Parasja·Project

WajechiWajechi 12

Dit hoofdstuk in alle drie de leeftijdsdelen. Kies hierboven een deel; de streep eronder zegt wat er klaar is en wat nog niet. Onder „Bladzijden” ziet u de tekst en het beeld zoals ze op de bladzijde naast elkaar komen — de indeling mag nog veranderen, de beelden blijven. Dieses Kapitel in allen drei Altersstufen. Wählen Sie oben einen Band; der Streifen darunter sagt, was fertig ist und was nicht. Unter „Seiten“ sehen Sie Text und Bild so, wie sie auf der Seite nebeneinander kommen — die Aufteilung darf sich noch ändern, die Bilder bleiben.

Dit deel is compleet.Dieser Band ist vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ✓BladindelingSeitenaufteilung 4
  • ✓Alle tekstkadersAlle Textkästen 4/4
  • ✓BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen 4/4
  • ✓Beelden gemaaktBilder erstellt 4/4

WajechiWajechi — Wajechi · De gekruiste handen

⚠ Wordt nog verbeterd — is in bewerking Wird noch verbessert — ist in Arbeit

De beelden van dit hoofdstuk voldoen nog niet aan uw zeven regels van 9 september. Wat er precies aan schort en wanneer het aan de beurt is, staat op de lijst van alle hoofdstukken. Er wordt niets opnieuw getekend voordat u de figuurbladen heeft goedgekeurd. Die Bilder dieses Kapitels erfüllen Ihre sieben Regeln vom 9. September noch nicht. Was genau fehlt und wann es an der Reihe ist, steht auf der Liste aller Kapitel. Es wird nichts neu gezeichnet, bevor Sie die Figurenblätter freigegeben haben.

Deze bladzijden staan gezet in het NederlandsNiederländisch. Onder elke dubbele bladzijde kunt u iets zeggen — het komt direct in het project terecht. Diese Seiten stehen gesetzt auf NederlandsNiederländisch. Unter jeder Doppelseite können Sie etwas sagen — es kommt direkt im Projekt an.

Hoort bij het vorige hoofdstuk.Gehört zum vorigen Kapitel.

Vraag aan jou

Waarom wilde Joseef, dat alle Egyptenaren zouden verhuizen naar een andere stad?Warum wollte Josef, dass alle Ägypter in eine andere Stadt umziehen?

Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!

86

Wajechi

Ja’akov woonde de laatste zeventien jaren van zijn leven in Mitsraim. Toen hij 147 jaar oud was, riep hij zijn zoon Joseef bij zich. „Beloof me dat je me zult begraven in de grot de Machpela bij mijn vader en moeder en mijn grootouders en niet hier in Mitsraim.”„Josef!" — Jaakow ließ seinen Sohn rufen. Siebzehn Jahre hatten sie nun zusammen in Ägypten gelebt, und Jaakow war hundertsiebenundvierzig Jahre alt geworden. Jetzt spürte er: Es geht zu Ende.

Joseef beloofde dat.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Niet lang daarna bracht hij zijn twee zoons Efraim en Menasje naar zijn vader voor een beracha.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Ja’akov vertelde de twee jongens: „Jullie zullen in alles precies zo als mijn eigen kinderen zijn.” Daarom werden Efraim en Menasje later meegerekend met de twaalf stammen. Efraim en Menasje werden ieder een eigen, aparte stam. Ze kregen een beracha van hun grootvader Ja’akov.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Weet je nog van Jitschak, die bijna blind was en zijn zegen gaf? Ook toen kreeg de jongste de beracha. Maar deze keer weet de opa precies wat hij doet.Erinnerst du dich an Jizchak, der fast blind war und seinen Segen gab? Auch damals bekam der Jüngere die Beracha. Diesmal aber weiß der Großvater ganz genau, was er tut.
87

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Efraim, de jongste, stond tegenover de linkerhand van grootvader Ja’akov. Menasje, de oudste, stond tegenover de rechterhand van grootvader Ja’akov.Jaakow zog die beiden Jungen zu sich heran. „Ihr sollt in allem genau so sein wie meine eigenen Kinder", sagte er. Darum wurden Efraim und Menasche später zu den zwölf Stämmen mitgezählt. Jeder von ihnen wurde ein eigener Stamm.

