil im Leben nichts festliegt, kann alles zum Guten gewendet werden.
  • … dass schon unser Besteck zeigt, wie wenig wir mit unserer Umgebung im Einklang leben? Ohne künstliche Hilfsmittel könnten wir nicht einmal essen.

Woord van de week:Wort der Woche: noi la'ir — noi la'ir heißt: die Schönheit der Stadt. Gemeint ist der leere Ring rundherum, auf dem niemand bauen darf.

Wat het betekentWas es bedeutet

Awigail: „Ich verstehe die Reihenfolge nicht. Erst tausend Ellen Gras, dann plötzlich Moral. Was hat das eine mit dem anderen zu tun?"

Jair: „Der Schriftsteller Aryeh Carmell nennt das eine Ironie unserer Tage. Die ganze Welt redet über verschmutzte Luft. Über das andere, was schmutzig wird, redet fast niemand."

Awigail: „Und das wäre?"

Jair: „Unser Gefühl dafür, was richtig ist. Tag für Tag werden wir mit Eindrücken von Gewalt, Unanständigkeit und Verbrechen bombardiert. Paul Ehrlich, einer der größten Ökologen unserer Zeit, hat seine Sorge darüber schon vor langer Zeit ausgesprochen."

Awigail: „Aber Luft kann man messen. So ein Gefühl nicht."

Jair: „Nein. Und was man nicht messen kann, muss man wollen."

Awigail: „Und was macht man dann?"

Jair: „Dasselbe wie gegen jede Verschmutzung: Man entscheidet, was hineindarf. Mit der Tora in der Hand geht das."

Awigail: „‚Man'. Und wer ist das bei mir?"

Channa: „Du. Und schau dir den leeren Streifen an. Den kann auch niemand messen — es steht ja nichts darauf. Jemand muss sagen: Hier baue ich nicht, obwohl ich könnte. Bei beidem ist genau das die ganze Arbeit."

Vraag aan jouFrage an dich

Jemand kippt seinen Abfall in den Fluss und sagt: „Verboten ist es nicht." Er hat recht — verboten ist es nicht. Wer bezahlt trotzdem dafür, und was antwortest du ihm?

Schabbat Schalom!

👪 Finden Sie diese Woche gemeinsam heraus, wo der Abfall Ihres Haushalts am Ende wirklich landet — und wer dort in der Nähe wohnt.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
43 · Mass'ej Mass'ej

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Wat het eerst?

Vanaf de hoogte kon je ver kijken. Gras, zo ver als je zag, en daartussen water. Een land voor dieren.

De Bnee Jisra'eel waren bijna bij hun doel. Alleen nog over de rivier, over de Jardeen, en dan waren ze in het land dat Hasjeem hun beloofd had.

Maar twee stammen wilden helemaal niet oversteken.

De nakomelingen van Ruben hadden veel vee, en de nakomelingen van Gad hadden geweldig veel vee. Zij bekeken het land Ja'ezer en het land Gilead, en zie: die plaats was een geschikte plaats voor vee.

Ze gingen naar Mosjee, naar de priester Eleazar en naar de leiders van de gemeenschap. „Indien wij genade in uw ogen gevonden hebben", zeiden ze, „laat dit land uw dienaren tot bezit gegeven worden. Laat ons niet de Jardeen oversteken."

Mosjee keek hen aan. „Uw broeders zullen ten strijde trekken", zei hij, „en u wilt zelf hier blijven?"

Toen naderden zij tot hem. „Zo bedoelden wij het niet. Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen. Onze kleine kinderen echter zullen in de versterkte steden blijven vanwege de inwoners van het land. Maar wijzelf zullen ons toerusten voor de strijd en vóór de anderen uit gaan. Wij zullen niet terugkeren naar onze huizen, voordat iedere Israëliet zijn erfelijk bezit ontvangen heeft."

Mosjee luisterde heel goed. Toen antwoordde hij hun. Bijna met dezelfde woorden. Bijna.

„Bouw steden voor jezelf en voor je kinderen", zei hij, „en schaapskooien voor jullie schaapjes."

Merk je het verschil?

Ruben en Gad merkten het meteen. Ze zeiden: „Uw dienaren zullen doen zoals onze meester ons instrueert. Onze kinderen, vrouwen en kleinvee zullen in de steden van Gilad blijven."

En zo hebben ze het ook gedaan. Verderop staat in de Tora nog eens duidelijk dat ze die volgorde ook hebben aangehouden toen ze hun plannen realiseerden. Eerst de steden. Daarna de kooien.

↩ Weet je nog, de twaalf mannen die het land moesten bekijken? Omdat zij er zo slecht over spraken, bleef het volk veertig jaar in de woestijn. Nu, helemaal aan het eind, stonden ze eindelijk bij de Jardeen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … onze parasja tweeënveertig tochten opnoemt — tweeënveertig keer de tenten inpakken en verdertrekken, de een na de ander?
  • … dat er veertien daarvan al in het allereerste jaar waren, vlak na de uittocht?
  • … dat bij elk van die tochten ook de grote tent werd afgebroken waarin Hasjeem bij hen woonde — en op de volgende plaats weer opgebouwd?
  • … dit hoofdstuk helemaal aan het eind van Bemidbar staat, het vierde boek van de Tora — het boek dat „in de woestijn" heet?

Woord van de week:Wort der Woche: Massej — Mass'ej betekent: de tochten. Elke keer dat het volk de tenten inpakte en verderging, was dat een tocht. Tweeënveertig keer.

Wat het betekentWas es bedeutet

Heb je gemerkt dat Mosjee maar twee woorden omgedraaid heeft?

Eli: „Rasji merkte het — een leraar van heel lang geleden, die ieder woord in de Tora precies bekeek. Hij zegt: luister wat de twee stammen het eerst noemden. De schaapskooien. En pas daarna de kinderen. Rasji zegt daarom: hun bezit leek belangrijker dan hun kinderen."

Channa: „Misschien bedoelden ze het zo helemaal niet."

Eli: „Rasji zegt het toch zo. Want Mosjee was uiterst gevoelig voor kleine taalnuances. En hij gaf hun een standje: laat de belangrijkste zaken voorop staan en de minder belangrijke daarna."

Channa: „Dan ging het helemaal niet over kooien."

Eli: „Nee. Het ging over een moeilijke vraag: wat is voor een vader en een moeder werkelijk het belangrijkste? Hun kinderen — of hun rijkdom?"

Channa: „En Ruben en Gad hebben het omgedraaid. Helemaal uit zichzelf. Je kúnt dus merken dat je iets verkeerd om gezegd hebt — en je kunt het veranderen."

Vraag aan jouFrage an dich

Wat wilden Ruben en Gad het eerst bouwen — en wat zei Mosjee dat je het eerst bouwt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond wat u deze week het eerst gedaan hebt — en vraag uw kind of dat de goede volgorde was.

Duits

Was zuerst?

Von der Anhöhe sah man weit. Gras, so weit das Auge reichte, und dazwischen Wasser. Ein Land für Tiere.

Die Bnej Jisrael — das Volk Israel — waren fast am Ziel. Nur noch über den Fluss, über den Jarden, dann waren sie in dem Land, das Haschem ihnen versprochen hatte.

Aber zwei Stämme wollten gar nicht hinüber.

Reuwen und Gad hatten Herden. Sehr große Herden. Schafe, Ziegen, Rinder. Sie sahen sich das Land Gilad an, hier auf dieser Seite des Jarden — und sieh: Das war genau der richtige Platz für Vieh.

Sie gingen zu Mosche, zu Elasar dem Priester und zu den Anführern der Gemeinde. „Wenn wir Gnade in deinen Augen gefunden haben", sagten sie, „dann gib dieses Land uns, deinen Dienern. Lass uns nicht über den Jarden ziehen."

Mosche sah sie an. „Eure Brüder ziehen in den Kampf", sagte er, „und ihr wollt hier sitzen bleiben?"

Da traten sie näher heran. „So haben wir es nicht gemeint. Wir bauen hier Ställe für unser Vieh und Städte für unsere Kinder. Unsere kleinen Kinder bleiben dann in den festen Städten, wegen der Leute, die schon im Land wohnen. Wir selbst aber machen uns fertig für den Kampf und ziehen vor den anderen her. Wir kommen erst nach Hause, wenn jeder in Israel seinen Platz bekommen hat."

Mosche hörte genau zu. Dann antwortete er ihnen. Fast mit denselben Wörtern. Fast.

„Baut Städte für euch selbst und für eure Kinder", sagte er, „und Ställe für eure Schafe."

Merkst du den Unterschied?

Reuwen und Gad merkten ihn sofort. Sie sagten: „Deine Diener werden es tun, wie unser Herr es sagt. Unsere Kinder, unsere Frauen und unser Vieh bleiben in den Städten von Gilad."

Und so haben sie es dann auch gemacht. Später steht es in der Tora noch einmal ganz genau: Als sie ihre Pläne wirklich ausführten, hielten sie diese Reihenfolge ein. Erst die Städte. Dann die Ställe.

↩ Weißt du noch, die zwölf Männer, die das Land ansehen sollten? Weil sie so schlecht darüber redeten, blieb das Volk vierzig Jahre in der Wüste. Jetzt, ganz am Ende, standen sie endlich am Jarden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass unsere Parascha zweiundvierzig Aufbrüche aufzählt — zweiundvierzig Mal Zelte einpacken und weiterziehen, einen nach dem anderen?
  • … dass vierzehn davon schon im allerersten Jahr waren, gleich nach dem Auszug?
  • … dass bei jedem einzelnen dieser Aufbrüche auch das große Zelt abgebaut wurde, in dem Haschem bei ihnen wohnte — und am nächsten Ort wieder aufgebaut?
  • … dass dieses Kapitel ganz am Ende von Bemidbar steht, dem vierten Buch der Tora — dem Buch, das „in der Wüste" heißt?

Woord van de week:Wort der Woche: Massej — Massej heißt: die Aufbrüche. Jedes Mal, wenn das Volk die Zelte einpackte und weiterzog, war das ein Aufbruch. Zweiundvierzig Mal.

Wat het betekentWas es bedeutet

Hast du gemerkt, dass Mosche nur zwei Wörter vertauscht hat?

Eli: „Raschi hat es gemerkt — ein Lehrer von vor sehr langer Zeit, der jedes Wort in der Tora genau anschaute. Er sagt: Hört, was die beiden Stämme zuerst nannten. Die Ställe. Und erst danach die Kinder. Raschi sagt darum: Ihr Besitz schien ihnen wichtiger als ihre Kinder."

Channa: „Vielleicht haben sie das gar nicht so gemeint."

Eli: „Raschi sagt es trotzdem so. Denn Mosche hörte auch auf ganz kleine Wörter. Und er gab ihnen einen Verweis: das Wichtigste zuerst und das weniger Wichtige danach."

Channa: „Dann ging es gar nicht um die Ställe."

Eli: „Nein. Es ging um eine schwere Frage: Was ist einem Vater und einer Mutter wirklich das Wichtigste? Ihre Kinder — oder ihr Besitz?"

Channa: „Und Reuwen und Gad haben es umgedreht. Ganz von allein. Man kann also merken, wenn man etwas falsch herum gesagt hat — und es ändern."

Vraag aan jouFrage an dich

Was wollten Reuwen und Gad zuerst bauen — und was sagte Mosche, was zuerst gebaut wird?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend, was Sie diese Woche zuerst erledigt haben — und fragen Sie Ihr Kind, ob das die richtige Reihenfolge war.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De stad waar je verder mag leven

Een ongeluk. Niemand heeft het gewild. En toch is er daarna een mens dood — en moet een ander verder leven met wat er gebeurd is.

Helemaal aan het einde van Bemidbar, het vierde boek van de Tora, worden de voorschriften behandeld over iemand die onopzettelijk een ander doodt. Je zou een straf verwachten. Of helemaal niets, want hij wilde het niet. In de Tora staat iets derds.

Hij krijgt een stad.

Er waren er zes in het land die alleen daarvoor bestemd waren, en drie ervan heeft Mosjee zelf aangewezen, ten oosten van de Jardeen; dat lezen we in het vijfde boek, in Dewariem. Wie onbedoeld iemand had gedood, kon daar veilig wonen. Veilig waarvoor? Voor de go'eel hadam, de bloedwreker — zo noemde men toen de naaste bloedverwant van de dode, die de veroorzaker achterna ging. In de stad kon hem niets gebeuren.

Maar bescherming alleen was het niet.

Mosjee bood mensen die een tragisch ongeluk hadden veroorzaakt steun en bemoediging. In de vrijsteden kregen mensen die bijvoorbeeld iemand bij een verkeersongeval hadden gedood, morele en geestelijke begeleiding. Het doel was niet hen weg te zetten. Het doel was hen te helpen hun leven weer op te bouwen en na verloop van tijd opnieuw een volwaardige plaats in de samenleving in te nemen.

En dan merk je dat hier niets toevallig is: dat de vrijsteden tegelijkertijd Levietensteden waren, was geen toeval. De Levieten waren de leraren en geestelijke leiders van het Joodse volk. Zij waren de spirituele lichtpunten van hun tijd. Zij konden wanhopige mensen opnieuw inspireren en hen helpen een positieve richting in hun leven te vinden.

Je stuurde de veroorzaker dus niet naar de rand. Je stuurde hem naar de leraren.

Volgens verschillende verklaringen vormt het hele boek Dewariem één lange afscheidsrede van Mosjee. Als dat klopt, valt des te meer op waar hij zich aan het einde van zijn leven mee bezighield: met mensen die door de samenleving waren buitengesloten.

↩ Weet je nog waar de ruzie met Korach over ging? De Levi'iem moesten dienen onder Aharon en zijn zonen — dat vonden ze zelf ook vervelend. Hier zie je de andere kant van hun taak: zij waren degenen naar wie je gestuurd werd als je het niet meer wist.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … twee stammen helemaal niet naar het land wilden oversteken? Ruben en Gad hadden geweldig veel vee, en het land Ja'ezer en het land Gilead ten oosten van de Jardeen waren daar precies goed voor.
  • … de wegen naar die steden breed werden gehouden en dat bij elke splitsing een bord stond met maar één woord erop: Miklat — toevlucht? Wie erheen moest, hoefde niet ook nog te zoeken.
  • … er uiteindelijk zes vrijsteden waren — drie ten oosten en drie ten westen van de Jardeen? Mosjee zelf heeft alleen de drie oostelijke aangewezen; de andere drie kwamen erbij toen het volk in het land was.
  • … „de overkant van de Jardeen", waar de Tora het hier over heeft, tegenwoordig in Jordanië ligt? Wie daar vandaag staat en naar het westen kijkt, ziet precies wat Ruben en Gad toen niet wilden oversteken.

Woord van de week:Wort der Woche: Ir Miklat — Ier Miklat betekent: stad van opname. Geen stad van straf, geen stad van verbanning — opname.

Wat het betekentWas es bedeutet

Batsjeva: „Het leven van Mosjee heeft een boog. Het eerste wat de Tora over Mosjee vertelt, is dat hij het paleis van de farao verliet om het lijden van zijn volk te delen. En het laatste wat hij doet, is dit. Zijn leven begon en eindigde met chesed — met goedheid die niemand van je kan eisen."

Jechiel: „Chesed klinkt naar grote daden. Maar onze Chagamiem, onze wijzen, zeggen iets verbazingwekkends: iemand vriendelijk met een glimlach begroeten kan soms nog belangrijker zijn dan hem eten geven."

Batsjeva: „Belangrijker dan eten? Dat kan toch niet."

Jechiel: „Toch wel. In Pirkee Avot — het boek met de spreuken van onze leraren — staat een zin van Rabbi Mattitja ben Cheresj: Begroet ieder mens als eerste. Onze leraren zeggen: daaraan zie je of mensen goed met elkaar omgaan. Van Rabbi Jochanan ben Zakkai wordt verteld dat hij het echt deed — zelfs bij een niet-Jood die hij op straat tegenkwam."

Batsjeva: „En als je het niet doet?"

Jechiel: „Onze Wijzen zeggen dat de vierentwintigduizend leerlingen van Rabbi Akiva stierven omdat zij elkaar niet met voldoende eerbied behandelden. Het begint altijd klein."

Batsjeva: „Bij ons in de klas groeten de kleintjes de groten. In veel landen schrijft de etiquette dat precies voor: meestal groet de lager geplaatste de hoger geplaatste."

Jechiel: „Daar zit hem nu net de kern. Een begroeting beantwoorden is beleefdheid. Als eerste groeten is liefde. Wie als eerste groet, zet zijn eigen trots opzij. Hij doorbreekt het ijs, stelt de ander op zijn gemak en vermindert de afstand tussen mensen. En alles begint met de bereidheid om zelf de eerste stap te zetten."

Vraag aan jouFrage an dich

Er is iemand die jij normaal niet als eerste groet — omdat hij ouder is, omdat jullie ruzie hadden, omdat je hem nauwelijks kent. Wie is dat bij jou, en wat zou je zeggen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Groet deze week één keer iemand als eerste die u anders over het hoofd ziet — de caissière, de buurman, de buschauffeur — en laat uw kind toekijken, zonder het van tevoren aan te kondigen.

Duits

Die Stadt, in der man weiterleben darf

Ein Unglück. Niemand hat es gewollt. Und trotzdem ist danach ein Mensch tot — und ein anderer muss weiterleben mit dem, was passiert ist.

Ganz am Ende von Bemidbar, dem vierten Buch der Tora, stehen die Vorschriften über jemanden, der einen anderen ohne Absicht getötet hat. Man würde erwarten: eine Strafe. Oder gar nichts, weil er es ja nicht wollte. In der Tora steht etwas Drittes.

Er bekommt eine Stadt.

Sechs Städte gab es im Land, die nur dafür da waren, und drei davon hat Mosche selbst bestimmt, östlich des Jarden; das lesen wir im fünften Buch, in Dewarim. Wer ohne Absicht getötet hatte, konnte dort sicher wohnen. Sicher wovor? Vor dem Goel haDam, dem Bluträcher — so nannte man damals den nächsten Verwandten des Toten, der dem Verursacher nachging. In der Stadt konnte ihm nichts geschehen.

Aber Schutz allein war es nicht.

Wer heute jemanden bei einem Verkehrsunfall tötet, weiß, wie das ist: Man ist nicht schuldig, und man kommt trotzdem nicht darüber hinweg. Genau solchen Menschen gab Mosche etwas mit. In den Zufluchtsstädten bekamen sie Begleitung — jemanden, der mit ihnen redete, ihnen zuhörte, ihnen half. Das Ziel war nicht, sie wegzuräumen. Das Ziel war, dass sie ihr Leben wieder aufbauen konnten und nach einer Zeit wieder ganz dazugehörten.

Und dann kommt der Punkt, an dem man merkt, dass hier nichts zufällig ist: Diese sechs Städte waren zugleich Lewitenstädte. Die Lewijim waren die Lehrer des jüdischen Volkes und seine geistlichen Führer — die hellen Punkte ihrer Zeit. Sie konnten Menschen, die verzweifelt waren, wieder aufrichten und ihnen helfen, eine gute Richtung zu finden.

Man schickte den Verursacher also nicht an den Rand. Man schickte ihn zu den Lehrern.

Manche Erklärer lesen das ganze Buch Dewarim als eine lange Abschiedsrede Mosches. Wenn das stimmt, dann ist es umso auffälliger, womit er sich am Ende seines Lebens beschäftigte: mit den Menschen, die aus der Gemeinschaft herausgefallen waren.

↩ Weißt du noch, worüber bei Korach gestritten wurde? Die Lewijim sollten unter Aharon und seinen Söhnen dienen — das war ihnen selbst nicht recht. Hier siehst du die andere Seite ihrer Aufgabe: Sie waren die, zu denen man geschickt wurde, wenn man nicht mehr weiterwusste.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass zwei Stämme gar nicht ins Land hinüberwollten? Reuwen und Gad hatten sehr viel Vieh, und das Land Jaser und das Land Gilad östlich des Jarden waren genau der richtige Platz dafür.
  • … dass die Wege zu diesen Städten breit gehalten wurden und an jeder Weggabelung ein Schild stand, auf dem nur ein Wort stand: Miklat — Zuflucht? Wer dorthin musste, sollte nicht auch noch suchen müssen.
  • … dass es am Ende sechs Zufluchtsstädte gab — drei östlich und drei westlich des Jarden? Mosche selbst hat nur die drei östlichen bestimmt; die drei anderen kamen dazu, als das Volk im Land war.
  • … dass „die andere Seite des Jarden", von der die Tora hier spricht, heute in Jordanien liegt? Wer dort heute steht und nach Westen schaut, sieht genau das, was Reuwen und Gad damals nicht überqueren wollten.

Woord van de week:Wort der Woche: Ir Miklat — Ir Miklat heißt: Stadt der Aufnahme. Nicht Stadt der Strafe, nicht Stadt der Verbannung — Aufnahme.

Wat het betekentWas es bedeutet

Batschewa: „Mosches Leben hat eine Klammer. Das Allererste, was die Tora von ihm erzählt: Er verließ den Palast des Pharao und ging hinaus zu seinen Brüdern, um mitzutragen, was sie trugen. Und das Letzte, was er tut, ist dies hier. Sein Leben beginnt mit Chessed — mit Gutem, das niemand von einem verlangen kann — und endet mit Chessed."

Jechiel: „Chessed klingt nach großen Taten. Aber unsere Chachamim, unsere Weisen, sagen etwas Erstaunliches: Jemanden freundlich und mit einem Lächeln zu begrüßen kann manchmal mehr sein, als ihm etwas zu essen zu geben."

Batschewa: „Mehr als Essen? Das kann doch nicht sein."

Jechiel: „Doch. In den Pirkej Awot — dem Buch mit den Sätzen unserer Lehrer — steht ein Satz von Rabbi Mattitja ben Charasch: Begrüße jeden Menschen als Erster. Unsere Lehrer sagen: Daran zeigt sich, ob Menschen gut miteinander auskommen. Von Rabbi Jochanan ben Sakkai wird erzählt, dass er es wirklich tat — sogar bei einem Menschen, der gar nicht jüdisch war und dem er auf der Straße begegnete."

Batschewa: „Und wenn man es nicht tut?"

Jechiel: „Unsere Chachamim sagen, dass die vierundzwanzigtausend Schüler von Rabbi Akiwa daran zugrunde gingen, dass sie einander nicht genug achteten. Es fängt immer klein an."

Batschewa: „Bei uns in der Klasse grüßen die Kleinen die Großen. In vielen Ländern schreibt die Etikette genau das vor: Der Niedrigere grüßt den Höheren zuerst."

Jechiel: „Genau da liegt der Punkt. Einen Gruß zu erwidern ist Höflichkeit. Als Erster zu grüßen ist Liebe. Wer als Erster grüßt, legt seinen Stolz beiseite. Er bricht das Eis, er nimmt dem anderen die Verlegenheit, er macht den Abstand kleiner. Und alles beginnt damit, dass einer bereit ist, den ersten Schritt zu tun."

Vraag aan jouFrage an dich

Es gibt einen Menschen, den du normalerweise nicht zuerst grüßt — weil er älter ist, weil ihr euch gestritten habt, weil du ihn kaum kennst. Wer ist das bei dir, und was würdest du sagen?

Schabbat Schalom!

👪 Grüßen Sie diese Woche einmal jemanden als Erster, den Sie sonst übersehen — die Kassiererin, den Nachbarn, den Busfahrer — und lassen Sie Ihr Kind dabei zuschauen, ohne es vorher anzukündigen.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Tweeënveertig tochten

Tweeënveertig tochten telt het begin van onze parasja. Tweeënveertig keer de tenten afbreken en verdertrekken, de een na de ander. Geen enkele zin legt ze uit. Alleen de namen van de plaatsen.

„Dit zijn de tochten van de kinderen Israëls, die zij vanuit het land Egypte gemaakt hebben onder leiding van Mosjé en Aharon" (33:1).

Waarom werden deze tochten hier opgetekend? De Tora is geen geschiedenisboek. De reizen waren historisch absoluut juist, maar dat is nog niet voldoende reden om het te vermelden in de Tora. Rasji vermeldt die vraag expliciet in plaats van eraan voorbij te gaan — en hij gebruikt de Midrasj om haar te beantwoorden.

Zijn antwoord: deze tochten staan hier beschreven om de weldaden van G'd duidelijk te maken. Ofschoon Hij, omtrent de Bnee Jisra'eel, besloten had hen te laten zwerven in de woestijn, kan men toch niet zeggen dat ze uiteindelijk veel gezworven hebben. Ze waren dus niet doorlopend op reis, van tocht tot tocht, gedurende die veertig jaren.

Ze hadden zeker wel rust. Want er waren niet meer dan tweeënveertig tochten. Trek daar veertien van af, die alle in het eerste jaar hadden plaatsgevonden, vóór het besluit dat ze veertig jaar in de woestijn moesten dolen. En trek er nog eens acht van af: de tochten in het laatste jaar, na de dood van Aharon bij de berg Hor. Dan blijven er voor de achtendertig jaar daartussen twintig tochten over. Twintig. Deze verklaring heeft Rasji ontleend aan het werk van Rabbi Mosjé Haddarshan.

Daarachter staat iets dat je moet uitspreken: de zwerftochten door de woestijn waren uiteindelijk toch een straf voor de zonde van de verspieders. En juist daar zet Rasji aan. G'd wilde de straf matigen. Volgens Rabbi Mosjé Haddarshan heeft G'd het reizen zoveel mogelijk proberen te beperken.

Verderop in diezelfde lijst staat een zin waar je makkelijk overheen leest:

„Ze trokken dan op van Ra'meses in de eerste maand, op de vijftiende dag van de eerste maand. Op de dag na het Pesach-offer trokken de Bnee Jisra'eel weg met de opgeheven hand vóór de ogen van heel Egypte. En de Egyptenaren begroeven, wat Hasjeem onder hen verslagen had, alle eerstgeborenen" (33:3-4).

Rasji verklaart hier dat de Egyptenaren niet alleen hun doden begroeven, maar dat ze verzonken waren in rouw. En juist daaraan stoot hij zich. Dat de Egyptenaren hun doden begroeven na de tiende plaag mag bekend worden verondersteld. Egypte was bekend om zijn begraafriten, zoals we tot op de dag van vandaag kunnen zien aan de geweldig grote pyramiden. Waarom het dan vermelden?

Maar let op de context. De Egyptenaren moesten de Joden laten gaan. De Bnee Jisra'eel vertrokken triomfantelijk uit Egypte, vóór de ogen van de Egyptenaren. Die waren gepreoccupeerd met andere belangrijke zaken: het begraven van hun doden en het rouwproces. Zij waren te druk bezig met hun rouw om zich nog druk te maken over het vertrekkende slavenvolk.

↩ Weet je nog, de meragliem, de verspieders? Tien van de twaalf spraken slecht over het land, en het volk huilde de hele nacht. De veertig jaar in de woestijn zijn daar het gevolg van. Precies die veertig jaar rekent Rasji hier na.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er hele boeken bestaan die niets anders doen dan Rasji uitleggen? Twee ervan staan onder ons hoofdstuk: Goer Arje en Maskiel leDavid. Wie Rasji leest, leest zelden alleen.
  • … het niet eens twee stammen waren die ten oosten van de Jardeen wilden blijven, maar tweeënhalf? Bij Ruben en Gad kwam de halve stam Menasjee — de Tora noemt hem pas als het land verdeeld wordt.
  • … juist die stammen die ten oosten van de Jardeen bleven wonen, in de tijd van de Babylonische ballingschap als eerste werden weggevoerd? Van deze stammen en de overige acht van de tien verloren stammen is nooit meer veel vernomen; ze verdwenen uit de Joodse geschiedenis. We mogen hopen dat ze in de tijd van de Masjiach — de tijd waar we op wachten — terugkeren naar hun roots.
  • … Rasji, die in ons hoofdstuk de vraag stelt, geleefd heeft van 1040 tot 1105 — in Troyes in Frankrijk en in Worms aan de Rijn? Tussen de uittocht uit Egypte en hem liggen meer dan tweeduizend jaar. Tussen hem en jou bijna duizend. Hij staat dus ongeveer in het midden — en stelt zijn vraag van daaruit.

Woord van de week:Wort der Woche: Midrasch — Een Midrasj is geen tweede verhaal naast de Tora, maar een manier om haar open plekken te lezen. Rasji beantwoordt zijn vraag niet met een mening, maar met een Midrasj — en daarom staan hier twee antwoorden naast elkaar, niet één.

Wat het betekentWas es bedeutet

Arielle: „Rabbi Tanchoema geeft een andere verklaring van dezelfde lijst. Hij vergelijkt het reizen van de Bnee Jisra'eel met een koning, wiens zoon ziek was. Samen met zijn zoon ging de koning op weg naar een ver ziekenhuis. Toen ze terugkeerden, begon de vader al de tochten op te sommen en hij zei tegen hem: hier hebben we gegeten, hier hebben we geslapen, hier hebben we uitgerust, hier had je hoofdpijn."

Eli: „De verklaring van Rabbi Tanchoema gaat nog verder. Bij Rabbi Mosjé Haddarshan beperkt G'd alleen het reizen. Hier is Hij als een vader die bezorgd is om ons welzijn. De Joden waren ziek en verdienden G'ds extra aandacht, als een Vader die, met name, zijn zieke zoon verzorgt."

Arielle: „Maar waar slaat die vergelijking eigenlijk op? De vader somt de plaatsen op de terugweg op. Wie is er in ons verhaal op de terugweg?"

Eli: „Wij. De oorspronkelijke reis is te vergelijken met de ervaringen van het Joodse volk in de woestijn, met al zijn ups en downs. De terugreis kun je vergelijken met de Joden die al deze reizen nalezen, nadat ze het land Israël waren binnengetrokken."

Arielle: „Dus pas dan. Wanneer men veilig onder zijn wijnstok en vijgenboom zit, vergelijkbaar met de periode na de genezing, leest men het nog een keer na. En pas dan beseft men hoe dankbaar men moet zijn."

Eli: „Onze ervaringen samen met G'd in een verafgelegen oord zijn uiteindelijk de basis van onze geschiedenis geworden. De opsomming van de reizen toont G'ds liefde. Het wil een gevoel van dankbaarheid bij ons opwekken om G'ds nabijheid te blijven zoeken. En het laat nog iets zien: ook een negatieve herinnering kan positief geduid worden."

Vraag aan jouFrage an dich

Twee verklaarders lezen dezelfde lijst: Rabbi Mosjé Haddarshan rekent na, Rabbi Tanchoema vertelt over de zieke zoon. Allebei zeggen ze dat de lijst een teken van zorg is — maar wat volgt er uit elk van beide verklaringen voor wie die tweeënveertig tochten vandaag naleest?

Sjabbat Sjalom!

👪 Noem uw kind drie plaatsen uit een jaar dat voor u zwaar was — en zeg erbij wat u er pas achteraf aan gezien hebt.

Duits

Zweiundvierzig Aufbrüche

Zweiundvierzig Aufbrüche zählt der Anfang unserer Parascha. Zweiundvierzig Mal Zelte abbauen und weiterziehen, einer nach dem anderen. Kein Satz erklärt sie. Nur die Namen der Orte.

„Dies sind die Reisen der Kinder Israels, die sie aus dem Land Mizrajim gemacht haben, unter der Führung von Mosche und Aharon" (33,1).

Warum wurden diese Reisen hier aufgezeichnet? Die Tora ist kein Geschichtsbuch. Dass die Reisen historisch genau so stattgefunden haben, ist noch kein Grund, sie in der Tora zu nennen. Raschi stellt diese Frage ausdrücklich, statt sie zu übergehen — und er antwortet mit einem Midrasch.

Seine Antwort: Die Reisen stehen hier, um Haschems Wohltaten deutlich zu machen. Zwar hatte Er über die Bnej Jisrael beschlossen, dass sie in der Wüste umherziehen sollten — aber man kann trotzdem nicht sagen, dass sie am Ende viel umhergezogen sind. Sie waren nicht ununterbrochen unterwegs, von Aufbruch zu Aufbruch, vierzig Jahre lang.

Sie hatten durchaus Ruhe. Denn es waren nicht mehr als zweiundvierzig Reisen. Und davon zieh vierzehn ab, die alle im ersten Jahr stattfanden, noch vor dem Beschluss, dass sie vierzig Jahre in der Wüste umherirren müssen. Und zieh noch einmal acht ab: die Aufbrüche im letzten Jahr, nach Aharons Tod am Berg Hor. Dann bleiben für die achtunddreißig Jahre dazwischen zwanzig Aufbrüche. Zwanzig. Diese Erklärung hat Raschi dem Werk von Rabbi Mosche haDarschan entnommen.

Dahinter steht etwas, das man aussprechen muss: Das Umherziehen in der Wüste war am Ende doch eine Strafe — für das, was mit den Kundschaftern geschehen war. Und genau daran setzt Raschi an. Haschem wollte diese Strafe mildern. Nach Rabbi Mosche haDarschan hat Er das Reisen so weit begrenzt, wie es überhaupt ging.

Weiter vorn in derselben Liste steht ein Satz, über den man leicht hinwegliest:

„Sie zogen von Ra'meses aus, im ersten Monat, am fünfzehnten Tag des ersten Monats. Am Tag nach dem Pessach-Opfer zogen die Bnej Jisrael aus, mit erhobener Hand, vor den Augen von ganz Mizrajim. Und die Mizrijim begruben, was Haschem unter ihnen geschlagen hatte, alle Erstgeborenen" (33,3–4).

Raschi hält hier fest: Sie begruben nicht nur ihre Toten — sie waren in Trauer versunken. Und ausgerechnet daran stößt er sich. Dass die Mizrijim nach der zehnten Plage ihre Toten begruben, versteht sich von selbst. Mizrajim war für seine Begräbnisbräuche berühmt; die gewaltigen Pyramiden stehen bis heute. Warum also überhaupt erwähnen?

Achte auf den Zusammenhang. Die Mizrijim mussten die Bnej Jisrael ziehen lassen. Und die Bnej Jisrael zogen triumphierend hinaus, vor den Augen der Mizrijim. Die aber waren mit anderen wichtigen Dingen beschäftigt: mit dem Begraben ihrer Toten und mit ihrer Trauer. Sie waren zu beschäftigt, um sich noch um ein Sklavenvolk zu kümmern, das gerade davonzog.

↩ Erinnerst du dich an die Meraglim, die Kundschafter? Zehn von zwölf redeten das Land schlecht, und das Volk weinte die ganze Nacht. Die vierzig Jahre in der Wüste sind die Folge davon. Genau diese vierzig Jahre rechnet Raschi hier nach.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass es ganze Bücher gibt, die nichts anderes tun, als Raschi zu erklären? Zwei davon stehen unter unserem Kapitel: Gur Arje und Maskil leDawid. Wer Raschi liest, liest selten allein.
  • … dass es gar nicht zwei Stämme waren, die östlich des Jarden bleiben wollten, sondern zweieinhalb? Zu Reuwen und Gad kam der halbe Stamm Menasche — die Tora nennt ihn erst, als das Land verteilt wird.
  • … dass ausgerechnet diese Stämme, die östlich des Jarden wohnen blieben, in der Zeit des babylonischen Exils als Erste weggeführt wurden? Von ihnen und den übrigen acht der zehn verlorenen Stämme hat man nie wieder viel gehört; sie verschwanden aus der jüdischen Geschichte. Wir dürfen hoffen, dass sie in der Zeit des Maschiach — der Zeit, auf die wir warten — zu ihren Wurzeln zurückkehren.
  • … dass Raschi, der in unserem Kapitel die Frage stellt, von 1040 bis 1105 gelebt hat — in Troyes in Frankreich und in Worms am Rhein? Zwischen dem Auszug aus Mizrajim und ihm liegen mehr als zweitausend Jahre. Zwischen ihm und dir beinahe tausend. Er steht also ungefähr in der Mitte — und stellt seine Frage von dort aus.

Woord van de week:Wort der Woche: Midrasch — Ein Midrasch ist keine zweite Geschichte neben der Tora, sondern eine Art, ihre Lücken zu lesen. Raschi antwortet auf seine Frage nicht mit einer Meinung, sondern mit einem Midrasch — und darum stehen hier zwei Antworten nebeneinander, nicht eine.

Wat het betekentWas es bedeutet

Arielle: „Rabbi Tanchuma erklärt dieselbe Liste ganz anders. Er vergleicht das Reisen der Bnej Jisrael mit einem König, dessen Sohn krank war. Der Vater machte sich mit ihm auf den Weg zu einem weit entfernten Krankenhaus. Und als sie zurückkehrten, fing der Vater an, alle Stationen aufzuzählen. Er sagte zu ihm: Hier haben wir gegessen. Hier haben wir geschlafen. Hier haben wir uns ausgeruht. Hier hattest du Kopfschmerzen."

Eli: „Das geht weiter als die erste Erklärung. Bei Rabbi Mosche haDarschan begrenzt Haschem nur die Reise. Hier ist Er wie ein Vater, der sich um unser Wohl sorgt. Wir waren krank und verdienten Seine besondere Aufmerksamkeit — so wie ein Vater sich gerade um seinen kranken Sohn kümmert."

Arielle: „Aber worauf zielt der Vergleich eigentlich? Der Vater zählt die Orte auf dem Rückweg auf. Wer ist in unserer Geschichte auf dem Rückweg?"

Eli: „Wir. Die ursprüngliche Reise, das sind die Erfahrungen des jüdischen Volkes in der Wüste, mit allen Höhen und Tiefen. Der Rückweg — das sind die Juden, die all diese Reisen nachlesen, nachdem sie ins Land Israel hineingezogen sind."

Arielle: „Also erst dann. Wenn man sicher unter seinem Weinstock und seinem Feigenbaum sitzt — vergleichbar mit der Zeit nach der Genesung —, liest man es noch einmal nach. Und erst dann begreift man, wie dankbar man sein muss."

Eli: „Unsere Erfahrungen zusammen mit Haschem an einem weit entfernten Ort sind am Ende die Grundlage unserer Geschichte geworden. Die Aufzählung der Reisen zeigt Seine Liebe. Sie will Dankbarkeit in uns wecken, damit wir Seine Nähe weiter suchen. Und sie zeigt noch etwas: Auch eine schlechte Erinnerung kann man positiv deuten."

Vraag aan jouFrage an dich

Zwei Erklärer lesen dieselbe Liste: Rabbi Mosche haDarschan rechnet nach, Rabbi Tanchuma erzählt vom kranken Sohn. Beide sagen, die Liste sei ein Zeichen der Zuwendung — aber was folgt aus jeder der beiden Erklärungen für den, der die zweiundvierzig Aufbrüche heute nachliest?

Schabbat Schalom!

👪 Nennen Sie Ihrem Kind drei Stationen aus einem Jahr, das für Sie schwer war — und sagen Sie dazu, was Sie an ihnen erst hinterher gesehen haben.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
44 · Devariem Dewarim

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Iedereen dacht: hij bedoelt mij

Alle Joden stonden bij elkaar. Werkelijk iedereen. De ouden vooraan, de kinderen ertussen, en helemaal achteraan de mensen die Mosje bijna niet konden zien.

De Joden stonden op het punt om het Heilige Land binnen te trekken. Ze begrepen dat het nu nodig was om alle voorbereidingen te treffen. In een paar weken – vlak voor het overlijden van Mosje – konden ze alle wetten herhalen die ze tot dan geleerd hadden.

Maar Mosje wilde nog iets anders. Hij gaf hier een musar-droosche: een redevoering waarin hij ook standjes geeft. Daarom waren alle Joden verzameld.

Iedereen had een duidelijke vermaning nodig. Het leven in Israël zou niet gemakkelijk zijn. Iedereen had Mosje's richtlijnen nodig, zijn warme aanbevelingen voor de toekomst.

Voor elkaar verantwoordelijk zijn

Bovendien wilde Mosje met heel het Joodse volk afspreken dat ze zich niet zouden opdelen in verschillende groepen. Alle Joden zouden, nadat ze Israël waren binnengetrokken, voor elkaar verantwoordelijk zijn.

Mosje kon iets wat verder niemand kon. Hij voelde alle noden en behoeften van zijn mensen aan, zoals een goede koning dat doet. Hij begreep waar hun kracht en hun zwakte lag. En iedereen ving de woorden op alsof ze speciaal voor hem waren uitgesproken. Alleen een man als Mosje was in staat om iedereen het gevoel te geven dat hij aangesproken werd.

Een hint

En toen gaf Mosje de zonden van het Joodse volk in eerste instantie niet aan. Hij behandelde ze met een hint. Meer niet.

De Joden begrepen de hint van Mosje maar al te goed. Ter plekke deden zij tesjoeva: zij kwamen tot inkeer en wilden het voortaan beter doen. Hun zonden werden vergeven.

En weet je wat er dan gebeurt? Wanneer men tesjoeva doet, worden zelfs opzettelijke zonden veranderd in goede daden.

↩ Weet je nog hoe Mosje voor Hasjeem ging staan en een grote redevoering hield om de Bnee Jisraeel te redden? Deze keer staat hij niet voor Hasjeem. Deze keer staat hij voor het volk.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Mosje in dit boek bijna alles nog een keer zegt wat het volk allang geleerd had? Daarom noemen we Devariem ook de herhaling van de Tora.
  • … in de Tora zelfs de dag staat waarop Mosje begon te spreken? Het was de eerste dag van de maand Sjewat, in het laatste jaar van zijn leven. (Devariem 1:3)
  • … Devariem altijd gelezen wordt op de sjabbat vóór Tisja be'Av, de dag waarop we treuren om de verwoeste Tempel? Die sjabbat heeft zelfs een eigen naam: Sjabbat Chazon. Chazon betekent: wat een profeet gezien heeft.

Woord van de week:Wort der Woche: Dewarim

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ik zou me geschaamd hebben", zei Mirjam. „Waar iedereen bij is horen wat je fout hebt gedaan — dat is verschrikkelijk."

„Daarom zei Mosje het juist niet", zei Eli. „Hij gaf alleen een hint. Wie zelf weet wat hij gedaan heeft, begrijpt zo'n hint meteen."

„En wie niets gedaan heeft?", vroeg Mirjam.

„Die zoekt toch bij zichzelf", zei Eli. „Zo werkt een hint. Dat is er nu juist zo mooi aan: iedereen hoorde wat hij horen moest — en niemand hoefde rood te worden. Daarom dacht ook iedereen: hij praat tegen mij."

Vraag aan jouFrage an dich

Helemaal achteraan stonden mensen die Mosje bijna niet konden zien. Waarom had toch ieder van hen het gevoel: hij praat tegen mij?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel: wie bij ons heeft deze week iemand nodig die er voor hem is — en wie van ons doet dat?

Duits

Jeder dachte: Er meint mich

Alle standen da. Wirklich alle. Die Alten vorn, die Kinder dazwischen, und ganz hinten die, die Mosche fast nicht sehen konnten.

Bald würden sie in das Heilige Land hineinziehen. Das wussten sie alle. Und sie wussten auch: Vorher muss alles bereit sein. In den wenigen Wochen, die Mosche noch zu leben hatte, konnten sie alle Gesetze wiederholen, die sie bis dahin gelernt hatten.

Aber Mosche wollte noch etwas anderes. Er hielt eine Mussar-Drascha — eine Rede, in der man auch einmal ermahnt wird. Deshalb waren alle Juden versammelt.

Jeder brauchte diese klare Ermahnung. Denn das Leben im Land Israel würde nicht leicht werden. Jeder brauchte Mosches Wegweiser und seine warmen Ratschläge für später.

Einer für den anderen

Und noch etwas wollte Mosche mit dem ganzen Volk abmachen: Sie sollten sich nicht in lauter kleine Gruppen aufteilen. Wenn sie erst im Land wären, sollte einer für den anderen da sein.

Mosche konnte etwas, das sonst keiner konnte. Er spürte, was jeder Einzelne brauchte — so wie ein guter König das spürt. Er wusste, wo einer stark war und wo er schwach war. Und jeder fing seine Worte auf, als wären sie nur für ihn gesagt. Nur ein Mann wie Mosche konnte allen das Gefühl geben: Du bist gemeint.

Ein Hinweis

Und dann sagte Mosche gar nicht laut, was das Volk falsch gemacht hatte. Er gab nur einen Hinweis. Mehr nicht.

Die Juden verstanden den Hinweis sehr gut. Auf der Stelle taten sie Tschuwa: Es tat ihnen leid, und sie wollten es von jetzt an besser machen. Da wurde ihnen alles vergeben.

Und weißt du, was dann geschieht? Wenn ein Mensch Tschuwa tut, werden sogar die Dinge, die er mit Absicht falsch gemacht hat, in gute Taten verwandelt.

↩ Weißt du noch, wie Mosche sich vor Haschem hinstellte und eine große Rede hielt, um die Bnej Jisrael zu retten? Diesmal stellt er sich nicht vor Haschem. Diesmal stellt er sich vor das Volk.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Mosche in diesem Buch fast alles noch einmal sagt, was das Volk längst gelernt hatte? Darum nennt man Dewarim auch die Wiederholung der Tora.
  • … dass in der Tora sogar der Tag steht, an dem Mosche zu reden anfing? Es war der erste Tag des Monats Schwat, im letzten Jahr seines Lebens. (Dewarim 1,3)
  • … dass Dewarim immer an dem Schabbat gelesen wird, der vor Tischa beAw kommt — dem Tag, an dem wir um den zerstörten Tempel trauern? Dieser Schabbat hat sogar einen eigenen Namen: Schabbat Chason. Chason bedeutet: was ein Prophet gesehen hat.

Woord van de week:Wort der Woche: Dewarim — Dewarim heißt: Worte. Das ganze fünfte Buch der Tora ist danach benannt — nach den Worten, die Mosche zuletzt gesagt hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ich hätte mich geschämt", sagte Mirjam. „Vor allen Leuten zu hören, was man falsch gemacht hat — das ist furchtbar."

„Deshalb hat Mosche es ja nicht gesagt", sagte Eli. „Er hat nur einen Hinweis gegeben. Wer selber weiß, was er getan hat, versteht so einen Hinweis sofort."

„Und wer nichts getan hat?", fragte Mirjam.

„Der sucht trotzdem bei sich", sagte Eli. „So wirkt ein Hinweis. Genau das ist das Feine daran: Jeder hörte, was er hören musste — und niemand musste rot werden. Darum dachte auch jeder: Er redet mit mir."

Vraag aan jouFrage an dich

Ganz hinten standen Menschen, die Mosche kaum sehen konnten. Warum hatte trotzdem jeder von ihnen das Gefühl: Er redet mit mir?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend am Tisch: Wer bei uns braucht diese Woche, dass jemand für ihn da ist — und wer von uns übernimmt das?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Van wie was dat land?

Beste kinderen,

We vertellen jullie een verhaal uit het vijfde boek van de Tora: Devariem. Het Joodse volk was onderweg naar het Land Israël en verbleef toen nog in de woestijn.

Hasjeem zei tegen Mosje:

„Jullie trekken nu langs Ar, aan de grens van Moav. Daarna komen jullie in de buurt van de Ammonieten. Wees niet vijandig tegenover hen en begin geen oorlog met hen, want van het land van de Ammonieten geef Ik jullie niets. Dat land heb Ik aan de nakomelingen van Lot als erfdeel gegeven."

Op zoek naar een aanleiding

Ongeveer driehonderd jaar later stuurde rechter Jiftach een boodschapper naar de koning van Ammon. Hij vroeg waarom deze het Joodse volk op zijn eigen grondgebied aanviel.

Geschiedenis verdraaien

Jiftach maakte duidelijk dat de koning van Ammon de geschiedenis verdraaide.

De koning beweerde dat de Israëlieten, toen zij uit Egypte waren vertrokken, het land van de Ammonieten hadden veroverd: het gebied tussen de rivieren Arnon, Jabbok en de Jordaan. Daarom eiste hij dat dit gebied onmiddellijk werd teruggegeven.

De werkelijke feiten

Jiftach antwoordde dat dit helemaal niet waar was.

Toen de Israëlieten Egypte verlieten, vroegen zij eerst aan de koning van Edom of zij door zijn land mochten trekken. Dat verzoek werd geweigerd. Daarna vroegen zij hetzelfde aan de koning van Moav, maar ook hij gaf geen toestemming. Vervolgens stuurden de Israëlieten gezanten naar koning Sichon van de Emorieten, die in Chesjbon regeerde. Zij vroegen of zij vreedzaam door zijn land mochten reizen om hun eigen land te bereiken.

Sichon valt aan

Koning Sichon vertrouwde de Israëlieten niet. Hij bracht een groot leger op de been en viel hen aan.

Met de hulp van Hasjeem behaalde Israël de overwinning. Daarna namen de Israëlieten het hele gebied van de Emorieten in bezit: van de rivier de Arnon tot de Jabbok en van de woestijn tot aan de Jordaan. Later versloeg Jiftach ook de Ammonieten.

Van wie was dat land eigenlijk?

Wat was er werkelijk gebeurd? Lang voordat de Israëlieten daar aankwamen, had koning Sichon dit hele gebied al op de Ammonieten veroverd.

Toen de Israëlieten Sichon versloegen, namen zij dus niet het land van de Ammonieten in, maar het gebied dat al eigendom van Sichon was geworden.

Toch bleef de koning van Ammon, driehonderd jaar later, beweren dat de Joden zijn land hadden afgepakt.

↩ Weet je Korach nog? Ook hij beweerde dat Mosje de zaak met de Leviïm zelf verzonnen had. Toen kwam het verwijt uit het eigen kamp, hier komt het van buiten — en allebei de keren helpt hetzelfde: nagaan wat er werkelijk gebeurd is.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Jiftach een sjofeet was — een rechter? Tussen Jehosjoea en de koningen leidden rechters het volk, de een na de ander: Devora, Gideon, Sjimsjon. Jiftachs hele woordenwisseling met Ammon staat in Sjoftiem, hoofdstuk 11.
  • … Chesjbon, de stad van koning Sichon, zo bekend was dat er een spotlied over bestond? De Tora citeert het zelfs — midden in het verhaal, zoals je een lied citeert dat toen iedereen kende. (Bemidbar 21:27–30)
  • … „Ar" geen mens is maar een stad? Wie de namen van de grensplaatsen niet kende, wist niet waar hij langs mocht trekken en waar niet.

Woord van de week:Wort der Woche: Schofet

Wat het betekentWas es bedeutet

„De koning heeft gewoon gelogen", zei Jehoeda. „Driehonderd jaar lang heeft niemand geklaagd. En ineens zou het land van hem zijn?"

„Sommige verklaarders zeggen dat juist dat vaker voorkomt", zei Channa. „Men zoekt een klein verwijt tegen het Joodse volk — of men verzint het helemaal. En daarvan maakt men dan zware beschuldigingen, vervolgingen en onrechtvaardige wetten."

„Ook nu nog?", vroeg Jehoeda.

„Er zijn mensen die zeggen dat veel problemen in de wereld zouden verdwijnen als de Staat Israël niet zou bestaan", zei Channa. „Gelukkig zijn er ook veel verstandige mensen die de feiten eerlijk bekijken en de werkelijkheid onder ogen durven zien. Daar mogen we Hasjeem dankbaar voor zijn."

„En toch", zei Jehoeda langzaam, „zei Hasjeem toen: val Ammon niet aan en behandel ze ook niet slecht. Terwijl Ammon ongelijk had."

„Dat is de les", zei Channa. „Ook als je iemand niet aardig vindt, ook als er spanningen zijn — uit haat handelen mag je niet. De Tora leert ons dat we rechtvaardig moeten blijven. Wie zich door vijandigheid laat leiden, raakt juist dat kwijt."

Vraag aan jouFrage an dich

Jiftach had ook gewoon kunnen terugslaan. Waarom stuurde hij eerst een boodschapper met een vraag?

Sjabbat Sjalom!

👪 Neem aan tafel de zin van Channa erbij — dat sommige mensen zeggen dat veel problemen in de wereld zouden verdwijnen zonder de Staat Israël — en bedenk samen wat je daarop antwoordt zonder zelf uit haat te antwoorden.

Duits

Wem gehörte das Land?

Mosche bekam eine Anweisung, die seltsam klang.

Das Volk war noch in der Wüste. Vor ihm lag das Land Israel, hinter ihm vierzig Jahre Sand. Man hätte denken können: Jetzt gehört alles uns, was vor uns liegt. Aber Haschem sagte zu Mosche:

„Ihr zieht jetzt an Ar vorbei, an der Grenze von Moaw. Danach kommt ihr in die Nähe der Ammoniter. Sei nicht feindlich zu ihnen und fang keinen Krieg mit ihnen an. Denn vom Land der Ammoniter gebe Ich euch nichts. Dieses Land habe Ich den Nachkommen von Lot als Erbe gegeben."

Dreihundert Jahre später

Damals hielt sich Israel daran. Ungefähr dreihundert Jahre später schickte der Richter Jiftach einen Boten zum König von Ammon. Er ließ ihn fragen, warum dieser das jüdische Volk auf dessen eigenem Gebiet angriff.

Eine verdrehte Geschichte

Jiftach machte deutlich, dass der König von Ammon die Geschichte verdrehte.

Der König behauptete: Als die Bnej Jisrael, die Kinder Israels, aus Ägypten gezogen seien, hätten sie das Land der Ammoniter erobert — das Gebiet zwischen den Flüssen Arnon, Jabbok und dem Jordan. Deshalb verlangte er, dass man ihm dieses Gebiet sofort zurückgebe.

Die wirklichen Tatsachen

Jiftach antwortete, das sei überhaupt nicht wahr.

Als die Bnej Jisrael aus Ägypten kamen, fragten sie zuerst den König von Edom, ob sie durch sein Land ziehen dürften. Er lehnte ab. Danach fragten sie dasselbe den König von Moaw. Auch er gab keine Erlaubnis. Daraufhin schickten sie Gesandte zu König Sichon von den Emoritern, einem der Völker, die damals im Land wohnten. Sichon regierte in Cheschbon, östlich des Jordan. Sie fragten, ob sie friedlich durch sein Land reisen dürften, um ihr eigenes Land zu erreichen.

Sichon greift an

König Sichon traute den Bnej Jisrael nicht. Er stellte ein großes Heer auf und griff sie an.

Mit der Hilfe Haschems gewann Israel. Danach nahmen die Bnej Jisrael das ganze Gebiet der Emoriter in Besitz: vom Fluss Arnon bis zum Jabbok und von der Wüste bis an den Jordan. Später besiegte Jiftach auch die Ammoniter.

Wem gehörte das Land eigentlich?

Was war wirklich geschehen? Lange bevor die Bnej Jisrael dorthin kamen, hatte König Sichon dieses ganze Gebiet schon den Ammonitern abgenommen.

Als die Bnej Jisrael Sichon besiegten, nahmen sie also nicht das Land der Ammoniter — sondern das Gebiet, das längst Sichon gehörte.

Und trotzdem behauptete der König von Ammon dreihundert Jahre später, die Juden hätten ihm sein Land weggenommen.

↩ Erinnerst du dich an Korach? Auch er hat behauptet, Mosche habe sich die Sache mit den Lewiim ausgedacht. Damals kam der Vorwurf aus dem eigenen Lager, hier kommt er von draußen — und beide Male hilft dasselbe: nachrechnen, was wirklich war.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Jiftach ein Schofet war — ein Richter? Zwischen Jehoschua und den Königen führten Richter das Volk, einer nach dem anderen: Dewora, Gideon, Schimschon. Jiftachs ganzer Wortwechsel mit Ammon steht im Buch Schoftim, Kapitel 11.
  • … dass Cheschbon, die Stadt des Königs Sichon, so bekannt war, dass es über sie ein Spottlied gab? Die Tora zitiert es sogar — mitten in der Erzählung, wie man ein Lied zitiert, das damals alle kannten. (Bemidbar 21,27–30)
  • … dass „Ar" kein Mensch ist, sondern eine Stadt? Wer die Namen der Grenzorte nicht kannte, wusste nicht, wo er vorbeiziehen durfte und wo nicht.

Woord van de week:Wort der Woche: Schofet — Ein Schofet ist ein Richter. In der Zeit vor den Königen war er zugleich der Anführer — er sprach Recht und er führte das Volk.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Der König hat einfach gelogen", sagte Jehuda. „Dreihundert Jahre lang hat sich niemand beschwert. Und auf einmal soll ihm das Land gehören?"

„Manche Erklärer sagen, dass genau das öfter vorkommt", sagte Channa. „Man sucht sich einen kleinen Vorwurf gegen das jüdische Volk — oder man erfindet ihn gleich ganz. Und dann macht man daraus schwere Anschuldigungen, Verfolgungen und ungerechte Gesetze."

„Auch heute noch?", fragte Jehuda.

„Es gibt Leute, die sagen, ohne den Staat Israel wären viele Probleme der Welt verschwunden", sagte Channa. „Zum Glück gibt es auch viele vernünftige Menschen, die sich die Tatsachen ehrlich ansehen und die Wirklichkeit aushalten. Dafür dürfen wir Haschem dankbar sein."

„Und trotzdem", sagte Jehuda langsam, „hat Haschem damals gesagt: Greift Ammon nicht an und behandelt sie auch nicht schlecht. Obwohl Ammon im Unrecht war."

„Das ist die Lehre", sagte Channa. „Auch wenn du jemanden nicht magst, auch wenn es Spannungen gibt — aus Hass handeln darfst du nicht. Die Tora sagt: Bleib gerecht. Wer sich von Feindschaft führen lässt, verliert genau das."

Vraag aan jouFrage an dich

Jiftach hätte auch einfach zurückschlagen können. Warum hat er zuerst einen Boten mit einer Frage geschickt?

Schabbat Schalom!

👪 Nehmen Sie sich am Tisch Channas Satz vor — dass manche sagen, ohne den Staat Israel wären viele Probleme der Welt verschwunden — und überlegen Sie gemeinsam, was man darauf antwortet, ohne selbst aus Hass zu antworten.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Wat je niet kunt zien

In Egypte kon je de goden aanraken. Ze stonden van steen in de tempels, je zag ze, je rook de rook ervoor. En toen kwam er een volk uit dat land, dat moest gaan geloven in één G'd die niemand kan zien.

Het was een moeilijk gewenningsproces voor de Joden vanuit het zinnelijke Egypte naar het abstracte monotheïsme. Deze strijd heeft zich in alle generaties herhaald. Zo moest het monotheïstische Jodendom het in de tijd van de Makkabeeën opnemen tegen een heel pantheon aan afgoden en een Hellenistische cultuur, die de nadruk legde op prachtige architectuur, heldendichten en verafgoding van uiterlijk en schijn.

Ware ego

Ook nu worstelen wij nog met het probleem tussen schijn en werkelijkheid.

Wat is onze persoonlijke identiteit? Stel je voor dat iemand het je zo vertelt:

Ik zit tegenover mijn chawroese, één van mijn lern-collega's. Ik zie een lichaam. Hij ziet mijn lichaam. Wanneer ik hem beledig of ophemel, raak ik zijn ziel. Wanneer ik zeg „je bent een genie" of „je bent een mislukking", dan is niet zijn haar of zijn miljoenen cellen de aangesproken persoon. Er zit een werkelijkheid achter dat lichaam tegenover mij. Ik zie alleen maar een grote verscheidenheid aan lichaamsonderdelen, maar de persoon erachter, de ziel, de nesjama, kan ik niet zien.

Een bekende Russische chirurg zei eens dat hij duizenden mensen had opengesneden maar nog nooit een ziel had gezien. Dat was inderdaad juist. Met onze ogen van vlees en bloed kunnen wij geen hoge abstracties waarnemen. Dat kan alleen met onze nesjama. Die kan zijn gelijken aanvoelen.

Veelheid en eenheid

Ons lichaam bestaat uit triljarden onderdeeltjes. Toch ervaren wij onszelf als een eenheid. Ik zie het licht, ik snap een idee, ik wil, ik ga. Hoe is het mogelijk dat ik mijzelf ervaar als een eenheid? Wat verbindt al die verschillende onderdelen tot een zinvol leven?

Lichaam is veelheid, ziel is eenheid. Ik kan de nesjama van de ander niet zien. Maar ik kan de nesjama van mijzelf wel voelen. Nesjama betekent „adem". Ademen betekent uitwisseling met de omgeving. Ik kan mijn zieleberoerselen delen met een andere ziel.

Achter de wereld

De Talmoed stelt dat net zoals de ziel zich verbergt achter het lichaam, G'd zich verbergt achter de wereld.

Hoe is het mogelijk dat het hele universum toch als een eenheid opereert? Hoe is het mogelijk dat alle verschillende deeltjes samenhangen? Er is geen fenomeen in de wereld dat niet afhankelijk is van iets anders. Achter die veelheid van materie zit een totale eenheid die zo abstract is dat het door de veelheid van de materie niet gevangen kan worden.

Daarom is afgoderij van 'alleen het uiterlijk' zo verkeerd. Omdat wij de Eenheid uit het oog dreigen te verliezen. Dan dooft het licht...

↩ Weet je het gouden kalf nog? Dezelfde mensen die net de zee gezien hadden, vielen terug in avoda zara. Hier staat waarom: ze kwamen uit een land waar je je goden kon aanraken.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Makkabeeën eigenlijk niet in de eerste plaats tegen beelden vochten, maar tegen een manier van leven? De Grieken bouwden theaters en sportvelden tot in Jeroesjalajiem toe — en wie erbij wilde horen, moest worden zoals zij. Daarom ging Chanoeka niet alleen over een oorlog.
  • … Mosje in Devariem zelf terugkomt op wat er bij de Sinai gebeurde? Hij herinnert het volk eraan: jullie hebben geen gestalte gezien — alleen een stem. Juist daarom, zegt hij, mag je geen afbeelding maken. (Devariem 4:12 en 4:15)
  • … er in onze bronnen niet één woord voor de ziel is, maar vijf? Nefesj, Roeach, Nesjama, Chaja en Jechida — vijf namen voor dezelfde ziel. „Nesjama" is er maar één van — en het is het woord dat met de adem samenhangt.

Woord van de week:Wort der Woche: Awoda Sara

Wat het betekentWas es bedeutet

„De chirurg had gelijk", zei Avigajil. „Je kunt geen ziel vinden als je zoekt zoals een arts zoekt. Daar is werkelijk niets."

„En toch merk je haar meteen", zei Jisjai. „Als iemand je voor de hele klas afgaat, doet er niets aan je arm pijn. En toch doet het pijn."

„Ik denk dat dat het hele punt is", zei Avigajil. „De Egyptenaren hadden goden die je kon aankijken. Wat je kunt aankijken, is makkelijk te geloven. Wat je alleen kunt voelen, is moeilijk. En Hasjeem kun je alleen voelen."

„Maar merk je wat daar gek aan is?", zei Jisjai. „Niemand twijfelt eraan dat hij zelf een persoon is. En die heeft nog nooit iemand gezien — zelfs niet in de spiegel. We geloven het gewoon, elke dag. Wie dat eenmaal begrepen heeft, snapt ook waarom een gouden kalf te weinig is."

Vraag aan jouFrage an dich

De chirurg zegt: ik heb duizend keer gekeken en nooit een ziel gevonden. De Talmoed zegt: zoals de ziel zich achter het lichaam verbergt, zo verbergt G'd zich achter de wereld. Allebei die zinnen kloppen. Wat volgt daaruit voor datgene waarin een mens kan geloven?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind waaraan het merkt dat iemand verdrietig is — en hoeveel je daarvan eigenlijk echt kunt zien.

Duits

Was man nicht sehen kann

In Ägypten konnte man die Götter anfassen. Sie standen aus Stein in den Tempeln, man sah sie, man roch den Rauch vor ihnen. Dann kam ein Volk aus diesem Land heraus und sollte an einen G'tt glauben, den niemand sehen kann.

Das war eine schwere Umgewöhnung. Und dieser Kampf hat sich in jeder Generation wiederholt. Zur Zeit der Makkabäer musste das Judentum, das an den einen G'tt glaubt, gegen ein ganzes Heer von Götzen antreten — und gegen die hellenistische Kultur, die prächtige Bauten, Heldenlieder und die Vergötterung von Aussehen und Schein in den Mittelpunkt stellte.

Das wahre Ich

Auch heute noch ringen wir mit dem Unterschied zwischen Schein und Wirklichkeit.

Was ist eigentlich unsere Person? Stell dir vor, einer erzählt es dir so:

Ich sitze meinem Chawruta gegenüber, meinem Lernpartner. Ich sehe einen Körper. Er sieht meinen Körper. Wenn ich ihn beleidige oder lobe, treffe ich seine Seele. Wenn ich sage „du bist ein Genie" oder „du bist ein Versager" — dann meine ich nicht seine Haare und nicht seine Millionen Zellen. Hinter dem Körper mir gegenüber steckt eine Wirklichkeit. Ich sehe nur eine große Menge von Körperteilen. Den Menschen dahinter, die Seele, die Neschama, kann ich nicht sehen.

Ein bekannter russischer Chirurg sagte einmal, er habe Tausende von Menschen aufgeschnitten und noch nie eine Seele gesehen. Damit hatte er recht. Mit Augen aus Fleisch und Blut kann man so etwas nicht wahrnehmen. Das kann nur unsere Neschama. Sie spürt ihresgleichen.

Vielheit und Einheit

Unser Körper besteht aus unzählbar vielen Teilchen. Trotzdem erleben wir uns als eins. Ich sehe das Licht. Ich verstehe einen Gedanken. Ich will. Ich gehe. Wie ist das möglich? Was verbindet all diese verschiedenen Teile zu einem Leben, das einen Sinn hat?

Der Körper ist Vielheit. Die Seele ist Einheit. Die Neschama des anderen kann ich nicht sehen. Aber meine eigene kann ich fühlen. Neschama heißt „Atem". Und Atmen heißt: Austausch mit allem ringsherum. Was mich innerlich bewegt, kann ich einer anderen Seele mitteilen.

Hinter der Welt

Der Talmud sagt: So wie sich die Seele hinter dem Körper verbirgt, so verbirgt sich Haschem hinter der Welt.

Wie kommt es, dass das ganze Weltall trotzdem wie eine Einheit arbeitet? Wie kommt es, dass all die verschiedenen Teilchen zusammenhängen? Es gibt nichts auf der Welt, das nicht von etwas anderem abhängt. Hinter dieser Vielheit von Stoff steckt eine vollkommene Einheit — so abstrakt, dass der Stoff sie nicht einfangen kann.

