JitroJitro 17
Dit hoofdstuk in alle drie de leeftijdsdelen. Kies hierboven een deel; de streep eronder zegt wat er klaar is en wat nog niet. Onder „Bladzijden” ziet u de tekst en het beeld zoals ze op de bladzijde naast elkaar komen — de indeling mag nog veranderen, de beelden blijven. Dieses Kapitel in allen drei Altersstufen. Wählen Sie oben einen Band; der Streifen darunter sagt, was fertig ist und was nicht. Unter „Seiten“ sehen Sie Text und Bild so, wie sie auf der Seite nebeneinander kommen — die Aufteilung darf sich noch ändern, die Bilder bleiben.
Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ✓BladindelingSeitenaufteilung 8
- ✓Alle tekstkadersAlle Textkästen 8/8
- ✓BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen 8/8
- ○Beelden gemaaktBilder erstellt 0/8
De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.
De berg tussen hoog en laag
De Sinai is geen hoge berg. Maar ook geen lage berg. Het is een berg, precies tussen hoog en laag. Een beetje hoog en een beetje laag.
In de derde maand nadat ze uit Mitsraim vertrokken waren, kwamen de Bnee Jisra'eel eindelijk aan bij de berg Sinai.
Mosje beklom de berg. Hasjeem vertelde hem dat hij de mensen beneden moest voorbereiden op Matan Tora, het geven van de Tora.
Binnen drie dagen zouden de Bnee Jisra'eel de Tora ontvangen. Dit was op Sjavoe'ot.
Hasjeem zei tegen Mosje: „Jullie hebben gezien wat Ik aan de Mitsriem heb gedaan met de esser makkot. Jullie hebben gezien hoe Ik jullie uit Mitsraim heb gehaald. Ik heb jullie gedragen als op de vleugels van een arend. Als jullie Mijn mitsvot zullen gehoorzamen, dan zullen jullie een speciaal, heilig volk voor Mij worden."
Toen Mosje van de berg kwam en de mensen vertelde wat Hasjeem gezegd had, antwoordden ze: „Wij zullen doen wat Hasjeem van ons verlangt. Wij zullen alle mitsvot nakomen!"
Daarna gaf Hasjeem Mosje opdracht hoe de Bnee Jisra'eel zich moesten voorbereiden op Matan Tora. Er werd een grenslijn getrokken aan de voet van de berg Sinai. Daar mochten ze niet overheen. Iedereen moest zijn kleren wassen en zo rein mogelijk blijven.
Drie dagen later werden de mensen heel vroeg wakker. Ze hoorden een enorm geluid van de Sinai: donder en bliksem bij heldere hemel.
En plotseling klonk er een hard sjofargeluid door het kamp: de sjofar, de ramshoorn.
Mosje leidde het volk naar de voet van de berg en zij sidderden van angst. Zoiets hadden ze nog nooit gezien.
Toen volgden de Asseret Hadibrot, de Tien Woorden.
Hasjeem sprak ze alle tien ineens uit. Daarna sprak Hasjeem ze nog een keer uit, een voor een. En bij ieder woord antwoordde het volk: op de geboden riep het „ja", op de verboden riep het „nee".
„Ik ben Hasjeem Die je uit het land Mitsraim heeft gevoerd."
„Andere goden zijn verboden."
„Je mag de naam van Hasjeem, je Hasjeem, niet voor niets gebruiken."
Weet je nog, de tien plagen in Mitsraim? Precies daarover sprak Hasjeem hier bij de berg: ‚Jullie hebben gezien wat Ik gedaan heb.
… Jitro, naar wie deze parasja heet, zijn hele leven bezig was om de ware Waarheid te vinden?
… hij daarom eerder zelfs afgodenpriester van Midjan was — en alle afgoden diende, totdat hij het ware geloof aannam?
… hij bereid was alle rijkdom en zijn mooie woning in Midjan achter te laten om Joods te worden?
… hij uiteindelijk terugging naar Midjan om ook zijn landgenoten Joods te maken?
