42 · Matot Matot
Bemidbar · 1 documenten van u1 Dokumente von Ihnen
Parsja Matot
Parsja Matot begint met voorschriften voor geloften. Als je een offer belooft aan de Tempel of Tsedaka aan een arme moet je je belofte zo snel mogelijk nakomen.
Tsedaka is een heel mooie mitsva en hier volgen prachtige verhalen over deze belangrijke mitsva.
KONING MOENBAZ
In jaren van hongersnood placht koning Moenbaz zijn schatten te verdelen onder de armen. Zijn familieleden waren hierover ontstemd: ‘Uw voorvaderen hebben deze schatten bijeengezameld en zorgvuldig bewaard. terwijl U alles uitdeelt?!’. De koning antwoordde hen: ‘Mijn voorouders vergaarden aardse schatten. ik verzamel hemelse schatten; mijn voorvaderen bewaarden hun kostbaarheden op een plaats. waar het van hen zou kunnen worden afgenomen. ik spaar op een plaats. waar de mensenhand niet kan reiken. Mijn ouders en grootouders spaarden zonder opbrengst. ik beleg in winstgevende projecten. Mijn voorouders spaarden geld. ik spaar mensenlevens. Mijn voorvaderen bewaarden hun geld voor anderen. mijn wijze van beleggen is voor mijzelf: zij spaarden voor deze wereld. ik leg geld opzij voor de toekomstige wereld’ (B. T. Bawa Batra 11a).
Goede investering
In tractaat Kalla wordt verteld. dat Rabbi Tarfon (2e eeuw) bijzonder rijk was maar relatief slechts weinig afstond aan arme mensen. Rabbi Akiwa vroeg hem eens of hij wat voelde voor een lucratieve investering in onroerend goed. Rabbi Tarfon overhandigde hem direct vierduizend gouden munten. Rabbi Akiwa ging heen en verdeelde het geld onder de armen. Enige tijd later vroeg Rabbi Tarfon. wat Rabbi Akiwa zoal gedaan had met zijn geld. Rabbi Akiwa nam Rabbi Tarfon bij de hand en leidde hem naar het Beet-haMidrasj. Aldaar legde Rabbi Akiwa hem een Tehilliem voor en hij las hem hieruit Psalm 112 vers 9 voor: ‘Hij deelt uit. hij geeft aan de armen. zijn gerechtigheid houdt voor immer stand’. Rabbi Akiwa vertelde hem toen de waarheid en zei: ‘Dit is de investering. die ik voor u gedaan heb’. Rabbi Tarfon kuste hem en zei: ‘Mijn meester en gids; mijn meester in wijsheid en gids in moreel opzicht!’. Hierna stelde Rabbi Tarfon zijn vriend nog meer geld ter beschikking om te verdelen onder de armen (Kalla hoofdstuk 2).
Horoscoop
Astrologen voorspelden Rabbi Akiwa (le eeuw) eens. dat zijn dochter dodelijk gebeten zou worden door een slang op haar huwelijksdag. Rabbi Akiwa nam deze voorspelling serieus en zag de trouwdag van zijn dochter met angst en beven tegemoet. Op de geplande trouwdag stak zijn dochter één van haar haarspelden in de muur. Zonder dat zij zich hiervan bewust was. had ze met haar haarspeld een slang. die zich juist in het gat. waarin zij de haarspeld gestoken had. bevond. gedood. Toen ze de speld er de volgende morgen uittrok. merkte ze de dode slang op. Toen Rabbi Akiwa hiervan hoorde. vroeg hij zijn dochter. wat ze de vorige dag zoal gedaan had. Zij vertelde hem. dat zij de vorige dag een arme man had geholpen: ‘Gisteravond vroeg een arme om een aalmoes aan de deur. Iedereen was druk bezig met de voorbereidingen voor de chatoena (de feestmaaltijd) en niemand had tijd om naar hem te luisteren. Ik ben toen naar hem toegegaan en heb hem mijn huwelijkscadeau. dat ik van u gekregen had. gegeven’. Haar vader zei toen: ‘Jij hebt een grote daad verricht’. Sindsdien predikte Rabbi Akiwa: ‘Tsedaka redt van de dood - niet alleen van een onnatuurlijke dood maar ook van de dood zelf’ (B.T. Sjabbat 156b).