Darum ist Awoda Sara, das Anbeten von nur dem Äußeren, so falsch. Weil wir dann die Einheit aus dem Blick verlieren. Dann geht das Licht aus …

↩ Erinnerst du dich an das goldene Kalb? Dieselben Menschen, die eben noch das Meer gesehen hatten, fielen zurück in die Awoda Sara. Hier steht, warum: Sie kamen aus einem Land, in dem man seine Götter anfassen konnte.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Makkabäer gar nicht in erster Linie gegen Statuen kämpften, sondern gegen eine Lebensart? Die Griechen bauten Theater und Sportplätze bis nach Jeruschalajim hinein — und wer dazugehören wollte, musste werden wie sie. Deshalb ging es bei Chanukka nicht nur um einen Krieg.
  • … dass Mosche in Dewarim selbst darauf zurückkommt, was am Sinai geschah? Er erinnert das Volk: Ihr habt keine Gestalt gesehen — nur eine Stimme. Genau darum, sagt er, darf man sich kein Bild machen. (Dewarim 4,12 und 4,15)
  • … dass es in unseren Quellen nicht nur ein Wort für die Seele gibt, sondern fünf? Nefesch, Ruach, Neschama, Chaja und Jechida — fünf Namen für dieselbe Seele. „Neschama" ist nur eines davon — und es ist das Wort, das mit dem Atem zusammenhängt.

Woord van de week:Wort der Woche: Awoda Sara — Awoda Sara heißt wörtlich: fremder Dienst. Gemeint ist, etwas anzubeten, das nicht Haschem ist — und dieses Kapitel erklärt, warum das für Menschen so verlockend war.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Der Chirurg hatte recht", sagte Awigail. „Man kann keine Seele finden, wenn man so sucht, wie ein Arzt sucht. Da ist wirklich nichts."

„Und trotzdem merkst du sie sofort", sagte Jischai. „Wenn dich jemand vor der ganzen Klasse blamiert, tut nichts an deinem Arm weh. Trotzdem tut es weh."

„Ich glaube, das ist der ganze Punkt", sagte Awigail. „Die Ägypter hatten Götter, die man ansehen konnte. Was man ansehen kann, ist leicht zu glauben. Was man nur spüren kann, ist schwer. Und Haschem kann man nur spüren."

„Aber merkst du, was daran komisch ist?", sagte Jischai. „Niemand zweifelt daran, dass er selbst eine Person ist. Dabei hat die noch keiner gesehen — nicht einmal im Spiegel. Wir glauben es einfach, jeden Tag. Wer das einmal begriffen hat, versteht auch, warum ein goldenes Kalb zu wenig ist."

Vraag aan jouFrage an dich

Der Chirurg sagt: Ich habe tausendmal nachgesehen und nie eine Seele gefunden. Der Talmud sagt: So wie sich die Seele hinter dem Körper verbirgt, so verbirgt sich Haschem hinter der Welt. Beide Sätze stimmen. Was folgt daraus für das, woran ein Mensch glauben kann?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind, woran es merkt, dass ein Mensch traurig ist — und wie viel davon man dabei wirklich sehen kann.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
45 · Waetchanan Waetchanan

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Wie buiten op wacht staat

Jullie kunnen niet altijd bij de mezoeza. Een mezoeza moet hoog vastgemaakt worden, omdat het ongeveer op de schouders van een volwassen mens moet hangen. Dat is best hoog.

Toch kijken we ernaar als wij langs de mezoeza lopen. Sommige mensen geven zelfs een kusje aan de mezoeza.

In de parsja wordt gesproken over een mezoeza. We bedoelen met mezoeza een rolletje perkament met daarin 2 parsjiot uit de Tora. De mezoeza neemt een belangrijke plaats in in ons leven.

Hoe maak je een mezoeza?

Je neemt de parsja van Sjema en Vehaja im sjamo'a. Die ken je: daarin staat dat Hasjeem Eén is. Je rolt het stukje perkament van links naar rechts op. Dan doe je er een stukje plastic folie omheen om de parsja te beschermen. Je doet het rolletje in een kokertje of in een bajiet, een soort huisje.

Daarna moet je het vastspijkeren, schuin met de bovenkant naar binnen op de deurpost. De deurpost is de lat van de deur die naar boven staat.

Je moet de mezoeza stevig vastmaken aan de deurpost. Dat doe je met spijkers of met heel sterke lijm, zowel aan de bovenkant als aan de onderkant van het huisje. Het huisje met daarin de mezoeza mag niet los hangen.

Voordat je de mezoeza ophangt zeg je een beracha. Die beracha is: 'likbo'a mezoeza' — dat betekent: een mezoeza vastmaken. Wij danken Hasjeem dat Hij ons zo'n mooie mitsva heeft gegeven.

↩ Weet je nog, de deurposten in Egypte? Toen streken de Bnee Jisra'eel er bloed op, zodat iedereen zag: hier wonen wij. Nu hangt aan onze deurposten de mezoeza.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de mezoeza rechtop aangeslagen mag worden, wanneer je deurpost niet breed genoeg is? Schuin kan het dan niet.
  • … je met één beracha alle mezoezot op alle deuren van alle kamers in je huis kunt ophangen?
  • … je de mezoeza op de achterkant van de deurpost mag vastmaken, aan de binnenkant, wanneer je bang bent dat een dief de mezoeza zal meenemen of dat ze de mezoeza kapot zullen maken? In geval van nood mag je dus binnen aanslaan. Maar wel op de rechter deurpost.

Woord van de week:Wort der Woche: Mesusa — Mezoeza betekent eigenlijk deurpost.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik ken een waar gebeurd verhaal: Onkelos, een neef van de Romeinse keizer Hadrianus, werd Joods. De Romeinse keizer vond dit niet goed. Hij stuurde een leger soldaten om Onkelos terug te halen. Onkelos ging met de soldaten in gesprek en hij haalde ze over om ook Joods te worden!

Toen stuurde de keizer weer een nieuw leger om Onkelos en de bekeerde soldaten terug te halen. Maar dat laatste leger liet zich ook overhalen om Joods te worden!

Toen moest een derde leger Onkelos met geweld naar Rome terugbrengen. De soldaten mochten niet met Onkelos praten. Terwijl Onkelos naar buiten werd gebracht, kwamen zij langs een deurpost met een mezoeza.

Onkelos kuste de mezoeza en hij lachte. De soldaten vroegen hem waarom hij lachte. Onkelos zei: een gewone koning woont in een paleis en zijn dienaren staan buiten om hem te bewaken. Bij ons staat Hasjeem buiten op wacht om zijn dienaren binnen te beschermen."

Ariella: „Oh ja, en toen de Romeinse soldaten dit hoorden van Onkelos werden zij ook allemaal Joods. Ha, ha, die arme keizer Hadrianus."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom geef je een kusje aan de mezoeza?

Sjabbat Sjalom!

👪 Loop vanavond samen met uw kind door het hele huis en laat het tellen langs hoeveel mezoezot het op een gewone dag komt.

Duits

Wer draußen Wache steht

An die Mesusa kommst du nicht immer heran. Eine Mesusa muss ungefähr so hoch hängen wie die Schulter eines Erwachsenen. Das ist ganz schön hoch.

Trotzdem schaust du hin, jedes Mal, wenn du an ihr vorbeigehst. Manche Menschen geben der Mesusa sogar einen Kuss.

In unserer Parascha wird von der Mesusa gesprochen. Eine Mesusa ist ein kleines Röllchen aus Pergament. Darauf stehen zwei Abschnitte aus der Tora. Die Mesusa hat einen wichtigen Platz in unserem Leben.

Wie macht man eine Mesusa?

Du nimmst den Abschnitt Schma. Den kennst du: Darin steht, dass Haschem Einer ist. Dazu kommt ein zweiter Abschnitt, der gleich danach in der Tora steht. Das Stück Pergament rollst du von links nach rechts auf. Dann legst du eine dünne Folie darum, damit der Abschnitt geschützt ist. Und dann steckst du das Röllchen in eine Hülse. Oder in ein kleines Häuschen.

Danach kommt die Mesusa an den Türpfosten. Du nagelst sie schräg fest, mit der Oberseite nach innen. Der Türpfosten ist der Balken, der neben deiner Tür steht und nach oben läuft.

Du musst sie gut festmachen — oben und unten am Häuschen, mit Nägeln oder mit sehr starkem Leim. Lose hängen darf das Häuschen mit der Mesusa darin nie.

Bevor du die Mesusa aufhängst, sagst du eine Beracha, einen Segensspruch. Sie heißt: likboa mesusa — das heißt: eine Mesusa festmachen. Wir danken Haschem dafür, dass Er uns eine so schöne Mitzwa gegeben hat.

↩ Weißt du noch, die Türpfosten in Ägypten? Damals strichen die Bnej Jisrael Blut daran, damit jeder sah: Hier wohnen wir. Heute hängt an unseren Türpfosten die Mesusa.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Mesusa gerade hängen darf, wenn der Türpfosten zu schmal ist? Schräg geht dann nicht.
  • … dass eine einzige Beracha für alle Mesusot im ganzen Haus reicht — für jede Tür in jedem Zimmer?
  • … dass man die Mesusa auch innen an der Rückseite des Türpfostens anbringen darf, wenn man Angst hat, dass jemand sie mitnimmt oder kaputtmacht? In der Not darf man sie also innen anschlagen. Aber immer am rechten Türpfosten.

Woord van de week:Wort der Woche: Mesusa — Mesusa heißt eigentlich Türpfosten. Heute nennen wir so das Röllchen, das daran hängt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich kenne eine Geschichte, die wirklich passiert ist. Onkelos war ein Neffe des römischen Kaisers Hadrian — und er wurde Jude. Der Kaiser fand das gar nicht gut. Er schickte ein ganzes Heer Soldaten los, die Onkelos zurückholen sollten. Onkelos kam mit den Soldaten ins Gespräch. Und er überredete sie, auch Juden zu werden!

Da schickte der Kaiser ein neues Heer, das Onkelos und die Soldaten zurückholen sollte, die schon Juden geworden waren. Aber auch dieses zweite Heer ließ sich überreden, Juden zu werden.

Da musste ein drittes Heer Onkelos mit Gewalt nach Rom zurückbringen. Diese Soldaten durften nicht mit ihm sprechen. Als sie ihn hinausführten, kamen sie an einem Türpfosten mit einer Mesusa vorbei.

Onkelos küsste die Mesusa — und lachte. Die Soldaten fragten ihn, warum er lache. Da sagte Onkelos: ‚Ein gewöhnlicher König wohnt in einem Palast, und seine Diener stehen draußen und bewachen ihn. Bei uns steht Haschem draußen Wache und beschützt Seine Diener, die drinnen sind.'"

Ariella: „Oh ja — und als die römischen Soldaten das von Onkelos hörten, wurden sie auch alle Juden. Ha, ha, der arme Kaiser Hadrian!"

Vraag aan jouFrage an dich

Warum gibt man der Mesusa einen Kuss?

Schabbat Schalom!

👪 Gehen Sie heute Abend mit Ihrem Kind einmal durch die ganze Wohnung und lassen Sie es zählen, an wie vielen Mesusot es an einem gewöhnlichen Tag vorbeikommt.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Alles hangt samen

„Hoor Israël: Hasjeem, onze G'd — Hasjeem is Eén." (Dewariem 6:4)

Dat is het Sjema Jisra'eel. De parsja van deze week gaat erover.

Het eerste gebod van de Aseret hadibrot spreekt over de Eénheid van Hasjeem. Waarom is het zo belangrijk dat wij geloven in de Eénheid van Hasjeem?

De Eénheid van Hasjeem is heel belangrijk, ook voor de eenheid van de wereld.

We gaan ervan uit dat de hele wereld vanuit één centraal punt geschapen is. Dat verklaart waarom alles in de wereld, maar ook in het hele heelal, met elkaar samenhangt. Als je later gaat studeren zul je leren dat er ontzettend veel dingen met elkaar verband houden. Dat betekent eigenlijk dat alles door één grote besturende Hasjeem wordt geregeld.

Later zul je ontdekken dat allerlei dingen met elkaar samenhangen en zelfs je lichaam en je nesjama heel sterk met elkaar verbonden zijn.

In Sjema zeggen we: „Hoor Israël, Hasjeem die nu nog onze G'd is, zal eens Eén zijn voor de hele wereld". We denken dus niet alleen aan onszelf maar aan iedereen. Alle mensen op aarde zullen eens geloven in één Hasjeem.

Verder staat er in Sjema dat we Hasjeem moeten liefhebben met heel ons hart, heel ons leven en al ons geld.

Dat wordt nader verklaard. In Sjema heten die drie ook: je hart, je ziel en je vermogen. 'Met heel je hart' betekent dat je je beide gevoelens, zowel goede als slechte, op Hasjeem moet richten.

Ook met de laagste dingen houdt Hasjeem Zich bezig. Wat wij moeten proberen is al die gewone dingen op te tillen tot hogere doelen. Als je een boterham eet, dan probeer je daarbij na te denken, dat je dat doet omdat je energie wilt hebben om goede dingen te doen.

Je moet Hasjeem ook liefhebben met heel je ziel. Dat betekent dat wij 'zielsveel' van Hasjeem moeten houden. Ook wanneer dat niet zo prettig is. Want soms is het niet makkelijk om alle mitsvot te doen of uit te voeren.

Je moet Hasjeem liefhebben met je hele vermogen. Met alles wat we op aarde verdienen kunnen we goede doelen steunen, arme mensen helpen en zielige personen opbeuren en vrolijk maken. Dat is belangrijk.

↩ Weet je nog, uit Jitro: Hasjeem sprak de Tien Uitspraken allemaal tegelijk uit? In onze parsja staan ze een tweede keer — Mosje zegt ze nog een keer, veertig jaar later.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de ajien van Sjema en de dalet van echad groot geschreven zijn?
  • … ze samen het woordje 'eed' vormen, dat getuigenis betekent?
  • … wij door het zeggen van Sjema getuigen van de Eénheid van Hasjeem?

Woord van de week:Wort der Woche: Echad — Echad betekent: Eén. Wie echad zegt, zegt er meteen bij: er is niets dat zonder Hem bestaat.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Opvallend is het toch dat je op Sjabbat niet alleen zelf moet rusten maar ook de kinderen, je dienaren en je dieren moet laten rusten. Maar ook het milieu moet met rust gelaten worden. De mens als baas van de wereld stopt even een dag helemaal. Luchtvervuiling en problemen met het milieu komen ook even tot rust. Ben je wel eens in Israël geweest op Sjabbat? Dat is werkelijk heerlijk! Verkeer wordt in sommige wijken niet toegelaten. Het is een genot om de kinderen zo op straat te zien spelen. De grond wordt ook met rust gelaten. Je mag niet ploegen en niet oogsten. Sjabbat laat zien dat wij niet de bezitters zijn van de Schepping. De natuur is een geschenk van Boven."

Ariella: „Dat zien we ook in een Sjemita-jaar. Dat wordt ook wel Sjabbat-jaar genoemd. Eens in de zeven jaar mag je je veld niet bewerken. Iedereen mag vrij naar binnen. Armen en buren hebben evenveel recht om van jouw vruchten te nemen als jij. Op die manier wordt dan heel duidelijk dat Hasjeem de uiteindelijke eigenaar is van het land."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom zijn de ajien van Sjema en de dalet van echad groot geschreven?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel: wat op deze tafel hangt samen met iets dat helemaal niet in deze kamer is?

Duits

Alles hängt zusammen

„Höre, Israel: Haschem, unser G'tt — Haschem ist Einer." (Dewarim 6,4)

Das ist der Schma Jisrael. In dieser Woche steht er in der Parascha.

Das erste der Aseret haDibrot, der Zehn Worte, spricht von der Einheit von Haschem. Warum ist es so wichtig, dass wir an die Einheit von Haschem glauben?

Die Einheit von Haschem ist sehr wichtig — auch für die Einheit der Welt.

Wir glauben, dass die ganze Welt aus einem einzigen Punkt erschaffen worden ist. Das erklärt, warum in der Welt alles mit allem zusammenhängt — und im ganzen Weltall ebenso. Wenn du später studierst, wirst du lernen, wie unglaublich viele Dinge miteinander verbunden sind. Das heißt eigentlich: Alles wird von einem einzigen großen Haschem gelenkt.

Später wirst du entdecken, dass sogar dein Körper und deine Neschama, deine Seele, sehr eng miteinander verbunden sind.

Im Schma sagen wir: „Höre Israel, Haschem, der jetzt noch unser G'tt ist, wird einmal Einer sein für die ganze Welt." Wir denken also nicht nur an uns selbst, sondern an alle. Alle Menschen auf der Erde werden einmal an den einen Haschem glauben.

Weiter steht im Schma, dass wir Haschem liebhaben sollen mit unserem ganzen Herzen, mit unserem ganzen Leben und mit all unserem Geld.

Das wird noch genauer erklärt. Im Schma heißen die drei auch: dein Herz, deine Seele und dein Vermögen. „Mit deinem ganzen Herzen" heißt: Du sollst deine beiden Gefühle auf Haschem richten, die guten und die schlechten.

Auch mit den niedrigsten Dingen beschäftigt Haschem Sich. Wir sollen versuchen, all diese gewöhnlichen Dinge zu höheren Zielen hinaufzuheben. Wenn du ein Butterbrot isst, dann versuchst du dabei zu denken: Ich esse es, weil ich Kraft haben will, um gute Dinge zu tun.

Du sollst Haschem auch mit deiner ganzen Seele liebhaben. Das heißt: mit allem, was du bist — auch dann, wenn das gerade nicht angenehm ist. Denn manchmal ist es nicht leicht, alle Mitzwot zu tun.

Und du sollst Haschem mit deinem ganzen Vermögen liebhaben. Mit allem, was wir auf der Erde verdienen, können wir gute Zwecke unterstützen, armen Menschen helfen und traurige Menschen aufmuntern und fröhlich machen. Das ist wichtig.

↩ Weißt du noch, aus Jitro: Haschem sprach die Zehn Worte alle auf einmal aus? In unserer Parascha stehen sie ein zweites Mal — Mosche sagt sie noch einmal, vierzig Jahre später.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass im Schma zwei Buchstaben groß geschrieben werden — das Ajin am Ende von Schma und das Dalet am Ende von Echad?
  • … dass die beiden zusammen das Wort Ed ergeben, und dass Ed „Zeuge" bedeutet?
  • … dass wir dadurch, dass wir den Schma sagen, bezeugen, dass Haschem Einer ist?

Woord van de week:Wort der Woche: Echad — Echad heißt: Einer. Wer Echad sagt, sagt damit auch: Es gibt nichts, was ohne Ihn wäre.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Merkwürdig ist doch: Am Schabbat sollst du nicht nur selbst ruhen, sondern du musst auch die Kinder, deine Angestellten und deine Tiere ruhen lassen. Und sogar die Umwelt muss in Ruhe gelassen werden. Der Mensch, der Chef der Welt, hört einen Tag lang ganz auf. Auch die schmutzige Luft und die Probleme mit der Umwelt kommen einen Tag lang zur Ruhe. Warst du schon einmal am Schabbat in Israel? Das ist wirklich herrlich! In manche Viertel wird kein Verkehr hineingelassen. Es ist ein Genuss, die Kinder so auf der Straße spielen zu sehen. Auch der Boden wird in Ruhe gelassen: Man darf nicht pflügen und nicht ernten. Der Schabbat zeigt, dass wir nicht die Besitzer der Schöpfung sind. Die Natur ist ein Geschenk von Oben."

Ariella: „Das sehen wir auch am Schabbat-Jahr. Einmal in sieben Jahren darfst du dein Feld nicht bearbeiten. Jeder darf frei hinein. Arme Leute und Nachbarn haben genauso viel Recht, von deinen Früchten zu nehmen, wie du selbst. Auf diese Weise wird dann ganz deutlich, dass Haschem am Ende der Eigentümer des Landes ist."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum sind das Ajin von Schma und das Dalet von Echad groß geschrieben?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute am Tisch: Was auf diesem Tisch hängt mit etwas zusammen, das gar nicht in diesem Zimmer ist?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Niets eraan is toevallig

Op de hoofdtefillien staan twee letters 'sjien'. De ene met de drie pootjes en de andere met vier pootjes.

Een fout is dat niet. Aan de tefillien is niets toevallig.

Deze parsja wordt er gesproken over de tefillien. De tefillien zijn zwarte huisjes: één boven op het hoofd en één op de linkerarm. De tefillien bevatten vier parsjiot, geschreven op perkament (klaf) met zwarte inkt (dejo). Tefillien zijn gemaakt van leer. Dat lijkt een beetje op onze huid.

De bedoeling van de tefillien is dat het als het ware één wordt met degene die tefillien legt. De boodschap is als in een huidtransplantatie: de tefillien moeten een onderdeel van jou worden. De boodschap van de tefillien bevat bijvoorbeeld de Eenheid van Hasjeem. Dat moeten we ons eigen maken.

De tefillien moeten verder zwart zijn. Waarom zwart? Zwart verandert niet zo gauw van kleur.

Waarom worden onze tefillien zwart gemaakt? Omdat de tefillien staan voor wat wij zijn. Tefillien zijn onze identiteit. Wij mogen onze identiteit nooit opgeven.

Terug naar de twee letters van het begin. De letter sjien is in getallenwaarde 300. Twee sjiens zijn in totaal 2 x 300 = 600. En dezelfde twee letters vormen naast elkaar het Hebreeuwse woord 'sjeesj', of zes; daarmee zijn we op 606. En samen met de zeven pootjes komen we uit op 613, het exacte aantal mitsvot uit de Tora.

Het getal vier neemt ook een belangrijke plaats in bij de tefillien. Het heeft te maken met de vier manieren waarop de wereld geschapen is door Hasjeem — welke vier dat zijn, zegt ons hoofdstuk niet. Ook de heilige naam van Hasjeem heeft vier letters.

Er zijn vier perkamenten parsjiot in de tefillien: in de hoofdtefillien in vier aparte vakjes, in de armtefillien alle vier op één stuk klaf. Het huisje van de tefillien — in het Hebreeuws een bajit — moet volledig vierkant zijn. De knoop in de tefillien van het hoofd heeft de vorm van een 'dalet', de vierde letter van het alefbet. De 'sjien' op de tefillien van het hoofd heeft aan de ene kant vier poten.

↩ De tefillien ken je al uit Bo: van buiten helemaal zwart, en van binnen het witste wat er is. Daar ging het over wat je niet ziet. Hier gaat het over wat je kunt tellen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er zeven windingen met de riemen van armtefillien om de arm gemaakt worden?
  • … alles uit de tefillien van kosjere dieren moet gemaakt worden?
  • … de vier perkamenten parsjiot helemaal wit moeten zijn?
  • … en dat de dejo helemaal zwart moet zijn?
  • … de tefillien worden samengebonden met de pezen van een kosjer dier?

Woord van de week:Wort der Woche: Klaf — Klaf is perkament: huid die zolang bewerkt wordt tot je erop kunt schrijven. Op klaf staan de parsjiot in de tefillien — en die in de mezoeza.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Elke dag – behalve Sjabbat en Jomtov – leggen we tefillien. Met de tefillien vangen we een speciaal signaal uit de hemel op, gelijk een radio. Daarom moet alles zo precies zijn in de tefillien. De radio ontvangt straling. Zodra er maar één draadje los hangt in de radio, werkt hij niet meer. De tefillien moeten een speciaal signaal uit de hemel opvangen. Daarom moeten ze ook heel precies geschreven worden volgens de mitsvot van het schrijven van tefillien."

Ariella: „De vergelijking met de radio kan je nog verder doortrekken. Als je wilt begrijpen hoe een radio werkt is een langdurige studie nodig. Maar toch kun je, zelfs als klein kind, de radio zelf aanzetten. Hetzelfde geldt voor de mitsvot uit de Tora. Je kunt een leven lang studeren om hun betekenis te begrijpen. Maar het signaal uit de hemel kunnen we allemaal ontvangen, hoe weinig we ook weten van de Tora."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom moeten de tefillien zwart zijn?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel: waaraan zou iemand die ons helemaal niet kent, na een week bij ons merken wie wij zijn?

Duits

Nichts daran ist zufällig

Auf dem Tefillin-Häuschen, das auf dem Kopf getragen wird, stehen zwei Buchstaben Schin. Der eine hat drei Beine, der andere vier.

Ein Fehler ist das nicht. An den Tefillin ist nichts zufällig.

In unserer Parascha wird von den Tefillin gesprochen. Tefillin sind schwarze Häuschen: eines oben auf dem Kopf, eines am linken Arm. In ihnen liegen vier Abschnitte aus der Tora, geschrieben auf Klaf — auf Pergament — mit schwarzer Tinte, die Dejo heißt. Tefillin werden aus Leder gemacht. Leder ähnelt ein wenig unserer eigenen Haut.

Und das ist die Absicht: Die Tefillin sollen sozusagen eins werden mit dem, der sie legt. Die Botschaft ist wie bei einer Hautverpflanzung — die Tefillin sollen ein Teil von dir werden. Und was sie enthalten, zum Beispiel die Einheit von Haschem, das sollen wir uns zu eigen machen.

Weiter müssen die Tefillin schwarz sein. Warum schwarz? Weil Schwarz seine Farbe nicht so schnell wechselt.

Und warum ist gerade diese Farbe für unsere Tefillin die richtige? Weil die Tefillin für das stehen, was wir sind. Die Tefillin sind unsere Identität. Unsere Identität dürfen wir niemals aufgeben.

Nun zurück zu den beiden Buchstaben vom Anfang. Der Buchstabe Schin hat den Zahlenwert 300, zwei Schin sind zusammen also 2 × 300 = 600. Dieselben zwei Buchstaben ergeben nebeneinander auch ein Wort: schesch — sechs; damit sind wir bei 606. Und mit den sieben Beinen der beiden Buchstaben kommen wir auf 613 — genau so viele Mitzwot stehen in der Tora.

Auch die Zahl Vier hat bei den Tefillin einen wichtigen Platz. Sie hat mit den vier Arten zu tun, auf die Haschem die Welt erschaffen hat — welche vier das sind, sagt unser Kapitel nicht. Auch der heilige Name von Haschem hat vier Buchstaben.

Vier Abschnitte auf Pergament stecken in den Tefillin: im Kopf-Tefillin in vier getrennten Fächern, im Arm-Tefillin alle vier auf einem einzigen Stück Klaf. Das Häuschen der Tefillin — auf Hebräisch ein Bajit — muss vollkommen viereckig sein. Der Knoten am Kopf-Tefillin hat die Form eines Dalet, und Dalet ist der vierte Buchstabe im Alef-Bet. Und das eine Schin auf dem Kopf-Tefillin hat vier Beine.

↩ Die Tefillin kennst du schon aus Bo: außen ganz schwarz, und innen das Weißeste, was es gibt. Dort ging es darum, was man nicht sieht. Hier geht es um das, was man zählen kann.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Riemen des Arm-Tefillin in sieben Windungen um den Arm gelegt werden?
  • … dass alles an den Tefillin von koscheren Tieren stammen muss?
  • … dass die vier Abschnitte auf ganz weißem Pergament stehen müssen?
  • … dass das Dejo ganz schwarz sein muss?
  • … dass die Tefillin mit den Sehnen eines koscheren Tieres zusammengebunden werden?

Woord van de week:Wort der Woche: Klaf — Klaf ist Pergament: Haut, die so lange bearbeitet wird, bis man darauf schreiben kann. Auf Klaf stehen die Abschnitte in den Tefillin — und die in der Mesusa.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Jeden Tag — außer am Schabbat und an Jom Tow — legen wir Tefillin. Mit den Tefillin fangen wir ein besonderes Signal aus dem Himmel auf, so wie ein Radio. Darum muss an den Tefillin alles so genau sein. Ein Radio empfängt Strahlung. Sobald auch nur ein einziges Drähtchen darin lose hängt, funktioniert es nicht mehr. Die Tefillin sollen ein besonderes Signal aus dem Himmel auffangen. Darum müssen sie auch ganz genau geschrieben werden, nach den Mitzwot des Tefillin-Schreibens."

Ariella: „Den Vergleich mit dem Radio kann man noch weiterziehen. Wenn du verstehen willst, wie ein Radio funktioniert, brauchst du ein langes Studium. Und trotzdem kannst du das Radio selbst anschalten, sogar als kleines Kind. Dasselbe gilt für die Mitzwot aus der Tora. Du kannst ein Leben lang lernen, um ihre Bedeutung zu verstehen. Aber das Signal aus dem Himmel können wir alle empfangen — wie wenig wir von der Tora auch wissen."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum müssen die Tefillin schwarz sein?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute am Tisch: Woran würde jemand, der uns überhaupt nicht kennt, nach einer Woche bei uns merken, wer wir sind?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
46 · Ekev Ekew

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Zeven soorten

„Wat groeit daar?"

Veertig jaar lang hadden de kinderen niets dan zand gezien. Zand en nog eens zand. Nu stonden de Bnee Jisra'eel vlak bij Israël, en Mosjé ging hun vertellen wat er in dat land groeit.

Maar voordat hij over het land vertelde, herinnerde hij hen aan de woestijn.

Veertig jaar lang had Hasjeem in de midbar steeds wonderen gedaan. Eén van de wonderen was het Manna, het brood uit de hemel.

„Hasjeem gaf jullie Manna", zei Mosjé. „Door dat Manna weten jullie dat je niet alleen van brood leeft."

„En het water", zei Mosjé, „het water kwam uit de bron van Mirjam. Terwijl jullie door de woestijn liepen, waren jullie voeten nooit gezwollen of pijnlijk van het wandelen. Hasjeem zorgde goed voor jullie. Hasjeem wilde dat iedereen zou weten dat Hij iedereen te eten en te drinken kan geven, ook midden in de woestijn waar niets groeit."

Daarna beschreef Mosjé hoe mooi Erets Jisra'eel is.

Het is een land waar heel veel majiem is. Onder de grond. In bronnen. In rivieren.

En toen noemde hij op wat daar groeit:

Tarwe. Gerst. Druiven. Vijgen. Granaatappelen. Olijfolie. En honing van dadels.

Zeven soorten.

„Het is een land", zei Mosjé, „waar je zult eten en verzadigd zult zijn. En dan zul je Hasjeem danken voor het goede land."

Hieruit leren we dat je moet bensjen — na het eten danken. Bensjen is belangrijk. Want je laat zien: ik weet van wie ik het heb.

↩ Weet je het Manna nog, dat wit was en smaakte als koek met honing? Veertig jaar lang viel het. En nu komt er een land waar iets anders groeit.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er al andere volken in dat land woonden voordat de Bnee Jisra'eel kwamen? Hasjeem stuurde hen niet allemaal in één keer weg. Anders zou het land leeg blijven — en een leeg land gaat kapot, en dan komen er wilde dieren. Daarom moest er één voor één vertrekken.
  • … de honing uit de zeven soorten geen bijenhoning is? Het is dadelhoning: je laat de dadels zacht worden in de zon en je perst ze uit. Het sap is dik en zoet.
  • … dat die volgorde niet die van Mosjé zelf is? Hij noemt de zeven precies zo op als ze in het vers van de Tora staan. Hij heeft er geen enkele verplaatst.

Woord van de week:Wort der Woche: Bensjen

Wat het betekentWas es bedeutet

Drie woorden staan bij Mosjé achter elkaar: eten — verzadigd zijn — danken.

Het eerste kun je. Het tweede ook.

Het derde is het moeilijkst. Want als je vol zit, denk je meestal helemaal niets meer. Je schuift je bord weg, glijdt van je stoel en gaat spelen.

Daarom bensjen we. Bensjen is geen lang nadenken. Het is een laten zien. Je laat zien: ik weet waar het vandaan komt.

En daarom vertelde Mosjé eerst over het Manna en pas daarna over de vijgen. Veertig jaar lang kwam het eten elke ochtend uit de hemel — toen kon niemand vergeten wie het stuurt. In het land komt het uit de grond. Dat vergeet je sneller.

Vraag aan jouFrage an dich

Stel je voor: je hele leven heb je alleen maar zand gezien. En nu sta je voor het eerst voor een vijgenboom. Wat doe je het eerst?

Sjabbat Sjalom!

👪 Leg deze Sjabbat één van de zeven soorten op tafel die uw kind nog nooit geproefd heeft — en bensj daarna samen.

Duits

Die sieben Arten

„Was wächst da?"

Vierzig Jahre lang hatten die Kinder nichts als Sand gesehen. Sand und noch mal Sand. Jetzt standen die Bnej Jisrael dicht vor Israel, und Mosche wollte ihnen erzählen, was in diesem Land wächst.

Doch bevor er vom Land erzählte, erinnerte er sie an die Wüste.

Vierzig Jahre lang hatte Haschem in der Wüste ein Wunder nach dem anderen getan. Eines davon war das Manna, das Brot vom Himmel.

„Haschem hat euch das Manna gegeben", sagte Mosche. „Durch dieses Manna wisst ihr, dass ihr nicht allein von Brot lebt."

„Und das Wasser", sagte Mosche, „das Wasser kam aus dem Brunnen von Mirjam. Ihr seid durch die Wüste gelaufen, und eure Füße waren nie dick und haben nie wehgetan. Haschem hat gut für euch gesorgt. Haschem wollte, dass jeder es weiß: Er kann jedem zu essen und zu trinken geben. Sogar mitten in der Wüste, wo gar nichts wächst."

Dann beschrieb Mosche, wie schön dieses Land ist.

Es ist ein Land mit sehr viel Wasser. Unter der Erde. In Quellen. In Flüssen.

Und dann zählte er auf, was dort wächst:

Weizen. Gerste. Trauben. Feigen. Granatäpfel. Öl von Oliven. Und Honig von Datteln.

Sieben Arten.

„Es ist ein Land", sagte Mosche, „in dem du essen wirst und satt werden wirst. Und dann wirst du Haschem danken für das gute Land."

Daraus lernen wir, dass man benschen muss — nach dem Essen danken. Benschen ist wichtig. Denn du zeigst damit: Ich weiß, von wem ich das habe.

↩ Erinnerst du dich an das Manna, das weiß war und wie Kuchen mit Honig schmeckte? Vierzig Jahre lang fiel es. Und jetzt kommt ein Land, in dem etwas anderes wächst.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass in dem Land schon andere Völker wohnten, bevor die Bnej Jisrael kamen? Haschem hat sie nicht alle auf einmal fortgeschickt. Sonst wäre das Land leer geblieben — und ein leeres Land geht kaputt, und dann kommen wilde Tiere. Darum musste einer nach dem anderen gehen.
  • … dass der Honig aus den sieben Arten kein Bienenhonig ist? Es ist Dattelhonig: Man lässt die Datteln in der Sonne weich werden und presst sie aus. Der Saft ist dick und süß.
  • … dass diese Reihenfolge nicht Mosches eigene ist? Er zählt die sieben genau so auf, wie sie im Vers der Tora stehen. Keine einzige hat er umgestellt.

Woord van de week:Wort der Woche: Bensjen — Benschen heißt: nach dem Essen danken. Es ist ein eigener Text, und man sagt ihn, wenn der Teller leer ist — nicht vorher.

Wat het betekentWas es bedeutet

Drei Wörter stehen bei Mosche hintereinander: essen — satt werden — danken.

Das erste kannst du. Das zweite auch.

Das dritte ist das schwerste. Denn wenn man satt ist, denkt man meistens gar nichts mehr. Man schiebt den Teller weg, rutscht vom Stuhl und geht spielen.

Darum benschen wir. Benschen ist kein langes Nachdenken. Es ist ein Zeigen. Du zeigst: Ich weiß, wo das herkommt.

Und darum hat Mosche zuerst vom Manna erzählt und erst danach von den Feigen. Vierzig Jahre lang kam das Essen jeden Morgen vom Himmel — da konnte niemand vergessen, wer es schickt. Im Land kommt es aus der Erde. Da vergisst man es schneller.

Vraag aan jouFrage an dich

Stell dir vor, du hast dein ganzes Leben lang nur Sand gesehen. Und jetzt stehst du zum ersten Mal vor einem Feigenbaum. Was machst du zuerst?

Schabbat Schalom!

👪 Legen Sie an diesem Schabbat eine der sieben Arten auf den Tisch, die Ihr Kind noch nie probiert hat — und benschen Sie danach gemeinsam.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Het oog wil ook wat

Wit. Elke ochtend weer wit.

Het Manna was wit zaad en smaakte als koek, gebakken met dewasj — met honing. Gedurende de hele reis door de midbar, door de woestijn, veertig jaar lang, aten de Bnee Jisra'eel het Manna.

Het viel elke dag opnieuw. Niemand hoefde het te vervoeren. Iedereen kreeg het vers.

En omdat zij elke ochtend weer naar de Hemel moesten kijken of het Manna wel afdaalde, waren ze altijd op Hasjeem gericht.

Toch waren ze niet tevreden.

Wat was de reden dat ze niet tevreden waren?

Juist datgene wat zo goed klinkt. Juist omdat ze steeds afhankelijk waren van deze dagelijkse Manna-dropping, voelden ze zich onzeker. Elke dag weer werden ze met hun neus op het feit gedrukt, dat ze afhankelijk waren van Boven.

Bovendien sloeg de verveling toe.

Het Manna had elke dag dezelfde witte kleur. Het was zeker waar dat je er alles in kon proeven wat je wilde, maar het oog wil ook wat.

Je kunt wel een heerlijke biefstuk proeven, maar zolang dit niet wordt gezien, smaakt het toch minder.

De Bnee Jisra'eel wilden tastbaar voedsel eten. Dat was dit Hemelse brood nu eenmaal niet.

Pas toen de Bnee Jisra'eel begonnen te klagen over de smaak van het Manna, werd het Manna gelijk normaal voedsel.

↩ Weet je de klacht in de woestijn nog: ‚dit nietige, lichte eten — we kunnen het niet meer zien'? Hier staat waarom ze het niet meer konden zien.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … waar het Manna zijn naam vandaan heeft? Toen het voor het eerst op de grond lag, wist niemand wat het was. De mensen vroegen elkaar: „Man hoe?" — „Wat is dat?" En zo heet het sindsdien.
  • … dat het Manna heel bijzonder was? In het begin was het te vergelijken met astronautenvoedsel. (Evers' eigen beeld op 46b)
  • … dat Mosjé in dezelfde toespraak opnoemde wat er in het land groeit? Tarwe, gerst, druiven, vijgen, granaatappelen, olijfolie en honing van dadels. Zeven soorten.

Woord van de week:Wort der Woche: Man

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Weten jullie dat het Manna ook een soort graadmeter was van hoe goed je je gedroeg? Voor de tsaddikiem — hele goede mensen — viel het Manna hapklaar in hun tent. De slechtere mensen konden het Manna pas op grote afstand vinden. Zij moesten het Manna ook nog malen en koken. Iedereen kon zo zien of jij die dag mitsvot had gedaan. Je lette gewoon op de afstand en de manier waarop het Manna viel. En dan wist je precies hoe Hasjeem dacht over je buurman."

Batsjeva: „Wacht even, Eli. Als ik kan zien hoe ver jouw Manna van de tent ligt — dan zie jij ook hoe ver dat van mij ligt. Elke ochtend. Veertig jaar lang."

Vraag aan jouFrage an dich

Aan het Manna kon iedereen zien hoe het met zijn buurman stond — en je buurman zag het bij jou. Zou jij dat liever hebben, of zou het je vervelend zijn? Zeg waarom.

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: kon je echt zien wie goed was — en zou jij het prettig vinden als men het bij jou kon zien?

Duits

Das Auge will auch etwas

Weiß. Jeden Morgen wieder weiß.

Das Manna war weißes Korn, und es schmeckte wie Kuchen, gebacken mit Dewasch — mit Honig. Die ganze Reise durch die Midbar, durch die Wüste, vierzig Jahre lang, aßen die Bnej Jisrael das Manna.

Es fiel jeden Tag neu. Niemand musste es schleppen. Jeder bekam es frisch.

Und weil sie jeden Morgen wieder zum Himmel schauen mussten, ob es überhaupt herunterkommt, waren sie immer auf Haschem gerichtet.

Trotzdem waren sie nicht zufrieden.

Warum eigentlich nicht?

Ausgerechnet das, was so gut klingt. Gerade weil sie jeden Tag von dieser Lieferung abhingen, fühlten sie sich unsicher. Jeden Tag wurden sie mit der Nase daraufgestoßen, dass sie von Haschem abhängig waren.

Und dann schlug die Langeweile zu.

Das Manna hatte jeden Tag dieselbe weiße Farbe. Es stimmte schon — man konnte alles darin schmecken, was man wollte. Aber das Auge will auch etwas.

Du kannst ein herrliches Steak schmecken. Solange du es nicht siehst, schmeckt es weniger.

Die Bnej Jisrael wollten Essen, das man anfassen kann. Und genau das war dieses Brot vom Himmel nun einmal nicht.

Erst als die Bnej Jisrael über den Geschmack des Manna klagten, wurde das Manna ganz normales Essen.

↩ Erinnerst du dich an die Klage in der Wüste: ‚Dieses nichtige, leichte Essen — wir können es nicht mehr sehen'? Hier steht, warum sie es nicht mehr sehen konnten.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … woher das Manna seinen Namen hat? Als es zum ersten Mal auf dem Boden lag, wusste niemand, was das ist. Die Leute fragten einander: „Man hu?" — „Was ist das?" Und so heißt es seitdem.
  • … dass das Manna etwas ganz Besonderes war? Am Anfang konnte man es mit Astronautennahrung vergleichen. (Evers' eigenes Bild auf 46b)
  • … dass Mosche in derselben Rede aufzählte, was im Land wächst? Weizen, Gerste, Trauben, Feigen, Granatäpfel, Öl von Oliven und Honig von Datteln. Sieben Arten.

Woord van de week:Wort der Woche: Man — Man ist der hebräische Name für das Manna. Er ist eigentlich eine Frage — die Frage, die die Leute stellten, als sie es zum ersten Mal sahen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wisst ihr, dass das Manna auch eine Art Messlatte war — dafür, wie gut man sich benommen hat? Bei den Zaddikim, den ganz guten Menschen, fiel das Manna mundgerecht in ihr Zelt. Die schlechteren Leute fanden ihres erst weit draußen. Und mahlen und kochen mussten sie es auch noch. So konnte jeder sehen, ob du an diesem Tag Mizwot getan hast. Du musstest nur auf die Entfernung achten und darauf, wie das Manna gefallen war. Und dann wusstest du genau, was Haschem über deinen Nachbarn dachte."

Batsheva: „Warte mal, Eli. Wenn ich sehen kann, wie weit dein Manna vom Zelt liegt — dann siehst du auch, wie weit meins liegt. Jeden Morgen. Vierzig Jahre lang."

Vraag aan jouFrage an dich

Am Manna konnte jeder sehen, wie es um seinen Nachbarn stand — und der Nachbar sah es bei dir. Wäre dir das lieber, oder wäre es dir unangenehm? Sag, warum.

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Konnte man wirklich sehen, wer gut war — und wäre dir das recht, wenn man es bei dir sehen könnte?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De gebroken Loechot

Mosjé maakte zich zorgen. Niet over de oorlog — over wat daarna komt.

Wanneer ze Erets Jisra'eel zouden binnentrekken, zouden de mensen Hasjeem misschien vergeten. Ze zouden niet meer weten dat Hasjeem achter alles en iedereen zit.

„Nadat Hasjeem jullie vijanden weggestuurd heeft", zei Mosjé tegen de Bnee Jisra'eel, „denk dan niet dat Hasjeem dit doet omdat jullie zulke goede mensen zijn. Hasjeem helpt jullie met het veroveren van Kena'an omdat de inwoners van Kena'an, die er nu zitten, hele slechte mensen zijn. Bovendien heeft Hasjeem gezworen aan Avraham, Jitschak en Ja'akov om jullie het land Israël te geven."

„Het land waar jullie naar toe gaan", zei Mosjé, „is niet zoals het land van Egypte. Het is een land met heuvels en valleien. Het land krijgt water uit de hemel. Hasjeems ogen zijn daar altijd op gericht, van het begin van het jaar tot het eind van het jaar."

Toen herinnerde hij hen aan iets dat veertig jaar geleden gebeurd was.

Mosjé Rabbenoe was veertig dagen en veertig nachten op de berg Sinai gebleven. Hasjeem gaf hem toen de Loechot, de stenen tafelen met de Asseret Hadibrot, de tien geboden, erin geschreven. Mosjé had veertig dagen en veertig nachten niets gegeten.

Hasjeem zei: „Ga naar beneden, want de Bnee Jisra'eel hebben een hele grote avera gedaan" — een hele grote zonde.

Toen Mosjé met de Loechot haberiet naar beneden kwam, zag hij wat de Joden gemaakt hadden: het egel hazahav, het gouden kalf. Mosjé gooide beide Loechot op de grond. En hij zei tegen de Bnee Jisra'eel: „Zien jullie hoe ik die stenen tafelen kapot heb gegooid?"

Hasjeem werd heel kwaad op de Bnee Jisra'eel. Maar Mosjé hield een prachtig verhaal om de Joden te verdedigen:

„Hasjeem, vernietig Uw volk niet. U heeft ze uit Mitsraim gevoerd. Als U ze zou doden, dan zullen de mensen in Egypte zeggen dat U ze niet naar Erets Jisra'eel kon brengen. Dat U ze in de woestijn bracht om ze te doden omdat U uiteindelijk een hekel had aan het volk."

Ook Aharon had de mensen niet tegengehouden van de avera van het gouden kalf te doen. Dat was natuurlijk een grote misser van Aharon. Mosjé davvende voor Aharon — hij bad voor hem — zodat Hasjeem niet meer boos op hem zou zijn.

Toen nam Mosjé het egel hazahav en vermaalde het tot heel fijn stof dat hij in het water wierp wat daar stroomde. De Bnee Jisra'eel moesten dat goudwater drinken.

Mosjé had gedavvend voor het volk. Daarom kregen de Bnee Jisra'eel een tweede kans. Mosjé moest twee nieuwe Loechot haberiet uithakken en teruggaan naar de berg Sinai. Daar heeft Hasjeem de Asseret Hadibrot opnieuw uitgegraveerd.

En toen deed Mosjé de beide tafelen in de Aron Hakodesj: de gebroken en de hele.

↩ Weet je de vraag nog wat dat gouden kalf eigenlijk was? Daar heb je ook gelezen hoe het voor velen afliep. Hier staat niet wat het was. Hier staat wat Mosjé ermee gedaan heeft — en waarom het toch verderging.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … waarom Mosjé juist Egypte noemt? Daar is het land vlak, en het water voor de akkers haalde je uit de rivier. Wie daar iets wilde zien groeien, keek niet omhoog maar naar de Nijl.
  • … wat de naam Ekev betekent? „Hiel". Sommigen leggen uit: het gaat om de mitsvot waar je met je hiel overheen loopt, omdat je ze klein vindt. — Weet je nog wie er in ons boek al eens naar de hiel genoemd werd?
  • … dat de Aron Hakodesj op een dag verborgen werd? Toen de Beet Hamikdasj verwoest werd, bracht men hem weg — sommigen zeggen dat hij in de Tempelberg ligt. In de tijd van de Masjie'ach zal Elijahoe Hanavi, de profeet Elijahoe, al deze dingen terugbrengen. (uit Evers' middenbouwblad 46b)

Woord van de week:Wort der Woche: Ekew

Wat het betekentWas es bedeutet

Jisjai: „Eén ding snap ik niet. Waarom heeft Mosjé de Loechot kapotgegooid? Hasjeem had ze hem net gegeven."

Batsjeva: „En waarom gingen de stukken daarna in de Aron? Wat kapot is, gooi je toch weg."

Ariella: „Ik heb daar eens een regel over geleerd. Als een oude geleerde vergeet wat hij geleerd heeft, blijf je hem toch eren zoals daarvoor. En de reden die ze daarvoor geven, zijn juist deze stenen: in de Aron lagen de hele tafelen en de gebroken naast elkaar."

Channa: „Misschien is dat juist het punt. Wie de Aron opende, zag twee dingen naast elkaar liggen: de hele tafelen en de gebroken. Niet alleen het deel dat goed gegaan is. En veertig jaar later staat Mosjé voor diezelfde mensen en zegt tegen hen: denk niet dat jullie het land krijgen omdat jullie zulke goede mensen zijn. Hij had dat kunnen weglaten. Hij heeft het niet weggelaten."

Vraag aan jouFrage an dich

Mosjé zegt zijn eigen volk recht in het gezicht: jullie krijgen het land niet omdat jullie goede mensen zijn. Was dat verstandig van hem — of had hij het beter voor zich kunnen houden? Leg uit waarom.

Sjabbat Sjalom!

👪 Zoek samen iets in uw gemeente dat ooit kapotgegaan is en toch bewaard is gebleven — een voorwerp, een boek, een gebruik.

Duits

Die zerbrochenen Tafeln

Mosche machte sich Sorgen. Nicht um den Krieg — um das, was danach kommt.

Wenn sie erst in Erez Jisrael wären, im Land Israel, könnten die Menschen Haschem vergessen. Sie würden nicht mehr wissen, dass Haschem hinter allem und jedem steckt.

„Wenn Haschem eure Feinde fortgeschickt hat", sagte Mosche zu den Bnej Jisrael, „dann denkt nicht, Haschem tue das, weil ihr so gute Menschen seid. Haschem hilft euch bei der Eroberung Kenaans, weil die Menschen, die jetzt dort sitzen, sehr schlechte Menschen sind. Außerdem hat Haschem es Awraham, Jizchak und Jaakow geschworen, euch das Land Israel zu geben."

„Und das Land, in das ihr geht", sagte Mosche, „ist nicht wie das Land Ägypten. Es ist ein Land mit Hügeln und Tälern. Sein Wasser bekommt es aus dem Himmel. Haschems Augen sind immer darauf gerichtet, vom Anfang des Jahres bis zum Ende des Jahres."

Dann erinnerte er sie an etwas, das vierzig Jahre zurücklag.

Mosche war vierzig Tage und vierzig Nächte auf dem Berg Sinai geblieben. Haschem gab ihm dort die Luchot, die steinernen Tafeln, mit den Asseret haDibrot, den Zehn Geboten, hineingeschrieben. Vierzig Tage und vierzig Nächte hatte Mosche nichts gegessen.

Da sagte Haschem: „Geh hinunter. Die Bnej Jisrael haben eine sehr große Awera getan" — eine sehr große Sünde.

Als Mosche mit den Luchot herunterkam, sah er, was die Juden gemacht hatten: das Egel haSahaw, das goldene Kalb. Mosche warf beide Tafeln auf den Boden. Und er sagte zu den Bnej Jisrael: „Seht ihr, wie ich die steinernen Tafeln zerbrochen habe?"

Haschem war sehr zornig auf die Bnej Jisrael. Aber Mosche hielt eine großartige Rede, um die Juden zu verteidigen:

„Haschem, vernichte Dein Volk nicht. Du hast sie aus Mizrajim herausgeführt, aus Ägypten. Wenn Du sie tötest, werden die Menschen in Ägypten sagen, Du habest sie nicht nach Erez Jisrael bringen können. Dass Du sie in die Wüste gebracht hast, um sie dort zu töten, weil Du das Volk am Ende doch nicht mochtest."

Auch Aharon hatte die Leute nicht aufgehalten. Das war ein großer Fehler von Aharon. Mosche dawwente für ihn — er betete für ihn —, damit Haschem ihm nicht mehr böse wäre.

Dann nahm Mosche das Egel haSahaw und zermahlte es zu ganz feinem Staub. Den warf er in das Wasser, das dort floss. Und die Bnej Jisrael mussten dieses Goldwasser trinken.

Mosche hatte für das Volk gebetet. Darum bekamen die Bnej Jisrael eine zweite Chance. Er musste zwei neue Luchot aushauen und noch einmal auf den Berg Sinai steigen. Dort hat Haschem die Asseret haDibrot ein zweites Mal eingraviert.

Und dann legte Mosche beide Tafelpaare in den Aron haKodesch, in die Heilige Lade: die zerbrochenen und die ganzen.

↩ Erinnerst du dich an die Frage, was dieses goldene Kalb eigentlich war? Dort hast du auch gelesen, wie es für viele ausging. Hier steht nicht, was es war. Hier steht, was Mosche damit gemacht hat — und warum es überhaupt weiterging.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … warum Mosche ausgerechnet Ägypten nennt? Dort ist das Land flach, und das Wasser für die Felder holte man aus dem Fluss. Wer dort etwas wachsen sehen wollte, schaute nicht nach oben, sondern zum Nil.
  • … was der Name Ekew bedeutet? „Ferse". Manche erklären: Es geht um die Mizwot, auf die man mit der Ferse tritt, weil man sie für klein hält. — Erinnerst du dich, wer in unserem Buch schon einmal nach der Ferse benannt wurde?
  • … dass der Aron haKodesch irgendwann verborgen wurde? Als der Bet Hamikdasch zerstört wurde, brachte man ihn fort — manche sagen, er liegt im Tempelberg. In der Zeit des Maschiach wird Elijahu Hanawi, der Prophet Elijahu, all diese Dinge zurückbringen. (aus Evers' Mittelstufenblatt 46b)

Woord van de week:Wort der Woche: Ekew — Ekew heißt ‚Ferse'. Es ist das zweite Wort im ersten Satz der Parascha — und es ist zugleich der Name der ganzen Woche.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jisjai: „Eine Sache verstehe ich nicht. Warum hat Mosche die Tafeln zerbrochen? Haschem hatte sie ihm gerade erst gegeben."

Batsheva: „Und warum kamen die Stücke danach in den Aron? Was kaputt ist, wirft man doch weg."

Ariella: „Ich habe einmal eine Regel dazu gelernt. Wenn ein alter Gelehrter vergisst, was er gelernt hat, ehrt man ihn trotzdem weiter wie vorher. Und der Grund, den sie dafür nennen, sind genau diese Steine: Im Aron lagen die ganzen Tafeln und die zerbrochenen nebeneinander."

Channa: „Vielleicht ist genau das der Punkt. Wer den Aron öffnete, sah zweierlei nebeneinander liegen: die ganzen Tafeln und die zerbrochenen. Nicht nur den Teil, der gut gegangen ist. Und vierzig Jahre später steht Mosche vor denselben Leuten und sagt ihnen: Denkt nicht, ihr bekommt das Land, weil ihr so gute Menschen seid. Er hätte das weglassen können. Er hat es nicht weggelassen."

Vraag aan jouFrage an dich

Mosche sagt seinem eigenen Volk ins Gesicht: Ihr bekommt das Land nicht, weil ihr gute Menschen seid. War das klug von ihm — oder hätte er es besser für sich behalten? Begründe.

Schabbat Schalom!

👪 Suchen Sie gemeinsam etwas, das in Ihrer Gemeinde einmal zerbrochen ist und trotzdem behalten wurde — ein Gegenstand, ein Buch, ein Brauch.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
47 · Re'ee Ree

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Het dier dat kosjer leek

Daar staat een chazier (varken) in de stal en strekt zijn poten naar voren, alsof hij wil zeggen: „kijk eens hoe kosjer ik ben!"

Maar dat klopt niet.

Kosjer betekent: passend. Een kosjer dier moet hoeven hebben en het gras herkauwen. Herkauwen betekent: het kauwt zijn gras later nog een keer, heel langzaam, als het allang gegeten heeft.

Twee kenmerken, geen één.

Allereerst is de chazier voor ons verboden. Vreemd, want het chazier heeft in ieder geval één kosjer kenmerk: de gespleten hoeven. De chazier lijkt kosjer. Want hij heeft wel gespleten hoeven maar hij herkauwt niet en daarom is hij niet kosjer.

Bij vissen is het anders. Vissen hoeven alleen vinnen en schubben te hebben om kosjer te zijn. Maar insecten, vliegen en muggen zijn nooit kosjer.

En de chazier? Het lijkt wel een bedrieger. En hij is een beetje schijnheilig. Deze schijnheiligheid is nog veel erger dan echte oneerlijkheid. Chanifoet, schijnheiligheid en oneerlijkheid, is een slechte eigenschap, die we niet moeten aanleren.

Hebben jullie je weleens afgevraagd waarom Hasjeem zoveel niet-kosjere dieren geschapen heeft? Dit is een test. Hasjeem wil kijken of wij sterk genoeg zijn om die dieren niet te eten, die Hasjeem niet-kosjer heeft verklaard.

En nu iets moois.

Onze Chagamiem leggen uit dat bij de dieren die maar één kosjer teken hebben, er eerst het kosjere kenmerk wordt vermeld in de Tora. Pas daarna staat er het niet-kosjere kenmerk.

Kijk maar naar de kameel. Eerst staat er dat hij wel herkauwend is, en pas daarna staat dat hij geen gespleten hoeven heeft.

Ditzelfde vind je ook bij het konijn, de haas en de chazier. De Tora vermeldt eerst het kosjere kenmerk en daarna het niet kosjere.

Eerst het goede. Dan pas het andere.

↩ Weet je nog, Jitschak? Hij hoorde de stem en voelde de handen — en iets was anders dan het aanvoelde.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een vis kosjer blijft, ook al vallen de schubben en vinnen af wanneer je de vis uit het water haalt?
  • … één schub en één vin al genoeg is om een vis kosjer te maken?
  • … elke vis met schubben ook vinnen heeft? Andersom klopt het niet.
  • … kosjere vissen een ruggengraat hebben?

Woord van de week:Wort der Woche: kosjer / koscher

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli vertelt:

„De Tora is bijzonder gevoelig in de omgang met dieren.

Dieren moeten met rust gelaten worden op Sjabbat. Zij werken niet, net zoals wij niet werken.

Als een os graan moet dorsen, mag je hem geen muilkorf om doen. Want dan kan hij niet eten en dat is tsa'ar – zielig.

En je mag niet aan tafel gaan voordat je de dieren hebt gevoederd. Eerst zij. Dan jij.

Respect voor alle vormen van leven is belangrijk in de Tora."

Vraag aan jouFrage an dich

Kijk nog eens naar de chazier, hoe hij zijn poten naar voren strekt. Wat moet je geloven als je alleen de poten ziet — en waarnaar zou je moeten vragen om het te weten?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: wie ken jij die iets écht goed kan — zonder dat hij het elke dag vertelt?

Duits

Das Tier, das koscher aussah

Da steht ein Schwein im Stall und streckt seine Füße weit nach vorn, als wollte es sagen: „Schaut nur, wie koscher ich bin!"

Aber das stimmt nicht.

Koscher heißt: passend. Und ein Tier braucht zwei Kennzeichen, damit es koscher ist. Es muss gespaltene Hufe haben. Und es muss wiederkäuen — das heißt: Es kaut sein Gras später noch einmal, ganz langsam, wenn es längst gefressen hat.

Zwei Kennzeichen, nicht eins.

Für uns ist das Schwein verboten. Seltsam, denn ein koscheres Kennzeichen hat es immerhin: die gespaltenen Hufe. Das Schwein sieht koscher aus. Denn es hat zwar gespaltene Hufe, aber es käut nicht wieder, und darum ist es nicht koscher.

Bei Fischen ist es anders. Ein Fisch braucht Flossen und Schuppen, mehr nicht. Und Insekten, Fliegen und Mücken sind nie koscher.

Und das Schwein? Es sieht aus wie ein Betrüger. Und ein bisschen scheinheilig ist es auch. Diese Scheinheiligkeit ist noch viel schlimmer, als einfach unehrlich zu sein. Dafür gibt es ein Wort: Chanifut. So nennt man es, wenn sich einer schöner zeigt, als er wirklich ist. Chanifut wollen wir uns nicht angewöhnen.

Habt ihr euch schon einmal gefragt, warum Haschem so viele nicht koschere Tiere erschaffen hat? Das ist eine Prüfung. Haschem möchte sehen, ob wir stark genug sind, die Tiere nicht zu essen, die Er nicht koscher genannt hat.

Und jetzt kommt etwas Schönes.

Die Gelehrten haben in der Tora etwas entdeckt. Bei jedem Tier, das nur ein koscheres Kennzeichen hat, nennt die Tora zuerst das koschere Kennzeichen. Erst danach kommt das andere.

Schau dir das Kamel an. Zuerst steht da: Es käut wieder. Und erst danach steht da: Aber gespaltene Hufe hat es nicht.

Beim Kaninchen ist es genauso. Beim Hasen auch. Und sogar beim Schwein. Die Tora nennt zuerst das koschere Kennzeichen und danach das nicht koschere.

Zuerst das Gute. Dann erst das andere.

↩ Erinnerst du dich an Jizchak? Er hörte die Stimme und fühlte die Hände — und etwas war anders, als es sich anfühlte.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Fisch koscher bleibt, auch wenn die Schuppen und die Flossen abfallen, sobald man ihn aus dem Wasser holt?
  • … dass eine einzige Schuppe und eine einzige Flosse schon genügen, damit ein Fisch koscher ist?
  • … dass jeder Fisch, der Schuppen hat, auch Flossen hat? Andersherum stimmt es nicht.
  • … dass alle koscheren Fische eine Wirbelsäule haben?

Woord van de week:Wort der Woche: kosjer / koscher — Koscher heißt: passend. Ein Tier ist koscher, wenn beide Kennzeichen stimmen — nicht schon, wenn eines stimmt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli erzählt:

„Die Tora ist besonders vorsichtig, wenn es um Tiere geht.

Am Schabbat müssen Tiere in Ruhe gelassen werden. Sie arbeiten nicht, so wie wir nicht arbeiten.

Wenn ein Ochse Getreide drischt, darf man ihm keinen Maulkorb umlegen. Sonst kann er nichts fressen, und das ist Za'ar — Leid.

Und du darfst dich nicht an den Tisch setzen, bevor du deine Tiere gefüttert hast. Erst sie. Dann du.

Achtung vor allem, was lebt — darauf kommt es in der Tora an."

Vraag aan jouFrage an dich

Schau das Schwein noch einmal an, wie es seine Füße vorstreckt. Was soll man glauben, wenn man nur die Füße sieht — und wonach müsste man fragen, um es zu wissen?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Wen kennst du, der etwas richtig gut kann — ohne dass er es jeden Tag erzählt?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Heel, niet half

Adam en Eva waren vegetariërs. Ze aten geen vlees. Dit bleef zo tot de tijd van de maboel in de dagen van Noach.

Noach kreeg resjoet om vlees te eten omdat hij de dieren in zijn Teva gered had. Maar de Tora eist, dat je eerst het dierlijke bloed uit het vlees haalt. Dat doe je door het vlees te zouten.

De Tora wil het vlees reinigen van het bloed, dat het dierlijke instinct bevat. Door eten van dit bloed zou je iets over kunnen nemen van het dierlijke. De Tora waarschuwt ons ver te blijven van dierlijk bloed. Dit geldt ook voor het eten van vlees. Dat mag niet zomaar.

De kenmerken, waaraan je behemot tehorot (kosjere dieren) kunt herkennen, zijn — gespleten hoeven en herkauwen.

Waarom zijn alleen deze zoogdieren kosjer? Gespleten hoeven zeggen: de linkerkant duwt het slechte weg en de rechterkant haalt het goede dichtbij. Herkauwen betekent: nadenken bij alles wat je doet.

De Tora geeft hiermee aan hoe wij kedoesja kunnen bereiken. Wat betekent kedoesja eigenlijk? Kadosj kan verheven, hoger staan dan het gewone, aardse, alledaagse betekenen. Maar kadosj betekent ook volledig zijn — heel, niet gebroken, niet gespleten, goed, perfect.

De meeste van ons leven in twee werelden. We leiden een beetje een gebroken leven: in het dagelijkse leven moeten wij ons bezighouden met gewone, aardse, normale zaken. Maar op Sjabbat zijn we Joods. We gaan naar sjoel en leren Tora.

We staan niet alleen 'met beide benen op de grond' maar ook met één been in de Joodse wereld en met het andere been in de gewone, Nederlandse wereld.

Vroeg of laat leidt deze dubbelrol tot een botsing tussen normen, waarden en overtuigingen vanuit verschillende achtergronden.

Dit brengt de meeste mensen uit balans: soms hellen we te veel over naar de gewone kant van ons leven.

Er ontstaat dan een dubbel gevoel. In de gewone sfeer kunnen we niet genoeg krijgen, we willen steeds meer kleren, speelgoed of TV-spelletjes. Maar we zijn vaak al tevreden met een heel klein beetje Jodendom.

Dan doen we het omgekeerde van heiligheid in de zin van heelheid of volledigheid. Ook het Joodse leven eist tijd en aandacht.

↩ Weet je nog, de toren van Bawel? Daar huilde iedereen om een gebroken steen en om geen mens.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je een os en een ezel niet in hetzelfde span mag laten ploegen? Het zwakkere dier zal proberen het tempo van het sterkere bij te houden, en dat is slecht voor de gezondheid van het zwakkere dier.
  • … een moederdier en haar jong niet op dezelfde dag geslacht mogen worden? Niet dat die dieren zich hiervan bewust zijn — het gaat erom dat dit voor de mens als wreed beschouwd wordt.
  • … sjechita, het kosjere slachten, pijn bij dieren zo veel mogelijk wil voorkomen? Zo legt Maimonides het uit.
  • … Rabbi Jechezkeel Landau (1714–1793) over de jacht zei: „Zoiets dergelijks vinden we nergens in de Tora, behalve bij Nimrod of Esav"? En dat het niet past bij de afstammelingen van Awraham, Jitschak en Ja'akov.

Woord van de week:Wort der Woche: kadosj / kadosch

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli vertelt:

„Sjemoe'eel, een beroemde Rabbijn uit Bawel, zat eens met Awlat, een tovenaar, te praten.

Op dat moment passeerde een aantal boeren die op weg waren naar het veld om veevoer te maaien. Awlat wees op één van de boeren en voorspelde dat deze die dag niet naar huis zou terugkeren maar door een giftige slang gebeten zou worden en zou sterven.

Waarop Sjemoe'eel antwoordde: ‚Deze boer zal ongedeerd naar huis terugkeren.'

Na verloop van tijd kwam de boer terug van het veld. Awlat ging de boer tegemoet en onderzocht de stapel veevoer, die hij op zijn rug droeg. Daar vond hij een dode slang die blijkbaar samen met het veevoer doormidden was gesneden.

De boer had hier niets van gemerkt.

‚Wat voor goede daad heb je vandaag gedaan?' vroeg Sjemoe'eel aan de boer.

De boer vertelde: ‚Bij ons is het de gewoonte om met alle landarbeiders samen te eten. Omdat de een meer meebrengt dan de ander, doet iedereen zijn brood in een grote mand. Vervolgens deelt een van ons het uit.

Vandaag was er iemand die geen brood bij zich had. Hij schaamde zich ervoor om met ons mee te eten. Toen ik dat merkte, nam ik het op me om het brood te verdelen. Ik liet niemand merken dat hij niets bij zich had. Ik deed alsof ik van hem zijn brood kreeg om in de mand te doen. Daarna heb ik hem mijn eigen portie gegeven. Zo hoefde hij zich niet te schamen om met ons mee te eten.'

Sjemoe'eel zei, dat deze goede daad hem van de dood had gered."

Arielle: „Hij heeft twee dingen tegelijk gedaan. Hij gaf zijn brood — én hij zorgde ervoor dat niemand het zag."

Batsjeva: „Het een alleen zou maar de helft geweest zijn. Tsedaka — geven omdat de ander er recht op heeft — is pas heel als ook niemand zich hoeft te schamen."

