Parasja·Project

40 · Balak Balak

Bemidbar · 1 documenten van u1 Dokumente von Ihnen

Uw originele tekst · onbewerkt Ihr Originaltext · unbearbeitet
5770 40abc BALAK 1 voor alle niveau's midrasjiem en verklaringen 17 06 2010 R Evers.doc · 2.593 woordenWörter

BALAK

Balak en Bile’am

Balak. koning van Moav. was bang voor het aanstormende Joodse volk. De twee beschermheren van Moav. de koningen Siechon en Og. waren reeds gedood.

Balak huurt Bile’am in om het Joodse volk te vloeken. Maar de profeet Bile’am was Hasjeem gehoorzaam en wilde niets doen zonder Hasjeems toestemming. De vorsten van Moav. maar ook de leiders van Midjan. die zich inmiddels hadden aangesloten bij Moav. gingen met waarzeggerloon in hun hand naar de heidense profeet Bile’am toe.

Bile’am zei hun: ”Blijf hier deze nacht wachten. Morgen zal ik u antwoord geven. naar hetgeen Hasjeem tot mij zal spreken. Hasjeem kwam tot Bile’am en zei: ”Wie zijn die mannen die daar bij u zijn?”.

Toch vroeg Hasjeem

Hasjeem wist toch wat er gebeurde en wie er bij Bile’am waren. Waarom stelde Hasjeem hem die vraag dan? Hasjeem wilde Bile’am in de war brengen. Door deze vraag meende Bile’am dat Hasjeem soms niet alles weet: ”Hasjeem weet soms niet alles”. meende Bile’am. Misschien kan ik Hem om de tuin leiden. Ik zal nagaan op welk moment ik de Bnee Jisra’eel kan vloeken zonder dat Hij het merkt”. Hasjeems vraag stimuleerde Bile’am juist om zijn plan door te zetten. Hij dacht dat hij Hasjeem te slim af kon zijn. Hij meende dat zijn vloeken wel eens aan Hasjeems aandacht zouden kunnen ontsnappen.

Vrije wil

Maar bij Bile’am was dat niet het geval. Hij had nog niet gezondigd. Hij beraamde slechts plannen om het Joodse volk te vernietigen. Hasjeem heeft de mens een vrije wil gegeven. Hij wil dat we vrij kiezen tussen goed en kwaad. Pas dan is er sprake van een echte keus. Beide. goed en kwaad. moeten even sterk zijn.

Een typisch voorbeeld hiervan is het verstokken van Farao’s hart. Hasjeem moest Farao’s hart verstokken omdat Farao geconfronteerd werd met hevige plagen. Die plagen waren zo sterk dat ieder normaal mens direct had toegegeven. Maimonides legt uit dat het verstokken van Farao’s hart bedoeld was om zijn keuzevrijheid te behouden.

Bile’am besefte zeker. dat Hasjeem niet wilde dat het Joodse volk vervloekt zou worden. Bile’am had daarom weinig keuzevrijheid. Hasjeem wilde hem echter die keuzevrijheid teruggeven door hem de indruk te geven. dat Hij fouten zou kunnen maken. Op die manier was Bile’ams vrije wil hersteld. De vrije wil is het kernpunt van het Jodendom en moet altijd behouden blijven.

VROEG OP

Bile’am stond vroeg op en zadelde zijn ezelin. Hij stond vroeg op omdat hij het Joodse volk graag en snel wilde vervloeken. Zijn haat kenden geen grenzen. Maar Hasjeem zei tegen Bile’am: “Jij rasja (slechtaard). Awraham. hun voorvader is je voor geweest. Jouw ijver ten kwade is door Awrahams snelheid ten goede onschadelijk gemaakt. Awraham stond heel vroeg op en zadelde snel zijn ezel op weg naar de Akeda. het offer van Jitschak. Als Awraham er in geslaagd was om zijn zoon te slachten was er geen Joods volk geweest. Hasjeem heeft dit niet toegelaten. Ook Bile’ams missie moest wel mislukken.