Het was de gewoonte dat de oudste zoon de grootste zegen zou krijgen met de rechterhand.Nun stellten sie sich ans Bett. Efraim, der Jüngere, stand vor der linken Hand des Großvaters. Menasche, der Ältere, stand vor der rechten Hand.

Maar Ja’akov kruiste zijn handen en plaatste zijn rechterhand op het hoofd van de jongste en zijn linkerhand op het hoofd van de oudste.So gehörte es sich nämlich: Der älteste Sohn bekommt den größten Segen — und den bekommt er mit der rechten Hand.

Toen Joseef dat zag, tilde hij zijn vaders rechterhand op om hem goed te leggen.Aber Jaakow kreuzte seine Arme. Die rechte Hand legte er auf den Kopf des Jüngeren. Die linke Hand legte er auf den Kopf des Älteren.

88

Maar Ja’akov protesteerde. „Ik weet wat ik aan het doen ben. De jongste broer zal groter zijn dan de oudste. Van hem zal een groot man afstammen, Jehosjoe’a. Maar beiden zullen veel kinderen hebben. En in de toekomst zullen de mensen hun kinderen een beracha geven en zeggen: ‚Moge G’d jullie maken zoals Efraim en Menasje.’”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Toen riep Ja’akov al zijn zoons bij elkaar om ze een beracha te geven voordat hij stierf.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Nadat Ja’akov gestorven was, vroeg Joseef aan Farao of hij zijn vader mocht begraven in Israël. Farao had Ja’akov liever in Mitsraim begraven. Maar omdat Joseef zijn vader Ja’akov had gezworen om hem in Israël te begraven, gaf Farao uiteindelijk toch toestemming.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

De koningen van Kena’an zagen een hele stoet uit Mitsraim optrekken en dachten dat Farao oorlog kwam voeren met hen. Maar toen zagen ze dat het een begrafenis was. Alle koningen hingen toen hun kronen aan de kist van Ja’akov. Ja’akov kreeg toen heel veel kavod van alle koningen!Josef ging zu Pharao. „Darf ich meinen Vater in Israel begraben?" Pharao hätte Jaakow viel lieber in Ägypten behalten. Aber Josef hatte es seinem Vater geschworen — und am Ende gab Pharao die Erlaubnis.

Wist je dat…
  • Ja’akov zeventien jaar in Mitsraim woonde — en daar zelfs een jesjiva stichtte, een leerhuis, zodat de kinderen Tora konden blijven leren?… dass Jaakow siebzehn Jahre in Ägypten wohnte — und dort sogar eine **Jeschiwa** gründete, ein Lernhaus, damit die Kinder weiter Tora lernen konnten?
  • Ja’akov niet goed meer kon zien toen hij de beracha gaf? Zijn ogen waren zwaar geworden van ouderdom — en toch legde hij zijn handen precies zoals hij het wilde.… dass Jaakow gar nicht mehr richtig sehen konnte, als er die Beracha gab? Seine Augen waren im Alter schwer geworden — und trotzdem legte er die Hände genau so, wie er es wollte.
  • in de grot de Machpela al Avraham en Sara liggen, Jitschak en Rivka — en Lea, de vrouw van Ja’akov? Daarom wilde Ja’akov daar zo graag naartoe.… dass in der Höhle Machpela schon Awraham und Sara liegen, Jizchak und Riwka — und Lea, Jaakows Frau? Darum wollte Jaakow so gern dorthin.
  • Joseef zelf stierf toen hij 110 jaar oud was en zijn kinderen en broers vroeg hem mee te nemen naar Israël als de Joden bevrijd zouden worden uit Mitsraim?… dass Josef selbst starb, als er hundertzehn Jahre alt war — und seine Kinder und seine Brüder vorher bat: Nehmt mich mit nach Israel, wenn die Juden einmal aus Ägypten befreit werden?
89

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Eli: „Joseef vond het niet goed dat zijn vader Ja’akov de jongste Efraim de mooiste beracha gaf terwijl hij de oudste Menasje een wat minder mooie beracha gaf. En toch: wij geven tegenwoordig een beracha aan onze kinderen (meestal op vrijdagavond) waarin wij ze zegenen als Efraim en Menasje.”**Eli:** „Josef fand es nicht gut, dass sein Vater dem Jüngsten, Efraim, die schönste Beracha gab — und dem Ältesten, Menasche, eine weniger schöne. Und trotzdem: Wir geben unseren Kindern heute noch genau diese Beracha, meistens am Freitagabend. Wir segnen sie wie Efraim und Menasche."