Vraag aan jouFrage an dich

Kadosj betekent ook: heel. Waar in jouw week is iets maar half — en wat mist het om heel te worden?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan tafel over hulp die u zelf nooit gemerkt hebt — en vraag waarom sommige hulp stiller moet zijn dan andere.

Duits

Ganz, nicht halb

Adam und Chawa waren Vegetarier. Sie aßen kein Fleisch. Und dabei blieb es lange — bis zur Zeit des Mabul, der großen Flut, in den Tagen von Noach.

Noach bekam die Erlaubnis, Fleisch zu essen, weil er die Tiere in seiner Tewa, dem großen Kasten, gerettet hatte. Aber die Tora verlangt, dass man zuerst das Blut aus dem Fleisch holt. Das tut man, indem man das Fleisch salzt.

Die Tora will das Fleisch vom Blut reinigen, denn im Blut steckt der tierische Trieb. Wer dieses Blut isst, könnte etwas vom Tierischen übernehmen. Darum warnt uns die Tora, weit vom Blut der Tiere wegzubleiben. Auch Fleisch zu essen ist nicht einfach so erlaubt.

Woran erkennt man Behemot Tehorot, die koscheren Tiere? An zwei Kennzeichen: gespaltene Hufe und Wiederkäuen.

Warum ausgerechnet an diesen beiden? Gespaltene Hufe sagen: Die linke Seite schiebt das Schlechte weg, die rechte Seite holt das Gute heran. Und Wiederkäuen heißt: Denk nach bei allem, was du tust.

Damit zeigt uns die Tora, wie wir Keduscha erreichen können. Was bedeutet Keduscha eigentlich? Kadosch kann heißen: erhaben, höher als das Gewöhnliche, das Alltägliche. Aber kadosch heißt auch: vollständig sein — heil, nicht zerbrochen, nicht gespalten, gut, vollkommen.

Die meisten von uns leben in zwei Welten. Wir führen ein etwas zerbrochenes Leben: Im Alltag müssen wir uns mit gewöhnlichen, alltäglichen Dingen beschäftigen. Aber am Schabbat sind wir jüdisch. Wir gehen in die Schul, das Haus, in dem die Gemeinde betet, und lernen Tora.

Wir stehen nicht nur mit beiden Beinen auf dem Boden, sondern auch mit einem Bein in der jüdischen Welt und mit dem anderen in der gewöhnlichen Welt draußen.

Früher oder später stoßen diese beiden Rollen zusammen: Regeln, Werte und Überzeugungen haben verschiedene Herkunft. Das bringt die meisten Menschen aus dem Gleichgewicht — manchmal neigen wir uns zu weit auf die gewöhnliche Seite unseres Lebens.

Dann entsteht ein doppeltes Gefühl. Vom Gewöhnlichen bekommen wir nie genug: immer mehr Kleider, mehr Spielsachen, mehr Spiele auf dem Bildschirm. Aber mit einem ganz kleinen bisschen Judentum sind wir oft schon zufrieden.

Dann tun wir das Gegenteil von Heiligkeit — von Heiligkeit in dem Sinn, in dem sie Ganzheit bedeutet. Auch das jüdische Leben verlangt Zeit und Aufmerksamkeit.

↩ Erinnerst du dich an den Turm von Bawel? Dort weinten alle um einen zerbrochenen Stein und um keinen einzigen Menschen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass man einen Ochsen und einen Esel nicht in dasselbe Gespann spannen darf? Das schwächere Tier würde versuchen, mit dem stärkeren Schritt zu halten — und das ist schlecht für seine Gesundheit.
  • … dass ein Muttertier und sein Junges nicht am selben Tag geschlachtet werden dürfen? Nicht etwa, weil die Tiere davon wüssten — sondern weil es beim Menschen als grausam gilt.
  • … dass die Schechita, das koschere Schlachten, dem Tier so wenig Schmerz zufügen soll wie irgend möglich? So erklärt es Maimonides.
  • … dass Rabbi Jechezkel Landau (1714–1793) über die Jagd geurteilt hat, so etwas finde man in der ganzen Tora nirgends — außer bei Nimrod und bei Esaw? Und dass es nicht zu den Nachkommen von Awraham, Jizchak und Jaakow passe.

Woord van de week:Wort der Woche: kadosj / kadosch — Kadosch heißt erhaben. Und kadosch heißt: ganz. Beides zugleich.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli erzählt:

„Schemuel, ein berühmter Rabbiner aus Bawel, saß einmal mit Awlat zusammen und sprach mit ihm. Awlat war ein Zauberer.

In diesem Augenblick kamen einige Bauern vorbei, die aufs Feld hinausgingen, um Viehfutter zu mähen. Awlat zeigte auf einen von ihnen und sagte voraus, dieser Mann werde heute nicht mehr nach Hause zurückkehren: Eine giftige Schlange werde ihn beißen, und er werde sterben.

Darauf antwortete Schemuel: ‚Dieser Bauer wird unverletzt nach Hause zurückkehren.'

Nach einiger Zeit kam der Bauer vom Feld zurück. Awlat ging ihm entgegen und untersuchte das Bündel Viehfutter, das er auf dem Rücken trug. Darin fand er eine tote Schlange, die offenbar zusammen mit dem Futter mitten durchgeschnitten worden war.

Der Bauer hatte nichts davon gemerkt.

‚Was für eine gute Tat hast du heute getan?', fragte Schemuel ihn.

Der Bauer erzählte: ‚Bei uns ist es üblich, dass alle Landarbeiter zusammen essen. Weil der eine mehr mitbringt als der andere, legt jeder sein Brot in einen großen Korb. Danach teilt einer von uns aus.

Heute war einer dabei, der kein Brot bei sich hatte. Er schämte sich, mit uns zu essen. Als ich das merkte, übernahm ich es, das Brot zu verteilen. Ich ließ niemanden merken, dass er nichts dabeihatte. Ich tat so, als bekäme ich von ihm sein Brot für den Korb. Danach habe ich ihm meinen eigenen Anteil gegeben. So brauchte er sich nicht zu schämen, mit uns zu essen.'

Schemuel sagte, diese gute Tat habe ihn vor dem Tod gerettet."

Arielle: „Er hat zwei Dinge auf einmal getan. Er hat sein Brot gegeben — und er hat aufgepasst, dass es niemand sieht."

Batscheva: „Das eine allein wäre nur die Hälfte gewesen. Zedaka — geben, weil es dem anderen zusteht — ist erst dann ganz, wenn sich auch niemand schämen muss."

Vraag aan jouFrage an dich

Kadosch heißt auch: ganz. Wo in deiner Woche ist etwas nur halb — und was fehlt ihm, damit es ganz wird?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Tisch von einer Hilfe, die Sie selbst nie bemerkt haben — und fragen Sie, warum manche Hilfe leiser sein muss als andere.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Zijn en hebben

„Je mag niets eten, dat niet goed is. Dit zijn de dieren, die jij eten mag: rund, schaap, geit.." vrij naar Dewariem 14:3–4

Hebben jullie er wel eens over nagedacht waarom wij wèl koeienvlees mogen eten? Zoogdieren, die gespleten hoeven hebben en herkauwen, mogen wij op het menu zetten. Deze dieren zijn de rustiger diersoorten; zij eten geen vlees maar zijn planteneters.

Wat doet een koe de hele dag? Kauwen en herkauwen. Koeien maken een weinig actieve indruk. Ze zijn niet wild, doden geen andere dieren en zijn vrij passief. Het dierlijk instinct lijkt bij de koe weinig ontwikkeld te zijn. De bouw van de poot is niet geschikt om te doden.

De Tora geeft een dieet voor de nesjama, de ziel. De Tora zegt niet duidelijk dat je wordt wat je eet. Maar toch neem je iets dierlijks over als je vlees eet.

Waarom doen we soms slechte dingen? Je laat je soms leiden door slechte impulsen. Je bent driftig, denkt niet na. Je wilt iets, eist het, begeert het, je wordt jaloers op anderen, die het wel hebben.

Het Tiende Gebod uit de Asseret hadibrot luidt ‚Begeer niet'! Je moet leren tevreden zijn met wat je hebt. Eén van de belangrijkste lessen van de Tora is dat het in het leven veel meer gaat om wat wij zijn dan om wat we hebben.

Alleen maar bezig zijn met ‚steeds meer' dingen laat weinig ruimte voor geestelijke ontplooiing. De Tora wil ons opvoeden tot groei van onze nesjama, niet alleen van de goef.

Maar er is meer. De Tora wil ons brengen tot de madrega, het niveau van een tsaddiek. Meestal wordt ‚tsaddiek' vertaald als rechtvaardige, maar de Joodse vertaling kan gevonden worden bij de navi Chavakoek (2:4): ‚De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.' Een tsaddiek leeft in het vertrouwen dat, wanneer hij naar Hasjeems opdracht leeft, hij alles krijgt wat hij nodig heeft.

Daarom zijn roofdieren verboden. Roofdieren gaan erop uit om te doden en lijken erg ontevreden met wat de aarde te bieden heeft. Symbolisch zegt een roofdier: ‚Hasjeem zorgt niet goed voor mij. Daarom moet ik voor mijzelf zorgen.'

Kasjroet leert ons ver te blijven van deze eigenschap van ontevredenheid. Veel zijn is veel belangrijker dan veel hebben.

De herkauwende koe komt op ons tevreden over. Het beetje voedsel dat zij tot zich neemt, herkauwt zij telkens. Vertaald naar ons, menselijk leven betekent dit het besef te kunnen leven zonder overdaad. Dat is belangrijk in onze consumptiemaatschappij.

↩ Weet je nog, de gordel om de stad? Aan het begin van elke vervuiling staat één enkele mens, die niets kan schelen wat zijn daad aanricht. Hier gaat het om diezelfde mens — één stap eerder, bij wat hij hébben wil.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Tora bij vogels geen kenmerk noemt waaraan je ze herkennen kunt? In plaats daarvan noemt zij de verboden vogels bij naam (Wajikra 11:13–19 / Dewariem 14:11–18); onze Chagamiem tellen ze en komen op vierentwintig soorten. Bij zoogdieren en vissen kun je kijken; bij een vogel moet je weten welke bedoeld is. Daarom zijn vogels alleen kosjer als we van onze ouders of grootouders gehoord hebben, dat ze kosjer zijn. Hier telt de overlevering.
  • … Adam en Eva vegetariërs waren? Ze aten geen vlees, en dit bleef zo tot de tijd van de maboel in de dagen van Noach.
  • … de twee kenmerken tegelijk een opdracht zijn? Gespleten hoeven zeggen: de linkerkant duwt het slechte weg en de rechterkant haalt het goede dichtbij. Herkauwen betekent: nadenken bij alles wat je doet.
  • … kadosj niet alleen ‚verheven, hoger dan het alledaagse' betekent, maar ook: volledig, heel, niet gebroken, niet gespleten?

Woord van de week:Wort der Woche: Madrega

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wisten jullie, dat we in de tijd van de Masjie'ach weer allemaal vegetarisch worden? Helemaal geen vlees eten lijkt mooi maar dat is op dit moment toch niet de hele waarheid. Want niet alleen de planten, graan en vruchten maar ook de dieren mogen hun energie aan de mens geven."

Arielle: „De Tora waarschuwt ons wel om er voor te zorgen, dat onze nesjama geen gevaar loopt. Er bestaat inderdaad zoiets als een dieet voor de geest. De constante herinnering om geen dieren te worden en het dierlijke bloed er uit te zouten, is bedoeld om onze nesjama te beschermen en te verfijnen. Dat is een belangrijke kasjroet-gedachte."

Batsjeva: „Wat je eet wordt je lichaam. Met je lichaam, komt je nesjama in contact met de hele wereld om je heen. Daarom moet je goed opletten wat je eet."

Vraag aan jouFrage an dich

Waarom heet onze maatschappij een consumptiemaatschappij?

Sjabbat Sjalom!

👪 Noem aan tafel ieder één ding dat u deze week gekocht hebt — en vraag welk daarvan u over een jaar nog zou missen.

Duits

Sein und Haben

„Du sollst nichts essen, was nicht gut ist. Dies sind die Tiere, die du essen darfst: Rind, Schaf, Ziege …" sinngemäß nach Dewarim 14,3–4

Habt ihr schon einmal darüber nachgedacht, warum wir ausgerechnet Rindfleisch essen dürfen? Säugetiere mit gespaltenen Hufen, die wiederkäuen, dürfen auf unseren Speiseplan kommen. Das sind die ruhigeren Arten. Sie fressen kein Fleisch, sie sind Pflanzenfresser.

Was tut eine Kuh den ganzen Tag? Kauen und wiederkäuen. Kühe wirken wenig aktiv: Sie sind nicht wild und töten keine anderen Tiere. Der tierische Trieb scheint bei ihnen kaum entwickelt zu sein, und der Bau ihres Beins taugt nicht zum Töten.

Die Tora gibt eine Diät für die Neschama, die Seele. Sie sagt nicht ausdrücklich, dass man wird, was man isst. Und doch übernimmt man etwas Tierisches, wenn man Fleisch isst.

Warum tun wir manchmal schlechte Dinge? Weil wir uns von schlechten Impulsen leiten lassen. Man ist heftig, man denkt nicht nach. Man will etwas, fordert es, begehrt es — und wird neidisch auf die, die es haben.

Das zehnte der Asseret haDibrot, der Zehn Aussprüche, lautet: „Begehre nicht!" Man muss lernen, zufrieden zu sein mit dem, was man hat. Eine der wichtigsten Lehren der Tora ist: Im Leben geht es viel mehr um das, was wir sind, als um das, was wir haben.

Wer nur mit dem „immer mehr" beschäftigt ist, lässt sich selbst keinen Raum zum Wachsen. Die Tora will die Neschama wachsen lassen, nicht nur den Guf, den Körper.

Aber da ist noch mehr. Die Tora will uns auf die Madrega bringen, auf die Stufe eines Zaddik. Meistens übersetzt man Zaddik mit „Gerechter". Die jüdische Übersetzung aber findet man beim Navi Chawakuk (2,4): „Der Gerechte wird durch seinen Glauben leben." Ein Zaddik lebt im Vertrauen, dass er alles bekommt, was er braucht, solange er nach Haschems Auftrag lebt.

Darum sind Raubtiere verboten. Raubtiere ziehen los, um zu töten, und wirken sehr unzufrieden mit dem, was die Erde zu bieten hat. Sinnbildlich sagt ein Raubtier: „Haschem sorgt nicht gut für mich. Darum muss ich für mich selbst sorgen."

Kaschrut lehrt uns, von dieser Eigenschaft wegzubleiben — von der Unzufriedenheit. Viel sein ist viel wichtiger als viel haben.

Die wiederkäuende Kuh dagegen wirkt auf uns zufrieden. Das bisschen Futter, das sie zu sich nimmt, käut sie immer wieder. Auf unser menschliches Leben übertragen heißt das: zu wissen, dass man ohne Überfluss leben kann. Das ist wichtig in unserer Konsumgesellschaft.

↩ Erinnerst du dich an den Gürtel um die Stadt? Am Anfang jeder Verschmutzung steht ein Einzelner, dem gleichgültig ist, was seine Tat anrichtet. Hier geht es um denselben Einzelnen — eine Stufe früher, bei dem, was er haben will.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Tora bei Vögeln kein Kennzeichen nennt, an dem man sie erkennen könnte? Sie zählt stattdessen die verbotenen Vögel mit Namen auf (Wajikra 11,13–19 / Dewarim 14,11–18); die Gelehrten zählen sie und kommen auf vierundzwanzig Arten. Bei Säugetieren und Fischen kann man nachsehen; beim Vogel muss man wissen, welcher gemeint ist. Darum ist ein Vogel nur dann koscher, wenn wir von unseren Eltern und Großeltern gehört haben, dass er koscher ist. Hier zählt die Überlieferung.
  • … dass Adam und Chawa Vegetarier waren? Sie aßen kein Fleisch, und das blieb so bis zur Zeit des Mabul, der großen Flut, in den Tagen von Noach.
  • … dass die beiden Kennzeichen zugleich eine Anweisung sind? Gespaltene Hufe sagen: Die linke Seite schiebt das Schlechte weg, die rechte holt das Gute heran. Wiederkäuen heißt: Denk nach bei allem, was du tust.
  • … dass kadosch nicht nur „erhaben, höher als das Alltägliche" bedeutet, sondern auch: vollständig, heil, nicht zerbrochen, nicht gespalten?

Woord van de week:Wort der Woche: Madrega — Eine Stufe, auf die man steigen kann. Kein Platz, auf dem man geboren wird.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wusstet ihr, dass wir in der Zeit des Maschiach alle wieder Vegetarier werden? Überhaupt kein Fleisch zu essen sieht schön aus, aber das ist im Augenblick doch nicht die ganze Wahrheit. Denn nicht nur die Pflanzen, das Getreide und die Früchte, sondern auch die Tiere dürfen dem Menschen ihre Kraft geben."

Arielle: „Die Tora warnt uns aber, dafür zu sorgen, dass unsere Neschama nicht in Gefahr gerät. Es gibt tatsächlich so etwas wie eine Diät für den Geist. Die ständige Erinnerung, keine Tiere zu werden und das tierische Blut herauszusalzen, soll unsere Neschama schützen und verfeinern. Das ist ein wichtiger Kaschrut-Gedanke."

Batscheva: „Was du isst, wird dein Körper. Und mit deinem Körper kommt deine Neschama mit der ganzen Welt um dich herum in Berührung. Darum musst du gut aufpassen, was du isst."

Vraag aan jouFrage an dich

Warum heißt unsere Gesellschaft eine Konsumgesellschaft?

Schabbat Schalom!

👪 Nennen Sie am Tisch je eine Sache, die Sie diese Woche gekauft haben — und fragen Sie, welche davon Sie in einem Jahr überhaupt noch vermissen würden.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
48 · Sjoftiem Schoftim

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De rechter die je niet kunt kopen

Stel je voor: iemand legt stiekem geld op de tafel van de rechter. En de rechter neemt het aan.

Wat gebeurt er dan?

Dan zou hij iemand onschuldig verklaren die schuldig is. Precies daarvoor waarschuwt Mosje.

Mosje vertelt de mensen dat, wanneer ze steden bouwen in Erets Jisra'eel, in die steden rechters en politieagenten moeten worden aangesteld. Rechters moeten recht spreken. En de politiemensen moeten opletten dat alles netjes blijft op straat en in de rechtbank.

Rechters mogen geen omkoopgeld aannemen. Nooit.

Mosje zegt tegen de mensen: „Jullie moeten altijd heel rechtvaardig zijn." Rechtvaardigheid is heel belangrijk voor Israël. Als jullie rechtvaardig zijn, mogen jullie in Israël blijven wonen.

En als een rechter er zelf niet uitkomt? Soms zijn er veel te moeilijke zaken. Dan gaat die moeilijke zaak naar een hogere rechter. Als niemand het weet, gaat men naar de rechters in Jeroesjalaijiem.

Verder vertelt Mosje aan het volk dat zij in Israël een koning zullen vragen. De Bnee Jisra'eel wilden zijn als alle andere volkeren. Hasjeem zegt dat ze een koning mogen kiezen, maar hij moet wel Joods zijn.

Een koning moet een Sefer Tora overschrijven en het altijd bij zich dragen. Hij moet altijd uit de Tora lezen en alle mitsvot houden. Als de koning de mitsvot goed houdt, zal hij niet denken dat hij beter is dan ieder ander.

De koning heeft grote macht. Maar toch kan hij absoluut niet doen wat hij wil. De koning mag drie dingen niet doen.

De koning mag niet te veel paarden hebben. Paarden werden in Egypte gekocht — en Hasjeem wil niet dat de Bnee Jisra'eel teruggaan naar Egypte.

De koning mag ook niet teveel vrouwen hebben. Teveel vrouwen zouden hem afleiden van zijn belangrijke taak.

De koning mag ook niet teveel goud en zilver hebben. Hij mag voldoende goud en zilver hebben om zijn leger te betalen. Maar niet om zelf daar trots van te worden.

↩ Weet je nog, Mosjé die al het goud en zilver waar iedereen bij was liet natellen? Ook dat was rechtvaardigheid — hij wilde dat iedereen het kon zien.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een koheen — een man uit de familie van Aharon, die dienst deed in het huis van Hasjeem — geen deel in Erets Jisra'eel had? Hij kon dus geen boer zijn.
  • … de koheen zijn eten en drinken kreeg van de boeren?
  • … de koheen de offers van de mensen in het Beet Hamikdasj moest brengen?
  • … de mensen teroema aan de koheen moesten geven — het eerste van het graan, van het vee of van de wol dat geschoren wordt?
  • … soldaten zelfs midden in een oorlog geen boom mochten omhakken waar vruchten aan groeiden? Die regel heet bal tasjchiet: niets kapotmaken wat je niet kapot hoeft te maken.

Woord van de week:Wort der Woche: Schoftim — Sjoftiem betekent: rechters. De hele parasja is naar hen genoemd — hij begint met hen.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Er staat aan het einde van Sjoftiem iets over de oorlog", zei Eli. „Wat denkt de Tora eigenlijk over oorlog en vrede?"

„Sjalom is heel belangrijk in Jahadoet", zei Ariella. „Maar stel dat er een legertje aankomt om bij jou graan te stelen of jouw vee te stelen. Dan heb je het recht om jezelf te verdedigen. Dat mag zelfs op Sjabbat."

„En waarom moet je jezelf verdedigen?", vroeg Batsjeva. „Omdat je eigen bestaan belangrijk is. Wij moeten leven om de Tora te kunnen vertellen aan alle mensen. Sjalom staat centraal — maar je moet wel opkomen voor jezelf."

Vraag aan jouFrage an dich

Als er bij jullie thuis twee ruzie hebben — wie beslist er dan? En waaraan merken jullie dat het eerlijk ging?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond over iemand in uw gemeente die ooit een ruzie heeft opgelost — en waaraan iedereen merkte dat het eerlijk ging.

Duits

Der Richter, den man nicht kaufen kann

Stell dir vor, jemand legt dem Richter heimlich Geld auf den Tisch. Und der Richter nimmt es.

Was passiert dann?

Dann sagt der Richter am Ende vielleicht: „Du warst es nicht." Obwohl der andere es sehr wohl war. Genau davor hat Mosche gewarnt.

Mosche sagte zu den Menschen: Wenn ihr im Land Israel wohnt und Städte baut, dann setzt in jeder Stadt Richter ein. Und Polizisten dazu. Die Richter sprechen Recht. Die Polizisten passen auf, dass es auf der Straße ordentlich zugeht — und im Gerichtshaus auch.

Und Bestechungsgeld nimmt ein Richter nicht an. Nie.

„Ihr müsst immer gerecht sein", sagte Mosche. Gerecht sein ist für dieses Land das Allerwichtigste. Wenn ihr gerecht seid, dürft ihr dort wohnen bleiben.

Und wenn ein Richter selbst nicht weiterweiß? Manchmal ist eine Sache zu schwer. Dann geht sie weiter zu einem höheren Richter. Und wenn auch der es nicht weiß, geht sie nach Jeruschalajim, zu den größten Richtern von allen.

Dann erzählte Mosche noch etwas.

Eines Tages, sagte er, werdet ihr einen König haben wollen. Weil die anderen Völker alle einen haben. Haschem sagt: Gut, wählt einen König. Aber er muss ein Jude sein.

Und dieser König muss sich eine Tora-Rolle abschreiben. Er muss sie überallhin mitnehmen, jeden Tag darin lesen und alle Gebote halten. Denn wer jeden Tag in der Tora liest, kommt gar nicht erst auf den Gedanken, er sei besser als alle anderen.

Ein König hat viel Macht. Und trotzdem darf er nicht einfach tun, was er will. Drei Dinge sind ihm verboten.

Er darf nicht zu viele Pferde haben. Pferde kaufte man damals in Ägypten — und Haschem wollte nicht, dass das Volk dorthin zurückgeht.

Er darf nicht zu viele Frauen heiraten. Sonst bleibt ihm zu wenig Zeit für seine große Aufgabe.

Und er darf nicht zu viel Gold und Silber sammeln. Genug, um seine Soldaten zu bezahlen — ja. Aber nicht so viel, dass er stolz darauf wird.

↩ Erinnerst du dich an Mosche, der alles Gold und Silber vor allen Leuten nachzählen ließ? Auch das war Gerechtigkeit — er wollte, dass jeder es sehen kann.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Kohen — ein Mann aus Aharons Familie, der im Haus Haschems Dienst tat — keinen eigenen Acker im Land bekam? Bauer konnte er also gar nicht sein.
  • … dass die Bauern ihm dafür zu essen und zu trinken gaben?
  • … dass der Kohen die Opfer der Menschen ins große Haus Haschems in Jeruschalajim brachte?
  • … dass die Menschen dem Kohen Teruma gaben — das Allererste von der Ernte, von den Tieren oder von der Wolle, die geschoren wurde?
  • … dass Soldaten sogar mitten im Krieg keinen Baum umhauen durften, an dem Früchte wuchsen? Diese Regel heißt Bal Taschchit: nichts kaputt machen, was man nicht kaputt machen muss.

Woord van de week:Wort der Woche: Schoftim — Schoftim heißt: Richter. Nach ihnen ist die ganze Parascha benannt — sie fängt mit ihnen an.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ganz am Ende von Schoftim steht etwas über den Krieg", sagte Eli. „Was sagt die Tora eigentlich über Krieg und über Frieden?"

„Frieden ist im Judentum sehr wichtig", sagte Ariella. „Aber stell dir vor, ein ganzer Trupp Soldaten rückt an, um dein Getreide und dein Vieh zu stehlen. Dann darfst du dich wehren. Sogar am Schabbat."

„Und warum muss man sich wehren?", fragte Batscheva. „Weil es wichtig ist, dass es dich gibt. Wir sollen leben und allen Menschen von der Tora erzählen. Der Frieden bleibt das Ziel — aber für sich selbst einstehen gehört dazu."

Vraag aan jouFrage an dich

Wenn bei euch zu Hause zwei streiten — wer entscheidet dann? Und woran merkt ihr, dass gerecht entschieden wurde?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend von jemandem in Ihrer Gemeinde, der einmal einen Streit geschlichtet hat — und woran alle merkten, dass es gerecht zuging.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De profeet die wegliep

Bij de berg Sinai werd het de mensen te veel.

Toen ze de Tora kregen, waren zij bang voor Hasjeem. Hasjeem was zo overweldigend dat de mensen het niet konden verdragen. Daarom vroegen ze aan Mosje om met hen te spreken in plaats van Hasjeem zelf.

Hasjeem zei toen tegen Mosje: „Dat is een goede zaak. Vanaf nu zal Ik niet meer Zelf met de Bnee Jisra'eel spreken. Ik heb daar nevi'iem voor. Zij zullen voor Mij met de Bnee Jisra'eel spreken."

Alleen: niet iedereen die zegt dat hij namens Hasjeem spreekt is ook een echte profeet. Je moet een navi uitproberen. Als een navi zegt dat hij met Hasjeem heeft gesproken, moet je kijken of het waar is. Als hij iets voorspelt en het komt niet uit, dan is hij een valse profeet. Dan mag niemand naar hem luisteren. Maar als hij een echte navi is, moet je wel naar hem luisteren.

Ook zijn er regels voor de navi zelf. Als Hasjeem met hem spreekt, mag hij het niet voor zich houden. Hij moet doen wat Hasjeem hem opgedragen heeft.

Eén heeft dat niet gedaan. Hij heette Jona.

Jona hoorde van Hasjeem dat hij de inwoners van Nineve moest waarschuwen. Als zij geen tesjoeva zouden doen, zou de stad Nineve vernietigd worden.

Jona voelde aan dat de inwoners van Nineve tesjoeva zouden doen en dat zijn profetie niet zou uitkomen. Hij was bang dat de mensen hem dan als een valse profeet zouden beschouwen.

Maar er was nog een tweede reden, en die woog zwaarder. In diezelfde tijd deden de Bnee Jisra'eel geen tesjoeva. Als andere volkeren wel tesjoeva doen en de Bnee Jisra'eel niet, is dat nog veel erger. Daar was Jona bang voor.

Daarom vluchtte Jona naar Tarsjiesj, ver over zee.

Maar Hasjeem was heel ontevreden met Jona en stuurde hem in een grote vis terug.

En toen gebeurde precies wat Jona had zien aankomen. Hij waarschuwde de mensen in Nineve, en iedereen deed tesjoeva, want ze voelden dat ze heel slecht waren geweest. De stad werd niet vernietigd.

Maar niemand beschouwde Jona als een valse profeet.

Gelukkig maar!

↩ Weet je nog, de stad waar je na een ongeluk verder mocht leven? Zo dadelijk hoor je waardoor iemand daar terechtkwam.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een rechtbank niemand mocht veroordelen als maar één mens iets gezien had? „Op de verklaring van twee getuigen of van drie getuigen staat een zaak vast" — dat staat in onze parasja (Dewariem 19:15).
  • … de Tora eerst aan een heel volk gegeven werd en niet aan losse mensen? Haar hoofddoel is een samenleving waarin het rechtvaardig toegaat — zonder recht, zegt zij, houdt een samenleving het niet lang uit.
  • … de Tora rechtspraak niet alleen aan ons voorschrijft? Het instellen van een rechtsorde hoort bij de zeven regels die voor alle mensen op de wereld gelden.
  • … de wijzen over een rechter die rechtvaardig rechtspreekt een verbazingwekkende zin zeggen? Hij heet Hasjeems partner in de Schepping.
  • … er op elk kruispunt een verkeersbord stond, waarop geschreven stond: dit is de richting van de Ier Miklat?

Woord van de week:Wort der Woche: Nawi — Navi betekent profeet: een mens door wie Hasjeem tot het volk spreekt. Meer dan één heten nevi'iem.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Stel je twee vrienden voor die samen naar een bos gaan om hout te hakken", zei Eli. „Ze moeten erg oppassen dat de bijlen niet uit het handvat schieten. Want als zo'n bijl uit het handvat schiet, dan kan het gebeuren dat hij iemand anders dood maakt. Ook al heeft hij zijn vriend per ongeluk gedood, dan nog moet hij naar een Ier Miklat."

„In de Ier Miklat was je veilig en werd er goed voor je gezorgd", zei Ariela. „Maar je moest daar wachten totdat de Koheen Gadol overleden was. Daarom zaten daar allemaal mensen die precies daarom davvenden. De moeder van de Koheen Gadol was daar niet blij mee. Daarom bakte zij altijd lekkere cakes voor hen."

„Maar alleen als het echt per ongeluk was", zei Batsheva. „Als je iemand haatte, werd je er weer uitgehaald. De Tora laat zo zien hoe belangrijk opletten is — ook waar je niemand kwaad wilt doen. Denk aan iedereen die achter het stuur zit: een ongeluk zit in een klein hoekje."

Vraag aan jouFrage an dich

Jona had twee redenen om weg te lopen, en geen van beide was dom. Waarom telden ze toch niet?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel vanavond over een taak waar u zich ooit voor gedrukt hebt — en wat daarvan gekomen is.

Duits

Der Prophet, der weglief

Am Berg Sinai war es den Menschen zu viel geworden.

Haschem selbst hatte gesprochen — so überwältigend, dass keiner es aushielt. „Sprich du mit uns", baten sie Mosche. „Nicht Er."

Haschem sagte darauf zu Mosche: „Das ist gut so. Von jetzt an werde Ich nicht mehr selbst zu den Bnej Jisrael sprechen. Dafür habe Ich die Newiim, die Propheten. Sie werden für Mich zu ihnen sprechen."

Nur: Nicht jeder, der behauptet, er spreche im Namen Haschems, ist auch wirklich ein Nawi. Einen Nawi muss man prüfen. Sagt er etwas voraus, und es trifft nicht ein — dann ist er ein falscher Prophet, und niemand darf auf ihn hören. Ist er ein echter Nawi, dann muss man auf ihn hören.

Für den Nawi selbst gelten ebenfalls Regeln. Wenn Haschem mit ihm spricht, darf er es nicht für sich behalten. Er muss tun, was Haschem ihm aufgetragen hat.

Einer hat das nicht getan. Er hieß Jona.

Jona sollte die Menschen in Ninwe warnen: Wenn sie keine Tschuwa tun — wenn sie nicht umkehren und es besser machen —, wird ihre Stadt zerstört.

Und Jona ahnte längst, wie es ausgehen würde: Die Leute von Ninwe würden Tschuwa tun. Dann träfe seine Vorhersage nicht ein, und alle hielten ihn für einen falschen Propheten.

Aber da war noch ein zweiter Grund, und der wog schwerer. In derselben Zeit taten die Bnej Jisrael keine Tschuwa. Wenn nun ein fremdes Volk umkehrte und das eigene nicht — wie stünde dann das eigene Volk da? Genau das fürchtete Jona.

Also lief er weg. Er floh nach Tarschisch, weit übers Meer.

Haschem war sehr unzufrieden mit Jona und schickte ihn in einem großen Fisch zurück.

Und dann kam alles genau so, wie Jona es vorausgesehen hatte. Er warnte die Menschen in Ninwe, und alle taten Tschuwa — sie spürten selbst, wie schlecht sie gewesen waren. Die Stadt wurde nicht zerstört.

Und trotzdem hielt niemand Jona für einen falschen Propheten.

Zum Glück!

↩ Erinnerst du dich an die Stadt, in der man nach einem Unglück weiterleben durfte? Gleich hörst du, wodurch jemand überhaupt dorthin kam.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Gericht niemanden verurteilen durfte, wenn nur ein einziger Mensch etwas gesehen hatte? „Auf die Aussage von zwei Zeugen oder von drei Zeugen hin steht eine Sache fest" — das steht in unserer Parascha (Dewarim 19,15).
  • … dass die Tora zuerst einem ganzen Volk gegeben wurde und nicht einzelnen Menschen? Ihr Hauptziel ist ein Zusammenleben, in dem es gerecht zugeht — ohne Recht, sagt sie, hält es nicht lange.
  • … dass die Tora Gerichte nicht nur uns vorschreibt? Ein Rechtswesen einzurichten gehört zu den sieben Regeln, die für alle Menschen auf der Welt gelten.
  • … dass die Weisen über einen Richter, der gerecht urteilt, einen erstaunlichen Satz sagen? Er heiße Haschems Partner in der Schöpfung.
  • … dass an jeder Wegkreuzung ein Schild stand, auf dem geschrieben war: Hier geht es zur Ir Miklat, zur Zufluchtsstadt?

Woord van de week:Wort der Woche: Nawi — Nawi heißt Prophet: ein Mensch, durch den Haschem zum Volk spricht. Mehrere heißen Newiim.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Stell dir zwei Freunde vor, die zusammen Holz hacken gehen", sagte Eli. „Sie müssen sehr aufpassen, dass die Beile nicht vom Stiel fliegen. Denn ein Beil, das davonfliegt, kann einen Menschen treffen und töten. Auch wenn niemand es wollte, muss der andere danach in eine Ir Miklat."

„Dort war man sicher und wurde gut versorgt", sagte Ariela. „Aber man musste warten — bis der Kohen Gadol starb, der oberste Kohen. Deshalb saßen dort lauter Menschen, die genau darum beteten. Die Mutter des Kohen Gadol war darüber nicht froh. Also buk sie ihnen Kuchen und brachte ihn hin."

„Aber nur, wenn es wirklich keine Absicht war", sagte Batscheva. „Wer den anderen gehasst hatte, den holte man wieder heraus. Die Tora zeigt damit, wie wichtig Aufpassen ist — auch da, wo man niemandem etwas Böses will. Denk an alle, die heute am Steuer sitzen: Ein Unglück steckt in einem kleinen Winkel."

Vraag aan jouFrage an dich

Jona hatte zwei Gründe wegzulaufen, und beide waren nicht dumm. Warum haben sie trotzdem nicht gezählt?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie heute Abend von einer Aufgabe, vor der Sie sich einmal gedrückt haben — und was daraus geworden ist.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De Tora staat boven de koning

Wie is de belangrijkste mens in een land?

De koning, zegt iedereen. En de Tora zegt: ja — en juist daarom mag uitgerekend hij het minst doen wat hij wil.

De Tora zegt dat wanneer wij in Israël komen, wij een koning moeten aanstellen die Hasjeem zal verkiezen. Natuurlijk moet een koning zijn burgers beschermen tegen vijandelijke legers. Maar de koning moet er ook op letten dat de burgers niet met elkaar gaan vechten. Hij moet de burgers tegen elkaar beschermen.

Maar de Tora wil dat de koning nog veel meer is.

Hij is de belangrijkste burger en daarom moet hij de Tora heel goed nakomen. Alles wat hij doet wordt door iedereen gezien. De koning geeft het voorbeeld. De bedoeling van de koning is dat hij zijn onderdanen leert dat ieder mens bezig moet zijn met Tora. De koning moet laten zien dat de Tora het belangrijkste is van Am Jisra'eel.

Wanneer de koning op zijn troon zit, moet hij een of twee Tora-rollen schrijven. Eén Tora-rol legt hij in zijn schatkamers. De andere Tora-rol draagt hij overal met zich mee. Overal waar hij gaat is de Tora aanwezig: in de oorlog, tijdens de rechtspraak of tijdens het eten: „De Tora-rol zal bij hem zijn en hij erin lezen gedurende zijn hele leven."

De koning heeft veel macht en daarom moet hij zich onderwerpen aan de wetten van de Tora.

De koning staat niet boven de Tora, maar de Tora staat boven de koning.

De koning mag niet teveel goud en zilver hebben, want anders zou hij zich belangrijker vinden dan de rest van het volk.

De koning mag ook niet teveel paarden hebben, want anders zal hij misschien teruggaan naar Egypte. In Egypte werden paarden gefokt en werden alle paarden uit de omgeving gekocht. De Joodse koning die naar Egypte terug zou gaan om paarden te kopen, zou kunnen denken dat hij in Egypte zou willen blijven. Dat wil de Tora voorkomen.

De koning mag ook niet teveel vrouwen hebben. Meer dan achttien vrouwen is voor een Joodse koning verboden. De koning moet zich kunnen concentreren op zijn belangrijke taak om het land te leiden. Daarom kan hij geen enkele fout maken. Daarom moet hij niet teveel afgeleid worden.

Koning Sjelomo had duizend vrouwen.

Hij dacht dat hij wel goed kon regeren en toch aandacht geven aan zijn duizend vrouwen. In het begin lukte dat nog wel. Maar later ging dat mis! Had hij maar naar de Tora geluisterd!

Zijn vrouwen dienden zelfs afgoden. Koning Sjelomo zag ze niet elke dag. Dus wist hij dat niet.

Maar goed was het niet.

↩ Weet je nog, de draad van de tsietsiet — van dezelfde stof als het kleed en toch aan de buitenkant? Wie leiden moet, heeft afstand nodig. Bij de koning is die afstand een voorwerp: de Tora-rol die hij nooit aflegt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Kohaniem en de Levi'iem geen deel hadden in het land Israël — en de boeren hun daarom een vast deel van hun oogst afstonden?
  • … de eerste twee procent van al het graan aan de Koheen gegeven werd? Dat is de teroema.
  • … daarna bijna tien procent volgde — de Ma'aseer Risjon, „het eerste tiende"? Die was voor de Levi.
  • … er daarna nog een Ma'aseer Sjeni was, „het tweede tiende"? Die bracht de boer naar Jeroesjalaijiem en at hij daar zelf op.
  • … er in twee van elke zeven jaren — het derde en het zesde — in plaats daarvan de Ma'aseer Ani kwam, het tiende voor de armen?

Woord van de week:Wort der Woche: Maaser — Ma'aseer betekent tiende — een tiende van wat op het veld gegroeid is. Het is een afdracht, geen gift: tsedaka geef je vrijwillig, ma'aseer moest je geven.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Tsedaka geven is een grote Mitsva", zei Eli. „We worden alleen maar rijker door weg te geven. Nooit is iemand arm geworden door het geven van tsedaka. Dat staat ook in Tenach: ‚Wanneer men geld geeft aan arme mensen, zal men geen gebrek lijden.' Het geld dat je niet wilt geven aan arme mensen, zal uiteindelijk verloren raken.

Rabbi Tarfon was erg rijk, maar hij gaf niet voldoende tsedaka. Rabbi Akiva vroeg hem of hij geïnteresseerd was in een goede investering. Rabbi Tarfon gaf hem vierduizend gouden munten — en Rabbi Akiva verdeelde ze onder de arme mensen.

Toen Rabbi Tarfon later zijn geld terug wilde, met winst, bracht Rabbi Akiva hem naar het Beet Hamidrasj en las hem uit het boek Tehilliem een zin voor: ‚Als je veel geld verdeelt onder de arme mensen, zal je rechtvaardigheid voor eeuwig blijven bestaan.'

‚Jij bent mijn meester en leraar', zei Rabbi Tarfon. ‚Jij bent wijzer dan ik.' Toen gaf hij hem nog meer geld om aan de armen te geven.

Tsedaka is de grootste Mitsva die je kunt doen."

Vraag aan jouFrage an dich

Rabbi Akiva heeft Rabbi Tarfons vierduizend gouden munten weggegeven zonder het te vragen. Rabbi Tarfon vond het uiteindelijk goed. Zou jij het geld hebben weggegeven, zonder het te vragen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Praat vanavond over hoe er in uw gezin besloten wordt waar de tsedaka naartoe gaat — en wie daarover meepraat.

Duits

Die Tora steht über dem König

Wer ist der wichtigste Mensch in einem Land?

Der König, sagt jeder. Und die Tora sagt: ja — und genau deshalb darf ausgerechnet er am wenigsten tun, was er will.

Die Tora sagt: Wenn wir nach Israel kommen, sollen wir einen König einsetzen, den Haschem erwählt. Er soll seine Leute vor feindlichen Heeren schützen — und, mindestens genauso wichtig, voreinander.

Aber die Tora will noch viel mehr von ihm.

Er ist der wichtigste Bürger. Also muss er die Tora besonders genau halten, denn alles, was er tut, sieht jeder. Der König gibt das Beispiel. Seine Aufgabe ist es, die Menschen zu lehren, dass jeder Mensch sich mit der Tora beschäftigen soll. Und er soll ihnen zeigen, dass die Tora das Wichtigste ist, was Am Jisrael, das Volk Israel, besitzt.

Darum muss ein König, sobald er auf dem Thron sitzt, ein oder zwei Sifrej Tora schreiben — Tora-Rollen. Die eine legt er in seine Schatzkammer. Die andere trägt er überallhin mit. Wohin er auch geht, die Tora ist dabei: in den Krieg, ins Gericht, an den Tisch. „Die Tora-Rolle soll bei ihm sein, und er soll darin lesen sein Leben lang."

Der König hat viel Macht. Und gerade deshalb muss er sich den Gesetzen der Tora unterwerfen.

Der König steht nicht über der Tora. Die Tora steht über dem König.

Er darf nicht zu viel Gold und Silber haben — sonst hält er sich bald für wichtiger als alle anderen.

Er darf nicht zu viele Pferde haben — sonst zieht es ihn zurück nach Ägypten, wo man Pferde züchtete und kaufte. Und wer erst einmal dort ist, könnte auf den Gedanken kommen zu bleiben.

Und er darf nicht zu viele Frauen heiraten. Mehr als achtzehn sind einem jüdischen König verboten. Er soll sich auf seine große Aufgabe konzentrieren können: ein ganzes Land zu führen, ohne dass ihm dabei ein Fehler unterläuft.

König Schlomo hatte tausend Frauen.

Er dachte, er könne beides: gut regieren und trotzdem allen tausend gerecht werden. Am Anfang gelang es sogar. Später ging es schief. Hätte er nur auf die Tora gehört!

Seine Frauen dienten am Ende sogar Götzen. Schlomo sah sie nicht jeden Tag — also wusste er es nicht.

Aber gut war es nicht.

↩ Erinnerst du dich an den Faden der Zizit — aus demselben Stoff wie das Kleid und trotzdem draußen? Wer führen soll, braucht Abstand. Beim König ist dieser Abstand ein Gegenstand: die Tora-Rolle, die er nie ablegt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Kohanim und Lewiim keinen eigenen Anteil am Land Israel hatten — und die Bauern ihnen dafür einen festen Teil ihrer Ernte abgaben?
  • … dass die ersten zwei Prozent des Getreides an den Kohen gingen? Das ist die Teruma.
  • … dass danach fast zehn Prozent folgten — der Maaser Rischon, „der erste Zehnt"? Der gehörte dem Lewi.
  • … dass es danach noch einen Maaser Scheni gab, „den zweiten Zehnt"? Den brachte der Bauer nach Jeruschalajim und aß ihn dort selbst.
  • … dass in zwei von je sieben Jahren — im dritten und im sechsten — an seine Stelle der Maaser Ani trat, der Zehnt für die Armen?

Woord van de week:Wort der Woche: Maaser — Maaser heißt Zehnt — ein Zehntel von dem, was auf dem Feld gewachsen ist. Es ist eine Abgabe, keine Spende: Zedaka gibt man freiwillig, Maaser musste man geben.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Zedaka zu geben ist eine große Mizwa", sagte Eli. „Wir werden sogar reicher davon, dass wir weggeben. Noch nie ist jemand arm geworden, weil er Zedaka gab. Das steht schon im Tenach, in den Heiligen Schriften: Wer den Armen gibt, wird keinen Mangel leiden. Und das Geld, das man den Armen nicht geben will, geht am Ende ohnehin verloren.

Rabbi Tarfon war sehr reich, gab aber zu wenig. Also fragte ihn Rabbi Akiwa, ob er an einer guten Geldanlage interessiert sei. Rabbi Tarfon gab ihm viertausend Goldmünzen — und Rabbi Akiwa verteilte sie unter den Armen.

Als Rabbi Tarfon später sein Geld zurückwollte, mit Gewinn, nahm Rabbi Akiwa ihn mit ins Lehrhaus und las ihm aus den Tehillim, den Psalmen, einen Satz vor: ‚Wer viel Geld unter die Armen verteilt, dessen Gerechtigkeit bleibt für immer bestehen.'

‚Du bist mein Meister und mein Lehrer', sagte Rabbi Tarfon. ‚Du bist weiser als ich.' Und dann gab er ihm noch mehr Geld für die Armen.

Zedaka ist die größte Mizwa, die man tun kann."

Vraag aan jouFrage an dich

Rabbi Akiwa hat Rabbi Tarfons viertausend Goldmünzen verschenkt, ohne ihn zu fragen. Rabbi Tarfon fand es am Ende richtig. Hättest du das Geld weggegeben, ohne zu fragen?

Schabbat Schalom!

👪 Sprechen Sie heute Abend darüber, wie in Ihrer Familie entschieden wird, wohin die Zedaka geht — und wer dabei mitredet.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
49 · Ki Teetsee Ki Teze

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 12.08.

Nederlands

Verloren en gevonden

Ken je dat? Je bal is weg. Je zoekt overal — en hij blijft weg. (red. Brücke, gebaut auf sein eigenes Bild „jouw fiets of jouw bal")

Tegenwoordig is het zo, als je iets verliest, krijg je het nooit meer terug. Niemand hoopt er meer op, dat het teruggevonden wordt. Niemand is meer bereid om een advertentie te zetten in de krant, dat hij jouw fiets of jouw bal gevonden heeft. Als je een portemonnee met geld verliest, weet je bijna zeker dat je het nooit meer terugkrijgt.

De Tora zegt: je moet alles wat je vindt proberen terug te geven aan de eigenaar. Teruggeven van verloren voorwerpen is een mitsva uit de Tora.

Zorg je voor de spulletjes van iemand anders alsof het je eigen spulletjes zijn? Als wij bijvoorbeeld een dier van de buren vinden, moeten we het te eten geven totdat de buren terugkomen. Je hebt wel het recht om je buurman of buurvrouw te vragen om dat voedsel wat je voor het dier hebt gekocht terug te betalen. Als je bijvoorbeeld een fiets vindt, dan moet je ervoor zorgen dat ie goed blijft. Dat kan soms betekenen dat je de ketting moet invetten. Wanneer wij juwelen vinden, mogen wij die niet zelf dragen.

Ken je dat verhaal van Rabbi Chanina en de verloren kippen? (sein Erzähleinstieg, aus Eli's Mund in die Erzählstimme geholt: „Kennen jullie" → „Ken je")

Rabbi Chanina was heel arm maar toch hielp hij altijd andere mensen. Op een dag kwam er een man langs met wat kippen. De man was moe en ging zitten. Toen hij genoeg had gerust, ging hij weer op weg. Maar hij vergat zijn kippen. De man hoopte dat iemand voor zijn kippen zou zorgen totdat hij ze zou vinden, want in de Tora staat dat je gevonden voorwerpen weer aan de eigenaar moet teruggeven!

De vrouw van Rabbi Chanina vond de kippen en gaf ze voer. De eieren van de kippen wilde Rabbi Chanina niet opeten. Hij zei tegen zijn vrouw: laat de kippen de eieren maar uitbroeden. Na verloop van tijd was het erf vol met kuikens, die ook weer eieren gingen leggen. Er kwamen zoveel kippen dat Rabbi Chanina besloot om kippen te verkopen en van de opbrengst geiten te kopen — want geiten zijn makkelijker te houden en veroorzaken minder last.

Toen de eigenaar van de kippen na een paar jaar weer langs het huisje van Rabbi Chanina kwam, herinnerde hij zich plotseling zijn verloren kippen. Rabbi Chanina vroeg hem de kippen te beschrijven. Hij was de eigenaar! Blij dat al zijn moeite niet voor niets was geweest, nam Rabbi Chanina de man mee naar de stal. Verbaasd zag de man in plaats van zijn kippen een hele kudde geiten! Rabbi Chanina legde alles uit en dankbaar keerde de man met zijn kudde geiten naar huis terug!

Dat zou een mooie wereld zijn: dat je niet meer bang hoeft te zijn dat je je spulletjes kwijtraakt, omdat er altijd wel iemand anders is die je helpt zoeken. In zo'n wereld kun je rustig en veilig rondlopen.

(red. Brücke:) Trouwens: de Tora spreekt in deze parasja ook over een kind dat steeds weer stoute dingen doet. Daarom spreekt de Tora over hem: om te proberen zo'n kind weer op het goede pad terug te brengen. (red. Brücke:) Terugbrengen — dat geldt dus ook voor mensen.

↩ Weet je nog hoe Rivka water gaf aan de kamelen die niet van haar waren? Zorgen voor dieren van een ander — dat kom je hier weer tegen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dat er in deze parasja meer mitsvot staan dan in welke andere ook — maar liefst 74?
  • … dat je voor het teruggeven geen beloning mag vragen? Rav Evers schrijft: eigenlijk niet!
  • … dat in deze parasja ook staat dat je op een plat dak een hek moet maken — zodat er niemand af kan vallen?
  • … dat de Tora zelfs aan de gevoelens van een moedervogel denkt? Wie eieren nodig heeft, moet de moeder eerst laten wegvliegen — zodat zij het niet hoeft te zien.

Woord van de week:Wort der Woche: NL:

Wat het betekentWas es bedeutet

Waarom maakt de Tora van teruggeven een mitsva? Omdat de wereld daardoor anders wordt. Stel je een stad voor waarin iedereen denkt: „Gevonden is van mij!" Daar moet je je spullen stevig vasthouden en ben je bang om alles. En nu een stad waarin iedereen denkt: „Gevonden? Daar wacht iemand op!" Daar kun je rustig buiten spelen. Dezelfde huizen, dezelfde straten — maar een heel andere wereld. En weet je wat het mooiste is? Die wereld begint niet bij de grote mensen. Die begint bij jou — met een gevonden gummetje.

Vraag aan jouFrage an dich

Kijk goed naar de plaat: vijf dingen zijn hier verloren. Vind jij ze allemaal? En bij wie zouden ze terug kunnen?

Sjabbat Sjalom!

Duits

Verloren und gefunden

Kennst du das? Du suchst deinen Ball. Du suchst überall — unterm Bett, im Garten, in der Schultasche. Weg ist er.

Verlieren fühlt sich richtig schlimm an. Und jetzt stell dir vor, jemand klingelt an der Tür und sagt: „Ich habe deinen Ball gefunden. Hier, er gehört doch dir!"

Genau das steht in der Tora: Was du findest, gibst du zurück. Ein Ball, ein Fahrrad, ein Geldbeutel — alles hat einen Besitzer, und der wartet darauf.

Und die Tora sagt noch mehr: Bis der Besitzer kommt, sorgst du für die gefundene Sache — so, als wäre sie deine eigene. Findest du ein Tier vom Nachbarn? „Miau!“ — gib ihm zu essen, bis der Nachbar wiederkommt. Findest du ein Fahrrad, hältst du es heil — manchmal heißt das sogar: die Kette ölen! Und findest du ein Schmuckstück — tragen darfst du es nicht. Es gehört ja jemand anderem.

Rav Evers erzählt dazu eine Geschichte aus dem Talmud:

Rabbi Chanina war sehr arm. Aber er half jedem. Eines Tages machte ein müder Mann vor seinem Haus Rast — und vergaß beim Weitergehen seine Hühner!

Die Frau von Rabbi Chanina fand die Hühner und fütterte sie. Die Eier wollte Rabbi Chanina nicht essen — es waren ja nicht seine Eier. „Lass die Hühner die Eier ausbrüten", sagte er. Es wurden Küken. Die Küken legten neue Eier. Bald war der ganze Hof voller Hühner! Es wurden so viele, dass Rabbi Chanina Hühner verkaufte. Für das Geld kaufte er Ziegen — die sind leichter zu halten und machen weniger Mühe. Und auch die Ziegen gehörten natürlich dem Mann.

Nach Jahren kam der Mann wieder vorbei. „Hier habe ich damals meine Hühner vergessen!" Rabbi Chanina fragte ihn, wie sie aussahen — es stimmte. „Komm mit", sagte er und führte ihn zum Stall. Da standen Ziegen, eine ganze Herde! Rabbi Chanina erklärte alles, und der Mann zog glücklich mit seiner Herde nach Hause.

So sieht eine Welt aus, in der jeder zurückgibt: Keiner muss Angst haben, etwas zu verlieren — es hilft ja immer jemand suchen. In so einer Welt kann man ruhig und sicher herumlaufen, sagt Rav Evers. Was für eine schöne Welt!

Und weißt du was? Auch ein Kind, das immer wieder Falsches tut, will die Tora zurückholen — zurück auf den guten Weg.

↩ Weißt du noch, wie Riwka den Kamelen Wasser gab, die ihr gar nicht gehörten? Für Tiere sorgen, die einem anderen gehören — das lernst du hier wieder.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass in dieser Parascha mehr Mizwot stehen als in jeder anderen — ganze 74?
  • … dass du für das Zurückgeben keine Belohnung verlangen darfst? Rav Evers schreibt: eigentlich nicht!
  • … dass in dieser Parascha auch steht, dass man aufs flache Dach ein Geländer bauen muss — damit niemand herunterfällt?
  • … dass die Tora sogar an die Gefühle einer Vogelmutter denkt? Wer Eier braucht, muss die Mutter zuerst wegfliegen lassen — damit sie es nicht mitansehen muss.

Woord van de week:Wort der Woche: NL:

Wat het betekentWas es bedeutet

Warum macht die Tora aus dem Zurückgeben eine Mizwa? Weil die Welt dadurch anders wird. Stell dir eine Stadt vor, in der jeder denkt: „Gefunden ist meins!" Dort musst du deine Sachen festhalten und hast Angst um alles. Und jetzt eine Stadt, in der jeder denkt: „Gefunden? Da wartet jemand drauf!" Dort kannst du ruhig spielen gehen. Dieselben Häuser, dieselben Straßen — aber eine ganz andere Welt. Und weißt du, was das Schönste ist? Diese Welt beginnt nicht bei den Großen. Sie beginnt bei dir — mit einem gefundenen Radiergummi.

Vraag aan jouFrage an dich

Schau genau ins Bild: Fünf Dinge hat hier jemand verloren. Findest du sie alle? Und zu wem könnten sie zurückgehen?

Schabbat Schalom!

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 12.08.

Nederlands

Woorden en vleugels

Eén woord op het schoolplein — en Ruben kijkt naar de grond en zegt de hele dag niets meer. (red. Brücke)

Net zoals er ona'a (oneerlijkheid) bestaat in de handel, ben je ook oneerlijk voor je vriendje of vriendinnetje als je hem of haar plaagt. „Je mag elkaar niet tekort doen", staat in de Tora. Hiermee wordt ona'a met woorden bedoeld. Plagen, pesten, treiteren gebeurt allemaal met woorden. Maar toch is dit tekort doen, onaardig en oneerlijk.

Misschien is het zelfs erger dan iemand anders met geld bedriegen. Want als je iemands geld hebt afgepakt, kan je het weer teruggeven. Maar een belediging kan je vaak niet meer goed maken. Als je van iemand steelt, is dat alleen maar het bezit van iemand anders. Maar als je iemand beledigt, dan raak je de persoon heel diep in zijn nesjomme.

Je moet niet alleen vriendelijk zijn voor je vriendjes en vriendinnetjes in de klas, maar je moet ook de dieren netjes behandelen:

Als een dier zwaar beladen is met een zware last en op straat valt, moet je het dier helpen opstaan. Je mag niet net doen alsof je het niet gezien hebt en doorlopen.

Als je het nest van een vogel tegenkomt en je wilt de eieren pakken, dan mag je dat doen, maar je moet eerst de moedervogel wegjagen voordat je de eieren wegneemt.

Ook bij de dieren moet je denken aan hun gevoelens. Als een os bijvoorbeeld het graan moet dorsen of malen, mag je het niet muilkorven. Je moet het dier laten eten wat hij wil van de dorsvloer of de molen.

Wanneer je je veld oogst, moet je iets voor de arme mensen achterlaten. Als iemand bij jou werkt in je boomgaard of in je wijngaard, mag hij van de vruchten eten. Je mag een werker niet gemeen behandelen: je moet hem betalen op de dag dat hij voor jou gewerkt heeft.

Rav Richoemi leerde heel veel bij zijn leraar Rava in het stadje Mechoza. Hij was veel van huis weg, omdat hij de hele tijd Tora zat te leren. Maar in Tisjri kwam hij altijd thuis, meestal vlak voor Jom Kippoer. Maar op een keer was hij te laat. Zijn vrouw keek naar hem uit en zei tegen zichzelf: „Nu komt hij; hij komt eraan!" Maar hij kwam maar niet. Zijn vrouw werd daar zo verdrietig van, dat er een traan over haar wang rolde. Rav Richoemi zat op het dak te leren. Het dak stortte in, omdat hij zijn vrouw niet aardig behandelde.

↩ Weet je nog hoe een eed van woorden een ruil vast maakte? Zo sterk zijn woorden — ze kunnen houden. En ze kunnen raken.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dat een weggevluchte slaaf niet aan zijn heer teruggegeven mag worden? Hij mag blijven wonen — en niemand mag hem uitlachen omdat hij slaaf was.
  • … dat Amalek toen juist de zwaksten aanviel, die helemaal achteraan liepen — en dat de Tora zegt: vergeet dat nooit?
  • … dat kleding van wol én linnen samen — sja'atneez — niet gedragen mag worden?
  • … dat de vogelnest-mitsva een van de weinige is waarbij de Tora zelf een beloning noemt — een lang leven?

Woord van de week:Wort der Woche: ona'a

Wat het betekentWas es bedeutet

Dit zijn allemaal voorschriften, waaruit we zien dat je goed moet zijn voor zowel de mensen als voor de dieren. Zie je wat ze verbindt? De ezel, de moedervogel, de os, de werker — en wie thuis zit te wachten: overal gaat het om gevoelens die je niet ziet. Niemand hoort het als een moedervogel verdrietig is. Niemand ziet het als een woord vanbinnen pijn doet. Maar G'd ziet het. Daarom maakt de Tora van medegevoel geen mooi idee, maar echte mitsvot — met regels die je kunt doen. Medegevoel in het klein: eerst laten wegvliegen, overeind helpen, geen muilkorf, dezelfde dag betalen. Grote woorden zijn daar niet voor nodig.

Vraag aan jouFrage an dich

Geld kun je teruggeven — een woord niet. Waarom eigenlijk niet? Vraag het iemand — aan tafel of in de klas: wat kún je doen als een woord er al uit is?

Sjabbat Sjalom!

Duits

Worte und Flügel

Ein Wort. Nur ein einziges Wort auf dem Schulhof — und Ruben schaut auf den Boden und sagt den ganzen Tag nichts mehr.

Die Tora nennt das Ona'a — jemanden zu kurz kommen lassen: „Ihr sollt einander nicht kränken." Die Weisen erklären: Das meint auch Worte. Ärgern, hänseln, auslachen — alles nur Worte. Und trotzdem tut es weh.

Was ist eigentlich schlimmer: wenn dir jemand Geld wegnimmt — oder wenn dich jemand auslacht? Rav Evers sagt: vielleicht sogar das Auslachen. Wie kann das sein? Ganz einfach: Geld kann man zurückgeben. Ein Wort nicht. Wer Geld stiehlt, nimmt etwas von deinem Besitz. Aber wer dich auslacht, trifft dich tief in deiner Neschama — deiner Seele.

Und jetzt kommt das Wunderbare: Du sollst nicht nur freundlich sein zu deinen Freundinnen und Freunden in der Klasse — auch die Tiere sollst du gut behandeln. Schau, was alles in dieser einen Parascha steht:

Wenn ein Esel unter seiner schweren Last auf der Straße zusammenbricht — hilf ihm auf! Du darfst nicht so tun, als hättest du nichts gesehen.

Wenn du ein Vogelnest findest und die Eier nehmen willst, so wie die Tora es erlaubt — schick zuerst die Vogelmutter fort. Sie soll nicht mitansehen müssen, wie ihre Eier genommen werden.

Wenn ein Ochse Getreide drischt — mit seinen Hufen die Körner aus den Ähren stampft —, darfst du ihm das Maul nicht zubinden. Er arbeitet mit dem Essen — dann darf er auch davon fressen!

Und die Menschen? Genauso: Wer in deinem Weinberg arbeitet, darf von den Trauben essen. Und seinen Lohn bekommt er noch am selben Tag — er wartet doch darauf!

Rav Evers erzählt dazu eine Geschichte aus dem Talmud: Rav Rechumi lernte Tora weit weg von zu Hause, beim großen Lehrer Rawa. Einmal im Jahr, vor Jom Kippur, kam er heim. Seine Frau wartete das ganze Jahr auf diesen Tag. Doch ein Jahr blieb er zu lange beim Lernen. Seine Frau schaute den Weg hinunter: „Jetzt kommt er. Gleich kommt er!" Aber er kam nicht. Da wurde sie so traurig, dass ihr eine einzige Träne über die Wange lief. Der Talmud erzählt: In diesem Augenblick brach das Dach ein, auf dem Rav Rechumi saß und lernte — weil er seine Frau nicht gut behandelt hatte. So ernst erzählen die Weisen diese Warnung: Eine einzige Träne wog schwerer als das Lernen selbst.

↩ Weißt du noch, wie ein Schwur aus Worten einen Tausch fest machte? So stark sind Worte — sie können halten. Und sie können treffen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein entflohener Sklave nicht an seinen Herrn zurückgegeben werden darf? Er darf bleiben und wohnen — und niemand darf ihn auslachen, weil er Sklave war.
  • … dass Amalek damals ausgerechnet die Schwächsten angriff, die ganz hinten gingen — und die Tora sagt: Vergiss das nie?
  • … dass Kleidung aus Wolle und Leinen zusammen — Scha'atnes — nicht getragen werden darf?
  • … dass die Vogelnest-Mizwa eine der wenigen ist, bei denen die Tora selbst eine Belohnung nennt — ein langes Leben?

Woord van de week:Wort der Woche: ona'a — Ona'a heißt: jemanden zu kurz kommen lassen — mit Geld oder mit Worten.

Wat het betekentWas es bedeutet

Das alles sind Vorschriften, sagt Rav Evers, an denen wir sehen: Man muss gut sein zu den Menschen und zu den Tieren. Merkst du, was sie verbindet? Der Esel, die Vogelmutter, der Ochse, der Arbeiter, der wartende Mensch zu Hause — überall geht es um Gefühle, die man nicht sieht. Niemand hört es, wenn eine Vogelmutter traurig ist. Niemand sieht es, wenn ein Wort innen weh tut. Aber G'tt sieht es. Darum macht die Tora aus dem Mitgefühl keine schöne Idee, sondern richtige Mizwot — mit Regeln, die man tun kann. Mitgefühl im Kleinen: erst wegfliegen lassen, aufhelfen, nicht zubinden, am selben Tag bezahlen. Große Worte braucht es dafür nicht.

Vraag aan jouFrage an dich

Geld kann man zurückgeben — ein Wort nicht. Warum eigentlich nicht? Frag jemanden — beim Essen oder in der Klasse: Was kann man tun, wenn ein Wort schon herausgerutscht ist?

Schabbat Schalom!

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 12.08.

Nederlands

Sterk is wie goed blijft

In de Parsja wordt gesproken over oorlog. Wat is een beter leger: een groot leger van allemaal mensen, die nergens voor gaan en niet weten waarom ze vechten, of een klein leger soldaten, die weten wat hun doel in het leven is en die geloven in Hasjeem en in de Tora?

In het boek Sjoftiem vinden we hiervan een heel bekend voorbeeld. Hasjeem gaf Gideon de opdracht om oorlog te maken tegen de verdrukker. Midjan had het Joodse land bezet. Hasjeem zei toen tegen Gideon: „Je leger is Mij te groot. Want de Joden zullen dan denken dat ze Midjan met eigen kracht overwonnen hebben. Zeg daarom tegen je mannen: als je bang bent en vreest voor de oorlog, mag je terug naar huis." Toen vertrokken er 22.000 mannen. Er bleven 10.000 soldaten over.

Toen zei Hasjeem tegen Gideon: „Er zijn nog steeds veel te veel soldaten. Breng ze naar het water. Dan zal Ik ze daar voor jou testen." Gideon leidde het volk naar het water. Hasjeem gaf Gideon de volgende opdracht: „Verzamel alle mensen die plat op de grond liggen wanneer ze water drinken. Stuur de mensen, die knielen bij het drinken weg."

Er waren maar 300 mannen die zonder te knielen water hadden gedronken. Alle andere mannen hadden hun knieën gebogen. Hasjeem zei toen tegen Gideon: „Ik zal de overwinning brengen door deze 300 mannen. Dat zijn oprechte, eerlijke soldaten. Zij hebben nog nooit geknield voor een afgod, maar de mensen die geknield hebben bij het drinken waren eraan gewend om te knielen voor afgoden."

Je ziet dat de politiek van de Tora anders is dan het beleid van de meeste generaals. Dienstweigeraars worden tegenwoordig meestal gestraft. De Tora zegt echter dat alle ongemotiveerde soldaten de oorlog moeten verlaten.