Energie

Bile’am was uit op militair succes: het vernietigen van het Joodse volk. Awraham was uit op Hemelse doelen: het vestigen van Hasjeems koninkrijk op aarde. Wat we uit de vergelijking tussen Bile’am en Awraham kunnen meenemen. is dat we ons met minstens evenveel energie moeten inzetten voor onze spirituele doelen als onze tegenstrevers zich inzetten voor hun negatieve intenties.

Als we ons al zo inzetten voor aards succes. des temeer moeten we ons best doen in de Tora en de mitsvot. dus hemels te stijgen. Het zou niet eerlijk zijn als we meer energie zouden steken in aardse dan in geestelijke zaken.

Hasjeem stuurde de Engel niet zozeer om Bile’am tegen te houden. Deze Engel was eigenlijk een Engel van Rachamiem. medelijden en barmhartigheid. Alleen wanneer men oor heeft voor dat zachte innerlijke stemmetje dat ons opdraagt het goede te doen en het slechte te laten. beschermt men de mens tegen zijn agressieve zelf. Wij moeten goed en gevoelig zijn voor het `zachte’ in de wereld en gevoelig worden voor onze innerlijke. aangeboren goedheid.

Als we eerlijk zijn tegen onszelf. geven we toe. dat we daarmee nauwelijks naar buiten durven komen. Onze prestatiegerichte maatschappij eist. dat wij aggressief. assertief en macho overkomen. Maar wanneer we echt `Mensch’ zijn. beschermen we juist dat kleine beetje menselijkheid dat we in ons hebben. We proberen dat te laten groeien en bloeien.

Alleen hij of zij die het zwakke Hogere en Hasjeemdelijke in ons zelf koestert. is in staat om tegen de geestelijke Bile’am te vechten. Bile’am is niet alleen een heidense profeet uit lang vervlogen tijden maar stelt een geestelijke anti-kracht voor.

Spreken essentieel

Bile’am dacht dat hij in staat was het Joodse volk te vervloeken. In het spreken onderscheidt de mens zich van het dier. Bile’am meende dat hij zijn spraakvermogen kon gebruiken voor iets verwerpelijks – om mensen ten gronde te richten.

Juist ons spreken moet gericht zijn op het hogere. Door te praten moeten we laten zien waar wij voor staan. waar we voor leven. Wij moeten beseffen dat met name ons spraakvermogen onze essentie is en alleen bedoeld is om de glorie van het goede en het heilige in de wereld te verheffen.

Drie voetfeesten

Bile’am moest door schade en schande leren dat spreken een gave van Hasjeem is. Hij zou het alleen mogen gebruiken om het Joodse volk te zegenen. De Engel hield de ezelin tegen maar Bile’am zag het hemelse wezen niet. Bile’am slaat zijn ezelin tot drie keer toe en de ezelin verwijt hem dat. De drie keer dat Bile’am zijn ezelin slaat. staat als in de Tora beschreven als `sjalosj regaliem’.

Het is een hint naar de drie voetfeesten en pelgrimstochten die elke Jood ieder jaar weer naar de Tempel maakte. Bile’am betekent `ontvolken’ – belie am. Het omgekeerde kwam uit. Iedere Jom tov werd Jeruzalem overspoeld door menigten Joden. die altijd een plaats vonden om te overnachten. Ook Bile’am heeft uiteindelijk het loodje moeten leggen.

Goede sterrenkijker

Volgens Rabbi Avraham ibn Ezra (1092-1167) kon Bile’am zelf niet zegenen of vloeken. Hij was alleen erg goed in astrologie. sterrenkijken. Wanneer hij in de sterren zag. dat iemand iets slechts zou overkomen. gaf hij hem een vloek. Toen de slechte voorspelling inderdaad uitkwam. dacht iedereen dat hij een tovenaar was. Daarom was hij in feite een oplichter. die ook de vorsten van het land Moab bedroog. Omdat wij. Bnee Jisra’eel niet onderworpen zijn aan de voorspellingen van de horoscoop. sorteerde zijn vloek geen effect.