**Eli:** „Maar er zijn nog veel meer mitsvot in de Asseret Hadibrot! Bijvoorbeeld: ‚Denk aan de Sjabbat: zes dagen zul je werken, maar de zevende dag is het Sjabbat. Want in zes dagen heeft Hasjeem de hemel en de aarde gemaakt en Hij rustte op de zevende dag.' Wie kent er nog een?"
**Jedidja:** „‚Eer je vader en je moeder, opdat je lang zult leven in het land Israel, dat Hasjeem je zal geven.' Wie kent er nog een?"
**Sjlom Tsion:** „Ik ken er een heleboel! ‚Je mag niet doodslaan.' ‚Je mag niet stelen.' ‚Je mag geen valse getuigenis spreken tegen je naaste.' ‚Je zult niet jaloers zijn op het huis of de vrouw van je buurman of iets anders van je buurman.' Alles bij elkaar 10 geboden!"
Maak er een plaatje bij in je hoofd: de Sinai is niet hoog en niet laag. Waarom zou Hasjeem juist déze berg gekozen hebben?
Sjabbat Sjalom!
Der Berg zwischen hoch und niedrig
Der Berg Sinai ist kein hoher Berg. Aber auch kein niedriger Berg. Er ist ein Berg genau zwischen hoch und niedrig: ein bisschen hoch und ein bisschen niedrig.
Im dritten Monat, nachdem sie aus Ägypten fortgezogen waren, kamen die Bnej Jisrael endlich am Berg Sinai an.
Mosche stieg den Berg hinauf. Dort sagte Haschem ihm, er solle die Menschen unten auf **Matan Tora** vorbereiten — auf den Tag, an dem die Tora gegeben wird.
In drei Tagen würden die Bnej Jisrael die Tora bekommen. Das war an Schawuot.
Haschem sagte zu Mosche: „Ihr habt gesehen, was Ich an den Ägyptern getan habe, mit den zehn Plagen. Ihr habt gesehen, wie Ich euch herausgeholt habe. Ich habe euch getragen wie auf den Flügeln eines Adlers. Wenn ihr auf Meine Mizwot hört, dann werdet ihr ein besonderes, heiliges Volk für Mich."
Als Mosche vom Berg herunterkam und den Menschen erzählte, was Haschem gesagt hatte, antworteten sie: „Wir werden tun, was Haschem von uns möchte. Wir werden alle Mizwot halten!"
Danach sagte Haschem zu Mosche, wie sich die Bnej Jisrael vorbereiten sollten. Am Fuß des Berges wurde eine Grenzlinie gezogen. Darüber durfte niemand hinweg. Jeder musste seine Kleider waschen und so rein wie möglich bleiben.
Drei Tage später wachten die Menschen sehr früh auf. Da hörten sie ein gewaltiges Geräusch vom Sinai her: Donner und Blitz — bei klarem Himmel.
Und plötzlich klang ein harter Ton durch das ganze Lager: der **Schofar**, das Widderhorn.
Mosche führte das Volk an den Fuß des Berges, und sie zitterten. So etwas hatten sie noch nie gesehen.
Dann kamen die **Aseret haDibrot**, die Zehn Worte.
Haschem sprach sie alle zehn auf einmal aus. Alle zehn in einem einzigen Augenblick. Danach sprach Er sie noch einmal, eines nach dem anderen. Und bei jedem Wort antwortete das Volk: Bei den Geboten rief es „Ja". Bei den Verboten rief es „Nein".
„Ich bin Haschem, Der dich aus dem Land Ägypten geführt hat."
„Andere Götter sind verboten."
„Sprich den Namen Haschems, deines G'ttes, nicht umsonst aus."
Erinnerst du dich an die zehn Plagen in Ägypten? Genau davon sprach Haschem hier am Berg: ‚Ihr habt gesehen, was Ich getan habe.
… dass Jitro, nach dem diese Parascha heißt, sein ganzes Leben lang nach der Wahrheit gesucht hat?
… dass er darum früher sogar Götzenpriester in Midjan war — und alle Götzen ausprobierte, bis er den einen wahren G'tt fand?
… dass er bereit war, allen Reichtum und sein schönes Haus in Midjan zurückzulassen, um Jude zu werden?