Wanneer iemand in de oorlog gaat, schakelt hij over op hele andere waarden en normen dan wij gewend zijn. De oorlog is nu eenmaal een abnormale situatie. Daar gelden andere omgangsregels. De tegenstander mag je, of moet je, doodschieten. Daarom is het heel belangrijk dat de Tora aandacht besteedt aan hoe je een goed mens kunt blijven, ondanks de oorlog.

(red. Brücke:) En hoe blijf je dat? Met verbazend kleine dingen. In de Tora wordt ook gesproken over de hygiëne in het legerkamp: „Een schepje zul je bij je hebben, bij je wapentuig." Hasjeem trekt mee in het Joodse leger; een leger is als een klein heiligdom. Daarom moet er ook Tora worden geleerd in het machanee: in de tijd van Tenach, toen er 's nachts niet gevochten werd, gingen ze 's nachts Tora leren. Het gaat eerder om kwaliteit dan om kwantiteit. (letzter Satz: sein eigener — er trägt die Deutung)

↩ Weet je nog hoe Avram een nieuwe naam kreeg, omdat hij een ander mens was geworden? Wie je bent, wordt niet op één dag beslist.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dat Amalek juist de achterhoede aanviel — de vermoeiden en zwakken die achteraan liepen? Daarom zegt de Tora: zachor — herinner je.
  • … dat Hilleel het wassen een mitsva noemde? De mens is geschapen naar het beeld van G'd — daarom verdient ook het lichaam zorg en respect.
  • … dat in deze parasja ook het teruggeven van verloren voorwerpen staat — samen zijn het 74 mitsvot, meer dan in welke andere parasja ook?
  • … dat in deze parasja ook sja'atneez staat — het verbod om wol en linnen in één kledingstuk te dragen — een chok, een wet zonder gegeven reden?

Woord van de week:Wort der Woche: zachor

Wat het betekentWas es bedeutet

Gideons waterproef testte niets zichtbaars — geen spieren, geen kunnen. Zij testte een gewoonte: wie had zich nooit aan het knielen voor afgoden gewend? Dat is de kern van deze hele parasja. Of iemand in een noodsituatie goed blijft, wordt niet beslist ín die noodsituatie. Het wordt eerder beslist — in duizend kleinigheden: hoe je praat, of je afmaakt waar je aan begonnen bent, waarvoor je je avonden gebruikt. De 74 mitsvot van deze parasja lijken een allegaartje — vogelnest, hek op het dak, eerlijke gewichten, loon op dezelfde dag. Maar samen zijn ze een training: je oefent het goede in het klein, zodat het in het groot standhoudt.

Vraag aan jouFrage an dich

Een generaal zegt: wie de bange mannen laat gaan, verzwakt het leger — de rest draagt de last alleen. De Tora laat ze tóch gaan. Wat wint een leger als alleen blijft wie wil blijven — en wat verliest het? Verzamel redenen voor allebei.

Sjabbat Sjalom!

Duits

Stark ist, wer gut bleibt

Eine Frage, über die Generäle streiten: Was ist besser — ein riesiges Heer aus Soldaten, die gar nicht wissen, wofür sie kämpfen? Oder ein kleines Heer aus Menschen, die genau wissen, wofür sie stehen — und die auf Haschem und die Tora vertrauen?

Die Tora hat darauf eine überraschende Antwort. Ein Stück vorher, bei den Kriegsgesetzen, steht: Wer Angst hat, darf nach Hause gehen — ohne Spott und ohne Strafe, damit die Angst nicht auf die anderen überspringt — so begründet es die Tora selbst (Dewarim 20,8). Wer heute mitten im Krieg wegläuft, wird meist bestraft; die Tora schickt die Ängstlichen vorher offiziell nach Hause. Ihr geht es nicht um die Menge, sondern um das Herz.

Im Buch Schoftim steht die berühmteste Geschichte dazu. Midjan hatte das Land besetzt, und Gideon sammelte ein Heer: 32.000 Mann. Da sagte Haschem zu Gideon: „Dein Heer ist Mir zu groß. Wenn ihr siegt, werden alle denken: Das war unsere eigene Kraft." Gideon ließ die Ängstlichen heimgehen — 22.000 gingen. Noch immer zu viele! „Führ sie ans Wasser", sagte Haschem, „dort prüfe Ich sie."

Zehntausend blieben — und wussten: Jetzt hängt alles an uns.

Am Wasser geschah etwas Merkwürdiges. Die meisten Männer knieten sich hin, um zu trinken; nur dreihundert tranken, ohne zu knien. Haschem sagte: „Mit diesen Dreihundert bringe Ich euch den Sieg. Das sind aufrichtige, ehrliche Soldaten." Raschi erklärt, woran man das erkennt: Wer sich so selbstverständlich hinkniete, war das Knien gewohnt — vor Götzen. Die Dreihundert hatten nie gekniet. Dreihundert, die nie gekniet haben, wiegen schwerer als das ganze große Heer vom Anfang.

Aber die Tora weiß auch: Krieg ist ein Ausnahmezustand. Im Krieg darf ein Soldat den Gegner töten — manchmal muss er es sogar. Genau deshalb redet die Tora so genau über den Krieg: damit man ein guter Mensch bleibt, auch dort, wo es am schwersten ist.

Und wie bleibt man das? Mit erstaunlich kleinen Dingen. Die Tora befiehlt jedem Soldaten, eine kleine Schaufel mitzunehmen — und das Lager sauber zu halten. Haschem „geht im Lager mit", sagt die Tora; ein Lager ist wie ein kleines Heiligtum. Sogar nachts, wenn nicht gekämpft wurde, saßen die Soldaten und lernten Tora. Sauberkeit, Ordnung, Lernen — Kleinigkeiten? Nein: Genau daran hält sich fest, wer gut bleiben will.

↩ Weißt du noch, wie Awram einen neuen Namen bekam, weil er ein anderer Mensch geworden war? Wer du bist, entscheidet sich nicht an einem Tag.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Amalek ausgerechnet die Nachhut angriff — die Müden und Schwachen, die hinten gingen? Darum sagt die Tora: Zachor — erinnere dich.
  • … dass Hillel das Waschen eine Mizwa nannte? Der Mensch ist nach dem Bild G'ttes geschaffen — darum verdient auch der Körper Pflege und Respekt.
  • … dass auch das Zurückgeben verlorener Dinge in dieser Parascha steht — und dass hier 74 Mizwot stehen, mehr als in jedem anderen Wochenabschnitt?
  • … dass in dieser Parascha auch Scha'atnes steht — das Verbot, Wolle und Leinen in einem Kleid zu tragen — als Chok, ein Gesetz ohne angegebenen Grund?

Woord van de week:Wort der Woche: zachor — Zachor heißt: erinnere dich! — die Tora macht das Erinnern selbst zur Mizwa.

Wat het betekentWas es bedeutet

Gideons Wasserprobe prüfte nichts Sichtbares — keine Muskeln, kein Können. Sie prüfte eine Gewohnheit: Wer hatte sich nie ans Knien vor Götzen gewöhnt? Das ist der Kern dieser ganzen Parascha. Ob jemand im Ernstfall gut bleibt, entscheidet sich nicht im Ernstfall. Es entscheidet sich vorher — in tausend Kleinigkeiten: wie du redest, ob du zu Ende bringst, was du angefangen hast, wofür du deine Abende nutzt. Die 74 Mizwot dieser Parascha wirken wie ein Sammelsurium — Vogelnest, Zaun auf dem Dach, ehrliche Gewichte, Lohn am Abend. Aber zusammen sind sie ein Training: Man übt das Gute im Kleinen, damit es im Großen hält.

Vraag aan jouFrage an dich

Ein General sagt: Wer die Ängstlichen gehen lässt, schwächt das Heer — die Übrigen tragen die Last allein. Die Tora lässt sie trotzdem gehen. Was gewinnt ein Heer, wenn nur bleibt, wer bleiben will — und was verliert es? Sammle für beides Gründe.

Schabbat Schalom!

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
50 · Ki Tavo Ki Tawo

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De optocht naar Jeroesjalajiem

De boer liep door zijn veld en zag hem: de eerste vijg. De allereerste.

Hij plukte hem niet. Hij bond er een touwtje omheen en liet hem hangen.

Mosje bespreekt de Bikoeriem: „Wanneer je in het land komt, moet je de eerste vruchten van je veld nemen. Stop ze in manden. Ga naar het Beet Hamikdasj. Daar zal de koheen de mand met vruchten overnemen. Samen met de koheen zul je de mand dan heen en weer bewegen ter ere van Hasjeem."

Een koheen is iemand die in het Beet Hamikdasj de dienst voor Hasjeem doet.

En toen kwam de dag. Toen het Beet Hamikdasj nog bestond, gingen de Bnee Jisra'eel in een enorme optocht naar Jeroesjalajiem. Vanuit alle plaatsen brachten de boeren Bikoeriem naar het Beet Hamikdasj. Wat een kleurrijke optocht was dat! Iedereen zong Tehilliem!

In het Beet Hamikdasj nam de koheen de mand aan. De boer liet niet los, en de koheen ook niet. Samen bewogen zij de mand heen en weer, ter ere van Hasjeem.

En daarbij zei de boer hardop wat iedere boer daar zei:

„Mijn voorvader Ja'akov was een arme man uit Aram. Daarna ging hij naar Egypte. In Egypte werd zijn familie heel groot totdat het een sterk en machtig volk werd. De Mitsriem haatten ons. Ze maakten het leven voor ons heel moeilijk. Ze lieten ons heel hard werken. We riepen tot Hasjeem. Hasjeem hoorde ons en zag ons lijden. Hasjeem haalde ons uit Egypte met sterke hand, met tekens en wonderen. Hasjeem bracht ons toen naar Israël. Hij gaf ons een land dat overvloeide van melk en honing. En hier heb ik de eerste vruchten naar het Beet Hamikdasj gebracht."

↩ Weet je nog hoe we 's ochtends uit Egypte trokken — niet stiekem en niet in het donker, maar op klaarlichte dag? Precies dat vertelt de boer met zijn mand nog een keer.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een koheen geen deel in Erets Jisra'eel had? Hij kon dus geen boer zijn.
  • … de koheen zijn eten en drinken kreeg van de Joodse boeren?
  • … de koheen de offers van de mensen in het Beet Hamikdasj moest brengen?
  • … de mensen daarnaast nog iets anders aan de koheen moesten geven: teroema?
  • … teroema het eerste is van het graan, van het vee of van de wol die geschoren wordt?

Woord van de week:Wort der Woche: Bikkurim — Bikoeriem betekent: de eersten. De eerste vruchten die aan de boom rijp worden.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Gedurende de rest van het jaar werden er ook wel vruchten naar Jeroesjalajiem gebracht, maar daar werd nooit zoveel ophef van gemaakt. Waarom was de mitsva van Bikoeriem anders? Bikoeriem zijn heel belangrijk. Een boer ploegt, zaait en oogst. Dat is hard werken met veel risico. Je weet nooit of er iets gaat groeien. Wanneer het graan dan eindelijk opschiet, kan de boer bij zichzelf denken dat hij dat allemaal met zijn eigen inspanningen en zijn eigen inzicht heeft gekregen: ‘Dit zijn de vruchten van mijn werk'. Wanneer de boer dan zijn Bikoeriem naar het Beet Hamikdasj brengt, toont hij dat hij gelooft dat Hasjeem hem overal geholpen heeft."

Ariella: „Jammer dat wij dat niet meer kunnen meemaken tegenwoordig!"

Vraag aan jouFrage an dich

De boer had een heel jaar gewerkt. Waarom droeg hij toch de allereerste mand weg — en hield hij hem niet zelf?

Sjabbat Sjalom!

👪 Leg de eerste vrucht van het nieuwe seizoen op de Sjabbattafel en zeg er samen de beracha over — dat is het kleine, levende restje van de grote optocht.

Duits

Der Zug nach Jeruschalajim

Der Bauer ging durch sein Feld und sah sie: die erste Feige. Die allererste.

Er pflückte sie nicht. Er band ein Band darum und ließ sie hängen.

Denn Mosche hatte gesagt: „Wenn ihr in das Land kommt, dann nehmt die ersten Früchte von eurem Feld. Legt sie in Körbe. Geht damit zum Bet haMikdasch — dem Haus für Haschem in Jeruschalajim. Dort nimmt der Kohen euch den Korb ab. Und dann bewegt ihr ihn zusammen mit dem Kohen hin und her, Haschem zu Ehren."

Diese ersten Früchte heißen Bikkurim. Und ein Kohen ist einer, der im Bet haMikdasch den Dienst für Haschem tut.

Und dann kam der Tag. Damals, als das Bet haMikdasch noch stand, zogen die Leute in einem gewaltigen Zug hinauf nach Jeruschalajim. Aus allen Orten brachten die Bauern ihre Bikkurim. Was für ein bunter Zug das war! Und alle sangen die Lieder für Haschem.

Im Bet haMikdasch nahm der Kohen den Korb. Der Bauer ließ nicht los, und der Kohen auch nicht. Zusammen bewegten sie ihn hin und her, Haschem zu Ehren.

Und dabei sagte der Bauer laut, was jeder Bauer dort sagte:

„Mein Vorfahre Jaakow war ein armer Mann aus Aram. Später ging er nach Ägypten. Dort wurde seine Familie größer und größer, bis sie ein starkes, mächtiges Volk war. Die Ägypter hassten uns. Sie machten uns das Leben sehr schwer. Sie ließen uns sehr hart arbeiten. Da riefen wir zu Haschem. Haschem hörte uns und sah, wie schwer wir es hatten. Haschem holte uns aus Ägypten heraus, mit starker Hand, mit Zeichen und Wundern. Dann brachte Haschem uns nach Israel. Er gab uns ein Land, in dem Milch und Honig fließen. Und hier habe ich nun die ersten Früchte hergebracht."

↩ Weißt du noch, wie wir am Morgen aus Ägypten zogen — nicht heimlich und nicht im Dunkeln, sondern am hellen Tag? Genau das erzählt der Bauer mit seinem Korb noch einmal.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Kohen im Land kein eigenes Stück Erde bekam? Er konnte also gar kein Bauer sein.
  • … dass er sein Essen und sein Trinken von den jüdischen Bauern bekam?
  • … dass er im Bet haMikdasch die Opfer der Menschen darbringen musste?
  • … dass die Leute ihm außerdem noch etwas anderes gaben: von jeder Ernte einen Teil?
  • … dass dieser Teil vom Getreide kam, vom Vieh und von der Wolle, die man den Schafen schert?

Woord van de week:Wort der Woche: Bikkurim — Bikkurim heißt: die Ersten. Die ersten Früchte, die am Baum reif werden.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Auch im übrigen Jahr brachte man Früchte nach Jeruschalajim. Aber davon wurde nie so viel Aufhebens gemacht. Warum war die Mizwa der Bikkurim anders? Bikkurim sind sehr wichtig. Ein Bauer pflügt. Er sät. Er erntet. Das ist harte Arbeit, und dabei geht viel schief. Du weißt nie, ob überhaupt etwas wächst. Und wenn das Korn dann endlich hochkommt, kann der Bauer bei sich denken, er habe das alles mit seiner eigenen Kraft und seinem eigenen Verstand geschafft: Das sind die Früchte meiner Arbeit. Wenn er dann seine Bikkurim ins Bet haMikdasch trägt, zeigt er: Ich glaube, dass Haschem mir überall geholfen hat."

Ariella: „Schade, dass wir das heute nicht mehr erleben können!"

Vraag aan jouFrage an dich

Der Bauer hatte ein ganzes Jahr lang gearbeitet. Warum trug er trotzdem den allerersten Korb weg — und behielt ihn nicht?

Schabbat Schalom!

👪 Legen Sie die erste Frucht der neuen Saison auf den Schabbattisch und sprechen Sie die Beracha darüber gemeinsam — das ist der kleine, lebende Rest des großen Zuges.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De stenen bij Sjechem

De hele Tora op twaalf stenen schrijven. Kan dat?

De Tora moet niet alleen worden opgeschreven in een perkamenten rol (klaf). In Nitsaviem staat dat we de hele Tora nog eens een keertje moeten opschrijven op grote stenen in de buurt van de plaats Sjechem: „Op de dag waarop je de Jardeen doortrekt, zul je grote stenen oprichten en daarop alle woorden van deze Tora schrijven."

Wat stond er op die 12 stenen? De hele Tora moest er op worden geschreven. Onze Chagamiem zeggen dat de Tora ook nog een keer in zeventig talen moest worden opgeschreven. Dan was het een groot wonder.

Andere Chagamiem menen, dat alleen de 613 geboden werden opgeschreven. Weer andere Chagamiem stellen dat alleen Sjema op de stenen stond. Dan zijn er nog Chagamiem die zeggen dat alleen de aseret hadibrot werden opgeschreven.

En voor wie stonden die stenen daar eigenlijk? Deze gigantische Tora-stenen waren allereerst bedoeld voor de heidenen. Ook de heidenen moesten kennis nemen van de Tora. De afgodendienaren moesten weten dat Hasjeem kwaad was vanwege hun avoda zara.

Bovendien waren de stenen er ook voor de Joden. Ook de Joden moesten weten dat zij een land van de Tora betraden. Het land heeft een mezoeza, net zoals een Joods huis. De stenen stonden aan de toegangspoort van Erets Jisra'eel.

Direct na de intocht in Erets Jisra'eel, moesten de Bnee Jisra'eel helemaal naar de berg Eval, in de buurt van Sjechem, trekken. Die tocht was wel 60 kilometer door vijandelijk gebied.

Waarom juist daarheen? In de geschiedenis van onze Avot is Sjechem belangrijk. Toen Avraham aankwam in Kena'an, trok hij door het land tot Sjechem. Daar bouwde hij een mizbe'ach voor Hasjeem. Bovendien had Ja'akov Avinoe duidelijk voor Sjechem betaald. Toen Ja'akov na 22 jaar terugkeerde naar Erets Jisra'eel, kocht hij voor 100 kesjita een veld in Sjechem.

Toen de Bnee Jisra'eel naar Sjechem reisden, direct na binnenkomst in Israël, maakten zij duidelijk, dat zij geen nieuwkomers waren in het land. Avraham was hun al voorgegaan. En betaald was het ook.

↩ Weet je nog, de etrog die je niet mag lenen omdat hij echt van jou moet zijn? Ja'akov heeft voor Sjechem betaald — om precies die reden.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Bnee Jisra'eel bij Sjechem de berachot en kelalot bij de bergen Eval en Geriziem moesten uitspreken?
  • … de kohaniem en levi'iem in een dal tussen de Eval en Geriziem stonden en vandaar de berachot en kelalot uitspraken?
  • … het hele volk op elke beracha en kelala ‚ameen' uitriep?
  • … men zich al voor Sjavoe'ot klaarmaakte om naar Jeroesjalajiem te trekken? 's Ochtends maakte iemand iedereen wakker met de roep: ‚Kom op laten wij naar Tsion gaan, naar Hasjeem'.
  • … de bewoners van Jeroesjalajiem de bezoekers tegemoet renden wanneer de mensen met de Bikoeriem Jeroesjalajiem naderden? Zelfs de arbeiders stopten met werken en zeiden: ‚Sjalom, broeders uit verre steden!'

Woord van de week:Wort der Woche: Mesusa — Een mezoeza hangt aan de deurpost van een Joods huis. De stenen waren de mezoeza van het hele land.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „De eerste vruchten heten Bikoeriem. De Midrasj zegt: ‚Laat de eersten de eerste brengen aan de eersten of de eerste plaats aan de Eerste van alles'. Het Joodse volk wordt ‚het eerste' genoemd. Dit eerste volk moet de eerste vruchten brengen aan de koheen, die het eerste en belangrijkste van het Joodse volk in het Beet Hamikdasj is. ‚Naar de eerste plaats' is het Beet Hamikdasj en ‚voor de Eerste van de wereld' is Hasjeem, die de Eerste is in alles."

Ariella: „Waar het hierbij om gaat is dat wij tonen, dat wij geloven, dat alles aan Hasjeem toebehoort."

Batsjeva: „De verleiding is natuurlijk groot om de nieuwe oogst direct voor onszelf te nemen en te denken dat wij alles zelf hebben gemaakt. Maar wij laten onze dankbaarheid blijken door de Bikoeriem te offeren in het Beet Hamikdasj."

Vraag aan jouFrage an dich

Voor wie stonden die stenen volgens jou vooral daar — voor de volken eromheen of voor het eigen volk? Welke reden weegt voor jou zwaarder, en waarom?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel aan tafel wie er in uw familie het eerst was op de plek waar u nu woont — en wat hij daarvoor moest doen of betalen om het úw plek te maken.

Duits

Die Steine bei Schechem

Die ganze Tora auf zwölf Steine schreiben. Geht das überhaupt?

Eigentlich steht die Tora auf Pergament, in einer Rolle. Aber in der Parascha Nizawim steht, dass wir die ganze Tora noch ein zweites Mal aufschreiben sollen — auf großen Steinen, in der Gegend von Schechem: „An dem Tag, an dem ihr den Jarden überquert — den Jordan —, sollt ihr große Steine aufrichten und alle Worte dieser Tora darauf schreiben."

Alle Worte. Auf zwölf Steine.

Die Gelehrten sind sich nicht einig. Die einen sagen: Ja, die ganze Tora — und dazu noch einmal in siebzig Sprachen. Dann war es eben ein großes Wunder. Andere sagen: nur die 613 Gebote. Wieder andere: nur das Schema, die Sätze, die jeder Jude morgens und abends spricht. Und wieder andere: nur die Zehn Gebote.

Und dann die zweite Frage: Für wen standen diese Steine eigentlich da?

Zuerst für die Völker ringsum. Auch sie sollten die Tora lesen können. Wer Götzen diente, sollte wissen, dass Haschem darüber zornig war.

Aber die Steine standen auch für die Juden selbst. Auch sie sollten wissen, dass sie ein Land der Tora betraten. Ein jüdisches Haus hat eine Mesusa am Türpfosten. Dieses Land hat auch eine — und die Steine standen genau da, wo man hereinkommt: am Eingangstor des Landes Israel.

Gleich nach dem Einzug musste das ganze Volk bis zum Berg Ewal ziehen, in die Gegend von Schechem. Sechzig Kilometer. Durch feindliches Gebiet.

Warum ausgerechnet dorthin?

Weil dort schon jemand gewesen war. Als Awraham nach Kenaan kam, zog er durch das Land bis Schechem und baute dort einen Altar für Haschem. Und Jaakow hatte für Schechem bezahlt: Als er nach zweiundzwanzig Jahren zurückkam, kaufte er dort ein Feld für hundert Kesita — so hieß damals das Geld.

Wer nach Schechem zog, sagte damit ohne ein einziges Wort: Wir sind hier keine Neuen. Vor uns war schon einer da. Und bezahlt ist es auch.

↩ Weißt du noch, der Etrog, den man sich nicht leihen soll, weil er einem wirklich gehören muss? Jaakow hat für Schechem bezahlt — aus genau diesem Grund.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass das Volk bei Schechem an zwei Bergen stand — an Gerisim und an Ewal — und dort die Segen und die Flüche aussprechen musste?
  • … dass die Kohanim und die Männer aus dem Stamm Lewi unten im Tal zwischen den beiden Bergen standen und von dort aus sprachen?
  • … dass das ganze Volk nach jedem Segen und nach jedem Fluch laut „Amen!" rief?
  • … dass man sich schon vor Schawuot für den Weg nach Jeruschalajim fertig machte? Morgens weckte einer alle mit dem Ruf: „Auf, lasst uns hinaufziehen nach Zion, zu Haschem!"
  • … dass die Leute von Jeruschalajim den Bauern entgegenliefen, wenn der Zug mit den Bikkurim näher an die Stadt kam? Sogar die Arbeiter legten ihre Arbeit hin und riefen: „Schalom, ihr Brüder aus den fernen Städten!"

Woord van de week:Wort der Woche: Mesusa — Eine Mesusa hängt am Türpfosten eines jüdischen Hauses. Die Steine waren die Mesusa des ganzen Landes.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Die ersten Früchte heißen Bikkurim. Die Gelehrten geben dazu einen Satz weiter: Die Ersten sollen das Erste bringen an die Ersten — an den ersten Ort, für den Ersten von allem. Das jüdische Volk wird ‚das Erste' genannt. Dieses erste Volk bringt die ersten Früchte zum Kohen, der im Bet haMikdasch — dem Haus für Haschem in Jeruschalajim — der Erste und Wichtigste des Volkes ist. ‚An den ersten Ort' — das ist das Bet haMikdasch. Und ‚für den Ersten der Welt' — das ist Haschem, der in allem der Erste ist."

Ariella: „Worum es dabei geht, ist: Wir zeigen, dass wir glauben, dass alles Haschem gehört."

Batscheva: „Die Versuchung ist natürlich groß, die neue Ernte gleich für uns selbst zu nehmen und zu denken, wir hätten alles selbst gemacht. Aber wir zeigen unsere Dankbarkeit, indem wir die Bikkurim im Bet haMikdasch darbringen."

Vraag aan jouFrage an dich

Für wen standen die Steine deiner Meinung nach vor allem da — für die Völker ringsum oder für das eigene Volk? Welcher Grund wiegt für dich schwerer, und warum?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie am Tisch, wer in Ihrer Familie als Erster an dem Ort war, an dem Sie heute leben — und was er dafür tun oder bezahlen musste, damit es Ihr Ort wurde.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Het lichte woord

Kelala komt van het woord ‚kal' dat ‚licht' betekent.

Kelala heeft de bijbetekenis van minachting. De gevloekte is in de ogen van de vloeker: licht, waardeloos en geminacht.

Na het overtrekken van de Jardeen moest de helft van de sjevatiem op de berg Geriziem staan. De andere helft ging staan op de berg Eval. De levi'iem stonden tussen beide bergen in. Vanuit het dal spraken zij 12 berachot en kelalot uit. Het volk moest daarop ‚ameen' antwoorden. Mosje zegt dat het volk de berachot zal krijgen als ze de mitsvot in acht nemen. Maar de kelalot komen als we ons ernstig misdragen.

Wanneer wij iemand zegenen of vloeken zijn dat alleen maar wensen of tefilot. Hasjeem moet het met ons eens zijn.

Vroeger werd een vloek nogal eens uitgesproken bij zweren. Je zwoer dan dat je jezelf vervloekte als het niet waar was wat je zei. Hasjeem vervloeken, G'd bewaar, betekent niks anders dan een gebrek aan respect voor Hasjeem.

De Tora verbiedt vloeken. Bij vloeken doe je een aantal dingen mis. Allereerst gebruik je de naam van Hasjeem voor niks. Terwijl in de Tora staat dat dat absoluut verboden is. Je mag de naam van Hasjeem niet voor niks gebruiken en je mag niet vals zweren bij Hasjeems naam.

Wanneer wij Hasjeems naam misbruiken, raakt dat onze relatie met Hasjeem diep. De mens leeft niet voor eeuwig maar Hasjeem wel. Hasjeems naam gebruiken in een sjevoe'a (eed) betekent dat je het Eeuwige aanroept en inroept. Bij een gelofte bij Hasjeems naam geef je aan dat niets op aarde je kan weerhouden om je belofte uit te voeren. Maar je hebt je eigen toekomst niet in de hand. Je weet niet of je het volgende moment je gelofte nog kunt uitvoeren. Daarom heet dit zweren: misbruik van Hasjeems naam.

Tegenwoordig zijn we zo bang om Hasjeems naam uit te spreken, dat we zelfs in een rechtszaak, waar we de naam van Hasjeem eigenlijk zouden mogen uitspreken bij zweren, dat toch niet meer doen. Als je moet zweren in het Beet Dien zijn we bang dat de mensen vals zweren. Ze kunnen iets vergeten zijn of een heel vertekend beeld hebben van wat er echt gebeurd is. Daarom wordt er niet meer gezworen.

↩ Weet je nog: of iemand in een noodsituatie goed blijft, wordt eerder beslist, in duizend kleinigheden — en ‚hoe je praat' stond daar bovenaan. Hier zie je waarom.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je Hasjeem niet mag vervloeken maar ook je ouders niet?
  • … het vloeken van je ouders zwaarder bestraft wordt dan het vloeken van Hasjeem?
  • … bij het vloeken van de ouders je twee averot doet: je vloekt je ouders en je gebruikt de naam van Hasjeem voor een negatief doel?
  • … men elkaar vroeger al bij het groeten zegende? Zo'n zegen is bijvoorbeeld: sjalom. Vroeger werd ingesteld dat, wanneer je elkaar groet, je elkaar ook zegent met de Naam van Hasjeem. Dit deed Bo'az bijvoorbeeld.
  • … Avraham iedereen zegende en daarom ook constant berachot van Hasjeem kreeg? De beracha of kelala van een eenvoudig mens mag je ook niet te licht nemen; de berachot van oude en wijze mensen werden heel erg hoog gewaardeerd, en veel mensen gaan nog steeds speciaal berachot vragen bij grote Chagamiem.

Woord van de week:Wort der Woche: Kelala — Kelala komt van kal — licht. Wie vloekt, maakt de ander in zijn ogen licht.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik ben wel eens in een rechtbank geweest. Soms krijg je gelijk maar soms krijg je ook geen gelijk. En ik heb wel eens gezien dat mensen die veroordeeld werden door de rechtbank, de rechters gingen vervloeken. Dat is misschien wel natuurlijk maar niet erg goed. Het is altijd makkelijker om iemand anders de schuld te geven dan zelf je schuld te erkennen."

Ariella: „Maar we mogen toch niet vergeten dat rechters meestal eerlijke mensen zijn, die alleen maar de wet uitleggen en toepassen. Ze zijn eigenlijk een verlengstuk van Hasjeem. Hasjeem wil dat op aarde recht wordt gesproken en dat alles volgens de regels gebeurt. Weet je waarom de rechters nog wel eens Elokiem genoemd worden in de Tora? Omdat zij het hoogste gezag zijn."

Batsheva: „Dat begrijp ik best. Wanneer wij minachting hebben voor dajaniem, is dat uiteindelijk een minachting voor het recht dat Hasjeem ons gegeven heeft."

Elisja: „Ja, als je rechters vloekt, dan kan het een keer zijn dat rechters hun baan opgeven. Ze vinden het niet leuk als de mensen hun vervloeken. Maar als er geen rechters zijn, is dat heel slecht voor iedereen. Dan kan je nergens je recht halen."

Avigail: „Vloeken kennen we ook in het Nederlands. Als je ‚G'd verdom me' zegt, dan zeg je eigenlijk een vloek aan jezelf. Je zegt in feite: moge G'd mij dom en stom maken. G'd verdomme mij. Dat is dus heel negatief. Ook naar jezelf toe. Dat is verboden. Ook omdat je de naam van Hasjeem helemaal voor niks gebruikt. Probeer nooit te vloeken!"

Vraag aan jouFrage an dich

Vijf kinderen hebben iets gezegd. Welke van die vijf zinnen zou het meest veranderen als alle mensen hem serieus namen — en wat precies zou er dan veranderen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag aan tafel: waar in onze gemeente wordt eigenlijk ruzie beslecht, wie doet dat — en zouden wij er zelf naartoe gaan?

Duits

Das leichte Wort

Kelala heißt Fluch. Das Wort kommt von kal, und kal heißt: leicht.

Wer einen anderen verflucht, macht ihn in seinen Augen leicht. Wertlos. Nicht der Rede wert. Genau das ist die Nebenbedeutung von Kelala: Verachtung.

Nach dem Übergang über den Jarden stellte sich die eine Hälfte der Schewatim, der Stämme, auf den Berg Gerisim, die andere Hälfte auf den Berg Ewal. Die Lewiim, die Männer aus dem Stamm Lewi, standen unten im Tal zwischen beiden Bergen. Von dort sprachen sie zwölf Berachot und zwölf Kelalot aus, und das Volk musste jedes Mal mit „Amen" antworten. Mosche sagt: Die Berachot bekommt das Volk, wenn es die Mizwot einhält. Die Kelalot kommen, wenn wir uns schwer danebenbenehmen.

Wenn aber wir jemanden segnen oder verfluchen, dann sind das nur Wünsche — Tefillot, Gebete. Haschem muss damit einverstanden sein.

Früher wurde ein Fluch oft beim Schwören ausgesprochen: Man verfluchte sich selbst für den Fall, dass nicht wahr war, was man gerade gesagt hatte. Und Haschem verfluchen, G'tt behüte, bedeutet nichts anderes als fehlenden Respekt vor Haschem.

Die Tora verbietet das Fluchen. Wer flucht, macht dabei gleich mehreres falsch. Als Erstes gebraucht er den Namen Haschems für nichts — und in der Tora steht, dass genau das absolut verboten ist. Man darf den Namen Haschems nicht umsonst gebrauchen, und man darf bei seinem Namen nicht falsch schwören.

Wenn wir seinen Namen missbrauchen, trifft das unsere Beziehung zu Haschem tief. Ein Mensch lebt nicht ewig — Haschem schon. Haschems Namen in einer Schewua, einem Eid, zu gebrauchen heißt: Du rufst den Ewigen an. Du sagst damit, dass nichts auf der Welt dich davon abhalten kann, dein Versprechen auch auszuführen. Aber deine eigene Zukunft hast du nicht in der Hand. Du weißt nicht, ob du im nächsten Augenblick noch tun kannst, was du versprochen hast. Darum heißt dieses Schwören: Missbrauch von Haschems Namen.

Heute haben wir solche Angst davor, Haschems Namen auszusprechen, dass wir es sogar vor einem jüdischen Gericht nicht mehr tun, dem Beit Din — dabei dürften wir es dort eigentlich. Wenn dort jemand schwören müsste, fürchten wir, dass falsch geschworen wird: Man kann etwas vergessen haben oder ein ganz verzerrtes Bild davon haben, was wirklich geschehen ist. Darum wird gar nicht mehr geschworen.

↩ Weißt du noch: Ob jemand im Ernstfall gut bleibt, entscheidet sich vorher, in tausend Kleinigkeiten — und ‚wie du redest' stand dort an erster Stelle. Hier siehst du, warum es dort an erster Stelle stand.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass du Haschem nicht verfluchen darfst — deine Eltern aber genauso wenig?
  • … dass das Fluchen der eigenen Eltern schwerer bestraft wird als das Fluchen Haschems?
  • … dass man dabei zwei Awerot begeht, zwei Übertretungen: Man verflucht die Eltern, und man gebraucht den Namen Haschems für ein schlechtes Ziel?
  • … dass man einander früher schon beim Grüßen segnete? „Schalom" ist so ein Segen. Und früher wurde eingeführt, den Gruß sogar mit dem Namen Haschems zu sprechen — Boas hat es so gemacht.
  • … dass Awraham jeden segnete und gerade darum selbst ständig Berachot von Haschem bekam? Auch die Beracha oder Kelala eines ganz einfachen Menschen darf man nicht zu leicht nehmen; die Berachot alter und weiser Menschen galten sehr viel, und bis heute gehen viele Menschen eigens zu großen Chachamim, um eine Beracha zu bekommen.

Woord van de week:Wort der Woche: Kelala — Kelala kommt von kal — leicht. Wer flucht, macht den anderen in seinen Augen leicht.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich war schon einmal bei einer Gerichtsverhandlung. Manchmal bekommt man recht, manchmal nicht. Und ich habe gesehen, wie Leute, die verurteilt wurden, anfingen, die Richter zu verfluchen. Das ist vielleicht natürlich — gut ist es nicht. Es ist immer leichter, einem anderen die Schuld zu geben, als die eigene zuzugeben."

Ariella: „Aber wir dürfen doch nicht vergessen, dass Richter meistens ehrliche Menschen sind, die das Gesetz nur erklären und anwenden. Sie sind eigentlich ein verlängerter Arm Haschems. Haschem will, dass auf der Erde Recht gesprochen wird und dass alles nach den Regeln geht. Weißt du, warum Richter in der Tora manchmal Elokim genannt werden? Weil sie die höchste Instanz sind."

Batscheva: „Das verstehe ich gut. Wenn wir Dajanim verachten, ist das am Ende eine Verachtung des Rechts, das Haschem uns gegeben hat."

Elischa: „Ja — und wenn man Richter verflucht, kann es eines Tages passieren, dass Richter ihren Beruf aufgeben. Sie finden es nicht schön, wenn die Leute sie verfluchen. Aber wenn es keine Richter gibt, ist das für alle sehr schlecht. Dann kannst du nirgends mehr zu deinem Recht kommen."

Awigail: „Fluchen gibt es auch bei uns auf Deutsch. Wer ‚G'tt verdamm mich!' sagt, spricht in Wirklichkeit einen Fluch über sich selbst aus. Er sagt: G'tt soll mich verurteilen. Das ist sehr negativ — auch gegen dich selbst. Und dazu gebrauchst du den Namen Haschems für gar nichts. Versuch nie zu fluchen!"

Vraag aan jouFrage an dich

Fünf Kinder haben etwas gesagt. Welcher der fünf Sätze würde am meisten verändern, wenn alle Menschen ihn ernst nähmen — und was genau würde sich verändern?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie am Tisch: Wo in unserer Gemeinde wird eigentlich Streit geschlichtet, wer tut das — und würden wir selbst hingehen?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
51 · Nietsaviem Nizawim

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Niet in de hemel

De houthakker zette zijn bijl tegen een boomstronk. De waterschepper zette zijn kruik in het zand. Vaders, moeders, kinderen, ouderen, jongeren, arbeiders — iedereen kwam bij Mosje.

Toen zei Mosje het volgende: „Vandaag zijn jullie allemaal bij elkaar gekomen. Het is voor een belangrijk doel. We gaan vandaag een verbond aan met Hasjeem. In dit nieuwe verbond zullen jullie het volk van Hasjeem worden. Dat was zo beloofd aan jullie voorouders, Avraham, Jitschak en Ja'akov.

Maar weet wel, dat dit niet alleen een verbond is tussen Hasjeem en jullie. Het gaat ook over de mensen die in de toekomst geboren zullen worden. Dit verbond is dus met iedereen die hier vandaag staat tegenover Hasjeem en met alle andere mensen, die nog geboren moeten worden."

Er zijn veel mitsvot in de Tora. Er zijn mitsvot die alleen in Israël gedaan kunnen worden. En er zijn mitsvot die alleen in het Beet Hamikdasj gedaan kunnen worden. Maar we moeten proberen alle mitsvot uit de Tora te vervullen. Mosje ging verder: „Bnee Jisra'eel, weet dat die mitsvot, die ik jullie vandaag geef, niet te moeilijk voor jullie zijn. Ze zijn niet verborgen en ze zijn niet ver weg.

Ze zijn niet in de hemel zodat je misschien zou zeggen: ‚Wie zal naar de hemel gaan om alle mitsvot voor ons naar beneden te halen, zodat we ze kunnen horen en doen?'

De mitsvot zijn ook niet aan de overkant van de zee, zodat jullie zullen zeggen: ‚Wie zal de zee oversteken? Wie zal de mitsvot van de andere kant van het water gaan halen, zodat we ze kunnen horen en uitvoeren?'"

Mosje zei uiteindelijk: „Wat jullie zoeken is eigenlijk heel dichtbij. Je kunt de mitsvot doen door je mond te gebruiken om Tora te leren en door je hart te gebruiken om goede dingen te voelen voor je medemens. Dat is het geheim van de Tora."

Mosje zegt de mensen dat ze een keuze moeten maken tussen het goede in het leven en het slechte.

„Kies het leven", zegt Mosje, „zo zullen jullie met de kinderen een goede tijd hebben."

↩ Weet je nog, hoe Mosje tegen alle kinderen van Jisra'eel zei: ‚Kijk!'? Toen ging het over één naam. Vandaag roept hij ze weer bij elkaar — en nu gaat het zelfs over de mensen die er nog helemaal niet zijn.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Sjofar bedoeld is als een soort wekker?
  • … de Sjofar jou wakker moet maken omdat je moet proberen iets te verbeteren?
  • … Rosj Hasjana de dag was waarop de eerste mens, Adam, geschapen was?
  • … je tesjoeva moet doen op Rosj Hasjana?

Woord van de week:Wort der Woche: Nizawim

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „De Sjofar herinnert ons aan ontzettend veel dingen. Het herinnert ons aan de trompetten van de Romeinen. Die hebben het Beet Hamikdasj in Jeroesjalajiem kapot gemaakt. De Sjofartonen zijn gebroken. Eigenlijk imiteert de teroe'a het snikken van iemand die heel veel spijt heeft. Spijt van alle slechte dingen die hij gedaan heeft."

Ariella: „De Sjofar herinnert ook aan de Matan Tora. Toen de Tora gegeven werd was er ook ontzettend veel Sjofargeluid."

Batsjeva: „De Sjofar herinnert ons ook dat de Masjie'ach eens zal komen om ons allemaal te verlossen. En de Sjofar herinnert ons aan een prachtige toekomst, waarin er op de hele wereld vrede zal zijn."

Elisja: „Ja, kinderen, jullie weten dat we op Rosj Hasjana vragen of Hasjeem over de hele wereld wil regeren. Wij kronen Hasjeem tot Koning. Wij erkennen dat wij de dienaren van Hasjeem zijn."

Vraag aan jouFrage an dich

Mosje zegt dat alles heel dichtbij ligt — zo dichtbij als je mond en je hart. Wat ligt bij jou zó dichtbij dat je het vandaag nog zou kunnen doen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind vanavond wat er bij hem vandaag heel dichtbij lag — en vertel daarna wat er bij uzelf heel dichtbij lag.

Duits

Nicht im Himmel

Der Holzhacker stellte sein Beil an einen Baumstumpf. Der Wasserschöpfer setzte seinen Krug in den Sand. Väter kamen, Mütter kamen, Kinder, alte Leute, junge Leute, Arbeiter — alle kamen sie zu Mosche.

„Heute seid ihr alle zusammengekommen", sagte Mosche. „Das hat einen wichtigen Grund. Heute schließen wir einen Bund mit Haschem. In diesem neuen Bund werdet ihr das Volk von Haschem. So ist es euren Vorvätern versprochen worden: Awraham, Jizchak und Jaakow.

Aber wisst auch: Das ist nicht nur ein Bund zwischen Haschem und euch. Er gilt auch für die Menschen, die erst in Zukunft geboren werden. Er ist mit allen, die heute hier vor Haschem stehen — und mit allen, die noch geboren werden."

In der Tora stehen viele Mizwot — das sind die Sachen, die Haschem uns aufgetragen hat. Manche kann man nur im Land Israel tun. Manche konnte man nur im Tempel in Jeruschalajim tun. Aber wir sollen versuchen, alle Mizwot zu erfüllen. Mosche sprach weiter: „Kinder Israels, wisst, dass diese Mizwot, die ich euch heute gebe, nicht zu schwer für euch sind. Sie sind nicht versteckt, und sie sind nicht weit weg.

Sie sind nicht im Himmel. Sonst würdet ihr sagen: ‚Wer steigt für uns in den Himmel und holt uns alle Mizwot herunter, damit wir sie hören und tun können?'

Die Mizwot sind auch nicht auf der anderen Seite des Meeres. Sonst würdet ihr sagen: ‚Wer fährt für uns über das Meer? Wer holt sie von drüben, damit wir sie hören und tun können?'"

Mosche sagte zuletzt: „Was ihr sucht, ist eigentlich ganz nah. Du kannst die Mizwot tun, indem du deinen Mund gebrauchst, um Tora zu lernen. Und indem du dein Herz gebrauchst, um Gutes zu fühlen für den Menschen neben dir. Das ist das Geheimnis der Tora."

Und Mosche sagte: Ihr müsst wählen — das Gute oder das Schlechte.

„Wählt das Leben", sagt Mosche. „Dann werdet ihr mit euren Kindern eine gute Zeit haben."

↩ Weißt du noch, wie Mosche zu allen Kindern Israels sagte: ‚Schaut!'? Damals ging es um einen Namen. Heute ruft er wieder alle zusammen — und diesmal geht es sogar um die, die es noch gar nicht gibt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Schofar — das Widderhorn, auf dem an Rosch Haschana geblasen wird — so etwas ist wie ein Wecker?
  • … dass dieser Wecker dich wach machen soll, weil du etwas besser machen kannst?
  • … dass Rosch Haschana der Tag war, an dem der erste Mensch erschaffen wurde — Adam?
  • … dass man an Rosch Haschana Tschuwa tut? Tschuwa heißt: zu Haschem zurückgehen und etwas besser machen.

Woord van de week:Wort der Woche: Nizawim — Nizawim heißt: ihr steht da. Alle zusammen, keiner fehlt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Der Schofar erinnert uns an unglaublich viele Sachen. Er erinnert uns an die Trompeten der Römer. Die haben den Tempel in Jeruschalajim kaputt gemacht. Die Schofartöne sind gebrochen. Der gebrochene Ton klingt wie jemand, der schluchzt, weil ihm alles Schlechte so leidtut, das er getan hat."

Ariella: „Der Schofar erinnert auch daran, wie die Tora gegeben wurde. Damals war auch ganz viel Schofarklang zu hören."

Batscheva: „Der Schofar erinnert uns auch daran, dass einmal der Erlöser kommt, auf den wir warten. Und er erinnert uns an eine wunderschöne Zukunft, in der auf der ganzen Welt Frieden sein wird."

Elischa: „Ja, Kinder, ihr wisst ja: An Rosch Haschana bitten wir darum, dass Haschem über die ganze Welt regieren will. Wir krönen Haschem zum König. Wir sagen damit: Wir gehören zu Haschem, wir sind Seine Diener."

Vraag aan jouFrage an dich

Mosche sagt, es liegt alles ganz nah — so nah wie dein Mund und dein Herz. Was liegt bei dir so nah, dass du es heute noch tun könntest?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind heute Abend, was bei ihm heute ganz nah lag — und sagen Sie ihm danach, was bei Ihnen selbst ganz nah lag.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De weg terug

Het is geen mooie toon. Hij is ruw, hij breekt middendoor — en juist daarvoor is hij er: de Sjofar, de ramshoorn waarop op Rosj Hasjana geblazen wordt, maakt je wakker.

Je denkt dat je het allemaal geweldig doet, maar er kan nog veel verbeterd worden. De meeste mensen denken dat ze niet meer hoeven te groeien. Maar dat is niet waar. Dat ruwe geluid van de Sjofar roept ons wakker. Het zegt ons dat er meer is dan alleen maar wat je kunt zien.

Rosj Hasjana heet in de tefillot: ‚de geboortedag van de mens'. Adam werd op Rosj Hasjana geschapen. Rosj Hasjana was de zesde dag van de schepping van de wereld. Rosj Hasjana is bedoeld als een soort nieuw begin.

Net zoals een zakenman aan het einde van het jaar kijkt hoeveel geld hij heeft uitgegeven, en hoeveel hij verdiend heeft, zo ook moeten wij de balans opmaken van de afgelopen tijd. Hebben we het afgelopen jaar meer averot gedaan of meer mitsvot?

Als we op de Sjofar blazen kronen wij Hasjeem tot Koning over de wereld. Ook een koning hier op aarde wordt met trompetten tot koning gekroond. Hasjeem is de Bestuurder van de hele wereld.

De Sjofar wil dat wij tesjoeva doen. Tesjoeva wordt meestal vertaald als ‚inkeer'. Fout! Tesjoeva betekent ‚terugkeer'. We willen teruggroeien naar Hasjeem. Hasjeem is de Oorsprong van alles. Hasjeem is de Oorsprong van onszelf, ons echte zelf, ons bewustzijn en onze nesjomme.

We moeten op zoek naar ons echte zelf. We hebben ook een G'ddelijke nesjomme. De meeste mensen durven er niet voor uit te komen dat ze eigenlijk heel goed zijn. Maar dat is wel het belangrijkste: jouw ‚ik' is in principe goed.

We moeten durven zeggen dat wij willen davvenen. Probeer het eens uit in sjoel. In plaats van te praten met je buurman, richt je je op Hasjeem. Daar gaat het om bij de tefillot.

De Sjofar herinnert ons ook aan de Tora-geving op de berg Sinai. Daarbij was het ‚geluid van de Sjofar zeer sterk'. Bovendien worden de Sjofartonen door de navie Jechezkeel vergeleken met de opbeurende woorden of standjes van de nevi'iem. De Sjofar waarschuwt ons.

↩ Weet je nog, de berg Sinai — het verbond met het hele volk én met ieder mens apart? Daar was het Sjofargeluid ‚zeer sterk'. Terugkeer betekent: daarheen terug.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Sjofar ook herinnert aan de Romeinse trompetten, toen de Romeinen het Beet Hamikdasj vernietigden?
  • … wij in het Beet Hamikdasj veel beter konden davvenen dan wij nu doen?
  • … de Sjofar ook herinnert aan de tijd van de Masjie'ach en dat wij hopen dat alle overleden familieleden in de tijd van de techijat hametiem weer terug zullen komen?

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Hasjeem wil dat wij duidelijk maken waar wij voor staan. Dat op zich is al een mitsva. Dat is best goed en bemoedigend vlak voor Rosj Hasjana. We voelen dat we niet aan alle mitsvot hebben voldaan. In wanhoop vragen we ons af: ‚Hoe kunnen wij onze balans ten goede laten doorslaan?'"

Ariella: „Als je serieus de mitsvot uitvoert, geeft je dat al een voorsprong. Als we echt serieus, met de hand op ons hart, besluiten ons leven te verbeteren, dan zetten we een goede stap vooruit."

Batsjeva: „Eigenlijk zijn alle poorten in Sjamajiem gesloten, behalve de poorten van de tranen. Wanneer we huilen omdat we een beetje wanhopig zijn, is dat veel minder diep dan wanneer we huilen omdat we vanuit ons binnenste heel diep verlangen om dichtbij Hasjeem te zijn. Dan zijn de tranen die we huilen een duidelijke manier om contact te krijgen met Hasjeem."

Elisja: „Wij heten Joden naar Jehoeda. Waarom heten wij Jehoediem? Toen Benjamin beschuldigd werd van diefstal door de onderkoning van Egypte, was Jehoeda de enige, die hem durfde aan te spreken en zelfs een standje gaf. Hij durfde dit, omdat hij een rotsvast vertrouwen in Hasjeem had. Dit moet ons tot voorbeeld zijn. Wanneer wij voor de Hemelse Troon staan op de dag van de berechting, hoeven we niet doodsbang te zijn. We zijn bang en nerveus, maar we blijven hopen dat Hasjeem ons alle averot zal vergeven."

Vraag aan jouFrage an dich

‚Inkeer' betekent: in jezelf naar binnen gaan. ‚Terugkeer' betekent: ergens naartoe terug. Wat verandert er op Rosj Hasjana als tesjoeva het tweede betekent en niet het eerste?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over iets waar u zelf ooit naar bent teruggekeerd — en hoe lang die weg was.

Duits

Der Weg zurück

Es ist kein schöner Ton. Er ist rau, er bricht mitten durch — und genau dafür ist er da: Der Schofar, das Widderhorn, auf dem an Rosch Haschana geblasen wird, macht dich wach.

Du denkst vielleicht, du machst deine Sache großartig. Die meisten Menschen denken, sie müssten gar nicht mehr wachsen. Der raue Klang ruft uns wach. Er sagt uns: Es gibt mehr als das, was du sehen kannst.

In den Gebeten heißt Rosch Haschana „der Geburtstag des Menschen": Adam wurde an diesem Tag erschaffen, am sechsten Tag der Schöpfung. Rosch Haschana ist als ein neuer Anfang gemeint.

Ein Kaufmann rechnet am Jahresende nach, was er ausgegeben und was er verdient hat. Genauso sollen wir Bilanz ziehen: Haben wir im letzten Jahr mehr Awerot getan — Sachen, die falsch waren — oder mehr Mizwot, Sachen, die Haschem uns aufgetragen hat?

Wenn wir auf dem Schofar blasen, krönen wir Haschem zum König über die Welt. Auch einen König auf der Erde krönt man mit Trompeten. Haschem ist der Herrscher der ganzen Welt.

Der Schofar will, dass wir Tschuwa tun. Tschuwa wird meistens mit „Einkehr" übersetzt. Falsch! Tschuwa heißt Rückkehr. Wir wollen zu Haschem zurückwachsen. Haschem ist der Ursprung von allem — auch der Ursprung von uns selbst, von unserem echten Ich und von unserer Neschama, unserer Seele.

Wir müssen unser echtes Ich suchen. Die meisten Menschen trauen sich nicht zuzugeben, dass sie eigentlich sehr gut sind. Dabei ist genau das das Wichtigste: Dein „Ich" ist im Grunde gut.

Wir müssen uns trauen zu sagen, dass wir beten wollen. Probier es einmal in der Synagoge aus: Statt mit deinem Nachbarn zu reden, richtest du dich auf Haschem. Darum geht es bei den Gebeten.

Der Schofar erinnert auch an die Tora-Gebung am Berg Sinai. Dort war „der Klang des Schofars sehr stark". Der Prophet Jechezkel vergleicht die Töne des Schofars mit den Worten der Propheten: Sie muntern auf, und sie mahnen. Der Schofar warnt uns.

↩ Erinnerst du dich an den Sinai — den Bund mit dem ganzen Volk und zugleich mit jedem Einzelnen? Dort war der Schofarklang ‚sehr stark'. Rückkehr heißt: dorthin zurück.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Schofar auch an die Trompeten der Römer erinnert — an die Zeit, als sie den Tempel in Jeruschalajim zerstörten?
  • … dass wir im Tempel viel besser beten konnten, als wir es heute können?
  • … dass der Schofar auch an die Zeit des Erlösers erinnert, auf den wir warten? Wir hoffen, dass dann alle verstorbenen Verwandten wieder aufstehen und zurückkommen.

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa — Tschuwa heißt Rückkehr. Nicht: in sich gehen. Sondern: zu jemandem zurückgehen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Haschem will, dass wir deutlich machen, wofür wir stehen. Schon das allein ist eine Mizwa. Und das ist ziemlich mutmachend, kurz vor Rosch Haschana. Wir spüren nämlich, dass wir nicht alle Mizwot erfüllt haben. Verzweifelt fragen wir uns: Wie sollen wir unsere Bilanz zum Guten kippen lassen?"

Ariella: „Wenn du die Mizwot ernst nimmst, hast du damit schon einen Vorsprung. Und wenn wir wirklich ernsthaft, die Hand aufs Herz, beschließen, unser Leben zu verbessern, dann sind wir einen guten Schritt vorangekommen."

Batscheva: „Eigentlich sind alle Tore im Himmel geschlossen — außer den Toren der Tränen. Wenn wir weinen, weil wir ein bisschen verzweifelt sind, ist das viel weniger tief, als wenn wir weinen, weil wir uns von innen heraus danach sehnen, nah bei Haschem zu sein. Dann sind die Tränen ein Weg, mit Haschem in Kontakt zu kommen."

Elischa: „Wir heißen Juden nach Jehuda. Warum? Als Binjamin in Ägypten des Diebstahls beschuldigt wurde, war Jehuda der Einzige, der sich traute, den Vizekönig anzusprechen. Er traute sich, weil er ein felsenfestes Vertrauen in Haschem hatte. Das soll uns ein Vorbild sein. Wenn wir am Tag des Gerichts vor dem Himmlischen Thron stehen, müssen wir keine Todesangst haben. Wir sind ängstlich und nervös — aber wir hoffen weiter, dass Haschem uns alle Awerot vergeben wird."

Vraag aan jouFrage an dich

„Einkehr" heißt: in sich hineingehen. „Rückkehr" heißt: irgendwohin zurückgehen. Was ändert sich an Rosch Haschana, wenn Tschuwa das Zweite bedeutet und nicht das Erste?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einer Sache, zu der Sie selbst einmal zurückgekehrt sind — und wie lang der Weg dahin war.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

In de macht van de tong

„Het leven en de dood heb Ik je voorgelegd, de zegen en de vloek. Je zult het leven kiezen opdat jij en jouw kinderen zullen leven" (30:19).

Wij moeten dus altijd kiezen voor het leven. Leven is ook zelfs belangrijker dan de waarheid.

Als je iemands leven kan redden, mag je soms ook wel eens niet de waarheid vertellen. In de oorlog moesten de onderduik ouders vaak aan de Duitsers vertellen dat ze geen Joodse kinderen in huis hadden.

Ik geef jullie nog een ander voorbeeld: vroeger vonden veel mensen die werkten in de ziekenhuizen dat de patiënten volledig alles moesten weten over hun gezondheid. Als patiënten erg ziek waren, meenden veel mensen dat ze de waarheid moesten vertellen. Maar daardoor werden de patiënten vaak heel treurig. Het is bekend dat als je hoop hebt, je langer leeft. Daarom is het belangrijk, ook bij ernstige ziekten, de mensen zoveel mogelijk hoop te bieden. Je kunt ze best de waarheid vertellen maar ook zeggen dat er misschien kans is op genezing. Op die manier blijven ze optimistisch en positief.

De Tora stelt inderdaad dat je je ‚ver van leugen moet houden' (Sjemot 23:7). Maar aan de andere kant geldt dat ‚als je de Tora nakomt, hierdoor zal leven' (Vajikra 18:5). Beide opdrachten staan in de Tora. Aan de ene kant zoveel mogelijk de waarheid vertellen en aan de andere kant zoveel mogelijk het leven te bewaken.

In principe moet je altijd de waarheid vertellen, maar soms leidt dat tot onmogelijke situaties. Bijvoorbeeld in het geval van Avraham en Sara. De engelen vertelden Avraham en Sara dat ze een zoon zouden krijgen. Toen moest Sara erg hard lachen. Ze zei: „Mijn man is erg oud" (Bereesjiet 18:12). Sara bedoelde dat zij en ook Avraham heel oud waren. Maar in Zijn gesprek met Avraham laat Hasjeem weg dat Sara gezegd had dat Avraham oud was. Hasjeem zei alleen dat Sara lachte omdat ze dacht dat ze zelf te oud was. Hasjeem vertelt niet de volledige waarheid om Avraham niet boos te maken. Kennelijk is sjalom bajit belangrijker dan de volledige waarheid.

↩ Weet je nog hoe Sara lachte toen de engelen haar een zoon aankondigden? Toen las je dát ze lachte. Nu lees je wat Hasjeem daarvan doorvertelde — en wat niet.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je Hasjeem niet mag vervloeken maar ook je ouders niet? Het zijn twee aparte verboden, en ze staan allebei in de Tora.
  • … het vloeken van je ouders zwaarder bestraft wordt dan het vloeken van Hasjeem?
  • … bij het vloeken van de ouders je twee averot doet: je vloekt je ouders en je gebruikt de naam van Hasjeem voor een negatief doel?

Woord van de week:Wort der Woche: Laschon Hara

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „In het land van de Perzen was de koning ernstig ziek. Hij leek te gaan sterven. Zijn dokters konden hem nog maar met één middel behandelen: leeuwinnenmelk. Hoe moesten ze daaraan komen? De koning herinnerde zich koning Sjelomo, die de allerverstandigste was van de hele wereld. Koning Sjelomo werd geraadpleegd en zijn dienaar Benaja zei hem: ‚Geef mij tien geitjes en ik zal u een leeuwin melken.'

Benaja ging naar een leeuwenhol, bleef op afstand staan en zag de leeuwin haar welpen zogen. Hij wierp haar een geitje toe. De leeuwin verslond het geitje. De volgende dag kwam Benaja wat dichterbij het hol en wierp de leeuwin weer een geitje toe. Zo kwam hij elke dag wat meer dichterbij. Tot hij op de tiende dag met de leeuwin kon spelen. Hij trok haar aan de uiers en de melk vloeide eruit.

Benaja nam dat mee naar Sjelomo die het aan de Perzische dokter gaf en die ging blij terug naar zijn land. Onderweg viel de Perzische dokter in slaap. Hij zag in zijn droom hoe de ledematen van zijn lichaam met elkaar praatten."

Ariella: „De voeten zeiden: ‚Wij zijn het belangrijkste. Als wij niet naar Sjelomo waren gegaan, had hij geen melk kunnen halen.' Maar de handen antwoordden: ‚Maar als de handen van Benaja de leeuwin niet hadden gemolken, dan zou de melk er niet uit gekomen zijn.' De ogen zeiden: ‚Maar als wij de weg naar het leeuwenhol niet hadden gewezen, zou er helemaal geen melk zijn.' Toen zei het hoofd: ‚Maar als ik het geneesmiddel niet had uitgevonden, dan zou al het werk voor niks zijn. Jullie moeten allemaal uit de weg voor mij.'

Driftig viel de tong in: ‚De eerste plaats komt mij toe. Wanneer ik niet tot Sjelomo had gezegd wat hij moest doen, wat hadden jullie dan gedaan?' Iedereen was kwaad op de tong: ‚Hoe waag je je met ons gelijk te stellen. Je bent alleen maar vlees zonder benen.'"

Batsjeva: „De tong zei echter: ‚Vandaag zullen jullie zien dat ik het belangrijkste onderdeel van het menselijk lichaam ben.'

Toen de dokter wakker werd ging hij verder. Hij kwam voor de zieke vorst en zei: ‚Hier is, o koning, de hondenmelk die u zocht. Drink ervan en u zult genezen.' De Perzische koning werd vreselijk kwaad en zei: ‚Jij gaat aan de galg. Jij moest leeuwinnenmelk brengen en geen hondenmelk!'

Toen men de dokter wilde ophangen, zeiden alle ledematen tegen de tong: ‚Jij hebt gelijk, de tong is het allerbelangrijkste.' Toen sprak de dokter met zijn tong tegen de beul: ‚Breng me nog eenmaal naar de koning.' Dit gebeurde en de arts vroeg of hij de koning de leeuwinnenmelk mocht geven. De koning dronk ervan en hij genas.

Nu begrijpen jullie waarom we in het boek Misjlee (18:21) zeggen: ‚Dood en leven zijn in de macht van de tong.' Let erop op Rosj Hasjana goed na te denken wat je met je tong doet: spreek geen lesjon hara."

Vraag aan jouFrage an dich

In de droom maken voeten, handen, ogen, hoofd en tong ruzie over wie het belangrijkste is. Wie van hen heeft gelijk — en wat volgt daaruit voor morgen, als er op het schoolplein gepraat wordt over iemand die er niet bij is?

Sjabbat Sjalom!

👪 Let één dag samen op hoe vaak er aan tafel gepraat wordt over iemand die er niet bij is — tel niets, maar bespreek 's avonds wat u daarvan ook in het bijzijn van die persoon gezegd zou hebben.

Duits

In der Macht der Zunge

„Das Leben und den Tod habe Ich dir vorgelegt, den Segen und den Fluch. Du sollst das Leben wählen, damit du und deine Kinder leben" (Dewarim 30,19).

Wir müssen also immer für das Leben wählen. Daraus folgt ein Satz, der viele überrascht: Das Leben ist sogar wichtiger als die Wahrheit.

Wenn du das Leben eines Menschen retten kannst, darfst du manchmal auch einmal nicht die Wahrheit sagen. Im Krieg mussten die Eltern, bei denen jüdische Kinder versteckt lebten, den Deutschen oft sagen, sie hätten keine jüdischen Kinder im Haus.

Früher fanden viele, die in Krankenhäusern arbeiteten, ein Kranker müsse alles über seine Gesundheit wissen — auch der Schwerkranke. Aber davon wurden die Kranken oft sehr traurig. Und man weiß: Wer Hoffnung hat, lebt länger. Darum lässt man auch bei schweren Krankheiten so viel Hoffnung wie möglich: Du sagst die Wahrheit — und dazu, dass es vielleicht eine Chance auf Heilung gibt. So bleibt der Kranke zuversichtlich.

In der Tora steht tatsächlich, du sollst dich „von der Lüge fernhalten" (Schemot 23,7). Und auf der anderen Seite: Wer die Tora hält, „soll durch sie leben" (Wajikra 18,5). Beides steht dort: so viel wie möglich die Wahrheit sagen — und so gut wie möglich das Leben schützen.

Im Grunde musst du immer die Wahrheit sagen. Aber manchmal führt das in eine unmögliche Lage — wie bei Awraham und Sara. Die Engel sagten ihnen, sie würden einen Sohn bekommen. Da musste Sara sehr lachen: „Mein Mann ist sehr alt" (Bereschit 18,12). Sie meinte, dass sie beide sehr alt seien. Aber als Haschem mit Awraham darüber sprach, ließ Er weg, dass Sara auch Awraham alt genannt hatte. Er sagte nur, Sara habe sich selbst für zu alt gehalten. Haschem erzählt Awraham nicht die volle Wahrheit — um ihn nicht wütend zu machen. Offenbar ist Schalom Bajit, der Friede im Haus, wichtiger als die volle Wahrheit.

↩ Weißt du noch, wie Sara lachte, als die Engel ihr einen Sohn ankündigten? Damals hast du gelesen, dass sie lachte. Jetzt liest du, was Haschem davon weitererzählt hat — und was nicht.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass du Haschem nicht verfluchen darfst — und deine Eltern genauso wenig? Es sind zwei eigene Verbote, und beide stehen in der Tora.
  • … dass es schwerer bestraft wird, die eigenen Eltern zu verfluchen, als Haschem zu verfluchen?
  • … dass du beim Verfluchen deiner Eltern gleich zwei Awerot begehst — zwei Übertretungen? Du verfluchst deine Eltern, und du gebrauchst dabei den Namen Haschems für etwas Schlechtes.

Woord van de week:Wort der Woche: Laschon Hara — Laschon Hara heißt wörtlich ‚böse Zunge': über jemanden reden, der nicht dabei ist — auch dann, wenn es stimmt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Im Land der Perser war der König schwer krank. Es sah aus, als würde er sterben. Seine Ärzte kannten nur noch ein einziges Mittel: Löwinnenmilch. Aber woher nehmen? Da erinnerte sich der König an König Schlomo, den klügsten Menschen der Welt. Man fragte Schlomo, und sein Diener Benaja sagte: ‚Gebt mir zehn Ziegen, dann melke ich euch eine Löwin.'

Benaja ging zu einer Löwenhöhle und blieb auf Abstand stehen. Er warf der Löwin eine Ziege zu. Am nächsten Tag kam er ein Stück näher und warf ihr wieder eine zu. So kam er jeden Tag näher — bis er am zehnten Tag mit ihr spielen konnte und die Milch floss.

Benaja brachte sie zu Schlomo, Schlomo gab sie dem persischen Arzt, und der machte sich froh auf den Heimweg. Unterwegs schlief er ein. Und im Traum sah er, wie die Glieder seines Körpers miteinander sprachen."

Ariella: „Die Füße sagten: ‚Wir sind das Wichtigste. Wären wir nicht zu Schlomo gegangen, wäre er nie an Milch gekommen.' Die Hände antworteten: ‚Und hätten wir die Löwin nicht gemolken, wäre keine geflossen.' Die Augen sagten: ‚Ohne uns hätte niemand den Weg zur Höhle gefunden.' Da sagte der Kopf: ‚Aber ich habe das Heilmittel ausgedacht. Geht mir alle aus dem Weg.'