Channa: „We geven juist deze beracha omdat deze twee kinderen van Joseef goede mensen bleven en trouw bleven aan het Jodendom hoewel de Egyptenaren heel onaardig waren en er in Mitsraim overal afgodenbeelden stonden.”**Channa:** „Wir geben gerade diese Beracha, weil diese beiden Kinder von Josef gute Menschen geblieben sind. Sie blieben dem Judentum treu — obwohl die Ägypter sehr unfreundlich waren und im ganzen Land überall Götzenbilder standen."

Batsheva: „Toch voelde Menasje zich een beetje beledigd. Hij was de oudste maar toch kreeg hij niet de mooiste beracha. Maar hij gunde dat wel aan zijn jongste broer Efraim. Dat vind ik enorm knap van Menasje.”Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.

Sjeem: „Hij gunde dat zelfs met plezier aan zijn jongere broer. Daarom geven we onze kinderen altijd deze beracha. Daarin zien we dat de ene broer de andere heel veel gunt. En dat vind ik een geweldig mooie eigenschap! Daar kunnen we allemaal een goed voorbeeld aan nemen.”**Schem:** „Er gönnte sie ihm sogar mit Freude! Darum geben wir unseren Kindern immer diese Beracha. Man sieht darin, wie der eine Bruder dem anderen ganz viel gönnt. Und das finde ich eine großartige Eigenschaft. Daran können wir uns alle ein Beispiel nehmen."

Vraag aan jou

Menasje gunde zijn kleine broer de mooiste beracha. Stel je voor dat jij op zijn plaats bij het bed staat: wat zou daaraan moeilijk zijn voor jou — en wat zou jou helpen?Menasche gönnte seinem kleinen Bruder die schönere Beracha. Stell dir vor, du stündest an seiner Stelle am Bett: Was wäre daran schwer für dich — und was würde dir helfen?

Sjabbat Sjalom!Schabbat Schalom!

Woord van de week: Wajechi betekent: ‚en hij leefde’.Von dieser Zeile gibt es noch keinen deutschen Text.
90

Hoort bij het volgende hoofdstuk.Gehört zum nächsten Kapitel.

Sjemot

Waarom heet het tweede boek van de Tora „Sjemot” — namen? Omdat het begint met de namen van de Bnee Jisra’eel die naar Mitsraim kwamen.Warum heißt das zweite Buch der Tora „Schemot" — Namen? Weil es mit Namen anfängt: mit den Namen der Bnej Jisrael, die nach Ägypten gekommen waren.

91

Dit is nog geen opmaak. Kijkt u alstublieft alleen naar de tekst en naar het beeld: staat het juiste stuk tekst bij het juiste beeld, klopt wat er te zien is, en past het bij elkaar? Waar iets staat op de bladzijde, hoe groot de letter is en hoe de bladzijde er straks uitziet — dat komt later en is hier nog niet te beoordelen. Das ist noch kein Layout. Bitte sehen Sie nur auf den Text und auf das Bild: Steht das richtige Stück Text beim richtigen Bild, stimmt das Dargestellte, und passt beides zusammen? Wo etwas auf der Seite steht, wie groß die Schrift ist und wie die Seite später aussieht — das kommt später und ist hier noch nicht zu beurteilen.

Nog geen opmerkingen bij deze dubbele bladzijde.Noch keine Anmerkungen zu dieser Doppelseite.

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

De belofte van Joseef

Toen Ja'akov stierf ging Joseef naar Farao. „Ik heb mijn vader Ja'akov beloofd dat ik hem zal begraven in het land Kena'an. Laat mij hem daar naartoe brengen en ik zal terugkomen zodra ik dat gedaan heb."

Farao vond het niet prettig dat Ja'akov niet in Mitsraim begraven wilde worden, maar gaf uiteindelijk toch toestemming aan Joseef om Ja'akov te begraven in Israël.

Nadat hun vader Ja'akov begraven was, begonnen de broers van Joseef zich zorgen te maken. „Misschien zal Joseef ons haten omdat we hem verkocht hebben. Toen vader Ja'akov nog leefde, durfde Joseef niks tegen ons te doen. Maar nu zal hij ons straffen."

Ze gingen naar Joseef en ze vroegen hem om **seliecha** dat ze hem verkocht hadden.