Hele wereld
Benjamin de tsaddiek was aangesteld om de inkomsten van de tsedaka-kas onder de armen te verdelen. Gedurende een hongersnood verscheen een vrouw voor hem. die zei: ‘Rabbi. geef mij te eten!’. Hij antwoordde haar. dat er geen geld meer was in de tsedaka-kas. Toen zei zij hem: ‘Rabbi. als u mij geen geld geeft. zullen ik en mijn zeven kinderen omkomen!’. Toen gaf Benjamin haar geld uit eigen middelen. Enige tijd later werd Benjamin ernstig ziek; men vreesde voor zijn leven. Toen zeiden de Engelen voor Hakadosj Baroech Hoe: ‘Heer der wereld. U zegt. dat iedereen. die een leven redt. geacht wordt een hele wereld te hebben gered; Benjamin de tsaddiek heeft het leven gered van een moeder en haar zeven kinderen. Is het dan juist hem zo vroeg te laten sterven?!’. Direct werd het hemelse besluit verscheurd (B.T. Bawa Batra 1 la).
Vertienen
‘Een man. boos van oog. hunkert naar rijkdom; en hij weet niet. dat gebrek hem zal overkomen’ (Spreuken 28:22). Het gebeurde eens. dat een man zijn tienden stipt afdroeg; zijn veld bracht duizend schepel op. waarvan hij honderd afdroeg als tiende. Van de resterende hoeveelheid konden hij en zijn gezin leven. Toen hij zijn einde voelde naderen. riep hij zijn zoon en zei hem: ‘Mijn zoon. let op dit veld; het brengt duizend schepel op. honderd placht ik te schenken aan de armen en van de rest kon ik altijd leven’. De zoon zaaide het eerste jaar; het veld bracht duizend schepel op en honderd daarvan gaf hij weg aan de armen. Het volgende jaar wilde hij niet meer zoveel afdragen. Hij meende daarom. dat hij slechts eentiende hoefde te geven over de negenhonderd schepel. die zijn eigendom zouden worden. Hij droeg in het tweede jaar daarom slechts negentig schepel af. Toen hij het jaar daarna de opbrengst van het land berekende. merkte hij. dat het veld slechts negenhonderd schepel had opgebracht. honderd minder dan vorig jaar. Omdat hij bleef vasthouden aan zijn principe geen tiende over de hele oogst weg te geven. besloot hij het tiende te verminderen met tien schepel. Het jaar daarop bracht het veld weer honderd schepel minder op dan het jaar daarvoor. Wederom besloot de zoon zijn tiende te verminderen. De neerwaartse spiraal herhaalde zich jaren achtereen totdat het veld nog slechts eentiende van de oorspronkelijke hoeveelheid opbracht. Toen zijn familieleden hiervan hoorden. trokken zij hun feestkleding aan en gingen bij hem op bezoek. De zoon kon hun feestkleding en blijde gezichten niet verdragen en riep uit: ‘Jullie komen hier om mij uit te lachen!’. ‘Integendeel. wij komen je feliciteren. omdat je de status hebt verworven van een arme leviet. Tot enkele jaren geleden was jij de baas in je veld en Hakadosj Baroech Hoe was (als het ware) een arme leviet (G’d als uiteindelijke `ontvanger’ van de armengaven). Nu zijn de rollen omgedraaid: jij bent een arme leviet geworden en Hakadosj Baroech Hoe is de baas van je veld geworden’ (Sjemot Rabba 31).