Zornig fuhr die Zunge dazwischen: ‚Der erste Platz steht mir zu. Wenn ich Schlomo nicht gesagt hätte, was zu tun ist — was hättet ihr dann gemacht?' Alle waren wütend auf sie: ‚Wie kannst du es wagen, dich mit uns gleichzustellen? Du bist doch nur Fleisch ohne Knochen.'"

Batscheva: „Die Zunge aber sagte: ‚Heute werdet ihr sehen, dass ich der wichtigste Teil des Menschen bin.'

Als der Arzt aufwachte, ging er weiter. Er trat vor den kranken König und sagte: ‚Hier ist, o König, die Hundemilch, die du gesucht hast.' Der König wurde furchtbar zornig: ‚Du kommst an den Galgen! Löwinnenmilch solltest du bringen, keine Hundemilch!'

Als man den Arzt aufhängen wollte, sagten alle Glieder zur Zunge: ‚Du hast recht. Die Zunge ist das Allerwichtigste.' Da sprach der Arzt zum Henker: ‚Bring mich noch ein einziges Mal zum König.' So geschah es, und diesmal nannte er die Milch beim richtigen Namen. Der König trank — und wurde gesund.

Jetzt versteht ihr, warum es im Buch Mischlej — dem Buch der Sprüche, das von König Schlomo stammt — heißt (18,21): ‚Tod und Leben sind in der Macht der Zunge.' Passt an Rosch Haschana gut auf, was ihr mit eurer Zunge tut: Sprecht kein Laschon Hara."

Vraag aan jouFrage an dich

Im Traum streiten Füße, Hände, Augen, Kopf und Zunge darüber, wer der Wichtigste ist. Wer von ihnen hat recht — und was folgt daraus für morgen, wenn auf dem Schulhof über jemanden geredet wird, der nicht dabei ist?

Schabbat Schalom!

👪 Achten Sie an einem einzigen Tag gemeinsam darauf, wie oft am Tisch über jemanden gesprochen wird, der nicht dabei ist — zählen Sie nichts, sondern reden Sie am Abend darüber, was davon Sie auch vor dieser Person gesagt hätten.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
52 · Vajelech Wajelech

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De dag dat iedereen komt

Mosje zei: „Ik ben 120 jaar oud en ik kan jullie niet meer leiden. Ik mag ook het land Israël niet binnen."

Mosje riep iedereen bij elkaar en zei toen tegen Jehosjoe'a: „Jij bent sterk en moedig. Jij zal het volk naar Erets Jisra'eel leiden. Hasjeem zal jullie vooruit gaan en jullie niet verlaten. Wees alsjeblieft niet bang."

Daarna vertelde Mosje het volk over Hakheel. Hakheel betekent: iedereen bij elkaar roepen.

Aan het einde van iedere zeven jaar, op Soekot, moesten alle mensen in het Beet Hamikdasj bij elkaar komen. De koning stond op een podium en las de Tora voor aan alle mensen.

Het was de bedoeling dat iedereen, mannen, vrouwen en kinderen, bij elkaar zou komen. Ook de vreemdelingen die in Israël woonden, moesten komen om te horen en te leren en de woorden van de Tora te doen. Alle mensen die nog niets wisten van de mitsvot van de Tora, zouden dan alles weten en kavod hebben voor Hasjeem.

De koning, de melech Jisra'eel, stond op een podium in het voorhof van het Beet Hamikdasj. Dat was heel indrukwekkend. Er waren zoveel mensen bij elkaar, dat iedereen diep onder de indruk was van het grote gebeuren. De mannen en de vrouwen en de kinderen kwamen om te leren en om te luisteren.

↩ Weet je de berg Sinai nog? Mosje leidde het hele volk naar de voet van de berg. Bij Hakheel stonden ze weer allemaal bij elkaar — nu in het Beet Hamikdasj.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Mosje Rabbenoe geboren was en gestorven was op 7 Adar?
  • … er op een Hakheel-dag door heel Jeroesjalajiem op de trompet werd geblazen? Zo wist iedereen in de stad: vandaag is het zover.
  • … de Tora van hand tot hand werd doorgegeven, tot hij bij de koning aankwam? De ene man gaf hem aan de andere, en die weer aan de volgende. Zo eerden heel veel mensen de Tora, nog voordat er één letter gelezen was.

Woord van de week:Wort der Woche: Hakheel

Wat het betekentWas es bedeutet

Maar waarom kwamen de hele kleine kinderen? De hele kleine kinderen kwamen eigenlijk niet echt om te leren.

Maar ze waren natuurlijk wel heel erg onder de indruk van zoveel mensen bij elkaar, die allemaal kwamen om te luisteren naar de Tora. Ook al begrepen ze er niet veel van, toch was het heel belangrijk om erbij te zijn.

Er was eens een moeder die heel graag wilde dat haar zoon een grote talmied chagam zou worden. Toen hij nog heel klein was, ging ze met de baby naar alle sjoels in de stad en vroeg de Rabbijnen of ze wilden davvenen voor hem. Zijn wieg stond in de sjoel. Zo kon hij veel Tora-gesprekken horen. En zo groeide hij op tot een grote talmied chagam.

Hoe jong of hoe klein je ook bent, het is altijd belangrijk om in een goede omgeving te zijn. Wat je in je jeugd meemaakt, vergeet je niet snel.

Vraag aan jouFrage an dich

Stel je voor: je bent bij Hakheel en je bent nog heel klein. Je begrijpt geen enkel woord van wat de koning voorleest. Wat neem je tóch mee naar huis?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel deze Sjabbat aan tafel waar uw kind voor het eerst in sjoel was — het kan het zich zelf niet herinneren, maar u wel.

Duits

Der Tag, an dem alle kommen

Mosche sagte: „Ich bin hundertzwanzig Jahre alt. Ich kann euch nicht mehr führen. Und in das Land Israel darf ich auch nicht mit."

Dann rief er alle zusammen. Zu Jehoschua sagte er: „Du bist stark und mutig. Du wirst das Volk nach Israel führen. Haschem geht euch voran, und Haschem verlässt euch nicht. Hab bitte keine Angst."

Danach erzählte Mosche vom Hakhel. Hakhel heißt: alle zusammenrufen.

Immer am Ende von sieben Jahren, an Sukkot, wenn alle in der Sukka sitzen, sollten die Menschen im Bet haMikdasch zusammenkommen — im großen Haus für Haschem in Jeruschalajim. Dort oben auf einer Bühne las der König allen Menschen aus der Tora vor.

Alle sollten kommen: die Männer, die Frauen und die Kinder. Auch die Fremden, die in Israel wohnten. Alle sollten hören und lernen und die Worte der Tora tun. Wer noch gar nichts von der Tora wusste, wusste an diesem Tag alles. Und alle ehrten Haschem.

Der König war oben auf einer Bühne im Vorhof des Bet haMikdasch. Das war sehr eindrucksvoll. So viele Menschen standen da beieinander, dass jedem ganz feierlich zumute wurde. Die Männer kamen und die Frauen und die Kinder — um zuzuhören und um zu lernen.

↩ Erinnerst du dich an den Berg Sinai? Mosche führte das ganze Volk an den Fuß des Berges. Bei Hakhel standen sie wieder alle beieinander — nur diesmal im Bet haMikdasch.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Mosche am 7. Adar geboren wurde — und viele Jahre später am selben Tag, am 7. Adar, gestorben ist?
  • … dass an einem Hakhel-Tag durch ganz Jeruschalajim die Trompeten geblasen wurden? So wusste jeder in der Stadt: Heute ist es so weit.
  • … dass die Tora von Hand zu Hand weitergegeben wurde, bis sie beim König ankam? Einer gab sie dem Nächsten, und der wieder dem Nächsten. So ehrten ganz viele Menschen die Tora, noch bevor ein einziger Buchstabe gelesen war.

Woord van de week:Wort der Woche: Hakheel — Hakhel heißt: alle zusammenrufen. An diesem einen Tag wurden alle Menschen zusammen eine einzige große Gemeinde — und das blieben sie.

Wat het betekentWas es bedeutet

Aber warum kamen auch die ganz kleinen Kinder mit? Zum Lernen doch nicht. Die verstanden ja noch gar nichts.

Aber sie waren natürlich sehr beeindruckt von so vielen Menschen beieinander, die alle kamen, um der Tora zuzuhören. Auch wenn sie nicht viel davon verstanden — dabei zu sein war trotzdem sehr wichtig.

Es war einmal eine Mutter, die wünschte sich sehr, dass ihr Sohn ein großer Gelehrter wird. Als er noch ein Baby war, trug sie ihn in alle Schulen der Stadt und bat die Rabbiner, für ihn zu beten. Seine Wiege stand in der Schul. So konnte er viele Tora-Gespräche hören. Und wirklich: Er wurde ein großer Gelehrter.

Wie jung oder wie klein du auch bist: Es ist immer wichtig, an einem guten Ort zu sein. Was du in deiner Kindheit erlebst, vergisst du nicht so schnell.

Vraag aan jouFrage an dich

Stell dir vor, du bist bei Hakhel dabei und noch ganz klein. Du verstehst kein einziges Wort von dem, was der König vorliest. Was nimmst du trotzdem mit nach Hause?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie an diesem Schabbat am Tisch, wo Ihr Kind zum ersten Mal in der Schul war — es kann sich selbst nicht daran erinnern, aber Sie können es.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De trompet boven Jeroesjalajiem

Door heel Jeroesjalajiem werd er op de trompet geblazen.

Wie het hoorde, wist wat de dag betekende: Hakheel — iedereen bij elkaar roepen.

Vlak voordat Mosje stierf, gaf hij het volk nog één opdracht: Hakheel. Dit was een voorlezing uit de Tora door de melech, voor het hele volk. De Tora is voor ons ontzettend belangrijk.

Mosje had vlak voor Hakheel de macht overgedragen aan Jehosjoe'a. Het was niet toevallig dat de mitsva van Hakheel direct na de aanwijzing van de nieuwe leider komt. Mosje wilde Jehosjoe'a laten zien wat het werkelijke leiderschap was voor de Bnee Jisra'eel. Vergeet niet dat ze bijna in Erets Jisra'eel zouden binnentrekken.

Wat gebeurde er met Hakheel? Na zeven jaar, na afloop van het sjemita-jaar — het zevende jaar, waarin de akkers rusten —, tijdens Soekot, wanneer alle Bnee Jisra'eel naar Jeroesjalajiem gaan, moest de koning de Tora voorlezen voor het hele volk.

Iedereen moest bijeen komen in het Beet Hamikdasj: mannen, vrouwen en kinderen. Maar ook de vreemdeling. Iedereen moest luisteren naar de woorden van de Tora. De bedoeling was dat iedereen kavod en ontzag zou krijgen voor Hasjeem en de hele Tora zou doen. Ook de kleine kinderen die nog van niets weten, moesten het horen.

Het hele volk werd verzameld. Een groot houten podium werd neergezet in het midden van het Ezrat Nasjiem, het voorgedeelte van het Beet Hamikdasj. De koning zat op het podium, zodat iedereen zijn voorlezing kon horen, en alle mensen verzamelden zich om hem heen.

De Tora werd uit de Aron Hakodesj gehaald, de kast waarin hij staat. De ene man gaf hem door aan de andere man, en die weer aan de volgende. De koheen gadol kreeg hem uiteindelijk. De koheen gadol gaf het Sefer Tora door aan de koning. Zo werd de Tora door vele mensen geëerd, nog voordat er één letter gelezen was.

De koning ging staan en nam de Tora in ontvangst. Hij opende de Tora, keek erin en zei de voor-beracha, zoals dat ook gebeurt in sjoel. De koning las verschillende hoofdstukken voor, tot het einde van de Tora. Dan rolde hij het Sefer Tora op en zei hij een na-beracha.

Zo doen we het nog steeds, elke Sjabbat, in sjoel.

Waarom was het zo belangrijk om de Tora voor zoveel mensen voor te lezen? Omdat de Tora voor ons het allerbelangrijkste is. Iedereen zou vragen: waarom zijn we hier met zoveel mensen bij elkaar? En het antwoord dat ze dan kregen was, dat we samen kwamen om naar de Tora te luisteren.

De Tora is het belangrijkste voor het Joodse volk. Kevod haTora is ontzettend belangrijk. We moeten niet alleen Tora leren, maar ook eren. Daardoor gaan we nog meer Tora leren. Dat brengt nader tot de kennis van Hasjeem. Dat was ook de bedoeling van het voorlezen: opdat de Bnee Jisra'eel kavod en ontzag zullen krijgen voor Hasjeem.

↩ Weet je nog dat een sjoel een klein Miskan genoemd wordt? Wat de koning toen in het Beet Hamikdasj deed, doet elke Sjabbat iemand in jouw sjoel.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Mosje Rabbenoe op precies deze dag 120 jaar oud werd? Het was de laatste deraasja die hij voor het volk hield.
  • … we zelfs weten op welk moment van de dag Hakheel plaatsvond? De Rambam schrijft: aan het einde van de eerste dag Soekot, in het achtste jaar.

Woord van de week:Wort der Woche: Kevod haTora

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Weten jullie wanneer Hakheel plaatsvond? In het achtste jaar — dat is het eerste jaar na het sjemita-jaar. Ik heb even in de Rambam gekeken."

Ariella: „Maar was het misschien niet beter geweest om het sjemita-jaar te beginnen met een zo indrukwekkende bijeenkomst? De boeren mochten niet werken op het land. Ze moesten zich in het sjemita-jaar voornamelijk met Tora-leren bezighouden. Waarom zou je dan niet aan het begin van het sjemita-jaar Hakheel houden? Zo'n grote bijeenkomst zou de hele sfeer van het komende jaar bepalen."

Batsheva: „Ik heb ergens een keer een antwoord daarover gelezen. Juist omdat ze het hele sjemita-jaar niet mochten ploegen en werken op het veld, stonden ze natuurlijk aan het einde van het sjemita-jaar weer te popelen om aan het werk te gaan. Ze wilden naar hun eigen velden terug. Maar precies op dat moment, het begin van het achtste jaar, moest het volk naar het Beet Hamikdasj in Jeroesjalajiem. Daar moesten ze bijeenkomen om nog één keer te horen van de koning, hoe het allemaal moest. De Tora werd voorgelezen vanaf een groot podium om aan iedereen duidelijk te maken wat ze moesten doen in het nieuwe jaar, dat ze weer mochten werken."

Vraag aan jouFrage an dich

De koning las voor — niet de koheen gadol, die in het Beet Hamikdasj toch de eerste was. Vind jij dat dat goed zo was? En wat zou er anders zijn geweest als de koheen gadol had voorgelezen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind deze Sjabbat in sjoel meetellen door hoeveel handen het Sefer Tora gaat voordat het op de tafel ligt — en weer terug in de Aron Hakodesj.

Duits

Die Trompete über Jeruschalajim

Durch ganz Jeruschalajim wurde in die Trompeten geblasen.

Wer es hörte, wusste, was der Tag bedeutete: Hakhel — alle zusammenrufen.

Kurz bevor Mosche starb, hatte er dem Volk noch einen einzigen Auftrag gegeben: Hakhel. Der König sollte dem ganzen Volk aus der Tora vorlesen. Denn die Tora ist für uns ungeheuer wichtig.

Kurz zuvor hatte Mosche die Führung an Jehoschua übergeben. Dass die Mizwa von Hakhel unmittelbar auf die Ernennung des neuen Führers folgt, ist kein Zufall. Mosche wollte Jehoschua zeigen, was Führen bei den Bnej Jisrael wirklich heißt. Vergiss nicht: Sie standen kurz davor, in Erez Jisrael einzuziehen.

Was geschah nun bei Hakhel? Nach sieben Jahren, wenn das Schemita-Jahr vorbei war — das siebte Jahr, in dem die Felder ruhen —, an Sukkot, wenn alle Bnej Jisrael nach Jeruschalajim hinaufziehen: dann musste der König dem ganzen Volk aus der Tora vorlesen.

Alle mussten im Bet haMikdasch zusammenkommen: Männer, Frauen und Kinder. Aber auch der Fremde. Alle mussten die Worte der Tora hören. Alle sollten Ehrfurcht vor Haschem bekommen und die ganze Tora tun. Auch die kleinen Kinder, die noch von nichts wissen, mussten es hören.

Das ganze Volk wurde versammelt. Eine große hölzerne Bühne wurde mitten in den Vorhof des Bet haMikdasch gestellt, in den Ezrat Naschim. Der König saß darauf, damit jeder ihn hören konnte, und die Menschen stellten sich rings um ihn.

Dann wurde die Tora aus dem Aron haKodesch geholt, dem Schrein, in dem sie steht. Ein Mann reichte sie dem nächsten, und der wieder dem nächsten, bis sie zuletzt beim Kohen Gadol ankam. Der Kohen Gadol gab das Sefer Tora dem König. So wurde die Tora von vielen Menschen geehrt, bevor ein einziger Buchstabe gelesen war.

Der König stand auf und nahm sie entgegen. Er öffnete sie, sah hinein und sprach die Beracha davor — genau wie in der Schul. Er las mehrere Kapitel vor, bis zum Ende der Tora. Dann rollte er das Sefer Tora zusammen und sprach die Beracha danach.

So machen wir es heute noch, jeden Schabbat, in der Schul.

Warum aber war es so wichtig, die Tora vor so vielen Menschen vorzulesen? Weil die Tora für uns das Allerwichtigste ist. Jeder würde fragen: Warum sind wir hier mit so vielen Menschen beieinander? Und die Antwort, die er bekam, war: Wir sind zusammengekommen, um die Tora zu hören.

Die Tora ist das Wichtigste für das jüdische Volk. Kevod haTora — die Ehre der Tora — ist ungeheuer wichtig. Wir sollen die Tora nicht nur lernen, sondern sie auch ehren. Dadurch lernen wir noch mehr Tora. Und das bringt uns näher an das Wissen von Haschem. Genau das war auch der Sinn des Vorlesens: damit die Bnej Jisrael Kavod und Ehrfurcht vor Haschem bekommen.

↩ Erinnerst du dich, dass man eine Schul ein kleines Mischkan nennt? Was der König damals im Bet haMikdasch tat, tut jeden Schabbat einer in deiner Schul.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Mosche an genau diesem Tag hundertzwanzig Jahre alt wurde? Es war die letzte Rede, die er vor dem Volk gehalten hat.
  • … dass wir sogar wissen, wann genau am Tag Hakhel stattfand? Der Rambam schreibt: am Ausgang des ersten Sukkot-Tages, im achten Jahr.

Woord van de week:Wort der Woche: Kevod haTora — Kevod haTora heißt: die Ehre der Tora. Das ist kein Gefühl, sondern etwas, das man sieht — daran, wie eine Tora getragen, weitergegeben und wieder weggestellt wird. Bei Hakhel ging sie durch viele Hände, bevor überhaupt ein Wort gelesen wurde.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wisst ihr, wann Hakhel war? Im achten Jahr — das ist das erste Jahr nach dem Schemita-Jahr. Ich habe es beim Rambam nachgesehen."

Ariella: „Aber wäre es nicht besser gewesen, das Schemita-Jahr mit einer so eindrucksvollen Versammlung zu beginnen? Die Bauern durften auf dem Feld nicht arbeiten, sie sollten sich das ganze Jahr mit Tora-Lernen beschäftigen. Warum dann nicht Hakhel gleich am Anfang? So eine große Versammlung hätte die Stimmung für das ganze kommende Jahr bestimmt."

Batscheva: „Ich habe darauf einmal eine Antwort gelesen. Gerade weil sie das ganze Schemita-Jahr nicht pflügen und nicht auf dem Feld arbeiten durften, konnten sie es am Ende des Schemita-Jahres natürlich kaum erwarten, wieder anzufangen. Sie wollten zurück auf ihre eigenen Felder. Und genau in diesem Augenblick, am Anfang des achten Jahres, musste das Volk ins Bet haMikdasch nach Jeruschalajim. Dort mussten sie zusammenkommen, um noch ein einziges Mal vom König zu hören, wie es gehen soll. Die Tora wurde von einer großen Bühne herab vorgelesen, damit jedem klar wurde, was er zu tun hatte im neuen Jahr, in dem sie wieder arbeiten durften."

Vraag aan jouFrage an dich

Vorgelesen hat der König — nicht der Kohen Gadol, der im Bet haMikdasch doch der Erste war. Findest du, dass das richtig herum war? Und was hätte sich geändert, wenn der Kohen Gadol vorgelesen hätte?

Schabbat Schalom!

👪 Lassen Sie Ihr Kind an diesem Schabbat in der Schul mitzählen, durch wie viele Hände das Sefer Tora geht, bis es auf dem Tisch liegt — und wieder zurück in den Aron haKodesch.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Het laatste gebod

Het allerlaatste gebod van de Tora is een opdracht aan je eigen hand.

De Tora bestaat uit 613 geboden. Het laatste gebod, het 613e, was de mitsva om zelf een Sefer Tora te schrijven. Iedereen heeft de mitsva om zelf een Sefer Tora te schrijven. Ook een kehilla moet een Sefer Tora kopen. In sjoel moet worden voorgelezen uit de Tora. Maar eigenlijk moeten wij thuis ook zelf een Sefer Tora hebben. We moeten niet alleen een Sefer Tora zelf schrijven, maar ook in eigendom houden.

Wat is de reden van deze mitsva? Eén van de doelen van het hebben van een Sefer Tora is, dat je eruit leert. Wanneer je geen Sefer Tora hebt, kun je er niet uit leren. Daarom moet je een Sefer Tora hebben, om het leren gemakkelijk te maken.

Tegenwoordig leren we niet meer direct uit een Sefer Tora. Daarom is het tegenwoordig ook een mitsva om gedrukte boeken te kopen. Daar kun je uit leren. Maar het is toch nog steeds een mitsva om een eigen Sefer Tora te schrijven. Dat is niet eenvoudig. Je moet precies weten hoe je met een veer en inkt zo'n Sefer Tora maakt.

Toch is het vreemd dat niet iedereen al direct met zijn bar mitsva begint met het schrijven van een Sefer Tora.

Grote Rabbijnen zeggen dat je het Sefer Tora niet zelf hoeft te schrijven. Je kan dat ook aan een sofeer vragen, een schrijver. Die schrijft dan voor jou. Op die manier kun je de mitsva ook vervullen. Wanneer een Joodse gemeente een Sefer Tora heeft, is dat ook een beetje voor jou geschreven. Wanneer je dan voor de Tora wordt opgeroepen, is het alsof jij het Sefer Tora even in bezit hebt.

Wanneer je de beracha uitspreekt, til je de Tora een beetje op. Op dat moment ben jij, als het ware, even de enige eigenaar van het Sefer Tora.

Het is alsof de sofeer het Sefer Tora alleen voor jou heeft geschreven. Wanneer je dan meeleest uit de Tora, wanneer die voorgelezen wordt, vervul je ook het tweede deel van de pasoek, het vers: „En leer de Tora aan de Bnee Jisra'eel."

↩ Weet je nog dat een koning, zodra hij op de troon zit, één of twee Sifré Tora moet schrijven? Wat daar alleen voor de koning gold, geldt in deze parasja voor iedereen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … een sofeer met een veer schrijft — met een echte vogelveer? De inkt is een bijzondere inkt, er wordt geschreven op perkament, en dat perkament komt van een koosjer dier. Een sofeer schrijft het Sefer Tora niet voor zichzelf, maar voor de hele kehilla.
  • … er in een Sefer Tora 304 805 letters staan? Een sofeer doet er ongeveer een jaar over. Hij schrijft elke letter apart, en er mag er niet één ontbreken.
  • … de mitsva om een Sefer Tora te schrijven uit deze parasja geleerd wordt? Daar staat: „En schrijf nu dit lied voor jullie op." Er is eerst alleen sprake van één lied — uit die ene zin leren de grote Rabbijnen dat het om de hele Tora gaat, want een lied uit de Tora is niet te krijgen zonder de Tora zelf. Daarom staat het laatste van de 613 geboden juist hier, vlak voor het einde van de Tora.

Woord van de week:Wort der Woche: Sofeer

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariella: „Toen de Tora uit mijn sjoel geschreven werd, was ik nog niet eens geboren! Hoe kan het dan zijn dat de sofeer dat ook voor mij geschreven heeft? Dat heb ik wel eens een keer gevraagd aan een grote Rabbijn. Die antwoordde mij dat het Sefer Tora regelmatig gerepareerd wordt. Als er maar één letter mist of kapot is, dan is het hele Sefer Tora pasoel — ongeschikt. Maar zodra het weer gerepareerd wordt, is het alsof het weer opnieuw geschreven is. Dat geldt dus ook voor alle kindertjes die later geboren werden. Toen het Sefer Tora verbeterd werd, werd het dus ook voor mij geschreven."

Batsheva: „Maar je moet het Sefer Tora als eigendom van jezelf hebben. Hoe kan dat nou? Het Sefer Tora is toch van alle mensen van de sjoel? Maar het antwoord is duidelijk. Op het moment dat jij opgeroepen wordt voor de Tora, ben jij even de enige eigenaar van dat Sefer Tora. Op die manier kun je een klein beetje de mitsva vervullen van het schrijven van een Sefer Tora."

Elisha: „Eigenlijk hebben we met zijn allen afgesproken, dat iedereen die opgeroepen wordt voor de Tora even de eigenaar is van dat Sefer Tora. Op die manier is het Sefer Tora ook voor jou geschreven en heb je het ook even in eigendom. Je bent dus èn degene voor wie het Sefer Tora is geschreven, èn degene die het even in zijn bezit heeft."

Vraag aan jouFrage an dich

Elisha zegt dat wij met zijn allen hebben afgesproken dat wie opgeroepen wordt, dat ene ogenblik de eigenaar is. Kan zo'n afspraak tussen mensen werkelijk een gebod van de Tora vervullen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag in uw gemeente na wanneer het Sefer Tora van uw sjoel geschreven is en wie het het laatst hersteld heeft — neem uw kind mee, en weet niemand het meer, dan is ook dát een antwoord.

Duits

Das letzte Gebot

Das allerletzte Gebot der Tora ist ein Auftrag an deine eigene Hand.

Die Tora besteht aus sechshundertdreizehn Geboten. Das letzte, das sechshundertdreizehnte, war die Mizwa, selbst ein Sefer Tora zu schreiben. Jeder hat diese Mizwa. Auch eine Kehilla, eine Gemeinde, muss ein Sefer Tora kaufen. In der Schul muss aus der Tora vorgelesen werden. Aber eigentlich sollen wir auch zu Hause selbst ein Sefer Tora haben. Nicht nur schreiben: auch behalten.

Was ist der Grund dieser Mizwa? Eines der Ziele ist, dass du daraus lernst. Wer kein Sefer Tora hat, kann nicht daraus lernen. Darum sollst du eines haben — damit das Lernen leicht wird.

Heute lernen wir nicht mehr unmittelbar aus einem Sefer Tora. Deshalb ist es heute auch eine Mizwa, gedruckte Bücher zu kaufen. Daraus kannst du lernen. Aber es bleibt trotzdem eine Mizwa, ein eigenes Sefer Tora zu schreiben. Und das ist nicht einfach. Man muss genau wissen, wie man mit Feder und Tinte so ein Sefer Tora macht.

Trotzdem ist es merkwürdig, dass nicht jeder gleich mit seiner Bar Mizwa anfängt, ein Sefer Tora zu schreiben.

Große Rabbiner sagen: Du musst das Sefer Tora nicht selbst schreiben. Du kannst auch einen Sofer darum bitten, einen Schreiber. Der schreibt es dann für dich. Auf diese Weise kannst du die Mizwa ebenfalls erfüllen. Und wenn eine jüdische Gemeinde ein Sefer Tora hat, dann ist es auch ein wenig für dich geschrieben. Wenn du dann zur Tora aufgerufen wirst, ist es, als hättest du das Sefer Tora einen Augenblick lang in Besitz.

Wenn du die Beracha sprichst, hebst du die Tora ein wenig an. In diesem Augenblick bist du gleichsam der einzige Eigentümer des Sefer Tora.

Es ist, als hätte der Sofer das Sefer Tora nur für dich geschrieben. Und wenn du dann mitliest, während vorgelesen wird, erfüllst du auch den zweiten Teil des Pasuk, des Verses: „Und lehre die Bnej Jisrael die Tora."

↩ Erinnerst du dich, dass ein König, sobald er auf dem Thron sitzt, ein oder zwei Sifrej Tora schreiben muss? Was dort nur für den König galt, gilt in dieser Parascha für jeden Einzelnen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ein Sofer mit einer Feder schreibt — mit einer richtigen Vogelfeder? Die Tinte ist eine besondere Tinte, geschrieben wird auf Pergament, und das Pergament stammt von einem koscheren Tier. Ein Sofer schreibt das Sefer Tora nicht für sich selbst, sondern für die ganze Kehilla.
  • … dass in einem Sefer Tora 304 805 Buchstaben stehen? Ein Sofer braucht dafür ungefähr ein Jahr. Er schreibt jeden Buchstaben einzeln, und keiner darf fehlen.
  • … dass die Mizwa, ein Sefer Tora zu schreiben, aus dieser Parascha gelernt wird? Dort steht: „Und nun schreibt euch dieses Lied auf." Gemeint ist zunächst nur ein einziges Lied — aus diesem einen Satz lernen die großen Rabbiner, dass es um die ganze Tora geht, weil ein Lied aus ihr nicht ohne sie zu haben ist. Deshalb steht das letzte der 613 Gebote ausgerechnet hier, kurz vor dem Ende der Tora.

Woord van de week:Wort der Woche: Sofeer — Ein Sofer ist ein Schreiber. Er schreibt Sifrej Tora, Tefillin und Mesusot — immer mit der Hand, immer einen Buchstaben nach dem anderen. Sein Beruf besteht zu einem großen Teil daraus, nichts auszulassen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariella: „Als das Sefer Tora aus meiner Schul geschrieben wurde, war ich noch gar nicht geboren. Wie kann es dann auch für mich geschrieben sein? Das habe ich einmal einen großen Rabbiner gefragt. Er hat mir geantwortet, dass ein Sefer Tora regelmäßig ausgebessert wird. Wenn auch nur ein einziger Buchstabe fehlt oder beschädigt ist, ist das ganze Sefer Tora pasul — untauglich. Aber sobald es wieder ausgebessert ist, ist es, als wäre es neu geschrieben. Und das gilt dann auch für alle Kinder, die später geboren wurden. Als das Sefer Tora ausgebessert wurde, wurde es also auch für mich geschrieben."

Batscheva: „Aber du sollst das Sefer Tora doch als dein Eigentum haben. Wie soll das gehen? Das Sefer Tora gehört doch allen Menschen in der Schul. Die Antwort ist klar: In dem Augenblick, in dem du zur Tora aufgerufen wirst, bist du für kurze Zeit der einzige Eigentümer dieses Sefer Tora. Auf diese Weise kannst du ein kleines Stück der Mizwa erfüllen, ein Sefer Tora zu schreiben."

Elischa: „Eigentlich haben wir alle miteinander abgemacht, dass jeder, der zur Tora aufgerufen wird, für diesen Augenblick der Eigentümer dieses Sefer Tora ist. Auf diese Weise ist das Sefer Tora auch für dich geschrieben, und du hast es auch kurz in Besitz. Du bist also beides: der, für den das Sefer Tora geschrieben wurde, und der, der es gerade in seinem Besitz hat."

Vraag aan jouFrage an dich

Elischa sagt, wir hätten alle miteinander abgemacht, dass der Aufgerufene für diesen einen Augenblick der Eigentümer ist. Kann eine solche Abmachung zwischen Menschen wirklich ein Gebot der Tora erfüllen?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie in Ihrer Gemeinde nach, wann das Sefer Tora Ihrer Schul geschrieben wurde und wer es zuletzt ausgebessert hat — nehmen Sie Ihr Kind mit, und wenn es niemand mehr weiß, ist auch das eine Antwort.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
53 · Ha'azinoe Haasinu
ℹ️ Let op bij dit hoofdstukHinweis zu diesem Kapitel

Eigen voorstel — niet van Rav Evers. Als inspiratie bedoeld. Dit geldt voor beide talen: ook de Nederlandse tekst is niet zijn eigen woordkeus. Eigener Vorschlag — nicht von Rav Evers. Als Anregung gedacht. Das gilt für beide Sprachen: Auch der niederländische Text ist nicht sein eigener Wortlaut.

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Het lied dat iedereen hoort

Mosje ging voor het hele volk staan, en iedereen wachtte tot hij zou gaan spreken.

Maar Mosje sprak niet. Mosje begon te zingen.

En hij zong niet alleen voor de mensen. Hij zong naar boven en naar beneden:

„Luister, hemel! En jij, aarde, hoor de woorden van mijn mond!" (Devariem 32:1)

De hemel luisterde. De aarde luisterde. En alle mensen luisterden.

Mosje zong: mijn woorden moeten komen als regen op jong gras. En zachtjes als de dauw in de ochtend. (32:2)

Hij zong over Hasjeem: Hasjeem is de Rots. Wat Hij doet, is heel en recht. (32:4)

Hij zong hoe Hasjeem het volk gevonden heeft, ver weg in de woestijn, waar verder niemand was. Daar heeft Hasjeem het bewaard als Zijn eigen oogappel. (32:10)

En toen zong Mosje over de arend.

Een arend schrikt zijn nest op. Hij zweeft boven zijn jongen. Hij spreidt zijn vleugels uit, tilt ze op — en draagt ze bovenop zijn vleugels. (32:11)

Zo heeft Hasjeem jullie gedragen, zong Mosje.

Helemaal aan het eind zong hij nog één zin. Die was voor later bedoeld, voor kinderen die dit alles niet gezien hebben:

„Vraag het aan je vader, hij zal het je vertellen. Vraag het aan de ouderen, zij zullen het je zeggen." (32:7)

Het was het laatste lied dat Mosje voor het volk gezongen heeft.

↩ Weet je nog hoe iedereen daar stond — de ouden vooraan, de kinderen ertussen, en helemaal achteraan de mensen die Mosje bijna niet konden zien? Vandaag staan ze er weer. Maar vandaag spreekt Mosje niet. Vandaag zingt hij.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dit lied in de Sefer Tora — de Torarol waaruit we in sjoel voorlezen — heel anders geschreven wordt dan de rest? Niet regel voor regel, maar in twee kolommen naast elkaar, als stenen in een muur. Je herkent Ha'azinoe al van ver.
  • … Mosje dit lied gezongen heeft op zijn laatste dag? In de Tora staat er vlak daarna: „op precies deze dag" zei Hasjeem tegen Mosje dat hij de berg op moest gaan. (Devariem 32:48)
  • … Mosje niet alleen vooraan stond? Naast hem stond Jehosjoea — in dit vers staat hij nog onder zijn oude naam: Hosjea bin Noen. (Devariem 32:44)

Woord van de week:Wort der Woche: Haasinu

Wat het betekentWas es bedeutet

„Dat is toch gek", zei Jisjai. „De hemel kan helemaal niet luisteren. En de aarde ook niet."

„Misschien wil Mosje ze helemaal niets vragen", zei Sara. „Misschien moeten ze er alleen maar bij zijn."

„Waarvoor?"

„Zodat iemand het gehoord heeft", zei Sara. „Alle mensen die daar staan, gaan een keer weg. Maar de hemel blijft. De aarde blijft. Als jij later zegt: zo was het toen — dan waren die twee erbij."

Jisjai dacht na. „En daarom zingt hij? Zodat je het beter onthoudt?"

„Een lied vergeet je niet zo snel", zei Sara. „Een toespraak wel."

Vraag aan jouFrage an dich

Een arend draagt zijn jongen niet onder zich, maar bovenop zijn vleugels. Wat zie je voor je als Mosje dat zingt?

Sjabbat Sjalom!

👪 Zing vanavond een lied dat u zelf als kind geleerd hebt — en vertel uw kind erbij van wie u het hebt.

Duits

Das Lied, das alle hören

Mosche stellte sich vor das ganze Volk, und alle warteten darauf, dass er zu reden anfängt.

Aber Mosche redete nicht. Mosche fing an zu singen.

Und er sang nicht nur zu den Menschen. Er sang nach oben und nach unten:

„Horcht her, ihr Himmel! Und du, Erde, hör die Worte meines Mundes!" (Dewarim 32,1)

Der Himmel hörte zu. Die Erde hörte zu. Und alle Menschen hörten zu.

Mosche sang: Meine Worte sollen kommen wie Regen auf junges Gras. Und leise wie der Tau am Morgen. (32,2)

Er sang von Haschem: Haschem ist der Fels. Was er tut, ist ganz und gerade. (32,4)

Er sang davon, wie Haschem das Volk gefunden hat, weit draußen in der Wüste, wo sonst niemand war. Dort hat Haschem es behütet wie seinen eigenen Augapfel. (32,10)

Und dann sang Mosche vom Adler.

Ein Adler stört sein Nest auf. Er schwebt über seinen Jungen. Er breitet die Flügel aus, hebt sie auf — und trägt sie oben auf seinen Flügeln. (32,11)

So hat Haschem euch getragen, sang Mosche.

Ganz am Ende sang er noch einen Satz. Der war für später gemeint, für Kinder, die das alles nicht gesehen haben:

„Frag deinen Vater, er wird es dir erzählen. Frag die Alten, sie werden es dir sagen." (32,7)

Es war das letzte Lied, das Mosche dem Volk gesungen hat.

↩ Weißt du noch, wie alle dastanden — die Alten vorn, die Kinder dazwischen, und ganz hinten die, die Mosche fast nicht sehen konnten? Heute stehen sie wieder da. Aber heute redet Mosche nicht. Heute singt er.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass dieses Lied im Sefer Tora — der Torarolle, aus der wir in der Schul vorlesen — ganz anders geschrieben wird als der übrige Text? Nicht Zeile für Zeile, sondern in zwei Spalten nebeneinander, wie Steine in einer Mauer. Man erkennt Haasinu schon von Weitem.
  • … dass Mosche dieses Lied an seinem letzten Tag gesungen hat? In der Tora steht gleich danach: „An eben diesem Tag" sagte Haschem zu Mosche, er solle auf den Berg steigen. (Dewarim 32,48)
  • … dass Mosche nicht allein vorne stand? Neben ihm stand Jehoschua — in diesem Vers steht er noch unter seinem alten Namen: Hoschea bin Nun. (Dewarim 32,44)

Woord van de week:Wort der Woche: Haasinu — Haasinu heißt: Horcht her! Es ist das allererste Wort von Mosches Lied — und die ganze Parascha heißt danach.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Das ist doch komisch", sagte Jischai. „Der Himmel kann gar nicht zuhören. Und die Erde auch nicht."

„Vielleicht will Mosche sie ja gar nicht fragen", sagte Sara. „Vielleicht sollen sie nur dabei sein."

„Wozu?"

„Damit es jemand gehört hat", sagte Sara. „Alle Leute, die da stehen, gehen irgendwann weg. Aber der Himmel bleibt. Die Erde bleibt. Wenn du irgendwann sagst: So war das damals — dann waren die zwei dabei."

Jischai dachte nach. „Und darum singt er? Damit man es besser behält?"

„Ein Lied vergisst man nicht so schnell", sagte Sara. „Eine Rede schon."

Vraag aan jouFrage an dich

Ein Adler trägt seine Jungen nicht unter sich, sondern oben auf den Flügeln. Was siehst du vor dir, wenn Mosche das singt?

Schabbat Schalom!

👪 Singen Sie heute Abend ein Lied, das Sie selbst als Kind gelernt haben — und sagen Sie Ihrem Kind dazu, von wem Sie es haben.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De Rots en de arend

Het was de laatste dag van Mosje. Veertig jaar lang had hij het volk alles uitgelegd wat er uit te leggen viel. Op deze dag legde hij niets meer uit.

Op deze dag zong hij.

En de eerste zin zong hij niet voor de mensen die voor hem stonden:

„Luister, hemel, ik wil spreken! En de aarde hore de woorden van mijn mond!" (Devariem 32:1)

Daarna zong Mosje hoe zijn woorden moesten aankomen: als regen die op jong gras valt. En als dauw die in de nacht komt, zonder dat je hem hoort. (32:2)

De Rots

„De Rots", zong Mosje, „wat Hij doet, is heel. Al Zijn wegen zijn recht. Een G'd van trouw en zonder onrecht, rechtvaardig en recht is Hij." (32:4)

Rots — zo noemde Mosje Hasjeem. Geen Koning. Geen Vader. Rots.

En toen zong hij dat andere woord toch, en hij zong het als een vraag, midden in de menigte: „Is Hij niet je Vader? Hij heeft je gemaakt en neergezet." (32:6)

Maar hoe weet je dat, als je er zelf niet bij was? Ook dat staat in het lied: „Denk aan de dagen van vroeger. Vraag het aan je vader, hij zal het je vertellen. Vraag het aan de ouderen, zij zullen het je zeggen." (32:7)

De arend

Nu zong Mosje over toen.

Hasjeem vond het volk ver weg in de woestijn, in een leeg land waar de wind huilde. Hij legde Zich er rondom omheen. Hij gaf acht op het volk. Hij bewaarde het als Zijn eigen oogappel. (32:10)

En toen kwam het beeld:

Zoals een arend zijn nest opschrikt en boven zijn jongen zweeft, zo spreidde Hasjeem Zijn vleugels uit, tilde het volk op en droeg het bovenop Zijn vleugels. (32:11)

Wat nog helemaal niet gebeurd was

En toen zong Mosje iets vreemds. Hij zong over iets wat nog niemand gedaan had.

Hij zong: Jesjoeroen — zo noemde hij het volk, als een koosnaam — Jesjoeroen werd verzadigd en rond en sterk. En toen vergat het de Rots die het gemaakt had. (32:15)

Dat was geen vloek. Dat was een waarschuwing, en Mosje zong haar lang voordat er iets gebeurd was — zolang je nog kunt afbuigen.

Want het lied houdt hier niet op. Het gaat nog lang door, en het langste stuk daarvan staat niet in dit boek. Maar helemaal tegen het eind staat de zin waar alles op uitloopt:

„Hasjeem zal Zijn volk berechten — en met Zijn dienaren zal Hij rachamiem hebben." (32:36)

Toen trad Mosje naar voren en sprak alle woorden van dit lied hardop uit, ten aanhoren van het hele volk. (32:44)

↩ Weet je nog hoe Jiftach de koning van Ammon de geschiedenis moest rechtzetten, omdat die haar verdraaid vertelde? Precies daartegen beschermt een lied dat iedereen uit zijn hoofd kent.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … het hele lied maar 43 pesoekiem lang is? (Devariem 32:1–43) Het wordt in sjoel in één keer voorgelezen — en in veel gemeenten met een eigen melodie die er de rest van het jaar niet is.
  • … de Leviïem — de familie die in de Tempel voor de muziek zorgde — dit lied elke sjabbat in het Beet Hamikdasj zongen? Maar nooit helemaal: ze deelden het in zes stukken en zongen elke week een ander stuk. Na zes weken begonnen ze weer van voren af aan. (Rosj Hasjana 31a)
  • … Jesjoeroen, de koosnaam uit het lied, in de hele Tora maar drie keer voorkomt? Twee van die drie keer staan hier vlakbij. (Devariem 32:15 · 33:5 · 33:26)

Woord van de week:Wort der Woche: Schira

Wat het betekentWas es bedeutet

„Twee beelden voor hetzelfde", zei Avigajil. „Waarom is één niet genoeg?"

„Omdat ze niet hetzelfde zeggen", zei Jehoeda. „Een rots beweegt niet. Die is precies waar hij gisteren ook was. Maar een rots komt je ook niet halen."

„En de arend?"

„De arend doet niets anders dan bewegen. Hij komt je halen, hij draagt je, hij laat je niet vallen. Maar je weet nooit precies waar hij straks is."

Avigajil dacht na. „Dus je hebt ze allebei nodig. Eén die er altijd al is. En één die komt halen."

„Rasji zegt nog iets over die arend", zei Jehoeda. „Andere vogels dragen hun jongen onder zich, in hun klauwen. De arend neemt ze bovenop zijn rug."

„Waarom juist bovenop?", vroeg Avigajil.

„Omdat er van boven niets komt waar hij bang voor is", zei Jehoeda. „Alleen van onderen. En dan raakt het liever hem dan zijn jongen."

Avigajil zei een tijd niets. Toen: „Daarom zingt Mosje het. Zoiets kun je niet uitleggen. Je kunt het alleen laten zien."

Vraag aan jouFrage an dich

Mosje vergelijkt zijn woorden met regen en met dauw. Regen zie je aankomen en hoor je. Dauw komt 's nachts, zonder geluid, en 's ochtends is hij er gewoon. Waarom zou Mosje allebei zeggen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond aan tafel: wat vergeten wij het snelst als het net allemaal goed gaat?

Duits

Der Fels und der Adler

Es war Mosches letzter Tag. Vierzig Jahre lang hatte er dem Volk alles erklärt, was zu erklären war. An diesem Tag erklärte er nichts mehr.

An diesem Tag sang er.

Und den ersten Satz sang er nicht zu den Menschen, die vor ihm standen:

„Horcht her, ihr Himmel, ich will reden! Und die Erde höre die Worte meines Mundes!" (Dewarim 32,1)

Danach sang Mosche, wie seine Worte ankommen sollten: wie Regen, der auf junges Gras fällt. Und wie Tau, der in der Nacht kommt, ohne dass man ihn hört. (32,2)

Der Fels

„Der Fels", sang Mosche, „was er tut, ist ganz. Alle seine Wege sind Recht. Ein G'tt der Treue und ohne Unrecht, gerecht und gerade ist er." (32,4)

Fels — so nannte Mosche Haschem. Nicht König. Nicht Vater. Fels.

Und dann sang er das andere Wort doch, und er sang es als Frage mitten in die Menge hinein: „Ist er nicht dein Vater? Er hat dich gemacht und hingestellt." (32,6)

Aber woher weiß man das, wenn man selbst nicht dabei war? Auch das steht im Lied: „Denk an die Tage von früher. Frag deinen Vater, er wird es dir erzählen. Frag die Alten, sie werden es dir sagen." (32,7)

Der Adler

Jetzt sang Mosche von damals.

Haschem fand das Volk draußen in der Wüste, in einem leeren Land, in dem der Wind heulte. Er legte sich rundherum um das Volk. Er gab acht auf es. Er behütete es wie den eigenen Augapfel. (32,10)

Und dann kam das Bild:

Wie ein Adler sein Nest aufstört und über seinen Jungen schwebt, so breitete Haschem die Flügel aus, nahm das Volk auf und trug es oben auf seinen Flügeln. (32,11)

Was noch gar nicht geschehen war

Und dann sang Mosche etwas Seltsames. Er sang von etwas, das noch niemand getan hatte.

Er sang: Jeschurun — so nannte er das Volk, wie einen Kosenamen — Jeschurun wurde satt und rund und stark. Und da vergaß es den Fels, der es gemacht hatte. (32,15)

Das war kein Fluch. Das war eine Warnung, und Mosche sang sie, lange bevor etwas geschehen war — solange man noch abbiegen kann.

Denn das Lied hört hier nicht auf. Es geht noch lange weiter, und der längste Teil davon steht in diesem Buch nicht. Ganz gegen Ende aber steht der Satz, auf den alles zuläuft:

„Haschem wird sein Volk richten — und mit seinen Dienern wird er Erbarmen haben." (32,36)

Dann trat Mosche vor und sprach alle Worte dieses Liedes laut aus, vor den Ohren des ganzen Volkes. (32,44)

↩ Weißt du noch, wie Jiftach dem König von Ammon die Geschichte zurechtrücken musste, weil der sie verdreht erzählte? Genau davor schützt ein Lied, das jeder auswendig kann.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass das ganze Lied nur 43 Verse lang ist? (Dewarim 32,1–43) Es wird in der Schul in einem Zug vorgelesen — und in vielen Gemeinden mit einer eigenen Melodie, die es sonst das ganze Jahr nicht gibt.
  • … dass die Leviim — die Familie, die im Tempel für die Musik zuständig war — dieses Lied jeden Schabbat im Bejt Hamikdasch gesungen haben? Aber nie ganz: Sie teilten es in sechs Stücke und sangen jede Woche ein anderes. Nach sechs Wochen fingen sie wieder von vorn an. (Rosch Haschana 31a)
  • … dass Jeschurun, der Kosename aus dem Lied, in der ganzen Tora nur dreimal vorkommt? Zweimal davon sind hier ganz in der Nähe. (Dewarim 32,15 · 33,5 · 33,26)

Woord van de week:Wort der Woche: Schira — Schira heißt Lied. Die Tora hat nur wenige Schirot — und Haasinu ist die letzte, die Mosche gesungen hat.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Zwei Bilder für dasselbe", sagte Awigail. „Warum reicht eins nicht?"

„Weil sie nicht dasselbe sagen", sagte Jehuda. „Ein Fels bewegt sich nicht. Der ist genau da, wo er gestern war. Aber ein Fels holt dich auch nicht."

„Und der Adler?"

„Der Adler bewegt sich nur. Er holt dich, er trägt dich, er lässt dich nicht fallen. Aber du weißt nie genau, wo er als Nächstes ist."

Awigail überlegte. „Also braucht man beide. Einen, der immer schon da ist. Und einen, der kommt und holt."

„Raschi sagt noch etwas zu dem Adler", sagte Jehuda. „Andere Vögel tragen ihre Jungen unter sich, in den Klauen. Der Adler nimmt sie oben auf den Rücken."

„Warum ausgerechnet oben?", fragte Awigail.

„Weil von oben nichts kommt, wovor er Angst hat", sagte Jehuda. „Nur von unten. Und dann trifft es lieber ihn als die Jungen."

Awigail sagte lange nichts. Dann: „Deshalb singt Mosche das. Man kann so etwas nicht erklären. Man kann es nur zeigen."

Vraag aan jouFrage an dich

Mosche vergleicht seine Worte mit Regen und mit Tau. Regen sieht man kommen und hört ihn. Tau kommt nachts, ohne ein Geräusch, und am Morgen ist er einfach da. Warum sagt Mosche wohl beides?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend am Tisch: Was vergisst man bei uns am schnellsten, wenn gerade alles gut läuft?

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Een lied als getuige

Over honderd jaar zou niemand meer kunnen zeggen: ik was erbij. Zo is het geweest. Juist dat ontbrak — en Mosje had nog maar deze ene dag.

Veertig jaar lang had hij gesproken, uitgelegd, vermaand, gevraagd. Aan woorden ontbrak niets. Aan getuigen wel.

Daarom zong Mosje. Een lied heet in het Iwriet sjira — en dit hier is de laatste sjira van de Tora.

Twee getuigen die niet kunnen spreken

De eerste zin gaat niet naar de mensen:

„Luister, hemel, ik wil spreken. En de aarde hore de woorden van mijn mond." (Devariem 32:1)

Hemel en aarde waren er vóór dit volk. Ze zullen er ná dit volk nog zijn. Dat is de reden waarom Mosje juist die twee aanroept: een ed, een getuige, moet overblijven als alle anderen weg zijn.

Wat het lied beweert

Dan doet het lied een uitspraak, en het doet dat in een bepaalde volgorde.

Eerst de bewering: „De Rots — heel is Zijn werk, want al Zijn wegen zijn recht. Een G'd van trouw en zonder onrecht, rechtvaardig en recht is Hij." (32:4)

Dan, er middenin, een vraag aan het volk: „Is Hij niet je Vader, die je verworven heeft? Hij heeft je gemaakt en neergezet." (32:6)

En dan zegt het lied hoe je dat nagaat, als je er zelf niet bij was: „Denk aan de dagen van vroeger. Vraag het aan je vader, hij zal het je vertellen; vraag het aan je ouderen, zij zullen het je zeggen." (32:7)

Waarmee het dat staaft

Bewijzen levert Mosje niet. Hij levert twee beelden.

Het eerste: Hasjeem vond het volk in het woestijnland, in het huilen van de leegte. Hij legde Zich eromheen, Hij gaf acht, Hij bewaarde het als de oogappel. (32:10)

Het tweede: zoals een arend zijn nest opschrikt en boven zijn jongen zweeft, zijn vleugels uitspreidt, ze opneemt en ze op zijn wieken draagt. (32:11)

De tegenwerping staat in het lied zelf

En nu komt het deel dat dit lied van elke afscheidsrede onderscheidt. Mosje zingt de tegenwerping tegen zijn eigen bewering — en hij zingt haar voordat iemand haar gemaakt heeft:

„Jesjoeroen werd vet en sloeg achteruit … en hij liet de G'd varen die hem gemaakt heeft, en verachtte de Rots van zijn hulp." (32:15)

Als het een volk goed gaat, vergeet het. Dat is de uitspraak. En ze staat in het lied, lang voordat ze is uitgekomen. Daarna volgt het lange, harde deel van het lied, waarin staat wat daarvan komt. Dat deel staat niet in dit boek afgedrukt — maar het is er, en wie het lied openslaat, vindt het.

En hoe het afloopt

Het lied houdt daar niet op. Bijna aan het slot staat de zin waar alles op uitloopt:

„Want Hasjeem zal Zijn volk berechten — en over Zijn dienaren zal Hij Zich erbarmen." (32:36)

Berechten en erbarmen in dezelfde pasoek. Niet na elkaar, niet als beloning: in dezelfde zin.

Toen trad Mosje naar voren en sprak alle woorden van dit lied hardop uit, ten aanhoren van het hele volk. (32:44) En hij voegde eraan toe: „Richt jullie hart op al deze woorden. Want het is geen leeg woord voor jullie — het is jullie leven." (32:46–47)

↩ Weet je nog wat de Talmoed zegt: zoals de ziel zich achter het lichaam verbergt, zo verbergt Hasjeem Zich achter de wereld? Wie dat serieus neemt, begrijpt ook waarom Mosje hier in beelden zingt en niet in bewijzen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … juist uit dit lied een mitswa wordt afgeleid die iedere Jood persoonlijk aangaat? In de Tora staat: „En nu, schrijf voor jullie dit lied op." (Devariem 31:19) De Chagamiem — de wijzen die ons de Tora uitleggen — lezen daaruit dat ieder in zijn leven een Sefer Tora moet laten schrijven — de laatste van de 613 mitswot. (Sanhedrien 21b)
  • … Tsoer — de Rots — in de Tenach, de hele Joodse bijbel, telkens weer als aanduiding voor Hasjeem staat, niet alleen hier? We zeggen het elke ochtend bij het davvenen — zo heet bij ons het bidden — vlak na het Sjema, de zin die iedere Jood elke dag zegt: Tsoer Jisraeel — Rots van Israël.
  • … de haftara — het gedeelte uit de Newie'iem dat na de parasja wordt voorgedragen — bij Ha'azinoe zelf een lied is? Het is het lied dat David zong toen hij van zijn vijanden gered was. En het begint met hetzelfde beeld: „Hasjeem is mijn Rots." (Sjmoeëel II 22)

Woord van de week:Wort der Woche: Ed

Wat het betekentWas es bedeutet

„Een getuige is een mens", zei Channa. „Maar de Tora noemt het lied zélf een getuige. Hoe kan dat?"

„Misschien juist daarom", zei Eli. „Een mens gaat dood. Een lied niet — zolang iemand het kent."

„Er is wel een verschil", zei Benjamin. „Een getuige verklaart wat hij gezien heeft. Dit lied verklaart iets wat nog helemaal niet gebeurd is."

Channa dacht na. „Dan is het geen getuige. Dan is het een val. Mosje zingt van tevoren wat we fout zullen doen, en achteraf heet het: het stond toch in het lied."

„Andersom", zei Benjamin. „Een val zet je stiekem. Mosje zingt het iedereen hardop voor, en dan zegt hij: leer het uit je hoofd. Wie bij een val de gebruiksaanwijzing meelevert, heeft geen val gezet."

„Toch", zei Channa. „Wie de gebruiksaanwijzing meelevert, houdt er rekening mee dat iemand erin loopt. En als het toch gebeurt?"

„Dan staat in datzelfde lied de zin over het erbarmen al", zei Benjamin. „Dat is wat een lied kan en een aanklacht niet: het heeft het einde er al bij."

Vraag aan jouFrage an dich

Een mens als getuige kan vertellen wat hij gezien heeft — maar hij gaat dood. Hemel en aarde blijven — maar ze zeggen nooit een woord. Mosje kiest die twee die zwijgen. Was dat de betere keuze, als het lied duizend jaar mee moet — en wat gaat er dan verloren?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: welk lied kent bij ons in de gemeente werkelijk iedereen uit zijn hoofd — en wie heeft het u geleerd?

Duits

Ein Lied als Zeuge

In hundert Jahren würde niemand mehr sagen können: Ich war dabei. So ist es gewesen. Genau das fehlte — und Mosche hatte nur noch diesen einen Tag.

Vierzig Jahre lang hatte er geredet, erklärt, ermahnt, gebeten. An Worten fehlte nichts. An Zeugen schon.

Darum sang Mosche. Ein Lied heißt auf Iwrit Schira — und dieses hier ist die letzte Schira der Tora.

Zwei Zeugen, die nicht sprechen können

Der erste Satz geht nicht an die Menschen:

„Horcht her, ihr Himmel, ich will reden. Und die Erde höre die Worte meines Mundes." (Dewarim 32,1)

Himmel und Erde waren vor diesem Volk da. Sie werden nach ihm noch da sein. Das ist der Grund, warum Mosche ausgerechnet die beiden anruft: Ein Ed, ein Zeuge, muss übrig bleiben, wenn alle anderen weg sind.

Was das Lied behauptet

Dann macht das Lied eine Aussage, und es macht sie in einer bestimmten Reihenfolge.

Zuerst die Behauptung: „Der Fels — ganz ist sein Werk, denn alle seine Wege sind Recht. Ein G'tt der Treue und ohne Unrecht, gerecht und gerade ist er." (32,4)

Dann, mitten hinein, eine Frage an das Volk: „Ist er nicht dein Vater, der dich erworben hat? Er hat dich gemacht und hingestellt." (32,6)

Und dann sagt das Lied, wie man das nachprüft, wenn man nicht dabei war: „Denk an die Tage der Vorzeit. Frag deinen Vater, er wird es dir erzählen; frag deine Alten, sie werden es dir sagen." (32,7)

Womit es das belegt

Beweise bringt Mosche keine. Er bringt zwei Bilder.

Das erste: Haschem fand das Volk im Wüstenland, im Heulen der Öde. Er legte sich rundherum, er gab acht, er behütete es wie den Augapfel. (32,10)

Das zweite: wie ein Adler sein Nest aufstört und über seinen Jungen schwebt, die Flügel ausbreitet, sie aufnimmt und sie auf seinen Schwingen trägt. (32,11)

Der Einwand steht im Lied selbst

Und jetzt kommt der Teil, der dieses Lied von jeder Abschiedsrede unterscheidet. Mosche singt den Einwand gegen seine eigene Behauptung — und er singt ihn, bevor irgendjemand ihn erhoben hat:

„Jeschurun wurde fett und schlug aus … und er ließ den G'tt fahren, der ihn gemacht hat, und verachtete den Fels seiner Hilfe." (32,15)

Wenn es einem Volk gut geht, vergisst es. Das ist die Aussage. Und sie steht im Lied, lange bevor sie eingetreten ist. Danach folgt der lange, harte Teil des Liedes, in dem steht, was daraus wird. Er ist in diesem Buch nicht abgedruckt — aber er ist da, und wer das Lied aufschlägt, findet ihn.

Und wie es endet

Das Lied endet nicht dort. Fast am Schluss steht der Satz, auf den alles zuläuft:

„Denn Haschem wird sein Volk richten — und über seine Diener wird er sich erbarmen." (32,36)

Richten und Erbarmen im selben Vers. Nicht nacheinander, nicht als Belohnung: im selben Satz.

Dann trat Mosche vor und sprach alle Worte dieses Liedes laut aus, vor den Ohren des ganzen Volkes. (32,44) Und er fügte hinzu: „Richtet euer Herz auf alle diese Worte. Denn es ist kein leeres Wort für euch — es ist euer Leben." (32,46–47)

↩ Weißt du noch, was der Talmud sagt: So wie sich die Seele hinter dem Körper verbirgt, so verbirgt sich Haschem hinter der Welt? Wer das ernst nimmt, versteht auch, warum Mosche hier in Bildern singt statt in Beweisen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass ausgerechnet aus diesem Lied eine Mizwa hergeleitet wird, die jeden einzelnen Juden betrifft? In der Tora steht: „Und nun schreibt euch dieses Lied auf." (Dewarim 31,19) Die Chachamim — die Weisen, die uns die Tora erklären — lesen daraus, dass jeder in seinem Leben einen Sefer Tora schreiben lassen soll — die letzte der 613 Mizwot. (Sanhedrin 21b)
  • … dass Zur — der Fels — im Tanach, in der ganzen jüdischen Bibel, immer wieder als Bezeichnung für Haschem steht, nicht nur hier? Wir sagen es jeden Morgen beim Davvenen — so heißt bei uns das Beten — gleich nach dem Schma, dem Satz, den jeder Jude jeden Tag spricht: Zur Jisrael — Fels Israels.
  • … dass die Haftara — der Abschnitt aus den Newiim, der nach der Paraschalesung vorgetragen wird — zu Haasinu selbst ein Lied ist? Es ist das Lied, das David sang, als er vor seinen Feinden gerettet worden war. Und es fängt mit demselben Bild an: „Haschem ist mein Fels." (Schmuel II 22)

Woord van de week:Wort der Woche: Ed — Ed heißt Zeuge. Im jüdischen Recht sagt ein Zeuge nicht, was er meint, sondern nur, was er selbst gesehen und gehört hat — deshalb ruft Mosche zwei an, die immer da waren.

Wat het betekentWas es bedeutet

„Ein Zeuge ist ein Mensch", sagte Channa. „Aber die Tora nennt das Lied selbst einen Zeugen. Wie soll das gehen?"

„Vielleicht genau deswegen", sagte Eli. „Ein Mensch stirbt. Ein Lied nicht — solange es jemand kann."

„Es gibt aber einen Unterschied", sagte Benjamin. „Ein Zeuge sagt aus, was er gesehen hat. Dieses Lied sagt aus über etwas, das noch gar nicht passiert ist."

Channa dachte nach. „Dann ist es kein Zeuge. Dann ist es eine Falle. Mosche singt vorher, was wir falsch machen werden, und hinterher heißt es: Steht ja im Lied."

„Andersherum", sagte Benjamin. „Eine Falle stellt man heimlich. Mosche singt es allen laut vor, und dann sagt er: Lernt es auswendig. Wer einer Falle die Anleitung mitgibt, hat keine Falle gestellt."

„Trotzdem", sagte Channa. „Wer die Anleitung mitgibt, rechnet damit, dass jemand hineingeht. Und wenn es doch passiert?"

„Dann steht im selben Lied schon der Satz mit dem Erbarmen", sagte Benjamin. „Das ist es, was ein Lied kann und eine Anklage nicht: Es hat das Ende schon dabei."

Vraag aan jouFrage an dich

Ein Mensch als Zeuge kann erzählen, was er gesehen hat — aber er stirbt. Himmel und Erde bleiben — aber sie sagen nie ein Wort. Mosche wählt die beiden Stummen. War das die bessere Wahl, wenn das Lied tausend Jahre halten soll — und was geht dabei verloren?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Welches Lied kennt bei uns in der Gemeinde wirklich jeder auswendig — und wer hat es Ihnen beigebracht?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
54 · Wezot Haberacha Wesot Haberacha

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

Nooit meer een profeet als Mosje

Helemaal aan het einde van de Tora staat een pasoek over Mosje. Hij klinkt als een afscheid en als een compliment tegelijk:

„En er stond niet nogmaals een profeet onder Israël op als Mosje, die G'd gekend heeft van aangezicht tot aangezicht."

Van aangezicht tot aangezicht — wat betekent dat? De verklaarders vragen zich af wat het verschil was tussen de profetie van Mosje en de profetieën van alle andere profeten.

Rabbi Chasdai Crescas zegt dat een normale profetie in de natuur besloten zit. Maar je moet dan wel wachten tot HaSjeem met jou spreekt.

Mosjé's profetie was echter bovennatuurlijk, zonder enige voorbereiding. Mosje kon als het ware direct met HaSjeem praten.

Maar lees die zin nog eens goed: „En er stond geen profeet onder Israël op als Mosje." Onder Israël. Betekent dit dan dat er onder de andere volkeren wel een profeet was als Mosje?

Bil'am had ook een bovennatuurlijke profetie. Maar zijn profetie was een speciale opdracht van G'd, opdat de volkeren niet zouden zeggen: „Hadden wij ook een profeet als Mosje gehad, dan hadden wij ook de Tora geaccepteerd."

Rabbi Jitschak Abarbanel is zelfs van mening dat Bil'am helemaal niets met profetie van doen had. Hij was een pure waarzegger en magiër. Alleen voor de gelegenheid werd hem de mogelijkheid gegeven om met G'd te spreken. Maar ook zijn ezelin kon spreken.

Onder Israël waren profeten, onder de heidenen slechts waarzeggers en tovenaars.

Tegen andere profeten werd zijdelings gesproken, maar tegen Mosje werd van aangezicht tot aangezicht gesproken; hij werd dus als het ware direct toegesproken.

Dit bleek bij de Openbaring op de berg Sinaï. De rest van het volk hoorde slechts de eerste twee van de Tien Geboden. Mosje Rabbenoe hoorde alle. En het Joodse volk hoorde het G'ddelijke geluid slechts één keer, terwijl Mosje dit constant hoorde.

Mosje wordt verder bejubeld om de tekenen en de wonderen die hij verrichtte. Mosje Rabbenoe was in staat openbare wonderen voor heel Israël te verrichten, terwijl andere profeten slechts wonderen konden doen voor individuen.

Ook de lengte van de wonderen van Mosje Rabbenoe was uitzonderlijk. Het Manna daalde veertig jaar neer in de woestijn. Ook de wonderen van het water uit de bron en de beschermende wolken en de vuurzuil duurden zeer lang. Jaar in, jaar uit.

En iets als Matan Tora, de wetgeving op de berg Sinaï, is nooit eerder en nooit later gepresteerd.

↩ Weet je nog, Bil'am? De man die het Joodse volk moest vervloeken — en een zegen uitsprak. ‚Een profeet, maar niet een van ons', stond er toen. Over hem gaat het hier.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Wezot haberacha betekent: „en dit is de zegening"? Met die woorden begint de parsja.
  • … andere profeten hun wonderen door middel van hun gebeden (dawwenen) bewerkstelligden? Bij Mosje Rabbenoe gebeurde het puur op uitspraak van G'd.
  • … Mosje in de Tora vaak Mosje Rabbenoe heet? Dat betekent: Mosje, onze leraar.
  • … wij deze parsja op Simchat Tora lezen — op de laatste van de grote feestdagen in de herfst?