… dass er am Ende noch einmal nach Midjan zurückging, um auch seine Landsleute zum Judentum zu bringen?
**Eli:** „Aber in den Aseret haDibrot stehen noch viel mehr Mizwot! Zum Beispiel: ‚Denk an den Schabbat. Sechs Tage sollst du arbeiten, aber der siebte Tag ist Schabbat. Denn in sechs Tagen hat Haschem Himmel und Erde gemacht, und am siebten Tag ruhte Er.' Wer kennt noch eines?"
**Jedidja:** „‚Ehre deinen Vater und deine Mutter, damit du lange lebst in dem Land Israel, das Haschem dir geben wird.' Wer kennt noch eines?"
**Schlom Zion:** „Ich kenne eine ganze Menge! ‚Du sollst nicht töten.' ‚Du sollst nicht stehlen.' ‚Du sollst nicht falsch aussagen gegen deinen Nächsten.' ‚Du sollst nicht neidisch sein auf das Haus deines Nachbarn oder auf seine Frau oder auf sonst etwas, das ihm gehört.' Alle zusammen: zehn Gebote!"
Mach dir ein Bild im Kopf: Der Berg Sinai ist nicht hoch und nicht niedrig. Warum wohl hat Haschem gerade diesen Berg ausgesucht?
Schabbat Schalom!
Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ○BladindelingSeitenaufteilung
- ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
- ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
- ○Beelden gemaaktBilder erstellt
De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.
Alle tien ineens
Hasjeem sprak alle Tien Geboden ineens uit. Daarna sprak Hasjeem ze een voor een uit.
Waarom was dit nodig?
Om duidelijk te maken, dat het Jodendom een groot geheel is, een totaalpakket vormt. We mogen dus niet zeggen, dat dit van het Jodendom wel en dat van het Jodendom niet belangrijk is. Alles uit de Tora is even belangrijk.
„Hierop sprak Hasjeem al deze woorden om te zeggen" (20:1). Wat betekent ‚Hasjeem sprak … om te zeggen'? Wat betekent ‚om te zeggen'?
De Bnee Jisra'eel moesten Hasjeem steeds – op ieder van de Asseret Hadibrot – antwoorden. Het Joodse volk antwoordde op de geboden ‚ja' en op de verboden ‚nee'.
Hasjeem sloot een verbond met Klal Jisra'eel. Dit verbond sloot Hasjeem met de gemeenschap maar ook met iedereen apart. „Ik ben Hasjeem, uw Hasjeem, die u uitgevoerd heeft" (20:2).
Waarom staat er „uw Hasjeem" in het enkelvoud?
De Midrasj zegt, dat Hasjeem iedereen recht in de ogen keek en aansprak op zijn nesjomme (ziel). Dit geeft de mens belangrijkheid, hoop en verantwoordelijkheid.
Iedereen moet tegen zichzelf zeggen: „Voor mij werden de Asseret Hadibrot, de Tien Uitspraken gegeven en ik ben verplicht ze te vervullen". Dit is geen ingebeeldheid, trots of hoogmoed. Het is onze opdracht van Hasjeem!
Geloven in Hasjeem, komt dat plotseling of moet je daar veel over leren en spreken en dan ga je het vanzelf wel voelen? Is emoena nu een mitsva, een gebod om direct te doen of moet je hier langzamerhand in groeien, is het misschien een groeiproces?
Rabbi Chasdai Crescas leefde meer dan zeshonderd jaar geleden. Volgens hem „is het verkeerd om emoena, het geloof in Hasjeem als een mitsva, een gebod te zien. Het woord mitsva kan alleen maar slaan op dingen, die je vrijwillig kan kiezen. Geloof heb je wel of niet maar dat kun je niet zo maar willen."
Misschien betekent het eerste ‚gebod', emoena, dat Hasjeem verklaart: „De Jetsiat Mitsraim – de uittocht uit Egypte – is voldoende reden voor jullie om Mij dankbaar te zijn en jullie aan Mij te onderwerpen door te luisteren naar Mijn Tora".