Zout van geld
Rabbi Jochanan ben Zakkai reed eens op zijn ezel Jeroesjalajiem uit. gevolgd door zijn leerlingen. Onderweg zag hij een meisje. dat gerstekorrels zocht tussen de uitwerpselen van vee van Arabieren. Toen zij Rabbi Jochanan zag. bedekte zij haar gezicht met haar en ging voor hem staan. ‘Rabbi’. zei zij. ‘geef mij te eten’. ‘Mijn dochter’. zei hij tegen haar. ‘wiens dochter ben jij?’. ‘Ik ben de dochter van Nakdimon ben Ĝoerion’. antwoordde het meisje. ‘Mijn dochter’. hernam Rabbi Jochanan. ‘wat is er gebeurd met de rijkdom uit het huis van je vader?’. Het meisje antwoordde: ‘Rabbi. kent men in Jeroesjalajiem niet het spreekwoord ‘het zout (het behoud) van geld is de vermindering (ervan ten behoeve van tsedaka)?’. Toen vroeg zij aan Rabbi Jochanan: ‘Rabbi. herinnert u zich. dat u mijn ketoeba (huwelijksakte) heeft ondertekend?’. Rabbi Jochanan wendde zich tot zijn leerlingen en zei: ‘Ik herinner mij. dat ik haar ketoeba heb ondertekend en dat daarin stond. dat zij van vaderszijde 1.000.000 gouden munten zou krijgen en dat zij ook van de zijde van haar schoonvader een dergelijk bedrag kreeg toegezegd’.
Naar aanleiding van deze episode wordt in de Ĝemara de vraag gesteld waarom het vermogen van Nakdimon ben Ĝoerion verloren was gegaan. Droeg Nakdimon ben Ĝoerion dan geen tsedaka af? Hebben we niet geleerd: ‘Men vertelde over Nakdimon ben Ĝoerion. dat er kleden van fijne wol op straat voor hem werden uitgespreid. wanneer hij zijn huis verliet om het Beet-haMidrasj te bezoeken. Hij liet deze dure kleden op straat liggen. waarna de armen kwamen en de kleden opvouwden en voor zichzelf hielden’. Dit kan toch als een vorm van tsedaka worden gezien; met andere woorden: hoe kan de dochter van Nakdimon stellen. dat haar vader geen tsedaka gaf? Het antwoord luidt. dat deze wijze van doneren vernederend was voor de armen omdat zij hun middelen van bestaan van de straat moesten oprapen. Ook duidt deze handelswijze op motieven van zelfverheerlijking. Een ander mogelijk antwoord is. dat Nakdimon ben Ĝoerion weliswaar tsedaka doneerde maar niet overeenkomstig hetgeen hij had behoren te geven; een bekend spreekwoord luidt: ‘In overeenstemming met de draagkracht van een kameel is de last. die hij moet dragen’ (B.T. Ketoewot 66b).
GELOFTEN
Geloften aan G’d mag je nooit lichtvaardig afleggen. Iedere gelofte draagt het risico in zich dat het niet uitgevoerd wordt. Dat is volgens de Talmoed gevaarlijk. Beloof liever nooit iets. Doe het direct. In drie gevallen mag je echter een gelofte afleggen. wanneer je ook serieus van plan bent deze uit te voeren:
Wanneer je van een slechte gewoonte wil afkomen (alcoholisme. roken).
In tijden van nood is het een traditie van Aartsvader Ja’akov om een gelofte aan G’d te doen.
Als je een mitswa – goede daad - kan uitvoeren. mag je “bezweren” om deze gelegenheid niet onbenut voorbij te laten gaan.
Wanneer je je realiseert. dat het onmogelijk is de gelofte te vervullen. kan je naar een grote Rabbijn gaan of naar drie leken om de gelofte te laten opheffen. Je moet dan verklaren dat je op het cruciale moment niet volledig de gevolgen van je gelofte realiseerde. Had je je dat wél gerealiseerd. dan had je deze gelofte nooit afgelegd. Daarom is de gelofte in dwaling geschied en kan hij opgeheven worden.