Eerst mocht Bile’am van Hasjeem niet mee met de mensen van Koning Balak. Bile’am stuurt Balaks gezanten weg en weigert mee te gaan. Balak stuurt een groter en belangrijker delegatie en biedt grote eer en rijkdom aan als Bile’am zou ingaan op zijn verzoek.

Bile’am weigert weer. maar deze keer geeft Hasjeem Bile’am toestemming om met de Moabieten mee te gaan. Hasjeem waarschuwt hem echter alleen te doen wat Hij hem vertelt.

Vrij keus

Hoe kan dit? Eerst weigert HaSjeem toestemming en nu mag Bile’am meegaan? Onze Chagamiem leggen uit. dat ‘de mens geleid wordt op de weg die hij gaan wil’. De mens heeft de vrije keus en vanuit de Hemel zal hem weinig in de weg gelegd worden om zijn waarden en normen. zijn morele beslissingen te realiseren. Wanneer de mens maar echt iets wil. gebeurt het meestal ook. Hasjeem wilde Bile’am weghouden van zijn eigen en Balaks vijandige bedoelingen. Maar toen Bile’am duidelijk maakte. dat hij zou blijven ‘zeuren’. gaf HaSjeem hem toestemming om mee te gaan. ook al zou dit uiteindelijk Bile’ams einde betekenen…

Engel op de weg

Bile’am zadelt zijn ezel en gaat mee met de Moabitische delegatie. Hasjeem is kwaad op Bile’am en stuurt een Engel om hem te ontmoedigen. Drie keer ziet de ezelin de Engel op de weg. maar Bile’am ziet hem niet. Bile’am slaat zijn ezelin totdat zij Bile’am aanspreekt op zijn daden.

Dan laat Hasjeem Bile’am de Engel zien en Bile’am geeft zijn averot. zonden toe. Hij biedt aan om terug te gaan. maar de Engel laat hem doorgaan met de waarschuwing niets zonder Hasjeems toestemming te zeggen. Bile’am vertelt Balak dat hij niets zelfstandig kan ondernemen. Als Hasjeem niet wil vloeken. kan hij dat ook niet.

Wat Hasjeem wil

Hasjeem wilde niet dat Bile’am actief deelnam aan het complot tegen het Joodse volk. Hoewel Bile’am later toestemming kreeg om mee te gaan. had hem duidelijk moeten zijn wat Hasjeem precies wilde. Maar dit interesseerde Bile’am kennelijk niet.

We zijn pas echt goed bezig wanneer we ons leven naar zowel de letter als de geest van de Tora inrichten.

Maar wie zal bepalen wat de Tora werkelijk van ons wil? De geest van de Tora kan alleen vastgesteld worden door mensen die voldoende in de achtergronden van de Tora zijn doorgedrongen en zo naar de geest van de Tora leven dat zij de diepgang van de Tora kunnen aanvoelen. Dit zijn over het algemeen de grote Rebbes en Talmidee Chagamiem (Geleerden) in iedere generatie.

Offers en 7 altaren

Balak brengt offers en Bile’am laat zeven altaren bouwen. Hiermee hoopte hij de zeven offers van de Avot. de Aartsvaders Avraham. Jitschak en Ja’akov te neutraliseren. In plaats van te vervloeken beschrijft Bile’am de goede eigenschappen van het Joodse volk. Balak is kwaad. maar Bile’am herinnert hem er aan. dat hij alleen kan zeggen wat G’d wil. Bile’am beschrijft het Joodse volk als ‘alleenstaand’.