Het kan ook zijn, dat Hasjeem in de eerste Uitspraak iets van Zijn ware Wezen toont. Hasjeem wil ons zeggen, dat Hij nooit verandert. Hasjeem is altijd Dezelfde. Het lijkt soms alleen, dat Hasjeem verandert.
„Omdat Ik af en toe verander van uiterlijk, moeten jullie niet denken, dat er twee machten zijn. Ik ben het, die als een ‚Iesj milchama' – een oorlogsheld – verschenen ben bij de Jam Soef en Ik ben dezelfde, die op de berg Sinai als een wijs geleerde de Tora zal geven. Toch ben Ik dezelfde."
Weet je nog, Farao die riep dat **hij** de Nijl gemaakt had? Het tweede van de Tien Woorden antwoordt hem: andere goden zijn verboden.
… de Tora **54 parsjiot** heeft omdat er soms een extra maand is in de loe'ach?
… deze extra maand Adar sjeni, de tweede Adar heet?
… elke parsja weer 7 mensen worden opgeroepen voor de Tora?
… na de 7 alijot nog 1 persoon wordt opgeroepen als acharon (=laatste) en nog 1 man als maftier, die de haftara zegt?
… Jitro, naar wie deze parasja heet, eerder afgodenpriester van Midjan was en alle afgoden had gediend totdat hij het ware geloof aannam?
**Jair:** „De Asseret Hadibrot, de Tien Geboden stonden op twee loechot, tafelen beschreven. De eerste vijf tussen mens en Hasjeem stonden tegenover de laatste vijf tussen mens en medemens. Het grijpt allemaal in elkaar: ‚Ik ben Hasjeem' stond tegenover ‚Gij zult niet doden' omdat een moordenaar de G'ddelijke aanwezigheid in de mens vermindert en kapot maakt. ‚Jij zult de naam van Hasjeem niet voor niets uitspreken' – dat is bijvoorbeeld vals zweren bij Hasjeems naam – stond tegenover ‚Jij zult niet stelen' omdat een dief, wanneer hij gepakt wordt, uiteindelijk vals zal zweren voor het Beet Dien."
**Eli:** „Hasjeems uiterlijk kan verschillen maar Zijn Wezen blijft onveranderd. Je kan het vergelijken met een wit licht. Wanneer je er door een rode of groene bril naar kijkt, lijkt het licht een andere kleur te hebben – rood of groen. Maar het licht is hetzelfde. Hasjeem verandert niet."
Jair zegt: „Het grijpt allemaal in elkaar." Stel je de twee loechot voor — en haal er één weg. Wat zou er van de andere dan nog overblijven?
Sjabbat Sjalom!
Alle zehn auf einmal
Haschem sprach die Zehn Worte alle auf einmal aus. Alle zehn, in einem einzigen Augenblick — so, wie kein Mensch sprechen kann. Erst danach sprach Er sie noch einmal, eines nach dem anderen.
Warum war das nötig?
Um klarzumachen, dass das Judentum ein großes Ganzes ist. Es hängt alles aneinander. Wir dürfen also nicht sagen: Das eine am Judentum ist wichtig, das andere nicht. Alles aus der Tora ist gleich wichtig.
In der Tora steht: „Und Haschem sprach alle diese Worte, um zu sagen" (Schemot 20,1). Was bedeutet „um zu sagen"?
Es bedeutet: Die Bnej Jisrael mussten Haschem jedes Mal antworten — bei jedem einzelnen der **Aseret haDibrot**. Auf die Gebote antwortete das jüdische Volk „ja". Auf die Verbote antwortete es „nein".
Haschem schloss einen Bund mit dem ganzen jüdischen Volk. Diesen Bund schloss Er mit der Gemeinschaft — aber auch mit jedem Einzelnen. „Ich bin Haschem, **dein** G'tt, Der dich herausgeführt hat" (Schemot 20,2).
Warum steht dort „dein G'tt" in der Einzahl?
Der Midrasch sagt: Haschem sah jedem Menschen mitten in die Augen und sprach ihn auf seine **Neschama** an, auf seine Seele. Das gibt einem Menschen Bedeutung, Hoffnung und Verantwortung.