TERUGWERKENDE KRACHT
Nadat een gelofte eenmaal is opgeheven. is het alsof er nooit een gelofte is afgelegd. Opheffen heeft dus terugwerkende kracht: “Wat is het verschil tussen een Chagam (geleerde) en een arts? Als een vrouw huwt op voorwaarde. dat haar man geen geloften heeft gemaakt maar later blijkt. dat hij voor het huwelijk een aantal geloften had afgelegd en hij verzoekt een Chagam zijn geloften op te heffen. dan gelden zij als getrouwd omdat de terugwerkende kracht van het annuleren ervoor zorgt. dat hij op het moment van de choepa geen geloften had afgelegd. Huwt een vrouw echter op voorwaarde. dat haar man geen verborgen lichamelijk gebrek heeft. terwijl later blijkt dat hij onder de choepa een ‘makke’ had. nadien naar een arts is gegaan en deze heeft laten verhelpen. dan gelden zij als niet gehuwd. omdat een arts gebreken niet met terugwerkende kracht kan verhelpen” (Ketoevot 74b).
HATARAT NEDARIEM VOOR TSEDAKA
Een praktische toepassing van het opheffen van geloften is het geval van een tsedaka-donateur. die van zijn gebruikelijke goede doel wil afwijken. Iemand besteedde zijn tienden altijd aan de armen in Israël. Plotseling raakt een dierbaar familielid in ernstige financiële problemen. Dan heeft deze donateur de plicht om een aanzienlijk deel van zijn tienden (tsedaka) aan zijn familie te spenderen in plaats van aan armen in Israël. Omdat een onverplichte religieuze daad de status van een gelofte krijgt. is het raadzaam om een opheffing van geloften aan te vragen bij deskundige Rabbijnen alvorens van tsedaka‑bestemming te veranderen. Toch mag dit er niet toe leiden. dat men geloften licht neemt. Daarom wordt deze sidra ook gericht aan de stamvoorzitters. Normaal richt G’d zich tot alle Joden.
NEDARIEM EN KOVED
Waarom is het hier anders? Wanneer gewone mensen zouden horen dat men zelf zomaar een gelofte kan opheffen. zouden ze de zaak niet serieus nemen. Daarom werd deze wetgeving alleen gericht aan de stamoudsten. Rabbi Mosjé Sofeer (1762-1839. Hongarije) geeft echter een ander antwoord op deze vraag. Hij citeert het verhaal van de Richter Jiftach. die te snel een offer aan G’d beloofde. als hij de oorlog met de Ammonieten zou winnen. Het offer bleek uiteindelijk zijn dochter te worden. Waarom is Jiftach niet naar de Hogepriester uit die tijd. Pinchas. gegaan om zijn gelofte te laten opheffen? Pinchas wachtte tot Jiftach bij hèm zou komen en Jiftach wachtte. omdat hij de leider was van het volk. tot Pinchas bij hèm zou komen. Iedereen probeerde z’n eigen “kowed” te koesteren. Dat kostte het leven van de dochter van Jiftach. Beiden werden gestraft. Pinchas verloor zijn geestelijke inspiratie en Jiftach stierf een vreselijke dood. Vreselijk! Wat we allemaal niet doen voor onze kowed! Soms wordt het welzijn van hele families en stammen opgeofferd aan het ego van één persoon. Triest maar waar.
GRENZEN VAN ISRAEL
“Wanneer jullie in het land Kena’an komen. dan zal het land zijn naar de – hier volgende – grenzen” (34:2). De grenzen van het land Israël worden in de Tora zeven keer aangegeven; in de rest van Nach staan de grenzen ook nog eens zeven maal. De toezegging van het Heilige Land loopt als een rode draad door Tenach. Toch liepen de feitelijke grenzen heel verschillend. Laten we vier ijkpunten bekijken:
1. De Aartsvaderen: aan de avot (patriarchen) werd een zeer groot gebied beloofd. De zuidgrens werd gevormd door de Rode Zee en de “rivier van Egypte” (een oostelijke Nijl-vertakking). In het noorden vormde de Eufraat de grens. in het westen de Middellandse zee en in het oosten de Arabische woestijnen.
2. De intocht: de twaalf stammen veroverden bij de intocht (meer dan 1300 jaar geleden) vrijwel het gehele gebied van de moderne staat Israël met uitzondering van een deel van de Negev-woestijn maar daartegenover een aanzienlijk stuk land in het huidige Jordanië.