Boos oog

Wie was deze Bile’am? Volgens de Kabbala had Bile’am voornamelijk een ‘boos oog’. Overal waar hij keek. bracht hij verderf. Bile’ams kracht lag ook in zijn kennis. Hij kon het kleine moment. die ene milliseconde. waarop G’d elke dag even kwaad is. precies bepalen.

Dan sprak hij zijn vloek uit en die trof dan doel. Anderen zeggen dat hij voornamelijk een droomuitlegger was en in de Talmoed wordt verteld dat hij eerst profeet was en daarna een zwarte magiër. Anderen zeggen. dat hij zelfs grotere gaven bezat dan Mosjé.

Eerlijk sterven

Bile’am zei “Ik wil de dood van de eerlijke mensen sterven”. De Chafeets Chaim (1838-1933) verklaart. dat vele Bile’ams tegenwoordig graag met volle teugen van het leven genieten maar tegen het einde van hun leven toch als tsadikkiem willen sterven. Dit is onmogelijk. Wil men sterven als een oprecht mens dan moet men ook leven als een oprecht mens!

Balak neemt Bileam mee naar een andere plaats. waarvandaan hij het volk wellicht beter zou kunnen vervloeken. Opnieuw worden zeven altaren gebouwd en offers gebracht. Bileam zegent het volk op een prachtige wijze. Balak wordt weer kwaad en Bileam benadrukt zijn beperkingen.

Bileam had een ‘boos oog’. maar helaas hebben vele anderen dit ook. Rabbi Levi Jitschak uit Berditsjev (1740-1809) verwijst ons naar de woorden: “Hij schouwt geen onheil in Ja’akov. en ziet geen misdaad onder Israël. HaSjeem zijn G’d is met hem” (23:21). Als G’d al geen kwaad wil zien. des te meer moeten wij alleen maar oog hebben voor het goede. Pas dan zullen wij ook het einde van de pasoek (vers) deelachtig worden: “(dan pas) is HaSjeem (werkelijk) zijn G’d”. Wij kunnen ons pas verheffen indien wij in staat zijn het goede in de wereld te zien. Dat is het niveau van een Tsaddiek. die ‘de basis van de wereld’ genoemd wordt.

Balak gaat naar een andere uitkijkpost. Bileam bouwt weer zeven altaren en op elk daarvan wordt een os en een ram gebracht. Bileam mediteert niet zoals gebruikelijk. maar begint meteen te spreken om Israël te vervloeken. Balak neemt Bileam mee naar Rosj haPe’or. Hij voorzag dat daar Joden zouden sterven en Balak meende dat dit kwam door een succesvolle vloek. Bileam zegende het volk voor de derde keer. toen hij zag hoe zij gelegerd waren. Dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Balak wilde Bile’am niet meer.

Waarschuwing voor de andere volken

Don Jitschak Abarbanel (1437-1508) meent dat de zegeningen van Bileam bedoeld waren als waarschuwing voor de omliggende volken. Wanneer deze bang zouden zijn. zou het makkelijker zijn om het land te veroveren.

Balak. die Bileam kende als tovenaar. begreep deze bedoeling van Hasjeem in de zegeningen niet. Hij meende dat hij hem te weinig betaald had om te vloeken. zodat Bileam hen een zegen gaf om een hoger salaris af te dwingen. Daarom begon de ezelin ook te spreken.

Bileam was de grootste profeet onder de volkeren. Wanneer zelfs hij de overwinning van het Joodse volk zou voorspellen. zouden zij allemaal terugdeinzen voor oorlog. Rachav. de inwoonster van Jericho. zei dit ook: “Toen wij dit hoorden. smolt ons hart”. Wat hoorden zij daar in Jericho? De profetie en zegeningen van Bileam! Hasjeem wilde niet dat de Kena’anieten oorlog zouden voeren met het volk omdat iedere oorlog de meest vreselijke gevaren met zich meebrengt.