Jeder soll zu sich selbst sagen: „Für mich wurden die Aseret haDibrot gegeben, und ich bin verpflichtet, sie zu erfüllen." Das ist keine Einbildung und kein Hochmut. Es ist unser Auftrag von Haschem.
Und dann kommt eine schwierige Frage. **Emuna** — der Glaube an Haschem: Kommt der plötzlich? Oder muss man viel darüber lernen und sprechen, und dann spürt man ihn von selbst? Ist Emuna eine Mizwa, ein Gebot, das man sofort tun soll — oder muss man da langsam hineinwachsen, wächst der Glaube mit einem mit?
Rabbi Chasdai Crescas lebte vor mehr als sechshundert Jahren. Er sagt: Es ist falsch, die Emuna als eine Mizwa zu sehen, als ein Gebot. Denn das Wort „Mizwa" kann sich nur auf Dinge beziehen, die man freiwillig wählen kann. Glauben hat man oder man hat es nicht — aber wollen kann man es nicht einfach so.
Vielleicht bedeutet das erste der Zehn Worte darum etwas anderes. Vielleicht erklärt Haschem hier: „Der Auszug aus **Mizrajim**, aus Ägypten, ist Grund genug für euch, Mir dankbar zu sein und euch Mir zu unterwerfen, indem ihr auf Meine Tora hört."
Es kann auch sein, dass Haschem im ersten Wort etwas von Seinem wahren Wesen zeigt. Haschem will uns sagen, dass Er sich nie verändert. Haschem ist immer Derselbe. Es sieht manchmal nur so aus, als ob Haschem sich verändern würde.
„Weil Ich ab und zu anders erscheine, sollt ihr nicht denken, dass es zwei Mächte gibt. Ich bin es, Der am **Jam Suf**, am Schilfmeer, wie ein Krieger aufgetreten ist. Und Ich bin derselbe, Der am Berg Sinai wie ein weiser Gelehrter die Tora geben wird. Und doch bin Ich derselbe."
Erinnerst du dich an den Pharao, der rief, **er** habe den Nil erschaffen? Das zweite der Zehn Worte antwortet ihm: Andere Götter sind verboten.
… dass die Tora **54 Paraschijot** hat, weil es manchmal einen zusätzlichen Monat im **Luach** gibt, im jüdischen Kalender?
… dass dieser zusätzliche Monat Adar Scheni heißt, der zweite Adar?
… dass bei jeder Parascha wieder sieben Menschen zur Tora aufgerufen werden?
… dass nach den sieben Alijot noch einer als Acharon aufgerufen wird — das heißt „der Letzte" — und noch einer als Maftir, der die Haftara sagt?
… dass Jitro, nach dem diese Parascha heißt, früher Götzenpriester in Midjan war und jeden Götzendienst ausprobiert hat, bis er die Wahrheit fand?
**Jair:** „Die Aseret haDibrot standen auf zwei **Luchot**, auf zwei Tafeln, geschrieben. Die ersten fünf, zwischen Mensch und Haschem, standen den letzten fünf gegenüber, zwischen Mensch und Mitmensch. Es greift alles ineinander! ‚Ich bin Haschem' stand gegenüber ‚Du sollst nicht töten' — denn ein Mörder verringert die g'ttliche Gegenwart im Menschen und macht sie kaputt. ‚Du sollst den Namen Haschems nicht umsonst aussprechen' — das ist zum Beispiel falsch schwören bei Haschems Namen — stand gegenüber ‚Du sollst nicht stehlen'. Denn ein Dieb wird, wenn man ihn erwischt, am Ende falsch schwören vor dem Rabbinatsgericht."
**Eli:** „Haschems Aussehen kann verschieden sein, aber Sein Wesen bleibt unverändert. Du kannst es mit weißem Licht vergleichen. Wenn du durch eine rote oder eine grüne Brille hinschaust, sieht es aus, als hätte das Licht eine andere Farbe — rot oder grün. Aber das Licht ist dasselbe. Haschem verändert sich nicht."
Jair sagt: „Es greift alles ineinander." Stell dir die beiden Tafeln vor — und nimm eine davon weg. Was bliebe von der anderen dann noch übrig?
Schabbat Schalom!