3. Het koninkrijk van David en Salomo was bijzonder uitgebreid en drong door tot de oevers van de rivier de Eufraat in het noorden. In het zuiden omvatte het ook de Negev woestijn.
4. Toen de Joden terugkeerden uit de Babylonische ballingschap omvatte hun woongebied vooral de wijde omtrek van Jeruzalem. Sjomron (Samaria) kwam pas later in Joodse handen. Volgens de standaardopinie kende Israël ook territoriale wateren en volgens Rabbi Jehoeda strekt Israël zich zelfs uit tot Spanje. waarbij eilanden als Cyprus. Rhodos en Sicilië. de zuidkust van Spanje en stukken noordkust van Afrika ook bij Erets Jisra’eel horen.
Uiteindelijk hebben we het land na 2000 jaar teruggekregen. De vraag is wat de filosofische invulling van ons landbezit is. U zult zich afvragen waarom wij als Joden een speciale invulling van ons landbezit nodig hebben. De Nederlanders vragen zich toch ook niet af of en waarom zij recht hebben op Nederland? Zij wonen er gewoon!
ANTISEMITISME
Toch is dat bij ons anders. Het Joodse volk is geen normale natie. Wij hoopten dat wij met de staat Israël geen last meer zouden hebben van anti-semitisme. Helaas is dit niet waar gebleken. Het omgekeerde is helaas de realiteit geworden. Tegenwoordig is antizionisme de belangrijkste achtergrond van antisemitisme: een staat met een andere cultuur wordt niet geduld in de regio. We hebben een normaal leger. een normale regering en een normale bevolking. maar toch zijn we geen normaal volk geworden.
Juist tegenwoordig wordt de Tora-uitspraak (Bemidbar 23:9):’Israël woont alleen en wordt niet meegerekend met de volkeren’ bewaarheid zien. Wij zijn geen normaal volk.
Onze grootste fout is dat wij een normaal volk willen worden. geaccepteerd willen worden door de wereldgemeenschap. Thomas Cahill wijst op de speciale eigenschappen van het Joodse volk. Wij hebben de wereld de Tora gegeven. De grootste profeten kwamen uit ons midden voort. Onze ideeën en moraliteit beïnvloeden nog steeds alle grote volkeren. Wij hebben de mensheid Messiaanse hoop gegeven. Wij hebben het individu waardigheid en verantwoordelijkheid gegeven. Wij hebben een bestemming. Wij hebben een missie die totaal kan verschillen van alle andere volkeren. Wij zijn een eeuwig volk met een eeuwige boodschap. Onze geschiedenis is in een aantal opzichten (extreem) abnormaal. We kunnen niet leven met een geleende identiteit. Onze poging om ‘normaal’ te zijn is uiteindelijk de grootste bedreiging voor het `Joodse’ van de Joodse staat.
HISTORISCHE WORTELS
Sommige segmenten van de Israëlische maatschappij proberen zich los te maken van hun historische wortels. Het gevolg daarvan is dat ze geen positieve toekomstverwachting hebben. Men begint te twijfelen aan onze claim op de Joodse bodem. Toch is er een duidelijke kentering gaande. Men zoekt langzamerhand toch weer de Joodse roots op. Wat wij nodig hebben is onze Joodse trots. Wij zijn vaak heel anders. Wij hebben een andere bestemming. De Marranos in het Spanje van de 15e eeuw moesten zich uiterlijk gedragen alsof zij een ander geloof hadden. Maar wij hebben de vrijheid en de keuze om onze eigen bestemming te bepalen in de lijn van onze traditie. geschiedenis en opdracht.
MILIEUPROBLEMEN
Hasjeem geeft opdracht om het Land te veroveren en zich daar te vestigen. De grenzen van het Land worden precies beschreven. De nieuwe stamleiders worden genoemd die de verdeling van het Land zullen leiden. De Levieten krijgen 48 steden. omdat ze geen land in Israël krijgen. Hieronder vallen ook de 6 vluchtsteden en de 2.000 el rondom iedere stad.