Joseef probeerde uit te leggen dat ze niet bang moesten zijn dat hij kwaad op hen was. Joseef voelde aan dat Hasjeem alles had gepland.

„Natuurlijk vergeef ik het jullie", zei hij hun. „Jullie wilden mij misschien wel beschadigen toen jullie mij verkochten, maar Hasjeem heeft het allemaal ten goede gekeerd. Nadat ik verkocht was naar Mitsraim werd ik onderkoning en kon ik ervoor zorgen dat er genoeg te eten was in de vele jaren van hongersnood. Daarom leven we allemaal nog. Wees niet bang, ik zal goed voor jullie zorgen. Ik zal ook goed voor jullie kinderen zorgen."

Zo gezegd, zo gedaan.

Toen Joseef 110 jaar oud was, werd hij ziek en voelde hij aan dat hij ging sterven. „Hasjeem zal jullie niet vergeten", zei hij tegen zijn broers. „Hij zal jullie terugbrengen uit Mitsraim naar het Beloofde Land Israël. Het land Israël had Hasjeem beloofd aan Avraham, Jitschak en Ja'akov en al hun kinderen en kleinkinderen. Beloof mij alleen dat jullie mijn beenderen zullen meenemen wanneer jullie weggaan uit Mitsraim."

De broers beloofden dat. Toen Joseef stierf werd hij begraven als een prins van Mitsraim.

De kinderen van Ja'akov waren begonnen als een kleine groep van zeventig mensen. Maar ze werden al heel snel veel groter en veel sterker. En ze leefden in vrede totdat ze tot slaven gemaakt werden door Farao.

Waarom maakte Farao de Joden tot slaven? Hij zag dat de Joden heel snel een heel groot volk werden. Hij werd bang want hij kreeg het gevoel dat de Joden de macht in Mitsraim zouden overnemen. En dat wilde hij absoluut niet.

Maar de woorden van Joseef bleven en bleven schijnen als een licht in het donker: „Hasjeem zal jullie niet vergeten."

Weet je nog van de karavaan die naar Mitsraim trok — en van de broer die meeging? Negenendertig jaar later staan diezelfde broers vóór hem. En nu praten ze wél.

… Ja'akov zijn twee kleinzonen — de oudste heette Menasje en de jongste Efraim — een beracha wilde geven?

… Ja'akov zijn handen kruiste en zijn rechterhand op het hoofd van de jongste legde om hem de mooiste beracha te geven?

… Ja'akov zijn linkerhand op het hoofd van de oudste kleinzoon (Menasje) legde omdat hij hem iets minder goed vond?

… Joseef zijn vaders handen anders wilde leggen, maar dat Ja'akov dat niet wilde en aan Joseef vertelde dat hij precies wist wat hij deed?

… de koningen van Kena'an hun kronen aan de kist van Ja'akov hingen? Ze hadden de grote stoet uit Mitsraim zien optrekken en dachten aan een leger — en toen zagen ze dat het een begrafenis was.

**Eli:** „Ik vind het vreemd dat de jongste zoon Efraim de mooiste beracha krijgt en de oudste zoon Menasje een minder mooie beracha krijgt."

**Ariella:** „Ik denk dat Ja'akov gewoon zag dat Efraim beter was dan Menasje en dat hij daarom een mooiere beracha gaf aan Efraim. Niet iedereen is even rijk of intelligent of handig. Iedereen is verschillend. Dus kan je ook een andere beracha krijgen dan je broertje of je zusje. Daar hoef je niet zo moeilijk over te doen."

**Asaf:** „Mijn Papa en Mama geven mijn broertjes en mij allemaal dezelfde beracha op vrijdagavond: moge Hasjeem jullie maken als Efraim en Menasje."

**Ita:** „Dat betekent dat jullie ouders jullie zegenen met de wens dat jullie zo sterk mogen zijn als Efraim en Menasje. Want die bleven Joods — ook in Mitsraim."

**Batsheva:** „En Menasje voelde zich toch wel een beetje beledigd — maar hij gunde zijn jongste broer die mooiste beracha wél. Dat vind ik enorm knap. En welke beracha krijgen de meisjes eigenlijk? Mogen jullie worden als Sara, Rivka, Racheel en Le'a. Dat is eigenlijk nog veel mooier, want de Joodse vrouwen bleven heel goed in Mitsraim. Daarom zijn zij vergelijkbaar met Efraim en Menasje: ondanks alle moeilijkheden en bedreigingen bleven juist de Joodse vrouwen heel sterk en standvastig in hun **emoena** en **bitachon**!"