Woord van de week:Wort der Woche: Nawi — Een navie is een profeet: een mens tegen wie Hasjeem spreekt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Chaim: „Jammer. Nu is de Tora uit."

Eli: „Uit? Kom op Simchat Tora eens mee naar sjoel. Dan lezen wij juist dit laatste stuk. En daarna rollen wij de Tora helemaal terug naar voren en lezen meteen weer de allereerste zin."

Chaim: „Op dezelfde dag?"

Eli: „Op dezelfde dag. Daarom danst iedereen met de Tora, de hele sjoel door."

Chaim: „Dan is het einde helemaal geen einde. Het is de plek waar je omdraait."

Vraag aan jouFrage an dich

Weet je nog hoe het allereerste verhaal in dit boek begint? Ken jij nog iets anders dat steeds weer van voren af aan begint?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind bij het volgende sjoelbezoek de kast zien waar de Tora-rollen staan, en laat het tellen hoeveel er zijn.

Duits

Nie wieder einer wie Mosche

Ganz am Ende der Tora steht ein Satz über Mosche. Er klingt wie ein Abschied und wie ein Lob zugleich:

„Nie wieder stand in Jisrael ein Prophet auf wie Mosche, der Haschem von Angesicht zu Angesicht kannte."

Von Angesicht zu Angesicht — was heißt das? Und was war anders an Mosche als an allen anderen Propheten?

Die Chachamim, die Weisen, erklären es so: Ein Prophet kann Haschem hören. Aber nicht, wann er will. Er muss warten, bis Haschem zu ihm spricht.

Mosche musste nicht warten. Mosche konnte einfach reden — sofort, ohne sich vorzubereiten. So wie man mit jemandem redet, der vor einem steht.

Aber jetzt lies den Satz noch einmal genau: „Nie wieder stand in Jisrael ein Prophet auf wie Mosche." In Jisrael. Heißt das etwa, bei den anderen Völkern gab es einen?

Bilam konnte auch mit Haschem sprechen. Aber das war ein besonderer Auftrag. Sonst hätten die anderen Völker später sagen können: „Uns hat nur ein Prophet wie Mosche gefehlt. Sonst hätten wir die Tora auch angenommen."

Manche Chachamim sagen sogar: Bilam war überhaupt kein Prophet. Er war ein Wahrsager und ein Zauberer. Ein einziges Mal durfte er mit Haschem sprechen. Aber ein einziges Mal konnte auch seine Eselin sprechen.

Bei uns gab es Propheten. Bei den anderen Völkern gab es Wahrsager.

Zu den anderen Propheten sprach Haschem von der Seite. Zu Mosche sprach Er geradeaus.

Am Har Sinai konnte man das sehen. Das ganze Volk stand am Berg und hörte die Stimme — aber nur die ersten zwei von den Zehn Geboten. Mosche hörte alle zehn. Und das Volk hörte die Stimme ein einziges Mal. Mosche hörte sie immer weiter.

Mosche hat auch Wunder getan. Andere Propheten haben Wunder für einzelne Menschen getan. Mosches Wunder waren für alle: Das ganze Volk konnte zusehen.

Und sie hörten nicht wieder auf. Vierzig Jahre lang fiel das Manna in der Wüste — das Brot, das jeden Morgen vom Himmel kam. Der Brunnen gab Wasser. Am Tag beschützten die Wolken das Volk, und in der Nacht ging eine Säule aus Feuer voran. Jahr für Jahr.

Und das Größte von allem: die Tora am Har Sinai. So etwas hat es davor nie gegeben und danach nie wieder.

↩ Erinnerst du dich an Bilam? Den Mann, der das jüdische Volk verfluchen sollte — und einen Segen sprach. ‚Ein Prophet, aber keiner von uns', hieß es damals. Genau von ihm ist hier die Rede.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Wesot Haberacha heißt: „Und dies ist der Segen"? Mit diesen Wörtern fängt die Parascha an.
  • … dass andere Propheten erst beten mussten, damit ein Wunder geschah? Bei Mosche genügte ein einziges Wort von Haschem.
  • … dass Mosche in der Tora oft Mosche Rabbenu heißt? Das bedeutet: Mosche, unser Lehrer.
  • … dass wir diese Parascha an Simchat Tora lesen — am letzten der großen Feiertage im Herbst?

Woord van de week:Wort der Woche: Nawi — Ein Nawi ist ein Prophet: ein Mensch, zu dem Haschem spricht.

Wat het betekentWas es bedeutet

Chaim: „Schade. Jetzt ist die Tora zu Ende."

Eli: „Zu Ende? Komm an Simchat Tora mit in die Schul. Da lesen wir genau dieses letzte Stück. Und danach rollen wir die Tora ganz nach vorn zurück und lesen sofort wieder den allerersten Satz."

Chaim: „Am selben Tag?"

Eli: „Am selben Tag. Darum tanzen alle mit der Tora, die ganze Schul lang."

Chaim: „Dann ist das Ende ja gar kein Ende. Es ist die Stelle, an der man umdreht."

Vraag aan jouFrage an dich

Weißt du noch, wie die allererste Geschichte in diesem Buch anfängt? Kennst du sonst noch etwas, das immer wieder von vorne beginnt?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie Ihrem Kind beim nächsten Schul-Besuch den Schrank, in dem die Tora-Rollen stehen, und lassen Sie es zählen, wie viele es sind.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De laatste acht pesoekiem

Kan iemand opschrijven dat hij zelf gestorven is?

Aan het einde van de sidra — de Tora-afdeling Wezot haBeracha — wordt de dood van Mosje beschreven: „Toen stierf daar Mosje, de dienaar van G'd, in het land Mo'av, op bevel van G'd." Daarna komen nog een paar pesoekiem, en dan is de Tora uit.

Maar de Tora heeft Mosje geschreven. Hoe kan er dan in zijn eigen boek staan dat hij gestorven is?

In het Talmoedtractaat Bawa Batra wordt een meningsverschil tussen de geleerden van de Misjna beschreven over de vraag wie deze laatste acht verzen uit de Tora geschreven heeft.

Rabbi Jehoeda vraagt zich af of het mogelijk was dat Mosje gestorven was en toch de woorden „En Mosje stierf daar" schreef. Zijn antwoord is dat Mosje de hele Tora behalve de acht laatste pesoekiem heeft geschreven. Vanaf daar schreef Jehosjoe'a verder.

Rabbi Sjimon is echter van mening dat Mosje de hele Tora heeft afgeschreven, dat G'd de laatste acht verzen dicteerde en Mosje ze „bedima' — onder tranen — heeft opgeschreven.

Ibn Ezra en Rabbenoe Mejoechas menen, dat Jehosjoe'a de laatste twaalf verzen heeft opgeschreven, vanaf het begin van Dewariem hoofdstuk 34. Daar staat dat Mosje de berg Nevo opklom, waarna hij niet meer is afgedaald.

Boven op de berg moest Mosje het hele land aanschouwen. Volgens Rabbi Jitschak Abarbanel was het onmogelijk om op natuurlijke wijze het hele land te zien. Abarbanel legt uit, dat óf de zintuigen van Mosje Rabbenoe veel gevoeliger waren dan die van ons, óf dat Hasjeem zijn gezichtsvermogen versterkte. Abarbanel stelt nog, dat Mosje Rabbenoe niet een fysieke, natuurlijke dood stierf maar juist door zijn hechting aan G'd is overleden.

En dan staat er nog een pasoek: „En niemand kent zijn graf tot op deze dag."

Waarom niet?

De commentator Chizkoeni meent, dat niemand zijn begraafplaats mocht weten, opdat later mensen geen onenigheid zouden krijgen over de vraag wie in zijn buurt begraven zou mogen worden.

Ralbag geeft een andere reden: opdat men hem niet tot een afgod zou maken, zoals bij sommige andere geloven gebeurd is.

En wie heeft Mosje begraven? „En hij begroef hem in het dal in het land Mo'av." Naar de eenvoudige zin betekent de pasoek, dat G'd Mosje begraven heeft. Maar Rabbi Jisjmaël is van mening dat Mosje zichzelf begraven heeft. Volgens Rabbi Owadja Sforno heeft de afscheidende ziel van Mosje het lichaam begraven.

En sommige geleerden uit de Talmoed, in tractaat Sota, verklaren zelfs, dat Mosje Rabbenoe niet gestorven is maar dat hij naar de Hemel gevaren is.

↩ Weet je nog, helemaal aan het begin? Adam zag toen dat hij en al zijn kinderen eens zouden sterven. Op Simchat Tora lezen wij Mosjes laatste pesoekiem — en rollen wij de Tora meteen terug tot precies daar.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Rabbi Chasdai Crescas zegt dat iedereen profeet kan worden als hij of zij maar echt wil? Je moet dan wel wachten tot HaSjeem met jou spreekt.
  • … de profeet Elijahoe helemaal niet gestorven is zoals andere mensen? Hij toog in een storm hemelwaarts. Juist daarom vragen de verklaarders bij Mosje zo precies na hoe het bij hem was.
  • … Maimonides een boek geschreven heeft dat Moré Newoechiem heet — de Gids der Verdwaalden? Daarin legt hij uit wat „van aangezicht tot aangezicht" betekent: HaSjeem sprak rechtstreeks tot Mosje.
  • … de Tora verdeeld is in vierenvijftig parsjot — en dat Wezot haberacha de vierenvijftigste en laatste is?

Woord van de week:Wort der Woche: Pasuk — Een pasoek is een zin in de Tora. Meerdere heten pesoekiem. Daardoor kun je precies zeggen waar iets staat — tot op de zin nauwkeurig.

Wat het betekentWas es bedeutet

Acht pesoekiem, twee meningen — en geen van beide wordt geschrapt. Wat denk jij: schrijft iemand zijn eigen laatste zin? Of gaat een ander verder?

Ariella: „Rabbi Sjimon vind ik zwaar. Mosje schrijft zijn eigen laatste zin. Onder tranen. Maar hij schrijft hem."

Elisja: „En bij Rabbi Jehoeda schrijft Jehosjoe'a verder. Dat vind ik bijna nog mooier. Mosje houdt op — de Tora houdt niet op."

Ariella: „Misschien is het daarom goed dat allebei de meningen blijven staan. De ene zegt: hij heeft het zelf afgemaakt. De andere zegt: een ander is verdergegaan. Je kunt ze allebei gebruiken."

Elisja: „En helemaal aan het eind staat er nog dat sommigen zeggen dat hij helemaal niet gestorven is. Ik weet niet wat ik daarvan moet denken. Maar één ding snap ik wel: niemand weet waar zijn graf is. Je kunt er niet naartoe gaan en blijven staan. Je kunt alleen verder lezen. En dat is precies wat wij doen: op Simchat Tora lezen wij zijn laatste zin — en draaien wij de rol nog diezelfde dag terug naar de eerste."

Vraag aan jouFrage an dich

Wat is er in jouw familie door iemand begonnen — en door iemand anders voortgezet?

Sjabbat Sjalom!

👪 Blijf op Simchat Tora met uw kind staan tot de rol na de laatste zin helemaal is teruggedraaid, en laat het zien wie hem draait.

Duits

Die letzten acht Sätze

Kann jemand aufschreiben, dass er selbst gestorben ist?

Ganz am Ende der Tora steht: „Da starb dort Mosche, der Diener Haschems, im Land Moaw, auf Befehl Haschems." Danach kommen noch ein paar Sätze — und dann ist die Tora zu Ende.

Aber die Tora hat Mosche geschrieben. Alle fünf Bücher, mit eigener Hand. Wie kann dann in seinem eigenen Buch stehen, dass er gestorben ist?

Im Talmud, im Traktat Bava Batra, streiten die Weisen der Mischna genau darüber.

Rabbi Jehuda fragt: Wie soll Mosche gestorben sein und trotzdem die Worte „Und Mosche starb dort" geschrieben haben? Seine Antwort: Mosche hat die ganze Tora geschrieben — außer den letzten acht Pesukim, den letzten acht Sätzen. Von dort an schrieb Jehoschua weiter.

Rabbi Schimon ist anderer Meinung: Mosche hat alles geschrieben, auch die letzten acht Sätze. Haschem hat sie ihm gesagt, und Mosche hat sie aufgeschrieben — bedima, unter Tränen.

Ibn Ezra und Rabbenu Mejuchas meinen sogar, Jehoschua habe die letzten zwölf Sätze geschrieben. Sie fangen dort an, wo Mosche auf den Har Newo hinaufsteigt und nicht wieder herunterkommt.

Oben auf dem Berg sollte Mosche das ganze Land sehen. Das ganze Land von einer Stelle aus? Das kann kein Mensch, sagt Abarbanel. Entweder waren Mosches Sinne viel feiner als unsere. Oder Haschem hat seine Augen stark gemacht. Und noch etwas sagt Abarbanel: Mosche starb nicht so, wie Menschen sonst sterben. Er hing so an Haschem, dass er daran hinüberging.

Und dann steht da noch ein Satz: „Und niemand kennt sein Grab bis auf den heutigen Tag."

Warum nicht?

Chiskuni sagt: Sonst gäbe es später Streit. Jeder wollte in seiner Nähe begraben werden.

Ralbag sagt: Sonst würden Menschen ihn selbst zu einem Götzen machen. Bei manchen anderen Glaubensrichtungen ist genau das geschehen.

Und wer hat Mosche begraben? „Und Er begrub ihn im Tal, im Land Moaw." Nach dem einfachen Sinn heißt das: Haschem selbst. Rabbi Jischmael meint, Mosche habe sich selbst begraben. Nach Sforno hat seine Seele es getan, als sie ihn verließ.

Und manche Chachamim im Talmud, im Traktat Sota, sagen sogar: Mosche ist gar nicht gestorben. Er ist hinaufgegangen, zum Himmel.

↩ Weißt du noch, ganz am Anfang? Adam sah damals: Er und alle seine Kinder würden eines Tages sterben. An Simchat Tora lesen wir Mosches letzte Sätze — und rollen die Tora sofort zurück bis genau dorthin.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Rabbi Chasdai Crescas sagt, jeder Mensch könne ein Prophet werden, wenn er es nur wirklich will? Warten muss er trotzdem — bis Haschem zu ihm spricht.
  • … dass Elijahu hanawi, der Prophet Elija, gar nicht gestorben ist wie andere Menschen? Er fuhr in einem Sturm zum Himmel hinauf. Genau darum fragen die Erklärer bei Mosche so genau nach, wie es bei ihm war.
  • … dass der Rambam ein Buch geschrieben hat, das „Moré Newuchim" heißt — „Führer der Verirrten"? Dort erklärt er, was „von Angesicht zu Angesicht" bedeutet: Haschem sprach zu Mosche ohne Umweg.
  • … dass die Tora in vierundfünfzig Paraschijot eingeteilt ist — und dass Wesot Haberacha die vierundfünfzigste und letzte ist?

Woord van de week:Wort der Woche: Pasuk — Ein Pasuk ist ein Satz in der Tora. Mehrere heißen Pesukim. Darum kann man genau sagen, wo etwas steht — bis auf den Satz.

Wat het betekentWas es bedeutet

Acht Sätze, zwei Meinungen — und keine von beiden wird gestrichen. Was meinst du: Schreibt einer seinen eigenen letzten Satz? Oder macht ein anderer weiter?

Ariella: „Rabbi Schimon finde ich schwer auszuhalten. Mosche schreibt seinen eigenen letzten Satz. Unter Tränen. Aber er schreibt ihn."

Elischa: „Und bei Rabbi Jehuda schreibt Jehoschua weiter. Das finde ich fast noch schöner. Mosche hört auf — die Tora hört nicht auf."

Ariella: „Vielleicht ist es deshalb gut, dass beide Meinungen stehen bleiben. Die eine sagt: Er hat es selbst zu Ende gebracht. Die andere sagt: Ein anderer hat weitergemacht. Beides kann man brauchen."

Elischa: „Und dann steht am Schluss noch, manche sagen, er sei gar nicht gestorben. Ich weiß nicht, was ich davon halten soll. Aber eins verstehe ich: Niemand weiß, wo sein Grab ist. Man kann nicht hingehen und dort stehen bleiben. Man kann nur weiterlesen. Und genau das tun wir: An Simchat Tora lesen wir seinen letzten Satz — und drehen die Rolle noch am selben Tag zurück zum ersten."

Vraag aan jouFrage an dich

Was hat in deiner Familie jemand angefangen — und jemand anderes weitergemacht?

Schabbat Schalom!

👪 Bleiben Sie an Simchat Tora mit Ihrem Kind stehen, bis die Rolle nach dem letzten Satz ganz zurückgedreht ist, und lassen Sie es zusehen, wer sie dreht.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 29.08.

Nederlands

De tweede Stenen Tafelen

Het vijfde Tora-boek eindigt met een compliment aan Mosje. En dat compliment geldt uitgerekend de dag waarop hij de Stenen Tafelen kapot gooide.

Rasjie legt uit, dat het hier gaat om Mosjé's besluit — veertig jaar eerder — om de Stenen Tafelen voor de ogen van heel Israël te verbrijzelen na het debacle van het gouden kalf. G'd was het eens met deze daad van Zijn profeet en bedankte hem zelfs voor de vernietiging van het Allerheiligste, dat het joodse volk ooit bezat.

En dat is vreemd. Mosjé verdedigde met deze dramatische daad de eer van de Tora en benadrukte hiermee hoe onwaardig het volk op dat moment was. Maar is het wel juist om de Tora zo te eindigen? De parsja heet Wezot haberacha, hetgeen betekent: „en dit is de zegening". Zij begint met de woorden waarin de joden geprezen worden voor hun bereidheid de Tora te accepteren. En zij eindigt met hun falen.

Toch kunnen we het compliment ook in een totaal verschillend licht begrijpen. Het verbrijzelen van de Stenen Tafelen was in feite eervol voor het volk.

Opvallend is verder, dat G'd Mosjé niet direct feliciteerde met het verbrijzelen van de Stenen Tafelen maar hiermee veertig jaar wachtte. Eerder had G'd hem opgedragen om nieuwe Stenen Tafelen te maken, die leken op de eerste. Waarschijnlijk werd de betekenis van Mosjé's daad pas aan het eind van zijn leven duidelijk.

De Talmoed, in tractaat Awoda Zara, stelt dat de joden het gouden kalf alleen maar maakten om een voorbeeld te stellen voor inkeer en tesjoewa. G'd liet het gouden kalf toe omdat dit een hoger doel diende. Door inkeer zou het volk een hoger niveau van spiritualiteit bereiken dan dat zij voor de zonde konden halen.

Het verbrijzelen van de Stenen Tafelen maakte de weg vrij voor de tweede Stenen Tafelen, die op een hoger niveau stonden dan de eerste omdat zij symbool stonden voor de kracht van tesjoewa.

Toen hij de Stenen Tafelen kapotsloeg, wilde Mosje een verlangen opwekken bij de zondaars om terug te keren tot G'd. Hij leek op een vader die zijn zoon uit huis zet om een gevoel van heimwee op te wekken. Daarom verbrijzelde Mosjé de Stenen Tafelen ook voor de ogen van heel Israël.

Pas na het maken van de tweede Stenen Tafelen heeft G'd Mosjé gefeliciteerd. En pas aan het einde van de Tora werd hem duidelijker wat er zou gebeuren met het joodse volk in de toekomst. Pas toen zag Mosjé de uiteindelijke effecten van tesjoewa.

En waarom vieren wij Simchat Tora dan niet met Sjawoe'ot? Toen werden de Tien Geboden gegeven!

Onze grootste vreugde geldt de tweede Stenen Tafelen, die op Jom Kippoer werden overgedragen. En Sjemini Atseret is het einde van de feestcyclus die na de vergeving op Jom Kippoer begon.

Het verschil tussen de eerste en de tweede Stenen Tafelen staat symbool voor het verschil tussen een tsaddiek — een heilige van begin af aan — en de persoon die tot inkeer komt, een ba'al-tesjoewa, iemand die spijt heeft van zijn foute daden.

Tsaddikiem leven volgens de Tora. Toch reikt tesjoewa hoger dan de Tora. Tesjoewa gaat uit van een verbondenheid met G'd, zelfs wanneer wij overtredingen begaan.

Daarom staan de tweede Stenen Tafelen hoger dan de eerste. Zelfs daar waar de Tora overtreden wordt, bestaat er een relatie, een band tussen G'd en Israël. Daarom lezen wij Wezot haberacha op Simchat Tora.

De sidra begint met de eerste Stenen Tafelen, toen de joden zich verheugden met de Tora. En zij eindigt met de tweede Stenen Tafelen, toen de Tora zich verheugde over het joodse volk. Daarom betekent Simchat Tora zowel verheugen met de Tora als verheugen van de Tora.

↩ Weet je nog? Mosje ging een tweede keer de berg op en kreeg een tweede paar loechot haberiet. Waarom die tweede meer waard zijn dan de eerste, staat pas hier — veertig jaar later, in het laatste hoofdstuk.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Ramban het hier oneens is met de Rambam? Twee namen die bijna hetzelfde klinken: de Rambam is Rabbi Mosje ben Maimon, de Ramban is Rabbi Mosje ben Nachman. De Rambam legt uit dat Mosjes wonderen de grootste waren omdat hij openbare wonderen voor heel Israël kon verrichten, terwijl andere profeten slechts wonderen konden doen voor individuen. De Ramban wijst op veel wonderen, die ook door andere profeten in het openbaar voor iedereen werden gedaan. Hij concludeert dan ook, dat hier in de Tora gedoeld wordt op de kwaliteit van de wonderen van Mosje Rabbenoe.
  • … de Ba'al haAkeda uitlegt waarom niemand het graf van Mosje kent? Bij hem waren lichaam en ziel eigenlijk volledig van elkaar gescheiden; zijn lichaam vermengde zich volledig met de aarde. Er bleef geen plek over om aan te wijzen.
  • … er op Simchat Tora twee mensen bijzonder opgeroepen worden? De ene heet Chatan Tora — hij leest de laatste pesoekiem van de Tora. De andere heet Chatan Bereesjiet — hij leest meteen daarna de eerste. Tussen die twee oproepingen zit geen dag en geen week.
  • … Mosje pas helemaal aan het eind zag waar tesjoewa toe leidt? Tot in de tijd van de Masjie'ach en tot de Herleving der Doden — tot daar waar alles vervuld wordt dat ooit bij de berg Sinaï in gang was gezet.

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa — Tesjoewa betekent inkeer — letterlijk: terugkeer. Niet het vergeten van een fout, maar de weg terug.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jedidja: „Over één zin kom ik niet heen: G'd bedankt Mosje ervoor dat hij het Allerheiligste kapot heeft geslagen dat wij ooit hadden. Daar bedank je toch niet voor."

Avigail: „Jawel — als het kapot moest om iets hogers mogelijk te maken. De tweede Stenen Tafelen stonden hoger. Niet omdat ze mooier waren, maar omdat er een inkeer achter stond."

Eli: „Mij houdt iets anders bezig: dat G'd er veertig jaar mee wachtte. Veertig jaar lang wist Mosje niet of hij goed gehandeld had."

Avigail: „Misschien kun je dat ook helemaal niet eerder weten. In het begin zie je alleen de schade. Pas veel later zie je wat eruit gekomen is."

Jedidja: „Toch zit mij iets dwars. Als het kalf uiteindelijk ergens goed voor was — hadden zij het dan moeten maken?"

Eli: „Nee. Er staat dat G'd het toeliet. Niet dat Hij het opdroeg. Dat is een verschil als tussen ‚het mocht gebeuren' en ‚het moest gebeuren'."

Avigail: „En de eerste Stenen Tafelen werden aan het volk gegeven toen ze nog oprecht waren. Pas toen de tweede werden overhandigd, hadden ze gezondigd — en waren ze tot inkeer gekomen. Niemand kiest dat zelf uit."

Jedidja: „Dan is dat de echte zegening aan het einde van de Tora. Een tsaddiek leeft volgens de Tora — maar wie tot inkeer komt, komt nog hoger. Daarom lezen wij dat laatste stuk niet verdrietig, maar al dansend."

Vraag aan jouFrage an dich

Er staan er twee naast elkaar: iemand die nooit gevallen is — en iemand die gevallen is en tot inkeer gekomen. De tekst zegt dat de tweede hoger staat. Wat betekent dat dan voor de eerste?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind bij de eerstvolgende tegenslag over iets dat bij uzelf pas in de tweede poging lukte — en wat die eerste, mislukte poging daaraan heeft bijgedragen.

Duits

Die zweiten Tafeln

Das fünfte Buch der Tora endet mit einem Lob für Mosche. Und das Lob gilt ausgerechnet dem Tag, an dem er die Luchot zerschmetterte, die steinernen Tafeln.

Raschi erklärt: Gemeint ist Mosches Entschluss — vierzig Jahre früher —, die Tafeln vor den Augen von ganz Jisrael zu zerbrechen, nach dem Unglück mit dem goldenen Kalb. Haschem war mit dieser Tat Seines Propheten einverstanden. Er hat sich sogar bei ihm bedankt: dafür, dass er das Heiligste zerstört hat, das das jüdische Volk je besessen hat.

Und das ist merkwürdig. Mit dieser Tat verteidigte Mosche die Ehre der Tora — aber er zeigte damit auch, wie unwürdig das Volk in diesem Augenblick war. Darf die Tora so enden? Die Parascha heißt doch Wesot Haberacha: „Und dies ist der Segen". Sie fängt damit an, dass die Juden gelobt werden, weil sie bereit waren, die Tora anzunehmen. Und sie endet mit ihrem Versagen.

Man kann das Lob aber auch ganz anders verstehen. Dann war das Zerbrechen der Tafeln in Wahrheit eine Ehre für das Volk.

Auffällig ist noch etwas: Haschem hat Mosche nicht sofort beglückwünscht, sondern damit vierzig Jahre gewartet. Vorher hatte Er ihm nur aufgetragen, neue Tafeln zu machen, die den ersten glichen. Wahrscheinlich wurde erst am Ende von Mosches Leben deutlich, was seine Tat bedeutete.

Der Talmud, im Traktat Awoda Sara, sagt: Die Juden machten das goldene Kalb nur, um ein Beispiel zu geben — ein Beispiel für Umkehr, für Tschuwa. Haschem ließ das Kalb zu, weil es einem höheren Ziel diente. Durch die Umkehr würde das Volk eine höhere Stufe erreichen, als es vor der Sünde je erreichen konnte.

Das Zerbrechen machte den Weg frei für die zweiten Tafeln. Und die standen höher als die ersten, weil sie für die Kraft der Tschuwa stehen.

Als Mosche die Tafeln zerschlug, wollte er in den Sündern eine Sehnsucht wecken, zu Haschem zurückzukehren. Er glich einem Vater, der seinen Sohn vor die Tür setzt, um in ihm ein Heimweh zu wecken. Darum zerbrach Mosche die Tafeln auch vor den Augen von ganz Jisrael.

Erst nachdem die zweiten Tafeln gemacht waren, hat Haschem ihm gratuliert. Und erst am Ende der Tora wurde ihm deutlicher, was mit dem jüdischen Volk in Zukunft geschehen würde. Erst da sah Mosche, was Tschuwa am Ende bewirkt.

Und warum feiern wir Simchat Tora dann nicht an Schawuot? Damals wurden doch die Zehn Gebote gegeben!

Weil unsere größte Freude den zweiten Tafeln gilt. Die wurden an Jom Kippur übergeben. Und Schemini Azeret ist das Ende des Festkreises, der nach der Vergebung an Jom Kippur begonnen hat.

Der Unterschied zwischen den ersten und den zweiten Tafeln steht für den Unterschied zwischen einem Zaddik — einem, der von Anfang an gerecht ist — und einem Baal Tschuwa, einem, der bereut, was er falsch gemacht hat.

Zaddikim leben nach der Tora. Und doch reicht Tschuwa höher als die Tora. Denn Tschuwa geht davon aus, dass eine Verbindung zu Haschem besteht — sogar dann, wenn wir etwas übertreten.

Darum stehen die zweiten Tafeln höher als die ersten. Sogar dort, wo die Tora übertreten wird, bleibt eine Beziehung, ein Band zwischen Haschem und Jisrael. Darum lesen wir Wesot Haberacha an Simchat Tora.

Die Parascha fängt an mit den ersten Tafeln, als die Juden sich über die Tora freuten. Und sie endet mit den zweiten Tafeln, als die Tora sich über das jüdische Volk freute. Darum bedeutet Simchat Tora beides: sich mit der Tora freuen — und die Freude der Tora über uns.

↩ Erinnerst du dich? Mosche stieg ein zweites Mal auf den Berg und bekam ein zweites Paar Luchot haBrit. Warum die zweiten mehr wert sind als die ersten, steht erst hier — vierzig Jahre später, im letzten Kapitel.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Ramban hier dem Rambam widerspricht? Zwei Namen, die fast gleich klingen: Der Rambam ist Rabbi Mosche ben Maimon, der Ramban ist Rabbi Mosche ben Nachman. Der Rambam erklärt, Mosches Wunder seien die größten gewesen, weil er sie öffentlich für ganz Jisrael tun konnte, während andere Propheten nur Einzelnen halfen. Der Ramban hält dagegen: Auch andere Propheten taten Wunder öffentlich vor allen. Er schließt daraus, dass die Tora hier nicht die Menge der Zuschauer meint, sondern die Art von Mosches Wundern.
  • … dass der Baal haAkeda erklärt, warum niemand Mosches Grab kennt? Bei ihm seien Körper und Seele so vollständig voneinander gelöst gewesen, dass sein Körper ganz in die Erde überging — es blieb kein Ort übrig, den man zeigen könnte.
  • … dass an Simchat Tora zwei Menschen besonders aufgerufen werden? Der eine heißt Chatan Tora — er liest die letzten Pesukim der Tora. Der andere heißt Chatan Bereschit — er liest gleich danach den ersten. Zwischen den beiden Aufrufen liegt kein Tag und keine Woche.
  • … dass Mosche erst ganz am Ende sah, wohin die Tschuwa führt? Bis in die Zeit des Maschiach und bis zur Wiederbelebung der Toten — bis dorthin, wo sich alles erfüllt, was am Har Sinai einmal in Gang gesetzt wurde.

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa — Tschuwa heißt Umkehr — wörtlich: Rückkehr. Nicht das Vergessen eines Fehlers, sondern der Weg zurück.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jedidja: „Über einen Satz komme ich nicht hinweg: Haschem bedankt sich bei Mosche dafür, dass er das Heiligste zerschlagen hat, das wir je hatten. Dafür bedankt man sich doch nicht."

Awigail: „Doch — wenn es zerbrechen musste, damit etwas Höheres kommt. Die zweiten Tafeln standen höher. Nicht weil sie schöner waren, sondern weil hinter ihnen eine Umkehr stand."

Eli: „Mich beschäftigt etwas anderes: dass Haschem vierzig Jahre gewartet hat. Vierzig Jahre lang wusste Mosche nicht, ob er richtig gehandelt hatte."

Awigail: „Vielleicht kann man das gar nicht früher wissen. Am Anfang sieht man nur den Schaden. Erst viel später sieht man, was daraus geworden ist."

Jedidja: „Mich stört trotzdem etwas. Wenn das Kalb am Ende zu etwas gut war — hätten sie es dann machen sollen?"

Eli: „Nein. Der Text sagt, Haschem habe es zugelassen. Nicht angeordnet. Das ist ein Unterschied wie zwischen ‚Es durfte geschehen' und ‚Es sollte geschehen'."

Awigail: „Und die ersten Tafeln bekam das Volk, als es noch aufrichtig war. Erst als die zweiten übergeben wurden, hatte es gesündigt — und war umgekehrt. Niemand wählt sich das aus."

Jedidja: „Dann ist das der eigentliche Segen am Ende der Tora. Ein Zaddik lebt nach der Tora — aber wer umkehrt, kommt noch höher. Deshalb lesen wir das letzte Stück nicht traurig, sondern beim Tanzen."

Vraag aan jouFrage an dich

Zwei stehen nebeneinander: einer, der nie gefallen ist — und einer, der gefallen und umgekehrt ist. Der Text sagt, der Zweite steht höher. Was folgt daraus für den Ersten?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind beim nächsten Missgeschick von etwas, das bei Ihnen selbst erst im zweiten Anlauf gelungen ist — und was der erste, misslungene Anlauf dazu beigetragen hat.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
55 · Soekot Sukkot

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

De etrog is geen citroen

Papa zet een doosje op tafel. „Soekot komt er weer aan."

Mirjam maakt het doosje open. Er ligt een gele vrucht in zachte watten.

„Een citroen?", vraagt Mirjam.

Papa lacht. „Je moet goed opletten dat jouw etrog geen citroen is! Die lijkt zoveel op de citroen dat heel veel mensen de citroen en de etrog door elkaar halen."

Met Soekot moeten we met de loelav en de etrog schudden — met een lange groene palmtak en een gele vrucht. De loelav moet groot en fris en groen zijn. De etrog moet geel zijn. Ze moeten goed en kosjer zijn. Dat geldt zeker voor de etrog.

Mirjam haalt de etrog voorzichtig uit het doosje. Er zit geen enkel vlekje op.

„De etrog moet heel zuiver zijn", zegt papa. „De etrog is het voorbeeld voor hoe wij moeten zijn. Ook wij moeten goed en zuiver zijn."

„En wat kan hij nog meer?", vraagt Mirjam.

„De etrog blijft heel lang aan de boom hangen. De etrog hangt veel langer in de boom dan alle andere vruchten. Wanneer er al weer een nieuwe oogst van etrogiem aan de boom hangt, zijn de oude etrogiem nog steeds aanwezig. Dat toont, dat in Jahadoet, de nieuwe kinderen de mitsvot van de ouderen doorzetten en doorgeven."

Papa legt de etrog in Mirjams twee handen. „En nog iets: De etrog, die wij gebruiken, moet ook ons eigendom zijn. Hij moet helemaal van ons zijn."

Mirjam houdt hem stevig vast. Hij is zwaarder dan hij eruitziet.

„Weet je waar de loelav en de etrog op lijken?", vraagt papa. „Op delen van ons lichaam! De loelav is een lange kolom. Het lijkt een beetje op onze ruggengraat. Iedereen heeft zo'n kolom in zijn rug. Die zorgt ervoor dat je rechtop blijft staan."

Mirjam gaat rechtop staan.

„De etrog lijkt op het hart. De blaadjes van de hadassiem — de mirtetakjes — lijken op je ogen. En de blaadjes van de aravot — de beekwilgen — lijken op je lippen. Dat leert ons dat we alles wat we doen op Hasjeem moeten richten."

Dan staan ze samen op.

„Met de loelav en de etrog schudden we alle kanten op", zegt papa. „Daarmee laten we zien dat alle kanten van Hasjeem zijn. De loelav en de etrog leren ons dat we Hasjeem moeten dienen met heel ons lichaam en onze hele nesjama."

Mirjam draait zich met de etrog in haar hand één keer helemaal rond.

↩ Weet je nog, het Misjkan? De balken waren als ribben, de menora als de ziel, de aron als het hart. En nu houd je zoiets zelf in je handen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je volgens de Tora 7 dagen in de soeka moet zitten?
  • … een soeka minstens drie muurtjes en een dak van riet moet hebben?
  • … de hadassiem telkens drie blaadjes moet hebben, over de hele tak?
  • … de aravot een bruin takje en groene blaadjes moet hebben?

Woord van de week:Wort der Woche: Soeka — Een soeka is een hut. Het dak is van takken en riet, en een week lang wonen we erin.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ik ken een mooi verhaal over een loelav en een etrog. Vier grote Rabbijnen waren eens met elkaar op reis op een schip. Niemand had een loelav, behalve Rabban Gamli'eel. Alleen Rabban Gamli'eel had een loelav en een etrog. Hij had hiervoor wel duizend euro betaald. Hoe konden de anderen ook de mitsva vervullen?"

Ariella: „Ik weet het antwoord: Rabban Gamli'eel schudde de loelav en etrog als eerste. Zo vervulde hij de mitsva. Daarna gaf hij het aan Rabbi Jehosjoe'a als cadeau. Zo kon ook Rabbi Jehosjoe'a de mitsva op een goede manier vervullen. Want alle vier soorten van de loelav moeten op de eerste dag Soekot helemaal jouw eigendom zijn. Het mag van niemand anders zijn. Alleen van jou."

Batsheva: „Waarom moet er zo nodig verteld worden dat Rabban Gamli'eel wel duizend euro betaald heeft voor de loelav en de etrog?"

Elisha: „Dat leert je hoe belangrijk het is om een mitsva zo mooi mogelijk uit te voeren. Rabban Gamli'eel heeft heel veel betaald voor de mitsva. Dat vond hij niet erg. Want hij wilde de mitsva zo mooi mogelijk vervullen en dat heeft hij gedaan!"

Vraag aan jouFrage an dich

Stel je voor: jij hebt een etrog, de mooiste die je ooit gezien hebt. Jouw vriend heeft er geen. Wat doe jij?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind bij het versieren van de soeka zelf kiezen wie het dit jaar uitnodigt — en laat het die uitnodiging zelf doen.

Duits

Der Etrog ist keine Zitrone

Papa stellt eine Schachtel auf den Tisch. „Sukkot kommt wieder!"

Mirjam macht die Schachtel auf. Darin liegt eine gelbe Frucht in weicher Watte.

„Eine Zitrone?", fragt Mirjam.

Papa lacht. „Pass gut auf, dass dein Etrog keine Zitrone ist! Er sieht der Zitrone nämlich so ähnlich, dass viele Leute die beiden verwechseln."

An Sukkot nehmen wir den Lulaw und den Etrog in die Hand und schütteln sie — einen langen grünen Palmzweig und eine gelbe Frucht. Der Lulaw muss groß sein, frisch und grün. Der Etrog muss gelb sein. Beide müssen gut sein und koscher. Für den Etrog gilt das ganz besonders.

Mirjam hebt den Etrog vorsichtig heraus. Er hat keinen einzigen Fleck.

„Der Etrog muss ganz rein sein", sagt Papa. „Er zeigt uns, wie wir selber sein sollen: gut und rein."

„Und was kann er noch?", fragt Mirjam.

„Er bleibt sehr lange am Baum hängen — viel länger als jede andere Frucht. Wenn am Baum schon die neuen Etrogim wachsen, hängen die alten immer noch da. So ist das auch bei uns: Die Kinder machen weiter, was die Großen angefangen haben, und geben es weiter."

Papa legt Mirjam den Etrog in beide Hände. „Und noch etwas: Der Etrog, den du schüttelst, muss dir gehören. Ganz allein dir."

Mirjam hält ihn fest. Er ist schwerer, als er aussieht.

„Weißt du, woran der Lulaw und der Etrog erinnern?", fragt Papa. „An dich selbst! Der Lulaw ist eine lange Säule. So eine Säule hat jeder in seinem Rücken. Sie sorgt dafür, dass du gerade stehen kannst."

Mirjam macht sich gerade.

„Der Etrog ist wie das Herz. Die Blätter der Hadassim — das sind Myrtenzweige — sind wie deine Augen. Und die Blätter der Arawot — das sind Bachweiden — sind wie deine Lippen. Das heißt: Alles, was wir tun, richten wir auf Haschem."

Dann stehen die beiden auf.

„Mit dem Lulaw und dem Etrog schütteln wir nach allen Seiten", sagt Papa. „Damit zeigen wir: Alle Seiten gehören Haschem. Der Lulaw und der Etrog lehren uns, dass wir Haschem mit unserem ganzen Körper dienen sollen — und mit unserer ganzen Neschama, mit unserer Seele."

Mirjam dreht sich mit dem Etrog in der Hand einmal ganz herum.

↩ Weißt du noch, das Mischkan? Die Balken waren wie Rippen, die Menora wie die Seele, die Lade wie das Herz. Und jetzt hältst du so etwas selber in der Hand.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass man nach der Tora sieben Tage lang in der Suka wohnen soll?
  • … dass eine Suka mindestens drei Wände braucht und ein Dach aus Schilf?
  • … dass an einem Hadassim-Zweig immer drei Blätter beieinander sitzen — und das den ganzen Zweig entlang?
  • … dass ein Arawot-Zweig braun sein muss, seine Blätter aber grün?

Woord van de week:Wort der Woche: Soeka — Eine Suka ist eine Hütte. Ihr Dach ist aus Zweigen und Schilf, und eine Woche lang wohnen wir darin.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Ich kenne eine schöne Geschichte über einen Lulaw und einen Etrog. Vier große Rabbiner waren zusammen auf einem Schiff unterwegs. Keiner von ihnen hatte einen Lulaw — nur Rabban Gamliel. Er allein hatte einen Lulaw und einen Etrog dabei. Tausend Euro hatte er dafür bezahlt. Wie sollten die anderen die Mizwa da tun?"

Ariella: „Ich weiß die Antwort! Rabban Gamliel schüttelte zuerst selbst. So tat er die Mizwa. Danach schenkte er Lulaw und Etrog dem Rabbi Jehoschua. Jetzt gehörten sie ihm — und auch er konnte die Mizwa richtig tun. Denn am ersten Tag von Sukkot müssen alle vier Arten dir ganz allein gehören. Sie dürfen keinem anderen gehören. Nur dir."

Batsheva: „Warum muss uns überhaupt erzählt werden, dass Rabban Gamliel tausend Euro für den Lulaw und den Etrog bezahlt hat?"

Elischa: „Das zeigt dir, wie wichtig es ist, eine Mizwa so schön wie möglich zu tun. Rabban Gamliel hat sehr viel dafür bezahlt. Das machte ihm nichts aus. Er wollte die Mizwa so schön wie möglich tun — und genau das hat er getan!"

Vraag aan jouFrage an dich

Stell dir vor, du hast einen Etrog — den schönsten, den du je gesehen hast. Dein Freund hat keinen. Was tust du?

Schabbat Schalom!

👪 Lassen Sie Ihr Kind beim Schmücken der Suka selbst entscheiden, wen es dieses Jahr einlädt — und die Einladung selbst aussprechen.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Uit het stevige huis

Met Soekot gaan we uit onze stevige huizen. We gaan in een gammele hut wonen.

We gaan weg uit ons zekere huis en doen net zoals het Joodse volk, meer dan 3333 jaar geleden. Zij waren bereid om Hasjeem te volgen naar een dorre woestijn. Daar kon je helemaal niet leven. Er was geen eten en er was geen water. Zo ook gaan wij een hutje in, waar het niet makkelijk wonen is. Zo herinneren wij de jetsi'at Mitsraim, de uittocht uit Egypte.

Simchat Tora, dat is het grootste feest in het Joodse jaar. Op Simchat Tora blijft de Tora gesloten. Eén dag per jaar bestaat er geen verschil tussen mensen die geleerd zijn en mensen die de Tora nauwelijks geopend hebben en bijna niks weten van de Tora.

Dansen met de Tora is voetenwerk. In dat dansen zijn we met zijn allen gelijk. Vroom en vrij, dichtbij en op afstand, iedereen is blij met de Tora, die we hebben gekregen op har Sinai.

We dansen met de Tora. Dat doen we met onze voeten. Net zoals de voeten het lichaam dragen, zonder te begrijpen waarom. Zo dragen ook alle Bnee Jisra'eel het gebouw van het Jahadoet. Ook al begrijp je er niets van, toch ben je deel van het Joodse volk.

Simchat Tora is het einde van alle jamiem toviem, alle grote feestdagen. Alle mooie dingen die we de afgelopen jamiem toviem hebben meegemaakt, komen hier samen.

Simchat Tora vormt ook het begin van het nieuwe, gewone werkjaar. Alle goede dingen die we hebben meegemaakt, gedurende jamiem toviem, moeten we nu proberen waar te maken in de praktijk van het alledaagse leven. Dat is niet makkelijk.

↩ Weet je nog hoe het volk bij het allereerste obstakel riep: waren er dan geen graven in Egypte? En toch ging het verder — de woestijn in.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … we buiten Israël wel 8 dagen in de soeka zitten, en niet 7?
  • … de loelav minstens 4 vuisten hoog moet zijn?
  • … de etrog minstens 100 gram moet wegen?
  • … de muren van een soeka ook van andere materialen en stoffen gemaakt mogen worden dan hout?

Woord van de week:Wort der Woche: Simchat Tora — Simchat Tora betekent: vreugde van de Tora. Op die dag danst iedereen met de Tora.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wisten jullie dat we zeven dagen in de soeka moeten zitten, opdat wij zullen weten dat wij ook in soekot hebben gewoond, toen wij uittrokken uit Mitsraim? Maar waarom vieren we eigenlijk soekot in de herfst? Was het niet beter om soekot samen met pesach te vieren?"

Ariella: „Waarom gaan we pas zeven maanden na pesach in onze wankele hutten? Het verschil is duidelijk. De meeste mensen gaan in de lente naar hun tuinhuisjes om zich voor te bereiden op de zomer. Dan is het lekker weer. Maar wij trekken juist in de herfst in onze soekot, onze hutjes. Daarmee maken we duidelijk dat we alleen maar in de soeka zitten om Hasjeem te dienen. We doen het niet om te genieten van de mooie natuur. Want het is met Soekot niet zo warm meer. We doen de mitsva dus voor Hasjeem en niet voor ons eigen gemak of plezier."

Batsheva: „We zitten in de soeka, terwijl het eigenlijk al weer een beetje koud is. Eigenlijk hadden we terug moeten gaan naar ons vaste huis. Regen, kou en storm staan voor de deur. Juist op dat moment gaan we naar de soeka. Om te laten zien dat we geen vertrouwen hebben in onze eigen kracht maar juist in de wankele soeka. Om onze bescherming te zoeken omdat Hasjeem dat heeft gezegd."

Vraag aan jouFrage an dich

Jouw huis staat stevig. De soeka niet — en toch ga je naar buiten. Wat maakt een huis eigenlijk veilig?

Sjabbat Sjalom!

👪 Zoek samen met uw kind voor deze week één ding dat het doet ook al is het ongemakkelijk — en spreek af dat u op sjabbat vraagt of het gelukt is.

Duits

Aus dem festen Haus

Bei Sukkot ziehen wir aus. Aus unseren festen Häusern hinaus in eine wacklige Hütte.

Wir verlassen das sichere Haus und machen es genauso wie das jüdische Volk vor mehr als 3333 Jahren. Damals war es bereit, Haschem in eine dürre Wüste zu folgen. Dort konnte man überhaupt nicht leben. Es gab kein Essen, und es gab kein Wasser. Genauso gehen auch wir in eine Hütte, in der es sich nicht bequem wohnt. So erinnern wir uns an die Jeziat Mizrajim, den Auszug aus Ägypten.

Simchat Tora ist das größte Fest im jüdischen Jahr. Und ausgerechnet an Simchat Tora bleibt die Tora zu.

Einen Tag im Jahr gibt es keinen Unterschied zwischen Menschen, die viel gelernt haben, und Menschen, die die Tora kaum aufgeschlagen haben und fast nichts von ihr wissen.

Denn Tanzen mit der Tora ist Arbeit für die Füße. Und im Tanzen sind wir alle gleich. Fromm und frei, nah und fern — alle freuen sich über die Tora, die wir am Har Sinai bekommen haben.

Wir tanzen mit der Tora. Das tun wir mit unseren Füßen. Die Füße tragen den ganzen Körper, ohne zu verstehen, warum. Genauso tragen alle Bnej Jisrael das ganze Judentum. Auch wenn du gar nichts davon verstehst — du gehörst trotzdem zum jüdischen Volk.

Simchat Tora ist das Ende aller Jamim Towim, aller großen Feiertage. Alles Schöne, was wir in diesen Tagen erlebt haben, kommt hier zusammen.

Und Simchat Tora ist zugleich der Anfang des neuen, ganz gewöhnlichen Arbeitsjahres. Alles Gute, das wir an den Jamim Towim erlebt haben, sollen wir jetzt im Alltag wahr machen.

Das ist nicht leicht.

↩ Weißt du noch, wie das Volk gleich beim ersten Hindernis rief: Gab es denn keine Gräber in Ägypten? Und trotzdem ging es weiter — mitten in die Wüste hinein.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass wir außerhalb Israels acht Tage in der Suka sitzen und nicht sieben?
  • … dass ein Lulaw mindestens vier Fäuste hoch sein muss?
  • … dass ein Etrog mindestens hundert Gramm wiegen muss?
  • … dass die Wände einer Suka gar nicht aus Holz sein müssen? Auch andere Materialien und sogar Stoffe sind erlaubt.

Woord van de week:Wort der Woche: Simchat Tora — Simchat Tora heißt: Freude der Tora. An diesem Tag tanzen alle mit der Tora.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wusstet ihr, dass wir sieben Tage in der Suka sitzen sollen, damit wir wissen, dass auch wir in Hütten gewohnt haben, als wir aus Mizrajim auszogen? Aber warum feiern wir Sukkot eigentlich im Herbst? Wäre es nicht besser, Sukkot zusammen mit Pessach zu feiern?"

Ariella: „Warum ziehen wir erst sieben Monate nach Pessach in unsere wackligen Hütten? Der Unterschied ist doch klar. Die meisten Menschen gehen im Frühling in ihr Gartenhäuschen, um sich auf den Sommer vorzubereiten. Dann ist schönes Wetter. Wir aber ziehen ausgerechnet im Herbst in unsere Sukkot, in unsere Hütten. Damit machen wir deutlich, dass wir nur deshalb in der Suka sitzen, um Haschem zu dienen. Wir tun es nicht, um die schöne Natur zu genießen. Denn an Sukkot ist es gar nicht mehr so warm. Wir tun die Mizwa also für Haschem und nicht für unsere eigene Bequemlichkeit oder unser Vergnügen."

Batsheva: „Wir sitzen in der Suka, obwohl es eigentlich schon wieder ein bisschen kalt ist. Eigentlich hätten wir zurück in unser festes Haus gehen müssen. Regen, Kälte und Sturm stehen vor der Tür. Genau in diesem Augenblick gehen wir in die Suka. Um zu zeigen, dass wir nicht auf unsere eigene Kraft vertrauen, sondern gerade auf die wacklige Suka. Um dort Schutz zu suchen, weil Haschem es gesagt hat."

Vraag aan jouFrage an dich

Dein Haus steht fest. Die Suka steht es nicht — und trotzdem ziehst du hinaus. Was macht ein Haus eigentlich sicher?

Schabbat Schalom!

👪 Suchen Sie mit Ihrem Kind für diese Woche eine Sache, die es tut, obwohl sie unbequem ist — und verabreden Sie, am Schabbat nachzufragen, ob es geklappt hat.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

De wolken waar niemand over klaagde

Met Soekot hebben wij vele mitsvot. Allereerst schudden wij met de loelav, etrog, hadassiem en aravot. Maar we moeten ook in de soeka wonen.

Onze voorouders hebben heel veel wonderen meegemaakt in de midbar, de woestijn. Zo kregen ze dagelijks manna uit de hemel en water uit de bron van Mirjam.

Waarom komen deze wonderen van het manna en het water van Mirjam niet terug in Soekot?

De Soekot herinneren ons aan de wolken van de Sjechina, de aanwezigheid van Hasjeem, die de Bnee Jisra'eel in de midbar tegen hitte van boven, tegen schorpioenen en slangen van beneden en tegen pijlen en stenen van opzij, moesten beschermen.

De wolken van de Sjechina waren de enige dingen in de midbar, waar de Bnee Jisra'eel nog nooit problemen over gemaakt hadden. Het manna vonden de Bnee Jisra'eel niet lekker. Zij noemden het „flauw voedsel". Ook werd er doorlopend geklaagd over het gebrek aan water: „Wat moeten wij drinken?"

Maar over de wolken van de Sjechina hebben de Bnee Jisra'eel nooit problemen gemaakt. Het bleef voor hen altijd een bron van grote vreugde. Ze werden op een geweldige manier beschermd.

Volgens mij waren de wolken de eerste airconditioning: ze zorgden dat de Bnee Jisra'eel in de woestijn het niet te heet hadden. Daarom wordt op Soekot juist deze bescherming van Hasjeem herdacht.

De soekot, de loofhutten, helpen ons de wolken van de Sjechina te herinneren. Daarom heet Soekot ook zeman simchatenoe. Het is de tijd van onze vreugde. Want elke mitsva die de Bnee Jisra'eel met vreugde hebben aangenomen, doen ze tot op de dag van vandaag nog steeds met heel veel simcha.

Bovendien moet je niet vergeten dat manna en water echt heel belangrijk waren in de midbar. Daar zonder konden de Bnee Jisra'eel niet in leven blijven. Hasjeem moest de Bnee Jisra'eel wel water en manna geven. Dit was van direct levensbelang.

Maar de wolken van de Sjechina waren luxe, niet van direct levensbelang. Daarom zijn we juist zo blij met de soekot die ons herinneren aan de wolken van de Sjechina. Het herinnert ons eraan, dat Hasjeem ons niet alleen maar het hoognodige geeft. Ook alle andere dingen, zoals luxe en de prettige dingen van het leven, worden door Hasjeem verzorgd.

↩ Weet je nog, het gouden kalf? Toen vroegen we wat het eigenlijk was. Hier hoor je wat daarna gebeurde — en wat er verloren ging.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Soekot in de Tora chag ha'asief, het feest van de inzameling, wordt genoemd?
  • … de schuren vol lagen met de zegeningen van het land, graan en ander eten?
  • … juist op dat moment, wij uit onze veilige woningen gaan om in een gammel hutje te zitten?
  • … er tijdens Soekot het feest van het water scheppen was? Dit is simchat beet hasjove'a. De Talmoed, het grote boek waar alles in staat van Jahadoet, vertelt ons, dat de grootste Chagamiem tijdens simchat beet hasjove'a als blijde kinderen rond dansten, sprongen en jongleerden met allerlei fakkels. Het was prachtig om dat te zien.

Woord van de week:Wort der Woche: Anane Kawod — Ananee hakawod betekent: wolken van eer. Zo heten de wolken die het volk door de woestijn begeleidden.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Waarom gaan we juist in de herfst in onze soekot? Omdat het dan herfst is! We laten zien dat wij niet voor ons plezier in de soeka gaan. In de lente is het prachtig weer, maar in de herfst is het vaak slecht weer."

Ariella: „Voor de mensen in Zuid-Afrika en Australië begint de lente juist met Soekot. Daarom is er een heel andere verklaring voor de datum van Soekot.

Jullie weten dat de wolken van de Sjechina de Joden sinds de jetsi'at Mitsraim hadden begeleid. Vijftig dagen later kregen de Bnee Jisra'eel de Tora. Mosje bleef veertig dagen op de berg Sinai. Mosje keerde terug op 17 Tammoez, toen hij het volk, dansend rond het gouden kalf, weer terugzag en de Stenen Tafelen brak. Het volk was ontrouw geweest aan Hasjeem. De G'ddelijke wolken waren verdreven.

Mosjé beklom weer de Sinai, verdedigde Am Jisra'eel, en op Jom Kippoer vergaf G'd de avera van het gouden kalf. Mosjé daalde van de berg Sinaï af met het tweede paar Loechot haBeriet, Stenen Tafelen."

Eli: „Wacht. Ik raak in de war met de dagen. Op 17 Tammoez braken de Tafelen, op Jom Kippoer werd vergeven — en Soekot is pas vijf dagen later. Wat gebeurt daartussen?"

Ariella: „Dat is precies de vraag. De volgende dag – 11 Tisjrie – gaf Mosjé opdracht het Misjkan te bouwen. De voorbereidingen duurden vier dagen en op 15 Tisjrie werd met de bouw van de Tabernakel begonnen. Soekot wordt op 15 Tisjrie gevierd omdat pas toen de wolken van bescherming van de Sjechina terugkeerden, die de Joden tot hun komst in Israël zouden vergezellen.

Het zijn juist deze wolken die zo gedenkwaardig zijn, omdat zij de G'ddelijke bescherming symboliseren die Am Jisra'eel op eigen kracht heeft verdiend door tesjoeva, berouw en inkeer na een periode van avoda zara, afgoderij en verwijdering. Onze Chagamiem leren ons dat iemand, die tot inkeer komt, en oprecht berouw toont, hoger staat dan iemand, die altijd rechtvaardig was en nooit een avera deed. Deze uitleg is wereldwijd geldig, ook voor de Joden ten zuiden van de evenaar.

De samenloop in tijd van de bouw van het Misjkan en de soeka als herinnering aan de terugkerende wolken van de Sjechina is zeker niet toevallig. Gelijk het Misjkan hebben ook muren en het dak van riet van de soeka kedoesja, zelfs als de soeka is ingestort. Zodra iemand het Misjkan betrad werd hij omringd door Hasjeems aanwezigheid. Tempelbezoek was een gebod waar 'de hele mens' in betrokken was. Zo ook is de soeka één van de weinige geboden, die echt alles omvat: zelfs eten en drinken worden in de soeka een mitsva."

Vraag aan jouFrage an dich

Stel je iemand voor die toen om het gouden kalf heeft gedanst. Maanden later staat hij in de woestijn, kijkt omhoog — en de wolken zijn er weer. Wat gaat er in hem om?

Sjabbat Sjalom!

👪 Loop eens met uw kind door uw sjoel en laat het twee dingen aanwijzen zonder welke er geen dienst kan zijn — en twee die er alleen zijn omdat het mooi moet zijn.

Duits

Die Wolken, über die niemand klagte

An Sukkot haben wir viele Mizwot: Wir schütteln mit Lulaw, Etrog, Hadassim und Arawot — und wir müssen in der Suka wohnen.

Unsere Vorfahren haben im Midbar, in der Wüste, sehr viele Wunder erlebt: jeden Tag Manna vom Himmel und Wasser aus dem Brunnen Mirjams.

Warum kehren ausgerechnet diese beiden Wunder an Sukkot nicht wieder?

Weil die Sukkot uns an etwas anderes erinnern: an die Wolken der Schechina, der Gegenwart Haschems. Sie sollten die Bnej Jisrael im Midbar schützen — gegen die Hitze von oben, gegen Skorpione und Schlangen von unten und gegen Pfeile und Steine von der Seite.

Die Wolken der Schechina waren das Einzige in der Wüste, worüber die Bnej Jisrael nie Schwierigkeiten gemacht haben. Das Manna schmeckte ihnen nicht — sie nannten es „fades Essen". Und über den Mangel an Wasser wurde ununterbrochen geklagt: „Was sollen wir trinken?"

Über die Wolken der Schechina aber haben sie nie geklagt. Die blieben für sie immer eine Quelle großer Freude. Sie wurden auf großartige Weise beschützt.

Ich glaube, die Wolken waren die erste Klimaanlage: Sie sorgten dafür, dass die Bnej Jisrael es in der Wüste nicht zu heiß hatten. Darum wird an Sukkot gerade dieser Schutz Haschems in Erinnerung gerufen.

Die Sukkot, die Laubhütten, helfen uns, uns an die Wolken der Schechina zu erinnern. Darum heißt Sukkot auch Seman Simchatenu — die Zeit unserer Freude. Denn jede Mizwa, die die Bnej Jisrael mit Freude angenommen haben, tun sie bis auf den heutigen Tag mit sehr viel Simcha.

Und eines darfst du dabei nicht vergessen: Manna und Wasser waren im Midbar wirklich sehr wichtig. Ohne sie hätten die Bnej Jisrael nicht am Leben bleiben können. Haschem musste ihnen Wasser und Manna geben. Das war unmittelbar lebenswichtig.

Die Wolken der Schechina aber waren Luxus. Man brauchte sie nicht zum Leben. Und genau darum freuen wir uns so über die Sukkot, die uns an die Wolken der Schechina erinnern. Sie erinnern uns daran, dass Haschem uns nicht nur das Allernötigste gibt. Auch alles andere — den Luxus und die angenehmen Dinge des Lebens — bekommen wir von Haschem.

↩ Weißt du noch, das goldene Kalb? Damals haben wir gefragt, was es eigentlich war. Hier erfährst du, was danach geschah — und was verloren ging.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Sukkot in der Tora auch Chag haAsif heißt, das Fest der Einsammlung?
  • … dass um diese Zeit die Scheunen voll lagen mit dem Segen des Landes — mit Getreide und anderem Essen?
  • … dass wir ausgerechnet in diesem Augenblick aus unseren sicheren Wohnungen ausziehen, um in einer wackligen Hütte zu sitzen?
  • … dass es an Sukkot ein Fest des Wasserschöpfens gab? Es heißt Simchat Beit haSchoewa. Der Talmud — das große Buch, in dem alles über das Judentum steht — erzählt, dass die größten Chachamim, die Gelehrten, bei Simchat Beit haSchoewa wie fröhliche Kinder tanzten, sprangen und mit Fackeln jonglierten. Es war herrlich, das anzusehen.

Woord van de week:Wort der Woche: Anane Kawod — Anane Kawod heißt: Wolken der Ehre. So heißen die Wolken, die das Volk durch die Wüste begleiteten.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Warum ziehen wir gerade im Herbst in unsere Sukkot? Weil es dann Herbst ist! Wir zeigen damit, dass wir nicht zu unserem Vergnügen in die Suka gehen. Im Frühling ist herrliches Wetter — im Herbst ist es oft schlecht."

Ariella: „Für die Menschen in Südafrika und Australien fängt der Frühling aber gerade mit Sukkot an. Darum gibt es eine ganz andere Erklärung für das Datum.

Ihr wisst, dass die Wolken der Schechina die Juden seit dem Auszug aus Mizrajim begleitet hatten. Fünfzig Tage später bekamen die Bnej Jisrael die Tora. Mosche blieb vierzig Tage auf dem Berg Sinai. Am 17. Tammus kam er zurück — und sah das Volk um das goldene Kalb tanzen. Da zerbrach er die Steinernen Tafeln. Das Volk war Haschem untreu geworden, und die göttlichen Wolken waren vertrieben.

Mosche stieg wieder auf den Sinai, verteidigte Am Jisrael, das Volk Israel, und an Jom Kippur vergab Haschem die Awera, die Verfehlung mit dem goldenen Kalb. Mosche stieg vom Berg herab mit dem zweiten Paar Luchot haBrit, den Steinernen Tafeln."

Eli: „Halt. Ich komme mit den Tagen durcheinander. Am 17. Tammus zerbrachen die Tafeln, an Jom Kippur wurde vergeben — und Sukkot ist erst fünf Tage später. Was geschieht dazwischen?"

Ariella: „Genau das ist die Frage. Am nächsten Tag — am 11. Tischri — gab Mosche den Auftrag, das Mischkan zu bauen. Die Vorbereitungen dauerten vier Tage, und am 15. Tischri wurde mit dem Bau begonnen. Sukkot wird am 15. Tischri gefeiert, weil erst da die Schutzwolken der Schechina zurückkehrten — die Wolken, die die Juden bis zu ihrer Ankunft in Israel begleiten sollten.

Und gerade diese Wolken sind so denkwürdig, weil sie die göttliche Beschützung sind, die Am Jisrael sich aus eigener Kraft verdient hat: durch Tschuwa, durch Reue und Umkehr nach einer Zeit der Awoda Sara, des Götzendienstes, und der Entfernung. Unsere Chachamim lehren uns, dass einer, der umkehrt und ehrlich bereut, höher steht als einer, der immer gerecht war und nie eine Awera getan hat. Diese Erklärung gilt weltweit — auch für die Juden südlich des Äquators.

Dass der Bau des Mischkan und die Suka als Erinnerung an die zurückkehrenden Wolken zeitlich zusammenfallen, ist ganz sicher kein Zufall. Wie das Mischkan haben auch die Wände und das Schilfdach der Suka Keduscha, Heiligkeit — sogar dann noch, wenn die Suka eingestürzt ist. Wer das Mischkan betrat, war sofort von Haschems Gegenwart umgeben. Der Besuch im Tempel war ein Gebot, an dem „der ganze Mensch" beteiligt war. Und genauso ist die Suka eines der wenigen Gebote, das wirklich alles umfasst: Sogar Essen und Trinken werden in der Suka zu einer Mizwa."

Vraag aan jouFrage an dich

Stell dir einen Menschen vor, der damals um das goldene Kalb getanzt hat. Monate später steht er in der Wüste, schaut nach oben — und die Wolken sind wieder da. Was geht in ihm vor?

Schabbat Schalom!

👪 Gehen Sie mit Ihrem Kind einmal durch Ihre Schul und lassen Sie es zwei Dinge zeigen, ohne die kein Gottesdienst stattfinden könnte — und zwei, die nur da sind, damit es schön ist.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
56 · Rosj Hasjana Rosch Haschana

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Drie dagen samen

„Papa, nog een verhaaltje!" vroegen Ron en Jakov, „we kunnen niet slapen."

Papa liep langs de deur en ging tussen de twee bedden in zitten. „Ok, ik vertel jullie een verhaal over een rijke vader die drie zoons had. Die jongens waren altijd aan het vechten en hun vader wist niet wat hij moest doen."

„Nou", zei Jakov, „dan moet hij ze vertellen dat ze moeten stoppen."

Papa antwoordde: „Dat hielp niet. De rijke vader ging toen naar een wijze man in de stad om raad te vragen. Hij riep zijn zoons bij elkaar en vertelde hen het volgende verhaal: ‚Ver weg in een vreemd land is een hele mooie wonderboom. Als je een beetje daarvan eet, krijg je een goed leven. Ik ben al oud, voor mij is het niet meer belangrijk, maar voor jullie, jongens, jullie zijn nog jong — jullie moeten deze boom gaan zoeken. Weet alleen dat de boom heel sterk is en dat je minstens drie mensen nodig hebt om die boom uit de grond te trekken.'"

„Zijn ze gegaan?" vroeg Ron nieuwsgierig.

„Ja, de jongens hebben er een tijdje over nagedacht, maar hebben besloten om te gaan. Onderweg hadden ze het vreselijk moeilijk. Ze moesten een vlot bouwen om over een brede rivier te varen, ze moesten vechten met bandieten en wilde dieren; ze moesten elkaar de hele tijd helpen. Maar uiteindelijk kwamen ze bij de wonderboom. Ze trokken hem uit de grond en brachten hem naar hun vader.

‚Waarom hebben jullie hem niet zelf gehouden?' vroeg de rijke vader. De jongens antwoordden dat ze de boom niet langer nodig hadden want onderweg hadden ze geleerd hoe zij goed met elkaar om konden gaan. Zij zouden geen ruzie meer maken. Ook zonder boom was hun leven goed."

„Ja," zei papa, „dat heeft direct met Rosj Hasjana te maken want Awraham ging met Jitschak om een groot offer te brengen op de berg Moria en dat duurde drie dagen. Maar als je op de kaart kijkt zie je dat Chevron, waar Awraham en Jitschak woonden, niet zo ver weg was van de berg Moria. Eigenlijk hadden ze het in een dag kunnen doen, maar het duurde toch drie dagen."

„Nou," zei Ron, „misschien liepen zij wel heel langzaam omdat Awraham dat moeilijke offer niet wilde brengen."