Een goede milieu-infrastructuur voorkomt veel ellende. Ook de Tora doet aan stadsplanning. Rond de achtenveertig Levietensteden moest een ruimte van duizend el worden opengelaten als noi la'ier - stadsschoon. waar niet gebouwd mocht worden en waaromheen nog eens een gordel van tweeduizend el landbouwgrond gepland moest worden. Volgens Maimonides (1135-1204. Egypte) gold deze bepaling voor alle steden in het Israël. Misschien wilde de Tora ook het ontstaan van gigantische stadsagglomeraties voorkomen. Milieuvervuiling wordt in moderne publikaties overigens veel te technisch behandeld.
MILIEU EN MORAAL
Milieuproblematiek is veel meer een moreel dilemma. Aan de basis van iedere vorm van water-. grond- of luchtverontreiniging staat een onverantwoordelijk individu. dat zijn afval ten laste van de gemeenschap uitstoot en het niets kan schelen welk effect zijn milieumisdrijf heeft. zolang het hem maar uitkomt. De bekende schrijver Aryeh Carmell wijst op een interessante coïncidentie van materiële en spirituele vervuiling. juist in onze dagen. Het is ironisch. betoogt hij. dat de wereldopinie volledig gepreoccupeerd wordt door milieuvervuiling maar er nauwelijks aandacht lijkt te bestaan voor de constante vervuiling van ons morele besef. Dag in. dag uit worden wij gebombardeerd met indrukken van geweld. zedeloosheid en misdaad. Dr. Paul Ehrlich. een van de grootste ecologen uit onze tijd. sprak hierover reeds zijn bezorgdheid uit. Met de Tora in de rechterhand zijn wij in staat onszelf en onze kinderen te beschermen tegen de gevaren van de spirituele vervuiling. die sommige culturen ons opdringen.
VLUCHTSTEDEN
De vluchtsteden moeten iemand. die per ongeluk een ander gedood heeft. beschermen. Ook een opzettelijke moordenaar kan daar zijn proces afwachten. Men mag een moordenaar niet doden totdat hij veroordeeld is. Iemand die een ander per ongeluk gedood heeft moet naar een vluchtstad toe.. Een moordenaar moet zijn straf ondergaan.
EERLIJKE PROCESSEN
“Maar één getuige kan niet tegen een ander getuigen” (35:30). Omdat het Jodendom hecht aan een eerlijk. fair proces zijn de formele eisen om tot een veroordeling te komen zeer streng. Zo waren voor een veroordeling minimaal twee getuigen nodig. [Toch werd soms de getuigenis van één getuige wel aanvaard. In agoena-problemen. waarbij de onbestorven weduwe wacht op een duidelijk overlijdensbericht van haar man. kan onder omstandigheden één getuige volstaan met de verklaring. dat hij haar man bijv. heeft zien sneuvelen op het slagveld. Met deze getuigenis zou een vrouw kunnen hertrouwen].
KWALITEIT VAN DE RECHTERS
Deze rechtsregel toont hoeveel belang de Tora hecht aan een hoge kwaliteit van rechtspleging. De Tora gaat er van uit dat een maatschappij zonder rechtssysteem geen lang leven beschoren is. Het voorschrift om een systeem van recht en rechtvaardigheid in te voeren geldt overigens voor iedere samenleving ongeacht de gezindte. De vestiging van een rechtsorde vormt één van de Noachietische geboden. die tot de gehele mensheid gericht zijn.
RECHTVAARDIG VOLK
De Tora werd in eerste instantie aan een geheel volk gegeven en niet aan individuen. Het hoofddoel van de Tora is niet zozeer het individuele zielenheil maar is veeleer gericht op het inrichten van een rechtvaardige samenleving. Alle aspecten en instanties van een Tora-samenleving moeten doordrongen zijn van een geest van liefdevolle rechtvaardigheid. De Joodse wet schrijft eigenlijk voor. dat. indien men in een onrechtvaardige en corrupte maatschappij leeft en er geen uitzicht op is. dat deze samenleving in de goede richting beïnvloed kan worden. men zo spoedig mogelijk de geboortegrond moet verlaten om een gemeenschap te vinden. die de idealen van de Tora dichter benadert. De continuïteit van de wereld is gebaseerd op rechtvaardigheid. De Chagamiem (Wijzen) zeiden eens: "Hij. die rechtvaardig rechtspreekt. heet Hasjeems partner in de Schepping".