De broers vroegen Joseef pas na de dood van hun vader om seliecha — al die jaren daarvoor niet. Waarom was het daarvóór makkelijker om niets te zeggen, denk je?

Sjabbat Sjalom!

Josefs Versprechen

„Lass mich gehen", sagte Josef zu Pharao, „und ich komme zurück, sobald es getan ist."

Sein Vater Jaakow war gestorben. Josef hatte ihm versprochen, ihn im Land Kena'an zu begraben, und dieses Versprechen wollte er halten.

Pharao gefiel das gar nicht. Warum sollte Jaakow nicht in Mizrajim liegen, wo er doch siebzehn Jahre hier gelebt hatte? Aber am Ende gab er Josef die Erlaubnis. So wurde Jaakow in Israel begraben.

Und danach bekamen Josefs Brüder Angst.

Sie steckten die Köpfe zusammen. „Vielleicht hasst Josef uns doch. Wir haben ihn damals verkauft. Solange Vater Jaakow lebte, traute er sich nichts gegen uns. Aber jetzt wird er uns bestrafen."

Sie gingen zu Josef und baten ihn um **Slicha** — um Verzeihung dafür, dass sie ihn verkauft hatten.

Josef versuchte ihnen zu erklären, dass sie keine Angst haben mussten. Er war nicht böse auf sie. Er spürte etwas anderes: Haschem hatte alles geplant.

„Natürlich verzeihe ich euch", sagte er. „Ihr wolltet mir vielleicht schaden, als ihr mich verkauft habt. Aber Haschem hat alles zum Guten gewendet. Nachdem ich nach Mizrajim verkauft worden war, wurde ich Vizekönig — und ich konnte dafür sorgen, dass in den vielen Hungerjahren genug zu essen da war. Darum leben wir alle noch. Habt keine Angst. Ich werde gut für euch sorgen. Und für eure Kinder auch."

Gesagt, getan.

Als Josef hundertzehn Jahre alt war, wurde er krank, und er spürte, dass er sterben würde. „Haschem wird euch nicht vergessen", sagte er zu seinen Brüdern. „Er wird euch aus Mizrajim zurückbringen in das versprochene Land Israel. Dieses Land hat Haschem Awraham, Jizchak und Jaakow versprochen und all ihren Kindern und Enkelkindern. Versprecht mir nur das eine: Nehmt meine Gebeine mit, wenn ihr aus Mizrajim fortzieht."

Die Brüder versprachen es.

Als Josef starb, wurde er begraben wie ein Prinz von Mizrajim.

Die Kinder Jaakows hatten als kleine Gruppe angefangen: siebzig Menschen. Aber sie wurden sehr schnell viel größer und viel stärker. Und sie lebten in Frieden — bis Pharao sie zu Sklaven machte.

Warum machte Pharao die Juden zu Sklaven? Er sah, dass sie sehr schnell zu einem großen Volk wurden. Da bekam er Angst. Er hatte das Gefühl: Bald übernehmen die Juden die Macht in Mizrajim. Und das wollte er auf keinen Fall.

Aber Josefs Worte blieben und leuchteten weiter wie ein Licht im Dunkeln: „Haschem wird euch nicht vergessen."

Erinnerst du dich an die Karawane, die nach Mizrajim zog — und an den Bruder, den sie mitnahm? Neununddreißig Jahre später stehen dieselben Brüder vor ihm. Und diesmal reden sie.

… dass Jaakow seinen beiden Enkeln eine Beracha geben wollte — der Ältere hieß Menasche, der Jüngere Efraim?

… dass Jaakow seine Hände kreuzte und die rechte Hand auf den Kopf des Jüngeren legte, um ihm die schönste Beracha zu geben?

… dass er die linke Hand auf den Kopf des älteren Enkels legte, auf Menasche, weil er ihn ein bisschen weniger gut fand?

… dass Josef die Hände seines Vaters anders legen wollte, Jaakow das aber nicht zuließ und ihm sagte, er wisse genau, was er tue?