Dit deel is nog niet compleet.Dieser Band ist noch nicht vollständig.
- ✓Teksten NL + DETexte NL + DE
- ○BladindelingSeitenaufteilung
- ○Alle tekstkadersAlle Textkästen
- ○BeeldbeschrijvingenBildbeschreibungen
- ○Beelden gemaaktBilder erstellt
De tekst is er al; de bladindeling voor dit deel volgt nog. Zo leest u het hoofdstuk alvast in zijn geheel. Der Text liegt vor; die Seitenaufteilung für diesen Band folgt noch. So lesen Sie das Kapitel schon im Ganzen.
Opstaan of blijven zitten?
In sjoel leest de voorlezer uit de Tora. Hij komt bij de plaats waar de Asseret Hadibrot beginnen, de Tien Woorden — en overal in de zaal staan mensen op. Anderen blijven rustig zitten. Allebei menen ze het serieus. Wie van hen doet het goed?
Bij de keriat haTora, de voorlezing van de Asseret Hadibrot, hebben sommige mensen de gewoonte om op te staan. Men luistert dan beter en met meer respect naar de Asseret Hadibrot.
Maar Maimonides stelt dat dit verboden is: „Hoewel de Joden van Babylonië – het tegenwoordige Irak – staan gedurende het lezen van de Asseret Hadibrot, is dit verboden als je gedurende de rest van het jaar zit."
Wij mogen geen verschil maken tussen de Asseret Hadibrot en de rest van de Tora. Alles is even chasjoev, belangrijk, en kadosj, heilig. De Asseret Hadibrot staan niet meer centraal dan welk ander onderdeel dan ook.
Maar andere Chachamiem zeggen, dat je bij de Asseret Hadibrot best mag staan. Zitten of staan bij keriat haTora laat zien hoe je naar de keriat haTora in sjoel kijkt.
Staan bij de Toravoorlezing geeft aan dat je Matan Tora, de Openbaring bij de berg Sinai als het ware opnieuw beleeft, toen de Bnee Jisra'eel aan de voet van de berg Sinai stonden en „op afstand sidderden". Als wij de keriat haTora zo beschouwen, kunnen wij alleen maar staan bij zo'n belangrijk en plechtig moment.
Degenen die blijven zitten, beschouwen de keriat haTora als een leerervaring. De Toralezing is dan een onderdeel van het dawwenen. Zo is het altijd al geweest, dat Joodse studie een onderdeel is van Hasjeem dienen. Omdat de Tora-voorlezing aan Tora-leren wordt gekoppeld, is het logisch om te blijven zitten. Het woord ‚jesjieva', de plaats waar Tora wordt gestudeerd, betekent eigenlijk ‚zitten'.
Toch is het erg moeilijk om vele mensen ervan te weerhouden om te gaan staan bij de Asseret Hadibrot. Rabbi Owadja Joseef, de vroegere Sefardische Opperrabbijn van Israël, heeft deze situatie geaccepteerd. Zijn uitleg is dat de Asseret Hadibrot uniek zijn omdat die het speciale gevoel van nabijheid bij Hasjeems Openbaring op de berg Sinai in herinnering roepen.
Toch blijft het gevaarlijk om een verschil te maken tussen de Asseret Hadibrot en de rest van de Tora, een fout die door velen wordt gemaakt. De Talmoed zegt, dat het lezen van de Asseret Hadibrot vroeger onderdeel was van het dagelijkse dawwenen. Maar omdat dit ertoe leidde dat men de Asseret Hadibrot belangrijker ging vinden dan de rest van de Tora, werd besloten om ze uit de dagelijkse tefillot te verwijderen.
Weet je nog wat ze in Refidiem vroegen — ‚Is Hasjeem in ons midden of niet?' Zo dadelijk geeft Breile daar antwoord op voor **één plek** — een plek waar je het niet verwacht: de rechtszaal.
… Jitro de hele tijd bezig was om de ware Waarheid te vinden?
… Jitro daarom alle afgoden had gediend totdat hij het ware geloof aannam?
… Jitro eerder een afgodenpriester van Midjan was?