Opdat men niet zou denken dat de Joden Bileam omgekocht hadden voor meer geld dan Balak. liet G’d de ezelin spreken. Zo werd voor iedereen duidelijk dat Hasjeem uit de keel van Bile’am sprak toen hij het Joodse volk zegende en dit een serieuze profetie van overwinning was.

Nadat Bile’am zijn taak volbracht had. verdween zijn profetische gave. Hij werd weer een zwarte magiër. een tovenaar. Dit staat ook bij zijn dood in het boek Jehosjoe’a. Zijn profetie was slechts een tijdelijke zaak. opgelegd van Boven door Hasjeem.

Geen echte navie

Een werkelijke profeet was hij niet. G’d verscheen hem alleen om klal Jisraeel te zegenen. Bile’am wordt wel eens vergeleken met de ‘kok van de Koning’. Net zoals de minister weet ook de kok exact wat de Koning eet. De ingrediënten van de maaltijd kent de kok zelfs beter.

Zo kan men begrijpen. dat Bileam in sommige opzichten meer toegang had tot ‘de geheimen van het paleis van de Koning’. Zijn neiging tot kwaad en onreinheid belette hem echter om uit te groeien tot een ware profeet. zoals Mosje geworden was.

Voor zijn afscheid profeteert Bileam over andere volken in de regio. Bileams laatste advies was het volk te verleiden tot onzedelijkheid en afgoderij zodat G’d zich tegen de Joden zou keren. Dit plan werkt. 24.000 mensen sterven nadat de Ba’al Pe’or gediend werd. Pinchas verdedigt Hasjeems eer en stopt de plaag.

Davvenen is het wapen

Meestal vecht men oorlogen uit met wapens. Het ‘wapen’ van het Joodse volk is davvenen en lernen (=hun mond). Bileam probeert het Joodse volk met hun eigen wapen aan te vallen. G’d benaderde Bileam met zijn normale wapen. het zwaard van de Engel. Bileam werd uiteindelijk door het zwaard omgebracht.

In galoet blijven

“Terwijl Israël in Sjittiem verbleef. begon het volk ontucht te plegen” (25:1). In de Talmoed staat. dat de term ‘verblijven’ een negatieve bijbetekenis heeft. Rabbi Chaim Hager uit Kossov (1795-1844) geeft deze uitspraak een actueel tintje door zijn stelling. dat wanneer wij in `goles’ blijven wonen zonder hoop en uitzicht op alija en verlossing en wij ons goles als een vaste woon- en verblijfplaats gaan zien. het inderdaad slecht met ons gesteld is.

Rabbi Menachem Mendel van Kotsk (1787-1859) vroeg zijn chassidiem (volgelingen) eens waarom Bile’am niet zelf Joods geworden is toen hij zich het goede voor het Joodse volk aan het einde der tijden (24:17-19) realiseerde. Terwijl de chassidiem nog bezig waren naar een antwoord te zoeken. ging de Kotsker verder: “Het woord ‘geer’ komt van de Hebreeuwse stam garar. dat meegaan betekent. Wil iemand Joods worden dan moet hij/zij zich aanpassen aan klal Jisraëel. Bileam was een ‘ba’al gawe’. een trots en hoogmoedig mens. Hij zou nooit met het Joodse volk kunnen meegaan en zich veranderen. Hij wilde altijd haantje de voorste zijn en zou zich niet kunnen aanpassen aan de eisen van het Jodendom.

PAGE

PAGE \* MERGEFORMAT 28

De boektekst (Nederlands en Duits naast elkaar) verschijnt hier zodra hij klaar is. Der Buchtext (Niederländisch und Deutsch nebeneinander) erscheint hier. sobald er fertig ist.

Uw reactieIhre Rückmeldung

Uw tekst wordt tijdens het typen lokaal bewaard en gaat niet verloren. Ihr Text wird beim Tippen lokal gesichert und geht nicht verloren.