… dass die Könige von Kena'an ihre Kronen an Jaakows Bahre hängten? Sie hatten den großen Zug aus Mizrajim heraufkommen sehen und ein Heer erwartet — dann sahen sie, dass es eine Beerdigung war.

**Eli:** „Ich finde das seltsam. Der jüngste Sohn, Efraim, bekommt die schönste Beracha — und der älteste, Menasche, eine weniger schöne."

**Ariella:** „Ich glaube, Jaakow hat einfach gesehen, dass Efraim besser war, und darum hat er ihm die schönere Beracha gegeben. Nicht jeder ist gleich reich, gleich klug oder gleich geschickt. Jeder Mensch ist anders. Also kannst du auch eine andere Beracha bekommen als dein Bruder oder deine Schwester. Darüber muss man kein Theater machen."

**Asaf:** „Mein Papa und meine Mama geben meinen Brüdern und mir alle dieselbe Beracha am Freitagabend: Möge Haschem euch machen wie Efraim und Menasche."

**Ita:** „Das heißt: Eure Eltern segnen euch mit dem Wunsch, dass ihr so stark sein sollt wie Efraim und Menasche. Denn die beiden blieben jüdisch — sogar in Mizrajim."

**Batschewa:** „Und Menasche hat sich schon ein bisschen gekränkt gefühlt — aber er hat seinem kleinen Bruder den schöneren Segen gegönnt. Das finde ich stark. Und welche Beracha bekommen eigentlich die Mädchen? Ihr sollt werden wie Sara, Riwka, Rachel und Lea. Das finde ich eigentlich noch viel schöner. Denn die jüdischen Frauen blieben in Mizrajim ganz besonders stark. Darum sind sie mit Efraim und Menasche vergleichbar: Trotz aller Schwierigkeiten und aller Drohungen blieben sie fest in ihrer **Emuna** und ihrem **Bitachon** — in ihrem Glauben und ihrem Vertrauen."

Die Brüder haben Josef erst nach dem Tod des Vaters um Slicha gebeten — nicht in all den Jahren davor. Warum war es vorher wohl leichter, nichts zu sagen?

Schabbat Schalom!

Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.

  • ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
  • ○BladindelingSeitenaufteilung
  • ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
  • ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
  • ○Beelden gemaaktBilder erstellt

De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.

Breng me naar huis

Ja'akov leefde zeventien jaar in Mitsraim. Uiteindelijk was hij 147 jaar toen hij zijn einde voelde naderen. Hij riep Joseef, zijn zoon, bij zich. Hij wilde dat Joseef zwoer dat hij hem in Israël zou begraven: „Leg uw hand onder mijn heup en bewijs mij liefde en trouw. Begraaf mij alsjeblieft niet in Mitsraim. Als ik overlijd, dan moet je me begraven in de grot de Machpela."

Joseef zwoer dat hij Ja'akovs opdracht zou vervullen. Toen boog Ja'akov zich naar het hoofdeinde van zijn bed.

Waarom wilde Ja'akov niet in Mitsraim begraven worden?

Ja'akov wilde niet dat zijn graf een bedevaartsoord zou worden. Bovendien: als hij daar begraven zou liggen, zouden zijn kinderen misschien denken dat zij daar in Mitsraim zouden moeten blijven. Zijn afstammelingen zouden kunnen denken dat ook Mitsraim een heilig land is als Ja'akov daar begraven zou zijn. Mitsraim was echter bedoeld als tijdelijke woonplaats. Israël was de bestemming van **Am Jisra'eel**.

De Mitsri'iem hadden bovendien de gewoonte om hun doden te vereren en zouden zijn graf misschien gaan verafgoden. Ze wisten dat Ja'akov door te davvenen tot Hasjeem ervoor gezorgd had dat de zeven jaren van hongersnood stopten.

Gedurende de tien plagen zou de aarde veranderen in ongedierte. Bij de derde plaag — **kiniem** — zou dat ook de lichamen kunnen aantasten die in de grond begraven zijn. Ja'akov wilde dit niet meemaken en wilde ook niet dat Hasjeem speciaal voor hem een wonder zou doen dat zijn lichaam niet zou worden aangetast. Daarom wilde hij terug naar de Machpela en begraven worden bij zijn voorouders.

Maar waarom een eed? Was een verzoek niet genoeg geweest?