… Jitro bereid was alle luxe en zijn mooie woning in Midjan te verlaten om Joods te worden?
… Jitro uiteindelijk terugging naar Midjan om zijn landgenoten Joods te maken?
… je om Joods te worden ‚uit moet komen' voor een Beet Dien van 3 Dajaniem?
*De hele bladzijde ging tot nu toe over staan: wie staat er bij de Toravoorlezing, en waarom? Jitro heeft ooit naar hetzelfde woord gevraagd — hetzelfde woord, een heel andere situatie: niet sjoel, maar een rechtbank midden in de woestijn.*
**Eli:** „Jitro vroeg: ‚Waarom zit jij, Mosjé, alleen, terwijl het hele volk bij jou staat? Waarom staan zij?' Mosjé antwoordde: ‚Zij staan daar niet uit eerbied voor mij maar komen om Hasjeem te raadplegen en Zijn oordeel te vragen.'"
**Breile:** „In Tehilliem (Psalmen 82:1) staat: ‚Hasjeem staat in de raad van de rechters'. De Sjechina is bij de Dajaniem (rechters), omdat het recht een G'ddelijke aangelegenheid is. Kijk maar in Devariem 1:17. De Bnee Jisra'eel weten, dat wanneer zij een rechtszaak hebben, Hasjeem tot mij komt. Hasjeem komt als het ware bij ons in ons Beet Dien: ‚voor Zijn kowed (eer) staan de mensen op'. Zo zei ook koning Jehosjafat: ‚Want niet voor de mens berechten jullie maar voor Hasjeem.' Hasjeem is bij de Dajaniem."
**Ariella:** „Jitro dacht, dat de overige Dajaniem de kleine financiële aangelegenheden zouden behandelen maar de grote zaken naar Mosjé zouden gaan. Mosjé antwoordde aan zijn schoonvader Jitro, dat een rechtszaak over één eurocent even belangrijk is als een rechtszaak over duizenden euro's."
Zou het een goed idee zijn om de Asseret Hadibrot elke dag te zeggen of maken we dan verschil tussen belangrijker en minder belangrijk in de Tora?
Sjabbat Sjalom!
Aufstehen oder sitzen bleiben?
In der Schul liest der Vorleser aus der Tora. Er kommt an die Stelle, an der die **Aseret haDibrot** beginnen, die Zehn Worte — und überall im Raum stehen Menschen auf. Andere bleiben ruhig sitzen. Beide meinen es ernst. Wer von ihnen macht es richtig?
Manche Menschen haben den Brauch, bei der **Keriat haTora**, bei der Toralesung, zu den Aseret haDibrot aufzustehen. Wer steht, hört aufmerksamer zu und zeigt mehr Respekt.
Aber der **Rambam** sagt, dass genau das verboten ist. Rambam ist Rabbi Mosche ben Maimon; viele nennen ihn auch Maimonides. Er schreibt: „Obwohl die Juden von Babylonien, dem heutigen Irak, während des Lesens der Aseret haDibrot stehen, ist es verboten, wenn du während des restlichen Jahres sitzt."
Wir dürfen keinen Unterschied machen zwischen den Aseret haDibrot und dem Rest der Tora. Alles ist gleich **chaschuw**, gleich wichtig, und gleich **kadosch**, gleich heilig. Die Aseret haDibrot stehen nicht mehr im Mittelpunkt als irgendein anderer Teil.
Andere **Chachamim** aber sagen: Bei den Aseret haDibrot darf man durchaus stehen. Denn ob du bei der Keriat haTora sitzt oder stehst, zeigt, wie du die Toralesung in der Schul überhaupt ansiehst.
Wer bei der Toralesung steht, sagt damit: Ich erlebe **Matan Tora** noch einmal, die Offenbarung am Berg Sinai — damals, als die Bnej Jisrael am Fuß des Berges standen und von ferne zitterten. Wenn wir die Keriat haTora so ansehen, können wir bei einem so wichtigen und feierlichen Augenblick gar nicht anders, als zu stehen.