LIEF ZIJN VOOR SLECHTE MENSEN?
Maar de Tora van liefde is tevens de Tora van gerechtigheid. Zo moet het ook zijn. In een maatschappij. waar onrecht getolereerd wordt. kan liefde niet bloeien. In deze geest benadert de Tora het liberale dilemma. Het resultaat is vaak dat meer consideratie wordt getoond voor de misdadiger dan voor het slachtoffer. De Tora leert. dat een zachte aanpak. die misdaad bevordert. slecht is en dat een harde aanpak van misdaad niet a a-priori slecht is. De Chagamiem stelden. dat "Hij die goed is voor wreedaardige mensen uiteindelijk wreed is voor de zachtmoedigen". Dwang is soms noodzakelijk om crimineel gedrag een halt toe te roepen. In onze ‘permissive society’ blijft dit overigens een groot probleem. * Het Tora-recht kent overigens een geheel eigen structuur. In een theocratie is iedere heerschappij voorbehouden aan het Opperwezen. Hasjeem kent echter geen verplichtingen. De plichten richten zich op het individu. Mensen zijn tegelijkertijd subject en object van Tora-opdrachten. Door het navolgen van een G´ddelijk gebod volvoert men Hasjeems wil. wat ervaren wordt als een geloofsdaad.
KASJEREN EN TOUWELEN: FILOSOFIE
In feite leven wij in conflict met de natuur. Beschaving geeft uiting aan ons gebrek aan harmonie met de omgeving. Ons metalen bestek maakt duidelijk dat wij kunstmatige middelen moeten gebruiken om te kunnen eten. We zijn gedwongen om ons verstand in te zetten voor de vervulling van de meest basale levensbehoeften. De voorschriften van nida (de regels van reiniging na menstruatie) zijn een uiting van onze gespannen verhouding met ons eigen voortplantingsproces.
De breuk met onze omgeving in de eetsfeer moet opgeheven worden door het onderdompelen van metalen bestek en eetgerei in een mikwe (ritueel bad). waarin ook de nida onderdompelt. In de oorlog met Midjan werd allerlei eetgerei buitgemaakt. De Tora geeft twee voorschriften die niet zo duidelijk uit de tekst blijken. Om treife (niet kosjere) voorwerpen kosjer te maken. moesten zij door vuur gehaald worden en daarna nog een keer in een mikwe worden ondergedompeld om ze als het ware Joods te maken. Het mikwe wordt ‘water van nida’ genoemd. omdat beide reinigingsprocedures – van de nida-vrouw en van eetgerei dat van elders komt – van dezelfde disharmonie met de omgeving blijk geven.
Het kosjer-maken door uitbranden noemen we in het Nederlands ‘kasjeren’. waardoor de treife resten en absorpties uit het voorwerp gekookt of gebrand worden. Het proces waarbij niet-Joods vaatwerk geschikt wordt gemaakt voor gebruik in een Joods gezin noemen wij ‘touwelen’. Wanneer men gebruikte voorwerpen van niet-Joden koopt. moet men het normaliter eerst kasjeren (indien het voor voedsel is gebruikt) en pas daarna touwelen. De touwelplicht geldt ook voor nieuwe voorwerpen die men in de winkel koopt.