Ja'akov was bang dat Joseef zijn belofte niet zou kunnen waarmaken omdat de Egyptische wetten uitvoer van doden verboden. Daarom liet hij Joseef zweren. Joseef zwoer en Ja'akov boog zich naar zijn hoofdeinde, richting de **Sjechina**, want de Sjechina rust boven het bed van de zieke.

En uiteindelijk kwam Ja'akov thuis: in de Machpela, bij Avraham en Sara, bij Jitschak en Rivka, bij Le'a.

Weet je nog hoe Avraham de grot de Machpela kocht — met getuigen erbij, voor vierhonderd sjekel zilver, zodat hij voor altijd van de familie zou zijn? Drie generaties later is dat precies de reden waarom Ja'akov laat zweren.

… een overledene op natuurlijke wijze en zo snel mogelijk begraven moet worden?

… het lichaam niet mag worden „behandeld" en de overledene zelf op geen enkele wijze baat heeft bij een schminkbehandeling?

… Joseef geen bezwaar had tegen het balsemen van Ja'akov omdat Ja'akov zijn kinderen had opgedragen om hem in **Erets Jisra'eel** te begraven?

… de reis naar Erets Jisra'eel heel lang duurde en het heel heet was in Mitsraim en Erets Jisra'eel, en Ja'akov daarom toch gebalsemd moest worden?

**Eli:** „Ja'akov vraagt om speciale bescherming door Hasjeem wanneer hij Efraim en Menasje een beracha geeft. Letterlijk zegt hij: *Hamalach hago'eel oti* — ‚De Engel, die mij verlost heeft van al het kwade, moge de kinderen zegenen en mijn naam in hen noemen en de naam van mijn voorouders Avraham en Jitschak; moge zij zich tot grote menigte vermeerderen midden in het land' (48:16)."

**Ariella:** „We zeggen deze pasoek nog steeds in het **nachtlajnen**. Ja'akov vond het nodig om hierbij te benadrukken dat hij uiteindelijk van alle **tsores** bevrijd werd. Hoewel Mitsraim geen plaats van **kedoesja** was, leefde Ja'akov daar helemaal op. Hij had daar een **jesjiva** gesticht, waardoor hij zich ervan verzekerd voelde dat zijn kinderen de Tora nooit zouden vergeten."

**Elisja:** „Toch wilde hij dat ook zijn naam en die van Avraham en Jitschak in de kinderen genoemd zouden worden. De Jisra'eel-gedachte moest levend blijven. *Jisra'eel* betekent ‚U heerst over Engelen en mensen'. Avrahams naam vond hij belangrijk omdat deze naam ‚geestelijke vader van vele volkeren' betekent. Hij hoopte dat zijn kinderen uiteindelijk het licht voor alle volken zouden zijn, zodat zij hun geestelijke leiderschap inderdaad zouden waarmaken. Het woordje *Jitschak* komt van ‚lachen'. Hij hoopte dat zijn kinderen en kleinkinderen het Jodendom altijd op een simchedikke manier zouden beleven en uitdragen."

Ja'akov wilde dat in zijn kleinkinderen drie namen zouden doorklinken: die van hemzelf, van Avraham en van Jitschak. Wat moest daarmee in de familie wakker blijven, denk jij — en wat heeft dat te maken met Efraim en Menasje, die in Mitsraim opgroeiden?

Sjabbat Sjalom!

Bringt mich heim

„Leg deine Hand unter meine Hüfte", sagte Jaakow, „und erweise mir Liebe und Treue. Begrabe mich bitte nicht in Mizrajim. Wenn ich sterbe, dann bring mich in die Höhle Machpela."

Siebzehn Jahre hatte Jaakow in Mizrajim gelebt. Mit hundertsiebenundvierzig spürte er, dass sein Ende nahe kam, und er ließ seinen Sohn Josef zu sich rufen. Josef schwor, dass er den Auftrag seines Vaters erfüllen würde. Da neigte Jaakow sich zum Kopfende seines Bettes.

Warum wollte Jaakow nicht in Mizrajim begraben werden?

Er wollte nicht, dass sein Grab ein Wallfahrtsort würde. Und mehr noch: Läge er dort, könnten seine Kinder auf den Gedanken kommen, sie müssten in Mizrajim bleiben. Seine Nachkommen könnten meinen, auch Mizrajim sei ein heiliges Land, weil Jaakow dort begraben liegt. Aber Mizrajim war nur als Wohnort auf Zeit gedacht. Das Ziel von **Am Jisrael** war Israel.