„Ja," zei papa, „maar Awraham stond 's ochtends vroeg op om weg te gaan, hij wilde helemaal niet langzaam reizen. Maar hij moest er aan wennen. Hij moest leren dat je ook een moeilijke opdracht met heel veel simcha en plezier moet doen voor Hasjeem, ook al is het moeilijk."

„Maar wat heeft dat met het verhaal van de drie zoons te maken?" vroeg Jakov.

„Voor die drie zoons was het eten van die boom helemaal niet zo belangrijk. De reis was belangrijk. Toen ze samen moesten optrekken leerden zij dat ze goed met elkaar om moesten gaan en hetzelfde gold voor Awraham. De echte test was niet het offer maar de bereidheid van Awraham om te doen wat Hasjeem gezegd had."

„Het gaat dus veel meer om de moeite die je doet dan om het doel te bereiken?" vroeg Ron.

„Ja," zei papa, „en jullie overhoring morgen is hetzelfde. Het maakt niet uit of je een goed of slecht cijfer haalt. Het gaat erom om alles goed te doen zoals Hasjeem, je ouders en je leraren je vragen."

Brücke nach vorn DE: „Awraham und Jizchak auf dem Weg zum Berg Moria — die ganze Geschichte erzählt dir Kapitel 4." NL: „Awraham en Jitschak op weg naar de berg Moria — dat hele verhaal vertelt hoofdstuk 4 je."

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … veel mensen de week vóór Rosj Hasjana en de week tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer (de Verzoendag) al in het donker opstaan en naar sjoel gaan om extra dingen te doen?
  • … de honing bij C 1000 vlak voor Rosj Hasjana opeens uitverkocht is? Iedereen heeft hem nodig: je doopt er stukjes appel in, zodat het nieuwe jaar zoet wordt.
  • … er drie dingen zijn waarmee je een jaar goed begint? Terugkeren, davvenen — en arme mensen iets geven.

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa — Tesjoewa betekent: teruggaan.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariella: „Op Rosj Hasjana vragen wij Hasjeem: denk aan die dag op de berg Moria! Maar Hasjeem vergeet toch nooit iets. Waarom zeggen wij het dan?"

Eli: „Omdat wij het zeggen zodat wij eraan denken. Daar is de sjofar voor — de hoorn van een ram, waarop je op Rosj Hasjana blaast. Hij maakt ons wakker."

Batscheva: „En waaraan moeten wij denken? Dat Awraham bereid was om alles te doen voor Hasjeem. Wij horen de sjofar en proberen een beetje te worden zoals hij. Zoveel we kunnen."

Vraag aan jouFrage an dich

De drie broers brachten de wonderboom mee — en hadden hem daarna helemaal niet meer nodig. Wat hadden zij onderweg gekregen dat nog belangrijker was?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond niet ‚hoe ging de toets?', maar ‚wat was vandaag moeilijk — en hoe heb je het toch gedaan?

Duits

Drei Tage zusammen

„Papa, noch eine Geschichte!", riefen Ron und Jakov. „Wir können nicht schlafen."

Papa schaute zur Tür herein, setzte sich zwischen die beiden Betten und fing an: „Ich erzähle euch von einem reichen Vater, der drei Söhne hatte. Die Jungen stritten immerzu, und ihr Vater wusste nicht mehr, was er tun sollte."

„Na", sagte Jakov, „dann muss er ihnen eben sagen, dass sie aufhören sollen."

„Das half nichts", antwortete Papa. „Der reiche Vater ging zu einem weisen Mann in der Stadt und fragte ihn um Rat. Dann rief er seine Söhne zusammen: ‚Weit weg, in einem fremden Land, steht ein wunderschöner Wunderbaum. Wer ein bisschen davon isst, bekommt ein gutes Leben. Ich bin alt, für mich ist das nicht mehr wichtig. Aber ihr seid jung — ihr solltet ihn suchen. Eins müsst ihr wissen: Der Baum ist sehr stark. Man braucht mindestens drei Leute, um ihn aus der Erde zu ziehen.'"

„Und sind sie losgegangen?", fragte Ron neugierig.

„Ja. Sie dachten eine Weile nach, dann gingen sie los. Unterwegs hatten sie es schrecklich schwer. Sie mussten ein Floß bauen, um über einen breiten Fluss zu kommen. Sie mussten gegen Räuber kämpfen und gegen wilde Tiere. Die ganze Zeit mussten sie einander helfen. Aber am Ende standen sie vor dem Wunderbaum. Sie zogen ihn aus der Erde und brachten ihn zu ihrem Vater.

‚Warum habt ihr ihn nicht selbst behalten?', fragte der reiche Vater. Die Söhne sagten: Sie brauchten den Baum nicht mehr. Unterwegs hatten sie gelernt, gut miteinander umzugehen. Sie würden nicht mehr streiten. Auch ohne Baum war ihr Leben gut."

„Und das", sagte Papa, „hat direkt mit Rosch Haschana zu tun. Awraham ging mit Jizchak zum Berg Moria, um dort ein großes Opfer zu bringen, und das dauerte drei Tage. Aber schau auf die Karte: Von Chewron, wo sie wohnten, ist es nicht weit bis zum Berg Moria. An einem Tag hätten sie da sein können. Trotzdem dauerte es drei."

„Vielleicht", sagte Ron, „sind sie ganz langsam gelaufen, weil Awraham dieses schwere Opfer gar nicht bringen wollte."

„Nein", sagte Papa. „Awraham stand früh am Morgen auf, um loszugehen. Er wollte überhaupt nicht langsam reisen. Aber er musste sich daran gewöhnen. Er musste lernen, dass man auch einen schweren Auftrag mit viel Freude für Haschem tut."

„Und was hat das mit den drei Söhnen zu tun?", fragte Jakov.

„Für die drei Söhne war der Baum am Ende nicht wichtig. Wichtig war die Reise: Unterwegs lernten sie, gut miteinander umzugehen. Bei Awraham war es genauso. Die richtige Prüfung war nicht das Opfer, sondern dass er bereit war zu tun, was Haschem gesagt hatte."

„Es geht also viel mehr um die Mühe als darum, das Ziel zu erreichen?", fragte Ron.

„Ja", sagte Papa. „Und mit eurer Prüfung morgen ist es genauso. Es ist nicht wichtig, ob du eine gute oder eine schlechte Note bekommst. Es geht darum, alles gut zu machen — so, wie Haschem, eure Eltern und eure Lehrer es von euch möchten."

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass viele Leute in der Woche vor Rosch Haschana und in den Tagen zwischen Rosch Haschana und Jom Kippur, dem Versöhnungstag, schon im Dunkeln aufstehen und in die Schul gehen, um extra zu beten?
  • … dass vor Rosch Haschana im Supermarkt der Honig ausverkauft ist? Alle brauchen ihn: Man tunkt Apfelstücke hinein, damit das neue Jahr süß wird.
  • … dass es drei Dinge gibt, mit denen man ein Jahr gut anfängt? Umkehren, beten — und armen Leuten etwas geben.

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa — Tschuwa heißt: zurückgehen. Zurück zu Haschem — und etwas besser machen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariella: „An Rosch Haschana bitten wir Haschem: Denk an den Tag auf dem Berg Moria! Aber Haschem vergisst doch nie etwas. Warum sagen wir es dann?"

Eli: „Weil wir es sagen, damit wir daran denken. Dafür ist der Schofar da — das Horn eines Widders, auf dem an Rosch Haschana geblasen wird. Er macht uns wach."

Batscheva: „Und woran sollen wir denken? Daran, dass Awraham bereit war, für Haschem alles zu tun. Wir hören den Schofar und versuchen, ein bisschen so zu werden wie er. So viel wir können."

Vraag aan jouFrage an dich

Die drei Brüder brachten den Wunderbaum mit — und brauchten ihn dann gar nicht mehr. Was hatten sie unterwegs bekommen, das noch wichtiger war?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend nicht ‚Wie war die Arbeit?', sondern ‚Was war heute schwer — und wie hast du es trotzdem gemacht?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Het smalle mondstuk

Als je er goed over nadenkt, hebben wij elke morgen, wanneer wij onze ogen openen, weer een kleine Rosj Hasjana. Alles wat er gisteren gebeurd is, is over. Elke ochtend beginnen we weer opnieuw. Elke dag heeft een nieuwe morgen en dus kunnen we weer fris van start. Er zijn weer nieuwe uitdagingen en kansen. Er is weer hoop!

Rosj Hasjana is onze kans om weer een nieuwe start te maken. Aan het eind van elk jaar kunnen we weer helemaal opnieuw beginnen. Met Rosj Hasjana starten we een nieuw jaar. Het is het einde van het vorige jaar, met alle toestanden en problemen. Maar het is ook het begin van een nieuw jaar, met alle mooie dingen in het vooruitzicht. We hebben nieuwe dromen, nieuwe mogelijkheden, nieuwe hoop. Er bestaat een kans dat we inderdaad vooruit gaan, ieder voor zich en met zijn allen.

Wanneer wij het geluid van de sjofar horen, gaan we onszelf verbeteren. Laten we een minuutje stilstaan en naar onszelf kijken: Doen we alles wel goed? Of zijn we de weg kwijt? Helpen we inderdaad het Joodse leven te verbeteren?

Maar hoe kunnen wij dat bereiken?

Denk aan de sjofar! De sjofar is de hoorn van een ram. De sjofar heeft een hele interessante opbouw. Het mondstuk waar je op blaast is heel nauw en smal. Maar het einde van de sjofar waar het geluid uitkomt is heel breed.

Dit leert ons een les. Willen we echt verbeteren dan moeten we iets kleins op ons nemen en besluiten dit van tijd tot tijd te doen: een klein beetje tsedaka voor arme mensen, of een keer per week op bezoek gaan bij oude mensen in Beth Sjalom die geen familie hebben.

Als we dat kleine kunnen volhouden, wordt dat langzamerhand steeds groter en wordt het steeds mooier en belangrijker.

Brücke nach vorn DE: „Am Berg Sinai war der Klang des Schofars sehr stark — davon erzählt dir Kapitel 17." NL: „Bij de berg Sinai was het sjofargeluid zeer sterk — daarover vertelt hoofdstuk 17 je."

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de sjofar vroeger een alarm voor oorlog was? Nu is het een alarmsignaal voor de dag van de berechting door Hasjeem.
  • … er veel sjofargeluid was toen de Joden de Tora kregen op de berg Sinai? Op Rosj Hasjana nemen we de Tora opnieuw aan.
  • … er sjofar geblazen wordt als een koning gekroond wordt? Op Rosj Hasjana kronen we G'd tot Koning van de wereld.

Woord van de week:Wort der Woche: Jom Tow — Jom tov betekent ‚goede dag' — een feestdag.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Toen we klaar waren met het blazen van de sjofar in sjoel was de sjofar verdwenen!"

Ariella: „Ik denk dat een van de kinderen hem genomen heeft, misschien wilden ze proberen te blazen."

Asaf: „Maar je mag geen sjofar blazen nadat je de mitswa op Rosj Hasjana hebt gedaan!"

Ita: „Hij heeft gelijk, Rosj Hasjana is een jom tov. Op jom tov mag je geen muziekinstrumenten bespelen en je mag alleen een sjofar bespelen wanneer het voor een mitswa is."

Ronny: „Ik denk dat kinderen op een sjofar mogen blazen om te oefenen, ook op Rosj Hasjana, alleen volwassenen niet want die mogen geen extra muziek maken als dat niet nodig is."

Wie heeft gelijk?

Vraag aan jouFrage an dich

Twee kleine dingen staan in dit hoofdstuk: telkens weer een klein beetje tsedaka opzijleggen — of één keer per week op bezoek gaan bij iemand die helemaal alleen is. Je begint dit jaar aan één van de twee, en je houdt het vol tot de volgende Rosj Hasjana. Waarvoor kies jij?

Sjabbat Sjalom!

👪 Zoek samen met uw kind één mens in de gemeente die het dit jaar regelmatig kan bezoeken — en zet vandaag de eerste afspraak, niet de twaalfde.

Duits

Das schmale Mundstück

Heute Morgen hast du die Augen aufgemacht. Alles, was gestern war, war vorbei. Ein neuer Tag, neue Aufgaben, neue Chancen. Wenn du genau darüber nachdenkst, hast du jeden Morgen ein kleines Rosch Haschana.

Rosch Haschana ist unsere Chance, noch einmal von vorn anzufangen. Am Ende jedes Jahres dürfen wir ganz neu beginnen. Es ist das Ende des alten Jahres, mit allem, was schwer war und schiefging. Und es ist der Anfang eines neuen, mit allem Schönen, das noch kommen kann: neue Träume, neue Möglichkeiten, neue Hoffnung. Es kann wirklich vorwärtsgehen — jeder für sich und alle zusammen.

Wenn wir den Schofar hören, fangen wir an, uns zu verbessern. Wir bleiben eine Minute lang stehen und schauen uns selbst an: Machen wir alles gut? Oder sind wir vom Weg abgekommen? Helfen wir wirklich mit, das jüdische Leben besser zu machen?

Aber wie schafft man das?

Denk an den Schofar. Der Schofar ist das Horn eines Widders, und er ist merkwürdig gebaut. Das Mundstück, in das du bläst, ist eng und schmal. Das andere Ende, aus dem der Klang herauskommt, ist weit.

Das lehrt uns etwas. Wer sich wirklich verbessern will, nimmt sich etwas Kleines vor und beschließt, es von Zeit zu Zeit zu tun: ein bisschen Zedaka für arme Leute. Oder einmal in der Woche alte Leute im Altenheim besuchen, die keine Familie mehr haben.

Und wenn wir dieses Kleine durchhalten, wird es langsam immer größer — und immer schöner und wichtiger.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Schofar früher ein Alarm im Krieg war? Heute ist er der Alarm für den Tag, an dem Haschem urteilt.
  • … dass am Berg Sinai sehr viel Schofarklang zu hören war, als das Volk die Tora bekam? An Rosch Haschana nehmen wir die Tora noch einmal an.
  • … dass man Schofar bläst, wenn ein König gekrönt wird? An Rosch Haschana krönen wir Haschem zum König der Welt.

Woord van de week:Wort der Woche: Jom Tow — Jom Tow heißt ‚guter Tag' — ein Feiertag, an dem man nicht arbeitet. Rosch Haschana ist einer.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Als wir mit dem Schofarblasen fertig waren, war der Schofar plötzlich weg!"

Ariella: „Ich glaube, eins von den Kindern hat ihn genommen. Vielleicht wollten sie selbst mal blasen."

Asaf: „Aber man darf gar nicht mehr Schofar blasen, wenn man die Mizwa an Rosch Haschana schon erfüllt hat!"

Ita: „Er hat recht. Rosch Haschana ist ein Jom Tow. An Jom Tow darf man keine Musikinstrumente spielen — und den Schofar darf man nur blasen, wenn es für eine Mizwa ist."

Ronny: „Ich denke, Kinder dürfen auf einem Schofar blasen, um zu üben, auch an Rosch Haschana. Erwachsene nicht: Die dürfen keine Extra-Musik machen, wenn es nicht sein muss."

Wer hat recht?

Vraag aan jouFrage an dich

Zwei kleine Sachen stehen in diesem Kapitel: immer wieder ein bisschen Zedaka weglegen — oder einmal in der Woche jemanden besuchen, der ganz allein ist. Du fängst dieses Jahr nur eine von beiden an, und du hältst sie durch bis zum nächsten Rosch Haschana. Wofür entscheidest du dich?

Schabbat Schalom!

👪 Suchen Sie mit Ihrem Kind einen Menschen in der Gemeinde, den es dieses Jahr regelmäßig besuchen kann — und legen Sie den ersten Termin heute fest, nicht den zwölften.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Zo groot als een speldenprik

Gedurende de Hoge Feestdagen gaan er veel gedachten door ons hoofd. Eén daarvan is ongemakkelijk: we beseffen dat we tesjoewa moeten doen voordat het te laat is. Tesjoewa (inkeer), tefilla (gebed) en tsedaka (liefdadigheid) zijn de basisingrediënten van onze goede voornemens. Maar hoe we dit moeten doen staat niet zo duidelijk beschreven.

Uit de Joodse literatuur is bekend, dat we ook tesjoewa met bescheiden, haalbare doelen moeten beginnen. We kunnen de wereld en onszelf niet overnacht veranderen. Van te grote doelstellingen worden we alleen maar moedeloos omdat we van meet af aan beseffen dat we die nooit zullen halen.

Kleine doelen geven ons een gevoel van succes en eigenwaarde. Als we beginnen met tien minuten stilte en zelfbezinning in plaats van roddel en achterklap, tonen we onszelf: ik kan dit toch. Haalbare doelen geven ons ons zelfvertrouwen terug en schuiven iedere twijfel aan ons doorzettingsvermogen terzijde. G'ddelijke bijstand krijgen we ook — of misschien wel juist — bij bescheiden pogingen tot zelfkorrektie.

Nooit meer lasjon hara (kwaadsprekerij) spreken is vrijwel onmogelijk. Maar even een paar minuten nadenken voordat je wat over anderen zegt, kan je hele leven en dat van anderen veranderen.

In de Midrasj vertelde Rabbi Abahoe over hetgeen er gebeurde aan het begin van de tijd. G'd overzag de toekomstige daden van de goeden en de slechten. Maar het was nog niet zo duidelijk welke daden Hij prefereerde. Pas toen de Tora duidelijk maakte, dat G'd het licht zag en dat dat goed was, maakte Hij een duidelijke keuze voor de goede mensen. Een uiterst opmerkelijke Midrasj. Denken we nu werkelijk dat G'd de daden van de slechte mensen zou waarderen?

Maar de waarheid luidt dat ook slechte mensen goede dingen doen. De Alter van Kelm, Reb Simcha Zissel, legt uit dat deze alleen een ander karakter dragen. Liefdadigheid wordt bij mensen die het hoog hebben zitten een pompeus diner met een enorm bal waar inderdaad heel veel tsedaka wordt opgehaald. Maar de intentie van de organisator was iets grandioos neer te zetten waar de mensen nog jarenlang over zouden praten. Hij geeft van grote hoogte, zonder de mensen aan te kijken aan wie hij geeft.

Tsaddikiem focussen op kleine, bescheiden daden. De vraag was: wat vond meer gunst in G'ds ogen? De grootse, wereldschokkende daden van de uitslovers of de bescheiden pogingen van de bescheiden mensen die het niet zo hoog in het hoofd hebben?

G'd wil bescheidenheid en kleine stapjes. Anders is de kans op terugval en teleurstelling te groot.

Brücke nach vorn DE: „Was Tschuwa wörtlich heißt und warum sie nicht im Himmel ist — davon erzählt dir Kapitel 51." NL: „Wat tesjoewa letterlijk betekent en waarom zij niet in de hemel is — daarover vertelt hoofdstuk 51 je."

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … de Rambam zegt dat het beter is vele kleine donaties te doen dan alles in één keer in een enorm bedrag aan de armen te geven? Iedere keer een beetje betekent veel meer aandacht voor het lijdende deel van de mensheid.
  • … G'd tegen het Joodse volk zegt: „Open voor Mij een minuscuul gaatje als de prik van een naald en Ik open voor jullie de poorten van de Hemel"?
  • … onze Chagamiem tesjoewa vergeleken hebben met de techiat hametiem, de herleving van de doden?

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa — Tesjoewa betekent terugkeer.

Wat het betekentWas es bedeutet

Werkelijk leven betekent verbonden zijn met Hasjeem. Slechte mensen zijn losgeraakt van G'd. De mens die vastgeroest is in zijn slechte gewoonten heeft de essentie van het leven uit het oog verloren. Tesjoewa leidt tot echt leven. Daarom vergeleken onze Chagamiem tesjoewa met de techiat hametiem, de herleving van de doden: wie van slecht in goed verandert, drijft uit een diep dal naar boven.

Als je naar je awerot kijkt — naar wat je fout gedaan hebt — kun je dat op verschillende manieren doen. Sommige mensen worden moedeloos en zien geen weg meer terug. Maar Hasjeem wijst nooit iemand af die serieus nadenkt over zijn leven. Wanneer we oprecht tot inkeer komen is er altijd een opening naar het echte leven.

Channa: „Maar als er altijd een opening is — waarom is tesjoewa dan zo moeilijk?"

En bedenk nu dat er op Rosj Hasjana nog iemand over jou rechtspreekt: jijzelf. Een rechtvaardige rechter vraagt niet het onmogelijke. Wie zich voorneemt om vanaf morgen een ander mens te zijn, heeft zichzelf eigenlijk al vrijgesproken — hij weet immers dat er niets van komt.

In een van de gebeden tijdens de Hoge Feestdagen staat, dat Hasjeem tot onze laatste adem op ons wacht tot wij tesjoewa doen en ook dan nog onze tesjoewa aanvaardt. Klinkt dat niet vreemd? Hoe kan G'd onze tesjoewa op het allerlaatste moment accepteren — ook als iemand zijn hele leven heeft gevuld met dingen die niets waard waren?

Omdat oprechte inkeer de essentie van ons leven is. Ook al doen we daar heel lang over: als we terugkeren tot Hasjeem verzacht dat alle fouten die we de afgelopen negentig of honderd jaren gemaakt hebben. Er is altijd hoop. Toch zeggen onze Wijzen dat degenen die zo snel mogelijk tesjoewa doen beter af zijn.

We keren terug naar de Bron van het leven. Die aanraking met Hasjeem — ook op het allerlaatste moment — is de essentie van ons bestaan. Als we die essentie halen, maakt het eigenlijk niet veel meer uit wanneer dat gebeurt.

Techiat hametiem wordt vergeleken met het wonder van de regen: uit vergane zaadjes ontspruit nieuw leven. Wat regen is voor de landbouw, is tesjoewa voor ons geestelijk leven.

Quellenzeile am Seitenrand: Bereschit Rabba 2,7 (§1) · Awoda Sara 19a (§3)

Vraag aan jouFrage an dich

De Alter van Kelm legt uit dat er op het pompeuze bal werkelijk veel tsedaka wordt opgehaald — en tóch kiest de Midrasj de kleine daden van de bescheiden mensen. Als er uiteindelijk hetzelfde geld bij dezelfde armen terechtkomt: wat is dan het verschil tussen die twee gaven?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over een voornemen dat u zelf ooit te groot hebt gemaakt — en wat ervan geworden is.

Duits

So groß wie ein Nadelstich

An den Hohen Feiertagen gehen einem viele Gedanken durch den Kopf. Einer davon ist unbequem: Ich müsste Tschuwa tun — umkehren —, bevor es zu spät ist. Umkehr, Tefilla (das Gebet) und Zedaka (das Geben an Arme) sind die Grundzutaten unserer guten Vorsätze. Aber wie man das macht, steht nirgends deutlich beschrieben.

In der jüdischen Literatur ist bekannt: Auch die Umkehr muss mit bescheidenen, erreichbaren Zielen anfangen. Wir können weder die Welt noch uns selbst über Nacht ändern. Von zu großen Zielen werden wir nur mutlos — wir wissen ja von Anfang an, dass wir sie niemals erreichen werden.

Kleine Ziele dagegen geben uns das Gefühl, etwas geschafft zu haben, und sie geben uns unseren Wert zurück. Wer statt zu tratschen zehn Minuten still ist und über sich nachdenkt, zeigt sich selbst: Ich kann das doch. Erreichbare Ziele geben das Selbstvertrauen zurück und schieben jeden Zweifel am eigenen Durchhaltevermögen beiseite. Und die Hilfe des Himmels bekommen wir gerade — vielleicht sogar besonders — bei den bescheidenen Versuchen, sich selbst zu bessern.

Nie wieder Laschon hara zu reden — nie wieder schlecht über einen anderen —, das ist so gut wie unmöglich. Aber ein paar Minuten nachzudenken, bevor du etwas über jemanden sagst: Das kann dein ganzes Leben verändern und das der anderen dazu.

Im Midrasch erzählt Rabbi Abahu, was am Anfang der Zeit geschah. Haschem überblickte die Taten der Guten und der Schlechten, die erst kommen sollten. Aber es war noch nicht deutlich, welche Taten Ihm lieber waren. Erst als die Tora sagt, dass Haschem das Licht sah und dass es gut war, traf Er eine deutliche Wahl für die guten Menschen. Ein höchst merkwürdiger Midrasch. Denken wir denn wirklich, Haschem hätte die Taten der schlechten Menschen schätzen können?

Aber die Wahrheit ist: Auch schlechte Menschen tun gute Dinge. Sie haben nur einen anderen Charakter, erklärt Rabbi Simcha Zissel, den man den Alter von Kelm nennt. Bei Leuten, die hoch hinauswollen, wird aus Wohltätigkeit ein prunkvolles Essen mit einem großen Ball, bei dem tatsächlich sehr viel Zedaka zusammenkommt. Nur war die Absicht des Veranstalters, etwas Großartiges hinzustellen, über das die Leute noch jahrelang reden. Er gibt aus großer Höhe, ohne die Menschen anzusehen, denen er gibt.

Die Zaddikim, die Gerechten, achten dagegen auf kleine, bescheidene Taten. Und die Frage des Midrasch war genau diese: Was findet mehr Gunst in Haschems Augen — die großen, welterschütternden Taten derer, die sich hervortun, oder die bescheidenen Versuche der bescheidenen Menschen, die nicht so hoch hinauswollen?

Haschem will Bescheidenheit und kleine Schritte. Sonst ist die Gefahr zu groß, dass wir zurückfallen und enttäuscht aufgeben.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass der Rambam sagt, es sei besser, viele kleine Spenden zu geben als alles auf einmal in einer einzigen großen Summe? Jedes Mal ein bisschen — das heißt jedes Mal ein Blick auf die Menschen, denen es schlecht geht.
  • … dass Haschem zum jüdischen Volk sagt: „Öffne Mir ein winziges Loch, so groß wie ein Nadelstich — und Ich öffne euch die Tore des Himmels"?
  • … dass unsere Chachamim, die Weisen, die Umkehr mit der Techijat Hametim vergleichen, dem Wiederaufstehen der Toten?

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa — Tschuwa heißt: Rückkehr. Nicht ‚sich schämen', sondern ‚zurückgehen'.

Wat het betekentWas es bedeutet

Wirklich zu leben heißt: mit Haschem verbunden sein. Menschen, die Schlechtes tun, haben sich von Haschem gelöst. Wer in seinen schlechten Gewohnheiten festgerostet ist, hat das Wichtigste am Leben aus den Augen verloren. Umkehr führt zu echtem Leben. Darum vergleichen die Chachamim die Umkehr mit dem Wiederaufstehen der Toten: Wer von schlecht zu gut wird, steigt aus einem tiefen Loch nach oben.

Wenn du auf deine Awerot schaust — auf das, was du falsch gemacht hast —, kannst du das auf verschiedene Weise tun. Manche werden mutlos und sehen keinen Weg zurück. Aber Haschem weist niemanden ab, der ernsthaft über sein Leben nachdenkt. Wer wirklich umkehren will, findet immer eine Öffnung.

Channa: „Aber wenn immer eine Öffnung da ist — warum ist Umkehr dann so schwer?"

Und jetzt denk daran, dass an Rosch Haschana noch jemand über dich zu Gericht sitzt: du selbst. Ein gerechter Richter verlangt nicht das Unmögliche. Wer sich vornimmt, ab morgen ein anderer Mensch zu sein, hat sich in Wahrheit schon freigesprochen — er weiß ja, dass daraus nichts wird.

In einem der Gebete der Hohen Feiertage steht, dass Haschem bis zu unserem letzten Atemzug auf uns wartet und unsere Umkehr auch dann noch annimmt. Klingt das nicht seltsam? Wie kann Haschem die Umkehr im allerletzten Augenblick annehmen — auch wenn jemand sein ganzes Leben mit Dingen verbracht hat, die nichts wert waren?

Weil ehrliche Umkehr das Wichtigste am Leben ist. Auch wenn wir sehr lange dafür brauchen: Wenn wir zu Haschem zurückkehren, wird alles milder, was wir in neunzig oder hundert Jahren falsch gemacht haben. Es gibt immer Hoffnung. Trotzdem sagen unsere Weisen: Wer so schnell wie möglich umkehrt, ist besser dran.

Wir kehren zurück zur Quelle des Lebens. Diese Berührung mit Haschem — auch im allerletzten Augenblick — ist das Wichtigste an unserem Dasein. Und wenn wir sie erreichen, kommt es am Ende gar nicht mehr so sehr darauf an, wann sie geschehen ist.

Die Techijat Hametim wird mit dem Wunder des Regens verglichen: Aus vergangenen Samen sprießt neues Leben. Was der Regen für die Felder ist, ist die Umkehr für unser geistiges Leben.

Vraag aan jouFrage an dich

Der Alter von Kelm erklärt, dass beim prunkvollen Ball wirklich viel Zedaka zusammenkommt — und der Midrasch wählt trotzdem die kleinen Taten der Bescheidenen. Wenn am Ende dasselbe Geld bei denselben Armen ankommt: Was unterscheidet die beiden Gaben?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einem Vorsatz, den Sie selbst einmal zu groß gefasst haben — und was daraus geworden ist.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
57 · Jom Kippoer Jom Kippur
ℹ️ Let op bij dit hoofdstukHinweis zu diesem Kapitel

Eigen voorstel — niet van Rav Evers. Als inspiratie bedoeld. Dit geldt voor beide talen: ook de Nederlandse tekst is niet zijn eigen woordkeus. Eigener Vorschlag — nicht von Rav Evers. Als Anregung gedacht. Das gilt für beide Sprachen: Auch der niederländische Text ist nicht sein eigener Wortlaut.

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

De lange dag

's Morgens trekt papa een wit overhemd aan. Het is geen Sjabbat.

„Waarom wit?", vraagt Mirjam.

„Omdat het vandaag Jom Kippoer is", zegt papa.

Op deze dag trekken veel mensen iets wits aan. Ook in sjoel ligt er witte stof over de tafel.

De avond ervoor waren alle mensen op pad. Buren gingen naar buren. Kinderen gingen naar kinderen. Wie iemand pijn had gedaan, ging zelf naar hem toe en zei het. Eén woord was genoeg: seliecha.

Dan begint de lange dag.

De groten eten op deze dag niets. Ze drinken ook niets. De kleine kinderen eten.

„Waarom eten zij niets?", vraagt Mirjam.

„Omdat ze vandaag aan iets anders denken", zegt papa. „Vandaag gaat het om de anderen."

Bijna de hele dag zijn alle mensen in sjoel. Ze dawwenen, ze lezen, ze staan op en gaan weer zitten.

„Wanneer is het voorbij?", vraagt Mirjam.

„Als het buiten donker wordt", zegt papa.

Mirjam kijkt uit het raam. Eerst is het licht. Dan wordt het goud. Dan wordt het donker.

's Avonds komt het laatste gebed. Iedereen staat. Niemand praat.

Dan pakt iemand de sjofar. Dat is een ramshoorn. Hij blaast één enkele lange toon.

De toon houdt niet op en houdt niet op. Hij gaat door de hele sjoel.

Dan is Jom Kippoer voorbij.

Iedereen gaat naar huis. Iedereen heeft honger. En iedereen is een beetje lichter dan 's ochtends.

↩ Weet je nog die dichte deur, waar iedereen voor stond te wachten? Aharon ging op deze dag naar binnen. Het was dezelfde dag. Toen in het Heiligdom. Nu in sjoel.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … je direct na Jom Kippoer al aan de soeka begint — de loofhut voor het volgende feest? Sommigen slaan diezelfde avond de eerste spijker.
  • … veel mensen op deze dag geen leren schoenen dragen? Daarom zie je in sjoel zoveel gymschoenen.
  • … Jom Kippoer in de geschiedenis van ons volk behalve een dag van ernstig dawwenen ook een dag van simcha, van vreugde was?

Woord van de week:Wort der Woche: Selicha / Seliecha — Seliecha betekent vergeving. Het is een woord dat je tegen een mens zegt — niet denkt, maar zegt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariella: „Een hele dag in sjoel. En aan het eind één enkele toon. Waar is dat allemaal goed voor?"

Chaim: „Mijn opa zegt: op deze dag kies je uit wat voor mens je wordt."

Ariella: „Uitkiezen kun je dat toch helemaal niet. Je bent nu eenmaal zoals je bent."

Chaim: „Ja'akov en Esav waren een tweeling. Ze kwamen op dezelfde dag ter wereld. Allebei hadden ze goed kunnen worden. Uit de een werd een goed mens. Uit de ander niet."

Ariella: „En wanneer hebben die dat dan uitgekozen?"

Chaim: „Elke dag een beetje. Opa zegt dat je het op Jom Kippoer alleen extra merkt."

Ariella: „Dan is de lange dag helemaal niet om te wachten. Hij is om te kiezen."

Vraag aan jouFrage an dich

De avond ervoor gaan alle mensen naar elkaar toe en zeggen dat ene woord. Iemand komt naar jou toe en zegt: „Seliecha." Wat doe jij dan?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind op de avond vóór Jom Kippoer of er iemand is naar wie het toe wil gaan — en ga mee.

Duits

Der lange Tag

Am Morgen zieht Papa ein weißes Hemd an. Es ist kein Schabbat.

„Warum weiß?", fragt Mirjam.

„Weil heute Jom Kippur ist", sagt Papa.

An diesem Tag ziehen viele Menschen etwas Weißes an. Auch in der Schul liegt weißer Stoff über dem Tisch.

Schon am Abend vorher waren alle unterwegs. Nachbarn gingen zu Nachbarn. Kinder gingen zu Kindern. Wer jemandem wehgetan hatte, ging selbst hin und sagte es. Ein Wort genügte: Selicha.

Dann fängt der lange Tag an.

Die Großen essen an diesem Tag nichts. Sie trinken auch nichts. Die kleinen Kinder essen.

„Warum essen sie nichts?", fragt Mirjam.

„Weil sie heute an etwas anderes denken", sagt Papa. „Heute geht es um die anderen."

Fast den ganzen Tag sind alle in der Schul. Sie beten, sie lesen, sie stehen auf und setzen sich wieder hin.

„Wann ist es vorbei?", fragt Mirjam.

„Wenn es draußen dunkel wird", sagt Papa.

Mirjam schaut aus dem Fenster. Erst ist es hell. Dann wird es golden. Dann wird es dunkel.

Am Abend kommt das letzte Gebet. Alle stehen. Niemand redet.

Dann nimmt einer das Schofar. Das ist ein Widderhorn. Er bläst einen einzigen langen Ton.

Der Ton hört nicht auf und hört nicht auf. Er geht durch die ganze Schul.

Dann ist Jom Kippur zu Ende.

Alle gehen nach Hause. Alle haben Hunger. Und alle sind ein bisschen leichter als am Morgen.

↩ Weißt du noch die geschlossene Tür, vor der alle warteten? Aharon ging an diesem Tag hindurch. Es war derselbe Tag. Damals im Heiligtum. Heute in der Schul.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass viele gleich nach Jom Kippur an der Suka anfangen — an der Laubhütte für das nächste Fest? Manche schlagen noch am selben Abend den ersten Nagel ein.
  • … dass an diesem Tag viele keine Schuhe aus Leder tragen? Darum sieht man in der Schul so viele Turnschuhe.
  • … dass Jom Kippur in der Geschichte unseres Volkes nicht nur ein Tag des ernsten Betens war, sondern zugleich ein Tag der Freude?

Woord van de week:Wort der Woche: Selicha / Seliecha — Selicha heißt Verzeihung. Es ist ein Wort, das man einem Menschen sagt — nicht denkt, sondern sagt.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ariella: „Ein ganzer Tag in der Schul. Und am Ende ein einziger Ton. Wozu das alles?"

Chaim: „Mein Opa sagt: An diesem Tag sucht man sich aus, was für ein Mensch man wird."

Ariella: „Aussuchen kann man das doch gar nicht. Man ist eben, wie man ist."

Chaim: „Jaakow und Esaw waren Zwillinge. Sie kamen am selben Tag auf die Welt. Beide hätten gut werden können. Aus dem einen wurde ein guter Mensch. Aus dem anderen nicht."

Ariella: „Und wann haben die sich das ausgesucht?"

Chaim: „Jeden Tag ein bisschen. Opa sagt, an Jom Kippur merkt man es nur besonders."

Ariella: „Dann ist der lange Tag gar nicht zum Warten da. Er ist zum Aussuchen da."

Vraag aan jouFrage an dich

Am Abend vorher gehen alle zueinander und sagen dieses eine Wort. Jemand kommt zu dir und sagt: „Selicha." Was machst du dann?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind am Abend vor Jom Kippur, ob es jemanden gibt, zu dem es gehen möchte — und gehen Sie mit.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Het meeste staat tussen jou en een medemens

Eén keer per jaar staat het eten op tafel en blijft het staan.

Op Jom Kippoer vasten wij en dragen wij geen leren schoenen. Op Jom Kippoer lijden we een beetje.

Waarom eigenlijk?

Vasten en jezelf kwellen lijkt heel vroom. Maar toch schrijft de Tora maar één ta'aniet (vastendag) per jaar voor. Dat is Jom Kippoer.

Waarom vasten wij? Let goed op bij de widoej — de zondenbelijdenis — van Jom Kippoer. Kijk naar al die slechte dingen, die we in een jaar doen. Toch blijkt, dat het overgrote deel van onze averot juist been adam lechavero zijn, tussen mens en medemens.

Echte Jahadoet is een open en warme houding naar onze medemens toe. Rabbi Akiwa verklaart de liefde voor je medemens tot het grootste en belangrijkste in de Tora.

Bekend is het verhaal van een Rebbe die op sterven lag. Zijn chassidiem (volgelingen) vroegen hem wat zijn laatste boodschap aan hen was.

De Rebbe antwoordde: „Voel je beschaamd tegenover je medemens."

De chassidiem vroegen verwonderd: „Rebbe, moeten wij ons niet meer schamen voor G'd?!"

De Rebbe antwoordde: „Als je je schaamt voor je medemens en aardig voor je vriendjes of vriendinnetjes bent, zul je ook van Hasjeem houden. Want Hasjeem is de Vader van alle mensen. Hasjeem wil, dat alle mensen aardig met elkaar omgaan. Daarbij mogen wij Hasjeem natuurlijk niet vergeten."

Was je tot nu toe onaardig? De mens kan heel veel, als hij maar wil.

Anders dan dieren hebben wij de mogelijkheid om ons leven te veranderen. Wij kunnen uit ons eigen vel kruipen en ons zelf veranderen en verbeteren. Dit is de grootheid van de mens.

↩ Weet je nog hoe Aharon beide handen op de kop van het bokje legde en hardop uitsprak wat er gebeurd was? Hij heeft het niet gedacht. Hij heeft het gezegd. Precies dat doet de widoej tot op vandaag.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Rosj Hasjana en Jom Kippoer bij elkaar horen? Op Rosj Hasjana worden wij bekeken en beoordeeld — op Jom Kippoer krijgen wij kappara en seliecha.
  • … de tien dagen tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer gelden als de heiligste periode van het jaar? Niet omdat er meer gedawwend wordt, maar omdat juist daarin het veranderen gebeurt.
  • … veel volwassenen op Jom Kippoer een eenvoudig wit kleed dragen — geen feestelijk, maar een heel sober kleed?
  • … bij tesjoewa niet alleen hoort dat het je spijt? Daar hoort de zin voor morgen bij: dit doe ik niet meer.

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa / Tesjoewa — Tesjoewa betekent inkeer. Het is het woord ervoor dat een mens een weg teruggaat die hij verkeerd is gegaan.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Voordat Jom Kippoer begint, is het belangrijk nog eens na te denken over Ne'ila, de afsluiting van Jom Kippoer. Ne'ila betekent afsluiting. We zeggen dat de Sja'aree Sjamajiem, de hemelpoorten, bezig zijn zich te sluiten. Ne'ila is onze laatste mogelijkheid om tesjoewa te doen voordat Jom Kippoer eindigt.

Ne'ila is niet het woord dat wij voor 'afsluiting' gebruiken. Dat is 'segiera'. Waarom dit onbekende woord Ne'ila?

Laten wij eens denken aan een heel gewoon woord, met dezelfde sjoresj (stam): na'alajiem, schoenen. Als ze op de grond staan en niemand ze draagt, zijn schoenen meestal open. Zij worden meestal alleen dichtgedaan als iemand ze aantrekt of meeneemt.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor de Ne'ila-dienst. De Sja'aree Sjamajiem gaan dicht, de tijd van tesjoewa is bijna voorbij. Maar als de dienst is afgelopen, kunnen we het boek niet sluiten en ons berouw wegstoppen tot volgend jaar. Nee, we nemen ons berouw en onze tesjoewa mee naar het komende jaar als schoenen waar we mee verder lopen. Alleen dan heeft de Jom Kippoer dienst echt iets betekend."

Vraag aan jouFrage an dich

Eli zegt dat wij onze tesjoewa meenemen als schoenen waar we mee verder lopen. Denk aan iemand die erop wacht dat jij iets zegt. Wat, denk je, wacht hij te horen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over een keer dat u zelf iemand om vergeving hebt gevraagd — en hoe het daarna tussen u beiden was.

Duits

Das meiste steht zwischen dir und einem Menschen

Einmal im Jahr steht das Essen auf dem Tisch und bleibt stehen.

An Jom Kippur fasten wir: Wir essen nicht und trinken nicht. Wir tragen keine Schuhe aus Leder. An diesem Tag leiden wir ein bisschen.

Warum eigentlich?

Fasten sieht fromm aus. Trotzdem schreibt die Tora nur einen einzigen Fasttag im Jahr vor. Einen einzigen. Und dieser eine ist Jom Kippur.

Die Antwort steht in dem Gebet, das an diesem Tag immer wiederkommt. Es heißt Widdui und zählt auf, was in einem Jahr schiefgegangen ist. Pass gut auf, wenn es gesagt wird. Hör dir die Liste an. Und dann merkst du etwas, das dich überrascht: Das meiste davon steht gar nicht zwischen dir und Haschem. Es steht zwischen dir und einem anderen Menschen.

Echtes Judentum ist eine offene und warme Haltung zu dem Menschen neben dir. Rabbi Akiwa hat gesagt: Die Liebe zu deinem Mitmenschen ist das Größte und Wichtigste in der ganzen Tora.

Von einem Rebben wird erzählt, dass er im Sterben lag. Seine Chassidim standen um ihn herum und fragten ihn nach seinem letzten Rat.

Der Rebbe antwortete: „Schämt euch vor eurem Mitmenschen."

Die Chassidim wunderten sich. „Rebbe", fragten sie, „müssen wir uns denn nicht vor Haschem schämen?"

Der Rebbe antwortete: „Wenn du dich vor deinem Mitmenschen schämst und freundlich zu deinen Freunden bist, dann wirst du auch Haschem liebhaben. Denn Haschem ist der Vater aller Menschen. Haschem will, dass die Menschen gut miteinander umgehen. Dabei dürfen wir Haschem natürlich nicht vergessen."

Warst du bis jetzt unfreundlich? Ein Mensch kann sehr viel, wenn er nur will.

Ein Tier kann das nicht. Ein Tier bleibt, wie es ist. Wir aber können aus unserer eigenen Haut heraus, wir können uns ändern und besser werden. Das ist die Größe des Menschen.

↩ Weißt du noch, wie Aharon beide Hände auf den Kopf des Ziegenbocks legte und laut aussprach, was geschehen war? Er hat es nicht gedacht. Er hat es gesagt. Genau das tut das Widdui bis heute.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Rosch Haschana und Jom Kippur zusammengehören? An Rosch Haschana werden wir angeschaut und beurteilt — an Jom Kippur bekommen wir Kappara und Selicha: Zudecken, nicht Wegwischen, und Verzeihung.
  • … dass die zehn Tage zwischen Rosch Haschana und Jom Kippur als die heiligste Zeit des ganzen Jahres gelten? Nicht, weil in ihnen mehr gebetet wird, sondern weil in ihnen das Sich-Ändern geschieht.
  • … dass viele Erwachsene an Jom Kippur ein einfaches weißes Gewand tragen — kein festliches, sondern ein ganz schlichtes?
  • … dass zu Tschuwa nicht nur gehört, dass dir etwas leidtut? Dazu gehört der Satz für morgen: Ich mache das nicht wieder.

Woord van de week:Wort der Woche: Tschuwa / Tesjoewa — Tschuwa heißt Umkehr. Es ist das Wort dafür, dass ein Mensch einen Weg zurückgeht, den er falsch gegangen ist.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Bevor Jom Kippur anfängt, lohnt es sich, noch einmal über Ne'ila nachzudenken — über den Schluss des Tages. Ne'ila heißt Schließung. Wir sagen, dass die Tore des Himmels dabei sind, sich zu schließen. Ne'ila ist unsere letzte Gelegenheit, an diesem Tag Tschuwa zu tun.

Und jetzt pass auf das Wort auf. Ne'ila ist gar nicht das Wort, das wir sonst fürs Schließen benutzen. Das gewöhnliche Wort heißt segira. Warum also dieses seltene?

Denk an ein alltägliches Wort mit derselben Wurzel: na'alajim, Schuhe. Wenn Schuhe auf dem Boden stehen und niemand sie trägt, stehen sie offen. Zugemacht werden sie erst, wenn jemand sie anzieht und mitnimmt.

Genauso ist es mit Ne'ila. Die Tore gehen zu, die Zeit der Umkehr ist fast vorbei. Aber wenn der Tag zu Ende ist, können wir nicht einfach das Buch zuklappen und unsere Reue bis zum nächsten Jahr wegräumen. Nein — wir nehmen unsere Tschuwa mit, wie Schuhe, in denen wir weitergehen. Nur dann hat dieser Tag wirklich etwas bedeutet."

Vraag aan jouFrage an dich

Eli sagt, wir nehmen die Tschuwa mit wie Schuhe, in denen wir weitergehen. Denk an jemanden, der darauf wartet, dass du etwas sagst. Was, glaubst du, wartet er zu hören?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einem Mal, an dem Sie selbst jemanden um Verzeihung gebeten haben — und wie es danach zwischen Ihnen war.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Wat één dag niet kan

Eén enkele dag in het jaar. Je eet niet, je drinkt niet, je staat van vroeg tot laat in sjoel en zegt een lange lijst op — en daarna is alles weg wat er in een heel jaar is misgegaan?

Als je hier bent gaan twijfelen, heb je goed gelezen. De rekening klopt niet. En de Misjna — dat is het oudste boek waarin onze mondelinge regels zijn opgeschreven — zegt zelf waar zij niet klopt.

Daar staat een zin die de dag in tweeën deelt.

Wat tussen een mens en Hasjeem staat — daarvoor dekt Jom Kippoer toe. Wat tussen een mens en zijn naaste staat — daarvoor dekt Jom Kippoer niet toe, zolang hij de ander niet tevreden heeft gesteld.

Randregel bij het citaat: Misjna Joma 8,9

Lees die tweede helft nog een keer. Er staat niet: hij heeft er spijt van. Er staat niet: hij heeft gevast. Er staat: zolang hij de ander niet tevreden heeft gesteld. Tevreden moet de ander zijn. Niet jij.

Dat is een harde regel en tegelijk een opluchting. Hard, omdat geen enkel gebed eromheen gaat: je moet er zelf naartoe. Opluchting, omdat de regel zegt wat je doen moet. Bij de meeste dingen is één zin genoeg. Bij sommige niet. Heb je iets stukgemaakt, dan is die zin pas het begin; daarna komt de vergoeding. Heb je over een ander gepraat, dan is de zin zwaarder dan de schade — een gebroken kruik is te betalen, een woord niet meer in te zamelen.

En dan is er nog iets waar je het moeilijkst bij komt: jezelf.

Rebbi Zusia placht altijd te zeggen: „Wanneer ik van deze wereld vertrek en voor de Hemelse Rechtbank verschijn, zal men mij niet vragen: Zusia, waarom was je niet zo knap als Mosje? Waarom niet zo sympathiek als Awraham? Nee, zij zullen mij vragen: Zusia, waarom ben jij geen Zusia geworden?"

Waarom heb ik mijn eigen weg niet gevolgd? Waarom heb ik niet gedaan wat juist ik had kunnen doen? Denk daar maar goed over na op Jom Kippoer!

En waarom hebben wij deze dag überhaupt nodig? Als het mensen goed gaat, vergeten zij. Niet uit kwaadheid — uit verzadiging. Dat gebeurt helaas maar al te vaak.

Daarom hebben wij Jom Kippoer: om niet te vergeten wie wij zijn. En wie er nog op ons wacht.

↩ Weet je nog hoe merkwaardig de widdoej gebouwd is? Je zegt daarin niet ik heb. Je zegt wij hebben. Hij somt op wat tussen ons allen en Hasjeem staat. De ene zin die jij aan één mens schuldig bent, staat er niet in. Die moet je zelf zeggen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … veel verklaarders geprobeerd hebben de twee loten van deze dag te begrijpen, terwijl onze Chagamiem ze een chok noemen? Zij wilden de regel niet veranderen. Zij wilden erin kunnen wonen.
  • … Rabbi Akiwa geleerd heeft dat de Tora voor ons is wat het water is voor de vissen? Een vis die uit het water springt, is niet vrij geworden. Hij is alleen maar buiten.
  • … er in het gebed van deze dag herdacht wordt aan tien leraren die voor de Tora gestorven zijn — Rabbi Akiwa is een van hen? De herdenking heet naar haar eerste woorden Ele Eskera: aan dezen wil ik denken.
  • … de regel ook andersom geldt? Wie gevraagd wordt, moet niet hard blijven. En wie drie keer is gegaan en geen antwoord heeft gekregen, heeft het zijne gedaan — dan ligt het niet meer bij hem.

Woord van de week:Wort der Woche: Chok — Een chok is een regel waarvan wij de reden niet kennen. Wij houden ons er toch aan — en denken er toch over na. Allebei hoort erbij.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Rabbi Ja'akov Jisraëel Kanievsky kocht eens een mooie vaas van een arme weduwe. Tijdens de koop viel de vaas en brak in stukken. Het was de schuld van de weduwe en volgens de Joodse wet was Rabbi Ja'akov Kanievsky de weduwe niets schuldig. Toch was de vrouw ervan overtuigd dat het ongeluk de schuld van de Rabbijn was. Zij eiste geld van de Rabbijn voor de gebroken vaas. Rabbi Ja'akov Kanievsky weigerde dit met kracht, omdat hij beweerde dat hij onschuldig was. De weduwe was erg arm en begon tegen de Rabbijn te schreeuwen dat zij recht had op geld voor de vaas, maar Rabbi Kanievsky bleef herhalen dat hij niet schuldig was en liet haar alleen."

Juta: „De mensen die ervan hoorden, waren verbaasd. Het was alom bekend dat Rabbi Kanievsky een grote geleerde was, die altijd bereid was om weduwen en wezen te helpen. Maar niemand durfde hem te vragen waarom hij niet betaalde en niemand twijfelde aan zijn eerlijkheid. Toen hij thuis kwam vroeg de Rabbijn aan zijn zoon om naar de weduwe terug te gaan met tweemaal zoveel geld als zij vroeg, met een briefje erbij."

Benjamin: „Later verklaarde hij de tekst op het briefje en ook zijn gedrag. Volgens de halacha was hij haar geen geld schuldig. Doordat zij geld vroeg waarop zij geen recht had, handelde zij onrechtvaardig. Rechtvaardigheid is recht door zee en daar mag je niet van afwijken. Daarom gaf Rav Kanievsky niet toe aan onrechtvaardige eisen, zelfs niet van een arme weduwe. Toch was hij bereid haar te helpen. Zij had ongelijk door geld te vragen waar zij geen recht op had. Maar omdat zij arm was kreeg zij het geld als geschenk, uit naastenliefde."

Vraag aan jouFrage an dich

Rav Kanievsky deed twee dingen die elkaar lijken tegen te spreken: hij betaalde niets — en hij stuurde het dubbele. Zou één van de twee alleen genoeg zijn geweest?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind over een keer dat u in uw recht stond — en vraag het wat u naast uw recht nog had kunnen doen.

Duits

Was ein Tag nicht kann

Ein einziger Tag im Jahr. Man isst nicht, man trinkt nicht, man steht von früh bis spät in der Schul und sagt eine lange Liste auf — und danach ist alles weg, was in einem ganzen Jahr schiefgegangen ist?

Wenn du an dieser Stelle stutzig geworden bist, hast du richtig gelesen. Die Rechnung geht nicht auf. Und die Mischna — das ist das älteste Buch, in dem unsere mündlichen Regeln aufgeschrieben stehen — sagt selbst, wo sie nicht aufgeht.

Dort steht ein Satz, der den Tag in zwei Hälften teilt.

Was zwischen einem Menschen und Haschem steht — dafür deckt Jom Kippur zu. Was zwischen einem Menschen und seinem Nächsten steht — dafür deckt Jom Kippur nicht zu, solange er den anderen nicht zufriedengestellt hat.

Randzeile zum Zitat: Mischna Jomá 8,9

Lies die zweite Hälfte noch einmal. Da steht nicht: er hat es bereut. Da steht nicht: er hat gefastet. Da steht: solange er den anderen nicht zufriedengestellt hat. Zufrieden sein muss der andere. Nicht du.

Das ist eine harte Regel und zugleich eine Erleichterung. Hart, weil kein Gebet sie umgeht: Du musst selbst hingehen. Erleichterung, weil sie sagt, was zu tun ist. Bei den meisten Sachen genügt ein Satz. Bei manchen nicht. Hast du etwas kaputtgemacht, ist der Satz erst der Anfang; danach kommt der Ersatz. Hast du über einen anderen geredet, ist der Satz schwerer als der Schaden — ein zerbrochener Krug ist zu bezahlen, ein Wort nicht mehr einzusammeln.

Und dann gibt es das, an das man am schwersten herankommt: sich selbst.

Rebbi Sussja hat immer wieder gesagt: „Wenn ich einmal aus dieser Welt gehe und vor dem Himmlischen Gericht stehe, wird man mich nicht fragen: Sussja, warum warst du nicht so klug wie Mosche? Warum nicht so freundlich wie Awraham? Nein. Man wird mich fragen: Sussja, warum bist du nicht Sussja geworden?"

Warum habe ich meinen eigenen Weg nicht gefunden? Warum habe ich nicht getan, was ausgerechnet ich hätte tun können? Darüber soll man an Jom Kippur gut nachdenken.

Und warum brauchen wir diesen Tag überhaupt? Wenn es Menschen gut geht, vergessen sie. Nicht aus Bosheit — aus Sattheit. Das kommt leider viel zu oft vor.

Darum haben wir Jom Kippur: damit wir nicht vergessen, wer wir sind. Und wer noch auf uns wartet.

↩ Weißt du noch, wie merkwürdig das Widdui gebaut ist? Man sagt darin nicht ich habe. Man sagt wir haben. Es zählt auf, was zwischen uns allen und Haschem steht. Den einen Satz, den du einem einzelnen Menschen schuldest, zählt es nicht auf. Den musst du selber sagen.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass viele Erklärer versucht haben, die zwei Lose an diesem Tag zu verstehen, obwohl unsere Gelehrten sie einen Chok nennen? Sie wollten die Regel nicht ändern. Sie wollten in ihr wohnen können.
  • … dass Rabbi Akiwa gesagt hat, die Tora sei für uns das, was das Wasser für die Fische ist? Ein Fisch, der aus dem Wasser springt, ist nicht frei geworden. Er ist nur draußen.
  • … dass im Gebet dieses Tages an zehn Lehrer erinnert wird, die für die Tora gestorben sind — Rabbi Akiwa ist einer von ihnen? Das Gedenken heißt nach seinen ersten Wörtern Ele Eskera: An diese will ich denken.
  • … dass die Regel auch andersherum gilt? Wer gebeten wird, soll nicht hart bleiben. Und wer dreimal hingegangen ist und keine Antwort bekommen hat, hat das Seine getan — dann liegt es nicht mehr bei ihm.

Woord van de week:Wort der Woche: Chok — Ein Chok ist eine Regel, deren Grund wir nicht kennen. Wir halten sie trotzdem — und denken trotzdem über sie nach. Beides gehört dazu.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Rabbi Jaakow Jisrael Kanievsky kaufte einmal eine schöne Vase von einer armen Witwe. Beim Kauf fiel die Vase hin und zerbrach. Es war das Versehen der Witwe, und nach dem jüdischen Recht schuldete der Rabbiner ihr nichts. Trotzdem war die Frau überzeugt, das Unglück sei seine Schuld. Sie verlangte Geld für die zerbrochene Vase. Er lehnte entschieden ab, weil er unschuldig war. Die Witwe war sehr arm und fing an zu schreien, sie habe ein Recht auf das Geld. Er wiederholte nur, dass er nicht schuldig sei, und ließ sie allein."

Juta: „Die Leute, die davon hörten, wunderten sich. Jeder wusste, dass Rabbi Kanievsky ein großer Gelehrter war, der Witwen und Waisen immer half. Niemand traute sich zu fragen, warum er nicht zahlte — und niemand zweifelte an seiner Ehrlichkeit. Als er nach Hause kam, bat er seinen Sohn, noch einmal zu der Witwe zu gehen: mit dem doppelten Betrag und einem Zettel dabei."

Benjamin: „Später hat er erklärt, was auf dem Zettel stand und warum er beides getan hat. Nach der Halacha — so heißt das jüdische Recht — schuldete er ihr nichts. Indem sie Geld verlangte, auf das sie kein Recht hatte, tat sie Unrecht. Gerechtigkeit ist gerade wie ein Strich; davon darf man nicht abweichen. Darum gab er einer ungerechten Forderung nicht nach, auch der einer armen Witwe nicht. Und trotzdem wollte er ihr helfen. Sie hatte unrecht, als sie das Geld forderte. Aber weil sie arm war, bekam sie es — als Geschenk, aus Nächstenliebe."

Vraag aan jouFrage an dich

Rav Kanievsky hat zwei Dinge getan, die einander zu widersprechen scheinen: Er hat nichts gezahlt — und er hat das Doppelte geschickt. Wäre eines von beiden allein genug gewesen?

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind von einem Fall, in dem Sie im Recht waren — und fragen Sie es, was Sie außer Ihrem Recht noch hätten tun können.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
58 · Pesach Pessach

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Het grootste stuk

Beste jongens en meisjes, het is gauw weer Pesach. Kijk naar de seiderschotel. Op de seiderschotel liggen drie matsot: één is de koheen, de tweede is de levi en de derde is de jisra'eel.

Jullie weten dat de middelste matsa wordt gebroken. Het kleinste deel leggen we terug op de seiderschotel. Het grootste deel leggen we weg, bijvoorbeeld in een kussen. Dat is de afikoman, en die bewaren we tot na het eten.

Jullie proberen natuurlijk de afikoman te pakken te krijgen. Wie hem heeft, krijgt achteraf een cadeautje. Maar wat is die afikoman nu eigenlijk?

Het kleinste deel van de middelste matsa blijft op de seiderschotel liggen. Dat is lechem onni, brood van een arme man. Want een arme man legt het grootste deel van zijn beetje brood weg voor morgen. Vandaag eet hij zo min mogelijk.

Waarom leggen wij het afikoman in een zakje of onder het kussen? Je moet het wel goed apart wegleggen. Anders raakt het vermengd met andere matsot, en dan vindt niemand het meer.

Een belangrijke reden voor het afikoman is: kinderen actief houden. Want de seideravond is voornamelijk bedoeld voor kinderen. Het gaat erom om de kinderen het jodendom te leren en de jetsiat Mitsraim opnieuw te laten beleven.

En dan staat er in veel families iemand op. Hij doet het afikoman in een apart zakje en hangt het op zijn rug. Dan gaat hij lopen: één keer om de tafel heen, langs iedereen. Het zijn maar een paar stappen. Maar zo trokken de Bnee Jisra'eel toen ook weg uit Mitsraim — met deeg op hun schouders, gewikkeld in doeken.

↩ Weet je nog hoe zij uit Mitsraim wegtrokken? Niet stiekem en niet in het donker, maar in de vroege ochtend. Wie vandaag met het zakje om de tafel loopt, loopt die ochtend nog een keer mee.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … maror ons herinnert aan de bitterheid van de slavernij?
  • … de zero'a op de seiderschotel is ter herinnering aan het korban Pesach?
  • … charosset een mengsel is van rozijnen, amandelen, appelen, noten, wijn en kaneelstokken?
  • … charosset doet denken aan het steen of klei of cement waarmee de Joden moesten werken?

Woord van de week:Wort der Woche: Afikoman — Afikoman is het grootste stuk van de middelste matsa. Het wordt weggelegd en pas na het eten opgegeten — als allerlaatste.

Wat het betekentWas es bedeutet

Sjem Tov: „Wisten jullie, dat in de seider het getal vier heel veel voorkomt? Weet je wat ik bedoel? Er zijn vier vragen van de kinderen in Ma Nisjtana. Er zijn vier zonen. En er zijn ook nog vier bekers."

Channa: „Waar doet dat getal vier ons aan denken? Het getal vier doet ons denken aan de vier Aartsmoeders: Sara, Rivka, Racheel en Lea."

Jalta: „Dat waren heel goede vrouwen. Vier herinnert ons ook aan de vier manieren waarop de Joden anders waren in Mitsraim dan de Egyptenaren. Weten jullie hoe ze anders waren?"

Ja'ier: „Ze hadden andere kleren. Ze hadden een andere taal. Ze hadden andere namen. En ze waren ook heel erg aardig voor elkaar. Daar kunnen we veel van leren!"

Vraag aan jouFrage an dich

Je hebt één stuk brood in je hand, en meer heb je niet. Leg jij het grootste deel weg — voor morgen? Of eet je het vandaag op?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind dit jaar de afikoman verstoppen in plaats van zoeken — en vraag daarna waarom juist het grootste stuk moet wachten.

Duits

Das größte Stück

Bald ist wieder Pessach. Schau auf den Sederteller: Ganz oben liegen drei Mazzot, eine über der anderen.

Die mittlere wird zerbrochen. Das kleinere Stück kommt zurück auf den Teller. Das größere wird weggelegt — in ein Kissen zum Beispiel oder in ein Säckchen. Es heißt Afikoman: das Stück, das bis nach dem Essen warten muss.

Natürlich versuchst du, den Afikoman zu erwischen. Wer ihn hat, bekommt hinterher ein Geschenk. Aber was ist dieses Stück eigentlich?

Das kleine Stück, das auf dem Teller liegen bleibt, ist das Brot eines Armen. Ein Armer macht es nämlich genau so: Von dem bisschen Brot, das er hat, legt er das größte Stück weg — für morgen. Heute isst er so wenig wie möglich.

Und warum kommt der Afikoman ins Säckchen oder unters Kissen? Weil man ihn gut getrennt weglegen muss. Sonst kommt er zwischen die anderen Mazzot, und dann findet ihn niemand mehr.

Es gibt noch einen Grund, und der ist der wichtigste: damit du wach bleibst und mitmachst. Denn dieser Abend ist vor allem für dich gemacht. Heute sollst du sehen, hören und selbst erleben, wie wir aus Ägypten gezogen sind.

Und dann steht in vielen Familien einer auf. Er nimmt das Säckchen mit dem Afikoman und hängt es sich auf den Rücken. Dann geht er los: einmal um den Tisch herum, an allen vorbei. Es sind nur ein paar Schritte. Aber genau so gingen die Bnej Jisrael damals los — den Teig auf der Schulter, in Tücher gewickelt.

↩ Weißt du noch, wie sie aus Ägypten zogen? Nicht heimlich und nicht im Dunkeln, sondern am hellen Morgen. Wer heute mit dem Säckchen um den Tisch geht, geht diesen Morgen noch einmal mit.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die bitteren Kräuter auf dem Teller uns an die Bitterkeit der Sklaverei erinnern?
  • … dass der Knochen auf dem Sederteller an das Pessach-Lamm erinnert, das es damals gab?
  • … dass der braune süße Brei aus Rosinen, Mandeln, Äpfeln, Nüssen, Wein und Zimtstangen gemacht wird?
  • … dass er an den Stein, den Lehm und den Zement erinnern soll, mit denen die Juden in Ägypten arbeiten mussten?

Woord van de week:Wort der Woche: Afikoman — Afikoman heißt das größte Stück der mittleren Mazza. Es wird weggelegt und erst nach dem Essen gegessen — als Allerletztes.

Wat het betekentWas es bedeutet

Schem Tow: „Wisst ihr, dass am Seder die Zahl Vier immer wieder vorkommt? Merkt ihr, was ich meine? Es gibt die vier Fragen, die die Kinder stellen — Ma Nischtana, ‚Warum ist dieser Abend anders?'. Es gibt die vier Söhne. Und es gibt auch noch die vier Becher."

Channa: „Und woran erinnert uns diese Vier? Die Vier erinnert uns an die vier Mütter unseres Volkes: Sara, Riwka, Rachel und Lea."

Jalta: „Das waren sehr gute Frauen. Die Vier erinnert uns auch an die vier Dinge, in denen die Juden in Ägypten anders waren als die Ägypter. Wisst ihr, wie sie anders waren?"

Jair: „Sie hatten andere Kleider. Sie hatten eine andere Sprache. Sie hatten andere Namen. Und sie waren auch sehr freundlich zueinander. Davon können wir viel lernen!"

Vraag aan jouFrage an dich

Du hast ein Stück Brot in der Hand, und mehr hast du nicht. Legst du das größte Stück weg — für morgen? Oder isst du es heute?

Schabbat Schalom!

👪 Lassen Sie Ihr Kind dieses Jahr den Afikoman verstecken statt suchen — und fragen Sie es danach, warum ausgerechnet das größte Stück warten muss.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Eén woord verschil

Vier zonen zitten aan de seidertafel. Twee ervan zijn misschien wel jouw oom en jouw tante.

Want jullie weten dat op seideravond gesproken wordt over de vier zonen. De vier zonen zijn niet alleen maar vier kinderen. Het zijn ook vier soorten volwassen mensen.

De chagam is de man of de vrouw die wil leren en de macht van Hasjeem en de Tora kent en wil zien.

De tam is een eenvoudige man of vrouw maar die is wel gehoorzaam. De tam weet niet veel maar hij luistert naar wat verstandige mensen hem zeggen.

De rasja komt in opstand tegen zijn leraren. Hij wil niets weten van de Tora en niks van Hasjeem. Hij denkt dat hij wel zelf kan bepalen wat goed en wat slecht is.

De sje'eno jode'a lisjol doet volledig zijn eigen zin. Hij hoeft niemand iets te vragen. Zo zie je dat niet alleen maar kinderen maar ook volwassenen gewoon onder de vier zonen kunnen vallen.

Wat is het verschil tussen de chagam en de rasja? Je hoort het aan drie dingen, en het eerste is één enkel woord.

De chagam zegt: „Ma ha'edot vehachoekiem vehamisjpatiem asjer tsiwa Hasjeem Elokeenoe etchem". Etchem betekent: jullie, met mij erbij. Hij geeft aan dat hij bij het Joodse volk hoort. Eén woord verschil — meer is het niet.

