28 · Metsora Mezora
Wajikra · 7 documenten van u7 Dokumente von Ihnen
Parsja Metsora Vajikra/ Leviticus 14:1 – 15:33
Door Rabbijn R. Evers
Gebaseerd op de Rasji-verklaringen van Avigdor Bonchek
De Midrasj legt uit dat het woord Tora vijf keer wordt gebruikt in het verband met de metsora. Volgens Rav Liebes leert ons dat. dat iemand die lesjon hara spreekt wordt beschouwd alsof hij alle vijf boeken van de Tora overtreden heeft. Er zijn vijf soorten lesjon hara die in alle vijf boeken van de Tora voorkomen.
►In Bereesjiet leren we over Joseef en zijn broers. Hoewel Joseef goede bedoelingen had toen hij aan zijn vader vertelde over de fouten van zijn broers. heeft zijn lesjon hara toch uiteindelijk geleid tot de slavernij in Egypte. Zelfs goedbedoelde kwaadsprekerij kan uiteindelijk tot tragische resultaten leiden.
►Toen G’d Mosje aan het begin van Sjemot opdracht gaf het Joodse volk te bevrijden. twijfelde Mosje over hun volgzaamheid: ”Maar zij zullen mij niet geloven”. Mosje mocht het land Israël niet binnen omdat hij het hele Joodse volk te negatief had ingeschat.
►In Vajikra wordt er expliciet geboden geen lesjon hara te spreken en niet als een kletskous rond te gaan om aan iedereen andermans nieuwtjes te vertellen (Vajikra 19:17). Je verdient helemaal niets aan dit soort kwaadsprekerij. Het enige plezier wat je kunt hebben is dat je anderen de grond in boort. Dat is mensonwaardig.
►In Bemidbar vertelt de Tora over een vierde soort lesjon hara. Mosje stuurde de meragliem het land Israël in om het te verspieden maar ze kwamen terug met slechte berichten over Israël. Daardoor werden de mensen ontmoedigd. Uiteindelijk moesten de Joden nog veertig jaar door de woestijn zwerven totdat iedereen tussen de twintig en de zestig jaar was overleden.
►Uiteindelijk vinden we in Devariem dat Mirjam over Mosje. haar broer. kwaadspreekt. Mirjam had ontzettend goed gezorgd voor Mosje. toen zij nog heel klein en hij nog een baby was. Haar enige avera was dat ze een wat minderwaardige opmerking maakte over Mosje tegenover Aharon. die ook haar broer was. Toch kreeg ze de straf tsara’at voor haar subtiele lesjon hara over Mosje. Dat leert ons dat zelfs als we thuis zijn en tussen de familie. we ook moeten proberen geen lesjon hara te spreken. Degene die lesjon hara spreekt. overtreedt vijf boeken van de Tora. Daarom staat er vijf keer Tora in het kader van de melaatsheid.
►“Wanneer jullie zullen komen in het land Kena’an. dat Ik jullie in bezit geef. en Ik de ziekte van melaatsheid laat ontstaan aan een huis in het land dat uw bezit is” (14:34). Rasji vertaalt “dan zal Ik” en niet “wanneer Ik zal doen ontstaan”. Dit is een mededeling voor de Joden dat de melaatse uitslag hen inderdaad zal treffen (vgl. B.T. Horajot 10a) omdat de Emorieten schatten met goud verborgen hadden in de wanden van hun huis gedurende alle veertig jaar dat de Joden in de woestijn waren (zodat de Bnee Jisra’eel wanneer ze overwonnen zouden zijn er niet van zouden kunnen genieten). Door toedoen van de melaatsheid haalt men het huis omver en vindt men de schatten. De vraag is waarom Rasji de plaag als een goed bericht uitlegt. Over het algemeen geeft de Tora aan dat melaatsheid geen zegen is. Waarom ziet Rasji deze huizen-melaatsheid dan toch als een zegening?
►Wanneer wij onze pasoek vergelijken met andere pesoekiem die spreken over plagen (zoals 13:9: “wanneer de ziekte van melaatsheid aan een mens ontstaat dan zal deze gebracht worden voor de koheen” of 13:42: “wanneer op de kale plek aan het achterhoofd of die op het voorhoofd een ziekte mocht ontstaan. roodachtig of wit. dan is het melaatsheid die uitgebroken is op de kale plek
op zijn achterhoofd of aan die op zijn voorhoofd”). We zien dat hij alleen hier het woord venatati. “en ik zal aanbrengen” voor het begrip van de plaag wordt gebezigd. Bijvoorbeeld in 13:29 staat er “een man of een vrouw bij wie er een ziekte aan het hoofd of aan de baard is”. maar er staat nergens “Ik zal die ziekte aanbrengen”. Alleen bij de huizen-melaatsheid wordt het woordje “aanbrengen” (of “geven” zoals letterlijk in het Hebreeuws) gebruikt. Over het algemeen heeft de werkwoordsvorm natan de positieve betekenis van een cadeau geven. De oorspronkelijke inwoners van Kena’an wilden hun waardevolle voorwerpen goed opbergen omdat ze vreesden voor een inval van de Joden.
De boektekst (Nederlands en Duits naast elkaar) verschijnt hier zodra hij klaar is. Der Buchtext (Niederländisch und Deutsch nebeneinander) erscheint hier. sobald er fertig ist.