Wer sitzen bleibt, erlebt die Keriat haTora als Lernen. Die Toralesung gehört dann zum **Davvenen**, zum Beten. So war es immer: Jüdisches Lernen ist ein Teil davon, Haschem zu dienen. Und weil die Toralesung an das Toralernen gekoppelt ist, ist es folgerichtig, sitzen zu bleiben. Das Wort **Jeschiwa** — der Ort, an dem Tora gelernt wird — bedeutet nämlich „Sitzen".
Trotzdem ist es sehr schwer, viele Menschen davon abzuhalten, bei den Aseret haDibrot aufzustehen. Rabbi Owadja Josef, der frühere sefardische Oberrabbiner Israels, hat diese Lage angenommen. Seine Erklärung lautet: Die Aseret haDibrot sind einzigartig, weil sie das besondere Gefühl der Nähe bei Haschems Offenbarung am Berg Sinai in Erinnerung rufen.
Und doch bleibt es gefährlich, einen Unterschied zu machen zwischen den Aseret haDibrot und dem Rest der Tora. Diesen Fehler machen viele. Der Talmud erzählt: Früher gehörte das Lesen der Aseret haDibrot zum täglichen Davvenen. Aber weil es dazu führte, dass man die Aseret haDibrot wichtiger fand als den Rest der Tora, wurde beschlossen, sie aus den täglichen **Tefillot** herauszunehmen.
Erinnerst du dich an die Frage in Refidim — ‚Ist Haschem in unserer Mitte oder nicht?' Gleich gibt Breile darauf eine Antwort für **einen einzigen Ort** — einen, an dem du sie nicht erwartest: den Gerichtssaal.
… dass Jitro die ganze Zeit damit beschäftigt war, die wirkliche Wahrheit zu finden?
… dass Jitro deshalb allen Götzen gedient hat, bis er den wahren Glauben annahm?
… dass Jitro vorher Götzenpriester von Midjan war?
… dass Jitro bereit war, allen Luxus und sein schönes Haus in Midjan zu verlassen, um Jude zu werden?
… dass Jitro am Ende nach Midjan zurückging, um auch seine Landsleute zum Judentum zu bringen?
… dass man, um Jude zu werden, vor ein **Beit Din** von drei **Dajanim** treten muss, vor ein Gericht aus drei Richtern?
*Die ganze Seite bis hierher hat vom Stehen gehandelt: Wer steht bei der Toralesung, und warum? Jitro hat einmal nach demselben Wort gefragt — dasselbe Wort, eine ganz andere Lage: nicht die Schul, sondern ein Gericht mitten in der Wüste.*
**Eli:** „Jitro fragte: ‚Warum sitzt du, Mosche, allein da, während das ganze Volk bei dir steht? Warum stehen sie?' Mosche antwortete: ‚Sie stehen dort nicht aus Ehrfurcht vor mir, sondern sie kommen, um Haschem zu befragen und Sein Urteil zu erbitten.'"
**Breile:** „In Tehillim steht: ‚Haschem steht im Rat der Richter' (82,1). Die **Schechina**, die Gegenwart Haschems, ist bei den Dajanim, weil das Recht eine g'ttliche Angelegenheit ist. Schau nur in Dewarim 1,17. Die Bnej Jisrael wissen es, denn es heißt: ‚Wenn sie einen Rechtsfall haben, kommt Haschem zu mir.' Haschem kommt gleichsam zu uns in unser Beit Din — und ‚vor Seinem Kawod, vor Seiner Ehre, stehen die Menschen auf'. So sagte es auch König Jehoschafat: ‚Denn nicht für den Menschen richtet ihr, sondern für Haschem.' Haschem ist bei den Dajanim."
**Ariella:** „Jitro dachte, die übrigen Dajanim würden die kleinen Geldsachen behandeln, die großen Fälle aber gingen zu Mosche. Mosche antwortete seinem Schwiegervater Jitro, dass ein Rechtsfall über einen einzigen Cent genauso wichtig ist wie ein Rechtsfall über tausende von Euro."
Wäre es eine gute Idee, die Aseret haDibrot jeden Tag zu sagen? Oder machen wir dann einen Unterschied zwischen Wichtigerem und weniger Wichtigem in der Tora?
Schabbat Schalom!