MIKWE
Het mikwe wordt gezien als bron van reiniging van waaruit alles vernieuwd en verbeterd terug kan keren. Het mikwe bestaat uit water. Water symboliseert verandering. groei en ontwikkeling. In het Scheppingsverhaal stroomden er vier rivieren vanuit het Hof van Eden. Water is onbestendig en verandert constant. Juist doordat de dingen niet vastliggen in het leven. kan alles ten goede worden gekeerd. Water. in aardse vorm. kent een geestelijke tegenhanger: berouw. Net zoals water viezigheid kan wegwassen. kan berouw alle geestelijke onzuiverheden opheffen. Water symboliseert geestelijke reiniging. Door het onder te dompelen in het water. wordt het eetgerei verbonden met de volmaakte toestand in het Paradijs. Hierdoor is verandering van status mogelijk. Hierdoor mag het op een Joodse tafel gebruikt worden waar men eet lesjeem Sjamajiem - ‘voor Hasjeem’. Wij eten niet alleen maar om onze honger te stillen maar om Hasjeem daarmee te dienen en de energie van het voedsel te gebruiken om ons dagelijks leven te verheffen tot een hoger niveau van gewijde dienstbaarheid. Dit is het idee van het touwelen van eetgerei. Zelfs nadat het kosjer is gemaakt doordat alle treife restanten in het voorwerp weggebrand zijn. moet er toch nog een stuk heiliging plaatsvinden.
HALACHOT VAN TOUWELEN
Wanneer je kosjere eetvoorwerpen van een niet-Jood huurt of leent. hoeft men het niet te touwelen maar als het nog gekasjerd moet worden doet men dat eerst. om het vervolgens te touwelen. Van een Jood geleende of gehuurde voorwerpen die door een niet-Jood gemaakt zijn terwijl de Joodse eigenaar ze niet voor zichzelf gebruikt maar alleen commercieel verhuurt. moeten getouweld worden. echter zonder beracha. Vanaf nu zijn de voorwerpen dus getouweld. Dit moet de eigenaar melden aan de volgende gebruikers zodat iemand anders. die de spullen gebruiken wil. niet voor de tweede keer touwelt. Bij reparaties door een niet-Joodse pannenlapper moet er getouweld worden als de pan of schaal weinig of geen vocht meer zou vasthouden. wederom zonder beracha.
SJABBAT EN JOM TOV
Op Sjabbat en Jom Tov is het verboden te touwelen. Mocht men vergeten zijn te touwelen. dan mag men zijn spullen aan een niet-Jood schenken om het vervolgens terug te krijgen. Na Sjabbat moet er getouweld worden zonder beracha. Wanneer het voorwerp geschikt is om water in te vervoeren en er is een eroev ( mogelijkheid te dragen op Sjabbat) dan kan men een verborgen tewiela uitvoeren. Men dompelt het voorwerp onder en laat het vollopen met water en neemt dit water mee terug naar huis. Hierover wordt geen beracha gezegd. Het effect is dat er toch tewiela plaatsvond. Dit mag alleen als men op Sjabbat geen ander voorwerp heeft.
GEEN CHATSIETSA
Het tewiela-water moet het voorwerp overal gelijktijdig raken. In de eerste plaats moet het voorwerp. dat getouweld wordt. volledig schoon zijn. Alleen een donkere roestvlek hoeft niet verwijderd te worden. Het maakt onderdeel uit van het voorwerp. Door de eis van volledige onderdompeling per voorwerp moet de hand die het voorwerp onderdompelt eerst zelf in het water gedompeld worden. Wie zijn spullen aan een touw in een put wil laten zakken. moet het touw niet te strak trekken waardoor een plekje mogelijk door het water onaangeraakt zou blijven.
EETVOORWERPEN
In feite hoeft men alleen die voorwerpen te touwelen waar eten zonder verdere voorbereiding op of in gaat. Keukengerei zoals deegrollers. deegsnijders. gaatjesprikkers voor matses. de naald waarmee vlees wordt dichtgenaaid etc.. vallen hier dus niet onder. Een op vakantie gebruikte driepoot die tussen pan en vuur staat wordt dus ook niet getouweld. Slachtmessen worden wel getouweld (zonder beracha) omdat deze ook aan tafel gebruikt kunnen worden. Een braadspit wordt met lofzegging – beracha - getouweld. want het vlees staat er in direct contact mee..
PAGE \* MERGEFORMAT 8
De boektekst (Nederlands en Duits naast elkaar) verschijnt hier zodra hij klaar is. Der Buchtext (Niederländisch und Deutsch nebeneinander) erscheint hier. sobald er fertig ist.