Dazu kam: Die Mizrijim pflegten ihre Toten zu verehren. Sein Grab hätten sie womöglich zu einem Götzenort gemacht — sie wussten schließlich genau, dass Jaakow durch sein Davvenen zu Haschem die sieben Hungerjahre beendet hatte.

Und noch etwas: Bei den zehn Plagen sollte sich die Erde selbst in Ungeziefer verwandeln. Bei der dritten Plage — **Kinim** — hätte das auch die Körper treffen können, die in der Erde begraben liegen. Jaakow wollte das nicht erleben. Und er wollte auch nicht, dass Haschem eigens für ihn ein Wunder tut, damit sein Körper unversehrt bleibt. Darum wollte er zurück in die Machpela, zu seinen Vorfahren.

Aber warum ein Schwur? Hätte eine Bitte nicht gereicht?

Jaakow hatte Sorge, dass Josef sein Versprechen gar nicht würde halten können: Die ägyptischen Gesetze verboten es, Tote außer Landes zu bringen. Darum ließ er ihn schwören. Josef schwor. Und Jaakow neigte sich zum Kopfende seines Bettes — der **Schechina** entgegen, denn die Schechina ruht über dem Bett des Kranken.

Und am Ende kam Jaakow heim: in die Machpela, zu Awraham und Sara, zu Jizchak und Riwka, zu Lea.

Erinnerst du dich, wie Awraham die Höhle Machpela kaufte — vor Zeugen, mit vierhundert Schekel Silber, damit sie für immer der Familie gehört? Drei Generationen später ist genau das der Grund, warum Jaakow schwören lässt.

… dass ein Verstorbener auf natürliche Weise und so schnell wie möglich begraben werden soll?

… dass sein Körper nicht „behandelt" werden darf — und dass der Verstorbene selbst von keiner Schminkbehandlung irgendeinen Nutzen hat?

… dass Josef trotzdem nichts gegen das Einbalsamieren seines Vaters einzuwenden hatte, weil Jaakow seinen Kindern ausdrücklich aufgetragen hatte, ihn in **Erez Jisrael** zu begraben?

… dass die Reise nach Erez Jisrael sehr lange dauerte und es in Mizrajim und in Erez Jisrael sehr heiß war — und Jaakow deshalb doch einbalsamiert werden musste?

**Eli:** „Jaakow bittet um besonderen Schutz durch Haschem, als er Efraim und Menasche die Beracha gibt. Wörtlich sagt er: *Hamalach haGoel oti* — ‚Der Engel, der mich von allem Bösen erlöst hat, möge die Jungen segnen, und mein Name werde in ihnen genannt und der Name meiner Vorfahren Awraham und Jizchak; und mögen sie sich vermehren zu einer großen Menge mitten im Land' (48,16)."

**Ariella:** „Diesen Pasuk sagen wir bis heute beim **Nachtlajnen**, vor dem Einschlafen. Jaakow hielt es für nötig, dabei zu betonen, dass er am Ende von allen **Zores** befreit worden ist — von allem Kummer. Denn obwohl Mizrajim kein Ort von **Keduscha** war, lebte Jaakow dort richtig auf: Er hatte eine **Jeschiwa** gegründet und war sich dadurch sicher, dass seine Kinder die Tora nie vergessen würden."

**Elischa:** „Und trotzdem wollte er, dass auch sein Name und die von Awraham und Jizchak in den Kindern genannt werden. Der Jisrael-Gedanke sollte lebendig bleiben — *Jisrael* heißt: ‚Du herrschst über Engel und Menschen'. Awrahams Namen fand er wichtig, weil er ‚geistiger Vater vieler Völker' bedeutet: Er hoffte, dass seine Kinder am Ende das Licht für alle Völker sein würden und ihre geistige Führung wirklich einlösen. Und das Wort *Jizchak* kommt von ‚lachen'. Er hoffte, dass seine Kinder und Enkel das Judentum immer auf eine frohe Art erleben und weitergeben."

Jaakow wollte, dass in seinen Enkeln drei Namen weiterklingen: sein eigener, der von Awraham und der von Jizchak. Was, meinst du, sollte in der Familie damit wachbleiben — und was hat das mit Efraim und Menasche zu tun, die in Mizrajim aufgewachsen sind?

Schabbat Schalom!