Het tweede: hij heeft het over Hasjeem Elokeenoe, onze G'd; dus hij sluit zich niet uit van Am Jisra'eel.

En het derde: de chagam laat blijken dat hij zich goed met de Tora heeft bezig gehouden en dat hij het verschil weet tussen de edot, de choekiem en de misjpatiem.

Edot zijn getuigenissen. Als je een matsa eet is dat een getuigenis van het feit dat we uit Egypte weggerend zijn, zodat het deeg niet kon rijzen.

Choekiem zijn onbegrijpelijke wetten, zoals bij het Pesachoffer, dat de botten ervan niet gebroken mochten worden.

Misjpatiem zijn de sociale wetten. Die zie je ook bij de Seider. Je nodigt iedereen uit aan het begin „kol dichfien jete vejechol": iedereen die hongerig is kan komen en eten.

↩ Weet je nog, de staf die Hasjeem zelf gemaakt en aan Adam gegeven heeft — en die werd doorgegeven tot in de hand van Mosje? Wat doorgegeven wordt, kun je niet kwijtraken.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … er een vijfde beker staat op de seidertafel: de beker van Elijahoe?
  • … die vijfde beker te maken heeft met de vijf manieren waarop we verlost zijn uit Egypte?
  • … de vijfde beker van Elijahoe tegenover het vijfde kind staat — dat niet op de seideravond aanwezig is? Dat vijfde kind is geen chagam, geen rasja, geen tam en geen sje'eno jode'a lisjol. Het is er gewoon niet.
  • … wij daarom toch nog steeds de beker van de profeet Elijahoe drinken, omdat we hopen dat uiteindelijk alle kinderen, ook kinderen die heel ver afstaan, zullen deelnemen aan de Seider?

Woord van de week:Wort der Woche: Edot — Edot betekent getuigenissen. Een getuigenis is iets dat voor jou spreekt zonder dat jij hoeft te praten — zoals de matsa spreekt over de uittocht.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wij zitten nog steeds in galoet. Waarom herinneren wij dan de jetsiat Mitsraim? Heb jij daar wat over geleerd op school?"

Ja'ier: „Ik ken een mooi verhaal, dat dat allemaal uitlegt. Er was eens een man die plotseling heel veel geld won in de loterij. Hij besefte dat hij nooit naar school was gegaan en nooit had kunnen leren."

Jediedja: „Ik begrijp al hoe het verder gaat. Daarom huurde hij leraren en werd hij een wijs man."

Jinon: „Ja maar je weet niet hoe het afloopt. Elk jaar vierde hij de verjaardag van het winnende lot. Maar een tijdje later verloor hij al zijn geld en werd hij weer vreselijk arm. Toch bleef hij de verjaardag van het winnende lot vieren. De mensen om hem heen vroegen waarom hij toch zo blij bleef om deze dag. Hij had al zijn geld verloren!"

Ariella: „De man antwoordde: ‚Het geld is weg maar de kennis die ik geleerd heb is nog steeds bij me'. Ook al hebben we tegenwoordig niet veel vrijheid, is de Tora, die we hebben gekregen na de jetsiat Mitsraim, nog steeds bij ons. Wij vieren Pesach buiten Israël, maar we weten wat we gewonnen hebben. We hebben de Tora gekregen."

Vraag aan jouFrage an dich

De man was alles kwijt en bleef toch feestvieren. Wat heb jij dat niemand je kan afnemen? Zeg erbij waarom je daar zeker van bent.

Sjabbat Sjalom!

👪 Vertel uw kind vanavond over iets dat u ooit kwijtgeraakt bent — en over wat u daarvan is gebleven.

Duits

Ein Wort Unterschied

Vier Söhne sitzen am Sedertisch. Zwei davon sind womöglich dein Onkel und deine Tante.

Denn die vier Söhne, über die am Sederabend gesprochen wird, sind nicht bloß vier Kinder. Es sind vier Sorten Mensch — Erwachsene ganz genauso.

Der Chacham ist der Mann oder die Frau, die lernen will. Er kennt die Macht Haschems und die Tora, und er will sie sehen.

Der Tam ist ein einfacher Mann oder eine einfache Frau, aber er hört zu. Der Tam weiß nicht viel. Was verständige Leute ihm sagen, das tut er.

Der Rascha lehnt sich gegen seine Lehrer auf. Von der Tora will er nichts wissen und von Haschem auch nicht. Er denkt, er könne selbst bestimmen, was gut ist und was schlecht.

Und der vierte? Der, der nicht zu fragen weiß, macht ganz und gar, was er will. Er muss ja niemanden etwas fragen.

Was ist nun der Unterschied zwischen dem Chacham und dem Rascha? Man hört ihn an drei Dingen, und das erste ist ein einziges Wort.

Der Chacham fragt: „Was sind das für Zeugnisse und Gesetze und Rechte, die Haschem, unser G'tt, euch befohlen hat?" Euch — das heißt bei ihm: euch, und mich dazu. Er zeigt damit, dass er zum jüdischen Volk gehört. Ein Wort Unterschied — mehr ist es nicht.

Das Zweite: Er sagt „Haschem, unser G'tt". Er schließt sich also nicht aus.

Und das Dritte: Er zeigt, dass er sich ordentlich mit der Tora beschäftigt hat. Denn er kennt den Unterschied zwischen Edot, Chukim und Mischpatim — das sind genau die drei Wörter, nach denen er gefragt hat: die Zeugnisse, die Gesetze und die Rechte.

Edot sind die Zeugnisse. Wenn du eine Mazza isst, ist das ein Zeugnis dafür, dass wir aus Ägypten weggerannt sind — so schnell, dass der Teig nicht aufgehen konnte.

Chukim sind die Gesetze, die wir nicht verstehen. Beim Pessach-Opfer zum Beispiel durfte kein einziger Knochen zerbrochen werden.

Mischpatim sind die Rechte zwischen Menschen. Auch die siehst du am Seder. Ganz am Anfang lädst du alle ein: Wer hungrig ist, soll kommen und essen.

↩ Weißt du noch, den Stab, den Haschem selbst gemacht und Adam gegeben hat — und der weitergereicht wurde bis in Mosches Hand? Was weitergegeben wird, kann man nicht verlieren.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass auf dem Sedertisch ein fünfter Becher steht? Es ist der Becher Elijahus.
  • … dass dieser fünfte Becher mit den fünf Arten zu tun hat, auf die wir aus Ägypten erlöst worden sind?
  • … dass dem fünften Becher ein fünftes Kind gegenübersteht — eines, das am Sederabend gar nicht da ist? Es ist weder Chacham noch Rascha, weder Tam noch der, der nicht zu fragen weiß. Es fehlt einfach.
  • … dass wir den Becher des Propheten Elijahu trotzdem trinken? Weil wir hoffen, dass am Ende alle Kinder mitfeiern — auch die, die sehr weit weg stehen.

Woord van de week:Wort der Woche: Edot — Edot heißt Zeugnisse. Ein Zeugnis ist etwas, das für dich spricht, ohne dass du reden musst — so wie die Mazza für den Auszug spricht.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wir leben noch immer weit weg von Israel. Warum erinnern wir uns dann überhaupt an den Auszug aus Ägypten? Hast du darüber etwas in der Schule gelernt?"

Jair: „Ich kenne eine schöne Geschichte, die das alles erklärt. Es war einmal ein Mann, der gewann auf einen Schlag sehr viel Geld in der Lotterie. Da wurde ihm klar, dass er nie zur Schule gegangen war und nie hatte lernen können."

Jedidja: „Ich weiß schon, wie es weitergeht. Also nahm er sich Lehrer und wurde ein weiser Mann."

Jinon: „Ja, aber du weißt nicht, wie es ausgeht. Jedes Jahr feierte er den Geburtstag seines Gewinnloses. Doch nach einer Weile verlor er sein ganzes Geld und war wieder schrecklich arm. Und trotzdem feierte er den Geburtstag des Loses weiter. Die Leute um ihn herum fragten, warum er sich über diesen Tag denn immer noch freue. Er hatte doch alles verloren!"

Ariella: „Der Mann antwortete: ‚Das Geld ist weg, aber was ich gelernt habe, ist noch immer bei mir.' So ist es auch bei uns. Wir haben heute nicht viel Freiheit — aber die Tora, die wir nach dem Auszug bekommen haben, ist noch immer bei uns. Wir feiern Pessach außerhalb von Israel. Trotzdem wissen wir, was wir gewonnen haben: Wir haben die Tora bekommen."

Vraag aan jouFrage an dich

Der Mann hatte alles verloren und feierte trotzdem weiter. Was hast du, das dir niemand wegnehmen kann? Sag, warum du dir da sicher bist.

Schabbat Schalom!

👪 Erzählen Sie Ihrem Kind heute Abend von etwas, das Sie einmal verloren haben — und von dem, was Ihnen davon geblieben ist.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Warm en koud

Tien plagen kwamen over Egypte. Waarom juist tien?

De tien plagen staan tegenover de tien uitspraken die G'd deed om de wereld te scheppen. Bij de schepping werd Hasjeem als het ware gekroond als heerser over de natuur. Bij de plagen werd duidelijk voor Fara'o dat Hasjeem de baas van de geschiedenis was. Met die tien plagen werd een begin gemaakt van de tien geboden die het Joodse volk hebben gevormd.

Hij had alles kunnen doen. Hij heeft niet alles gedaan.

Vóór de meeste plagen stond een waarschuwing. Mosje ging 's morgens naar de Nijl en zei Fara'o van tevoren wat er komen zou. Vóór drie ervan stond er geen. Fara'o zelf zei nooit iets van tevoren: zijn opzichters eisten van de slaven elke dag hetzelfde aantal stenen — en daarna namen ze hun ook nog het stro af. Dat is het verschil tussen macht en willekeur. Wie bepaalt én van tevoren zegt wat er komt, is iets anders dan iemand die gewoon toegrijpt.

Neem nou eens de plaag van bloed. Wanneer Hasjeem een volk straft, straft Hasjeem eerst de afgoden van het volk. De Nijl was een afgod in Egypte. De bloedplaag trof de Nijl zelf. Daarmee toonde Hasjeem dat Hij oppermachtig was en de natuur kon veranderen zoals Hij wilde.

Bovendien zorgde de bloedplaag ervoor dat de Mitsriem afhankelijk werden van de Bnee Jisra'eel. De Mitsriem zeiden tegen de Bnee Jisra'eel dat ze maar vreemdelingen waren en dat ze daar in Mitsraim niks te zoeken hadden. Nu moesten zij water kopen bij hun eigen slaven, want alleen bij de Bnee Jisra'eel was er nog water. Zo werden de vernederingen, die de Bnee Jisra'eel waren aangedaan, vergolden. En de grote rijkdom van Egypte stroomde uit de schatkist van Mitsraim naar de Bnee Jisra'eel.

Een andere interessante verklaring legt uit waarom het water werd veranderd in bloed.

Water is meestal een beetje koud. Bloed is in zijn natuurlijke omgeving meestal warm. In je lichaam heb je warm bloed.

Hasjeem wilde met de eerste plaag 'dam' tonen hoe je echt goed Joods kon worden. Je moest erg warm lopen voor de Tora en koud en onverschillig zijn tegenover Mitsraims afgoden. Alleen dan kun je het ware Jodendom vinden.

↩ Weet je nog dat onze Chagamiem het er niet over eens zijn hoe lang het allemaal geduurd heeft — vierentwintig dagen waarschuwing en zeven dagen plaag, of precies andersom? Waar ze het wél over eens zijn: het zijn dezelfde dagen — alleen andersom verdeeld.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … met de plaag van de kiniem de tovenarij van Egypte werd ontmaskerd? De Egyptische tovenaars konden de eerste twee plagen nog nadoen. De kiniem konden zij niet meer nadoen.
  • … er op de seiderschotel een ei ligt, en dat je het ei kunt vergelijken met het Joodse volk? Hoe harder je een ei kookt, hoe harder het wordt. Hetzelfde gold voor Am Jisra'eel in Mitsraim: hoe harder ze werden verdrukt, hoe sterker ze werden.
  • … waar die grote rijkdom vandaan kwam? Egypte was heel erg rijk geworden in de jaren van hongersnood. Toen had Joseef al het graan verzameld en verkocht. Uiteindelijk ging datzelfde geld naar de nakomelingen van zijn broers.

Woord van de week:Wort der Woche: Makot — Makot betekent slagen of tekenen. Wij zeggen 'de tien plagen' — het woord van de Tora betekent eerder: tien slagen die elk iets moesten laten zien.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Als de Bnee Jisra'eel ook maar één seconde langer in Egypte waren gebleven, dan zouden ze nooit meer weggekomen zijn. Daarom moesten ze zo snel weg uit Egypte en hadden ze geen tijd om hun deeg te laten rijzen."

Channa: „Chameets heeft een enorme kracht. Alles in zijn omgeving rijst mee. Een enorm deeg kan rijzen door een klein beetje gist. Chameets leert ons dat zelfs hele kleine hoeveelheden grote gevolgen kunnen hebben. Soms moet je van slechte dingen heel ver verwijderd blijven. Dat vind je in chameets: zelfs het kleinste beetje chameets mag je niet hebben."

Jehoediet: „En andersom, Channa? Een klein beetje gist maakt een heel deeg groot. Maakt een klein beetje goeds dan ook een heel mens groot — of werkt het maar één kant op?"

Vraag aan jouFrage an dich

„Warm lopen voor de Tora, koud blijven tegenover de afgoden." Waaraan zou iemand anders bij jou merken waar jij warm voor loopt? Noem iets dat je kunt zien — niet iets dat je alleen kunt zeggen.

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag vanavond: wie bepaalt bij jullie in de klas wat er gespeeld wordt — en zegt diegene van tevoren wat er gaat gebeuren?

Duits

Warm und kalt

Zehn Zeichen kamen über Ägypten. Warum ausgerechnet zehn?

Weil zehn schon einmal genügt hatten. Zehnmal hat G'tt gesprochen, und daraus wurde die Welt. Bei der Schöpfung wurde Haschem gleichsam gekrönt — als Herr über die Natur. Bei den Makot, den Zeichen über Ägypten, wurde dem Pharao etwas anderes klar: Haschem ist auch der Herr der Geschichte. Und mit diesen zehn Zeichen fing an, was später zu den zehn Geboten wurde — den zehn Sätzen, die das jüdische Volk erst zu einem Volk gemacht haben.

Er hätte alles tun können. Er hat nicht alles getan.

Vor den meisten Zeichen stand eine Warnung. Mosche ging am Morgen an den Nil und sagte dem Pharao vorher, was kommen würde. Vor dreien stand keine. Der Pharao dagegen sagte nie etwas vorher: Seine Aufseher verlangten von den Sklaven jeden Tag dieselbe Zahl Ziegel — und dann nahmen sie ihnen auch noch das Stroh weg. Das ist der Unterschied zwischen Macht und Willkür. Wer bestimmt und vorher sagt, was kommt, ist etwas anderes als einer, der einfach zugreift.

Nimm nur das erste Zeichen, das Blut. Wenn Haschem ein Volk straft, straft Er zuerst die Götzen dieses Volkes. Der Nil war ein Götze in Ägypten, und das erste Zeichen traf den Nil selbst. Damit zeigte Haschem, dass Er der Mächtigere ist und die Natur ändern kann, wie Er will.

Und noch etwas geschah dabei. Die Ägypter wurden mit einem Schlag von den Bnej Jisrael abhängig. Vorher hatten sie ihnen gesagt: Ihr seid ja nur Fremde, ihr habt hier in Mizrajim — in Ägypten — nichts zu suchen. Jetzt mussten sie das Wasser bei ihren eigenen Sklaven kaufen, denn nur dort gab es noch welches. Genau die Demütigung, die sie ausgeteilt hatten, bekamen sie zurück. Und der Reichtum Ägyptens — es war unglaublich viel — floss aus der Schatzkammer des Pharao hinüber zu den Bnej Jisrael.

Es gibt noch eine zweite Erklärung dafür, warum ausgerechnet das Wasser zu Blut wurde.

Wasser ist meistens ein bisschen kalt. Blut ist an seinem eigenen Ort meistens warm — in deinem Körper hast du warmes Blut.

Mit dem ersten Zeichen wollte Haschem zeigen, wie man wirklich jüdisch wird. Du musst dich für die Tora warm laufen. Und gegenüber den Götzen Ägyptens musst du kalt bleiben, gleichgültig. Nur dann findest du das echte Judentum.

↩ Weißt du noch, dass unsere Chachamim sich nicht einig sind, wie lange das alles gedauert hat — vierundzwanzig Tage Warnung und sieben Tage Zeichen, oder genau umgekehrt? Worin sie sich einig sind: Es sind dieselben Tage — nur umgekehrt verteilt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass die Zauberer des Pharao die ersten beiden Zeichen noch nachmachen konnten? Beim dritten war Schluss: Das Ungeziefer bekamen sie nicht hin. Damit war die ägyptische Zauberei entlarvt.
  • … dass auf dem Sederteller ein Ei liegt, und dass man es mit dem jüdischen Volk vergleicht? Je härter man ein Ei kocht, desto härter wird es. Genauso ging es Am Jisrael, dem jüdischen Volk, in Mizrajim: je stärker man es bedrückte, desto stärker wurde es.
  • … woher der Reichtum kam, der damals aus Ägypten hinüberfloss? Ägypten war in den Hungerjahren reich geworden — als Josef alles Getreide gesammelt und dann verkauft hatte. Am Ende ging dasselbe Geld an die Nachkommen seiner Brüder.

Woord van de week:Wort der Woche: Makot — Makot heißt Schläge oder Zeichen. Wir sagen ‚die zehn Plagen' — das Wort der Tora meint eher: zehn Schläge, von denen jeder etwas zeigen sollte.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Wenn die Bnej Jisrael auch nur eine Sekunde länger in Ägypten geblieben wären, wären sie nie mehr herausgekommen. Darum mussten sie so schnell weg — und darum hatten sie keine Zeit mehr, ihren Teig aufgehen zu lassen."

Channa: „Chamez hat eine ungeheure Kraft. Alles in seiner Nähe geht mit auf. Ein riesiger Teig geht hoch von ein bisschen Hefe. Chamez lehrt uns, dass selbst winzige Mengen große Folgen haben können. Von manchen schlechten Dingen muss man sehr weit weg bleiben. Genau das findest du beim Chamez: Nicht einmal das allerkleinste bisschen darfst du im Haus haben."

Jehudit: „Und umgekehrt, Channa? Ein bisschen Hefe macht einen ganzen Teig groß. Macht ein bisschen Gutes dann auch einen ganzen Menschen groß — oder geht das nur in die eine Richtung?"

Vraag aan jouFrage an dich

„Warm werden für die Tora, kalt bleiben gegenüber den Götzen." Woran würde ein anderer bei dir merken, wofür du warm bist? Nenne etwas, das man sehen kann — nicht etwas, das man nur sagen kann.

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie heute Abend: Wer bestimmt bei euch in der Klasse, was gespielt wird — und sagt derjenige vorher, was kommt?

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
59 · Sjawoeot Schawuot

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Het feest van de minhagiem

Sjawoeot heeft relatief weinig speciale mitzvot die je thuis ziet, zoals matzah op Pesach of de sukkah op Sukkot. Maar Sjawoeot heeft veel minhagiem: heilige gewoonten.

Een minhag is geen willekeurige gewoonte. Het is een manier waarop Joden door de generaties heen betekenis, liefde en herinnering aan Torah geven.

Een mitzvah is een gebod. Een minhag is vaak een antwoord van het Joodse volk: wij willen deze dag voelen, versieren, proeven en beleven.

Melkproducten

Veel mensen eten op Sjawoeot melkproducten. Daarvoor bestaan meerdere verklaringen.

Een uitleg is dat na Matan Torah de Joden ineens de wetten van kasjroet beter moesten houden. Hun vleesgerei kon niet zomaar gebruikt worden, en daarom aten zij melkgerechten.

Bloemen en groen

Veel sjoels worden met bloemen en groen versierd. Twee minhagiem dus: één om te proeven en één om naar te kijken.

Ook voor het groen bestaan verklaringen. Sommige verbinden het met Har Sinai, dat volgens Midrash op het moment van Matan Torah groen en mooi werd. Midden in de woestijn, waar anders niets groeit. Een hele berg, ineens groen.

↩ Weet je nog, dat kleine kind dat in een grote talliet gewikkeld de sjoel werd binnengedragen en voor het eerst letters proefde — zoet als honing? Ook dat was een minhag van Sjawoeot.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … het Hebreeuwse woord chalav, melk, de getalswaarde veertig heeft? Dat herinnert aan de veertig dagen die Moshe op Har Sinai was.
  • … Mosje het derde kind in zijn gezin was? Hij had een oudere zus en een oudere broer.
  • … de Tora op de derde dag na de voorbereiding in de derde maand Sivan gegeven is?

Woord van de week:Wort der Woche: Minhag — Een minhag is een heilige gewoonte: iets wat Joden al heel lang ieder jaar precies zo doen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ita: „Waarom juist melk? Je zou toch ook iets anders kunnen eten?"

Eli: „Melk voedt. Een baby groeit door melk — en een Joodse ziel groeit door Torah. Daarom past melk bij deze dag."

Ita: „En de bloemen dan? Bloemen kun je niet eten."

Eli: „Torah maakt de wereld niet grauwer, maar levender. Zoals bloemen kleur brengen in een kamer, zo brengt Torah betekenis in gewone dagen."

Ita: „Dan smaakt de melk volgend jaar anders. Nu weet ik waarom die op tafel staat."

Vraag aan jouFrage an dich

Wat doen jullie bij jullie thuis op Sjawoeot ieder jaar precies hetzelfde?

Sjabbat Sjalom!

👪 Noem uw kind op deze dag allebei naast elkaar — een minhag die u uit uw ouderlijk huis hebt meegenomen, en een mitswa die op diezelfde dag geldt.

Duits

Das Fest der Bräuche

An Pessach liegt die Mazza auf dem Tisch. An Sukkot steht die Sukka im Garten. Und an Schawuot? Da findest du nichts dergleichen. Kein besonderes Ding, das man zu Hause sehen kann.

Und trotzdem riecht die ganze Wohnung nach Blumen, und auf dem Tisch steht ein Käsekuchen. Wie kommt das?

Schawuot hat nur wenige Mizwot, die man zu Hause sieht. Dafür hat Schawuot viele Minhagim. Ein Minhag ist eine heilige Gewohnheit — keine beliebige. Ein Minhag ist die Art, wie Juden seit vielen hundert Jahren zeigen, was ihnen die Tora bedeutet: Wir haben sie lieb, und wir vergessen sie nicht.

Eine Mizwa ist ein Gebot. Haschem sagt sie. Ein Minhag ist meistens eine Antwort. Das Volk sagt ihn: Diesen Tag wollen wir fühlen. Wir wollen ihn schmücken, schmecken und erleben.

Milchiges

Viele Menschen essen an Schawuot Milchspeisen. Warum ausgerechnet Milch? Dafür gibt es mehrere Erklärungen.

Eine davon geht so: An dem Tag, an dem Haschem die Tora gab, bekamen die Juden auf einmal auch die Regeln von Kaschrut. Das sind die Regeln, was man essen darf und wie man es kocht. Das Geschirr, in dem sie Fleisch gekocht hatten, durften sie von da an nicht mehr einfach benutzen. Also aßen sie an diesem Tag Milchiges.

Blumen und Grün

Viele Synagogen werden an Schawuot mit Blumen und mit Grün geschmückt. Zwei Bräuche also: einer zum Essen und einer zum Anschauen.

Auch für das Grün gibt es Erklärungen. Eine kommt aus dem Midrasch, aus den alten Auslegungen: In dem Augenblick, in dem Haschem die Tora gab, wurde der Berg Sinai grün und schön. Mitten in der Wüste, wo sonst nichts wächst. Ein ganzer Berg, auf einmal grün.

↩ Weißt du noch, das kleine Kind, das in ein großes Gebetstuch gewickelt in die Synagoge getragen wurde und zum ersten Mal Buchstaben schmeckte — süß wie Honig? Auch das war ein Minhag von Schawuot.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass das hebräische Wort für Milch den Zahlenwert vierzig hat? Das erinnert an die vierzig Tage, die Mosche oben auf dem Berg Sinai war.
  • … dass Mosche das dritte Kind in seiner Familie war? Er hatte eine ältere Schwester und einen älteren Bruder.
  • … dass die Tora im dritten Monat gegeben wurde, dem Monat Siwan — und dort am dritten Tag, nachdem sich alle vorbereitet hatten?

Woord van de week:Wort der Woche: Minhag — Ein Minhag ist eine heilige Gewohnheit: etwas, das Juden seit sehr langer Zeit jedes Jahr genau so machen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Ita: „Warum ausgerechnet Milch? Man könnte doch auch etwas anderes essen."

Eli: „Milch macht groß. Ein Baby wächst durch Milch — und die Seele wächst durch die Tora. Deshalb passt Milch an diesen Tag."

Ita: „Und die Blumen? Blumen kann man ja nicht essen."

Eli: „Die Tora macht die Welt nicht grauer. Sie macht sie lebendiger. Blumen bringen Farbe in ein Zimmer — die Tora bringt Farbe in ganz gewöhnliche Tage."

Ita: „Dann schmeckt die Milch nächstes Jahr anders. Ich weiß jetzt, warum sie auf dem Tisch steht."

Vraag aan jouFrage an dich

Was macht ihr bei euch zu Hause an Schawuot jedes Jahr genau gleich?

Schabbat Schalom!

👪 Nennen Sie Ihrem Kind an diesem Tag beides nebeneinander — einen Minhag, den Sie aus Ihrem Elternhaus mitgebracht haben, und eine Mizwa, die an demselben Tag gilt.

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Een feest met veel namen

Sjawoeot heeft meerdere namen. Dat is niet toevallig. Elke naam laat een andere kant van het feest zien. Soms gaat een naam over geschiedenis, soms over landbouw, soms over spiritualiteit, en soms over wat er in ons hart moet gebeuren.

Sjawoeot — Weken

Sjawoeot betekent letterlijk 'weken'. Waarom heet het zo? Omdat we vanaf Pesach zeven weken tellen: Sefirat HaOmer. Elke dag telt. Elke week telt.

Dat leert dat groei niet in één keer gebeurt. Je wordt niet in één dag geduldiger, eerlijker of wijzer. Groei gaat stap voor stap. Op Pesach werden we bevrijd. Daarna begon een reis van negenenveertig dagen naar Har Sinai. Vrijheid moest groeien tot verantwoordelijkheid.

Zman Matan Torateinu — Tijd van het geven van onze Torah

Deze naam betekent: de tijd waarop onze Torah gegeven werd. Let op: we zeggen niet alleen 'de Torah', maar 'onze Torah'. Torah is niet iets dat ver weg ligt in een kast. Het is iets dat bij ons hoort.

Dieper gezegd: ieder jaar op Sjawoeot proberen wij Torah opnieuw te ontvangen. Niet omdat de Torah opnieuw uit de hemel komt, maar omdat wij opnieuw kunnen kiezen om open te staan.

Chag HaKatzir — Oogstfeest

In Eretz Yisrael was Sjawoeot de tijd van de tarwe-oogst. Waarom is dat belangrijk?

Een boer stopt een klein zaadje in de grond en moet wachten. Eerst zie je bijna niets. Dan komt er langzaam iets boven. Uiteindelijk wordt het graan. Dat lijkt op karakter. Een goede eigenschap groeit vaak onzichtbaar. Iemand oefent geduld, eerlijkheid of respect, en pas later zie je de oogst.

Yom HaBikurim — Dag van de eerste vruchten

Bikurim waren de eerste en mooiste vruchten die men naar de Beit HaMikdash bracht. Waarom juist de eerste?

Omdat het eerste vaak laat zien wat echt belangrijk voor je is. Als iemand zijn eerste en mooiste vruchten aan Hashem brengt, zegt hij eigenlijk: ik weet dat alles wat ik heb niet alleen van mij komt. Ik leef met dankbaarheid.

Atzeret — Afronding en samenkomst

Chazal noemen Sjawoeot ook Atzeret. Dit woord kan betekenen: stoppen, samenkomen, afronden.

Sjawoeot is de spirituele afronding van Pesach. Pesach is het begin: we verlaten Egypte. Sjawoeot is het doel: we ontvangen Torah. Zonder Sjawoeot zou Pesach voelen als een vlucht zonder bestemming.

Sjewoe'ot — Verbond en trouw

Sommige Torah-denkers spelen met de klank van Sjawoeot en Sjewoe'ot, geloften of verbondenheid. De gedachte is prachtig: bij Har Sinai was het alsof Hashem en Am Yisrael elkaar trouw beloofden.

Hashem gaf Torah niet als een afstandelijk boek, maar als een verbond. Am Yisrael zei: Na'aseh Venishma — wij willen doen en luisteren.

Sjawoeot is daarom ook een feest van relatie: Hashem kiest Am Yisrael, en Am Yisrael kiest Hashem.

↩ Weet je nog? Bij ieder van de Asseret Hadibrot, de Tien Woorden van Har Sinai, moest het volk zelf antwoorden — op de geboden ‚ja', op de verboden ‚nee'. Precies dat is een verbond: er antwoorden er twee.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … men pas na Sjawoeot kon spreken van een werkelijk Joods volk, het „volk van het Boek"?
  • … dat gebeurde in het jaar 2448 na de Schepping, 1312 voor de burgerlijke jaartelling?
  • … Hasjeem om een garantie vroeg voordat Hij de Torah gaf? Am Yisrael stelde eerst ouderen voor, daarna geleerden. Maar uiteindelijk werden de kinderen als garantie geaccepteerd.
  • … minhagiem laten zien dat Am Yisrael niet alleen regels volgt, maar ook actief bouwt aan traditie?

Woord van de week:Wort der Woche: Sefirat haOmer — De Omertelling: vanaf Pesach worden negenenveertig dagen hardop geteld — elke avond één.

Wat het betekentWas es bedeutet

Je kent het eigenlijk al. Als je iets nieuws leert, bijvoorbeeld een instrument, sport of een taal, gaat dat ook stap voor stap. Je wordt niet in één dag geduldiger, eerlijker of wijzer. Torah groeien werkt net zo. Daarom tellen wij de dagen één voor één.

En soms hoor je een les honderd keer, en pas de honderd-en-eerste keer komt hij binnen. Dat is ook Matan Torah: de Torah komt dichterbij omdat wij meer willen luisteren.

Bikurim brengen kun jij niet; er is geen Beit HaMikdash. Maar er is wel iets dat hetzelfde betekent: geef je beste aandacht aan iets heiligs. Niet alleen de restjes tijd. Niet alleen als je niets anders te doen hebt. Het eerste en beste geven betekent: dit is belangrijk voor mij.

En Atzeret? Atzeret betekent stoppen. Soms vraagt het leven om even stil te staan: waar ben ik naartoe onderweg? Waarvoor gebruik ik mijn vrijheid?

Vraag aan jouFrage an dich

Welke van de zes namen vertelt voor jou het meeste over dit feest — en waar ligt dat aan?

Sjabbat Sjalom!

👪 Vraag uw kind vandaag naar iets dat het aan het oefenen is en wat nog niet lukt — en tel samen na hoeveel dagen het er al aan oefent.

Duits

Ein Fest mit vielen Namen

Frag drei Menschen, wie das Fest heißt, das im Siwan kommt — und es kann gut sein, dass du drei verschiedene Antworten bekommst.

Das ist kein Durcheinander. Schawuot hat mehrere Namen, und das ist kein Zufall. Jeder Name zeigt eine andere Seite des Festes. Mal geht es um Geschichte, mal um die Landwirtschaft, mal um das, was im Herzen geschehen soll.

Schawuot — Wochen

Schawuot heißt wörtlich „Wochen". Warum? Weil wir von Pessach an sieben Wochen zählen: Sefirat haOmer, die Omer-Zählung. Jeder Tag zählt. Jede Woche zählt.

Das lehrt: Wachsen geschieht nicht auf einmal. An Pessach wurden wir frei. Danach begann eine Reise von neunundvierzig Tagen zum Berg Sinai. Die Freiheit musste erst zur Verantwortung heranwachsen.

Zman Matan Torateinu — die Zeit, in der unsere Tora gegeben wurde

Achte auf das kleine Wort: Wir sagen nicht „die Tora", sondern „unsere Tora". Die Tora liegt nicht weit weg in einem Schrank. Sie gehört zu uns.

Und tiefer gesagt: Jedes Jahr an Schawuot versuchen wir, die Tora noch einmal zu empfangen. Nicht weil sie noch einmal vom Himmel käme, sondern weil wir uns noch einmal entscheiden können, offen zu sein.

Chag haKazir — das Erntefest

In Erez Jisrael, im Land Israel, war Schawuot die Zeit der Weizenernte. Warum ist das wichtig?

Ein Bauer legt ein kleines Korn in die Erde und muss warten. Zuerst sieht man fast nichts. Dann kommt langsam etwas herauf. Am Ende steht das Getreide da. So ist es auch mit dem Charakter: Eine gute Eigenschaft wächst oft unsichtbar. Erst später sieht man die Ernte.

Jom haBikkurim — der Tag der ersten Früchte

Die ersten und schönsten Früchte brachte man in den Bet haMikdasch, in den Tempel in Jeruschalajim. Warum ausgerechnet die ersten?

Weil das Erste oft zeigt, was einem wirklich wichtig ist. Wer seine ersten und schönsten Früchte zu Haschem bringt, sagt damit: Ich weiß, dass nicht alles, was ich habe, nur von mir kommt. Ich lebe mit Dankbarkeit.

Azeret — Abschluss und Zusammenkommen

Unsere Weisen nennen Schawuot auch Azeret. Das Wort kann heißen: anhalten, zusammenkommen, abschließen.

Schawuot ist der Abschluss von Pessach. Pessach ist der Anfang: Wir verlassen Ägypten. Schawuot ist das Ziel: Wir bekommen die Tora. Ohne Schawuot würde sich Pessach anfühlen wie eine Flucht ohne Ziel.

Schewuot — Schwüre

Manche Tora-Denker hören im Wort Schawuot auch Schewuot: Schwüre, Versprechen. Der Gedanke ist schön. Am Berg Sinai war es, als hätten Haschem und das jüdische Volk einander die Treue versprochen.

Haschem gab die Tora nicht wie ein Buch, das man abgibt. Er gab sie als einen Bund. Und das jüdische Volk sagte: Na'ase weNischma — wir wollen tun und hören.

Darum ist Schawuot auch ein Fest der Verbundenheit: Haschem wählt das jüdische Volk, und das jüdische Volk wählt Haschem.

↩ Erinnerst du dich? Bei jedem einzelnen der Aseret haDibrot, der Zehn Worte vom Berg Sinai, musste das Volk selbst antworten — auf die Gebote ‚ja', auf die Verbote ‚nein'. Genau das ist ein Bund: Es antworten zwei.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass man erst nach Schawuot von einem wirklich jüdischen Volk sprechen konnte — dem Volk des Buches? Vorher war es ein Volk, das aus Ägypten weggegangen war. Danach war es ein Volk mit einer Tora.
  • … dass das im Jahr 2448 nach der Erschaffung der Welt geschah? Nach der bürgerlichen Zeitrechnung ist das 1312 vor unserer Zeit.
  • … dass Haschem nach einer Bürgschaft fragte, bevor Er die Tora gab — nach jemandem, der dafür einsteht, dass sie später noch gelernt wird? Zuerst wurden die Alten vorgeschlagen, dann die Gelehrten. Angenommen wurden am Ende die Kinder.
  • … dass Bräuche nicht nur zeigen, dass ein Volk Regeln befolgt — sondern dass es an seiner eigenen Überlieferung mitbaut?

Woord van de week:Wort der Woche: Sefirat haOmer — Die Omer-Zählung: Von Pessach an werden neunundvierzig Tage laut gezählt — jeder Abend einer.

Wat het betekentWas es bedeutet

Du kennst das eigentlich schon. Wenn du etwas Neues lernst — ein Instrument, eine Sportart, eine Sprache —, dann geht das auch Schritt für Schritt. Niemand wird an einem Tag geduldiger, ehrlicher oder klüger. Mit der Tora ist es genauso. Deshalb zählen wir die Tage einzeln.

Und manchmal hörst du eine Sache hundertmal, und erst beim hundertundersten Mal kommt sie bei dir an. Das ist auch Matan Tora, die Gabe der Tora: Dann rückt die Tora näher — weil wir besser hinhören wollen.

Die ersten Früchte kannst du nicht bringen; es gibt keinen Tempel. Aber es gibt etwas, das dasselbe bedeutet: Gib einer heiligen Sache deine beste Aufmerksamkeit. Nicht nur die Reste deiner Zeit. Nicht erst dann, wenn du sonst nichts zu tun hast. Das Erste und Beste zu geben heißt: Das ist mir wichtig.

Und Azeret? Azeret heißt anhalten. Manchmal verlangt das Leben genau das: kurz stehen bleiben und fragen. Wohin bin ich eigentlich unterwegs? Wofür benutze ich meine Freiheit?

Vraag aan jouFrage an dich

Welcher der sechs Namen erzählt für dich am meisten über dieses Fest — und woran liegt das?

Schabbat Schalom!

👪 Fragen Sie Ihr Kind heute nach einer Sache, die es gerade übt und die noch nicht klappt — und zählen Sie gemeinsam nach, seit wie vielen Tagen es daran übt.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Ieder telt als één

Sjawoe'ot heeft in de Tora geen bepaalde datum gekregen; het is gelieerd aan de Exodus uit Egypte door een telling van negenenveertig dagen, de Omertelling. Op de vijftigste dag vieren wij Sjawoe'ot, die het hoogtepunt vormde van de uittocht. Toen kregen we de Tora.

De Omertelling verbindt Pesach met Sjawoe'ot. Tellen en tolerantie jegens de ander zijn met elkaar verbonden.

Een interessant aspect van het tellen is, dat de kwaliteit of eigenschappen van de getelde personen of zaken irrelevant zijn voor de telling.

Toen het Joodse volk aan het begin van het boek Bemidbar (Numeri) geteld werd, maakte het geen verschil of de getelden zeer belangrijk, voornaam of geleerd waren. Iedereen gold als niets meer of minder dan één.

De Midrasj (achtergrondverklaring) leert, dat „als er bij het geven van de Tora slechts één van de 600.000 Joodse mannen ontbroken had, de Tora niet gegeven zou zijn".

Waarom is dit zo? Omdat wij allen één ding gemeen hebben: de vonk G'ddelijkheid, de nesjama of onze nesjomme.

De Omertelling bereidt ons voor op het ontvangen van de Tora.

↩ Weet je nog, dat moment bij de berg — het belangrijkste dat ooit gebeurd is, voor de ogen van 600.000 volwassen getuigen? Hier hoor je hetzelfde getal opnieuw. Maar nu is het geen grootte meer, maar een voorwaarde.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … men bij het dagelijkse gebed een minjan (tien mannen) nodig heeft? Zijn er negen grote rabbijnen, dan maakt een jongetje dat net Bar-Mitswa geworden is het vereiste getal vol.
  • … kleine kinderen vroeger op de ochtend van Sjawoe'ot voor het eerst naar cheider gebracht werden? De Hebreeuwse letters werden met honing ingesmeerd, en het kind mocht de honing proeven. De boodschap was eenvoudig en diep: Tora moet zoet beginnen.
  • … het Joodse volk uit drie onderdelen bestaat: Kohaniem, Levie'iem en Jisra'eliem?

Woord van de week:Wort der Woche: Einheitsgemeinde — Een Duits woord dat Rav Evers midden in zijn Nederlandse zin zet: één gemeente — niet omdat iedereen hetzelfde is, maar hoewel dat niet zo is.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jisjai: „Dat klinkt mooi zolang je aan aardige mensen denkt. Maar er zijn mensen die mij echt storen. Moeten die ook als één tellen?"

Breile: „Juist die. Anders is er niets aan. Als wij in staat zouden zijn alleen op dit allerbelangrijkste menselijke aspect te letten en voorbij te gaan aan allerlei onhebbelijkheden van onze medemens, die stammen uit lagere regionen van het mens-zijn, dan zouden wij kunnen komen tot wat een ‚Einheitsgemeinde' in de werkelijke zin van het woord genoemd zou kunnen worden."

Jisjai: „En als het mij niet lukt?"

Eli: „Dan ben je in goed gezelschap. De Midrasj vertelt, dat de Tora pas werd gegeven, toen alle leden van het Joodse volk elkaar in een verdraagzame eenheid konden aanvaarden. Misschien is het daarom, dat de Tora geen duidelijke datum aangeeft voor Sjawoe'ot. Sjawoe'ot is niet afhankelijk van een vastgestelde datum."

Jisjai: „Dat is nogal een opdracht."

Breile: „Daarom duurt hij negenenveertig dagen. Pas na intermenselijke perfectie, die haar beslag heeft gekregen in de Omertelling, is men gereed voor het werkelijk ontvangen van de Tora. En daarom luidt het motto niet: verbeter de wereld. Het luidt: verbeter de wereld, begin bij uzelf."

Vraag aan jouFrage an dich

Denk aan iemand met wie het niet klikt — noem hem niet. Wat zou jij over het hoofd moeten zien om samen met hem in dezelfde telling te staan?

Sjabbat Sjalom!

👪 Tel op een avond deze week samen de Omer en bedenk daarna wie uw gemeente deze week over het hoofd gezien zou kunnen hebben.

Duits

Jeder zählt als eins

In der Schul stehen neun große Rabbiner. Zum Beten fehlt einer. Draußen steht ein Junge, der letzte Woche Bar Mizwa geworden ist — religionsmündig, sagt man dazu. Er kommt herein, und die Rechnung geht auf.

Zählen ist eine merkwürdige Sache. Für die Zählung ist es vollkommen gleichgültig, wer da gezählt wird.

Schawuot hat in der Tora kein eigenes Datum bekommen. Das Fest hängt am Auszug aus Ägypten, und zwar durch eine Zählung: Sefirat haOmer, die Omer-Zählung. Neunundvierzig Tage werden gezählt, und am fünfzigsten Tag ist Schawuot. Dieser fünfzigste Tag war der Höhepunkt des Auszugs aus Ägypten: Da bekamen wir die Tora. Die Omer-Zählung verbindet Pessach mit Schawuot.

Und hier hängen zwei Dinge zusammen, die man nicht sofort zusammendenkt: das Zählen und die Duldsamkeit gegenüber dem anderen.

Als das jüdische Volk am Anfang des Buches Bemidbar gezählt wurde, machte es keinen Unterschied, ob die Gezählten sehr wichtig, sehr vornehm oder sehr gelehrt waren. Jeder galt als eins. Nicht mehr und nicht weniger.

Der Midrasch lehrt: Hätte bei der Gabe der Tora auch nur einer von den 600.000 jüdischen Männern gefehlt, dann wäre die Tora nicht gegeben worden.

Warum ist das so? Weil wir alle eines gemeinsam haben: den Funken des Göttlichen, die Neschama — die Seele.

Und die Omer-Zählung bereitet uns darauf vor, die Tora zu empfangen.

↩ Weißt du noch, der Augenblick am Berg — das Größte, was je geschehen ist, vor den Augen von 600.000 erwachsenen Zeugen? Hier hörst du dieselbe Zahl noch einmal. Aber jetzt ist sie keine Größe mehr, sondern eine Bedingung.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass beim täglichen Gebet ein Minjan gebraucht wird — zehn Männer? Stehen neun große Rabbiner in der Schul, dann macht ein Junge, der gerade Bar Mizwa geworden ist, die nötige Zahl voll.
  • … dass man kleine Kinder früher am Morgen von Schawuot zum ersten Mal in den Cheider brachte, in die Schule? Die Buchstaben auf ihrer Tafel waren mit Honig bestrichen, und das Kind durfte den Honig schmecken. Die Botschaft war einfach und tief: Tora muss süß anfangen.
  • … dass das jüdische Volk aus drei Teilen besteht — den Kohanim, den Priestern, den Lewiim, ihren Helfern im Tempeldienst, und den Jisraelim, allen übrigen?

Woord van de week:Wort der Woche: Einheitsgemeinde — Ein deutsches Wort, das Rav Evers mitten in seinen niederländischen Satz setzt: eine Gemeinde, die eine einzige ist — nicht, weil alle gleich sind, sondern obwohl sie es nicht sind.

Wat het betekentWas es bedeutet

Jischai: „Das klingt gut, solange man an nette Leute denkt. Aber es gibt Menschen, die mich wirklich stören. Sollen die auch als eins zählen?"

Breile: „Genau die. Sonst wäre es ja keine Kunst. Wenn wir es schaffen würden, nur auf das eine zu schauen, was jeder Mensch hat — den Funken —, und über das hinwegzusehen, was uns an ihm stört, dann käme dabei etwas heraus, wofür es ein deutsches Wort gibt: eine Einheitsgemeinde."

Jischai: „Und wenn ich das nicht schaffe?"

Eli: „Dann bist du in guter Gesellschaft. Der Midrasch erzählt, dass die Tora erst gegeben wurde, als alle im jüdischen Volk einander in duldsamer Einheit annehmen konnten. Nicht vorher. Vielleicht ist das der Grund, warum die Tora für dieses Fest gar kein Datum nennt: Schawuot hängt nicht an einem Tag im Kalender. Es hängt daran, wie weit wir miteinander gekommen sind."

Jischai: „Das ist eine ziemlich große Aufgabe."

Breile: „Deshalb dauert sie neunundvierzig Tage. Und deshalb heißt der Satz nicht: Verbessere die Welt. Er heißt: Verbessere die Welt — fang bei dir selbst an."

Vraag aan jouFrage an dich

Denk an einen Menschen, mit dem du nicht gut kannst — nenn ihn nicht. Was müsstest du übersehen, damit ihr beide in derselben Zählung steht?

Schabbat Schalom!

👪 Zählen Sie an einem Abend dieser Woche gemeinsam den Omer und überlegen Sie danach, wen Ihre Gemeinde in dieser Woche übersehen haben könnte.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.
60 · Sjalosj Regaliem Schalosch Regalim

Deel 1 · 6–8 jaarBand 1 · 6–8 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

De weg die iedereen liep

De weg was lang. De weg was stoffig. En drie keer per jaar was hij vol.

Feesten vier je met je mond en met je handen. Waarom heten de drie grootste feesten dan naar de voeten?

Sjalosj betekent drie. Regaliem komt van het woord regel. Dat betekent voet.

Want alle Joden kwamen vanuit het hele land Israël te voet wandelen naar Jeroesjalajiem om daar de drie voetfeesten te vieren.

De drie belangrijkste feesten noemen we daarom voetfeesten.

Elk jaar vieren wij sjalosj regaliem — drie feesten. En dit zijn de drie:

Pesach, omdat we bevrijd werden uit Mitsraim.

Sjavoe'ot, toen we de Tora kregen.

En Soekot, wanneer we in gammele hutjes met een dak van riet zitten omdat we in de woestijn geen goede huizen hadden.

Drie feesten. Drie redenen. En drie keer dezelfde weg.

↩ Weet je nog hoe de koning van Egypte midden in de nacht voor een vreemde deur stond en vroeg: ‚Ga weg uit mijn land'? Over die nacht gaat Pesach.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … we tijdens de Jamiem Toviem van de sjalosj regaliem bassar (=vlees) eten, maar dat het niet hoeft als je dat niet wil?
  • … we jajin (=wijn) drinken, maar dat dit ook niet hoeft als je dat niet wilt?
  • … we op die dagen mooie of nieuwe kleren dragen?
  • … wij fruit en gezond snoep uitdelen omdat we simcha hebben en vrolijk zijn?

Woord van de week:Wort der Woche: Schalosch Regalim

Wat het betekentWas es bedeutet

Chaim: „Uit het hele land, staat er. Dus ook van heel ver weg."

Channa: „En van dichtbij. En uit alles wat daartussen ligt."

Chaim: „En al die wegen komen ergens samen. Daarom staan de voeten in de naam — ze zijn van iedereen."

Channa: „Ze gingen op heel verschillende dagen op weg. Dan is het feest al begonnen, lang voordat iemand aangekomen was."

Vraag aan jouFrage an dich

Stel je voor dat jij die weg meeloopt. Waaraan zou je merken dat jij niet de enige bent die onderweg is?

Sjabbat Sjalom!

👪 Loop op Sjabbatmiddag een stukje en vraag onderweg: waaraan merk je eigenlijk dat je op weg bent naar iets?

Duits

Der Weg, den alle gingen

Der Weg war lang. Der Weg war staubig. Und dreimal im Jahr war er voll.

Feste feiert man mit dem Mund und mit den Händen. Warum heißen dann die drei größten Feste nach den Füßen?

Regalim kommt von dem Wort regel — das ist Iwrit für Fuß.

Denn alle kamen. Aus dem ganzen Land Israel. Zu Fuß gingen sie nach Jeruschalajim und feierten dort die drei Feste.

Darum heißen die drei wichtigsten Feste Fußfeste.

Schalosch heißt drei. Jedes Jahr feiern wir alle drei. Und das sind sie:

Pessach. Da feiern wir, dass wir aus Ägypten frei geworden sind.

Schawuot. Da feiern wir, dass wir die Tora bekommen haben.

Sukkot. Da sitzen wir in wackligen Hütten mit einem Dach aus Schilf. Denn in der Wüste hatten wir keine guten Häuser.

Drei Feste. Drei Gründe. Und dreimal derselbe Weg.

↩ Weißt du noch, wie der König von Ägypten mitten in der Nacht vor einer fremden Tür stand und bat: ‚Geht sofort aus meinem Land'? Von dieser Nacht erzählt Pessach.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass wir an den Fußfesten Fleisch essen — aber wer das nicht mag, nicht muss?
  • … dass wir Wein trinken — aber wer das nicht mag, auch nicht muss?
  • … dass an diesen Tagen alle schöne oder neue Kleider anziehen?
  • … dass wir Obst und gesunde Süßigkeiten verteilen, weil wir Simcha haben — Freude — und fröhlich sind?

Woord van de week:Wort der Woche: Schalosch Regalim — Schalosch Regalim heißt: die drei Feste, zu denen man zu Fuß nach Jeruschalajim hinaufging.

Wat het betekentWas es bedeutet

Chaim: „Aus dem ganzen Land, heißt es. Also auch von ganz weit weg."

Channa: „Und von nah. Und aus allem, was dazwischen liegt."

Chaim: „Und alle diese Wege laufen irgendwann zusammen. Deshalb stehen die Füße im Namen — sie sind von allen."

Channa: „Losgegangen sind sie an ganz verschiedenen Tagen. Dann hat das Fest schon angefangen, lange bevor jemand angekommen war."

Vraag aan jouFrage an dich

Stell dir vor, du gehst diesen Weg mit. Woran würdest du merken, dass du nicht der Einzige bist, der unterwegs ist?

Schabbat Schalom!

👪 Gehen Sie am Schabbatnachmittag ein Stück zu Fuß und fragen Sie unterwegs: Woran merkt man eigentlich, dass man auf dem Weg zu etwas ist?

Deel 2 · 8–10 jaarBand 2 · 8–10 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Wat elk feest meebrengt

In de week voor Pesach staat er iemand in de keuken op de klok te kijken. Niet omdat het laat is — maar omdat het deeg niet mag rijzen.

Op Pesach moet je opletten om het brood niet te laten rijzen. We eten alleen matzes.

Met Pesach vieren wij op de eerste en tweede avond Sederavond. Dan eten wij matsot, maror (bitter kruid) en charoset, een heerlijk mengsel van vruchten. We lezen de Hagada en de jongste kinderen zeggen 'Ma Nisjtana'.

Sjavoe'ot brengt geen ding mee. Sjavoe'ot brengt een handleiding.

Want met Sjavoe'ot kregen de Bnee Jisraeel de Tora. Daar staat iets in over kosjer eten. Eén van de belangrijkste dingen van kasjroet is bassar bechalav. Vlees en melk moeten we zoveel mogelijk apart houden.

In de Tora staat: 'kook geen bokje in de melk van zijn moeder'. Hier wordt niet alleen een bokje bedoeld maar hetzelfde geldt ook voor vlees van een kalfje, een koe, een lammetje of een geit.

Soekot is het enige van de drie waar je naar binnen kunt gaan.

Met Soekot hebben we twee heel bijzondere mitswot: in de soeka zitten en de loelav schudden. We zitten zeven dagen in de soeka en wonen daar eigenlijk. Elke ochtend, behalve Sjabbat, moet je ook nog de loelav schudden.

De loelav is een bundel van planten: een tak van dadelpalm, een etrog, drie mirthetakken en twee beekwilgetakken.

Maar één vraag blijft over. De Bnee Jisraeel woonden veertig jaar in de woestijn. Hoe leerden zij in die tijd de hele Tora met alle regels van de sjalosj regaliem?

↩ Weet je nog, die twee vruchten op tafel die er hetzelfde uitzagen — en waarvan je er op Soekot maar één mocht vasthouden? Dat was de etrog. Hij is de gele vrucht die je in je hand houdt.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Hasjeem de Tora eerst aan Mosje leerde?
  • … pas daarna Aharon binnenkwam, die tegenover Mosje ging zitten om Tora van Mosje te leren — en daarna links van Mosje ging zitten?
  • … daarna de zonen van Aharon binnenkwamen, Mosje hen de les leerde en zij naast Aharon en Mosje gingen zitten?
  • … daarna de oudsten en geleerdsten van het volk binnenkwamen en Mosje hen een les gaf wat hij van Hasjem gehoord had?
  • … pas daarna het hele volk binnenkwam en alles van Mosje hoorde?

Woord van de week:Wort der Woche: Sukka

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „Zoveel regels. Moet je die eigenlijk allemaal begrijpen voordat je meedoet?"

Chaim: „Nee. Eerst moet je doen. Door de mitswot te doen, leer je de redenen van de mitswot vanzelf."

Channa: „Vanzelf? Dat klinkt makkelijk."

Chaim: „Als je eet, hoef je niet precies te begrijpen hoe je eten door je maag en darmen opgenomen wordt in je lichaam. Als je daar eerst over moet nadenken, heb je geen tijd meer om te eten. Denk daar maar eens over na!"

Vraag aan jouFrage an dich

Pesach brengt iets mee dat je eet. Soekot brengt iets mee waar je in gaat. En Sjavoe'ot? Wat heeft Sjavoe'ot meegebracht — en waaraan merk je dat het hele jaar door?

Sjabbat Sjalom!

👪 Laat uw kind vandaag in de keuken de plek zien waar bij u thuis vlees en melk uit elkaar gehouden worden — en laat het vertellen wat het daar ziet.

Duits

Was jedes Fest mitbringt

In der Woche vor Pessach steht jemand in der Küche und schaut auf die Uhr. Nicht weil es spät ist — sondern weil der Teig nicht aufgehen darf.

An Pessach passt man genau darauf auf, dass das Brot nicht aufgeht. Wir essen nur Mazzot — flache Brote, die nicht aufgehen durften.

Und an den ersten beiden Abenden feiern wir bei uns den Sederabend. Dann liegen drei Dinge auf dem Tisch: Mazzot, bittere Kräuter und eine süße Mischung aus Früchten. Wir lesen aus der Hagada — dem Buch, das die Geschichte des Auszugs erzählt. Und die jüngsten Kinder stellen die vier Fragen.

Schawuot bringt keinen Gegenstand mit. Schawuot bringt eine Anleitung.

Denn an Schawuot haben die Bnej Jisrael die Tora bekommen. Und darin steht auch, wie man isst. Eines der wichtigsten Dinge daran: Fleisch und Milch sollen wir so weit wie möglich auseinanderhalten.

In der Tora steht der Satz: „Koche kein Böckchen in der Milch seiner Mutter." Damit ist nicht nur ein Böckchen gemeint. Dasselbe gilt für das Fleisch von einem Kälbchen, einer Kuh, einem Lämmchen oder einer Ziege.

Sukkot ist das einzige von den dreien, in das man hineingehen kann.

An Sukkot gibt es zwei ganz besondere Mizwot: in der Sukka sitzen und den Lulaw schütteln. Sieben Tage lang sitzen wir in der Sukka — wir wohnen dort eigentlich. Und jeden Morgen, außer am Schabbat, wird geschüttelt.

Zum Lulaw gehören vier Arten von Pflanzen. Drei davon werden zu einem Bündel gebunden: ein Zweig von der Dattelpalme, drei Myrtenzweige und zwei Zweige von der Bachweide. Die vierte ist eine gelbe Frucht — sie wird nicht eingebunden, sondern in der anderen Hand gehalten.

Eine Frage bleibt aber übrig. Die Bnej Jisrael wohnten vierzig Jahre in der Wüste. Wie haben sie in dieser Zeit die ganze Tora gelernt — mit allen Regeln der Schalosch Regalim?

↩ Weißt du noch, die zwei Früchte auf dem Tisch, die gleich aussahen — und von denen du nur eine an Sukkot in die Hand nehmen durftest? Das war der Etrog. Er ist die gelbe Frucht, die man in der Hand hält.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Haschem die Tora zuerst Mosche allein beibrachte?
  • … dass danach Aharon hereinkam und sich Mosche gegenüber setzte, um von ihm Tora zu lernen — und sich erst danach links neben ihn setzte?
  • … dass danach die Söhne Aharons hereinkamen, Mosche ihnen die Lektion gab und sie sich neben Aharon und Mosche setzten?
  • … dass danach die Ältesten und Gelehrtesten des Volkes hereinkamen und Mosche ihnen weitergab, was er von Haschem gehört hatte?
  • … dass erst ganz zum Schluss das ganze Volk hereinkam und alles von Mosche hörte?

Woord van de week:Wort der Woche: Sukka — Sukka heißt Hütte — das Häuschen mit dem Dach aus Zweigen, in dem wir sieben Tage lang wohnen.

Wat het betekentWas es bedeutet

Channa: „So viele Regeln. Muss man die eigentlich alle verstehen, bevor man mitmacht?"

Chaim: „Nein. Erst musst du tun. Wenn du die Mizwot tust, lernst du die Gründe ganz von selbst."

Channa: „Von selbst? Das klingt bequem."

Chaim: „Wenn du isst, musst du auch nicht genau verstehen, wie das Essen durch Magen und Darm in deinen Körper kommt. Wenn du erst darüber nachdenken müsstest, hättest du gar keine Zeit mehr zum Essen. Denk mal darüber nach!"

Vraag aan jouFrage an dich

Pessach bringt etwas mit, das man isst. Sukkot bringt etwas mit, in das man hineingeht. Und Schawuot? Was hat Schawuot mitgebracht — und woran merkt man es das ganze Jahr über?

Schabbat Schalom!

👪 Zeigen Sie Ihrem Kind heute in der Küche die Stelle, an der bei Ihnen zu Hause Fleisch und Milch auseinandergehalten werden — und lassen Sie es erzählen, was es dort sieht.

Deel 3 · 10–12 jaarBand 3 · 10–12 Jahre — gereedfertig 05.09.

Nederlands

Geen kalender — één weg

Een boer loopt door zijn tuin en zoekt. Niet de mooiste vrucht en niet de grootste. Hij zoekt de snelste.

Want met Sjavoe'ot begint de tijd dat de Joodse boer in Israël eten gaat brengen aan de kohaniem in het Beet Hamikdasj in Jeroesjalajiem. Dit zijn de bikoeriem. De bikoeriem waren de eerste vruchten die snel rijp werden.

En niet elke vrucht mocht mee. De bikoeriem konden alleen gebracht worden van de zeven soorten van Erets Jisra'eel. De zeven soorten zijn: tarwe, gerst, druiven, vijgen, granaatappelen, olijven en dadels.

Drie keer per jaar liep iedereen te voet omhoog naar Jeroesjalajiem om daar te vieren. Daarom heten Pesach, Sjavoe'ot en Soekot samen de voetfeesten — sjalosj regaliem.

Kijk nu eens goed naar de weg van die boer. Het is dezelfde weg die iedereen op de voetfeesten loopt. Hij loopt hem alleen niet met lege handen.

Dan bestaat er nog een heel FEESTJAAR.

In het zevende jaar, dat wij Sjemita-jaar noemen, mochten de boeren hun land niet bewerken en waren alle vruchten die er groeiden van iedereen. Iedereen mocht dus bij jou uit de achtertuin alle vruchten opeten. Ook moest je de dieren van je vruchten laten eten.

Zo was niemand meer arm en iedereen had genoeg te eten.

Een feest duurt één dag of zeven. Dit feest duurde een jaar.

Eén vraag blijft over. De drie feesten staan op drie verschillende plekken in het jaar, en het zevende jaar staat nog ergens heel anders. Waarom is dat alles dan tóch geen kalender?

↩ Weet je nog die zin uit Behar: ‚Want Mij behoren de Bnee Jisraeel als dienaren — Mijn dienaren zijn zij, die Ik uit het land Mitsraim heb uitgeleid'? Diezelfde uittocht staat aan het begin van de drie feesten én aan het begin van het zevende jaar.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … Pesach nog een tweede naam heeft — het Chag Hamatsot?
  • … Sjavoe'ot ook wel Chag Hakatsier genoemd wordt omdat we dan het oogstfeest vieren van de eerste vruchten?
  • … Soekot ook wel Chag Ha'asief, het inzamelingsfeest, genoemd wordt, omdat de vruchten dan gedroogd zijn en binnengehaald worden?
  • … wij zo veel mogelijk Tora leren, met name over de voetfeesten en de mitswot van de chagiem?

Woord van de week:Wort der Woche: Bikkurim

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Toen de Bnee Jisra'eel onder aan de Har Sinai stonden en de Tora van Hasjeem kregen, riepen zij duidelijk en hard: ‚Wij zullen alles doen wat Hasjeem zegt, ook al begrijpen we er niet veel van.'"

Channa: „Eerst doen en dan begrijpen. Dat klinkt andersom."

Eli: „Zo staan de drie feesten in het jaar. Eerst word je vrij. Dan krijg je de Tora. En dan woon je een paar dagen zoals je in de woestijn woonde — ook al begon dat wonen in de woestijn al vóór de berg. Vooraf had niemand kunnen uitleggen waar dat allemaal goed voor is."

Channa: „En het zevende jaar?"

Eli: „Dezelfde gedachte, alleen langzamer. Haal de drie feesten eens uit het jaar weg en laat alle andere dagen staan. En vraag je op de laatste dag af of je dan nog zou kunnen zeggen waar je geweest bent."

Vraag aan jouFrage an dich

Als je aan het eind van een jaar aan iemand zou moeten vertellen waar je dit jaar bent aangekomen — wat zou je dan vertellen?

Sjabbat Sjalom!

👪 Pak de kalender erbij en zoek samen met uw kind de drie feesten op — en vraag dan wat er tússen die feesten staat.

Duits

Kein Kalender — ein Weg

Ein Bauer geht durch seinen Garten und sucht. Nicht die schönste Frucht und nicht die größte. Er sucht die schnellste.

Denn mit Schawuot beginnt die Zeit, in der der jüdische Bauer in Israel Essen zu den Kohanim ins Bet haMikdasch nach Jeruschalajim bringt. Das sind die Bikkurim — die ersten Früchte, die schnell reif geworden sind.

Und nicht jede Frucht durfte mit. Bikkurim durften nur von den sieben Arten von Erez Jisrael gebracht werden: Weizen, Gerste, Trauben, Feigen, Granatäpfel, Oliven und Datteln.

Dreimal im Jahr gingen alle zu Fuß hinauf nach Jeruschalajim, um dort zu feiern. Deshalb heißen Pessach, Schawuot und Sukkot zusammen die Fußfeste — auf Iwrit Schalosch Regalim.

Sieh dir jetzt den Weg dieses Bauern genau an. Es ist derselbe Weg, den an den Fußfesten alle gehen. Er geht ihn nur nicht mit leeren Händen.

Und dann gibt es noch ein ganzes Festjahr.

Im siebten Jahr — wir nennen es das Schemita-Jahr — durften die Bauern ihr Land nicht bearbeiten. Alle Früchte, die dort trotzdem wuchsen, gehörten allen. Jeder durfte im Garten hinter deinem Haus alle Früchte essen. Und auch die Tiere musstest du auf dein Land lassen, damit sie von deinen Früchten fraßen.

So war niemand mehr arm, und alle hatten genug zu essen.

Ein Fest dauert einen Tag oder sieben. Dieses Fest dauerte ein Jahr.

Bleibt eine Frage. Die drei Feste stehen an drei verschiedenen Stellen im Jahr, und das siebte Jahr steht noch einmal ganz woanders. Warum ist das alles trotzdem kein Kalender?

↩ Erinnerst du dich an den Satz aus Behar: ‚Denn Mir gehören die Bnej Jisrael als Diener — Meine Diener sind sie, die Ich aus dem Land Mizrajim herausgeführt habe'? Derselbe Auszug steht am Anfang der drei Feste und am Anfang des siebten Jahres.

Wist je dat…Wusstest du schon…

  • … dass Pessach noch einen zweiten Namen hat — Chag haMazzot, das Fest der Mazzot?
  • … dass Schawuot auch Chag haKazir heißt, weil wir dann das Erntefest der ersten Früchte feiern?
  • … dass Sukkot auch Chag haAsif heißt, das Einsammlungsfest — weil die Früchte dann getrocknet sind und eingeholt werden?
  • … dass wir an den Fußfesten so viel Tora lernen wie möglich, vor allem über die Fußfeste selbst und über die Mizwot der Chagim, die Gebote der Feste?

Woord van de week:Wort der Woche: Bikkurim — Bikkurim heißt Erstlinge — die ersten Früchte des Jahres, die man nicht selbst aß, sondern hinauftrug.

Wat het betekentWas es bedeutet

Eli: „Als die Bnej Jisrael unten am Har Sinai standen und die Tora von Haschem bekamen, riefen sie deutlich und laut: ‚Wir werden alles tun, was Haschem sagt — auch wenn wir nicht viel davon verstehen.'"

Channa: „Erst tun und dann verstehen. Das klingt verkehrt herum."

Eli: „So stehen die drei Feste im Jahr. Erst wird man frei. Dann bekommt man die Tora. Und dann wohnt man ein paar Tage lang so, wie man in der Wüste gewohnt hat — auch wenn das Wohnen in der Wüste schon vor dem Berg begann. Vorher hätte niemand erklären können, wozu das alles gut ist."

Channa: „Und das siebte Jahr?"

Eli: „Derselbe Gedanke, nur langsamer. Nimm einmal die drei Feste aus dem Jahr heraus und lass alle anderen Tage stehen. Und frag dich am letzten Tag, ob du dann noch sagen könntest, wo du gewesen bist."

Vraag aan jouFrage an dich

Wenn du am Ende eines Jahres jemandem erzählen solltest, wo du in diesem Jahr angekommen bist — was würdest du erzählen?

Schabbat Schalom!

👪 Nehmen Sie den Kalender zur Hand und suchen Sie mit Ihrem Kind die drei Feste — und dann fragen Sie, was zwischen ihnen steht.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.